Ruimtelijke onderbouwing Zwartendijk 73 - zonder bijlagen - versie 1 april 2021 (21-0085960)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
ZWARTENDIJK 73 TE MONSTER omgevingsvergunning NL.IMRO. 1783.abp00000013g18-on01 concept
GEMEENTE
vrW/ r
^ V
s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' "V
J UİİÉİ ;
J
- -v"M V*ijý1 í Tiìli ' * ^ j
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Geldend bestemmingsplan
6
1.4
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
8
2.1
Beleidskader
8
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
18
2.3
Gebiedsvisie
22
Hoofdstuk 3
Onderzoek
26
3.1
Bedrijven en milieuzonering
26
3.2
Geluid
29
3.3
Luchtkwaliteit
29
3.4
Externe veiligheid
31
3.5
Water
34
3.6
Bodem
37
3.7
Ecologie
38
3.8
Cultuurhistorische aspecten
40
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
43
4.1
Economische uitvoerbaarheid
43
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
43
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
BP van der Valk Holding BV heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen op het perceel Zwartendijk 73 te Monster. Tegenover de huidige 9 bedrijfshallen komen 3 nieuwe hallen, waardoor meer ruimte beschikbaar komt voor opslag en wordt een gedeelte van de machines van de bestaande hallen naar een moderne, geluiddichte hal verplaatst.
1.2
Ligging plangebied
Het projectgebied is centraal gelegen in het glastuinbouwgebied tussen de bebouwde kommen van Monster, Poeldijk, Naaldwijk en 's-Gravenzande, in de oksel van de Zwartendijk (de doorgaande verbinding tussen Naaldwijk en Monster) en de Gantel (het riviertje tussen 's-Gravenzande en Poeldijk). Ut Ui
hOm
■mitn lUnl
Uvan.
Ito nmé’ìíS^
figuur 1: globale ligging plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied zijn de volgende planregimes van kracht: * Glastuinbouwgebied Westland, vastgesteld 19 december 2012; » Paraplubestemmingsplan Parkeernormen, vastgesteld 20 februari 2018.
6
4- *
+ 4--
■TTT
*t
*t 4
*t
■I- t 4
*t
t +1
4- 4-
*t 4
*t 4
*t 4
*t 4
*t 4
*t 4
■tT /V 4- 4-
■I- t 4
t*.
*t 4
A.+ 4
+S+
* *
*t 4
± J-±t 4
figuur 2: uitsnede bestemmngsplanGlastuinbouwgebied, Zwartendijk 73 Monster
De huidige bedrijfsgebouwen hebben een bedrijfsbestemming. Volgens artikel 5.1 van het bestemmingsplan zijn de voor de "Bedrijf - Agrarisch aanverwant bedrijf' aangewezen gronden bestemd voor onder meer één agrarisch aanverwant bedrijf voor bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van de agrarische sector uit maximaal categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. In de zone gelegen langs de Grote Gantel mogen slechts bedrijfsactiviteiten uit maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De uitbreiding van het bedrijf vindt plaats op gronden met de bestemming "Agrarisch - glastuinbouw". Op grond van artikel 3.1 van het bestemmingsplan zijn op deze gronden voor een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf onder meer kassen en bedrijfsgebouwen toegestaan. Om de uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken wordt een zogenaamde procedure tot 'grote buitenplanse afwijking' als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht doorlopen. Dit is de daarbij behorende 'ruimtelijke onderbouwing'. Aangetoond zal worden dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1.4
Leeswijzer
De ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen.
Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie.
8
Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: * * * * »
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
9
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Integrale handhaving Wabo taken Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders.
Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.
Bedrijventerreinenvisie Westland De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op: * het anticiperen op actuele en toekomstige marktontwikkelingen om voldoende ruimte te behouden voor groei van bedrijvigheid (inspelen op de vraag van bedrijven, kantoren en detailhandel); « het zijn van een toetsingskader voor de actualisering van bestemmingsplannen en de ruimtelijke onderbouwing van andere ruimtelijke besluiten; * het verschaffen van duidelijkheid over parkmanagement op bedrijventerreinen. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt.
Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: *
Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen,
10
* * * * *
eigendommen of groen in of buiten het plangebied; Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.
Gemeentelijk beleidm.b.t. glastuinbouw In de toelichting van het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied (2012) is t.a.v. "agrarisch aanverwante bedrijven" opgenomen: een agrarisch aanverwant bedrijf is een niet-industrieel bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten (waaronder het sorteren, bewerken en verpakken) en/of het leveren/verhandelen van producten van/aan agrarische bedrijven in het buitengebied zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur (bedrijven zoals agrarische hulp-, loon-, neven en toeleveringsbedrijven). Omdat het behoud van het bestaande glastuinbouwareaal centraal staat, is uitbreiding van de bestaande niet-agrarische functies buiten de het bestemmingsvlak niet toegestaan. Door middel van een ontheffing wordt een uitbreiding binnen het bestaande bestemmingsvlak onder voorwaarden mogelijk gemaakt. De belangrijkste voorwaarde is dat de uitbreiding niet ten koste mag gaan van toekomstige glastuinbouwreconstructies of bestaande naastgelegen glastuinbouwbedrijven. In de reeds aangehaalde Omgevingsvisie is opgenomen dat fysieke ruimte steeds beperkter is en tal van ontwikkelingen de laatste open plekken claimen.
Toch is behoud van productie (lees: glasareaal) van groot belang om de versketens, veredeling, vermeerdering, logistiek, handel en tuinbouwtoelevering met Westland verbonden te houden. Het uitbreiden van een 'agrarisch aanverwant bedrijf ten koste van mogelijk glasareaal is zodoende in beginsel niet in overeenstemming met gemeentelijk beleid. Uitbreiding Van der Valk: Verordening Functiewijziging In de nog vast te stellen "Verordening Functiewijziging niet-tuinbouwfuncties in het glastuinbouwgebied van Westland 2021" is opgenomen dat voor het primaire glas letterlijk ruimte moet worden gemaakt. Een functieverandering is alleen aanvaardbaar als dit per saldo een positieve bijdrage levert aan de structuur van het glastuinbouwgebied, kwaliteit van de omgeving en aan de ruimtelijke kwaliteit. De beleidsmatige basis is dat niet-glastuinbouwfuncties thuishoren op bedrijventerreinen. Als echter een initiatief de ontwikkeling van het productieareaal niet in de weg ligt en per saldo wordt een bijdrage geleverd aan de structuurversterking of de realisatie van een belangrijke maatschappelijke opgave, zijnde het uitplaatsen van een niet-tuinbouwfunctie, het uitplaatsen van een woning of het toevoegen van natuur aan het NatuurNetwerkNederland of een groen-blauwe verbinding, kan medewerking verleend worden aan uitbreiding van een agrarisch aanverwant bedrijf op glastuinbouwgronden.
Verplaatsing van Van der Valk naar een bedrijventerrein is financieel onuitvoerbaar. Voor de solartak heeft Van der Valk tijdelijke bedrijfsruimte elders gehuurd en een bedrijventerrein aan de Galgeweg 46 te Naaldwijk aangekocht om daar alle solar activiteiten plaats te laten vinden, maar voor de productie van tuinbouwgerelateerde luchtmechaniek en schermmaterialen is dit niet mogelijk. Met name de ontwikkeling en het confectioneren van schermdoeken voor de glastuinbouw neemt een hoge vlucht en de ruimte in de huidige bedrijfshallen is niet langer voldoende. Voor de beoogde herinrichting en bedrijfslogistiek is op korte termijn 7.140 m2 nieuwe bedrijfshallen nodig. Een groot gedeelte van het perceel waarop de uitbreiding voorzien is, is reeds jarenlang in eigendom van Van der Valk en niet in gebruik ten behoeve van de glastuinbouw. Gelet op de aankoop van het perceel Zwartendijk 51 door Koppert Cress ligt het niet in de lijn der verwachting dat de glastuinbouwbedrijven op de percelen Zwartendijk 57 en Papelaan 2 nog behoefte hebben aan het perceel van Van der Valk naast Zwartendijk 73. Door de specifieke vorm van het terrein, het logistieke gebruik door Van der Valk en de beperkte omvang is het niet reëel om deze gronden nog voor de glastuinbouw geschikt te achten.
De kavel waarop de uitbreiding voorzien is ligt de ontwikkeling van de glastuinbouw nu en/of in de toekomst niet in de weg.
11
44H:
'm
[5'9m* 'si ŕj:,:
1M
m
;j 05*® ÚS ţ
I - i
kaart 3: de voorziene uitbreiding van Van der Valk Holding B V
In het in voorbereiding zijnde beleid is een gelijkwaardige verdeling van functies het uitgangspunt. De uitbreiding van een functie moet gelijkwaardig gecompenseerd worden met het versterken van de glastuinbouw elders of er moet compensatie via 'groen' plaatsvinden. De uitbreiding leidt tot een compensatieplicht en een opheffing van een niet-glastuinbouwfunctie leidt tot het recht tot herplaatsing, ofwel compensatierecht. Zowel de compensatie als het compensatierecht worden uitgedrukt in compensatie-eenheden (CE). Van der Valk krijgt een uitbreiding van zijn perceel met ca. 15.000 m2. Hiervoor is een compensatie afgesproken die deels plaatsvindt door middel van versterking van de groenblauwe structuur langs de Gantel. Bij een toekomstig bestemmingsplan worden bepaalde gronden ook t.b.v. groen bestemd. Daarbij wordt ook de woning Zwartendijk 63 gesaneerd. Deze sanering is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan geluidsregelgeving door Van der Valk. De resterende compensatie-eenheden worden verrekend met glastuinbouwgronden die gemeente Westland heeft toegevoegd door middel van het op 19 september 2017 vastgestelde wijzigingsplan "Schefferkamp De Lier". Een en ander heeft zijn beslag gekregen in een overeenkomst die met Van der Valk is gesloten.
De groene inrichting van het perceel heeft zijn beslag gekregen in een inrichtingsplan dat als gebruiksvoorwaarde (voor realisatie en instandhouding) wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning en ook bijlage is van de gesloten overeenkomst. Het groenplan wordt niet alleen uitgevoerd op gronden van Van der Valk, maar ook op de gronden van de eigenaren van het perceel Zwartendijk 61 waarmee eveneens een overeenkomst gesloten is. Conclusie: de uitbreiding van Van der Valk belemmert de toekomst van de glastuinbouw niet, omdat voldaan wordt aan de locatievoorwaarden en voldoende wordt gecompenseerd. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe
12
bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
tť V
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.
13
Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen.
Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland: f
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland
Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten B(estaand) S(tad- en) D(orpsgebied) opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen ■toaoen *an at cern.ie wan BSO e o* Oryt-v reivetuderang
Bedrijventerrein harCe capaciteit
sednivenierrein zachte ceparite 1
Andere stedelijke ontwikkelinge
14
figuur 5: de '3ha kaart'
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanwege zorgvuldig ruimtegebruik is in oktober 2012 de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking' geïntroduceerd en later ook in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Bij een laddertoets moet de behoefte aan een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling' worden gemotiveerd. Als een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Het betreft hier een agrarisch aanverwant bedrijf dat al sinds 1963 ter plaatse gevestigd is. Het is financieel niet uitvoerbaar het bestaande bedrijf op de huidige locatie te beeindigen en elders opnieuw te beginnen. Het bedrijf draagt bij aan de versterking van het innovatieve glastuinbouwcluster en de greenport. De uitbreiding is noodzakelijk voor de toekomst van het bedrijf en voor de te gebruiken glastuinbouwgronden vindt compensatie plaats. Glastuinbouw De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland.
De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal. Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft.
Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Het gebied tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is aangeduid als 'maatwerkgebied glastuinbouw'. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving. Er zijn al plannen voor een groenzone (onderdeel van Natuurnetwerk Nederland).
Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor
15
energieopwekking.
figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening)
Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Al in 1963 is Van der Valk gestart met een kassenbouwbedrijf dat steeds verder gespecialiseerd is in de productie van materialen voor de luchtmechaniek en schermmaterialen van glastuinbouwbedrijven. In termen van algemene bedrijfscategorieën moet het bedrijf worden aangemerkt als een metaalbewerkingsbedrijf ten behoeve van de glastuinbouw. Het zwaartepunt van het bedrijf ligt op de productie van horti systemen ten behoeve van de glastuinbouw. Met name de ontwikkeling en het confectioneren van schermdoeken voor de glastuinbouw neemt een grote vlucht. De schermdoeken hangen op grote hoogte (circa 8 meter) en moeten handmatig worden geïnstalleerd. Dat is in strijd met de Arbowet (arbeidsomstandigheden) en vergt allerhande veiligheidsmaatregelen. Van der Valk heeft daartoe een innovatief systeem ontwikkeld waarmee de schermdoeken automatisch kunnen worden geïnstalleerd en in de kassen geen arbeid op grote hoogte meer nodig is.
De schermdoeken voorkomen lichtverstrooiing, kunnen in de zomer voor schaduw zorgen en houden in de winter warmte vast. De schermdoeken dragen bij aan de verduurzaming van de glastuinbouw en Van der Valk is een grote innovator met dit product. Gelet op deze productie ten behoeve van de glastuinbouw vormt het bedrijf een aanwinst voor een duurzame glastuinbouwketen en kan de beoogde uitbreiding hier goed worden ingepast. De beoogde uitbreiding betreft geen nieuw bedrijventerrein die naar zijn aard niet past in het glastuinbouwgebied. Het betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijf met innovatieve systemen ten behoeve van de glastuinbouw op een reeds lang bestaande bedrijfslocatie in het glastuinbouwgebied. Het bedrijf past in die zin ook bij de aard van het gebied en kan niet als gebiedsvreemd worden aangemerkt. De uitbreiding is bovendien voorzien op gronden die nu al in gebruik zijn als logistieke ruimte voor het bedrijf. Door de specifieke vorm van het terrein, het logistieke gebruik door Van der Valk en de beperkte omvang is het niet reëel om deze gronden nog voor de glastuinbouw in te zetten. Bovendien wordt middels een overeenkomst met de gemeente voorzien in compensatie in glas en natuur/groen, zodat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. 2.1.4
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden
16
samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: * Naar een duurzame en concurrerende economie; * Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; » Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; « Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op.
Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * * *
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
17
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Hei vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door
het versterken van
njimtelijk-eeonomische structuur van
Nťclerluľd Q Stedelljke regio met topneionn ţļ) Malnpot Schiphol
Mainporl Rotterdam
O Brařnport Zuidoost Nederland ö GreenpCfl
Zuidas Stad van internationaal recht, vrede en veiligheid © HSL íiCE station ĥ
Overige lydithaven van nationaal belang
O
Zeehaven van nationaal belang
Cį'!
Binnenhaven van van nationaal nationaal beŵ belang
Figuur 7: Uitsnede kaart nationaleruimtelijke hoofdstructuur
Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.5
Conclusie
De uitbreiding van een 'agrarisch aanverwant bedrijf op gronden met de bestemming 'agrarisch glastuinbouw' is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Inventarisatie van waarden
In de directe nabijheid van het plangebied ligt een belangrijke schakel in het groenblauwe netwerk van Westland: de Gantel. Versterking van de groenblauwe structuur is een belangrijk gemeentelijk beleidsdoel. Bovendien ligt het bedrijf aan de doorgaande verbinding tussen Naaldwijk en Monster, de Zwartendijk, dit is een zogenaamde 'categorie 1 weg' waaraan ook extra eisen worden gesteld wat betreft beeldkwaliteit (zo kunnen bv waterbassins voor glastuinbouwbedrijven alleen langs de weg worden aangelegd als zij met groen zijn ingepakt). Tenslotte zijn er nog de woningen Zwartendijk 61, Zwartendijk 59 en het aan de overzijde van de Gantel gelegen woonbuurtje Gantel-De Baak die van belang zijn. 2.2.2
Ruimtelijke aspecten
Het perceel Zwartendijk 73 ligt direct aan de Gantel in het glastuinbouwgebied van Westland. De woning Zwartendijk 63 wordt gesloopt om een betere bereikbaarheid van het bedrijf te bewerkstelligen en om bezwaren van milieuhinder te ondervangen.
18
Ill Mm
vQ:.V'a
.
'.V '
, .
aüs
- . į-w
^..A' ì:
Figuur 8: het plangebied in zijn omgeving
2.2.3
Wenselijke afwijking van het bestemmingsplan
Bij het gemeentelijk (paragraaf 2.1.1) en het provinciaal (paragraaf 2.1.3) beleid is reeds stil gestaan waarom het beleidsmatig wenselijk is mee te werken aan de uitbreiding van Van der Valk. Het betreft een bedrijf dat behoort tot de glastuinbouwketen en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het (internationale) cluster. De ontwikkelde en geproduceerde luchtmechanieken en schermingsinstallaties zijn van groot belang. Daarbij vindt de uitbreiding plaats zonder dat de ontwikkeling van de glastuinbouw onevenredig wordt belemmerd en vindt compensatie in groen en compensatie-eenheden plaats. Met een inrichtingsplan en toekomstige groenbestemmingen vindt een belangrijke verbetering van de groen-blauwe structuur langs de Gantel en de Zwartendijk plaats. Vergroening is een belangrijk beleidsthema vanwege leefbaarheid, duurzaamheid, hittestress, wateroverlast en biodiversiteit. Met de nieuwe bedrijfshallen wordt ook een belangrijk milieudoel gehaald. Een lawaaiige machinepark (zaagmachines) staat nu namelijk opgesteld in de bedrijfshal direct langs de Gantel, op slechts ca. 25 meter van het woonbuurtje Gantel-De Baak aan de Rijnsburgerweg. Dit is niet alleen zeer gewenst om toekomstige overlast te voorkomen, maar is ook vanuit planologisch oogpunt noodzakelijk.
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland' is het machinepark namelijk onder het overgangsrecht gebracht door langs het water een strook van ca. 30 meter aan te wijzen waar uitsluitend een bedrijf tot en met categorie 2 is toegestaan.
19
Figuur 9: verplaatsing zaagmachines
Vanwege de logistiek is een verplaatsing binnen de huidige (niet geluid geïsoleerde) hallen niet mogelijk. De huidige situatie en geldende rechten vallen echter onder het overgangsrecht zodat deze onwenselijke situatie zal blijven voortbestaan zolang daar niet een andere oplossing voor komt. Het onderhavige bouwplan voorziet in deze oplossing. De machines worden naar een nieuwe en geluid geïsoleerde bedrijfshal op afstand van de woningen aan de Rijnsburgerweg en op voldoende afstand van de bestaande woningen Zwartendijk 59 en 61 verplaatst. De verplaatsing van de machines is ook door middel van een maatwerkvoorschrift binnen het milieuspoor vastgelegd. Zonder wijziging hiervan is een andere situatie niet mogelijk. 2.2.4
Verkeer
De huidige entrees aan de Zwartendijk worden gehandhaafd. Dat is noodzakelijk om het personenverkeer zoveel mogelijk te scheiden van het vrachtverkeer. De zuidelijke in- en uitrit is uitsluitend voor personenwagens en veiliger voor met name bezoekers. Zij kunnen dan zonder met het vrachtverkeer te mengen op zoek naar een parkeerplaats. Voor de werknemers is de noodzaak daartoe veel minder. Zij kennen het terrein en kunnen ook veilig gebruik maken van de noordelijke entree die ook gebruikt wordt door het vrachtverkeer. Wel zal het terrein zo worden heringericht en van bewegwijzering worden voorzien dat het vrachtverkeer alleen via de noordelijke in- en uitrit het terrein op en af kan. Het extra verkeer als gevolg van de nieuwe hallen zal gebruik maken van de noordelijke entree op afstand van de brug. Het gebruik van de huidige zuidelijke in- en uitrit zal niet wijzigen, de zuidelijke inrit wordt wel versmald. Het extra verkeer bestaat met name uit vrachtverkeer dat alleen gebruik kan maken van de noordelijke in- en uitrit. De werknemers die naar de nieuwe parkeerplaatsen moeten zullen via de noordelijke in- en uitrit worden gedirigeerd. Het gebruik als gevolg van de nieuwe bedrijfshallen is niet zodanig dat daardoor onveilige verkeerssituaties dreigen te ontstaan op de zwartendijk en op het bedrijfsterrein.
Via de Zwartendijk is er voor het vrachtverkeer een rechtstreekse aansluiting op de N213 en de N211 die volgens het gemeentelijke Mobiliteitsplan de centrale as voor de verwerking van vrachtverkeer in het Westland vormen. De capaciteit van de gebiedsontsluitingsweg Zwartendijk is voldoende voor de afwikkeling van het huidige en toekomstige verkeer.
Figuur 10: aansluiting Zwartendijk op de centrale as
Parkeren In de huidige situatie zijn er ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig voor al het personeel. De beoogde uitbreiding voorziet niet in extra kantoorruimte extra productieruimte, maar voorziet in een efficiëntere opslag van materiaal en producten en in een betere logistiek. De uitbreiding leidt niet tot een wezenlijke uitbreiding van personeel. Er zullen hooguit 10 personeelsleden extra komen in verband met de nieuwe bedrijfshallen.
20
Ook het vrachtverkeer zal niet wezenlijk toenemen. Na uitbreiding met de nieuwe bedrijfshallen zal het aantal vrachtwagens met 11 toenemen en het aantal bestelbusjes met 7 (per etmaal). Er wordt alleen overdag gereden en niet in de avond/nacht. De capaciteit van de Zwartendijk als doorgaande verkeersverbinding is ruim voldoende om dit extra verkeer te kunnen verwerken. Het extra verkeer is zo gering dat het op de Zwartendijk al gauw op gaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen moet op eigen terrein worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens het geldende parkeerbeleid (Parkeernormering gemeente Westland). Volgens deze parkeernormering geldt voor de loodsen (arbeids- en bezoekersextensieve bedrijven = 1 arbeidsplaats per 30-50 m2 bvo) een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per 100 m2 bvo en voor de werkplaats (geluiddichte loods met zagerij) zelfs een norm van 2,6 pp/100 bvo. Dat zou voor het bedrijf Van der Valk Systemen op de locatie in Monster neerkomen op 119 extra parkeerplaatsen ten behoeve van de uitbreiding met circa 7.120 m2 bvo. Maar deze algemene norm gebaseerd op een gemiddeld bedrijf wijkt sterk af van de huidige feitelijke situatie van de bestaande 9 bedrijfshallen waarvoor veel minder parkeerplaatsen nodig zijn. In de huidige feitelijke situatie staan er 9 grote bedrijfshallen.
Bij het bedrijf werken 92 personen in vaste dienst, waarvan 10 parttime. Het aantal FTE bedraagt 87. Daarvan werken er 6 in het buitenland (Engeland, Spanje, Zweden). Daarnaast zijn 2 export medewerkers die 80 Zo van de tijd in het buitenland verblijven. Gemiddeld genomen is er 10 Zo van het personeel afwezig i.v.m. vrije dagen, vakantie en ziekte. Dat betekent dat er gemiddeld 72 personen op het bedrijf aan het werk zijn. Daarvan komt ca. 30 0Zo op de fiets. Ca. 10 medewerkers carpoolen met elkaar. Dit houdt in dat er nu dagelijks maximaal 40 personen met de auto naar het bedrijf komen en een parkeerplaats nodig hebben. De uitzendkrachten worden met een busje gebracht en gehaald. In de huidige situatie zijn er 64 parkeerplaatsen beschikbaar om incidentele afwijkende situaties op te vangen en het bezoekers parkeren (48 op voorterrein en 16 achter op het terrein). De nieuwbouw is vooral nodig voor extra logistieke ruimte (en zal nauwelijks leiden tot extra personeel). De verwachting is dan ook dat vanwege de nieuwbouw hooguit 10 extra parkeerplaatsen nodig zijn. Daar komt bij dat de huidige solaractiviteiten per 1 januari 2021 worden verplaatst naar Den Hoorn. Dat betekent dat er 8 logistieke medewerkers en 20 medewerkers kantoor/verkoop van de Zwartendijk naar Den Hoorn verplaatsen.
Na verplaatsing van de solaractiviteiten zullen de benodigde parkeerplaatsen zelfs minder worden in de nieuwe situatie, de huidige parkeerplaatsen zijn in dat geval al meer dan genoeg. Om toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij het geldende parkeerbeleid en de omvang van de afwijking te beperken zullen bovenop de bestaande 64 parkeerplaatsen nog 51 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande kan met de toepassing van artikel 3.1, onder b, sub 4 van de regels van het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen worden afgeweken van de geldende parkeernormen en voor de beoogde uitbreiding worden volstaan met de realisatie van 51 nieuwe parkeerplaatsen. Om deze nieuwe parkeerplaatsen te bereiken zal het personeel achter de woning Zwartendijk 61 langsrijden, tussen de afschermende groenzone en de nieuwe bedrijfshallen. De ruimte tussen de groenzone en de nieuwe hallen bedraagt 4 meter. Dat is ruim voldoende om naar de nieuwe parkeerplaatsen te rijden. De verkeersstromen zullen bij aanvang en einde van de werktijden in dezelfde richting rijden. Het passeren van tegenliggers zal slechts incidenteel voorkomen. In dat geval zal het personeel, dat het terrein goed kent, met beleid moeten rijden. Ontsluiting voor openbaar vervoer Op ca. 300 meter van het perceel Zwartendijk 73 is een bushalte voor bus 34 die rijdt tussen Naaldwijk en Monster.
21
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
Krachtens het geldende bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland kan het perceel bebouwd worden met kassen en/of bedrijfsgebouwen, waarbij geldt dat bedrijfsgebouwen voor ten hoogste 12,5 0Zo van de oppervlakte van de bijbehorende kassen mogen beslaan. Kassen zouden een bouwhoogte van 10 meter mogen hebben, bedrijfsgebouwen een hoogte van 12 meter. Voor een kas moet een afstand van tenminste 12,5 meter tot aan de weg worden aangehouden, voor een bedrijfsgebouw tenminste 17,5 meter. Een kas zou voor (niet meer dan) 300Zo uit niet licht doorlatende panelen mogen bestaan. De beoogde bedrijfshallen zijn voorzien op ruime afstand van de weg (ca. 38 meter) en de bouwhoogte van de hallen 11 en 12 bedraagt niet meer dan 10 meter. Alleen bedrijfshal 10 heeft een bouwhoogte van 12 meter om de hal geluiddicht te kunnen isoleren. Het aanzicht vanaf de weg is komende vanaf Monster deels verscholen achter de woning Zwartendijk 61. Het aanzicht vanaf de weg komende vanaf Naaldwijk is opener. Naar verschijningsvorm is het gebouw vergelijkbaar met een modern bedrijfsgebouw dat bij een achterliggend glastuinbouwbedrijf gebouwd zou kunnen worden.
Met het bij deze ruimtelijke onderbouwing behorende inrichtingsplan is vastgelegd dat aan de voorzijde van Van der Valk BV nog bomen van grootte 2 worden ingeplant, zodat een al te monotoon beeld op blik en bedrijfsgebouw onderbroken wordt en een bijdrage wordt geleverd aan het voorkomen van hittestress en het verbeteren van de biodiversiteit.
hal 12
hal 12
lí mm
■mm dienstingang
Figuur 11: zijaanzicht vanaf de Zwartendijk nieuwbouw Van der Valk
De bedrijfshallen volgen de lichte kromming van de Gantel en verspringen aan de zijde van het bedrijfsterrein met een zaagtand waardoor de hallen een individuele gevelopbouw hebben met elk een eigen roldeur. Vanaf de entree is de individuele gevelopbouw van elke hal goed zichtbaar.
j___ v Figuur 12: de bestaandebedrijfshallen
De nieuwe bedrijfshallen zijn tegenover de huidige bedrijfshallen voorzien. Zie ter illustratie het eerder ingevoegde figuur 9. De vertanding en individuele gevelopbouw wordt als het ware beantwoord door een
22
zelfde verspringing en gevelopbouw. Door de vertanding en verspringing wordt ingespeeld op de bestaande bedrijfshallen en wordt voorkomen dat het perceel teveel de uitstraling van een standaard bedrijventerrein krijgt.
Figuur 13: individuele gevelopbouw en verspringing
Verder is de situering van de bedrijfsgebouwen afgestemd op de bestaande en karakteristieke glaslijnen in de omgeving. In de omgeving is een vertanding van de glaslijn karakteristiek. De bedrijfsbebouwing voegt zich in deze bestaande vertande glaslijnen. r-
.«nú« fcļ
IftU »-
" 'lT-r
"į.V' r'-
Figuur 14: bestaande vertande glaslijnen
Tussen de bestaande en nieuwe bedrijfshallen zit voldoende ruimte om een veilige logistiek met vrachtwagens mogelijk te maken en voldoende afstand voor de brandveiligheid. De voormalige bedrijfswoning Zwartendijk 63 is aangekocht en wordt verwijderd. De huidige in- en uitrit naast deze woning wordt gehandhaafd en de gronden van de te verwijderen woning op nr. 63 worden betrokken bij de groene inrichting van het voorterrein langs de Zwartendijk en de afschermende groenzone langs de woning Zwartendijk 61. Achter de voormalige bedrijfswoningen Zwartendijk 61 en 63 loopt de hoogte van de bedrijfsgebouwen langzaam op. Aan de zijde van de woningen is eerst éénlaagse bebouwing voorzien ten behoeve van onder meer een fietsenstalling en kleed en toiletruimte. Daarachter beginnen de bedrijfshallen 12 tot en met 10. De geluiddichte hal 10 staat achter op het perceel en heeft net iets meer hoogte nodig (12 meter). De hallen 11 en 12 hebben een hoogte van 10 meter. Vanaf de Zwartendijk gezien loopt de hoogte zo trapsgewijs op. Schaal en korrelgrote van de nieuwe bedrijfsgebouwen sluit goed aan op de bestaande bedrijfsgebouwen en op de schaal en korrelgrote van de kassen in dit gebied. Materiaal en kleurgebruik zijn terughoudend. 2.3.2
Bezonning
Om onevenredige schaduwwerking van de nieuwe bedrijfsgebouwen op de aangrenzende kassen en nabijgelegen woningen tegen te gaan, zijn de nieuwe bedrijfsgebouwen op ruime afstand van de perceelsgrenzen voorzien. De kassen van de buren staan op 1 meter van de perceelsgrens, maar de nieuwe bedrijfsgebouwen zijn op minimaal 1,5 x de hoogtemaat tot aan de perceelsgrens gesitueerd. De geluiddichte bedrijfshal is 12 meter hoog en staat op een afstand van 18 meter of meer tot de perceelsgrens. De beide andere halen zijn 10 meter hoog en staan op ruim 15 meter afstand van de perceelsgrenzen. Op grond van de glastuinbouw bestemming konden nog kassen worden gebouwd op korte afstand van de buren. Die zijn weliswaar van glas maar nemen wel degelijk zonlicht weg bij de buren. De
23
nabijgelegen woningen liggen op zodanige afstand dat er geen wezenlijke schaduwwerking is. 2.3.3
Landschappelijke inpassing
In de reeds aangehaalde Omgevingsvisie 2.0 is opgenomen dat de belangrijkste gemeentelijke opgave bestaat uit het verhogen van de leefkwaliteit in Westland. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Volgens provinciaal beleid dragen nieuwe ontwikkelingen in het glastuinbouwcluster waar mogelijk bij aan de groen-blauwe structuur. Met het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland is een bebouwingsvrije zone neergelegd van 4 meter vanaf de boveninsteek van de Gantel.
Het bedrijf Van der Valk voldoet hier niet aan, maar staat op ca. 1 meter van de boveninsteek. In het kader van een goede landschappelijke inpassing van het bedrijf is voor deze zone over de hele breedte langs de Gantel een bloemenborder met ecologisch waardevolle beplanting voorzien. De openbare groenstructuur langs de Zwartendijk is zeer beperkt. Met de functiewijziging van de percelen tegenover Koppert Cress is hier een ecologische waterplas met natuurvriendelijke oever toegevoegd. Dergelijke ontwikkelingen zijn belangrijk voor een duurzaam glastuinbouwgebied. De voorzijde van het bedrijf van Van der Valk is ingericht met een waterpartij en struiken en ligusters. Deze groen-blauwe structuur wordt robuuster gemaakt. Er komt een groene inrichting met volwassen groen en een wadi. De gronden naast de woning Zwartendijk 61 krijgen ook een groene inrichting. Achter de woning Zwartendijk 61 komt nog een groene buffer tot aan de woonbestemming. Ondanks dat hiermee niet wordt voldaan een het bestemmingsplanvoorschrift dat een bouwwerk op 1,5 x de bouwhoogte van een bestemmingsgrens moet worden gebouwd, wordt hiervan vanwege een goed woon- en leefklimaat en het algemene belang bij het groen van afgeweken. Mocht ooit herbouwd worden, kan dat op dezelfde gevellijn als de huidige, dat maakt het huidige bestemmingsplan al mogelijk en zal zo blijven.
Het groene inrichtingsplan is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd en wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting onderdeel van de omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan. Zowel met Van der Valk als met de eigenaren van het perceel Zwartendijk 61 is een overeenkomst tot stand gekomen tot realisatie en instandhouding van het inrichtingsplan.
•*-Vyr7
■1
n
Figuur 15: de landschappelijke inpassing van de uitbreiding van Van der Valk BV
24
Voorwaardelijke verplichting: De voorwaardelijke verplichting komt te luiden als volgt: "Strijdig met de omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland is het gebruik ten behoeve van bedrijfsdoeleinden ('agrarisch aanverwant bedrijf) zonder de realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing zoals in de bijlage "inrichtingsplan Uitbreiding Zwartendijk 73 te Monster" met bijbehorende elementen en beplantingssoorten en/of -grootte is opgenomen."
25
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Bedrijven en milieuzonering
3.1.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2
Onderzoek
Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema's geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering' (2009) gebruikt. In deze handreiking is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Milieucategorie