22 09 03 brief college Vaststellen Plan van Aanpak Omgevingsplan en Handboek Wijzigen van het Omgevingsplan bijl 2
Tekst van het document
Motivering Hierin wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt aangepast 1, 2, 3, 4, 6, 9
Regels
Toelichting - artikelsgewijze toelichting - algemene toelichting
5
7
38
Bijlage 6
Verschillende informatiemodellen voor overheidspublicaties
Bron: Standaard officiële publicaties (STOP/TPOD) en informatiemodellen (IMOP en IMTP) Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Om omgevingsdocumenten te valideren en publiceren, zijn er informatiemodellen voor overheidspublicaties ontwikkeld. Zoals de Standaard voor officiële publicaties (STOP) en de bijbehorende toepassingsprofielen (TPOD). De omgevingsdocumenten worden door de gemeente gepubliceerd via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Stand van zaken Geonovum en KOOP ontwikkelen de standaarden en bijbehorende informatiemodellen voor overheidspublicaties. Dit zijn:
● ● ● ●
Standaard officiële publicaties (STOP) Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD) Informatiemodel officiële publicaties (IMOP) Informatiemodel toepassingsprofielen (IMTP)
Bekijk de actuele versies van de standaarden: Bekijk de Standaard officiële publicaties (STOP) op de website van KOOP. Bekijk de TPOD-standaarden en voorbeeldbestanden op de website van Geonovum. Standaard officiële publicaties (STOP) De STOP ondersteunt de volgende functies van officiële overheidspublicaties:
● ● ● ●
maken vaststellen bekendmaken beschikbaar stellen
Toepassingsprofielen (TPOD) Naast de STOP krijgt ieder domein een eigen toepassingsprofiel. Voor de Omgevingswet is dat het TPOD. De TPOD-standaarden zorgen dat juridische regels aan werkingsgebieden en geometrie zijn gekoppeld. Zo kunt u ook op een kaart zien welke regels waar gelden. Informatiemodel officiële publicaties (IMOP) Het IMOP bevat de basis voor de beschrijving van de structuur en de inhoud van officiële publicaties. Het is bedoeld voor publicaties in officiële publicatiebladen van overheden en voor het berichtenverkeer dat daarmee te maken heeft. Hoe de tekststructuur van het omgevingsplan, het IMOP-tekstmodel, moet worden toegepast op het omgevingsplan staat beschreven in paragraaf 5.6 op pagina 33 van Toepassingsprofiel omgevingsplan (12. TPOD Omgevingsplan v0.97 (geonovum.nl)) Informatiemodel toepassingsprofielen (IMTP) Het IMTP beschrijft de technische inhoud en structuur van toepassingsprofielen als onderdeel van de STOP. Het is de conceptuele beschrijving van hoe de toepassingsprofielen werken. Het IMTP geldt voor alle toepassingen van de STOP. Alle toepassingsprofielen hebben zo dezelfde structuur. Conceptueel informatiemodel (CIM) Het CIM definieert de informatie die een rol speelt in de Omgevingswet. De volgende concepten komen er onder andere in voor, inclusief kenmerken en onderlinge relaties:
39
● ● ● ● ●
regel activiteit locatie begrip omgevingswaarde
Review STOP/TPOD 1.0 Het programma Aan de slag met de Omgevingswet heeft in april 2020 de review STOP/TPOD standaard 1.0 laten uitvoeren. De review geeft aan of de standaard goed genoeg is om de volgende dingen mee te regelen voor de Omgevingswet:
● ● ●
software ontwikkelen processen inrichten maatregelen nemen die daarbij helpen
40
Bijlage 7
Locatie en Werkingsgebied
Bron: 12. TPOD Omgevingsplan v0.97 (geonovum.nl)
Locatie en inhoudelijke annotatie Een Locatie duidt de geometrische afbakening aan van enkele inhoudelijke annotaties, zoals Activiteit, Functie, Onderwerp, Omgevingswaarde en Omgevingsnorm. Daarvoor hebben deze inhoudelijke annotaties de eigenschap Locatie. Wanneer de gewenste annotatie de eigenschap Locatie heeft, is het verplicht deze eigenschap te gebruiken. De Locatie die aan een inhoudelijke annotatie is gekoppeld, wordt Locatie genoemd en niet Werkingsgebied.
Locatie en tekst Dit is in de gevallen waarin geen annotatie wordt toegevoegd of een annotatie wordt gebruikt die geen eigenschap Locatie heeft, zoals Thema. Een Locatie die aan een tekstelement of tekstfragment is gekoppeld, wordt Werkingsgebied genoemd. Dat geldt voor zowel Wijzigingsbesluiten met regels als voor Wijzigingsbesluiten zonder regels. Dit betekent dat Wijzigingsbesluiten zonder regels óók werkingsgebieden bevatten. Indien er geen Werkingsgebied is gekoppeld aan een tekstelement, geldt hiervoor het volledige Werkingsgebied van het besluit tot vaststelling of wijziging of van het hele Wijzigingsbesluit.
Eigenschappen Locatie Locatie heeft de volgende eigenschappen: ● Geometrie: de beschrijving van de positie door middel van coördinaten. Voor Geometrie gelden de volgende functionele normen: Bij Locatie is Geometrie verplicht. Locatie kan bestaan uit één of meer Geometrieën. Een Geometrie mag alleen een vlak of multivlak zijn. Per Locatie kan de coordinate reference system (crs) verschillen. Deze wordt bijgehouden bij Geometrie. Als een Locatie bestaat uit meerdere Geometrieën moeten deze allemaal dezelfde crs hebben. De standaard ondersteunt de volgende crs-en: ● EPSG:28992 (=RD) en ● EPSG:4258 (=ETRS89) ● Bron: de bron die is gebruikt voor, dan wel de wijze van inwinning van de geometrie. Bron wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Idealisatie: de manier waarop de begrenzing van Locatie geïnterpreteerd moet worden en door het bevoegd gezag bedoeld is. Idealisatie wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Marge: de afstand in meters waarmee de indicatief bedoelde begrenzing van Locatie geïnterpreteerd moet worden. Marge is een optionele eigenschap die alleen kan worden gebruikt wanneer de waarde van Idealisatie indicatief is. De marge is de afstand in meters en wordt aangegeven met decimaal. ● Noemer: de tekstuele beschrijving van de locatie. Locaties kunnen geheel of gedeeltelijk gestapeld worden.
Dat geldt zowel voor Locaties bij tekstelementen of annotaties van hetzelfde type als voor Locaties bij tekstelementen of annotaties van verschillende typen.
41
Figuur 5: voorbeelden van stapeling van locaties
Locatie Een Locatie is een met coördinaten afgebakend gebied of object. Locatie bevat één of meer geometrieën. Een Locatie kan aan een inhoudelijke annotatie gekoppeld worden en kan aan de tekst gekoppeld worden.
Werkingsgebied in woorden beschreven Soms is het wenselijk om het gebied waar een regeltekst zijn werking heeft niet exact te begrenzen. In die gevallen wordt het werkingsgebied in woorden beschreven. Voorbeeld: uitoefenen detailhandel in woongebied alleen toegestaan in hoekhuizen. Alle hoekhuizen zijn het werkingsgebied: ● A is de kaartweergave bij de beschrijving van het werkingsgebied van de gebruiksactiviteit in woorden;
42
●
B is de kaartweergave bij een begrenzing van het werkingsgebied van de gebruiksactiviteit door middel van geometrieën.
Figuur 6: begrenzing werkingsgebied in woorden (A) en met coördinaten (B)
Geometrie van (werkings)gebieden Alle regels (tekstfragmenten) in een Wijzigingsbesluit zijn via het attribuut werkingsgebied gekoppeld aan het gebied (exacte geometrische begrenzing) waar ze van toepassing zijn. Ieder tekstfragment is gekoppeld aan één werkingsgebied. Een werkingsgebied heet in het model Locatie. Het uitgangspunt voor de weergave van objecten met een geometrie is dat de inhoudelijke waarde van het object (zoals een functie, een onderwerp of een norm), bepaalt met welke symboliek (kleur/arcering) een werkingsgebied wordt weergegeven. Het presentatiemodel bedient twee mogelijkheden om de informatieobjecten weer te geven (in een digitale viewer):
● ●
Symbolisatie op basis van een afgesproken standaard-symbolisatie Een eigen symbolisatie die afwijkt van de standaard-symbolisatie
Standaardfrase als verbinding tussen regeltekst, werkingsgebied en waarden In Wijzigingsbesluiten met regels zullen veel normen voorkomen die in verschillende gebieden verschillende waarden hebben. In onderstaande tabel staan twee methodes om dit in de regeltekst te verwerken. Tabel 5: twee methodes standaardfrases als verbinding tussen regeltekst, werkingsgebied en waarden
Methode 1: Beschrijving van de gebieden waar de norm geldt én de waarden zijn in de regeltekst opgenomen.
Methode 2: Standaardfrase in regeltekst gecombineerd met weergave van de waarden van een norm op kaart
43
44
Bijlage 8
Vormen van annotaties
Bron: 12. TPOD Omgevingsplan v0.97 (geonovum.nl) De typen annotaties die relevant zijn voor het omgevingsplan, zijn in te delen in vier groepen:
a. b.
c. d.
Regeling- en besluitannotaties, betreffen kenmerken van die regeling of dat besluit, zoals een naam daarvan en diverse datums zoals de vaststellingsdatum en de datum in werking treding. Tekststructuurannotaties maken duidelijk hoe de tekst van het omgevingsplan gestructureerd is naar hoofdstukken, paragrafen, artikelen, leden, et cetera. Ook verwijzingen met hyperlinks vallen hieronder. Werkingsgebiedannotatie specificeert voor welk deel van Nederland (i.c. van het gemeentelijk grondgebied) de desbetreffende regel van toepassing is. Inhoudelijke annotaties benoemen eigenschappen van een juridische regel, een artikel zonder leden, een lid van een artikel of een gedeelte van een artikel of lid.
In de VNG handleiding annoteren omgevingsplan wordt elk type annotatie toegelicht 9 en wordt ingegaan op het toepassen van die types op verschillende soorten regels. 10 Er zijn verschillende niveaus waarop een wijzigingsbesluit verrijkt kan worden met annotaties: Begripsbepalingen Voor de begripsbepalingen gelden de volgende regels:
● ● ● ●
Begripsbepalingen worden uitsluitend opgenomen in het artikel Begripsbepalingen in hoofdstuk 1; Het artikel Begripsbepalingen begint met een introducerende zin; Ieder begrip bestaat uit een term en een definitie; De begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen en krijgen geen nummer.
Op de begrippen wordt de IMOP-systematiek Begrippenlijst toegepast: een specifieke vorm van een Lijst die gericht is op het coderen van een lijst met definities. Meet- en rekenbepalingen Voor de meet- en rekenbepalingen gelden de volgende regels:
● ● ● ●
Meet- en rekenbepalingen worden uitsluitend opgenomen in het artikel Meet- en rekenbepalingen in hoofdstuk 1; Het artikel Meet- en rekenbepalingen begint met een introducerende zin; Iedere meet- of rekenbepaling bestaat uit een term en een beschrijving van de te gebruiken meet- of rekenwijze; De meet- en rekenbepalingen worden in alfabetische volgorde opgenomen en krijgen geen nummer.
Op de meet- en rekenbepalingen wordt de IMOP-systematiek Begrippenlijst toegepast: een specifieke vorm van een Lijst die gericht is op het coderen van een lijst met definities. Activiteit Een activiteit betreft ieder menselijk handelen waarbij, of ieder menselijk nalaten waardoor een verandering of effect in de fysieke leefomgeving wordt of kan worden bewerkstelligd. Voor de annotatie Activiteit zijn de volgende eigenschappen nodig:
9
2021-03-vng-handreiking-annoteren-omgevingsplan-v4.pdf vanaf pagina 11 in hoofdstuk 2
10 2021-03-vng-handreiking-annoteren-omgevingsplan-v4.pdf hoofdstuk 5
45
● ● ● ●
Activiteit: de naam van de activiteit. Voor Activiteit geldt een uitbreidbare waardelijst. Activiteitengroep: de categorie waartoe de activiteit behoort. Activiteitengroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de activiteit geldt. KwalificatieActiviteitregel: de eigenschap die vastlegt tot welke soort een regel over een activiteit behoort. KwalificatieActiviteitregel wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst.
Functie Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door het zodanig stellen van regels over activiteiten en de locaties waar die activiteiten wel of juist niet verricht mogen worden dat onderling evenwicht ontstaat. Dat kan door gebieden een functie te geven en die gebieden te begrenzen met coördinaten waardoor ze op een kaart als functie worden weergegeven, in combinatie met het stellen van regels over bij die functie behorende activiteiten. Voor de toepassing van functie-aanduidingen (het geven van functies aan gebieden en die gebieden begrenzen met coördinaten waardoor ze op een kaart als functie worden weergegeven) is het noodzakelijk de annotatie Functie toe te voegen. Voor de annotatie Functie zijn de volgende eigenschappen nodig:
● ● ●
Functie: de naam van de functie. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. Functiegroep: dit is de categorie waartoe de functie behoort. Functiegroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de functie geldt.
Bij het werken met functie-aanduidingen worden in het regeltekstonderdeel over een specifieke functie alleen regels opgenomen over functie-gerelateerde activiteiten. Omgevingswaarde Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving, de toelaatbare belasting door activiteiten en/of de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen als beleidsdoel vastleggen. Voor de annotatie Omgevingswaarde zijn de volgende eigenschappen nodig:
●
Omgevingswaarde: de naam van de omgevingswaarde. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. ● Omgevingswaardegroep: dit is de categorie waartoe de omgevingswaarde behoort. Omgevingswaardegroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Waarde: de waarde die een omgevingswaarde op een bepaalde locatie heeft. Waarden kunnen numeriek zijn, maar ook in woorden worden beschreven. Wanneer de waarde numeriek is moet ook een eenheid worden opgegeven. Eenheid is de grootheid waarin numerieke waarden worden uitgedrukt. ● Verplichtingsoort: de soort verplichting die door het vaststellen van de omgevingswaarde wordt opgelegd. De verplichtingsoort wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de omgevingswaarde geldt. ● Termijn: de termijn waarbinnen aan de verplichting moet zijn voldaan. Termijn is een optionele eigenschap die gebruikt kan worden wanneer in de regel een termijn wordt gesteld. Optioneel worden bij een Omgevingswaarde één op meer geometrische referentiepunten of referentielijnen opgenomen: punten of lijnen waarop aan (een bepaalde waarde van) de omgevingswaarde moet worden voldaan. Hiervoor gelden de volgende regels:
46
● ●
Het is niet toegestaan om bij één Omgevingswaarde zowel referentiepunten als een referentielijn op te nemen. Voor elk referentiepunt en elke referentielijn kan optioneel de hoogte worden bijgehouden door middel van een getal met daarbij een eenheid. Toegestane eenheden zijn 'meter t.o.v. NAP', 'meter t.o.v. maaiveld' en 'meter t.o.v. peil'. Om een ligging onder NAP, maaiveld of peil aan te geven moet het getal een negatieve waarde krijgen.
Omgevingsnorm
Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen om in een omgevingsplan normen, niet zijnde omgevingswaarden, die in een waarde worden uitgedrukt, op verschillende locaties verschillende waarden te geven en die inzichtelijk weer te geven, bijvoorbeeld op een kaartbeeld. In Tabel 6Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. staan voorbeelden van omgevingsnormen gegeven. Voor de annotatie omgevingsnorm zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Omgevingsnorm: de naam van de omgevingsnorm. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. ● Omgevingsnormgroep: dit is de categorie waartoe de omgevingsnorm behoort. Voor Omgevingsnormgroep geldt een uitbreidbare waardelijst. ● Waarde: de waarde die een omgevingsnorm op een bepaalde locatie heeft. Waarden kunnen numeriek zijn, maar ook in woorden worden beschreven. Wanneer de waarde numeriek is moet ook een eenheid worden opgegeven. Eenheid is de grootheid waarin numerieke waarden worden uitgedrukt. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de omgevingswaarde geldt. ● Geldigheid: de periode waarin de norm van toepassing is. Geldigheid is een optionele eigenschap die gebruikt kan worden wanneer een norm slechts in een bepaalde periode geldt.
Optioneel worden bij een Omgevingsnorm één of meer geometrische referentiepunten óf één referentielijn opgenomen: punten of lijnen waarop aan (een bepaalde waarde van) de omgevingswaarde moet worden voldaan. Hiervoor gelden de volgende regels: ● Het is niet toegestaan om bij één Omgevingsnorm zowel referentiepunten als een referentielijn op te nemen. ● Voor elk referentiepunt en elke referentielijn kan optioneel de hoogte worden bijgehouden door middel van een getal met daarbij een eenheid. Toegestane eenheden zijn 'meter t.o.v. NAP', 'meter t.o.v. maaiveld' en 'meter t.o.v. peil'. Om een ligging onder NAP, maaiveld of peil aan te geven moet het getal een negatieve waarde krijgen.
47
Tabel 6: voorbeelden van omgevingsnormen
Beperkingengebied Een beperkingengebied is een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar, vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een activiteit die in een beperkingengebied wordt verricht, wordt in het wettelijke systeem beperkingengebiedactiviteit genoemd. Voor de annotatie Beperkingengebied zijn de volgende eigenschappen nodig:
● ● ●
Beperkingengebied: de naam van het beperkingengebied. Voor Beperkingengebied geldt een uitbreidbare waardelijst. Beperkingengebiedgroep: de categorie waartoe het beperkingengebied behoort. Beperkingengebiedgroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over het beperkingengebied geldt.
Thema Doel van het annoteren van Thema is het kernachtig weergeven van de grondgedachte achter een onderdeel van het wijzigingsbesluit. Voor het annoteren van Thema is de volgende eigenschap nodig:
●
Thema: de naam van het thema. Voor Thema geldt een uitbreidbare waardelijst.
Onderwerp Waar Thema aangeeft wat de grondgedachte achter een onderdeel van het wijzigingsbesluit is, is Onderwerp een korte, inhoudelijke weergave van waar een onderdeel van het wijzigingsbesluit over gaat.
48
Voor het annoteren van Onderwerp zijn de volgende eigenschappen nodig:
● ●
Onderwerp: de naam van het onderwerp. Voor Onderwerp geldt een uitbreidbare waardelijst. Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waarop het onderwerp van toepassing is.
Relatiekwalificatie
Een regel kan in een bijzondere relatie tot een andere regel staan. De andere regel kan in het omgevingsplan zelf of in een ander wijzigingsbesluit (ook van een ander bevoegd gezag) staan. Het gaat om een gekwalificeerde relatie: de ene regel is een uitzondering, aanvulling of afwijking op een andere regel. Voor de annotatie Relatiekwalificatie zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Relatiekwalificatie: de naam van de gekwalificeerde relatie. Relatiekwalificatie wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Referentie: De identificatie van de regel (de 'bronregel') waarop de verbijzonderende regel een afwijking, aanvulling of uitzondering is. Deze identificatie bestaat uit de "workIdentifier" van de regel waarnaar de relatie wordt gelegd. De "workIdentifier" is een unieke Identifier die is opgebouwd volgens de standaard Akoma Ntoso Naming Convention. Verwijzing
Een tekstelement kan een verwijzing naar een ander tekstelement of ander document bevatten. Voor het maken van de verwijzing wordt gebruik gemaakt van de generieke xml-elementen IntRef (voor de verwijzing naar een ander tekstelement in hetzelfde document) en ExtRef (voor de verwijzing naar (tekstelementen in) een ander document). Feitelijk is dit geen vorm van annoteren. Regelkwalificatie
Regelkwalificatie is een annotatie die vastlegt tot welke soort een regel behoort. Voor de annotatie Regelkwalificatie zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Regelkwalificatie: de naam van de regelkwalificatie. Regelkwalificatie wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● InstructieregelVoorInstrument: het instrument waarvoor de instructieregel is bedoeld. InstructieregelVoorInstrument wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Deze eigenschap is verplicht wanneer Instructieregel is gekozen als waarde voor Regelkwalificatie. ● Normadressaat: het bestuursorgaan dat of de organisatie die de taak of de bevoegdheid waarover de instructieregel gaat moet uitvoeren. Normadressaat wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Deze eigenschap is verplicht wanneer ‘uitoefening taken en bevoegdheden’ is gekozen als waarde voor de eigenschap InstructieregelVoorInstrument, en mag alleen in dat geval gebruikt worden. Regelkwalificatie kan alleen worden toegepast op een regeltekst, d.w.z. op Artikel of Lid.
49
Bijlage 9
Toepasbare regels maken
Bron: VNG Realisatie rapport
Wat zijn toepasbare regels Toepasbare regels zijn begrijpelijke vertalingen van juridische regels voor zowel de gebruiker als voor de software. We kunnen met toepasbare regels antwoord geven op vragen over juridische regels van een initiatiefnemer (dit kunnen inwoners of ondernemers zijn, maar ook een bevoegd gezag). Een initiatiefnemer komt aan de hand van een vraag-en-antwoord-spel tot de conclusie of hij voor zijn initiatief wel of geen vergunning moet aanvragen of meldingen moet indienen. Binnen het Omgevingsloket worden toepasbare regels gebruikt voor de vergunningscheck, het aanvraagformulier en de maatregelen.
● ● ●
Bij de vergunningscheck zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer aan de hand van slimme vragen een conclusie krijgt. Bij het aanvraagformulier zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer een aanvraag op maat krijgt en dat hij de aanvraag volledig invult. Bij maatregelen zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer alleen die maatregelen te zien krijgt die voor hem gelden.
Opbouw toepasbare regels Het uitwerken van toepasbare regels kan op verschillende manieren; via pseudocode, een vragenboom of een beslistabel, zie Tabel 7. De VNG gebruikt voornamelijk de beslistabel, omdat Excel zich er gemakkelijk voor leent en omdat het lijkt op de beslistabel die gebruikt wordt in de toepasbare-regel-software. Tabel 7: typen uitwerking toepasbare regels
Pseudocode
Vragenboom
Beslistabel
Input ● Feiten ● Vraagtypes ● Toelichtingen ● Bronnen ● Beslisregels
Mogelijke uitkomsten ● toestemmingsvrij ● informatieplicht (leidt naar informatieformulier) ● meldingsplicht (leidt naar meldingsformulier) ● vergunningsplicht (leidt naar formulier vergunningsaanvraag) ● neem contact op met ● niet van toepassing ● verbod
50
Uitgangspunt voor de regels voor uw plan: Wij hebben ervoor gekozen alleen algemene regels en vergunningplicht op te nemen in het omgevingsplan en geen informatie- en meldplicht.
De volgende vraagsoorten zijn mogelijk: ● Gesloten vragen met ja of nee als antwoord ● Vragen met een keuzelijst met één antwoordmogelijkheid ● Vragen met een keuzelijst met meerdere antwoordmogelijkheden ● Vragen met een getal als antwoord ● Vragen met een datum als antwoord In de VNG handreiking toepasbare regels worden deze input elementen toegelicht en de mogelijke uitkomsten.
Maken van toepasbare regels In stap 1 t/m 6 zijn per activiteit juridische regels opgesteld. Als deze stappen goed zijn doorlopen, dan kunnen moeiteloos toepasbare regels worden gemaakt van de regels waarbij dit wenselijk is. Het maken van toepasbare regels kan in eerste instantie zonder software plaatsvinden, u kunt Excel gebruiken om een beslistabel te maken of een vragenboom schetsen op papier. In onderstaande stappen staat uitgelegd hoe toepasbare regels met en zonder software kunnen worden gemaakt. A. Hieronder staan de stappen voor het maken van toepasbare regels zonder software uitgelegd: 1. Formuleer de vragen en antwoorden voor de vergunningscheck a. Let op: formuleer niet twee vragen in één. 2. Bepaal de bron. Vragen kunnen ingevuld worden: a. door een initiatiefnemer b. door een register (bijvoorbeeld beschermde bomen) c. via een werkingsgebied (per werkingsgebied kunt u andere vragen voorleggen) 3. Schets de vragenboom of beslistabel. a. Begin met dominante vragen. b. Een scopevraag kan eerst voorgelegd worden om te voorkomen dat iemand de vragenlijst onterecht invult. 4. Formuleer de vragen voor het aanvraagformulier, meestal een combinatie van toepasbare regels voor de vergunningscheck met toepasbare regels voor de indieningsvereisten. a. Een keuzelijst bij indieningsvereisten heeft de voorkeur boven open tekstvelden. 5.
Controleer de toepasbare regels en de juridische regels a. De toepasbare regels worden gecontroleerd op juridische correctheid en begrijpelijkheid van de vragen en antwoorden. b. De juridische regels worden gecontroleerd vanuit de toepasbare regels. Zijn de toepasbare regels een juiste vertaling van de juridische regels? Of Het maken van toepasbare regels met software: Tijdens deze stap gaat u de toepasbare regels zoals u met elkaar hebt vastgesteld in de software verwerken. Er zijn verschillende leveranciers die deze software kunnen bieden. In de meeste gevallen betreft het een online tool die met een abonnement voor een aantal licenties afgenomen kan worden. Elke leverancier biedt hulp en ondersteuning bij het gebruik van de software, de één
51
in de vorm van een handleiding of een korte opleiding. Bij de ander kunt u het maken van toepasbare regels volledig uitbesteden. B. Beheren functionele structuur De functionele structuur is de kapstok in het DSO-LV waarin alle activiteiten met hun toepasbare regels aan elkaar gekoppeld zijn. Op het hoogste niveau wordt een vaste indeling aangehouden, ontleend aan activiteiten die voortkomen uit de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Omgevingsverordening, de Waterschapverordening en het Omgevingsplan. Vooralsnog is het idee dat alle activiteiten vanuit het omgevingsplan onder Omgevingsplanactiviteit in de functionele structuur geplaatst dienen te worden. De geüploade toepasbare regelbestanden van alle gemeenten zijn te bekijken via Registratie toepasbare regels (overheid.nl):
Figuur 7: Registratie toepasbare regels (voorbeeld van de gemeente Bronckhorst)
Mocht het bevoegd gezag voor een activiteit toepasbare regels willen gebruiken, dan moet het de activiteit aanvullen met metadata in RTR. Dit wordt ook wel het toepasbaar maken of het afmonteren van de activiteit genoemd. Dit betekent dat de belangrijke gegevens aan de activiteit toegevoegd worden. C. Registreren werkzaamheden en trefwoorden Aan één activiteit mogen één of meerdere werkzaamheden gekoppeld worden en één werkzaamheid mag naar meerdere activiteiten toe leiden.
52
Figuur 8: registreren werkzaamheden en trefwoorden
D. Uploaden toepasbare regelbestanden Het toepasbare-regelbestand dient geüpload te worden naar de daarvoor bestemde plek in de functionele structuur:
i. ii.
iii.
De verwijzing naar de functionele structuur registreert u via de toepasbare-regelsoftware in de URL van het regelbeheerbestand. Vervolgens klikt u op de knop uploaden en het toepasbare regelbestand wordt in het STTRformaat aangeboden aan het DSO. Indien er een positieve XSD-validatie heeft plaatsgevonden wordt het bestand geüpload. Voor altijd een proefcheck en aanvraag uit.
53