CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bestemmingsplan Patrijzenlaan PDF vastgesteld 21-09-2022 20190829

Commissie GG & Milieu 5 oktober 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Patrijzenlaan Oostvoorne27.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daarnaast is gebruik gemaakt van eerder uitgevoerd onderzoek (VanderHelm Milieubeheer B.V., projectcode ROFF100622, d.d. 3-122010). De resultaten van dit onderzoek zijn reeds verlopen. Aan de hand van gegevens van provincie Zuid-Holland en van het Ministerie van Economische Zaken is bepaald of beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied) aanwezig zijn in of nabij het projectgebied. Voorts is bepaald of de houtopstand in het projectgebied:  buiten de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ staat;  groter is dan 10 are;  een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat. 3.2 VELDONDERZOEK Door een deskundig ecoloog is een veldbezoek uitgevoerd, waarbij is bepaald welke van de in de omgeving voorkomende beschermde soorten op basis van het aanwezige biotoop aanwezig kunnen zijn. Hierbij is specifiek gelet op individuen en sporen zoals uitwerpselen en nesten van beschermde soorten. In tabel 2 zijn de gegevens van het uitgevoerde veldbezoek opgenomen. Tabel 2: gegevens veldbezoek Datum Activiteit

08-08-2019

Veldbezoek

Soortgroep Flora Vogels Vleermuizen Vissen Amfibieën Grondgebonden zoogdieren Reptielen Schelpdieren

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

Moment op de dag

Overdag

Uitvoerende(n)

Mevr. M. Kortlever-Boer MSc. Mevr. J. van de Poel MSc.

8

4. ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 BESCHERMDE SOORTEN In tabel 3 zijn beschermde soorten weergegeven die op basis van het bureauonderzoek in het projectgebied kunnen worden verwacht. Op basis van het veldonderzoek zijn vervolgens de twee dikgedrukte en grijs inkleurde, rechter kolommen ingevuld.

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

Vogels

Tabel 3: Verwachte beschermde flora – en faunasoorten in het projectgebied op basis van het bureau- en veldonderzoek. Aangetroffen (A), SoortWetenschappelijke verwacht (V), groep Nederlandse naam naam Beschermde status Bron* uitgesloten (U). Himantoglossum Bokkenorchis Nationaal beschermd 1, 2, 3, 4, U hircinum

Gebiedsfunctie# n.v.t.

Inheemse vogels

Aves

Vogelrichtlijn

1, 2, 3, 4

A

V, F

Steenuil

Athene noctua

Vogelrichtlijn, cat. 1

1, 2, 3, 4

U

n.v.t.

Gierzwaluw

Apus apus

Vogelrichtlijn, cat. 2

1, 2, 3, 4

V

V, F

Huismus

Passer domesticus

Vogelrichtlijn, cat. 2

1, 2, 3, 4

V

V, F

Kerkuil

Tyto alba

Vogelrichtlijn, cat. 3

1, 2, 3, 4

V

F

Boomvalk

Falco subbuteo

Vogelrichtlijn, cat. 4

1, 2, 3

V

V, F

Buizerd

Buteo buteo

Vogelrichtlijn, cat. 4

1, 2, 3, 4

V

V, F

Havik

Accipiter gentili

Vogelrichtlijn, cat. 4

1, 2, 3, 4

V

V, F

Ransuil

Asio otus

Vogelrichtlijn, cat. 4

1, 2, 3, 4

V

V, F

Sperwer

Accipiter nisus

Vogelrichtlijn, cat. 4

1, 3, 4

V

V, F

Boomkruiper

Certhia brachydactyla

Vogelrichtlijn, cat. 5

1, 2, 3, 4

V

V, F

V

V, F

V

V, F

A

V, F

U

n.v.t.

A

V, F

V

V, F

V

V, F

V

V, F

V

V,F, VL

V

V,F, VL

V

V,F, VL

Ekster

Pica pica

Vogelrichtlijn, cat. 5

Groene specht

Picus viridis

Vogelrichtlijn, cat. 5

Grote bonte specht

Dendrocopus major

Vogelrichtlijn, cat. 5

Huiszwaluw

Delichon urbicum

Vogelrichtlijn, cat. 5

Koolmees

Parus major

Vogelrichtlijn, cat. 5

Pimpelmees

Cyanistes caeruleus

Vogelrichtlijn, cat. 5

Spreeuw

Sturnus vulgaris

Vogelrichtlijn, cat. 5

1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5 1, 2, 3, 4, 5

Zwarte kraai

Corvus corone

Vogelrichtlijn, cat. 5

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Europees beschermd

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Europees beschermd

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Europees beschermd

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

V

V,F

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus

Europees beschermd

1, 2, 3

V

V, F, VL

Baardvleermuis

Myotis mystacinus

Europees beschermd

1 en 3

V

V, F, VL

Noordse woelmuis

Microtus oeconomus arenicola

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

n.v.t.

Waterspitsmuis~

Neomys fodiens

Nationaal beschermd

1,2,3

U

n.v.t.

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Nationaal beschermd

1,2,3 4

V

V, F

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Bunzing

Mustela nutorius

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

9

Reptielen

Amfibieën

Soortgroep

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Beschermde status

Bron*

Aangetroffen (A), verwacht (V), uitgesloten (U).

Dwergmuis

Micromys minutus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V V

Egel

Erinaceus europaeus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4, 5

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Haas

Lepus europaeus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Hermelijn

Mustela erminea

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Ree

Capreolus capreolus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4, 5

V

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Vrijgesteld

1, 2, 3,

V

Veldmuis

Microtus arvalis

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Vos

Vulpes vulpes

Vrijgesteld

1, 2, 3,

V

Wezel

Mustela nivalis

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Woelrat

Arvicola amphibius

Vrijgesteld

1, 2, 3

V

Rugstreeppad

Bufo calamita

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U^

Bruine kikker

Rana temporaria

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Gewone pad

Bufo bufo

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Zandhagedis

Lacerta Agilis

Europees beschermd

4

U

Gebiedsfunctie#

n.v.t.

n.v.t.

Legenda: Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. Nationaal beschermd: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en niet vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. Vogels, categorie 1: nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als rustplaats (voorbeeld: steenuil); Vogels, categorie 2: nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus); Vogels, categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing.

De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk); Vogels, categorie 4: nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil); Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen; * Bron: 1 = verspreidingsatlas; 2 = www.telmee.nl; 3 = inschatting op basis van het biotoop (m.b.v. Google Maps); 4 = NDFF; 5= eerder uitgevoerd onderzoek door VanderHelm Milieubeheer B.V. # = Gebiedsfunctie: V: voortplantingsplaats, rustplaats of nest; F: foerageergebied; VL: vliegroute. De gebiedsfunctie is alleen weergegeven voor streng beschermde soorten ~ oude waarnemingen van voor 1990 (NDFF). ^ de rugstreeppad kan het terrein wel koloniseren als geschikte omstandigheden voor de soort ontstaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

10

Als aanvulling op de tabel is per soortgroep meer informatie gegeven. Hieronder is voor alle uit de bureaustudie naar voren gekomen soorten behandeld waarom deze soorten worden verwacht of uitgesloten. Voor alle verwachte soorten zijn de gebiedsfuncties en de beschermde elementen volgens de Wet natuurbescherming beschreven. Vaatplanten In het duingebied Voornes Duin staat de bokkenorchis (bron: NDFF, 2019). In het projectgebied zijn ten tijde van het locatiebezoek geen strikt beschermde plantensoorten aangetroffen. De vegetatie op de voormalige agrarische gronden bestaat met name uit grassen en algemene soorten zoals grote brandnetel. Daarnaast zijn veel braamstruwelen aanwezig. De aanwezigheid van deze soorten wijst op een voedselrijk biotoop. Op basis van het aanwezige biotoop kan het voorkomen van de bokkenorchis redelijkerwijs worden uitgesloten. De tuinen, plantsoenen en groenstroken vormen eveneens geen geschikt biotoop voor de bokkenorchis omdat sprake is van een voedselrijk biotoop en/of intensief beheer. Vogels Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het locatiebezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. Echter kan de aanwezigheid hiervan middels de quickscan niet worden uitgesloten, omdat er veel blad aan de bomen zat waardoor eventuele nesten in bomen niet zichtbaar waren.

Steenuil (categorie 1) De steenuil komt voor in het agrarische gebied rondom Oostvoorne op circa 2 km van het projectgebied (bron: NDFF, 2018). De steenuil (categorie 1) broedt in nestkasten, knotbomen of opstallen. In het projectgebied is geen geschikte nestgelegenheid voor deze vogel aanwezig. Daarnaast vormen de agrarische gronden geen geschikt biotoop voor de steenuil. Deze vogel komt voor in een kleinschalige landschapstype met begraasde weiden waar de steenuil kan jagen op muizen, regenwormen en kevers. De voormalige agrarische gronden zijn daarnaast minder geschikt vanwege de ligging tussen woonhuizen en het ontbreken van boerenerven met vee direct rondom het projectgebied. Huismus en gierzwaluw (categorie 2) De woningen in projectgebied bieden mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen (beide categorie 2) om te broeden. Beide soorten broeden onder pannendaken, zoals de daken die op de seniorenwoningen aanwezig zijn. Huismussen broeden vaak onder de eerste rij(en) dakpannen en kruipen graag via de dakgoot onder de dakpannen. In onderhavig projectgebied zijn de onderste dakpannen voor mussen toegankelijk vanaf de dakgoot. Ook via de openingen onder het lood bij de schoorstenen (zie foto 3 in bijlage 3) kunnen huismussen het dak bereiken.

De verwilderde tuinen en groenstroken rondom de mogelijke nestplaatsen bieden voldoende schuilmogelijkheden en geschikt foerageergebied aan huismussen (zie foto 4 in bijlage 3). Gierzwaluwen broeden vaak in kopgevels, omdat zij voldoende ruimte nodige hebben om uit te vliegen. Voor gierzwaluwen is er geschikte ruimte aanwezig tussen de kantpannen en de muur op de kopgevels van de seniorenwoningen in onderhavig projectgebied. Ook bij kapotte dakpannen kunnen gierzwaluwen invliegen (zie foto 2 in bijlage 3). Gierzwaluwen zijn wat betreft foerageergebied niet afhankelijk van de directe omgeving van hun nestplaats, waardoor kan worden uitgesloten dat zich essentieel foerageergebied binnen het projectgebied bevindt. Kerkuil (categorie 3) Net als de steenuil komt de kerkuil voor in het agrarische gebied rondom Oostvoorne op circa 2 km van het projectgebied (bron: NDFF, 2019). Omdat geschikte opstallen ontbreken in het projectgebied kan een nestlocatie van de kerkuil (categorie 3) in het projectgebied worden uitgesloten. Mogelijk maakt de kerkuil wel gebruik van het projectgebied, als foerageergebied.

Daar het jachtterritorium van een kerkuil groot is en er in de omgeving van het projectgebied veel geschikte(re) alternatieve jachtgebieden aanwezig zijn kan worden uitgesloten dat het projectgebied een essentieel onderdeel vormt van de leefomgeving van een, buiten het projectgebied nestelende, kerkuil.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

11

Roofvogels en uilen (categorie 4) Met name in de duinen ten noordwesten van het projectgebied komen buizerd, havik en boomvalk voor (bron: NDFF, 2019). In de directie omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen van ransuil en sperwer bekend (bron: NDFF, 2019). Tijdens het veldbezoek zijn geen mogelijke nesten van roofvogels of uilen aangetroffen. Echter kunnen deze door de aanwezigheid van blad aan de bomen niet worden uitgesloten. De bomen in het projectgebied zijn van voldoende omvang en delen van het projectgebied zijn zeer besloten en rustig. Ook zijn voldoende prooidieren aanwezig zoals muizen en (zang)vogels waardoor het projectgebied kan dienen als foerageergebied voor roofvogels en uilen die nestelen in of rondom het projectgebied. De aanwezigheid van nesten van buizerd, havik, boomvalk, ransuil en sperwer kan niet worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten - categorie 5 Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 biedt het projectgebied eveneens geschikt biotoop, omdat veel grote bomen, bomen met holten, struiken en enkele nestkasten aanwezig zijn. Te denken valt hierbij aan soorten als boomkruiper, ekster, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte kraai. Van zwarte kraai en ekster zijn geen nesten aangetroffen.

Echter kan de aanwezigheid niet worden uitgesloten door de aanwezigheid van bladeren aan de bomen. Tijdens het veldbezoek is één overvliegende grote bonte specht waargenomen bij één van de boomsingels op de voormalige agrarische gronden. Nesten van huiszwaluwen zijn niet aangetroffen ter plaatse van de gebouwen binnen projectgebied en kunnen daardoor worden uitgesloten. In de omgeving van het projectgebied zijn voor de te verwachten soorten uit categorie 5 voldoende alternatieven aanwezig zoals de bomenlanen langs de wegen, weilanden met boomsingels, en de grote groene tuinen van de woningen rondom het projectgebied. Voor oeverzwaluwen is in de huidige situatie geen geschikt habitat aanwezig. Deze vogels broeden in steile hellingen. Als grondhopen met een steile helling in het projectgebied (zoals voorbelasting) worden aangebracht bestaat in het broedseizoen de kans dat oeverzwaluwen gaan broeden in deze steile hellingen. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) Voor algemene broedvogels die broeden in open veld, bramen, struiken, bomen en woningen biedt het projectgebied geschikt biotoop. Te denken valt hierbij aan soorten als kauw, merel, zwartkop, tjiftjaf, tuinfluiter, zanglijster, winterkoning en grasmus. Vleermuizen De bebouwing en het groen binnen het projectgebied kunnen op diverse manieren een functie hebben voor vleermuizen (Habitatrichtlijn).

In tabel 4 is aangegeven welke soorten en welke type verblijfplaatsen worden verwacht binnen projectgebied. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing De woningen aan de Patrijzenlaan kunnen op verschillende manieren dienen als voortplantings- en rustplaats voor vleermuizen. Via de ruimte tussen de kantpannen en de muur bij de kopgevels kunnen vleermuizen het dak bereiken (foto 3 in bijlage 3). Tijdens eerder door VanderHelm Milieubeheer B.V. uitgevoerd onderzoek (projectcode ROOF100622, d.d. 3-12-2010) is een zomerverblijfplaats van 3 gewone dwergvleermuizen vastgesteld onder de nokpan van Patrijzenlaan 53 (gezien de ouderdom van dit onderzoek zijn de onderzoeksresultaten niet meer geldig en slechts als indicatief te beschouwen). Ook achter de gootbekisting is ruimte aanwezig die voor vleermuizen mogelijk geschikt is als verblijfplaats. Tussen het daklood en de pannen is ook ruimte aanwezig maar deze locaties lijken minder geschikt doordat het dak vrij flauw is waardoor de aanvliegroute niet optimaal is voor vleermuizen. Onbekend is of een spouw aanwezig is die vleermuizen mogelijk via het dak kunnen bereiken. Van ruige dwergvleermuizen zijn slechts twee kraamverblijfplaatsen bekend in Nederland, hoewel er ruimschoots en in de juiste periode onderzoek gedaan is naar kraamverblijfplaatsen.

Derhalve kan deze ene locatie beschouwd worden als uitzonderlijk en kan een kraamverblijfplaats binnen het projectgebied redelijkerwijs worden uitgesloten.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

12

De aanwezigheid van een massa winterverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen wordt uitgesloten omdat deze enkel in grote gebouwen, forten en grotten worden verwacht en het hier kleine en relatief lage gebouwen betreft. De bufferwerking van het gebouw is niet groot waardoor bij strenge vorst verblijfplaatsen niet vorstvrij zijn. Bekend is dat massa winterverblijfplaatsen met name voor komen bij gebouwen die binnen een straal van 25 km vanaf de kraamverblijfplaatsen liggen (Bryja et al. 2009, MvEZ 2011a). Er lijkt een sterke voorkeur te bestaan voor grote appartementencomplexen met (al dan niet geïsoleerde) spouwmuren en diepe stootvoegen (of luchtgaten) (Korsten et al. 2016). De aanwezigheid van enkele individuen die overwinteren tijdens een milde winter kan niet worden uitgesloten. Voortplantings- of rustplaatsen in bomen Tijdens het veldbezoek zijn holten en los schors waargenomen in diverse de bomen in het projectgebied die kunnen dienen als voortplantings- en/of rustplaats voor vleermuizen. Tijdens eerder door VanderHelm Milieubeheer B.V. uitgevoerd onderzoek (projectcode ROOF100622, d.d. 3-12-2010) is een baltsterritorium van een gewone dwergvleermuis vastgesteld boven de agrarische gronden en de achtertuin van Patrijzenlaan 71.

De paarverblijfplaats bevindt zich in een boom of de achterzijde van de betreffende woning (gezien de ouderdom van dit onderzoek zijn de onderzoeksresultaten niet meer geldig en slechts als indicatief te beschouwen). Op foto’s 7 en 8 in bijlage 3 zijn voorbeelden van bomen met holten en los schors opgenomen. Op afbeelding 4 is het gebied aangegeven waarbinnen zich bomen met holten en losse schors bevinden of waarbinnen holten in bomen niet kunnen worden uitgesloten. Niet alle stammen en takken van de bomen konden ten tijde van het veldbezoek goed worden bekeken in verband met het blad aan de bomen. Hierdoor zijn mogelijk niet alle aanwezige holten opgemerkt.

Afbeelding 2 gebied waarbinnen bomen met holten en los schors zijn vastgesteld en niet kunnen worden uitgesloten op basis van het veldbezoek.

Vliegroute en foerageergebied De bomen in het projectgebied kunnen mogelijk dienen als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen. De bomen in de groenstrook ten zuidoosten van de woningen aan de Patrijzenlaan vormen een lijnvormig geheel van zuidwest naar noordoost (en andersom). De boomsingels op de agrarische gronden vormen lijnvormige elementen van noordwest naar zuidoost (en andersom). Dergelijke boomstructuren kunnen een verbinding vormen tussen verblijfplaatsen en foerageergebied elders. Binnen het projectgebied, maar ook in de directe omgeving van het projectgebied, worden verblijfplaatsen van vleermuizen verwacht. Het ruige grasland met de boomsingels (met fruitbomen) en braamstruweel leent zich uitstekend als foerageergebied voor vleermuizen, maar de duingebieden ten noorden en westen van het projectgebied zijn mogelijk nóg geschikter. De verwachting is dan ook dat vleermuizen met verblijfplaatsen ten zuiden en oosten van het projectgebied gebruik maken van de boomsingels en de groenstroken binnen het projectgebied om hun foerageergebied te bereiken. Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

13

De laanbeplanting langs de Fazantenlaan, als ook het groen in de achtertuinen aan deze weg, is geschikt als vliegroute in de richting zuidoost-noordwest (en andersom) en biedt daarmee een geschikt alternatief voor de mogelijke vliegroute(s) langs de boomsingels, Voor de groenstrook ten zuidoosten van de Patrijzenlaan is echter geen geschikt alternatief aan te wijzen. Voor het aanwezige foerageergebied in het projectgebied zijn voor vleermuizen voldoende gelijkwaardige en zelfs geschiktere alternatieven aanwezig zoals de duinen (geschikter) en weiden met boomsingels (gelijkwaardig) in de omgeving (zoals aan de Hoefweg, het gebied tussen de Zandweg en de Parnassialaan en het terrein tussen de Ligusterlaan en F.H.G. van Itersonlaan). Te verwachten beschermd element per vleermuissoort In tabel 4 wordt per vleermuissoort weergegeven welk beschermd element verwacht wordt. Tabel 4: verwachte beschermde elementen per vleermuissoort (G= gebouw en B=boom)

Type verblijfplaats

Vliegroute (groenstrook ten zuidoosten van de Patrijzenlaan)

Foerageergebied (niet essentieel)

Soort

Zomer-

Kraam

Paar

Massawinter

Baardvleermuis

Ja (G/B)

Ja (B)

Ja (B)

Nee

Ja

Ja

Gewone dwergvleermuis

Ja (G/B)

Ja (G/B)

Ja (G/B)

nee

Ja

Ja

Gewone grootoorvleermuis

Ja (G/B)

Ja (G/B)

Ja (G/B)

Nee

Ja

Ja

Laatvlieger

Ja (G)

Ja (G)

Ja (G)

Nee

Ja

Ja

Rosse vleermuis

Ja (B)

Ja (B)

Ja (B)

Nee

Nee

Ja

Ruige dwergvleermuis

Ja (G/B)

Nee

Ja (G/B)

Nee

Ja

Ja

(essentieel)

Grondgebonden zoogdieren Noordse woelmuis en waterspitsmuis Op circa 2 kilometer ten westen van het projectgebied komt de Noordse woelmuis en waterspitsmuis voor (bron: NDFF, 2019). Het biotoop in het projectgebied is niet geschikt voor de Noordse woelmuis en waterspitsmuis. De Noordse woelmuis prefereert natte terreinen zoals rietlanden wanneer sprake is van concurrentie door andere woelmuizen. Dit habitat ontbreekt in het projectgebied. Ook de waterspitsmuis ontbreekt geschikt biotoop omdat geen geschikt water met een ontwikkelde oevervegetatie aanwezig is. Eekhoorn De eekhoorn komt voor in de duinen rondom het projectgebied (NDFF, 2019). Tevens zijn enkele waarnemingen van eekhoorn bekend binnen de bebouwde kom (NDFF, 2019). In het projectgebied zijn geen waarnemingen van eekhoorn bekend. De groenstroken en boomsingels binnen het projectgebied zijn echter wel geschikt voor eekhoorn. Ter hoogte van het boomvak tussen Fazantenlaan 29 en 31 hangt een eekhoornkast. Onbekend is of eekhoorns gebruik maken van deze kast. In het boomvak staan eikenbomen en grove den waar de dieren kunnen foerageren en een nest kunnen maken. Niet uitgesloten is dat de dieren ook gebruik maken van de boomsingels om zich bijvoorbeeld te verplaatsen door het gebied.

Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren Verder worden op het verruigde terrein algemene en vrijgestelde zoogdieren verwacht zoals diverse soorten muizen, bunzing, vos en ree. Ten tijde van het onderzoek in 2010 zijn reeën vastgesteld. Ook door een bewoonster van de Fazantenlaan werd aangegeven dat er zich reeën op het terrein bevinden.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

14

Amfibieën In de duinen ten westen van het projectgebied komt de strikt beschermde rugstreeppad voor (bron: NDFF, 2019). In het projectgebied en de directe omgeving ontbreekt geschikt voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad. Langs de Van de Meerweg is een slootje aanwezig echter is hier ook een hoge beschoeiing geplaatst waardoor dieren niet uit het water kunnen kruipen. Wanneer in het projectgebied geschikt biotoop ontstaat door de werkzaamheden (zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van voorbelasting of rijsporten gevuld met water) kan de rugstreeppad worden aangetrokken tot het projectgebied. Om deze reden kan niet worden uitgesloten dat de rugstreeppad het gebied kan koloniseren. In het projectgebied worden op het moment van schrijven enkel vrijgestelde soorten zoals bruine kikker en gewone pad verwacht. Reptielen In duinen ten westen van het projectgebied komen zandhagedis (Habitatrichtlijn) voor (bron: NDFF, 2019). Het huidige biotoop in het projectgebied is niet geschikt voor de zandhagedis omdat deze met name voorkomt in duingebied of stuikheide terreinen met open zandplekken en struweel om zich te verstoppen. Door de aanwezigheid van infrastructuur rondom het projectgebied wordt niet verwacht dat de zandhagedis het terrein tijdens de werkzaamheden zal koloniseren als geschikt habitat ontstaat.

Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde (met uitzondering van de zorgplicht) kevers, vlinders, libellen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied. Opvallend was het hoge aantal soorten dagvlinders (onder andere diverse soorten zandoogjes) in het projectgebied. Daar zijn bijen ter plaatse van de bijenkasten waargenomen. 4.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied betreft Voornes Duin. Dit natuurgebied ligt op circa 800 meter ten westen van het projectgebied. Dit Natura 2000-gebied is gevoelig voor stikstofdepositie. De effectindicator is opgenomen als bijlage 4. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van NNN is gelegen op circa 300 meter ten zuiden van het projectgebied. In afbeelding 5 is het projectgebied weergegeven in relatie tot beschermde natuurgebieden en NNNgebieden. Het gebied is niet gelegen in een belangrijk weidevogelgebied.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

15

Afbeelding 5: Projectgebied (begrenzing aangegeven met een rode lijn) in relatie tot de beschermde natuurgebieden en NNNgebieden. De gearceerde delen zijn beschermd natuurgebied en de gekleurde delen zijn onderdeel van de NNN (provincie ZuidHolland).

4.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN De bomen in het projectgebied bevinden zich binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ van gemeente Westvoorne.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

16

5. TOETSING AAN WETGEVING In dit hoofdstuk is beschreven wat de wettelijke consequenties zijn die voortvloeien uit de aanwezigheid van beschermde soorten, natuurgebieden en houtopstanden zoals beschreven in hoofdstuk 4. Hieraan voorafgaand wordt zeer kort ingegaan op de –nu – meest van toepassing zijnde wetteksten. De Nederlandse overheid heeft de in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren ingedeeld in verschillende beschermingsregimes. De mate van bescherming verschilt per soort. Zo zijn sommige vogels (en hun eieren en nesten) het hele jaar door ‘strikt’ beschermd, wat inhoudt dat ze niet verstoord mogen worden (Vogelrichtlijn, categorie 2, zie box 2). Andere soortgroepen kunnen vallen onder de habitatrichtlijn (zie box 3) en/of nationaal beschermde dier- of plantensoorten (zie box 6). Ook voor deze soorten geldt dat (vaste) verblijf-/ standplaatsen en/of individuen niet opzettelijk mogen worden vernietigd of verstoord. Zelfs dieren en planten die niet officieel beschermd zijn mogen nog rekenen op enige vorm van bescherming. De Zorgplicht (box 5) stelt namelijk dat (individuele) dieren of planten überhaupt niet opzettelijk mogen worden vernietigd of verstoord. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming wordt verwezen naar bijlage 2.

5.1 BESCHERMDE SOORTEN Op basis van de bureaustudie en de veldinventarisatie worden diverse beschermde soorten verwacht in het projectgebied. Vogels De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan middels de quickscan niet worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten categorie 1-4 Onder de pannendaken van de woningen worden jaarrond beschermde nesten verwacht van huismussen (Vogelrichtlijn en categorie 2) en gierzwaluwen (Vogelrichtlijn en categorie 2). Mogelijk vormen de tuinen essentieel foerageergebied en schuilgelegenheid voor huismussen die broeden onder de daken van de woningen. In de bomen van het project kunnen nesten van boomvalk (Vogelrichtlijn en categorie 4), buizerd (Vogelrichtlijn en categorie 4), havik (Vogelrichtlijn en categorie 4), ransuil (Vogelrichtlijn en categorie 4) en sperwer (Vogelrichtlijn en categorie 4) aanwezig zijn. Jaarrond beschermde nesten zijn nesten van vogels die hier jaarrond gebruik van maken of jaarlijks terugkeren naar hetzelfde nest. Deze nesten zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Ook de functionele leefomgeving (zoals foerageergebied en schuilgelegenheid) van deze vogels valt onder de bescherming van artikel 3.1.

Indien jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen aanwezig zijn zullen deze door de sloopwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Indien nesten van boomvalk, buizerd, havik, ransuil en/of sperwer aanwezig zijn in de te kappen bomen zullen deze nesten worden vernield wat eveneens een overtreding van artikel 3.1 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van huismussen, gierzwaluwen, boomvalk, buizerd, havik, ransuil en/of sperwer aanwezig zijn. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Jaarrond beschermde nesten categorie 5 (voldoende alternatief) In de woningen en bomen binnen het projectgebied kan de aanwezigheid van nesten van vogels uit de Vogelrichtlijn en categorie 5 niet worden uitgesloten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat vogels uit deze categorie in aankomende jaren een nest bouwen in het projectgebied. De nesten van vogels uit categorie 5 zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden.

Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt echter dat als in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet-jaarrond beschermde nesten. In dit geval is voor alle aanwezige en te verwachten soorten voldoende alternatief in de omgeving en geldt de bescherming alleen wanneer een broedgeval aanwezig is. De periode waarin de meeste kans is op de aanwezigheid van vogelnesten in het voorjaar en de zomer.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

17

Niet-jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) In de woningen en bomen en het open veld worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als kauw, merel, zwartkop en grasmus verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (zie box 2). Door de werkzaamheden uit te voeren tijdens het broedseizoen kunnen nesten in de bomen, struiken, woningen en op de voormalige agrarische gronden worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of gedood. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1. Tijdens het voorjaar en de zomer is de kans op aanwezigheid van vogelnesten het grootst. Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en de vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen. Box 2: Verbodsbepalingen Vogelrichtlijn Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Vleermuizen Voortplantings- en rustplaatsen De gebouwen en/ of bomen in het projectgebied bevatten mogelijk voortplantings- en rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Habitatrichtlijn), ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en baardvleermuis (alle Habitatrichtlijn). Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (zie box 3). De sloop van een gebouw of kap van een boom met daarin vleermuizen kan leiden tot het doden van vleermuizen en vernielen van voortplantings- en/of rustplaatsen, wat een overtreding van artikel 3.5 betreft. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te slopen woningen en/of de te kappen bomen. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Functionele leefomgeving (vliegroute en foerageergebied). De bomenrijen in het projectgebied functioneren mogelijk als vliegroute voor verschillende soorten vleermuizen.

Een vliegroute van vleermuizen is essentieel wanneer geen alternatieven aanwezig zijn en deze gerekend wordt tot de functionele leefomgeving van de voortplantings- en/of rustplaatsen van vleermuizen. Essentiële vliegroutes zijn beschermd middels artikel 3.5, lid 4, van de Wet natuurbescherming (zie box 3). Het kappen van bomen die een essentiële vliegroute van vleermuizen vormen betreft een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor de bomen die geleiding bieden in de richting zuidwest-noordoost (en andersom) (de groenstrook ten zuidoosten van de Patrijzenlaan) zijn geen gelijkwaardige alternatieven in de omgeving aanwezig, waardoor dit mogelijk en essentiële vliegroute betreft. Voor de boomsingels die geleiding bieden in de richting noordwest naar zuidoost (en andersom) in is voldoende alternatief aanwezig. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.5 dient in eerste aanleg te worden bepaald of sprake is van een vliegroute langs de groenstrook ten zuidoosten van de Patrijzenlaan. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door te werken onder een goedgekeurde gedragscode en het nemen van mitigerende maatregelen. Daarnaast functioneert het projectgebied mogelijk als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen.

In de omgeving zijn voldoende gelijkwaardige of betere alternatieve foerageergebieden aanwezig waardoor geen sprake is van essentieel foerageergebied.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

18

Box 3: Artikel 3.5: Habitatrichtlijn Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Daarnaast geldt voor alle mogelijk aanwezige vleermuizen de zorgplicht zoals opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zie box 5). Dit houdt in dat foeragerende en langsvliegende vleermuizen niet onnodig mogen worden verstoord door verlichting. Box 4: Artikel 1.11, Zorgplicht Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Eekhoorn In het boomvak tussen Patrijzenlaan 29 en 31 en de dichte groenstroken langs de woningen aan de Patrijzenlaan worden voortplantings- en rustplaatsen van de eekhoorn (nationaal beschermd) verwacht. Daarnaast kunnen de boomsingels in het gebied onderdeel zijn van essentiële leefomgeving (foerageergebied of route om zich te verplaatsen door het gebied) van eekhoorns. In het projectgebied is een eekhoornkast aanwezig. Individuen en voortplanting- en rustplaatsen (waaronder ook essentieel leefgebied valt) van de eekhoorn zijn beschermd middels artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (zie box 5). Door het kappen van de bomen worden mogelijk individuen van de eekhoorn gedood en worden voortplantings- en rustplaatsen (waaronder essentieel leefgebied) vernietigd. Dit betreft een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.10 dient in eerste aanleg te worden bepaald of voortplantings- en rustplaatsen van de eekhoorn aanwezig zijn in het projectgebied. Voorts kan worden bepaald of de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder een goedgekeurde gedragscode of dat een ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Box 5 Artikel 3.10: Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Artikel 3.10 Nationaal beschermde dier- en plantensoorten 1.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Amfibieën (rugstreeppad) In het projectgebied worden momenteel geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde amfibieën verwacht. Wel moet worden voorkomen dat de strikt beschermde rugstreeppad (Habitatrichtlijn) wordt aangetrokken door de werkzaamheden, om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen. Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

19

Wanneer de rugstreeppad het werkgebied inneemt als leefgebied om zich bijvoorbeeld voort te planten (in ondiepe plassen), fungeert het projectgebied op dat moment als voortplantings- en/of rustplaats. Individuen, voortplantings- en rustplaatsen van rugstreeppad zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (zie box 3). Hierin is opgenomen dat individuen, eieren en/of verblijfplaatsen van de rugstreeppad niet opzettelijk mogen worden vernietigd en/of verstoord. Overige en vrijgestelde soorten (zorgplicht) Op basis van bureaustudie en veldinventarisatie worden geen beschermde (met uitzondering van de zorgplicht) planten, kevers, vlinders en libellen verwacht in het projectgebied. Wel komen van enkele van deze soortgroepen algemene soorten en door provincie Zuid-Holland vrijgestelde soorten voor in het projectgebied. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (zie box 4). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Geadviseerd wordt om de nestkasten en bijenkasten tijdig buiten de gevoelige periode te verplaatsen naar een geschikt gebied elders. 5.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Het projectgebied is niet gelegen in een natuurgebied dat beschermd is door de Wet natuurbescherming.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bevindt zich op 800 meter ten westen van het projectgebied. Door de bouw van woningen en een toename van verkeer van bewoners in het gebied zal de uitstoot van stikstof toenemen. Omdat Natura 2000-gebied Voornes Duin gevoelig is voor stikstofdepositie dient een voortoets te worden uitgevoerd om te bepalen of er mogelijk sprake is van een significant negatief effect op het natuurgebied. Het onderdeel gebiedenbescherming, artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming is dan ook mogelijk van toepassing op het onderhavige project. Het projectgebied is niet gelegen in een gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op circa 300 meter van het projectgebied is een gebied van NNN aanwezig. Gezien de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot NNN wordt een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Vervolgstappen met betrekking tot NNN zijn derhalve niet van toepassing. 5.3 HOUTOPSTANDEN De houtopstanden in het projectgebied maken geen deel uit van beschermde houtopstanden. Voor het kappen van de bomen is dan ook geen melding noodzakelijk in het kader van artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming. Mogelijk dient wel een vergunning bij gemeente Westvoorne te worden aangevraagd.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

20

6. CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN In het onderhavige hoofdstuk zijn de conclusies van de ecologische quickscan opgenomen die is uitgevoerd ten behoeve van het project ‘Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne’. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. 6.1 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN De conclusies en vervolgstappen zijn in onderstaande tabellen per onderdeel van de Wet natuurbescherming weergegeven. 6.1.1 BESCHERMDE SOORTEN Tabel 5: Beschermde soort(groep)en binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of te nemen maatregelen Verwacht (V) / Vervolgstappen en/of te nemen maatregelen om overtreding van de Wet Soort(groep) aangetroffen (A): natuurbescherming te voorkomen. locatie

Huismus

Gierzwaluw

Boomvalk, buizerd, sperwer, ransuil en havik

Vleermuizen

V: onder de dakpannen van de woningen en F: in groenstructuren

Voorafgaand aan de herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en essentieel leefgebied van de huismus aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017), in de periode van 1 april tot en met 15 mei. Op basis van dit onderzoek kan worden bepaald of voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden een ontheffing op de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd.

V: onder de dakpannen van de woningen

Voorafgaand aan de geplande herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van nesten van de gierzwaluw aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017), in de periode van 1 juni tot en met 15 juli. Op basis van dit onderzoek kan worden bepaald of voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden een ontheffing op de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd.

V: in bomen

Voorafgaand aan de kapwerkzaamheden dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en essentieel leefgebied van de boomvalk, buizerd, sperwer, ransuil en havik aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017), protocollen van het NGB en/of BMP methode van Sovon in de periode van februari tot en met juli. Op basis van dit onderzoek kan worden bepaald of voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden een ontheffing op de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd. Geadviseerd wordt om in eerste aanleg in de winter een inspectie uit te voeren. Als er geen blad aan de bomen zit kan worden bepaald of horsten en nesten aanwezig zijn die geschikt kunnen zijn voor roofvogels en uilen. Indien deze aanwezig zijn kan in het voorjaar een soortgericht onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen door welke vogel het betreffende nest al dan niet wordt gebruikt.

V: in de woningen en bomen en VL ter plaatse van groenstrook ten zuidoosten van de Fazantenlaan

Voorafgaand aan de geplande herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van voortplantings- en rustplaatsen en essentiële vliegroutes van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger, gewone grootoorlveermuis, rosse vleermuis en baardvleermuis aan te tonen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (2017), in de periode van mei tot en met september. Op basis van dit onderzoek kan worden bepaald of voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden een ontheffing op de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd. Om het onderzoek zo efficiënt mogelijk te kunnen uitvoeren wordt geadviseerd om in de winter een boomholten-inspectie uit te laten voeren. Op deze manier wordt helder in welke bomen zich geschikte holten voor vleermuizen bevinden en kan bepaald worden met hoeveel ecologen het veldwerk voor het soortgericht onderzoek naar vleermuizen kan worden uitgevoerd.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

21

In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten het actieve seizoen van vleermuizen (globaal van april tot november) of overdag in het actieve seizoen uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is dient verstoring van vleermuizen in de avond/nacht door verlichting zoveel als mogelijk te worden voorkomen. Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld bouwlampen gericht op het werk te laten schijnen, zodat uitstraling van licht naar de omgeving wordt voorkomen.

in

Voorafgaand aan de kapwerkzaamheden dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van voortplantings- en rustplaatsen en essentieel leefgebied van de eekhoorn aan te tonen. Geadviseerd wordt om met dit onderzoek in de winter te starten omdat nesten dan makkelijker in kaart te brengen zijn als er geen blad aan de bomen zit. Tevens kan dan worden bepaald of de eekhoornkast in gebruik is. Voorts kan op basis van dit bezoek besloten worden of het noodzakelijk is om ook in het voorjaar en de zomer bezoeken uit te voeren naar het voorkomen van eekhoorn binnen de grenzen van het projectgebied.

Oeverzwaluw

V: aan te brengen voorbelasting

In de periode van 1 maart tot en met augustus dienen grondhopen met steile hellingen (zoals voorbelasting) in het projectgebied (of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) voorkomen te worden, zodat oeverzwaluwen hier niet in gaan broeden. Steile wanden dienen te worden afgevlakt of afgedekt met bijvoorbeeld wegendoek. Indien oeverzwaluwen in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.

Rugstreeppad

V: aan brengen voorbelasting of ontstaan van plassen met water

Eekhoorn

Algemene broedvogels

Algemene en vrijgestelde planten, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, kevers, libelle en vlinders

V en F groenstroken

Geadviseerd wordt om kolonisatie door de rugstreeppad te voorkomen door te voorkomen dat geschikt habitat op het terrein ontstaat door het uitvoeren van de werkzaamheden. Als dit niet te voorkomen is wordt geadviseerd om een amfibieënscherm te plaatsen rondom het terrein. Geadviseerd wordt om de te nemen maatregelen op te nemen in een ecologisch werkprotocol.

A + V: in (de omgeving van) het projectgebied

Geadviseerd wordt de werkzaamheden in eerste instantie uit te voeren buiten het broedseizoen. Met name het kappen van bomen en verwijderen van ander groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus. De daadwerkelijke periode is afhankelijk van weersinvloeden en vogelsoorten die in het projectgebied worden verwacht. De duur van het broedseizoen dient te worden bepaald door een deskundig ecoloog. Indien algemene broedvogels in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.

A + V: in (de omgeving van) het projectgebied

Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft dient direct een deskundig ecoloog te worden geraadpleegd om af te stemmen of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij twijfel over de aanwezigheid van een strikt beschermde soort wordt geadviseerd altijd de hulp van een deskundige in te schakelen.

6.1.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Tabel 6: Beschermde gebiedtypes binnen het projectgebied en de bijbehorende vervolgstappen en/of maatregelen Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming Beschermde gebieden te voorkomen Negatieve effecten op natuurgebied Voornes Duin kunnen niet worden uitgesloten. Derhalve Natura 2000–gebied dient een voortoets te worden uitgevoerd. Natuurnetwerk Nederland

Geen effecten te verwachten. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk.

Beschermd weidevogelgebied

Het projectgebied is niet gelegen in of nabij een beschermd weidevogelgebied.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

22

6.1.3 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN Beschermde houtopstanden De bomen in het projectgebied maken geen deel uit van beschermde houtopstanden

Vervolgstappen en te nemen maatregelen om overtreding Wet natuurbescherming te voorkomen Voor het kappen van de bomen is dan ook geen melding noodzakelijk in het kader van artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming. Mogelijk dient voor het kappen van de bomen wel een omgevingsvergunning te worden aangevraagd bij gemeente Westvoorne.

6.2 AANBEVELINGEN Soort

Aanbeveling

Koolmees en pimpelmees (Vogelrichtlijn, cat. 5)

De nestkasten voor aanvang van de werkzaamheden, maar na afloop van het broedseizoen, verplaatsen naar een gelijkwaardige locatie in de buurt van het projectgebied, buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De kans is dan groot dat de koolmezen en pimpelmezen de nestkasten herontdekken op hun nieuwe locatie. Als blijkt dat de eekhoornkast niet in gebruik is voor aanbevolen om deze naar een elders geschikte locatie te verplaatsen. Aanwezige bijenkasten tijdig verplaatsen naar een geschikte locatie elders. Bij de inrichting van het gebied rekening houden met vlinders en bijen door ervoor te zorgen dat waard en nectarplanten aanwezig zijn.

Eekhoornkast Bijen Vlinders en bijen

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

23

REFERENTIELIJST Alterra Wageningen UR. Landelijke Vegetatie Databank. http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapslvddata.aspx?meta=info Bij12 (2017) Kennisdocument Huismus Bryja, J., Kanuch, P., Fornuskova, A., Bartonicka, T., Rehak, Z. (2009) Low population genetic structuring of two cryptic bat species suggests their migratory behaviour in continental Europe. Biological Journal of the Linnean Society, Vol. 96, pp. 103-114 De Vlinderstichting. Libellennet; alles over libellen. http://www.libellennet.nl/ De Vlinderstichting. Vlindernet; alles over vlinders. http://www.vlindernet.nl/ Diepenbeek, A. van (1999). Veldgids Diersporen. Sporen van gewervelde landdieren. Uitgeverij KNNV. Koning, J. de; Broek, JW van den; Meyere, D. de & Bruens, H. (2009). Dendrologie van de lage landen. Uitgeverij KNNV. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Korsten, E., E.A. Jansen, M. Boonman, M.J. Schillemans en H.J.G.A. Limpens (2016) Swarm and Switch:On the trail of the hibernating common pipistrelle. Bat News. No. 110. p. 8-10. Bat Conservation Trust. London Lange, R., P. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, Zoogdieren van West-Europa. 2e druk 2003 VZZ. Uitgeverij KNNV. Lenders, H.J.R., C.C.H. Marijnissen en R.P.W.H. Felix (1993). Waarnemen en herkennen van Amfibieën en Reptielen in het veld. 4e geheel herziene druk. RAVON. Meijden, R.

van der (2004). Heukels’ Flora van Nederland. 23e druk. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. https://www.meteoblue.com/nl/weer/week/oostvoorne_nederland_2749330 Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Nederlandse vereniging voor libellenstudie (2002). Atlas van de Nederlandse libellen – Nederlandse fauna 4. KNNV, EIS. Nationale Databank Flora en Fauna (2016), NDFF Uitvoerportaal. Nie, H.W. de (1996). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Provincie Zuid-Holland (2016). Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 november 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949 Provincie Zuid-Holland (2016), Interactieve atlassen en kaarten. https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. AERIUS Calculator SOVON Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998 - 2000 Nederlandse fauna 5. KNNV & EIS. SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland (2005). Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels. Tirion Uitgevers Stichting Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON).

http://www.ravon.nl/ Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF). Waarnemingen van flora en fauna. https://www.telmee.nl/?c=portal&m=telmee Rijksoverheid (2012). Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). VanderHelm Milieubeheer B.V., projectcode ROOF100622, d.d. 3-12-2010 Zoogdiervereniging. Zoogdieratlas. http://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdieratlas

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

24

BIJLAGE 1

REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED

Projectgebied is aangegeven met een rode lijn. Bron: googlemaps

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

Bijlage

BIJLAGE 2

WETTELIJKE EN BESTUURLIJKE KADERS NATUURBESCHERMING

In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. Onder de Wet natuurbescherming valt de bescherming van enerzijds in het wild levende dieren (fauna) en planten (flora) en anderzijds de gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de vigerende wet- en regelgeving inzake de Wet natuurbescherming. WET NATUURBESCHERMING (01-01-2017) De Wet natuurbescherming is een samenkomst van drie voormalige natuurwetten: De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de Wet natuurbescherming valt nu de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. SOORTENBESCHERMING (FLORA EN FAUNA) De Wet natuurbescherming beschermd kwetsbare en zeldzame flora en fauna. De wet geldt daar waar beschermde soorten voorkomen. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in Europees- en nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Afhankelijk van de beschermde status van een soort dient bij de aantasting van exemplaren of nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Belangrijk voor de toekenning hiervan is de status, maar ook of de duurzame instandhouding van de populatie wel of niet in het geding is. Indien geen verbodsbepalingen worden overtreden kan mogelijk worden volstaan met een mitigatieplan.

Europees beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn en vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn Voor deze soorten dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten, voortplantings- of rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode. Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, dwingende redenen van groot openbaar belang of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn Voor vogels dienen in het geval van ruimtelijke ontwikkeling mitigerende maatregelen opgesteld te worden die ervoor zorgen dat de functionaliteit van de nesten en rustplaatsen gegarandeerd wordt. Tevens kunnen werkzaamheden, onder voorwaarden, worden uitgevoerd volgens een goedgekeurde gedragscode.

Wanneer dit niet mogelijk is kan, indien de volgende belangen aan de orde zijn: bescherming van flora en fauna, veiligheid van het luchtverkeer of volksgezondheid of openbare veiligheid, een ontheffing aangevraagd worden. Nationaal beschermde dier- en plantensoorten Deze soorten betreffen in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij de Wet natuurbescherming.

Ecologische quickscan Fazantenlaan – Patrijzenlaan te Oostvoorne Projectcode:20190989

Bijlage

Vrijstelling Middels een vrijstellingsregeling kan in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling vrijstelling verleend worden voor nationaal beschermde dier- en plantensoorten. Derhalve hoeft voor deze soorten geen ontheffing te worden aangevraagd. Voor deze soorten blijft wel de algemene zorgplicht van kracht. Per provincie wordt een vrijstellingslijst opgesteld. Elke provincie kan ervoor kiezen om verschillende soorten vrij te stellen. Per project zal gekeken moeten worden welke dier- en plantensoorten in de betreffende provincie zijn vrijgesteld. Voor soorten die niet zijn vrijgesteld dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde gedragscode, of dient bij de aantasting van exemplaren nesten, voortplantings- of rustplaatsen van deze soort bij activiteiten die de verbodsbepalingen overtreden, een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. VERBODEN HANDELINGEN Naast de zorgplicht zijn een aantal verboden handelingen opgenomen. Deze worden hieronder weergegeven. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11906077/1