CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Beschermd Wonen Veenhof_Toelichting_1

Raad openbaar Wijchen 25 september 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 146826 Beslisnota raad vaststellen bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof16.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de archeologische beleidskaart.

Uitsnede archeologische beleidskaart Wijchen (plangebied binnen rood kader) Op deze kaart is het plangebied aangemerkt als een gebied met een hoge archeologische verwachting. Ook bevindt het plangebied zich op korte afstand van een archeologische vindplaats ten westen van het plangebied. In gebieden met een hoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen met een oppervlak groter dan 60 m2 . De noordoostelijke hoek van het plangebied heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is in deze zone verplicht bij ingrepen met een

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

33

oppervlakte groter dan 500 m2 . 5.9.2 Bureau- en inventariserend veldonderzoek Door Bureau voor Archeologie is voor de planlocatie een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Bureau voor Archeologie Rapport 1315. Veenhof 1712, Wijchen, gemeente Wijchen: bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase). Dit onderzoek is als Bijlage 9 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek gevoegd bij dit bestemmingsplan. De conclusies zijn hieronder overgenomen.

Conclusies onderzoek De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt op de overgang van een hoog rivierduincomplex in het zuiden naar een laag ven in het noordoosten. De natte omstandigheden in de lagere delen van het rivierduincomplex worden waarschijnlijk veroorzaakt door een leem- of kleilaag in de ondergrond. In de diepere ondergrond zijn Pleistocene rivierafzettingen aanwezig. Het plangebied kan bewoond zijn geweest van het Paleolithicum. In het begin van de 19e eeuw bestaat het oostelijke deel van het plangebied uit moeras, het westen uit bouwland. In 1850 is het moeras ontgonnen. Het landgebruik blijft bouwland en weiland tot de bouw van de school in 1979. Waarschijnlijk is het plangebied in de 19e en/of 20e eeuw met ongeveer 120 cm opgehoogd. In het plangebied kunnen archeologische resten uit alle archeologische perioden aanwezig zijn in de top van de rivierduinafzettingen. Tijdens het booronderzoek zijn vijf boringen met einddieptes tussen 320 en 360 cm -mv gezet.

Hieruit blijkt dat de bovenste 105 tot 165 cm van de bodem verstoord is. In het oosten van het plangebied is een dunne laag restveen aanwezig. De oorspronkelijke vulling van het ven is niet meer intact. Onder de rivierduinafzettingen liggen Pleistocene rivierafzettingen. In de top van de rivierafzettingen is een humeuze laag aanwezig en het niveau is waarschijnlijk intact. In de rivierduinafzettingen zijn geen resten van bodemvorming aanwezig. In dit pakket worden daarom geen behoudenswaardige archeologische resten verwacht. In de top van de Pleistocene rivierafzettingen kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum aanwezig zijn. Archeologische resten uit deze periode kenmerken zich door een lage spoordichtheid en een lage vondstdichtheid. Gezien de diepteligging van dit niveau (dieper dan 200 cm -mv) zullen eventuele resten niet door de beoogde ingrepen verstoord worden. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet.

In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Wijchen. Er moet op basis van het selectiebesluit een dubbelbestemming worden toegepast. Daarin kan dan als ondergrens i.p.v. 30 cm –mv worden gebruikt: 5.95 m +NAP. Graafwerkzaamheden boven die NAP-hoogte zijn vrijgesteld, maar eventuele graafwerkzaamheden dieper dan 5.95 m +NAP (en meer dan 60 m2) zijn dan wel vergunningsplichtig. Deze NAP-hoogte is ook in het selectiebesluit (zie Bijlage 10 Selectiebesluit bij deze toelichting) opgenomen.

34

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5.10

Cultuurhistorie

Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft de gemeente Wijchen besloten om samen met de gemeenten Beuningen, Druten en Heumen een beleidsnota cultuurhistorie op te stellen. Deze beleidsnota is de planologische borging van cultuurhistorische waarden binnen de Gemeente Wijchen in de vorm van het 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen'. Dit parapluplan voegt een dubbelbestemming toe aan het vigerend bestemmingsplan: 'Waarde Cultuurhistorisch waardevol gebied'. Echter, deze dubbelbestemming geldt niet voor het plangebied. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Wijchen is het plangebied aangeduid met een lage cultuurhistorische waarde. In een gebied van lage waarde was die samenhang bij aanvang afwezig of is die later verloren gegaan. Het zijn gebieden met onvoldoende cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting, en/of zonder een relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren.

Uitsnede kaart cultuurlandschappelijke waardering (Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen) met ligging plangebied

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

35

Omgeving van het plangebied in de loop van de jaren (linksboven 1880, rechtsboven 1940, linksonder 1980, rechtsonder 2020, bron: TopoTijdreis) De locatie van het plangebied heeft lang onderdeel uitgemaakt van het agrarische gebied ten noorden van het de kern Wijchen. Dit gebied maakte deel uit van Woezik. De topografische kaart van 1880 en 1940 laat zien dat het plangebied lang onbebouwd is geweest en in gebruik was als boomgaard. In de loop van de tijd is rond de jaren '80 de wijk Veenhof ontwikkeld, waar de planlocatie deel van uitmaakt. Hiermee heeft de omgeving van het plangebied en het plangebied zelf in de afgelopen decennia een gedaantewisseling ondergaan en is de onbebouwde landelijke structuur ingeruild voor wijkontwikkeling, voornamelijk bestaand uit een variatie van grondgebonden woningen. Met het planvoornemen wordt de voormalige school gesloopt op de locatie, ten behoeve van de realisatie van 54 woonzorgeenheden. De structuur van de huidige wijk wordt hiermee niet aangetast en het voornemen wordt zorgvuldig ingepast in het wijkbeeld zonder historische waarden aan te tasten. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen oplevert voor het planvoornemen.

5.11

Leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen die een planologische bescherming genieten (zie paragraaf 5.3). Er is dus op dat gebied geen sprake van (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

36

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5.12

Water

Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). 5.12.1 Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Voor dit bestemmingsplan is een digitale watertoets uitgevoerd, die bijgevoegd is als Bijlage 11 Watertoets en Bijlage 12 Digitale toets Waterschap Rivierenland bij deze toelichting. Uit deze toetsen blijkt dat er een normale procedure gevolgd dient te worden. De gemeente doet dit in het regulier overleg met het waterschap. 5.12.2 Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa.

Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. Door BOOT ingenieurs is een Watertoets uitgevoerd voor het plangebied (BOOT, Watertoets de Veenhof, 8 september 2023, projectnummer P23-0130(-006). Deze Watertoets is als Bijlage 11 Watertoets bij dit bestemmingsplan gevoegd. De relevante onderdelen zijn hieronder overgenomen. Omdat bij vaststelling van het bestemmingsplan de bebouwingsoppervlakte is verkleind en de watertoets nog op het 'grotere' ontwerpplan is gericht, is met de watertoets voldoende aangetoond hoe het watersysteem wordt ingericht en staat ook vast dat daar voldoende ruimte voor is. De waterhuishoudkundige situatie wordt beter dan in de watertoets is beschreven. 5.12.3 Beschrijvingwatersysteem Regionale bodemopbouw De regionale bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit de formatie van Kreftenheye en de Formatie van Boxtel. De formatie van Kreftenheye bestaat voornamelijk uit grof zand en is grindhoudend met in mindere mate kleilagen en sporadisch kleiige veenlaagjes. De formatie van Boxtel bestaat voornamelijk uit fijn siltig zand en zandige leem, afgewisseld met dunne veenlagen. Plaatselijk komt matig fijn tot zeer grof zand voor.

Onder deze formaties zijn de formaties van Waalre en Peize gelegen. Deze lagen bestaan voornamelijk uit fijn tot grof zand met grind met in mindere mate kleilagen. Lokale bodemopbouw Uit het geotechnisch sonderingsonderzoek tot NAP -9,0 m, aangevuld met ondiepe grondboringen tot max. NAP +3,5 m, komt naar voren dat de lokale bodem voornamelijk is opgebouwd uit vastgepakt siltig fijn zand. Plaatselijk worden minder vastgepakte en/of siltige tussenlagen aangetroffen. Middels infiltratieproeven is de doorlatendheid van de bodem geclassificeerd als 'goed' met een K-waarde tussen de 1,0 en 10,0 meter per dag. Gezien de lokale bodemopbouw met vastgepakt fijn en siltig zand, lokaal met siltige tussenlagen, wordt voor de infiltratieberekening een K-waarde van 2 meter per dag aangehouden.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

37

Om zeker te zijn dat hemelwater voldoende kan infiltreren is deze lagere K-waarde aangehouden. De infiltratiemetingen zijn voornamelijk uitgevoerd op plekken met een grovere bodemopbouw waarin grind aanwezig is. Uit het geotechnisch bodemonderzoek komt naar voren dat niet overal binnen het plangebied het geval is. Maaiveldverloop Tijdens de veldwerkzaamheden zijn tevens de maaiveldhoogten opgenomen binnen het plangebied. Zie onderstaande afbeelding voor een overzicht van een aantal van deze metingen. De metingen lopen van NAP +7,47 m tot en met NAP +8,0, het maaiveld kent daarmee een hoogteverschil van 0,54 meter. De gemiddelde maaiveldhoogte binnen de planlocatie is vastgesteld op NAP +7,80 m op basis van alle metingen. Globaal kan worden aangegeven dat het maaiveld afloopt van zuid naar noord.

Hoogtemetingen Grondwaterstanden Van de grondwaterstanden binnen het plangebied zijn geen historische meetgegevens beschikbaar. Wel is grondwater gepeild tijdens het veldwerk op 16 en 20 maart 2023 door Aelmans Eco B.V. Dit betreft slechts een momentopname. Daarbij is het van belang om te vermelden dat deze peiling uitgevoerd is nabij het moment binnen het jaar dat de grondwaterstand het hoogst staat. Om een indicatie van de grondwaterstand te geven is een historische meetreeks van een peilbuis (B39H0428) nabij het plangebied geraadpleegd. Deze peilbuis is gelegen op een afstand van 400 m vanaf de planlocatie. In onderstaande tabel zijn de meetwaarden vanuit deze peilbuis weergegeven.

38

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Statistische eigenschappen peilbuis (bron: Grondwatertools - DINOloket) Op basis van de gegevens vanuit peilbuis B39H0428 kan een inschatting worden gemaakt van de GHG binnen het plangebied. Ter plaatse van de peilbuis is de GHG op ca. 1,60 m -mv gelegen. De grondwaterpeiling tijdens het veldwerk geeft een grondwaterstand van ca. 1,40 m -mv. De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied is ca. NAP +7,80 m. Rekening houdend met het moment van de peiling tijdens het veldwerk, de afstand van de referentiepeilbuis en de bodemopbouw wordt de GHG op ca. 1,40 m-mv, dus NAP +6,40 m, aangehouden. Hiermee wordt de GHG conservatief ingeschat waarbij er voldoende ruimte overblijft voor het infiltreren van hemelwater en de huidige grondwaterstand niet overschat wordt. Hemelwaterinfiltratievoorzieningen dienen boven de GHG aangelegd te worden in de bodem voor een optimale werking. De ingeschatte GHG binnen de planlocatie is voldoende diep om een infiltratievoorzieningen toe te passen. Bij graaf- en bouwwerkzaamheden dieper dan de GHG wordt bemaling nodig geacht om de werkzaamheden in den droge te kunnen uitvoeren. Oppervlaktewater Het plangebied is gelegen in het beheergebied van het waterschap Rivierenland. Binnen en rondom het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

5.12.4 Waterbeleid en waterbeheer Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Keur van het Waterschap Rivierenland en het hemelwaterbeleid van de gemeente Wijchen. Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006): Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren) Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden.

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2018, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

39

vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Vanaf 26 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap Rivierenland van kracht. In het beheerplan beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt Waterschap Rivierenland over een verordening: Keur Waterschap Rivierland 2014. Hierin staan de geboden en verboden voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Van alle verboden werken en/of werkzaamheden die niet voldoen aan de criteria van de algemene regels, kan een vergunning worden aangevraagd. Compensatie verhard oppervlak – Waterschap Rivierenland Binnen het beleid van Waterschap Rivierenland geldt een vrijstelling van de compensatieplicht bij een toename van minder dan 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Bij grotere oppervlaktes mogen de vrijgestelde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Omdat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie afneemt hoeft er geen compensatie plaats te vinden.

Compensatie en waterberging verhard oppervlak – Gemeente Wijchen De gemeente Wijchen vereist bij nieuwe ontwikkelingen dat hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt. Dat betekent dat het moet worden vastgehouden en indien mogelijk geïnfiltreerd in de bodem. Het lozen van hemelwater op openbaar riool of de openbare weg mag alleen als redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de bergingseis. In onderstaande tabel zijn de eisen weergegeven zoals deze zijn afgestemd door de opdrachtgever met de gemeente.

Uitgangspunten en eisen gemeente Wijchen

Overige uitgangspunten: Hemelwater dient in principe volledig op eigen perceel te worden verwerkt (geborgen en geïnfiltreerd). Er mag geen hemelwater buiten het plangebied (perceel) tot afstroming komen. Hemelwater mag wel tijdelijk op het terrein (tuin/straat) komen te staan maar niet in gebouwen terecht komen. 5.12.5 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik.

40

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan In het plan worden er geen aanpassingen gemaakt aan het bestaande watersysteem. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en de waterhuishouding heeft geen nadelige gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling. 5.12.6 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater moet zo mogelijk verbeterd worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en een verbetering van de doorstroming.

Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden moeten behouden worden of verder ontwikkeld worden door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Verontreiniging van hemelwater afkomstig van het dak wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Hierdoor wordt vervuiling van oppervlaktewater voorkomen. Voor de afvoer van afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op het openbare gemengde rioolsysteem. Er worden geen waterpartijen aangelegd of aangepast. Voor het afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op de openbare riolering. Voor het hemelwater wordt een tussenkomst van wadi's en infiltratiekratten gebruikt om hemelwater binnen het plangebied te bergen en verwerken.

5.12.7 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Er moet gekomen worden tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Ook is het uitgangspunt dat water bij hevige neerslag niet in de bebouwing terecht

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

41

komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. Gevolgen van/voor het plan In onderstaande paragraaf is het aspect waterberging verder toegelicht. Er vindt geen grondwateronttrekking plaats. Bij extreme buien, die vaker kunnen ontstaan door klimaatverandering, is er voldoende afwatering naar het eerdergenoemde wadi's en infiltratiekratten, die nader toegelicht wordt in paragraaf 5.12.8. 5.12.8 Waterberging De benodigde totale waterberging binnen het plangebied is berekend volgens Buishand & Veld bij een T=5+10% situatie.

Rekening houdend met een totaal afvoerend verhard oppervlak van 3.169 m² (noot: dit oppervlak is verdergaand gereduceerd tot 3.084 m² in het naar aanlelding van zienswijzen aangepaste inrichtingsplan), bedraagt de totale statische waterbergingsopgave 74 m³. Deze berging wordt binnen het plangebied gevonden in een combinatie van maatregelen met een statische en dynamische berging. De gemeente Wijchen geeft de voorkeur aan oppervlakkige en zichtbare verwerking van het hemelwater. Waar dit niet mogelijk is, of waar redelijkerwijs geen ruimte is, ligt de voorkeur op ondergrondse en infiltrerende voorzieningen. Binnen het plangebied wordt gewerkt met ondergrondse infiltrerende voorzieningen zoals infiltratiekratten, welke tevens een bergingscapaciteit hebben van 95% van het totaalvolume. Deze vangen regenwater op en infiltreren het tegelijkertijd (vertraagd) in de bodem. Daarnaast wordt er gewerkt met oppervlakkige berging in wadi's, zie tabel 4.1. Aan de noordzijde van het plangebied zijn twee wadi's voorzien. In deze wadi's wordt hoofdzakelijk het hemelwater vanaf de bestrating aan de noordzijde opgevangen en deels geïnfiltreerd in de bodem. Het totale beoogde oppervlak van de wadi's is 122 m² met een diepte van 0,50 m-mv. De maximale peilopzet in de wadi's is 0,40 m. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een rijbaan met daaronder de infiltratiekratten aangelegd.

In deze kratten wordt hemelwater geborgen vanaf het oppervlak van de parkeerplaats, vanaf de binnentuin en het dakoppervlak van het nieuw te bouwen gebouw. De toevoeren naar de infiltratiekratten worden uitgerust met bladvangers en zandvangers om vervuiling van de voorziening te voorkomen.

42

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Schetsontwerp watersysteem

De wadi's en de infiltratiekratten worden ondergronds met elkaar (middels een slokop) verbonden. Zo functioneert het als één hemelwaterberging- en infiltratiesysteem en kan tijdens neerslagsituaties gebruik gemaakt worden van de volledige capaciteit van het systeem.

Overzicht bergende en infiltrerende maatregelen De totale ledigingstijd van het systeem bedraagt in deze opstelling ca. 8 uur. Na deze tijd is het volledige systeem weer in staat om eenzelfde T=5+10% bui te bergen.

Wijze van afwatering Het hemelwater wat valt binnen het plangebied tijdens een T=5+10% bui wordt volledig binnen het plangebied geborgen en verwerkt. De verharde oppervlakken wateren oppervlakkig af richting de wadi's en naar de infiltratievoorziening. Waar nodig gebeurt dit ondergronds. Afwatering vanaf de verharde oppervlakken van de binnentuin aan de achterzijde van het gebouw vindt ondergronds plaats. Dit oppervlak wordt aangesloten op de infiltratievoorziening. Het hemelwater vanaf het dakoppervlak wordt deels opgevangen in de wadi's en deels direct in de infiltratievoorziening. Waar mogelijk

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

43

gebeurt dit oppervlakkig. Hemelwater wat binnen het plangebied valt tijdens een bui >T=5+10% hoeft volgens de uitgangspunten van de gemeente niet geborgen en verwerkt te worden. Bij een dergelijke situatie mag water op het maaiveld komen te staan, waarbij het niet de bebouwing in mag stromen. Daarnaast is het een vereiste van de gemeente dat dit water niet tot afstroming mag komen naar het omliggende gebied waar het voor overlast kan zorgen. Daarom wordt geadviseerd om de beoogde rijbaan en parkeerplaatsen verdiept uit te voeren (ca. -0,20 m) ten opzichte van het maaiveld binnen het plangebied en de looppaden. Tijdens hevige regenval kan het exces aan hemelwater zich hier verzamelen en blijft het binnen het plangebied waarbij overlast in de omgeving voorkomen wordt.

Overige randvoorwaarden Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform beleid gemeente en waterschap.

Vuilwater Het vuilwater wordt aangesloten op de gemeentelijke vuilwaterriolering welke aanwezig is rondom het plangebied. De aansluiting en aansluitlocatie op het huidige systeem zijn in deze fase nog niet bekend en zullen in de verdere planuitwerking nader uitgewerkt worden.

Grondwater De GHG is ingeschat op NAP +6,40 m, ofwel ca. 1,40 m-mv. Daarmee is de ontwateringsdiepte voldoende voor het realiseren van de geplande bebouwing indien deze zonder kelder gebouwd wordt. Wanneer de wadi's van een geschikte toplaag worden voorzien, is infiltratie in de ondergrond mogelijk gezien de bodemopbouw. De ontwikkelingen van het plangebied zijn grondwaterneutraal en hebben geen nadelige gevolgen voor het grondwater. Bij graaf- en bouwwerkzaamheden dieper dan de GHG wordt bemaling nodig geacht om de werkzaamheden in den droge te kunnen uitvoeren. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Oppervlaktewater Binnen en rondom het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook is het aanleggen van oppervlaktewater binnen het plangebied niet beoogd. 5.12.9 Gezondheid en veiligheid Waterveiligheid Binnen het plangebied is een kleine (1x/1000 jaar) tot bijzonder kleine (1x/100.000 jaar) kans op overstromingen. De maximale waterdiepte die bereikt wordt bij een dergelijke overstroming is 2,0 m ter hoogte van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Om intredend water vanbuiten het plangebied te voorkomen wordt geadviseerd om het gehele maaiveld binnen het plangebied hoger aan te leggen dan het wegpeil van de Veenhof en een drempel toe passen bij de in- en uitrit aan de zuidoostelijke zijde van het plangebied met een hoogte van ca. NAP +7,95 m.

44

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Om intredend water ook bij de bebouwing te voorkomen vanuit zowel het plangebied zelf als vanaf de Veenhof, wordt geadviseerd om het vloerpeil van de toekomstige bebouwing +0,30 m ten opzichte van het wegpeil van de Veenhof te leggen (ca. NAP +8,20 m). 5.12.10 Conclusie Het aspect waterhuishouding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Met het planvoornemen worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan die een negatief effect hebben. 5.12.11 Overleg met de waterbeheerder Formeel overleg met de Waterschap Rivierenland in het kader van de watertoets is volgens de nieuwe beleidslijn van het Waterschap verplicht indien toename verharding > 500 m2 (stedelijk gebied) en >1500 m2 (landelijk gebied). Hierop volgt een wateradvies van de waterbeheerder. Het advies van de waterbeheerder dient in de waterparagraaf te worden opgenomen. In overige gevallen kan het ruimtelijke plan (i.c. waterparagraaf) ter kennisneming worden toegezonden aan het waterschap. Er is een digitale watertoets uitgevoerd. Uitkomst van deze watertoets is dat het Waterschap Rivierenland een normale watertoetsprocedure zal afronden middels regulier overleg met de gemeente.

5.13

Bezonningsstudie

Binnen Nederland zijn er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Wel bestaan er de zogenaamde ‘lichte’ en ‘strenge’ TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Ter plaatse van de vervangende nieuwbouw wordt de (mate van) schaduw op de omliggende woningen vooral bepaald door de bestaande bomen die in de straat aanwezig zijn. Daarin zal niets veranderen. De effecten van zon en schaduw in de bestaande situatie zijn weergegeven in Bijlage 13 Bezonningsstudie bestaand bomenbestand bij deze toelichting. Doordat de nieuwbouw hoger is voorzien dan de bestaande bebouwing, zal deze wel beperkt schaduw gaan werpen op de omgeving gedurende enkele momenten van de dag, vooral bij lagere zonnestanden. Dit wordt geïllustreerd in Bijlage 13 Bezonningsstudie bestaand bomenbestand. Evenwel zal de beschaduwing altijd gedurende een relatief kort deel van de dag plaatsvinden op voorgevels van omliggende woningen, waarbij ruimschoots aan voornoemde TNO-norm kan zal worden voldaan.

Daarmee is op dit aspect een goed woon- en leefklimaat aangetoond.

5.14

MER beoordeling

Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

45

soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). De activiteit die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Met het planvoornemen wordt de woningbouw van 54 woonzorgeenheden mogelijk gemaakt. Gezien de kenmerken van dit plan, betreft dit geen 'stedelijk ontwikkelingsproject' in het kader van het Besluit milieueffectrapportage, omdat: het plangebied in de stedelijk gebied van Wijchen ligt en het niet bouwen van woningen in het buitengebied betreft; het plangebied al bestemd is met de bestemmingen voor stedelijk gebied; het plangebied momenteel al bouwvlakken en bouwmogelijkheden heeft. Er is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden.

De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden is. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd kan (maar niet hoeft te) worden. In bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectenbeoordeling is een aantal beoordelingscriteria opgenomen.

Planbeoordeling (conform bijlage III EEG-richtlijn) Kenmerken van het project De realisatie van de zorgwoningen en de gebiedstransformatie van een bestaande school is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een kleine gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen. Plaats van het project De gronden zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Wijchen, aan de Veenhof in een woonwijk. De gronden zijn al bebouwd en verhard.

Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Realisatie van het plan heeft geen relevante / significante effecten op bodem, waterhuishouding, verkeersaantrekkende werking luchtkwaliteit, bedrijfshinder en externe veiligheid. Dit geldt ook voor het aspect flora en fauna. Dit blijkt uit de vorenstaande verantwoording die in dit bestemmingsplan is vervat. Het plangebied ligt op voldoende afstand van Natura 2000 (Uiterwaarden Waal) en het Gelders NatuurNetwerk en zal geen relevante / significante invloed op deze gebieden hebben, zo blijkt uit de stikstoftoets. De resultaten uit de milieuonderzoeken leveren geen belemmering op voor de beoogde woningbouw.

46

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische regeling

Algemene plansytematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.

6.2

De bestemmingen

In dit bestemmingsplan is één bestemming opgenomen, te weten de bestemming "Maatschappelijk". De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van woonzorgeenheden; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, terreinen, beplanting, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ' maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; het aantal woonzorgeenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woonzorgeenheden' is aangegeven;

In de regels is een artikel opgenomen voor het afwijken van de bouwregels. Dit kan alleen met een omgevingsvergunning, waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: a. b. c. d. e.

de goothoogte bedraagt niet meer dan 2,5 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m; de bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 20 m² per gebouw; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen.

Het is niet toegestaan om de gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. Hieronder wordt in ieder geval begrepen: als zelfstandige woningen /wooneenheden;

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

47

48

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 7.1

Economische aanvaardbaarheid

De economische uitvoerbaarheid komt geheel voor het risico van de initiatiefnemers, het plan kan voldoende haalbaar worden geacht. De plan- en procedurekosten voor dit bestemmingsplan worden door de initiatiefnemers voldaan. Tussen de gemeente Wijchen en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten, voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

7.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Vooroverleg Het ontwerp bestemmingsplan is voor vooroverleg voorgelegd aan Waterschap Rivierenland. Er is geen reactie ontvangen. Het plan is niet voorgelegd aan provincie Gelderland. Dit namelijk volgens het beleid van provincie Gelderland voor dit plan niet nodig.

Omgevingsdialoog Hierna is een verslag opgenomen van het participatieproces nieuwbouw Veenhof.

Doel participatieproces: Informeren en op onderdelen raadplegen omwonenden In het door initiatiefnemer Talis opgestelde participatieplan is beschreven dat Talis zich richt op het informeren van omwonenden (zie Bijlage 15 Participatie, bijlage 1). Dit door bijeenkomsten en (nieuws-)brieven. Zij kunnen tijdens deze bijeenkomsten hun mening geven over de plannen, vragen stellen en eventuele zorgen delen. Transparantie vindt Talis één van de belangrijkste uitgangspunten. Talis schrijft daarover: We zijn helder over wat wel en niet kan, over het hoe en waarom. Een aantal uitganspunten staat al vast, en voor een aantal zaken is ruimte om mee te denken. Voor de verdieping van deze zaken gaan we in gesprek met een afvaardiging van omwonenden (klankbordgroep). Stand van zaken participatie omwonenden Veenhof De afgelopen periode zijn de direct omwonenden en buurtbewoners geïnformeerd over de plannen. Via bijeenkomsten en de klankbordgroep kon men de mening delen, vragen stellen en zorgen en opmerkingen meegeven. De klankbordgroep is gevraagd om over een aantal specifieke zaken mee te denken. Tijdens de informatiebijeenkomst op 5 juni 2023 is de conclusie getrokken dat ZZG en Talis bij de nieuwbouw aan sommige wensen van de klankbordgroep tegemoet kunnen komen.

Denk hierbij aan groen, behoud bestaande bomen in het openbaar gebied, duurzaamheid, aansluiten bij de architectuur van omgeving. Overall blijkt echter dat de visie van Talis en ZZG en de visie van de meeste van de tijdens de bijeenkomst aanwezige omwonenden ver uitéén lopen. Het is niet gelukt tijdens de afgelopen periode dichter bij elkaar te komen. Het participatieproces heeft helaas niet opgeleverd dat er (meer) draagvlak is bij de bij de bijeenkomst aanwezige omwonenden voor de nieuwbouw. De klankbordgroep is opgeheven. Talis en ZZG blijven de omwonenden en de buurt op de hoogte houden van de plannen. Dit doen we onder andere via de projectwebsite talis.nl/veenhof en waar van toepassing via

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

49

bijeenkomsten en/of huis-aan-huis communicatie. In het vervolg van dit onderdeel vindt u het verloop van het participatieproces in de periode 30 maart 2022 tot en met september 2023. Verloop participatieproces 30 maart 2022: Inloopavond nieuwbouw Veenhof voor omwonenden Tijdens een inloopavond presenteren Talis en ZZG aan omwonenden het voornemen om nieuwbouw te realiseren op de voormalige schoollocatie in Veenhof. Op borden zijn diverse aspecten van de nieuwbouw te zien, variërend van een onderbouwing van de maatschappelijke behoefte tot thematische kaarten, zoals parkeren. Ook schetsen van het ontwerp worden getoond. Deze schetsen zijn al eerder gedeeld met de gemeente en vormen de basis voor het besluit van het college om principemedewerking te verlenen aan de nieuwbouw. De avond wordt druk bezocht. Naar schatting 50 mensen lopen langs de informatieborden en krijgen daar een toelichting van de architect en mensen van ZZG en Talis. Omwonenden geven vragen en opmerkingen door. De aanwezigen krijgen de toezegging dat ze daar snel, uiterlijk een maand na de inloopavond, antwoorden op krijgen. April - najaar 2022: Participatie door Talis en ZZG tijdelijk on-hold Deze toezegging kunnen ZZG en Talis helaas niet waarmaken. Dit komt doordat er na de bijeenkomst bilaterale gesprekken ontstaan tussen de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) en een groep omwonenden.

Daarnaast voerden de gemeente en ZZG en Talis gesprekken over de manier waarop het participatieproces wordt vervolgd. Er werd door ZZG en Talis een participatieplan opgesteld. Dit is met de gemeente besproken en in het najaar 2022 kon het proces vervolgd worden. 7 november 2022: Participatieplan wordt gedeeld met omwonenden ZZG en Talis hebben het participatieplan verspreid onder ca. 80 omwonenden. In de begeleidende brief (Bijlage 16 Participatie, bijlage 2) hebben we omwonenden gevraagd om actief met ons mee te denken over de nieuwbouw. Dit kunnen ze doen door deel te nemen aan de klankbordgroep. Aanmelden is mogelijk tot 18 november 2022. Op die datum hebben we helaas nog geen aanmeldingen ontvangen. 15 november 2022: Contact Talis & Buurtcomité Talis heeft in het najaar de rol van ZZG als 'trekker' van het project overgenomen. Op 15 november is er telefonisch contact tussen de wijkadviseur van Talis en een vertegenwoordiger van het buurtcomité dat inmiddels door omwonenden is opgericht. In dat gesprek vraagt het buurtcomité om een overleg met Talis. 29 november 2022: Overleg Buurtcomité en Talis Dit gesprek leidt er onder andere toe dat twee vertegenwoordigers van het buurtcomité aangeven deel te willen nemen aan de klankbordgroep. 29 november 2022 - eind 2022: Vorming Klankbordgroep Vanuit het naastgelegen complex meldt een derde persoon zich aan voor de klankbordgroep.

Ook sluiten twee medewerkers van Dichterbij, de zorginstelling die eigenaar is van de woonvorm die naast de schoollocatie ligt, zich aan bij de klankbordgroep. Zij vertegenwoordigen de bewoners van deze locatie. Bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep zijn altijd vertegenwoordigers van Talis en ZZG aanwezig. Vanuit Talis zijn dat de wijkadviseur, die voorzitter is van bijeenkomsten, en de projectmanager. Namens ZZG is de manager van de Weegbree locatie aanwezig en naast hem meestal ook de ontwikkelmanager. De gemeente was, via de projectleider, altijd aanwezig bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep m.u.v. de eerste keer. 10 januari 2023: Eerste bijeenkomst Klankbordgroep

50

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

De bovengenoemde drie omwonenden waren aanwezig. De twee medewerkers van Dichterbij waren verhinderd voor de eerste bijeenkomst. Wèl aanwezig was een vertegenwoordiger van de Leefbaarheidsgroep Woezik. Zijn aanwezigheid bleef beperkt tot deze ene keer. 10 januari - 23 mei 2023: In totaal vijf bijeenkomsten klankbordgroep Tijdens iedere bijeenkomst van de klankbordgroep staan één of meer thema's centraal. Dit zijn: - parkeren en verkeer - massa en architectuur - het ontwerp in relatie tot de omgeving (o.a. schaduw) - het tuinontwerp (en te rooien c.q. aan te planten bomen) en flora en fauna Van iedere bijeenkomst is verslag gemaakt door een secretaresse van Talis. De verslagen zijn in de klankbordgroep besproken en uiteindelijk definitief en unaniem vastgesteld. De verslagen zijn bijgevoegd als Bijlage 17 Participatie, bijlage 3.Twee bijeenkomsten met de klankbordgroep lichten we uitgebreider toe: Twee bijeenkomsten met de klankbordgroep lichten we uitgebreider toe: 25 april 2023: Presentatie alternatief plan omwonenden en planning door ZZG en Talis De vierde bijeenkomst staat voornamelijk in het teken van een alternatief plan dat door de omwonenden is gemaakt. De twee vertegenwoordigers van het buurtcomité presenteren dit plan. Zij geven argumenten waarom ze dit een beter plan vinden dan het plan van ZZG en Talis.

Dit plan hebben zij samen met ongeveer 30 andere omwonenden voorbereid. Tijdens deze bijeenkomst delen ZZG en Talis ook een planning van het project. Hierin zit onder andere de procedure tot wijziging van het bestemmingsplan. 23 mei 2023: Reactie ZZG en Talis op het alternatieve plan omwonenden Tijdens deze vijfde en laatste bijeenkomst van de klankbordgroep reageren ZZG en Talis punt voor punt op het alternatieve plan, en ook op de argumenten van de omwonenden voor dit plan. Op deze bijeenkomst wordt ook vooruitgeblikt naar de informatiebijeenkomst voor de hele buurt op 5 juni 2023. 5 juni 2023: Informatiebijeenkomst buurt De bijeenkomst is zeer goed bezocht. Ongeveer 45 omwonenden en andere geïnteresseerden zijn aanwezig. De bijeenkomst wordt voorgezeten door een externe voorzitter. Vertegenwoordigers, inclusief afvaardiging vanuit bestuur en directie, van Talis en ZZG zijn aanwezig. Wethouder Gerrits en ambtenaren van de gemeente zijn aanwezig als toehoorder. De directeur van ZZG beklemtoont in zijn presentatie de maatschappelijke opgave. De bestuurder van Talis licht toe waarom Talis is ingestapt als vastgoed partner van ZZG. De projectmanager van Talis gaat in op het ontwerp en op hetgeen in de klankbordgroep aan de orde is geweest.

Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt (zie Bijlage 18 Participatie, bijlage 4), dat op 25 juli 2023 via mail is gedeeld met de leden van de klankbordgroep. In dezelfde mail zijn de leden bedankt voor hun bijdrage en inspanning in de klankbordgroep-bijeenkomsten. De klankbordgroep is opgeheven. Week van 18 september 2023: Verspreiding informatiefolder buurt over plannen en planning Talis heeft een projectwebsite gemaakt waarmee we de buurt informeren over de ontwikkelingen van het project. Ruim 400 adressen in en rond de wijk Veenhof ontvangen midden september huis-aan-huis een informatiefolder (Bijlage 19 Participatie, bijlage 5). Daarin wordt kort uitgelegd wat de plannen zijn, wat de planning is en wordt voor meer informatie doorverwezen naar de website talis.nl/veenhof. Op deze website zijn onder andere ook de presentatie en het verslag van de informatiebijeenkomst te vinden.

Zienswijzen

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

51

Naar aanleiding van de zienswijzenprocedure en de daar opvolgende overleggen en afstemming met de dorpsbouwmeester, Commissie Omgevingskwaliteit gemeente Wijchen en Geldersch Genootschap over de vormgeving en situering van het gebouw in relatie tot de zienswijzen, is het stedenbouwkundige plan en het bouwplan aangepast en is tenslotte ook het terreinplan verder geoptimaliseerd en aangepast aan de besproken optimalisaties. Daarbij is het aandeel groen vergroot, het gebouw meer compact gemaakt, qua architectuur beter ingepast en is de footprint van het gebouw verkleind en de afstand tot belendende straten vergroot. Deze aanpassingen zijn in deze toelichting verwerkt en visueel gemaakt in Bijlage 1 Terreininrichtingsplan en Bijlage 2 Bouwplan, schetsontwerp bij deze toelichting. Over deze aangepaste plannen heeft de Commissie Ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen geadviseerd. Deze adviezen zijn als Bijlage 20 Advies GG 6-11-2024 en Bijlage 21 Advies GG maart 2025 toegevoegd bij deze toelichting. Uiteindelijk is er in maart 2025 een positief advies afgegeven. Deze aanpassingen en ook andere aanpassingen zijn nader toegelicht en gemotiveerd in relatie tot de ingediende zienswijzen. De zienswijzenbeantwoording is opgenomen als Bijlage 22 Zienswijzennota.

Naar aanleiding van de zienswijzenbeantwoording en de optimalisatie van het stedenbouwkundige plan, het terreininrichtingsplan en het bouwplan wordt het ontwerp bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, waarbij de juridische wijziging is doorgevoerd door aanpassing van de verbeelding (het bouwvlak is van de woningen af verschoven en meer compact gemaakt) en aanpassing van de regels en toelichting aan de hand van de in de zienswijzennota benoemde aanpassingen.

52

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=043977ff-4704-4a68-93a6-0b4239309731