22 01 01 raadsinformatiebrief verduurzaming bedrijfsterreinen bijl 3
Tekst van het document
De werkplaats voor Duurzaam Ondernemen
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek Op weg naar klimaatneutraal
Rotterdam, februari 2021 Projectnummer Stimular: 758 Gemeente Westvoorne Dhr. W. van der Spoel Raadhuislaan 6 3235 AP Rockanje t 0181-408025 e wvdspoel@westvoorne.nl Uitvoering: Stichting Stimular Dhr. S. Romijn Botersloot 177 3011 HE Rotterdam Looptijd project: November 2019 – februari 2021 Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
COLOFON Stichting Stimular is de werkplaats voor Duurzaam Ondernemen. Wij vertalen de groeiende vraag om duurzaamheid naar praktische instrumenten en werkwijzen voor bedrijven, brancheverenigingen, overheden en zorgaanbieders. Wij willen de verduurzaming van bedrijven en organisaties versnellen door kennis en ervaring te delen, onder andere op stimular.nl/doe-het-zelf. Ons doel is dat ondernemers en managers weten wat hun grootste impact op duurzaamheid is en wat de bijbehorende maatregelen gericht op verduurzaming zijn. Kenmerken van onze werkwijze zijn maatwerk, inspirerende samenwerking en heldere communicatie. Stichting Stimular Botersloot 177 3011 HE Rotterdam t 010 - 238 28 28 e mail@stimular.nl i www.stimular.nl Tenzij schriftelijk anders overeengekomen blijft het gedachtegoed in dit document eigendom van Stimular en mag het door de opdrachtgever uitsluitend worden gebruikt voor eigen gebruik. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen zijn op al onze diensten onze algemene voorwaarden van toepassing.
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
SAMENVATTING De gemeenten op Voorne-Putten willen in 2040 energieneutraal zijn. Voor bedrijventerrein Moolhoek is onderzocht wat nodig en mogelijk is om deze doelstelling waar te maken. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn: Op Moolhoek zitten veel kleine bedrijven met een beperkt energieverbruik. De bedrijven waar dit van toepassing is hebben voldaan aan de Informatieplicht Energiebesparing en verschillende bedrijven hebben kleine energiemaatregelen uitgevoerd, zoals vervangen van verlichting door led. Veel bedrijven huren een pand. Zij hebben beperkte invloed op het energieverbruik. Omdat de betreffende bedrijven vaak ook maar weinig energie verbruiken, hebben zij ook geen interesse in energiebesparing of duurzame energie. De verhuurders investeren niet in energiemaatregelen, omdat de huurders een eigen energiecontract hebben waardoor de besparing voor de huurder is. Om grote stappen met verduurzaming te kunnen zetten is medewerking van de verhuurders essentieel. Ondernemers met een eigen pand stelden de gesprekken op prijs en waren blij met de hulp die de duurzaamheidscoach direct kon bieden. Ondernemers willen wel verduurzamen, maar hebben hier de kennis of tijd niet voor. Zij hebben hulp nodig bij het bedenken van zinvolle maatregelen, het beoordelen van offertes en het zoeken naar en aanvragen van subsidies.
Het elektriciteitsverbruik is laag, omdat veel panden niet continu in gebruik zijn. De maatregel die het meeste besparingspotentieel nog heeft is vervanging van verlichting. Het aardgasverbruik per bedrijf is al vrij laag. De isolatie van panden is matig. Dit levert knelpunten op als de panden aardgasvrij gemaakt worden. Voor aardgasloos verwarmen is op korte termijn geen collectieve oplossing mogelijk. Individueel kunnen bedrijven wel stappen zetten, bijvoorbeeld door het plaatsen van infraroodpanelen. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die niet hele dagen in gebruik zijn. Met zonnepanelen op daken kan maximaal vier maal het huidige elektriciteitsverbruik op Moolhoek worden opgewekt. Ook bij toenemend elektriciteitsverbruik voor verwarmen en rijden, kan er genoeg elektriciteit worden opgewekt voor heel Moolhoek. Enkele ondernemers hebben interesse in zonnepanelen en tijdens het onderzoek is de eerste ondernemer op weg geholpen om zonnepanelen te plaatsen. Lang niet alle ondernemers staan nu open voor zonnepanelen op hun daken. Ook zijn de dakconstructies waarschijnlijk niet bij alle panden geschikt. Dit betekent dat het een enorme uitdaging wordt, om het potentieel ook daadwerkelijk te benutten. Het bedrijventerrein scoort slecht op het gebied van hittestress en wateroverlast.
Zeker met toenemende hitte en meer extreme buiten, is Moolhoek een kwetsbaar gebied. De belangrijkste aanbevelingen zijn: De ondernemers op Moolhoek willen wel verduurzamen, maar het staat niet hoog op de prioriteitenlijst en tijd en kennis ontbreken. Het is daarom belangrijk om verduurzaming te blijven aanjagen. Zet de werkzaamheden van de duurzaamheidscoach voort, waarbij ondernemers worden geholpen bij het uitvoeren van maatregelen. Blijf ook ondernemers in het zonnetje zetten, die duurzame maatregelen uitvoeren. Hiermee wordt zichtbaar wat er mogelijk is en wordt duurzaam ‘normaal’. Hiermee wordt een sneeuwbaleffect gecreëerd, waarbij steeds meer ondernemers aanhaken. Een vorm van samenwerking is onmisbaar om tot een klimaatneutraal bedrijventerrein te komen. Stimuleer daarom samenwerking tussen bedrijven. Dit kan via kleine stapjes, zoals onderlinge kennismaking stimuleren (bijvoorbeeld organiseren van bijeenkomsten) en het opzetten van kleinschalige collectieve activiteiten. Begin klein, met ondernemers die het nut van samenwerking al inzien, en bouw het aantal deelnemers langzaam uit. Sluit waar mogelijk aan bij de activiteiten vanuit KVO. Het helpt als de collectieve activiteiten zo concreet mogelijk zijn en nog geen verdergaande verplichtingen oproepen. Denk aan samen afval inzamelen.
Geef als gemeente het goede voorbeeld, door op Moolhoek een carport met zonnepanelen te plaatsen. Dit inspireert ondernemers om zelf ook te verduurzamen.
Ondersteun initiatieven om daken te verhuren aan een energiecorporatie (VPE). Dakverhuur biedt oplossingen voor daken van eigenaren die zelf weinig elektriciteit verbruiken of zelf niet kunnen investeren. Voorbeelden zijn het dak van de VVE kerkweg 51-55 en de daken van verhuurders. Blijf verhuurders stimuleren om huurcontracten om te voorkomen tot een all-in contract, waarbij de energiekosten zijn inbegrepen. Zo wordt het voor verhuurders interessanter om te investeren in verduurzaming van panden. Ga op het moment dat er grotere aantallen zonnepanelen zijn geplaatst, in gesprek met ondernemers met zonnepanelen over de mogelijkheden om tot een buurtbatterij te komen voor opslag van opgewekte elektriciteit. Voer als gemeente een aantal maatregelen uit om duurzame mobiliteit en vergroening te stimuleren, bijvoorbeeld oplaadpunten voor elektrisch verover, deelauto’s, bommen plaatsen en halfverharding toepassen in bestrating.
De huidige gebouwgebonden uitstoot is 447 ton CO2 per jaar. Het besparingspotentieel voor de komende 5 jaar is ongeveer 150 ton CO2, waarvan 82 ton kan worden gerealiseerd met zonnepanelen. Dit betekent een reductie van bijna 35% CO2 eind 2025. Indien het potentieel wordt waargemaakt, is Moolhoek hiermee goed op weg met de landelijke doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030. In onderliggende rapportage zijn de resultaten, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek verder onderbouwd en uitgewerkt.
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING 1.1 Doel 1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Uitgevoerde activiteiten 1.4 Locatie 1.5 Bezochte bedrijven
4 4 4 4 5 5
2
INVENTARISATIE HUIDIGE SITUATIE 2.1 Bedrijfspanden 2.2 Gebouwgebonden Energieverbruik 2.3 Mobiliteit 2.4 Interesses en behoeften ondernemers
6 6 6 6 7
3
ROUTE KLIMAATNEUTRAAL BEDRIJVENTERREIN
8
4
MINDER ELEKTRICITEIT GEBRUIKEN 4.1 Samenvatting besparingspotentieel 4.2 Maatregelen 4.3 Aanbevelingen
9 9 9 10
5
MINDER WARMTE GEBRUIKEN 5.1 Samenvatting besparingspotentieel 5.2 Maatregelen 5.3 Aanbevelingen
11 11 11 12
6
DUURZAME WARMTE 6.1 Samenvatting potentieel 6.2 Maatregelen 6.3 Aanbevelingen
13 13 13 19
7
DUURZAME ELEKTRICITEIT 7.1 Samenvatting potentieel 7.2 Maatregelen 7.3 Aanbevelingen
21 21 22 25
8
DUURZAME MOBILITEIT 8.1 Samenvatting besparingspotentieel 8.2 Maatregelen en aanbevelingen
27 27 27
9
KLIMAATADAPTATIE EN BIODIVERSITEIT 9.1 Huidige situatie 9.2 Maatregelen en aanbevelingen
28 28 28
10
AANBEVELINGEN ALGEMEEN
30
1
INLEIDING
Duurzaamheid is een speerpunt in het coalitieakkoord van de gemeente Westvoorne. De gemeente zet zich in om de doelstellingen uit de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 waar te maken. Dit betekent onder andere dat de gemeente in 2040 energieneutraal wil zijn. De gemeente kiest daarbij voor samenwerking met bewoners en organisaties: “Samen op weg naar een duurzaam Westvoorne”. Bedrijven spelen daarbij een belangrijke rol. Bij bedrijven op bedrijventerrein De Moolhoek is de wil om te besparen op hun energieverbruik en om meer duurzame energie op te wekken aanwezig. Het zijn kleine bedrijven (vaak zelfs eenmanszaken) die weinig tijd, kennis en middelen hebben om de mogelijkheden te onderzoeken, waardoor vergaande verduurzaming (grotendeels) blijft liggen. Verduurzaming kan collectief efficiënter en beter worden bereikt. Door op collectief niveau de mogelijkheden te verkennen worden handvatten aan de bedrijven geboden en is de verwachting dat er meer gerealiseerd kan worden met minder middelen. Deze rapportage beschrijft de maatregelen op weg naar een klimaatneutraal Moolhoek.
1.1
DOEL
Doel van het project was om de individuele en collectieve kansen voor energiebesparing en duurzame opwekking op Bedrijventerrein De Moolhoek in kaart te brengen. Aan de hand van een aantal concrete businesscases worden bedrijven geholpen om snel een slag te maken op weg naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering, zodat meedoen laagdrempelig wordt gemaakt.
1.2
ONDERZOEKSVRAGEN
Tijdens het onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Hoe ziet de basissituatie eruit bij de deelnemende bedrijven? Wat is het huidige verbruik? Wat gebeurt er al aan energiebesparing en opwekking van duurzame energie? Waar liggen de mogelijkheden op bedrijventerrein De Moolhoek qua energiebesparing, opwekking van duurzame energie en de overstap naar aardgasloze verwarming? Wat is het potentieel voor energiebesparing, opwekking duurzame energie en duurzaam verwarmen? Welke andere kansen zijn er om het terrein klimaatneutraal te maken (mobiliteit) en het terrein toekomstbestendig te maken i.v.m. de klimaatverandering (klimaatadaptatie)? Wie zijn eigenaren van panden, ondernemers zelf of verhuurders? 2. Waar hebben de bedrijven behoefte aan? Willen bedrijven collectief aan de slag of hebben zij hulp op maat nodig? Willen bedrijven zelf investeren of is er behoefte aan complete ontzorging, inclusief financiering van maatregelen? 3. Hoe ziet de businesscase van de meest kansrijke maatregelen er uit? Welke maatregelen zijn het interessantst? Wat zijn de kosten en baten? Welke subsidies zijn mogelijk? Welke financieringsconstructies zijn mogelijk en gewenst?
1.3
UITGEVOERDE ACTIVITEITEN
Tijdens het project zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: Deskstudie, waarbij relevante informatie over het terrein is verzameld. Brief verstuurd aan de bedrijven op het terrein met een aankondiging van het onderzoek en het bezoek door Stimular.
4
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
Bezoek aan de bedrijven op het terrein. Tijdens het bezoek is een interview afgenomen, waarbij Stimular de huidige bedrijfsvoering heeft besproken met de ondernemer. Er is per bedrijf in kaart gebracht welke maatregelen mogelijk zijn om energie te besparen en om energie op te wekken. Daarnaast is gekeken welke ondersteuning bedrijven nodig hebben om aan de slag te gaan met energie besparen en (collectief) energie op te wekken. Contact met lokale en regionale aanbieders gezocht die een rol kunnen spelen bij het uitvoeren van maatregelen. Maatregelen uitgewerkt, zowel collectief als individueel. Rapportage opgesteld. Hulp geboden bij uitvoeren van maatregelen bij meerdere bedrijven.
1.4
LOCATIE
Moolhoek is een kleinschalig bedrijventerrein dat aan de oostzijde van de kern Rockanje ligt. Het terrein is aan het einde van de jaren ’70 in ontwikkeling gebracht ten behoeve van plaatselijk gevestigde bedrijven. De uitgifte van gronden heeft zich tot eind jaren ’80 geleidelijk voorgedaan. Moolhoek heeft een netto omvang van 3,7 hectare, de bruto omvang bedraagt 6,4 hectare. Er zijn ongeveer 40 bedrijven gevestigd op het terrein. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor 90 directe arbeidsplaatsen en circa 60 indirecte arbeidsplaatsen, dit is ongeveer 5% van de werkgelegenheid binnen de gemeente. Op het terrein zijn ook enkele woningen gevestigd. Aan de Molendijk, net achter Moolhoek, staan woningen waarvan enkelen een eigen bedrijfsloods hebben. Deze bedrijfsloodsen zijn ook meegenomen in het onderzoek. Er is (beperkte) samenwerking tussen de bedrijven in het kader van Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Het certificaat delen zij met de Pinnepot in Oostvoorne.
1.5
BEZOCHTE BEDRIJVEN
Stimular heeft vrijwel alle bedrijven op het terrein bezocht. Bij deze bedrijven is een kort gesprek gevoerd. Bij kleine bedrijven (zzp’ers) die een pand huren was 1 gesprek voldoende. Enkele van deze bedrijven hadden geen interesse of zijn nooit bereikt, omdat zij zelf vrijwel nooit op de locatie aanwezig zijn of het pand binnenkort verlaten. Met de grotere bedrijven die 1 of meer panden bezitten is een uitgebreid vervolggesprek gevoerd.
5
2
INVENTARISATIE
HUIDIGE
SITUATIE
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie op het bedrijventerrein. Eerst een overzicht van de situatie bij de bedrijfspanden, dan van het energieverbruik op het terrein, dan voor de mobiliteit op het terrein en vervolgens de interesses en behoeftes van de bedrijven op het gebied van verduurzaming.
2.1
BEDRIJFSPANDEN
Tijdens de bezoeken is gebleken dat veel ondernemers stappen hebben gezet met energiebesparing. De volgende maatregelen vallen op: De bedrijven op Moolhoek die aan de Informatieplicht energiebesparing moeten voldoen hebben dit gedaan. Afgelopen jaren hebben diverse bedrijven ledverlichting geplaatst. De meeste panden stammen uit eind jaren 80/ begin jaren 90 en zijn over het algemeen beperkt geïsoleerd (wel dubbel glas, maar geen hoge isolatiewaarden voor dak en wanden). Er zijn veel loodsen met roldeuren waardoor warmte verloren gaat bij opening. De panden die later zijn gebouwd (zoals het pand van CardVision), zijn aanzienlijk beter geïsoleerd. Dit geldt ook voor panden waar is aangebouwd, zoals bij Motoport. Er is een kleine werf van de gemeente (groen onderhoud) op het terrein aanwezig. Deze is voorzien van 28 zonnepanelen. Ook een deel van de loodsen achter Moolhoek is voorzien van zonnepanelen. De panden zijn gedeeltelijk aangesloten op het aardgasnet. Enkele blokken (o.a. Kerkweg 12) worden elektrisch verwarmd en hebben geen gasaansluiting.
2.2
GEBOUWGEBONDEN ENERGIEVERBRUIK
Voorheen werd het energieverbruik op postcodeniveau gepubliceerd. De meest recente cijfers dateren van 2014. Hoewel dit enigszins achterhaalde cijfers zijn geven deze wel een indicatie van het huidige energieverbruik op Moolhoek. Het totale energieverbruik op postcode 3235 XK (straat Moolhoek) bedroeg ongeveer 230.000 kWh en 41.000 m3 aardgas. Het totale energieverbruik op postcode 3235 XL (straat Kerkweg) bedroeg ongeveer 240.000 kWh en 34.000 m3 aardgas. Dit komt neer op een totaal verbruik voor het hele terrein van 470.000 kWh en 75.000 m3 aardgas in 2014. Dit komt neer op een uitstoot van 447 ton CO2 voor het energieverbruik in de panden (exclusief vervoer).
2.3
MOBILITEIT
Mobiliteit is beperkt besproken met ondernemers. Cijfers over gebruikte brandstof of gereden kilometers waren bij veel ondernemers niet (eenvoudig) beschikbaar, waardoor de CO2-uitstoot niet kan worden bepaald. De meeste bedrijven hebben een klein wagenpark (1 of 2 wagens) of maken gebruik van privé voertuigen. Bedrijven hebben weinig aandacht voor duurzame mobiliteit. Bedrijven werken vooral lokaal en regionaal, waardoor ze beperkte kilometers afleggen. Elektrisch rijden zou in veel gevallen een geschikte optie zijn omdat geen lange actieradius nodig is, maar vooralsnog hebben de ondernemers weinig interesse in elektrisch rijden. De bereikbaarheid met openbaar vervoer is matig. Op enige afstand (centrum) stopt wel een bus. Omdat het veelal kleine ondernemers zijn die de auto ook voor uitvoering van het werk nodig hebben, wordt vooral de auto gebruikt om naar Moolhoek te komen. Een enkeling noemde op de fiets naar werk te komen op dagen dat geen klantbezoeken gepland staan.
6
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
2.4
INTERESSES EN BEHOEFTEN ONDERNEMERS
Uit de gesprekken met de ondernemers kwamen de volgende punten naar voren: Veel ondernemers huren een pand op Moolhoek. Een grote verhuurder is Blok/Maat, deze bezit twee blokken op Kerkweg 12. Deze panden zijn al wel aardgasvrij. Een andere grote verhuurder is Vermaat, deze zijn zelf ook op Moolhoek gevestigd en verhuren meerdere andere panden op het terrein. Huurders zien nauwelijks kansen om te verduurzamen en vinden dat de verhuurder dit moet regelen. Andersom zien verhuurders weinig mogelijkheden om te verduurzamen, aangezien de huurder profiteert van een lagere energierekening. Daarnaast zijn er enkele panden in bezit van ‘anonieme verhuurders’, deze zijn tijdens het onderzoek niet bereikt. De grotere bedrijven (Motoport, Vermaat Technics) zijn duidelijk een paar stappen verder met verduurzamen dan de andere bedrijven op Moolhoek. Zij voldoen aan de Informatieplicht Energiebesparing, hebben verschillende besparende maatregelen uitgevoerd (zoals volledig over op led) en denken serieus na over verdergaande maatregelen zoals zonnepanelen en gasloos verwarmen. Bedrijven zijn niet op de hoogte van alle subsidies die er zijn voor energiemaatregelen (ook degene met interesse in duurzaamheid niet). Hierdoor blijven energiebesparingsmaatregelen liggen. De meeste bedrijven hebben een ketel die pas enkele jaren oud is.
Dit betekent dat het natuurlijke moment om gasloos te gaan verwarmen voorlopig niet aan de orde is bij de meeste bedrijven. Ondernemers waren zich nog nauwelijks bewust van de alternatieven voor een gasgestookte ketel. Dit is daarom uitgebreid besproken met de ondernemers, zodat zij op het natuurlijke moment niet automatisch kiezen voor een gasgestookte ketel. Ondernemers gaven aan behoefte te hebben aan hulp bij het voorbereiden en uitvoeren van duurzame maatregelen. Deze hulp kon Stimular als duurzaamheidscoach direct bieden tijdens het bezoek. De duurzaamheidscoach denkt mee over maatregelen, vraagt offertes op en beoordeelt deze, werkt individuele businesscases uit en vraagt subsidies aan. De directe hulp werd zeer op prijs gesteld. De corona crisis die tijdens het onderzoek in volle hevigheid losbarstte zorgde ervoor dat ondernemers investeringen vooruit schuiven. Hoewel de meeste bedrijven niet direct getroffen zijn (veelal producten en diensten die buiten de zwaarst getroffen sectoren vallen) durven zij investeringen even niet aan (bijvoorbeeld uit angst dat grote klanten wegvallen tijdens de crisis). Wel gaven zij aan dat het uitstel betreft en dat de wens tot uitvoeren van maatregelen blijft bestaan. Ondernemers op Moolhoek zijn op zichzelf en hebben beperkt contact met andere bedrijven op het terrein.
Ondernemers zien de voordelen van samenwerking tussen bedrijven nog niet in. Dit geldt vooral voor de kleinste ondernemers, die weinig aanwezig zijn en daardoor beperkte binding met het terrein hebben. Wel valt op dat ondernemers onderling soms wel elkaar verder helpen: zo zijn meerdere ondernemers overgestapt naar dezelfde afvalinzamelaar op aanraden van één van de ondernemers die recent een nieuw contract had afgesloten.
7
3
ROUTE KLIMAATNEUTRAAL BEDRIJVENTERREIN
Een klimaatneutraal bedrijventerrein is een bedrijventerrein waar geen CO2-uitstoot plaatsvindt en waar de verbruikte energie volledig zelf wordt opgewekt. Om te komen tot een klimaatneutraal bedrijventerrein zijn de volgende stappen noodzakelijk: 1.
2.
3.
4.
5.
Elektriciteitsvraag minimaliseren Maximaal besparen van gebouw- en procesgebonden elektriciteitsverbruik door voorkomen van onnodig verbruik (gedrag, efficiënt werken) en vervangen van niet efficiënte energieverbruikers. Deze maatregelen zullen bedrijven in het eigen bedrijfspand moeten uitvoeren. Warmtevraag minimaliseren Verminderen van de warmtevraag door beperken van warmteverlies (niet onnodig verwarmen, isoleren van pand, instellingen verwarming). Deze maatregelen zullen bedrijven in het eigen bedrijfspand moeten uitvoeren. Duurzame warmte gebruiken Vervangen van aardgasgestookte verwarming door duurzamere alternatieven. Deze maatregel kan individueel worden geregeld (bijvoorbeeld warmtepomp) maar kan ook collectief worden georganiseerd (bijvoorbeeld warmtenet of geothermie). Duurzame elektriciteit opwekken Zelf duurzaam opwekken van elektriciteit door middel van PV-panelen of (kleine) windturbines. Deze maatregel kan zowel individueel (eigen dak) als collectief (huren van daken, PV in de openbare ruimte, grote windturbine) worden georganiseerd. Uitstoot van vervoer richting nul Maatregelen om minder te reizen, met duurzamer vervoer te reizen, zuiniger te rijden en door keuze van voertuigen zonder (directe) uitstoot.
Bovenstaande stappen worden in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt voor Moolhoek.
8
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
4
MINDER
ELEKTRICITEIT
GEBRUIKEN
4.1
SAMENVATTING BESPARINGSPOTENTIEEL
Het besparingspotentieel voor elektriciteit voor de komende 5 jaar bij de bedrijven is beperkt. De meeste bedrijfspanden zijn al voorzien van led-verlichting. Bij kleine bedrijven hangt soms nog conventionele TL, maar daar branden de betreffende lampen hooguit een paar uur per week. Er is weinig sprake van onnodig verbruik, het zijn veel kleine bedrijven waar de eigenaar zelf toeziet op het uitzetten van apparatuur na gebruik, reparatie van persluchtlekkages e.d. Het verbruik dat er is, is vaak noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en kan vooral op natuurlijke momenten worden verminderd. Dit betreft voornamelijk het vervangen van machines en op enkele plekken de TL-verlichting. Ook in de openbare ruimte is weinig potentieel aanwezig: de openbare verlichting is al vervangen door energiezuinige led-verlichting. Het besparingspotentieel voor de komende 5 jaar komt uit op ongeveer 2% van het elektriciteitsverbruik. Dit komt neer op een besparing van ongeveer 9.400 kWh per jaar, een CO2-reductie van 6 ton per jaar. Maatregel
Besparingspotentieel
Financieel haalbaar
Technologisch haalbaar
+/-
Mogelijk op korte termijn ++
4.2.1 Ledverlichting 4.2.2 Zuinige machines
++
++
+
-
+
++
++ + +/--
zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief
4.2
MAATREGELEN
Hieronder worden een aantal maatregelen beschreven die de elektriciteitsvraag op het terrein verminderen. 4.2.1
Vervangen van TL-verlichting
Bij veel bedrijven op Moolhoek heeft verlichting een groot aandeel in het totale elektriciteitsverbruik (vaak ongeveer de helft van het totale verbruik). Vervanging door led levert een besparing op van 40 tot 60% op het verbruik van verlichting. De maatregel verdient zich gemiddeld in 3 jaar terug. Gezien de beperkte branduren zal bij veel bedrijven op Moolhoek de terugverdientijd hoger liggen. De verwachting is dan ook dat ondernemers op het natuurlijke moment dat lampen kapot gaan pas de stap naar led maken. Omdat veel ondernemers verlichting op een natuurlijk moment vervangen, de hoeveelheden lampen beperkt zijn, de grootste bedrijven al led hebben en het type lampen bij ieder bedrijf weer anders is, is een collectieve inkoop niet haalbaar. De duurzaamheidscoach heeft tijdens het onderzoek twee bedrijven op weg geholpen bij vervanging van verlichting door led. Er zijn (beperkte) mogelijkheden om de branduren van verlichting te verminderen door het installeren van bewegingsmelders (met name in opslagruimtes en toiletten).
9
4.2.2
Vervangen van machines
Nieuwe machines worden steeds efficiënter en verbruiken minder energie. Dit betekent dat vervanging van machines vaak voor een forse energiebesparing zorgt, mits de ondernemer hier aandacht voor heeft bij aanschaf van apparatuur. Dit is een proces dat op natuurlijke vervangingsmomenten plaats vindt en bedrijfsspecifiek is. Deze maatregel zal door bedrijven individueel opgepakt moeten worden.
4.3
AANBEVELINGEN
Stimular adviseert de volgende stappen: Neem regelmatig contact op met de ondernemers op Moolhoek, zodat natuurlijke momenten van vervanging niet worden gemist. De ondernemers kunnen dan geholpen worden met het beoordelen van offertes, subsidies aanvragen e.d. Deze hulp en aanjaagfunctie past binnen de werkzaamheden van de duurzaamheidscoach.
10
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
5
MINDER WARMTE
GEBRUIKEN
5.1
SAMENVATTING BESPARINGSPOTENTIEEL
Vanwege de beperkte warmtevraag in diverse loodsen (vaak minder dan het verbruik van 1 huishouden), is het besparingspotentieel beperkt. Het besparingspotentieel voor de komende 5 jaar komt uit op ongeveer 5% van de warmtevraag. Dit komt neer op een besparing van ongeveer 3.750 m³ aardgas per jaar, een CO2-reductie van 7 ton per jaar. Maatregel
Besparingspotentieel
5.2.1 Isoleren 5.2.2 WTW 5.2.3 Inregelen
+/+
++ + +/--
zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief
5.2
MAATREGELEN
Mogelijk op korte termijn --++
Financieel haalbaar
Technologisch haalbaar
+/++
++ + ++
Hieronder worden maatregelen beschreven die de warmtevraag op het terrein verminderen. 5.2.1
Isoleren
De meeste panden zijn beperkt geïsoleerd (wel dubbel glas, maar geen hoge isolatiewaarden voor dak en wanden). Dit betekent dat voor veel panden isoleren mogelijk en zinvol is. Alle aanwezige spouwmuren zijn geïsoleerd. Bij een aantal panden is dakisolatie een geschikte maatregel en bij diverse panden kan het dubbel glas vervangen worden door HR++glas. Loodsen voor opslag of met werkplaatsen, worden zo beperkt verwarmd dat isoleren niet snel rendabel is. Daarbij gaat de meeste warmte verloren door het openen van roldeuren. Dakisolatie en dubbel glas zijn wel rendabel in panden met een kantoor- of showroomfunctie, waar veel wordt verwarmd. De maatregelen zijn pas rendabel op een natuurlijk moment, bij een verbouwing of als de beglazing aan vervanging toe is. De maatregel verdient zich in deze situatie dan binnen 5 jaar terug. De ervaring leert echter dat ondernemers in dit type bedrijfspanden niet snel overgaat tot een grootschalige renovatie, waardoor het natuurlijke moment voor veel bedrijven in de verre toekomst ligt, als dit ooit al komt. Hiermee is het een knelpunt, aangezien de vervanging van de ketel meestal eerder aan de orde is. Isoleren is noodzakelijk voor diverse alternatieven voor verwarmen zonder aardgas. Ee tweede knelpunt is het grote aantal huurpanden. De huurders zijn niet vaak aanwezig en zien dan ook gen noodzaak om te isoleren.
Zij gaan daar zeker niet zelf in investeren. De verhuurder heeft geen voordeel van het isoleren van het pand, omdat de verhuurder zelf de energierekening betaalt. De maximale besparing is zo gering (hooguit een paar honderd euro per jaar) dat de verhuurder de huur ook niet of nauwelijks kan verhogen om de kosten voor isolatie terug te verdienen. Isoleren leent zich niet voor een collectieve aanpak, vanwege de variatie in de planning en in het type panden. Wel liggen er kansen om de grote huurblokken in 1 keer te isoleren.
11
5.2.2
Warmteterugwinning
Bijna alle bedrijven hebben natuurlijke ventilatie (ramen, deuren en/of ventilatieroosters boven de ramen), meestal in combinatie met beperkte afzuiging. Alleen de grootste bedrijven hebben een uitgebreider systeem voor lucht aan- en afvoer (klimaatbeheersing), daar is meestal ook al warmteterugwinning toegepast. Om warmteterugwinning mogelijk te maken, zijn grote ingrepen nodig in de klimaatbehandeling. Hierdoor is warmteterugwinning voor de meeste bedrijven niet rendabel, tenzij dit op een natuurlijk moment (renovatie) kan worden aangebracht. Installatie van warmteterugwinning kan niet collectief worden georganiseerd. 5.2.3
Verwarming inregelen
Bij bedrijven die voorlopig nog gebruik blijven maken van een aardgasgestookte ketel, kan de aardgasvraag worden verminderd door betere inregeling van de verwarming. Via een weersafhankelijke regeling, een optimaliserende regeling en door waterzijdig in te regelen, is ongeveer 20% besparing op gasverbruik mogelijk. De kosten zijn beperkt en bestaan voornamelijk uit arbeidskosten van de installateur. Deze maatregel kunnen bedrijven individueel laten uitvoeren.
5.3
AANBEVELINGEN
Stimular doet de volgende aanbevelingen: Houd contact met bedrijven, zodat de verbouwingsmomenten tijdig worden gesignaleerd. Zo kan een bedrijf dat concrete plannen heeft, gewezen worden op het belang en de mogelijkheden van isolatie, inclusief beschikbare subsidies. Volg de verkoop, koop en verhuur van panden op het terrein en treed snel in contact met nieuwe gebouweigenaren. Informatie hierover is te verkrijgen via de gebruikersvergunning of de omgevingsvergunning. Verhuizingen zijn een ideaal moment om het pand goed te isoleren en overige duurzame maatregelen uit te voeren. Maak afspraken met verhuurders over het verduurzamen van het vastgoed. Omdat de huurders nauwelijks gas verbruiken, kan de verhuurder zijn investering niet snel terugverdienen met een huurverhoging. Isoleren van panden maakt de panden toekomstbestendig en zorgt dat panden goed verhuurbaar blijven. Momenteel worden huurpanden die vrijkomen op Moolhoek echter vrijwel direct weer opnieuw verhuurd, waardoor dit argument voorlopig niet opgaat. Bij nieuwe huurders kan een nieuwe contractvorm worden gekozen: een all-in prijs inclusief energiekosten. Dan gaat het voor de verhuurder lonen om te investeren in isolatie. Stimuleer bedrijven met een gasgestookte ketel om op korte termijn de verwarming te laten inregelen. Dit kan via communicatie (artikelen in lokale media, brieven).
Mogelijk kan een actie met concrete aanbieding worden opgezet samen met lokale installateurs voor inregeling van verwarming.
12
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
6
DUURZAME
WARMTE
6.1
SAMENVATTING POTENTIEEL
Het potentieel voor de lange termijn (2040) is 100% minder aardgas. Tegen die tijd zal er op het terrein waarschijnlijk geen aardgas meer worden gebruikt. De CO2-reductie daarvan is afhankelijk van de gekozen oplossing. Stel dat de huidige aardgasvraag volledig wordt vervangen door warmte uit een warmtenet (o.b.v. geothermie) dan neemt de CO2-uitstoot op Moolhoek af met circa 95 ton. De uitstoot van een warnetnet is geen nul: er wordt immers nog energie verbruikt voor o.a. transport van de warmte. Indien de daarvoor benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, gaat de uitstoot wel richting nul en bedraagt de reductie circa 140 ton CO2 per jaar. Aangezien een deel van de bedrijven eigen alternatieven zal inzetten, zal een deel op andere wijzen worden opgewekt (bijvoorbeeld warmtepompen, infraroodpanelen). Voor elektrische alternatieven is de CO2-uitstoot beperkt, mits de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Het potentieel voor de korte termijn is beperkt, aangezien een collectieve oplossing niet voor 2030 in gebruik zal zijn.
Uitgaand van circa 5 kleine ondernemers die het gas afsluiten en 1 groter bedrijf dat via een hybride oplossing het gasverbruik fors vermindert, is het potentieel voor de komende 5 jaar een besparing van circa 15.000 m3 aardgas, daar komt circa 23.000 kWh voor terug (aanname, hangt sterk af van gekozen alternatief). Bij gebruik van grijze stroom is de CO2-reductie circa 27 ton CO2. Indien de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, komt de reductie uit op 56 ton CO2. Maatregel
Besparingspotentieel
Financieel haalbaar
Technologisch haalbaar
++ +/+/-
Mogelijk op korte termijn --++
6.2.1 Geothermie 6.2.2 WKO 6.2.3 Infraroodverwarming 6.2.4 Hybride warmtepompen
--++
+/+/++
+
++
+
+
++ + +/--
zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief
6.2
MAATREGELEN
De gemeente Westvoorne heeft, samen met de andere gemeenten op Voorne-Putten een regionale warmtevisie opgesteld. Rockanje is daarin nog niet aangemerkt als kansrijke wijk voor 2030. Rockanje zal tussen 2030 en 2040 grote stappen richting aardgasvrij zetten. Hierin is nog geen keuze gemaakt of dit via collectieve systemen of individuele systemen zal gebeuren. De bedrijven op Moolhoek gebruiken geen aardgas in het productieproces. Daarom zijn alleen de alternatieven van aardgas voor verwarming onderzocht. Duurzaam verwarmen van panden Er zijn verschillende duurzame alternatieven om te verwarmen. Deze kunnen worden ingedeeld naar collectieve en individuele systemen en naar de bijbehorende isolatieopgave. Aardgas levert hoge temperatuur warmte, diverse alternatieven leveren lage temperatuur warmte. Deze vragen om betere isolatie en een ander afgiftesysteem voor warmte. Zie onderstaand schema (RVO, 2017).
13
De verschillende opties zijn onderzocht, inclusief enkele opties die niet in bovenstaand schema voorkomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Nationale Energie Atlas en informatie uit de bezoeken aan het terrein. Collectieve of individuele opties Bij collectieve warmteopties zal in één keer een groep bedrijven worden aangesloten op een nieuwe warmtebron. Een knelpunt hierbij is dat de ketels bij de bedrijven verschillende bouwjaren hebben, waardoor het lastig is om aan te sluiten op een natuurlijk moment. Het vervangen van een goede ketel die nog niet is afgeschreven, is voor de meeste ondernemers geen optie. Een nadeel voor collectieve opties is de schaalgrootte op Moolhoek. Collectieve opties zijn sneller rendabel als er voldoende deelnemers zijn en er een grote warmtevraag is. Beiden zijn op Moolhoek niet het geval. Het aantal bedrijven is beperkt en de meeste bedrijven hebben een lage warmtevraag. Moolhoek ligt wel dicht tegen woonwijken en het centrum van Rockanje aan. Daar is de warmtevraag veel groter. Een collectieve warmtevoorziening kan daarom het beste in samenhang met het centrum en omliggende woonwijken worden gerealiseerd. Individuele opties kunnen bedrijven direct en zelfstandig uitvoeren. Hierdoor zijn bedrijven niet afhankelijk van elkaar en kunnen eigen natuurlijke momenten worden benut.
Een nadeel is dat kosten voor individuele oplossingen mogelijk hoger zijn en dat ondernemers zelf meer moeten organiseren. Als meerdere bedrijven individueel van het gas af gaan, wordt een collectieve oplossing steeds minder interessant. 6.2.1
Geothermie
Geothermie (ook wel aardwarmte genoemd) is een vorm van duurzame energie, die kan worden geproduceerd door warm water van 45-120°C op te pompen uit watervoerende aardlagen op 1,5 tot 4 km diepte. Om de aardwarmte op te halen wordt grondwater opgepompt van deze diepte en wordt de warmte eruit gehaald. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer teruggepompt en warmt vanzelf weer op door de hitte uit de aardkern. Geothermie is een collectieve optie. Voor geothermie gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten: De bodem moet geschikt zijn. In Rockanje zijn mogelijkheden voor aquifers van meer dan 10 meter en met een temperatuur van minimaal 40 graden. Aan de rand van Moolhoek nemen de mogelijkheden voor geothermie toe: hier is 30 tot 50% kans om meer dan 5 MW warmte op te halen. Een stukje verder richting Oostvoorne neemt die kans toe tot boven de 50%. Zie de figuur. Er is weinig aanpassing in panden nodig. Geothermie levert warmte op hoge temperaturen, vergelijkbaar met de huidige temperaturen die met aardgas bereikt
14
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
worden. Daarom is extra isolatie niet noodzakelijk en hoeft het warmteafgiftesysteem niet aangepast te worden. De eigen gasgestookte ketel verdwijnt, hier komt een aansluiting op een warmtenet voor terug. Warmte wordt nu bij het bedrijf zelf opgewekt door middel van het verbranden van gas. De gasleidingen en gasaansluiting zijn dan niet meer nodig. Wel is er een aansluiting nodig op een warmtenet die verbonden is met de geothermie installatie. Dit warmtenet moet dan voor het bedrijventerrein en omgeving worden aangelegd. Dit betekent dat het bedrijventerrein langere tijd hinder zal ondervinden voor werkzaamheden aan de infrastructuur. De investering is hoog. Vooraf is een dure proefboring nodig, om de werkelijke haalbaarheid te onderzoeken. Daarna is ook de aanleg van een energiecentrale erg duur. Deze kosten zullen de ondernemers niet voor hun rekening nemen, de investeerder kan de investering uiteindelijk terugverdienen met subsidie (SDE++) en de verkoop van warmte. Geothermie neemt ruimte in: grofweg 20 * 20 meter voor het gebouw met de installaties erin, daarnaast is vaak nog een kleinere installatie nodig voor ontgassing of affakkelen. Moolhoek zelf is vol bebouwd, maar aan de randen van het terrein is open ruimte die mogelijk deels benut kan worden. Tijdens de bouw van een geothermie installatie is nog veel meer ruimte nodig, een gebied van 1 tot 1,5 hectare.
* In de ovaal is het gebied Moolhoek / Kerkweg. Conclusie en businesscase Geothermie is een mogelijke optie voor Moolhoek. De bodem is geschikt, met name aan de randen langs de Kerkweg. De omgeving van Moolhoek kan een interessante zoeklocatie zijn voor een geothermiebron voor een groter deel van Rockanje, aangezien bij Moolhoek meer potentieel lijkt te zijn dan in een andere delen van Rockanje. Via een warmtenet kan de warmte dan ook naar andere delen van Rockanje gedistribueerd worden. De omgeving naast Moolhoek biedt ook mogelijke plekken om de installaties te plaatsen. De kosten zullen het grootste struikelblok vormen: de warmtevraag op Moolhoek is beperkt, waardoor de investering zich niet snel terug zal verdienen als deze alleen voor Moolhoek wordt gedaan. De investering zou zich ook moeten richten op het centrum en mogelijk enkele woonwijken. De definitieve haalbaarheid, in combinatie met centrum en woonwijken, en de bijbehorende businesscase vraagt om nader onderzoek door een specialist op het gebied van geothermie.
15
6.2.2
Warmte-Koude Opslag
Warmte-koudeopslag (WKO) is een methode om energie in de vorm van warmte en koude op te slaan in een water voerende zandlaag (aquifer) in de bodem. Deze bevindt zich doorgaans op 30 tot 150 meter diepte. Er bestaan open systemen, waarbij de bronnen in open verbinding staan met de watervoerende pakketten en gesloten systemen, waarbij geen open verbinding is met het grondwater. Bedrijven met een grote warmte- en koudevraag kunnen individueel een WKO realiseren. WKO-systemen die dicht bij elkaar staan kunnen elkaar storen. Collectieve systemen hebben daarom de voorkeur. Hiermee kunnen ook bedrijven met een beperkte warmte- en/of koudevraag aansluiten op het systeem. Voor WKO gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten: De bodem moet geschikt zijn voor opslag van koude en warmte. Dat is op Moolhoek zeker het geval. Er is potentieel voor koude opslag van 420-440 GJ/ha.jaar (bij gesloten systeem) tot 2000-3000 GJ/ ha.jaar (open systeem). Voor warmte is het potentieel 1550-1700 GJ/ha.jaar (bij gesloten systeem) tot 3000-4000 GJ/ha.jaar (open systeem). Een WKO is pas efficiënt als er zowel een grote warmtevraag als een grote koudevraag is. De meeste bedrijven op Moolhoek hebben een zeer beperkte koudevraag, hooguit een airco voor koude dagen en wat koelingen voor voedsel.
Een WKO vereist forse aanpassingen aan de bedrijfspanden: deze zullen beter geïsoleerd moeten worden en het warmteafgiftesysteem moet worden aangepast (geschikt maken voor lage temperatuur verwarming). De doorlooptijd om een WKO te realiseren is lang: er is een proefboring nodig en er moet vergunning worden aangevraagd. Een WKO-systeem kan goed gecombineerd worden met zonnecollectoren of PVTpanelen (zie 6.2.3). De zonnecollectoren slaan in de zomermaanden warmte in het WKO-systeem op, die er in de winter weer wordt uitgehaald. Conclusie en businesscase De bodem is geschikt voor WKO. Vanwege de beperkte koudevraag bij de bedrijven (momenteel alleen koelcellen aanwezig bij Kees de Slager) ligt een WKO niet voor de hand tenzij er bedrijven vestigen met een grote koude vraag. Zo zou een koppeling met horeca, die grote koel- en vriescellen hebben, interessant zijn. De horeca in het centrum ligt echter net te ver weg van Moolhoek. Daarmee valt deze optie voorlopig af. 6.2.3
Zonnewarmte
Zonnewarmte kan een bijdrage leveren. Zonneboilers zijn vooral interessant bij een grote warm water vraag, deze is niet aanwezig op Moolhoek. In de zomer zou dan veel warm water worden gemaakt, die vervolgens niet nuttig kan worden gebruikt. Een alternatief zijn PVT-panelen in combinatie met een warmtepomp en een boilervat voor opslag. PVT-panelen zien er uit als zonnepanelen, maar leveren zowel warmte als elektriciteit. De warmte kan via de warmtepomp ook voor verwarming van het pand worden ingezet. Voor PVT-panelen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten: Er moet voldoende ruimte op het dak zijn en er moet voldoende lichtinval op de PVTpanelen mogelijk zijn (geen schaduw of noord-zijde van een schuin dak). De dakconstructie moet voldoende sterk zijn. PVT-panelen zijn zwaarder dan reguliere zonnepanelen. Er moet ruimte zijn in het pand voor een warmtepomp en boilervat. Zie 6.2.5 voor een overzicht van randvoorwaarden voor warmtepompen. Deze zijn ook relevant voor PVT-panelen, aangezien hier ook een warmtepomp bij nodig is. Conclusie en businesscase PVT-collectoren zijn een optie voor enkele panden die nu nog met gas worden verwarmd en een dak met goede constructie hebben. De meeste daken hebben voldoende ruimte voor PVT-panelen. Een klein systeem met 12 PVT-panelen (inclusief warmtepomp en boilervat)
16
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
kost circa € 13.000. Met ISDE-subsidie neemt de prijs af naar circa € 11.000. Met een besparing van circa € 1.100 per jaar is de terugverdientijd ongeveer 10 jaar. 6.2.4
Infraroodverwarming
Een individuele optie met beperkte consequenties voor het gebouw is infraroodverwarming. Infraroodstraling verwarmt personen en objecten (inclusief muren, plafonds, meubilair) en de lucht wordt indirect opgewarmd door de objecten. De objecten geven dus ook nog enige tijd warmte af, nadat de infraroodverwarming is uitgezet. Zodra de panelen aangaan wordt warmte afgegeven en is er een comfortabel gevoel. Voor infraroodpanelen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten: Infrarood is goed toepasbaar als er geen noodzaak is om de gehele ruimte te verwarmen. Dit is bij veel bedrijfspanden op Moolhoek het geval. Veel ruimtes worden gedeeltelijk voor opslag gebruikt, zodat dat deel van de ruimte niet verwarmd hoeft te worden. Ook zijn er hoge werkplaatsen, waarbij de medewerker slechts een deel van de ruimte gebruikt. Infrarood is zeer geschikt voor ruimtes die slechts kort worden gebruikt. Op het terrein zijn veel panden met een klein kantoor, dat hooguit een paar uur per dag wordt gebruikt. Ook zijn er panden waar een groot deel van de dag of zelfs meerdere dagen per week niemand aanwezig is. Dat maakt infrarood een geschikte gasloze oplossing om te verwarmen. Aangezien infrarood geen lucht verwarmt, is het een goede oplossing in panden waarbij deuren regelmatig open en dicht gaan.
Bij andere vormen van verwarming ‘verdwijnt’ in dat soort panden de opgewarmde lucht bij iedere opening naar buiten. Met infraroodverwarming is dat niet het geval. Op het terrein zijn veel bedrijven met een roldeur die regelmatig open gaat (bijvoorbeeld dienstverleners die goederen in- en uitladen). Enige mate van isolatie is vereist. Infraroodpanelen verhogen het comfort, maar bij veel kieren wordt dit comfort verstoord. De straling kan via ramen naar buiten verdwijnen. Dit kan worden voorkomen met speciale coatings op de ramen. De panden hebben relatief weinig raamoppervlak. Vanwege het elektriciteitsverbruik is infraroodverwarming pas duurzaam, als de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt (met zonnepanelen of eventueel inkoop van 100% groene stroom). Anders is de CO2-uitstoot nauwelijks lager dan bij aardgasgestookte verwarming. Conclusie en businesscase Infrarood panelen zijn een praktische en betaalbare oplossing voor panden waar niet overal behoefte aan warmte is en waar veel warmteverlies is, zoals in een groot deel van de panden (werkplaatsen met roldeuren die regelmatig open en dicht gaan). Voorbeeld businesscase klein (huur)pand Op Moolhoek zijn diverse panden die beperkt worden gebruikt en daarom ook een laag gasverbruik hebben (circa 1.500 m3 aardgas). Veel van de panden worden maar een beperkt aantal uur per week gebruikt.
Op koude dagen staat de verwarming dan al aan voor er iemand aanwezig is en de hele ruimte wordt dan opgewarmd. Met infraroodpanelen hoeft alleen verwarmd te worden op het moment dat iemand aanwezig is. In veel van deze panden volstaan 2 a 3 infraroodpanelen voor de volledige verwarming. Infraroodpanelen kosten € 80 - € 150 per stuk (excl arbeid). Ophangen kunnen veel ondernemers zelf. Indien ophangen wordt uitbesteed, komen de totale kosten voor 3 infraroodpanelen uit op circa € 2.500. De maatregel bespaart 1.500 m3 aardgas (€ 900) per jaar, hier komt 500 kWh (€ 100) per jaar aan elektriciteit voor terug. De besparing is € 800 per jaar op energieverbruik. Er wordt ook op vaste kosten bespaard voor de gasaansluiting, aangezien deze kan worden afgesloten (circa € 150). Gas afsluiten kost eenmalig circa € 650 (deze afsluitkosten worden naar verwachting afgeschaft). De totale jaarlijkse besparing (verbruik en vaste kosten) komt uit op circa € 950. De investering verdient zich in ongeveer 3,5 jaar terug (bij uit besteden van
17
installeren, bij zelf plaatsen is de maatregel in 1,5 jaar terugverdiend. De korte terugverdientijd maakt de maatregel ook interessant voor huurders van een pand: als zij nog enkele jaren in het pand blijven, verdienen ze zelf de investering ruimschoots terug. Desgewenst kunnen de infraroodpanelen bij een verhuizing worden meegenomen. Als de investering minimaal € 2.500 is dan is er extra aftrek van de fiscale winst mogelijk via EIA. De verwachting is dat deze mogelijkheid komende jaren blijft bestaan, om aardgasvrij maken van panden te stimuleren. Door gebruik te maken van deze regeling neemt de terugverdientijd verder af. Voorbeeld businesscase groter bedrijf Infraroodpanelen zijn vaak minder geschikt als hoofdverwarming. Als infraroodpanelen de hele dag aan staan, verbruik deze relatief veel elektriciteit. Voor grote bedrijven zijn infraroodpanelen vooral een oplossing voor specifieke ruimtes, die normaal constant (met gas) verwarmd worden, terwijl de ruimte maar enkele uren per week wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld een spreekkamer zijn of een werkplek voor een specialistische klus die slechts af en toe wordt uitgevoerd. In dat geval kan die ruimte worden verwarmd met 1 a 2 infraroodpanelen (€ 300 materiaalkosten, inclusief arbeid € 1.000 per ruimte) en wordt bespaard op het gasverbruik voor die ruimte (circa 1.000 m3 aardgas, € 600 per jaar).
Hier komt circa 350 kWh (€ 70) per jaar voor terug. De investering verdient zich in een jaar terug (bij zelf instaleren) of in 2 jaar bij laten installeren. Bij deze optie wordt niet bespaard op de vaste kosten, aangezien een deel van het pand nog steeds met aardgas wordt verwarmd. Indien meerdere ruimtes worden voorzien van infraroodpanelen en minimaal € 2.500 wordt geïnvesteerd , dan komt de investering in aanmerking voor extra fiscale aftrek via EIA. Hiermee neemt de terugverdientijd verder af. 6.2.5
Individuele warmtepompen
Lucht–warmtepompen of bodem-warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of bodem en verwarmen water (radiatoren of vloerverwarming) of lucht (luchtverwarming). De warmtepomp bestaat uit een buiten-unit (op dak of langs gevel) of een warmtewisselaar in de bodem of PVT-panelen (zie 6.2.3) en een binnen-unit (meestal op de plek van de huidige ketel). Het voordeel van een bodem-warmtepomp is dat deze efficiënter werkt door een constantere temperatuur in de bodem in vergelijking met de temperatuur van de buitenlucht en het systeem ook stiller is. Het nadeel is dat een bodem-warmtepomp meer kost en dat de installatie meer ruimte in beslag neemt. De warmtepomp is een individuele optie. Voor warmtepompen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten: Warmtepompen leveren continu warmte op een lage temperatuur: daarmee valt de optie af voor panden met lage gebruikstijden. Die zijn niet efficiënt te verwarmen met een warmtepomp. Warmtepompen vereisen goede isolatie van het gebouw en een systeem voor lage temperatuur verwarming. De meeste panden zullen hiervoor moeten worden aangepast. De kosten voor aanpassing zo hoog, dat dit niet snel wordt terugverdiend op basis van de besparing op het gasverbruik. Een overweging voor de oudere panden is een hybride constructie.
Er wordt dan een warmtepomp geplaatst, die het merendeel van het jaar voor de warmte zorgt plus een cv-ketel die bijspringt op de koudste dagen van het jaar. Hiermee wordt de aardgasvraag al drastisch verminderd (tot wel 70%). Met een hybride constructie wordt de (uiteindelijk noodzakelijke) aanpassing van het pand uitgesteld. Deze optie kan interessant zijn voor enkele grotere bedrijven als Vermaat Technics en Motoport, die beiden nog een vrij nieuwe ketel hebben en relatief goede isolatie hebben. Een hybride constructie is goedkoper in aanschaf, omdat met een warmtepomp met een lager vermogen kan worden volstaan en er zijn geen verbouwingen nodig. Met een hybride warmtepomp worden er minder eisen gesteld aan de gebouwisolatie. Het nadeel is dat een aardgasaansluiting nodig blijft, met bijbehorende vaste kosten. Motoport en Cardvision hebben airco’s die ook kunnen verwarmen. Dit is ook een vorm van een warmtepomp. Motoport en Cardvision kunnen experimenteren met het uitlaten
18
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
van de radiatoren en volledig verwarmen via de airco’s. Zo kunnen zij testen of ze wellicht het gas kunnen afsluiten. In beide gevallen zal dan wel het aantal airco’s uitgebreid moeten worden zodat alle ruimtes verwarmd kunnen worden. Conclusie en businesscase Voor de meeste bedrijven op Moolhoek is de warmtepomp geen geschikte optie, onder andere vanwege de beperkte gebruiksuren van de panden en de matige isolatie van het pand. Voor enkele grotere bedrijven is een warmtepomp wel mogelijk, bij voorkeur in een hybride constructie, waarbij de ketel nog bijspringt bij koude pieken. Hiermee kan ongeveer 70% van het aardgasverbruik worden bespaard. Daar komt echter wel elektriciteitsverbruik voor terug. De kosten voor het elektriciteitsverbruik zijn lager dan voor het aardgasverbruik, zeker nu de energiebelasting op aardgas komende jaren blijft stijgen. Hierdoor gaan de energiekosten per saldo omlaag. Een alternatief is om via airco’s (ook warmtepompen) te verwarmen. Met extra airco’s is het wellicht mogelijk om helemaal van het gas af te gaan. Ideaal zou zijn als de benodigde elektriciteit (op jaarbasis) wordt opgewekt met eigen zonnepanelen. Anders zal het elektriciteitsverbruik flink gaan toenemen. Businesscase bijplaatsen warmtepomp (hybride constructie) Uitgangspunt: Een bedrijfspand met een gasverbruik van 10.000 m3 per jaar.
Een warmtepomp met 30% van het vermogen van de huidige ketel, levert een gasbesparing van circa 70%. We gaan uit van een warmtepomp van circa 18 kW. Deze kost ongeveer € 15.000. De gasbesparing is 7.000 m3 (€ 4.200) per jaar. Hier komt ongeveer 16.500 kWh per jaar aan elektriciteit (€ 2.000) voor terug. De netto besparing is € 2.200. De investering verdient zich in ongeveer 7 jaar terug. In 2021 is een bijdrage mogelijk voor warmtepompen vanuit de ISDE-subsidieregeling OF zijn er mogelijkheden voor extra aftrek van de fiscale winst via EIA. De verwachting is dat deze mogelijkheden komende jaren blijven bestaan, om aardgasvrij maken van panden te stimuleren. Door gebruik te maken van 1 van deze regelingen neemt de terugverdientijd met ongeveer een jaar af. 6.2.6
Afgevallen opties voor duurzaam verwarmen
De volgende opties voor duurzaam verwarmen zijn afgevallen: Warmtenet o.b.v. industriële restwarmte: er is onvoldoende industriële restwarmte beschikbaar op Voorne-Putten. In theorie kan de restwarmte van buiten het eiland worden gehaald. Hier hebben de gemeente en ondernemers echter maar zeer beperkte invloed op. Biovergister: Er is onvoldoende aanvoer van lokale biomassa (voedselresten uit horeca) om een biovergister te laten draaien in Westvoorne. Pelletkachel: deze optie is niet CO2-neutraal, vanwege de aanvoer van pellets. Pelletkachels zorg ook voor fijnstof uitstoot en stankoverlast. Tot slot is er ruimte nodig voor opslag van pellets, die bij de meeste bedrijven niet aanwezig is.
6.3
AANBEVELINGEN
Stimular doet de volgende aanbevelingen: Een collectieve vorm van warmteopwekking is niet kansrijk op de korte termijn. Hierbij is samenwerking nodig met het centrum en omliggende woonwijken. In de warmtetransitievisie is aangegeven dat de warmtevoorziening voor Rockanje pas na 2030 op de agenda staat. Daarom is het advies om komende jaren vooral in te zetten op individuele oplossingen bij bedrijven, zodat we stappen worden gezet richting minder aardgasverbruik. Om op de lange termijn Moolhoek aardgasloos te krijgen is een collectieve warmtevoorziening zinvol. Een deel van de ondernemers zal waarschijnlijk niet snel zelf investeren in een aardgasvrije oplossing. Voor de kleine bedrijfspanden die beperkt gebruikt worden zijn infraroodpanelen een goede oplossing om al op korte termijn van het aardgas af te gaan. Een deel van deze
19
20
panden wordt gehuurd, waarbij de verhuurder geen belang heeft om van het gas af te gaan. De huurder betaalt zelf de energierekening en kan daarmee dus besparen. De huurders zullen dus toestemming moeten krijgen van de verhuurder om het gas af te sluiten en om infraroodpanelen te plaatsen (op kosten van de huurder). Infraroodpanelen kunnen ook bij grotere bedrijven een oplossing zijn om het gasverbruik te verlagen, vooral in ruimtes die weinig worden gebruikt. Om alle ruimtes te verwarmen is een hybride warmtepomp een oplossing voor deze bedrijven. De warmtepomp verwarmt het pand een groot deel van het jaar, maar de huidige ketel springt dan nog bij op koude dagen. Aangezien de grotere bedrijven allemaal vrij recent ketels hebben geplaatst, zullen zij komende jaren nog niet inzetten op volledig aardgasloos verwarmen. Bij huurpanden die nog niet aardgasvrij zijn, zal de huurconstructie aangepast moeten worden. Bij nieuwe verhuur kan gekozen worden voor een all-in prijs inclusief energiekosten. De huurder heeft dan geen eigen aansluiting meer nodig en de verhuurder verdient de investering terug o.b.v. de besparing op de energierekening. Aanpassing van het huurcontract zal vooral mogelijk zijn bij wisseling van huurder.
Rapportage Bedrijventerrein Moolhoek op weg naar klimaatneutraal
7
DUURZAME
ELEKTRICITEIT
7.1
SAMENVATTING POTENTIEEL
Het theoretisch potentieel voor zonnepanelen op bedrijfsdaken is ongeveer 2.850 zonnepanelen. Uitgaand van zonnepanelen van 350 kWp, komt het maximale vermogen uit op bijna 1.000 kWp. Hiermee kan bijna 900.000 kWh per jaar worden opgewekt. Dit is ongeveer vier maal het huidige verbruik op Moolhoek. Indien alle daken worden benut, wordt dus een overschot opgewekt dat elders kan worden gebruikt, bijvoorbeeld op woningen waar zonnepanelen niet mogelijk zijn (via de Postcoderoosregeling). Ook biedt dit ruimte voor elektrische vormen van verwarming en elektrisch rijden, waardoor het elektriciteitsverbruik zal toenemen. Het is echter een theoretisch potentieel, dat in de praktijk waarschijnlijk niet zal worden behaald om de volgende redenen: De daken zijn getoetst op lichtinval, niet op dakconstructie. De ervaring leert dat veel daken van loodsen e.d. een ongeschikte dakconstructie hebben. Hierdoor zijn zonnepanelen niet mogelijk, zijn minder panelen mogelijk dan het maximum of zijn (dure) ingrepen nodig om het dak alsnog geschikt te maken. Veel ondernemers willen niet meer zonnepanelen neerleggen, dan er nodig zijn voor eigen verbruik. Dit betekent dat op veel daken niet de maximale ruimte zal worden benut. Diverse panden worden beperkt gebruikt, vooral voor opslag. Daarom is het energieverbruik zeer laag. Vaak is er wel een flink dakoppervlak.
Vanwege de lage energierekening hebben de meeste bedrijven weinig behoefte om deze kosten te verlagen. Deze daken blijven dan onbenut. Een deel van de panden wordt gehuurd. De verhuurders hebben zelf geen elektriciteitsaansluiting en de opbrengsten zijn voor huurders. Deze split incentive moet eerst worden opgelost voor verhuurders overwegen om zonnepanelen te gaan plaatsen. Het potentieel voor duurzame elektriciteit neemt toe met zonnepanelen op andere locaties dan bedrijfsdaken, bijvoorbeeld op (nog te realiseren) carports of zonnevelden. Er zijn op korte termijn geen realistische mogelijkheden voor windturbines op of nabij Moolhoek. Met duurzame elektriciteit kan de CO2-uitstoot van het bedrijventerrein uiteindelijk tot nul gereduceerd worden of ontstaat zelfs een negatieve CO2-uitstoot (compensatie voor of uitwisseling met andere gebieden waar onvoldoende dakoppervlak aanwezig is). Voor de komende 5 jaar is het potentieel geraamd op ongeveer 500 zonnepanelen (175 kWp), waarmee ongeveer 157.500 kWh per jaar wordt opgewekt (68% van het huidige verbruik). Dit is een CO2-reductie van 82 ton. Maatregel
Besparingspotentieel
Financieel haalbaar
Technologisch haalbaar
++
Mogelijk op korte termijn ++
7.2.1 Zonnepanelen op eigen bedrijfsdak 7.2.2 Zonnepanelen op dak VVE 7.2.3 Zonnepanelen op dak huurpand 7.2.4 Overige locaties zonnepanelen 7.2.5 (kleine) Windturbines 7.2.6 Opslag
++
++
++
+
+
++
++
+
+/-
++
++
--
--
+
+/-
+/-
--
+/-
Nvt*
--
--
+
21
++ zeer positief + positief +/neutraal negatief -zeer negatief * Elektriciteit opslaan is gunstig voor duurzame energie opwekking, vanwege verhoogde zelfconsumptie, lagere pieken en daarmee minder netbelasting. Opslaan van elektriciteit bespaart niet direct CO2.
7.2
MAATREGELEN
7.2.1
Zonnepanelen op eigen bedrijfsdak
Er is relatief veel draagvlak voor zonnepanelen bij de ondernemers. CardVision had al enige tijd de wens om zonnepanelen te plaatsen, maar kwam hier nooit aan toe. Gebrek aan tijd en voldoende kennis om een keuze te kunnen maken speelde hierin een belangrijke rol. Met hulp van de duurzaamheidscoach zijn inmiddels offertes aangevraagd en beoordeeld, de zonnepanelen worden in 2021 geplaatst. De duurzaamheidscoach regelt ook de subsidieaanvraag (EIA). De twee grootste bedrijven met een eigen pand, Motoport Rockanje en Vermaat Technics, hebben serieuze interesse in zonnepanelen. Zij noemen vooral de onzekerheid door de corona crisis om de investering nog even uit te stellen. Voor Vermaat geldt ook dat het dak ongeschikt is en aangepast moet worden voor zonnepanelen mogelijk zijn. Met behulp van de Zonnig Zuid-Holland subsidie van de provincie kan het dak mogelijk worden aangepast. De brandweerkazerne is eigendom van de VRR (Veiligheidsregio). VRR is bezig met een eigen plan om zonnepanelen te plaatsen op de locaties waar dit mogelijk is. Of en wanneer er zonnepanelen op locatie Moolhoek komen is nog onbekend. De ondernemers met interesse in zonnepanelen willen zelf investeren, eventueel via een lening bij de eigen bank. Er is geen interesse in collectieve inkoop van zonnepanelen, de ondernemers willen zelf een keuze maken.
Wel geven bedrijven aan dat kennis en tijd ontbreken om offertes te beoordelen en subsidies aan te vragen. Alle bedrijven op Moolhoek hebben een kleinverbruikaansluiting (maximaal 3*80A). Dankzij de salderingsregeling, waarbij zij ingekochte elektriciteit en teruggeleverde elektriciteit met elkaar mogen verrekenen, verdienen zij zelfs zonder subsidie de investering in 5 tot 8 jaar terug. Vanaf 2023 wordt salderen langzaam afgebouwd. Aangezien de werktijden bij bedrijven vooral overdag zijn, wordt de opgewekte elektriciteit grotendeels direct verbruikt, waardoor salderen niet zo belangrijk is. Het nadeel ontstaat vooral als er in de zomer een overschot wordt geproduceerd dat dan tegen lage tarieven aan het net wordt geleverd. Op termijn wordt het daarom financieel interessant om te investeren in eigen opslag van elektriciteit (zie 7.2.6). Bedrijven met een kleinverbruikaansluiting komen in aanmerking voor extra fiscale aftrek via de EIA-regeling of voor ISDE-subsidie. Voorwaarde is in beide gevallen dat zij minimaal 15 kWp aan zonnepanelen neerleggen. Voor ISDE moet het huidige verbruik boven de 50.000 kWh liggen. Businesscase zonnepanelen Een bedrijf met kleinverbruikaansluiting installeert 50 zonnepanelen (17,5 kWp) en wekt daarmee het volledige eigen elektriciteitsverbruik op jaarbasis op. De investering bedraagt circa € 15.750.