CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 05 RES bijlage 3 nota van beantwoording

Gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Regionale Energie Strategie, RES, van de energieregio Rotterdam - Den Haag80.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 9

Ook in de RES 1.0 is inderdaad de potentiële (nieuwe) opwekking van duurzame elektriciteit benaderd vanuit de Komt op meerdere draagkracht van het landschap. Gedurende het nader uitwerken van zoekgebieden (ook na de RES 1.0) staat de plekken terug, haalbaarheid, het draagvlak, de netimpact en de ruimtelijke inpassing centraal. Zo blijft de draagkracht van het toelichting vooral in landschap centraal staan, ook wanneer de realisatie gaat schuren met de ambitie. Als regio blijven we er op richten paragraaf 8.3. dat er vanuit ruimtelijke kwaliteit gekeken wordt naar realisatiekansen, ook voor nieuwe/extra ontwikkelingen. Dat zal Daarnaast ook tevens van gemeenten vragen om daar waar locatieontwikkelingen complexer zijn, b.v. vanwege diverse belangen die genoemd in afgewogen moeten worden en/of er gewerkt moet worden aan verbetering van draagvlak, daar óók voortvarend op paragraaf 2.1, 2.2, wordt ingezet. Zo wordt voorkomen dat de opgave onnodig wordt doorgeschoven, in tijd of naar elders. 4.1, 4.2, en 7.3.

In de RES 1.0 wensen wij duidelijk terug te lezen hoe het betaalbaarheidsprincipe geborgd wordt, met name met het oog op huishoudens met een kleinere portemonnee.

Ook in het vervolgtraject naar de RES 1.0 wensen wij blijvende aandacht voor waar wij ons als regio comfortabel bij voelen ten aanzien van de ruimtelijke implicaties van de grootschalige opwek van duurzame energie.

Thema

16

Warmte

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

De RES gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van bewezen oplossingen. Om o.a. te bepalen welke rol Geen specifieke (huidige) innovaties daarbinnen kunnen spelen wordt gemonitord. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd. locatie in de tekst, Gekeken naar het voorbeeld warmte is het nog wel relevant te noemen dat de Regionale Strategie Warmte zich is verweven. O.a. primair richt op bovengemeentelijke kansen. In randgebieden kunnen duurzame brandstoffen mogelijk een rol paragraaf 5.3, spelen. Naar verwachting is er tot 2030 nog zeer grote onzekerheid over de beschikbaarheid, maar ook over de prijs paragraaf 8.4 van deze brandstoffen voor de woningen in de regio. In de tussentijd kunnen gemeenten zelf met pilots de daadwerkelijke mogelijkheden verder verkennen. Om tot een optimale uitrol van het transportnet te komen dient er ingezet te worden op een nauwe samenwerking paragraaf 2.2.1 tussen de transitie in het glastuinbouwgebied en de gebouwde omgeving. Deze twee opgaven kunnen elkaar daarmee 3.1 - 3.3 - 7.6 versterken en zorgen voor versnelling en optimalisatie van de warmtetransitie. Op dit moment is de business case Juridisch rapport voor het transformeren van de warmtevoorziening voor glastuinbouw en gebouwde omgeving veelal niet positief en sturingsinstrument dus lastig haalbaar. De betaalbaarheid voor de eindgebruikers is niet gegarandeerd.

Enerzijds kan dit verbeterd en publieke worden door wet- en regelgeving, anderzijds vraagt dit effectieve financierings- en bekostigingsinstrumenten. Dit zijn belangen onderwerpen waar met name de Rijksoverheid aan zet is en waar een actieve inzet vanuit partijen uit de regio belangrijk is om bij de Rijksoverheid het belang en de mogelijke wijzen van invulling te bepleiten. De ervaring tot nu toe is dat per onderwerp bezien wordt wie het beste inzet kan verrichten (clusters van gemeenten gezamenlijk, gemeenten tezamen met marktpartijen of een directe inzet namens de RES). Om deze punten bij de Rijksoverheid onder de aandacht te brengen is het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturingsinstrumenten daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0. In de RES 2.0 worden de benodigde instrumenten aan de hand van concrete casussen nader uitgewerkt. Deze zullen zeker ook betrekking hebben op juist de belangrijke samenhang in de lokale en regionale warmtetransitie en tussen glastuinbouw en de gebouwde omgeving.

Ten aanzien van uw zorg over het voorkomen van financiele prikkels voor milieubelastende warmteopwekking: dit is een onderwerp waarover in het kader van het wetsontwerp collectieve warmtevoorziening wordt gesproken en waarbij duurzaamheidseisen gesteld worden aan restwarmte en opties worden besproken om ervoor te zorgen dat restwarmte tegen uitkoppelkosten moet worden aangeboden en er derhalve geen vergoeding daarvoor meer mag worden gevraagd. De RES regio heeft ook actief bijgedragen bij de consultering van het concept van dit wetvoorstel. Daarnaast is het belangrijk onderscheid te maken naar verschillende vormen van warmte uit de industrie. Waar aftapwarmte CO2 uitstoot kent, is restwarmte zonder fossiele oorsprong geen milieubelastende warmte. Deze vorm van restwarmte is dus wenselijk om te gebruiken en niet weg te gooien.

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor Paragraaf 2.4 en inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze paragraaf 8.2.4 aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. T.b.v. de Regionale Structuur Warmte (RSW) zijn scenario's uitgewerkt. Bij deze scenario's is mede gekeken naar de verschillen in maatschappelijke kosten tussen de verschillende scenario's voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Op basis van de scenario's zal in de RES 1.0. een richtinggevend toekomstbeeld voor een regionale warmtestructuur 2050 worden opgenomen, die in de komende jaren verder moet worden uitgewerkt. Aandachtspunt hierbij is de belangrijke samenhang met en de randvoorwaarden voor de glastuinbouw.

Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het belang van een stevige samenwerking van overheden en overige betrokken partijen. Om te zorgen dat de uitkomsten van de RES realistisch en robuust zijn, is er vanuit de RES met de Gasunie, de provincie en het Ministerie van EZK (als opdrachtgevers van het Integraal Ontwerp) een basis gelegd voor samenwerking. Zo zijn de eerste concept uitkomsten van het Integraal Ontwerp Warmtetransportsysteem Zuid Holland meegenomen als input voor de RES. Dit heeft geleid tot afstemming bij het delen van data, en de resultaten van onderzoek. Tevens is dit een basis gebleken om ook op ad-hoc basis uitvoeringsproblemen met de Ministeries op ambtelijke en waar nodig bestuurlijk niveau te bespreken. De vervolgstap voor de organisatie van de uitvoering van de RES 1.0 is om in de komende periode ook met deze landelijke partijen in gesprek te gaan of er tot een gezamenlijke agenda kan worden gekomen waar alle relevante partijen die betrokken zijn, dus ook de Rijksoverheid, onderdeel van zijn. Voor de studies die leiden tot de Regionale Structuur Warmte is samenwerking gezocht met Energiebeheer Nederland en InvestNL.

Ook is er vanuit de regio gebruik gemaakt van de consultatie op het ontwerp van de Wet Collectieve Warmte om juist ook het specifieke van de regionale samenhang en integratie te benadrukken en een betere plek te geven in het wetsontwerp.

Paragraaf 7.6 8.2.3 - Juridisch rapport sturingsinstrument en publieke belangen

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

14

Lansingerland

Onderwerp / steekwoorden Toevoegen risicoparagraaf

Korte formulering

Toelichting

In de RES 1.0 verwachten wij een risicoparagraaf terug te zien.

De concept-RES gaat weliswaar op verschillende plekken in op enkele specifieke risico’s (bv.: vollooprisico v.w.b. Algemeen warmte, of netverzwaring v.w.b. elektriciteit) maar ontbeert een integrale risicoparagraaf met mitigatiemaatregelen. Om lokaal een goede afweging te kunnen maken over het al dan niet vaststellen van de RES 1.0, is een duidelijk overzicht van alle bij de RES behorende risico’s noodzakelijk.

15

Lansingerland

Meer aandacht voor energiebesparing

In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke aandacht De concept-RES gaat hoofdzakelijk over te maken keuzes ten aanzien van duurzame opwek en warmtevraagstukken. voor energiebesparing. Dat is begrijpelijk, maar in onze beleving wordt er te weinig aandacht geschonken aan de rol van energiebesparing, terwijl dit een onmisbaar onderdeel van het bestrijden van de klimaatcrisis is. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag explicieter terugkomen welke rol energiebesparing moet hebben in de regionale energiestrategie, waarbij in ieder geval duidelijk wordt welke rol de regio daarin speelt en waar de gemeente en eventuele andere lokale partijen een verantwoordelijkheid hebben.

16

Lansingerland

Meer aandacht voor rol In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke van regionale aandacht voor de sturende en/of overheden coördinerende rol van regionale overheden

De RES heeft een regionaal karakter, terwijl het grootste deel van de hieruit voortvloeiende uitvoeringsvraagstukken Algemeen bij de betrokken gemeenten komen te liggen. Dat is begrijpelijk, gelet op o.a. het principe van lokaal draagvlak, maar toch achten wij een vorm van regionale sturing of coördinatie van belang. Zo voorkomen we dat iedere partij ‘’slechts zijn gedeelte oppakt’’, zonder oog te houden voor de bredere opgave. Als suggestie geven wij mee in de RES 1.0 de eventuele rol van de provincie in dat verband te onderzoeken en te duiden.

48

LeidschendamVoorburg

tekeningen behorende bij de verhaallijnen

Aandachtspunt is dat de tekeningen behorende bij de verhaallijnen onder meer door het gebruik van de pastelkleuren zeer slecht leesbaar zijn maar ze zijn ook te klein.

49

LeidschendamVoorburg

50

LeidschendamVoorburg

aandacht voor goede Geen ruimte voor windturbines in de gemeente De concept RES is een technisch stuk waarin op voorhand geen cijfermatige doelstellingen zijn geformuleerd. De Elektriciteit planologische inpassing Leidschendam-Voorburg. De gekozen bandbreedte selectie van kansrijke gebieden voor de opwek van wind- en zonne-energie is gebaseerd op technische haalbaarheid biedt ruimte voor alternatieven. en realisatie voor 2030. Richting de RES 1.0 moet dan ook nog blijken of realisatie voor 2030 realistisch is omdat de lokale situatie nog niet is meegenomen. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de lokale energiestrategie besloten geen ruimte te bieden aan windturbines in de gemeente. De raad vindt het realiseren van windturbines of- molens binnen het grondgebied van de gemeente niet wenselijk en ook niet mogelijk, omdat er geen goede planologische inpassing mogelijk is. In lijn met de verhaallijn voor de A4-zone ziet de gemeenteraad kansen om de inzet van zonne-energie op en langs infrastructuur te verkennen en mee te nemen in de eerste transitieperiode tot 2030. Om die reden kan Leidschendam-Voorburg zich vinden in de gekozen bandbreedte voor elektriciteit, die ruimte geeft om oplossingen in de regio die toch niet gerealiseerd kunnen worden, in te ruilen voor andere oplossingen met een hogere slagingskans.

regionale warmte aandacht in de Regionale Structuur warmte voor de Regionaal is afgesproken dat enkel waar warmte een betaalbare en efficiënte oplossing is, elektrificatie van de Warmte inzetten waar dit een afspraak om enkel waar warmte de beste optie is warmtevraag wordt voorkomen. In de Regionale Structuur Warmte gaat gewerkt worden aan hoe we warmte betaalbare en efficiënte elektrificatie te voorkomen optimaal kunnen benutten en uitwisselen in de regio. Wij begrijpen de inzet op regionale warmte maar zien dat oplossing is. specifiek voor onze gemeente niet als de meest kansrijke oplossing. Leidschendam-Voorburg wil met name inzetten op lokale warmte, innovatie en all-electric oplossingen.

51

LeidschendamVoorburg

meer aandacht voor innovatie

inzetten op innovaties i.s.m. kennisinstellingen

35

Maassluis

Betaalbaar warmtenet

Wij willen met klem vragen om in de RES 1.0 Van belang is dat men zoekt naar een goede balans tussen een passend tempo om natuur en groen te sparen en Warmte duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een tevens de investeringen niet uit de pas te laten lopen. Verder vinden wij dat Maassluis niet voorop hoeft te lopen in warmtenet in een model gevat moet worden, de transitie omdat we 1. Niet een oneindig budget hebben en 2. nog niet alle technische mogelijkheden zijn waarbij voor de consument de kosten van het uitgekristalliseerd. Verder baart het ons zorgen dat er nog veel onduidelijk is omtrent de praktische invoering van een verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst warmtenet. Financieel en juridisch zijn de zaken nog niet geregeld en er is binnen de raad geen beeld van de lager ten opzichte van het verwarmen middels zienswijze die onze gemeente zal indienen op de warmtenet 2.0. Als laatste willen wij met klem vragen om in de RES aardgas. 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een warmtenet in een model gevat moet worden, waarbij voor de consument de kosten van het verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten opzichte van het verwarmen middels aardgas.

tekeningen in de RES 1.0 moeten duidelijk zijn

Thema

Warmte

Communicatie

Voor een regio die bekend staat om zijn sterke innovatieve kracht komt innovatie niet voldoende aanbod. Daarom wil Algemeen de gemeente meer aandacht vragen in de RES voor het toepassen van innovatieve manieren van duurzame elektriciteitsopwekking. Innovatie is vooral van belang voor de lange termijn en wordt wel aangestipt in relatie tot waterstof, groen gas etc. het zou wenselijk zijn een aparte paragraaf innovatie op te nemen met mogelijk een rol voor kennisinstellingen (TU Delft, TNO etc.) en het bedrijfsleven.

17

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

We onderschrijven dat het van belang is om integraal naar risico's te kijken en deze daar waar van toepassing te adresseren. Er wordt aandacht aan besteed in een algemene risicoparagraaf en de specifieke risico's per uitvoeringslijn zijn in de desbetreffende hoofdstukken benoemd. In het hoofdstuk Systeemsamenhang is een risicoparagraaf opgenomen, die meer algemeen en beschouwend van aard is. In het hoofdstuk Warmte zijn risico's zoals het vollooprisico in relatie tot de benodigde instrumenten opgenomen.

Algemeen: Paragraaf 2.4 Warmte: paragraaf 8.2.Elektriciteit: paragraaf 4.3 Brandstoffen: paragraaf 5.3 en Systeemsamenhan g: paragraaf 6.2 paragraaf 1.2 - 2.1 2.2 - 6.1 - 8.2 - 8.5

Terecht wordt aangegeven dat energiebesparing een onmisbaar onderdeel is van de aanpak van de energietransitie, ook in onze regio. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C); dit is gebaseerd op de eerdere analyse van de RES partijen, welke is vastgelegd in het document 'Energieperspectief 2050 - Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag', dat als bijlage bij het concept-RES is opgenomen. In de scenario-analyses die voor het onderdeel warmte ten grondslag liggen aan de RES 1.0 is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. In de RES 1.0 zullen we aan het belang van een onderwerp nadrukkelijk aandacht geven. De regionale afspraak is dat de isolatie-aanpak primair een rol is van de gemeenten; in de gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de TVW wordt daaraan invulling gegeven. Onderlinge samenwerking vindt daarbij bijvoorbeeld plaats bij de regionale energieloketten en de taakuitschrijving van de omgevingsdiensten t.b.v. de naleving van de wettelijke verplichting voor energiebesparing door bedrijven. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Voorzien is om in het traject van de RES 2.0, (2023) met de gemeenten te verkennen of een specifiekere aanpak voor de regio bij het onderwerp energiebesparing gewenst is.

Wij onderschrijven deze wens. De RES is een proces en product van de partijen. De kracht daarbij ligt erin dat Partijen in de RES: regionaal is gezocht naar kansen zodat deze benut kunnen worden voor lokale aanpak. Tegelijkertijd kan iedere paragraaf 1.2 gemeente voor zich een lokale aanpak vormgeven, sterker; dat is al geruime tijd goed op weg en mét resultaten. Er Governance zijn echter gezamenlijk ambities geformuleerd, zowel op kwantiteit als kwaliteit. Dat vraagt derhalve een paragraaf 2.5 coördinatierol op regionaal niveau voor de looptijd van het Klimaatakkoord. Dat geldt bijv. voor de betrokkenheid van inwoners en 50% lokaal eigendom alsook hoe e.e.a. aan blijft sluiten op de regionale visie. Het gaat ook om doelrealisatie, blijven we op koers? Daarbij werken we aan een monitoringsmechanisme en het voorstel is om de governance, waar ook de provincie in zit voort te blijven zetten tot einde 2030. Van belang is dat al deze inspanningen voor wat betreft opwek van elektriciteit ertoe moeten leiden dat uiterlijk in 2025 vergunningen moeten zijn verleend. Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. Dit betreft ook de kaarten.

Met zowel detaillering, kleurgebruik als de omvang is rekening gehouden.

In (opmaak) document verweven, high res figuren. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en Komt op meerdere zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te plekken terug, lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om toelichting vooral in realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van paragraaf 8.3. juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar Daarnaast ook is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een genoemd in inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken. paragraaf 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3.

Het is goed te horen dat u de regionale inzet op collectieve warmte begrijpt. U geeft aan deze warmte voor uw Paragraaf 2.2 - 2.3 gemeente niet als de meest kansrijke oplossing te zien. U bepaald als gemeente zelf welke warmtetechnieken u in uw gemeente wilt inzetten. Dit gebeurd in de Transitievisie Warmte. In de RES kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de regio. Dit geeft gemeenten inzicht in de mogelijkheden die zij zelf, of tezamen met buurgemeenten kunnen benutten. Het is aan de gemeenten zelf om in hun TVW de afweging te maken op welke wijze ze regionale en lokale warmte uiteindelijk willen inzetten, daarbij kan de Regionale Strategie Warmte (RSW) uit de RES ondersteunend werken. Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dat wordt ook onderkend in de RES. Geen specifieke Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de locatie in de tekst, doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. is verweven. O.a. Betaalbaar, betrouwbaar, vellig en schoon zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet paragraaf 5.3, zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. M.n.

rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de paragraaf 8.4, Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a. TU Delft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) Economic Board onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie. Zuid-Holland: paragraaf 7.6 In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Paragraaf 2.2 - 2.4 Structuur Warmte (RSW), als onderdeel van de RES 1.0.. Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende 3 - 3.3 alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met de keuze voor een regionale warmtestructuur met in totaal de relatief laagste totale kosten.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

37

Maassluis

Onderwerp / steekwoorden Zoekgebieden

Korte formulering

Thema

Antwoord

Er zijn 7 zoekgebieden waarvan de ruimte tussen In ons dichtbevolkte gebied is het in onze optiek hard nodig dat de open ruimte beschikbaar blijft voor mens en dier. Maassluis en Vlaardingen langs de A20 ook in beeld is. Deze open ruimte moet in onze optiek open blijven en niet worden "vervuild" door de skyline van dit gebied onherstelbaar te veranderen.

39

Toelichting

Elektriciteit

In de zoektocht naar zoekgebieden zal altijd vanuit de draagkracht van het landschap worden bezien of locaties ruimtelijk acceptabel zijn. Dit betekent dat het behouden/versterken van open landschap wordt meegenomen bij de nadere concretisering van zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie. Deze zoektocht vindt plaats onder regie van de gemeente en m.n. na vaststelling van de RES 1.0

Maassluis

Meer stabiliteit in het energiesysteem

Meer aandacht voor lokaal gebruik van energie op het juiste moment.

Naast de inpassing voor grootschalige elektriciteitsvragers in het net dient er ook aandacht te zijn voor de stimulering van technische mogelijkheden om per gebruiker, per toepassing of als geografisch gebied de capaciteitsvraag af te vlakken. Dat kan enerzijds door techniek en andere toepassingen, maar ook met een per uur wisselende prijs die afhankelijk is van vraag en aanbod.

Elektriciteit

41

Maassluis

Financiële kant warmtebronnen en transport

Punt van zorg dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een restwarmtenet

In de concept-RES valt te lezen dat we 'warmtekansen moeten benutten'. In de regio is veel restwarmte aanwezig en wij zien ook dat we daar goed gebruik van kunnen maken voor het verwarmen van huizen. Een punt van zorg daarbij is echter dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een dergelijk restwarmtenet hoog of anders onduidelijk zijn, waardoor de aanleg ervan niet wordt doorgezet.

Warmte

43

Maassluis

Waterstof en groen gas Te voorzichtige inzet op het gebruik van waterstof en groen gas.

De vooruitgang op het gebied van waterstof en groen gas gaat sneller dan te lezen valt in de concept-RES. Wij geven als bedenking mee dat er te voorzichtig wordt ingezet op het gebruik van waterstof en groengas voor 2030.

Brandstoffen

45

Maassluis

Warmtenet

Er is een groot risico dat de kosten voor het realiseren van een warmtenet te hoog worden.

Het realiseren van een warmtenet levert nu al de nodige (politieke) onrust op. Ik denk hier bijvoorbeeld aan het getouwtrek rond de leiding Rotterdam-Leiden. De kosten voor gemeenten en consumenten lopen torenhoog op. Het is de vraag of dit realistische oplossingen zijn.

Warmte

46

Maassluis

Windmolens en zonnepanelen

Zet het land niet vol met windmolens en zonnepanelen.

Windmolens en zonnepanelen zorgen voor overlast en horizonvervuiling. Een ongebreidelde uitbreiding hiervan, zowel in de stedelijke gebieden als op het platteland, gaat uiteindelijke ten koste van de leefbaarheid (rust en ruimte).

Elektriciteit

47

Maassluis

Gebruik van biomassa

Het gebruik van biomassa moet niet worden gestimuleerd

Het gebruik van biomassa is in de ogen van Forum voor Maassluis niet duurzaam en het gebruik daarvan moet daarom niet worden gestimuleerd.

Brandstoffen

18

Verwijzing RES 1.0

Komt op meerdere plekken terug, toelichting vooral in paragraaf 8.3. Daarnaast ook genoemd in paragraaf 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3. In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie van Hoofdstuk 6 deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc. vragen om een aanpassing van de (systeemstudie) en energie-infrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de 8.5 netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken; deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces aandacht vraagt. Beprijzing, netcapaciteit, 'afvlakken' vraagt regelgeving op landelijk niveau. Daarin speelt de RES geen rol. De onduidelijkheid is over de kosten van warmtenetten is een van de redenen geweest om ter voorbereiding van de Paragraaf 2.2 - 2.4 RES 1.0. nader onderzoek te doen. In een aantal scenario's voor een regionale warmtestructuur zijn de mogelijkheden 3- 8.2 van aansluiting van (delen van) gemeenten onderzocht. Voor deze scenario's zijn tevens de kosten van de warmtenetten en andere kosten in kaart gebracht, op basis van de ervaring van (private en publieke) partijen. Daarbij is inzicht gebracht in welke instrumenten er nodig zijn om het betaalbaar te maken. Daarbij is ook vertrouwen een belangrijk (benoemd) belang.

Dit vraagt (o.a.) transparantie in bijvoorbeeld de kosten voor een bewoner, maar ook hoe de kosten tot stand zijn gekomen. Deze afwegingen zijn onderdeel van de Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES 1.0. . Om de energietransitie te doen slagen is het inderdaad nodig om innovaties op een goede wijze mee te nemen. In de 5.3 uitvoeringslijn brandstoffen van de Concept-RES wordt terdege rekening gehouden met de mogelijkheid dat de ontwikkelingen sneller kunnen gaan dan nu verwacht. Dit is weergegeven door gebruik te maken van potentiële reikwijdtes. Toekomstige ontwikkelingen zullen meer duidelijkheid geven of de ontwikkelingen aan de onder of bovenzijde van de reikwijdtes zal uitkomen. De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd om innovaties mee te kunnen nemen. In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Paragraaf 2.2 - 2.4 Strategie Warmte (RSW). Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en 3 - 3.3 daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn.

In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met nivellering van kosten. Met het ondertekenen van het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt hoe we de klimaatdoelstellingen van Parijs Paragafen 1.1, 2.2, vertalen naar Nederlands beleid en uitvoeringsafspraken. Onderdeel daarvan is de doelstelling om in 30 RES regio's te 4.2 en 4.3. onderzoeken op welke wijze minimaal 35 TWh duurzame energie op land kan worden opgewekt. Als RES-regio Rotterdam Den Haag dragen wij hier aan bij, om vanuit de draagkracht van het landschap geschikte zoekgebieden nader te concretiseren waar inpassing van die opwekking plaats kan vinden. In de RES 1.0 worden weloverwogen richtingen bepaald t.a.v. de realisatie van de regionale ambitie. Daarop volgend zal onder regie van gemeenten gewerkt worden om de beoogde productie te realiseren in samenwerking met de omgeving en de regio. Daarbij spelen ruimtelijke afwegingen de meest belangrijke rol. De RES is een proces, wanneer er in de loop van tijd betere technieken of technieken die minder ruimte innemen technisch haalbaar zijn worden deze ook meegenomen in het traject.

In het klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. 5.2 Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. Uw zorgen over de duurzaamheid van deze biobrandstoffen zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.

Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de RES 1.0. De RES regio stimuleert momenteel de ontwikkeling van deze biogrondstoffen niet actief. De belangrijkste instrumenten hiervoor zijn de landelijke rijksregelgevingen zoals de SDE+. Het duurzaamheidskader zal ook van toepassing zijn om in aanmerking te komen voor deze financieringsinstrumenten.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

384

Maassluis

Onderwerp / steekwoorden Biobrandstoffen

217

Midden Delfland

De bijzondere positie van Midden-Delfland

218

Midden Delfland

Wij onderschrijven het bod

219

Midden Delfland

Meer nadruk op Bijzonder Provinciaal Landschap

220

Midden Delfland

Betere duiding van de zoekgebieden

221

Midden Delfland

Onze bijdrage aan de RES

Korte formulering

Toelichting

Thema

Antwoord

Afzien van gebruik van biobrandstoffen.

D66 Maassluis vindt dat er moet worden afgezien van het gebruik van biobrandstoffen, gezien de milieuconsequenties hiervan en een aankomend mogelijk verbod.

Brandstoffen

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. 5.2 Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het Klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse Klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De zorgen over de duurzaamheid zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.

Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Een verbod op de inzet van biogrondstoffen is momenteel nog niet aan de orde

Midden-Delfland is het eerste Bijzonder Provinciaal Landschap van Nederland. Deze status geeft het belang aan van Elektriciteit het open en groen houden van het waardevolle agrarisch veenweidelandschap tussen de steden in onze metropoolregio. De kernopgave van onze gemeente is bij oprichting van de gemeente vastgelegd. Het is onze opdracht het groene landschap te beschermen en te verbinden met de stedelijke omgeving. Deze opdracht werd verwoord in de gebiedsvisie Midden-Delfland" 2025 en het Landschapontwikkelingsperspectief Midden-Delfland” 2025 (LOP). Het LOP werd opgesteld in samenspraak met alle omliggende gemeenten, gebiedsorganisaties en de provincie Zuid-Holland en is integraal vastgesteld in de afzonderlijke Raden. In het LOP wordt de openheid van het gebied met een agrarische identiteit als één van de kernkwaliteiten benoemd. Het buitengebied van Midden-Delfland is van groot belang voor het vestigingsklimaat van inwoners en bedrijven in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Immers, onderdeel van een goed vestigingsklimaat is een prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren. Als groene hart van de regio speelt het buitengebied van Midden-Delfland hierin een belangrijke rol. De metropoolregio bevestigt dit in haar strategische agenda. Het gebied biedt onze regio nog meer kansen, bijvoorbeeld rondom klimaatadaptatie en —mitigatie, gezondheid en voedselvraagstukken.

Ons landschap is dus het beschermen waard. Niet alleen voor onze eigen inwoners, maar juist ook voor de 2 miljoen inwoners van de hele regio. Bij het werken aan een duurzame samenleving zijn naast de energietransitie daarom ook andere thema’s van belang. Ontwikkelopgaven moeten in samenhang bekeken en zorgvuldig gewogen worden. In de concept-RES wordt uitgegaan van de opwek van 2.8 tot 3.2 TWh aan duurzame elektriciteit in onze regio. Algemeen Hieraan ligt een uitgebreide inventarisatie van mogelijkheden en onmogelijkheden ten grondslag. De concept-RES gaat daarnaast uit van volop kansen voor het ontwikkelen van duurzame warmtenetten, het gebruik van restwarmte uit de haven en het toepassen van geothermie. Met het grote warmtepotentieel in onze regio versterken we het bod ten aanzien van de opwek van duurzame elektriciteit. Het totale bod beschouwen wij als realistisch met een gezonde dosis ambitie. Wij onderschrijven dit bod. Onze regio gaat in de concept-RES in de basis uit van de draagkracht van het landschap. Dat uitgangspunt Elektriciteit onderschrijven wij van harte. In de concept-RES komt echter te weinig expliciet naar voren welke bijzondere status het Bijzonder Provinciaal Landschap heeft.

Daarom vragen wij u in de RES 1.0 expliciet te benoemen dat het MiddenDelflandgebied (onze gemeente en het landelijk gebied en recreatiegebieden van 7 omliggende gemeenten) de status heeft van Bijzonder Provinciaal Landschap. Daarnaast vragen wij u explicieter te omschrijven hoe belangrijk dit gebied is voor het vestigingsklimaat in onze metropoolregio. Zo onderbouwen we beter waarom de draagkracht van het landschap voor onze regio zo’n belangrijk uitgangspunt is. De teksten in de concept-RES zijn een goede weergave van de gesprekken die de afgelopen maanden werden Elektriciteit gevoerd. Afwegingen, uitsluitingen en prioriteiten worden voldoende helder. Echter, nuanceringen en uitsluitingen ten aanzien van de verschillende zoekgebieden zijn niet duidelijk genoeg vertaald in de overzichtskaarten waarop de zoekgebieden visueel worden aangeduid. Kaarten gaan gemakkelijk een eigen leven leiden en tekstuele nuances kunnen daarbij worden vergeten. Mogelijk worden politiek gevoelige discussies met deze kaarten onnodig opnieuw aangewakkerd. Daarom vragen wij u de kaarten met zoekgebieden aan te passen. Wij vragen u de contouren van het Bijzonder Provinciaal Landschap apart aan te geven en in de legenda duidelijk te maken dat het open agrarisch veenweidegebied géén onderdeel uitmaakt van de zoekgebieden voor grootschalige opwek van windenergie en zonne-energie op land.

Voor een goede, kwalitatief hoogwaardige inpassing van elementen van een nieuw energielandschap in het open Elektriciteit gebied zien wij voldoende mogelijkheden voor zon op dak en het plaatsen van kleine windmolens op (voormalig) agrarische erven. Zo kan ons buitengebied op termijn energieneutraal worden, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap en de betekenis ervan voor onze regio. Om wind- en zonne-energie toe te passen zonder afbreuk te doen aan het open landschap en historische panden, zien wij mogelijkheden voor grote windmolens in het havengebied en middelgrote windmolens uit het zicht, bijvoorbeeld op industrieterreinen of langs snelwegen. Energieopwekking door zonnepanelen op daken past goed binnen de kaders van onze gemeente en deze kans willen wij optimaal benutten. Op daken van bedrijven op Bedrijventerrein Harnaschpolder komen zonnepanelen. Totaal gaat dit om 10 tot 15 hectare aan zonnepanelen. Dat levert meer groene stroom op dan alle woningen in Den Hoorn verbruiken. Dichtbij infrastructuur en in en rondom de dorpskernen zien wij mogelijkheden voor het aanpassen van wet- en regelgeving om meer of innovatieve vormen van energieopwekking mogelijk te maken.

Aan de randen van het buitengebied en nabij kassen zien wij kansen voor nieuwe geothermiebronnen, die middels warmtenetten energie kunnen leveren aan de bebouwde omgeving. Wij werken actief mee aan de realisatie van WarmtelinQ en het WarmteSyteem Westland (WSW). Op deze manier levert ons gebied een eigen, significantie bijdrage aan de energietransitie in onze regio. Deze manier van werken aan een nieuw energielandschap sluit aan bij de concept-RES zoals deze nu voorligt.

19

Verwijzing RES 1.0

In de RES 1.0 worden deze uitgangspunten onderschreven via de beschreven verhaallijnen en de gekozen aanpak. Ruimtelijke kwaliteit en een zorgvuldig gekozen ontwikkelproces, waarbij integraliteit en het koppelen van opgaven staat centraal is de norm. De openheid van midden-Delfland wordt ook benoemd in de verhaallijn open landschap.

Paragraaf 8.3.4 (verhaallijn open landschap)

Dank voor uw onderschrijving, we zijn het eens dat het totale bod realistisch is en een gezonde dosis ambitie toont.

Geen verwijzing.

Dit aspect wordt onderschreven in de RES 1.0. daarin is specifiek aandacht gegeven aan het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden- Delfland als ook het Groene Hart en Voorne-Putten.

Paragraaf 8.3.4 (verhaallijn open landschap)

De RES 1.0 biedt een nadere uitwerking van de Concept RES, waarin tevens aandacht is voor de weergave in kaarten. Daartoe is een nieuwe set kaarten opgenomen, waarin deze wens is meegenomen. In de bijlage is te zien waar de zoekgebieden overlappen met (bovenregionaal) ruimtelijk beleid.. Dit betekent niet altijd dat hier geen ontwikkeling kan plaatsvinden, maar wel dat er extra nauwkeurig naar inpassing en dergelijke moet worden gekeken.

Paragraaf 4.2 (overzichtskaart) en paragraaf 8.3.4 (frame 1: ruimtelijke kwaliteit, en frame 2: haalbaarheid en doelbereik).

Fijn te lezen dat Midden-Delfland een actieve bijdragen levert aan de RES. Het is goed om te weten dat gemeenten en Paragraaf 7.3 ondernemers samenwerken om zonnepanelen op daken, kleinere windmolens en zonnepanelen op waterbassins bij beschrijft het kassen te realiseren. Wat ons betreft maken we op deze manier gebruik van oplossingen die passen binnen onze proces hoe hier toe ruimtelijke kwaliteit. Wij houden andere innovaties in de gaten en zullen deze tijdens kennissessies delen. te komen, waarbij in paragraaf 4.3 informatie is opgenomen over het vervolg

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

222

Midden Delfland

Onderwerp / Korte formulering steekwoorden Hanteer de juiste balans tussen regionaal en lokaal

Toelichting

Thema

168

Nissewaard

Landschappelijke inpassing

Het realiseren van duurzame wind- en zonenergie gaat samen met versterking van het landschap, de natuur en de recreatie

169

Nissewaard

Participatie

Iedere inwoner wordt uitgedaagd om mee te doen

170

Nissewaard

Klare taal

Voer de discussie over de energietransitie op een voor iedereen toegankelijke wijze

171

Nissewaard

Open landschap

Het open polderlandschap wordt niet aangewezen als locatie voor windmolens

Het open polderlandschap in het buitengebied van de gemeente is van belang voor bewoners, voor natuur, recreatie Elektriciteit en voor de agrarische activiteiten. Het plaatsen van windmolens past daar niet bij.

172

Nissewaard

Biomassacentrale

Er komt geen biomassa centrale

Biomassa is een vorm van energie productie waarvoor natuurlijke producten moeten worden gebruikt. Er is voortdurende stroom aan materiaal nodig. Dat gaat lijken op een vicieuze cirkel.

173

Nissewaard

Participatie

Energieverenigingen en coöperaties worden betrokken bij de uitwerking van de RES

Energieverenigingen en coöperaties bieden bewoners kansen om actief deel te nemen in projecten. Het kleinschalige Algemeen karakter daarvan verlaagt de drempel om mee te doen.

174

Nissewaard

Organiseer maatschappelijke betrokkenheid

175

Nissewaard

Onze gemeente kenmerkt zich door lokale kracht en duurzame burgerinitiatieven, waaronder een eigen Algemeen energiecoöperatie en een initiatiefgroep voor warmtetransitie. Veel bedrijven en verenigingen treffen al vergaande duurzaamheidsmaatregelen. In de glastuinbouw werken ondernemers aan de realisatie van nieuwe geothermiebronnen en warmtenetten. Samen met de agrarische sector werken we aan de realisatie van een energieneutraal buitengebied. Juist bij dit soort lokale initiatieven willen wij aansluiten om het aanwezige potentieel optimaal te benutten. Waar nodig en mogelijk stimuleren wij ook nieuwe lokale initiatieven. Om maatschappelijk draagvlak en bewustwording te bevorderen is het van belang om de relatie tussen het opwekken van duurzame energie en gebruik ervan zichtbaar te maken. Het geeft inwoners voldoening om zeggenschap te hebben over de ruimtelijke inrichting in hun buurt en om eigen investeringen terug te zien. Wij vragen u daarom om zorg te blijven dragen voor een juiste balans tussen regionaal vorm te geven plannen en lokaal uit te voeren initiatieven. Kies voor een top-down aanpak bij kansrijke grootschalige initiatieven waarbij regionale samenwerking cruciaal is.

Laat voldoende ruimte voor het bottom-up stimuleren van lokale initiatieven die bijdragen aan het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie en die passen binnen de uitgangspunten van de RES en bij de kernopdracht van onze gemeente. Zorg, met andere woorden, voor de juiste balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie en communiceer dit helder aan alle betrokkenen en stakeholders. Dat helpt ons bij het realiseren van de doelstellingen en ambities zoals verwoord in de concept-RES. Energieprojecten gaan de inwoners raken in de beleving van hun omgeving. Windturbines en zonakkers worden Elektriciteit ingepast in het landschap, waarbij natuur en recreatie versterkt worden. Zo worden de turbines en panelen geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap met meerwaarde voor inwoners, natuur en recreatie.

Bij deze transitie is betrokkenheid van inwoners essentieel. Gevraagd wordt om de inwoners en andere belanghebbenden mee te nemen en daarbij de volgende aanbevelingen te gebruiken: - Gebruik diverse participatie instrumenten - Benader (groepen) inwoners op een bij hun passende wijze - Zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken - Begin tijdig / zo vroeg mogelijk - Maak de participatie concreet en duidelijk - Streef naar een hoog niveau op de participatieladder De concept RES is moeilijk leesbaar. De opgave is abstract. De kaarten zijn onduidelijk. - Maak de RES 1.0 voor iedereen toegankelijk - Gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst - Maak dat iedereen de kaarten begrijpt - Maak de opgaven voor Nissewaard concreet

Communicatie

Communicatie

Warmte

Zorg dat alle inwoners en relevante stakeholders de De energietransitie heeft de komende jaren grote invloed op de inwoners van Voorne-Putten. De keuzes die in de RES Communicatie mogelijkheid krijgen om zowel in de gemaakt worden, brengen in een latere fase zichtbare ingrepen in hun directe leefomgeving met zich mee, voorbereidende beleidsfase van het RES-proces. In bijvoorbeeld door de komst van windmolens of zonnevelden. Het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van de projectfase kunnen direct omwonenden in de inwoners, maatschappelijke organisaties, lokale ondernemers en marktpartijen bij de ontwikkeling van de RES komt eerste plaats meedenken en bij de energieprojecten het maatschappelijke draagvlak voor de ingrepen ten goede en maakt de (ruimtelijke inpassing van de) kunnen meeprofiteren, daarna kunnen ook de energieprojecten beter. Bovendien beschikken zij over kennis van de regio die de kwaliteit van de RES kan vergroten. andere inwoners meeprofiteren. Mogelijke rol Monitor doorlopend de mogelijke rol en De Concept RES richt zich op het gebied van de grootschalige opwek van elektriciteit hoofdzakelijk op wind- en zonne- Algemeen alternatieve technieken opschaalbaarheid van andere dan de bewezen energie.

Andere duurzame alternatieve bronnen en opslagmethoden worden niet uitgesloten, maar vallen wel buiten en innovaties technieken voor de opwek en opslag van de focus. De monitoring van de mogelijke rol van andere duurzame alternatieven en innovaties moet een duidelijkere elektriciteit, zoals de toepassing van waterkracht, plaats krijgen in het proces van de RES. Zoals de technieken die op dit moment nog een langere ontwikkeltijd hebben waterstof of kernenergie, ten behoeve van de dan voor de tijdshorizon van 2030. Deze technieken kunnen hiermee bij de aanscherping/aanpassing van de RES’en herijking van de RES. iedere twee jaar mogelijk een significantere bijdrage leveren aan de energievraag dan op dit moment kant worden voorzien.

20

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

We erkennen de kracht van lokale initiatieven en het draagvlak dat hiervoor bestaat. Deze bottom-up stimulering sluit Paragraaf 2.3, aan bij de regionale afspraak om "lokaal, lokaal" te houden en daar waar nodig regionaal te ondersteunen en paragraaf 3.2 (regie faciliteren. De balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie heeft onze nadrukkelijke aandacht, waar bij de gemeenten), we met elkaar aandacht aan (moeten blijven) geven. Het is goed te lezen dat u daar actief aan deelneemt; het RESparagraaf 4.3 proces is een nauwe samenwerking.

In de RES 1.0 speelt ruimtelijke kwaliteit een prominente rol. Dat gaat over draagkracht van het landschap; op welke Paragraaf 4.1 en manier kan energieopwekking een rol hebben in bepaalde (type) landschappen. Een verscheidenheid aan 8.3.4 (verhaallijnen) mogelijkheden is opgenomen aan de hand van verhaallijnen, waarbij de mogelijkheid van combinatie tussen energieopwekking en recreatie tevens expliciet is opgenomen. In tweede instantie gaat het over realiseerbaarheid van projecten voor 2030 en de aanpak via gebiedsgerichte processen door de gemeenten. Daarbij staat integraliteit centraal. De geformuleerde wens wordt daarmee weerspiegeld in de aanpak die de RES voorstaat maar vooral ook lokaal realiteit zal moeten worden. Deze realisatie gebeurd aan de hand van lokale gebiedsprocessen, waarbij integrale, bij het gebied passende keuzes kunnen worden gemaakt.

Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) het benaderen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties paragraaf 2.3, 7.1, is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf en wordt niet door de regio gedaan, 2) de regio 8.1, verder ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie en adviseert verschillende verweven in hele participatieinstrumenten (Participatie via volksvertegenwoordigers zoals in de wensen en bedenkingen procedure is document ook een voorbeeld in deze regio) , 3). de regio overlegt met gemeenten. 4) Uitvoering van inwonersparticipatie is volgens afspraak buiten scope van RES R DH.

Het antwoord is tweeledig: 1) We nemen leesbaarheid en aantrekkelijkheid mee bij het schrijven en het opmaken van In opmaak het product RES 1.0. Ook beeldmateriaal incl. kaarten zullen gebruikt en gecontroleerd worden. Als gevolg van de document verwerkt inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting. 2) de (m.u.v. opmerking opgaven voor Nissewaard concreet maken is geen communicatief vraagstuk/buiten scope. buiten scope). In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en Paragraaf 7.3 zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. De RES regio initieert geen warmteprojecten.

De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de Paragraaf 1.3 - 5.2 gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Participatie wordt lokaal ingevuld door gemeenten. Het betrekken van inwoners bij ontwikkeling van plannen is Paragraaf 2.3, inderdaad van belang voor een succesvolle energietransitie. Het streven van 50% lokaal eigendom in energieprojecten paragraaf 8.3.4 wordt herkend en onderkend in de RES 1.0. Daarbij is tevens de opstelling dat de wijze waarop daar invulling aan (frame 3) en bron gegeven wordt aan gemeenten is en in lokaal beleid en instrumentarium verankerd dient te worden. De RES maar ook Factsheet 50% het Nationaal Programma RES en Energie Samen bieden handreikingen en faciliteren daar waar nodig.

lokaal eigendom, Participatiecoalitie via https://departicipat iecoalitie.nl/docum ent/factsheet-50lokaal-eigendom]/ Dank voor de inbreng. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. paragraaf 2.3, 7.1, (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. 8.1, verder Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert verweven in hele voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan document aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak.

Op dit moment geven we invulling aan de RES met beproefde technieken. Daarbij kijken/zoeken we inderdaad naar Geen specifieke mogelijkheden om innovaties toe te passen, waarmee we invulling kunnen geven aan de ambitie - wellicht met locatie in de tekst, minder ruimtegebruik, lagere kosten, etc. De ontwikkeling van technologieën gaan snel en verdienen daarmee is verweven. O.a. blijvende aandacht. Dit is de reden dat de RES om de twee jaar wordt bijgesteld. Innovaties worden vanzelfsprekend paragraaf 5.3, in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie. Huidige inzichten laten paragraaf 8.4 op dit moment lage potentie zien als het gaat andere vormen van opwek, we houden dit echter wel in de gaten.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

176

Nissewaard

Onderwerp / steekwoorden Zon in open landschap

Korte formulering

Toelichting

Onderzoek bij de uitwerking van het zoekgebied ‘overige’ op welke wijze en onder welke voorwaarden zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast.

Nissewaard

Recreatieve energielandschappen

178

Nissewaard

Instrumentarium voor het stimuleren van zon op dak in bebouwd gebied

Zet bij de uitwerking van het zoekgebied voor duurzame energiebronnen langs de A15 en de verhaallijn recreatief energielandschap in op investeringen in het landschap en het behoud van een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving in en rond de kernen. Maak instrumentarium beschikbaar om kleinschalige opwekking van zonne-energie op daken te stimuleren, geef als gemeente het goede voorbeeld en stel daarbij ambitieuze maar realistische doelstellingen.

De jonge zeekleipolders lenen zich vanwege de grootschalige en rationale verkaveling (in beperkte mate) voor de Elektriciteit inpassing van zonnevelden, mits randvoorwaarden worden opgesteld met betrekking tot de omvang, verspreiding, hoeveelheid en ruimtelijke kwaliteit, passend bij de openheid van de polders. Onderzoek daarom samen met de agrariërs, regio, landschapsdeskundigen en andere stakeholders op welke wijze zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast. Met aandacht voor behoud van de kwaliteit van het landschap, koppelingen met opgaven op het gebied van biodiversiteit, verduurzaming en circulariteit van de landbouw. Het verder uitbreiden van de groenstructuur in noordrand van Voorne-Putten tot een robuuste, landschappelijke Elektriciteit buffer biedt mogelijkheden om zonnevelden en windmolens in te passen, de recreatieve potentie beter te benutten en het zicht op het Haven Industrieel Complex en windmolens te beperken. Door te investeren in het landschap kan de draagkracht van het landschap voor de inpassing van duurzame energiebronnen worden vergroot. De inpassing van duurzame energiebronnen is alleen wenselijk wanneer een gezond woon- en leefomgeving in en rond de kernen wordt gewaarborgd met aandacht voor de draagkracht van het landschap. Er zijn nog vele, mogelijk geschikte daken die onbenut blijven voor zonne-energie.

Het aanbrengen van zonnepanelen Elektriciteit op eigen dak wordt door belastingvoordeel en gemeentelijke duurzaamheidsleningen gestimuleerd, maar vergt alsnog een eigen investering. De gemeente kan (en wil) het aanbrengen van zonnepanelen op particuliere woningen niet verplichten. Ondersteuning bij de uitwerking van dit vraagstuk en het faciliteren van inwoners en ondernemers is gewenst.

177

Thema

179

Nissewaard

Flankerend beleid/visie

De raad van Nissewaard verzoekt de MRDH RESDe opgave van de RES kan alleen uitgevoerd worden als flankerend beleid van Rijk en provincie Zuid-Holland hiervoor Algemeen regio om met de provincie in overleg te gaan om voldoende ondersteuning biedt. Het huidige beleid beperkt de ontwikkeling van projecten, samenwerking met de nieuw beleid, danwel een visie (door de provincie) provincie heeft als doel om te zoeken naar de beste oplossing op de beste plek. Als voorbeeld willen we werken aan te laten ontwikkelen en vast te stellen. Ten behoeve betere afstemming met betrekking tot de locaties in de RES voor windmolens (zoals het Haringvliet) en zonneweides van de uitvoering van projecten die nodig zijn om in de polders in het middengebied van Voorne-Putten. Tevens is er behoefte aan duidelijkheid ten aanzien van het wel de RES-opgave te realiseren. of niet toestaan biomassacentrales en het verbinden van voorwaarden hieraan.

180

Nissewaard

Voorne-Putten energieneutraal als maximale ambitie

De maximale inzet voor Voorne Putten is een energieneutraal Voorne-Putten. Ten behoeve van ons groene en open landschap.

181

Nissewaard

182

Nissewaard

183

Nissewaard

Haalbaarheid proces

184

Nissewaard

elektriciteitsnet, elektriciteit

185

Nissewaard

Aardwarmte, Onderzoek mogelijk gebruik van aardwarmte geothermie, elektriciteit

Nissewaard schijnt gebruik te kunnen maken van aardwarmte. Wellicht interessant om te onderzoeken of aardwarmte kan bijdragen in de warmtebehoefte en warm water voor woningen en panden. Als het mogelijk is, is er minder elektriciteit nodig en het is ook nog eens duurzaam en schoon.

186

Nissewaard

Restwarmte, windmolens

Nissewaard ligt nabij de Rotterdamse industrie. De industrie, maar ook de Afvalverwerking Rijnmond (AVR) zouden Warmte energie aan een warmtenet kunnen leveren. Wellicht interessant om te onderzoeken of hier mogelijkheden zijn voor een warmtenet ten behoeve van woningen en panden, dit eventueel in combinatie met mogelijke aardwarmte uit Nissewaard. Als het mogelijk is, is er minder elektriciteit nodig en het is ook nog eens duurzaam.

Voorne Putten heeft de ambitie om in de toekomst, uiterlijk in 2050 energieneutraal te worden. De RES is een van de Algemeen instrumenten om invulling te geven aan deze ambitie. Uit een landschappelijke verkenning naar de inpassing van de energietransitie op Voorne-Putten blijkt dat het vanuit landschappelijk oogpunt een hele opgave is. Energieneutraal is voor Voorne-Putten dan ook het uitgangspunt voor haar maximale bijdrage in de RES. Betaalbaarheid en Neem in de RES 1.0 op dat de regio medeEen van de grootste zorgen in deze energietransitie voor Voorne Putten is de betaalbaarheid en haalbaarheid voor Algemeen haalbaarheid afhankelijk is van beleid op Rijksniveau voor iedereen. Financiële en wettelijke randvoorwaarden zijn essentieel voor de uitvoering van het Klimaatakkoord, maar energietransitie voor bewustwording en faciliteren van financiële daarmee ook voor hetgeen is opgeschreven in de RES. Dit kan niet genoeg benadrukt worden in de gezamenlijke iedereen voordelen energiebesparing en aanleg zon op lobby van Voorne Putten, maar ook in de teksten van de RES 1.0. Betaalbaarheid is ook een belangrijke daken. In een gezamenlijke lobby naar de RES 1.0 randvoorwaarde om te zorgen voor draagvlak onder onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. van Voorne-Putten richting de regio.

Het belang van Tegelijkertijd vraagt optimale benutting van het dakpotentieel voor de opwek van zonne-energie grote investeringen. financiële en wettelijke randvoorwaarden moeten Bewustwording over de voordelen en mogelijkheden van energiebesparing kan worden versterkt door informatie en benadrukt worden en naar voren komen in communicatiecampagnes op landelijk en gemeentelijk niveau. gezamenlijke lobby van Voorne Putten richting de regio. Afstemming met andere Vraag de MRDH-RES-regio de afstemming met de Voorne-Putten en de eilanden Goeree-Overflakkee en de Hoeksche Waard vormen samen de Zuid-Hollandse Delta. Algemeen RES-regio’s RESregio’s Goeree-Overflakkee en de Hoeksche De RES’en van de regio’s Rotterdam-Den Haag, Goeree Overflakkee en de Hoeksche Waard kunnen een grote impact Waard te faciliteren. hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de Zuid-Hollandse Delta als geheel. Afstemming over de ruimtelijke uitwerking van de strategieën van de verschillende RESregio's is daarom wenselijk.

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

De verhaallijnen zoals in de Concept RES aangegeven zijn in de RES 1.0 nader onderzocht en uitgediept. Ze zijn Paragraaf 7.3 en voorzien van verdere duiding en mogelijke inpassing (zoals de verhaallijn open landschap), maar niet op een zodanig paragraaf 8.3 gedetailleerd niveau dat alle typen open landschap zijn voorzien van duiding. In het vervolg op de RES 1.0 kunnen lokale gebiedsprocessen worden opgezet met stakeholders om dit specifiek voor de jonge zeekleipolders te doen, en al dan niet tot realisatie te komen en/of concrete zoeklocaties binnen de genoemde verhaallijn aan te wijzen. Deze wens en bespiegeling wordt volledig ondersteund in de RES 1.0. De verhaallijnen beschrijven in de RES 1.0 meer Paragraaf 7.3 gedetailleerd op welke manier een koppeling gemaakt kan worden met andere opgaven, of ruimtelijke inpassing.

In de RES 1.0 speelt zonne-energie op daken een belangrijke rol. Daarmee wordt deze wens weerspiegeld op Paragraaf 8.3 regionaal niveau. Ook het vraagstuk van de (financiële)_ randvoorwaarden wordt herkend en vormt onderdeel van de aanpak. Daarbij dient de scheiding tussen lokale en regionale rol in acht te worden genomen. De regio faciliteert gemeenten daar waar gepast met advies en analyse en kan indien er een kennelijke randvoorwaarde ontbreekt dat onder de aandacht brengen bij relevante actoren. De regio voorziet niet in uitvoeringscapaciteit voor lokale aanpakken. We erkennen dat voor de uitvoering aansluiting van flankerend beleid nodig is, ruimtelijke ontwikkelingen hebben O.a. paragraaf 5.3 daarom onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op (Povinciale de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde waterstofvisie) en geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in paragraaf 8.3.4 ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in (frame 2, ontwikkeling). Daar waar nodig zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden om punten te agenderen bij provincie of beleidskaders en het Rijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10152598/1