Vaststelling bijlagen bestemmingsplan Prinsenland te Honselersdijk (20-0334302)
Tekst van het document
Conclusie Het plangebied ligt niet binnen de aan te houden afstanden die overeenkomen met de milieucategorieën waardoor voor dit aspect geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.
4.2.
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van wegen. Voor de Burgemeester Hoogenboomstraat, Johan van Oldenbarneveldstraat en van Heijstlaan is een 30 kilometerzone vastgesteld. In artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder staat dat er langs 30 kilometer wegen geen geluidzone geldt. De Molenlaan is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom waar een maximale snelheid van 50 kilometer per uur is toegestaan. Voor deze weg is een zone
van 200 meter van toepassing. Het plangebied ligt op een afstand van circa 300 meter en heeft daarmee voldoende afstand van de Molenlaan. De Middelbroekweg is een gebiedsontsluitingsweg, bestaande uit twee rijstroken, buiten stedelijk gebied waar een zone van 250 meter geldt. Het projectgebied ligt op een afstand van 270 meter van de weg waardoor een onderzoek naar wegverkeerslawaai niet nodig is.
Conclusie Voor het aspect geluid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
4.3.
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. De grenswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven. Het woningbouwproject kan worden aangemerkt als woningbouwlocatie zoals bedoeld in het Besluit Niet In Betekenende Mate bijdragen. De voorwaarde hiervoor is dat het plan niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg omvat. Gezien de aard en de omvang van voorliggend woningbouwproject met maximaal 27 woningen, is het dus uitgesloten dat het bouwplan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
2010 t/m 2014
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/mP
vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/mP
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
Conclusie Voor het aspect luchtkwaliteit worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
4.4.
Externe veiligheid
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk bij bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben. In een onderzoek externe veiligheid van Aqua-Terra Nova zijn de veiligheids- en milieuaspecten inzichtelijk gemaakt. Risicovolle inrichtingen Op de risicokaart is zichtbaar dat rondom het plangebied enkele risicorelevante activiteiten aanwezig zijn. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichtingen zijn: »
(vml)Nic. Sosef B.V., Stationsweg 23 in Honselersdijk. Opslag van gevaarlijke stoffen: vloeibare meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen (opslagvoorzieningen ^0 ton). Het bedrijf is gelegen op een afstand van ca. 1.000 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen;
»
Flora Holland, Middel Broekweg 29 in Honselersdijk. Aanwezigheid van ammoniak in koelinstallaties. Het bedrijf is gelegen op een afstand van ca. 1.300 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen.
De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen Het plangebied bevindt zich op 1.300 meter afstand van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (provinciale weg N213). Bekend is dat er op de N213 minder dan 500 transporten met GF3 (66 transporten) plaatsvinden. Gezien de afstand van het plangebied tot de N213 is het niet nodig om nader in te gaan op het transport van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is niet van invloed op het plangebied. Buisleidingen Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van buisleidingen. De meest dichtbij zijnde buisleidingen zijn: »
Aardgas buisleiding W-522-01 van Gasunie. De buisleiding is gelegen op een afstand van ca. 700 meter van het plangebied. De buisleiding heeft een invloedsgebied van 200 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding.
»
Een ammoniak voerende leiding van Flora Holland. De buisleiding is gelegen op voldoende afstand van het plangebied. De 10Zo letaliteitscontour van de buisleiding reikt niet tot aan h e t p l a n g e b i e d . H e t p l a n g e b i e d i s g e l e g e n b u i t e n h e t i n vl o e d s g e b i e d va n d e b u i s l e i d i n g .
De aanwezigheid van buisleidingen met gevaarlijke stoffen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
Conclusie Het plangebied ligt niet in een invloedsgebied van een risicobron zodat verantwoording van het groepsrisico achterwege kan blijven. Voor het aspect externe veiligheid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
4.5.
Water
Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van water naar verschillende aspecten worden gekeken, namelijk naar veiligheid en waterkeringen, waterkwantiteit, watersysteemkwaliteit en ecologie, onderhoud en bagger, bodem en grondwater. Door Aqua-Terra Nova is een waterstudie opgesteld. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een watergang. De overzijde van de watergang is een regionale kering (zie onderstaande afbeelding). In het plangebied zelf komen geen regionale waterkeringen voor. Het oostelijke deel van het gebied maakt langs de watergang onderdeel uit van een beschermingszone. Er wordt volgens de huidige plannen/tekeningen niet gebouwd in deze strook. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. Het hoogheemraadschap hanteert het stand - stil principe. Dit houdt in dat een (ruimtelijke) ontwikkeling niet mag leiden tot een verslechtering van het watersysteem en er bij toename aan verhard oppervlak extra watercompensatie nodig is. De hoeveelheid water binnen het plangebied wordt in de nieuwe situatie meer dan verdubbeld. Er wordt voor 586m2 aan extra wateroppervlak gegraven, met een peilstijging van 0,25 m geeft dit een waterberging van 147m3.
Voor het graven van extra wateroppervlak dient een vergunning aangevraagd te worden.
Conclusie Er worden voor het aspect water geen belangrijke negatieve milieugevolgen verwacht.
4.6.
Bodem
Bij een planologische wijziging moet de geschiktheid van de bodem meegewogen worden. In dit geval is sprake van een strijdige functie, aangezien er woningen worden gerealiseerd op een perceel wat momenteel als agrarisch is bestemd. Door BMA Milieu is hiervoor een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese 'verdacht' deels juist is. Ter plaatse zijn in de grond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarde vastgesteld. Voor lichte verontreiniging is echter geen nader onderzoek noodzakelijk. Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetoond. Het criterium voor nader bodemonderzoek (50 mg/ kg d.s.) en de interventie waarde (100 mg/kg d.s.) worden niet overschreden.
Conclusie Voor het aspect bodem worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
4.7.
Ecologie
Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de flora- en fauna en de natuurgebieden zijn onderzocht door Aqua-Terra Nova. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in of grenst niet aan gebieden beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is gelegen op een afstand van circa 4,8 km van het plangebied. Stikstofdepositie is de hoeveelheid stikstof, die in de vorm van NOX (stikstofoxiden) of NH3 (ammoniak) neerdaalt op de bodem. Verschillende bronnen hebben een stikstofuitstoot. In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, gebieden met een Europese beschermingsstatus. In 118 Natura 2000-gebieden is de stikstofdepositie hoger dan de diverse habitatten kunnen verdragen. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten' op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning (Wnb-vergunning). Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS-calculator.
Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. In de bouw- en gebruiksfase van het beoogde woongebied zal er geen sprake zijn van negatieve effecten op Natura 2000 en het project is daardoor niet vergunningplicht. Soortenbescherming Door middel van een quickscan en soortgericht onderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde dier- en plantsoorten. Door de werkzaamheden wordt de aanwezige zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verstoord en vernietigd. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond strikt beschermd, conform artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming en de Europese Habitatrichtlijn. Het nemen van mitigerende maatregelen en aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk. De watergang aan de noordoostzijde en zuidoostzijde van het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied door watervleermuizen. De watervleermuis betreft een zeer lichtgevoelige soort. De watergang wordt verbreed en zal na afronding van de werkzaamheden weer beschikbaar zijn. Er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden indien er aan de volgende punten wordt voldaan: »
Wanneer in de actieve periode van vleermuizen wordt gewerkt, welke grofweg duurt van maart t/m oktober, moet uitstraling van verlichting tussen zonsondergang en zonsopkomst op de watergang voorkomen worden. Kunstmatige verlichting dient tussen zonsondergang
en zonsopkomst voorkomen te worden, door de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren. »
Na afronding van de werkzaamheden moeten de watergangen onverlicht blijven zodat deze geschikt blijven als foerageergebied voor de watervleermuis en mogelijk andere soorten.
Indien niet aan het bovenstaande kan worden voldaan dient een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Conclusie Mits de maatregelen uit het nader onderzoek worden uitgevoerd en de ontheffing wordt aangevraagd, zijn er voor dit aspect geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten.
4.8.
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Ook in de directe nabijheid zijn geen waardevolle objecten aanwezig. Het planvoornemen heeft dan ook geen nadelige invloed op cultuurhistorische waarden. Archeologie Voor het bouwplan is een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd door ADV ArcheoProjecten. Er wordt geadviseerd m het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Archeologische vondsten moeten altijd gemeld worden bij de overheid, zo als aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Bovengenoemde aanbeveling geldt enkel voor het onderzochte bodemtraject. In geval van vlakdekkende verstoringen dieper dan 350 cm beneden maaiveld (400 cm beneden maaiveld met inbegrip van een bufferzone van 50 cm) wordt een aanvullend verkennend bodemonderzoek geadviseerd met als doel de diepteligging en intactheid van eventuele duin- en strandafzettingen in kaart te brengen.
Conclusie Voor het aspect cultuurhistorie en archeologie worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
5.
Conclusie
Uit de voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er in het plangebied geen bijzondere omstandigheden zijn die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt. Omdat er, mits de mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan worden geborgd en worden uitgevoerd, geen nadelige milieugevolgen verwacht worden hoeft er geen volledige m.e.r.procedure doorlopen te worden.
Waterstudie Prinsenland te Honselersdijk
Opdrachtgever Prinsenland Ontwikkeling BV Naaldwijk
Milieu consultancy
AQUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
AQUA-TERRA üöĩT
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV
Waterstudie Prinsenland te Honselersdijk
Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Prinsenland Ontwikkeling BV Naaldwijk
Datum: Rapportnr: Status:
21 augustus 2020 190090/Aqua-Terra Eindrapportage
IBAN NL08 RABO 0368 1199 55
Nova 302iWT
BTW: NL-8105.67878.B01
K.v.K. nr. 27240696
Colofon Titel Opdrachtgever Contactpersoon
: Waterstudie Prinsenland te Honselersdijk : Prinsenland Ontwikkeling BV : dhr. R.A. Barendse
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging
: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : ing. R. Sjoukes : ing. A.P. Wubben
Projectnummer
:190090
Datum vrijgave
Status__________ auteur__________________ Vrijgave borger
10 juli 2019
Eindrapportage
21 augustus 2020
Eindrapportage
W
m
© 2020 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
IBAN NL08 RABO 0368 1199 55
.
BTW: NL-8105.67878.B01
.
K.v.K. nr. 27240696
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................. 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
WETTELIJK KADER..................................................................................................3 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Aanleiding watertoets............................................................................................. 1 Watertoets............................................................................................................. 1 Plangebied............................................................................................................. 1 Procedure..............................................................................................................2 Leeswijzer............................................................................................................. 2 Nationaal beleid ..................................................................................................... 3 Provinciaal beleid ................................................................................................... 3 Waterschapsbeleid.................................................................................................. 4 Gemeentelijk beleid................................................................................................ 5
ONDERZOEK........................................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
Veiligheid en waterkeringen..................................................................................... 6 Waterkwantiteit...................................................................................................... 6 Watersysteemkwaliteit en ecologie........................................................................... 8 Onderhoud en bagger............................................................................................. 8 Bodem en grondwater............................................................................................. 9 Afvalwater en riolering............................................................................................ 9 Conclusie............................................................................................................. 10
FASERING WATERTOETSPROCES........................................................... 11 PLANGEBIED HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE.......................... 12 LEGGERKAARTEN DELFLAND..................................................................17 NORMEN BERGINGS- EN AFVOERCAPACITEIT...................................... 19 INFORMEEL ADVIES HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND............ 20 LITERATUUR............................................................................................ 21
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding watertoets Prinsenland Ontwikkeling BV te Naaldwijk is voornemens om 27 woningen te realiseren aan de Burgermeester Hoogenboomstraat te Honselersdijk. Om de ontwikkeling zoals beoogt mogelijk te maken is er een bestemmingswijziging nodig. Aqua-Terra Nova BV is verzocht de Waterstudie op te stellen die nodig is om de boogde ontwikkelingen mogelijk te maken.
1.2
Watertoets Bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen is het van belang om de waterhuishouding van het begin af aan mee te nemen in de planvorming. Om dat te waarborgen is een verplichte watertoets in het leven geroepen. Het doel van de watertoets is een goede en evenwichtige afstemming tussen waterbeheer (kwantiteit en kwaliteit) en ruimtelijke plannen te bewerkstelligen en dient invulling te geven aan het thema water in de ruimtelijke paragraaf. In de watertoets komen verschillende waterthema's aan de orde, zoals waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw oppervlaktewater. Wanneer knelpunten in de projectvoorbereiding worden gesignaleerd moeten er alternatieve en/of compenserende maatregelen worden genomen in de planontwikkeling en uitvoering. De waterstudie is opgesteld volgens de "Handreiking Watertoets" en de Beleidsnota "Beperken en voorkomen wateroverlast" (2014) van het Hoogheemraadschap van Delfland (www.hhdelfland.nl/watertoets).
1.3
Plangebied Het plangebied Prinsenland is gelegen aan de Burgermeester Hoogenboomstraat te Honselersdijk. In onderstaande afbeeldingen wordt de globale begrenzing van het plangebied weergegeven.
De Honsel Moord ^
fO V
Roy*l FloraHodemd ,
Figuur 1. Globale ligging plangebied (bron Google Maps)
Het oppervlak van het plangebied bedraagt ca. 9.067 m2. Het plangebied bestaat nu uit de voornamelijk grasland en een woning. In het verleden stonden op een groot deel van het terrein kassen met een oppervlakte van ca. 4.767 m2 In de periode 2008 Z 2009 zijn de kassen gesloopt voor de realisatie van het ontwikkelingsproject. Dit is dan ook in deze watertoets als uitgangspunt genomen. Verder is er een woning met een verhardoppervlak van ca. 363 m2 aanwezig. De watergang aan het noorden van het perceel is voor de helft onderdeel van het plangebied, deze heeft een oppervlakte van ca. 400 m2. Het plangebied is gelegen in het boezemgebied en grenst aan de noordzijde aan een watergang. Het grootste gedeelte van het plangebied heeft de bestemming "Agrarisch", een klein gedeelte (kavel van de gemeente) heeft al de bestemming "Wonen".
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
1
Dijiage dij regeis 4 4 a 4 a a
++ +
-P\4 a/a
-KSH-
* \ +V
+ a a A\į-
4 4
v4 .4 + +
4 A
4 A
A A A
Toon meer H- 4
4 A 4 A A
A 4
enkel bestemming: agrarisch A A
A A
dubbelbestemming:
s4 40
.4- A
A A A 4
4 4 4
bijlage bij toelichting
Plekinfo
-i-VKVJ-
sř\J- -K
+V
A- A
4 A A 4
A A
toelichting
4 4 4
4 +4
4
A/A
waarde - archeologie - 4
1------- 1
bouwvlak
Ľb
4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
maatvoering:
+ Í+
maximum bouwhoogte: 6 m
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4
4 4
4 4
4 4 4 4 4 A/A A
4/4’
Figuur 2: Uitsnede huidig bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland, onderdeel "Agrarisch" (Bron: ruimtelijke plannen.nl) toelichting
bijlage bij toelichting
Toon meer
Plekinfo enkelbestemming: wonen
dubbelbestemming: waarde - archeologie - 4
Figuur 3: Uitsnede huidig bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland, onderdeel "Wonen"(Bron: uimtelijke plannen.nl)
1.4
Procedure Volgens de procedure van de watertoets dient een concept rapportage aan het Hoogheemraadschap van Delfland te worden voorgelegd. Delfland heeft informeel advies gegeven (9 juli 2019) welke verwerkt is. In juni 2020 zijn de laatste aanpassingen aan het project doorgevoerd in deze rapportage.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader omschreven. In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek weergegeven en worden de aspecten ten aanzien van het beleid en wensen vanuit het waterbeheer beleid vertaald naar het uiteindelijke inrichtingsplan.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
2
2
WETTELIJK KADER Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Waterwet. Nationaal waterplan Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Visie Ruimte en Mobiliteit; Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.
2.1
Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.
2.2
Provinciaal beleid Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015. In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid: de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving. Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol; aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem; het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid; tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving. 190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
3
De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021. Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016. De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht. De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen.
Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen. De waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn. Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het beschermingsniveau verschilt per vorm van landgebruik en is gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstromingen. De waterkwaliteitsnormen zijn gerelateerd aan het landgebruik en daarmee bepalend voor de mogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt. De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet.
Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen. 2.3
Waterschapsbeleid Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop: -
de waterveiligheid; het waterbeheer; de waterkwaliteit; het zuiveren van afvalwater.
Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, medeoverheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak. Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode. 190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
4
De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: 1. In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Delfland werkt bij het bestendigen van het beheer van de infrastructuur toe naar de levenscyclusbenadering; 2. Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. Dit betekent de kans op natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeteren en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Bij elk project, proces en activiteit worden de innovatieve mogelijkheden en de meest duurzame wijze van uitvoering meegenomen in de afwegingen; 3. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. De samenwerking in het waterbeheer is pluriform van karakter.
Het waterschap speelt hierop in door goed omgevingsmanagement en door op basis van transparantie en vertrouwen de samenwerking te zoeken en structureel te onderhouden. Delfland wil het waterbewustzijn bevorderen door samenwerking met belanghebbenden en delen van verantwoordelijkheden; 4. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Duidelijke kaders worden neergezet, zoals financieel gezond en bijdragen aan toekomstbestendig waterbeheer, maar dogma's zijn er niet. Dit betekent dat er in de werk- en beleidsprocessen van de ambtelijke organisatie en bij bestuurlijke besluitvorming binnen de wettelijke mogelijkheden voldoende ruimte moet zijn om maatwerk te leveren. Innovatie fungeert daarbij als aanjager om te blijven vernieuwen, mee te bewegen met veranderingen en te voorkomen dat het waterschap statisch wordt. In 2007 (herzien in oktober 2018) is een Handreiking Watertoets, ruimte voor water in ruimtelijke plannen opgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland stelt voorwaarden aan de inhoud van de watertoets (waterparagraaf) als verplicht onderdeel van de onderbouwing van ruimtelijke plannen. De toelichting van bestemmingsplannen dient een beschrijving te bevatten van de volledige watersituatie binnen het plangebied, alsmede de te verwachten ontwikkelingen.
Deze beschrijving dient in te gaan op de volgende aspecten: beleidskader omtrent water; waterkeringen; waterkwantiteit; waterkwaliteit en ecologie; afvalwater en riolering.
2.4
Gemeentelijk beleid Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: "Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie", worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
5
3
ONDERZOEK
3.1
Veiligheid en waterkeringen Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar beheergebied. Het bouwen en opslaan op waterkeringen mag niet zonder meer en hierop is de Delflands Algemene Keur van toepassing. Met de Keurbepalingen wil Delfland voorkomen dat de stabiliteit of het functioneren van de waterkering wordt beïnvloed. Tevens moet de waterkering in de toekomst, indien nodig, opgehoogd of verbreed kunnen worden. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een watergang. De overzijde van de watergang is een regionale kering (zie figuur 4). In het plangebied zelf komen geen regionale waterkeringen voor. Het oostelijk deel van het gebied maakt langs de watergang onderdeel uit van een Beschermingszone, en is daarom mogelijk vergunning plichtig. Er wordt volgens de huidige plannen/tekeningen niet gebouwd in deze strook.
H
Leggercode
I
Leggerd epte
J
Minimale diepte
.
Lengte (m) Hoogheemraadschap Buitengewoon
Hoog heem raadschap
Figuur 4: Waterkering ten westen van het plangebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
3.2
Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen in het boezemgebied. Voor het plangebied is door het hoogheemraadschap van Delfland in juni 2019 aangegeven dat een maximale peilstijging van 0,25 m aangehouden kan worden. Het gemiddelde maaiveld van het plangebied ligt op ca. 0,13 m NAP. Deze zal verhoogd worden tot ca. +0,61 m NAP. Het maatgevende peil bedraagt NAP -0,43 m. Conform de Handreiking Watertoets en de nieuwe beleidsnota van Delfland (oktober 2018) mag de waterhuishoudkundige situatie niet verslechteren als gevolg van de ontwikkeling, het zgn. stand-still beginsel. Voor dit project is toetsing aan de bergings- en afvoernormen het belangrijkste uitgangspunt. Bij planologische omzetting geldt de maximale inspanning voor de norm van de waterberging (zie bijlage 4) met toepassing van een effectgerichte, gebiedsgerichte en marktgerichte aanpak. Het stand-still beginsel betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ontwikkeling. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast. Versnelde afvoer door meer verharding voldoet daarmee niet aan het stand-still beginsel, tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd.
Delfland heeft de Watersleutel ontwikkeld, een rekentool waarbij op basis van een aantal relevante kenmerken van de ontwikkeling en het watersysteem wordt bepaald hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd. Om te bepalen hoeveel waterberging nodig is om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te kunnen uitvoeren, kan ook een modelstudie worden uitgevoerd. Voor veel ontwikkelingen, waaronder het plangebied, kan worden volstaan met een eenvoudigere methode om inzicht te krijgen in de benodigde watercompensatie.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
6
In bijlage 2 en 5 staan op basis van de gegevens in deze rapportage de uitgangspunten voor de berekening van de watercompensatie van het project: De huidige en toekomstige verharding van zowel terrein verharding als bebouwing; huidige en toekomstig maaiveldhoogte; maatgevend peil en gemiddelde drooglegging; toelaatbare peilstijging. In onderstaande tabel staan de huidige en toekomstige oppervlakten weergegeven. Tabel 1: Oppervlakten huidige en toekomstige situatie
Totaal oppervlak plangebied ontwikkeling Prinsenland Oppervlak bestemmingsverandering tbv Watertoets Oppervlaktewater Verhard oppervlak (weg en parkeerplaatsen) Verhard oppervlak kassen Verhard oppervlak huizen en garages Verhard oppervlak kavels (terrassen etc.) Verhard oppervlak totaal
Situatie 2009 (m2) 9.067 8.638 450 0 4.767 363 0 5.130
Toekomstige situatie (m2) 9.067 8.638 1.036 2.182 0 2.090 1.853 6.125
De hoeveelheid water binnen het plangebied wordt in de nieuwe situatie meer dan verdubbeld. Er wordt voor 586 m2 aan extra wateroppervlak gegraven, met een peilstijging van 0,25 m geeft dit een waterberging van 147 m3. Voor het graven van extra wateroppervlak dient een vergunning aangevraagd te worden. In bijlage 5 staat de analyse op basis van de Watersleutel van Delfland weergegeven. Op basis van de Watersleutel dient er in de nieuwe situatie 147 m3 aan waterberging gecompenseerd te worden. Bij de Watersleutel is er vanuit gegaan dat het maaiveld verhoogd wordt van +043 m NAP naar ca. +0,61 m NAP. De verhoging van het maaiveld is een hard uitgangspunt en zal daarom ook gewaarborgd worden in de verdere uitwerking. Met de geplande te graven wateroppervlak wordt de toename aan verharding gecompenseerd. Ten aanzien van het stand-still beginsel wordt met name naar 3 onderdelen gekeken: Kans op wateroverlast mag niet toenemen; de kans hiertoe zal niet toenemen aangezien er voldoende water gegraven wordt; structuur van het watersysteem mag niet verslechteren; in de nieuwe situatie zal de watergang te noorden van het terrein verbreed worden, dit heeft geen negatief effect op de structuur van het watersysteem. beheerbaarheid van het watersysteem mag niet achteruit gaan; er moet voldoende ruimte gereserveerd worden waardoor onderhoud aan de watergangen uitgevoerd kan worden.
Dit zal varend plaatsvinden in de nieuwe situatie. Zorgplicht De initiatiefnemer dient maatregelen of voorzieningen te treffen om te voldoen aan de zorgplicht. Hierbij kan onderstaande stroomschema gebruikt worden om tot de goede maatregel te komen. Compensatie opgave door toename verharding?
Graven open water įņ plangebied moge lijk?
Graven van open water in peilvak mogelijk?
Compensatie in oppervlaktewater
Compensatie in vasthoudmaatregel, conform deze richtlijn
Vasthoudmaatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie zijn wenselijk, de richtlijn is ondersteunend bij het keuzeproces.
Figuur 5: Stroomschema toepassen van vasthoudmaatregelen (Bron: Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces, Delfland)
In bovenstaande stroomschema wordt ook naar klimaatadaptieve maatregelen verwezen. Wateroverlast door hoosbuien is een steeds vaker voorkomend probleem.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
7
Om overlast te kunnen voorkomen moet water vast gehouden worden en langzaam worden afgevoerd. Hieraan kan iedereen bijdragen door bijvoorbeeld aan de volgende maatregelen te denken: ^ afkoppelen van hemelwaterafvoer van het riool en dit water laten infiltreren ^ platte en/of groene daken met waterbuffering ^ waterberging onder parkeerplaatsen ^ waterberging in parkeerkelders ^ grindkoffers onder de verharding ^ in wadi's en andere vormen van groenvoorzieningen ^ vijvers en watertonnen Geadviseerd wordt dit waar mogelijk toe te passen. In dit projectgebied worden een aantal patiowoningen met platte daken gebouwd. In overleg met de kopers kunnen er op vrijwillige basis nog mogelijk groene daken met bijvoorbeeld sedumbeplanting tbv waterbuffering worden toegepast.
3.3
Watersysteemkwaliteit en ecologie In het kader van de herstructurering en projectontwikkeling wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen.
In zijn algemeenheid is bij het omzetten van glastuinbouw naar wonen en natuur sprake van minder uitstoot van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen, waardoor de waterkwaliteit zou kunnen verbeteren. Het afstromend hemelwater vanaf het plangebied (daken, etc) kan doordat het niet langs vervuilde oppervlakten stroomt een gering positief effect op de waterkwaliteit hebben. Door de gedeeltelijke infiltratie van hemelwater in de bodem kan door de bodempassage eveneens een kwaliteitsverbetering plaatsvinden van het grondwater.
3.4
Onderhoud en bagger Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken. Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. Er gelden de volgende criteria: als er sprake is van 'varend' onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn).
voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
8
De volgende watergangen grenzen aan het plangebied en moeten onderhouden worden door verschillende partijen (zie bijlage 3 met de leggerkaarten): Secundaire watergang ten noorden van het plangebied; onderhoud door aanliggende eigenaar; Primaire watergang ten oosten van het plangebied; onderhoud door Delfland. Een onderhoudsstrook van minimaal 1,0m breed en 2,5m hoog dient volgens de keur aanwezig te zijn. Gezien de inrichting van de watergang met de andere woningen in het gebied zal ook in de toekomst dit deel van de wijk het onderhoud varend worden uitgevoerd aangezien er geen ruimte naast de kassen aanwezig was om onderhoud vanaf de kant uit te voeren (zie figuur 9 in bijlage 2). Varend onderhoud is goed mogelijk gezien de breedte, diepte en vaarhoogte van de watergang. Bovendien kan de onderhoudsboot ter plekke van het haventje aan de Johan v Oldenbarneveltstraat te water worden gelaten.
3.5
Bodem en grondwater Wanneer er ondergronds veel gebouwd wordt (denk bijvoorbeeld aan een parkeergarage) kan dit invloed hebben op de grondwaterstroming en op de drooglegging. Bij de beoogde ontwikkelingen komt er geen ondergrondse bebouwing. De maaiveld hoogte bedraagt momenteel ca. +0,13 m NAP volgens hoogtekaart.nl (zie figuur 6). De maaiveld hoogte wordt verhoogt tot ca. +0,61 m NAP. Het grondwaterpeil zit naar verwachting op minimaal 0,8 m onder het huidige maaiveld.
AHN2
Hoogte (m): 0.132 Zoomen neer
Figuur 6. Hoogtekaart (bron: https://ahn.arcgisonline.nl
De maaiveld hoogte zal niet verlaagd worden in de nieuw situatie cq waar mogelijk verhoogd worden. Delfland adviseert een minimale drooglegging van 1,0m voor nieuwbouwprojecten.
3.6
Afvalwater en riolering Het plan dient te voldoen aan de Leidraad Riolering West Nederland en de Leidraad aan- en afkoppelen verhard oppervlak en de Beslisboom Aan- en afkoppelen verharde oppervlakten (2003). Volgens de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Het huishoudelijk afvalwater zal middels een drukrioolstelsel aangesloten worden op het gemeentelijk rioolsysteem. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; ^ water opvangen door toepassen van vegetatiedaken; ^ (in)filtratie van afstromend hemelwater; ^ afstromend hemelwater afvoeren naar (nabij gelegen) oppervlaktewater; ^ afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
9
Het plangebied grenst aan het bestaande vrijverval rioleringssysteem (verbeterd gescheiden stelsel) en de nieuwe riolering zal hierop aansluiten.
3.7
Conclusie De hoeveelheid water binnen het plangebied wordt in de nieuwe situatie meer dan verdubbeld. Er wordt voor 586 m2 aan extra wateroppervlak gegraven, met een peilstijging van 0,25 m geeft dit een waterberging van 147 m3. Voor het graven van extra wateroppervlak dient een vergunning aangevraagd te worden. Op basis van projectplan is er in de toekomstige situatie geen waterbergingstekort voor het plangebied.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
10
BIJLAGE 1 FASERING WATERTOETSPROCES In de startovereenkomst van het Waterbeleid van de 21e eeuw hebben de verschillende overheden afgesproken dat vanaf 14 februari 2001 de watertoets zal worden toegepast in alle ruimtelijke plannen. Op 1 november 2003 is de waterparagraaf wettelijk verplicht gesteld bij ruimtelijke procedures. In de volgende tabel zijn de fasen van de watertoets opgenomen, die door het Hoogheemraadschap van Delfland zijn vastgelegd in de Handreiking watertoets 2018.
Fasenng watertoetsproces Voorbereidingsfase Initiatief nemer denkt mee en adviseert
* informeert Delfland over voornemen betrekt belanghebbenden bij proces
geeft voorwaarden en waterbelangen
raadpleegt informatie Delfland voorziet imtabefrìemer van
wijst particuliere participanten op
watennformatoe. o.a- kaartbeelden
walen nformaie
brengt wateraandachtspunlen m
» vraagt watennform a be op bij Delfland
wijst op watervergunningstraject
» maakt met Delfland afspraken en
maakt samen met initatiefnemer
schrijf ta spraken notitie
afspraken en onh/anql a sprakennotihe Af spraken
Voorontwerpfase Initiatiefnemer □nfove rpt p la n schríjft waterparagraaf met behulp van wata rad vies
denkt mee control eert vooron werp en schnjft wateradvies
» stuurt voorontwerp toe organ isee rt i nspraa k
Ontwerpfase Initiatief nemer stu urto ntwe rpbesl ui t toe
controleert on twerp besluit dient eventueel een zienswijze in overlegt zo nodig met ríjk of provincie over zienswijze en aanwijzing
Vaststellingsfase nitiabef nemer beantwoordt zienswijzen * sta It plan vast * stuurt vastgesteld plan naar Delfland
controleert vastgesteld plan □verlegtzonodig metrijk of provincie □ver zienswijze en aanwijzing
Initiatief nemer □aateventueel in beroep bí
:iesLuursrecniEi
Figuur 7: Fasering watertoetsproces (Handreiking watertoets, Delfland 2018)
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
11
BIJLAGE 2 PLANGEBIED HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
Huidige situatie; plangebied In onderstaande afbeelding is het plangebied van de ontwikkeling globaal aangegeven Prinsenland te Honselersdnk Project 190090 Milieu consultancy
AOUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
■jŕ
________ JĽ.______
Legenda I
^
I Plangebied
OpenStreetMap
Figuur 8: Plangebied (bron OpenStreetMap)
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
12
Lijn
Pad
Polygoon
Cirkel
30-pad
30-polygoon
De afstand of het oppervlak meten van een geometrische vorm op de grond Om trek:
26.764,19 Centimeter
Gebied:
3.411,66 Vierkante meter
V Muisnavigatie
Opslaan
Wissen
y
Figuur 9: Verhard oppervlak van de kas in Zuidoostelijk deel (situatie 2008, bron Google Earth)
.iniaal Lijn
Pad
Polygoon
Cirkel
3D-pad
3D-polygoon
De afstand of het oppervlak meten van een geometrische vorm op de grond
Om trek:
15.613,42 Centimeter
Gebied:
1.354,51 Vierkante meter
V Muisnavigatie
Opslaan
Wissen
Figuur 10: Verhard oppervlak van de kas in het midden van het perceel (situatie 2008, bron Google Earth)
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
13
Lijn
Pad
Polygoon
Cirkel
30-pad
3D-polygoon
De afstand of het oppervlak meten van een geometrische vorm op de grond
Omtrek:
9.439,99 Centimeter
Gebied:
362,63 Vierkante meter
yf Muisnavigatie
Opslaan
Wissen
UK Figuur 11: Verhard oppervlak woning en oprit (situatie 2008, bron Google Earth)
Het verhard oppervlak van de kassen (ca. 4.767 m2) en huis, incl. oprit (363 m2) is ca 5.130 m2.
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
14
Huidig wateroppervlak
Afstand meten Klik op de kaart om je pad toe te voegen
i «
Totale oppervlakte: 451,14 m2 (4.856,04 vt2) Totale afstand: 293,23 m (962,05 ft)
Figuren 12: Oppervlaktewater huidige situatie (Bron: Google Maps)
Huidig oppervlakte van het plangebied (deel van de watergang aan de noordzijde van het plangebied) is ca. 450 m2.
Plangebied (bron: Wubben.Chan) Totale kavel Prins waarvan Bestaand oppervlakte water 450 m2 Gemeentelijke kavel (reeds Woonbestemming) Netto grond oppervlak ontwikkeling;
8.638 m2 429 m2 8.667 m2
Plangebied bedraagt: Totale kavel Prins (8.638 m2) + Gemeentelijke kavel (429 m2) = 9.067 m2 Aangezien de gemeentelijke kavel reeds als Wonen bestemd is: Het plangebied voor de watertoets bedraagt 8.638 m2
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
15
Toekomstige situatie; plangebied Verkaveling mei 2020 (bron: Wubben.Chan/ Vastgoed Profs) Verhard agv bebouwing (voetprint 27 woningen, garages excl. Bergingen) Verharding (straatwerk openbaar, incl. parkeren openbaar & achterpaden) Extra vervangend water Onverhard; Openbaar groen Kavels huizen (incl. parkeren en bergingen)
2.090 m2 2.182 m2 586 m2 759 m2 3.088 m2
Verhard oppervlak Het verhard oppervlak zal in de nieuwe situatie bestaan uit de Verharding tbv straatwerk openbaar, incl. parkeren openbaar & achterpaden, de Bebouwing voor woningen & garages en de verharding op het 'groene deel' van de huizen kavels (bijvoorbeeld bergingen, parkeren en terrassen). In deze studie wordt uitgegaan dat de verharding op het groene deel van de huizen kavels ca. 6070 van het onverhard (o.a. terrassen) zal bedragen. Deze 607 is een inschatting van de verhouding van de verharding tussen de 10 eensgezinswoningen, 5 patiowoningen en 12 twee ondereenkappers waarvan de garages al bij de Bebouwing zijn meegeteld. Dit komt overeen met (607 van 3.088m2) 1.853 m2. De verharding bestaat uit het volgende: Bebouwing 2.090 m2 Verharding straatwerk 2.182 m2 Kavels huizen (607 verhard) 1.853 m2 Totaal verhard oppervlak: 6.125 m2 Oppervlakte water Er wordt voor 586 m2 aan extra oppervlakte water gegraven, dit geeft een totaal van 1.036 m2 aan oppervlaktewater in de nieuwe situatie.
rmm
in beweridna 6 mei 2020
Figuur 13: Nieuwe situatie 6 mei 2020 (Bron: Wubben.Chan).
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
16
BIJLAGE 3 LEGGERKAARTEN DELFLAND Primaire watergangen
z
Primair water
7
'
Leggercode
NL15.340NDÓ0A1000
Leggerdīepte
1,50 m
Minimale diepte
1,20 m
Lengte (m)
823
Gewoon onderhoud
Hoogheemraadschap van De-ierd
Bultengewooi onderhoud
Hoogheemraadschap van Delfland
zoomen near
Figuur 14: Watergang ten oosten van het plangebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
Secundair water Leggercode
OB0639
Leggerdīepte
1,00 m
Minimale diepte
0,80 m
V\
Lengte (m) Gewoon onderhoud
Aanliggende e genaren
Buitengewoon onderhoud
Hoogheemraadschap ven Delfland
Zoomen nee'
Figuur 15: Watergang ten noorden van het plangebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
17
\S
Regionale waterkering Leggervak
139
Leggerprofiel
9
Kruinhoogte (m NAP) NAP + 0,10 Kruinbreedte (m)
2
Onderwaterbeloop
1:2
Boven waterbeloop
1:1
Binnenbeloop
1:3
Zoomer naar
Figuur 16: Waterkering ten westen van het plangebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
Leggerprofiel variant nr. 9
kruinhoogte: NAP *0,10
ooezempeil
leggerdiepte naaiveld Q,5m *pp
buitentalud onderwaterbeloop buitentalud bovenwaterbeloop
Bescherming s zone
Voor begrenzing van waterstaatswerk en beschermingszones; zie leggerkaart.
Beschermings
eggerprotiel behoort met tot leggerprofiel
+ Figuur 17: Leggerprofiel voor Waterkering watergang aan oostzijde plangebied (Bron: Leggerkaart Delfland)
Zonerinţ Bescherm' ngsrone Waterstaatswerk Profiel van vrije ruimte
Figuur 18: Beschermingszone (Bron: Leggerkaart Delfland)
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
18
BIJLAGE 4 NORMEN BERGINGS- EN AFVOERCAPACITEIT Provinciale Waterverordening(2009) Vanaf half juli 2014 wordt het beleid van het hoogheemraadschap van Delfland gevolgd volgens de ontwerp Beleidsnota "Beperken en voorkomen wateroverlast". Hierbij staan de normen van de provinciale waterverordening als basis. Hieronder is artikel 2.3 uit de Waterverordening ZuidHolland (2009) letterlijk overgenomen. Artikel 2.3 Normen waterkwantiteit 1. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt, voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom, als norm een gemiddelde overstromingskans van: ^ a. 1/100 per jaar voor bebouwing niet zijnde glastuinbouw; ^ b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw; ^ c. 1/10 per jaar voor het overige gebied. 2. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht geldt, voor het gebied van een gemeente buiten de bebouwde kom, als norm een gemiddelde overstromingskans van: ^ a. 1/100 per jaar voor hoofdinfrastructuur; ^ b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; ^ c. 1/25 per jaar voor akkerbouw; ^ d. 1/10 per jaar voor grasland. 3. Voor de toepassing van het tweede lid is wat betreft het landgebruik de situatie zoals vastgelegd in een ruimtelijk plan bepalend.
Indien een ruimtelijk plan onvoldoende duidelijkheid verschaft omtrent het type landgebruik dan kan het landgebruik ook worden bepaald met behulp van het Landelijk Grondgebruikersbestand Nederland versie 5 van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. 4. Voor bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom, geldt de norm van het omringend landgebruik genoemd in het tweede lid, onder b, c of d. 5. Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het eerste, tweede en vierde lid. 6. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, een leidraad vast voor de door het dagelijks bestuur te verrichten beoordeling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. 7. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, het tijdstip vast waarop de inrichting van de regionale wateren voldoet aan de in het eerste, tweede en vierde lid opgenomen normen. Verantwoordelijkheden volgens Waterwet in het kader van de zorgplicht Iedere perceel eigenaar heeft een zorgplicht om voor kortere of langere tijd het hemelwater dat op zijn/haar perceel valt tijdelijk vast te houden op het perceel.
Met de volgende voorzieningen kan de perceel eigenaar het hemelwater opvangen: ^ platte en/of groene daken ^ onder parkeerplaatsen ^ in parkeerkelders ^ grindkoffers onder de verharding ^ onder het glastuinbouwbedrijf ^ in wadi's en andere vormen van groenvoorzieningen ^ vijvers en watertonnen Bovenstaande voorzieningen dienen allemaal om te voorkomen dat het afstromende hemelwater onmiddellijk, tijdens of vlak na de bui het riool- of het oppervlaktewatersysteem belast. Wanneer de perceel eigenaar alles in het werk heeft gesteld om hieraan zo goed mogelijk te voldoen, heeft de gemeente de zorgplicht om het overtollige hemelwater in ontvangst te nemen en te bergen, waarna het waterschap de zorgplicht heeft om dit overtollige water in te nemen en af te voeren via het oppervlaktewatersysteem. Wanneer iedereen hierin een maximale inspanning verricht, zal het Westland minder wateroverlast en een stuk klimaatbestendiger worden. Het uitgangspunt voor het oplossen van de enorme kwantitatieve wateropgave is de trits: Vasthouden - Bergen - Afvoeren
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
19
BIJLAGE 5 INFORMEEL ADVIES HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND Toepassing Watersleutel (juni 2020) NA
VOOR | Agrarisch glastuinbouw
tyoe gebied oopervakte plangebied
m2
1
^1
| Stedelijk bebouwd
vl
K38İ
8638
25.9
25,9
| Boezemland
Bemaling pol der,'boezem
gemaa capaciteit
mm/etmaal mm/u
Oppervlakteverdeling
ve-harc n*rastructju'’bebouwing
m2
ve'tiarc dooratena nd. bergirgscoef*icien:
m2
verhard glas onverhard
m2
huidig aanwezig wate*
m2
1
363
1
»l
1
4767
—d
G137İ
1
0|
3058
2051
1
450
150
1
~Tñ\
1
-0.431
-0,43
0.56
1,01
1
ral
Gebiedskenmerken
gemiddeld maaivelc
m NAP
maatgevenc peil gemiddelde crooglegging
m NAP m
1
1
toe aaibare peilstijgirg
~^īį
MV aaogepesí
ū.25|
Waterberging
benodigde comperse'erde berging
147
m3
Vasthoudmaatregelen I alternatieve waterberging
1
gep arde waterberging
1471
147
Oppervlaktewater
te rea ise'er extra berging
m3
te rea ise'er extra wateroppervlak
m2
0
huidig aanwezig water totaal te rea iseren wateroppervlak
m2
450
m2
450
0
VOOR
barging in grand M barging verb dc or I. barging bassins berging omr gppvl I berging verft oppvl M fjuldtiyemay M waterberginţļ
48 uur
barging in gmnd M berging verb doorl berging bassins Ltrgi ig Oľiv Oppvl I barging verb oppvl | p n| da rg am í al
48 uur
190090/Aqua-Terra Nova302i WT Eindrapportage 21 augustus 2020
U wateiberglng
20
BIJLAGE 6 LITERATUUR -
Waterbeleid 21e eeuw Kaderrichtlijn Water (KRW) Waterwet (2009) Nota Kaden en Waterkering vreemde Elementen (1999) ABC-Delfland; Hoogheemraadschap van Delfland (2001) Delflands Algemene Keur Legger Binnenwaterkering, landscheidingen, boezem- en polderkade en waterscheidingen Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken Leidraad Riolering West Nederland Beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak (2003) Handreiking Watertoets; Hoogheemraadschap van Delfland (2018) Waterkansenkaart Delfland (2004) Delfland op z'n breedst, meerjarig watersysteemonderzoek 1994-2002 Beleidsregel veendijken; Hoogheemraadschap van Delfland (2008) Beleidsregel dempen en graven; Hoogheemraadschap van Delfland (2010) Beleidsregel kunstwerken in wateren; Hoogheemraadschap van Delfland (2010) Realiseren en intensiveren, waterbeheersplan 2006-2009, concept (2005) Projecten ABC-Delfland, overzicht 2007 Provinciale Structuurvisie Provincie Zuid-Holland (2007) Waterverordening Provincie ZH (2009) Wateragenda Zuid-Holland 2012 - 2015 Waterplan Gemeente Westland; Westlands water nu en later (2008); Waterplan Gemeente Westland: Programma 2012 - 2015 (2011) Gemeentelijk Rioleringsplan 2006 - 2010 Beleidsnota "Beperken en voorkomen wateroverlast"; Hoogheemraadschap van Delfland. Juli 2014 Ontwerp Waterbeheerplan 2016 - 2021. Hoogheemraadschap van Delfland.