CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing_excl__bijlagen_pdf (21-0169127)

Commissie Ruimte en Wonen 22 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningaanvraag 'Zwetkade Noord nabij 1 te Wateringen' (reconstructie N211).24.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Blad 29 vai 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

ļ

antea'group

Regionale waterkering klasse V Regionale waterkering klasse III

Figuur 5.5: Uitsnede kaartlaag "Regionale waterkering"

Bescherming molenbiotoop Een gedeelte van de N211 valt binnen de molenbiotoop van de Schaapweimolen (zie figuur 5.6). Binnen de molenbiotoop gelden beperkingen voor de bouwhoogten van nieuwe ontwikkelingen. De N211 bevindt zich op de grens van de biotoop, waardoor de beperking voor de bouwhoogte ruim honderd meter bedraagt (1/30 van de afstand tot de molen). De molenbiotoop vormt hierdoor geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling.

ļ Molenbiotoop Figuur 5.6: Uitsnede kaartlaag "Cultureel erfgoed"

Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur 2019-2048 In het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur 2019-2048 zijn alle infrastructurele projecten opgenomen. Het dient als (financieel) planningsinstrument voor de provincie Zuid-Holland. De

Blad 30 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

N211 is hierin opgenomen als project dat in de voorbereidende fase zit. Dit document geeft verder geen regels of richtlijnen voor de benoemde projecten en vormt daardoor geen belemmering voor dit plan.

5.3

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Westland 2025 Op 17 december 2013 heeft de gemeente Westland de Structuurvisie Westland 2025 vastgesteld. In de visie worden namelijk de ruimtelijk gewenste ontwikkelingen tot 2025 aangeven op hoofdlijnen, met een doorkijk naar 2040. De gemeente zet met deze visie in op de versterking van de Greenport en wil een vooraanstaande glastuinbouwcluster zijn, waarin mensen goed kunnen wonen, werken en recreëren. Bereikbaarheid is daarbij een van de grote uitdagingen voor de gemeente Westland. Naast een goede bereikbaarheid zet de gemeente ook in op een efficiënt en duurzaam ruimtegebruik. De structuurvisie bestaat uit verschillende onderdelen. In de visie voor 2025 is het hoofdstuk 'Bereikbaar Westland' opgenomen. Naast een goede aansluiting op het Rijkswegennet is verbetering van de Westlandse hoofdstructuur noodzakelijk. Westland zet in op het verbeteren van de doorstroming op de vlinderstructuur. Op de structuurvisiekaart is de vlinderstructuur (figuur 5.7) duidelijk te onderscheiden, waarbij twee prominente assen te onderscheiden zijn. Dat zijn de veilingroute (verlengd) en de centrale as (N213 en deel N211).

Figuur 5.7: Hoofdstructuur wegen gemeente Westland (Vlinderstructuur): Veilingroute, N213 en N211.

De N211 is hierin aangeduid als centrale as voor de ontsluiting van de gemeente. Op onderstaande afbeelding is te zien dat er een verwacht capaciteitstekort is op deze weg. De verkenning voor de mogelijke verbreding van de weg is dan ook opgenomen in de

Blad 31 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

ontwikkelagenda. In de visie is ook te lezen dat er voor de komende jaren een verkeerstoename van meer dan 10% verwacht wordt. De uitbreiding van de N211 past binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie. LEGENDA modeljaar 2030 GE met MIRT en BBT —capaciteitstekort ochtendspits —capaciteitstekort avondspits ţ zwaar belast kruispunt 75 t/m 85 procent ţ oververzadigd kruispunt 86 procent en hoger

Figuur 5.8: Verwachte capaciteitstekorten infrastructuur gemeente Westland

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de hierin opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel aan herziening toe. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de mobiliteitsvisie: ^ Logistieke bereikbaarheid; ^ De auto minder dominant; • Volwaardige alternatieven voor de auto; • Westland verkeersveilig; • Duurzaam Westland. Structuurvisie Midden-Delfland 2025 Op 5 juli 2011 is door de gemeente Midden-Delfland de structuurvisie voor de gehele gemeente vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente de gewenste toekomst in een juridisch kader

Blad 32 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

vastleggen. Daarnaast is de visie een toetsingskader voor de ontwikkelingen -en een opmaat voor de bestemmingsplannen- van de drie dorpen. Hiervoor zijn drie hoofddoelen geformuleerd: ^ ^

^

de structuurvisie vormt de basis en het kader voor een visie op de toekomst en het daaraan gekoppelde (ruimtelijk) beleid; de structuurvisie leidt tot een actief vereveningbeleid en een proactieve houding ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen en dient als onderlegger voor de benutting van de mogelijkheden van de nieuwe Wro (grexwet); de structuurvisie vormt een kapstok en toetsingskader voor concrete plannen.

De structuurvisie is opgebouwd uit drie voorgaande beleidsdocumenten. De Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025, Landschapontwikkelingsperspectief (LOP) 2025 en Behoud Door Ontwikkeling, waarin de visie voor de dorpen van Midden-Delfland opgenomen is. In de structuurvisie is aangegeven dat de gemeente, door de ligging aan meerdere rijkswegen, goed bereikbaar is. Wel is aangegeven dat er hinder ondervonden wordt van sluipverkeer. De aansluiting op de A4 ligt op het bedrijventerrein HarnaschPolder, behorend bij de kern Den Hoorn. De N211 is een van de ontsluitingswegen van de kern Den Hoorn. Het onderhavig plan heeft voor de gemeente Midden-Delfland met name invloed op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. In de structuurvisie wordt een goede bereikbaarheid genoemd als een van de belangrijkste kenmerken van de gemeente. Het plan draagt bij aan een betere ontsluiting van de kern Den Hoorn. De structuurvisie vormt hierdoor geen belemmeringen voor dit plan. Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein Harnaschpolder De aansluiting van de N211 op de A4 is gelegen op het bedrijventerrein Harnaschpolder. Voor dit gebied is op 2 oktober 2014 het Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein HarnaschPolder opgesteld. Hierin worden kwaliteitseisen en randvoorwaarden gesteld voor de inrichting van zowel het openbare gebied als de bedrijfskavels.

Voor de verkeersstructuur wordt gestreefd naar goede ontsluiting van het gebied naar zowel Delft als Den Haag. De N211 wordt daarbij gezien als belangrijkste ontsluitingsroute richting Den Haag. Verbreding van de weg draagt daarom bij aan een verbeterde verkeersstructuur. Midden-Delfland, Landschapsontwikkelingsperspectief 2025 Het Landschapsontwikkelingsperspectief (hierna: LOP) is een concretisering van één van de zeven thema's uit de gebiedsvisie Midden-Delfland 2025 (2005). Het LOP brengt de kwaliteiten van het huidige landschap in kaart en laat zien waar de gemeente deze in stand wil houden of wil versterken. De kwaliteit van het landschap en de relatie met de stad zijn de pijlers van het LOP. Eén van de kernpunten van het LOP is het in stand houden en versterken van groene lopers, poorten en entrees. Het gebied ter hoogte van de Zwethzone is op de kaart aangeduid als 'poort'. Dit zijn overgangen van stad en land die goed ontsloten zijn en voorzien in gebiedsinformatie en herkenbare routes naar het landelijke gebied. De verbreding van de N211 draagt bij aan de bereikbaarheid van het landelijk gebied. Bij het ontwerp van de weg wordt aandacht besteed aan de groene inpassing en de kwaliteit van de Zwethzone als groene loper.

Blad 33 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

6

Milieuaspecten

6.1

Bedrijven en milieuzonering

antea'group

Wettelijk kader Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze milieuzonering dient aldus twee doelen: ^ ^

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen.

Onderzoek Huidige situatie en referentiesituatie In het plangebied is sprake van een verkooppunt voor motorbrandstoffen met LPG-verkoop en een wegrestaurant met drive-in. Een verkooppunt voor motorbrandstoffen (zonder LPG) heeft een richtafstand van 30 meter tot milieugevoelige functies zoals woningen. Een verkooppunt voor motorbrandstoffen (met LPG en doorzet groter dan 1.000m3) heeft een richtafstand van 50 meter. Een horecagelegenheid zoals het wegrestaurant met drive-in heeft een richtafstand van 10 meter. Effecten Met de reconstructie van de N21VWippolderlaan wordt het verkooppunt voor motorbrandstoffen en de andere gevestigde functies opgeheven. Alle functies waarvoor in de huidige situatie een richtafstand geldt, vervallen hiermee. Conclusie Er is vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen sprake van een belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

6.2

Geluid Wettelijk kader Wet geluidhinder - geluidstoename en onderzoek maatregelen Bij aanpassingen aan een bestaande weg is onderzoek nodig naar de geluidseffecten. Uit het onderzoek moet blijken of op woningen of andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone van de weg (zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder) sprake is van een geluidstoename van 2 dB of meer. Hierbij wordt de huidige situatie (1 jaar voor openstelling van de weg) zonder wegverbreding vergeleken met de toekomstige situatie (10 jaar na openstelling van de weg) inclusief wegverbreding. Bij een toename van 2 dB of meer moet worden onderzocht welke geluidreducerende maatregelen voldoende effectief zijn. Er dient daarbij te worden gestreefd naar een geluidsniveau dat minder dan 5 dB toename is. Uiteraard wordt gestreefd naar een zo gering mogelijke toename of zelfs afname ten opzichte van de huidige geluidbelasting.

Blad 34 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Doelmatigheidscriterium Het doelmatigheidscriterium is een, door Rijkswaterstaat uitgegeven, methode om te bepalen waar geluidreducerende maatregelen rond een geluidbron worden genomen als er sprake is van te hoge geluidbelastingen (Voor een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is toepassing van het doelmatigheidscriterium niet wettelijk voorgeschreven, maar wel een bruikbaar instrument om de afweging van maatregelen op een transparante en gestructureerde wijze te kunnen doen). Hierbij wordt gekeken naar maatregelen aan de bron (zoals stil asfalt), maatregelen in de overdracht (zoals schermen) of maatregelen bij de ontvanger (zoals gevelisolatie). Deze afweging is nodig om te voorkomen dat hoge kosten voor een geluidreducerende maatregel (zoals een hoog geluidscherm) worden gemaakt om slechts enkele woningen af te schermen. In zulke gevallen kan het dan goedkoper en beter zijn om de woningen zelf te isoleren. Het doelmatigheidscriterium is bedoeld om een objectieve en controleerbare afweging te maken. Hogere waarden Als blijkt dat het niet haalbaar is om de geluidstoename volledig weg te nemen, dan is het onder voorwaarden mogelijk om hogere geluidsniveaus toe te staan. Hiervoor is een zogenoemde "procedure vaststelling hogere waarden" nodig.

Een hogere waarde kan alleen worden vastgesteld als de wegbeheerder middelen beschikbaar stelt om, daar waar nodig, de geluidisolatie van woningen te verbeteren. Voor alle woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld wordt onderzocht of het geluidsniveau in de woning niet hoger is dan 33 dB. Als het geluidsniveau hoger is dan 33 dB dan worden geluidsisolerende maatregelen aan de woning aangeboden. Onderzoek Er is in 2021 door Antea Group een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de resultaten blijkt dat vanwege de wijziging aan de N211 Wippolderlaan een toename in geluidbelasting van 2 dB of meer wordt berekend bij 177 woningen. Voor deze woningen is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Bij 35 van deze 177 woningen bedraagt de toename echter meer dan de 'maximaal toegestane toename' van 5 dB. Vanwege de wijziging aan de N222 Veilingroute - Wateringveldseweg wordt een toename in geluidbelasting van 2 dB of meer berekend bij 3 woningen. De toename bedraagt niet meer dan de 'maximaal toegestane toename' van 5 dB. Uit de resultaten volgt dat voor de wijzigingen aan de Wateringveldseweg en de Laan van Wateringse Veld geen reconstructie effect ter plaatse van woningen optreedt.

Maatregelen Gelet op de overschrijding van de grenswaarden vanwege de N211 en de N222 is onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk en noodzakelijk zijn. Het Kader Doelmatigheidscriterium Geluidmaatregelen (DMC) is hierbij als leidraad gehanteerd. Op basis van wensen vanuit burgerparticipatie en de m.e.r.-beoordeling zijn de maatregelen geoptimaliseerd. Hierbij is tevens gekeken naar een combinatie met mogelijkheden ter vermindering van lichthinder, geluidoverlast, verkeersveiligheidsmaatregelen en de duurzame leefbaarheid van de Zwethzone. Hier is een set aan maatregelen uit gekomen. Deze maatregelen zijn opgenomen in Figuur 6.1.

Blad 35 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

V Legenda Ret t etende (o en amet vanwege de N211

e

3 dB

e

5 dB Bestaande voocnenrg Scherm 2m

Scherm 3m Wal 1m Wal oplopend i-2m Wal2m Wegdek verharding Referent»* egde*

Figuur 6.1: toename geluidbelasting N211 en te treffen maatregelen

Zoals weergegeven op Figuur 6.1 worden er zowel bronmaatregelen (aanpassingen aan het wegdek) als afschermde maatregelen (geluidschermen en geluidswallen) gerealiseerd. Ter plaatse van de groene arcering in de figuur, wordt het wegdek vervangen voor dunne deklagen B. Er worden geluidschermen gerealiseerd met een hoogte van 1 t/m 3 meter. De geluidwallen hebben een hoogte tussen de 2 en 4 meter. Op de figuur is met verschillende kleuren aangegeven op welke locaties, en in welke hoogtemaat, de geluidafschermende voorzieningen geplaatst worden. In het akoestisch onderzoek dat is bijgevoegd als bijlage 2 is een opsomming van het maatregelenpakket opgenomen. Hogere grenswaarden Ondanks dat er diverse maatregelen getroffen worden, kan er voor 28 woningen niet aan de toetswaarde worden voldaan. Tevens is voor 1 woning nog sprake van een overschrijding van de toetswaarde vanwege de N222. De woningen die het betreft zijn in figuur 6.1 aangegeven met een gele oranje, rode of paarse stip. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland dienen voor deze woningen een hogere waarde vast te stellen (inclusief correctie ex artikel 110g Wgh). In onderstaande tabellen 6.1.1 en 6.1.2 is een overzicht van deze woningen en de vast te stellen hogere waarde vanwege de N211 en N222 opgenomen.

Blad 36 vai 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Tabel 6.1.1 Aan te vragen hogere grenswaarden vanwege de N211 Adres

Plaats

Hogere waarde (inclusief aftrek ex art 110g Wgh)

Gecumuleerde geluidbelasting waarneempunt hogere waarde (exclusief aftrek ex art 110g Wgh)

Hoogste gecumuleerde geluidbelasting op adres (exclusief aftrek ex art 110g Wgh)

Lotsweg 10

Den Hoorn

53

60

60

Lotsweg 16

Den Hoorn

53

56/59

59

Lotsweg 8

Den Hoorn

49

55

55

Middenweg 18

Wateringen

50

53

53

Middenzwet 21

Wateringen

58

61

61

Middenzwet 22

Wateringen

49

52

52

Middenzwet 24

Wateringen

57

59

59

Middenzwet 26

Wateringen

51

53

53

Noordhoornseweg 39

Den Hoorn

49

59

62

Noordhoornseweg 42

Den Hoorn

52

58

61

Noordhoornseweg 43

Den Hoorn

53

59

60

Zwetkade Noord 1

Wateringen

56

60

60

Zwetkade Noord 1a

Wateringen

52

57

59

Zwetkade Noord 2

Wateringen

51

54

54

Zwethkade Zuid 1

Den Hoorn

53

59

59

Zwethkade Zuid 2

Den Hoorn

51

56

56

Zwethkade Zuid 3

Den Hoorn

51

56

56

Zwethkade Zuid 3a

Den Hoorn

50

53

54

Zwethkade Zuid 3b

Den Hoorn

50

54

54

Zwethkade Zuid 4

Den Hoorn

50

53

53

Zwethkade Zuid 5

Den Hoorn

50

53

54

Zwethkade Zuid 8

Den Hoorn

49

52

52

Zwethkade Zuid 10

Den Hoorn

50

53

53

Zwethkade Zuid 15

Den Hoorn

50

54

54

Zwethkade Zuid 17

Den Hoorn

49

54

54

Zwethkade Zuid 19

Den Hoorn

49

55

55

Zwethkade Zuid 28a

Den Hoorn

51

58

58

Zwethkade Zuid 46b

Den Hoorn

49

54

54

Blad 37 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Tabel 6.1.2 Aan te vragen hogere grenswaarden vanwege de N222 Adres

Plaats

Zwetkade Noord 6

Wateringen

Hogere waarde (inclusief aftrek ex art 110g Wgh)

Gecumuleerde geluidbelasting waarneempunt hogere waarde (exclusief aftrek ex art 110g Wgh)

Hoogste gecumuleerde geluidbelasting op adres (exclusief aftrek ex art 110g Wgh)

49

53

53

Cumulatie Voor de woningen waar een hogere waarde wordt vastgesteld, is de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Bij het bepalen van de gecumuleerde geluidbelasting is rekening gehouden met de optimalisatie maatregelen. Een wettelijke toets aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde. Wel beschikt men over een Provinciaal toetsingskader voor cumulatie. Hierin is opgenomen dat alleen rekening wordt gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting van een woning wanneer deze 1 tot 6 dB hoger is dan de voor de betrokken weg vast te stellen hogere waarde (stap 1 uit Provinciaal toetsingskader). Voor 28 woningen dient het college van Gedeputeerde Staten een hogere waarde vanwege de N211 vast te stellen, voor 1 woning is een hogere waarde vanwege de N222 benodigd. Voor deze 29 woningen is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Uit de resultaten van de gecumuleerde geluidbelasting blijkt dat bij 9 woningen de gecumuleerde geluidbelasting maximaal 1 dB hoger is dan de vast te stellen hogere grenswaarde (exclusief aftrek). Uit het toetsingskader volgt dat hier om deze reden niet van een gecumuleerd effect kan worden gesproken. Tevens blijkt dat bij 2 woningen de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 6 dB hoger is dan de aan te vragen hogere waarde (exclusief aftrek). Dit is het geval voor de woningen aan de Noordhoornseweg 39 en 42.

De gecumuleerde geluidbelasting wordt op deze woningen vrijwel geheel door de Rijksweg A4 bepaald en niet door de N211 waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld, waarmee de gecumuleerde geluidbelasting op deze woning aan het toetsingskader voldoet. Stap 2 geeft aan dat het geen soelaas biedt om naar maatregelen te kijken wanneer de gecumuleerde geluidbelasting van een woning meer dan 4 dB hoger ligt dan de vast te stellen hogere waarde. Dit is het geval bij 3 van de 18 resterende woningen. Voor de overige 15 woningen is verder gegaan naar stap 3, waarin wordt aangegeven dat een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB (excl aftrek ex artikel 110g Wgh) aanvaardbaar wordt geacht. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting bij de resterende 15 woningen ten hoogste 60 dB bedraagt. Hiermee is aangetoond dat voor alle woningen waarvoor een hogere waarde wordt aangevraagd, de gecumuleerde geluidbelasting op basis van stap 1 tot en met 3 van het Provinciaal toetsingskader als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Geluidwering van de gevel Voor de woningen waarvoor Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland een hogere waarde vaststelt, dient met behulp van een gevelgeluidweringsonderzoek te worden onderzocht of deze woningen aan de wettelijke geluidgrenswaarde voor het binnenniveau kunnen voldoen.

Blad 38 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit de Wet geluidhinder voor bestaande woningen en het Bouwbesluit voor nieuw te bouwen woningen. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn dat het resulterende geluidniveau in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB. Conclusie Als gevolg van de aanpassing van de N211 zijn geluidsreducerende maatregelen nodig om te zorgen voor een aanvaardbare geluidsituatie. Voor 29 woningen is met het maatregelpakket niet aan de toetswaarde voldaan. Voor deze woningen wordt een hogere waarde procedure doorlopen.

6.3

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Voor het thema luchtkwaliteit is een achtergrondrapportage (Antea Group (2020)), Luchtkwaliteitonderzoek N211 Wippolderlaan, d.d. 14 mei 2020) gemaakt. Hierin zijn in detail de uitgangspunten en resultaten weergegeven. Ook de m.e.r.-beoordeling bevat een meer gedetailleerde toelichting. In deze paragraaf is een beknopte beschrijving opgenomen. De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteit langs wegen wordt deels bepaald door het verkeer dat erover rijdt, maar ook door de bijdrage van andere uitstootbronnen zoals industrie, huishoudens en landbouw: de zogenaamde achtergrondconcentraties. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) in Nederland over het algemeen het meest kritisch. Voor deze stoffen is de kans het grootste dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Onderzoek In het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning en de m.e.r.-beoordeling voor de herinrichting van de N211 is een onderzoek uitgevoerd naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uitgerekend langs de wegen in en rond het plangebied. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Uit het onderzoek is gebleken dat er in de toekomstige situatie zowel toe- als afnames van de stoffen stikstofdioxide en fijnstof zullen optreden. Dit heeft te maken met voorgenomen aanpassingen van de N211. In het onderzoek is berekend of de jaargemiddelde concentraties voldoen aan de grenswaarden. Er is gebleken dat aan de grenswaarden van alle stoffen ruimschoots wordt voldaan. In de volgende alinea's zijn de resultaten per luchtverontreinigende stof uiteengezet. Stikstofdioxide (NO2) Uit de resultaten blijkt dat de maximale toename aan NO2 als gevolg van de reconstructie van de N211 2,5 Mg/m3 bedraagt langs de N211 Wippolderlaan. Deze toenames zijn zichtbaar op de locaties langs de N211 waar de wegas in de richting van het getoetste punt verschuift. Er zijn tevens afnames berekend. De hoogste afname NO2 bedraagt 2,9 Mg/m3. Voor deze afname geldt

Blad 39 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

dat deze waarde is berekend langs de N211 waar de wegas in de toekomstige situatie verder van het toetspunt af komt te liggen. In onderstaande tabel zijn de drie hoogste planbijdrages (toenames) van de luchtverontreinigende stof NO2 weergegeven. De grenswaarde die geldt voor deze stof bedraagt 40 ^g/m3. Op alle toetspunten wordt hier ruimschoots aan voldaan. Toetspunt

;

Jaargemiddelde

;

Jaargemiddelde

;

Planbijdrage

;

concentratie [pg/m3] plan 2025

;

concentratie [pg/m3] referentie 2025

;

jaargemiddelde concentratie [pg/m3]

;

2025

19 28 14

i

31,2 26,8

28,7

2,5

24,4

2,4

27

24,8

2,2

Tabel 6.2: berekende jaargemiddelde concentraties NO2

Fijnstof (PM10) Uit de resultaten blijkt dat de maximale toename aan PM10 als gevolg van de reconstructie van de N211 0,6 ^g/m3 bedraagt langs de N211 Wippolderlaan. Deze toenames zijn zichtbaar op de locaties langs de N211 waar de wegas in de richting van het getoetste punt verschuift. Er zijn tevens afnames berekend. De hoogste afname PM10 bedraagt 0,5 ^g/m3. Voor deze afname geldt dat deze waarde is berekend langs de N211 waar de wegas in de toekomstige situatie verder van het toetspunt af komt te liggen. In onderstaande tabel zijn de drie hoogste planbijdrages (toenames) van de luchtverontreinigende stof PM10 weergegeven. De grenswaarde die geldt voor deze stof bedraagt 40 ^g/m3. Op alle toetspunten wordt hier ruimschoots aan voldaan. Toetspunt

Jaargemiddelde

Jaargemiddelde

Planbijdrage

concentratie [pg/m3]

concentratie [pg/m3]

jaargemiddelde

plan 2025

ref 2025

concentratie [pg/m3] 2025

28

18,7

18,1

0,6

14

18,7

18,2

0,5

19

19,4

18,9

0,5

Tabel 6.3: berekende jaargemiddelde concentraties PM10

Fijnstof (PM25) Uit de resultaten blijkt dat de maximale toename aan PM2,5 als gevolg van de reconstructie van de N211 0,2 ^g/m3 bedraagt langs de N211 Wippolderlaan. Deze toenames zijn zichtbaar op de locaties langs de N211 waar de wegas in de richting van het getoetste punt verschuift. Er zijn tevens afnames berekend. De hoogste afname PM2,5 bedraagt eveneens 0,2 ^g/m3. Voor deze afname geldt dat deze waarde is berekend langs de N211 waar de wegas in de toekomstige situatie verder van het toetspunt af komt te liggen. In onderstaande tabel zijn de drie hoogste planbijdrages (toenames) van de luchtverontreinigende stof PM2,5weergegeven. De grenswaarde die geldt voor deze stof bedraagt 25 ^g/m3. Op alle toetspunten wordt hier ruimschoots aan voldaan.

Blad 40 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Jaargemiddelde concentratie [ļig/m j plan 2025

Jaargemiddelde concentratie [pg/m5] referentie 2025

Planbijdrage jaargemiddelde concentratie [ng/m3] 2025

39

10,2

10

0,2

14 28

10,2

10

0,2

10,2

10

0,2

Toetspunt

Tabel 6.4: berekende jaargemiddelde concentraties PM2,5

Conclusie Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle toetspunten wordt voldaan aan de grenswaarden. Hierdoor kan worden gesteld dat op deze locaties de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die hiervoor in Nederland zijn gesteld. Het aspect luchtkwaliteit staat daardoor verdere besluitvorming rondom het project niet in de weg.

6.4

Externe veiligheid Wettelijk kader Het juridisch kader voor externe veiligheid wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het juridisch kader staan de begrippen plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) centraal. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.

Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog Ĵ.% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Blad 41 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

RKkufwi (F)

m

- riskofcton » A.viti

- PR IO^.coiiIoiii

siocinorroi s in»

s PR 10 f contoui

oi iėf it «itieMd «w de «jroepsiīsīcoclirve

- invioe«|ţ(|el)ietl

1*. lefnlitelTijiens

Figuur 6.2: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Verantwoording groepsrisico In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven. Verplichte en onmisbare onderdelen: A B

Ligging GR Lo.v. oriënterende waarde Toename GR t.o.v. nulsituatie Oe mogelijkheden van zelfredzaamheid van de bevolking

C

De mogelijkheden van hulpverlening Nut en noodzaak van de ontwikkeling

D E F

Het tijdsaspect

Figuur 6.3: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

Onderzoek Huidige en referentiesituatie Inrichtingen Er is in de huidige situatie één LPG-tankstation aanwezig langs de N211. Deze is echter niet van invloed op de externe veiligheidssituatie bij de N211. De ligging van het LPG-tankstation heeft geen invloed op het plaatsgebonden risico van de weg, daarnaast worden

Blad 42 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

verkeersdeelnemers/gebruikers van de openbare ruimte niet betrokken worden bij de beschouwing van het groepsrisico. Routes gevaarlijke stoffen Over de N211 worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Dit betreft vooral het vervoer van benzine en diesel. Bij een ongeluk met stoffen behorende tot stofcategorie GF3 (zoals LPG, propaan, LNG) kan de impact tot circa 355 meter vanaf de weg reiken (invloedsgebied Handleiding Risicoanalyse Transport). Het vervoer van gevaarlijkere stoffen, zoals LPG en toxische stoffen, over de N211 bedroeg op basis van telgegevens (2018) 676 GF3-transporten per jaar). Hierdoor is geen 10"7jaar plaatsgebonden risicocontour (hierbinnen mogen geen woningen of andere kwetsbare functies staan) aanwezig. Het groepsrisico van de weg is lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde (op basis van vuistregels Handleiding Risicoanalyse Transport). Ten aanzien van het risiconiveau (plaatsgebonden risico, groepsrisico) is er geen sprake van een verschil tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Ondergrondse leidingen Langs de N211 loopt deels ook een hogedruk aardgasleiding. Effecten Inrichtingen Het bestaande LPG-tankstation langs de N211 wordt bij de reconstructie verwijderd.

Omdat de aanwezigheid van het LPG-tankstation in de huidige situatie reeds geen directe invloed heeft op de externe veiligheidssituatie bij de N211, is dit in de toekomstige situatie ook niet het geval. Routes gevaarlijke stoffen De voorgenomen verandering richt zich op de vergroting van de capaciteit van de N211 en het doorvoeren van een aantal verkeerskundige verbeteringen. Het betreft geen veranderingen waardoor de N211 aantrekkelijk wordt voor meer vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij speelt tevens mee dat in de (ruime) omgeving slechts één ontwikkeling aangegeven kan worden waardoor meer vervoer van gevaarlijke stoffen gegenereerd zou kunnen worden. De capaciteit van het LNGVCNG-tankstation aan de Peuldreef kan op grond van de vergunning verdubbelen, dit kan leiden tot 750 extra transporten GF3 per jaar. Het precieze effect op de transportintensiteit van de N211 is op dit moment echter niet duidelijk (de Peuldreef sluit direct aan op de A4), naar verwachting blijft het groepsrisico van de N211 ook met deze (nog theoretische) toename onder de oriëntatiewaarde. Wel zal ten gevolge van het stopzetten van de verkoop van LPG op deze locatie het vervoer van LPG afnemen. Daarnaast is het LPG-tankstation aan de Machiel Vrijenhoeklaan 100 in Den Haag in 2019 opgeheven (omgevingsvergunning ingetrokken).

Voor de bevoorrading van dit LPGtankstation werd gebruik gemaakt van de N211. Het is daarmee aannemelijk dat het aantal transporten LPG niet toeneemt en in de komende periode zelfs lager wordt dan ten tijde van het bepalen van de meest recente telgegevens (2018). Het groepsrisico van de weg zal daarmee in de toekomstige situatie lager zijn dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde en niet meer dan 10 procent toenemen.

Blad 43 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

De voorgenomen verandering aan de N211 betreft vooral een verbreding van de weg. Dit betekent dat het invloedsgebied, gemeten vanaf het midden van de weg, voor een groter gedeelte over de weg is gelegen. Als gevolg van de ongelijkvloerse kruising met de N222 zal het vervoer van gevaarlijke stoffen van en naar deze provinciale weg wel enigszins verschuiven. De wegas (van deze op- en afritten) komt gedeeltelijk dichter bij de bebouwing te liggen. Gezien de omgeving en de omvang van het vervoer van gevaarlijke stoffen is deze verandering echter nog steeds niet relevant voor het aspect externe veiligheid (de effecten op het risiconiveau van de weg zullen beperkt zijn). In aanloop naar de reconstructie zal, in overleg met de buurgemeenten, moeten worden bepaald hoe het vervoer van gevaarlijke stoffen plaats kan vinden ten tijde van de reconstructie (via omleidingsroutes). Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat op basis van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen de bebouwde kom (zoveel mogelijk) dient te worden vermeden en is verder relevant dat de gemeente Den Haag een routering gevaarlijke stoffen heeft ingesteld (het Haagse deel van de N211 maakt deel uit van de routering gevaarlijke stoffen). Ondergrondse leidingen Langs de N211 loopt deels ook een hogedruk aardgasleiding.

Ten gevolge van wegaanpassingen zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen voor het risiconiveau van deze leiding. Risico's voor deze aardgasleiding met betrekking tot externe veiligheid spelen voornamelijk tijdens de aanleg van de weg (incidenten bij leidingen worden veelal veroorzaakt door graafwerkzaamheden). In het kader van de reconstructie zal de leidingbeheerder betrokken worden om schade ten gevolge van de graafwerkzaamheden (met mogelijke incidenten tot gevolg) te voorkomen. Maatregelen Er zijn geen maatregelen nodig om de externe veiligheid te verbeteren. Verder geldt dat op basis van de kengetallen uit het HART is bepaald dat er geen sprake is van een relevant groepsrisico. Dit betekent dat op grond van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes een beperkte verantwoording van het groepsrisico van toepassing is. Hierbij moet gekeken worden naar de zelfredzaamheid van personen in de omgeving en naar de mogelijkheid tot bestrijding van een incident met gevaarlijke stoffen. Er wordt opgemerkt dat ten opzichte van de huidige situatie geen verandering optreedt die van invloed is op de zelfredzaamheid of bestrijdbaarheid. De veiligheidsregio heeft daarnaast speciale protocollen voor het bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen.

Conclusie Het aspect 'Externe veiligheid ' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

Blad 44 va 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

6.5

antea'group

Water Wettelijk kader Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties. De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is wettelijk verplicht en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Het doel van het onderzoek is de impact van de ontwikkelingen op de waterhuishouding na te gaan. Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden vooraf overlegd met de waterbeheerder.

Keur (Hoogheemraadschap van Delfland) De Keur is een juridisch instrument van de waterbeheerder (Delfland) dat ervoor zorgt dat het watersysteem op orde blijft. In de Keur zijn onder andere algemene verboden opgenomen die betrekking hebben op het uitvoeren van werkzaamheden en aanleggen van werken in een waterstaatswerk of beschermingszone van waterkeringen en watergangen. In de verschillende beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze werkzaamheden en aanleg van werken mogelijk is. Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er door Antea Group een watertoets opgesteld. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Onderstaand zijn de resultaten uit het onderzoek weergegeven. Er wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie. Vervolgens is het effect van de reconstructie van de N211 op de waterhuishouding beschreven. Huidige situatie Maaiveldhoogte De maaiveldhoogte is afgeleid uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN3). Het plangebied heeft een maaiveldhoogte tussen NAP -4,0 m en NAP +2,0 m. De onderstaande figuur geeft de maaiveldhoogte in het plangebied weer.

Blad 45 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

NAP-2.8 m

NAP-3,2 m

antea'group

■I

yv

ÄSŝ? i

NAP-3.5 m

NAP+0.1 m

NAP+4.0 m

A3 vŵľr

Figuur 6.4: Maaiveldhoogteligging vanuit AHN3 (bron: ahn.nl)

Bodemopbouw Voor de regionale bodemopbouw is het Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) geraadpleegd en weergegeven in onderstaande figuur 6.5. De bodem wordt beschreven als een warmoezerijgrond of leek-/ woudeerdgrond. Om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de bodemopbouw ter plaatse, zijn in figuur 6.6 boorbeschrijvingen weergegeven. De verschillende boringen laten klei in de bovenste zes meter zien, afgewisseld door een zandbaan of dunne lagen veen. De diepteligging en dikte van de veen- en/of zandlagen verschilt per locatie.

|c OPHOOG

A«g

.

M 3 Kleidek op veen M 6 Veen op ongerijpte klei 23 Bebouwinq

m 16 Lichte klei met homogeen profiel u 17 Klei met zware tussenlaag of ondergrond

Figuur 6.5: Bodemopbouw plangebied (bron: Bodemdata.nl).

Blad 46 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Litnoiogie H Klei J Zand fijne categorie M Veen

Figuur 6.6: Boringen in het plangebied, ten westen, ter hoogte van de dorpskade en ten oosten (bron: DINOloket, boring B37B3073, B37E2949 en B37E2950).

Oppervlaktewater Het grootste gedeelte van het plangebied bevindt zich in de Oud- en Nieuw- Wateringveldse polder met een vast peil van NAP -4,47 m. Dit is het laagst gelegen peilvak voor het gemaal, met uitzondering van het opmalingsgebied in de woonwijk. Voor deze polder wordt momenteel (jaar 2020) een nieuw gemaal gebouwd, dat verder in westelijke richting ligt. De maximaal toelaatbare peilstijging is 40 cm. De Zweth maakt onderdeel uit van het boezemsysteem van Delfland. Hier geldt een streefpeil van NAP -0,43 m (toelaatbare peilstijging 0,50 m). Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied (aan de zuidoostkant van de Zweth) ligt in de Harnaschpolder, met een vast peil van NAP -2,85 m. De maximale peilstijging hier is 0,5 m.

na* -4.57 Z -4,72 '

-3.00)

ip -3.401 wp -3.50

Figuur 6.7: Peilgebieden met groen omcirkeld de drie peilgebieden van het plangebied (bron: Delfland, 2020).

Blad 47 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

In de legger van Delfland zijn de wateren zichtbaar en afgebeeld (figuur 6.8). Ten zuiden van de N211 ligt een primaire watergang parallel aan de weg. Deze watergang kruist de N222 door middel van een duiker. Het water stroomt van west naar oost, waar het water door middel van een gemaal naar de Zweth uitgeslagen wordt. Ten noorden van de N211 bevinden zich secundaire watergangen, welke doormiddel van duikers in verbinding staan met de primaire watergang. De primaire watergangen zijn in onderhoud van Hoogheemraadschap Delfland en de secundaire watergangen zijn in onderhoud van de aangelanden. Uganda

Du**»

Resonate waterkering

Watervlak

Figuur 6.8: Legger Wateren rondom de N211fWippoideriaan (bron: Legger Delfland).

Riolering De N211 is niet aangesloten op riolering. De afwatering van de rijbanen van de N211 vindt plaats richting de berm door de lichte dwarshelling van de wegen. Dit betekent dat het hemelwater van het wegdek naar de berm stroomt. In de berm infiltreert het water of stroomt het af naar een bermsloot. Voor de brug geldt ook dat het water vanaf de rijbaan wordt opgevangen en naar een kolk geleid die bij de landhoofden geplaatst is, waar het water via de berm infiltreert of afstroomt naar oppervlaktewater. De afwatering van de daken van de bebouwing nabij het tankstation vindt plaats via het gescheiden rioolstelsel. De verharding welke in verband van vervuiling van het tankstation niet mag afwateren, is op het gescheiden riool aangesloten. Het hemelwater van de overige verharding stroomt af naar berm, waar het infiltreert in de bodem of afstroomt naar de bermsloot. Effecten Waterstructuur De N211 wordt gereconstrueerd. Dit zorgt voor wijzigingen in de waterstructuur. Hieronder zijn de grootste wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem kort beschreven, dit is uitgebreider toegelicht in het waterhuishoudkundig plan (zie bijlage 5). ^ Waterbalans: Er wordt extra verharding aangelegd, dit wordt geheel gecompenseerd door de aanleg van twee infiltratiegebieden, een waterberging en het graven van extra water.

Met Delfland is afgesproken dat de oude watersleutel (zonder klimaatopgave)

Blad 48 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

^

antea'group

voor deze ontwikkeling gehanteerd mag worden in verband met de lange looptijd van het project. Uit deze berekening volgt dat er meer water gegraven wordt dan er volgens de oude watersleutel nodig zou zijn. In tabel 6.5 is dit uiteengezet. De locaties van de infiltratiegebieden en de waterberging zijn als volgt: o Infiltratiegebied bij de voormalige verzorgingsplaats o Infiltratiegebied bij de Laan van Wateringse veld o Waterberging in de Harnaschpolder Oppervlaktewater: Het oppervlaktewatersysteem wijzigt op een aantal punten: o In het ontwerp worden de watergangen aan de zuidzijde van de Wippolderlaan breder dan in de huidige situatie, dit heeft een positief effect op het watersysteem en is dus niet verder beschreven. o De twee stalen duikers onder de N222 parallel aan de N211 vervangen door een grotere duiker. Tevens wordt deze duiker verlengd, omdat de watergang waar deze nu op uit komt gedempt wordt in verband met de aanleg van een geluidswal. De watergangen die zuidelijker op deze te dempen watergang uitkomen, worden middels een duiker naar de westzijde van de N222 geleid.

o In het noorden is er op twee locaties minder ruimte voor de secundaire watergangen dan in de huidige situatie, dit betreft de watergang ten zuiden van de afvalverwerker parallel aan de N211 en de watergang in het noordoosten van het plangebied ten zuiden van de bedrijven aan de Klopperman parallel aan de N211. " Bij de afvalverwerker is het knelpunt opgelost door ten westen van de tunnelbak een duiker onder de N211 aan te leggen. " De versmalling in het noordoosten is hydraulisch gezien geen probleem voor de afvoer van het water. De waterberging die hierdoor verminderd wordt lokaal teruggegraven (inham bij Klopperman). o In de rest van het plangebied wijzigt het watersysteem niet en blijven watergangen gehandhaafd of worden deze verbreed. Er zijn dan geen effecten te verwachten, dit is dan ook niet verder toegelicht.

Tabel 6.5: Overzicht wijzigingen in verharding in de twee polders van de ontwikkeling van de N211.

Bestaand verhard oppervlak (m2) Nieuw verhard oppervlak (m2) Toename verhard oppervlak (m2) Infiltratiegebied (m2) Af te koppelen oppervlak (m2) Netto toename verharding (m2) Bergingsoverschot gegraven opo water (m2)

Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder (m2) 55.420 80.000 +24.580 3.026 (2.420 4- 606) 24.664 -84 +1.267 (gegraven opp. water)

Harnaschpolder K) 5.970 6.366 +3S6 2S5 396 44 0

Waterberging De werkzaamheden vinden plaatst in twee polders: Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder en de Harnaschpolder.

Blad 49 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Graven dempen oppervlaktewater Door de verbreding van de N211 wordt 18.077 m2 oppervlaktewater gedempt in de Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder en 19.344 m2 oppervlaktewater gegraven, wat een positief verschil van +1.267 m2 aan oppervlaktewater betekent. In de Harnaschpolder wordt 33 m2 water gedempt en 33 m2 water gegraven, dus netto 0 m2. In overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland is de ligging van het nieuwe watersysteem besproken. Geconcludeerd is dat het watersysteem niet verslechtert door de aanpassingen. Compensatie verharding In de toekomstige situatie wordt een groot deel van het verhard oppervlak aangesloten op twee infiltratiegebieden en een klein deel op een waterbergingsgebied. Hierdoor is er netto geen toename aan verharding die op oppervlaktewater is aangesloten. Het watersysteem in de Oud­ en Nieuw Wateringveldsepolder wordt dus ontlast door de ontwikkeling rond de N211. In de Harnaschpolder is er een toename van 396 m2 aan verharding. In de bijlage is de berekening van de watersleutel uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er een compensatie van 29 m3 benodigd is. Deze compensatie zal worden uitgevoerd als bergingsgebied in de groenstrook van de Noordhoornseweg. Waterkering Op één locatie vinden wijzigingen plaats in of nabij een regionale waterkering, namelijk bij de Zwethbrug. Overige werkzaamheden vinden niet plaats in de buurt van de waterkeringen.

Het gaat om een verlenging van een huidig kunstwerk. De aannemer gaat de vergunning aanvragen, waarbij de eisen en randvoorwaarden van Delfland aan de aannemer worden mee gegeven via het realisatiecontract. De provincie en het Hoogheemraadschap zijn nog in gesprek over de exacte wijze van borging van alle eisen in het contract. Deze eisen en randvoorwaarden houden in dat de aan- en afvoer van water niet wordt belemmerd tijdens de werkzaamheden of door de werkzaamheden of na de werkzaamheden in de definitieve situatie. Verder mogen er geen materialen worden toegepast die het oppervlaktewater kunnen verontreinigen. Tenslotte dienen de brug en de bijbehorende oeverbescherming van een deugdelijke constructie te zijn en zodanig te worden gefundeerd dat er geen nadelige gevolgen voor de waterkering ontstaan. De brug dient tevens zodanig te worden uitgevoerd, dat na realisatie het gebruikelijke beheer en onderhoud aan zowel de waterkering als het oppervlaktewater kunnen worden uitgevoerd. In het waterhuishoudkundig plan staat een uitgebreide toelichting van de wijzigingen. Natuurwaarden Voor de natuurvriendelijke oevers (NVO's) geldt: de strekkende meters oever/oppervlak NVO dat moet wijken voor de werkzaamheden, dient minimaal te worden teruggebracht. Alle NVO's liggen in het peilgebied van de Oud- en Nieuw Wateringveldse polder.

In totaal gaat er door middel van het project 663 strekkende meter natuurvriendelijke oever (2.090 m2) verloren. In het ontwerp is 677 strekkende meter nieuwe NVO (2.388 m2) opgenomen. Aangezien er een grotere hoeveelheid wordt teruggebracht dan dat er verloren gaat, wordt er ook aan deze eis voldaan. In samenwerking met Delfland worden nog meer locaties onderzocht voor mogelijk NVO's, dit is niet noodzakelijk om aan te leggen maar betreft een eventuele optimalisatie. In

Blad 50 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

overleg met Delfland is afgesproken om op deze locatie de oever indien mogelijk op natuurvriendelijke wijze in te richten tijdens de uitwerking. Grondwater Er zijn vier ontwikkelingen binnen de voorgenomen wijzigingen die mogelijk invloed hebben op de grondwaterstanden: ^ De verdiepte ligging van de N211; o In het waterhuishoudkundig plan is deze situatie onderzocht. Hieruit volgt dat de verdiepte ligging geen significante effecten op de grondwatersituatie zal hebben. • De benodigde bemaling tijdens de uitvoering van de verdiepte ligging; o De bemaling is alleen voor de aanleg van de verdiepte ligging van toepassing, en betreft dus een tijdelijke situatie; o Door de grote dikte van de onderliggende deklaag blijft het te bemalen grondwater beperkt. Toch stelt het Hoogheemraadschap van Delfland het in dit geval verplicht om de effecten van de onttrekking uit te werken in een bemalingsadvies. ^ De infiltratie van het hemelwater in de infiltratiegebieden; o Bij de twee infiltratiegebieden wordt neerslag eerst geborgen in een wadi, waarna het water infiltreert in de bodem; o Ten opzichte van de huidige situatie is er een toename van de infiltratie van neerslag in de ondergrond te verwachten. Er is dus geen sprake van verdroging door de aanleg van extra verharding.

^ Verplaatsing WKO-putten (warmte-koude opslag); o Langs de N211 bevinden zich op een aantal locaties WKO-putten, die verband met de aanleg van de weg en nieuw oppervlaktewater verplaatst dienen te worden. In het waterhuishoudkundig plan is dit verder toegelicht. Monitoringsplan: Om de eventuele veranderingen in grondwaterstanden te monitoren, wordt aanbevolen om de grondwaterstanden te monitoren. In het waterhuishoudkundig plan is een monitoringsplan opgenomen. Met monitoring wordt gestart minimaal 0,5 à 1 jaar voorafgaand aan de werkzaamheden. Hemelwater en waterkwaliteit De afstroming van hemelwater verandert in het ontwerp. Op twee locaties zal het hemelwater van de N211 afstromen naar een infiltratiegebied, dit betreft de pompkelder van de verdiepte ligging en in het oosten een deel van het wegoppervlak. Op de overige locaties zal het hemelwater vanaf de weg via de bermpassage naar het oppervlakte water stromen of infiltreren in de berm. In zowel de huidige als de toekomstige situatie is er sprake van DAB (dicht asfaltbeton) op de wegdelen. Verder is het oppervlak wat van de infiltratiegebieden is ongeveer gelijk aan de toename aan verharding, waardoor er geen extra wegwater zal afstromen naar het oppervlaktewater, dit wordt namelijk geïnfiltreerd. De enige wijziging die impact kan hebben op het oppervlaktewater is de toename aan verkeer.

Het Hoogheemraadschap van Delfland vraagt de provincie in het wegontwerp en de bijbehorende beheerafspraken dit thema op te nemen en te onderbouwen, zodat bijvoorbeeld goede bermpassages opgenomen wordt in de uitvoering, zodat dit niet leidt tot een negatieve impact op de waterkwaliteit.

Blad 51 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Vuilwater Er is geen sprake van wijzigingen in het vuilwaterrioolstelsel in het plangebied door de ontwikkelingen rond de N211. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud blijft grotendeels op dezelfde wijze uitgevoerd worden na de uitvoering als in de huidige situatie. Er wijzigen geen watergangen van status door dit project (primair/secundair). Op een aantal locaties wijzigt het beheer en onderhoud door aanpassingen in het watersysteem: ^ Tussen de Monsterseweg en de Maaslandseweg wordt een vijver in de groenstroom aangelegd, die vanwege grootte en waterdiepte varende onderhouden wordt. ^ Watergang ten zuiden van de afvalverwerker wordt momenteel onderhouden vanaf de N211. Dit zal in de toekomstige situatie op dezelfde manier gebeuren. Het onderhoud moet dan wel over de geleiderail heen gebeuren. Dit is afgestemd met de partij die het onderhoud pleegt en dit blijft mogelijk. ^ De watergang ten zuiden van de N211 en ten westen van de N222 wordt verbreed en varend onderhouden. ^ De watergang bij Klopperman wordt op een aantal punten versmald, maar de watergang blijft aan de eisen voldoen om varend onderhouden te worden. Het beheer en onderhoud wijzigt hier dus niet. ^ Op 7 locaties worden te waterlaadplaatsen aangelegd. Deze locaties zijn opgenomen in het waterhuishoudkundig plan.

Alle watergangen die varend onderhouden worden voldoen aan de hiervoor gestelde eisen van het Hoogheemraadschap. ^ Het beheer en onderhoud bij de infiltratievoorzieningen en waterberging komt neer op het regelmatig gemaaid en periodiek de bovenste laag vervangen door schone grond. Het beheer en onderhoud wordt door gemeente uitgevoerd bij voormalige verzorgingsplaats, de overige locaties worden door de provincie onderhouden. Hier wordt een beheerplan voor opgesteld. In het waterhuishoudkundigplan is in meer detail opgenomen dat er aan de criteria van het Hoogheemraadschap met betrekking tot vasthoudmaatregelen wordt voldaan (https://www.hhdelfland.nl/richtlijnvasthoudmaatregelen). Conclusie Het aspect 'Water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

6.6

Bodem Wettelijk kader Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Blad 52 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Onderzoek Ter plaatse van de N211 Wippolderlaan te Wateringen is in mei en juni 2016 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. In juni 2020 is dit historisch bodemonderzoek geactualiseerd. In het plangebied zijn enkele stortplaatsen aanwezig geweest en is een tankstation gelegen. Tevens zijn er watergangen langs de N211 aanwezig waarvan het slib verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan metalen, PAK en bestrijdingsmiddelen vanwege de verkeersintensiteit en de in het verleden aanwezige kassen in het gebied. Daarnaast moet men bedacht zijn op het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld in verband met de mogelijke toepassing van asbestverdachte materialen in (voormalige) bebouwing in het verleden, met name ten zuiden van de N211. Op basis van beide bodemonderzoeken zijn in tabel 6.6 de deellocaties opgenomen en is weergegeven of er nader onderzoek noodzakelijk is.

Blad 53 vai 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

antea'group

Tabel 6.6: Overzicht deellocaties Locatie

Hypothese

Onderzoek noodzakelijk (ja/nee)

Strategie

Bodemkwaliteitsklasse

Van toepassing op deellocatíe/werkzaamheden

A

Voormalige stortplaats Lotsweg

Verdacht op diverse aan stortmateriaal te relateren verontreinigingen

Ja

NENS740+A1

Nader te bepalen

Voorbelasting 4 en nieuwe aarden wal (alleen toepassing grond) en nieuwe watergang 25 (zie F2). Mogelijk enige overlap kunstwerk over de Zweth.

B

Zwethkade Noord

Verdacht op diverse aan stortmateriaal te relateren verontreinigingen

Nee

Gebruiksbeperking (leeflaagin stand houden)

Afdeklaag klasse wonen, ondergrond niet toepasbaar

Nieuwe watergang 06 (ontgravíng grond) en een klein gedeelte van voorbelasting 1 (alleen toepassing grond).

C

Dorpskade

Verdacht op diverse aan stortmateriaal te relateren verontreinigingen

Nee

Gebruiksbeperking (leeflaagin stand houden)

Afdeklaag klasse Industrie, ondergrond niet toepasbaar

Nieuwe watergang 14 en 27.

D

BP Tankstation

Verdacht op diverse brandstofgerelateerde

Buiten scope onderzoek

VED-HE-NL

"

verontreinigingen E

Overig terreindeel

Onverdacht

Nee

F

1. Te dempen watergangen

Verdacht op zware metalen en PAK

Ja

2. Watergang 25

Aanvullend verdacht op sterk verhoogd gehalte aan zink inde sliblaag en OCB

Ja

Verdacht op sterk verhoogde concentraties aanļ zware metalen in het grondwater

Ja

Onverdacht

Nee

Verdacht op aan puin te relateren asbest

Ja

G

H

Middenzwet 7

Bermen en fundatie N-211

NEN 574Ö+A1

Maximaal klasse industrie

Overige deellocaties

NEN5720+

Klasse A tot B

Te dempen watergangen 4, 7,12,13,15,16,18, 21

Nader te bepalen

Te dempen watergang 25

Nader te bepalen

Nieuwe watergang 17

NEN 5740+A1

Maximaal klasse industrie

Bermen en fundatie N-211,

NEN 5707+C2

Nader te bepalen

OLN NEN5720+ OLN

NEN5740+A1 VED-HE-NL

5 4,5.1 NEN 5897+C2 Ş 6.5.3 2

Al Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: VEP-00 : Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks VED-HE-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte met-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming OLN : Onderzoeksstrategie voor overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning

Op basis van het historisch bodemonderzoek en de actualisatie van het historisch bodemonderzoek is er nader bodemonderzoek uitgevoerd voor de deellocaties A, F, G en H. Er is een verkennend (water)bodemonderzoek, asfalt- en funderingsonderzoek en asbestonderzoek gedaan. De rapportage van de uitgevoerde bodemonderzoeken is opgenomen als bijlage 6. De resultaten uit deze onderzoeken zijn onderstaand uiteengezet.

Blad 54 van 81

Ruimtelijke onderbouwing N211 Wippolderlaan Gemeente Westland en Midden-Delfland projectnummer 0405082.154 17 mei 2021. definitief revisie 07 Provincie Zuid-Holland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=422e04ea-d1a6-4b6c-86d0-24e0b74ae9ed