Bijlage 3 - SWOT-analyse Platform31
Tekst van het document
Misschien mag op de korte termijn nog de grootste impuls verwacht worden van de eerste integrale CErapportage (ICER) en de invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes per 1 juli 2021. De tweejaarlijkse ICER verschijnt begin 2021 voor het eerst en bevat een monitoringssystematiek om de transitie naar en de effecten van een circulaire economie in beeld te brengen.
_________ 106
Algemene Rekenkamer, Aardgasvrije wijken: te hoge verwachtingen gewekt, Nieuwsbericht, Den Haag, 20 mei 2020; Erik van der Walle, “Rekenkamer fileert eerste aanpak aardgasvrije wijken”, in: NRC, 23 mei 2019, blz. E9; Jurre van den Berg, “Na twee jaar experimenteren in ‘aardgasvrije wijken’ zijn slechts 206 huizen van het gas af”, in: De Volkskrant, 18 januari 2021.
107
Rijksoverheid, Nederland circulair in 2050, Den Haag, 2016; Roel Delahaye en Kees Baldé, Circulaire economie in Nederland, 2016 | 06, CBS, Den Haag, november 2016; Themasite PBL circulaire economie (http://themasites.pbl.nl/circulaire-economie/#); Sabine Sluijters, ‘De cirkel beweegt, maar heet nog een zetje nodig. Omslagverhaal Circulaire economie’, in: Het Financieele Dagblad, 4 maart 2017, blz. 6, 7.
SWOT-analyse gemeente Voorne
De transitie naar een duurzaam voedselsysteem Om op termijn voldoende, duurzaam en gezond voedsel, in een gezonde leefomgeving, te kunnen garanderen, zijn aanpassingen noodzakelijk in het voedselsysteem. De voedseltransitie betekent dat wij op een heel andere manier gaan produceren en consumeren. Deze verandering zal niet van de één op de andere dag gebeuren. Het is een ontwikkeling die nu al volop gaande is en de komende jaren ook zal doorgaan. Er zijn inmiddels honderden kleinschalige en middelgrote initiatieven in Nederland die bijdragen aan vernieuwing en innovatie rond voedsel. Deze initiatieven sluiten aan bij allerlei maatschappelijke trends zoals gemak, duurzaamheid, beleving, dierenwelzijn, digitalisering, gezondheid, individualisering, eerlijke handel, exclusiviteit en terug naar de natuur. Voor de transitie naar een duurzaam voedselsysteem moeten op een breed terrein vernieuwingen en innovaties plaatsvinden.
Vernieuwingen en innovaties om te komen tot een prijs van voedsel die de maatschappelijke kosten incorporeert (truecost/trueprice), om kortere en duurzame ketens te implementeren, om de bodemkwaliteit, het natuurlijk kapitaal en de biodiversiteit te verbeteren, om minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten te produceren en te consumeren, om het landbouwberoepsonderwijs te vernieuwen en om te komen tot nieuwe businessmodellen.108 De klimaatadaptatie en -mitigatie in Voorne-Putten Als gevolg van klimaatverandering krijgt Nederland te maken met zeespiegelstijging, overvloedige regenval, droogte, extremen in rivierafvoer, meer hete zomerse dagen en onomkeerbare effecten op de natuur.109 Dit kan leiden tot schade, overstromingen en overlast. De gemeenten moeten daarom hun omgeving aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Daarbij gaan de ontwikkelingen sneller en zijn de consequenties ingrijpender dan wij tot nu toe dachten. De zeespiegel blijft stijgen, kustgebieden verzilten, op veel plekken daalt de bodem, extreem zware buien gaan nog vaker
73
voorkomen, de gemiddelde temperatuur stijgt verder en vooral in de verstedelijkte gebieden komen steeds vaker hittegolven voor met negatieve effecten op de gezondheid (hittestress).
6.3 Kenmerken van gemeente Voorne Het percentage hernieuwbare energie is in de gemeente Brielle relatief hoog in vergelijkend perspectief (11,7 procent) en relatief laag in Westvoorne (2,1 procent). Als de nieuwe gemeente Voorne al zou bestaan dan zou het aandeel hernieuwbare energie 6,0 procent zijn. (figuur 6.1). Dit ligt onder het Nederlandse gemiddelde van (7,4 procent hernieuwbare energie).
_________ 108
Ministerie van LNV, Realisatieplan Visie LNV, Op weg naar een nieuw perspectief, 2019; Anne-Charlotte Hoes, Carlijn Savelkouls, Charon Zondervan en Volkert Beekman, Voedselinnovaties in Nederland: een greep uit vernieuwende initiatieven, Wageningen Economic Research, Wageningen, 2016; Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Naar een voedselbeleid, Amsterdam, 2014.
109
Inspectie der Rijksfinanciën, Klaar voor Klimaatverandering, Brede Maatschappelijke Heroverwegingen, 2020, blz. 5
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 6.1: Het percentage hernieuwbare energie 2018 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl – energietransitie. Hellevoetsluis: jaar 2017. Het aandeel hernieuwbare energie is een percentage. Dit is berekend door de hoeveelheid zelf opgewekte hernieuwbare energie te delen door het totale energiegebruik. Dat is dan de optelsom van de energie die men uit het net betrekt plus de (hernieuwbare) energie die men zelf opwekt.
De uitzonderlijke positie van Goeree-Overflakkee in de vergelijking van de benchmarkgemeenten wordt 74
nog duidelijker als gekeken wordt naar het vermogen aan zonne-energie in kW per 1.000 inwoners (figuur 6.2). In Goeree-Overflakkee is dit vermogen per 1.000 inwoners 1.584,6 kW, in Westvoorne 523,9 kW, in Brielle 279,9 kW en in Hellevoetsluis 177,7 kW. Voor de nieuwe gemeente Voorne zou het vermogen aan zonne-energie 272,6 kW per 1.000 inwoners zijn. Aan de onderkant van het gemiddelde van de benchmarkgemeenten. Figuur 6.2: Vermogen zonne-energie kW per 1.000 inwoners in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl – energietransitie.
SWOT-analyse gemeente Voorne
De afgelopen vijf jaar (in de periode van 2013 tot 2018) is het aandeel hernieuwbare energie in het totale energiegebruik in Brielle spectaculair gestegen met 10,3 procentpunt (figuur 6.3). Van 1,4 procent in 2013 naar 11,7 procent in 2018. Deze sterke opmars van hernieuwbare energie in Brielle wordt niet geëvenaard in Hellevoetsluis en in Westvoorne. In Westvoorne is de toename slechts 0,3 procentpunt (van 2013 tot 2017) en in Hellevoetsluis 0,7 procentpunt (van 2015 tot 2018). Als in deze periode de gemeente Voorne al zou hebben bestaan dan was de toename van het aandeel hernieuwbare energie in het totale energiegebruik 3,2 procentpunt geweest. Nog boven de toename van het aandeel hernieuwbare energie in heel Nederland van 2013 tot 2018 (2,7 procentpunt). Figuur 6.3: Toename van het percentage hernieuwbare energie 2013-2018 in procentpunten in Voorne en vergelijkbare gemeenten
75
Bron: waarstaatjegemeente.nl – energietransitie (zie omschrijving bij tabel 6.1). Hellevoetsluis: 2013-2017, Lansingerland: 2015-2018 en Westvoorne: 2015-2018.
Er zijn belangrijke verschillen in de mate waarin de woningen in de gemeenten relatief duurzaam of niet duurzaam zijn. Het laatste is een indicatie van de omvang van de taak waar de gemeenten nog voor staan om de woningvoorraad te verduurzamen. Het aandeel van de woningen met een F- en G-label in de woningvoorraad is 12,0 procent in Westvoorne, 11,1 procent in Brielle en 2,3 procent in Hellevoetsluis. Voor de fusiegemeente Voorne is daarmee het aandeel woningen met een F- en G-label in de woningvoorraad 6,5 procent (figuur 6.4). Vanwege de relatief omvangrijke woningvoorraad in de uitbreidingswijken van Hellevoetsluis en de relatief omvangrijke sociale voorraad is het voor Hellevoetsluis eenvoudiger om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen dan in bijvoorbeeld Brielle. In de woonvisie van Brielle wordt de opgave duidelijk omschreven. Het verduurzamen van de woningvoorraad concentreert zich vooral op bestaande woningen omdat het aandeel nieuwbouw ten opzichte van de totale voorraad steeds kleiner wordt. Drie op de vijf woningen behoren bovendien tot de koopsector zodat het verduurzamen afhankelijk is van de bereidheid van particuliere wooneigenaren om duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Specifiek voor Brielle is bovendien dat Vestia niet bereid is om te investeren in de verduurzaming van haar bezit in Brielle. 110
_________ 110
Bram Klouwen en Roy Nieuwenhuis, Woonvisie Brielle 2017-2022, Companen, Arnhem, 4 oktober 2017, blz. 14 en 15.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 6.4: Percentage woningen met label F+G in woningvoorraad in 2020 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl - Energietransitie
6.4 Opgaven Vier duurzaamheidsopgaven integraal en in samenhang met de overige regionale opgaven 76
aanpakken De Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) verwacht dat de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie) op regionaal niveau steeds meer met elkaar verbonden zullen worden. De Raad heeft met ‘Zicht op de Delta in 2050’ zelfs geschetst hoe het eindbeeld kan zijn in het gebied van Voorne-Putten tot en met Zeeuws-Vlaanderen.111 De Raad verwacht dat er een procesmatige en inhoudelijke synthese zal optreden met de overige regionale opgaven. Deze zijn voor Voorne vooral: agrifood, recreatie en toerisme, het beheer van natuur, de landschappelijke kwaliteit, de verzilting en de verzanding van de kust. De Raad constateert dat de meeste duurzaamheidsinitiatieven op dit moment kleinschalig en geïsoleerd zijn, het kenmerk hebben van ‘aanmodderen’, zich beperken tot één duurzaamheidsopgave (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie of de klimaatadaptatie) en onvoldoende samenhang vertonen. De initiatieven hebben wel resultaat maar tellen nog niet op tot een fundamentele omslag en staan (nog) niet in verhouding tot de doelen die in 2050 moeten zijn behaald.
Er zijn impulsen nodig om tot méér cross-sectorale initiatieven te komen tussen bijvoorbeeld de landbouw en de bouw, of tussen de landbouw en de industrie en om tot meer samenhang te komen tussen de vier transities.112 De ambitie om in Voorne de korte-keten Voorne-Putten Rozenburg (van biomassa naar bioplastics en toepassingen ervan) uit te werken is hiervan een voorbeeld. 113 De regio
_________ 111
De Zuidwestelijke Delta omvat Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en het westelijk deel van Noord-Brabant; het hoefijzergebied binnen de verstedelijkte en infrastructurele zwaartepunten Rotterdam en Antwerpen. Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), De som der delen. Verkenning samenvallende opgaven in de regio, Den Haag, maart 2019, blz. 7, 9 – 14, 40 en 41..
112
In de Regio Deal Zuid-Hollandse Delta staan de bestaande programmalijnen nog naast elkaar en moeten de cross-overs nog bedacht en
113
Gemeente Brielle, Open die poort. Collegeprogramma 2018-2022, blz. 19.
gerealiseerd worden.
SWOT-analyse gemeente Voorne
die het snelst de cross-overs weet te realiseren, zal de kansen die gepaard gaan met de vier duurzaamheidstransities, het beste weten te benutten. Nog summiere maatregelen om te komen tot de transitie naar een circulaire economie Omdat wereldwijd maar liefst 45 procent van de uitstoot van broeikasgassen gerelateerd is aan het grondstoffengebruik is een belangrijke emissiereductie te realiseren door ambitieuze stappen te zetten in de transitie naar een circulaire economie. Toch is in alle rijksbegrotingen slechts 18 miljoen uitgetrokken voor circulaire economie. Wel zijn er incidentele middelen beschikbaar via het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 (€ 40 miljoen voor de periode 2021-2024), de Klimaatenveloppe (in 2021 € 10 miljoen voor circulaire projecten die tegelijk tot een reductie van de CO2-uitstoot leiden) en via de Regio-enveloppe. De transitie naar een circulaire economie bevindt zich nog in de opstartfase. Er wordt geëxperimenteerd. Maar de initiatieven en experimenten zijn nog niet geïnstitutionaliseerd en de gevestigde orde voelt nog onvoldoende druk om zich aan te passen. Van afbouw en ombouw is nog maar beperkt sprake.114 De Regio Deal Zuid-Hollandse Delta en de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 willen hier verandering in aanbrengen.
De ambitie is om het grondstoffengebruik in het regionale bedrijfsleven in 2025 met 25 procent te verminderen en in 2030 met 50 procent. Voor Voorne zijn kansrijk: een warmtenet, biogasinstallaties (groen gas), geothermie, kringlooplandbouw, circulair bouwen en hergebruik van bouwafval115, de ontwikkeling van een grondstoffenrotonde en het benoemen van ketenregisseurs,116 en méér circulair inkopen. Een nog grotere opgave is om bij de recycling van afval niet in te zetten op ‘downcycling’ (bijvoorbeeld van beton) maar op ‘upcycling’. Hierin is nog een lange weg af te leggen.117 77
De duurzaamheidstransitie heeft een aantrekkelijk verhaal nodig In de duurzaamheidstransitie komen vier transities samen: de energietransitie, de transitie naar een circulaire maatschappij, de voedseltransitie en de klimaatadaptatie. Hoe eerder de gemeenten, de regio’s en het rijk de samenhang tussen de duurzaamheidstransitie en de eigen regionale opgaven signaleren, verkennen en aanpakken des te groter zijn de mogelijkheden om de kansen van de duurzaamheidstransitie te verzilveren en om op mogelijke bedreigingen te anticiperen. Dat deze toekomst niet afschrikwekkend is, zelfs aantrekkelijk kan zijn en dat dit aantrekkelijke verhaal verteld moet worden, wordt door de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) geschetst voor de Zuidwestelijke Delta, door het College van Rijksadviseurs in Panorama Nederland en is ook de conclusie van Co Verdaas: “Je krijgt niemand mee zonder een goed verhaal”.118 Deze voorbeelden met duidelijke stippen op de horizon en verwarmende, aansprekende verhalen in begrijpelijke taal kan de
_________ 114
Rijksoverheid, Naar een economie zonder afval. Brede maatschappelijke heroverweging, Den Haag, 20 april 2020, blz. 6.
115
Zie bijvoorbeeld het sloopbedrijf New Horizon dat een te slopen gebouw vooral beoordeeld op de grondstoffen die hergebruikt kunnen worden en mede met deze invalshoek een scherpe prijs kan afgegeven voor de sloopklus. Sabine Sluijters, “De cirkel beweegt, maar heeft nog een zetje nodig. Omslagverhaal Circulaire economie”, in: Het Financieele Dagblad, 4 maart 2017, blz. 6, 7.
116
Rijksoverheid, Rapport werkgroep Duurzaamheid, ten behoeve van de Studiegroep Duurzame Groei, Den Haag, juli 2016, blz. 6,7, 19 - 22,
117
Het prijsniveau van de grondstoffen ligt vaak nog niet hoog genoeg om de soms hoge investeringen in installaties of leidingen te laten
33 - 37. renderen. In zijn algemeenheid geldt dat afvalbedrijven het grote geld nog steeds verdienen met afval en niet met recycling. Doordat bovendien in Nederland in het verleden veel afvalverwerkingsinstallaties zijn gebouwd, is de prijs voor verwerking sterk gedaald. Afvalbedrijven halen afval uit het buitenland om de ovens te vullen, maar dat is onvoldoende om de prijs op het oude niveau te krijgen. Investeringen in recycling en verwaarding van stromen komen daardoor onvoldoende van de grond. 118
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), De som der delen. Verkenning samenvallende opgaven in de regio, Den Haag, maart 2019; College van Rijksadviseurs, Panorama Nederland, Den Haag, 2018; Co Verdaas, “Energie en gebiedsontwikkeling: een winnende combinatie”, in: Programma Aardgasvrije Wijken, De opgave waar we voor staan is groot en complex. Essaybundel over aardgasvrije wijken door negen professoren, Den Haag, januari 2020, blz. 9.
SWOT-analyse gemeente Voorne
nieuwe gemeente Voorne navolgen voor het eigen grondgebied, voor Voorne-Putten of voor de ZuidHollandse eilanden gezamenlijk. Verklein de gemiste kansen De opwekking van duurzame energie op industrieterreinen is in het Klimaatakkoord niet meegenomen, omdat het onderwerp ‘industrieterreinen’ was toebedeeld aan de industrietafel. Dit terwijl voor bedrijventerreinen een belangrijke rol weggelegd kan zijn in de energietransitie. De gemiste horizontale verbinding blijkt uit de geraamde energiebesparing van 32 petajoule als 250 bedrijventerreinen verduurzaamd worden. Dit is méér dan het sectordoel voor de gebouwde omgeving uit het Klimaatakkoord.119 De Rijksoverheid heeft alle regio’s in het land verzocht om een regionale energiestrategie (RES) op te stellen, zonder dat wordt gestuurd op een verbinding met beleid voor de circulaire economie en/of klimaatadaptatie. Dit terwijl restwarmte beter benut kan worden als deze niet langer afkomstig is van afvalverbrandingsinstallaties. Voor zover in de concept Regionale Energiestrategie van de Energieregio Rotterdam-Den Haag deze kansen nog niet benut zijn, kunnen in de versie 2.0 (2023) verbeteringen worden aangebracht.
Hetzelfde geldt voor eventuele andere keuzes gezien de prioriteiten in de maatschappelijke opgaven in het soort duurzame energie dat past bij de gemeente Voorne aan Zee (bijvoorbeeld méér energiebesparing, getijdecentrale, aardwarmte en minder windmolens en zonneparken). Dit maakt het mogelijk om van de RES-aanpak een meer wervend toekomstverhaal te maken, de energieopgave beter te koppelen aan circulaire economie en klimaatadaptatie, en meer draagvlak onder de inwoners van de nieuwe gemeente te verkrijgen.120 Meer horizontale samenhang is ook mogelijk tussen de agro-foodsector, voedseltransitie en 78
energietransitie. Door biomassa, op land en in het water, te produceren voor de energietransitie, meer eiwitrijke gewassen te verbouwen (peulvruchten, zeewier, algen, e.d.) en te zorgen voor vitaal bodembeheer en zoetwateropslag met het oog op klimaatadaptatie. De verbranding van biomassa als overgangsstap in de energietransitie past niet in een stappenplan naar een circulaire economie. Vanuit de optiek van circulariteit moet biomassa immers hoogwaardiger worden ingezet: bijvoorbeeld voor de productie van voedsel en veevoer, en als grondstof voor textiel, papier, karton, bouwmaterialen, chemicaliën, kunststoffen en bioplastics.121 Wanneer fossiele en andere niet-hernieuwbare grondstoffen worden vervangen door hernieuwbare bronnen (zoals biomassa en recyclaat uit reststromen) kan dit een aanzienlijke CO2-reductie betekenen. De reductie ontstaat door producten en grondstoffen in een gesloten kringloop te houden en door over te stappen naar een innovatieve wijze van productie die bijdraagt aan duurzaamheid. Voorne volgend in de duurzaamheidsambities op Voorne-Putten en in de Regio Deal? De nieuwe gemeente Voorne is geen koploper in de duurzaamheidstransitie. Wel is men aangehaakt bij de regionale plannen als Warmtetransitie Voorne-Putten, Routekaart duurzaam Voorne-Putten 2040 en de Regio Deal Zuid-Hollandse Delta.
Ook zijn er diverse initiatieven als het aardwarmteproject voor de glastuinbouw in Tinte, de lokale opslag van duurzame energie (plan Drenkeling), de koppeling van het aardwarmtenet in Tinte aan het bestaande aardwarmteproject in Vierpolders, de Fieldlab Green
_________ 119
Nefs en Pen, “Voorsorteren op toekomstproof logistiek vastgoed”, in: ROmagazine, 17 maart 2020; Rli, De som der delen. Verkenning
120
Ooms, Van den Akker en Karatas, Veranderd samenspel. Een verkenning van samenwerken tussen gemeenten en bewonersinitiatieven in
samenvallende opgaven in de regio, maart 2019, blz. 18 en 22. de energietransitie, Platform31, april 2020; Woestenburg, e.a., Innovatie in besluitvorming richting aardgasvrije wijken, G4/TNO/Platform31, mei 2020. 121
Sociaal-Economische Raad (SER), Uitvoeringsagenda Energieakkoord voor duurzame groei, 2018.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Economy Westvoorne en de Fieldlab Smart, Safe and Resilient Mainports.122 Vele initiatieven zijn nog in de onderzoeks-, uitwerkings- of startfase. Waarschijnlijk liggen de beste kansen voor Voorne om een leidende rol te nemen in de transitie naar een circulaire economie. Het initiatief voor de waterstofeconomie ligt bij Goeree-Overflakkee. Als dit initiatief succesvol is, kan Voorne van de opgedane ervaringen profiteren. Maar het succes is, zoals bij elke nieuwe ontwikkeling, verre van gegarandeerd.123 Een belangrijke rol voor de rijksoverheid en lokale overheden De vier fundamentele transities stellen de nationale en lokale overheid voor een aantal immense opgaven. Voor een duurzame energievoorziening zijn we aangewezen op een combinatie van biomassa, geothermie, getijde-energie, zonne- en winderenergie in combinatie met grootschalige energieopslag voor windstilte en donkere winterse periode. De energieproductie verschuift deels van nationaal naar lokaal (zoals het ooit was), huizen en gebouwen gaan van het gas, er worden warmteen koudenetten aangelegd en het elektriciteitsnet wordt verzwaard en slimmer. Daarbij moeten de geherstructureerde bestaande en nieuwe woningen ook nog betaalbaar blijven. De gemeenten hebben een belangrijke, niet-vrijblijvende rol in deze transitie.
Omdat de meeste burgers de duurzaamheidstransitie nog niet een belangrijke prioriteit vinden en het zeer ingewikkeld zal zijn om de ingrijpende wijzigingen in wonen, werken, recreëren, verplaatsen, produceren en consumeren met voldoende snelheid te realiseren, is een leidende publieke rol van de overheid onmisbaar. De duurzaamheidstransitie vraagt dat duidelijk is wat de te bereiken doelen zijn, wat de kaders zijn, welke overheidsmiddelen beschikbaar zijn en welke inkomenseffecten aanvaardbaar zijn. Daarbij is de keuze van instrumenten (regulering, normering, beprijzing), draagvlak, de balans zoeken tussen economische vernieuwing en gevestigde belangen, én het beleggen van de opgave op het juiste
79
schaalniveau van belang.124 De ingrijpende duurzaamheidstransitie dwingt een groot aantal ongemakkelijke keuzes af, gaat gepaard met creatieve destructie, roept allerlei weerstanden op en tast gevestigde belangen aan, noodzaakt tot de inzet van een breed interventierepertoire (vernieuwen, beschermen, bewaken, versterken, aanjagen, verdelen, compenseren, loslaten én radicaal doordrukken) en vergt krachtige bestuurders (nationaal, provinciaal, regionaal, gemeentelijk). 125 Gezamenlijk kan de grotere nieuwe gemeente Voorne beter weerstand bieden aan de weerstanden en het verzet tegen veranderingen. De nieuwe Omgevingswet biedt de nieuwe gemeente bovendien de mogelijkheid om eigen lokale normen te stellen én om initiatiefnemers te verbinden met belanghebbenden. Hierdoor kan beter worden afgedwongen dat het eigenaarschap van nieuwe energiebronnen met omwonenden wordt gedeeld.126 Dit bevordert de acceptatie van projecten voor duurzame energieopwekking.
_________ 122
Gemeente Westvoorne, Duurzaamheidsagenda Westvoorne 2019-2020, s.a.
123
NRC, Wildgroei aan plannen voor waterstof vergt landelijke coördinatie, 3 december 2020; Bert van Dijk, “Extra megawindparken nodig voor
124
Rli, Naar een duurzame economie. Overheidssturing op transities, november 2019, blz. 6-8.
125
Denktank Agenda Stad, Sterke stedelijk netwerken. Een langetermijnperspectief voor verbonden steden, Den Haag, april 2015, blz. 13-15 en
waterstof”, in: Het Financieele Dagblad, 24 november 2020.
21-23; Pieter Winsemius, “Beroepsvergaderaars aan Klimaattafels brengen geen doorbraken”, in: Trouw, 10 oktober 2018; Wim Derksen, “Poldermodel gedoogbeleid. Boeren of bouwers, wie de zaak vervuilt. Hoort last te hebben van de overheid”, in: De Volkskrant, 23 oktober 2019. Zie bijvoorbeeld in analogie de vrees van Pieter Hilhorst en Jos van der Lans over de transformatie in het sociale domein. Pieter Hilhorst en Jos van der Lans, “De transformatie dreigt te stranden in verkokering”, in: Sociale Vraagstukken, 30 september 2016 (dossier ‘Nabij is beter. Decentraal denken en doen’ #27). 126
Dirk Sijmons, Jasper Hugtenberg, Fred Feddes en Anton van Hoorn, Landschap en energie. Ontwerpen voor transitie, Rotterdam, 2014. Sjors de Vries, De energietransitie: dé ruimtelijke opgave met stip, blog Ruimtevolk, 8 september 2016.
SWOT-analyse gemeente Voorne
7 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen 7.1 Inleiding In paragraaf 7.2 worden enkele bestuurlijke trends en ontwikkelingen geschetst. Het als netwerkgemeente kunnen hanteren van meerdere sturingsmodellen en het meervoudig organiseren is één van de beschreven trends. Als kenmerken van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee worden in vergelijkend perspectief enkele indicatoren op het gebied van veiligheid beschreven (par. 7.3). Mede op basis van de bestuurlijke trends en ontwikkelingen wordt een groot aantal opgaven, denkrichtingen, afwegingen en keuzes beschreven waarover nagedacht kan worden op weg naar de nieuwe gemeente (par. 7.4).
7.2 Trends en ontwikkelingen Van een tijdperk van veranderingen naar een verandering van tijdperken De gemeenten worden geconfronteerd met ‘een verandering van tijdperken’ in plaats van ‘een tijdperk van verandering’. Dat was een statement van professor Jan Rotmans van vóór de coronacrisis. Oude kennis, wijsheden, vuistregels, vaardigheden en activa verliezen hun waarde en betekenis. Van een 80
hiërarchische top-down samenleving gaan we naar een netwerkmaatschappij. Dit vergt het combineren van sturingsmodellen en op een aantal belangrijke terreinen om ander beleid. Maar de echte oplossingen voor veel gemeentelijke uitdagingen liggen in het zoeken naar innovatieve oplossingen buiten de bestaande kaders. “Je kunt het nieuwe immers niet willen op de oude manier”. De bestaande paden kunnen doodlopende paden zijn. Maar ‘anders’ is veel moeilijker. ‘Ander beleid’ gaat gepaard met creatieve destructie, roept allerlei weerstanden op en tast gevestigde belangen aan. Er is geen houvast, oude regels en procedures werken niet meer goed. De coronacrisis en de gevolgen van de pandemie hebben daarbij de gemeentelijke uitdagingen alleen maar groter gemaakt. Veranderende sturingsparadigma’s Er vindt een ontwikkeling plaats naar de nieuwe sturingsparadigma’s van een ‘samenwerkende’ en ‘responsieve’ overheid (figuur 7.1). In het traditionele sturingsparadigma van een ‘rechtmatige overheid’ staat de overheid boven de andere partijen en stuurt de andere partijen paternalistisch in de politiek gewenste richting. De ‘presterende overheid’ kwam begin deze eeuw op onder de naam van Nieuw Publiek Management en introduceerde aanpakken uit in het bedrijfsleven (resultaten, prestatiecontracten). Bij de ‘samenwerkende overheid’ staat netwerksturing centraal.
De overheid werkt met andere partijen samen om de maatschappelijke opgaven te realiseren. Dit gebeurt door middel van contracten, publiek-private samenwerkingsvormen, samenwerkingsafspraken tussen de overheid, ondernemers en onderwijs- en kennisinstellingen (triple helix samenwerking) en convenanten. De ‘responsieve overheid’ is geïnspireerd op ideeën van de Big Society en burgerparticipatie. Het gaat uit van een actieve samenleving waarin burgers en andere partijen allerlei initiatieven ontplooien. De overheid speelt daarop in en stuurt door uit te nodigen tot initiatief, door publieke randvoorwaarden te definiëren en door initiatieven binnen kaders te faciliteren en te stimuleren. De provincie Zuid-Holland
SWOT-analyse gemeente Voorne
heeft de uitdagingen voor de rechtmatige, presterende, responsieve en samenwerkende overheid uitgewerkt in vier programmalijnen om te komen tot beter bestuur.127 Figuur 7.1 Vier sturingsvormen of paradigma’s
Bron: M. van der Steen, J. Scherpenisse en M. van Twist, Sedimentatie in Sturing. Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren, NSOB, Den Haag, 2015, blz. 23, 24.
In de praktijk bestaan de verschillende sturingsvormen naast elkaar en soms zelfs binnen één en hetzelfde beleidsdomein. Zo hebben gemeenten op het gebied van de volksgezondheid een aantal wettelijke taken. Denk aan jeugdgezondheidzorg of het vaccinatieprogramma waar gemeenten werken met sturingsvormen aan de linker kant van de figuur 7.1. Maar er worden ook andere sturingsvormen ingezet. Voorbeelden zijn de start van moestuintjes bij scholen en peutercentra om te leren over
81
groenten en gezond eten. Of denk aan het inrichten en het beheer van trapveldjes in samenwerking met de wijk. In de praktijk moeten de gemeenten in staat zijn om alle vier de rollen goed te spelen. Regionale opschaling In een regio hangen de beleidsterreinen economie, bereikbaarheid, wonen, winkelen, recreëren, arbeidsmarkt, onderwijs, re-integratie, zorg en welzijn sterk samen. Ook de energietransitie is alleen te realiseren door een goede samenwerking tussen de regiogemeenten. Dit vraagt in toenemende mate om regionale samenwerking en deze samenwerking vindt veelal plaats in de vorm van netwerksturing (zie figuur 7.1). Gemeenten werken gemiddeld met 16 andere overheden samen in 47 verbanden. Het is verstandig om deze samenwerking in belangrijke mate te concentreren op de schaal van het geografische gebied dat er toe doet voor de burgers. In het zogenaamde daily urban system vindt wonen, werken, vervoer, recreëren, winkelen, onderwijs, zorg, sport en cultuur plaats van de meeste inwoners. Dit daily urban system overstijgt in vele gevallen de stads- en gemeentegrenzen. De samenwerkende gemeenten op Voorne-Putten, op de Zuid-Hollandse eilanden en in de MRDH, en het streven van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne om gezamenlijk een nieuwe gemeente Voorne aan Zee te vormen, geven er blijk van dat op Voorne deze trend, ontwikkeling en opgave goed is begrepen.
_________ 127
Provincie Zuid-Holland, Programma Beter Bestuur Zuid-Holland, Den Haag, september 2020, blz. 13-29.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Meer opgavegerichte samenwerking Reeds in 2018 hebben het rijk, de gemeenten, provincies en waterschappen in het Interbestuurlijk Programma (IBP) afgesproken om de samenwerking tussen de overheden te verbeteren rond belangrijke maatschappelijke opgaven.128 Recentelijk is in het advies van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen aan de hand van concrete casussen nogmaals indringend duidelijk geworden dat alléén door interbestuurlijke samenwerking de grote maatschappelijke opgaven (energietransitie, woningbouwopgave, ambulantisering ggz, betere werking arbeidsmarkt, verminderen kansenongelijkheid, transitie naar een circulaire economie, et cetera) doelmatig en effectief aangepakt kunnen worden. Tevens komt de Studiegroep met een aantal concrete handvatten om effectief samen de maatschappelijke opgaven aan te pakken. In de drie geanalyseerde casussen door de Studiegroep (energietransitie, woningbouwopgave en de extramuralisering van de GGZ) blijkt dat vaak de doelen niet voldoende duidelijk in gezamenlijkheid zijn afgesproken, dat belangrijke partijen niet betrokken zijn bij de samenwerking, dat niet of onvoldoende is nagedacht over de benodigde instrumenten, financiën en regie. De Studiegroep is geschrokken “van de slordigheid waarmee het opgavegericht werken tot nu toe vorm krijgt in Nederland”.
Met de aanbevelingen en het concrete stappenplan van de Studiegroep kan de nieuwe gemeente Voorne komen tot een meer effectieve aanpak van hún maatschappelijke opgaven.129
7.3 Kenmerken van gemeente Voorne In de herindelingsscan heeft een uitgebreide analyse plaatsgevonden van de mogelijkheden en bestuurlijke en organisatorische aandachtspunten die gepaard gaan met de fusie van de nieuwe gemeente Voorne. Deze analyse hoeft in de SWOT-analyse niet herhaald te worden. In het verlengde 82
van de vergelijkende statistische overzichten uit de vorige hoofdstukken worden in dit hoofdstuk enkele kenmerken van de nieuwe gemeente op het gebied van veiligheid onderzocht. De veiligheid in de nieuwe gemeente werkt sterk positief af van de landelijk gemiddelde veiligheid. De kernen in Westvoorne en Hellevoetsluis zijn hier in belangrijke mate debet aan (figuur 7.1).
_________ 128
Programmastart IBP, Samen meer bereiken als één overheid. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een
129
Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Discussiedocument over vernieuwing in de
interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda, 14 februari 2018. interbestuurlijke en Financiële verhoudingen, Den Haag, 8 april 2020; Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!, Den Haag, 10 september 2020.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 7.1: Veiligheid 2018 (score in afwijking van het landelijk gemiddelde) in Voorne en vergelijkbare gemeenten130
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Op de indicator ‘aantal misdrijven per 10.000 inwoners’ neemt de nieuwe gemeente een middenpositie in tussen de benchmarkgemeenten (figuur 7.2). 83
_________ 130
Afwijking van de score van de gemeente op de dimensie ‘veiligheid’ van de Leefbaarometer. Hierbij de gemiddelde score gesteld op 0. De richting van de score geeft daarmee aan of de gemeente boven of beneden het landelijk gemiddelde scoort. De scores zijn in vergelijking met de originele gegevens met een factor 100 vermenigvuldigd
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 7.2: Aantal misdrijven per 10.000 inwoners in 2020 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Voor de bewoners van de nieuwe gemeente is de sociale veiligheid van belang. Deze verbetert de afgelopen jaren ten aanzien van criminaliteit en overlast (figuur 7.3).
84
Figuur 7.3: Sociale veiligheid, index criminaliteit (links) en index overlast (rechts) in 2019 (2014 = 100) in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl; sociale (on)veiligheid wordt gevormd door criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving; voor elke maat zijn afzonderlijke indices vastgesteld
Deze verbetering treedt niet op ten aanzien van de onveiligheidsgevoelens en onveiligheidspercepties (figuur 7.4). Integendeel. Daarom valt te overwegen om bij de verdere uitwerking van het kernenbeleid hier aandacht aan te besteden.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 7.4: Sociale veiligheid, index onveiligheidsgevoelens (links) en index onveiligheidspercepties (rechts) in 2019 (2014 = 100) in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl; sociale (on)veiligheid wordt gevormd door criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving; voor elke maat zijn afzonderlijke indices vastgesteld
In Voorne dient het bestuur ook bedacht te zijn op ondermijning. De provincie Zuid-Holland neemt ná Noord-Brabant (159 locaties), Limburg (91 locaties) en Gelderland (70 locaties) met 58 dumplocaties van drugsafval, productielabs van synthetische drugs en opslaglocaties van chemicaliën de vierde plaats in van aantal locaties voor drugsproductie e.d. in de Nederlandse provincies.131 Vooral leegstaande agrarische opstallen zijn een aantrekkelijke locatie voor criminele activiteiten. Uit de City Deal ‘Zicht op Ondermijning’ blijkt dat Voorne niet immuun is voor ondermijning. Ook in Voorne komen ‘onverklaarbare woonaankopen’, ‘hennepkwekerijen’, ‘drugdelicten’ en ‘jonge aanwas’ voor en zijn er bedrijven in branches waar zich veel ondermijning voordoet (telefoonwinkels, autohandel, kredietverstrekking en -bemiddeling, schoonheidsverzorging, e.d.).132
85
7.4 Opgaven Kwalitatief betere, meer gevarieerde en complementaire voorzieningen De nieuwe gemeente Voorne kan inwoners, organisaties, bedrijven en bezoekers een gevarieerd en complementair pakket aan voorzieningen en diensten aanbieden om te wonen, te werken, te ondernemen en te recreëren. Voorzieningen toegesneden op een gemeente van 75.000 inwoners kunnen een heel andere kwaliteit en functionaliteit hebben dan voorzieningen passend bij een gemeente van 35.000 of 15.000 inwoners. Dit maakt keuzes mogelijk om niet overal dezelfde laagwaardige bedrijfsterreinen met relatief veel leegstand in stand te houden maar bijvoorbeeld duurzame bedrijfsterreinen te ontwikkelen en te transformeren die gespecialiseerd zijn in specifieke bedrijfsactiviteiten en daarmee complementair zijn aan elkaar. Een bewuste keuze kan zijn om geen drie middelmatige openbare bibliotheken of theaterzalen of zwembaden in de kernen te behouden maar één of twee die kwalitatief veel beter zijn. Een keuze kan zijn om een ontwikkelpad te kiezen (en een robuuste Educatieve Agenda) waarin ingezet wordt op bijvoorbeeld de beste regionale vmbo in Brielle en de beste regionale mbo in Hellevoetsluis. Het aantal voorbeelden van hoogwaardige voorzieningen die complementair zijn aan elkaar is makkelijk uit te breiden.
Innovatieve voorzieningen als “Bieb in schaal’ en “Muziek met klasse” kunnen uitgebreid worden naar meerdere kernen of kunnen in de nieuwe gemeente in sommige locaties geconcentreerd worden.
_________ 131
Bron: Remco Andringa, “Weer meer drugsafval gedumpt, gemeenten vrezen kosten”, NOS-nieuws, 23 maart 2019.
132
Dashboard Zicht op Ondermijning: https://www.zichtopondermijning.nl
SWOT-analyse gemeente Voorne
Hoe beter het pakket is van verbeterde en gedeelde voorzieningen, hoe duidelijker de complementariteit tussen de voorzieningen is, des te aantrekkelijker is de nieuwe gemeente Voorne als geheel en hoe beter zullen de kansen benut kunnen worden om de sociaaleconomische positie van de nieuwe gemeente te versterken. Gebruik de recente handvatten en inzichten om te komen tot effectieve opgavegerichte samenwerking Vele maatschappelijke opgaven maken opgavegerichte samenwerking met andere overheden met maatschappelijke organisaties en stakeholders nodig. Daarbij kan de nieuwe gemeente gebruik maken van de conclusies en handvatten van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen. Aan de hand van de bestudeerde casussen (de maatschappelijke opgave om 75.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen, de ambulantisering van de GGZ als maatschappelijke opgave en de maatschappelijke opgave om de energie- en warmtetransitie te realiseren) constateert de Studiegroep geschrokken dat de overheden slordig omgaan met het opgavegerichte werken. Lerend van de casussen en de analyse is de les: −
zorg dat de doelen in gezamenlijkheid zijn afgesproken;
−
dat belangrijke partijen betrokken zijn bij de samenwerking;
−
denk voldoende na over de benodigde instrumenten, financiën en de regie.133
Gebruikmakend van de adviezen van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen kan de nieuwe gemeente Voorne aan Zee focus kiezen. Deze focus is ook van belang omdat het gevaar bestaat dat − mede vanwege het versnipperde politieke landschap, de afruilen en de wens van politici om “iets te doen” voor burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties − een breed pallet aan 86
beleidsmaatregelen wordt gekozen waarvan de effectiviteit dubieus is.134 Het is niet moeilijk om iedere vorm van overheidsingrijpen te onderbouwen. De lijst van ‘publieke belangen’ is schier eindeloos en de afpaling van het publieke belang eindigt veelal in cirkelredeneringen. “Het politieke en publieke belang is wat de politiek van belang acht”.135 Kiezen een duidelijke rol als lokale overheid in de nieuwe gemeente De overheid is op tal van complexe maatschappelijke terreinen slechts één van de spelers. De overheid is daarbij steeds minder de eerst aangewezen actor om de maatschappelijke problemen op te lossen. Onze welvarende en complexe samenleving heeft de innovativiteit, creativiteit, energie, flexibiliteit, financiële middelen en talenten om veel maatschappelijke problemen zelf op te lossen. En hiervan maakt de overheid (nog) onvoldoende gebruik.
_________ 133
Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Discussiedocument over vernieuwing in de interbestuurlijke en financiële verhoudingen, Den Haag, 8 april 2020; Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!, Den Haag, 10 september 2020.
134
Bernard ter Haar, Schoei beleidseconomie op nieuwe leest”, in: Economisch Statistische Berichten, jrg. 106, nr. 4795S, 18 maart 2021, blz. 16-18; Daan Bellegeer en Jean Dohmen, “Er wordt veel beleid gemaakt waarvan we niet weten of het werkt”, in: Het Financieele Dagblad, 16 maart 2021; Roel Bekker, “Geef beleidseconoom een grotere rol, voor minder en beter beleid”, in: Het Financieele Dagblad, 16 maart 2021.
135
Deze definitie van het publieke belang doet sterk denken aan de uitleg die de topambtenaar sir Humphrey Appleby uit de BBC-televisieserie ‘Yes Prime Minister’ ooit eens ten beste gaf. Hij vatte de gedachten van de gemiddelde politicus samen in de trits: ‘We ought to do something. This is something. Hence, we ought to do this’. Volgens Coen Teulings c.s. zijn met deze onberispelijke logica heel wat vermeende ‘goede doelen’ uitgevonden in de politieke arena, soms geboren uit nobele motieven, maar soms ook uit particulier deelbelang. Coen Teulings, Lans Bovenberg en Harry van Dalen, De cirkel van goede intenties. De economie van het publieke belang, Amsterdam, 2005, blz. 12. Dit leidt ook tot wat bestuurskundige noemen tot de pathologie van het ‘gulzige’, ‘onmatige’, ‘verknipte’ of ‘ADHD- bestuur’. Willem Tommel, Gulzig bestuur, Den Haag, 2007; Joop Koppenjan, Het verknipte bestuur; over efficiency, samenhang en toewijding bij publieke dienstverlening; Jos de Beus, “ADHD-bestuur met zijn voortdurende vernieuwing laat de publieke sector ontsporen”, in: NRC Handelsblad, 28 juni 2008.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Tegelijkertijd blijft de overheid een cruciale, onmisbare publieke rol vervullen: −
om met een publiek perspectief een visie en richting voor de stad formuleren;
−
bij het vaststellen van spelregels (scheidsrechter, arbiter bij rivaliserende (ruimte)claims, beslechten van geschillen, internaliseren van externe effecten) zodat de kracht van de ‘civil society’ gemobiliseerd kan worden;
−
het tegengaan van ongeoorloofde uitsluiting en het organiseren van de solidariteit;
−
het voorkomen van eigenrichting, willekeur en het nastreven van enkel en alleen private belangen;
−
het mogelijk blijven maken van nieuwe toetreders;
−
het uitnodigen tot vernieuwing, faciliteren van ontwikkelingen, ruimte geven, stimuleren van experimenten en het accepteren van mislukkingen.
De diverse transformaties (economisch, sociaal, ecologisch, bestuurlijk) dwingen tot een groot aantal ongemakkelijke en duidelijke keuzes, of zullen stagneren. Dit vergt een krachtig openbaar bestuur dat heldere kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen kiest én een breed interventierepertoire hanteert. De transformaties gaan gepaard met creatieve destructie, roepen allerlei weerstanden op en tasten gevestigde belangen aan. Om de transformaties te realiseren, zijn voldoende ondernemende ambtenaren, regisseurs en aanjagers nodig. Bevorderen van flexibiliteit, aanpassingsvermogen en veerkracht met een breed pallet aan instrumenten De transities en aanpassingsprocessen zijn een grillig proces, met onzekere uitkomsten, met grote belangen, die zich uit lijfsbehoud roeren. Dat vereist niet alleen dat er ruimte gegeven wordt, maar vergt ook het vermogen om die grillige transitieprocessen te doorlopen, te kanaliseren en tot een goed einde te brengen. Voor de overheid houdt dat in: ‘vernieuwen’, maar ook ‘beschermen’, ‘bewaken’,
87
‘versterken’, ‘verdelen’, ‘compenseren’, ‘loslaten’, ‘aanjagen’ of ‘radicaal doorduwen’.136 De nieuwe gemeente moet bepalen welke instrumenten bij welke maatschappelijke opgave horen, wat de publieke belangen zijn en welke publieke waarden men voor de inwoners van Voorne wil realiseren. Daarbij is een aandachtspunt dat op weg naar de fusie − en zelfs misschien nog vele jaren ná de fusie − niet te veel focus en energie weglekt door “gedoe”. Hogere vormen van participatie in de kernen De burger- en ondernemersbetrokkenheid in de nieuwe gemeente kan vergroot worden door de burgers en ondernemers niet alleen te laten ‘meeweten’ (de gemeente licht burgers voor over beleid) en te laten ‘meedenken’ (burgers en ondernemers krijgen, onder anderen via wettelijke inspraakprocedures, de gelegenheid om feedback te geven op beleidsvoorstellen). Maar juist in te zetten op ‘meewerken’ (burgers en ondernemers hebben een actieve rol bij het ontwikkelen van beleidsalternatieven), ‘meefinancieren’ (burgers en ondernemers dragen financieel bij aan concrete projecten), ‘meebeslissen’ (burgers en ondernemers krijgen verantwoordelijkheid voor besluitvorming), ‘meedoen’ (burgers en ondernemers hebben een actieve rol bij de uitvoering van beleid) en ‘mee-evalueren’ (burgers en ondernemers spelen een actieve rol bij kwaliteitsbewaking en beleidsevaluatie).
Het is van belang om daarbij de balans te bewaken tussen de behoefte aan professionele expertise, het voldoen aan de vraag en wens van bewoners, en het Not in My Backyard (NIMBY) syndroom. Unanimiteit is niet nodig. Een goede oplossing is de oplossing waarvoor zoveel mogelijk mensen begrip kunnen opbrengen, zonder dat het voor iedereen de “beste” optie is. Maak dit vooraf duidelijk.
_________ 136
Agenda Stad Denktank Agenda Stad, Sterke stedelijk netwerken. Een langetermijnperspectief voor verbonden steden, Den Haag, april 2015.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Deliberatieve vormen van democratie kunnen een aanvulling zijn op de representatieve democratie met IENS-achtige peilingen, panels, G1000-bijeenkomsten, loting van inwoners, e.d.. Deze lichtere vormen zijn vaak aantrekkelijker dan de traditionele, vaak wettelijk verplichte vormen van participatie. Ook is het mogelijk om hiermee meer burgers bij het beleid en de beleidskeuzes te betrekken. Ook met burgerbegrotingen, budgetten per kern, burgerfora e.d. kan ingezet worden op verdergaande vormen van bewonersparticipatie. Wel moet het bestuur van de nieuwe gemeente goed met de raad nadenken en bespreken, en een heldere keuze maken, over het primaat of het ultimaat van de gemeenteraad. Als hier zaken in mis gaan, ook in de communicatie, is het gedaan met de burgerbetrokkenheid. Wees tegelijkertijd realistisch. De nieuwe inwoners van de gemeente Voorne zijn niet in elke wijk, buurt, dorp en kern in gelijke mate gemotiveerd en toegerust om zich met participatietrajecten te bemoeien en dat kan tot ongelijke uitkomsten leiden. En méér eigen regie voor en van de inwoners betekent ook nieuwe vormen van ongelijkheid. Burgerinitiatieven richten zich sterk op de eigen groep en het versterken van de onderlinge banden. Deze initiatieven laten zich over het algemeen weinig gelegen liggen aan solidariteit.
Deze verantwoordelijk blijft bij de lokale overheid liggen die het algemeen belang behartigt. Blijvende publieke aandacht is nodig voor burgers zonder groot netwerk, weinig financiële draagkracht en beperkte vaardigheden. Zij kunnen niet aan het beleidsideaal van ‘zelforganisatie’ voldoen en dreigen buiten de boot te vallen.137 Stel de leefwereld centraal en niet de systeemwereld Het optreden van de overheid is zeker in het afgelopen decennium sterk geïnspireerd op semimanagementdenken. Dat heeft geleid tot een sterke instrumentalisering van bestuur en politiek en een sterk centralistische inslag van het overheidsbestuur. De gevolgen zijn onder meer een verlicht 88
aanbodbestuur waar vraagsturing wordt beoogd, een opeenstapeling van sturingsinstrumenten, een meetindustrie die alle ruimte voor instellingen insnoert en een systeemlogica waar burgers nauwelijks iets van begrijpen. De logica van de systeemwereld is dominant en de leefwereld van de burgers is ondergeschikt. De lijst van veelgehoorde bezwaren om de burgers geen echte rol te geven (vooral in het ruimtelijke domein) is lang.138 Het integraal inspelen op samenhangende opgaven vanuit de optiek van burgers en ondernemers kan ook door brede welvaart en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties als uitgangspunt te nemen. Dit sluit aan bij de actuele beleids- en beleidsinformatieontwikkeling in Nederland, steden, gemeenten en regio’s.139 Met de invalshoek van brede welvaart worden diverse aspecten die de kwaliteit van leven voor burgers en inwoners bepalen in samenhang belicht. Door de
_________ 137
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid, Den Haag, 2017.
138
Frans Soeterbroek, Democratische vernieuwing in het ruimtelijk domein voorbij het vrijblijvende experiment, blog, 23 augustus 2019. Tegenwerpingen zijn: stadsontwikkeling is complex, je hebt experts nodig om iets te brouwen uit wat de bewoners en andere belanghebbenden inbrengen, bewoners betrekken voordat wij iets hebben bedacht klinkt mooi maar mensen willen graag iets concreets als een plan hebben om over te praten, we moeten rekening houden met meer belangen dan het belang van de bewoners, de wereld van grond, vastgoed en ontwikkelrechten kent zijn eigen realiteit en is te (concurrentie-)gevoelig om alles met bewoners te delen, buurtbewoners zitten er toch vooral voor hun eigen belang, zijn moeilijk te bewegen daar voorbij te kijken en proberen buiten ons om invloed via media en politiek te organiseren, de mensen die afkomen op participatie zijn niet representatief voor de buurt, et cetera. Op al deze tegenwerpingen geeft Soeterbroek aanpakken en argumenten die hierbij aansluiten en blijven inzetten op burgerparticipatie en democratische vernieuwing.
139
Centraal Bureau voor de Statistiek, Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2019, Den Haag/Heerlen/Bonaire, 2019; Economisch Statistische Berichten, Meten van Welvaart, Dossier, nr. 4772S, jrg. 104, 11 april 2019; Edwin Horlings en Jan-Pieter Smits, Conceptueel kader voor een regionale monitor brede welvaart, Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag, september 2019; Centraal Bureau voor de Statistiek, Technische toelichting op de regionale Monitor Brede Welvaart 2020, Den Haag, 2020; Planbureau voor de Leefomgeving, Verkennen waar wat werkt. Vormgeven aan leren en adaptief beleid, Notitie, Den Haag, 9 september 2020; Centraal Bureau voor de Statistiek, Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2020, Den Haag/Heerlen/Bonaire, 2020; https://dashboards.cbs.nl/rmbw/regionalemonitorbredewelvaart/; CPB/PBL/SCP, Plan van aanpak CPB-PBL-SCP Verankering Brede Welvaarts-denken in begrotingssystematiek van Kabinet en Kamer, Brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer, 8 februari 2021.
SWOT-analyse gemeente Voorne
huidige brede welvaart (hier en nu) te belichten in relatie tot de toekomstige brede welvaart (later) worden de politieke keuzes en afruilen scherp belicht. Afwegingen over de brede welvaartthema’s welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu (hier en nu). En over de ontwikkeling in en opgaven voor het economisch kapitaal, het natuurlijke kapitaal, het menselijke kapitaal en het sociale kapitaal (de brede welvaartsthema’s ‘later). Met de invalshoek van brede welvaart en SDG’s staat niet langer de inzet van middelen en instrumenten op afzonderlijke beleidsterreinen centraal maar het bereiken van de beoogde maatschappelijke effecten per integrale opgave (los van taakveld, budget en deelverantwoordelijkheden). Geef vertrouwen aan de burgers en beleidsvrijheid aan de ambtenaren om maatwerk te leveren Albert-Jan Kruiter wijst er op dat naast het verminderen en verschralen van de dienstverlening in de zorg- en hulpverlening de controlestaat steeds sterker wordt. Er wordt overal geïnvesteerd in controleurs, inspecteurs en toezichthouders. In het toezicht treedt de overheid helemaal niet terug. In deze ontwikkeling zit een rare contradictie. De overheid zegt: ‘wij gaan het niet meer doen, u moet het zelf doen, maar wij gaan wel controleren of u het goed doet’.
De overheid kan de oplossing van uw probleem niet meer betalen, maar gaat wel controleren of u uw eigen oplossing wel goed uitvoert. Veel duidelijker zou zijn als de overheid zou zeggen: ‘de thuiszorg kunnen wij niet meer betalen, u moet het helemaal zelf regelen’. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Echter de reflex lijkt te zijn dat de overheid moet controleren, eisen blijft stellen en zich ermee blijft bemoeien. Dit gaat echter niet werken. Als burgers het zelf moeten oplossen dan kiezen zij ook hun eigen vormen en aanpakken en laten zij niets gelegen liggen aan ‘de eisen’ van de overheid. Deze sturing- en controleneiging van de overheid raakt ook welzijnsinstellingen, scholen of omroepen. Overal is de druk groot om meer diensten te verlenen tegen minder geld, en om meer verantwoording af te leggen met minder vrijheid om eigen keuzes te maken. In hun overlevingstocht zitten maatschappelijke organisaties gevangen in enerzijds
89
disciplinering vanuit wetgeving en toezichtorganen, en anderzijds de eisen van de markt. 140 Het ontbreekt ambtenaren en frontlijn werkers vaak ook aan beleidsvrijheid en beschikkingsruimte om maatwerk te leveren en klantgericht te werken. De nieuwe gemeente Voorne kan inzetten om geen callcentrum en een 14.000 nummer te gaan gebruiken. Men kan als organisatiecultuur implementeren dat de nieuwe gemeente de mens ziet achter het BSN-nummer, ‘gewoon’ Nederlands gebruikt en als standaardreflex even de telefoon pakt. De medewerkers in de nieuwe gemeente kunnen de ruimte krijgen om maatwerk te leveren en ‘beschikkingsruimte’ om de burger tegemoet te komen? De oproep van de Nationale Ombudsman om in elke gemeente een loket in te richten voor alle overheidsdiensten waar de burger met al zijn vragen terecht kan, past hier ook bij.141 Moedige bestuurders, doortastende managers en dienende beleidsmakers Niemand is tegen het uitgangspunt om de burger centraal te stellen, maar je moet het ook doen. Als je ergens tegenaan loopt, moet je weer teruggrijpen naar de koers die je hebt ingezet en wat de bedoeling was.142 Je moet als wethouder consistent de ingezette lijn vasthouden. Verder zijn doortastende managers nodig, die de professionals daadwerkelijk de ruimte geven die ze nodig hebben om responsief te kunnen werken. Je hebt leidinggevenden nodig die ervoor gaan.
Geef geduldige, bevlogen ambtenaren die inwoners verder willen helpen en daarbij van de geëigende paden afwijken de
_________ 140
Albert Jan Kruiter, Femmianne Bredewold en Marcel Ham (red.), Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt. Kroniek van een verandering, Amsterdam, 2016; Jasper Loost & Piet-Hein Peeters, Vijf jaar lokaal sociaal domein. Veel gedaan, te weinig bereikt, s.l.. 2019, blz. 48-63 (interview met Albert Jan Kruiter); Albert Jan Kruiter, Naar een intelligente waardegedreven uitvoering, position paper t.b.v. de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisatie, 5 mei 2020.
141
Laura Wennekes, “Ombudsman wil één loket voor alle overheidsdiensten”, in: Gemeente.nu, 6 november 2019.
142
Wouter Hart, Verdraaide organisaties. Terug naar de bedoeling, Deventer, 2013.
SWOT-analyse gemeente Voorne
ruimte. Dat is tijdrovend. Maar onder de streep levert het geld op. In kwaliteit, geld en in tevredenheid bij de inwoner. De inwoner wordt op deze wijze bovendien duurzamer geholpen. 143 Hoe moeilijk en hoeveel energie dat vergt, blijkt uit de ervaringen van Jet Bussemaker, de tragedie achter de toeslagenaffaire en de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties. Hoe langer en dieper je in de ambtelijke beleidsprocessen zit, hoe moeilijker het wordt te bedenken dat het anders kan. De zelfstandige bestuursorganen, de koepels, de belangenvertegenwoordigers, de instituties zijn door de overheid nauwelijks te domineren. Voor veel burgers is de verzorgingsstaat een slagveld geworden. Onze maatschappelijke problemen worden steeds ingewikkelder en dat kan leiden tot een aaneenschakeling van handelingen door mensen die vaak vanuit de beste bedoelingen opereerden, hoezeer ze ook faalden. Het vergt moedige bestuurders, doortastende managers en dienende beleidsmaker om hier doorheen te breken.144
90
_________ 143
Yolanda de Koster, “Menselijkheid moet het winnen van het systeem”, in: Nieuwsbrief Binnenlands Bestuur Sociaal, 25 februari 2021. Zie het nog steeds waardevolle rapport en advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Bewijzen van goede dienstverlening, WRR-rapport nr. 70, Amsterdam, 2004.
144
Jet Bussemaker, Ministerie van Verbeelding. Idealen en de politieke praktijk, Amsterdam, 2021; Jan Tromp, “De politiek is onttoverd, de idealen blijven” (recensie boek van Jet Bussemaker), in: De Volkskrant, 20-2-2021; Jesse Frederik, Zo hadden we het niet bedoeld. De tragedie achter de toeslagenaffaire, s.l., 2021, blz. 9; Tweede Kamer der Staten-Generaal, Klem tussen balie en beleid, Rapport Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties.
SWOT-analyse gemeente Voorne
8 SWOT-analyse 8.1 Inleiding Het overzicht van sterktes (par. 8.2), zwaktes (par. 8.3), kansen (par. 8.4) en bedreigingen (par. 8.5) in dit hoofdstuk is deels een samenvatting uit de voorafgaande hoofdstukken. Maar ook een keuze en deels andere accenten dan de vele overzichten van sterktes, kansen, kansen en bedreigingen waarover de gemeenten reeds beschikken. Het gevaar voor de nieuwe gemeente is dat er geen echt grote urgentie is. Zeker als de structurele lange termijn bedreigingen niet continu op het netvlies zijn. De grote opgaven zijn deels abstract, vergen een zeer lange adem en middelen (financiën, regelgeving) van de rijksoverheid en andere partijen die onzeker zijn (duurzaamheidstransitie, verkeer, vervoer en mobiliteit, goed regelen van de zorg voor de zorgbehoeftige ouderen in wijk en kern, onderwijsaanbod op Voorne versterken, het versterken van de identiteit en kwaliteiten in de kernen, krimpende beroepsbevolking). Het gevaar is dat men focust op de dagelijkse stappen die gezet moeten worden. Dat men verder gaat met het ontwikkelen, verbeteren en variëren van de prettige woonmilieus, het verbeteren van de goede, gevarieerde voorzieningen (o.a. verbeteren van Struytse Hoeck), dat men stappen zet in het beter aanpakken van de overzichtelijke sociale problematiek en dat men voortgaat met de eerste voorzichtige stappen in de verduurzamingsopgave. Allemaal belangrijk.
Maar het gevaar is dat de echte grote maatschappelijke opgaven alleen maar marginaal of in woorden worden aangepakt. 91
8.2 Sterktes Sterktes zijn gebaseerd op de ligging, de ruimte, rust, natuur, het water en toerisme en in bijvoorbeeld de beperkte sociale problematiek. Dit biedt kansen. Ook de bescheiden verwachte bevolkingsontwikkeling is een kans. Het biedt de kans om voor kwaliteit te gaan en niet voor kwantiteit. En het gaan voor kwaliteit, is uiteindelijk de winnende kaart voor de nieuwe gemeente. −
De ligging, ruimte, rust, natuur, bos, open natuurlijk terrein, water, toerisme en recreatie.
−
Gevarieerde woon-, werk- en leefmilieus en voorzieningen.
−
Historisch erfgoed.
−
Kwaliteit fietsvoorzieningen.
−
Zeer beperkte sociale problematiek.
−
In Westvoorne en Brielle kan men van een dubbeltje een kwartje worden (goede score op kansengelijkheid).
−
Geen kantoorleegstand.
−
Geen grote veiligheidsproblemen (wel aandacht nodig voor de veiligheidsgevoelens en percepties).
−
ZZP-ondernemerschap.
8.3 Zwaktes −
Geen duidelijke profilering, marketing en branding (Voorne als onontdekte parel).
−
Ambities die te gemakkelijk zijn geformuleerd maar niet eenvoudig zijn te realiseren (20.000 banen erbij, duurzame koploper in Nederland, bevolkingsopbouw moet in balans, ‘slagkracht’, Tuin van de
SWOT-analyse gemeente Voorne
Regio, et cetera). Het vergt langjarig beleid met een duidelijke visie en krachtige uitvoeringsagenda (met middelen) om verder te komen met deze ambities en geformuleerde “kansen”. −
Grote afstand tot treinstation.
−
Relatief slechte OV-verkeerverbindingen (qua modaliteit en frequentie) en congestie op de verkeerswegen en bij de oeververbindingen.
−
De nieuwe gemeente Voorne ontgroent niet, maar tegelijkertijd neemt het aantal jongeren maar in zeer beperkte mate toe. Dit kan negatieve consequenties hebben op de dynamiek, vernieuwingsgezindheid en het ondernemerschap.
8.4 Kansen Een kans is dat de gemeenten en kernen in één nieuwe gemeente de complementariteit tussen de kernen beter kunnen benutten en meet van elkaar kunnen leren. Brielle is bijvoorbeeld sterk is in de ontwikkeling van duurzame energie en de andere kernen veel minder. In Westvoorne is het veel makkelijker om van een dubbeltje een kwartje te worden dan in Hellevoetsluis. De winkelleegstand is in Hellevoetsluis veel geringer dan in Brielle. Dit biedt de mogelijkheid om de complementariteit tussen de kernen in de nieuwe gemeente nog beter te gaan benutten, uit te bouwen en te versterken. Naar verwachting is het binnen één gemeente − mede afhankelijk van de organisatiecultuur in de nieuwe gemeente − veel makkelijker om van elkaar te leren. Waarom lukt dit in deze kern beter dan in een andere kern? Waarom is dit zo lastig in deze kern en lijkt het wel te lukken in een andere kern? Deze leerkans kan de nieuwe gemeente Voorne gaan benutten. −
De drie gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn op vele aspecten en kenmerken complementair aan elkaar, dat biedt de mogelijkheid om van elkaar te leren en om de