CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting en planregels bestemmingsplan Dijkweg nabij 11 te Naaldwijk (21-0039951)

Gemeenteraad 16 februari 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het gewijzigde bestemmingsplan ‘Dijkweg nabij 11 te Naaldwijk’22.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

©

T 1

f*Įm-3ļ

W ml

DIJKWEG NABIJ 11 TE NAALDWIJK bestemmingsplan NL.IMR0.1783.NWKDIJKWGnb11obp-VA01 vastgesteld

» '

'.-i'-'Ŵ-

i.nilitÄÏ.r. ; ŵįH'-'1'--

J-

i

“■-111 į

‘

GEMEENTE

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

9

2.1

Beleidskader

9

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

18

Hoofdstuk 3

Onderzoek

23

3.1

Bedrijven en milieuzonering

23

3.2

Geluid

23

3.3

Luchtkwaliteit

24

3.4

Externe veiligheid

26

3.5

Water

30

3.6

Bodem

35

3.7

Ecologie

36

3.8

Cultuurhistorische aspecten

38

3.9

Bezonning

44

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

45

4.1

Planvorm

45

4.2

Bestemmingsregeling

47

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

48

5.1

Economische uitvoerbaarheid

48

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

48

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1 KuiperCompagnons (19 juni 2019) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai [618.126.90]

50

Bijlage 2 asbest

95

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek

Bijlage 3 KuiperCompagnons (4 december 2019) Stikstofdepositie-onderzoek [618.126.90]

177

Bijlage 4

200

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5 HAW (z.j.) De straat van toen Naaldwijk - Dijkweg, deel 1, tot de grote Woerdlaan Bijlage 6

234

Vestigia (22 januari 2019) Cultuurhistorische Effect

3

Rapportage [V1749]

268

Bijlage 7 HET architectenbureau (7 december 2018) Motivatie ontwerp De Harmonie

305

Bijlage 8 Vestigia (17 september 2018) Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek [V1660]

312

Vestigia (12 februari 2019) Inventariserend veldonderzoek Bijlage 9 door middel van proefsleuven [V1740]

357

Bijlage 10 Vestigia (12 februari 2020) Romeinse resten nabij de RK-begraafplaats aan de Dijkweg 8 te Naaldwijk, gemeente Westland [V1740]

399

Bijlage 11 HET Architectenbureau (7 oktober 2019) Bezonningstudie Harmonie Dijkweg 8 Naaldwijk [1821]

478

Bijlage 12

Nota van beantwoordinginspraakreacties

491

Bijlage 13

Nota van beantwoording zienswijzen

504

Bijlage 14

Staat van wijzigingen

541

Regels

545

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

546

Artikel 1 Begrippen

546

Artikel 2 Wijze van meten

550

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

551

Artikel 3 Gemengd

551

Artikel 4 Groen

553

Hoofdstuk 3

Algemene regels

554

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

554

Artikel 6 Algemene bouwregels

555

Artikel 7 Algemene gebruiksregels

556

Artikel 8 Algemene afwij kings regels

557

Artikel 9 Overige regels

558

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

559

Artikel 10

Overgangsrecht

559

Artikel 11

Slotregel

560

4

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Er bestaan plannen om ter hoogte van het perceel aan de Dijkweg te Naaldwijk een complex te realiseren met daarin 20 appartementen en ruimte voor een maatschappelijke functie. Om hierin te kunnen voorzien is een nieuw juridisch kader benodigd waarin dit bestemmingsplan voorziet.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Dijkweg 8, in het centrum van de kern Naaldwijk, gemeente Westland. Aan de noordwestelijke en noordoostelijke zijde wordt het plangebied begrensd door twee wegen, respectievelijk de Dijkweg en de Verdilaan. Aan de zuidwestzijde van het plangebied is een kantoorpand met bijbehorende parkeervoorzieningen gelegen. Tevens is aan deze zijde de entree van de begraafjĵlaats gelegen. Deze begraafplaats is ten zuidoosten van het plangebied gesitueerd.

Iĩ

^źíSši* ţftól

Afbeelding 1.1.: globale ligging van het plangebied aan de Dijkweg 8 in de Naaldwijk

6

Afbeelding 1.2.: begrenzing plangebied Dijkweg 8

1.3

Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied was, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, het bestemmingsplan "Centrum Naaldwijk" (vastgesteld op 19 december 2012) van kracht. Ter plaatse van het plangebied zijn in dat plan de bestemming "Maatschappelijk" en de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie -1" en "Waarde - Karakteristiek" opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk omdat enerzijds de bouwregels dat niet toelaten en anderzijds de bestemmingen dat functioneel niet toelaten. Daartoe is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

7

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan "Dijkweg nabij 11 te Naaldwijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland

Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voorde huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie.

9

Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.

De toekomstkaart van Westland De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van 20 appartementen en een maatschappelijke voorziening. Het realiseren van deze appartementen en maatschappelijke voorziening past binnen het beleid dat voor dit gebied is gesteld. Zo blijven de oorspronkelijke structuren in hetlandschap behouden. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in de ambitie om woningbouw te realiseren door middel van inbreiding. Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland

Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WWP) en de Structuurvisie Westland

10

2025. Veel van de hierin opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel aan herziening toe. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de mobiliteitsvisie: * Logistieke bereikbaarheid; * De auto minder dominant; * Volwaardige alternatieven voor de auto; * Westland verkeersveilig; * Duurzaam Westland. In paragraaf 2.2.4 wordt de beoogde planontwikkeling getoetst aan het vigerende mobiliteitsbeleid. Beleidsnotitie conventionele explosievee in het Westland

In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met dieptewerkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosievenrisicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van dieptewerkzaam heden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland

In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.

Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; * iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; * in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; * opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; * nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; * de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; * opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; * bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Woonvisie

De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende járen. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een

11

kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen. Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uitmoet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten. De hoofdthema's van Woonvisie zijn: Betaalbaarheid * doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); * grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; * woonlasten; « gevolgen verkoop Vestia-woningen. Doorstroming en wooncarrière * bevorderen doorstroming; « senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); * slaagkansen inwoners Westland.

Nieuwe bouwambitie * behoud karakter kernen; * vergroening en verduurzaming; « huisvestingsoplossingen buiten de kernen; * wonen met zorg: levensloopgeschiktheid /aanpasbaarheid; * programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; * herbestemming maatschappelijk vastgoed; * flexwonen; * huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven. (*) 300Zo sociale huur, 50A goedkope koop, 200A middeldure koop of huur, 450A duurdere koop Bij de ontwikkeling van het complex wordt aangesloten op de ambitie. In het plan zijn appartementen met een verschillende omvang en prijs voorzien. Hiermee wordt de markt breed bediend. De ontwikkelaar heeft met de gemeente Westland afspraken gemaakt met betrekking tot het woningbouwprogramma. Zes van de 20 appartementen (300Zo) vallen in de sector sociale koop en twee appartementen (100Zo) behoren tot de categorie bereikbare koop. Binnen het voorliggende bestemmingsplan wordt 4QVo betaalbare nieuwbouw gerealiseerd. Daarnaast speelt de ontwikkeling in op vergrijzing en de toename aan eenpersoonshuishoudens. De appartementen zijn namelijk levensloopbestendig aangezien het complex over een lift beschikt en het woonprogramma op één bouwlaag wordt gerealiseerd. Hierdoor wordt het voor bewoners mogelijk om langer thuis te blijven wonen.

Daarnaast vormen de appartementen door de beperkte omvang een prima woning voor eenpersoonshuishoudens. De ontwikkeling is dus in overeenstemming met de ambities van de woonvisie. Uitgangspunten ruimtelijke ontwikkelingskaders voor de kernen

In de beleidsnota 'Uitgangspunten voor de kernen', die in september 2007 is vastgesteld, is een aantal uitgangspunten voor Naaldwijk geformuleerd. Meer in het algemeen hebben de kernen in de gemeente Westland een verdichtingsopgave gekregen van 4.500 woningen via inbreiding in de kernen. Verdichting in de kernen mag nietten koste gaan van de leefbaarheid en de spaarzame open (groene) ruimte in de kernen. De kaders voor Naaldwijk zijn gericht op het benutten en versterken van de centrale positie die de kern inneemt binnen de gemeente Westland. Daarbij wordt stilgestaan bij het feit dat de kern na de uitbreidingen Hoogeland en Woerdblok geen mogelijkheden meer heeft voor uitbreiding door omliggende functies als glastuinbouw en de veiling. Om de kern vitaal te houden en het aantal huidige bewoners te kunnen handhaven, is het noodzakelijk dat er binnen de kern meer woningen komen. De beleidsnota geeft daarvan aan dat de grootste verdichting zal plaatsvinden binnen de centrumring. Het gaat dan niet alleen om het laten toenemen van

12

het aantal woningen, maar ook om niet-woonfuncties zoals dat past bij het kleinstedelijke karakter. Hogere bebouwing kan bij verdichting niet vermeden worden. Voorwaarden zijn wel dat de hoogbouw een opwaardering moet geven aan de identiteit, herkenbaarheid en oriëntatie binnen Naaldwijk en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met het karakter van de oude linten en het historische centrum. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een passende woonvorm binnen het bestaande stedelijk gebied van Naaldwijk. Daarnaast wordt ook aangesloten bij het kleinstedelijke karakter door een niet-woonfunctie, een maatschappelijke functie, toe te voegen aan het plangebied. De bouwhoogte van het complex is hoger dan de omliggende bebouwing maar door de bouwvorm met een terugliggende vijfde bouwlaag wordt aangesloten bij het karakter van het oude lint. 2.1.2

Regionaal beleid

Regionaal structuurplan Haaglanden

Het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) is een integraal plan voorde ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden en het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen. Het vastgestelde Regionaal Structuurplan Haaglanden kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen, zoals verkeer, wonen, werken, water, groen, etc. Kernen De ambitie is dat het in heel Haaglanden voor iedereen goed wonen, werken en ontspannen is. De ruimtelijke structuur moet mensen stimuleren maatschappelijk actief te zijn en zich te ontwikkelen. Voldoende (ruimte voor) werkgelegenheid, een goed leefmilieu, een veilige leefomgeving, sociale cohesie en een herkenbare omgeving met identiteit zijn hiervoor van belang. Ook moeten de gewenste voorzieningen voor onderwijs, zorg, cultuur en sport goed bereikbaar zijn. Het RSP 2020 heeft voor deze onderwerpen vooral een faciliterende, stimulerende en attenderende rol. De vraag naar woningen, bedrijven en kantoren houdt aan, maar de ontwikkeling van nieuw stedelijk gebied gaat al snel ten koste van het groen, de Greenport of de ruimte voor water. Dit betekent dat deze ruimte in het bestaande stedelijke gebied gevonden moet worden en efficiënt moet worden gebruikt.

Herstructurering en intensief ruimtegebruik zijn hierbij belangrijke middelen. Als onderdeel van het intensief en meervoudig ruimtegebruik in binnenstedelijke wijken en buurten moet functiemenging mogelijk zijn. Het beheer en onderhoud van groengebieden heeft aandacht nodig. Onvoldoende en versnipperd beheer van bestaande bossen en recreatiegebieden leidt tot verwaarloosde zones die ongewenste activiteiten aantrekken. In het onderhoud van deze gebieden is het ontwikkelen van de tweede generatie' beplanting achterwege gebleven. Bovendien moet de inrichting worden aangepast aan de wensen van de hedendaagse recreanten. Barrières en onaantrekkelijke, niet onderhouden entrees van bestaande groengebieden dragen bij aan slechte bereikbaarheid. Een goed bomenbeleid helpt om landschappelijke eigenheid te waarborgen. De ontwikkeling is in overeenstemming met het RSP aangezien binnen het bestaand stedelijk gebied een braakliggend terrein wordt benut en ingepast wordt in de omgeving. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voorde fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: «

Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur;

13

» *

De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; * Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: * het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v.

verbonden regiokernen; * de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht; * het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; * de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; * de groene ruimte en de groenblauwe structuur; * het bodem - en watersysteem; * energie. aea

« ** *

'tii

a*e

ut

***'

* *« 'llflf mi *«*a '#*#*e* k. m W m -t

aaa

k

* 4 iMÍť mil» aa m a *ea

■we#*

èit* • a# ■# a #

ta Uil

•M

i4m*a

•*aa**l

aiaiiu anima

MlMt

iimai

*a#

*a#

aa#

nta

♦ eaa Bh

ItialľS. Afbeelding 2.2: De ruimtelijke hoofdstructuur

#»a*a

milt •»a*a# mm • #a#

14

Programma ruimte De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.

RUIMTELIJKE HOOfDSTRUCTUUR ONDERGROND

.X* A '2

i

t rm ►ar- —v

īkĚ

Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaarten de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte. Ambitie

15

Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd, herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemers kracht.

De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven. * * * « * *

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ft AMvB ruimtelijke ordening

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar O. veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar ã veilig te houden voorde middellange termijn (2028): * * *

het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

16

NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Hel vergiolen van de concunenliekiacht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland C*ì Stedell|ke regio met topsedoren

Ö Malnport Schiphol

o o Branpon

Mainport Rotterdam Zuidoost Nederland

0 Graanpcn

viuidas Stad van internationaal recht, vrede en veiligheid ©

HSL .'ICE station

O

Overige luditheven van nationaal belang

Q

Zeehaven van nationaal belang

0

Binnenhaven van nationaal belang

Afbeelding 2.3.: Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.5

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is de 'Nieuwe' Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij hetmoederplan, maar op de toelichting bij hetwijzigings- of uitwerkingsplan. Toetsing In het voorliggende plan worden 20 woningen mogelijk gemaakt. De woningen betreffen een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor een laddertoets benodigd is.

Uit het uitvoeringsprogramma van de woonstrategie van de gemeente Westland blijkt dat tot 2030 er een planvoorraad van 536 woningen bestaat. Daarvan zijn er 454 onderdeel van harde plannen. Er bestaat dus nog een 'restcapaciteiť van 82 woningen. De realisatie van 20 woningen zou hier onder geschaard kunnen worden. Het plan voorziet dus in de vraag naar woningen en bovendien ook op kwalitatief niveau. De woningen worden levensloopbestendig ingericht en hebben een verschillende omvang. Hiermee wordt ingespeeld op vergrijzing en een toename aan eenpersoonshuishoudens. Hiermee wordt de behoefte genoeg aangetoond. De locatie is binnenstedelijk gebied gelegen waardoor de tweede stap van de onderbouwing niet meer relevant is.

17

2.1.6

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling op het perceel Dijkweg 8 te Naaldwijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ruimtelijke aspecten

De locatie waar de ontwikkeling van het complex is voorzien betreft het perceel aan de Dijkweg 8 in Naaldwijk. De locaties is gelegen op het hoekpunt van het kruispunt waar de Verdilaan en de Dijkweg samenkomen. Het plangebied is goed ontsloten door de nabijgelegen Verdilaan. Aan de Dijkweg zijn verschillende karakteristieke gebouwen gelegen met een verscheidenheid aan functies zoals horeca en kantoor. In de bestaande situatie (afbeelding 2.4) bestaat het plangebied uit grasland. Daarnaast staan in het plangebied diverse bomen. f&xľ* s*

ŕ«ĩr

-

-

; -r-f - -

Afbeelding 2.4.: Huidige situatie van het plangebied Nieuwe situatie Op grond van de stedenbouwkundige en ruimtelijke kaders is een herontwikkelingsconcept ontwikkeld voorde locatie. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 20 levensloopbestendige appartementen en een maatschappelijke voorziening. De maatschappelijke voorziening is voorzien op de hoek van de Verdilaan en de Dijkweg. Hiermee wordt aangesloten op de voorzieningen in het kernwinkelgebied wat hier begint, en anderzijds op het rustige dorpse karakter van de Dijkweg. De begane grond is publiek toegankelijk. Het bouwplan bestaat uit een gebouw van vijf bouwlagen, waarvan de vijfde bouwlaag terugliggend ten opzichte van de overige bouwlagen wordt gerealiseerd. Aan alle zijden dient de gevel minimaal 1,5 m terug te liggen. Dit om het gebouw beter aan te laten sluiten op de lagere, dorpse bebouwing aan de Dijkweg. De appartementen zijn voorzien op de de bovenste vier bouwlagen. De appartementen kennen alle een verschillende oriëntatie en omvang. De levensloopbestendigheid uit zich in de situering van de bad- en woonkamer direct grenzend aan de hoofdslaapkamer, een elektrische deurautomaat, elleboog- en sleutelschakelaars bij de hoofdentree en diverse elektravoorzieningen. Op deze manier is het complex levensloopbestendig en zorgt het voor beantwoording van een specifieke behoefte binnen de kern.

Parkeren wordt deels opgelost op eigen terrein, en deels in openbaar gebied. Tevens is op de begane grond ruimte gereserveerd vooreen fietsenstalling en de afvalcontainers. Het bouwplan is nog in bewerking. Het voorliggende bestemmingsplan is afgestemd op het concept-bouwplan zoals dat thans voorligt. De onderstaande afbeeldingen (bron: Het architectenbureau) geven een impressie weer van het concept-bouwplan, maar kunnen - binnen de kaders van het bestemmingsplan - nog wijzigen.

18

19

L k

« w İ».

Afbeelding 2.6.: Impressie nieuw te ontwikkelen complex in vogelvlucht Ruimtelijke randvoorwaarden Vanuit de gemeente zijn ruimtelijke randvoorwaarden gegeven voor het ontwikkelen van het perceel aan de Dijkweg te Naaldwijk. Hieronder is aangegeven hoe aan deze ruimtelijke randvoorwaarden voldaan worden. Zo dient het complex zich aan de gevelrooilijnen te houden, en wordt het complex in het bouwvlak gerealiseerd. Voorde vijfde bouwlaag is een randvoorwaarde opgenomen dat alle zijden minimaal 1,5 m terug moeten liggen. Bovendien dient maximaal 250 m2 van het bouwvlak op de begane grond een maatschappelijke functie te krijgen. In de regels zijn deze randvoorwaarden geborgd, waardoor voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde eisen. 2.2.2

Historisch ruimtelijke opbouw

Het plangebied is gelegen aan het historische lint 'Molenstraat - Dijkweg'. Dit is de route waarlangs Naaldwijk is opgebouwd. Het lint verbindt de Herenstraat/Prinses Julianastraat met onder andere de Verdilaan. De Dijkweg is de oorspronkelijke verbinding van het hof van Honselersdijk met de Herenstraat. Het eerste deel van het lint, gezien vanaf de Molenstraat, kent een licht slingerend verloop, ontstaan op dijken en kaden langs de Gantel en zijkreken. Vanaf de Molenstraat tot de Verdilaan verandert het gebied van karakter door een verscheidenheid aan functies en inrichting van de openbare ruimte. De omgeving van het plangebied heeft het karakter van een aanloopstraat. De Verdilaan is een nieuwe hoofdontsluitingsweg dwars op de dijkweg. Aan de Verdilaan liggen voorde kern Naaldwijk belangrijke functies, waaronder het gemeentehuis en het busstation. Gezien de aard en betekenis van de Verdilaan is hier een grotere en hogere bebouwing mogelijk. De bebouwing op de hoek van de Verdilaan en de Dijkweg zal zowel dienen aan te sluiten bij de meer stedelijke aard van de Verdilaan en het dorpse karakter van de Dijkweg. De inpassing van de voorgenomen ontwikkeling in de bestaande (cultuurhistorische) context wordt in paragraaf 3.8 beschreven.

20

2.2.3

Inventarisatie van functies

De voorzieningen in Naaldwijk liggen geconcentreerd in het centrum. De Dijkweg is een uitloper van de Molenstraat, één van de grootste winkelstraten in Naaldwijk. Deze straat kent dus een grote verscheidenheid aan functies. Door de gemeente is aangegeven dat in de plint een functie zeer gewenst is om aan te sluiten bij het kernwinkelgebied. Hier is gehoor aan gegeven door de realisatie van een maatschappelijke voorziening op (een deel van de) begane grond. Deze functie dient op maaiveldniveau (begane grond) een oppervlak te hebben dat maximaal 250 m2 van het bouwvlak bedraagt. Tevens is deze functie zowel op de Verdilaan als de Dijkweg gericht. 2.2.4

Verkeer

Verkeersverbindingen en ontsluiting

Het plangebied ligt in het centrum van de kern Naaldwijk. Op grotere schaal wordt het plangebied ontsloten door de provinciale wegen de N213 en de N222 die aan de westzijde van Naaldwijk zijn gelegen. De ontsluiting voor het gemotoriseerd en tevens het langzaam verkeer gaat via de noordwestelijk gelegen Dijkweg. Vanaf hier wordt via de Verdilaan de verdere ontsluiting van het plangebied verzorgd. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee bushaltes gelegen. Op circa 170 meter ligt het busstation aan de Verdilaan. Vanaf dit busstation vertrekken diverse buslijnen met de bestemmingen Den Haag, Delft, en Monster. Verkeersintensiteit

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 20 appartementen en een maatschappelijke voorziening van maximaal 160 m2 bvo. De kencijfers die gebruikt zijn voor het berekenen van de verkeersaantrekkende werking komen uit de 'CROW-publicatie 317'. Uitgaande van een dure etagekoopwoning op een locatie in het centrum in sterk stedelijk gebied geldt op grond van de CROW-richtlijnen geldt voor een dergelijke ontwikkeling een verkeersgeneratie van 6,2 motorvoertuigen per woning. Gelet hierop leidt de ontwikkeling van de woningen tot 124 extra motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. De realisatie van de maatschappelijke ontwikkeling leidt in een worst-case scenario tot 60 extra motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde weekdag. In totaal leidt de ontwikkeling tot een verkeersaantrekkende werking van 184 motorvoertuigen per dag. Gezien de weginrichting van de Dijkweg en de Verdilaan en het geringe aantal extra voertuigbewegingen is de verwachting dat beide wegen deze toename kunnen verwerken. Het verkeer wordt in de toekomstige situatie via de Dijkweg en de Verdilaan afgewikkeld op de N285. Parkeren

Uitgaande van de in tabel 2.1 weergegeven parkeernormen (uitgaande van de Nota Parkeernormen van de gemeente Westland) en woningtypologieën zijn 36 parkeerplaatsen benodigd. Indien sprake is van commerciële dienstverlening in de plint van het gebouw, zijn 35 parkeerplaatsen benodigd. Type

Aantal appartementen

Parkeernorm

Benodigde parkeerplaatsen

Sociale koop

6 2 2

1,4

8,4

1,5 1,5 1,7 1,7

3,0 3,0 3,4 10,2

Bereikbare koop Middeldure koop Dure koop Extra dure koop

2

Top koop

6 2

TOTAAL wonen

20

Maatschappelijk (comm. dienstverlening)

160 m2

TOTAAL project

1,7

3,4 31,4

3 (2,3)

4,2 (3,22) 36 (35)

Tabel 2.1 Benodigd aantal parkeerplaatsen Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan de Nota Parkeerbeleid van de gemeente Westland. Er

21

wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen, middels te realiseren parkeerplaatsen onder het gebouw, voor het gebouw en de beschikbaar gestelde parkeerplaatsen in het openbaar gebied.

22

Hoofdstuk 3

Onderzoek

3.1

Bedrijven en milieuzonering

3.1.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2

Onderzoek

In de VNG-publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen "rustige woonwijk I rustig buitengebied" en "gemengd gebied". In de omgeving van het plangebied zijn, naast woningen, verschillende bedrijven/inrichtingen aanwezig en/of bestemd in het vigerende bestemmingsplan. Daardoor is het gebied aan te merken als 'gemengd gebied'. Voor een dergelijk gebied mogen de VNG-richtafstanden, zoals genoemd in de VNG-publicatie, worden gereduceerd (dat wil zeggen: één stap terug in de oorspronkelijke richtafstand). De relevante bestemmingen zijn de maatschappelijke bestemming in het westen en zuiden, de bestemming 'Horeca' in het noordwesten en de bestemming 'Gemengd - 3'. De maatschappelijke bestemming in het westen en zuiden kent de functieaanduiding 'begraafjĵlaats'. Uit de VNG-brochure blijkt dat dat voor een dergelijke inrichting een richtafstand van 10 meter geldt. Reductie levert een richtafstand van 0 meter op. Voor deze inrichting wordt de richtafstand dus gerespecteerd. Aan deze zijde krijgt het complex een blinde kopgevel, of wordt een setback van 1 meter gerealiseerd. Binnen de bestemmingen 'Gemengd - 3' en 'Horeca' is horeca tot milieucategorie 2 maatgevend. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Reductie levert een richtafstand van 10 meter op. De feítelijke afstand van de bestemmingsgrens tot het plangebied bedraagt circa 20 m.

Ook deze richtafstand wordt gerespecteerd. De richtafstanden van de omliggende relevante bestemmingen en inrichtingen worden gerespecteerd. 3.1.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

3.2

Geluid

3.2.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder

Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.2.2

Onderzoek

De voorgenomen ontwikkeling is gelegen binnen de in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgelegde onderzoekszones van de Verdilaan, de route Stokdijkkade I Pijle Tuinenweg en de route Secretaris Verhoeffweg I Van der Hoevenstraat I Verspycklaan. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient ook het verkeer op de in de omgeving gelegen 30 km-wegen te worden betrokken.

23

Door KuiperCompagnons is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 in dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat het wegverkeer op de Verdilaan leidt tot een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 62 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. De overige 50 km-wegen leiden ter plaatse van de nieuwe woningen niet tot een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Op grond van een goede ruimtelijke ordening is ook het verkeer op de 30 km wegen beschouwd in dit onderzoek. De maximale geluidsbelasting door de 30 km wegen bedraagt 55 dB. Uit het onderzoek blijkt verder dat bron- en/of overdrachtsmaatregelen vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk zijn. Omdat meer dan de helft van de woningen in het appartementencomplex grenzen aan een gevel waarde geluidsbelasting als geluidsluw wordt beschouwd is het bouwplan passen binnen de voorwaarde uit het gemeentelijke geluidbeleid. Er is alleen sprake van een significant cumulatief effect op de noordwestgevel van het bouwplan. Het verkeer op de Verdiweg en het verkeer op de 30 km-wegen (Dijkweg) veroorzaken een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Het cumulatieve effect bedraagt aan de zijde van 2 dB tot maximaal 4 dB.

De absolute waarde van de cumulatieve geluidsbelasting varieert van 58 dB tot maximaal 63 dB zonder de toepassing van de reductie exartikel 110g Wgh. Omdat de voorkeursgrenswaarde door de Verdilaan wordt overschreden, moeten hogere waarden worden vastgesteld. Uit de rekenresultaten blijkt dat het plan voldoet aan het gemeentelijke hogere waarden beleid. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van hogere waarden moet gelijktijdig met de ontwerpstukken van het ruimtelijke plan ter inzage worden gelegd. Deze hogere waarden worden door het college van gemeente Westland vastgesteld. 3.2.3

Conclusie

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Om die reden moeten hogere waarden worden vastgesteld.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wik bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Tabel 3.1 Stof stikstofdioxide (N02)

Toetsing van

Grenswaarde

Geldig

jaargemiddelde concentratie

60 ìg/m3

2010 2014

jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m3 48 ìg/m3 40 ìg/m3

vanaf 2015

fijn stof (PM10)1)

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m3

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m3

t/m

vanaf 11 juni 2011

vanaf 11 juni 2011 1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wik behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wik kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen

24

hebben voorde luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: *

de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert often minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

* *

* *

Besluit niet in betekenende mate (NIBM)

In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: * een project heefteen effect van minder dan “Wo van de jaargemiddelde grenswaarde N02en PM10; « een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.3.2

Onderzoek

In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ont-wikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. De voorliggende ontwikkeling past niet binnen deze cijfermatige kwantificatie. Derhalve wordt gebruik gemaakt van een specifieke rekentool waarmee op een eenvoudige en snelle manier kan worden bepaald of er sprake is van een project dat 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer ais gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2017

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

291

Aandeel vrachtverkeer

S.0%

N02 in pg/m3

0.38

PM10 in gg/m3

0.06

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in gg/m3

1.2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding 3.1: NIMB-rekentool. De toekomstige verkeersgeneratie is eerder in paragraaf 3.1 reeds bepaald. Het aantal extra voertuigbewegingen is ingevuld. Er is niet duidelijk wat het aandeel vrachtverkeer hiervan is. In de NIBM-tool is dit aandeel 'worst-case' aangehouden met een aandeel van 5Vo. Uit invoering van de tooi

25

blijkt dat de ontwikkeling alsnog is aan te merken als 'Niet in betekenende mate' bijdragend aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening (NSL-monitoringstool) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de jaargemiddelde concentraties N02, PM10 en PM25 bepaald ter plaatse van het projectgebied. In de NSL-monitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen de jaargemiddelde concentraties N02, PM10en PM25 voor het peil-jaar 2016 bepaald. Rijksoverheid

Modus

O

Rekenpunten

Afbeelding 3.2: overzicht concentraties N02, PM10en PM25, peiljaar 2016 (NSL-monitoringstool) Bovenstaande afbeelding geeft de meetpunten op de dichstbijzijnde weg, de Verspycklaan, weer. Deze weg kent geen overschrijding van de jaargemiddelde grenswaardes. Vanwege de grote afstand tussen de weg en het projectgebied is sprake van een te verwaarlozen invloed van het project op de jaargemiddelde concentraties. Uit de voorgaande afbeeldingen blijkt dat de jaargemiddelde concentraties N02, PM10en PM25 ter plaatse van het projectgebied de jaargemiddelde grenswaarde van 40 pg/mS (voor N02 en PM10) en 25 pg/mS (voor PM25) niet overschrijden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. 3.3.3

Conclusie

De ontwikkelingen in dit plan zijn aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de voorgenomen ontwikkelingen in dit bestemmingsplan (artikel 5.16, lid 1 aanhef en onder c Wm). Daarnaast zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van het plan de jaargemiddelde achtergrondconcentraties N02, PM10 en PM25 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Een overschrijding van de grenswaarden is dan ook niette verwachten.

3.4

Externe veiligheid

3.4.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, Ipg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe

26

veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en hetgroepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.4.2

Onderzoek en conclusie

Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en hetgroepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswetzijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015,3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10.6 per jaar.

Binnen de 10.6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10.6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfŕedzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van

27

toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations. De nieuwe woningen en maatschappelijke voorzieningen zijn aan te merken als nieuwe kwetsbare objecten, waardoor externe veiligheid van belang kan zijn. Op basis van de risicokaart is de risicobron FloraHolland in de omgeving van de locatie aanwezig. Op het terrein van deze bloemenveiling is een ammoniakinstallatie aanwezig met een invloedsgebied van 1125 meter voor het groepsrisico (GR). Het plangebied bevindt zich aan de rand van deze zone. Voor FloraHolland is een QRA opgesteld (Silva consultancy, 2011) waaruit blijkt dat de ammoniakinstallatie een PR 10-6 contour heeft van 85 meter. Het plangebied is buiten deze zone gelegen. Tevens blijkt dat het GR ruimschoots onder de oriëntatiewaarde blijft. Gezien het geringe aantal woningen en maatschappelijke voorzieningen wat toegevoegd wordt met de realisatie van onderhavig bestemmingsplan en de ligging aan de rand van het invloedsgebied is de verwachting dat de oriëntatiewaarde van het GR met de ontwikkeling van dit plan ook niet overschreden wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=b70b4358-f854-499f-8d22-d3b46e623ada