22 03 02 brief college gebiedsagenda Stikstof 0.1 bijlage
Tekst van het document
Gebiedsagenda Stikstof Duinen-Eilanden 0.1 13 december 2021
Martijn ten Napel (Flickr)
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1
Status van de Gebiedsagenda 0.1 ........................................................................................... 3
1.2
Aanleiding tot de Gebiedsagenda ........................................................................................... 3
1.3
Doel van de gebiedsagenda gebiedsgerichte aanpak Duinen-Eilanden en Delta ................... 4
Perspectief en strategie................................................................................................................... 5 2.1
Wenkend perspectief .............................................................................................................. 5
2.2
Werken vanuit bestaande agenda’s ........................................................................................ 5
2.3
Gebiedsiconen ......................................................................................................................... 6
Natuur.............................................................................................................................................. 8 3.1
Analyse natuur......................................................................................................................... 8
3.2
Natuurmaatregelen GGA Duinen-Eilanden ............................................................................. 9
3.3
Vervolg................................................................................................................................... 10
Stikstof ........................................................................................................................................... 11 4.1
Analyse .................................................................................................................................. 11
4.2
Maatregelen .......................................................................................................................... 13
4.3
Vervolg................................................................................................................................... 15
Ontwikkelbehoeften ...................................................................................................................... 17 5.1
Analyse en vervolg................................................................................................................. 17
6.
Vervolgproces en planning ............................................................................................................ 18
7.
Structuur en organisatie ................................................................................................................ 19 7.1
Samenwerking GGA met gebiedsprocessen.......................................................................... 19
7.2
Wat verwachten we van het Rijk? ......................................................................................... 19
7.3
Menskracht en middelen....................................................................................................... 20
Bijlage I – Inventarisatie ontwikkelbehoeften....................................................................................... 21 Bijlage II - Factsheets Natura 2000 ........................................................................................................ 23
2 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
1. Inleiding 1.1 Status van de Gebiedsagenda 0.1 De Gebiedsagenda 0.1 is een tussenproduct in het proces om te komen tot gebiedsgerichte maatregelen voor stikstofreductie en natuurherstel. In de gebiedsagenda zijn de resultaten van de inventarisatiefase opgenomen en de richting waarin oplossingen en maatregelen worden gezocht. Er heeft een brede inventarisatie naar maatregelen plaatsgevonden, die verder uitgewerkt en onderzocht worden. De resultaten hiervan landen in de Gebiedsagenda0.5, die medio mei 2022 wordt afgerond. Deze Gebiedsagenda 0.1 is besproken in de bestuurlijke gebiedstafel op 2 december 2021 en vrijgegeven als basis voor verdere gesprekken met de gebiedspartners. De gebiedsgerichte aanpak Duinen-Eilanden maakt deel uit van de Zuid-Hollandse aanpak stikstof. In veel gebieden in Zuid-Holland is het bereiken van de benodigde stikstofreductie niet haalbaar zonder een aanvullingen op he huidige Rijkspakket. Deze gebieden kennen een hoge stikstofdepositie van bronnen die door Zuid-Holland niet zelf te beïnvloeden zijn. Dit geldt met name voor de gebieden in de duinen.
1.2 Aanleiding tot de Gebiedsagenda In Nederland is al decennialang sprake van een te hoge stikstofbelasting op een groot aantal Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitats. Een teveel aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden) in deze gebieden heeft negatieve effecten op de kwaliteit van de natuur en als gevolg daarvan op de biodiversiteit. Dit heeft grote maatschappelijke gevolgen en werpt barrières op voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. De sleutel voor het oplossen van de stikstofproblematiek ligt in een aanpak die zich richt op stikstofreductie en natuurverbetering. Op 10 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten de notitie ‘Naar een gebiedsgerichte aanpak’ vastgesteld. In deze notitie is aangegeven welke stappen worden gezet om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak die leidt tot het bereiken van Natura2000 instandhoudingsdoelstellingen. Vervolgens zijn vier gebiedsprocessen in Zuid-Holland gestart waarvan Duinen-Eilanden er een is. Inmiddels zijn ook in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering – ter wijziging van de Wet natuurbescherming en straks de Omgevingswet – resultaatsverplichtende omgevingswaarden opgenomen, gericht op de vermindering van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden, ter ondersteuning van het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen van die habitats.
Daarmee is de structurele aanpak van het stikstofprobleem waartoe het kabinet in april 2020 heeft besloten nu ook wettelijk verankerd. Een belangrijk instrument om de aanpak gericht op realisatie van deze omgevingswaarden verder vorm te geven is het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering, dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister) op grond van deze wetswijziging moet vaststellen. Dit programma borgt dat maatregelen die nodig zijn voor stikstofreductie en natuurverbetering worden getroffen en voorziet in een integrale aanpak die voor de langere termijn borgt dat getroffen maatregelen in samenhang bezien ook het beoogde effect zullen hebben. Naast dit programma, waarvan momenteel de contouren zijn geschetst, wordt op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de provincies een gebiedsplan gemaakt. Dit gebiedsplan is een gebiedsgerichte uitwerking van de landelijke omgevingswaarde en het programma stikstofreductie en natuurverbetering. De gebiedsagenda's van de gebiedsgerichte aanpak zijn de basis voor het provinciale gebiedsplan. 3 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
1.3 Doel van de gebiedsagenda gebiedsgerichte aanpak Duinen-Eilanden en Delta Het gaat in deze gebiedsgerichte aanpak om de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Duinen van Goeree en Kwade Hoek in Goeree-Overflakkee en Voornes Duin in Westvoorne en Hellevoetsluis (Duinen-eilanden) en Krammer Volkerak en Grevelingen (Delta). De opgave voor depositiereductie is niet homogeen over deze gebieden verdeeld. Op sommige plekken is stikstofdepositie geen belemmering voor de natuur, maar lokaal is een depositiereductie van meer dan 50% nodig om de depositie binnen de kritische waarde te krijgen, en zo verdere verslechtering door stikstof tegen te gaan. Dat komt omdat enerzijds de stikstofdepositie niet overal gelijk is en anderzijds omdat de gevoeligheid voor stikstof per natuurtype verschilt. Circa 10% - 15% van de depositie in de betrokken Natura 2000-gebieden vindt zijn herkomst binnen de contouren van de gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat lokaal slechts beperkt mogelijkheden liggen om de depositie te verminderen. De behoefte aan ontwikkelruimte is op dit moment nog niet in cijfers uitgewerkt, maar is voor de middellange termijn wel in beeld. Insteek is met specifieke lokale bronmaatregelen bij te dragen aan de benodigde depositiereductie en ruimte te creëren voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied.
Relevante bronnen categorieën in het gebied zijn landbouw, consumenten en verkeer. Naast bronbeleid is integraal ruimtelijk beleid zeer relevant voor natuurverbetering Te denken valt aan het verbeteren van de hydrologie, bufferzones en vitale landbouw. Daarom sluiten we aan bij urgente beleidsopgaven, gebiedsprocessen, vitale landbouw, duurzaamheids-programma’s en kansen uit het gebied. Door doelen slim te koppelen proberen we win-win situaties te creëren. We laten in deze gebiedsagenda zien dat we er alles aan doen om vanuit lokaal perspectief bij te dragen aan het halen van de natuurdoelen, waarbij we ook laten zien welke innovaties in het gebied worden toegepast om stikstofreductie te realiseren. Ook duiden we waar de slagkracht van de gebiedsaanpak eindigt en de hulp van het Rijk en andere partijen nodig is om het benodigde resultaat te halen. Hierbij wordt de efficiëntie van lokale maatregelen afgewogen tegen de inzet die door het Rijk gepleegd kan worden.
4 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
2. Perspectief en strategie 2.1 Wenkend perspectief De eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten (Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne) hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken en opgaven. Ze bieden rust en ruimte binnen een sterk verstedelijkte omgeving. De kwaliteit van de leefomgeving is hoog en tegelijkertijd bieden de aanwezigheid van bedrijvigheid en ondernemerskracht de basis voor verdere ontwikkelingen. De regio heeft ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken en werkt in verschillende trajecten aan verduurzaming en innovatie om hieraan invulling te geven. Goede samenwerking kan de aantrekkelijkheid en (economische en sociale) leefbaarheid van de Zuid-Hollandse Delta verder versterken. Daarom pakken lokale partijen – overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven - de opgaven gezamenlijk met de provincie op. We constateren dat er in het gebied veel energie zit en er diverse koppelkansen liggen voor de stikstofaanpak door aan te sluiten bij innovatieve en integrale programma’s in het gebied. Omdat de lokale invloed op stikstofreductie beperkt is, en partijen wel aan de slag willen met maatregelen, kiezen we uit efficiëntie overwegingen maar ook vanuit draagvlak voor een strategie om de stikstofreductiemaatregelen te koppelen aan bestaande trajecten: een integrale aanpak.
2.2 Werken vanuit bestaande agenda’s Regiodeal en strategische agenda Zuid-Hollandse Delta Partijen streven door middel van een integrale aanpak naar een verbetering van de kwaliteit van leven, werken, ondernemen, landschap en recreëren (brede welvaart) in de Zuid-Hollandse Delta. Hiervoor gaan niet alleen de overheden nauwer samenwerken (governance), ook de andere triple helix partijen (bedrijven, onderwijs- kennisinstellingen) krijgen een rol. De ambitie is om de ZuidHollandse Delta te ontwikkelen tot een duurzame koploper in Nederland, waar ruimte is voor innovatieve oplossingen, nieuwe ontwikkelingen, vitale bedrijvigheid en waar het fijn wonen is. O.a. de gemeenten Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn aangesloten bij de regiodeal. IBP Vitale Platteland Zuidwestelijke Delta De landbouw en het verdienmodel voor agrariërs staat onder grote druk. Verlies van biodiversiteit, bodemkwaliteit, zoetwatervraag en stikstof zijn nog maar enkele problemen waarmee de sector te kampen heeft. Gezocht wordt naar oplossingen met de boer. Dit zal ook invloed hebben op de stikstofbelasting in de gevoelige natuurgebieden. Met IBP vitaal platteland voor de Zuidwestelijke Delta ligt er een kans om integraal aan vraagstukken te werken en samen op te trekken.
In het IBP vitaal platteland voor de Zuidwestelijke Delta wordt onder meer ingezet op kritische prestatie indicatoren (KPI’s). Ambitie is te werken aan een beloningsysteem gekoppeld aan deze KPI’s vanuit de markt en de overheid. Goeree-Overflakkee circulair 2040 en regiodeal onderdeel circulair Bij een circulair gebied is er geen afval meer, afval is een grondstof. Grondstoffen en materialen worden keer op keer gebruikt en blijven zoveel mogelijk ‘in de keten’. Nieuwe grondstoffen komen zoveel als mogelijk van natuurlijke en hernieuwbare bronnen en biobased materialen. Circulair raakt/gaat het om brede doelgroepen, zowel inwoners, kennisinstellingen en bedrijven (kantoor-, winkel, en dienstensector en grote economische sectoren). Het gaat om het sluiten van kringlopen en afbouw van lineaire economie. Voor Goeree-Overflakkee wordt een programma opgezet met de ambitie om in 2040 circulair te zijn. Ook is in de regiodeal Zuid-Hollandse Delta extra aandacht voor
5 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
dit thema, waar de gemeenten Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis en Westvoorne bij aangesloten zijn. Bijvangst bij een aantal van de circulaire processen en projecten is stikstofreductie. N59 Tot 2024 werken we aan de verbetering van de veiligheid, doorstroming, duurzaamheid en ecologie op en rondom de N59. Het verbeteren van de N59 is een samenwerking van de provincie ZuidHolland, Rijkswaterstaat, de gemeenten Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland en de provincie Zeeland. Een aantal maatregelen dragen bij aan stikstofreductie. Zoals pakketkluizen waarmee minder verkeersbewegingen noodzakelijk zijn. De ambitie om bij te dragen aan stikstofreductie is een meekoppelkans in dit project. Programma Natuur Binnen Natura 2000 wordt er ingezet op het duurzaam beheren en herstellen van de Natura 2000gebieden. Om geïnformeerde beleidsbeslissingen over (intensivering van) beheer te kunnen maken wordt de natuurdoelenanalyse gebruikt. Additionele financiering voor natuurbeheer die nodig is tot het behalen van de natuurdoelstellingen zal volgen uit het Programma Natuur: een initiatief van het ministerie van LNV wat voor de komende 10 jaar 3 miljard aan fondsen ter beschikking stelt.
Natuur Netwerk Nederland Naast het versterken van natuur in de directe nabijheid van de Natura 2000-gebieden Duinen Goeree & Kwade Hoek en Voornes Duin liggen bestaande opgaven voor de realisatie van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gaat om de projecten Binnenduinrand van Goeree (107 ha) en Schapengors (43 ha). In de provinciale planning van de natuuropgave worden deze projecten naar voren gehaald. In de uitwerking wordt nadrukkelijker ingegaan op maatregelen die bijdragen aan de waterhuishouding in het Natura 2000-gebied, maatregelen die het beheer versterken en maatregelen die het gebied beter bestand maken tegen de effecten van het nabijgelegen agrarisch gebied en de recreatieve druk op kwetsbare delen van de Natura 2000-gebieden.
2.3 Gebiedsiconen Een aantal projecten met een integraal karakter worden verder uitgewerkt als gebiedsicoon. Het betreft projecten waarin zowel de stikstofaanpak als natuurherstel een belangrijke rol spelen, en ook de verbinding met andere transitieopgaven wordt gezocht. Het zijn voorbeelden hoe het wenkend perspectief dichterbij gebracht kan worden. Het betreft de projecten Schapengors, de Kippenschuur, Noorddijk en Natuurontwikkeling Binnenduinrand Goeree. In de gemeenten Westvoorne, GoereeOverflakkee en Hellevoetsluis zijn er nog andere interessante projecten gaande, die het karakter van een gebiedsicoon hebben of kunnen krijgen. Deze worden in de volgende versie van de gebiedsagenda opgenomen. Schapengors Vlakbij Voornes Duin vindt de doe-pilot Schapengors plaats. Hier is een project gaande waarbij gesprekken plaatsvinden om landbouwgrond, nu in gebruik voor het houden van rundvee, om te zetten in natuur. Het gebied valt onder een opgave vanuit natuurnetwerk Nederland (NNN). Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk doelen na te streven in het gebied. Doelen binnen het project zijn: • • •
Realiseren van een bufferzone aan de rand van Voornes Duin Uitbreiding NNN, waarmee een betere aansluiting met andere gebieden gerealiseerd wordt binnen het natuurnetwerk Verbeteren waterhuishouding, hierbij wordt ook gekeken naar het beter ‘vasthouden’ van water in het aangrenzende Voornes Duin 6
Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
•
Mogelijkheden voor recreatief gebruik om de recreatiedruk in Voornes Duin te verminderen
De Kippenschuur In De Heveringen staan oude niet meer in gebruik zijnde kippenschuren die eigendom zijn van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap. Hier ontstaat de mogelijkheid om de schuren te saneren en een deel van de gronden terug te geven aan de natuur. Noorddijk In het kader van de sanering van de glastuinbouw in de binnenduinrand zijn enkele jaren geleden voormalige tuinbouwgronden omgezet naar natuur. De percelen die dit betreft liggen versnipperd in het gebied. De tussenliggende percelen worden veelal verpacht door Natuurmonumenten voor het weiden van vee. Gezien de ligging in de nabijheid van Voornes Duin liggen hier mogelijkheden om pachten af te kopen, vee in de nabijheid van Voornes Duin te verplaatsen en hiermee een stikstofreductie te behalen en het gebied robuuster te maken door een groter aaneengesloten gebied te creëren. Natuurontwikkeling Binnenduinrand Goeree De inrichting van het natuurgebied Binnenduinrand Goeree (100 ha) is opgepakt en geoptimaliseerd. Dit heeft betrekking op een bestaande opgave voor de realisatie van het natuurnetwerk Nederland (NNN). De gronden sluiten aan op de Natura 2000-gebieden Middel- en Oostduinen en op Zeewering Havenhoofd Flaauwe Werk. De inrichting draagt bij aan een robuuster natuurgebied, heeft relatie met kwel vanuit het duingebied en vormt een buffer tussen de natura 2000 en het agrarisch gebruik.
Voor het onderdeel Bokkepolder zijn eerste bewegingen voor initiatief vanuit particuliere eigenaren. Het overige deel hangt samen met meerdere melkveebedrijven en daarmee met keuzen voor de sectorontwikkeling. De komende maanden werken we deze projecten verder uit als gebiedsiconen onder de gebiedsagenda.
7 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
3. Natuur 3.1
Analyse natuur
Om de staat van de natuur, en mogelijkheden voor natuurherstel te inventariseren wordt in elk Natura 2000-gebied dat aangewezen is voor stikstofgevoelige natuur een natuurdoelanalyse uitgevoerd. Het doel van de natuurdoelanalyse is: 1. Kwantificeren van de opgave: wanneer is het doel gehaald. 2. Inventariseren: wat is de huidige staat van de natuur. Aantal hectares kwalificerend habitat (oppervlakte) en een beoordeling van de kwaliteit van de aangewezen habitattypes (toetsing volgens LNV-profieldocumenten) 3. Maatregelpakketten: welke maatregelen zijn nodig om aan de opgave te voldoen in 2050. Deze maatregelen worden ingedeeld in drie typen: a. Systeemmaatregelen: maatregelen vanuit het natuurlijke systeem; b. Procesmaatregelen: maatregelen om de juiste uitgangssituatie te creëren; c. Patroonmaatregelen: lokale ingrepen die directe invloed hebben op de ontwikkeling van de vegetatie.
Figuur 1 - Natura2000-gebieden in de provincie Zuid-Holland (groen: stikstofgevoelig; oranje: niet stikstofgevoelig)
De natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden zullen de aankomende maanden worden afgerond. De resultaten hiervan zullen in de volgende versie van de gebiedsagenda worden opgenomen. Het schema hiervan is als volgt: N2000-gebied Voornes Duin Duinen van Goeree en Kwade Hoek Krammer-Volkerak Grevelingen
Datum gereed Planning Q1 2022 Planning Q1 2022 Planning Q1 2022 Planning Q1 2022
8 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Duinen Goeree & Kwade Hoek Duinen Goeree & Kwade Hoek is een duingebied bestaande uit veel verschillende landschappen op de kop van het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 1624 ha. De huidige staat van instandhouding voor alle Natura 2000 doelen is in de bijlage in tabelvorm weergegeven (bijlage II). Uit een expertsessie over de staat van instandhouding voor alle Natura doelen komt dat vooral het gebied bij de Kwade Hoek een prachtig dynamisch gebied is en van hoge kwaliteit zonder dat er beheer wordt uitgevoerd. De kwaliteit van de habitattypen over het hele gebied genomen, en met name dieper het duin in, is niet altijd op orde. Voor de habitattypen waarvan genoeg data beschikbaar is, blijkt dat met name voor meerdere subtypen grijze duinen en vochtige duinvalleien te voedselrijk zijn, en dat dit met name wordt veroorzaakt door een teveel aan stikstof. Mede hierdoor en door gebrek aan dynamiek is op veel plekken in het gebied een intensief beheer nodig om grijze duinen en vochtige duinvalleien in stand te houden. Voor vochtige duinvalleien liggen er mogelijk ook knelpunten in de vochttoestand, maar daarvan zijn geen meetgegevens beschikbaar. Veel habitattypen kennen een te kleine omvang voor een goede structuur en functie om zichzelf in stand te houden.
Daarnaast is het gebrek aan begrazing met konijnen een knelpunt in de grijze duinen. Witte en grijze duinen kennen daarnaast een gebrek aan dynamiek: er zijn niet voldoende stuifplekken aanwezig en voor witte duinen ontbreekt in verschillende deelgebieden ook een verstuivende zeereep. De vochtige duinvalleien kennen naast een te geringe functionele omvang ook vergrassingsproblemen, wat indirect weer wijst op een teveel aan voedingsstoffen in het systeem. Daarnaast spelen voor meerdere habitattypen problemen met exoten. Voornes Duin Voornes Duin is een duingebied met hoog kalkgehalte op de kop van het Zuid-Hollandse eiland Voorne-Putten. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 1432 ha. De huidige staat van instandhouding voor alle Natura 2000 doelen is in de bijlage in tabelvorm weergegeven (bijlage II). In Voornes Duin liggen vooral opgaven voor de kwaliteit (tabel 3B) en minder qua oppervlakte (tabel 3A). Er ligt een ruimtelijke opgave ten aanzien de habitattypen Duinbos droog (H2180A) en vochtig (H2180B) en Duinvalleien open water (H2190A), hoewel er voor die habitattypen ook grote verschillen bestaan. Dit laatste wordt mogelijk wordt mede beïnvloed door verschillen in de gebruikte kaarten en theoretische en methodologische verschillen. Qua kwaliteit zijn er veel knelpunten, maar ook veel onzekerheden.
Voor de habitattypen waar wel genoeg data beschikbaar van is, zijn er habitattypen niet op orde door te hoge stikstofdepositie (H2130 en H 2190, alle subtypen), door een verstoorde vochttoestand (H2190A, D), een te kleine omvang voor een goede structuur en functie om zichzelf in stand te houden (H2170, H2190A, B, D, H6430B), een gebrek aan begrazing met konijnen (H2130A, B, C) en/of een gebrek aan dynamiek wegens het ontbreken van voldoende stuifplekken (H2120, H2130A, B). In bijlage II staat gedetailleerde informatie van de Natura 2000 gebieden Duinen Goeree en Kwade Hoek & Voornes Duin in twee factsheets van deze gebieden. [P.M. de analyses voor de Natura 2000 gebieden Krammer-Volkerak en Grevelingen worden in de volgende versie toegevoegd.]
3.2
Natuurmaatregelen GGA Duinen-Eilanden
Met het Rijk is het zogeheten Programma Natuur opgezet om de kwaliteit van de natuur te verbeteren en de nodige inspanningen te kunnen bekostigen. Het Programma Natuur wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor de periode 2021-2030. Ook wordt gezamenlijk gewerkt aan een agenda ‘natuurinclusief’ waarin voor de langere termijn de ambities en kansen voor een natuurinclusieve samenleving in beeld worden gebracht, met versterkte aandacht voor de natuur in onze nabije omgeving en niet alleen in natuurgebieden. 9 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Op basis van de uitkomsten van de natuurdoelanalyses zullen in overleg met de partners maatregelpakketten voor de Natura 2000-gebieden worden bepaald. Ook wordt geïnventariseerd welke maatregelen rondom de Natura 2000-gebieden kunnen worden genomen om de doelstellingen te halen. Op basis van deze gegevens wordt een pakket van maatregelen opgesteld. Met het Rijk is een SPecificieke UitKeringsovereenkomst (SPUK) gesloten op basis waarvan de gelden beschikbaar worden gesteld. In bijlage II wordt een overzicht van de natuurherstellende maatregelen gegeven voor Duinen Goeree & Kwade Hoek en Voornes Duin. Deze maatregelen zijn afgestemd met de terrein beherende organisaties Natuurmonumenten en het Zuid-Hollands Landschap. Naast deze geplande maatregelen, is al een aantal maatregelen in gang gezet en worden gesprekken gevoerd over vervolgmaatregelen binnen de gebiedsgerichte aanpak stikstof voor de regio Zuid-Hollandse eilanden. In de komende jaren is ingezet op voortzetten maatregelen uit vigerend beheerplan, onderzoek, en ‘no regret’-maatregelen. Natuur in de Duinen-Eilanden is kwetsbaar door stikstofdepositie en andere drukfactoren, zoals recreatief medegebruik. Er moet dus geïnvesteerd worden in de natuur zelf door middel van bronbeleid (verminderen stikstofgehalte in de Natura 2000 gebieden) en in ruimtelijk beleid (hydrologie, bufferzones, vitale landbouw).
Hiervoor wordt aangesloten bij urgente beleidsopgaven en gebiedsprocessen.
3.3
Vervolg
De eerste horde die we met elkaar willen nemen is om met natuurmaatregelen verdere achteruitgang van natuur te minimaliseren. Daarbij is het belangrijk om te onderzoeken welk perspectief de natuurmaatregelen geven op natuurverbetering. Vervolgens is het van belang dat partijen samen een route uitstippelen die uiteindelijk leidt tot een goede staat van instandhouding. Voor dit langetermijnperspectief zullen mogelijk ook keuzes gemaakt moeten worden. Bij de uitwerking van deze Gebiedsagenda zullen deze keuzes aan de orde komen. Natuurdoelanalyses Afronding van de Natuurdoelanalyses en hieruit voortkomende noodzakelijke maatregelen zijn een belangrijke stap om achteruitgang van natuur in de Natura2000 gebieden in Duinen-Eilanden te voorkomen en om herstel in te zetten. Programma Natuur De provincie heeft met het Rijk afspraken kunnen maken over de eerste tranche van de gelden die in het kader van het programma Natuur worden vrijgemaakt. De eerste tranche is bedoeld voor maatregelen die op hele korte termijn in uitvoering kunnen worden gebracht. Het betreffen veelal extra beheermaatregelen in de natuurgebieden. De komende tijd wordt gewerkt aan de tweede tranche van projecten. Deze tweede tranche is nadrukkelijk ook bedoeld voor maatregelen die bijdragen aan systeemherstel en die meestal minder snel in uitvoering kunnen worden gebracht.
Met de betrokken partijen wordt gewerkt aan een structurele verbetering van de realisatiekracht om deze tweede tranche optimaal te benutten. Vanuit de gebiedsgerichte aanpak kunnen kansen worden geïdentificeerd om mee te nemen in deze tweede tranche.
10 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
4. Stikstof 4.1 Analyse Met behulp van AERIUS1 is een analyse gemaakt van de stikstofdepositie in de N2000 gebieden in Duinen-Eilanden. Er is gekeken naar de hoogte van de stikstofdepositie, de kritische depositiewaarde van de verschillende habitats, het oppervlak dat onder KDW en boven KDW wordt belast, het type bron van de depositie en de afstand van deze bron. De belangrijkste conclusies uit de analyse zijn: - Circa 10% - 15% van de depositie in de betrokken Natura 2000-gebieden vindt zijn herkomst binnen de contouren van de gebiedsgerichte aanpak (binnen 5 km rondom de Natura 2000 gebieden); - Meer dan de helft van de stikstofdepositie komt uit het buitenland en uit zee/ bron onbekend; - Lokaal relevante sectoren zijn landbouw, consumenten en verkeer. Huidige stikstofdepositie en bronnen In de stikstofgevoelige natuurgebieden in Goeree-Overflakkee en Westvoorne, ofwel om de Natura 2000-gebieden ‘Duinen Goeree & Kwade Hoek’ en ‘Voornes Duin’, bedraagt de huidige gemiddelde stikstofdepositie circa 1147 mol/ha/jaar (Duinen Goeree & Kwade Hoek) tot 1611 mol/ha/jaar (Voornes Duin). De opgave voor depositiereductie is niet homogeen over deze gebieden verdeeld. Op sommige plekken is stikstofdepositie geen belemmering voor de natuur, maar lokaal is een depositiereductie van meer dan 50% nodig om verdere verslechtering door stikstof tegen te gaan.
Dat komt omdat enerzijds de stikstofdepositie niet overal gelijk is en anderzijds omdat de gevoeligheid voor stikstof per natuurtype verschilt (niet alle habitattypen zijn stikstofgevoelig). Dit leidt automatisch tot een percentage van habitattypen dat geen overschrijding heeft.
Figuur 2 - Stikstofdepositie percentage per sector weergegeven voor de vier Natura 2000 gebieden van Duinen-Eilanden (bron: Aerius Monitor, M20)
1
Bij het opstellen van deze gebiedsagenda is gebruik gemaakt van Aerius Monitor 2020. Een update van deze informatie wordt in Q1 van 2022 verwacht. Informatie van de Monitor 2021 wordt verwerkt wanneer deze beschikbaar is.
11 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
In figuur 2 zijn de percentages van de depositie van de verschillende sectoren op de gebieden weergegeven. Een aanzienlijk deel van de depositie is afkomstig uit zee of uit het buitenland, maar ook landbouw en consumenten hebben een redelijk grote impact op de meeste gebieden. Huidige stikstofdepositie en bronnen In figuur 3 is de huidige monitoring data van depositie in de Natura 2000 gebieden van Duinen-Eilanden weergegeven. Er is te zien dat er in verschillende gebieden een aanzienlijke opgave is om de alle hectares onder de kritische depositie waarde (KDW) te krijgen. Figuur 4 geeft per gebied weer welk percentage van de hexagonen geen, naderende, lichte, matige of zware overbelasting ervaart.
Figuur 3 - Overschrijding kritische depositiewaarden Natura 2000 gebieden Duinen-Eilanden (bron: Aerius Monitor M20, 2018).
12 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Figuur 4 - Overschrijding van de kritische depositiewaarde per gebied. Gebaseerd op AERIUS Monitor (versie M20, o.b.v. data 2018). Geen overbelasting: > 70 mol onder de KDW; naderende overbelasting: < 70 mol onder de KDW; lichte overbelasting: <70 mol boven de KDW, matige tot sterk overbelasting: > 70 mol boven de KDW, maar minder dan 2x de KDW; sterke overbelasting: > 2x de KDW.
4.2 Maatregelen Met specifieke lokale bronmaatregelen wil de GGA Duinen-eilanden en Delta bijdragen aan de benodigde depositiereductie voor natuurherstel en om ruimte te creëren voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Relevante broncategorieën in het gebied zijn landbouw, consumenten en verkeer. Om tot kansrijke maatregelen te komen om de depositie uit de directe omgeving van de natuurgebieden te verlagen wordt het volgende proces doorlopen (zie ook figuur 5): Gestart is met het opstellen van een longlist van mogelijke maatregelen. De longlist is tot stand gekomen via kaartsessies waarbij kenners van het gebied met elkaar mogelijkheden hebben verkend. Ook is input verzameld vanuit de sectortafel en de actielijnen. Vervolg: - In het vervolgproces wordt een inschatting gemaakt van de effectiviteit, de kosten van invoering van een maatregel, mogelijke koppelkansen en de maatschappelijke impact die een maatregel heeft. Lage kosten en lage maatschappelijke impact maakt een maatregel aantrekkelijk, hoge kosten en hoge maatschappelijke impact onaantrekkelijk. Dit leidt tot een lijst met denkbare maatregelen. Voor het bepalen van de effectiviteit van maatregelen maken we gebruik van de Bron-Depositie Matrix, zie kader 1 hieronder. - Vervolgens komen we tot een selectie van kansrijke maatregelen.
Hiertoe wordt de totale lijst in drieën gedeeld: 1) een lijst met prioritaire maatregelen, 2) een lijst met maatregelen die op termijn mogelijk interessant kunnen zijn, en 3) een lijst met maatregelen die voorlopig niet in aanmerking komen om uitgevoerd te worden.
13 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
-
-
Bij deze stap naar kansrijke maatregelen wordt samen met sectoren verkend welke mogelijkheden er zijn voor synergie met innovatiebehoeften en -mogelijkheden bij de bedrijven. Ook wordt gekeken welke publieke instrumenten daar eventueel naast gezet moeten worden om de stap mogelijk te maken. Deze stap leidt tot concrete voorstellen, en waar mogelijk projecten in uitvoering. Nadat ook deze stap is doorlopen kunnen we vanuit het gebied aangeven welke stikstof reductie vanuit het gebied toegezegd kan worden en op welke termijn: afgesproken maatregelen. Dit zal over een jaar mogelijk zijn.
Figuur 5 - Proces om te komen tot kansrijke maatregelen
Kader 1 - Kwantificeren van scenario’s en maatregelen – de Bron-Depositie Matrix Binnen de gebiedsgerichte aanpak is een methode ontwikkeld om snel en flexibel scenario’s van maatregelen op ordegrootte door te rekenen. Daarbij is gekeken welke impact op reductie in stikstofdepositie op Natura 2000gebieden deze scenario’s hebben, zowel lokaal als gemiddeld op een Natura 2000-gebied. Ook kan gekeken worden naar de afstand waarop een maatregel nog het meest effectief is voor het nabijgelegen N2000 gebied. Hiervoor is gebruik gemaakt van een uitsnede van Aerius voor de provincie Zuid-Holland. Met behulp van deze database kunnen gemakkelijk verschillende scenario’s op ordegrootte worden doorgerekend en in kaarten worden weergegeven. De resultaten worden weergegeven afgerond op hele molen, de relevante eenheid voor interpretatie, rekening houdend met achterliggende aannames. Effecten achter de komma kunnen we als niet relevante effecten bestempelen, omdat de berekeningen niet op dit precisieniveau gericht zijn. De berekeningen met de Bron-Depositie Matrix geven een eerste inzicht in de effectiviteit van maatregelen. Voor mogelijke ontwikkelruimte of impact op vergunningen is een aanvullende berekening met Aerius nodig.
Uit eerste resultaten van berekeningen met de Bron-Depositie Matrix komt naar voren dat landbouwmaatregelen zoals luchtwassers en verminderen mestgift een relevant effect hebben op de depositie op de nabijgelegen N2000 gebieden.
14 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Denkbare maatregelen zijn voortgekomen uit het gebied, sectortafel en uit actielijnen om in het vervolg te onderzoeken. Deze lijst is een momentopname kan gedurende het proces met gebiedspartners geüpdatet worden. Longlist andere denkbare maatregelen: Agrarische sector: - KPI-ontwikkeling in het programma IBP Vitaal Platteland; - Duurzame landbouw in de van Pallandtpolder (kringlooplandbouw); - Mogelijkheden reductie bij piekbelasters; - Stikstofreductie bij paardenhoudenrijen (is aangemeld bij WUR en Rijk als versnellingsmaatregel); - Mogelijkheid om gewassen te telen die stikstof vasthouden; - Zeewierteelt pilot Stellendam. Versnelde verduurzaming van gebouwen en processen: - Duurzame nieuwbouw; - Woningen versneld van het gas af; - Stad aan het Haringvliet op waterstof; - Vakantieparken van het gas af; - Verduurzaming bedrijventerreinen; - Verduurzaming waterzuiveringsinstallaties. Versnelde verduurzaming van mobiliteit: - Duurzame aanleg wegen, bijvoorbeeld bij N59 (aanbesteding CO2 reductiedoelstelling, betere doorstroming recreatieverkeer, inzet bermgras); - Inzetten op duurzame mobiliteit (mobiliteitshubs, pakketkluizen e.d.); - Openbaar Vervoer stimuleren; - Waterstof tanken bevorderen; - Visserij en pleziervaart over op elektrisch/ waterstof varen. Natuurlijke inrichting: - Natuurlijk inrichten campings; - Uitbreiden natuur, potentieel m.b.v.
investering Haven Industrieel Complex; - Nieuwe kansen herinrichting met meer natuur; - Inrichting overgangsgebieden; - Opbrengst teruggeven gebied zendstation marine aan natuur. Lobby: - Lobby buitenland (o.a. havens Vlissingen, Antwerpen); Bovenstaande lijst is niet uitputtend en wordt tijdens het vervolgproces aangevuld.
4.3
Vervolg
De eerste doorgerekende maatregelen met Bron-Depositie Matrix vormen een inhoudelijke basis om stakeholders te benaderen om tot een verkenning en uitwerking te komen. Met hen wordt gekeken naar de effectiviteit en denkbaarheid van maatregelen en of er programma’s of projecten lopen waarmee ze te koppelen zijn. We onderzoeken maatregelen aan de hand van de trits: a. Is de maatregel denkbaar, 15 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
b. Is de maatregel kansrijk, c. Voorstel voor aanpak of uitvoering en d. Komen tot afspraken. Zo brengen we de maatregelen in het gebied met een reëel perspectief op uitvoering in beeld en leveren op die manier een bijdrage aan verminderen van stikstofreductie. Zoals eerder beschreven in hoofdstuk 2.2 worden de maatregelen zo veel mogelijk ondergebracht in lopende trajecten of opgepakt in de provinciale actielijnen. Hiermee wordt ook beoogd om maatregelen vanuit een integrale aanpak te realiseren.
16 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
5. Ontwikkelbehoeften 5.1 Analyse en vervolg De ontwikkelbehoeften zijn bij de totstandkoming van het plan van aanpak al met gebiedspartijen geïdentificeerd. Deze inventarisatie is terug te vinden in bijlage I. Gemeenten hebben in het voorjaar van 2021 in kaart gebracht welke mogelijke gewenste ontwikkelingen ze zien voor de korte en middellange termijn. De opgenomen gewenste ontwikkelingen worden via de geëigende trajecten bestuurlijk en planologisch besproken en beoordeeld. Belangrijkste conclusies: - Op korte en veelal ook op middellange termijn zijn ontwikkelbehoeften vanuit overheden in beeld. De benodigde stikstofruimte is nog niet of nauwelijks in beeld. - Op middellange tot lange termijn zijn plannen minder of niet duidelijk, net als de benodigde stikstofruimte voor de ontwikkelingen. Inmiddels is er voor de bouwfase voor woningbouwtrajecten sprake van een vrijstelling. De gebruiksfase van woningbouw is niet vrijgesteld en kan nog steeds vergunningplichtig zijn. We streven ernaar om in Q1 van 2022 een geactualiseerd beeld te hebben van de ontwikkelbehoefte, met daarin ook een beeld van de benodigde stikstofruimte om deze ontwikkelingen mogelijk te maken.
17 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
6. Vervolgproces en planning Deze gebiedsagenda versie 0.1 is een tussenproduct in het proces om te komen tot gebiedsgerichte maatregelen voor stikstofreductie en natuurherstel. In paragraaf 3.3 en 4.3 is het vervolgproces aangegeven voor de verdere uitwerking van natuurmaatregelen en de stikstofreductiemaatregelen. De planning is om voor de zomer van 2022 tot een pakket van kansrijke en gedragen maatregelen te komen. De planning van de gebiedsagenda Duinen-Eilanden (zie figuur 6) is gekoppeld aan de ontwikkeling van het provinciale gebiedsplan. De gebiedsagenda's van de gebiedsgerichte aanpak zijn de basis voor het provinciale gebiedsplan. Voor de zomer van 2022 moet de conceptversie van het provinciaal gebiedsplan worden afgerond (het gebiedsplan0.5). De provinciale gebiedsplannen worden gezamenlijk met het landelijke programma in de zomer van 2022 doorgerekend. Er zal getoetst worden of de doelen in de stikstofwet met deze plannen zal worden gehaald. De consequenties van deze doorrekening voor de gebiedsgerichte aanpak in de Duinen-Eilanden zal worden afgestemd met de gebiedstafel. Na deze doorrekening zal een definitief provinciaal gebiedsplan worden gemaakt die vóór 1 juli 2023 aan de Minister zal worden aangeboden.
Figuur 6 - Planning GGA Stikstof Zuid-Holland tot de zomer van 2023
18 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
7. Structuur en organisatie 7.1 Samenwerking GGA met gebiedsprocessen De gebiedsgerichte aanpak wordt begeleid door de gebiedstafel waarin de volgende partijen zijn vertegenwoordigd: -
Provincie Zuid-Holland Gemeente Goeree-Overflakkee Gemeente Westvoorne Gemeente Hellevoetsluis Waterschap Hollandse Delta Rijkswaterstaat Zuid-Hollands Landschap Natuurmonumenten Stichting Duinbehoud Hollands Particulier Grondbezit DCMR
Daarnaast is er een apart sectorenoverleg georganiseerd om met gebiedspartijen zoals de LTO en de visserij te overleggen over mogelijke maatregelen voor stikstofreductie. Voor de toekomst is het beeld om het gesprek over de opgave voor het realiseren van de stikstofreductie te koppelen aan de integrale gebiedsprocessen en opgaven, zodat er met een integrale blik naar oplossingen voor stikstofreductie gezocht kan worden. De regiodeal ZuidHollandse Delta en het IBP Vitaal Platteland Zuidwestelijke Delta zijn daarin het belangrijkst. De Regiodeal speelt zich via vier pijlers af (Recreatie & Landschap, Agrifood, Duurzaamheid en Arbeidsmarkt) die elk hun eigen bestuurlijke overleg hebben. De provinciale gebiedsregisseur Stikstof kan voor deze regiodeal de link zijn met het provinciale opgaveteam stikstof en het landelijke beleid. Zijn of haar taken zijn: − − −
Enthousiasmeren en kansen benoemen voor stikstofreductie in de verschillende pijlers. Het gebied informeren over landelijke en provinciale ontwikkelingen en instrumentarium rond stikstof en andersom input leveren voor de provinciale agenda. Organiseren van monitoring stikstof met de gebiedstafel.
De samenwerking met het IBP Vitaal Platteland Zuidwestelijke Delta zal specifiek via de provinciale actielijn Landbouw worden vormgegeven. De samenwerking met de terrein beherende organisaties vindt ook plaats via het Programma Natuur en het Natura2000 beheerplan. De uitwerking van de koppelkansen en hoe deze met gebiedspartijen op te pakken worden in een volgende versie van deze agenda uitgewerkt.
7.2 Wat verwachten we van het Rijk? De voorgenomen maatregelen in en rond het gebied om de stikstofbelasting te verlichten zullen niet voldoende zijn om de KDW te halen. Nadere acties van Rijk en provincie zijn - naast de gebiedsmaatregelen - noodzakelijk om die verlaging wel te realiseren, bijvoorbeeld in de vorm van instrumenten en middelen. 19 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
7.3 Menskracht en middelen Bij het opzetten van samenwerkingscoalities zal meer menskracht en middelen nodig zijn. Dit willen we grotendeels oplossen via de koppeling aan bestaande trajecten, maar dat zal niet voldoende zijn. Het proces om tot lokale stikstofafspraken te komen dient ondersteund te worden met voldoende inzet. Dit zal nader uitgewerkt worden met gebiedspartners.
20 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Bijlage I – Inventarisatie ontwikkelbehoeften Gemeenten hebben in het voorjaar van 2021 in kaart gebracht welke mogelijke gewenste ontwikkelingen ze zien voor de korte en middellange termijn. Deze zijn weergegeven in onderstaand niet-uitputtend overzicht. Inmiddels is er voor de bouwfase voor woningbouwtrajecten sprake van een vrijstelling. We streven ernaar om in Q1 van 2022 een geactualiseerd beeld te hebben van de ontwikkelbehoefte, met daarin ook een beeld van de benodigde stikstofruimte om deze ontwikkelingen mogelijk te maken. De opgenomen gewenste ontwikkelingen worden via de geëigende trajecten bestuurlijk en planologisch besproken en beoordeeld. Ontwikkelbehoefte van gemeente Goeree-Overflakkee: Woningbouw - Bouw grondgebonden woningen in de kernen Ouddorp, Stellendam en Goedereede o Stellendam, 100 woningen; o Goedereede, oostzijde, 100 woningen, o Ouddorp nabij duinen 40 woningen - Bouw gestapelde woningen Ouddorp o 30 aan de zuidzijde van Ouddorp o 20 in centrum Ouddorp o 25 oostzijde Ouddorp Recreatie - Facilitering uitbreiding drie mini-campings tot 45 standplaatsen, alle grenzend aan duinen; - Ontwikkeling hotel, nabij huidige Fletcher Hotel, 50 kamers; Maatschappelijk en bedrijven - Uitbreiding regionaal bedrijventerrein Stellendam ca. 50 ha. - Herontwikkeling maatschappelijk vastgoed.
Sloop en nieuwbouw scholen, dorpshuizen in combinatie met medisch maatschappelijke voorzieningen zoals huisarts en apotheek. - Uitbreiding zeehondenopvang A-Seal, Stellendam nabij Haringvlietdam. Duurzaamheid en innovatie - Doorlaat Brouwersdam, eventueel in combinatie met getijdencentrale; - Pilot Ontwikkelbehoefte van gemeente Westvoorne: De bestaande korte termijn-ontwikkelbehoefte van de gemeente zelf kan met aanpassingen in (bouw-) methodieken of saldering worden ingevuld. Voor de lange termijnbehoefte (komende 10 jaar) ligt dit anders. Westvoorne heeft een woningbouwprogramma voor de komende 10 jaar van ruim 700 woningen. Hiervoor is binnen het huidige stikstofbeleid geen ruimte. Met de bestaande bouwmethoden kunnen slechts 1 à 2 woningen per kern per project worden gerealiseerd. Hiervoor is nog geen oplossing. Dit moet echter ook gezien worden in het perspectief van de herindeling van de gemeenten Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis, waarbij de drie woningbouwprogramma’s waarschijnlijk in elkaar geschoven gaan worden onder de nieuwe gemeente Voorne. Hierbij geldt overigens wel dat
21 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
ook Hellevoetsluis heeft aangegeven wel knelpunten te voorzien, vanwege de nabije ligging van Hellevoetsluis bij Voornes Duin. Ontwikkelbehoefte van gemeente Hellevoetsluis: Woningbouw Hellevoetsluis heeft diverse woningbouwprojecten verspreid over de gemeente. Van deze projecten heeft Boomgaard de grootste kans op problemen met stikstof. Dit project is namelijk gelegen aan de westkant van Hellevoetsluis, het dichtst bij het Voornes Duin, en betreft de grootste woningaantallen. De overige woningbouwprojecten liggen in de bebouwde kom en betreffen veel kleinere woningaantallen (maximaal 120 per project). Het is nog onbekend of deze projecten problemen met stikstofdepositie gaan krijgen, omdat de effecten van de nieuwe versie van de AERIUS-calculator nog niet bekend zijn. Overige ontwikkelingen Naast woningbouw zijn nog andere ontwikkelingen gewenst. Van deze ontwikkelingen is nog niet bekend of deze stikstofdepositie veroorzaken op het Voornes Duin. Het betreft de volgende ontwikkelingen: - Ontwikkeling van een perceel aan de Heliushaven naast de Quackgors met bijvoorbeeld een camper-servicecentrum of ander (recreatief) gebruik. - Realisatie van een aanlegsteiger en hellingbaan voor boten bij het Quackstrand. - Diverse initiatieven op gebied van recreatie en toerisme. - Ontwikkeling van bedrijventerrein Kickersbloem 3.
Voor dit bedrijventerrein is al een bestemmingsplan vastgesteld, maar voor sommige ontwikkelingen is mogelijk een herziening noodzakelijk. Voor fase 4 is nog geen bestemmingsplan vastgesteld. De stikstofberekeningen voor individuele bedrijven die zich vestigen, leveren tot nu toe geen problemen op. Dit zou kunnen veranderen als gevolg van de wijzigingen in de nieuwe versie van AERIUS die binnenkort in gebruik genomen gaat worden. - Bouw van twee windmolens op de Haringvlietdam ter vervanging van de huidige zes windmolens. Nu de bouwfase is vrijgesteld van de vergunningplicht, is stikstofdepositie hier geen probleem meer. - De gemeente Hellevoetsluis participeert in, en is mede opdrachtgever, voor het onderzoek naar de bereikbaarheid van Voorne-Putten waar de verbreding N57 een onderdeel van is. Het gaat om een wens vanuit meerdere gemeenten op Voorne, waarbij de gemeente Hellevoetsluis in de lead is. - Mogelijke nieuwe ontsluiting voor Farm Frites. De wenselijkheid en haalbaarheid van een nieuwe ontsluiting wordt op dit moment onderzocht. Er is nog niet gekeken naar stikstofdepositie.
22 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Bijlage II - Factsheets Natura 2000 [P.M. factsheets van Krammer-Volkerak en Grevelingen worden in volgende versie toegevoegd.] 1. Factsheet Duinen Goeree & Kwade Hoek Duinen Goeree & Kwade Hoek is een duingebied bestaande uit veel verschillende landschappen op de kop van het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 1624 ha (figuur 1).
Figuur 1: Begrenzing Duinen Goeree & Kwade Hoek. Bron: www.natura2000.nl Het gebied is aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied voor de instandhoudingsdoelen in tabel 1. In de natuurdoelanalyse (Van den Broek et al. 2021) is uitgewerkt welk oppervlakte habitattypen nodig is voor een evenredige bijdrage aan de landelijk gunstige staat van instandhouding (theoretische opgave). Deze opgave is toegevoegd aan tabel 1. Tabel 1: Uitwerking instandhoudingsdoelen Duinen Goeree & Kwade Hoek. Code
Habitattype
H1110B
Permanent overstroomde zandbanken (Noordzeekustzone) Behoud oppervlakte en kwaliteit
85 (gebaseerd op H1110A)
Slik- en zandplaten (getijdengebied)
269
H1140A
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H1140B
Slik- en zandplaten (Noordzeekustzone)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H1310A
Zilte pionier begroeiingen (zeekraal)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
Doelstelling
Theoretische opgave
50 5,4
23 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
H1310B
Zilte pionier begroeiingen (zeevetmuur)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
17
H1330A
Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
190
H2110
Embryonale duinen
Behoud oppervlakte en kwaliteit
29
H2120
Witte duinen
Behoud oppervlakte en kwaliteit
72
H2130A
Grijze duinen (kalkrijk)
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 95
H2130B
Grijze duinen (kalkarm)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
204
H2130C
Grijze duinen (heischraal)
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit
17 260
H2160
Duindoornstruwelen
Behoud oppervlakte en kwaliteit. Enige achteruitgang oppervlakte ten gunste van habitattype H2130 Grijze duinen of H2190 Vochtige duinvalleien is toegestaan
H2170
Kruipwilgstruwelen
Behoud oppervlakte en kwaliteit
0,2
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
-
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 23
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit 32
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
Behoud oppervlakte en kwaliteit
Code
Habitatrichtlijnsoort
Doelstelling
H1014
Nauwe korfslak
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
H1340
Noordse woelmuis
Behoud omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie
H1364
Grijze zeehond
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
H1365
Gewone zeehond
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie
Code
Broedvogel
Doelstelling
A138
Strandplevier
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied als bijdrage aan de draagkracht voor de populatie van het Deltagebied van ten minste 220 paren
3,1
8,2
22
Code
Niet-broedvogel
Doelstelling
A005
Fuut
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 60 vogels (seizoensgemiddelde)
A017
Aalscholver
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 250 vogels (seizoensgemiddelde)
A034
Lepelaar
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 20 vogels (seizoensgemiddelde)
24 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Code
Niet-broedvogel
Doelstelling
A043
Grauwe gans
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 240 vogels (seizoensgemiddelde)
A045
Brandgans
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 110 vogels (seizoensgemiddelde) voor het foerageergebied en gemiddeld 32.400 (seizoensmaximum) voor het gebied als slaapplaats
A048
Bergeend
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 280 vogels (seizoensgemiddelde)
A052
Wintertaling
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 530 vogels (seizoensgemiddelde)
A054
Pijlstaart
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 200 vogels (seizoensgemiddelde)
A056
Slobeend
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 20 vogels (seizoensgemiddelde)
A130
Scholekster
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 790 vogels (seizoensgemiddelde)
A132
Kluut
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 180 vogels (seizoensgemiddelde)
A137
Bontbekplevier
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 130 vogels (seizoensgemiddelde)
A141
Zilverplevier
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 130 vogels (seizoensgemiddelde)
A144
Drieteenstrandloper
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 80 vogels (seizoensgemiddelde)
A149
Bonte strandloper
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 800 vogels (seizoensgemiddelde)
A157
Rosse grutto
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 130 vogels (seizoensgemiddelde)
A160
Wulp
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 420 vogels (seizoensgemiddelde)
A162
Tureluur
Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 390 vogels (seizoensgemiddelde)
Systeemanalyse Uit de landschapsecologische systeemanalyse (Van den Broek et al., 2021) volgen onderstaande generieke knelpunten: • PM. Knelpunten worden niet expliciet genoemd in LESA -> n.t.b. uit samenvatting (is nog niet opgeleverd). Daarnaast zijn er specifieke knelpunten voor individuele doelen (Tabel 2). Verdere uitleg wordt gegeven bij onderdeel 3.1.3. Huidige staat van instandhouding. Tabel 2. Samenvatting van de knelpunten per aangewezen doelstelling. Code
Habitattype
Knelpunten
Algemeen
Confrontatie van de habitattypenkaart met de luchtfoto en eigen waarnemingen laat zien dat op meerdere plekken de habitattypenkaart niet meer actueel is. Ook zijn beide versies van de habitattypenkaart door verschil in detailniveau van de broninformatie niet goed vergelijkbaar.
25 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Code
Habitattype
Knelpunten
H1110B
Permanent overstroomde zandbanken
Door aanzanding nauwelijks potentie in het gebied voor dit habitattype Saliniteit is onvoldoende. Onvoldoende aanwezigheid typische soorten
Slik- en zandplaten (getijdengebied en H1140AB Noordzeekustzone)
Ontoereikende informatie over de verdeling van de subtypen. Nader onderzoek naar aanwezigheid en kwaliteit Rust voor zeehonden (aandachtspunt)
H1310A
Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)
Door de dynamiek in het gebied en veranderingen hierin wisselen de oppervlakten en locaties waar het habitattype voorkomt. Vooralsnog lijken er geen knelpunten te zijn. Inzicht in de ontwikkeling op de langere termijn is nodig
H1310B
Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)
Het areaal lijkt te zijn afgenomen, mogelijk door veranderingen in dynamiek. Hier moet meer inzicht in komen.
H1330A
Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
Hoge delen van het schor raken begroeid met duindoorn Verandering in de dynamiek in het gebied heeft mogelijk effect. Hier moet meer inzicht in komen. Geen complete zonering met aansluiting op H1320
H2110
Embryonale duinen
Uit de ontwikkeling van het habitattype is afgeleid dat er geen knelpunten zijn. Rust voor strandplevier is een aandachtspunt
H2120
Witte duinen
Dynamiek: onvoldoende stuifplekken en verstuivende zeereep (buiten de Kwade Hoek) en afname van saltspray
Grijze duinen (kalkrijk)
Intensief beheer nodig om dichtgroeien van het duin te voorkomen. Vergrassing en verbraming door te hoge voedselrijkdom, ontkalking (lokaal) Dynamiek: onvoldoende stuifplekken en begrazing door konijnen Exoten.
Grijze duinen (kalkarm)
Intensief beheer nodig om dichtgroeien van het duin te voorkomen Vergrassing en verbraming door te hoge voedselrijkdom Dynamiek: onvoldoende begrazing door konijnen Exoten Ontbrekende informatie over vegetatiekundige kwaliteit.
Grijze duinen (heischraal)
Intensief beheer nodig om dichtgroeien van het duin te voorkomen Vergrassing en verbraming door te hoge voedselrijkdom Dynamiek: onvoldoende begrazing door konijnen Exoten
H2160
Duindoornstruwelen
Achteruitgang in kwaliteit door overwoekering met braam, instorten van struwelen en veroudering (successie). Exoten (lokaal)
H2170
Kruipwilgstruwelen
Habitattype is niet aanwezig
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
Beperkt aandeel dikke bomen (levende en dode) (wordt vanzelf meer met ouder worden van het bos), omvang te beperkt (duingebied met weinig bos). Exoten
H2130A
H2130B
H2130C
26 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Code
Habitattype
Knelpunten
H2190A
Vochtige duinvalleien (open water)
Vochttoestand en voedselrijkdom onbekend (ganzen). Onduidelijk waardoor matige vegetatiekundige kwaliteit wordt veroorzaakt. Aanwezigheid watercrassula (IJsbaan). Areaal is te klein voor optimale functionele omvang.
H2190B
Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
Voedselrijkdom (stikstof), vochttoestand onbekend. Aanwezigheid watercrassula (IJsbaan). Te hoog aandeel grassen, areaal te klein voor optimale functionele omvang
H2190C
Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
Voedselrijkdom (stikstof), vochttoestand onbekend. Onduidelijk waardoor matige vegetatiekundige kwaliteit door wordt veroorzaakt. Te hoog aandeel grassen, areaal te klein voor optimale functionele omvang
H2190D
Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten)
Voedselrijkdom en vochttoestand onbekend. Aanwezigheid watercrassula (IJsbaan). Te hoog aandeel grassen, areaal te klein voor optimale functionele omvang
H6430B
Ruigten en zomen (harig wilgenroosje)
Ontoereikende informatie over dominantie ruigtekruiden
Code
Habitatrichtlijnsoort Knelpunten
H1014
Nauwe korfslak
Geen, wel inzicht nodig in effect van herstelmaatregelen voor open duin
H1340
Noordse woelmuis
Beperkte dynamiek binnen het leefgebied (uitgezonderd Kwade Hoek), droge zomers, maaibeheer vochtige duinvalleien, verbinding tussen populaties niet optimaal.
H1364
Grijze zeehond
Omvang foerageergebied is afgenomen, mogelijk onvoldoende rust
H1365
Gewone zeehond
Omvang foerageergebied is afgenomen, mogelijk onvoldoende rust, onvoldoende rust voor werpen van jongen
Code
Broedvogel
A138
Strandplevier Onvoldoende rust in broed- en foerageergebied, betreding van broedgebied (wandelaars, badgasten, voertuigen van instanties) en schonen van het strand (Kwade Hoek west).
Knelpunten
Code
Soort
Knelpunten
A005
Fuut
Afname foerageergebied, kwaliteit foerageergebied onbekend.
A017
Aalscholver
Afname foerageergebied, kwaliteit slaapplaats onbekend.
A034
Lepelaar
Geen
A043
Grauwe gans
Geen, draagkracht lijkt te voldoen
A045
Brandgans
Geen voor foerageergebied, kwaliteit slaapplaats onbekend
A048
Bergeend
Geen
A052
Wintertaling
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk onvoldoende
A054
Pijlstaart
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk onvoldoende
A056
Slobeend
Geen
A130
Scholekster
Geen
A132
Kluut
Geen
A137
Bontbekplevier
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk onvoldoende
A141
Zilverplevier
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk afnemend
A144
Drieteenstrandloper
Geen
27 Gebiedsagenda0.1 GGA Stikstof Duinen-Eilanden
Code
Soort
Knelpunten
A005
Fuut
Afname foerageergebied, kwaliteit foerageergebied onbekend.
A017
Aalscholver
Afname foerageergebied, kwaliteit slaapplaats onbekend.
A149
Bonte strandloper
Geen
A157
Rosse grutto
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk onvoldoende gezien forse afname
A160
Wulp
Geen
A162
Tureluur
Leemte in kennis, kwaliteit foerageergebied mogelijk onvoldoende gezien afname
3.1.3 Huidige staat van instandhouding De huidige staat van instandhouding van alle Natura 2000-doelen voor Duinen Goeree & Kwade Hoek (DGKH) is samengevat in onderstaande tabellen. De conclusie is dat er in DGKH een slechte inschatting gemaakt kan worden van het huidige areaal habitattypen. De habitatkarteringen zijn verouderd (tabel 3A). Alleen de habitattypen zilte pionier begroeiing (H1310A) en kalkrijk grijs duin (H2130B) voldoen aan het theoretisch doel en hebben geen resterende oppervlakte opgave. Om dit probleem te overkomen wordt geadviseerd om vaker (ten minste 1x per 6 jaar) een vegetatiekartering uit te laten voeren en nieuwe technieken als remote sensing toe te passen om het reële areaal te kunnen bepalen. Uit een expert sessie komt dat vooral het gebied bij de Kwade hoek prachtig dynamisch is en van hoge kwaliteit zonder dat er beheer wordt uitgevoerd. Echter is de kwaliteit van de habitattypen als geheel en dieper het duin in niet altijd op orde. Wat opvalt is dat van een aantal habitattypen de vegetatiekundige kwaliteit niet is gekarteerd in de habitatkaart waardoor het niet goed mogelijk te oordelen of dit kwaliteitsaspect verbeterd, gelijk of verslechterd is ten opzichte van de vorige kartering. Ook wat betreft de abiotische randvoorwaarden zijn er veel witte vlekken.