CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Beschermd Wonen Veenhof_Toelichting_1

Raad openbaar Wijchen 25 september 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 146826 Beslisnota raad vaststellen bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof16.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.NRDVeenhof1712-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

9 mei 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 6 6 7

Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Plangebied

9

2.1 2.2

Omgeving van het plangebied Huidige situatie

9 9

Hoofdstuk 3 Planvoornemen

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Herontwikkeling Voorlopig ontwerp bouwplan Doelgroep Parkeervoorzieningen

13 13 14 15

3.5

Afwijking geldend bestemmingsplan

16

Hoofdstuk 4 Beleidskaders

17

4.1 4.2 4.3 4.4

17 18 20 21

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

25

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

25 25 25 27 28 28 29 31 33 35 36 37 45 45

Bedrijven- en milieuzonering Geluid Externe veiligheid Bodem Geur Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Archeologie Cultuurhistorie Leidingen Water Bezonningsstudie MER beoordeling

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

3

Hoofdstuk 6 Juridische regeling

47

6.1 6.2

47 47

Algemene plansytematiek De bestemmingen

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid

49

7.1 7.2

49 49

Economische aanvaardbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Toelichting

4

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding voor het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan is het voornemen om aan de Veenhof 1712 in Wijchen een nieuw appartementengebouw ten behoeve van zorgwonen te realiseren. Hierbij wordt de bestaande, verouderde, basisschool op de locatie gesloopt. Het appartementengebouw bestaat uit 54 woonzorg-eenheden voor zorgwonen voor ouderen. Dit betreft weliswaar een locatie met een maatschappelijke bestemming, maar de bouwbepalingen en gebruiksbepalingen komen op onderdelen niet overeen met de gewenste ontwikkeling. Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Veenhof in het stedelijk gebied van Wijchen en omvat het kadastrale perceel Wijchen, sectie L, nummer 1817.

Globale ligging plangebied (bron: kadviewer.map5.nl)

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5

Globale begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Aanpak

De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De voorliggende toelichting maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Beschermd Wonen Veenhof' en vormt de onderbouwing van het initiatief.

1.4

Geldend bestemmingsplan

De planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Wijchen Noord' (vastgesteld, 10 november 2011). In dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd als 'Maatschappelijk'. Er is een bouwvlak opgenomen voor het plangebied. Voor het bouwvlak geldt een maximale nokhoogte van 8 meter en een maximale goothoogte van 3,5 meter. Naast deze enkelbestemming is de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied' opgenomen. Het plangebied is niet in het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen opgenomen. Dit betekent dat er geen dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' is opgenomen.

6

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Fragment verbeelding 'Wijchen Noord'

1.5

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief en is als volgt opgebouwd: in Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in Hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in Hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in Hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in Hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod en worden tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

7

8

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied

Omgeving van het plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Veenhof. Deze wijk ligt ten noorden van de Randweg Noord, tussen de Vogeltjeswijk en de Saltshof. De wijk is gerealiseerd in de jaren '70 van de vorige eeuw en bestaat vooral uit grondgebonden woningen, zowel twee-aaneengebouwd als rijenwoningen. Aan de zuidzijde van de wijk zijn meerdere grote vrijstaande woningen gesitueerd. Verkeerskundig wordt de Veenhof ontsloten door twee verkeersassen. Aan de zuidkant van de wijk wordt de ontsluiting gevormd door de Randweg Noord. Aan de noordzijde wordt de Veenhof ontsloten door de Woeziksestraat, die aansluit op de Schoenaker. Via de Schoenaker kan men de snelwegen ten noorden van Wijchen bereiken.

Ligging van het plangebied binnen het stedelijk gebied van Wijchen (bron: Slagboom&Peeters)

2.2

Huidige situatie

In de huidige situatie is op de locatie een voormalige basisschool gesitueerd. De oorspronkelijke Paschalisschool wordt nu anti-kraak bewoond en heeft geen maatschappelijke functie meer. Het gebouw bestaat uit een bouwlaag met een kap. Op het (voormalige) speelterrein zijn diverse bijgebouwen gesitueerd ten behoeve van opslag. Aan de oostzijde van het perceel zijn diverse parkeerplaatsen gesitueerd. Verspreid over het perceel staan diverse loof- en naaldbomen. De locatie wordt alzijdig omgeven door straten met straatparkeren en parkzones met fietspad. Hierdoor is de bebouwing alzijdig zichtbaar, ook in de nieuwe situatie. Ook is er hierdoor tussen het te ontwikkelen plangebied en omliggende functies reeds enige open en

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

9

onbebouwde ruimte aanwezig, die als zodanig behouden blijft.

Obliek van de planlocatie vanaf het zuiden (bron: Slagboom en Peeters)

Foto's van de planlocatie (speelterrein en schoolgebouw)

10

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Planlocatie bestaande situatie

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

11

12

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 3 3.1

Planvoornemen

Herontwikkeling

Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een appartementencomplex voor zorgwonen. Er worden 54 woonzorgeenheden gerealiseerd. Het betreft woonzorgeenheden, dit betekent dat zelfstandige bewoning niet is toegestaan. Bewoners hebben een indicatie nodig voor intensieve ouderenzorg. Het gebouw bestaat uit 6 groepen van 9 woonzorgeenheden. Per groep wordt een gemeenschappelijke huiskamer gerealiseerd. Daarnaast krijgt het complex een buurtplein (inpandig) en een gemeenschappelijke buitenruimte. Voor parkeren wordt geheel op het terrein voorzien in nieuwe parkeerplaatsen.

3.2

Voorlopig ontwerp bouwplan

Er is voor de locatie een bouwplan uitgewerkt, dat naar aanleiding van participatie, reacties van de Dorpsbouwmeester en de zienswijzenprocedure bij het bestemmingsplan is aangepast. Onderstaande afbeelding geeft de gewenste bebouwing en terreinindeling weer (zie ook Bijlage 1 Terreininrichtingsplan bij deze plantoelichting).

Terreinplan Het nieuwe appartementengebouw met woonzorgeenheden zal bestaan uit 3 woonlagen. De woonzorgeenheden krijgen een oppervlakte van circa 42m2 . De totale footprint van het gebouw zal (in 3 bouwlagen, circa 1.540 m2 bedragen. Het bouwplan is opgenomen in Bijlage 2 Bouwplan, schetsontwerp bij

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

13

deze plantoelichting. Het gebouw is op deze locatie alzijdig gericht met voorkanten naar de omgeving. Het bestaande bomenkader geeft een robuuste en groene omlijsting van de bebouwing en maakt dat het straatbeeld op dit aspect niet wezenlijk zal wijzigen rond de nieuwbouw. De contour van het gebouw volgt ongeveer de grenzen van het nu bestemde bouwblok binnen de maatschappelijke bestemming, daar waar reeds bebouwing is toegestaan, waarbij wel aan de zijde van de buurtbewoners aan de noord- en oostkant van het plan de onbebouwde ruimte zo ruim mogelijk wordt aangehouden, door het gebouw maximaal te comprimeren (kleinere footprint en lengte en breedte verkleind) en in de zuidwestelijke hoek van het terrein te realiseren. Dit naar aanleiding van de omgevingsdialoog, zienswijzen en afstemming met de gemeentelijke Dorpsbouwmeester.

3d model van het nieuwe gebouw De bomen in de openbare ruimte blijven allemaal behouden. Ook de bomen op het terrein behoren tot het gemeentelijk groen. Randvoorwaarde die is gesteld aan de principemedewerking aan dit plan is dat er beginsel geen bomen worden gekapt. Als dit op het terrein niet realiseerbaar is, moet er worden onderbouwd waarom niet en hoe hier verder mee moet worden omgegaan. Op het terrein worden 9 bomen gekapt die niet handhaafbaar zijn in verband met het bouwplan, dat compact en centraal op het terrein wordt gerealiseerd, juist om de bomen in openbaar gebied, met ruime boomkronen, te kunnen behouden. In ieder geval geldt dat voor iedere gekapte boom, twee keer zoveel bomen moeten worden terug geplant. Dit zal voor de uitvoering in een landschapsplan worden meegenomen.

3.3

Doelgroep

De doelgroep voor de woonzorgeenheden in het nieuwe appartementencomplex zijn ouderen met een intensieve zorgvraag, voornamelijk dementiezorg maar ook somatische zorg. Hierbij geldt dat de bewoners een indicatie nodig hebben voor intensieve zorg. Zelfstandige bewoning is niet toegestaan in dit bestemmingsplan.

14

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

3.4

Parkeervoorzieningen

Bij de woonzorgeenheden moeten voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen gaan we uit van de Beleidsregels Parkeernormen Wijchen, vastgesteld op 15 juli 2024. In de beleidsregels zijn parkeernormen opgenomen, voor functies waarvoor geen normen zijn opgenomen wordt verwezen naar de CROW-publicatie 381, waarbij rekening moet worden gehouden met naar de stedelijkheid van de gemeente (CBS-code 3) en de ligging (voor de Veenhof: ‘rest bebouwde kom’). Het CROW hanteert in deze publicatie een bandbreedte voor de parkeerkencijfers, de gemeente Wijchen heeft de normen vastgesteld tussen de minimale waarde en het gemiddelde van de bandbreedte die het CROW aanhoudt. Voor een verpleeg- of verzorgingshuis geldt een parkeerkencijfer van 0,5 tot 0,7 per wooneenheid, inclusief het parkeren van werknemers en bezoek. De nieuwe norm wordt daarmee 0,55 (tussen het minimum 0,5 en het gemiddelde 0,6). Op basis van deze norm moeten voor 54 appartementen op basis van de norm in totaal 30 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de werknemers en bezoek. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het laden en lossen van leveranciers (zie ook nadere uitwerking in Bijlage 3 Notitie verkeersaspecten en paragraaf 5.8 bij deze toelichting.

Aan de voorkant (noordzijde) van het gebouw liggen nu in de huidige situatie 6 geoormerkte langsparkeerplaatsen (aangegeven met een bord P BSO) en 5 haakse parkeerplaatsen, naast het gebouw liggen aan de Veenhof 18 haakse parkeerplaatsen. Het plan voorziet in 7 haakse parkeerplaatsen voor het gebouw en 6 haakse parkeerplaatsen om de hoek. De bestaande zes geoormerkte langsparkeerplaatsen worden hier gecompenseerd. Aan de achterzijde, voor de woningen 1714 en 1716, zijn 20 nieuwe haaksparkeerplaatsen voorzien. Daarmee worden 33 parkeerplaatsen rond het plan gerealiseerd. Daarmee is er voldoende parkeerruimte rond het plan om de maximale parkeervraag van 30 parkeerplaatsen op werkdagen overdag op te vangen.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

15

Parkeerplan (7 noordzijde, 6 oostzijde en 20 zuidzijde)

3.5

Afwijking geldend bestemmingsplan

De planlocatie is in het geldend bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Maatschappelijk'. De op de plankaart voor "Maatschappelijk (M)" aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijk doeleinden; wonen; een en ander met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden. In het bestemmingsplan is aangegeven dat wonen alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "wo6". Deze aanduiding ligt niet op de planlocatie. Het planvoornemen, het oprichten van een appartementencomplex met 54 woonzorgeenheden, is conform deze bestemming niet geheel mogelijk. Zo is de bouwhoogtebepaling te eng. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het huidige bestemmingsplan te worden herzien.

16

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het Rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermingsgebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.

Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro heeft daarom geen consequenties voor het planvoornemen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening; ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per juli 2017 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De motivering duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 is een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden.

Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, de zogeheten Laddertoets. Voor woningbouwplannen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd indien deze stedelijke ontwikkeling ook 'nieuw' is. Het planvoornemen betreft een stedelijke ontwikkeling van 54

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

17

appartementen op een locatie die reeds bebouwd is en bestaand stedelijk gebied betreft. Netto vindt er geen toename van stedelijk gebied plaats binnen het plangebied. Hiermee is de planontwikkeling officieel niet Ladderplichtig volgens de ladder duurzame verstedelijking. Vanuit de Woonagenda Subregio Nijmegen en de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 wordt invulling gegeven aan de wens voor kleinschalige nieuwbouw in de kernen van de gemeente. Uit afspraken met de provincie Gelderland omtrent de primosprognose kan de gemeente Wijchen 800 nieuwe woningen bouwen. Lokale behoefte is hierin leidend. Plannen moeten in aantallen én programmering aansluiten bij de behoefte. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van het woningbouwproject is beperkt. Het project faciliteert voornamelijk voor inwoners uit het dorp Wijchen en de directe omgeving. In de gemeente Wijchen is sterke behoefte aan appartementen die geschikt zijn voor ouderen. De nieuwbouw zal gerealiseerd worden in een wijk waarin een trend van vergrijzing zichtbaar is. Deze trend en de vraag naar één- en tweepersoons woningen wordt ook benoemd in de Woonvisie Gemeente Wijchen. De gerealiseerde nieuwbouw maakt het mogelijk voor ouderen om in de buurt Veenhof te kunnen blijven wonen en de benodigde zorg te kunnen ontvangen. Gesteld kan worden dat het ruimtelijk verzorgingsgebied voornamelijk beperkt blijft tot Wijchen en omgeving.

Op basis van de Woonvisie Gemeente Wijchen 2025 en de trend van vergrijzing in het gebied kan er ook gesteld worden dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de criteria van de Laddertoets, en ligt het planvoornemen in lijn met het Bro. Bovenal maakt deze ontwikkeling deel uit van een omvangrijker programma om binnen Wijchen huisvesting voor dergelijke doelgroepen te vervangen en beter aan te laten sluiten bij de toekomstige zorgbehoefte. Qua aantallen zorgwoningen is dit dus niet zo zeer een netto toevoeging, maar deels ook een vervanging van bestaand contingent, dat gefaseerd wordt vervangen. De onderbouwing van de locatie blijkt ook uit de Woonzorgvisie, waarin is opgenomen dat er een vraag is naar deze functies en een behoefte aan vervangende nieuwbouw voor gedateerde locaties.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie van de provincie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie is op 1 maart 2019 in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is een structuurplan van de provincie Gelderland, met als doel een gaaf Gelderland te behouden en te ontwikkelen voor de toekomst. Daarbij staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. In de omgevingsvisie is een zevental ambities opgenomen. Deze omvatten, in grote lijnen, de volgende onderwerpen: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Circulaire economie: sluiten van kringlopen Biodiversiteit: werken met de natuur Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam

18

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: Woon- en leefomgeving Op het gebied van Woon- en leefomgeving hanteert de Provincie Gelderland de volgende kernbegrippen: dynamisch, divers en duurzaam. Binnen het hoofdstuk Woon- en leefomgeving is opgenomen dat de Provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hieruit vloeit de ambitie voort binnen Gelderland een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag te realiseren; voor ieder een passende, duurzame woning. De 54 woonzorgeenheden worden gerealiseerd voor de doelgroep van 60+, waarbij de appartementen als zorgwonen worden aangemerkt. Hierdoor speelt het planvoornemen in op de veranderende woningvraag in Gelderland door trends zoals vergrijzing. Ook voorziet het planvoornemen in een uitbreiding en vervanging van het zorgonenbod binnen stedelijk gebied. Het plangebied is verder niet gelegen binnen overige invloedssferen van de Omgevingsvisie. Gelet op vorenstaande is het planvoornemen in lijn met de woonvisie zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld door Provinciale Staten op 24 september 2014 en in werking getreden op 18 oktober 2014. Voorliggende ontwikkeling zal moeten voldoen aan de regels in de Omgevingsverordening.

De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen een Nationaal Landschap, de Romeinse Limes, de Groene Ontwikkelingszone (GO), het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Hollandse Waterlinie. De locatie maakt ook geen deel uit van een ganzenfoerageergebied of beschermingsgebied natte landnatuur. Wonen Voor het plangebied zijn de sectorale bepaling met betrekking tot nieuwe woonlocaties (artikel 2.2.1.1) van belang. Nieuwe woonlocaties kunnen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

19

Het vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de regio waarin de planlocatie is gelegen betreft de Woonagenda Regio Nijmegen 2018-2027. In paragraaf 4.1.3 is toegelicht hoe het voornemen binnen deze woonagenda past. Daarnaast is van belang dat het hier zorgwonen betreft en geen regulier wonen, waarbij bovendien sprake is van vervangende nieuwbouw voor bestaand aanbod (zie gemeentelijk woonzorg-beleid). Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het ruimtelijk voornemen past binnen de provinciale kaders die worden gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Woonagenda Subregio Nijmegen en Woondeal 2.0 In de Woondeal 2.0 hebben partijen het streven om 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030 toe te voegen; dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo’n 3.700 woningen per jaar. Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit. Deze plancapaciteit ligt geleidelijk boven 130% van de geambieerde nieuwbouw van 33.000 woningen. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte. Voor de gemeente Wijchen geldt de volgende opgave: Te realiserenwoningen bruto:

2.080

Netto plancapaciteit:

2.700

Woningen Sociale huur

540

Midden-huur

110

Betaalbare koop

460

Totaal:

1.110

Wijchen na 2027:

520

Elke gemeente heeft een eigen woonagenda of woonvisie vastgesteld of in afronding. In al deze visies is opgenomen welke lokale thema's er spelen en wat als kwaliteit wordt gezien. Veel thema's spelen binnen de gehele regio, maar het belang en de prioriteit die aan bepaalde thema's wordt gegeven kan per gemeente verschillen. Deze verschillen werken ook door in de woningbouwprogramma´s en de keuzes die daarin worden gemaakt. De gemeentelijke woonagenda's en –visies zijn vertaald in de subregionale woonagenda. De ambities van de Woonagenda Subregio Nijmegen en omstreken omvatten: Snel én verantwoord inspelen op woningbehoefte Diversiteit van het woonmilieu versterken Een duurzame en flexibele woningvoorraad Het planvoornemen voorziet voornamelijk in het realiseren van de eerste en tweede ambitie van de Woondeal Subregio Nijmegen. Door lokaal in te spelen op de woningbehoefte van de wijkbewoners wordt invulling gegeven aan de wens om voor de doelgroep van 60+ een zorgwoningaanbod te realiseren, dat zowel aansluit op de behoeften van deze doelgroep qua locatie als betaalbaar is. Hiermee past het plan binnen de ambities, die worden gesteld in de Woondeal Subregio Nijmegen. In de woondeal 2.0 zijn ook afspraken opgenomen over speciale doelgroepen. Een van deze doelgroepen is ouderen. Onderdeel hiervan is de opgave voor verpleegzorg.

In de woondeal 2.0 is opgenomen dat dat deze opgave verder regionaal en lokaal wordt uitgewerkt in de woonzorgvisies. De regionale woonzorgvisie is nog niet gereed. In de woonzorgvisie van de gemeente Wijchen is de behoefte aan locaties voor verpleegzorg al opgenomen.

20

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Strategisch Kompas Wijchen 2035 De volgende Werkafspraken uit het Strategisch Kompas Wijchen 2035 is voor onderhavig plan het meest relevant: 2.1 Woningbouwopgave en versnelling Een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2% in 2030. Daarom zetten we conform de provinciaal bestuurlijke afspraak in op de bouw van minimaal 33.000 woningen tot en met 2030 . En richting 2040 zo'n 55.000 woningen. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in 3 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost en 17.000 woningen in de 17 andere focusgebieden. Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo'n 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. Beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, en voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie 'meer landschap meer stad'. Doordat we vergrijzen en ontgroenen en individualiseren zijn er andere woningen en meer woningen nodig. Er is nu een tekort aan geschikte woningen om al deze huishoudens te kunnen huisvesten. Denk o.a.

aan meer starterswoningen voor jongeren, meer 1-persoonswoningen en meer levensloopbestendige woningen, meergeneratiewoningen, woonzorg-combinaties voor onder meer ouderen. Dit alles zowel in koop als huur. Flexibele woonvormen kunnen ook een uitkomst bieden. Denk aan tijdelijke woningen of woningen die aangepast kunnen worden, bijvoorbeeld van 2 kleine woningen 1 maken. Op dit moment zijn er, in vergelijking met gemiddeld in Nederland, weinig kleine woningen in de gemeente Wijchen aanwezig. Dit past bij de groeikern die Wijchen in een bepaalde periode is geweest. Maar dit betekent dat ons huidige aanbod niet goed aansluit bij de toekomstige ontwikkelingen naar meer éénpersoonshuishoudens. De opgave die er ligt heeft nadrukkelijk niet alleen betrekking op nieuwbouwwoningen maar ook op bestaande woningen en wijken. We hebben nu maar ook op de lange termijn een opgave als het gaat om het huisvesten van bijzondere doelgroepen zoals arbeidsmigranten, spoedzoekers (mensen waarvoor op zeer korte termijn huisvesting noodzakelijk is), vergunninghouders (statushouders) en kwetsbare groepen (uitstroom uit maatschappelijke opvang en jeugdhulp). Ons huidig woningaanbod is hiervoor niet passend en/of toereikend. En we moeten blijven aansluiten bij de (veranderende) vraag en dat in een moeilijke woningmarkt.

Het planvoornemen draagt bij aan het realiseren van verschillende ambities uit dit Strategisch Kompas Wijchen 2035. Zo wordt er met het planvoornemen bijgedragen aan de realisatie van een gedifferentieerd zorg-woningaanbod. Hiermee wordt ook de diversiteit van het woningmilieu vergroot. Het planvoornemen is hiermee in lijn. 4.4.2 Structuurvisie Wijchen Op 29 mei 2009 is de Structuurvisie Wijchen 2009 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van Wijchen. In deze structuurvisie worden de aspecten bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, wonen, bedrijvigheid, landbouw, recreatie, verkeer en milieu behandeld. Deze structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen voor een periode van tien jaar.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

21

De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De planlocatie maakt deel uit van de zone 'bestaand stedelijk gebied'. De Structuurvisie staat alleen nieuwe woningbouwlocaties toe, als er sprake is van kwaliteitsverbetering of transformatie. Dit geldt zowel voor Wijchen als voor de kleinere kernen. Ten aanzien van nieuwe woningbouwprojecten in het stedelijk gebied zal een zeer zorgvuldige afweging plaats moeten vinden. Bestaande kwaliteiten (zoals de groenstructuur en de essentiële open ruimtes rondom de woonkernen) mogen niet zomaar opgeofferd worden ten behoeve van woningbouw. Indien er sprake is van transformatie of herstructurering van bestaande locaties dan liggen er kansen voor nieuwe woningbouwprojecten. Binnen de Structuurvisie Wijchen wordt er tevens gesproken over een structurele aanpak van het tekort aan huisvesting voor jongeren, starters en ouderen op korte termijn door deze groepen voorrang te geven in de verschillende woningbouwprogramma's. Dit bestemmingsplan geeft een maatwerkinvulling binnen het gebied waar transformatie of herstructurering kan worden toegepast voor het realiseren van nieuwe zorgwoningen. Daarbij wordt de groenstructuur zo veel als mogelijk gespaard als bestaande waarde.

Het initiatief past daarmee binnen de Structuurvisie Wijchen. 4.4.3 Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een strategisch document dat de langetermijnambities van de gemeente Wijchen beschrijft voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het vormt een integraal kader voor beleid rond ruimte, wonen, mobiliteit, duurzaamheid, gezondheid, economie, natuur en erfgoed. De visie is richtinggevend voor toekomstige omgevingsplannen, beleidsprogramma's en projecten. De visie is opgebouwd rond vijf kernambities: a.

Een duurzame leefomgeving Wijchen streeft naar een klimaatneutrale gemeente in 2050. Belangrijke thema's zijn: b. Wonen voor iedereen Er is behoefte aan meer woningen voor verschillende doelgroepen (jongeren, ouderen, gezinnen). Belangrijke uitgangspunten zijn: " Toevoegen van betaalbare en passende woningen. " Inbreiding (bouwen binnen bestaande bebouwing) heeft de voorkeur boven uitbreiding. " Zorg voor kwaliteit van de leefomgeving, met aandacht voor groen, ontmoeting en veiligheid. c. Mobiliteit en bereikbaarheid d. Een sterke economie e. Behoud en versterking van het landschap en erfgoed De visie is opgesteld in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en regio's. Participatie wordt gezien als essentieel voor draagvlak en uitvoerbaarheid. De visie is richtinggevend, maar niet juridisch bindend. Concrete uitvoering vindt plaats via: - Beleidsprogramma's. - Herziening van het omgevingsplan. - Projectmatige gebiedsontwikkelingen. Voorliggend ontwikkeling past zowel binnen de huisvestingsdoelen uit de visie als binnen de stedelijke herstructurerings- en inbreidingsopgave. 4.4.4 Woonvisie Gemeente Wijchen 2024-2028 (vastgesteld 30 mei 2024) In de woonvisie wordt omschreven hoe we ons de komende jaren inzetten om prettig wonen voor iedereen mogelijk te maken. De visie richt zich op vijf ambities: 1. Een toekomstbestendige woningvoorraad.

Er wordt gewerkt aan de volgende deelambities:

22

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

2. Nieuwe woningen, passend bij de behoefte. 3. Versnellen door slim samenwerken en prioriteren. 4. Woonaanbod voor alle inwoners 5. Leefbare kernen en buurten. De gemeente vindt het belangrijk dat er aandacht is voor innovatie en vernieuwing in haar visie op wonen om in te spelen op de veranderende woningvraag in de komende jaren. Hierbij ziet de gemeente dat het aantal een- en tweepersoonshuishoudens de komende tijd toeneemt door trends zoals vergrijzing en de toename van alleenstaanden. Meer één- en tweepersoons huishoudens betekent een grotere vraag naar kleinere woningen, iets wat vooralsnog veel ontbreekt in de gemeente. De realisatie van 54 woonzorgeenheden voorziet in deze transitie naar een woningmarkt met kleinere woningen, bedoeld voor de doelgroep. Ook voorziet het plan in de woonbehoefte van mensen met een zorgvraag. Hiermee past het planvoornemen binnen de Woonvisie Gemeente Wijchen. 4.4.5 Woonzorgvisie Wijchen 2021-2025 De gemeente Wijchen heeft een Woonzorgvisie opgesteld voor de periode 2021-2025. Deze visie is opgesteld omdat nieuwbouw- of herontwikkelingsplannen voor woon/zorg locaties niet of moeilijk van de grond kwamen. Ook bleek er behoefte aan een duidelijk beleidskader en afwegingskader om richting te geven aan de opgave. Juist vanwege de grote urgentie om tot een passend aanbod te komen.

In opdracht van de gemeente is RuimteVisie met alle partijen aan de slag gegaan om een vervolgstap te zetten. Dat heeft geleid tot de Woonzorgvisie. Hiermee is de gemeente beter in staat om de grote opgave samen met de maatschappij aan te pakken. De locatie Veenhof wordt in deze visie specifiek benoemd. De vraag van inwoners naar geschikte woonruimte en goede zorg groeit de komende jaren sterk. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de sterke vergrijzing. In absolute zin is de opgave voor ouderen dan ook veruit het grootst. De zorgvraag neemt door het groeiende aantal ouderen toe, terwijl er steeds minder mantelzorgers per oudere beschikbaar zijn en de zwaarte van de mantelzorg toeneemt. Ook is er een toenemend tekort aan personeel in de zorg. Daarnaast voldoet het merendeel van het bestaande woonzorgvastgoed niet langer aan de eisen om goede zorg te leveren. Ook past dit vastgoed niet langer bij de woonwensen van de inwoners. Deze trends leiden tot een groeiende zorgvraag. Voor de oudere inwoners en voor de zorgaanbieders is het cruciaal dat ouderen in Wijchen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Dit vraagt om meer zorggeschikte woningen, beschutte woonvormen (met name appartementen), in de nabijheid van geschikte voorzieningen zijn (ontmoeting, dagbesteding, behandeling, etc.). Daarnaast is er urgentie in de vervangende nieuwbouw van de verpleeghuizen.

De verpleeghuizen uit het verleden voldoen niet meer aan de woonwensen, en wat nodig is om kwalitatief goede zorg te leveren. De urgentie voor nieuwbouw neemt dus toe. In de woonzorgvisie zijn negen uitgangspunten opgenomen. Voorliggend initiatief sluit vooral aan op uitgangspunt 4: Ontwikkelen passende woonzorg locaties De opgave is gericht op zowel verbeteren van de kwaliteit van de huisvesting als de uitbreiding of krimp van het aanbod. Uiteraard beiden passend bij de vraag van de inwoners. Vervangende nieuwbouw van woonzorgvastgoed (wonen met zorg) wordt gerealiseerd op locaties die passen bij de behoefte van de doelgroep (soms dichtbij voorzieningen; soms juist op een rustige locatie in de wijk). Indien mogelijk wordt bestaand (vrijkomend) (woonzorg)vastgoed hiervoor benut. De passende huisvesting voor de doelgroep ouderen heeft prioriteit. Dit is steeds groter wordende groep inwoners, waardoor de discrepantie tussen vraag en aanbod steeds groter dreigt te worden. Bovendien zit een aantal vastgoedprojecten al lange tijd in de pijplijn en is een aantal hiervan nog steeds onzeker. Het vraagt doorzettingskracht om deze projecten tijdig te realiseren. Zorginstellingen, corporaties en gemeente werken samen om de beschikbaarheid van geschikt vastgoed

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

23

(bestaand en nieuw) en geschikte ontwikkellocaties te borgen. Voorliggend initiatief voor het realiseren van 54 woonzorgeenheden sluit aan bij het bovenstaande. Er wordt passende huisvesting gerealiseerd voor ouderen, op een herontwikkelingslocatie. Het initiatief voldoet aan meerdere uitgangspunten van de Woonzorgvisie. Ook wordt de locatie voor deze ontwikkeling al specifiek genoemd in de Woonzorgvisie. 4.4.6 Mobiliteitsvisie Druten Wijchen, duurzaam onderweg tussen Maas en Waal' en Parkeervisie Wijchen 2024 De gemeentelijke Beleidsvisie is vastgesteld op 28 januari 2021 en schetst de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoersbeleid voor een periode van tien jaar. Een belangrijk aandachtsveld is het parkeren. In de parkeerbehoefte wordt voorzien door een passend aanbod van parkeerruimte. Parkeerbeleid Op donderdag 20 juni 2024 heeft de gemeenteraad besloten om in te stemmen met de geactualiseerde ‘Parkeervisie Wijchen’ met de daarin voorgestelde uitgangspunten voor het beleid: a. Visie: Het parkeerbeleid van Wijchen zet in op passende parkeercapaciteit voor inwoners en bezoekers enstimulering van duurzame mobiliteit door o.a. het faciliteren van goede voorzieningen voor de fiets, deelauto’s en elektrische auto’s. b. De aanpak van parkeerproblemen in de gemeente Wijchen volgens de B-B-B-B methode (Beïnvloeden-Benutten-Beheersen-Bouwen).

• De landelijk gehanteerde CROW parkeernormensystematiek van het landelijk onderzoeksinstituut CROW toe te passen op alle parkeernormen. Zowel voor auto’s als fietsen. c. In te zetten op klimaatadaptie door, waar mogelijk, gebruik te maken van half open verharding en parkeerplaatsen om te zetten in groenvoorzieningen. d. Regelingen voor bijzondere parkeerplaatsen: • algemene gehandicaptenparkeerplaatsen; • persoonlijke gehandicaptenparkeerplaatsen; • parkeren voor grote voertuigen; • deelauto’s; • elektrische auto’s. E.e.a. wordt vertaald in de beleidsregels parkeren die worden vastgesteld door het college. Naar aanleiding daarvan is in dit bestemmingsplan een dynamische verwijzing naar de ‘Beleidsregels parkeernormen Wijchen’ opgenomen. In paragraaf 5.8 wordt verder ingegaan op het bovenstaande.

24

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven- en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Voor het toetsen van deze ruimtelijke scheiding is de VNG-publicatie 'Handreiking Bedrijven- en milieuzonering' leidend. In deze publicatie zijn voor verschillende soorten bedrijven richtafstanden opgenomen betreffende geluid, geur, gevaar en stof. Het plan bestaat uit de oprichting van 54 woonzorgeenheden. Er is geen sprake van reguliere woningen, maar van een zorginstelling. Voor een verpleeghuis geldt een richtafstand van 30 meter tot wonen. Dit geldt ook voor het parkeerterrein ten behoeve van de zorglocatie, want dit maakt onderdeel uit van de functie. De richtafstand geldt vanaf de rand van het bestemmingsvlak Maatschappelijk. Op grond van de nota Geluidbeleid, kan een afstandsstap terug worden gemaakt tot een afstand van 10 meter omdat reeds sprak is van een gemengd gebied (maatschappelijk en wonen). Rond de maatschappelijke bestemming zijn de omliggende woonbestemmingen altijd op meer dan 10 meter afstand gelegen. Een (zorg-)woning is aan te merken als gevoelig object.

Daarom dient ter plekke van de te realiseren woonzorgeenheden een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd te worden. Bovendien mag het planvoornemen niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven. Op basis van het vigerende bestemmingsplan voor de locatie, zijn in de directe omgeving van het plangebied enkel woningen gesitueerd. Dit betekent dat er, vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, geen belemmeringen bestaan voor de realisatie van het project.

5.2

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidsgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. In of nabij de planlocatie zijn geen doorgaande wegen, spoorwegen of bedrijven gevestigd. Omliggende wegen zijn 30 km/uur wegen. Het initiatief van woonzorgeenheden veroorzaakt geen geluidshinder. Derhalve is het aspect "geluid" geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ter plaatse is een goed woon- en leefklimaat geborgd omdat er geen sterkere geluidbronnen in deze rustige woonwijk zijn gelegen. Bovendien zijn de straten rond de planlocatie alleen voor bestemmingsverkeer en is de verkeersintensiteit hier zeer laag, waardoor het woon- en leefklimaat wordt geborgd.

5.3

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijk besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

25

plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Middels een korte Quickscan is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. De Quickscan is nader toegelicht in de volgende paragraaf. 5.3.1 Quickscanexterne veiligheid Door Kragten is een Quickscan externe veiligheid uitgevoerd (Kragten, Quickscan externe veiligheid Veenhof Wijchen, 30 maart 2023, rapportnummer 20230330-POU039-RAP-EV 1.0). Deze Quickscan is bij deze toelichting gevoegd als Bijlage 4 Quickscan Externe veiligheid bij deze toelichting. Hieronder zijn de conclusies overgenomen. Transport over het water Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

De risico’s als gevolg van transport over het water vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Transport over de weg Het plangebied ligt op circa 620 meter afstand van de A326. Deze weg is niet opgenomen in het Basisnet. De PR10-6 risicocontour en het PAG vormen geen aandachtspunt, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van deze weg, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is. Deze is opgenomen in Bijlage 5 Standaard verantwoording Externe veiligheid bij deze toelichting. Transport over het spoor Het plangebied ligt op circa 850 meter afstand van de spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Nijmegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. De spoorlijn kent geen PR10-6 risicocontour en PAG, waardoor deze aspecten geen aandachtspunt vormen, evenals de hoogte van het groepsrisico. Op grond van de beleidsvisie ligt het plan binnen zone 3 van deze weg, waardoor een standaardverantwoording a van toepassing is. Deze is opgenomen in Bijlage 5 Standaard verantwoording Externe veiligheid bij deze toelichting. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding in de omgeving. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen belemmering voor de planvorming.

Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig waarvan het invloedsgebied tot aan het plangebied reikt. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. 5.3.2 Conclusie Op basis van de Quickscan externe veiligheid vormt het aspext externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan en kan worden volstaan met een standaardverantwoording a conform het gemeentelijk beleid..

26

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5.4

Bodem

Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Voor de ontwikkelingen is door Aelmans Eco een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (Aelmans Eco, Verkennend bodem- en asbestonderzoek Veenhof, 7 juni 2023, rapportnummer E230334.004/SBI). De conclusies van dit onderzoek zijn hieronder overgenomen. Het volledige onderzoek is bij deze toelichting gevoegd als Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek bij deze toelichting. 5.4.1 Resultaten verkennend bodemonderzoek Grond De boven- en ondergrond zijn analytisch onderzocht in de grondmengmonsters 1 t/m 4. Uit de analyseresultaten kan het navolgende worden geconcludeerd: Bovengrond In M1 overschrijdt de concentratie minerale olie de achtergrondwaarde (licht verontreinigd) (Bbk: indicatief ''industrie''); in MM2 overschrijdt de concentratie koper de achtergrondwaarde (licht verontreinigd) (Bbk: indicatief ''industrie''); in MM4 overschrijden geen van de onderzochte concentraties de achtergrondwaarden (Bbk: indicatief ''altijd toepasbaar''). Ondergrond In MM3 overschrijden geen van de onderzochte concentraties de achtergrondwaarden (Bbk: indicatief ''altijd toepasbaar''). Grondwater In het grondwater zijn overschrijdingen met barium en xylenen aangetroffen.

De aangetroffen concentraties overschrijden de streefwaarden, doch niet de interventiewaarden. De aangetroffen overschrijdingen worden veelvuldig in het ondiepe grondwater van Noord-Brabant en Gelderland aangetroffen. De aangetroffen overschrijdingen vormen derhalve geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn zintuiglijk geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetoond. Uit het analytisch asbestonderzoek blijkt, dat geen van de onderzochte concentraties aan asbest de detectiegrenzen overschrijden (<2 mg/kg ds).

Toetsing hypotheses Grond en grondwater De hypothese "onverdacht" wordt op basis van de onderzoeksresultaten verworpen. Echter de lichte verontreinigingen zijn van dien aard, dat ze geen belemmeringen veroorzaken voor de beoogde bestemmingsplanwijziging.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

27

Asbest Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek en het analytisch asbestonderzoek kan de hypothese "onverdacht" met betrekking tot asbest worden bevestigd.

Resumé Resumerend kan gesteld worden, dat ondanks de licht verhoogde concentraties in de bovengrond, deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Voor wat betreft de onderzoekslocatie, is er geen aanleiding om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek.

5.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderij in de gehele gemeente. Voor niet vergunningverplichte veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbeluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van zorgwoningen, zijnde geurgevoelige objecten. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van geuremissiebronnen, zo blijkt uit een quickscan op dit aspect. Een nadere toetsing is daarom niet nodig. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mens te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Wanneer een project aangeduid kan worden als 'Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging (NIBM), vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer een activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht. Voorliggend project betreft 54 woonzorgeenheden.

Hierdoor blijft het voornemen ruimschoots onder de grens van 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg, waardoor het planvoornemen aangemerkt kan worden als NIBM. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Onderhavige planontwikkeling is aan te merken als NIBM. Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente en het feit dat de ontwikkeling niet is gelegen bij knelpunten ten aanzien van de luchtkwaliteit, kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wmb. De

28

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Wmb staat derhalve de realisering van de woonzorgeenheden niet in de weg.

5.7

Natuur

Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is binnen de geldende natuurwetgeving. In de wetgeving op het gebied van natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden en beschermde soorten. 5.7.1 Beschermde gebieden Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het provinciaal natuurnetwerk (Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone). Het plangebied is op een afstand van ca. 6,5 km gelegen van Natura 2000 gebied ‘Rijntakken’. Daarnaast bevindt het plangebied zich op een afstand van meer dan 14 km tot overige Natura 2000 gebieden, zoals ‘Sint Jansberg’ en het Duitse ‘Vogelschutzgebiet ‘Unterer Niederrhein’ (zie onderstaande afbeelding).

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde Natura 2000-gebieden Als een (bouw)project significant negatieve effecten veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura2000-gebied als gevolg van stikstofemissie of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Om de gevolgen van het voornemen op omliggende Natura2000-gebieden inzichtelijk te maken, is er een notitie opgesteld (PouderoyenTonnaer, Notitie beoordeling stikstof, 24 maart 2025, projectnummer P230020) en een AERIUS-berekening uitgevoerd. Deze notitie is bijgevoegd als Bijlage 7 Notitie Stikstof bij deze toelichting. Conclusie realisatiefase Uit de berekening van de realisatiefase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Rekening houdend met voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de realisatiefase worden uitgesloten. Conclusie gebruiksfase Uit de berekening van de gebruiksfase volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Rekening houdend met

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

29

voorgaande conclusies kunnen significant nadelige effecten op Natura2000-gebieden ten gevolge van de gebruiksfase worden uitgesloten. 5.7.2 Beschermde soorten Ten behoeve van Soortenmanagementplan (SMP) Talis (Wijchen) is op 15 juni 2023 door de provincie Gelderland in ontwerp een ontheffing Wet natuurbescherming soortenbescherming verleend (zaaknummer 2023-001950). De ontheffing is verleend op 4-8-2023. In 2022 is door Talis voor 9 complexen voorzien, dat uitvoering onder het SMP plaats zou kunnen vinden. Hierom is voor deze 9 complexen aanvullend onderzoek uitgevoerd conform de in het SMP beschreven methode. Medio 2023 is duidelijk geworden, dat Talis 5 van deze 9 complexen vanaf 1 oktober 2023 in uitvoering wil nemen: complex 140 (renovatie). complex 141 (renovatie), complex 146 (renovatie), BSO Veenhof (sloop-nieuwbouw) en De Ark (sloop-nieuwbouw). Voor deze complexen is een onderzoeksverantwoording opgenomen in memo 'SMP Talis (Wijchen) onderzoeksverantwoording complexen 140, 141, 146, BSO Veenhof, De Ark'(zie ook Bijlage 8 Quickscan flora en fauna bij deze toelichting. Het aanvullend onderzoek voor Complex BSO Veenhof is uitgevoerd door Silvavir en betreft de volgende onderdelen: Soort(groep)

Pers.

Datum Start Eind

Weersomstandigheden

Huismus

2

4-4-2023 10.00 12.00

6’C, wk 0, 1/8: Zonnig, geen neerslag

Huismus en steenmarter

1

14-4-2023 8:00 10:00

6’C, wk 1, 1/8: Zonnig, geen neerslag

Gier- en huiszwaluw

2

5-7-2023 19:55 22:00

16’C, wk 2, 8/8: Geheel bewolkt, geen neerslag

Vleermuizen kraam

2

26-6-2023 3:17 5:20

21’C, wk 2, 4/8: Half bewolkt, geen neerslag

Vleermuizen kraam en gierzwaluw 2

5-6-2023 19:45 23:50

16’C, wk 3, 0/8: Geen bewolking, geen neerslag

Vleermuizen paar

2

31-8-2022 21:24 23:35

20’C, wk 1, 5/8: Half bewolkt, geen neerslag

Steenmarter

2

31-8-2022 20:25 21:25

N.v.t.

Uit het onderdeel BSO Veenhof blijken de volgende conclusies: • Huismus: niet aanwezig. Inspectie met ladder toont aan dat er geen toegang onder goten is (vogelschroot). • Gierzwaluw: niet aanwezig. Circa 20 gierzwaluwen hoog in de lucht, maar geen binding met complex. • Huiszwaluw: niet aanwezig. • Vleermuizen – Kraam: niet aanwezig. – Paar: niet aanwezig. – Massawinter: niet aanwezig. – Zomer: er zijn 2 zomerverblijven gewone dwergvleermuis aangetroffen (figuur 3 uit het onderzoek): • 5 juni: één gewone dwergvleermuis. hangend waargenomen achter dakgoot tegen muur aan. Vloog rond 22:00 uit. Ook mestsporen op de grond en aan de muur geplakt. Niet in schoolgebouw zelf, maar in bijgebouw aan de zuidkant van het hoofdgebouw (schuur).

30

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

• 5 juni: verblijfplaats achter dakgoot van het zelfde gebouwtje, gevonden aan de hand van mestsporen. Niet bezet op moment van de waarneming. Waarschijnlijk gewone dwergvleermuis. – Overige waarnemingen: • Te kappen bomen zijn geïnspecteerd, maar er zijn geen geschikte boomholtes gevonden. Er zijn ook geen waarnemingen gedaan van boombewonende soorten. Dit betrof 3x eik, 2x iep, 2x kastanje, 1x wilg. • 26 juni: hete zomeravond waarbij er rond het complex werd gefoerageerd door een gewone dwergvleermuis. • 5 juni: één een foeragerende laatvlieger, geen binding aan BSO Veenhof. • Steenmarter: het gebouw is zowel aan de buiten- als de binnenzijde geïnspecteerd op mogelijke verblijfplaatsen. Op het dak en langs de gevels zijn geen sporen aangetroffen, aan de binnenzijde is er geen toegang naar lage zolders, die ook niet van buitenaf toegankelijk zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat er een steenmarter verblijft in het gebouw. 5.7.3 Conclusie Op basis van de beoordeling natuur, vormt dit aspect geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het onderzoek van Arcadis naar beschermde diersoorten in / bij de school in Veenhof, is afgerond. Er is alleen een dwergvleermuis aangetroffen. Initiatiefnemer heeft ontmoedigende maatregelen getroffen (het gebouw ontoegankelijk gemaakt voor beschermde diersoorten), zodat het daarna in 2025 gesloopt kan worden.

Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar.

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1 Verkeer Om de verkeerssituatie in kaart te brengen, is door Goudappel een notitie opgesteld. De relevante onderdelen van deze notitie zijn hieronder overgenomen. De volledige notitie is als Bijlage 3 Notitie verkeersaspecten bij deze toelichting gevoegd. De wegen rond de locatie veranderen niet. Het complex wordt in de toekomst net als in de huidige situatie vooral ontsloten via de 17e straat. Van buiten de wijk is de locatie bereikbaar via de 25e straat vanaf de Randweg Noord en de Woeziksestraat en daarnaast via de route Holenbergseweg-Woeziksestraat. Bevoorradend verkeer levert de goederen af op eigen terrein aan de voorkant van het gebouw. Onderstaande afbeelding laat de routes zien die dit verkeer door de wijk rijdt. Op deze straten leidt dat niet tot onveilige situaties.

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

31

Routes (bevoorradend) verkeer vanaf de hoofdwegen Randweg Noord en Schoenaker Bij de wisseling van het personeel 's morgens vroeg en in de middag is het tijdelijk wat drukker met personenauto's. De wisseling van personeel 's morgens vindt om 07.00 uur plaats, dus voor de ochtendspits. Dit is ook ruim voor het moment dat kinderen uit de omringende woningen naar school lopen of fietsen. Ook in de middag vindt de wisseling van personeel plaats op een moment dat buiten de spits valt en leidt daardoor niet tot een drukke situatie. De hoeveelheid verkeer die samenhangt met het zorgcomplex en de typen voertuigen kan goed worden verwerkt via de huidige straten. Het verkeer dat samenhangt met het zorgcomplex leidt niet tot andere beoordeling van de verkeersveiligheid. Er is geen aanleiding de inrichting of de straatprofielen te wijzigen. Bovendien is door het wegbestemmen van de schoollocatie er een aanzienlijke verkeersafname te salderen, met name vanwege het vervallen van haal- en brengbewegingen. 5.8.2 Parkeren In paragraaf 3.4 Parkeervoorzieningen is aangegeven op welke wijze aan de parkeernormen voor deze functie wordt voldaan. Op eigen terrein worden 33 plaatsen gerealiseerd, daar waar er volgens de norm bij de piekbezetting overdag 30 plaatsen benodigd zijn. In de avond verwacht de verkeerskunidge ongeveer 15 auto’s van medewerkers en beperkt bezoek en vrijwilligers.

Ook dan is het aantal beschikbare parkeerplaatse dus ruim voldoende. 's Nachts zijn in beginsel twee medewerkers aanwezig, deze medewerkers parkeren op eigen terrein. De bevoorrading vindt plaats met bestelauto's, voor de reguliere bevoorrading worden geen vrachtauto's ingezet. Ook voor onderhoud en andere leveringen zijn bestelauto’s het uitgangspunt. Deze voertuigen kunnen voor laden en lossen kort terecht op het voorterrein. Indien een voertuig langer aanwezig is, kan van een parkeerplaats gebruik worden gemaakt. Afval wordt – net als overal - met een vrachtauto opgehaald. Deze stopt kort langs de straat om containers te legen. 5.8.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het realiseren van het plan.

32

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5.9

Archeologie

Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. 5.9.1 Archeologische beleidskaart Wijchen Gemeenten zijn met de inwerkingtreding van de Wamz in grote mate verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Wijchen heeft in 2009 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het Wijchens archeologiebeleid en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen. Op de archeologische beleidskaart (RAAP-rapport 1828, kaartbijlage 2, 2009) is aangegeven op welke gronden archeologische resten zijn te verwachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=043977ff-4704-4a68-93a6-0b4239309731