CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bestemmingsplan Patrijzenlaan PDF vastgesteld 21-09-2022 20190829

Commissie GG & Milieu 5 oktober 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Patrijzenlaan Oostvoorne27.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PATRIJZENLAAN bestemmingsplan 21 september 2022

1/2

2/2

DATUM KENMERK

21 september 2022 NL.IMRO.0614.patrijzen-0100

PROJECT PROJECTLEIDER

Patrijzenlaan ir. R.A. Sips

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Westvoorne 20190829

AUTEUR STATUS

M. van der Berg Vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

blz 2

061400.20190829

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Gemeentelijk beleid

19

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Vormvrije mer‐beoordeling

23

4.3

Bedrijven en milieuhinder

24

4.4

Ecologie

24

4.5

Externe veiligheid

29

4.6

Luchtkwaliteit

30

4.7

Bodem

32

4.8

Water

32

4.9

Kabels en leidingen

37

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

37

4.11

Mobiliteit

39

4.12

Wegverkeerslawaai en industrielawaai

43

4.13

Duurzaamheid

44

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

45

5.1

Bestemmingsplansystematiek

45

5.2

Planregels

45

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

47

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 3

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49

7.1

Overleg

49

7.2

Inspraak

49

7.3

Zienswijzen

49

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Aerius berekening gebruiksfase

Bijlage 2

Ecologische quickscan

Bijlage 3

Winterinspectie ecologie

Bijlage 4

Onderzoek naar vleermuizen en huismus

Bijlage 5

Notitie ecologie

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Inrichtingstekening Patrijzenlaan

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek weg en industrie

Bijlage 10

Notitie geluid t.a.v. bestaande woningen

Bijlage 11

M.e.r.‐beoordelingsnotitie

Bijlage 12

Nota inspraakreacties

Bijlage 13

Overlegreacties

Bijlage 14

Nota zienswijzen

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

061400.20190829

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

69

Artikel 1

Begrippen

69

Artikel 2

Wijze van meten

73

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

75

Artikel 3

Groen

75

Artikel 4

Tuin

76

Artikel 5

Verkeer

77

Artikel 6

Wonen

78

Hoofdstuk 3

Algemene regels

81

Artikel 7

Anti‐dubbeltelregel

81

Artikel 8

Algemene bouwregels

82

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

83

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

84

Artikel 11

Overige regels

85

Hoofdstuk 4

Overgangs‐ en slotregels

87

Artikel 12

Overgangsrecht

87

Artikel 13

Slotregel

88

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

TOELICHTING

061400.20190829

Hoofdstuk 1

1.1

blz 7

Inleiding

Aanleiding en doel

Aan de Patrijzenlaan te Oostvoorne bevindt zich een plangebied waar woningbouw wordt beoogd. In de huidige situatie bevinden zich 26 sociale huurwoningen die niet meer voldoen aan de huidige standaarden. Deze woningen worden gesloopt en hier komen 42 eigentijdse sociale huurwoningen voor terug.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is centraal gelegen binnen Oostvoorne. De Stationsweg is ten noorden gelegen van het plangebied. Dit is de winkelstraat van Oostvoorne. Ten westen van het plangebied ligt een locatie van zorginstelling Catherina Stichting. Het plangebied is verder aan de noord‐ en zuidzijde begrensd door woningbouw. Aan de oostzijde ligt een groenstrook. Daarnaast wordt het plangebied ontsloten door de Patrijzenlaan. Het dorpsgebied is gesitueerd op de overgang van de duinen naar het polderlandschap, de zogenaamde Heveringse gronden. Dit zijn de oude duinen, die vanwege hun geringe hoogte met dijken zijn versterkt. Tegen deze dijken heeft sinds de 18e eeuw opstuiving van nieuwe duinen plaatsgevonden. De kern Oostvoorne is door deze duinvorming steeds verder van zee af komen te liggen. Deze ontwikkeling is in een stroomversnelling geraakt door de afsluiting van het Brielse Gat. Hierdoor zijn het Oostvoornse en Brielse Meer ontstaan en is aan de westzijde van Voorne een zeer breed strand gevormd. De industriële bebouwing van de Maasvlakte – gelegen aan de overzijde van het Oostvoornse Meer – is in de kuststrook dominant aanwezig

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

061400.20190829

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied binnen Oostvoorne.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan 'Dorpsgebied Oostvoorne', vastgesteld 25 juni 2013. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen, 'Wonen', 'Tuin', 'Groen' en 'Verkeer' (figuur 1.2). In het bestemmingsplan wordt een onderscheid gemaakt tussen diverse woningtypen. In het vigerende plan is ter plaatse van de bestemming Wonen een bouwaanduiding 'aaneengebouwd' opgenomen. Uitgangspunt voor de bouwhoogte van grondgebonden woningen is een zoveel mogelijk uniforme maximale bouwhoogte van 10 m. De voortuinen zijn bestemd als Tuin bij de woningen. De bestemming Groen is gegeven aan groenelementen. Het gaat dan om gronden die in gebruik zijn als plantsoenen, bermen, speelvoorzieningen, parken en voet‐ en fietspaden. De wegen en straten binnen het plangebied zijn bestemd tot Verkeer. Over het gehele plangebied ligt een functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde ‐ 3'. Hier geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor alle bouw‐ en graafwerkzaamheden (inclusief heien) met een oppervlakte groter dan 200 m² en die tevens dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld. Ook ligt ter plaatse een gebiedsaanduiding 'geluidzone ‐ industrie, omdat het plangebied gelegen is binnen de geluidszone van industrieterrein Europoort‐Maasvlakte.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 9

Daarnaast geldt momenteel voor het plangebied de 'Parapluherziening erfafscheiding, BenB, gastenverblijf en parkeren'. Deze parapluherziening voorziet in nieuwe regelingen voor:  het bouwen van nieuwe erfafscheidingen bij woningen;  het gebruik van bijgebouwen bij woningen ten behoeve van gastenverblijf en bed & breakfast;  de formulering van een parkeerregeling.

Figuur 1.2 Vigerend bestemmingsplan en beoogd plangebied.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd:     

Hoofdstuk 2 brengt het beleidskader in beeld. Het ruimtelijk beleid op het niveau van Rijk, provincie en gemeente komt hier aan bod. Hoofdstuk 3 beschrijft het plangebied en gaat verder in op de nieuwe ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan het kader biedt. In hoofdstuk 4 wordt stilgestaan bij de diverse sectorale aspecten en de wijze waarop het plan op een goede ruimtelijke manier met deze aspecten omgaat. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de juridische opzet van het plan en de mogelijkheden die daarin worden geboden. Hoofdstuk 6 en 7 tonen tot slot aan op welke wijze het plan in economische en maatschappelijke zin uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

Rho Adviseurs B.V.

061400.20190829

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

Hoofdstuk 2

2.1

blz 11

Planbeschrijving

Huidige situatie

Aan de Patrijzenlaan stonden 26 ouderen‐ woningen, in eigendom van het gemeentelijk Woonbedrijf, welke inmiddels gesloopt zijn. De woningen waren in het plangebied verdeeld in vier rijen en bestonden uit één laag met kap. De verkaveling volgde grotendeels het stratenpatroon, met ruimte voor groen tussen de rijen in. De woningen hadden een kap waarvan de nok parallel op de interne wegen van het plangebied gelegen was. Autoverkeer ontsloot in zuidelijke richting over de Patrijzenlaan. In noordelijke richting is de Patrijzenlaan namelijk afgesloten voor autoverkeer. Langzaam verkeer kon zich wel in noordelijke richting ontsluiten.

Figuur 3.1 Plangebied

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

2.2

061400.20190829

Toekomstige situatie

De 26 ouderenwoningen van het Woonbedrijf Westvoorne die zich binnen het plandeel aan de Patrijzenlaan bevonden, zijn inmiddels gesloopt. De woningen waren klein en voldeden niet meer aan de hedendaagse eisen voor ouderenwoningen. De woningen worden vervangen door 42 nieuwe woningen voor de sociale huur. Op vier plekken in het plan worden ook bovenwoningen mogelijk gemaakt. De invulling van het gebied blijft ongeveer gelijk aan de huidige opzet met insteekstraten vanaf de Patrijzenlaan. Aan deze insteekstraten wordt parkeergelegenheid geboden.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

Hoofdstuk 3

blz 13

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het relevante ruimtelijke beleidskader beschreven. Achtereenvolgens komt het rijksbeleid, het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid aan bod.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

 dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

061400.20190829

Voor dit project relevante nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toetsing Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn geen nationale belangen in het geding. Het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied past binnen het rijksbeleid. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 sub 2) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten beschrijven waarom er behoefte is aan de ontwikkeling en als die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, motiveren waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing In het plangebied zijn momenteel 26 verouderde seniorenwoningen aanwezig.

Met de voorliggende ontwikkeling worden 42 sociale huurwoningen mogelijk gemaakt. In dit geval worden meer dan 11 woningen toegevoegd ten opzichte van de geldende planologische regeling. Voor wonen is daarom sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het bovenstaande is hierna de woningbehoefte beschreven.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 15

De behoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR) en de regionale woningmarktafspraken (januari 2019). De WBR2019 gaat uit van een woningbehoefte van 910 woningen. In regionaal verband is mede gelet op de regionale druk op de woningmarkt afgesproken dat Westvoorne zich inzet om 710 woningen toe te voegen ten opzichte van 2017. Ook is afgesproken dat er een betere regionale balans moet komen door toename van het aantal sociale huurwoningen in Westvoorne.

Figuur 2.1 Gewenste woningvoorraadtoename Regio Rotterdam obv trendraming 2019 Met het toevoegen van 42 sociale huurwoningen verbetert de regionale balans voor betaalbare woningen. Nadere motivering behoefte en regionale afstemming Op 30 januari 2019 zijn nieuwe woningmarktafspraken gemaakt in de regio Rotterdam (Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018‐2030). Deze zijn ondertekend door alle veertien gemeenten, corporaties uit de regio én de provincie Zuid‐Holland. Onderdeel van deze woningmarktafspraken is het woningbouwprogramma van de regio Rotterdam, dat is opgebouwd uit het voorgelegde woningbouwprogramma van alle veertien gemeenten. Het sociale woningbouwprogramma had bij alle ondertekende partijen nadrukkelijk de aandacht. Er moesten voldoende sociale woningen zijn, maar er wordt ook gestreefd naar een evenwichtiger verspreide sociale woningvoorraad over de regio Rotterdam. Voor de behoefte aan sociale huurwoningen zijn in het kader van de regionale afspraken twee scenario's opgesteld: een Referentiescenario, waarbij berekend is hoeveel sociale woningen een gemeente moet hebben om aan de lokale behoefte aan sociale woningen te voldoen, en een Meer Evenwicht scenario, waarbij berekend is hoeveel sociale woningen een gemeente kan realiseren om maximaal bij te dragen aan de regionale spreidingsopgave.

Meer Evenwicht scenario is een stap dichter bij de regionale doelstelling en de gemeente Westvoorne heeft met zijn woningbouwprogramma een goede stap gemaakt richting het Meer Evenwicht Scenario. Deze is ook positief beoordeeld door de provincie Zuid‐Holland bij de aanvaarding van het regionale bod (Brief aan SvWrR, maart 2019 met beoordeling proces passend aanbod sociale voorraad Rotterdamse Regio. Bovendien is de woningbehoefte groter gebleken dan op basis van de WBR 2016 werd verwacht. Het intensiever benutten van bestaand stedelijk gebied voor woningbouw en het toevoegen van 42 woningen voorziet dus in een behoefte.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

061400.20190829

Figuur 2.2 Kwantitatieve woningmarktafspraken

Figuur 2.3 Afspraken sociale woningvoorraad

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 17

Woonvisie Voorne‐Putten 2016‐2020 De provincie Zuid – Holland stelt een regionale woonvisie als voorwaarde voor het toetsen van het woningbouwbeleid en nieuwe woningbouwontwikkelingen. In aanvulling op de woningmarktafspraken, die hoofdzakelijk kwantitatief van aard zijn, wordt in de woonvisie Voorne‐Putten ingespeeld op de bestaande en gewenste kwaliteiten van het woningaanbod, als ook de te verwachten bevolkingstransitie, zodat het toekomstig aanbod aan woningen zo veel mogelijk aansluit bij de huidige en toekomstige vraag van de inwoners van de regio. In de Woonvisie Voorne‐Putten 2016 – 2020 wordt verwacht dat een 'mismatch' zal ontstaan tussen de woonwensen en woonbehoeften enerzijds en de woningvoorraad anderzijds. Herstructurering van de woningvoorraad wordt dan ook gezien als instrument, waarmee woningen en woonmilieu ingrijpend gewijzigd en verbeterd kunnen worden. Nieuwbouw mag nog enkel ingezet worden om specifieke tekorten in de voorraad aan te vullen. Naast herstructurering wordt het van belang geacht om de bestaande voorraad levensloopgeschikter en duurzamer te maken. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de doorstroming en dient de betaalbaarheid van de woningen jaarlijks gemonitord te worden. Toetsing Het woningbouwprogramma geeft invulling aan de woningbehoefte.

Met name het herontwikkelen en vergroten van het sociale woningbouwprogramma geeft invulling aan de realisatie van meer betaalbare (huur)woningen. De ontwikkeling geeft dan ook invulling aan het gestelde in de Woonvisie.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie provincie Zuid‐Holland (geconsolideerde versie 2020)

Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouw‐ corporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads‐ en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid‐Holland in 2035 CO2‐neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon‐ en leefomgeving in Zuid‐Holland. Daarnaast zijn nieuwe woningen energieneutraal of leveren zelfs energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (extreme regenval, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. Toetsing Het plan voorziet in woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt de kern Oostvoorne versterkt. De nieuwe woningen zijn bedoeld voor de (sociale) huursector.

De woningen zullen gasloos en energieneutraal uitgevoerd worden. Verder gaat de omgevingsvisie ook in op nieuwbouw nabij hoogwaardig openbaar vervoer. Op de Voorweg (circa 450 meter van het plangebied) halteren bussen van de lijn 403 welke via Rockanje rijdt tussen Hellevoetsluis en Spijkenisse. Op deze wijze sluit de beoogde ontwikkeling aan op de omgevingsvisie van de provincie Zuid‐Holland.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

061400.20190829

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid‐Holland (geconsolideerde versie 2020) De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen.

Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing De ontwikkeling is in paragraaf 3.1.2 getoetst aan de ladder en ligt binnen bestaand stads‐ en dorpsgebied. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: 1. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 2. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; 3. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 19

Toetsing Op de bij de Omgevingsvisie horende kwaliteitskaart van de provincie Zuid‐Holland, is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen' (op de kaart laag van de stedelijke occupatie). Relevante richtpunten:  Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp.  Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen‐ en waterstructuur. De ontwikkeling draagt bij aan een versterking van de kern Oostvoorne. Met de architectuur wordt aansluiting gezocht met de omgeving, zodat de gebieden logisch in elkaar overlopen. Verder wordt ruimte gehouden voor groen en water, zodat de kwaliteiten die het gebied in de huidige situatie heeft, meegenomen worden in het beoogde plan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Westvoorne 2030 In deze visie worden de verschillende belangen vanuit landschap, de kernen, recreatie en toerisme, de agrarische sector en de gemeenschap samengesmolten tot een integrale ontwikkelingsrichting voor de periode tot 2030. Voor woningbouw is het volgende in de Omgevingsvisie Westvoorne opgenomen: 

Een evenwichtige bevolkingsopbouw is van groot belang. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw zijn vooral een middel om dit te bereiken (en geen doel op zichzelf). De gemeente streeft naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds‐, huishoudens‐ en inkomensgroepen. De gemeente vindt het belangrijk dat de inwoners, maar ook mensen van buiten kunnen kiezen uit verschillende aantrekkelijke woonmilieus. Speerpunten daarbij zijn de huisvestingsmogelijkheden voor jongeren en het verder versterken van het wonen in een aantrekkelijke, groene omgeving. De bijzondere kwaliteiten die het wonen in de gemeente Westvoorne aangenaam maken, willen ze hierbij benutten. Een hoge ruimtelijke kwaliteit in bestaand en nieuw bebouwd gebied is daarbij van groot belang.

De gemeente streeft naar een voldoende aanbod van kwalitatief goede en betaalbare woningen, zowel in de huur‐ als in de koopsector. Flexibiliteit is het sleutelwoord. Woningbouw wordt steeds gerealiseerd op basis van een actuele woonvisie, die input is voor de regionale woonvisie Voorne‐Putten.

De gemeente gaat verdere stappen nemen in de richting van een verantwoord en toekomstbestending beheer van het gemeentelijk Woonbedrijf. Dat houdt in het bijzonder in dat het Woonbedrijf zich ontwikkelt tot een zelfstandig functionerend bedrijf binnen de gemeentelijke organisatie. Voor het Woonbedrijf wordt een strategisch voorraadbeleid opgesteld en geformaliseerd. Door verbetering van de energetische kwaliteit en het planmatig energieneutraal renoveren van complexen wordt een aantrekkelijk woningbestand nagestreefd waarmee Westvoorne onderscheidend is ten opzichte van het aanbod van huurwoningen in de regio.

Bij nieuwbouw gaat de gemeente uit van duurzame, zo mogelijk energie‐ of klimaatneutrale bebouwing. Op het gebied van energievoorziening en isolatie zijn de bouwkundige ontwikkelingen inmiddels zo ver gevorderd dat energieneutrale woningen voor een marktconforme prijs zijn te realiseren. Zowel in het gemeentelijke bouwprogramma als in de gebiedsontwikkelingen van particuliere initiatiefnemers gaan ze daarom uit van energieneutraliteit in woningbouw.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 20

061400.20190829

Toetsing Het streven is binnen het programma verschillende woningtypen voor de (sociale) huursector te realiseren. Met het programma en de architectuur is aansluiting gezocht met de directe omgeving van het plangebied. De woningen worden gasloos en energieneutraal uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling past goed binnen de Omgevingsvisie Westvoorne.

3.3.2 Woonvisie Westvoorne 2015 ‐ 2030 Het doel van de woonvisie is een antwoord te geven op de vraag voor welke doelgroepen de gemeente welke ingrepen in de gemeentelijke woningvoorraad het beste kan doen. Het gaat over het wonen voor en door inwoners van Westvoorne. Daarnaast gaat het over de mate waarin de bouwkundige kwaliteit, de prijs, de omvang en het woonmilieu passen bij de vraag van de bevolking. De woonvisie begint met een omgevingsanalyse. Deze levert op hoofdlijnen de volgende constateringen op: Westvoorne ligt in de directe nabijheid van één van de economische motoren van Nederland. De economische vooruitzichten, zowel in Westvoorne als op Voorne‐Putten en in het havenindustrieel complex, zijn voldoende positief om te kunnen spreken van een blijvende bron van werkgelegenheid. Tegelijkertijd wordt de gemeente gekenmerkt door een demografische transitie: in de komende 15 jaar is er sprake van een afname van het aandeel jongeren, een sterke toename van het aandeel ouderen en een afname van de groep daartussen, de potentiële beroepsbevolking. Deze ontwikkelingen leiden tot een simultane afname van het aantal inwoners en een stijging van het aantal huishoudens, wat resulteert in een huishoudensverdunning. De waardering van het wonen in Westvoorne is goed, maar niet zonder uitdagingen.

Vraagstukken op de Westvoornse woningmarkt betreffen vooral de mogelijkheden van het zelfstandig wonen door ouderen en de koop‐ en huurmogelijkheden voor jongeren. Daarnaast liggen er opgaven in het verbeteren en versterken van de karakteristieke woonmilieus. Om de ontwikkelingen in gewenste banen te leiden en de uitdagingen aan te gaan, zijn in de visie vier ambities geformuleerd, die beantwoorden aan de actualiteit en de meest pregnante verwachtingen:  Wonen met zorg: voorbereiden van de woningvoorraad op vergrijzing en extramuralisering.  Betaalbaar wonen: verantwoordelijkheid nemen voor alle inkomensgroepen. Daarbinnen hebben met name jongeren en starters ondersteuning nodig.  Duurzaam wonen: energieprestatie van de woningvoorraad verbeteren en levensloopbestendigheid van nieuwe en bestaande voorraad bevorderen.  Buiten wonen: de karakteristiek van de gemeente versterken, zowel de dorpskernen als het buitengebied. Het faciliteren van bedrijfsbeëindigingen heeft daarin een belangrijke plek om ruimtelijke kwaliteit te verbeteren conform de provinciale regels. Toetsing Met de nieuwe woningen wordt de kern Oostvoorne versterkt. Het streven is binnen het programma verschillende woningtypen te realiseren. De nieuwe woningen zijn bedoeld voor de (sociale) huursector. De woningen worden gasloos en energieneutraal uitgevoerd.

De beoogde ontwikkeling past binnen het gestelde in de Woonvisie Westvoorne.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 21

3.3.3 Toekomstvisie (2009) In de Toekomstvisie heeft de gemeente een duidelijke richting voor de toekomst bepaald. Het belangrijkste uitgangspunt is de verbetering van het voorzieningenniveau in de gemeente. Hiervoor is een groei van het inwoneraantal nodig. Westvoorne maakt hiervoor gebruik van de kansen die de Mainport en het toerisme bieden. Er wordt bewust gekozen voor een beheerste groei, zowel voor het aantal inwoners, de voorzieningen als voor de economische activiteiten. Harde randvoorwaarden zijn onder meer:  het authentieke dorpse karakter van de verschillende kernen blijft gehandhaafd;  het toegankelijke groene karakter van de gemeente blijft bestaan en wordt versterkt, zowel als open buitengebied, als in de woonkernen;  Westvoorne blijft, met zijn unieke natuur, de groene buffer tegen het havengebied;  de groei zal moeten bijdragen aan een evenwichtige bevolkingsopbouw;  de meer dan landelijk gemiddelde vergrijzing wordt tegengegaan. Toetsing De ontwikkeling past binnen het uitgangspunt van de gemeente voor het behoud van het groene karakter van de gemeente en het dorpse karakter van Oostvoorne door in het ontwerp ruimte te bieden aan groen en water.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 22

Rho Adviseurs B.V.

061400.20190829

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

Hoofdstuk 4

4.1

blz 23

Sectorale aspecten

Inleiding

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is naar verschillende ruimtelijk relevante (onderzoeks)aspecten gekeken. Omdat bij het opstarten van de diverse onderzoeken het definitieve aantal woningen nog niet bekend was, zijn diverse onderzoeken zekerheidshalve met een groter programma doorgerekend. Om deze reden is in de onderzoeken rekening gehouden met 45 woningen. In voorliggend hoofdstuk worden de resultaten hiervan beschreven.

4.2

Vormvrije mer‐beoordeling

Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.‐beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.‐beoordeling.  Door het bevoegd gezag moet een m.e.r‐beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.  Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.‐beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen.

Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer‐beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2);  de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer;  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat;  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

061400.20190829

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 42 woningen waarmee de drempelwaarden niet worden overschreden. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierom is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 11.

4.3

Bedrijven en milieuhinder

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om bij ontwikkelingen de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, kan gebruik worden gemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. Toetsing en conclusie De directe omgeving van het plangebied bestaat uit alleen woningbouw. De beoogde ontwikkeling bestaat ook uit enkel woningbouw. Derhalve is geen toetsing noodzakelijk aan de richtafstanden uit de VNG‐brochure. Het aspect 'bedrijven en milieuhinder' staat de realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.4

Ecologie

Beleid en normstelling Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura 2000‐gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 25

Natura 2000‐gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Wet Stikstofreductie en natuurverbetering Het doel van de wet stikstofreductie en natuurverbetering is om de stikstofuitstoot te verlagen en de natuur te verbeteren. Het wetsvoorstel bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw‐, aanleg‐ en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Deze vrijstelling maakt vergunningverlening voor de aanleg/bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond‐, weg‐ en waterbouw makkelijker. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura‐2000 gebieden (bijvoorbeeld verstoring). De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Deze wet is op 1 juli 2021 in werking getreden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten.

De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.

De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

061400.20190829

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid‐Holland In de provincie Zuid‐Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening.

Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied is op circa 330 meter gelegen van het Natura 2000‐gebied Voornes Duin. Dit is tevens ook het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied ligt dus buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Door de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 geldt er voor de aanlegfase een vrijstelling voor de bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie. Onder de vrijstelling valt onder andere het bouwen en slopen van een bouwwerk en de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Dit zijn ook de bronnen waar emissies te verwachten te zijn in de realisatiefase van de beoogde ontwikkeling. Omdat voor deze werkzaamheden een vrijstelling geldt, is een berekening voor de realisatiefase niet nodig.

Om stikstofdepositie binnen Natura 2000‐gebieden door emissies van de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling uit te sluiten is een berekening uitgevoerd voor de stikstofemissie van de gebruiksfase, waarin deze vergeleken wordt met de emissie in de huidige situatie. Deze berekening is opgenomen in bijlage 1. In de huidige situatie is sprake van 26 gasgestookte woningen. Daarnaast is de huidige verkeersgeneratie 55 mvt/etmaal. Tabel 4.1 Emissies bestaande woningen Soort woning NOx in kg/jaar 8x hoekwoning 2,42 18x tussenwoning 2,00

NH3 in kg/jaar 0,47 0.47

Totaal:

12,22

55,36

Omdat de nieuwe woningen geen gasaansluiting krijgen, is geen sprake van directe emissies vanuit de woningen. In de verkeersparagraaf is berekend dat sprake zal zijn van een verkeersgeneratie van 235 mvt/etmaal voor een gemiddelde weekdag. Uitgangspunt is dat verkeerseffecten worden meegenomen tot deze opgaan in het heersende

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 27

verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de berekening is uitgegaan van een in gebruik name van de woningen in 2022. In de toekomstige situatie wordt geen effect of juist een afname berekend op het stikstofgevoelige Natura 2000‐gebied Voornes Duin. De berekening concludeert dat er voor de gebruiksfase geen sprake is van een depositiebijdrage binnen Natura 2000‐gebieden. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis hiervan valt te concluderen dat het plan niet leidt tot significante negatieve effecten. Daarom is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist.

Figuur 4.1 Beschermde gebieden en globaal plangebied (blauw omlijnd). Soortenbescherming Op 8 augustus 2019 heeft een veldonderzoek plaatsgevonden in het kader van een ecologische quickscan, zie ook bijlage 2. Dit onderzoek omvatte een groter gebied dan het plangebied, zie hiervoor ook het rood omlijnde gebied in figuur 4.1. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. 

Voorafgaand aan de herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan‐ of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en essentieel leefgebied van de huismus aan te tonen. Voorafgaand aan de geplande herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan‐ of afwezigheid van nesten van de gierzwaluw aan te tonen. Voorafgaand aan de kapwerkzaamheden dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan‐ of afwezigheid van nesten, rustplaatsen en essentieel leefgebied van de boomvalk, buizerd, sperwer, ransuil en havik aan te tonen. Voorafgaand aan de geplande herontwikkeling van het projectgebied dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan‐ of afwezigheid van voortplantings‐ en rustplaatsen en essentiële vliegroutes van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger, gewone grootoorveermuis, rosse vleermuis en baardvleermuis aan te tonen.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

061400.20190829

Voorafgaand aan de kapwerkzaamheden dient een soortgericht onderzoek te worden uitgevoerd om de aan‐ of afwezigheid van voortplantings‐ en rustplaatsen en essentieel leefgebied van de eekhoorn aan te tonen.

Daarnaast wordt geadviseerd:  In de periode van 1 maart tot en met augustus dienen grondhopen met steile hellingen (zoals voorbelasting) in het projectgebied (of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden) voorkomen te worden, zodat oeverzwaluwen hier niet in gaan broeden. Steile wanden dienen te worden afgevlakt of afgedekt met bijvoorbeeld wegendoek.  Kolonisatie door de rugstreeppad te voorkomen door geen geschikt habitat op het terrein te laten ontstaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.  De werkzaamheden in eerste instantie uit te voeren buiten het broedseizoen. Met name het kappen van bomen en verwijderen van ander groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd.  Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Op 12 maart 2020 heeft een winterinspectie plaatsgevonden in het plangebied en naastgelegen percelen, zie bijlage 3.

Doel van de winterinspectie is het bepalen van de (mogelijke) aanwezigheid of afwezigheid van jaarrond beschermde nesten (nesten van vogels uit categorie 1 t/m 5 van de Wet natuurbescherming), nesten van eekhoorn en boomholten die geschikt zijn als rust‐ of voortplantingsplaats voor vleermuizen. Uit de ecologische quickscan, aangevuld met de resultaten van onderhavige winterinspectie, blijkt dat:  nesten en essentieel leefgebied van de eekhoorn in onderhavig onderzoeksgebied kunnen worden uitgesloten;  jaarrond beschermde nesten van ransuil en sperwer binnen het onderzoeksgebied worden verwacht in zowel de groenstrook direct ten oosten van de te slopen bebouwing aan de Patrijzenlaan, als in de boomsingels binnen de oude agrarische gronden;  nesten van andere roofvogels en uilen (die in de ecologische quickscan nog niet werden uitgesloten) worden niet binnen projectgebied verwacht;  verschillende typen rust‐ en voortplantingsplaatsen van boombewonende vleermuizen (zie tabel 2) worden verwacht in zowel de directe omgeving van de te slopen bebouwing aan de Patrijzenlaan, als in de boomsingels binnen de oude agrarische gronden. Deze winterinspectie is uitgevoerd voor de ontwikkeling van zowel dit plan (Patrijzenlaan) als van het naastgelegen plan aan de Fazantenlaan. De conclusies zijn daarom breder geformuleerd dan enkel voor de Patrijzenlaan.

Naar aanleiding van deze winterinspectie bleek er aanleiding tot nader soortenonderzoek. Voor de groenstrook tussen het plan Patrijzenlaan en het plan Fazantenlaan in, heeft de initiatiefnemer van het plan Fazantenlaan verder onderzoek laten uitvoeren. Deze groenstrook wordt immers niet aangetast door het plan Patrijzenlaan. Dit onderzoek in het kader van het plan Fazantenlaan heeft uiteindelijk geleid tot een ontheffingsaanvraag van de Wet natuurbescherming die momenteel in behandeling is bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Gelet op de uitgevoerde onderzoeken in het kader van dat bestemmingsplan (Fazantenlaan), de conclusies daarvan en de voorbereiding van de benodigde ontheffingsaanvraag in overleg met de ODH, is de verwachting reëel dat deze ontheffing verkregen zal worden. Door het betreffende onderzoeksbureau is nadien eveneens een notitie geschreven waarin op basis van de betreffende onderzoeken conclusies zijn getrokken over de strook groen langs de achterzijde van het

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 29

meest zuidelijke bouwblok uit het plan Patrijzenlaan. Dit betreft immers de enige strook waar het plan Patrijzenlaan ten koste gaat van bestaand groen. Deze notitie is opgenomen als bijlage 5. Hieruit blijkt dat indien de werkzaamheden worden uitgevoerd zoals staat omschreven in de notitie de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden en de geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Om tussentijds tot sloop van de woningen over te kunnen, is hiervoor afzonderlijk onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat er in het complex geen verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van huismussen aanwezig zijn. Er worden geen verblijfplaatsen vernield of verstoord. Er is geen zodoende geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de ontwikkeling aan de Patrijzenlaan. Inmiddels zijn de woningen gesloopt. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid

Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Onderzoek en conclusie Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen. Daarnaast vindt er in de directe omgeving geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, per spoor, over het water of door buisleidingen.

Op circa 1 kilometer van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Op circa 1,2 kilometer van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleidingen plaats. Het plangebied is niet gelegen binnen de PR 10‐6‐contour of het invloedsgebied van het groepsrisico van de weg en de buisleidingen. Beide risicobronnen hebben geen externe werking op het plangebied.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

061400.20190829

Figuur 4.2 Uitsnede risicokaart en plangebied (rood omlijnd).

4.6

Luchtkwaliteit

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk project uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het beleid en normstelling voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.5 weergegeven. Tabel 4.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van stikstofdioxide jaargemiddelde concentratie (NO2) fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24‐uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

061400.20190829

blz 31

Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 ( = 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m² bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk project uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 42 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden.

Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL‐monitoringstool 2018 (http://www.nsl‐monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs het plangebied ruimschoots onder de grenswaarden liggen, zie figuur 4.3. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt.

Figuur 4.3 Concentraties luchtkwaliteit op twee rekenpunten rondom het plangebied. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

bestemmingsplan Patrijzenlaan Status: vastgesteld /

Rho Adviseurs B.V.

blz 32

4.7

061400.20190829

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek Voor een groter gebied, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt, is in oktober 2019 t/m januari 2020 een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) uitgevoerd Vooronderzoek en hypothese Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de onderzoekslocatie bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Daarom is de locatie als "onverdacht" aangemerkt ten aanzien van bodemverontreiniging. De locatie is als niet‐asbestverdacht aangemerkt. Verkennend bodemonderzoek Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bovengrond bestaat uit siltig zand.

De ondergrond bestaat tot de geboorde einddiepte grotendeels uit siltig zand en vanaf 1,50 à 1,80 m‐mv uit kleiig veen. De grondwaterstand is waargenomen op een variërende diepte van 0,10 à 0,38 m‐mv. Bij zintuiglijk onderzoek zijn geen afwijkingen waargenomen aan het opgeboorde bodemmateriaal. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde bodemmateriaal. Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat plaatselijk in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan kwik en PAK zijn gemeten. Voor het overige zijn in de boven‐ en ondergrond geen gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten voor de geanalyseerde parameters. In het grondwater zijn plaatselijk (marginaal) verhoogde gehalten aan naftaleen gemeten. Voor het overige zijn geen verhoogde gehalten gemeten in het grondwater. Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese "onverdacht" voor bodemverontreiniging wordt bevestigd. De locatie wordt geschikt geacht voor de beoogde bestemming (wonen). Het aspect Bodem vormt geen belemmering voor de planrealisatie.

4.8

Water

Beleid en normstelling Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11906077/1