21 05 RES bijlage 3 nota van beantwoording
Tekst van het document
Voor de realisatie van hernieuwbare brandstoffen heeft de provincie een visie en strategie waterstof wet- en opgesteld. regelgeving, ruimtelijke haalbaarheid, aansluiting bij omliggende RESregio's) Goed om te horen dat Voorne-Putten als ambitie heeft om in 2050 CO-2 neutraal te worden en dat de RES daarvoor Geen verwijzing. als invulling dient. We nemen notie van uw streven.
Dank voor uw inbreng. Vanuit verschillende gemeenten hebben wij het signaal ontvangen dat de uitvoering en daarmee de haalbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is van de energietransitie, waar financiering van het Rijk als noodzakelijk wordt gezien. In de RES 1.0 zal de betaalbaarheid als randvoorwaarde worden opgenomen.
Paragraaf 2.4 en paragraaf 8.2.4
De afstemming met (buur)regio's en de ruimtelijke samenhang met o.a. (bovenregionale) ruimtelijke kaders heeft inderdaad de aandacht. Met (buur)regio's vindt algemene afstemming plaats. Vooral binnen de provincie is dit frequent. In de RES 1.0 wordt tevens inzicht gegeven in de raakvlakken met ruimtelijke processen die op een grotere schaal spelen dan de regio. Het betreft o.a. Groene Hart, provinciale- en Nationale omgevingsvisie en de raakvlakken met energieopwekking (bestaand) net buiten de regiogrens. Er wordt vooralsnog niet ingezoomd op specifieke gebieden binnen de regio's, anders dan de zoekgebieden. In het vervolg op de RES 1.0 kan dit wel meer aandacht krijgen, o.a. via gebiedsprocessen waarmee invulling wordt gegeven aan energieopwekking i.c.m. andere opgaven.
Paragraaf 8.3.1, paragraaf 8.3.4
Vraag de MRDH-RES-regio om landelijk het signaal De uitwerking van de concept-RES naar RES 1.0 dient op basis van het Nationaal Programma RES begin 2021 gereed te Algemeen af te geven dat de hoge ambitie, om de RES 1.0 zijn. Voor het ontwikkelen van een realistische en kwantitatief aanbod is nodig een integrale gebiedsgerichte begin 2021 gereed te hebben, grote impact heeft op uitwerking van de opgave, afstemming met omliggende RES-regio’s, draagvlak onder grondeigenaren en inwoners, het proces. toets van de financiële en technische haalbaarheid en wijziging van het provinciaal en gemeentelijk omgevingsbeleid. Dit vraagt om grote maatschappelijke, bestuurlijke en ambtelijke inzet. De planning om te komen tot een RES 1.0 is daarmee krap waardoor de zorgvuldigheid van het proces onder druk staat.
De ambtelijke en bestuurlijke (werk)druk voor gemeenten is hoog, dat is een aandachtspunt en erkennen we ook als regio. Ook de VNG vraagt hier aandacht voor. De zorgvuldigheid binnen het proces is daarmee een terechte zorg, al wordt ook gezien dat iedereen hard samenwerkt om de doelstellingen van het landelijke programma te halen.
Geen verwijzing.
Onderzoek of het elektriciteitsnet het scenario ‘Alles Auto’s en woningen op elektrisch zal tot een hogere elektriciteitsvraag leiden en het is nog maar de vraag of de op elektrisch’ aan kan leveranciers in deze elektriciteitsbehoefte kunnen voorzien en of het elektriciteitsnet deze hogere vraag aan kan.
De nieuwe vormen van energieopwek en verwachte toename van de energievraag vragen om aanpassingen van het energiesysteem. Dit is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken. Het is een continu doorlopend onderzoek. In de RES richten we ons niet op het realiseren van opwekking van duurzame energie waarmee we in onze eigen energiebehoefte kunnen voorzien: we zoeken naar mogelijkheden waarmee we bij kunnen dragen aan de nationale doelstelling van 35 TWh. Ontwikkelingen op het gebied van toenemende energie zijn desalniettemin een belangrijk onderzoekspunt. Daarom is door de netbeheerders een netimpactanalyse uitgevoerd t.a.v. de regionale inzet. Alle gemeenten in de regio worden meegenomen in het lopende onderzoek om in de RES 1.0 meer te kunnen zeggen over de mogelijkheden van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. Het gebruik van lokale bronnen ligt bij de gemeenten zelf.
Paragraaf 8.3 (en Hoofdstuk 6, over het Energiesysteem als geheel)
Onderzoek mogelijk gebruik van restwarmte
21
Elektriciteit
Warmte
Paragraaf 3 - 7.2 8.2
Alle gemeenten in de regio worden meegenomen in het lopende onderzoek om in de RES 1.0 meer te kunnen zeggen Paragraaf 3 - 7.2 over de mogelijkheden van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. Het gebruik van lokale bronnen ligt bij de 8.2 gemeenten zelf.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
187
Nissewaard
188
Nissewaard
Zonnecollectoren in de gebouwde omgeving
189
Nissewaard
Alle inwoners moeten tegen betaalbare voorwaarden toegang blijven houden tot leverantie van energie
190
Nissewaard
191
Nissewaard
192
129
130
131
Onderwerp / Korte formulering Toelichting steekwoorden Clustering zoekgebieden De wens is om de zoekgebieden voor het plaatsen Clustering van zoekgebieden heeft voor windmolens het voordeel dat zodoende geen nieuwe gebieden ten prooi windmolens van nieuwe windmolens zoveel mogelijk te laten vallen aan horizonvervuiling en deze clustering een minder verrommeld landschap tot gevolg heeft, waardoor het aansluiten bij gebieden waar reeds draagvlak voor windmolens onder de inwoners van Nissewaarde mede kan worden vergroot. horizonvervuiling aanwezig is, zoals langs A wegen, Wij willen terughoudend zijn met het plaatsen van grote windmolens in gebieden waar nog geen sprake is van horizonvervuiling. Daarbij heeft de fractie CU-SGP de wens dat de mogelijkheid van het plaatsen van kleine windmolens bij boerenerven in participatie met boeren wordt onderzocht.
De wens is in te zetten op een hogere ambitie dan Het gebruik van minimaal 40% van de geschikte daken voor zonnecollectoren wordt een reële ambitie geacht en ziet de, in het raadsvoorstel genoemde 40% van de ook mogelijkheden voor het plaatsen van zonnecollectoren op niet voor tuinbouw gebruikte kassen en op de hiervoor geschikte grote daken en grote (publieke) woningen die de komende jaren gebouwd zullen worden, ervan uitgaande dat deze niet zijn meegenomen in de parkeerterreinen in de regio voor het realiseren van berekening van het totaal aantal geschikte daken. zonnecollectoren in de gebouwde omgeving.
Thema
Antwoord
Elektriciteit
Deze wens is in lijn met de verhaallijnen zoals in de RES beschreven. Deze zijn t.o.v. de Concept RES nader uitgewerkt Dit komt op en bieden een basis voor gebiedsprocessen op lokaal niveau. Hierbij staan gemeenten aan de lat om techniek- en meerdere plekken ontwerpkeuzes te maken. De regio ondersteunt hier in met verschillende onderzoeken, zoals het ontwerpende terug, bijvoorbeeld onderzoek, waar bij verschillende verhaallijnen benoemd wordt of het ruimtelijk wenselijker is om een ontwikkeling in in paragraaf 2.2 en een lijnopstelling te zetten. 4.1. Ook in paragraaf 7.3 en 8.3 wordt nadere toelichting gegeven.
Elektriciteit
Wij achten o.b.v. onderzoek zon op 40% van de geschikte daken als een realistische ambitie, daarmee sturen we aan Paragraaf 8.3.3 op een lineaire opbouw van het aantal panelen tot 2050 waarbij 100% van de geschikte daken de ambitie is. maar gemeenten zijn vrij te streven naar een hoger percentage. Het plaatsen van zonnepanelen op niet gebruikte kassen is vanuit andere belangen (verdringing) niet altijd wenselijk. Op de bedrijfsdaken is dat uiteraard wel een mogelijkheid. Er is binnen de glastuinbouw meer draagvlak voor zonnepanelen op waterbassins en overhoeken en dat kan bijdragen aan het realiseren van het in de RES opgenomen percentages. We onderschrijven uw inzicht dat energie tot de elementaire levensbehoeften van mensen behoort. Betaalbaarheid Paragraaf 2.4 en van de transitie betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. paragraaf 8.2.4 Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners (en daarmee de toegankelijkheid), voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen.
Zorg dat alle inwoners toegang blijven houden tot Energie behoort tot de elementaire levensbehoeften van mensen. De privatisering van energieleveranciers, zoals bij Algemeen een betaalbare leverantie van energie. Neem dit de recente verkoop van de aandelen ENECO, maakt inwoners afhankelijk van private aanbieders van energie. Ondanks uitgangspunt op bij de verdere ontwikkeling van de de ambitieuze doelstellingen opgenomen in de RES lijkt het ons van eminent belang om af te spreken en vast te RES in de komende periode en voorkom hiermee leggen dat alle inwoners van onze gemeente toegang blijven houden tot betaalbare energie en zou de dat de specifieke aandacht voor de RES de doorontwikkeling in het kader van de RES een bijdrage moeten leveren aan een schoner en duurzamer Nederland. basisvraag omtrent beschikbaarheid van energie gaat verdringen. Zoek een goede balans Stabiliteit van het elektriciteitsnet waarborgen door Piekbelastingen van het energienet brengen veel kosten met zich mee en daarom is het noodzakelijk om een goede Algemeen tussen energiebronnen een slimme combinatie van weers-afhankelijke en balans aan te brengen tussen de verschillende energiebronnen afkomstig van wind, zon en fossiele brandstoffen. Wij afkomstig van wind, zon niet-weersafhankelijke elektriciteitsproductie in verzoeken alvorens keuzes te maken goede berekeningen uit te laten voeren waarin o.a.
de maximale belasting en en fossiele brandstoffen combinatie met elektriciteitsopslag vraag naar energie zijn meegenomen.
Samenwerking met het Energieleveranties vanuit wind en zon laten zich Er dient een optimale afstemming te zijn bij de levering van energie tussen particulieren en bedrijfsleven. Hierover Systeemanalyse bedrijfsleven in de regio niet goed afstemmen op de energieleveranties die moeten vooraf goede afspraken worden gemaakt om te voorkomen dat er overcapaciteit nodig is om pieken in de niet afhankelijk zijn van de natuur. Vraagbehoefte leveranties op te moeten vangen. vanuit het bedrijfsleven en de industrie kan mogelijk beter afgestemd worden op het gebruik van particulieren. Probeer een wisselwerking te laten ontstaan door uitwisseling van energie bijvoorbeeld door warmte die wordt opgewekt door de industrie terug te leveren aan huishoudens in de eigen regio. Nissewaard Combineren RES en Opwekken en besparen van energie staat in nauw Het onderdeel Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES wordt gevoed met uitkomsten uit de gemeentelijke Systeemanalyse Warmte verband met de manier waarop de gebouwde Transitievisies Warmte (TVW). De keuzes die hier in door de lokale gemeenten worden gemaakt bepalen deels de omgeving nu en in de toekomst worden verwarmt. regionale vraag naar elektriciteit en daarmee samenhangend een deel van de regionale opwekopgave.
Het wel of niet Maak dit verband in de RES inzichtelijker en verwarmen van panden met elektriciteit kan hierdoor invloed hebben op de hoeveelheid op te wekken energie in stimuleer de toepassing van de ordening in de TWh. Nu zijn de effecten van de gemaakte keuzes in de verschillende TVW’s niet inzichtelijk en valt hier ook niet ontwerpprincipes voor warmte in de Transitievisies vanuit de RES in te sturen of van te leren. Met diverse nadelige gevolgen en balansverstoringen als mogelijk gevolg. Warmte. Pijnacker-Nootdorp Meer aandacht voor besparing In deze concept RES wordt energiebesparing nauwelijks als deeloplossing genoemd. Een enkele keer wordt het Algemeen aangehaald, maar nergens wordt er dieper op ingegaan. Waar bijvoorbeeld bij brandstoffen al concrete keuzes gemaakt lijken te zijn en de zoekgebieden voor windmolens en PV-velden al gedefinieerd worden in deze RES, staat er over de uitvoering van energiebesparing niets. Geen ambitie, geen plan van aanpak. Sterker nog, op de plekken waar er wel dieper op ingegaan wordt, lijkt het zelfs ontmoedigd te worden, in het bijzonder: p.18 deel A: "Aandacht is nodig voor de effecten van verbeteren van woningisolatie in relatie tot ventilatie.
In potentie een negatief effect op de gezondheid van de bewoners." p.32 deel B: "Er zitten grenzen aan het verbeteren van de energie-efficiëntie: een woning maximaal isoleren is weliswaar energie-efficiënt, maar dit leidt niet altijd tot een evenredige verlaging van de energiekosten. Soms is het verstandiger om tot een zeker niveau te isoleren, en niet verder. Want het uiteindelijke doel is niet alleen een duurzaam, maar ook een betrouwbaar en betaalbaar energievoorziening." Onze fractie wenst meer (positieve) aandacht voor energiebesparing in de RES en een concreet plan van aanpak om deze besparing te realiseren in alle velden (woningen, industrie, glastuinbouw, transport, etc.). Pijnacker-Nootdorp Lange termijnvisie Waar enerzijds (terecht) gewaarschuwd wordt om niet te investeringen in technologie die op lange termijn niet Warmte wenselijk is, waar het waterstofgas betreft, lijkt men dit argument vergeten als het gaat over regionale energierotondes. Bij de dimensionering en business case gaat men uit van restwarmtestromen die gebaseerd zijn op een veelal op fossiele brandstoffen gebaseerde industrie en het verbranden van afval. Twee bedrijfstakken die binnen enkele decennia totaal omgevormd zullen zijn, waarbij de hoeveelheid restwarmte naar verwachting ook sterk zal zijn gereduceerd.
De lange termijnvisie voor deze investering ontbreekt, terwijl de hele warmtestrategie eraan opgehangen wordt. Een 'lock-in' situatie waarbij we onnodig lang afhankelijk blijven van fossiele industrie en afvalverbranding dreigt hier. Het is wat onze fractie betreft noodzakelijk om deze keuze in de RES opnieuw tegen het licht te houden en op zijn haalbaarheid op de lange termijn te toetsen. In het bijzonder vragen wij hierbij aandacht voor (het tegengaan van) voorgenoemde lock-in situatie. Ook de nadrukkelijke keuze voor biogas en 'blauwe' waterstof is onverstandig met het oog op de lange termijn. Biogas is schaars en beter (hoogwaardiger) inzetbaar als chemische bouwsteen dan als brandstof. Blauwe waterstof is gebaseerd op fossiele brandstof en daarmee per definitie niet houdbaar op de lange termijn. Daarbij komen nog de problematiek en risico's van CO2 opslag. Ook hier speelt het risico te lang te blijven hangen in een tijdelijke oplossing. Volledige inzet op duurzame elektriciteit lijkt onze fractie een veel betere investering dan inzet op deze twee tijdelijke brandstoffen. Pijnacker-Nootdorp Overige bedenkingen De term 'pijplijn projecten' voor alle projecten die al gepland staan, is wat onhandig, want kan verward worden met Communicatie letterlijke aanleg van pijpen.
22
Dank voor uw inbreng. In het proces naar de RES 1.0 wordt in systeemanalyses kwalitatief gekeken naar de systeemsamenhang en mogelijke oplossingen om piekbelastingen op te kunnen vangen en een evenwichtig energiesysteem te kunnen garanderen.
Verwijzing RES 1.0
Paragraaf 8.5
Het afstemmen van aanbod en vraag tussen particulieren en bedrijven is geen onderdeel van de RES. Wel wordt in de 6.1 systeemanalyse in algemene zin gekeken naar wat er nodig is om te komen tot een betrouwbaar, toekomstbestendig en efficiënt energiesysteem. Het balanceren van vraag en aanbod van de energiestromen en de noodzaak van omvorming en opslag wordt benoemd. Deze omschrijving zal kwalitatief van aard zijn. Het op lokaal afstemmen van dit type vraag en aanbod zal onderdeel moeten zijn van lokale projecten.
Het klopt dat keuzen in de gemeentelijke transitievisie warmte (TVW) van invloed kunnen zijn op het energiesysteem 3.1, 8.2 als geheel. In de Regionale Strategie Warmte (RSW) is met name gekeken naar de rol die bovengemeentelijke uitwisseling van warmte kan spelen om de lokale warmtetransitie te versterken. Een grotere elektriciteitsvraag leidt overigens niet automatisch tot een grotere regionale opgave voor opwek: het is niet de ambitie van de regio om in haar eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Wel kan dit gevolgen hebben voor het elektriciteitsnet. Deze gevolgen zijn door de provincie Zuid-Holland onderzocht in een systeemstudie. De uitkomsten zijn kwalitatief en algemeen van aard meegenomen in de RES 1.0. We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we Paragraaf 2.4, erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio paragraaf 4.1, hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en paragraaf 6.1 en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de paragraaf 8.2.1 berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing.
De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. U gaat in uw wensen en bedenkingen in op de risico's op lock-in voor een aantal energiedragers. In deze reactie gaan Paragraaf 8.2 we eerst in op restwarmte, en vervolgens op uw opmerkingen over de inzet van groengas en waterstof. Voor wat (m.b.t. restwarmte) betreft restwarmte heeft u een punt dat de beschikbaarheid van restwarmte. zeker op de langere termijn, nog onvoldoende inzichtelijk is. Het uitgangspunt van de inzet van restwarmte is dat deze in 2050 geen fossiele oorsprong heeft. In de transitie ernaar toe kan tijdelijk wel restwarmte met fossiele oorsprong worden gebruikt.
In het traject naar de RES 1.0 is nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van regionale warmtenetten, waarbij ook in meer detail is gekeken naar de daadwerkelijk beschikbare warmte in het Havengebied en de potentie van geothermie. In de RES 1.0 zal hier dus meer informatie over zijn opgenomen, maar de verwachting is dat er nog niet volledige zekerheid kan worden gegeven over de toekomstige beschikbaarheid. Het risico op lock-in blijft een aandachtspunt, welke ook na de totstandkoming van de RES 1.0 verder zal worden onderzocht. Acties hiervoor zullen in de RES 1.0 worden opgenomen. Voor wat betreft groengas en waterstof stelt u terecht dat deze beter (en hoogwaardiger) inzetbaar zijn als chemische bouwsteen dan als brandstof. Dit is ook de inzet van de regio, welke is opgenomen in de ladder van inzet van groengas en waterstof (zie concept-RES Deel A). Echter, niet overal in het energiesysteem zal elektriciteit als energiedrager een mogelijke oplossing zijn.
Dank voor de opmerking, In de Concept RES is dit reeds gebruikt. De afweging is om dit in de RES 1.0 ook te blijven hanteren. Daarbij wordt een toelichting opgenomen.
begrippenlijst
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
132
Pijnacker-Nootdorp
Onderwerp / steekwoorden
Overige bedenkingen
Is er voldoende rekening gehouden met het niet gebruik kunnen maken van de SDE+ regeling in de business case? Deze subsidieregeling kent vaak een loting.
Algemeen
Dank voor uw inzicht. In de RES 1.0 en met name voor wat betreft het thema Warmte wordt er niet gefocust op het gebruik van huidige regelingen en de verdeling van kosten. Dit volgt in een nadere concretisering. Wel worden de analyses uitgevoerd met en zonder subsidie, zodoende wordt daar de gevoeligheid in aangetoond. Voor elektriciteit geldt dat de beschikbaarheid van subsidies een belangrijke voorwaarde is om tot positieve business cases, en daarmee realisatie, te komen. Dit is in de RES 1.0 meegenomen als randvoorwaarde.
133
Pijnacker-Nootdorp
Overige bedenkingen
Hoewel in de RES onderkend wordt dat participatie belangrijk is, hebben ons toch al van verschillende kanten klachten bereikt dat organisaties zich gepasseerd/nietgehoord voelen. Graag meer aandacht en een concreter plan hiervoor.
Communicatie
Dank voor de mededeling, we nemen het mee voor zover het communicatie regionale proces betreft. Volgens afspraak is inwonersparticipatie een gemeentelijke aangelegenheid. Partijen die regionaal actief zijn op het onderwerp hebben in het proces een rol kunnen hebben, indien u aangeeft welke partijen nu niet de weg naar de RES organisatie hebben kunnen vinden zullen we actief in contact treden. In communicatie-overleg met gemeenten komen verschillende doelgroepen aan de orde en staat aandacht voor de eigen inwonersparticipatie zowel rechtstreeks, als via maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers op de agenda. De regio vervult hierin desgevraagd en ondersteunende rol, voorziet in informatie b.v. vanuit NPRES en voorziet in regionale producten.
Paragraaf 2.4, paragraaf 7.3.5, paragraaf 8.3.4 frame 2 (haalbaarheid en doelbereik, financiele regelingen) Geen verwijzing
394
Pijnacker-Nootdorp
Met het Platform zijn wij van mening dat energie reductie bijzondere aandacht verdiend. Het is namelijk nu niet mogelijk om energie of energiebesparingseisen te stellen bij (ruimtelijke) vergunningsaanvragen voor nieuw te vestigen bedrijven. Terwijl wij als gemeente onszelf wel energie- en uitstootgrenzen opleggen. Het instrumentarium ontbreekt daarvoor. De CDA Fractie ziet graag dat er wel instrumenten beschikbaar komen, zoals een gemeentelijke, sluitende energieadministratie en daarnaast de mogelijkheid op energiegebied criteria te hanteren voor nieuwe bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen. Juist omdat dit op landelijk en provinciaal niveau gedaan zou moeten worden ten behoeve van alle gemeenten in Nederland vindt de CDA het van groot belang dat dit aspect wordt doorgeven aan de hogere niveaus en wordt opgepakt.
Algemeen
We onderschrijven de wens om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dit punt wordt dus overgenomen. Paragraaf 2.4, Ook onderschrijven we het (nationale) belang om passende wet- en regelgeving te ontwikkelen om ook lokaal, bij paragraaf 3.2, nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw of vestiging van bedrijven instrumenten te hebben om ook vanuit energie paragraaf 6.1, en CO2 reductie te kunnen bijsturen. Besparing en het meenemen van bedrijven in de transitie krijgt ook in de RES 1.0 paragraaf 7.3.4, meer aandacht. Ter illustratie: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) ontwikkelt een aanpak voor paragraaf 7.3.5, bedrijventerreinen (‘Next Economy Bedrijventerreinen’), waarin wordt gewerkt aan o.a. energietransitie maar ook paragraaf 7.6, andere aspecten die bijdragen aan een toekomstbestendig vestigingsklimaat. De RES en de MRDH werken samen in paragraaf 8.2.1 deze aanpak om de verduurzaming van bedrijven te stimuleren. Regionale samenwerking vindt daarnaast o.a. plaats via Provincie Zuid-Holland en bijv. de regionale energieloketten. Voor bedrijven is in de informatieplicht (Wet Milieubeheer) opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de handhaving.
Een aanvullend instrumentarium vraagt om verdere invulling van landelijke wet- en regelgeving, waarin het Rijk een rol moet spelen. Via de regio kan hiervoor aandacht worden gevraagd middels een lobby richting het Rijk in het traject richting RES 2.0.
395
Pijnacker-Nootdorp
In de regio is er een overschot aan warmte. Er wordt gesteld dat kan worden benut voor belendende regio’s. Dat is op Algemeen zich uitstekend. Maar er is ook een tekort aan elektriciteit. Daarbij is het ons niet in detail duidelijk of belendende regio’s of de Noordzee onze regio zou kunnen helpen. Het trekken van grenzen is arbitrair. En gelukkig zijn de gemeentegrenzen inmiddels vervangen door regionale grenzen, maar waarom niet nog iets breder kijken, waardoor de leefbaarheid van deze drukbevolkte regio van Nederland niet onnodig ver onder druk zal komen te staan?
Wij delen uw inzicht dat er altijd (ook) vanuit grotere schaalniveaus gekeken moet worden naar de energieopgave. Paragraaf 1.2, Dat gebeurt ook nadrukkelijk. Zowel t.a.v. warmte als elektriciteit. Zo werken we nauw samen met provincie Zuidparagraaf 1.3, Holland om onderzoeken en analyses t.b.v. het warmtesysteem op elkaar te laten aansluiten. Ook met landelijke paragraaf 2.5, partijen zoals de Gasunie, Energiebeheer Nederland en het Rijk wordt informatie uitgewisseld. Dat leidt dus ook tot paragraaf 3.2, betere inzichten over wat er binnen en wat buiten de regio gebruikt kan worden. Voor elektriciteit kennen we een net paragraaf 4.1, andere opgave. We behoeven niet onze eigen elektriciteitsvraag in te vullen met windmolens en zonnepanelen. In de paragraaf 4.3, regio wordt uitgegaan van de leefbaarheid; draagkracht van het landschap en aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit paragraaf 7.6 zijn het kader waarbinnen wordt gezocht naar oplossingen. Gezien de verschillende (ruimtelijke) opgaven in een drukbevolkte regio als de onze, is de integraliteit en samenhang met deze opgaven van belang. In de RES 1.0 is hier aandacht voor. Ook is er is continu contact en samenwerking met de aangrenzende regio's, maar ook provincie, Nationaal Programma RES en het Rijk om de samenhang te borgen. Uiteindelijk is er natuurlijk wel voldoende elektriciteit nodig.
Dat zal dus (op termijn) voor een aanzienlijk deel buiten de regio worden opgewekt. De ambitie in de RES 1.0 is dat binnen de regio 8 a 9% van de landelijke doelstelling (35 TWh in 2030) wordt ingevuld.
396
Pijnacker-Nootdorp
397
Pijnacker-Nootdorp
De CDA fractie is van mening dat de ambitie voor kleinschalig zon (40% van de beschikbare daken) te laag is. Inmiddels Elektriciteit zijn er panelen die een voldoende rendement (ook financieel) hebben om ook op oost, west en zelfs op noord georiënteerde daken voldoende rendement te kunnen genereren. Een doelstelling van 60% zou ons inziens niet misstaan. Ook zon op waterbassins is zeker in glastuinbouwgebieden een uitstekende oplossing die nog volledig wordt genegeerd in de Concept RES van het grootste glastuinbouwgebied ter wereld. De CDA fractie vermoedt een sterke lobby van de grote energiereuzen om deze vormen decentrale energieopwekking sterk te ontmoedigen om zodoende de machtspositie en het voortbestaan van de grote centrale energiebedrijven in stand te houden, zelfs als dat ten koste zou gaan van de energie- en klimaatdoelstellingen. Een groot punt van zorg is het draagvlak onder de bevolking. Brede burgerparticipatie is van groot belang. De CDA Communicatie fractie begrijpt dat er eerst een concept moet liggen, waarop vervolgens inspraak wordt gezocht. De CDA fractie hecht aan intensieve betrokkenheid van de burgers.
In de RES 1.0 is een belangrijke rol weggelegd voor zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat is mede ingegeven 2.2.2 (belangrijkste door het verstedelijkte karakter van de regio. Wij achten o.b.v. onderzoek in 2030 zon op 40% van de geschikte daken keuzes elektriciteit) als een realistische ambitie, daarmee sturen we aan op een lineaire opbouw van het aantal panelen tot 2050 waarbij 100% van de geschikte daken de ambitie is. Uiteraard zijn gemeenten vrij te streven naar een hoger percentage. In de RES 1.0 is aandacht voor zon op waterbassins in glastuinbouwgebieden zoals het Westland, Voorne-Putten en Oostland. Er is binnen de glastuinbouw draagvlak voor zonnepanelen op waterbassins en overhoeken en dat kan bijdragen aan het realiseren van het in de RES opgenomen percentages. Dit is prominenter in beeld gebracht in de RES 1.0 In de RES wordt onderschreven dat participatie van belanghebbenden van groot belang is voor het slagen van de 2.2, 2.3 (verder energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet veweven in worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In document) de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie als in de communicatieaanpak.
Het gesprek met inwoners is aan gemeenten, die kennen de omgeving en alle andere aspecten die een rol spelen rond energiebeleid en -projecten. De inbreng in de RES van datgene dat is opgehaald zal dus via de gemeenten moeten worden gevraagd en begeleid. De betrokkenheid van inwoners in de energietransitie is volop in de aandacht, ook van de media. Hieruit blijkt des te meer dat het succes van de energietransitie mede bepaald wordt door de wil en mogelijkheden die iedere inwoner of organisatie heeft om mee te denken en te doen. Participatie brengt dat in beweging. Hierbij is van belang dat te organiseren op het moment dat die betrokkenheid ook echt betekenisvol is. Dat is in elk geval zo wanneer ontwikkelingen dichtbij zijn en de leefwereld danwel portemonnee van inwoners raken. Idealiter vindt het gesprek plaats rond concrete projecten. De gemeente organiseert dit al volop en dat vraagt ook continue reflectie of dat passend is. Daar waar nodig kan de RES regio faciliteren.
23
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
398
Pijnacker-Nootdorp
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Ook de concurrentie met andere ruimte belangen is een punt van grote zorg. Vandaar dat ook de CDA fractie van Algemeen mening is: eerst een integrale afweging van het ruimtegebruik in de omgevingsvisie, alvorens het deelbelang van de Energietransitie een plek krijgt. Wat daarbij extra zorgen baart, is de duurzaamheid (lange termijn houdbaarheid) van voorgestelde maatregelen. De voorbeelden hiervan zijn: windturbines met een levensduur van ca. 20 jaar dragen niet bij aan de doelstelling voor 2050, houtstook als biomassa is een boekhoudkundige truc gebleken, “van het gas af” wordt inmiddels zelfs door Urgenda niet meer als reëel gezien.
Toelichting
Thema
399
Pijnacker-Nootdorp
Ook is onvoldoende uitgewerkt een visie op innovatie en het effect dat dat zal hebben op de energievoorziening en Algemeen het energieverbruik. Waterstof, gebruik van bestaand gasnet en kernenergie zijn enkele onderbelichte punten, waarbij de CDA fractie hecht aan een eerlijke inzet van subsidie instrumenten. Waarom biomassa wel miljarden subsidies en waarom kernenergie niet? Ook het beschikken over een zo breed mogelijke energiemix is van strategisch belang voor de regio. Niet alles zetten op 1 bron, maar spreiding is van belang.
400
Pijnacker-Nootdorp
De CDA Fractie vindt het dus onbegrijpelijk dat kernenergie volstrekt buiten de concept RES is gehouden. Er is al een kleine onderzoekkerncentrale aanwezig in de regio, de Maasvlakte biedt ruimte (er worden kolencentrales buiten gebruik gesteld, met bestaande passende elektriciteitsinfrastructuur) en ook belendende regio’s zouden kunnen voorzien in een deel van de elektriciteitsbehoefte van onze regio om zo de businesscase van een grote kerncentrale sluitend te kunnen maken. Het CDA wenst nadrukkelijk dat kernenergie als optie op landelijk én regionaal niveau wordt betrokken in de energiestrategie.
401
Pijnacker-Nootdorp
Ten slotte stelt de CDA fractie dat er binnen haar gemeente en directe omgeving geen draagvlak is voor windturbines. Elektriciteit Vanwege de dichte bebouwing en spaarzame natuurgebieden is er geen draagvlak onder de bevolking en er is geen politiek draagvlak voor zoekgebieden in en rond de gemeente, ook niet langs infrastructuur zoals de A12 of het Prins Clausplein.
In de RES 1.0 wordt geen uitspraak gedaan over specifieke ontwikkellocaties. Voor zover dat mogelijk is wordt paragraaf 4.2 en invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats paragraaf 4.3 en gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking paragraaf 8.3.4 (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken. Daarmee worden opties voor windmolens en zonnevelden niet buiten onderzoek gehouden.
193
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Procesparticipatie door inwoners en bedrijven:
Geef richting de RES1.0 en daarna (meer) inhoud aan procesparticipatie door inwoners en bedrijven. Daarbij geven wij Communicatie de volgende uitgangspunten mee: - Betrek verschillende doelgroepen uit de samenleving, waaronder specifiek jongeren. Gebruik nieuwe concepten zoals bijvoorbeeld een burgerraad. - Zorg dat participatiemogelijkheden voor inwoners en belanghebbenden niet wordt ingeperkt door de coronacrisis, zorg dat er mogelijkheden zijn om mee te denken, doen en werken op een veilige manier (analoog en digitaal). - Begin zo vroeg mogelijk met de participatie (want ook het scheppen van kaders en bepalen van uitgangspunten en criteria gebeurt het beste samen met de samenleving). - Behaal tijdens het participatieproces minimaal het niveau (de trede) van meewerken/meedoen/dialoog op de participatieladder. - Zorg dat de verwachtingen voor deelnemers aan de voorkant gemanaged worden. - Zorg voor dat deelnemers aan het participatieproces op een gelijk kennisniveau worden gebracht, zodat de dialoog op een gelijkwaardig niveau gevoerd kan worden. - Zoek meekoppelkansen met andere lopende participatietrajecten in de gemeente, bijvoorbeeld rond de transitievisies warmte en omgevingsvisies/omgevingsplannen.
Dank voor de inbreng. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak.
paragraaf 2.3, 7.1, 8.1, verder verweven in hele document
194
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Procesparticipatie door inwoners en bedrijven:
Neem in de RES1.0 op hoe het traject rondom de participatie is verlopen, hoe de deelname eruit zag, wat de belangrijke uitkomsten waren en deze zijn meegenomen in het proces.
Dank voor de inbreng. Dit krijgt in de RES 1.0 meer aandacht. Voor de RES 1.0 zal de Handreiking van Nationaal Programma RES het uitgangspunt zijn waarin stappen, visie, aanpak communicatie/participatie in de regio is opgenomen. In de energieregio Rotterdam Den Haag is, in samenspraak met alle betrokken partijen, de keuze gemaakt dat inwonersparticipatie een aangelegenheid is van de gemeenten. Hierbij is de regio ondersteunend, met algemeen toepasbare kennis/communicatie en het bieden van een platform waarin kennis en ervaringen van gemeenten over participatie, en de uitkomsten daarvan, onderling kunnen worden gedeeld en van elkaar wordt geleerd. De regio brengt op hoofdlijnen in beeld hoe de lokale participatie nader vorm krijgt. De exacte invulling van het participatieproces is aan de gemeenten en draagt daarmee bij aan het creëren of behouden van draagvlak voor lokale processen in de RES 1.0, bijvoorbeeld de bepaling van zoeklocaties voor hernieuwbare opwek. Hiermee draagt inwonersparticipatie bij aan de realisatie van het bod of inzet van de regio. Uitkomsten van lokale participatie krijgen hun plek in de RES 1.0 via de inbreng door bestuurders en ambtenaren van de deelnemende partijen.
paragraaf 7.1/2.3, 3.1/3.3, 4.1/4,3, 8.1, verder verweven in hele document
24
Brandstoffen
Communicatie
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
De regio herkent zich zeer in uw standpunt dat goede inpassing van energiemaatregelen een integrale afweging paragraaf 4.1, vraagt, onder andere in de omgevingsvisie maar ook rond concrete projecten. Ter ondersteuning van die afwegingen, paragraaf 7.3.5, die door iedere gemeente zelf zullen worden gemaakt biedt de RES handvatten en inzicht. In het proces naar de RES paragraaf 8.3.4, 1.0 is veel aandacht geweest voor de integrale afweging. Dat doen we om goede voeling te houden met de paragraaf 8.5 realiseerbaarheid van de regionale ambitie. Zo is b.v. onderzocht welke andere opgaven er zijn, waar die stimulerend of remmend werken op de realisatie en hoe de ambitie zich verhoudt met provinciale en landelijke kaders (VRM, POVI, de NOVI). Daarbij is ook inzicht gebracht in wat omliggende regio's op het gebied van energieopwekking doen. Ook in het verdere proces heeft deze link met andere (ruimtelijke) opgaven een centrale rol en wordt ingezet op bijvoorbeeld dubbel ruimtegebruik. Hier wordt in de RES 1.0 op ingegaan, we onderschrijven het belang van integraliteit. In de regio wordt uitgegaan van bewezen oplossingen waarbij de duurzaamheid van de maatregelen zelf ook de aandacht krijgt. De transitie is daarmee niet klaar als de RES wordt gevolgd. Deze opgave vraagt voortdurend aandacht. Er komen nieuwe technieken, er vallen mogelijkheden af en technieken worden efficiënter.
Ook de opinie t.a.v. bepaalde technieken is continu in beweging. Daarom herijken we iedere 2 jaar de RES om aan te blijven sluiten bij de actualiteit. Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en met name in de energietransitie. Het gaat dan zowel om efficiëntere Paragraaf 1.3, productie en apparaten (vraagzijde), slim transport en voorkomen van extra investeringen in netten, als de paragraaf 5.1, aanbodzijde. Maar zoals ook gesteld kan het gaan om energiedragers zoals waterstof, wat gemaakt worden met paragraaf 5.2, fossiele of duurzame energie (en een tussenvariant waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen). Dat wordt ook paragraaf 5.3, onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt er ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om paragraaf 6.1, dichter bij de 2030 doelstelling te komen, dat is namelijk de opdracht vanuit het Klimaatakkoord en anderzijds wordt paragraaf 8.2.2, continu inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, veilig en schoon paragraaf 8.3.1, zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten paragraaf 8.3.2 partijen. Rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a.
TU Delft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Nieuwe technieken, maar ook ontwikkelingen zoals kernenergie of thorium worden nauwlettend gevolgd om wanneer daartoe aanleiding is deze op te nemen in de regionale aanpak en de energiemix. Daarvoor dient ook de tweejaarlijkse herziening van de RES. Waterstof en Groengas kennen een positie in de RES binnen hoofdstuk 'Brandstoffen'. De achtergrondnotitie Brandstoffen is met de RES 1.0 geactualiseerd. Het stimuleringsbeleid vanuit het Rijk is geen onderdeel van de RES, wél signaleren we mogelijke knelpunten en maken deze inzichtelijk voor partijen. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is inderdaad in de RES vooralsnog buiten beschouwing gelaten. Op dit Paragraaf 1.3 moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit mee te nemen als optie om per 2030 gerealiseerd te hebben. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (focus van de RES) gerealiseerd zijn. In de RES richten we op ons energiebronnen die voldoende 'volwassen' en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid daarvan.
In de RES-regio Rotterdam Den Haag zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van kerncentrales. In de RES 1.0 zal hierover een tekst worden opgenomen. Elke twee jaar wordt de RES herzien; zodra er landelijk meer duidelijkheid is geschept, zal dit in de RES worden opgenomen.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
195
PZH
Onderwerp / steekwoorden Procesparticipatie en lokaal eigendom
Korte formulering
Thema
Antwoord
Procesparticipatie door gemeenteraden, Provinciale Betrek de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen goed bij het proces Staten en algemene besturen van de richting de RES1.0 en de keuzes die daarin gemaakt worden. waterschappen
196
Toelichting
Algemeen
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Lokaal eigendom/ financiële participatie
Bedenking: In de meeste RES’en is 50% lokaal eigendom opgenomen als streven, maar nog te weinig uitgewerkt hoe dit gerealiseerd gaat worden.
Algemeen
197
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Lokaal eigendom/ financiële participatie
Wens: Geef in de RES1.0 aan hoe (50%) lokaal eigendom en financiële participatie wordt gerealiseerd en bereikbaar wordt voor iedereen. Leg ook de relatie met eventuele benodigde aanpassingen in het omgevingsbeleid.
Algemeen
198
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Integraliteit en omgevingsvisie
199
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Besparen
Wens: De keuzes die uiteindelijk landen in de RES1.0 hebben consequenties voor de omgeving. Daarom is het Algemeen belangrijk dat bij de keuzes integrale afwegingen worden gemaakt waar ook de andere aspecten van de leefomgeving worden meegenomen. Maak inzichtelijk wat de keuzes betekenen voor de doorwerking in ander (ruimtelijk) beleid en welke ambities en regels er straks in de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en omgevingsplannen (verordening) moeten landen. Bedenking: Besparen is in de meest RES’en nog weinig uitgewerkt / geconcretiseerd. Algemeen
200
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Besparen
Wens: Neem in de RES1.0 op hoe de regio komt tot een strategie/uitvoeringsprogramma voor besparing.
Algemeen
201
PZH
Zon op dak:
Wens: Geef in de RES1.0 concreet aan wat de potentie is van zon op dak en met welke strategie de regio zon op dak wil realiseren.
Elektriciteit
202
PZH
Warmte
Bedenking: De afstemming tussen aanbod van warmte in de regio Rotterdam-Den Haag en de vraag naar warmte buiten de regio lijkt nog onvoldoende plaats te hebben gevonden.
Warmte
203
PZH
Warmte
Wens: Het is wenselijk om de vraag en het aanbod van warmte binnen en tussen de regio’s goed af te stemmen. Daar Warmte kan de provincie een rol in spelen.
Dank voor uw zienswijze. Er vindt afstemming met andere regio's plaats, goed om te weten dat de provincie hier eventueel een rol in kan spelen. Dit nemen we mee.
Paragraaf 2.1 8.3.4
204
PZH
Warmte
Wens: Maak richting de RES1.0 de vraag naar en het aanbod van warmte binnen de regio verder inzichtelijk. Ontwikkel een bronnenstrategie en ga op zoek naar alternatieven voor het geval er geen restwarmte van buiten de regio beschikbaar is of komt.
We onderschrijven uw wens, dit is dan ook het beoogde resultaat van de RSW in de RES 1.0. Hierin wordt inderdaad een bronnenstrategie opgenomen.
Paragraaf 3.2 - 8.2
205
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Gemeenteraden, PS en algemene besturen van waterschappen worden betrokken in het proces naar de RES 1.0. We Geen verwijzing. delen het inzicht dat dit essentieel is voor goede procesparticipatie en een breed gedragen RES 1.0. Al vanaf de ontwikkeling van het Energieperspectief (vanaf 2018) zijn diverse bijeenkomsten georgaiseerd over de regionale energietransitie en daarbij is volop mogelijkheid geweest om mee te denken. Het proces van de wensen en bedenkingen is daar nu de laatste van. Daarin bieden we tevens een extra mogelijkheid om voor vaststelling, op de concept nota van beantwoording te reageren. Daarnaast worden er in het RES-proces diverse workshops en webinars voor volksvertegenwoordigers georganiseerd over diverse onderwerpen. U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit Paragraaf 2.3, streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven. Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen. paragraaf 8.3.4 (frame 3) en bron Factsheet 50% lokaal eigendom, Participatiecoalitie via https://departicipat iecoalitie.nl/docum ent/factsheet-50lokaal-eigendom]/ U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit Paragraaf 2.3, streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven.
Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen. paragraaf 8.3.4 (frame 3) en bron Factsheet 50% lokaal eigendom, Participatiecoalitie via https://departicipat iecoalitie.nl/docum ent/factsheet-50lokaal-eigendom]/ Bedankt voor uw aanwijzingen: deze onderwerpen hebben in de RES 1.0 een nadere uitwerking gekregen. O.a. in paragraaf Tegelijkertijd zal dit ook naar de RES 2.0 en verder aandacht blijven vragen. De mate van concreetheid die we in de 8.3.1. en in RES 1.0 met elkaar bereiken geeft ons in elk geval de mogelijkheid om ruimtelijke vertalingen te maken. Hierbij is ook paragraaf 8.3.4 een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten, die aan zet zijn om de integrale afweging en ontwikkeling van een locatie te maken/doen. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de Paragraaf 2.4, berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De paragraaf 4.1, isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en paragraaf 6.1 en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren paragraaf 8.2.1 binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen.
In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de Paragraaf 2.4, berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot meer dan 20% paragraaf 4.1, energiebesparing. In de RES 1.0 zal meer aandacht worden besteed aan deze uitgangspunten en het belang van paragraaf 6.1 en energiebesparing voor de energietransitie. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale paragraaf 8.2.1 samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de RES 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. Vanuit de landelijke overheid wordt hier ook aan gewerkt.
Zo is in de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Ook kantoren groter dan 100m2 hebben een verplichting voor een minimumlabel C in 2023, en label A in 2030. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving van deze eisen. Naar verwachting komt er meer wetgeving voor verbetering van de energieprestatie van gebouwen via de landelijke standaard en streefwaarden. Gebouweneigenaren zonder verplichting zullen met name moeten worden gestimuleerd en verleid om besparingsmaatregelen te nemen. Dit heeft in de RES 1.0 veel aandacht. Met behulp van Kadasterdata zijn de potentiële daken, huidige benutting en dus Paragraaf 8.3.3 (en de resterende potentie inzichtelijk gemaakt. De daadwerkelijke verzilvering van deze potentie is een lokale paragraaf 7.3 over aangelegenheid: elke gemeenten is gevraagd zelf een plan te ontwikkelen hoe dit te realiseren. Samenwerking binnen het proces) de regio wordt daarbij gefaciliteerd en toegejuicht. Focus ligt op deze regio, maar uitwisseling krijgt wel de aandacht. Zo is de regio betrokken bij een provinciebrede Paragraaf 2.1 studie naar de mogelijkheden om warmte uit te wisselen buiten de RES regio. 8.3.4
Energie infrastructuur
Bedenking: De noodzaak tot opslag (van elektriciteit en warmte) is nog onderbelicht en biedt ook kansen in de RES’en. Systeemanalyse
U maakt een terecht punt. In de uitvoeringslijn Systeem zal de noodzaak van opslag worden opgenomen als aandachtspunt.
6.1
25
Warmte
Verwijzing RES 1.0
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
206
PZH
Onderwerp / steekwoorden Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
Energie infrastructuur
Wens: Blijf hierover in gesprek met de partners en zorg dat ambities en maatregelen in de RES1.0 aansluiten bij wat mogelijk is
Algemeen
Dank voor uw inzicht, we delen de noodzaak om in gesprek te blijven met partners. Zo zijn de netbeheerders continu Geen verwijzing. in het gesprek betrokken. Daarnaast maakt de uitvoeringslijn Systeemsamenhang gebruik van de algemene inzichten die uit systeemstudie ZH volgen. Het vormt een punt van aandacht.
207
PZH
208
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Bedenking: Innovatie is onderbelicht in de RES’en, ook omdat focus ligt op de periode tot 2030 en bestaande technieken.
Algemeen
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Wens: Neem in de RES1.0 een doorkijk naar het beoogde energiesysteem in 2050 en de RES2.0 op en benoem hoe innovatieve technieken een rol (kunnen) spelen op deze termijn.
Algemeen
209
PZH
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Wens: Neem daarin ook de verwachte toename van de vraag naar koelte mee. De toenemende vraag naar koelte kan Algemeen besparingsmaatregelen mogelijk teniet doen en heeft een relatie met bijvoorbeeld het zoeken naar mogelijkheden voor koelte-opslag en de Transitievisies Warmte.
210
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Het klopt dat de focus op de periode tot 2030 ligt. Innovaties worden echter vanzelfsprekend meegenomen in de RES Geen specifieke zodra deze beproefd bijdragen aan de opwekking van duurzame energie. locatie in de tekst, is verweven. O.a. paragraaf 5.3, paragraaf 8.4 De RES focust zich vooralsnog op de horizon tot 2030 en gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van Geen specifieke bewezen oplossingen. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan locatie in de tekst, opwekking van duurzame energie. Om de RES actueel te houden wordt deze elke twee jaar herzien. Om o.a. te is verweven. O.a. bepalen welke rol (huidige) innovaties kunnen spelen wordt er actief gemonitord. paragraaf 5.3, paragraaf 8.4 Dank voor uw inzicht, u maakt een terecht punt. Het onderwerp koeling staat op onze radar en zal naar verwachting O.a. paragraaf 8.5 een steviger onderdeel van de RES 2.0 uitmaken.
Haalbaar en betaalbaar
Wens: Maak richting de RES1.0 de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen inzichtelijk. Geef daarbij aan wat Algemeen daarbij de invloed is van keuzes die zijn gemaakt voor duurzame opwek van elektriciteit (in relatie tot bijvoorbeeld de benodigde aanpassing van de infrastructuur) en de inzet van warmtebronnen.
211
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Haalbaar en betaalbaar
Wens: Houd bij de RES rekening met de doorlooptijden, niet alleen voor de ruimtelijke planvorming, maar ook met het feit dat benodigde investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld voor infrastructuur, genomen moeten worden lang voordat deze infrastructuur er ook is en gebruikt kan gaan worden
Algemeen
212
PZH
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Neem de provinciale omgevingsvisie als uitgangspunt mee bij de uitwerking van scenario’s.
Algemeen
213
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: In de verdere uitwerking van de ruimtelijke scenario’s richting de RES1.0 is het belangrijk dat een zorgvuldige afweging wordt gemaakt waarbij er nadrukkelijk aandacht is voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit, de netimpact en de juiste energiemix, de betaalbaarheid en participatie.
Algemeen
We onderschrijven uw inzicht. Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie handreikingen in gedaan. Tegelijkertijd vraagt dit continue aandacht van gemeenten en andere betrokken partijen bijvoorbeeld gedurende de ontwikkeling van alle zoekgebieden.
214
PZH
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Zoek tijdig afstemming met Provinciale Staten over concrete scenario’s en locatiekeuzes, zodat ook wij een zorgvuldige afweging kunnen maken in het provinciale omgevingsbeleid.
Algemeen
Dank voor uw aanwijzing. De samenhang met de POVI wordt meegenomen, waarbij tevens gesprekken met de provincie worden gevoerd.
215
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Zie nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom energie ook als kans om een gebied integraal op te waarderen en te versterken. Zoek naar meekoppelkansen bij de ontwikkeling van locaties voor energieopwekking: bijvoorbeeld voor biodiversiteit, groen, recreatie, tegengaan bodemdaling, versterken landschappelijke kwaliteit.
Algemeen
216
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Heb aandacht voor de samenhang in ruimtelijke kwaliteit tussen de Zuid-Hollandse regio’s onderling en buurregio’s in de andere provincies.
Algemeen
293
Ridderkerk
Draagvlak inwoners
Wens om de strategie uit te werken hoe draagvlak en bewustwording kan worden gecreëerd onder inwoners om vrijwillig van het gas af te gaan.
In de RES is veel aandacht voor de productie van duurzame energie, maar weinig aandacht hoe de verbruiker kan Communicatie worden overtuigd om vrijwillig van het gas af te gaan. De teksten zijn erg algemeen en komen neer op dat er goed zal worden gecommuniceerd. Graag wat meer uitwerking hoe dit effectief kan plaatsvinden. Het wordt nu afgeschoven naar de individuele gemeenten.
Dank voor uw aanwijzing, ruimtelijke ontwikkelingen hebben onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er Paragraaf 8.3.1. en bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke in paragraaf 8.3.4 kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in ontwikkeling). Er is aandacht besteed aan het versterken en koppelen van opgaven en of er evt. aanpassing nodig is om de potentie wél te verzilveren. Dit wordt in de RES 1.0 opgenomen. Dank voor uw aanwijzing. Dit is de focus (geweest) van het proces naar de RES 1.0. In de uitvoeringslijn Elektriciteit Paragraaf 8.3.4 hebben gemeenten voor het invullen van de gebiedspaspoorten de mogelijkheid om integrale afwegingen te maken. (frame 2, Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie aansluiting bij handreikingen in gedaan. Er is goed contact met de buurregio's en daar waar nodig wordt er afgestemd over de omliggende RESsamenhang in ruimtelijke kwaliteit.
Bovendien is er in een onderzoeksvraag gekeken in welke specifieke regio's, aansluiting zoekgebieden extra afstemming nodig is met buurt-RESsen omdat de zoekgebieden dichtbij elkaar liggen en daardoor bij Groene Hart) invloed kunnen hebben op elkaar. Het zodanig beïnvloeden of overtuigen van verbruikers om van het gas af te gaan vraagt om een gedragsverandering. 2.4 Gedrag is een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet het juiste schaalniveau om deze gedragsbeïnvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden. Wel kunnen subsidies en andere regelingen dit gedrag een duwtje in de juiste richting geven. In de RES 1.0 worden randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer).
26
Verwijzing RES 1.0
We erkennen dat haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke aandachtspunten zijn en nadrukkelijk onderdeel vormen Paragraaf 2.4, van de totstandkoming van de plannen. Daar waar mogelijk worden deze inzichtelijk gemaakt, waarop regiopartijen paragraaf 8.2.4, hun keuze kunnen baseren. paragraaf 8.2.3 (ad 2 economische analyse), paragraaf 8.3.4 (frame 2, financiele haalbaarheid) Dank voor uw signaal. Het is ons bekend dat doorlooptijden van belang zijn voor de ruimtelijke planvorming en Paragraaf 2.4, benodigde investeringsbeslissingen. Deze zijn in de regio besproken. Zo is het vollooprisico een expliciet punt van paragraaf 8.2.4, aandacht bij uitvoeringslijn Warmte en kan na de aanleg van een leiding deze niet gelijk volledig benut worden. paragraaf 8.2.3 (ad 2 economische analyse), paragraaf 8.3.4 (frame 2, financiele haalbaarheid) De provinciale omgevingsvisie is inderdaad meegenomen in de uitwerking van de zoekgebieden. Deze worden Paragraaf 8.3.1, bekeken in samenhang met de POVI (en andere bovenregionale kaders). paragraaf 8.2.4 (frame 1 en 2) Paragraaf 2.2, paragraaf 4.2, paragraaf 4.3, paragraaf 7.1, paragraaf 7.3 en paragraaf 8.3.4 Geen verwijzing.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021
Nr
Organisatie
Toelichting
Thema
Antwoord
Ridderkerk
Onderwerp / steekwoorden Windenergie
Korte formulering
294
Voorkeur voor zon langs de A15 bij de gemeente Ridderkerk en bedenking tegen windturbines.
Volgens de groene lijn op de overzichtskaart op blz. 16 wordt de A15 kansrijk geacht voor zon en wind. Ridderkerk heeft overlast van het verkeer op de snelwegen en er zijn al 3 windmolens gepland in het naastgelegen NieuwReijerwaard. Extra geluidoverlast is niet acceptabel en ook ruimtelijk is het ‘vol’. Graag de groene lijn wijzigen van dit gedeelte op de overzichtskaart in een gele lijn met voorkeur voor zon.
Elektriciteit
In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en Paragraaf 7.3 en zonne-energie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te veel paragraaf 8.3 te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). Dit levert de zoekgebieden op die in de Concept-RES zijn opgenomen. In tweede instantie gaat het om de vraag of het realiseerbaar is gelet op bijvoorbeeld doorlooptijd, businesscase, aansluiting op het net, ecologische belemmeringen of juridische kaders. Het kan zijn dat uw voorbeeld omwille van technische of geluidsnormen onhaalbaar zal blijken voor windenergie voor de periode tot 2030. Die afweging wordt niet op regionaal niveau gemaakt maar is aan de gemeente. Ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt om een inspanning om daar waar het nodig is het draagvlak te versterken, o.m. door te zoeken naar combinaties met andere opgaven.