CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Honderdland Noord nabij 10 te Maasdijk (20-0342957)

Gemeenteraad 16 februari 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning Honderdland nabij 10 (Honderdland fase 2 kavel e/f) te Maasdijk17.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

iit*9

Him JJ

W.'jíJ

HONDERDLAND NOORD NABIJ 10 TE MAASDIJK omgevingsvergunning NL.IMRO. 1783.000000150g04vastgesteld

GEMEENTE

vrW/ r

V-*

^ V

".rif

Kŕl-u-c.ř- -' "V

Jw UİİÉİ ** -AWį” “ ;

J

- -v"M V*ijý1 í Tiìli ' * ^ j

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

9

2.1

Beleidskader

9

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

18

Hoofdstuk 3

Onderzoek

26

3.1

Algemeen

26

3.2

Bedrijven en milieuzonering

26

3.3

Geluid

29

3.4

Externe veiligheid

30

3.5

Water

36

3.6

Luchtkwaliteit

40

3.7

Bodem

42

3.8

Gebiedsbescherming

42

3.9

Cultuurhistorische aspecten

43

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

45

4.1

Economische uitvoerbaarheid

45

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Door NL Jobs is op 15 augustus 2018 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een logiesgebouw ten behoeve van arbeidsmigranten voor een individuele verblijfsduur van maximaal zes maanden. Uitsluitend voor deze aangevraagde activiteit wordt een omgevingsvergunning aangevraagd en verleend aan Honderland Noord, nabij 10 te Maasdijk. Het logiesgebouw zal onderdak bieden aan 250 arbeidsmigranten die tijdelijk voor de duur van maximaal 6 maanden ter plaatse verblijven. Ook zijn er ruimten voor beheerders. Het gebruik van de locatie als logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "1e Herziening Honderdland fase 2". De logiesfunctie is niet toegelaten binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor het overige voldoet de aanvraag aan het bestemmingsplan "1e Herziening Honderdland fase 2". De afwijking van het bestemmingsplan ziet dan ook slechts op de wijziging van het gebruik ten opzichte van de bestemming "Gemend" en niet op afwijking van de bouwregels. De omgevingsvergunning is gefaseerd aangevraagd. In een volgende fase zal moeten worden aangetoond dat het plan voldoet aan onder andere de technische eisen die gelden voor het op richten van een logiesgebouw.

Het te realiseren logiesgebouw is getoetst aan de ter plaatse geldende bestemmingsplannen “1e herziening Honderdland fase 2” en "Honderdland fase 2" en hiermee in strijd gebleken. Om te kunnen beslissen op de aanvraag om omgevingsvergunning is een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig. De raad heeft op 18 september 2018 een ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor deze aanvraag afgegeven.

1.2

Ligging plangebied

Honderdland is een voormalig glastuinbouwgebied in de gemeente Westland, globaal gezien gelegen tussen de kernen Maasdijk en Naaldwijk. De begrenzing wordt gevormd door bedrijventerrein A20 (Coldenhove) in het zuiden, de N220 (Maasdijk) in het westen, de N223 in het noorden en de A20/N20 in het oosten. In het verleden waren de gronden bebouwd met kassen, maar vanwege de destijds urgente behoefte aan bedrijventerreinen binnen de gemeente wordt het gebied sinds 2000 in fasen herontwikkeld. De noordzijde van het plangebied bestaat uit drie eilanden. Het projectgebied is gelegen in het meest zuid-westelijk gelegen eiland.

6

'- -

*

ïMTĩ; tVļlť

'

'i

v :"

:

;

'

■i'J

V .

De vernieuwde N223 ten noorden van het projectgebied is aangelegd evenals de rotonde ten noordwesten van het projectgebied. De in bovenstaand figuur aanwezige kassen zijn inmiddels ter hoogte van de projectlocatie gesloopt.

1.3

Geldend bestemmingsplan ,4 4 4 4 4 41 4+4 4- 4 4 4^

Gerelateerde planner (2)

+4

Plekinfo

4- 4- -ŕ 4 jK4 4

^4+1+44

enkelbestemmìng:

4-4-4*

4 4 4 4\4

Gemengd

4- 4- 4- 4- 4- 4- 4* 4\4

L+ 4 4

4 4 4 4 4 *

gebiedsaanduîding:

4- 4- 4- 4- 4- į-'f 4- 4

milieuzone - gezoneerd

4-4-4- 4„4 4- 4 4 4

4\A4 -4,4* 4- 4- 4- 4- 4- 4-

industrieterrein

*** *v

4 + 44 + 444 + VJ- 4- 4- 4- 4- 4- 4- 4- +X+ 4- V *44444444444

^v444444444444

bouwvlak

-44-4-4-4-4-4-4-

4 4444444444 +Y + 4 4 4 4 4 4 4\4 4 :s4 4444444444

4 4

4 4444444444

4- 4- -4 + 4-4- 4 + 4

Ľb

4 +V 4 4 4 4 4 4 4

4 + 444

44

bouwaanduiding: i-------- ' specifieke bouwaanduiding i- -i -3

Binnen het plangebied gelden de bestemmingsplannen "1e Herziening Honderdland fase 2", "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen", "Paraplubestemmingsplan Geluidszone Honderdland fase 2" en "Paraplubestemmingsplan Wonen Westland". De gronden waarop de aanvraag betrekking heeft hebben de bestemming "Gemengd". De omgevingsvergunningaanvraag past niet binnen deze bestemming.

7

1.4

Leeswijzer

Het omgevingsvergunning "Honderdland Noord nabij 10 te Maasdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk Tot slot wordt in Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het de ruimtelijke onderbouwing.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Westland 2025-Perspectief 2040 Na een periode van ongekende groei heeft de economische conjunctuur een ongewild moment van bezinning gebracht. Ambities en de realiteit van alledag sluiten niet meer op elkaar aan. Met dit besef stelt de gemeente haar structuurvisie op, in de wetenschap dat de rol van de overheid de komende jaren zal veranderen. De visie geeft een ruimtelijk toekomstperspectief, ons streven voor de langere termijn, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. In het perspectief 2040, dat in dialoog met de samenleving tot stand is gekomen, staan de ambities voor de toekomst van Westland. Hierin staan ook de kernwaarden die we als meetlat gebruiken bij toekomstige afwegingen of ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt of niet. We zetten zo eerst de stip op de horizon om aan te geven waar we naartoe willen. Op basis daarvan gaan we aan de slag met ruimtelijke ontwikkelingen die ons dichter bij het geschetste perspectief brengen. Met deze visie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) faciliteert Westland de gewenste ontwikkelingen en stelt het tegelijkertijd het ruimtelijk kader tot 2025, met het besef dat de uitwerking aan vele partijen is. Westland wil ontwikkelingen mogelijk maken en niet opleggen onder het adagium ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder'.

Deze visie gaat uit van participatie planologie, wat betekent dat de gemeente nadrukkelijk andere partijen uitnodigt en haar partners zoekt bij het verwezenlijken van een gedeelde ambitie. De visie is het beleidsbepalend document voor ruimtelijke ontwikkeling in Westland, waarmee duidelijkheid wordt verschaft aan ontwikkelende partijen en over de functionele invulling van gebieden. De structuurvisie biedt een juridische basis voor bovenplanse verevening en vormt de basis voor bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen in anterieure overeenkomsten met marktpartijen.

9

Westland

Verkeer- en vervoerbeleid In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn: « * * * * *

Aansluiting op het rijkswegennet verbeteren; Realiseren vlinderstructuur Westland; Mobiliteitsmanagement; Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen; Langzaam verkeer stimuleren; Ontsluiting kernen en glastuinbouwgebieden verbeteren.

De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018

In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele

10

explosieven aanwezig. Integrale handhaving Wabo taken Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * » * * * * *

in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.

In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Bedrijventerreinenvisie Westland De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op: *

het anticiperen op actuele en toekomstige marktontwikkelingen om voldoende ruimte te behouden

11

* * 2.1.2

voor groei van bedrijvigheid (inspelen op de vraag van bedrijven, kantoren en detailhandel); het zijn van een toetsingskader voor de actualisering van bestemmingsplannen en de ruimtelijke onderbouwing van andere ruimtelijke besluiten; het verschaffen van duidelijkheid over parkmanagement op bedrijventerreinen. Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.

2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: * * * «

Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.

Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt

12

het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.

Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: » * * * * * »

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v. verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie « # M'

* l»*l

#*#* à »i« »« I tM Iţj '*1* *

m

V I m I *

•4y

« ■«Dj

• «I

**«

*«*«« kyi * «^A^H

l t « '« #-#'#

#«* 'i

a a*J

# t «**«

«

'i i ■*t

** til ItM

• 1*1

« I*

I « t

|k« fľì m urn m

« ««t* l (t«f««*

tft

Wĩ«4 •■•i

■'ll

*a at**

MIH

IMMtl* 111 a a a a

■ ««

»

• ■«•■ff

• a* •••••« 1*11111

\ai«

Mtl

M*t «ia

ÉtlílXs.

*»«* mat » a*a* • •l«M aũiāHH ** *

a é

De ruimtelijke hoofdstructuur De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening).

13

De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.

[|JţĮî] V7» RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR ONDERGRONO

Programma Ruimte Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaart en de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte. Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie.

Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote

14

ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht. De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven. * * * * * »

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Volgens de kaart zijn de gronden aangewezen als 'Glastuinbouwgebieden'. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Volgens artikel 6.15 lid 1 is het volgende toegestaan: Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Om de ontwikkeling van de woonwijk mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de afwijking uit artikel 6.15 lid 7 uit de Omgevingsverordening. In afwijking van het eerste lid, kan een bestemmingsplan voor het maatwerkgebied glastuinbouw, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, bestemmingen bevatten die transformatie naar andere functies mogelijk maken zoals aangegeven in het Programma ruimte.

In het Programma ruimte zijn op de '3 ha kaart' nog te ontwikkelen woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Op de bijbehorende tabellen is een overzicht opgenomen van de namen en de oppervlaktes van de locaties. Als een locatie is opgenomen op de '3 ha kaart' betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. De regionale visies voor wonen en bedrijventerreinen vormen belangrijke input voor de '3 ha kaart'.

15

Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen S " gtoler Cåo 3 r*cbre *e nèet vcttoen un oe OfTIMte wn BSO n Uť Or»Qėvř«geveroröerrļ Wan ng bouw locates '

3 lat en mŗļ B hwtsee

*

í tol #fi rr#l ?4 tact»

*

ft tei en řtwt Jí h«-1a ra

O

39 tol en i»*t®6 hectare

*

67 talen met 320 taclar»

Bedrijventerrein harce capaciteit ‘

įļņţífimřiS'hççiíťř

*

6 tot «i mei io 'wcíart

A

11UMIA«l31hKta#

A

22 m tn nwt -Ij h« tar*

A

46 let en met ŞŞ hectare

Bedrijventerrein zachte capacitel 1

3 tot cm mei Shcctve

*

ĥ tot mi mei 1ū hectare

•*

11 Ki en mw 21 necaie

A

7Ì M«i hm* 45 hectare

A

4ê talen m#t^5 hectare

Andere stedeiJKeontwikkehrgen *

3 tot Ml ff#l' ' hHltl#

-,

6 »t en řwt 10 hectare

*r 11 IblenmriSlhetteifr

,

ŴWlfl ■Sleifen tf] tícwpen Wŵlņr

CZ2 Pnyńnòcflwri*

Woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen (3 ha kaart). Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties en bedrijventerreinen weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Het plangebied - onderdeel van Honderdland fase 2 - is zowel op de kaart als bijbehorende tabel 1 opgenomen als woningbouwlocatie in het Programma ruimte. ļ Tabel ĩ Bedrijventerreinen harde capncireit nītgeefbaar opp in.

Holland Ri jnland

Nieuwkoop

ÍNieuwveen

..Schoterhoek II

Noordwijk

Noordwijk

l'ç-Ġīavaidijck

Katwij k

lĮRijad—E

Katwijk

Rijnsburg

Vinkeuwegzone

Katwij k

Valkenburg

ļ Wľerfcparfc 2 (noord j Tjalmaweg)

Haaglanden Hamasdipolder

Mi d den-Del fl and

Den Hoorn

Westland

Maasdijk

Honderland fase 2

■■Naaldwijk

■Trade Park Westland Maïs

Westland

Provinciale Programma huisvesting arbeidsmigranten 2019 De Provincie Zuid-Holland is bezig met pilots en beziet ook de mogelijkheid om het provinciale omgevingsbeleid ten aanzien van huisvesting van arbeidsmigranten integraler te maken door te kijken

16

wat het beleid met betrekking tot bedrijfsterreinen, glastuinbouw, wonen, Ruimtelijke Ordening en recreatieterreinen kan bijdragen aan betere huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten.

2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): « het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport. NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR H«l vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland

O Stedell|ke regio met topeectoren Q Malnport Schiphol Q Malnport Rotterdam O Braīnport Zuidoost Nederland Q Sreenport Q Zuidas

A Stad van internationaal nacht vrede en veiligheid

Ô HSL/ICĒ station O Overige luchthaven van nationaal belang Q Zeehaven van nationaal belang

« *

Ģ) Binnenhaven van nationaal belang

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor

17

het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.

2.1.5

Conclusie

De ontwikkeling van een logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigrangen op het perceel Honderdland Noord nabij 10 te Maasdijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Ruimtelijke aspecten

Van polder naar bedrijventerrein De aanwezige glastuinbouw in de gemeente Westland en omstreken trekt veel (agro-gerelateerde) bedrijvigheid aan. In 2000 was de vraag naar extra bedrijventerrein dermate groot, dat besloten is de Honderdlandpolder te herontwikkelen tot bedrijventerrein. De keuze is specifiek op deze gronden gevallen vanwege de strategische ligging en de vorm van het gebied. Fasering Vanaf 2000 is men begonnen met de herontwikkeling. Het eerste gedeelte dat is herontwikkeld, wordt fase 1 genoemd. Het gaat om een gebied van circa 40 ha. dat zich vanaf het bestaande bedrijventerrein A20 (Coldenhove) ongeveer 700 m uitstrekt in noordwestelijke richting. De grens van fase 1 is een denkbeeldige lijn tussen de Oranjestraat in de kern Maasdijk en de Laan van Poot in het kassengebied ten oosten van de A20. Fase 1 is volledig ontwikkeld en bestaat uit bedrijventerrein voor bedrijven tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een afwijkende functie binnen dit gebied is het Hotel Westland in de zuidelijke punt. Momenteel is men bezig met de ontwikkeling van fase 2, het gebied tussen fase 1 en de vernieuwde N223. Het gaat in totaal om 40 hectare bedrijventerrein.

18

JKiwr \

,

\

S

í

*\^

4

\\

2ÒlrM "YîíÉIS

r - ŵ'

\

5\ , ^ V*ÍS' Nrtuvíe ^

®ŞįJlìé.iJër

-V—İ*Ü

'

"..te^

5?P«

.

wž

pffţfl 'te* Spļ

ÉtV| t

\ -

' \

.. \\

-ml CEL

\

'V

'Zv*

*

\

JSBz

-m.

v\V

i

\

Kfo |Ai la k* T»

..-

^

“ r-1

f

bedrijventerrein Honderdland fase 1

Legenda

Ns

l/; 1

É^.

*.:

V

jc

4Ē3k',*\mà\im&im

v** 0^É

\\

s*

bedrijventerrein Honderdland fase 2

Hho

Ŵ N

Fasering bedrijventerrein Honderdland Op de kop van fase 2 zullen de zogenaamde 'eilanden' worden ontwikkeld. Dit is ook onderdeel van fase 2 van de herontwikkeling. Het projectgebied is onderdeel van het meest zuid-westelijk nog te realiseren eiland 1. Stedenbouwkundig plan Voor het gehele bedrijventerrein is een integraal ontwerp opgesteld door BDP Khandekar (zie Bijlage 1 Stedenbouwkundig ontwerp & Beeldkwaliteitsplan). De omgevingsvergunning is hieraan getoetst. Het ontwerp gaat uit van een ladderstructuur in noord-zuidrichting, over de polder heen. Door het gebied loopt een centrale ontsluitingsweg in dezelfde richting, waarop de secundaire ontsluiting aansluit.

19

'wslk Deelgebieden binnen Honderdland fase 2 (bron: BDP Khandekar) De eilanden De noordzijde van het plangebied bestaat uit drie eilanden, waarbij het meest westelijk gelegen eiland aangeduid wordt als 'eiland 1', het middelste als 'eiland 2' en het meest oostelijke eiland als 'eiland 3'. Vanwege de representatieve zone langs de regionale infrastructuur zijn op de eilanden publieksgerichte functies toegestaan, zoals een restaurant, een hotel en een tankstation. Deze functies staan deels ten dienste van het bedrijventerrein en ondersteunen de internationale positionering van de Greenport Westland-Oostland. Ook zijn vier zelfstandige kantoren toegestaan tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m2 per vestiging. Dit ter plaatse van het middelste eiland. Het projectgebied is onderdeel van de ontwikkeling van het meest zuid-westelijke eiland -hierna 'eiland 1- uit deelgebied 3'. De eilanden zijn bestempeld als hoogwaardige zichtlocatie direct aan de entree van het gebied. Onderstaand figuur betreft een afbeelding van de toekomstige inrichting inclusief de reeds gerealiseerde McDonald's.

20

10.0ID m2

-^S«śņ. , Ŵfcl

gameenfc

■. íehaal

Acid a é446 Í- 6445 :V-.lvļ if.fc;

MO»

^Wgt- «4!Uk «, Aï 1.ECĴT2

\ VV 4.395 [TTŰ

Tango cãýiksti

2T14 m2

Toekomstige inrichting De inrichting van het eiland gaat uit van een centrale ontsluitingsroute met éénrichtingsverkeer. Op deze doorgaande route takt één doodlopende zijweg aan. De eilanden zijn omzoomd door een substantiële waterpartij die tot de vernieuwde N223 loopt. De ontsluiting van eiland 1 komt aan de zuidzijde, die door middel van een brug wordt aangesloten op de toekomstige ontsluitingsweg die de noordelijke grens van deelgebied 2 vormt. In het westen takt deze weg aan op de verkeersverbinding Maasdijk - Maasdijkplein. 2.2.2

Wenselijke afwijking van het bestemmingsplan

Deze ontwikkeling voorziet in het gebruik van de gronden als logiesfunctie voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Het gebruik van deze functie past niet binnen de bestemming 'Gemengd'. Voor het overige past de aanvraag binnen het bestemmingsplan "1e herziening Honderdland fase 2". Een onderbouwing van hoe het logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten wordt vormgegeven maakt onderdeel uit van de aanvraag (zie Bijlage 2 Onderbouwing gebruik en beheer logiesgebouw). Op 18 september 2018 heeft de raad het Ontwikkelkader voor de realisatie van nieuwe locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten (hierna: het Ontwikkelkader) aangenomen. Hiermee wilde de gemeente stimuleren dat uitzenders de komende jaren meer huisvesting gaan realiseren voor arbeidsmigranten. Voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in het logiesgebouw op het bedrijventerrein Honderdland fase 2 is op 15 augustus 2018 (voor vaststelling en invoering van het Ontwikkelkader) een vergunning aangevraagd, waardoor in het geval van strijdigheden met de aanvraag

21

niet aan het Ontwikkelkader getoetst moest worden. De ontwerp vergunning is echter wel aan het Ontwikkelkader getoetst. Op 8 juli 2020 is het Ontwikkelkader ingetrokken en zijn de uitvoeringscriteria van het huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten opgenomen in de op 8 juli 2020 vastgestelde Woonvisie Westland 2020 2030. Door aanpassing van het beleid dat gold sinds 2018 wordt beoogd meer balans te brengen in het lenigen van de meervoudige huisvestingsnood van arbeidsmigranten in de gemeente Westland. Daarbij wordt gezocht naar een balans tussen beperkingen in de woonkernen en ruimte daarbuiten en balans tussen het bieden van oplossingen voor diverse woonnoden en balans tussen prijs en kwaliteit van die woonoplossingen. Een belangrijk uitgangspunt in het nieuwe beleid is dat de omvang van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten wordt van geval tot geval getoetst. Afhankelijk van de locatie- en omgevingskenmerken kunnen dus kleinere tot grotere huisvestingsoplossingen acceptabel zijn en worden ingepast. Het college neemt afzonderlijke besluiten, die, hoewel ze gebaseerd zijn op algemeen geldend beleid, geen rechten of precedentwerking scheppen voor andere initiatieven. De ligging en ontsluiting van potentiële locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten blijft een afwegingscriterium.

De afstand tot een woonkern is één van de aspecten binnen een brede weging van plus- en minpunten (in samenhang met wat aan voorzieningen ter plaatse kan worden geboden). Ook de woon-werkafstand van de betreffende arbeidsmigranten is deel van deze afweging. Wenselijkheid (extra) bedden Het beleid van de gemeente Westland is erop gericht om bestaande woningen, gezien de huidige aanbiedersmarkt, zo min mogelijk in te zetten voor huisvesting van arbeidsmigranten. Gebouwen voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten zijn dan ook - afhankelijk van de locatie- en de omgevingskenmerken - gewenst. Er werken dagelijks 12.000 arbeidsmigranten binnen de gemeente Westland (dit aantal is seizoenafhankelijk). Het aantal arbeidsmigranten dat (meest tijdelijke) huisvesting vindt in de gemeente Westland ligt sinds 2011 rond 4.500 personen. De toevoeging van de 250 bedden is daarmee wenselijk. De arbeidsmigranten die in het logiesgebouw zullen verblijven, zijn allen werkzaam in Westland. Wenselijkheid huisvesting op een bedrijventerrein Een punt waarop het beleid is herzien is de mogelijkheid om arbeidsmigranten (ook) te kunnen huisvesten op bedrijventerreinen. Dit punt van herziening wordt niet alleen gesteund vanuit het bestuur en de provincie, maar ook vanuit bewoners van de kernen binnen de gemeente en vanuit Glastuinbouw Nederland.

De ligging en ontsluiting van de locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten is een afwegingscriterium. Het merendeel van de arbeidsmigranten die in het onderhavige logiesgebouw zullen verblijven, zijn werkzaam op het bedrijventerrein Honderdland. Als het mogelijk is gaan de uitzendkrachten lopend of op de fiets naar het werk. De ligging van het logiesgebouw is daardoor heel gunstig. Doordat het logiesgebouw wordt gevestigd op een bedrijventerrein op ongeveer 1500 meter van de kern met alle benodigde voorzieningen binnen het gebouw en op het terrein van het logiesgebouw, is de verwachting dat de arbeidsmigranten in het logiesgebouw zich niet primair gericht zullen zijn op de voorzieningen in de kern van Maasdijk. Wenselijkheid goed à professioneel beheer In het logiesgebouw zijn gebouwbeheerders aanwezig die hulp en ondersteuning bieden aan de gasten door hen in hun eigen taal te woord te kunnen staan. Als arbeidsmigranten hulp nodig hebben in de werksituatie kunnen zij zich melden bij hun Jobcoach vanuit de organisatie van aanvrager. Voor overige hulp is de gebouwbeheerder de juiste aanspreekpersoon. De gasten kunnen wensen kenbaar maken, Services afnemen, storingen melden of interne verhuizingen aanvragen. Verder zorgen de gebouwbeheerders voor de toegangspassen en nachtelijke toegang op momenten dat de voordeur gesloten is.

De gebouwbeheerders zien ook toe op naleving van de huisregels. In het algemeen kan men zeggen, dat gasten geen overlast mogen veroorzaken voor de medegasten en/of voor de externe omgeving. De aanvrager heeft reeds met het Hotel Westland laten zien dat zij in staat is op een goede en professionele manier het gebouw en de directe omgeving) te beheren. Daarnaast is de omvang van de locatie en de hoeveelheid bedden van voldoende omvang om goed beheer mogelijk te maken. Wenselijkheid verblijven (logeren) dichtbij werk

22

Om het reizen, en dan voornamelijk het autoverkeer, zoveel mogelijk te beperken is het wenselijk dat arbeidsmigranten dichtbij hun werklocatie verblijven. Bij voorkeur op een loop- of fietsafstand. Aanvrager heeft alleen al op het bedrijventerrein Honderdland meer mensen werken dan dat hij zou kunnen huisvesten in het huidige Hotel Westland en de beoogde nieuwe locatie bij elkaar. Het is aannemelijk dat de medewerkers van aanvrager in de nieuwe locatie dichtbij hun werk zullen verblijven Wenselijkheid arbeidsmigranten werkzaam in gemeente Westland Uitgangspunt is dat de in de gemeente Westland gehuisveste arbeidsmigranten zoveel mogelijk in de gemeente Westland werken (in de glas- en aanverwante sectoren) . In onderhavige situatie werkt 99,90Zo van de medewerkers van aanvrager in de gemeente Westland. Afstand tot de kern (Maasdijk) Het criterium dat huisvesting voor arbeidsmigranten dichtbij de kern moet op grond van het nieuwe beleid worden afgewogen. De afstand tot een woonkern is een van de aspecten binnen een brede weging van plus- en minpunten in samenhang met wat aan voorzieningen ter plaatse kan worden geboden. Ook de woon-werkafstand van de betreffende arbeidsmigranten is deel van deze afweging. Het logiesgebouw voorziet op diverse wijzen in mogelijkheden om de vrije tijd aangenaam door te brengen.

Er is een sportveld op het dak van één van beide vleugels voor bewegingsoefeningen, voetbal, tennis of volleybal. Het sportveld wordt voorzien van een daartoe geschikte vloer, veldbelijning, en netten en doelen. Tevens is er een tafeltennistafel en een snooker/biljart tafel. Voorts zijn alle kamers voorzien van een televisie met buitenlandse zenders in de relevante talen en kwalitatief internet met voldoende snelheid en bandbreedtegarantie per kamer. Op de begane grond in het gebouw is een gezelschapsruimte waar de arbeidsmigranten kunnen samenzijn. Op het terrein in de buitenlucht en op het dak zijn terrassen voorzien. Tegen vergoeding kunnen warme en koude drank en snacks of maaltijden worden gekocht in het gebouw. Ook kan de gezelschapsruimte binnenin het gebouw worden gebruikt om de al of niet zelf bereide warme maaltijd te nuttigen. Het logiesgebouw wordt voorzien van een winkeltje, waarin de basislevensmiddelen verkrijgbaar zijn uit het thuisland van de arbeidsmigranten die zich tijdelijk in het logiesgebouw bevinden. De winkel is en blijft een ondergeschikte functie (bijzaak) van het logiesgebouw. Met deze voorziening wordt tegemoet gekomen aan de wens van de Westlanders om zo weinig mogelijk te merken van de arbeidsmigranten.

De arbeidsmigranten hoeven voor hun eerste basisbehoeften geen gebruik te maken van de voorzieningen in het dorp, maar kunnen terecht in het eigen winkeltje op de locatie. Wenselijkheid verkeer Door arbeidsmigranten zo dicht mogelijk bij hun werklocatie te lasten verblijven wordt het aantal auto-verkeersbewegingen beperkt. Hiermee worden zorgen van omwonenden over een (grote) toename van autoverkeer worden weggenomen. Het is aannemelijk dat het merendeel medewerkers van NL Jobs op loop-fietsafstand van hun werk gehuisveste wordt en daarmee de hoeveelheid autoverkeersbewegingen beperkt. Wenselijkheid Parkeren op eigen terrein Parkeren op eigen terrein is wenselijk. Met de wetenschap dat slechts een beperkt deel van de arbeidsmigranten met eigen vervoer reist wordt een parkeernorm van 0,3 gehanteerd. De ervaring leert dat bij grote(re) locaties, zoals Hotel Westland, zelfs het beperkte aantal vereiste parkeerplaatsen niet volledig benut wordt. In het plan is voldoende parkeergelegenheid voor de arbeidsmigranten opgenomen. Conclusie De aanvraag is in overeenstemming met het beleid en betreft een wenselijke ontwikkeling.

23

2.2.3

Verkeer

De drie eilanden worden elk door middel van één im/uitrit aangesloten op de meest noordelijke toekomstige dwarsverbinding. Per eiland zal een centrale ontsluitingsweg gerealiseerd worden met één in/uitrit. In het westen takt deze ontsluitingsweg aan op de verkeersverbinding Maasdijk-Maasdijkplein. Langs de centrale ontsluitingsas komen, conform Westlands Verkeer en Vervoersplan, vrijliggende fietspaden in twee richtingen die aansluiten op de onderdoorgang (verkeerstunnel) bij Westerlee en daarmee op de huidige en de toekomstige regionale fietsroutes. Het fietsnetwerk sluit aan op het pad naar de Maasdijk (N220) tussen fase 1 en fase 2 ter plaatse van de Verkadestraat. Ten behoeve van een goede aansluiting van het fietspad en om een plaatselijk parkeerprobleem op te lossen worden de langsparkeerplaatsen aan de noordkant van de Verkadestraat gewijzigd naar extra haaksparkeerplaatsen. Het fietspad komt achter deze parkeerplaatsen langs te lopen. Langs alle wegen (centrale ontsluitingsas en dwarswegen) worden trottoirs aangelegd. Er komt geen aparte parkeerruimte voor expeditieverkeer in de openbare ruimte. Dit parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Parkeren Naar de parkeerbehoefte van deze ontwikkeling is op 9 juli 202 onderzoek verricht door Goudappel Coffeng (zie Bijlage 3 Parkeerbehoefte onderzoek).

Het logiesgebouw is bedoeld voor arbeidsmigranten die maximaal zes maanden aaneengesloten zullen verblijven om te werken in de directe omgeving. In het gebouw komen 123 kamers voor twee personen en vier kamers voor één persoon. Alle kamers beschikken over een eigen keuken en badkamer. In totaal kunnen er 250 gasten tijdelijk verblijven in het logiesgebouw. De verblijfsduur van maximaal zes maanden is contractueel afgebakend. De vier eenpersoonskamers zijn bestemd voor de vier beheerders die toezien op de huisregels en hulp en ondersteuning bieden aan de gasten door hen in hun eigen taal te woord te staan. De beheerders zijn zelf ook uitzendkracht/arbeidsmigrant, wonen in hun thuisland, en wor den daar door de Wervings- en Selectiekantoren van NL Jobs als tijdelijke gebouwbeheerder gecontracteerd. De beheerders hebben eveneens een beperkte verblijfstermijn in het logiesgebouw van maximaal zes maanden. De vier beheerders zijn altijd in het gebouw aanwezig, ook al hebben ze niet allemaal tegelijk dienst. Zo is er altijd iemand die toezicht houdt en beschikbaar is voor de gasten. Vervoersprofiel De arbeidsmigranten hebben een verschillend vervoersprofiel. Slechts een beperkt aantal arbeidsmigranten (10-15Zo) komt met een eigen vervoersmiddel naar Nederland.

NL Jobs geeft in haar buitenlandse wervingskantoren informatie aan kandidaten over de op dat moment bestaande parkeerruimte voor het gebruik maken van eigen vervoer. Voor iedereen bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van het vervoer dat NL Jobs hen aanbiedt. Als er in de toekomstige huisvestingslocatie géén ruimte is voor een eigen vervoersmiddel zullen de arbeidsmigranten gebruik dienen te maken van het groepsgewijs georganiseerde vervoer. Overigens is gebruik maken van een eigen vervoersmiddel veel duurder dan het door NL Jobs georganiseerde vervoer. Het overgrote deel - dus 85Zo tot 90oZo maakt daarom gebruik van het groepsvervoer, zo is de ervaring van NL Jobs. Het grootste deel van de gasten komt dus per collectief vervoer van NL Jobs naar Nederland. Gezien de korte afstand tot het werk in het Westland zal een aanzienlijk deel daarvan lopend of op de fiets naar het werk gaan. Bij grotere afstanden is het vervoer geregeld met auto's van NL Jobs die worden bestuurd door de uitzendkrachten zelf. De dagelijkse planning ziet er op toe, dat de auto's optimaal bezet zijn, zodat er zo weinig mogelijk auto's hoeven te worden ingezet. Gemiddeld werken er in het Westland 419 medewerkers op een afstand van 2,0 kilometer of minder van het logiesgebouw. In de zomer zijn dat er zelfs 762.

Volgens het beleid van NL Jobs is deze afstand van 2,0 kilometer in 10 minuten te voet af te leggen. Als alle 275 gasten van het verderop gelegen Hotel Westland lopend naar het werk gaan, blijven er voor Logiesgebouw Honderdland gemiddeld 144 en in de zomer 487 over die te voet naar het werk kunnen.

24

Gemiddeld werken er voorts 390 medewerkers op een afstand tussen 2,0 en 5,0 kilometer van het logiesgebouw. In de zomer zijn dat er 503. Volgens het beleid van NL Jobs is deze afstand tot 5,0 kilometer ruim onder 20 minuten op de fiets af te leggen. Bij elkaar genomen kunnen er gemiddeld 534 medewerkers lopend of per fiets vanuit Logiesgebouw Honderdland naar het werk. In de zomer zijn dat er 990. Logiesgebouw Honderdland is ontworpen voor 250 medewerkers. De resterende medewerkers zijn in Hotel Westland gehuisvest. Concluderend kan gesteld worden, dat de behoefte aan auto's in Honderland uiterst beperkt is. In principe zou Logiesgebouw Honderdland kunnen worden uitgevoerd als autoloos logiesgebouw. Deze woon-werk-situatie is stabiel, omdat de basis van 92,30Zo inleners tevens aandeelhouders/oprichters zijn van NL Jobs. Parkeernorm In de geldende Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 (hierna: De Parkeernota) zijn geen specifieke normen opgenomen voor logies van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten zijn in de kencijfers van het CROW evenmin meegenomen. Het logiesgebouw is te vergelijken met niet-zelfstandige kamerverhuur, het gaat net als bij kamerverhuur om een verblijf in een kleine ruimte. Daarbij is uitgangspunt een parkeernorm per gast vanwege het tijdelijke en individuele karakter van het verblijf.

Voor berekening van de parkeerbehoefte wordt daarom aangesloten bij de functie "kamerverhuur, niet-zelfstandig (per bed)". De bijbehorende parkeernorm is 0,3. Deze parkeernorm is gebaseerd op de parkeernorm die het CROW hanteert voor kamerverhuur. Ook de vier beheerders zijn als uitzendkracht/arbeidsmigrant te gast en verblijven tijdelijk in het logiesgebouw, dat tevens hun werkplek is. De beheerders verblijven gedurende hun uitzending continu in het logiesgebouw en hebben geen vervoersbewegingen van en naar hun werk. Voor hun taak hebben zij dus geen auto nodig. De functie van beheerder levert in de kern dan ook geen hogere parkeervraag op dan de "reguliere" arbeidsmigranten doen, zodat het redelijk is om ook voor de beheerders een parkeernorm van 0,3 per bed te hanteren. Bij toepassing van de norm van 0,3 zijn 75 pp nodig (250 x 0,3 = 75 pp). Op eigen terrein is voldoende ruimte beschikbaar om dit aantal parkeerplaatsen conform de voorgeschreven afmetingen aan te leggen. Hiermee voldoet het plan aan de Nota parkeernormen en is er met betrekking tot parkeren geen strijd met het bestemmingsplan. Overigens blijkt uit ervaring op twee andere locaties van NL Jobs dat per saldo minder parkeerplaatsen nodig zijn. De meeste arbeidsmigranten werken immers in de buurt en kunnen het werk per fiets of te voet bereiken.

Voor calamiteiten kan in de directe nabijheid gebruik worden gemaakt van parkeerterreinen van de werkgevers in de buurt.

25

Hoofdstuk 3 3.1

Onderzoek

Algemeen

De beoogde ontwikkeling voorziet slechts in een afwijking voor wat betreft het gebruik ten opzichte van het bestemmingsplan "1e herziening Honderdland fase 2". In dat bestemmingsplan is verwezen naar de onderzoeken en milieueffectrapportage in het bestemmingsplan "Honderdland fase 2". Daarom wordt er voor de omgevingseffecten volstaan met aanvullingen ten opzichte van de reeds uitgevoerde onderzoeken in het kader van de bestemmingsplannen "1e herziening bestemmingsplan Honderdland fase 2" en "Honderdland fase 2". Alleen daar waar de de afwijking van het gebruik daar aanleiding toe geeft, is een nader of aanvullend onderzoek uitgevoerd. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting van de bestemmingsplannen "Honderdland fase 2" en "1e herziening bestemmingsplan Honderdland fase 2".

3.2

Bedrijven en milieuzonering

3.2.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.2.2

Onderzoek

In de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009) worden de bedrijfsactiviteiten van bedrijven ingedeeld in bepaalde milieucategorieën. Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) aan tot woningen of andere 'gevoelige' functies. De strategie voor de zonering op het bedrijventerrein is een inwaartse zonering. Dit betekent dat beschermde bufferzones rondom de milieugevoelige functie worden gecreëerd. Op het bedrijventerrein zijn op korte afstand vande gevoelige functies slechts weinig belastende activiteiten toelaatbaar. Hoe groter de afstand tot de woonbebouwing, hoe groter de toelaatbare hinder zal zijn. Er is voor het bedrijventerrein en de omliggende woningen van Honderdland 2e fase prake van een gemengd gebied. In een gemengd gebied mag conform de Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten (hierna: Standaard SvB) met 1 afstandsstap van de richtafstanden worden afgeweken. De migrantenhuisvesting in het logiesgebouw is tijdelijk en heeft geen woonkarakter.

Het tijdelijk verblijf blijkt uit het feit dat: * de arbeidsmigranten hun hoofdverblijf elders hebben; * het om "short stay" gaat (migranten zullen maximaal zes maanden ter plaatse verblijven); » dit contractueel is vastgelegd; « er een nachtregister wordt bijgehouden, zodat de duur van een verblijf te controleren is; * er in principe geen continuïteit in de samenstelling van de groep is; * er is geen onderlinge verbondenheid is, ook al verrichten de personen hetzelfde werk, hebben zij dezelfde nationaliteit en verblijven zij langere tijd gezamenlijk in Nederland.; * er geen gezamenlijke huishouding wordt gevoerd; * er een receptie, 24 uurs bewaking, een pasjessysteem en een schoonmaakdienst. aanwezig is; * een kantine/koffiecorner in het pand wordt gerealiseerd. Qua milieubelasting naar de omgeving toe, lijkt de functie van het gebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten het meest op een logiesfunctie. Daarom wordt het voor de milieubelasting redelijk geacht om de functie te vergelijken met een hotel. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, geluid en gevaar tot gevoelige objecten (o.a. bedrijfswoningen). In gemengd gebied

26

(zoals op een bedrijventerrein) kan deze afstand (m.u.v. gevaar) gereduceerd worden tot 0 meter. Derhalve voldoet tijdelijke de huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel aan de richtafstanden, zoals opgenomen in de brochure Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG. Voor deze ontwikkeling is een akoestisch onderzoek verricht. Hier wordt nader op in gegaan in paragraaf 3.3 Geluid. Milieugevoelige functies zijn volgens de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Migrantenhuisvesting behoort niet tot deze functies. Onder recreatief verblijf valt immers niet de huisvesting van seizoenarbeiders, nu hun verblijf niet is gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding (vgl ook ABRvS van 18 april 2012 ECLI:NL:RVS:2012:BW3063). Een logiesgebouw wordt in de VNG brochure dus niet beschouwd als te beschermen 'geluid- of geurgevoelige bestemming'. Voor de aspecten geur, geluid, trilling, stof en gevaar bestaan er daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bedrijven op het bedrijventerrein worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Zie in vergelijkbare zin de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4056. Het perceel waarop de huisvesting is voorzien, bevindt zich op een (gezoneerd) industrieterrein.

Een logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten wordt voor wat betreft de Wet geluidhinder niet beschouwd als geluidgevoelig object. Dit omdat hier sprake is van een gebouw waarin migranten maximaal zes maanden en dus niet permanent/ langdurig zullen verblijven. Hierdoor is er geen sprake van een gevel van een gevoelig gebouw als bedoeld in artikel 2.17, lid 3 van het Activiteitenbesluit. (grenswaarde voor geluidgevoelige bestemming op bedrijventerrein). De voorgenomen ontwikkeling vormt akoestisch dan ook geen belemmering voor de aanwezigheid van of de nog te realiseren bedrijven op het bedrijventerrein Honderdland fase 2. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt aan het logiesgebouw niettemin een zekere mate van bescherming tegen milieuoverlast toe. Ongeacht of er sprake is van milieugevoelige functies, wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening aanbevolen om een goed woon- en leefklimaat (verblijf- en leefklimaat heeft onze voorkeur) te creëren ter plaatse van het logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten, aangezien er ook tijdelijk (nachtelijk) verblijf plaatsvindt. Aan de zuidzijde van het onderhavige perceel, is een bedrijfsbestemming waarop een bedrijf in de milieucategorie 3.2 mag worden gevestigd.

De richtafstand voor bedrijven uit de milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied bedraagt 50 meter ten opzichte van milieugevoelige functies. De afstand vanaf de gevel van het logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten tot de gevel van het bedrijfsgebouw bedraagt 48,3 meter. Gelet op deze afstand is er al sprake van een goed verblijf- en leefklimaat. Bovendien wordt aan de voorzijde van het bedrijf een kantoorgebouw gevestigd waardoor de afstand tot de eigenlijke bedrijfshal, waarin de daadwerkelijke bedrijfsvoering zal plaatsvinden, op 61,9 meter ligt.

27

b 783 m2 d 4 377 m2

c. 647 m2

18.035 m;

.735 m2

NL Jo\s

In de directe omgeving van het logiesgebouw bevinden zich percelen met een bedrijvenbestemming en functieaanduiding voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.2. Er hebben zich nog geen bedrijven van die categorie op de percelen gevestigd. De afstand tussen het logiesgebouw en de bewuste percelen met milieucategorie 4.2 bedraagt van gevel tot gevelongeveer 185 meter. De richtafstand voor bedrijven uit de milieucategorie 4.2 in een gemengd gebied bedraagt in beginsel 200 meter ten opzichte van woonbebouwing, uit een oogpunt van geur en/of geluid. Indien aan de richtafstand niet wordt voldaan, kan daarvan gemotiveerd worden afgeweken (zie bijvoorbeeld ABRvS 22 maart 2077, ECLI:NL:RVS:2017:766). Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat in het logiesgebouw sprake is van een aanvaardbaar akoestisch verblijfsklimaat voor de migranten die er gebruik van zullen maken. Gelet op de omstandigheid dat de buitenruimten van het logiesgebouw ten opzichte van de gronden met milieucategorie 4.2 aan de andere zijde van het gebouw zijn gesitueerd en de tijdelijke verblijfseenheid niet beschikt over een eigen buitenruimte, wordt deze geringe overschrijding van de richtafstand, nu het hier gaat om verblijf van tijdelijke aard (short stay) niet zodanig geacht dat er geen sprake is van een goed verblijf- en leefklimaat.

Gelet op de afstand van 185 m tussen het logiesgebouw en de percelen met functieaanduiding milieucategorie 4.2 en de lokale en regionale behoefte aan een logiesgebouw voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten is er geen sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening en wordt een goed verblijf- en leefklimaat gewaarborgd.

Thans is ter plaatse van de betreffende bedrijfspercelen nog geen sprake van bedrijfsactiviteiten waarvoor niet aan de geldende richtafstanden wordt voldaan. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling is daarmee sprake van een goed verblijf- en leefklimaat, en vormt de beoogde ontwikkeling geen belemmering voor de huidige bedrijfsvoering van bestaande bedrijven. 3.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

28

3.3

Geluid

3.3.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.3.2

Onderzoek

Op 3 april 2020 is door Peutz een akoestistisch onderzoek met betrekking tot het geluid in de omgeving opgesteld (Bijlage 4 akoestisch onderzoek). Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidemissie ten gevolge van het logiesgebouw en deze te toetsen aan wettelijke geluidgrenswaarden en streefwaarden in het kader van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Het geplande logiesgebouw is gelegen op het conform de Wet geluidhinder geluidgezoneerde industrieterrein 'Honderdland fase 2'. Derhalve is voor de berekeningen een uitgiftemodel van het zonebewakingsmodel opgevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Voor een goede ruimtelijke ordening wordt getoetst aan de geluidnormen conform de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering” logiesgebouws vallen in milieucategorie 1 waarvoor er geen richtafstanden zijn en deze derhalve overal inpasbaar zouden kunnen zijn. Aangezien de omgeving relatief druk is (nabijgelegen zijn grote wegen zoals de A20 en de Coldenhovelaan) en er in de directe omgeving gebieden zijn met verschillende bestemmingsfuncties lijkt een 50 dB(A)-etmaalwaarde realistisch als grenswaarde op de gevels van de woningen voor de beoordeling van het akoestisch woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=d343a65a-c1e1-4de7-b65b-f63511cd733a