Vaststelling bijlagen bestemmingsplan Prinsenland te Honselersdijk (20-0334302)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
PRINSENLAND TE HONSELERSDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.HONPRINSENLANDpbp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r
^ V
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' "V
J UİİÉİ w ** -AWį” “
;
J
- -v"M V*ijý1 í Tiìli ' * ^ j
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
Inspraak en overleg Situatietekening Onderzoek externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering Vormvrije m.e.r.-beoordeling Waterstudie Bodemonderzoek Eco-effectenscan Soortgericht onderzoek Stikstofberekening Archeologisch onderzoek Staat van wijzigingen Nota beantwoording zienswijzen
i
NOTA VAN BEANTWOORDING REACTIES 3.1.1. BRO OVERLEG BESTEMMINGSPLAN “PRINSENLAND”.
1.
Instantie
Reactie
Beantwoording
Provincie Zuid-Holland
Op grond van de informatie die u heeft gegeven blijkt dat het plan niet
N.v.t.
strijdig is met provinciale belangen, het plan hoeft niet te worden opgestuurd naar de provincie Zuid-Holland. 2.
Hoogheemraadschap van
Wij geven u graag advies ten aanzien van de wateraspecten in het plan.
De opmerkingen zijn verwerkt in de
Delfland
Specifiek hebben wij de volgende opmerkingen.
toelichting en regels van het
1.
Paragraaf 3.7.2, thema Waterkwantiteit: In de laatste zin van dit
bestemmingsplan.
thema wordt aangegeven, dat bij een maaiveldhoogte van NAP + 0,61 m geen waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Het is echter zo, dat bij deze maaiveldhoogte 147 m3 waterberging gerealiseerd moet worden. Wij vragen u deze zin daarop aan te passen. 2.
Paragraaf 3.7.2, thema Onderhoud en bagger: In de laatste zin van dit thema wordt de suggestie gewekt, dat beide watergangen varend onderhouden worden en dat daardoor geen onderhoudsstrook aanwezig hoeft te zijn. Langs elke watergang, ongeacht het type onderhoud, moet altijd een vrij begaanbare onderhoudsstrook van 1,0 m breed en 2,0 m hoog aanwezig zijn. Wij verzoeken u dat in de tekst op te nemen.
3.
Artikel 6, water: In artikel 6.1, lid c is een aanduiding opgenomen, die het mogelijk maakt, om vaartuigen aan te leggen. Wij vragen u deze aanduiding en mogelijke effecten op de waterhuishouding in de toelichting te beschrijven.
4.
Artikel 13.5, lid 2: Wij verzoeken u een hoeveelheid van 147 m3 conform de uitkomst van de watersleutel in dit artikel op te nemen.
Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan is een watervergunning nodig. Voor meer informatie over deze watervergunning of melding verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/watervergunning-aanvragen. 3.
Veiligheidsregio Haaglanden
Risicobronnen
De reactie wordt voor kennisgeving
In het kader van fysieke en externe veiligheid zijn het plangebied en de
aangenomen.
directe omgeving beschouwd op de aanwezigheid van risicobronnen met
de opslag, het transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Geconstateerd is dat het plangebied niet in het invloedsgebied ligt van transportroutes gevaarlijke stoffen, buisleidingen of objecten waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is. De uitvoering van dit bestemmingsplan leidt daarom niet tot een noemenswaardige toename of afname van bestaande risico's. De Veiligheidsregio Haaglanden heeft op basis hiervan besloten om in het kader van externe veiligheid geen specifieke adviezen uit te brengen met betrekking tot dit bestemmingsplan.
Incidentbestrijding door hulpdiensten In verband met de ruimtelijke inrichting van het plangebied is het voor de hulpdiensten van belang dat voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid[1] van incidenten de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen voor dit plangebied voldoende zijn. Voor wat betreft de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten zijn de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorziening(en) op dit moment voldoende, dit dient wel geborgd te worden in de toekomst.
Tot slot Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen benodigd zijn. Voor vragen met betrekking tot brandveiligheid kunt u contact opnemen met risicobeheersing@vrh.nl. 4.
Tennet
Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) De reactie wordt voor kennisgeving noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in
aangenomen.
beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en 5.
Gasunie
wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied De reactie wordt voor kennisgeving buiten de 10Zo letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt.
aangenomen.
Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. 6.
Westland infra
Mits er ook rekening wordt gehouden en er overleg is over het eventueel verleggen van de in het ontwerp aanwezige kabels en leidingen en veiligheidsafstanden van onze bedrijfsmiddelen, hebben wij geen bezwaar tegen dit plan.
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Bij het eventueel aanleggen, verleggen of aanpassen van kabel en leidingtracés zal dit in een door de gemeente aangeboden tracé met schone grond moeten gebeuren.
12
Burgemeester Hoogenboomstraat
14
16
Onderzoek Bedrijven ü Milieu Zonering, Externe Veiligheid en NGE Plan Prinsenland , Honselersdijk
Opdrachtgever Prinsenland Ontwikkeling B.V. Naaldwijk
Milieu consultancy
AQUA-TERRA
Watermanagement Ruimtelijke ordening
AOUA-ŢĘŖRA
Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening
Aqua-Terra Nova BV
Onderzoek Bedrijven ü Milieu Zonering, Externe Veiligheid en NGE Plan Prinseland, Honselersdijk
Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 - 625246 fax 0174 - 629744 www.aquaterranova.nl
Opdrachtgever Prinsenland Ontwikkeling B.V. Naaldwijk
m//
vV '
«KV
aw
Datum: Rapportnr: Status:
5 juni 2020 190090AQT303c EV BMZ NGE definitieve rapportage
Rabobank rekeningnr. 36.81.19.955
BTW: NL-8105.67878.B01
K.v.K. nr. 27240696
COLOFON
Titel
: Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering, Externe Veiligheid en NGE, plangebied Prinsenland in Honselersdijk
Opdrachtgever
: Prinsenland Ontwikkeling B.V.
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur
: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : J.H. van Hooren, BBE
Kwaliteitsborging
: ing. A.P. Wubben
Projectnummer
:190090
Status
5 juni 2020
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwalim
definitief
© 2020 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................... 1 1.1 1.2
2
PLANGEBIEDGEGEVENS........................................................................................... 3 2.1
3
Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied...................................................... 3
TOETS BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 4 3.1 3.2
4
Aanleiding............................................................................................................... 1 Methode.................................................................................................................. 1
Categorie bedrijven mogelijk in plangebied.................................................................. 4 Toets aan VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'................................................. 4
TOETS EXTERNE VEILIGHEID...................................................................................7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Algemeen................................................................................................................ 7 Besluit externe veiligheid inrichtingen......................................................................... 7 Besluit externe veiligheid transportroutes.................................................................... 7 Besluit externe veiligheid buisleidingen....................................................................... 7 Gegevens op de professionele risicokaart.................................................................... 8 Risicovolle activiteiten binnen het plangebied............................................................... 8 Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied............................................ 8
4.7.1 4.7.2 4.7.3
Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen...................................................................................8 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen..............................................................................9 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen..................................................................... 9
4.8 4.9
Beleidsvisie externe veiligheid...................................................................................10 Aanwezigheid van conventionele explosieven..............................................................10
5 CONCLUSIE............................................................................................................. 11 6 BRONVERMELDING.................................................................................................12 BIJLAGE 1 TOELICHTING BEGRIPPEN ..................................................................... 13
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding In het plan Kern Honselersdijk is ruimte gereserveerd voor nieuwe plannen. Die moeten echter wel verder worden uitgewerkt. Plan Prinsenland, aan de Johan van Oldebarneveldstraat, is zo'n ontwikkeling. Ontwikkeling is mogelijk mits een procedure wordt gevoerd in het kader van de Wro. Het plan maakt ruimte voor de ontwikkeling van 27 eengezinswoningen. Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van bedrijven. In deze notitie wordt daarom ingegaan op de omgevingsaspecten geur, geluid en stof en vindt toetsing plaats aan hetgeen is gesteld in de Richtlijn bedrijven en milieuzonering voor het toetsen van de verschillende milieucategorieën. De resultaten van deze toetsing zijn beschreven in hoofdstuk 3. De locatie is óók getoetst op de aanwezigheid van risicorelevante activiteiten die de ontwikkelingen binnen het plangebied zouden kunnen belemmeren. De resultaten van deze toetsing zijn beschreven in hoofdstuk 4.
1.2 Methode Bedrijven en Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang, dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): a. ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; b. rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend kunnen zijn voor het tot stand brengen van een goed woonen leefmilieu in hun omgeving. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd, die kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Hiertoe worden een zestal milieucategorieën onderscheiden. Per milieucategorie is een richtafstand opgenomen, welke ten opzichte van in de omgeving aanwezige gevoelige bestemmingen dient te worden aangehouden. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar). De VNG geeft in de richtlijn richtafstanden voor milieubelastende functies gegeven zoals deze gelden ten opzichte van een "rustige woonwijk" en van een "gemengd gebied".
Externe veiligheid In het onderzoek naar externe veiligheid wordt ingegaan op de externe veiligheidsaspecten die kunnen zijn verbonden aan het project. Vervolgens wordt op basis van de professionele risicokaart en informatie van derden een inventarisatie gemaakt van: 1. 2.
Risicorelevante bedrijven en activiteiten in de nabijheid van het plangebied. Relevante transportroutes voor gevaarlijke stoffen.
In deze risicoanalyse worden risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied in kaart gebracht die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Verder wordt gekeken of er andere objecten in de omgeving bevinden die beschikken over een aan te houden veiligheidsafstand of risicocontour (propaanreservoir, luchthaven, etc.) Transportroutes voor gevaarlijke stoffen betreffen zowel verkeersroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg als ondergrondse buisleidingen onder hoge druk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en spoor komt in de omgeving niet voor en wordt in dit rapport niet verder beschouwd. Geïnventariseerd wordt of aan de omliggende inrichtingen en transportroutes veiligheidscontouren zijn verbonden en of deze van invloed zijn op het project. 190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
1
In dit onderzoek is op een adequate en zorgvuldige wijze getracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de externe veiligheidsrisico's aan de hand van de meest recente en beschikbare informatie. Niettemin kunnen aan dit onderzoek geen rechten worden ontleend.
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
2
2
PLANGEBIEDGEGEVENS
2.1 Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied In het vigerende bestemmingsplan Kern Honselersdijk (vastgesteld in maart 2012) is het plangebied in zijn geheel aangegeven als agrarisch gebied met archeologische waarde. In de bestaande situatie bevindt zich in het plangebied geen bebouwing. De omgeving wordt gekenmerkt door verspreid liggende woningen en agrarische bedrijvigheid. In de te bestemmen situatie zal het plangebied worden ingericht met 21 nieuw te realiseren woningen. In figuur 2.1 is hoofdstructuur van het plangebied weergegeven zoals dit is aangegeven in het plan Prinsenland. Bestemde situatie
Plangebied
A+ t '4- ■ŕ'
4- +NL
+ 4-
4-
+
4-
+
4-
+ + * + + *
4-
4-4-4-4-4-4--I-4-
+ +J
.4- 4- -K,
4- 4-
y+y 4- 44- -f' 4- 4- +V,
situatie en plangebied
4- 4- 4-4-44- 4-
4-4-4-
4- 4-4-44-4-44- 4-
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
3
3
TOETS BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
Voor het in beeld brengen van de ruimtelijke milieuzonering van bedrijven is gebruik gemaakt van de systematiek zoals aangegeven in de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009'. Deze publicatie geeft afstanden voor de milieuthema's geur, stof, geluid en gevaar gebaseerd op een gewenste omgevingskwaliteit geldend voor een Yustige woonwijk' of een vergelijkbaar omgevingstype. Aan de hand van een SBI-codering zijn voor deze thema's richtafstanden vastgesteld. Deze afstanden gelden als een handreiking voor een goede ruimtelijke ordening. Op basis van jurisprudentie is afwijking mogelijk mits dit gemotiveerd en onderbouwd plaatsvindt op basis van een milieukundig onderzoek.
3.1
Categorie bedrijven mogelijk in plangebied
Binnen het plangebied zelf is de huidige bestemde functie 'agrarisch'. In de nieuw te bestemmen situatie worden woningen gerealiseerd en zal een woonbestemming aan de gronden moeten worden gegeven. Richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit die wordt nagestreefd in een Yustige woonwijk'.
3.2 Toets aan VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' Het plangebied wordt ingericht als woongebied met voornamelijk eengezinswoningen. Op grond van de VNG publicatie kan deze situatie het beste worden getypeerd als rustige woonwijk. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied is voornamelijk bestaande woonbebouwing aanwezig. Deze gebieden zijn niet nader beschouwd. Ten oosten van het plangebied is voornamelijk kassenbouw aanwezig. Het plan is vrijwel volledig benut en laat op grond van de bestemmingsplannen ^^tuinbouwgebied Westland (19-12-2012) de volgende milieucategorieën toe (nabij plangebied): ^ Bedrijven t/m milieucategorie 2 (groen gearceerd gebied met de enkelbestemming 'Glastuinbouw' weergegeven)
t ^+ + SSSSSIKIV
++ ++ ++ ++ + + SM1
* t t t *
rt tl
Figuur 3.1 Ligging plangebied t.o.v. nabijgelegen bestemming 'Glastuinbouw'
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
4
Hiervoor gelden de volgende richtafstanden op grond van de VNG publicatie: ^ milieucategorie 2 : 30 meter (als buffer rond het groene gebied in figuur 3.1) Ten oosten van het plangebied is een grotendeels ingericht glastuinbouwgebied aanwezig. In bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland (19-12-2012) is langs de rand nabij het plangebied de bestemming vrijwel geheel Agrarisch-Glastuinbouw. Glastuinbouwbedrijven zijn op grond van de VNG publicatie in te delen in categorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter (bepalend is hierbij de afstand voor geluid). Deze richtafstand is in figuur 3.1 weergeven als groen gestreepte lijn. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit die wordt nagestreefd in een 'rustige woonwijk'. Geconcludeerd wordt dat de volgende milieuzones (richtafstanden) de geplande locaties voor woningbouw overlappen: Glastuinbouwbedrijven milieucategorie 2. Indien milieuzones een gewenste woningbouwlocatie overlappen kan volgens het stappenplan in paragraaf 4.2 van de VNG publicatie als volgt worden gehandeld in stap 3 en 4 (stap 1 en 2 zijn bovenstaand al uitgewerkt): 3. indien de milieuzones de gewenste woningbouwlocatie overlappen: a. pas de woningbouwplannen aan, of; b. ga na wat de werkelijke bedrijfsactiviteiten zijn.
Indien de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten kleinere richtafstanden opleveren, beoordeel dan of het benedenwaarts aanpassen van richtafstanden in het - vigerende - bestemmingsplan wenselijk is. Overweeg dit ook los van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten, vanuit een langere termijn visie op de gewenste ontwikkeling van het bedrijventerrein. Bestaande bedrijven kunnen immers vertrekken en nieuwe bedrijven kunnen zich aandienen. 4. Indien de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten van de vestigde bedrijven strijdig zijn met de gewenste woningbouw: a. pas de woningbouwplannen aan, of; b. doe gewenst vervolgonderzoek naar de daadwerkelijke milieubelasting van de bedrijven. Uitwerking stap 3 Voor de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw ten oosten van het plangebied komen de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten overeen met de bestemde bedrijfscategorie (milieucategorie 2) en is deze stap niet toepasbaar (zie verder uitwerking stap 4). Voor de bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 3.2 en t/m milieucategorie is voor de percelen, die op minder dan 100 meter respectievelijk 200 meter van het plangebied zijn gelegen, de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten bepaald (screening op basis van gegevens van het BAG, luchtfoto's, streetview en bedrijfsgegevens op internet) en ingedeeld in milieucategorieën.
bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 4.1 op minder 200 m plangebied adres Aard bedrijf SBI code 2008 milieucategorie ^nr) geen
bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 3.2 op minder 100 m plangebied adres Aard bedrijf SBI code 2008 milieucategorie ^nr) Middel Broekweq 65 Middel Broekweg 71 Middel Broekweg 75 Middel Broekweg 79 Middel Broekweg 81
Glastuinbouw bedrijf Glastuinbouw bedrijf Glastuinbouw bedrijf Glastuinbouw bedrijf Glastuinbouw bedrijf
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013
2 2 2 2 2
5
Middel Broekweq 83 Glastuinbouw bedrijf 011, 012, 013 2 Middel Broekweg 85 Glastuinbouw bedrijf 011, 012, 013 2 Middel Broekweg 87 Glastuinbouw bedrijf 011, 012, 013 2 Tabel 3.3: aard bedrijven binnen geselecteerde vlakken met milieucategorìe t/m 3.2
Percelen met bedrijfsbestemmingen t/m milieucategorie 4.1 vinden we niet terug binnen 200 meter afstand van het plangebied. Daar bevinden zich bedrijven met de milieucategorie 2. Het is onwaarschijnlijk dat zich hier bedrijven met een hogere milieucategorie zullen vestigen. Geconcludeerd wordt dat de huidige bedrijfsactiviteiten binnen het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' mogelijk niet zullen leiden tot een aantasting van een goed woonen leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Zie hiervoor verder 'Stap 4'.
Uitwerking stap 4 Glastuinbouwbedrijven zijn op grond van de VNG publicatie in te delen in categorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter (bepalend is hierbij de afstand voor geluid). Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit die wordt nagestreefd in een 'rustige woonwijk'. OMSCHRIJVING
AFSTANDEN IN ME TE RS
G R O O TSTE AFSTAN D
CATEGO R IE
011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013
0 Tuinbouw 1 - bedrijfsgebouwen 2 - kassen zonder verwarming 3 - kassen met gasverwarming
10 10
30 C 30 C
10 10
30 30
2 2
1 G 1 G
1 1
B B
L L
10
10
30 C
10
30
2
1 G
1
B
L
G
G EVAAR
011, 012, 013, 016
VISUEEL
GELUID
E E
VERKEER
STOF
10 10
5 3 C
INDICES
GEU R
S BI-2006
Ē
H
Q O ũü
—I
LU
ī. (J 3
Tabel 3.4: richtafstanden VNG voor glastuinbouwbedrijven
De afstanden voor geur, stof en gevaar liggen niet over het plangebied. Alleen de afstand voor geluid ligt net over het plangebied. Geluid bij glastuinbouwbedrijven ontstaat voornamelijk bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein. Inpandige geluidbronnen (in kassen en werkruimten) dragen niet significant bij aan de geluidproductie en zullen niet tot hinder kunnen leiden bij woningen in het plangebied. Het merendeel van de glastuinbouwbedrijven wordt ontsloten via wegen ten oosten van deze bedrijven en daarmee aan de zijde die van het plangebied afgekeerd is. Laad en losactiviteiten zijn daarmee gelegen op veel meer dan 30 meter van het plangebied en afgeschermd van het plangebied door de tussenliggende kassen. Op de enkele locaties waar laad en los activiteiten wel plaatsvinden aan de westzijde van de glastuinbouwbedrijven is de laad/loslocatie gelegen op ca. 30-40 meter van het plangebied. De werkelijk geluidproductie van de glastuinbouwbedrijven zal daarmee niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Significante geluidbronnen bij glastuinbouwbedrijven zijn stookketels en warmtekrachtinstallaties (wkk-installaties) die bij glastuinbouwbedrijven aanwezig kunnen zijn. Wkk-installaties kunnen tot op grotere afstand tot geluidoverlast leiden.
In bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland staat dat de afstand van een wkk-installatie en een (natte) koeltoren tot het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een woning minimaal 65 meter moet bedragen. In het onderzoek is nagegaan of er binnen een afstand van 65 meter van het plangebied wkk-installaties en/of (natte) koeltorens aanwezig zijn. Uit een scan via Google Earth en omgevingsfoto's via Google is afgeleid dat binnen 65 meter van de rand van het plangebied (en dus niet tot de geprojecteerde woningen) geen WKK's of (natte) koeltorens aanwezig zijn. Geconcludeerd wordt dat de bestemming 'Glastuinbouwgebied Westland' ten oosten van het plangebied nu en in de toekomst niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied.
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
6
4
4.1
TOETS EXTERNE VEILIGHEID
Algemeen
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de wijziging hiervan, geanalyseerd te worden. Soms moeten de risico's worden berekend. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten (bijv. woningen) wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd.
Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR in elk geval bestuurlijk te worden verantwoord.
4.2
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico's voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het Besluit verplicht gemeenten en provincies bij het nemen van ruimtelijke besluiten o.a. uitwerkingsplannen met deze externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen niet gepland mogen worden als deze te dicht bij risicovolle bedrijven komen te liggen.
4.3
Besluit externe veiligheid transportroutes
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor wegen (basisnetwegen en overige wegen), spoorwegen en vaarwegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). De normstelling voor het plaatsgebonden risico is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Voor wegen geldt voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg dat moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrand-aandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes.
4.4
Besluit externe veiligheid buisleidingen
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat 190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
7
wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmeringsstrook van 4 meter of van 5 meter, afhankelijk van de druk van de buisleiding. Voor deze strook geldt in principe een bouwverbod en de plicht tot een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in de grond.
4.5
Gegevens op de professionele risicokaart
Aan de hand van de gegevens op de risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Op de risicokaart is zichtbaar dat rondom het plangebied enkele risicorelevante activiteiten aanwezig zijn. Risicokaart.nl
Figuur 4.1 Ligging plangebied (rode lijn) op risicokaart
4.6 Risicovolle activiteiten binnen het plangebied De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied.
4.7 Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied
4.7.1 Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen Voor risicovolle activiteiten is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichtingen zijn: ^ Nic. Sosef B.V. locatie, Stationsweg 23 in Honselersdijk. Opslag van gevaarlijke stoffen: vloeibare meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen (opslagvoorzieningen ^0 ton). Het bedrijf is gelegen op een afstand van ca. 1.000 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen; ^ Flora Holland, Middel Broekweg 29 in Honselersdijk. Aanwezigheid van ammoniak in koelinstallaties. Het bedrijf is gelegen op een afstand van ruim 1.300 meter van het 190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
8
plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
4.7.2 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Het plangebied bevindt zich op 1.300 meter afstand van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (provinciale weg N213). De N213 is, ter hoogte van het plangebied, geen Basisnetweg, maar wel onderdeel van het onderliggend wegennet waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Voor het betreffende wegvak zijn geen tellingen bekend. Daarom is, op basis van de Risicokaart, een analyse gemaakt van het aantal LPG tankstations en propaantanks in het achterliggende gebied. Op basis van die analyse kan worden gesteld dat het aantal GF3 transporten nabij het plangebied (veel) kleiner is dan 500 per jaar. Op aangeven van de omgevingsdienst is deze aanname juist en bedraagt het aantal transporten 66 per jaar. Van de andere stofcategorieën is geen inschatting gemaakt omdat die niet significant vertegenwoordigd zijn: de transporten met andere stofcategorieën zijn niet bepalend voor het risico. De N213 beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR^0-6 risicocontour. De grenswaarden van de weg vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. De omvang van het invloedsgebied wordt bepaald door het incidentscenario met de grootste 10Zo letaliteitsafstand.
In tabel 1 van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 10Zo weergegeven.
Tabel 1.
Maximale effect afstand (1%-oveľiijdenskans) per stofcategorie
Stofcategorie
Max effect [ni]
Stofcategorie
Mļax effect [ni]
LF1
45
GF1
40
LF2
45
GF2
280
LTl
730
GF3
355
LT3
SBO
GT2
245
LT3
> 4000
GT3
560
LT4
> 4000
GT4
4000
GT5
ľ* 4000
Tabel 4.2: invloedsgebied per stofcategorie
Het invloedsgebied van de N213 valt niet over het plangebied. De aanwezigheid van de N213 vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
4.7.3 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het plangebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van ondergrondse leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. De meest dichtbij zijnde leidingen zijn: ^ Aardgas buisleiding W-522-01 van Gasunie (werkdruk 40 bar, diameter 16 inch). De buisleiding is gelegen op een afstand van ca. 700 meter van het plangebied. De buisleiding heeft een 10Zo letaliteitscontour van 200 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding.
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
9
^
Een ammoniak voerende leiding van Flora Holland. De buisleiding is gelegen op voldoende afstand van het plangebied. De 10Zo letaliteitscontour van de buisleiding reikt niet tot aan het plangebied. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding.
De aanwezigheid van buisleidingen met gevaarlijke stoffen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.
4.8
Beleidsvisie externe veiligheid
De gemeente Westland heeft geen specifiek eigen beleid vastgesteld ten aanzien van het aspect 'externe veiligheid'. De ontwikkelingen in het plangebied zijn daarom getoetst aan het landelijk geldende beleid ten aanzien van externe veiligheid. De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen en buisleidingen. Verder heeft de ontwikkeling in het plangebied geen effect op de hoogte van het groepsrisico bij transportroutes voor gevaarlijke stoffen over wegen.
4.9 Aanwezigheid van conventionele explosieven In de gehele strook langs de Nederlandse kust is er in de Tweede Wereldoorlog veel gebombardeerd. Ook zijn er vliegtuigen met niet afgeworpen bommen neergestort en waren er munitieopslagen van de bezetter aanwezig. Vooral bij werkzaamheden in sinds 1945 niet geroerde grond spelen deze risico's. Primair gaat het om risico's die behoren tot het domein van arbeidsveiligheid maar, gezien de afstand van het plan tot dichtbij gelegen bebouwing, zijn er ook risico's voor derden. Heien nabij een achtergebleven explosief kan op een afstand van 50 meter nog tot detonatie leiden. Het is naast een arbeidsveiligheidsprobleem dus ook een issue ten aanzien van openbare orde en veiligheid. In de gemeente Westland worden op verschillende plaatsen munitie en explosieven gevonden uit de WOII. Er is een gemeentelijke kaart opgesteld met mogelijk verdachte locaties en vindplaatsen van explosieven. Ter plaatse van eventuele vindplaatsen is in de bestemmingsplannen Glastuinbouwgebied Westland en Kern Honselersdijk geen positie met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-munitie' opgenomen. Binnen deze gebiedsaanduiding is het namelijk niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren of werken aan te leggen, tenzij uit nader onderzoek blijkt dat dit verantwoord is. De locatie is getoetst aan de explosievenkaart (C.E.
Bodembelastingkaart) van de gemeente Westland. Voor de gehele gemeente Westland is er een bureaustudie uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Ter hoogte van het plangebied geldt de kwalificatie ^iet-verdacht'.
Figuur 4.3 Ligging plangebied op explosievenkaart gemeente Westland
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
10
5
CONCLUSIE
Voor het plangebied Prinsenland in Honselersdijk bestaat het voornemen middels een bestemmingsplan een gebied geschikt te maken voor woningbouw. De ontwikkelingen zijn getoetst aan de VNG richtlijn Bedrijven en Milieuzonering. Het plangebied is gelegen naast een gebied met overwegend kassenbouw. Geconcludeerd wordt dat de huidige bedrijfsactiviteiten binnen het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' niet zullen leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woningen in het plangebied. De bedrijven in de nabijheid van het plangebied moeten voldoen aan de eisen voor geur, stof, geluid e.d. in het Activiteitenbesluit of de omgevingsvergunning. Hierdoor kan worden gesteld dat bij de geplande woningen, die op grotere afstand worden gerealiseerd, ruimschoots aan deze normen zal worden voldaan. Door de aanwezigheid van de bestaande woningen is hierdoor in de praktijk voldoende gewaarborgd naar de toekomst toe dat er sprake zal zijn van een goed woonen leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Voor de bestemde en aanwezige glastuinbouwbedrijven aan de oostzijde van het plangebied geldt dat alleen de afstand voor geluid net over het plangebied ligt. Geluid bij glastuinbouwbedrijven ontstaat voornamelijk bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein.
Inpandige geluidbronnen (in kassen en werkruimten) dragen niet significant bij aan de geluidproductie en zullen niet tot hinder kunnen leiden bij woningen in het plangebied. WKK- en (natte)koeltoreninstallatie kunnen wel relevant zijn. Om die reden zijn deze niet toegestaan binnen 65 meter van de geprojecteerde woningen. Uit een scan is gebleken dat dergelijke installaties niet binnen de genoemde afstand aanwezig zijn. Het merendeel van de glastuinbouwbedrijven wordt ontsloten via wegen ten oosten (Midden Broekweg) van deze bedrijven en daarmee aan de zijde die van het plangebied afgekeerd is. Laad en losactiviteiten zijn daarmee gelegen op veel meer dan 30 meter van het plangebied en afgeschermd van het plangebied door de tussenliggende kassen. Op de enkele locaties waar laad en los activiteiten wel plaatsvinden aan de westzijde van de glastuinbouwbedrijven is de laad/loslocatie gelegen op grotere afstand dan 30 meter van het plangebied. De werkelijk geluidproductie van de glastuinbouwbedrijven zal daarmee niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Geconcludeerd wordt dat de bestemming Glastuinbouwbedrijven ten oosten van het plangebied nu en in de toekomst niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied.
De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. De aanwezigheid van risicorelevante activiteiten in de omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Een berekening en verantwoording van het groepsrisico is niet vereist op grond van het Bevi, Bevb en Bevt. Het plangebied is getoetst aan de gemeentelijke NGE-bodembelastingskaart. Hieruit blijkt dat er ter hoogte van het plangebied geen verdenkingen zijn voor de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE).
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
11
6
BRONVERMELDING 1. 2. 3. 4. 5.
BEVI. Besluit externe veiligheid inrichtingen. Te raadplegen via www.overheid.nl REVI. Regeling externe veiligheid inrichtingen. Te raadplegen via www.overheid.nl BEVB. Besluit externe veiligheid buisleidingen. Te raadplegen via www.overheid.nl REVB. Regeling externe veiligheid buisleidingen. Te raadplegen via www.overheid.nl Explosievenkaart gemeente Westland https://www.eemeentewestland.nl/fileadmin/documenten/wonen bouwen en verhuizen/Beleid Bouwen W onenZ14S023-BB-03 explosievenkaart met vrijwaringen en met labels verkleinde versie .pdf
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
12
BIJLAGE 1 TOELICHTING BEGRIPPEN Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Kwetsbaar object Woningen Gebouwen voor verblijf (al dan niet een gedeelte van de dag) van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn
Kampeer- en andere recreatieterreinen Beperkt kwetsbaar object Verspreid liggende woningen van derden Kantoorgebouwen en hotels Restaurants Winkels met een vloeroppervlakte < 2000 m2 Sporthallen, zwembaden en speeltuinen Sport-, kampeer-, en recreatieve terreinen Bedrijfsgebouwen
Objecten die gelijkgesteld kunnen worden aan bovenstaande beperkt kwetsbare objecten Objecten met een hoge infrastructurele waarde
Nadere detaillering uitgezonderd: verspreid liggende woningen maximaal 2 per ha. en dienst- en bedrijfswoningen zoals ziekenhuizen, bejaarden- en verpleeghuizen, scholen en dagopvang.
zoals kantoorgebouwen en hotels vloeroppervlak ^500 m2, winkel (complexen) waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd (complexen > 5 winkels en gezamenlijk vloeroppervlak > 1000 m2 of winkelvloeroppervlak. > 2000 m2 per object). voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar Nadere detaillering met een dichtheid van maximaal 2 woningen per ha en dienst- en bedrijfswoningen van derden. met een vloeroppervlak < 1500 m2 als geen grote aantallen personen gedurende groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. voorzover geen winkelcomplex met > 5 winkels en > 1000 m2 vloeroppervlak en geen supermarkt, hypermarkt of warenhuis.
voor zover geen verblijf > 50 personen gedurende meerdere dagen waarin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn.
zoals een telefoon- of elektriciteitscentrales
Het individueel risico, ofwel het plaatsgebonden risico (PR), is het risico buiten een inrichting (uitgedrukt in de kans 10-6 per jaar) dat één persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Bij 'kwetsbare objecten ' worden hiervoor grenswaarden als norm opgelegd. De grenswaarden kunnen worden omgerekend tot een veiligheidscontour. Bij 'beperkt kwetsbare objecten' gelden richtwaarden. Dit betekent dat om gewichtige redenen mag worden afgeweken van de richtwaarden. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans (per jaar) dat minstens 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en zich een ongewoon voorval voordoet binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Bij zowel 'kwetsbare objecten' als 'beperkt kwetsbare objecten' worden hiervoor oriëntatiewaarden als norm opgelegd. Afwijkingen van deze waarden zijn mogelijk, mits goed onderbouwd. Dit is de motiveringspicht. De oriëntatiewaarden kunnen worden omgerekend tot een invloedsgebied.
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
13
De gestelde normen en contouren betreffen afstanden tot risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Een risicovolle inrichting is een vergunning plichtige inrichting (op grond van Wm), die zeer grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen bewerkt en Z of opslaat. Dit zijn bijvoorbeeld alle bedrijven die onder het 'Besluit zware ongevallen 1999' vallen. Dit zijn inrichtingen voor opslag en vervoer van gevaarlijke (afval-) stoffen in emballage (bijvoorbeeld > 10.000 kg bestrijdingsmiddelen), chemische fabrieken, LPG-tankstations, inrichtingen met koel- en vriesinstallatie ^00 kg ammoniak en spoorwegemplacement waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen worden gerangeerd. Transportroutes spoor, weg en water Voor transportroutes over spoor, weg en water wordt aangesloten bij de in het Bevi gehanteerde begrippen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De verantwoordingsplicht is aan de orde wanneer een besluit betrekking heeft op een gebied dat binnen het invloedsgebied is gelegen. De regeling van buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI).
Voor de definitie van de begrippen PR, GR, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verwijst het Bevb naar het BEVI.
190090 Aqua-Terra Nova303c EV BMZ NGE Definitieve rapportage 5 juni 2020
14
' '
. :
.
mê: 'âm
-ÌÏÏİ.İ
İÜŠ İ&&KI
mí
_______
Üii
ī
iaŵ'«,č: -líŝK
ŠÜÉ ags
M
'-■ - 5 Ŵ . :^nt‘į
Vormvrije m.e.r.- beoordeling voor bestemmingsplan Prinsenland te Honselersdijk
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding........................................................................................................................................................................ 3
1.1.
Aanleiding ........................................................................................................... 3
1.2. 1.3. 1.4.
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?.....................................................3 Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?............................................................. 4 Leeswijzer........................................................................................................... 4
Plaats van het project....................................................................................................................................... 6
2.1. 2.2. 3.
4.
5.
Plaats van het project........................................................................................ 6 Gevoelige gebieden in ennabij het plangebied ................................................ 6
Kenmerken van het project ................................................................................................................................... 9
3.1.
Omvang van het project........................................................................................ 9
3.2.
Verkeersaspecten ................................................................................................ 9
Kenmerken van demilieueffecten......................................................................................................................11
4.1.
Bedrijven en milieuzonering
............................................................................... 11
4.2. 4.3. 4.4.
Geluid ................................................................................................................. 11 Luchtkwaliteit...................................................................................................... 12 Externe veiligheid................................................................................................ 12
4.5. 4.6. 4.7. 4.8.
Water.................................................................................................................. 13 Bodem ................................................................................................................. 14 Ecologie .............................................................................................................. 14 Cultuurhistorie en archeologie..............................................................................15
Conclusie....................................................................................................................................................................... 16
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding
Op 1 juli 2019 is een aanvraag binnen gekomen voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het woningbouwproject Prinsenland aan de Burgemeester Hoogenboomstraat in Honselersdijk. Het woningbouwproject bestaat uit de ontwikkeling van 27 woningen.
^ r
L ^
4 * ĝ-\ ^\4 *\ L* '14. 4 4 Ŵ * t
ŕ V* i»*
í,*/, ,r,■j'
•*
»
J J
SU V
______ Figuur 1.1 Locatie plangebied Om het bouwplan te kunnen realiseren is een nieuw actueel juridisch-planologisch kader nodig. Ten behoeve van het hiervoor opgestelde bestemmingsplan "Prinsenland te Honselersdijk" wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De vormvrije m.e.r.beoordeling heeft als doen om te toetsen of de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen.
1.2.
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?
De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een bestemmingsplan of structuurvisie. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (dit geldt eveneens voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan voor nodig is).
Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De voorgenomen activiteit is opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2. In het Besluit milieueffectrapportage staat onder categorie D.11.2 opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling m.e.r. beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op minimaal 2000 woningen of 100 hectare. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 27 woningen en blijft ruim onder deze drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r. -beoordeling'. Voorliggend document bevat deze beoordeling. Categorie D.11.2 Besluit milieueffectrapportage D íį.2
1.3.
Activiteiten
Gevallen
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelíjk ontwikkelingsproject met inbegrip do bouw van winkelcentra of pa rkeerterrekwn
Ingevallen waarin do activiteit betrekking heeftop: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meet, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. oen bedrijtsvloeroppervlakte van 200.000 ũf meer
Besluit De vaststeNing van het plan, bedoeld in artikel Ĵ.6, eerste lid. onderdelen a en br van de Wel ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan. bedoeld in artikel 3.1. eerste lid, van ďle wet.
Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?
Voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In deze richtlijn staan een aantal aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan getoetst worden: Kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van de potentiële milieueffecten.
1.4.
Leeswijzer
Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hoofdstuk 2 beschrijft de plaats het project en hoofdstuk 3 de kenmerken van het project. In Hoofdstuk 4 worden de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toegelicht. Ten slotte geeft dit rapport in hoofdstuk 5 de conclusie weer.
Selectiecriteria Europese richtlijn 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: * de omvang van het project, * de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, * het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, * de productie van afvalstoffen, * verontreiniging en hinder, * risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën, * de risico's voor de menselijke gezondheid.
2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: * het bestaande en goedgekeurde landgebruik, * de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, * het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o wetlands, oeverformaties, riviermondingen, o kustgebieden en het mariene milieu, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: * het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), * de aard van het effect, * het grensoverschrijdende karakter van het effect, * de intensiteit en complexiteit van het effect, * de waarschijnlijkheid van het effect, * de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, * de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, * de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
2.
Plaats van het project
2.1.
Plaats van het project
Het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit een grasveld met daarop één woning gesitueerd. Zoals onderstaande afbeelding weergeeft was het projectgebied voorheen in gebruik voor de glastuinbouw. De locatie ligt binnen de rode contour Honselersdijk en wordt in het Ruimtelijk Ontwikkelingskader Honselersdijk ook genoemd als te ontwikkelen voor woningbouw. 1 "ík XJm Ķf , ;ļp 'ą
t
léŕ***.
r** ĩ
Figuur 2.1 Locatie plangebied Het vigerende bestemmingsplan op de pro jectlocatie is "Kern Honselersdijk" (vastgesteld op 20 maart 2012) en geeft de percelen de bestemming 'Agrarisch'. Tevens zijn het paraplubestemming Parkeernormen van toepassing. 2.2.
Gevoelige gebieden in en nabij het plangebied
Natuurgebieden Het plangebied is niet gelegen in en grenst niet aan gebieden beschermd door de Natuurbeschermingswet. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft het gebied Solleveld & Kapittelduinen, gelegen op een afstand van circa 4,8 van het plangebied. Het Natura 2000-gebied 'Westduinpark Wapendal' is gelegen op circa 6,8 km afstand ten noorden van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Het dichtstbijzijnde onderdeel van Natuurnetwerk Nederland bevindt zich op circa 1,6 km van het plangebied.
Prinsenland te Honselersdijk Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 Project 190090
Milieu orouMïcv
AOUAĨfRRA
Waiťrmÿifíļgfliion HuinJWijfctflfŵifoįţ,
Legenda Plangebied I
I Solleveld 8« Kapittelduinen Westduinpark 81 Wapendal
1500
3000 m
OpenstreetMap
Figuur 2.2 bestaande situatie beschermde natuurgebieden
Prinsenland te Honselersdijk Ligging plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland Project 190090
-Milieu cunsuWaiity
AQUA-TERRA
jiťmun^wnai Kmmtŕlilk» mrlPTini!
*.
Legenda ŵ
Plangebied Bestaande en nieuwe natuur Ecologische verbmdingszones
□unStratt m
Figuur 2.3 bestaande situatie Natuurnetwerk Nederland.
1500 m
Archeologie Op basis van de archeologische waarden- en beleidskaart kan geconcludeerd worden dat het plangebied een verwachtingszone III heeft. In het plangebied zijn geen elementen aanwezig die cultuurhistorisch waardevol zijn, zoals beschermde monumenten.
20Ū rn ©ADC 2019 75750
70250
raoūū
Legenda begrenzing van het plangebied
verwachtingszone I
erwachtmgszone lil
historische stads- of dorpskern
Figuur 2.4 Uitsnede archeologische verwachtingskaart.
75500
3.
Kenmerken van het project
3.1.
Omvang van het project
Het bestaande woonhuis aan Burgemeester Hoogenboomstraat 5 te Honselersdijk wordt gesloopt. Tevens wordt al het aanwezige groen in de privé tuin en op de grasvelden gerooid. De noordelijke watergang wordt verbreed. Na sloop wordt het terrein bouwrijp gemaakt en vindt nieuwbouw plaats. Het bestemmingsplan Prinsenland omvat de bouw van 27 woningen aan de Burgemeester Hoogenboomstraat in Honselersdijk. Het grootste gedeelte bestaat uit twee-onder-één-kap woningen. In het gebied komen daarnaast patiowoningen en rijwoningen. Deze bebouwing is een passende invulling voor deze locatie omdat het gebied omgeven wordt door bestaande woonbebouwing in verschillende vormen. De nieuwe bebouwing volgt dan ook de structuur van de bestaande wijk. De patiowoningen en twee-onder-één-kap woningen hebben minimaal één parkeerplaats op eigen terrein. Dit parkeren zal plaatsvinden naast de woningen. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied gerealiseerd. De woningen worden door de ontwikkelaar gerealiseerd met bijbehorende voorzieningen en infrastructuur, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en waterpartijen.
cn—p
BuflļŭfT'K'ffll
Figuur 3.1 toekomstige situatie.
3.2.
Verkeersaspecten
Verkeersverbindingen algemeen De ontsluiting van Prinsenland gebeurt via de bestaande woonwijk, aansluitend op de Johan van Oldebarneveldstraat en de Van Heijstlaan. Op deze manier heeft de wijk altijd een calamiteiten
ontsluiting. De weg is een 30 km/woonerf, waarbij de openbare ruimte voldoet aan het meest recente Programma voor standaardinrichting openbare ruimte (PVS) van de gemeente. Parkeren Op basis van de "Parkeerverordening Westland 2018" is de behoefte van het aantal parkeerplaatsen berekend. In onderstaande tabel is deze berekening weergegeven. In totaal zijn er 56,2 parkeerplaatsen benodigd bij dit woningbouwproject. Deze parkeerplaatsen zullen zowel op eigen terrein als in openbaar gebied gerealiseerd worden. Woonprogramma dat wordt toegevoegd
Aantal eenheden
Norm per eenheid
Benodig d aantal pp max. per woning
Koophuis, sociale koop
4
x 1,7 Z woning
Koop, tussen/hoek
6
x 2,0 Z woning
12,0
Koop, twee-onder-een-kap
17
x 2,2 Z woning
37,4
Koop, vrijstaand
0
x 2,3 Z woning
0,0
Benodigd aantal parkeerplaatsen voor het woonprogramma dat wordt toegevoegd
56,2
Tabel parkeerbehoefte nieuwe situatie.
6,8
4.
Kenmerken van de milieueffecten
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In het plangebied bestaat momenteel uit een voormalige glastuinbouwlocatie met bijbehorende bedrijfswoning.
4.1.
Bedrijven en milieuzonering
Bij het toevoegen van een milieugevoelige functie, in dit geval 27 woningen, moet gekeken worden naar de invloed van en invloed op omliggende functies. Dit gebeurt op basis van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering. Hieruit blijkt dat bij woningen geen sprake is van een milieuzone ten opzichte van anderen. De woningen zelf kunnen echter wel beïnvloed worden door milieuhinder van omliggende functies. Het plangebied wordt ingericht als woongebied met voornamelijk eengezinswoningen. Op grond van de VNG publicatie kan deze situatie het beste worden getypeerd als rustige woonwijk. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied is voornamelijk bestaande woonbebouwing aanwezig. Deze gebieden zijn niet nader beschouwd. Ten oosten van het plangebied zijn voornamelijk kassen aanwezig. Glastuinbouwbedrijven zijn op grond van de VNG publicatie in te delen in categorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter (bepalend is hierbij de afstand vo o r g e l u i d ) . Het plangebied ligt op minder dan 30 meter afstand van de glastuinbouwbedrijven met milieucategorie 2. Om deze reden is onderzocht waar de geluidproducerende activiteiten van de glastuinbouwbedrijven plaatsvinden. Aangegeven is dat geluid bij glastuinbouwbedrijven voornamelijk ontstaat bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein.
De dichtsbijzijnde laas en losaciviteiten vinden plaats op circa 30-40 meter van het plangebied. Significante geluidbronnen bij glastuinbouwbedrijven zijn stookketels en warmtekrachtinstallaties (wkk-installaties) die bij glastuinbouwbedrijven aanwezig kunnen zijn. Wkk-installaties kunnen tot op grotere afstand tot geluidoverlast leiden. In bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland staat dat de afstand van een wkk-installatie en een (natte) koeltoren tot het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een woning minimaal 65 meter moet bedragen. In het onderzoek is nagegaan of er binnen een afstand van 65 meter van het plangebied wkk-installaties en/of (natte) koeltorens aanwezig zijn. Uit een scan via Google Earth en omgevingsfoto's via Google is afgeleid dat binnen 65 meter van de rand van het plangebied (en dus niet tot de geprojecteerde woningen) geen WKK's of (natte) koeltorens aanwezig zijn.