Ruimtelijke onderbouwing_excl__bijlagen_pdf (21-0169127)
Tekst van het document
antea'group
Landbodem Over het algemeen zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen aangetoond. Ter plaatse van de nieuwe watergang 14 zijn op een diepte van 0,0 tot 1,5 m - mv matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan mineralen olie, PCB, bestrijdingsmiddelen en andere zware metalen aangetoond. Ter hoogte van de Dorpskade te Wateringen is dan ook meer dan 25 m3 sterk met PAK verontreinigde grond aanwezig waarmee sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Op deze locatie is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De nieuwe watergang 06 ligt tevens binnen de contour van de beschikte verontreiniging, dit is de locatie Zwethkade-Noord. Hier bevinden zich maximaal licht verhoogde gehalten in de grond. Ter plaatse van de Lotsweg zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt, molybdeen, kwik en pesticiden, matig verhoogde gehalten aan nikkel, cadmium en lood en sterk verhoogde gehalten aan koper, zink en barium aangetoond. De verontreinigingen zijn aangetoond binnen de contouren van de beschikte verontreiniging van de stortplaats Lotsweg. Op deze locatie zijn vooralsnog geen graafwerkzaamheden voorzien, aanvullend onderzoek is op deze locatie niet noodzakelijk. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan naftaleen, xylenen, barium, nikkel en molybdeen aangetoond.
Aanbevelingen landbodem Werkzaamheden binnen de contouren van de beschikte verontreinigingen en de aangetoonde sterke verontreinigen dienen te worden afgestemd met het bevoegd gezag. Voor graafwerkzaamheden in de landbodem ter plaatse van de aangetoonde sterke verontreinigingen en binnen de contouren van de reeds beschikte verontreinigingen dient een deelsaneringsplan/BUS-melding te worden opgesteld en te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Ook voor de te ontgraven aarden wal is het aanbevolen om een deelsaneringsplan/BUSmelding af te stemmen met het bevoegd gezag. Waterbodem De waterbodem uit de te dempen watergangen kunnen over het algemeen verspreid worden op de aangrenzende percelen. Enkel de sliblaag uit watergang 25 overschrijdt de interventiewaarde voor koper en zink. Deze sliblaag is niet verspreidbaar in oppervlaktewater of aangrenzende percelen en niet toepasbaar in oppervlaktewater of op landbodem. Aanvullend onderzoek is hier niet noodzakelijk. Aanbevelingen waterbodem Bij toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater geldt dat de ontvangende waterbodemkwaliteit niet mag verslechteren. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden in de sliblaag van watergang 25, waarbij uitgekomen slib elders wordt verspreidt of toegepast, is in beginsel sprake van sanerende handelingen. Er dient hierover afstemming plaats te vinden met het Hoogheemraadschap Delfland.
De melding moet voorafgaand aan de werkzaamheden, inclusief een werkplan, te worden ingediend bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Het uitgekomen verontreinigde slib dient te allen tijde te worden afgevoerd naar een verwerker. Asfalt- en funderingsonderzoek Het onderzochte asfalt van de N211 en het fietspad is niet teerhoudend. Het fundatiemateriaal aanwezig op de gehele onderzoekslocatie kan daarom elders worden hergebruikt.
Blad 55 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Asbestonderzoek Ter plaatse van de (puinhoudende) wegbermen en fundering is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. In de asbest mengmonsters ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in grond (puinhoudende wegbermen) zijn geen asbestgehalten boven de detectiegrens aangetroffen. In de mengmonsters ten behoeve van asbestonderzoek in puin (fundatiemateriaal) zijn in 3 mengmonsters gehaltes aan asbest aangetroffen boven de detectiegrenswaarden. Echter blijft dit onder de grenswaarde voor nader onderzoek. Conclusie Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden dient een deelsaneringsplan/BUS-melding te worden opgesteld en een melding, inclusief een werkplan, te worden ingediend bij het Hoogheemraadschap van Delfland.
6.7
Natuur Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, provinciale omgevingsverordening en bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Soortenbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: ^ soorten van de Vogelrichtlijn; ^ soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ^ 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving.
Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt.
Blad 56 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.
Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de 'andere soorten' zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 dreigt te worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Gebiedsbescherming Natura 2000 Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren.
De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidingsVverbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN
Blad 57 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
ook overige leefgebieden van soorten en - om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het 'nee, tenzij'- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Onderzoek Er is een natuurtoets uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 7. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek uiteengezet. Er wordt ingegaan op de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Soortenbescherming Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied een potentieel leefgebied vormt voor enkele beschermde soorten, namelijk: ^ Vleermuizen (vliegroutes en foerageergebied); ^ Algemene broedvogels (aangetroffen nestplaats en zeer waarschijnlijk overige nestplaatsen).
Vleermuizen Tijdens het terreinbezoek is geconstateerd dat er in het plangebied geen geschikte verblijfsplaatsen voor vleermuizen verwacht worden. Er is echter wel sprake van een mogelijke vliegroute van knotwilgen die in een lijnvormige structuur staan. Ook het kanaal De Zweth is in potentie een geschikte vliegroute. Op basis hiervan zijn vleermuizen niet uit te sluiten in het plangebied. Onderzoek uit 2016 heeft tevens reeds aangetoond dat de Zweth een belangrijke vliegroute is voor de meervleermuis. De knotwilgen zijn in dat onderzoek beoordeeld als nietessentiële vliegroute. Ook is er binnen het plangebied potentieel foerageergebied aanwezig. Er is geen nader onderzoek nodig. Er is geen sprake van een overtreding wanneer de ontwikkeling wordt gerealiseerd, mits verstoring van de Zweth als vliegroute wordt voorkomen. Het voorkomen van verstoring wordt geborgd in zowel het ontwerp als de uitvoering van de N211. In ontwerp door minimaal 1 meter ruimte te houden tussen wateroppervlak en de onderkant van bruggen en door extra verlichting ten opzichte van de huidige situatie te voorkomen. Dit wordt geborgd in het verlichtingsplan en specifiek voor de uitvoeringsfase in een ecologisch werkprotocol. Algemene broedvogels De vegetatie en waterelementen in het projectgebied bieden een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende broedvogels.
Voorbeelden van algemene broedvogels die tijdens het terreinbezoek zijn waargenomen zijn de gans, eend en meerkoet. De nesten van algemene broedvogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Het broedseizoen vindt plaats van medio maart tot medio juli. Het is mogelijk om werkzaamheden die het broeden van deze soorten kunnen verstoren, buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Er is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk.
Blad 58 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt op circa 6 kilometer afstand van het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied 'Solleveld & Kapittelduinen'. Dit gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van de Habitatrichtlijn. Aanwijzing tot Natura 2000-gebied vindt plaats op basis van het voorkomen van specifieke soorten en/of habitattypen. Voor deze soorten en habitattypen worden doelen benoemd met betrekking tot aantal, oppervlakte en kwaliteit van het habitat of leefgebied, de zogenaamde instandhoudingsdoelen. Er is in 2016 reeds onderzoek gedaan naar stikstofdepositie en het effect hiervan op dit Natura 2000-gebied als gevolg van de voorgenomen aanpassingen aan de N211. Op basis van dit onderzoek is reeds in 2017 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor de verbreding van de N211 en de gevolgen daarvan voor de aansluitende en kruisende wegen. Ten opzichte van het wegontwerp dat destijds aan de Wnb-vergunning ten grondslag heeft gelegen zijn er thans enkele optimalisaties in het ontwerp doorgevoerd. Zo is het wegontwerp nu dat de N211 niet over de N222 gaat maar er onderdoor. Ook is meer rekening gehouden met behoud van de zuidelijk gelegen Zwethzone door het wegontwerp te optimaliseren middels andere bochtstralen, steilere taluds en het maken van een combinatie wal-scherm in plaats van volledige grondwallen.
Deze ontwerpoptimalisaties voorzien niet in een andere verkeerskundige werking van de reeds eerder ontworpen en middels Wnb vergunde situatie, en daarmee dus ook niet tot een andere stikstofbijdrage op Natura-2000 gebieden. Natuur Netwerk Nederland Wanneer er sprake is van directe aantasting van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), dient dit gecompenseerd te worden. Dit is alleen het geval wanneer er een NNN-gebied binnen het plangebied gelegen is. Dit is niet het geval. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het project kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het projectgebied heeft geen effect op de directe omgeving van het projectgebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het project niet in de weg. Weidevogelgebieden De provincie Zuid-Holland hanteert aanvullende beschermde weidevogelgebieden. Gezien het reeds verstoorde karakter, de afstand tot nabijgelegen weidevogelgebieden en de omvang van het projectgebied zijn effecten uitgesloten. Conclusie Op basis van de uitgevoerde natuurtoets kan geconcludeerd worden dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
6.8
Archeologie en cultuurhistorie Wettelijk kader Verdrag van Malta en Wet op de Archeologische Monumentenzorg Het Verdrag van Malta is er op gericht het bodemarchief beter te beschermen. Het bodemarchief bestaat uit alle archeologische waarden die zich in de bodem bevinden. Deze archeologische waarden dienen op een integrale wijze beschermd te worden, waarbij de volgende drie principes gelden:
Blad 59 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
1.
2. 3.
antea'group
Tijdig rekening houden met eventuele aanwezigheid van archeologische waarden: Het is belangrijk dat bij de ruimtelijke inrichting van een gebied tijdig rekening gehouden wordt met mogelijk aanwezige archeologische resten. Daarom dient voorafgaand aan een nieuwe ontwikkeling onderzoek plaats te vinden naar archeologische waarden in de bodem van het plangebied. Hierdoor kunnen tijdig archeologievriendelijke alternatieven gezocht worden en wordt tevens een stukje onzekerheid tijdens de bouw van de ontwikkelingen weggenomen, doordat vooraf duidelijk is of er al dan niet archeologische resten in bodem te verwachten zijn. Behoud in situ: Er wordt naar gestreefd archeologische waarden in de bodem te bewaren (behoud in situ). In de bodem blijven de resten immers goed geconserveerd. Verstoorder betaalt: Degene die verantwoordelijk is voor het verstoren van de grond dient te betalen voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarden, wanneer behoud in situ niet mogelijk is.
Dit verdrag is in 2007 vertaald naar de Nederlandse situatie middels de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz). Onder deze wet, een wijzigingswet die onder andere de Monumentenwet 1998 heeft gewijzigd, zijn de gemeenten de bevoegde overheid inzake archeologie geworden. Zij dienen het aspect archeologie onder meer te borgen in nieuwe bestemmingsplannen. Aangezien de gemeenten de bevoegde overheid zijn voor archeologie beschrijft onderstaande paragraaf per gemeente de conclusies van het verkennend onderzoek. Sinds 1 juli 2016 is de voorgaande wetgeving vervangen door de Erfgoedwet 2016. Anders dan enkele artikel-wijzigingen sluit de nieuwe wetgeving aan op het hiervoor geschetste beeld. Onderzoek In bijlage 8 bij deze ruimtelijke onderbouwing is het archeologisch onderzoek bijgevoegd. De resultaten en conclusies van het onderzoek worden hieronder samengevat. Huidige situatie en referentiesituatie Archeologie Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op het grondgebied van twee gemeentes, wordt de huidigeen referentiesituatie afzonderlijk beschreven. Gemeente Westland Op de beleidskaart van de gemeente Westland (figuur 6.9) is het plangebied gelegen in verwachtingszone IV. Hiervoor gelden geen archeologische voorwaarden vanwege de zeer lage archeologische verwachting. Het gebied waarin het plangebied is gelegen was namelijk een droogmakerij.
De oorspronkelijk aanwezige afzettingen van het Hollandveen Laagpakket zijn afgegraven. Eventuele vindplaatsen die zich in en op dit veen bevonden zijn daardoor verdwenen. Er worden soms nog wel toevalvondsten gedaan. Dit vondstmateriaal is echter secundair terecht gekomen op de kleiafzettingen onder het veen en zijn dus contextloos. Daarom is het niet zinvol om hier een archeologisch onderzoek uit te voeren. De meldingsplicht van eventuele toevalsvondsten die tijdens de werkzaamheden worden gedaan blijft echter wel van kracht.
Blad 60 va 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Legenda Rijksmonument monumentenvergunning via RCE ĽJ Bekende archeologische vindplaats: vrijstelling tot 0 m2 4 30 cm -mv
| Histonsche stads- of dorpskern: vnjstellmg tot 50 m2 Å 30 cm -mv Verwachtingszone I: vrijstelling tot 100 m2 ft 50 cm -mv Verwachtingszone II: vrijstelling tot 250 m2 Ä 50 cm -mv Verwachtingszone III: vrijstelling tot 500 m2 ĥ 50 cm -mv l
l Verwachtingszone IV: geen voorwaarden
Figuur 6.9: Uitsnede beleidskaart Archeologie gemeente Westland. Projectgebied is ter plaatse van de rode cirkel Uit kaartmateriaal (figuur 6.10) blijkt dat in de Zwethzone twee molens hebben gestaan, namelijk de Oud Wateringer Velt-Molen en de Nieuw Wateringer Velt-Molen. Van deze molens kunnen resten worden aangetroffen langs de Zweth. 4T ,A « i VJL* vv ^ •C
tX 4)l// jt
NV' r
.
\\\ fit \
-100
.
’
6081-
'800
Figuur 6.10: Het plangebied op de kaart van Kruikius uit 1712 (bron: tudelft.nl). In groen de locatie van de oude (links) en nieuwe (rechts) Wateringer Velt-Molen. Op ander kaartmateriaal is ook bebouwing weergegeven ter hoogte van de tunnelbak en in het uiterste zuidwesten van het plangebied (figuur 6.11). Het gaat om drie huizen en erven van veenbazen.
Blad 61 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Figuur 6.11: De locatie van het plangebied (rode lijnen) op de kadastrale minuut uit 1832 (bron: hisgis.nl/kaartviewer/zuid-holland). Hierop is bebouwing te zien die op de originele kaarten minder goed zichtbaar is (rood omcirkeld). Gemeente Midden-Delfland De beleidskaart van de gemeente Midden-Delfland (figuur 6.12) is gebaseerd op 5 periode specifieke verwachtingskaarten. Voor de periode vanaf de vroege prehistorie tot en met het begin van de late middeleeuwen geldt voor het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland een lage archeologische verwachting. Voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt voor dat gedeelte een middelhoge archeologische verwachting. Op de beleidskaart is de hoogste verwachting overgenomen en geldt er dus een middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland. Hierbij geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte van 100 m2 of meer die de bodem dieper dan 40 cm beneden maaiveld zullen verstoren.
Blad 62 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Legenda U
Bekende archeologische vindplaats
Hl Beschermd monument van zeer hoge waarde AMK-terrein van zeer hoge waarde
10664
AMK-terrcn van hoge waarde Beleidsadvi eskaart
■i Hoge verwachting: geen vrijstelling Hoge verwachting: maximale verstonngsoppervlakte SO m1 Maximale verstoiingsdiepteO.40 m -MV Middelhoge verwachting: maximale verstoringsoppervlakte: I( Maximale verstoringsdiepteO.40 m -MV Middelhoge verwachting: bi| geplande verstoringen boven 20( archeologisch veldonderzoek middels proefsleuven
4148409
Lage verwachting: maximale verstormgsoppervlakte: 200 m* Maximale verstormgsdiepie.0.40 m -MV
Figuur 6.12: Uitsnede beleidsadvieskaart gemeente Midden-Delfland. Plangebied is ter plaatse van de rode cirkel Voor de Zwethstrook, het stuk land dat gelegen is tussen de Zweth en de N211 in, geldt dat er daar vanaf 1760 veen is afgegraven. De kans dat er nog archeologische vindplaatsen binnen dat gebied aanwezig zijn, wordt daarom niet aanwezig geacht. Cultuurhistorie Rond de N211 zijn enkele cultuurhistorische elementen aanwezig. Deze worden kort beschreven. Molenbiotoop Het plangebied overlapt met een molenbiotoop (figuur 6.13). De molen zelf staat in de gemeente Rijswijk. De molenbiotoop strekt tot in de gemeente Westland en de gemeente Midden-Delfland. De molenbiotoop heeft op basis van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening een beschermde status vanwege de zeer hoge cultuurhistorische waarde.
Essellanden
Figuur 6.13: Molenbiotoop, Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid-Holland
Blad 63 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Binnen de molenbiotoop gelden regels voor het oprichten van nieuwe bebouwing en beplanting. Het plangebied ligt op circa 270 meter afstand van de molen en heeft daarom te maken met de volgende hoogtebeperking voor bebouwing en beplanting: "De maximale hoogte van bebouwing en beplanting mag niet meer dan ï/SOste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek." De bebouwing ter plaatse van het plangebied mag daarom niet hoger zijn dan 9 meter. De huidige weg ligt momenteel op 2,8 meter boven NAP (hoogste punt). Gemeente Westland De cultuurhistorische waarden in de gemeente Westland zijn opgenomen in de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Zuid-Holland. De gemeente Westland heeft haar gemeentelijke monumenten opgenomen in het Monumentenregister Westland. Nabij het plangebied, op grond van de gemeente Westland zijn geen beschermde cultuurhistorisch- of landschappelijke waarden of kenmerken aanwezig. Er is wel sprake van een gemeentelijk monument in de directe omgeving van het plangebied, manege Zwethkade Noord (figuur 6.14).
sX aŭ
Figuur 6.14: Cultuurhistorisch erfgoed gemeente Westland Gemeente Midden-Delfland De cultuurhistorische waarden en kenmerken van de gemeente Midden-Delfland zijn eveneens opgenomen op de Cultuurhistorische atlas van de provincie Zuid-Holland. Het plangebied maakt deel uit van de Harnaschpolder, een gebied dat bestaat uit veen dat gedeeltelijk is afgedekt met een laagje klei. Op figuur 6.15 is een uitsnede van de Cultuurhistorische Atlas weergegeven. Hierop is te zien dat er drie lijnen zijn aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. De twee buitenste lijnen betreffen poldergrenzen (Zwethkade Zuid en Noord). De middelste lijn betreft de watergang de Zweth. De Zweth is aangewezen als hoofdwetering. De beeldkwaliteit van de historische waterverbinding en haar omgeving (Zwethzone) is gedeeltelijk reeds verstoord, door de aanwezigheid van de bestaande N211, Rijksweg A4 en diverse bedrijven.
Blad 64 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
— Zeer hoge waarce — Hoge waarde Redelijk hoge waarde
Figuur 6.15: Cultuurhistorische waarden, Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid-Holland Conclusie Archeologie Geconcludeerd kan worden dat het grootste gedeelte van het plangebied dat is gelegen in de gemeente Westland (het plangebied ten noorden van de Zweth) vrijgesteld is van archeologisch onderzoek en dat er dus ook geen vervolgonderzoek hoeft plaats te vinden. Alleen daar waar de verstoringen dieper dan 4 meter onder het maaiveld reiken (ter plaatse van de onderdoorgang), en op de twee molenlocaties, worden eventueel aanwezige archeologische waarden wel bedreigd. Uit het rapport volgt het (selectie)advies om voor de beide molenlocaties en ter hoogte van de bekende historische bebouwing aan de zuidwestkant twee of drie verkennende boringen uit te voeren om de mate van intactheid van de bodem en eventuele aanwezige archeologische lagen te bepalen. Omdat het ter hoogte van de beoogde onderdoorgang niet mogelijk is te boren tot de geplande verstoringsdiepte, wordt geadviseerd voor deze locatie archeologische begeleiding uit te voeren. Het gedeelte van het plangebied binnen de gemeente Midden-Delfland (het plangebied ten zuiden van de Zweth) kent een middelhoge archeologische verwachting, maar een archeologisch booronderzoek uit 2012 heeft uitgewezen dat de bodem ter hoogte van het plangebied minimaal tot 200 cm -mv is verstoord.
De geplande werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de N211 zullen niet dieper reiken dan dat. Voor dit gedeelte van het plangebied is daarom geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Cultuurhistorie Op de locatie waar de molenbiotoop het plangebied overlapt wordt voldaan aan de hoogtebeperkingen. De aanpassingen van de N211 leiden niet tot aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Er worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan aan de cultuurhistorisch waardevolle lijn de Zweth en de waardevolle poldergrenzen.
Blad 65 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Tot slot geldt dat de monumentale manage Zwethkade Noord niet wordt aangetast. Doordat er geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische waarden is er geen sprake van een belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
6.9
Niet gesprongen explosieven Wettelijk kader Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben er binnen het projectgebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Om de reconstructie van de N211 mogelijk te maken, moeten er diverse grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) te worden uitgevoerd. Onderzoek Om inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven is er door BeoBOM in 2016 een vooronderzoek conventionele explosieven uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 10 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Onderstaand wordt ingegaan op de resultaten. Op basis van de onderzochte literatuur- en archiefgegevens, zijn er verschillende feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze aanwijzingen is binnen het projectgebied een gebied afgebakend waar mogelijk CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers kunnen worden aangetroffen. De locatie is onderdeel geweest van Duitse wapenopstellingen en loopgraven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op onderstaande figuur is het verdachte gebied aangeduid.
Blad 66 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
,
antea'group
v'
mĝW' : W/'/át
jp
'"nsąi
, 4 Figuur 6.16: verdacht gebied achtergelaten CE.
\
\
\ jr
Indien er bodemmerende werkzaamheden op deze locatie plaatsvinden, dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden naar dit opsporingsgebied. Dit is niet het geval. De bodem wordt als gevolg van de reconstructie van de N211 niet verstoord op deze locatie. Er is derhalve geen noodzaak tot nader onderzoek. Conclusie Op basis van het door BeoBOM uitgevoerde vooronderzoek is er één opsporingslocatie aanwezig in het plangebied. De bodem op deze locatie wordt niet verstoord als gevolg van de reconstructie van de N211. Derhalve is er geen sprake van een belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
6.10
Milieueffectrapportage Wettelijk kader Bij veel projecten is het verplicht om aandacht te besteden aan m.e.r. Dit kan variëren van kleine projecten (enkele woningen) tot de grootste projecten (een nieuwe snelweg). Het meest bekend is de m.e.r.-procedure met een Milieueffectrapport (MER). Hierin worden alternatieven met elkaar vergeleken. Voor 'kleinere' projecten is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. Dit is een notitie waarin gekeken moet worden of een project leidt tot mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen.
Blad 67 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Tussen een MER en een vormvrije m.e.r.-beoordeling in zit een m.e.r.-beoordeling. Ook hier moet de vraag: 'zijn er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen?' beantwoord worden. Het is hierbij niet verplicht om alternatieven te onderzoeken. Het verschil met een vormvrije m.e.r.beoordeling zit met name in de uitgebreidheid van onderzoek. In het Besluit m.e.r. staan alle projecten waarbij aandacht voor m.e.r. moet zijn. Het Besluit m.e.r. bestaat twee onderdelen: bijlage C en bijlage D. In bijlage C van het Besluit m.e.r. zijn de activiteiten opgenomen waarbij de verplichting geldt om een milieueffectrapport op te stellen (m.e.r.-plicht). In bijlage D zijn de activiteiten en gevallen opgenomen waarbij een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Wanneer het gaat om een besluit moet het bevoegd gezag beoordelen of de betreffende activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Wanneer het gaat om een 'plan' als bedoeld in kolom 3 'plannen' geldt een directe verplichting tot het opstellen van een planMER. Wanneer activiteiten onder de (indicatieve) drempelwaarde van onderdeel D liggen, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Deze werking van het Besluit m.e.r. is vereenvoudigd weergegeven in figuur 6.17.
m.e.r.-plicht m.e.r.-beoordeling (bij besluiten uit kolom 4)
drempelwaarde C-lijst
of
plan-m.e.r. (bij plannen uit kolom 3)
drempelwaarde D-lijst
vormvrije m.e.r.-beoordeling Figuur 6.17: Schematische weergave werking Besluit m.e.r. De N211 is een autoweg. De aanpassing van een autoweg staat in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het plan voor de N211 is korter dan vijf kilometer. Formeel betekent dit dat er geen m.e.r.beoordeling, maar een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden. Vanwege eerdergenoemde redenen is toch gekozen voor een m.e.r.-beoordelingsprocedure. Nr. D 1.1
Activiteit
Drempelwaarde
De wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer.
Onderzoek De N211 ligt in een gebied met veel stedelijke voorzieningen. Om het gebied ook in de toekomst bereikbaar te houden voert de overheid in de regio Haaglanden meerdere projecten uit om de infrastructuur te verbeteren. Toename van de stedelijke druk in een gebied kan ten koste gaan van ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving. Om niet alleen te toetsen aan de wettelijke normen, maar juist ook te kijken naar maatregelen die de ruimtelijke kwaliteit en een gezonde leefomgeving kunnen optimaliseren, is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd op basis van de criteria uit bijlage III Europese richtlijn (zie bijlage 9).
Blad 68 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Conclusies m.e.r.-beoordeling De provincie Zuid-Holland is voornemens de provinciale weg N211 (Wippolderlaan) te reconstrueren. De N211 (Wippolderlaan) is op het moment één van de drukste provinciale wegen van Nederland. Zowel in de ochtend- als in de avondspits staat op deze weg regelmatig file. Door de groei van het verkeer in de regio neemt het aantal files toe. Door de reconstructie wordt de doorstroming van het verkeer verbeterd en kan de toenemende groei van verkeer worden verwerkt. De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de criteria uit bijlage III Europese richtlijn. Daarbij zijn enkel de voor het project relevante criteria beschouwd. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat met de in deze rapportage benoemde mitigerende maatregelen (o.a m.b.t. ecologie, water en geluid) er geen belangrijk nadelige milieugevolgen optreden. Er is dan ook geen aanleiding om een milieueffectrapport op te stellen voor deze ontwikkeling.
Blad 69 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
7
antea'group
Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling toegelicht.
7.1
Economische uitvoerbaarheid Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 14 oktober 2015 door middel van een uitvoeringsbesluit besloten om een investeringskrediet beschikbaar te stellen van C 42,25 mln. voor de capaciteitsvergroting N211 Wippolderlaan. Als gevolg van de ontwerpwijzigingen die, naar aanleiding van het burgerinitiatief, zijn gedaan, is het investeringskrediet verhoogd. Het totale projectbudget is in december 2018 door de Provinciale Staten van Zuid-Holland vastgesteld op C71,24 mln. Hierbij hebben Provinciale Staten amendement 654 (participatie) aangenomen. Vanuit de participatie zijn een aantal extra maatregelen (inpassing weg, inrichting Zwethzone en optimalisatie licht- en geluidsmaatregelen) uitgewerkt om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Om deze maatregelen te kunnen realiseren is bij het Kaderbesluit bereikbaarheid 2021 door Provinciale Staten van Zuid-Holland C 2,6 mln. toegevoegd aan het totale projectbudget. Eveneens vindt financiële bijdrage plaats door de gemeente Westland en MiddenDelfland. De kosten voor de uitvoering van het project zijn vanuit deze reserveringen gedekt. In de kostenraming is onder meer rekening gehouden met de aanleg van de weg inclusief alle bijbehorende voorzieningen, verwerving van gronden en mogelijke planschade. Met dit project worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die exploitatieplanplichtig zijn.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Een uitvoerig participatietraject ligt ten grondslag aan de voorgenomen ontwikkeling. Een beschrijving van dit traject is opgenomen in hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Vooroverleg Conform artikel 3.1.1. Bro is de ruimtelijke onderbouwing gedeeld met de vooroverlegpartners voor reactie. Een vijftal vooroverlegpartners heeft gereageerd, te weten het Hoogheemraadschap van Delfland, TenneT, Veiligheidsregio Haaglanden, Gemeente Den Haag en Provincie Zuid-Holland. De reacties van het Hoogheemraadschap van Delfland en Gemeente Den Haag gaven aanleiding inhoudelijke te reageren. De beantwoording van deze reacties is opgenomen in de Nota van Vooroverleg (bijlage 11). Ruimtelijke procedure Ten behoeve van de Wabo-procedure zal het ontwerpbesluit met ruimtelijke onderbouwing voor de activiteiten afwijken van het bestemmingsplan, bouwen en aanleg gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegd worden.
Blad 70 va 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 1: Landschapsplan
Blad 71 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 2: Akoestisch onderzoek
Blad 72 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 3: Luchtkwaliteitsonderzoek
Blad 73 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 4: Toelichting op de watertoets
Blad 74 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 5: Waterhuishoudkundig plan
Blad 75 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 6: Bodemrapport
Blad 76 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 7: Natuurtoets
Blad 77 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 8: Archeologisch bureauonderzoek
Blad 78 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 9: M.e.r.-beoordeling
Blad 79 van 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 10: Vooronderzoek conventionele explosieven
Blad 80 va 81
Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland
antea'group
Bijlage 11: Nota van Vooroverleg
Blad 81 van 81
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.
Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM E. jan.verhoeven@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.