06 Voorontwerp Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma bijlage 1
Tekst van het document
De totale stikstofdeken en die uit de bouw wordt substantieel gereduceerd door een robuust structureel pakket aan bronmaatregelen en door de autonome daling van emissies uit de bouwsector als gevolg van reeds vastgesteld beleid."27 De toelichting op de Wsn en het Bsn laat zien dat de wetgever reeds heeft beoordeeld dat het toelaten van tijdelijke emissies van activiteiten van de bouwsector met een partiële vrijstelling het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg kan staan. Hoewel dus door de bouw- en aanlegactiviteiten van IJmuiden Ver Gamma een tijdelijke emissie en lage stikstofdepositie optreedt op de betrokken Natura 2000gebieden, zorgt (onder andere) het robuust structureel pakket aan maatregelen ervoor dat deze tijdelijke en geringe effecten het behoud en behalen van instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen.
27 Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering), Staatsblad 2021, 287. Pagina 58 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Overigens zijn de stikstofemissies en optredende deposities ten gevolge van de bouw- en aanlegactiviteiten van IJmuiden Ver Gamma ook beoordeeld in de ecologische beoordeling stikstof, als bijlage A bij de Passende Beoordeling (Bijlage VII-A), waarin ingegaan is op onder andere de werking van stikstof in ecosystemen, de omvang van de depositie in relatie tot de benutting door de vegetatie, de verhouding van de depositie in relatie tot de jaarlijkse kringloop, beheer en de achtergronddeposities. Beoordeeld is of de kleine tijdelijke toename van de stikstofbelasting als gevolg van het project ertoe kan leiden dat het instandhoudingsdoel voor habitattypen en leefgebieden in gevaar komt of dat het behalen ervan in geval de kwaliteit en/of omvang niet voldoet aan het instandhoudingsdoel, wordt belemmerd. Geconcludeerd wordt dat een significant negatief effect is uitgesloten op grond van het gegeven dat de depositie tijdelijk is én zodanig klein is dat deze ecologisch geen effect sorteert, wat blijkt uit zowel specifieke habitattypen- en leefgebiedenbeoordelingen als uit een algemene beschouwing van stikstofdeposities op vegetaties. Daarbij geldt dat deze projectdepositie ruim binnen de natuurlijke variatie, de onzekerheden van de kritische depositiewaarden en achtergronddeposities en het verspreidingsmodel valt.
Tevens geldt dat de belasting optreedt in de situatie die al langdurig overbelast is en dat de projectbelasting ten opzichte van deze overbelaste situatie of de kritische depositiewaarde zodanig klein én tijdelijk is dat deze belasting met zekerheid niet tot een significant negatief effect leidt. Tot slot zijn er, afhankelijk van de kenmerken van het habitattype / leefgebied, andere factoren die eveneens bijdragen aan de conclusie dat significant negatieve effecten met zekerheid zijn uit te sluiten. Cumulatie De aanleg van Net op zee IJmuiden Ver Beta en Gamma op land zal gelijktijdig plaatsvinden. Hierbij zouden mogelijk cumulerende (versterkende) effecten kunnen ontstaan voor stikstof doordat er overlap in werkzaamheden van Netten op zee IJmuiden Ver Gamma en Beta plaatsvindt. Deze effecten zijn tijdelijk van aard. Er is gebleken dat voor de werkzaamheden van Net op zee IJmuiden Ver Gamma op land verder geen andere projecten in het gebied zijn vergund die mogelijk cumulerende (versterkende) werking van effecten als gevolg kunnen hebben. Voor natuur op land is er dus geen sprake van cumulatie van effecten met andere projecten. Converterstation De locatie voor het converterstation ligt buiten de begrenzing van Natura 2000gebieden. Directe negatieve effecten zijn daardoor op voorhand uitgesloten.
Het Natura 2000-gebied Voordelta ligt op minimaal 2.500 meter afstand van de bouwlocatie. Door de ligging van het converterstation op het industrieterrein en achter de zeekering zijn verstorende effecten op Natura 2000-waarden niet aan de orde (geluid, licht en optische verstoring, verdroging), waardoor dit aspect niet relevant is. Ook is geen sprake van verdroging of andere vormen van raakvlak met Natura 2000-gebieden. De enige factor die relevant is, zijn de gevolgen van stikstofdepositie. Dit geldt niet alleen voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, maar ook voor gebieden op grotere afstand. De stikstofdepositie die gepaard gaat met de realisatie van het converterstation is niet apart berekend, maar maakt onderdeel uit van de berekening van de stikstofdepositie vanwege de hoogspanningsverbinding op zee en land. Pagina 59 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
5.2.3
Conclusie en planologische regeling Het uitvoeren van Net op zee IJmuiden Ver Gamma leidt niet tot significant negatieve effecten op vogelrichtlijnsoorten door vertroebeling, sedimentatie en verstoring door geluid, beweging en licht in Natura 2000-gebieden Bruine Bank en Voordelta. In Natura 2000-gebied Voornes Duin zijn significant negatieve effecten door habitataantasting op vogelrichtlijnsoorten eveneens uitgesloten. Daarnaast is het uitgesloten dat aangewezen habitattypen en doelsoorten voor Natura 2000gebieden Voordelta en Voornes Duin significant negatieve effecten ondervinden als gevolg van sedimentatie, continu onderwatergeluid, verstoring door geluid, beweging en licht, habitataantasting en elektromagnetische velden. Met inachtneming van de voorgestelde mitigerende maatregelen zijn significant negatieve effecten als gevolg van impuls-onderwatergeluid in Natura 2000-gebied Voordelta ook uitgesloten. De stikstofdepositie leidt niet tot significante verslechtering van de kwaliteit van habitattypen in de betrokken Natura 2000-gebieden. Cumulatieve significante effecten met andere projecten en activiteiten zijn, met inachtneming van de mitigerende maatregelen, hooguit tijdelijk van aard. Deze mitigerende maatregelen worden geborgd in de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming.
De activiteiten kunnen daarom uitgevoerd worden in overeenstemming met de bepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor de onderdelen van Net op zee IJmuiden Ver Gamma die binnen het plangebied van onderhavig inpassingsplan vallen geldt dat de volgende mitigerende maatregelen worden toegepast en geborgd in de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming: Ter beperking van verstoring door bovenwatergeluid: • Bij werkzaamheden gedurende het werp- en zoogseizoen van de gewone en grijze zeehond op de Voordelta of op de tweede Maasvlakte wordt gebruik gemaakt van een professionele zeehondenwaarnemer. Aangezien zeehonden gebruik maken van de Hinderplaat om te zogen, mogen deze niet verstoord worden. De zeehondenwaarnemer legt indien werpende, zogende of jonge zeehonden aanwezig zijn binnen de verstoringsafstand, de werkzaamheden voor een of meerdere dagen stil, totdat de zeehonden weg zijn. Zodoende hoeven de werkzaamheden niet automatisch voor het hele zoogseizoen stilgelegd te worden. Bij het leggen van de kabel op zee moet de zeehondenwaarnemer aanwezig zijn op het schip om vanaf daar de werkzaamheden stil te leggen indien nodig. De zeehondenwaarnemer verifieert of er zeehonden aanwezig zijn binnen 1200 m vanaf het schip. De zeehondenwaarnemer maakt zelf een inschatting welk gereedschap hij/zij hiervoor nodig heeft.
De zeehondenwaarnemer moet tijdens de werkzaamheden op land, wanneer het kan, vanaf het strand de zeehonden waarnemen. Indien het zicht te laag is zal de zeehondenwaarnemer het werk ook stilleggen. Als onverhoopt de werkzaamheden hierdoor het gehele zoogseizoen geen doorgang kunnen vinden, worden deze na het zoogseizoen afgerond. De kans op complete stillegging van de werkzaamheden is klein aangezien de kans op zogende zeehonden bij hoogwater laag is. De werkzaamheden hoeven niet stilgelegd te worden als er een zeehond uit eigen beweging naast de boot komt zogen. • Tijdens werkzaamheden gedurende het ruiseizoen (juni t/m september) van de bergeend op de tweede Maasvlakte moet er gebruikt gemaakt worden van een professionele vogelwaarnemer. Aangezien bergeenden tijdens de rui gebruik maken van het water rondom de aanlanding van de kabel op land Pagina 60 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
mogen deze niet verstoord worden. De vogelwaarnemer kan indien ruiende bergeenden aanwezig zijn binnen de verstoringsafstand de werkzaamheden voor een of meerdere dagen stilleggen, totdat de bergeenden weg zijn. Zodoende hoeven de werkzaamheden niet voor het hele ruiseizoen stilgelegd te worden. Bij het leggen van de kabel op zee dient eveneens vogelwaarneming plaats te vinden om de werkzaamheden stil te leggen indien ruiende bergeenden aanwezig zijn binnen 1.500 m van de werkzaamheden. De vogelwaarnemer maakt zelf een inschatting welk gereedschap hiervoor geschikt is. De vogelwaarnemer moet tijdens de werkzaamheden op land, wanneer het kan, vanaf het strand de bergeenden waarnemen. Indien zicht te slecht is zal de vogelwaarnemer het werk ook stilleggen. Ter algehele borging dienen de volgende mitigerende maatregelen te worden genomen:
•
In het verlichtingsplan wordt opgenomen dat de verlichtingssterkte vanaf 150 meter van de verlichtingsbron onder de 0,1 lux blijft, dat verlichting naar binnen is gericht, en dat deze naar buiten toe wordt afgeschermd.
•
Het opnemen van de getroffen mitigerende maatregelen en nieuwe berekeningen in een ecologisch werkprotocol. Hierin komen alle mitigerende maatregelen, en uitwerkingen van gevoelige periodes voor beschermde soorten en de daaruit volgende restricties te staan.
Het inpassingsplan kan in overeenstemming met de vereisten van de natuurwetgeving worden uitgevoerd. De borging van de genoemde mitigerende maatregelen vindt plaats in de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Het inpassingsplan is derhalve op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.3
Soortenbescherming
5.3.1
Toetsingskader De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); • soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); • andere soorten (artikel 3.10). Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Belangrijke voorwaarde is dat er geen andere bevredigende oplossing voor het project mag zijn. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per soortencategorie verschillende aanvullende voorwaarden. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het toenmalige ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het Pagina 61 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. De provincie is in principe het bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid (op grond van artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, sub 6, van het Besluit natuurbescherming) blijft het Rijk bevoegd gezag. Dat is in het onderhavige project het geval. 5.3.2
Effecten In het MER en de Soortenbeschermingstoets (zie MER deel B, bijlage VII-B) zijn de effecten van het project – voor zover in dit inpassingsplan opgenomen - op beschermde soorten onderzocht. In het navolgende wordt per onderdeel van het project ingegaan op de effecten die optreden. In de natuuronderzoeken is uitgebreider ingegaan op de beoordeling van de effecten in het licht van de instandhoudingsdoelen / gunstige staat van instandhouding. Hoogspanningstracé op zee Habitataantasting Omdat niet kan worden uitgesloten dat het kabeltracé zich (deels) bevindt in geschikt gebied voor de zandkokerwormriffen is er sprake van aantasting van leefgebied en leiden de werkzaamheden mogelijk tot tijdelijke oppervlakteverkleining van de riffen. Eventuele aangetaste riffen hebben de mogelijkheid zich snel te herstellen. Gedeeltelijke aantasting kan binnen dagen tot weken hersteld zijn. Na aantasting (grotendeels) lege velden kunnen na 6 maanden weer als rif herkenbaar zijn. De doorontwikkeling tot een zo optimaal mogelijk functioneel rif inclusief biodiversiteit duurt langer (orde grootte enkele jaren). De zandkokerworm is niet aangewezen als beschermde soort in het kader van de Habitatrichtlijn, de Bern- en de Bonn-conventie.
Verstoring bovenwater Er geldt dat werkzaamheden voornamelijk worden uitgevoerd waar verstoring door reguliere scheepsvaart en/of recreatiemogelijkheden reeds aanwezig is. Ook zal er worden gewerkt aan de hand van een verlichtingsplan conform de hiervoor geldende richtlijnen. Verstoring van zogende zeehonden (bij de Hinderplaat) en groepen gevoelige vogels, zoals ruiende bergeenden, door bovenwatergeluid tijdens de aanlegfase van de hoogspanningsverbinding kan niet worden uitgesloten. Verstoring van zogende zeehonden kan leiden tot de dood van jongen, wat een mogelijk effect heeft op de staat van instandhouding. Ruiende bergeenden kunnen niet uitwijken voor eventuele verstoringen. Andere verstoorde vogels kunnen uitwijken naar ruim voldoende onverstoord areaal. In het open water van de Voordelta resulteren de werkzaamheden voor minder gevoelige vogels in tijdelijke verstoring van circa 1,5% van het beschikbare areaal. Voor soorten die gevoeliger zijn voor verstoring, zoals de roodkeelduiker en zwarte zee-eend (met verstoringscontouren van respectievelijk 1.500 en 1.600 meter) resulteren werkzaamheden in een tijdelijke verstoring van circa 5% van het totale areaal aan open water. Zowel minder gevoelige als gevoelige vogelsoorten hebben zodoende dus voldoende uitwijkmogelijkheden bij eventuele verstoring.
Dit leidt ertoe dat er geen sprake is van een significant effect op populatieniveau. Verstoring onderwater Continu onderwatergeluid kan tijdelijk optreden tijdens de werkzaamheden voor de 525kV-gelijkstroomkabels op zee en reikt tot maximaal 5 km. Het geluid verplaatst Pagina 62 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
zich met de schepen mee en zal dus niet in het hele areaal gelijktijdig optreden, waardoor er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. Er zal zowel door continu als impuls-onderwatergeluid geen ononderbroken geluidsbarrière aanwezig zijn die migratie van zeezoogdieren of trekvissen kan blokkeren. Permanente impact op trekvissen en zeezoogdieren is daarmee uitgesloten. Er is wel tijdelijk sprake van extra geluid en dus verstoring. Voor het uitvoeren van geofysische surveys geldt dat verstoring van een individu niet kan worden uitgesloten. Vertroebeling Bij tijdelijke troebelheid kan er sprake zijn van een tijdelijke vermindering van de dichtheid van bepaalde zichtjagende vissoorten. Voor deze soorten zal echter ruim voldoende onverstoord areaal beschikbaar zijn. De tijdelijke slibwolk reikt tot het kustgebied rondom Renesse, maar er zullen geen effecten van vertroebeling zijn op primaire productie en op zichtjagende nestgebonden broedvogels in de kustzone (< 10 km van de kust). Sedimentatie Er zijn geen directe effecten op Wnb beschermde soorten. Effecten van sedimentatie via de voedselketen zijn uitgesloten. Elektromagnetische velden Beschermde walvissen, dolfijnen, trekvissen en Rode lijstsoorten zoals haaien, roggen en overige vissoorten ondervinden in het ondiepere gebied nabij de kust geen barrièrewerking of andere effecten ten gevolge van het magnetische veld.
Hoogspanningstracé op land Het hoogspanningstracé en het converterstation liggen voornamelijk op braakliggend terrein met vegetaties van pionieromstandigheden. Dergelijke pioniervegetaties met open zand zijn geschikt voor verschillende beschermde flora en fauna. Zo zijn hier het glad biggenkruid, de rugstreeppad, de zandhagedis en diverse algemene tot schaarse broedvogels bekend, waaronder diverse meeuwensoorten (Verspreidingsatlas.nl, 2020) (NDFF, 2020). Het werkterrein ten behoeve van de aanleg is onderdeel van het leefgebied van deze soorten. Hierdoor kan bij werkzaamheden schade ontstaan aan dit leefgebied of individuen. De kwetsbare, zeldzame noordse woelmuis is bekend van de Slikken van Voorne. De werkzaamheden vinden buiten dit leefgebied plaats (namelijk in de droge, hoger gelegen berm ten noorden van de Noordzeeboulevard), waardoor aantasting van de kwelders en kwelderrand niet aan de orde is. Aantasting van leefgebied is niet aan de orde. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig voor deze soort. De meeuwenkolonie valt niet in de categorie van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn.
In het havengebied is echter wel een faunabeheerplan meeuwen opgesteld, waarin delen van de Maasvlakte gereserveerd zijn voor verschillende meeuwensoorten om te kunnen broeden, om zo te zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van deze soorten niet in geding komt (Lensink, 2015). Omdat een steeds groter deel van de Europoort, Maasvlakte I, en Maasvlakte II in gebruik is door bedrijven en daarmee de oppervlakte die door meeuwen benut kan worden als broedplaats afneemt, is beleid voor het broeden van meeuwen in het havengebied ontwikkeld (Heinis & Baptist 2012). Dit gaat ervan uit dat ongeveer 170 hectare geschikt broedgebied benodigd is om een aantal van 25.000 tot 30.000 paar kleine mantelmeeuwen te kunnen herbergen (Heinis & Baptist 2014, Jaspers et al. 2009). In totaal streeft het Havenbedrijf Rotterdam naar een beschikbare ingerichte kolonieruimte van 180 hectare. Op dit moment is nog sprake van een bepaalde Pagina 63 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
mate van overcapaciteit ten opzichte van het doel. Het werkterrein van het hoogspanningstracé valt buiten de aangewezen locaties, waarmee de afname van dit oppervlak zowel de bestaande omvang als de gestelde doelen niet beïnvloedt. Omdat na het uitvoeren van de werkzaamheden het gebied weer beschikbaar is voor de soorten, zijn de effecten die optreden tijdelijk van aard en is voor de meeuwensoorten geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Converterstation De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring en vernietiging van leefgebied van algemeen in Nederland voorkomende soorten en de zwaarder beschermde soorten het glad biggenkruid en de rugstreeppad. Voor de algemeen voorkomende soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling op de ontheffingsplicht. Dit geldt niet voor het glad biggenkruid, de rugstreeppad, de zandhagedis en vogels (ook nestplaatsen van algemene vogelsoorten zijn in het broedseizoen beschermd). Omdat voor verstoring of vernieling van nesten geen ontheffing verleend wordt, dient dit te allen tijde voorkomen te worden. Dit betekent dat gewerkt moet worden buiten het broedseizoen van vogels en het actieve seizoen van de rugstreeppad. Indien dit niet mogelijk is wegens gegronde redenen omtrent bijvoorbeeld werkveiligheid dienen aanvullende maatregelen te worden genomen.
In het kort moet ervoor worden gezorgd dat geschikt broedgebied voorafgaande aan het broedseizoen niet (meer) aanwezig is. Echter, wanneer er toch een broedende vogel wordt waargenomen gedurende de werkzaamheden dienen werkzaamheden gestaakt te worden tot het laatste jong is uitgevlogen. Voor de rugstreeppad en de zandhagedis geldt dat gezorgd moet worden dat exemplaren niet meer op het terrein aanwezig zijn en dat exemplaren het werkterrein ook niet meer kunnen bereiken gedurende de verstorende activiteiten. Maatregelen zijn noodzakelijk om verstoring of doden te voorkomen. Na afloop is het areaal beschikbaar leefgebied van de meeste soorten niet significant kleiner geworden (kwamen hier al niet voor). 5.3.3
Conclusie en planologische regeling Het is noodzakelijk om voor enkele soorten ontheffing aan te vragen. Het betreft op land de rugstreeppad, de zandhagedis en het glad biggenkruid. Het is aannemelijk dat negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding voor beschermde soorten zijn uitgesloten en dat deze ontheffingen kunnen worden verleend. Daarmee kan het inpassingsplan in overeenstemming met de vereisten van de natuurwetgeving worden uitgevoerd. De aanleg en instandhouding van het project is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Het inpassingsplan is derhalve op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.4
Natuurnetwerk Nederland
5.4.1
Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). In de Wnb vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een Pagina 64 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Hoewel de provinciale verordening niet van toepassing is op dit rijksinpassingsplan, wordt deze wel als uitgangspunt gehanteerd als sprake is van mogelijke aantasting van het NNN. 5.4.2
Effecten Hoogspanningstracé op zee en land Raakvlak met het Natuurnetwerk Nederland Het voorkeurstracé ligt circa 240 meter binnen de begrenzing van het NNN. De werkzaamheden voor het aanleggen van het voorkeurstracé langs de Noordzeeboulevard vinden hierdoor deels plaats binnen het NNN over een oppervlak van circa 0,15 hectare. De locatie van het converterstation en de rest van het voorkeurstracé liggen buiten NNN. Er liggen geen mofputten binnen het NNN. Geluid-, licht- en visuele verstoring De drie verstoringsvormen geluid, licht en optische verstoring worden in de duinen veroorzaakt door graafwerkzaamheden binnen NNN-gebied. Het grootste deel van de duinen rondom wordt gevormd door het beheertype Open duin (N08.02), Strand en embryonaal duin (N08.01) en Duinbos (N15.01). De open ontgraving ligt direct aan de Noordzeeboulevard. Daarnaast staan windturbines opgesteld aan de andere kant van de Noordzeeboulevard op circa 25 meter van de open ontgraving. Deze delen van de duinen zijn al aan verstoring onderhevig (zowel geluid, licht en visueel) door het aanwezige verkeer en de draaiende windturbines. Aanwezigheid van zeldzame, kritische soorten als blauwe kiekendief of velduil in dit deel van de duinen is daarom zeer onwaarschijnlijk. Minder kritische soorten (zoals graspieper) zouden hier wel voor kunnen komen (zowel in de duinen als in het duinbos richting het oosten).
De werkzaamheden zijn tijdelijk (ca. 10 weken). Tijdens deze werkzaamheden zal tijdelijk verstoring door geluid, licht of visuele verstoring optreden, waardoor aanwezige vogels het gebied tijdelijk kunnen verlaten. Er komen geen kritische soorten voor in het gebied, waardoor er geen negatieve effecten optreden op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Mechanische effecten en ruimtebeslag Het kabeltracé heeft langs de Slikken van Voorne overlap met NNN-gebied met het natuurbeheertype N08.02 Open duin (Natuurbeheertypenkaart, Natuurbeheerplan 2022). In nabijheid ligt ook N15.01 Duinbos. Door de werkzaamheden zal (tijdelijk) een deel van deze beheertypen verdwijnen door de open ontgraving, het gaat hier alleen om het deel van NNN waar het kabeltracé doorheen loopt (ca. 240 m). Na de werkzaamheden is het gebied weer beschikbaar voor natuur. Aangezien er slechts een klein deel van het oppervlak verloren gaat, kan Open duin zich weer op een natuurlijke wijze herstellen. Duinbos wordt niet geraakt. De mechanische effecten zullen daarmee tijdelijk zijn. Verdroging Op enkele locaties langs het kabeltracé is bemaling benodigd waardoor een verlaging in grondwaterstanden plaatsvindt. Dit leidt niet tot effecten omdat de
Pagina 65 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
natuurbeheertypen en leefgebieden die binnen het kabeltracé liggen niet gevoelig zijn voor verdroging. Negatieve effecten van verdroging zijn uitgesloten. Converterstation De locatie van het converterstation op de Maasvlakte ligt buiten de begrenzing van het NNN. De verstoringscontouren van geluid, licht- en visuele verstoring, mechanische effecten en verdroging bij de aanleg of gebruik reiken nergens tot over het NNN. Negatieve effecten kunnen daarom op voorhand uitgesloten worden. 5.4.3
Conclusie en planologische regeling De effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn beperkt tot de werkzaamheden tijdens de aanlegfase en daarmee tijdelijk van aard. Voor zover er al negatieve effecten optreden herstelt de natuur zich waardoor er geen permanent negatieve effecten op het Natuur Netwerk Nederland optreden. Het inpassingsplan kan in overeenstemming met de vereisten van de natuurwetgeving worden uitgevoerd. Het inpassingsplan is daarom op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.
5.5
Landschap, cultuurhistorie en aardkunde
5.5.1
Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vormt de Rijksvisie op de fysieke leefomgeving. De NOVI beschrijft 21 nationale belangen en opgaven. Voor het aspect landschap en cultuurhistorie is ‘nationaal belang 19’ relevant: behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Een aantal van de belangen uit de NOVI wordt, in afwachting van de Omgevingswet, nu nog juridisch geborgd via het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro). Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in een plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat voorts de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Een aantal bepalingen uit het ‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’ is geborgd in de Omgevingsverordening. Zuid-Holland heeft 16 gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Het gebiedsprofiel is de regionale vertaling van de kwaliteitskaart en vormt het vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking. Voor de Maasvlakte is geen gebiedsprofiel opgesteld.
Pagina 66 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
5.5.2
Effecten De Maasvlakte is grotendeels bestemd voor containeroverslag, distributie en chemische industrie. De belangrijkste landschappelijke structuren zijn de havenbekkens en de zeewering. Het gebied heeft een groot, open en industrieel karakter. Aan de zuid- en westzijde van de Maasvlakte is met zand een zachte zeewering opgespoten met duinen en stranden voor dagrecreatie. Op het zandstrand in met name het zuidelijk deel, is concentratie van dagrecreatie en seizoensgebonden horeca. Achter de duinen liggen parkeerterreinen voor bezoekers. In het zuidwestelijk deel van de Maasvlakte bevindt zich het depot voor verontreinigde baggerspecie De Slufter. De dijken om het depot van 250 ha zijn vanuit de omgeving zichtbaar. Het voormalige Slufterstrand is nu gesloten. De zachte zeewering neemt het zicht op de industriële- en havenactiviteiten voor een deel weg. Hoge elementen zoals van de chemische industrie, containerkranen, installaties (elektriciteitscentrale), schoorstenen en windturbines steken boven de duinen uit. In dit gebied zijn de volgende landschaps-, cultuurhistorische en aardkundige elementen te onderscheiden (zie tevens figuur 5.2): • Kunstwerk de ‘Zandwacht’ op het Maasvlaktestrand met een oppervlakte van 20 bij 40 meter en een hoogte van 12 meter. Het kunstwerk visualiseert hoe natuurkrachten mede de vorm van Nederland bepalen.
In de omgeving is het een beeldbepalend object. Het kunstwerk bevindt zich op circa 140 meter afstand van het hoogspanningstracé en enkele kilometers van het converterstation. Effecten op het kunstwerk zijn hierdoor uitgesloten. • De Vogelboulevard is een afwisselende wandelroute van de dorpskern van Oostvoorne naar de vogelkijkhut De Bonte Piet in het vogelrustgebied de Slikken van Voorne. De route loopt door een gevarieerd natuurgebied met duinen, moerassen, struiken, rietlanden en slikken. Er zijn diverse vogelobservatiepunten ingericht. De Vogelboulevard ligt op circa 350 meter afstand van het hoogspanningstracé en circa 5,5 km van het converterstation. Effecten op de Vogelboulevard zijn hierdoor uitgesloten. • Het gebied de Voornse Duinen is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van nationaal belang en bestaat uit enkele generaties jonge kustduinen met meren. De kustduinen van de Van Dixhoorndriehoek bij Hoek van Holland zijn aangewezen als aardkundig waardevol gebied van regionaal belang vanwege de (deels nog zeer gave) jonge duinformaties. Op de Maasvlakte zelf zijn geen aardkundig waardevolle gebieden of aardkundige monumenten aanwezig.
Pagina 67 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Figuur 5.2: Ligging project ten opzichte van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden
Hoogspanningstracé Het zeekabeltracé komt aan land op het strand van Maasvlakte 2, ten westen van de Slufter. De verbinding tussen de zeekabel en de landkabel gaat via een mofput. Het kabeltracé op land wordt vervolgens (grotendeels) middels een open ontgraving aangelegd naar het converterstation. Het kabeltracé loopt parallel aan de Maasboulevard/ Europaweg (N15) en afwisselend ten noorden en zuiden van de Noordzeeboulevard. De wegen en sporen zullen worden gekruist door middel van boringen. In het gebied zijn mogelijk aardkundige waarden aanwezig in de vorm van de embryonale duinen op de Maasvlakte. Er zijn echter geen blijvende verstorende effecten te verwachten op de embryonale duinen. Er is sprake van een tijdelijk effect vanwege de dynamiek van het landschap. Converterstation De locatie van het converterstation ligt op de Maasvlakte 2 en maakt onderdeel uit van het industrieel complex bestaande uit de industriële installaties en energievoorzieningen van de bestaande energiecentrale, windturbines, het hoogspanningsstation Amaliahaven en het converterstation van Net op zee IJmuiden Ver Beta. In het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) wordt op de Maasvlakte een ontwikkeling van een energiecluster voorzien.
Het converterstation Net op zee IJmuiden Ver Gamma sluit aan bij deze doelstelling van gebiedsontwikkeling en het karakter van de Maasvlakte als ‘land van de toekomst’ met nieuwe industrie en maakt dit zichtbaar. Pagina 68 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Rondom het terrein domineren containerterminals de horizon. Ten noordoosten van het plangebied worden het 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven en het converterstation Net op zee IJmuiden Ver Beta ontwikkeld. Voor de realisatie van het converterstation voor Net op zee IJmuiden Ver Gamma zal het terrein gedeeltelijk beperkt (70 cm) worden opgehoogd. Het converterstation heeft een maximale hoogte van 25 meter vanaf het maaiveld. Voor de zichtbaarheid en beleving vanuit de omgeving valt het converterstation weg in het industriële landschap van de Maasvlakte. Ook de nieuwe, bijkomende verlichting van het converterstation valt voor de beleving weg tegen de bestaande verlichting op de Maasvlakte, dat altijd aanstaat. Van dichtbij geldt dat het converterstation in de beleving aansluit bij de doelstelling vanuit het MIEK en aansluit bij de andere energie-infrastructuur in het gebied, bestaande uit het 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven, het converterstation van Net op zee IJmuiden Ver Beta en reeds aanwezige windturbines. Op de Maasvlakte zijn geen aardkundig waardevolle gebieden of aardkundige monumenten aanwezig. 5.5.3
Conclusie en planologische regeling Voor landschap, cultuurhistorie en aardkunde zijn geen effecten te verwachten. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde, er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Omdat er geen negatieve effecten te verwachten zijn en de ontwikkeling goed in het gebied past, is er dan ook geen sprake van cumulatie van negatieve effecten met het converterstation van Net op zee IJmuiden Ver Beta of andere projecten op Maasvlakte 2.
5.6
Bodem en water
5.6.1
Toetsingskader Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Water Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Deze Waterparagraaf is uitgevoerd met inachtname van de Keur van Waterschap Hollandse Delta.
Pagina 69 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
5.6.2
Effecten Hoogspanningstracé op zee Voor de bodemkwaliteit op zee is onderzocht of de aanleg van de hoogspanningsverbinding mogelijk is, rekening houdend met de dynamiek van de zeebodem. De kabel wordt onder het mobiele referentieniveau van de zeebodem en met voldoende dekking aangelegd. Hierdoor is sprake van een ongestoorde ligging van de kabel. Ter plaatse van de Voordelta neemt de dynamiek van de waterbodem af, wat een ongestoorde ligging van de verbinding bevordert. Bij de Maasvlakte is een zandige spit gevormd die verder aanzandt (groeit), waardoor de bodemhoogte dicht bij de aanlanding toeneemt. Door de afdamming van het Haringvliet is de buitendelta van het Haringvliet in grootte afgenomen, wat zichtbaar is in de Voordelta. Deze sterke erosie is in de laatste jaren afgenomen. In de toekomst zal de dynamiek beperkt toe kunnen nemen doordat de sluizen deels worden geopend op grond van het Kierbesluit. De hoogspanningsverbinding heeft geen effect op de kwaliteit van de omliggende bodem of het water. Opwarming van het water door de aanwezigheid en exploitatie van de verbinding is niet aan de orde.
Cumulatie Parallelligging van de drie kabelverbindingen geeft geen andere beoordeling, het oppervlak dat verstoord wordt zal in totaal wel kleiner zijn doordat de corridor netto smaller is over een lengte van 79 km (iets meer dan de helft van de lengte van het voorkeurstracé), maar het areaal dat verstoord wordt is hetzelfde aangezien drie keer een kabelgeul wordt gegraven. Aan de dynamiek van de zeebodem, aanwezigheid van slibrijke afzettingen en veen en dynamiek van de Voordelta verandert parallelligging niets. Bij gelijktijdige aanleg van de Netten op zee IJmuiden Ver wordt de bodem maar één keer verstoord. Wel betekent dit dat er een groter oppervlak in één keer wordt verstoord van de zeebodem. Effectief is de verstoring korter dan wanneer de aanleg opeenvolgend gebeurt. Dit leidt niet tot een wijziging van de beoordeling op Bodem en water op zee. Bij aanleg van Net op zee IJmuiden Ver Alpha, Beta en Gamma met steeds één jaar ertussen treedt naar verwachting binnen een jaar herstel op van het verstoorde oppervlak van de zeebodem. Er is geen sprake van cumulatie bij een aanleg van de ene verbinding een jaar na de andere verbinding. Dit geldt ook voor de aanleg na een tussenjaar.
Cumulatie met andere projecten op zee kan alleen optreden indien deze gelijktijdig worden aangelegd én dit binnen een afstand van enkele honderden meters zal plaatsvinden, omdat in dat geval de stroming en het zandtransport onderling beïnvloedt kan worden. Mogelijke gevolgen zijn beperkt tot slibverspreiding in de waterkolom en het herstel van de zeebodem na aanleg. Naar verwachting is er geen cumulatie met andere projecten. Hoogspanningstracé op land Het hoogspanningstracé op land ligt in de bebouwde omgeving van de Maasvlakte waar geen bodem gebonden landbouwgrond aanwezig is. Er zijn ook geen duidelijke veenlagen aanwezig, aangezien de ondergrond tot 20 meter beneden maaiveld (mmv) uit antropogene grond bestaat (door de mens aangebrachte grond, voornamelijk bestaande uit zand) dat goed hersteld kan worden. Enkel in de toplaag Pagina 70 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
worden delen ontgraven voor het plaatsen van de hoogspanningsverbinding. Hierdoor zijn er geen effecten voor de bodemsamenstelling te verwachten. Op de Maasvlakte komen in de ondergrond relatief veel verontreinigingen voor. Voor het tracé hebben op het gehele traject bodemonderzoeken plaatsgevonden. De huidige onderzoeken geven aan dat er lichte verontreinigingen zijn, maar dat er geen vervolgonderzoek nodig is. Dit betekent dat deze locaties geen risico vormen voor het tracé. Enkel wanneer bij (graaf)werkzaamheden (verontreinigde) grond wordt afgevoerd moet dit gemeld worden volgens de wettelijke bepalingen. De huidige grondwaterstanden variëren langs het tracé over de Maasvlakte. Voor de open ontgravingen en mofputten op land is de gewenste ontwateringsdiepte 1,6 m. Op enkele locaties is bemaling benodigd. De ontwikkelde omgeving in de Maasvlakte bestaat veelal uit antropogene aangebrachte grond dat voor een groot deel uit zand bestaat en niet zettingsgevoelig is. Hierdoor wordt er door bemaling of door zwaar materiaal geen zettingen verwacht. Op de plekken waar bemaling aan de orde is, vindt een verlaging in grondwaterstanden plaats. De verlaging op het tracé is beperkt tot 0,2 tot 0,5 m. Dit leidt tot een kleine verandering in grondwaterstanden en grondwaterstroming, maar heeft weinig tot geen gevolgen voor de omliggende omgeving.
Er zijn geen slecht doorlatende lagen aanwezig die bij doorsnijding leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit, maar er geldt standaard dat wanneer afsluitende lagen worden ontdekt deze zo snel mogelijk hersteld moeten worden zodat een potentieel effect kan worden beperkt. Het tracé loopt door licht verontreinigde of gesaneerde gebieden, maar doordat er geen slecht doorlatende lagen worden doorstoken leidt dit niet tot effecten op de grondwaterkwaliteit. Voor de realisatie is voor het grootste deel van het tracé geen bemaling noodzakelijk en daarmee zal er geen water worden onttrokken die vervolgens moet worden geloosd. Op enkele locaties is wel bemaling nodig en treedt dus een verandering in grondwaterstanden op. Er vindt weinig tot geen verandering in grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit plaats. Daarmee is er geen beïnvloeding van de oppervlaktewaterkwaliteit. Het onttrokken zoetwater kan worden geloosd in het binnendijks watersysteem. Onttrokken zout water dient te worden geloosd in de Noordzee. Cumulatie Gelijktijdige aanleg van Net op zee IJmuiden Ver Beta en Gamma betekent dat de breedte van de sleuf groter is en daarmee een minimaal groter waterbezwaar (hoeveelheid onttrokken water) verwacht wordt. Dit water moet worden afgevoerd, maar is vergeleken met het ontvangende water nog steeds nihil.
Het invloedsgebied van de grondwaterstandsverlaging blijft grotendeels hetzelfde waarmee de kans op zetting of doorsnijding van slecht doorlatende lagen ook hetzelfde blijft bij gelijktijdige aanleg. Bij gelijktijdige aanleg van Net op zee IJmuiden Ver Beta en Gamma worden daarmee geen cumulatieve effecten verwacht. Gelijktijdig aanleggen heeft als voordeel dat er maar eenmaal een ingreep en bemaling hoeft plaats te vinden. Het nog te bouwen 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven komt tussen de converterstations voor Net op zee IJmuiden Ver Beta en Net op zee IJmuiden Ver Gamma te liggen. Als bemaling nodig is voor de realisatie van dit station dan kan dat leiden tot een groter invloedsgebied en andere grondwaterstroming als de bemalingen tegelijkertijd plaatsvinden. Het waterbezwaar (hoeveelheid onttrokken water) zal beperkt groter zijn, omdat de bemalingen elkaar onderling beïnvloeden. Pagina 71 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Als er in de nabijheid verontreinigingen in de bodem zitten kunnen deze door de bemaling mogelijk verplaatst worden, maar dit wordt niet verwacht. De bemaling heeft qua zetting weinig effect op de omgeving door de zandige bodemopbouw. Naast 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven zijn er geen andere projecten op land waarmee het voorkeurstracé van Net op zee IJmuiden Ver Gamma cumulerende (versterkende) effecten heeft. Converterstation De locatie van het converterstation ligt in de bebouwde omgeving van de Maasvlakte en wordt beperkt opgehoogd (ca 70 cm, waarvan na inklinking 39 cm overblijft). Vanaf het opgehoogde maaiveld wordt de fundering op staal toegepast, waarbij beperkte grondbewerking uitgevoerd wordt waarbij tot maximaal 1,5 m beneden maaiveld afgegraven wordt. Onder de control building wordt een kelder aangelegd waar tot maximaal 3 m beneden het (opgehoogde) maaiveld grond wordt afgegraven. De bodemsamenstelling is antropogene (door de mens aangebrachte) grond bestaande uit voornamelijk zand dat goed hersteld kan worden. Veranderingen in de bodemsamenstelling zullen beperkt, maar permanent zijn en blijven binnen de locatie zelf. Op de locatie voor het converterstation heeft in 2020 een bodemonderzoek plaats gevonden (Antea Group, 2020) waar lichte verhoogde waardes van zware metalen op locatie zijn gevonden. Er is geen vervolgonderzoek of sanering nodig.
Uit het onderzoek volgt dat het bouwen van het converterstation niet leidt tot verandering (verplaatsing of verdere verspreiding). De fundering vindt plaats op staal. De gewenste drooglegging voor ontgraving is maximaal 3 m beneden het (opgehoogde) maaiveld. Voor de aanleg van het converterstation is bemaling nodig, hierdoor treedt een (tijdelijke) verandering op in de grondwaterstand. Het onttrokken zoetwater kan worden geloosd in het binnendijks watersysteem. Onttrokken zout water dient te worden geloosd in de Noordzee. De ontwikkelde omgeving in de Maasvlakte bestaat veelal uit antropogene aangebrachte grond dat voor een groot deel uit zand bestaat en niet zettingsgevoelig is. Hierdoor worden er ook geen zettingen verwacht die ontstaan door zwaar materiaal of door ophoging van het terrein. Op de locatie voor het converterstation worden geen slecht doorlatende lagen doorsneden, maar geldt standaard dat wanneer afsluitende lagen worden ontdekt deze zo snel mogelijk hersteld moeten worden zodat een potentieel effect kan worden beperkt. Doordat er geen slecht doorlatende lagen worden doorstoken is er ook geen sprake van verplaatsing van zoet/zout water en/of verontreinigingen. Watertoets Omdat de hoogspanningsverbinding ondergronds wordt aangelegd, is er geen sprake van een toename van de verharding in het gebied.
De werkzaamheden die tot een toename van verharding leiden bestaan uit de realisatie van het converterstation. Op de Maasvlakte geldt in principe geen compensatieplicht voor toename van verhard oppervlak. Er heeft diverse keren overleg met het waterschap en Rijkswaterstaat plaatsgevonden over de watergerelateerde aspecten.
Pagina 72 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
5.6.3
Conclusie en planologische regeling In het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen bekend die een belemmering vormen voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarnaast voorziet het plan in een adequate waterhuishouding. Het plan voldoet vanuit de aspecten bodemkwaliteit en waterhuishouding aan een goede ruimtelijke ordening.
5.7
Archeologie
5.7.1
Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan over naar de Omgevingswet die nog van kracht moet worden. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (par. 4.3.5 Archeologie) en uitgewerkt in de Verordening Ruimte. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale Kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit. Voor het aspect archeologie zijn regels of richtlijnen opgenomen.
De provincie heeft de ambitie om de archeologische en cultuurhistorische waarden die zich in de bodem bevinden niet alleen te behouden, maar waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. Dat gebeurt door ze mee te nemen bij het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en in (gebieds)ontwikkelingsopgaven. Zuid-Holland is een rijk archeologisch gebied. De archeologische sporen zijn als boeken in een bibliotheek waarin de geschiedenis van het landschap en de bewoners te lezen is. Een groot deel van de cultuurhistorische waarden bevindt zich in de bodem en onttrekt zich aan het oog. Archeologische waarden bevinden zich zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De bekende en vastgestelde archeologische waarden van provinciaal belang blijven beschermd. Bij verwachtingswaarden kan bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling onderzoek nodig zijn. Voor de zone van de Limes, de noordgrens van het voormalige Romeinse Rijk, zijn archeologische waarden en te verwachten archeologische waarden gericht op de zogenaamde kernwaarden van het Werelderfgoed Frontiers of the Roman Empire. Uitgangspunt van Europees, landelijk en provinciaal beleid is behoud in situ van archeologische waarden; dat wil zeggen dat het archeologisch erfgoed in principe onverstoord behouden blijft, tenzij andere belangen prevaleren.
Dan kan gekozen worden voor het opgraven van het archeologisch erfgoed, of voor behoud ‘ex situ’. Het archeologiebeleid van de gemeente Rotterdam is in 2008 vastgesteld in de Beleidsnota Archeologie Rotterdam. Op de bijbehorende archeologische waarden- en beleidskaarten zijn per categorie het beleid en de vrijstellingsgrenzen aangeduid.
Pagina 73 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Het archeologiebeleid van de gemeente Westvoorne is vastgesteld in het bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013. In het bestemmingsplan zijn per archeologische waarde categorie het beleid en de vrijstellingsgrenzen aangeduid.
5.7.2
Effecten Hoogspanningstracé op zee Bij het tracé op zee kunnen onontdekte scheeps- en vliegtuigwrakken en overblijfselen van prehistorische nederzettingen verwacht worden. Op het tracé zijn binnen het gemeentelijk ingedeeld gebied twee waarnemingen van scheepswrakken bekend. Waarnemingen van vliegtuigwrakken evenals waarnemingen van resten uit de prehistorie zijn niet bekend in het gemeentelijk ingedeeld gebied. PM De impact van het inpassingsplan op archeologie wordt bekend na het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek op zee, dat wordt verwacht in het derde kwartaal van 2022. Dit onderzoek wordt toegevoegd bij het ontwerp inpassingsplan. Cumulatie met aanleg van het tracé Net op zee IJmuiden ver Beta De kabels van het tracé Net op zee IJmuiden ver Beta en het tracé Net op zee IJmuiden ver Gamma worden parallel aan elkaar aangelegd binnen het gemeentelijk ingedeeld gebied. Er wordt gewerkt met een ruime corridor waarbinnen in principe voldoende ruimte is om, ook bij parallelligging rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische objecten. Er is geen sprake van cumulatieve effecten op het gebied van aanlegvolgorde voor het aspect archeologie. Hoogspanningstracé op land en converterstation Op basis van de landschappelijke setting kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum worden verwacht.
Volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Rotterdam kunnen deze waarden worden verwacht vanaf een diepte van 3 respectievelijk 7 meter beneden NAP. Uitgevoerd onderzoek op de Maasvlakte heeft echter aangetoond dat deze waarden zich waarschijnlijk veel dieper bevinden. In de diepere delen van het oude landschap kunnen resten goed bewaard zijn gebleven. De hogere delen uit dit landschap, met name de toppen van de rivierduinen, zijn veelal geërodeerd en ter plaatse van deze zones worden geen archeologische waarden verwacht. Vanaf het Neolithicum tot Nieuwe tijd geldt er een verwachting op scheepsarcheologie (wrakken, visnetten). Het tracé ligt in een gebied waarvoor een redelijke tot hoge archeologische verwachting geldt volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Rotterdam. De archeologische waarden zijn te verwachten dieper dan 3 respectievelijk 7 meter beneden NAP. Het gedeelte binnen de gemeente Westvoorne ligt in een zone van lage verwachting op archeologische waarden. Het is onzeker of top van het Pleistocene dekzand intact is. De diepte van dit niveau bevindt zich op circa 25 m -NAP. Op dit niveau worden resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum verwacht. Uit deze periode worden met name resten van (jacht)kampen verwacht. De afzettingen van de Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen lijken intact.
Of deze afzettingen ter hoogte van het plangebied geschikt waren voor bewoning is onbekend. Bewoning vond met name plaats op de kreekruggen. Het niveau bevindt zich op 25,00 – 24,22 m - NAP. Op dit niveau worden resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum verwacht. Uit deze periode worden met name resten van (jacht)kampen verwacht. Het is onzeker of de afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag intact zijn. Of deze afzettingen ter hoogte van het plangebied geschikt waren voor bewoning is Pagina 74 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
onbekend, waarschijnlijk waren deze komgebieden te nat. Het niveau bevindt zich op 24,22 – 23,80 m - NAP. Op dit niveau worden resten uit het Mesolithicum verwacht. Uit deze periode worden met name resten van (jacht)kampen verwacht. Het is onzeker of de afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer intact zijn. Of deze afzettingen ter hoogte van het plangebied geschikt waren voor bewoning is onbekend. Bewoning vond met name plaats op de kreekruggen. Het niveau bevindt zich op 23,80 – 21,00 m - NAP. Op dit niveau worden resten uit het Mesolithicum verwacht. Uit deze periode worden met name resten van (jacht)kampen verwacht. Vervolgens bevond het plangebied zich onder water. Er zouden vanaf het Neolithicum vondsten aangetroffen kunnen worden die met de zee samenhangen, zoals scheepswrakken. Voor de aanleg van de eerste en tweede Maasvlakte is vervolgens veel zand opgespoten. Boringen tonen aan dat de eerste 20 meter grond bestaat uit een antropogene zandlaag Er zijn geen vondslocaties en wraklocaties bekend binnen het ruimtebeslag van de hoogspanningsverbinding op land en de locatie van het converterstation. Ook zijn geen AMK-terreinen bekend. Er is sprake van een lage archeologische verwachtingswaarde.
De verwachting is dat er geen archeologische waarden worden verstoord bij de werkzaamheden voor het aanleggen van de hoogspanningsverbinding op land en de werkzaamheden voor de realisatie van het converterstation.
Figuur 5.3: Archeologische verwachtingswaarden op land
Cumulatie met aanleg van het tracé Net op zee IJmuiden ver Beta De kabels van het tracé Net op zee IJmuiden ver Beta en het tracé Net op zee IJmuiden ver Gamma worden op land parallel aan elkaar aangelegd. Aangezien er echter voor zowel het tracé Net op zee IJmuiden Ver Beta als Net op zee IJmuiden Ver Gamma op land een lage archeologische verwachting geldt is er geen sprake van cumulatieve effecten.
Pagina 75 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
5.7.3
Conclusie en planologische regeling De ontwikkeling leidt naar verwachting niet tot verstoring van archeologische waarden. Er is dan ook geen beschermingsregeling in het inpassingsplan noodzakelijk. Op de uitvoering van de werkzaamheden voor dit project zijn ook de dubbelbestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen die zien op bescherming van archeologische waarden niet van toepassing. Dit is geregeld in dit inpassingsplan. Dit laat onverlet dat toevalsvondsten moeten worden gemeld en veiliggesteld. Het aspect archeologie staat daarmee de uitvoerbaarheid van dit inpassingsplan niet in de weg. PM: Aanvullen na het aanvullend archeologisch onderzoek
5.8
Geluid
5.8.1
Toetsingskader Indien een inpassingsplan voorziet in geluidproducerende functies of werkzaamheden, dienen de akoestische effecten beoordeeld te worden met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor de hoogspanningsverbinding op zee is dit criterium niet aan de orde voor wat betreft geluidsgevoelige objecten, omdat de verbinding geen geluid maakt en zich bovendien niet in bewoond gebied bevindt. In deze paragraaf zijn de akoestische effecten voor de woon- en leefomgeving beschreven. De akoestische effecten op beschermde soorten zijn in paragraaf 5.3 weergegeven. Aanlegfase Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan tijdens de aanlegfase van de hoogspanningsverbinding en het converterstation op land hinder optreden. Dit is beschreven in paragraaf 5.12 Bouwhinder. Gebruiksfase De locatie van het converterstation ligt op een gezoneerd industrieterrein in het kader van artikel 40 van de Wet geluidhinder. Binnen de grenzen van deze zone zijn grote lawaaimakers toegestaan. Op grond van de Wet geluidhinder is er voor een gezoneerd industrieterrein een geluidzone vastgesteld.
Op de buitengrens van de geluidzone – de zonegrens – mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein tezamen niet hoger zijn dan: • 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; • 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; • 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Dit wordt ook wel aangeduid als 50 dB(A) etmaalwaarde28. Bij de gevoelige objecten in de zone mag de cumulatieve geluidbelasting vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde terrein tezamen niet hoger zijn dan de vastgestelde maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) c.q. de vastgestelde hogere grenswaarde. Deze waarde verschilt per gevoelig object.
28
De etmaalwaarde Letmaal is de hoogste waarde van: • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode (07.00 – 19.00 uur); • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) plus 5 dB(A); • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) plus 10 dB(A).
Pagina 76 van 96
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Gamma |
Het aspect laagfrequent geluid wordt betrokken in de toetsing aan de geluidszone. Nederland kent geen wettelijke eisen voor de beoordeling van laagfrequent geluid, maar er zijn wel richtlijnen zoals de NSG Richtlijn Laagfrequent Geluid en de zogenaamde Vercammen-curve. Op basis van de NSG Richtlijn kan aan de hand van een referentiecurve getoetst worden of laagfrequent geluid potentieel hoorbaar is. De daadwerkelijke hoorbaarheid is afhankelijk van een eventuele maskering door het heersende omgevingsgeluid. Ook als laagfrequent geluid hoorbaar is, is het nog niet altijd hinderlijk. Daarnaast wordt bij de beoordeling van geluid een bepaalde mate van hinder aanvaardbaar geacht. Met de Vercammen-curve wordt beoordeeld of de eventuele hinder vanwege laagfrequent geluid aanvaardbaar is. 5.8.2
Effecten Hoogspanningstracé op zee en land Het hoogspanningstracé maakt in de gebruiksfase geen geluid. Alleen tijdens werkzaamheden bij bijvoorbeeld open ontgravingen en/of boringen kan geluidhinder ontstaan op verblijfsobjecten. Voor de meeste aanleg-/ bouwwerkzaamheden vormt het Bouwbesluit 2012 het toetsingskader. In het Bouwbesluit is aangegeven welke dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden mogen worden bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Er zijn geen relevante geluidgevoelige functies aanwezig op de Maasvlakte waarop geluidhinder kan plaatsvinden, zie ook paragraaf 5.12 Bouwhinder. Converterstation Tijdens de gebruiksfase produceert het converterstation geluid. De geluidemissie van het converterstation wordt vooral bepaald door de transformatoren, de converterkoelers, de converterhal, de DC-hal en de transformatorkoelers. Om de geluidemissie van de transformatoren zoveel mogelijk te beperken worden deze voorzien van een geluidsisolerende omkasting. Voor de representatieve bedrijfssituatie wordt ervan uitgegaan dat het converterstation 24 uur per dag volledig in bedrijf is. Bij de beoordeling van geluidhinder door het converterstation op de omgeving is de geluidbelasting van het converterstation op de zonegrens van het industrieterrein en op geluidgevoelige objecten binnen de zone onderzocht.
Daarnaast is het gewogen aantal geluidbelaste geluidgevoelige objecten bepaald en tenslotte de geluidbelasting door laagfrequent geluid. Per gebied is een toelaatbare geluidemissie per vierkante meter aangegeven, de zogenaamde gebiedswaarde. Voor de kavel waar het converterstation wordt gevestigd is een geluidruimte gebudgetteerd in het rekenmodel van 65 dB(A)/m2 in de dag-, avond- en nachtperiode. Het converterstation kent een lagere geluidemissie van 61,3 dB(A)/m2 en voldoet daarmee aan de gebudgetteerde geluidruimte voor de kavel. De cumulatieve geluidbelasting samen met de geluidbelasting van de andere inrichtingen op het gezoneerde terrein, waaronder ook het converterstation van Net op zee IJmuiden Ver Beta, wordt aanvaardbaar geacht omdat het geluid van het converterstation van Net op zee IJmuiden Ver Gamma aan het voor de betreffende kavel vastgestelde immissiebudget voldoet. Bij de vaststelling van de immissiebudgetten is de cumulatieve geluidbelasting op de zonegrens namelijk al in acht genomen. Het converterstation voldoet aan de geluidnormen op de zonegrens. De geluidbelasting vanwege het converterstation op de zonegrens en ter plaatse van geluidgevoelige objecten is met respectievelijk 26 dB(A) etmaalwaarde en 22 dB(A) etmaalwaarde laag te noemen. Het converterstation kan dan ook binnen de bestaande geluidzone worden ingepast.