CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

04 22 01 01 raadsinformatiebrief verduurzaming bedrijfsterreinen bijl 2

Commissie GG & Milieu 4 april 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Brief van het college "raadsinformatiebrief verduurzaming bedrijfsterreinen"13.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De werkplaats voor Duurzaam Ondernemen

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot Op weg naar klimaatneutraal

Rotterdam, april 2021 Projectnummer Stimular: 758 Gemeente Westvoorne Dhr. W. van der Spoel Raadhuislaan 6 3235 AP Rockanje t 0181-408025 e wvdspoel@westvoorne.nl Uitvoering: Stichting Stimular Dhr. S. Romijn Botersloot 177 3011 HE Rotterdam Looptijd project: November 2019 – april 2021 Dit project is mede mogelijk gemaakt door:

COLOFON Stichting Stimular is de werkplaats voor Duurzaam Ondernemen. Wij vertalen de groeiende vraag om duurzaamheid naar praktische instrumenten en werkwijzen voor bedrijven, brancheverenigingen, overheden en zorgaanbieders. Wij willen de verduurzaming van bedrijven en organisaties versnellen door kennis en ervaring te delen, onder andere op stimular.nl/doe-het-zelf. Ons doel is dat ondernemers en managers weten wat hun grootste impact op duurzaamheid is en wat de bijbehorende maatregelen gericht op verduurzaming zijn. Kenmerken van onze werkwijze zijn maatwerk, inspirerende samenwerking en heldere communicatie. Stichting Stimular Botersloot 177 3011 HE Rotterdam t 010 - 238 28 28 e mail@stimular.nl i www.stimular.nl Tenzij schriftelijk anders overeengekomen blijft het gedachtegoed in dit document eigendom van Stimular en mag het door de opdrachtgever uitsluitend worden gebruikt voor eigen gebruik. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen zijn op al onze diensten onze algemene voorwaarden van toepassing.

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

SAMENVATTING De gemeenten op Voorne-Putten willen in 2040 energieneutraal zijn. Voor bedrijventerrein De Pinnepot is onderzocht wat nodig en mogelijk is om deze doelstelling waar te maken. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn:  Ondernemers op De Pinnepot zijn erg op zichzelf gericht, waardoor collectief werken aan verduurzaming weinig kansrijk is. Zij willen het liefste hun zaken zelf regelen. Tegelijkertijd hebben de meeste ondernemers weinig interesse in verduurzaming, waardoor zij individueel ook niet veel doen op dat vlak. Dit is een flink contrast met ondernemers in overige delen van Westvoorne en met de meeste andere bedrijventerreinen op Voorne-Putten, waar (collectieve) acties voor verduurzaming steeds meer van de grond komen.  De ondernemers bleken onbekend met de duurzaamheidscoach, terwijl afgelopen jaar veel publiciteit is gegeven aan de werkzaamheden van de coach. Hierbij zijn verschillende kanalen ingezet, zoals lokale kranten, social media, websites en mond-opmondreclame.  Veel bedrijven huren een pand. Zij hebben beperkte invloed op het energieverbruik. Omdat de betreffende bedrijven vaak ook maar weinig energie verbruiken, hebben zij ook geen interesse in energiebesparing of duurzame energie. De verhuurders investeren niet in energiemaatregelen, omdat de huurders een eigen energiecontract hebben waardoor de besparing voor de huurder is.

Daarnaast hebben de meeste verhuurders geen enkele interesse in verduurzamen van hun panden.  Er is nog redelijk veel besparingspotentieel in de bedrijfspanden, met name bij het vervangen van verlichting en beter isoleren van de panden.  Voor aardgasloos verwarmen is op korte termijn geen collectieve oplossing mogelijk. Op langere termijn lijkt een warmtenet op basis van geothermie de meest geschikte oplossing, zeker in combinatie met het zwembad De Meander en omliggende woonwijken. Gezien de beperkte interesse in verduurzamen bij bedrijven, is de verwachting dat weinig bedrijven zelf een individuele oplossing van aardgasloos verwarmen gaan toepassen.  Met zonnepanelen op daken kan maximaal 3,5 maal het huidige elektriciteitsverbruik op De Pinnepot worden opgewekt. Ook bij toenemend elektriciteitsverbruik voor verwarmen en rijden, kan er genoeg elektriciteit worden opgewekt voor heel De Pinnepot. Vooralsnog hebben weinig ondernemers interesse in zonnepanelen, ondanks de verschillende constructies die hiervoor zijn aangeboden. Dit betekent dat het een enorme uitdaging wordt, om het potentieel ook daadwerkelijk te benutten.  Het bedrijventerrein scoort slecht op het gebied van hittestress. Zeker met toenemende hitte, is De Pinnepot een kwetsbaar gebied.

De belangrijkste aanbevelingen zijn:  Samenwerking is essentieel om tot een duurzaam en klimaatneutraal bedrijventerrein te komen. Hoewel de ondernemers hier vooralsnog niet voor open staan is aan te bevelen om heel geleidelijke stappen te zeten richting meer samenwerking. Bijvoorbeeld door bijeenkomsten (bijvoorbeeld vanuit KVO) en door een heel concreet voorstel voor een samenwerking neer te leggen, waarbij het eenvoudig is om aan te haken. Zo kan vertrouwen ontstaan in samenwerken.  Als ondernemers blijven weigeren om vrijwillig te verduurzamen, dan kan de gemeente over gaan tot verplichten. Nu al kan het uitvoeren van Erkende Maatregelen worden afgedwongen door DCMR en vanaf 2022 kan de gemeente ondernemers verplichten om zonnepanelen op daken te plaatsen. Dwang is wel een laatste middel, als alle andere mogelijkheden niet werken.  De gemeente bezit zelf twee panden op De Pinnepot (Milieustraat en De Remise). Door deze panden te verduurzamen, wordt het goede voorbeeld gegeven en raken ondernemers mogelijk geïnspireerd om dit voorbeeld te volgen. De gemeente kan ook andere zichtbare maatregelen nemen, zoals het plaatsen van een carport met zonnepanelen op parkeerplekken. Ook als het lukt om enkele ondernemers te laten

  

verduurzamen kan dit helpen om anderen ook te overtuigen: dan ontstaat een sneeuwbaleffect. Ga in gesprek met de verhuurders. Deze staan nu niet open voor verduurzamen, maar zij zijn belangrijk om een groot deel van het terrein te kunnen verduurzamen. Steek dit op bestuurlijk niveau in. Voer als gemeente een aantal maatregelen uit om duurzame mobiliteit en vergroening te stimuleren, bijvoorbeeld oplaadpunten voor elektrisch vervoer en plaatsen van deelauto’s. Vergroenen van het terrein is belangrijk voor biodiversiteit en klimaatadaptatie maar kan ook helpen om het terrein op meer vlakken toekomstbestendig te maken. Ondernemers vinden de uitstraling van een bedrijventerrein vaak belangrijk. Een gezamenlijke actie van gemeente en ondernemer om entrees te verfraaien kan helpen om te verduurzamen en om samenwerking te stimuleren.

De huidige gebouwgebonden uitstoot is 1.168 ton CO2 per jaar. Het besparingspotentieel voor de komende 5 jaar is ongeveer 336 ton CO2, waarvan 263 ton kan worden gerealiseerd met zonnepanelen. Dit betekent een reductie van bijna 23% CO2 eind 2025. Indien het potentieel wordt waargemaakt, is De Pinnepot hiermee goed op weg met de landelijke doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030. In onderliggende rapportage zijn de resultaten, conclusies en aanbevelingen van het onderzoek verder onderbouwd en uitgewerkt.

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING 1.1 Doel 1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Uitgevoerde activiteiten 1.4 Locatie 1.5 Bezochte bedrijven

4 4 4 4 5 5

2

INVENTARISATIE HUIDIGE SITUATIE 2.1 Bedrijfspanden 2.2 Gebouwgebonden Energieverbruik 2.3 Mobiliteit 2.4 Interesses en behoeften ondernemers

6 6 6 6 7

3

ROUTE KLIMAATNEUTRAAL BEDRIJVENTERREIN

8

4

MINDER ENERGIE GEBRUIKEN 4.1 Samenvatting besparingspotentieel 4.2 Maatregelen 4.3 Aanbevelingen

9 9 9 11

5

DUURZAME WARMTE 5.1 Samenvatting potentieel 5.2 Maatregelen 5.3 Aanbevelingen

12 12 12 17

6

DUURZAME ELEKTRICITEIT 6.1 Samenvatting potentieel 6.2 Oplossen van knelpunten 6.3 Locaties voor zonnepanelen 6.4 Energieopslag en netverzwaring 6.5 Aanbevelingen

18 18 19 20 23 24

7

DUURZAME MOBILITEIT 7.1 Samenvatting besparingspotentieel 7.2 Maatregelen en aanbevelingen

25 25 25

8

KLIMAATADAPTATIE EN BIODIVERSITEIT 8.1 Huidige situatie 8.2 Maatregelen en aanbevelingen 8.3 Subsidie provincie Zuid-Holland

26 26 26 27

9

AANBEVELINGEN ALGEMEEN

28

1

INLEIDING

Duurzaamheid is een speerpunt in het coalitieakkoord van de gemeente Westvoorne. De gemeente zet zich in om de doelstellingen uit de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 waar te maken. Dit betekent onder andere dat de gemeente in 2040 energieneutraal wil zijn. De gemeente kiest daarbij voor samenwerking met bewoners en organisaties: “Samen op weg naar een duurzaam Westvoorne”. Bedrijven spelen daarbij een belangrijke rol. Duurzaamheid leeft nog weinig bij de bedrijven op De Pinnepot en eerdere samenwerkingen zijn niet goed van de grond gekomen. Veel ondernemers huren een pand en kunnen daarom zelf weinig maatregelen doorvoeren. Het is dan ook een uitdaging om het terrein te verduurzamen. Een duurzaamheidscoach kan de verduurzaming op het bedrijventerrein aanjagen en drempels wegnemen bij het verduurzamen. Deze rapportage beschrijft de maatregelen op weg naar een klimaatneutraal De Pinnepot.

1.1

DOEL

Doel van het project is om een duurzaamheidscoach aan te stellen die bedrijven op de Pinnepot bewust maakt van de mogelijkheden om te verduurzamen en hen aan te jagen, zodat zij daadwerkelijk aan de slag gaan met het uitvoeren van maatregelen. Ondernemers krijgen daarbij praktische hulp aangeboden, die drempels wegneemt. Een tweede doel is om op het terrein met een aantal bedrijven een grote stap richting klimaatneutraal te zetten, om zichtbaar te maken dat dit mogelijk is. Hiermee worden zij een goed voorbeeld en ambassadeur richting de overige bedrijven op het terrein.

1.2

ONDERZOEKSVRAGEN

Tijdens het onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Hoe kunnen de ondernemers gestimuleerd worden om stappen te zetten met verduurzamen?  Hoe maken we bedrijven bewust van de mogelijke maatregelen?  Hoe kunnen bedrijven ontzorgd worden?  Hoe creëren we een olievlekwerking bij het uitvoeren van maatregelen? 2. Samenwerking organiseren is in het verleden lastig gebleken. Toch zijn er wel kleine successen behaald. Zijn er ook kansen voor collectieve duurzame maatregelen?  Is er interesse in collectieve inkoop (bijvoorbeeld zonnepanelen)?  Kan mobiliteit collectief worden verduurzaamd (bijvoorbeeld via elektrische oplaadpunten, waterstof tankstation, collectief afval inzamelen)?  Kan er gezamenlijk aan een duurzamere warmtevoorziening worden gewerkt? 3. Hoe kunnen ook bedrijven in huurpanden verduurzamen?  Wie zijn de verhuurders?  Zijn zij bereid om de panden te verduurzamen?  Willen verhuurders zelf investeren of is er behoefte aan financiële constructies, zoals dakverhuur aan derden?

1.3

UITGEVOERDE ACTIVITEITEN

Tijdens het project zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:  Deskstudie, waarbij relevante informatie over het terrein is verzameld.  Brief verstuurd aan de bedrijven op het terrein met een aankondiging van het onderzoek en het bezoek door Stimular.  Bezoek aan bedrijven op het terrein. Tijdens het bezoek is een interview afgenomen, waarbij Stimular de huidige bedrijfsvoering heeft besproken met de ondernemer. Er is

4

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

     

per bedrijf in kaart gebracht welke maatregelen mogelijk zijn om energie te besparen en om energie op te wekken. Daarnaast is gekeken welke ondersteuning bedrijven nodig hebben om aan de slag te gaan met energie besparen en (collectief) energie op te wekken. Hulp geboden bij voorbereiden van maatregelen. Bedrijven die aan de Informatieplicht energiebesparing moeten voldoen en nog geen melding hebben gedaan, zijn geholpen bij het indienen van de melding. Contact gezocht met vastgoedeigenaren die 1 of meerdere panden pand verhuren op De Pinnepot en businesscases uitgewerkt voor de vastgoedeigenaren. Onderzoek naar mogelijkheden voor duurzame warmte. Beoordeling van de openbare ruimte op kansen voor toepassing van duurzame energie. Beoordeling van de openbare ruimte op kansen voor vergroening. Rapportage opgesteld.

1.4

LOCATIE

De Pinnepot is een middelgroot bedrijventerrein ten oosten van Oostvoorne, gericht op de lokale en subregionale markt. Door de ligging aan de N218 (Kleidijk) en de Westvoorneweg heeft de Pinnepot een goede ontsluiting richting de Maasvlakte en omliggende steden zoals Brielle, Hellevoetsluis en Rockanje. Het terrein is in ontwikkeling gebracht in de tweede helft van de jaren ’80. Vervolgens is het terrein uitgebreid om bedrijven die milieuhinder veroorzaakten in het dorpsgebied te kunnen verplaatsen. Deze uitbreiding heeft zich in de jaren ’90 voorgedaan. De Pinnepot heeft een netto omvang van 8,2 hectare bedrijventerrein. De bruto omvang van het terrein is 11,3 hectare. Er zijn ongeveer 60 bedrijven gevestigd op de Pinnepot die goed zijn voor 300 directe arbeidsplaatsen. Daarnaast zorgt het terrein voor ongeveer 240 indirecte arbeidsplaatsen bij bijvoorbeeld toeleveranciers of afnemers. In totaal is dit ongeveer 19% van de totale werkgelegenheid in de gemeente. De Pinnepot heeft samen met de Moolhoek een KVO-B certificaat.

1.5

BEZOCHTE BEDRIJVEN

Tijdens het project is twee maal een langdurige lockdown geweest i.v.m. Covid19. Hierdoor was het lastig om bedrijven te bezoeken. Op momenten dat dit mogelijk was heeft Stimular het terrein een aantal dagen bezocht. Bij veel bedrijven was niemand aanwezig (vaak omdat het dienstverleners zijn die hun werk vooral bij de klant uitvoeren) of was de verantwoordelijke persoon niet aanwezig. Stimular heeft terugbelverzoeken achtergelaten, waarop vrijwel niet werd gereageerd. Daarna heeft Stimular zelf telefonisch en via e-mail contact gezocht met ondernemers. Ook hier bleek de interesse om mee te doen beperkt. Hier speelde Covid19 ook een rol: meerdere bedrijven gaven aan momenteel vooral bezig te zijn met overleven en zich niet bezig te willen houden met duurzaamheid. Een groot deel van de panden is van vastgoedeigenaren die de panden verhuren aan bedrijven. Stimular heeft deze verhuurders grotendeels in kaart gebracht en contact met hen opgenomen. Meerdere verhuurders gaven aan ‘duurzaamheid onzin te vinden’ of ‘hun zaken zelf wel te kunnen regelen’. Een enkeling stond wel open voor een gesprek over de mogelijkheden voor verduurzaming en hiervoor zijn businesscases uitgewerkt. Ondanks de beperkte interesse heeft Stimular meerdere bedrijven wel uitgebreid gesproken over de mogelijkheden tot verduurzamen.

Hierbij zijn de bedrijven geholpen bij de voorbereiding van maatregelen (zoals aanvragen van offertes, aanvragen van subsidie) en (waar relevant) het voldoen aan de Informatieplicht energiebesparing.

5

2

INVENTARISATIE

HUIDIGE

SITUATIE

Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie op het bedrijventerrein. Eerst een overzicht van de situatie bij de bedrijfspanden, dan van het energieverbruik op het terrein, dan voor de mobiliteit op het terrein en vervolgens de interesses en behoeftes van de bedrijven op het gebied van verduurzaming.

2.1

BEDRIJFSPANDEN

Omdat niet alle bedrijven konden worden bezocht, kan een beperkt beeld worden gegeven van het energieverbruik in de bedrijfspanden. Enkele aandachtspunten:  De meeste panden stammen uit eind jaren 80/ begin jaren 90 en zijn over het algemeen beperkt geïsoleerd (wel dubbel glas, maar geen hoge isolatiewaarden voor dak en wanden). Er zijn veel loodsen met roldeuren waardoor warmte verloren gaat bij opening. Bij de bezochte bedrijven waren geen aanvullende isolerende maatregelen uitgevoerd sinds de bouw. Op basis van de schouw van buitenaf bij niet-bezochte bedrijven kan ook worden geconcludeerd dat er weinig bedrijven isolerende maatregelen hebben uitgevoerd.  De bezochte bedrijven met een verbruik boven de 50.000 kWh en/of meer dan 25.000 m3 aardgas hadden nog niet voldaan aan de Informatieplicht energiebesparing. Stimular heeft hen geholpen om aan deze plicht te voldoen. De betreffende bedrijven waren zich niet bewust van de verplichting om een melding te doen en het gaat om bedrijven met bovengemiddelde interesse in duurzaamheid (zij werkten immers, in tegenstelling tot veel andere bedrijven, mee aan het onderzoek). De kans is dan ook groot dat ook veel niet-bezochte bedrijven nog niet voldoen aan de Informatieplicht energiebesparing.  Bezochte bedrijven hebben vaak enkele energiebesparende maatregelen uitgevoerd.

De meest uitgevoerde maatregel was het vervangen van verlichting door led.  Slechts 1 dak op De Pinnepot is voorzien van zonnepanelen, namelijk de gemeentewerf. Daarnaast heeft B.C.T. Aannemers enkele lichtgewicht zonnepanelen liggen als proef.  De meeste panden zijn aangesloten op het aardgasnet. Enkele panden worden elektrisch verwarmd, dit zijn nog geen energiezuinige systemen.

2.2

GEBOUWGEBONDEN ENERGIEVERBRUIK

Voorheen werd het energieverbruik op postcodeniveau gepubliceerd. De meest recente cijfers dateren van 2014. Hoewel dit enigszins achterhaalde cijfers zijn geven deze wel een indicatie van het huidige energieverbruik op De Pinnepot. Het totale energieverbruik op de 3 postcodes op De Pinnepot (3233 LP, 3233 KK en 3233 LM) bedroeg ongeveer 1.603.000 kWh en 147.000 m3 aardgas. Dit komt neer op een uitstoot van 1.168 ton CO2 voor het energieverbruik in de panden (exclusief vervoer). Hiervan wordt 76% door elektriciteitsverbruik en 24% door gasverbruik.

2.3

MOBILITEIT

Mobiliteit is beperkt besproken met ondernemers. Cijfers over gebruikte brandstof of gereden kilometers waren bij veel ondernemers niet (eenvoudig) beschikbaar, waardoor de CO2-uitstoot niet kan worden bepaald. De meeste bedrijven hebben een klein wagenpark of maken gebruik van privé voertuigen. Bedrijven hebben weinig aandacht voor duurzame mobiliteit, wel kiezen zij meestal voor relatief zuinige en schone busjes en vrachtwagens. Bedrijven werken vooral lokaal en regionaal, waardoor ze beperkte kilometers afleggen. Elektrisch rijden zou in veel gevallen een geschikte optie zijn omdat geen lange actieradius nodig is, maar vooralsnog hebben de ondernemers weinig interesse in elektrisch rijden. De bereikbaarheid met openbaar vervoer is matig. Op enige afstand stopt wel een bus. Omdat het veelal kleine ondernemers zijn die de auto ook voor uitvoering van het werk nodig hebben, wordt vooral de auto gebruikt om naar De Pinnepot te komen.

6

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

Opvallend is dat er nauwelijks fietsenstallingen staan bij bedrijven en ook bijna nergens fietsen bij bedrijven stonden. Op de Pinnepot zijn geen fietspaden aanwezig, waardoor fietsen tussen het autoverkeer moeten rijden: dit verhoogt de drempel om op de fiets naar werk te komen. Meerdere ondernemers gaven aan dat er veel sprake is van sluipverkeer van auto’s die drukte op de rotonde Brielseweg/ N218 en kruispunt willen omzeilen. Daarbij wordt volgens hen vaak te hard gereden, wat gevaarlijke situaties oplevert, met name bij de straat De Pinnepot. Hier staan medewerkers van bedrijven te laden en lossen, terwijl er auto’s met hoge snelheid voorbij komen rijden. Door de laad- en loswerkzaamheden is er ook weinig zicht op aankomend verkeer. Veel ondernemers vragen dan ook om snelheidsbeperkende maatregelen, zoals drempels op de weg en bloembakken langs de weg. De gemeente doet al metingen op het terrein die dit beeld niet bevestigen, gemeten snelheden zijn relatief laag. Snelheidsbeperkende maatregelen kunnen juist ook de bedrijven hinderen in hun werkzaamheden (o.a negatief effect op vrachtwagens die over drempels heen rijden).

2.4

INTERESSES EN BEHOEFTEN ONDERNEMERS

Uit de gesprekken met de ondernemers kwamen de volgende punten naar voren:  Het merendeel van de ondernemers op De Pinnepot is erg op zichzelf gericht. Zij vinden samenwerking niet belangrijk en geven veelal aan ‘zaken zelf wel te regelen’ en ‘hun eigen boontjes te doppen’. Ook is bij veel ondernemers sprake van desinteresse met betrekking tot verduurzaming. Dit maakt collectief werken aan verduurzaming weinig kansrijk op De Pinnepot. Overigens zijn er wel enkele ondernemers die aangaven wel te overwegen om mee te doen als bijvoorbeeld collectief zonnepanelen worden ingekocht.  Of de ondernemers ‘hun zaakjes zelf goed kunnen regelen’ t.a.v. verduurzaming valt te betwijfelen: er zijn nauwelijks zichtbare maatregelen uitgevoerd (bijvoorbeeld nergens zonnepanelen op daken).  Op De Pinnepot bevindt zich een duidelijke koploper met verduurzamen: Maasmond. Zij hebben veel maatregelen uitgevoerd en hebben plannen voor verdere verduurzaming.  Daarnaast zijn er enkele ondernemers die duurzaamheid in hun dienstenpakket hebben. Zo zijn er meerdere installateurs gevestigd die o.a. led-verlichting, zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen installeren. Zij doen dit vooral bij de klanten en hebben dit in het eigen pand nog niet uitgevoerd. B.C.T Aannemers heeft wel een proef gestart met lichtgewicht zonnepanelen en heeft de ambitie uiteindelijk de rest van het dak ook vol te leggen.

 Veel ondernemers huren een pand op De Pinnepot. Huurders zien nauwelijks kansen om te verduurzamen en vinden dat de verhuurder dit moet regelen. Andersom hebben de meeste verhuurders geen interesse in verduurzaming. De verhuurders die wel interesse hebben zien weinig mogelijkheden om te verduurzamen, aangezien de huurder profiteert van een lagere energierekening.  Bedrijven zijn niet op de hoogte van alle subsidies die er zijn voor energiemaatregelen (ook degene met interesse in duurzaamheid niet). Hierdoor blijven energiebesparingsmaatregelen liggen.  Ondernemers zijn zich nog nauwelijks bewust van de alternatieven voor een gasgestookte ketel. Dit is daarom uitgebreid besproken bij de bezochte bedrijven ondernemers, zodat zij op het natuurlijke moment niet automatisch kiezen voor een gasgestookte ketel.  Sommige bedrijven met interesse in verduurzaming hebben behoefte aan hulp bij het voorbereiden en uitvoeren van duurzame maatregelen. Deze hulp kon Stimular als duurzaamheidscoach direct bieden tijdens het bezoek. De duurzaamheidscoach denkt mee over maatregelen, vraagt offertes op en beoordeelt deze, werkt individuele businesscases uit en vraagt subsidies aan. De directe hulp werd door deze bedrijven zeer op prijs gesteld.

7

3

ROUTE KLIMAATNEUTRAAL BEDRIJVENTERREIN

Een klimaatneutraal bedrijventerrein is een bedrijventerrein waar geen CO2-uitstoot plaatsvindt en waar de verbruikte energie volledig zelf wordt opgewekt. Om te komen tot een klimaatneutraal bedrijventerrein zijn de volgende stappen noodzakelijk: 1.

2.

3.

4.

5.

Elektriciteitsvraag minimaliseren Maximaal besparen van gebouw- en procesgebonden elektriciteitsverbruik door voorkomen van onnodig verbruik (gedrag, efficiënt werken) en vervangen van niet efficiënte energieverbruikers. Deze maatregelen zullen bedrijven in het eigen bedrijfspand moeten uitvoeren. Warmtevraag minimaliseren Verminderen van de warmtevraag door beperken van warmteverlies (niet onnodig verwarmen, isoleren van pand, instellingen verwarming). Deze maatregelen zullen bedrijven in het eigen bedrijfspand moeten uitvoeren. Duurzame warmte gebruiken Vervangen van aardgasgestookte verwarming door duurzamere alternatieven. Deze maatregel kan individueel worden geregeld (bijvoorbeeld warmtepomp) maar kan ook collectief worden georganiseerd (bijvoorbeeld warmtenet of geothermie). Duurzame elektriciteit opwekken Zelf duurzaam opwekken van elektriciteit door middel van PV-panelen of (kleine) windturbines. Deze maatregel kan zowel individueel (eigen dak) als collectief (huren van daken, PV in de openbare ruimte, grote windturbine) worden georganiseerd. Uitstoot van vervoer richting nul Maatregelen om minder te reizen, met duurzamer vervoer te reizen, zuiniger te rijden en door keuze van voertuigen zonder (directe) uitstoot.

Bovenstaande stappen worden in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt voor De Pinnepot.

8

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

4

MINDER

ENERGIE

GEBRUIKEN

4.1

SAMENVATTING BESPARINGSPOTENTIEEL

Het besparingspotentieel voor elektriciteit voor de komende 5 jaar bij de bedrijven is lastig te bepalen omdat veel bedrijven niet zijn bezocht. Stimular verwacht dat veel bedrijven nog conventionele verlichting hebben hangen, dat nog verouderde apparatuur worden gebruikt en dat er weinig aandacht is voor energiezuinig gedrag. Op basis daarvan is de verwachting dat minimaal 5% elektriciteit kan worden bespaard. Dit komt neer op een besparingspotentieel van ongeveer 80.000 kWh per jaar, een reductie van 45 ton CO2 per jaar. Vanwege de beperkte warmtevraag in diverse loodsen (vaak minder dan het verbruik van 1 huishouden), is het besparingspotentieel beperkt. Het besparingspotentieel voor de komende 5 jaar komt uit op ongeveer 10% van de warmtevraag. Dit komt neer op een besparing van ongeveer 14.700 m³ aardgas per jaar, een CO2-reductie van 28 ton per jaar. Het realiseren van deze besparingen zal wel een grote uitdaging worden. In de openbare ruimte is weinig potentieel aanwezig: de openbare verlichting is al volledig vervangen door energiezuinige led-verlichting. Maatregel

Besparingspotentieel

Financieel haalbaar

Technologisch haalbaar

++

Mogelijk op korte termijn ++

4.2.1 Ledverlichting 4.2.2 Zuinige machines 4.2.3 Isoleren 4.2.4 Inregelen verwarming

++

++

++

-

+

++

+/+

-++

++

++ ++

++ + +/--

zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief

4.2

MAATREGELEN

Hieronder worden een aantal maatregelen beschreven die de energievraag op het terrein verminderen. 4.2.1

Vervangen van TL-verlichting

Het merendeel van de bedrijven heeft een weinig energie-intensief proces. Er zijn geen of weinig zware machines op locatie aanwezig, het werk wordt vooral bij klanten uitgevoerd en/of er is vooral sprake van opslag. In al deze gebouwen zal bij aanwezigheid wel altijd verlichting aan staan (gesloten gebouwen met weinig daglicht), waardoor verlichting een relatief groot aandeel zal hebben in het energieverbruik. De bezochte bedrijven hadden vaak al led-verlichting of hebben dit geplaatst na het bezoek van de duurzaamheidscoach. Dit zijn de bedrijven met interesse in verduurzaming. De verwachting is dat niet-bezochte bedrijven vaak nog conventionele TL-verlichting hebben hangen. Dit wordt bevestigd door een vlugge blik naar binnen in panden van buitenaf of bij het korte contact bij de ingang. Vervanging door led levert een besparing op van 40 tot 60% op het verbruik van verlichting. De maatregel verdient zich gemiddeld in 3 jaar terug.

9

Het vervangen van conventioneel TL-verlichting is een Erkende Maatregel. Dit betekent dat bedrijven die meer dan 50.000 kWh of 25.00 m3 gas per jaar verbruiken, deze maatregel verplicht moeten uitvoeren. Zij moeten ook rapporten welke maatregelen zijn hebben uitgevoerd (Informatieplicht Energiebesparing). Veel ondernemers op de Pinnepot hebben echter een verbruik dat lager ligt dan deze normen. Omdat veel panden een magazijn hebben dat niet continu is bezet, is in deze panden aanwezigheidsdetectie op verlichting een goede oplossing om het elektriciteitsverbruik te verlagen. Het is onbekend in hoeverre deze maatregel is toegepast bij de niet-bezochte bedrijven. 4.2.2

Vervangen van machines

Nieuwe machines worden steeds efficiënter en verbruiken minder energie. Dit betekent dat vervanging van machines vaak voor een forse energiebesparing zorgt, mits de ondernemer hier aandacht voor heeft bij aanschaf van apparatuur. Dit is een proces dat op natuurlijke vervangingsmomenten plaats vindt en bedrijfsspecifiek is. Deze maatregel zal door bedrijven individueel opgepakt moeten worden. 4.2.3

Isoleren

De meeste panden zijn beperkt geïsoleerd (wel dubbel glas, maar geen hoge isolatiewaarden voor dak en wanden). Dit betekent dat voor veel panden isoleren mogelijk en zinvol is. Alle aanwezige spouwmuren zijn geïsoleerd. Bij een aantal panden is dakisolatie een geschikte maatregel en bij diverse panden kan het dubbel glas vervangen worden door HR++glas. Loodsen voor opslag of met werkplaatsen, worden zo beperkt verwarmd dat isoleren niet snel rendabel is. Daarbij gaat de meeste warmte verloren door het openen van roldeuren. Dakisolatie en dubbel glas zijn wel rendabel in panden met een kantoor- of showroomfunctie, waar veel wordt verwarmd. De maatregelen zijn pas rendabel op een natuurlijk moment, bij een verbouwing of als de beglazing aan vervanging toe is. De maatregel verdient zich in deze situatie dan binnen 5 jaar terug. Het is dan ook en wettelijk verplichte maatregel (Erkende Maatregel) voor een natuurlijk moment. De ervaring leert echter dat ondernemers in dit type bedrijfspanden niet snel overgaat tot een grootschalige renovatie, waardoor het natuurlijke moment voor veel bedrijven in de verre toekomst ligt, als dit ooit al komt. Hiermee is het een knelpunt, aangezien de vervanging van de ketel meestal eerder aan de orde is. Isoleren is noodzakelijk voor diverse alternatieven voor verwarmen zonder aardgas. Ee tweede knelpunt is het grote aantal huurpanden.

De huurders zijn niet vaak aanwezig en zien dan ook geen noodzaak om te isoleren. Zij gaan daar zeker niet zelf in investeren. De verhuurder heeft geen voordeel van het isoleren van het pand, omdat de verhuurder zelf de energierekening betaalt. De maximale besparing is zo gering (hooguit een paar honderd euro per jaar) dat de verhuurder de huur ook niet of nauwelijks kan verhogen om de kosten voor isolatie terug te verdienen. Isoleren leent zich niet voor een collectieve aanpak, vanwege de variatie in de planning en in het type panden. Wel liggen er kansen om de grote huurblokken in 1 keer te isoleren. 4.2.4

Verwarming inregelen

Bij bedrijven die voorlopig nog gebruik blijven maken van een aardgasgestookte ketel, kan de aardgasvraag worden verminderd door betere inregeling van de verwarming. Via een weersafhankelijke regeling, een optimaliserende regeling en door waterzijdig in te regelen, is ongeveer 20% besparing op gasverbruik mogelijk. De kosten zijn beperkt en bestaan voornamelijk uit arbeidskosten van de installateur. Deze maatregel kunnen bedrijven individueel laten uitvoeren.

10

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

4.3

AANBEVELINGEN

Stimular adviseert de volgende stappen:  Houd contact met bedrijven, zodat de verbouwingsmomenten tijdig worden gesignaleerd. Zo kan een bedrijf dat concrete plannen heeft, gewezen worden op het belang en de mogelijkheden van isolatie en zuinige verlichting, inclusief beschikbare subsidies. Mogelijk staan de ondernemers ook meer open voor verduurzaming op het natuurlijk moment. Zij moeten dan toch aan de slag en kunnen zonder al teveel extra werk en kosten maatregelen meenemen, zeker als zij hierbij worden geholpen door de duurzaamheidscoach. Er is dan een direct belang voor hen, dat zonder natuurlijk moment nog ontbreekt.  Volg de verkoop, koop en verhuur van panden op het terrein en treed snel in contact met nieuwe gebouweigenaren. Informatie hierover is te verkrijgen via de gebruikersvergunning of de omgevingsvergunning. Verhuizingen zijn een ideaal moment om het pand goed te isoleren en overige duurzame maatregelen uit te voeren. Ook hier geldt dat ondernemers op dat moment waarschijnlijk het meeste open staan voor verduurzamen. Daarbij betreft het ondernemers die mogelijk nooit eerder contact hebben gehad met de duurzaamheidscoach.  Vraag DCMR om actief de bedrijven te benaderen die de Erkende Maatregelen moeten uitvoeren. DCMR kan het uitvoeren van de maatregelen opleggen aan bedrijven als zij meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas verbruiken.

Een knelpunt is dat bij DCMR voor veel bedrijven onduidelijk is wat het verbruik is. De duurzaamheidscoach kan samen met DCMR een lijst maken van bedrijven waarvoor de Erkende Maatregelen waarschijnlijk van toepassing zijn.  Voor bedrijven met een verbruik lager dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas, zijn geen wettelijke mogelijkheden om het uitvoeren van maatregelen af te dwingen. Deze groep blijft Vaak onder de radar en wordt nooit bezocht door DCMR. Toch kan een bezoek of aanschrijving van DCMR hier wel helpen. Een brief van DMC zal bij deze bedrijven meer indruk maken, dan een aanbod voor een vrijwillige ondersteuning bij verduurzamen. Zelfs als daar geen harde eis in staat opgenomen. Ondernemers zitten niet te wachten op een regelmatig bezoek van een toezichthouder en om dit te voorkomen is men mogelijk eerder geneigd om toch maatregelen uit te voeren, om DCMR tevreden te houden.  Verhuurders staan niet open voor het verduurzamen van panden. De druk kan worden opgevoerd, als de huurders gaan vragen om een duurzamer pand. De duurzaamheidscoach kan de huurders stimuleren om deze vraag neer te leggen bij de verhuurder. Hoe vaker verhuurders de vraag krijgen, hoe groter de kans dat zij alsnog gaan verduurzamen.

Hierbij kan de duurzaamheidscoach vervolgens helpen bij het uitwerken van een businesscase: de verhuurder kan de investering terugverdienen door de huurprijs te verhogen. De huurder krijgt daarvoor een lagere energierekening en meer comfort voor terug. Deze constructie is vooral kansrijk als de huurders zelf graag willen dat het pand energiezuiniger wordt. Zij zijn dan eerder bereid de huurverhoging te accepteren.

11

5

DUURZAME

WARMTE

5.1

SAMENVATTING POTENTIEEL

Het potentieel voor de lange termijn (2040) is 100% minder aardgas. Tegen die tijd zal er op het terrein waarschijnlijk geen aardgas meer worden gebruikt. De CO2-reductie daarvan is afhankelijk van de gekozen oplossing. Stel dat de huidige aardgasvraag volledig wordt vervangen door warmte uit een warmtenet (o.b.v. geothermie) dan neemt de CO2-uitstoot op De Pinnepot af met circa 100 ton. De uitstoot van een warnetnet is geen nul: er wordt immers nog energie verbruikt voor o.a. transport van de warmte. Indien de daarvoor benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, gaat de uitstoot wel richting nul en bedraagt de reductie circa 276 ton CO2 per jaar. Aangezien een deel van de bedrijven eigen alternatieven zal inzetten, zal een deel op andere wijzen worden opgewekt (bijvoorbeeld warmtepompen, infraroodpanelen). Voor elektrische alternatieven is de CO 2-uitstoot beperkt, mits de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, bijvoorbeeld via zonnepanelen. Het potentieel voor de korte termijn is beperkt, aangezien een collectieve oplossing zeker niet voor 2030 in gebruik zal zijn. Daarbij is, gezien de beperkte interesse in verduurzamen, de kans klein dat veel ondernemers zelfstandig de stap naar aardgasvrij gaan zetten. Het potentieel voor de komende 5 jaar is dan ook beperkt. In dit hoofdstuk kijken we daarom vooral naar de kansen op langere termijn. Maatregel

Besparingspotentieel

Financieel haalbaar

Technologisch haalbaar

++ +/+/-

Mogelijk op korte termijn --++

6.2.1 Geothermie 6.2.2 WKO 6.2.3 Infraroodverwarming 6.2.4 Hybride warmtepompen

--++

+/+/++

+

++

+

+

++ + +/--

zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief

5.2

MAATREGELEN

De gemeente Westvoorne heeft, samen met de andere gemeenten op Voorne-Putten een regionale warmtevisie opgesteld. De Pinnepot is daarin nog niet aangemerkt als kansrijke wijk voor 2030. Voor Oostvoorne zullen tussen 2030 en 2040 grote stappen richting aardgasvrij wordt gezet. De bedrijven op De Pinnepot gebruiken beperkt aardgas in het productieproces (voedselbereiding). Hiervoor is de oplossing bekend, ook bij de betreffende ondernemers: overstappen op elektrisch koken (bij voorkeur inductie). Daarom zijn alleen de alternatieven van aardgas voor verwarming onderzocht. Duurzaam verwarmen van panden Er zijn verschillende duurzame alternatieven om te verwarmen. Deze kunnen worden ingedeeld naar collectieve en individuele systemen en naar de bijbehorende isolatieopgave. Aardgas levert hoge temperatuur warmte, diverse alternatieven leveren lage temperatuur warmte. Deze vragen om betere isolatie en een ander afgiftesysteem voor warmte. Zie onderstaand schema (RVO, 2017).

12

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

De verschillende opties zijn onderzocht, inclusief enkele opties die niet in bovenstaand schema voorkomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Nationale Energie Atlas en informatie uit de bezoeken aan het terrein. Collectieve of individuele opties Bij collectieve warmteopties zal in één keer een groep bedrijven worden aangesloten op een nieuwe warmtebron. Een knelpunt hierbij is dat de ketels bij de bedrijven verschillende bouwjaren hebben, waardoor het lastig is om aan te sluiten op een natuurlijk moment. Het vervangen van een goede ketel die nog niet is afgeschreven, is voor de meeste ondernemers geen optie. Een nadeel voor collectieve opties is de schaalgrootte op De Pinnepot. Hoewel er veel bedrijven gevestigd zijn is de warmtevraag nog steeds relatief klein. Het zijn immers bedrijfspanden die maar beperkt verwarmd hoeven te worden. Veel ruimtes worden gebruikt als opslag of er wordt fysiek werk verricht waardoor medewerkers het niet snel koud hebben. De Pinnepot ligt wel in de buurt van woonwijken en zwembad De Meander. Daar is de warmtevraag veel groter. Een collectieve warmtevoorziening kan daarom het beste in samenhang met het zwembad en omliggende woonwijken worden gerealiseerd. Individuele opties kunnen bedrijven direct en zelfstandig uitvoeren. Hierdoor zijn bedrijven niet afhankelijk van elkaar en kunnen eigen natuurlijke momenten worden benut.

Een nadeel is dat kosten voor individuele oplossingen mogelijk hoger zijn en dat ondernemers zelf meer moeten organiseren. Als meerdere bedrijven individueel van het gas af gaan, wordt een collectieve oplossing steeds minder interessant. De kans is klein dat veel ondernemers op korte termijn zelfstandig van het aardgas af zullen gaan. 5.2.1

Geothermie

Geothermie (ook wel aardwarmte genoemd) is een vorm van duurzame energie, die kan worden geproduceerd door warm water van 45-120°C op te pompen uit watervoerende aardlagen op 1,5 tot 4 km diepte. Om de aardwarmte op te halen wordt grondwater opgepompt van deze diepte en wordt de warmte eruit gehaald. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer teruggepompt en warmt vanzelf weer op door de hitte uit de aardkern. Geothermie is een collectieve optie. Geothermie wordt op Voorne-Putten al toegepast. Momenteel wordt gewerkt aan geothermie in Tinte. Een interessante optie is om het warmtenet door te trekken richting Oostvoorne, waarbij ook De Pinnepot zou kunnen aansluiten.

13

Aangezien de geothermiebron tegen die tijd al beschikbaar is, zijn er vooral aandachtspunten voor de toepassing op De Pinnepot zelf:  Er is weinig aanpassing in panden nodig. Geothermie levert warmte op hoge temperaturen, vergelijkbaar met de huidige temperaturen die met aardgas bereikt worden. Daarom is extra isolatie niet noodzakelijk en hoeft het warmteafgiftesysteem niet aangepast te worden. De eigen gasgestookte ketel verdwijnt, hier komt een aansluiting op een warmtenet voor terug.  Warmte wordt nu bij het bedrijf zelf opgewekt door middel van het verbranden van gas. De gasleidingen en gasaansluiting zijn dan niet meer nodig. Wel is er een aansluiting nodig op een warmtenet die verbonden is met de geothermie installatie. Dit warmtenet moet dan voor het bedrijventerrein en omgeving worden aangelegd. Dit betekent dat het bedrijventerrein langere tijd hinder zal ondervinden voor werkzaamheden aan de infrastructuur. Conclusie en businesscase Geothermie is een kansrijke optie voor De Pinnepot op langere termijn. Een voordeel is dat weinig aanpassing in de panden nodig zal zijn en dat ondernemers niet zelfstandig hoeven te verduurzamen. De definitieve haalbaarheid, in combinatie met zwembad centrum en woonwijken, en de bijbehorende businesscase vraagt om nader onderzoek door een specialist op het gebied van geothermie. 5.2.2

Zonnewarmte

Zonnewarmte kan een bijdrage leveren. Zonneboilers zijn vooral interessant bij een grote warm water vraag, deze is niet aanwezig op De Pinnepot. In de zomer zou dan veel warm water worden gemaakt, die vervolgens niet nuttig kan worden gebruikt. Een alternatief zijn PVT-panelen in combinatie met een warmtepomp en een boilervat voor opslag. PVT-panelen zien er uit als zonnepanelen, maar leveren zowel warmte als elektriciteit. De warmte kan via de warmtepomp ook voor verwarming van het pand worden ingezet. Voor PVT-panelen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten:  Er moet voldoende ruimte op het dak zijn en er moet voldoende lichtinval op de PVTpanelen mogelijk zijn (geen schaduw of noord-zijde van een schuin dak).  De dakconstructie moet voldoende sterk zijn. PVT-panelen zijn zwaarder dan reguliere zonnepanelen.  Er moet ruimte zijn in het pand voor een warmtepomp en boilervat.  Zie 6.2.5 voor een overzicht van randvoorwaarden voor warmtepompen. Deze zijn ook relevant voor PVT-panelen, aangezien hier ook een warmtepomp bij nodig is. Conclusie en businesscase PVT-collectoren zijn een optie voor enkele panden die nu nog met gas worden verwarmd en een dak met goede constructie hebben. De meeste daken hebben voldoende ruimte voor PVT-panelen. Voorbeeld businesscase klein PVT-systeem Een PVT-systeem (met 16 panelen, warmtepomp, boilervat) kost ongeveer € 13.000.

Op PVT-panelen is ISDE-subsidie mogelijk (circa € 2.500). Hiermee wordt ongeveer 5.000 kWh per jaar opgewekt en ongeveer 1.900 m3 gas bespaard. Dit levert een besparing van ongeveer € 1.750 per jaar, waarmee de maatregel zich in 6 jaar terugverdient. 5.2.3

Infraroodverwarming

Een individuele optie met beperkte consequenties voor het gebouw is infraroodverwarming. Infraroodstraling verwarmt personen en objecten (inclusief muren, plafonds, meubilair) en de lucht wordt indirect opgewarmd door de objecten. De objecten geven dus ook nog enige tijd warmte af, nadat de infraroodverwarming is uitgezet. Zodra de panelen aangaan wordt warmte afgegeven en is er een comfortabel gevoel. Voor infraroodpanelen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten:

14

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

  

Infrarood is goed toepasbaar als er geen noodzaak is om de gehele ruimte te verwarmen. Dit is bij veel bedrijfspanden op De Pinnepot het geval. Veel ruimtes worden gedeeltelijk voor opslag gebruikt, zodat dat deel van de ruimte niet verwarmd hoeft te worden. Ook zijn er hoge werkplaatsen, waarbij de medewerker slechts een deel van de ruimte gebruikt. Infrarood is zeer geschikt voor ruimtes die slechts kort worden gebruikt. Op het terrein zijn veel panden met een klein kantoor, dat hooguit een paar uur per dag wordt gebruikt. Ook zijn er panden waar een groot deel van de dag of zelfs meerdere dagen per week niemand aanwezig is. Dat maakt infrarood een geschikte gasloze oplossing om te verwarmen. Aangezien infrarood geen lucht verwarmt, is het een goede oplossing in panden waarbij deuren regelmatig open en dicht gaan. Bij andere vormen van verwarming ‘verdwijnt’ in dat soort panden de opgewarmde lucht bij iedere opening naar buiten. Met infraroodverwarming is dat niet het geval. Op het terrein zijn veel bedrijven met een roldeur die regelmatig open gaat (bijvoorbeeld dienstverleners die goederen in- en uitladen). Enige mate van isolatie is vereist. Infraroodpanelen verhogen het comfort, maar bij veel kieren wordt dit comfort verstoord. De straling kan via ramen naar buiten verdwijnen. Dit kan worden voorkomen met speciale coatings op de ramen.

De panden hebben relatief weinig raamoppervlak. Vanwege het elektriciteitsverbruik is infraroodverwarming pas duurzaam, als de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt (met zonnepanelen of eventueel inkoop van 100% groene stroom). Anders is de CO2-uitstoot nauwelijks lager dan bij aardgasgestookte verwarming.

Conclusie en businesscase Infrarood panelen zijn een praktische en betaalbare oplossing voor panden waar niet overal behoefte aan warmte is en waar veel warmteverlies is, zoals in een groot deel van de panden (werkplaatsen met roldeuren die regelmatig open en dicht gaan). Voorbeeld businesscase klein (huur)pand Op De Pinnepot zijn diverse panden die beperkt worden gebruikt en daarom ook een laag gasverbruik hebben (circa 1.500 m3 aardgas). Veel van de panden worden maar een beperkt aantal uur per week gebruikt. Op koude dagen staat de verwarming dan al aan voor er iemand aanwezig is en de hele ruimte wordt dan opgewarmd. Met infraroodpanelen hoeft alleen verwarmd te worden op het moment dat iemand aanwezig is. In veel van deze panden volstaan 2 a 3 infraroodpanelen voor de volledige verwarming. Infraroodpanelen kosten € 80 - € 150 per stuk (excl arbeid). Ophangen kunnen veel ondernemers zelf. Indien ophangen wordt uitbesteed, komen de totale kosten voor 3 infraroodpanelen uit op circa € 2.500. De maatregel bespaart 1.500 m3 aardgas (€ 945) per jaar, hier komt 500 kWh (€ 100) per jaar aan elektriciteit voor terug. De besparing is € 845 per jaar op energieverbruik. Er wordt ook op vaste kosten bespaard voor de gasaansluiting, aangezien deze kan worden afgesloten (circa € 150). Gas afsluiten kost eenmalig circa € 650.

De totale jaarlijkse besparing (verbruik en vaste kosten) komt uit op circa € 995. De investering verdient zich in ongeveer 3 jaar terug (bij uit besteden van installeren, bij zelf plaatsen is de maatregel in 1,5 jaar terugverdiend. De korte terugverdientijd maakt de maatregel ook interessant voor huurders van een pand: als zij nog enkele jaren in het pand blijven, verdienen ze zelf de investering ruimschoots terug. Desgewenst kunnen de infraroodpanelen bij een verhuizing worden meegenomen. Als de investering minimaal € 2.500 is dan is er extra aftrek van de fiscale winst mogelijk via EIA. De verwachting is dat deze mogelijkheid komende jaren blijft bestaan, om aardgasvrij maken van panden te stimuleren. Door gebruik te maken van deze regeling neemt de terugverdientijd verder af.

15

Voorbeeld businesscase groter bedrijf Infraroodpanelen zijn vaak minder geschikt als hoofdverwarming. Als infraroodpanelen de hele dag aan staan, verbruik deze relatief veel elektriciteit. Voor grote bedrijven zijn infraroodpanelen vooral een oplossing voor specifieke ruimtes, die normaal constant (met gas) verwarmd worden, terwijl de ruimte maar enkele uren per week wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld een spreekkamer zijn of een werkplek voor een specialistische klus die slechts af en toe wordt uitgevoerd. In dat geval kan die ruimte worden verwarmd met 1 a 2 infraroodpanelen (€ 300 materiaalkosten, inclusief arbeid € 1.000 per ruimte) en wordt bespaard op het gasverbruik voor die ruimte (circa 1.000 m3 aardgas, € 630 per jaar). Hier komt circa 350 kWh (€ 70) per jaar voor terug. De investering verdient zich in een jaar terug (bij zelf instaleren) of in 2 jaar bij laten installeren. Bij deze optie wordt niet bespaard op de vaste kosten, aangezien een deel van het pand nog steeds met aardgas wordt verwarmd. Indien meerdere ruimtes worden voorzien van infraroodpanelen en minimaal € 2.500 wordt geïnvesteerd, dan komt de investering in aanmerking voor extra fiscale aftrek via EIA. Hiermee neemt de terugverdientijd verder af. 5.2.4

Individuele warmtepompen

Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht, zonlicht of bodem en verwarmen water (radiatoren of vloerverwarming) of lucht (luchtverwarming). De warmtepomp bestaat uit een buiten-unit (op dak of langs gevel), PVT-panelen (zie 5.2.3) of een warmtewisselaar in de bodem en een binnen-unit (meestal op de plek van de huidige ketel). Het voordeel van een bodem-warmtepomp is dat deze efficiënter werkt door een constante temperatuur in de bodem (terwijl lucht en PVT afhankelijk zijn van weersomstandigheden). Het nadeel is dat een bodem-warmtepomp meer kost en dat de installatie meer ruimte in beslag neemt. De warmtepomp is een individuele optie. Voor warmtepompen gelden de volgende randvoorwaarden en aandachtspunten:  Warmtepompen leveren continu warmte op een lage temperatuur: daarmee valt de optie af voor panden met lage gebruikstijden. Die zijn niet efficiënt te verwarmen met een warmtepomp.  Warmtepompen vereisen goede isolatie van het gebouw en een systeem voor lage temperatuur verwarming. De meeste panden zullen hiervoor moeten worden aangepast. De kosten voor aanpassing zo hoog, dat dit niet snel wordt terugverdiend op basis van de besparing op het gasverbruik.  Een overweging voor de oudere panden is een hybride constructie.

Er wordt dan een warmtepomp geplaatst, die het merendeel van het jaar voor de warmte zorgt plus een cv-ketel die bijspringt op de koudste dagen van het jaar. Hiermee wordt de aardgasvraag al drastisch verminderd (tot wel 70%). Met een hybride constructie wordt de (uiteindelijk noodzakelijke) aanpassing van het pand uitgesteld. Een hybride constructie is goedkoper in aanschaf, omdat met een warmtepomp met een lager vermogen kan worden volstaan en er zijn geen verbouwingen nodig. Met een hybride warmtepomp worden er minder eisen gesteld aan de gebouwisolatie. Het nadeel is dat een aardgasaansluiting nodig blijft, met bijbehorende vaste kosten.  Een alternatief zijn airco’s die ook kunnen verwarmen. Dit is ook een vorm van een warmtepomp. Sommige bedrijven hebben al een dergelijke airco en kunnen experimenteren met het uitlaten van de radiatoren en volledig verwarmen via de airco’s. Zo kunnen zij testen of ze wellicht het gas kunnen afsluiten. Conclusie en businesscase Voor de meeste bedrijven op De Pinnepot is de warmtepomp geen geschikte optie, onder andere vanwege de beperkte gebruiksuren van de panden en de matige isolatie van de panden. Waar een warmtepomp wel mogelijk is, zal dit in de meeste gevallen in een hybride constructie zijn, waarbij de ketel nog bijspringt bij koude pieken. Hiermee kan ongeveer 70% van het aardgasverbruik worden bespaard.

Daar komt echter wel elektriciteitsverbruik voor terug. De kosten voor het elektriciteitsverbruik zijn lager dan voor het aardgasverbruik, zeker nu de energiebelasting op aardgas komende jaren blijft stijgen. Hierdoor gaan de energiekosten per saldo omlaag.

16

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

Een alternatief is om via airco’s (ook warmtepompen) te verwarmen. Met extra airco’s is het wellicht mogelijk om helemaal van het gas af te gaan. Ideaal zou zijn als de benodigde elektriciteit (op jaarbasis) wordt opgewekt met eigen zonnepanelen. Anders zal het elektriciteitsverbruik flink gaan toenemen. Businesscase bijplaatsen warmtepomp (hybride constructie) Uitgangspunt: Een bedrijfspand met een gasverbruik van 10.000 m3 per jaar. Een warmtepomp met 30% van het vermogen van de huidige ketel, levert een gasbesparing van circa 70%. We gaan uit van een warmtepomp van circa 18 kW. Deze kost ongeveer € 15.000. De gasbesparing is 7.000 m3 (€ 4.410) per jaar. Hier komt ongeveer 16.500 kWh per jaar aan elektriciteit (€ 2.000) voor terug. De netto besparing is € 2.410. De investering verdient zich in ongeveer 6 jaar terug. In 2021 is een bijdrage mogelijk voor warmtepompen vanuit de ISDE-subsidieregeling OF zijn er mogelijkheden voor extra aftrek van de fiscale winst via EIA. De verwachting is dat deze mogelijkheden komende jaren blijven bestaan, om aardgasvrij maken van panden te stimuleren. Door gebruik te maken van 1 van deze regelingen neemt de terugverdientijd met ongeveer een jaar af. 5.2.5

Afgevallen opties voor duurzaam verwarmen

De volgende opties voor duurzaam verwarmen zijn afgevallen:  Warmtenet o.b.v. industriële restwarmte: er is onvoldoende industriële restwarmte beschikbaar op Voorne-Putten. In theorie kan de restwarmte van buiten het eiland worden gehaald. Hier hebben de gemeente en ondernemers echter maar zeer beperkte invloed op.  WKO (Warmte Koude Opslag): er is onvoldoende koudevraag om een WKO in balans te houden op De Pinnepot.  Biovergister: Er is onvoldoende aanvoer van lokale biomassa (voedselresten uit horeca) om een biovergister te laten draaien in Westvoorne.  Pelletkachel: deze optie is niet CO2-neutraal, vanwege de aanvoer van pellets. Pelletkachels zorg ook voor fijnstof uitstoot en stankoverlast. Tot slot is er ruimte nodig voor opslag van pellets, die bij de meeste bedrijven niet aanwezig is.

5.3

AANBEVELINGEN

Stimular doet de volgende aanbevelingen:  Een collectieve vorm van warmteopwekking is niet kansrijk op de korte termijn. Voor de langere termijn is aansluiting op een warmtenet, gevoed door de geothermiebron bij Tinte, een geschikte oplossing voor De Pinnepot. Gezien de beperkte warmtevraag op De Pinnepot kan dit bijvoorbeeld samen met zwembad De Meander en de omliggende woonwijken worden georganiseerd.  Op kortere termijn zijn alleen individuele aardgasvrije oplossingen mogelijk. Het meest kansrijk zijn infraroodpanelen (vooral voor ruimtes met beperkt gebruik en waarbij niet de hele ruimte verwarmd hoeft te worden), hybride warmtepompen en airco’s die ook kunnen verwarmen.  De uitdaging is om bedrijven te laten kiezen voor aardgasvrije oplossingen. Dit is het meest kansrijk op natuurlijke momenten, als bedrijven toch gaan verhuizen, verbouwen of de ketel moeten vervangen. Houd daarom contact met bedrijven, zodat de vervangings- en verbouwingsmomenten tijdig worden gesignaleerd. Mogelijk staan de ondernemers dan ook meer open voor verduurzaming op het natuurlijk moment. Zij moeten dan toch aan de slag en kunnen zonder al teveel extra werk en kosten maatregelen meenemen.

17

6

DUURZAME

ELEKTRICITEIT

6.1

SAMENVATTING POTENTIEEL

Het theoretisch potentieel voor zonnepanelen op bedrijfsdaken is ongeveer 18.425 zonnepanelen. Uitgaand van zonnepanelen van 350 kWp, komt het maximale vermogen uit op bijna 6.450 kWp. Hiermee kan ongeveer 5,8 miljoen kWh per jaar worden opgewekt. Dit is ongeveer 3,5 maal het huidige verbruik op De Pinnepot. Indien alle daken worden benut, wordt dus een overschot opgewekt dat elders kan worden gebruikt, bijvoorbeeld op woningen waar zonnepanelen niet mogelijk zijn (via de Postcoderoosregeling). Ook biedt dit ruimte voor elektrische vormen van verwarming en elektrisch rijden, waardoor het elektriciteitsverbruik zal toenemen. Het is echter een theoretisch potentieel, dat in de praktijk waarschijnlijk niet zal worden behaald om de volgende redenen:  De daken zijn getoetst op lichtinval, niet op dakconstructie. De ervaring leert dat veel daken van loodsen e.d. een ongeschikte dakconstructie hebben. Hierdoor zijn zonnepanelen niet mogelijk, zijn minder panelen mogelijk dan het maximum of zijn (dure) ingrepen nodig om het dak alsnog geschikt te maken.  Ondernemers zullen niet meer zonnepanelen neerleggen, dan er nodig zijn voor eigen verbruik. Dit betekent dat op veel daken niet de maximale ruimte zal worden benut.  Diverse panden worden beperkt gebruikt, vooral voor opslag. Daarom is het energieverbruik zeer laag. Vaak is er wel een flink dakoppervlak.

Vanwege de lage energierekening hebben de meeste bedrijven weinig behoefte om deze kosten te verlagen. Deze daken blijven dan onbenut.  Een groot deel van de panden wordt gehuurd. De verhuurders hebben zelf geen elektriciteitsaansluiting en de opbrengsten zijn voor huurders. Deze split incentive moet eerst worden opgelost voor verhuurders overwegen om zonnepanelen te gaan plaatsen. De meeste verhuurders hebben geen interesse in verduurzaming, waardoor zij vooralsnog niet meewerken aan het oplossen van deze problematiek. Het potentieel voor duurzame elektriciteit neemt toe met zonnepanelen op andere locaties dan bedrijfsdaken, bijvoorbeeld op (nog te realiseren) carports of zonnevelden. Er zijn op korte termijn geen realistische mogelijkheden voor windturbines op of nabij De Pinnepot. Met duurzame elektriciteit kan de CO2-uitstoot van het bedrijventerrein uiteindelijk tot nul gereduceerd worden of ontstaat zelfs een negatieve CO2-uitstoot (compensatie voor of uitwisseling met andere gebieden waar onvoldoende dakoppervlak aanwezig is). Voor de komende 5 jaar is het potentieel geraamd op ongeveer 1.500 zonnepanelen (525 kWp), waarmee ongeveer 472.500 kWh per jaar wordt opgewekt (30% van het huidige verbruik). Dit is een CO2-reductie van 263 ton. Gezien bovengenoemde knelpunten, zal het een grote uitdaging worden om dit potentieel daadwerkelijk te realiseren. Maatregel

Besparingspotentieel

6.3.1 Zonnepanelen op eigen bedrijfsdak 6.3.2 Zonnepanelen gemeentelijke daken 6.3.3 Overige locaties zonnepanelen ++ + +/--

18

++

Mogelijk op korte termijn ++

Financieel haalbaar ++

Technologisch haalbaar ++

++

+

+

++

++

--

--

+

zeer positief positief neutraal negatief zeer negatief

Rapportage Bedrijventerrein De Pinnepot op weg naar klimaatneutraal

6.2

OPLOSSEN VAN KNELPUNTEN

Er is veel potentieel voor zonnepanelen. Vanwege verschillende knelpunten wordt het lastig dit potentieel waar te maken. Stimular ziet de volgende oplossingen voor de knelpunten. 6.2.1

Dak verhuren voor plaatsen van zonnepanelen

Ondernemers of vastgoedeigenaren die zelf niet kunnen of willen investeren, die zelf nauwelijks elektriciteit verbruiken of die veel ruimte over hebben nadat panelen voor eigen verbruik zijn geplaatst, kunnen het dak verhuren. Dit kan aan een commerciële (energie)leverancier of aan een energiecorporatie. Een commerciële leverancier maakt gebruik van de SDE++ regeling. Hiervoor is een grootverbruiksaansluiting (meer dan 3*80A) noodzakelijk. Deze subsidie keert 15 jaar lang een bedrag uit voor opgewekte elektriciteit. Daarnaast zijn er opbrengsten voor levering van elektriciteit aan het net. Uit deze opbrengsten ontvangt de dakeigenaar een vergoeding voor dakhuur. Een alternatieve vorm is dakverhuur aan een energiecorporatie (op Voorne-Putten is dat VPE, Voorne-Putten Energie). Hiervoor is een businesscase uitgewerkt voor een vastgoedeigenaar. Helaas heeft de eigenaar het pand inmiddels verkocht, waardoor de businesscase voorlopig nog niet kan worden uitgevoerd. Businesscase dak Dalweg 10-24 Dalweg 10-24 bestaat uit 8 units, waarvan er 6 eigendom zijn van 1 eigenaar, 2 units (in het midden) hebben een andere eigenaar. De toenmalige eigenaar stond open voor de verhuur van zijn dakdelen t.b.v zonnepanelen. Er is ruimte voor ongeveer 300 panelen op de 6 units. Een energiecorporatie huurt daken gemiddeld voor een periode van 15 jaar.

Zij leggen het dak dan vol zonnepanelen en betalen een vergoeding per paneel per jaar. Deze vergoeding is € 1 tot € 2 per paneel per jaar. Bij 300 zonnepanelen is dat dus een opbrengst van € 300 tot € 600 per jaar voor de dakeigenaar. Daarnaast biedt de provincie Zuid-Holland een eenmalige vergoeding van (maximaal) € 5.000 als de vastgoedeigenaar het dak beschikbaar wil stellen aan een corporatie. De investering wordt gedaan door de corporatie, die deze weer ophaalt bij private investeerders in de omliggende postcodegebieden: dit zijn bijvoorbeeld inwoners van Oostvoorne die geen zonnepanelen op het eigen dak kunnen plaatsen. Ook huurders van een unit in het gebouw kunnen desgewenst mee investeren. De totale investering voor 300 zonnepanelen (105 kWp) bedraagt ongeveer € 94.500. De opbrengsten bestaan uit levering aan het net (circa € 0,03 per kWh) plus een subsidie van € 0,105 per kWh. Dit komt neer op een opbrengst van € 12.755 per jaar. Uit dit bedrag wordt de vergoeding voor dakhuur betaald en wordt een bedrag uitgekeerd aan de investeerders. Na 15 jaar heeft de installatie ongeveer € 182.325 opgeleverd (na aftrek dakhuur), zodat de investeerders hun investering met rente terug hebben verdiend. Daarbij hebben ze hun woning op die manier indirect kunnen verduurzamen. 6.2.2

Lichtgewicht zonnepanelen

Meerdere daken zijn ongeschikt voor de gangbare zonnepanelen, omdat de dakconstructie het gewicht niet aan kan. Tegenwoordig zijn er lichtgewicht zonnepanelen op de markt. Hiermee kunnen zonnepanelen op daken worden geplaatst, zonder dat een aanpassing van de dakconstructie nodig is. De zonnepanelen zijn circa 30% duurder dan gangbare zonnepanelen. Daar staat tegenover dat wordt bespaard op de plaatsing van de panelen: er is een minder complexe constructie nodig (zo kunnen sommige merken ‘geplakt’ worden) en kost het plaatsen aanzienlijk minder tijd (minder kosten voor arbeid).

19

Op De Pinnepot is een bedrijf gevestigd dat deze lichtgewicht panelen (plakpanelen) verkoopt en plaatst (BCT Aannemers). De ondernemer is momenteel bezig om een nieuwe BV op te richten die zich volledig op deze lichtgewicht panelen gaat richten (PM Solar). Op het eigen dak liggen nu al enkele panelen om de panelen te testen en opbrengsten te monitoren. Er komt een demonstratieruimte in het pand, waar geïnteresseerden kunnen komen kijken. Een aantal pilots op De Pinnepot kan het bedrijf helpen om referenties op te bouwen en het bedrijventerrein op de kaart te zetten als een broedplaats voor innovatieve ondernemers. De gemeente kan dit ondersteunen door de panelen te plaatsen op enkele eigen panden, bijvoorbeeld op de Remise of de Milieustraat. Lichtgewicht zonnepanelen komen in aanmerking voor een subsidie van provincie ZuidHolland (Zonnig Zuid-Holland) als aantoonbaar is dat de huidige dakconstructie ongeschikt is voor gewone zonnepanelen. Deze subsidie kan ook worden benut voor het verstevigen van daken, zodat deze geschikt worden voor gewone zonnepanelen. 6.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11341718/1