CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

rapportage 1e biedingen NWMA Haaglanden (21-0042700)

Commissie MO 1 februari 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Actielijst en toezeggingenlijst19.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitgangspunt van scenario Meer Evenwicht is de voorraadontwikkeling in het Referentiescenario per gemeente. De doelgroepvoorraad in 2030 is vervolgens verkleind in de centrumgemeenten: de gemeenten met een groter dan gemiddeld aandeel doelgroepvoorraad in 2030 volgens het Referentiescenario. De doelgroepvoorraad is vergroot in randgemeenten: de gemeenten met een kleiner dan gemiddeld aandeel doelgroepvoorraad in 2030 volgens het Referentiescenario. De totale omvang van de doelgroepvoorraad en overige voorraad blijft op regioniveau gelijk opzichte van het Referentiescenario: alleen de spreiding over gemeenten verandert. Bovendien blijft de totale omvang van de woningvoorraad als geheel op gemeenteniveau gelijk ten opzichte van het Referentiescenario.

De aanpassing in Meer Evenwicht betreft het aanpassen van de voorraadontwikkeling zoals die in het Referentiescenario is. Dat betekent dat Meer Evenwicht in de basis ook een consumentgericht programma is, zij het een gewijzigde variant. De kwalitatieve samenstelling van de extra doelgroepvoorraad in de randgemeenten in Meer Evenwicht is per gemeente afzonderlijk bepaald op basis van de samenstelling van de doelgroepvoorraad in het Referentiescenario. De verhoudingen binnen de doelgroepvooraad - oftewel de verdeling van die voorraad over de subsegmenten - blijven gelijk1. Als gemeenten een grotere voorraad i

Dit is het uitgangspunt geweest. Op gemeenteniveau kunnen heir soms kleine afwijkingen in ontstaan als gevolg van het feit dat de streefvoorraad op

regionaal niveau in beide scenario’s gelijk is.

r2019-0091MS | Naar meer evenwicht in Haaglanden

27

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

nastreven dan op basis van de Woningbehoefteraming (WBR) is berekend, kunnen ze de verhoudingen binnen de doelgroepvoorraad extrapoleren.

4.2

Effecten op functioneren woningmarkt

In scenario Meer Evenwicht wordt ingegrepen om de doelgroepvoorraad evenwichtiger te verdelen over de regiogemeenten. Nagegaan is of de woningmarkt nadelige effecten ondervindt van de verschuivingen in de samenstelling van de woningvoorraad tussen gemeenten. Daartoe is de ontwikkeling van de volgende modelindicatoren bekeken:

^

Leegstand en restaanbod: woningen waar als gevolg van verhuisbewegingen en woningbehoefteveranderingen minder vraag naar ontstaat. Restaanbod is het aanbod dat minder in trek is en waar huishoudens ‘dan maar' genoegen mee nemen.

^

Restvraag: de vraag naar woningen waar niet aan beantwoord kan worden omdat er onvoldoende aanbod is.

^

Goedkope scheefheid: mate waarin de gereguleerde huurvoorraad wordt bewoond door midden- en hogere inkomens die buiten de doelgroep vallen

We hebben daarbij gekeken naar de verschillen ten opzichte van het Referentiescenario. Het gaat om modelmatig berekende indicaties die op hoofdlijnen een beeld geven van de gevolgen voor de woningmarkt. Precieze effecten zijn niet te voorspellen en mede afhankelijk van locatie- en woningkenmerken die niet in het model zijn opgenomen. De indicaties moeten worden gelezen als ‘modeluitkomsten' en niet als een exacte ‘voorspelling' van wat er in de praktijk zal gaan gebeuren als een bepaalde voorraad wordt nagestreefd. Om die reden, en omdat modeluitkomsten lastig juist te interpreteren zijn, worden hier geen exacte aantallen of percentages genoemd.

We hebben meerdere varianten van scenario Meer Evenwicht gedraaid. Die verschilden in de mate waarin de afstand tot het regiogemiddelde werd overbrugd.

De variant waarbij de grenzen van wat

‘woningmarkttechnisch' verantwoord is in zicht komen, is de uiteindelijk gekozen variant die in de rest van dit hoofdstuk centraal staat. In die variant is per gemeente het verschil in aandeel doelgroepvoorraad ten opzichte van het regionale gemiddelde (in 2030) gedeeld door 3,5. De afstand tot het regiogemiddelde wordt bij elke gemeente zo solidair met bijna 300Zo verkleind. In de technische bijlage lichten we toe hoe dit precies werkt.

Belangrijk om op te merken is dat we in Meer Evenwicht alleen rekening houden met de ‘woningmarkttechnische’ haalbaarheid en niet met financiële en ruimtelijke beperkingen.

28

r2019-0091MS

«3D! 4.3

Scenario Meer Evenwicht versus Referentiescenario

In de technische bijlage wordt stapsgewijs toegelicht hoe de aanpassing van de voorraad in 2030 in scenario Meer Evenwicht is uitgevoerd. In deze paragraaf laten we de verschillen tussen beide scenario's in de ontwikkeling van de voorraad zien.

De verschillen laten we zien ten opzichte van het startjaar 2019. In de onderstaande tabel doen we dat voor de ontwikkeling van de doelgroepvoorraad ten opzichte van 2019 (Tabel 4-1). Voorbeeld: de doelgroepvoorraad van Delft bestaat in 2019 uit 27.800 woningen. In het Referentiescenario zou die voorraad met 1.660 woningen moeten toenemen in de periode 2019 tot 2030. In scenario Meer Evenwicht is de opgave op dit vlak voor Delft kleiner en bedraagt de toename van de doelgroepvoorraad 590 woningen. Voor randgemeenten geldt het omgekeerde. Om Midden-Delfland als voorbeeld te nemen: in het Referentiescenario blijft de doelgroepvoorraad nagenoeg gelijk maar in scenario Meer Evenwicht neemt die voorraad toe met 570 woningen.

Tabel 4-1: Ontwikkeling doelgroepvoorraad in 2019-2030 in Referentiescenario en scenario Meer Evenwicht, per gemeente; bron: ABF, Socrates 2019

Ontwikkeling doelgroepvoorraad

2019

2019 - 2030 Referentie

2019 - 2030 Meer Evenwicht

Delft

27.800

1.660

590

Den Haag

145.440

6.280

1.090

Rijswijk

13.910

-500

-990

Wassenaar

3.760

-490

-40

Zoetermeer

23.250

-1.070

0

Westland

10.790

1.310

3.960

Midden-Delfland

1.670

10

570

Leidschendam-Voorburg

15.760

-710

-400

Pijnacker-Nootdorp

4.200

-80

1.640

Haaglanden totaal

246.570

6.420

6.420

Gemeente

In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen de twee scenario's qua ontwikkeling van de overige voorraad te zien (Tabel 4-2). In de drie centrumgemeenten groeit de overige voorraad in scenario Meer evenwicht sterker dan in het Referentiescenario. Voor de randgemeenten geldt juist het omgekeerde: in het Referentiescenario is de groei van de overige voorraad sterker dan in Meer Evenwicht.

Naar maar evenwicht in Haaglanden

29

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Tabel 4-2: Ontwikkeling overige voorraad in 2019-2030 in Referentiescenario en scenario Meer Evenwicht, per gemeente; bron: ABF, Socrates 2019

Ontwikkeling overige voorraad

Gemeente

2019-2030 Meer Evenwicht

2019 2019 - 2030 Referentie

Delft

22.810

6.740

7.810

Den Haag

113.830

41.230

46.410

Rijswijk

12.760

700

1.190

Wassenaar

8.430

-520

-980

Zoetermeer

32.950

4.390

3.320

Westland

33.650

3.300

650

Midden-Delfland

6.220

440

-120

Leidschendam-Voorburg

21.020

970

660

Pijnacker-Nootdorp

16.930

2.210

500

Haaglanden totaal

268.600

59.450

59.450

Om vergelijkingen tussen gemeenten makkelijker te maken is onderstaande tabel per gemeente de procentuele ontwikkeling van de doelgroepvoorraad en overige voorraad te zien. Bij beide scenario's gaat het daarbij om de ontwikkeling ten opzichte van 2019 (Tabel 4-3). In de tabel is in de twee kolommen links weergegeven wat in het Referentiescenario de procentuele ontwikkeling van de doelgroepvoorraad en overige voorraad is in de periode tussen 2019 en 2030. In de twee kolommen rechts is hetzelfde te zien maar dan volgens het scenario Meer Evenwicht. Bijvoorbeeld: in het Referentiescenario groeit de doelgroepvoorraad in Delft tussen 2019 en 2030 met 67o. In Meer Evenwicht is de opgave in dat segment voor Delft kleiner en is de groei 27o. Bij de overige voorraad is precies het omgekeerde te zien: de groei van dit segment is 307o in het Referentiescenario en 3407o in scenario Meer Evenwicht. Bij de randgemeente is het patroon tegenovergesteld. Bijvoorbeeld: in Westland is de groei van de doelgroepvoorraad 127 ten opzichte van 2019 in het Referentiescenario is dat 377. De groei van de overige voorraad in Westland is juist minder groot: 27 in Meer Evenwicht en 107 in het Referentiescenario.

Tabel 4-3: Ontwikkeling doelgroepvoorraad en overige voorraad per gemeente ten opzichte van 2019, in Referentiescenario en scenario Meer Evenwicht; bron: ABF, Socrates 2019 Referentiescenario (2030)

Ontwikkeling doelgroepvooraad t.o.v. 2019

Ontwikkeling overige voorraad t.o.v. 2019

Delft

60

300

20

340

Den Haag

40

360

10

410

Gemeente

30

Meer Evenwicht (2030)

Ontwikkeling doelgroepvooraad t.o.v. 2019

Ontwikkeling overige voorraad t.o.v. 2019

Rijswijk

-40

5o

-70

90

Wassenaar

-130

-60

-10

-120

Zoetermeer

-50

130

00

100

Westland

120

100

370

20

Midden-Delfland

10

70

340

-20

Leidschendam-Voorburg

-50

50

-30

30

Pijnacker-Nootdorp

-20

130

390

30

Haaglanden totaal

37o

227o

307o

227

r2019-0091MS

«3D! 4.4

Streefvoorraad scenario Meer Evenwicht

In de vorige

paragraaf hebben we per gemeente aangegeven

hoeveel groter of kleiner de

doelgroepvoorraad en overige voorraad zijn ten opzichte van het Referentiescenario. In deze paragraaf presenteren we de streefvoorraad in 2030 volgens Meer Evenwicht in nader detail.

Onderstaande tabel toont per gemeente de ontwikkeling van de doelgroepvoorraad in de periode 2019-2030 in scenario Meer Evenwicht (Tabel 4-4).

Tabel 4-4: Ontwikkeling doelgroepvoorraad per gemeente in scenario Meer Evenwicht, 2019-2030; bron: ABF, Socrates 2019 Doelgroepvoorraad Gemeente

2019

2030

2019 -2030

Delft

27.800

28.380

590

Den Haag

145.440

146.530

1.090 -990

Rijswijk

13.910

12.920

Wassenaar

3.760

3.720

-40

Zoetermeer

23.250

23.250

0

Westland

10.790

14.750

3.960

Midden-Delfland

1.670

2.240

570

Leidschendam-Voorburg

15.760

15.360

-400

Pijnacker-Nootdorp

4.200

5.840

1.640

Haaglanden totaal

246.570

252.980

6.420

Onderstaande tabel toont per gemeente de ontwikkeling van de overige voorraad in de periode 2019-2030 in scenario Meer Evenwicht (Tabel 4-5).

Tabel 4-5: Ontwikkeling overige voorraad per gemeente in scenario Meer Evenwicht, 2019-2030; bron: ABF, Socrates 2019

Overige voorraad 2019

2030

2019 - 2030

Delft

22.810

30.630

7.810

Den Haag

113.830

160.240

46.410

Rijswijk

12.760

13.950

1.190

Wassenaar

8.430

7.450

-980

Zoetermeer

32.950

36.270

3.320

Westland

33.650

34.310

650

Midden-Delfland

6.220

6.100

-120

Leidschendam-Voorburg

21.020

21.690

660

Pijnacker-Nootdorp

16.930

17.430

500

Haaglanden totaal

268.600

328.050

59.450

Naar maar evenwicht in Haaglanden

31

RESEARCH

«3D!

«

RESEARCH

In onderstaande tabel worden de twee bovenstaande tabellen nog eens samengevat. Per gemeente wordt de stand van de doelgroepvoorraad en overige voorraad in 2019 getoond en de ontwikkeling van beide in de periode tot 2030 (Tabel 4-6).

Tabel 4-6: Ontwikkeling doelgroepvoorraad en overige voorraad per gemeente in scenario Meer Evenwicht, 2019-2030; bron: ABF, Socrates 2019

Doelgroepvoorraad Gemeente

Overige voorraad

2019

2019 - 2030

2019

2019 - 2030

Delft

27.800

590

22.810

7.810

Den Haag

145.440

1.090

113.830

46.410

Rijswijk

13.910

-990

12.760

1.190

Wassenaar

3.760

-40

8.430

-980

Zoetermeer

23.250

0

32.950

3.320

Westland

10.790

3.960

33.650

650

Midden-Delfland

1.670

570

6.220

-120

Leidschendam-Voorburg

15.760

-400

21.020

660

Pijnacker-Nootdorp

4.200

1.640

16.930

500

Haaglanden totaal

246.570

6.420

268.600

59.450

4.5

Ontwikkeling EC-doelgroep

In scenario Meer Evenwicht wijkt de streefvoorraad op gemeenteniveau af van het Referentiescenario. Dat heeft ook gevolgen voor de verwachte ontwikkeling van de omvang en woonsituatie van de EC-doelgroep per gemeente. Andere woningen trekkers immers andere huishoudens aan. Op basis van het aangepaste woningbouwprogramma in Meer Evenwicht is een nieuwe simulatie van de doelgroepen uitgevoerd. Daarmee wordt duidelijk in hoeverre te verwachten is dat de EC-doelgroep mee schuift met de doelgroepvoorraad. In onderstaande tabel is per gemeente de ontwikkeling van het aandeel van de ECdoelgroep volgens het scenario Meer Evenwicht te zien (Tabel 4-7). Bijvoorbeeld: in Pijnacker-Nootdorp is het aandeel van de EC-doelgroep als percentage van het totaal aantal huishoudens in 2019 3007o. In Scenario Meer Evenwicht neemt dat aandeel toe tot 3107o in 2030. De centrumgemeenten laten alle drie een daling zien. Bij Delft gaat het bijvoorbeeld om een daling van 6007o in 2019 tot 5407o in 2030. De randgemeenten tenderen meer dan in 2019 naar het regionaal gemiddelde van 4407o in 2030.

In de twee kolommen rechts in de tabel is het verschil tussen scenario Meer Evenwicht en het Referentiescenario in aandeel EC-doelgroep te zien. Het verschil is uitgedrukt in procentpunten. Bijvoorbeeld: in Delft is het aandeel EC-doelgroep in 2025 in Meer Evenwicht 1,4 %-punt kleiner dan in het Referentiescenario. Ook in de andere centrumgemeenten Den Haag en Rijswijk is het aandeel doelgroep in Meer Evenwicht in 2025 en 2030 kleiner dan in het Referentiescenario. Voor de centrumgemeenten geldt juist het omgekeerde. Een voorbeeld: In Pijnacker-Nootdorp is het aandeel van de EC-doelgroep in 2025 in Meer Evenwicht 2,4 %-punt groter dan in het Referentiescenario. In 2030 is dat verschil opgelopen tot 3,77.

32

r2019-0091MS

abf Tabel 4-7: Ontwikkeling aandeel EC-doelgroep volgens scenario Meer Evenwicht; bron: ABF, Socrates 2019 VCIOUMM 1 IICI r\CICI CMLICOU cnai iu

Aandeel EC-doelgroep Gemeente

2019

Delft

607

Den Haag

537

in 7o-punt

2025

2030

2025

2030

567

547

-1,407o

-1,37

497

467

-0,27

-0,47

Rijswijk

477

457

447

-1,37

-1,57

Wassenaar

397

397

397

1,07

1,87

Zoetermeer

407

387

387

0,77

0,87

Westland

387

377

377

1,17

1,37

Midden-Delfland

307

317

337

1,97

3,97

Leidschendam-Voorburg

427

417

417

0,07

-0,17

Pijnacker-Nootdorp

307

307

317

2,47

3,77

Haaglanden totaal

4907o

467

447

0,07

0,07

In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het aandeel van de EC-doelgroep per gemeente te zien. De percentages in de eerste drie kolommen van die tabel zijn in de onderstaande tabel uitgedrukt als afwijkingen (in procentpunten) ten opzichte van het regiogemiddelde (Tabel 4-8). In alle gemeenten wordt de afwijking ten opzichte van het regiogemiddelde kleiner. Dat is te zien aan het feit dat de percentages zich overal richting de 07o bewegen: de percentages boven de 07o (in de centrumgemeenten) nemen af richting 07o terwijl de percentages onder de 07o (in de randgemeenten) groeien richting 07o. Ook in het scenario Meer Evenwicht hebben alle randgemeenten in 2030 een kleiner aandeel van de doelgroep dan het regionale gemiddelde maar het verschil is overal kleiner dan in 2019.

Tabel 4-8: Ontwikkeling van het verschil t.o.v. regiogemiddelde in aandeel EC-doelgroep volgens scenario Meer Evenwicht; bron: ABF, Socrates 2019

Afwijking t.o.v. regio in %-punt 1 Gemeente

2019

2025

2030

Delft

127o

107o

107o

Den Haag

57o

37o

27o

Rijswijk

-17o

-17o

07o

Wassenaar

-97o

-77o

-57o

Zoetermeer

-97o

-77o

-67o

Westland

-117o

-87o

-77o

Midden-Delfland

-197o

-147o

-117o

Leidschendam-Voorburg

-67o

-47o

-37o

Pijnacker-Nootdorp

-197o

-167o

-137o

Haaglanden totaal

0%

0%

0%

Naar maar evenwicht in Haaglanden

33

RESEARCH

RESEARCH

Betaalbaarheid en beschikbaarheid De verschillen tussen de gemeenten qua betaalbaarheid en beschikbaarheid zijn niet verwaarloosbaar. De opdrachtgevers hebben vastgesteld dat er woningmarktafspraken komen over minimale percentages ten aanzien van betaalbaarheid en beschikbaarheid.

Betaalbaarheid is het minimale percentage sociale huurwoningen onder de bovenste aftoppingsgrens. Meer precies: het aandeel DAEB-woningen met een huur onder de bovenste oftewel hoge aftoppingsgrens. Dit aandeel is op basis van de totale voorraad, niet enkel het vrijkomend aanbod in een bepaald jaar. De hoge aftoppingsgrens bedraagt C 651,03 (prijspeil 2019).

Beschikbaarheid is het minimum percentage van de vrijgekomen huurwoningen van corporaties met een huur onder de liberalisatiegrens dat wordt toegewezen aan huurtoeslaggerechtigden1. De liberalisatiegrens bedraagt C 720,42 (prijspeil 2019).

In de hierna volgende paragrafen brengen we per gemeente de startsituatie in 2019 in beeld. We beginnen met betaalbaarheid en gaan vervolgens in op beschikbaarheid.

5.1

Uitgangssituatie betaalbaarheid

Op basis van cijfers van dVi 20182 is per gemeente de startsituatie in 2019 qua percentage betaalbaarheid berekend. In de regio Haaglanden als geheel heeft 8207o van de zelfstandige DAEB-woningen een huur3 tot de hoge aftoppingsgrens. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Het percentage is het laagst in Pijnacker-Nootdorp: 6107o van de DAEB-woningen daar heeft een huur tot de hoge aftoppingsgrens. Het percentage is met 8807o het hoogst in Delft.

1

Huurders die qua inkomen recht hebben op huurtoeslag. Het kan zijn dat het vermogen te hoog is en dat daardoor geen recht op huurtoeslag bestaat. Bij het

onderdeel beschikbaarheid wordt daar geen rekening mee gehouden. Het maximale inkomen voor recht op huurtoeslag varieert per type huishouden. Voor alleenstaanden tot de AOW-leeftijd geldt een grens van C 22.700 (prijspeil 2019). Voor eenpersoonshuishoudens vanaf AOW-leeftijd is dat C 22.675. Voor meerpersoonshuishoudens tot I vanaf AOW-leeftijd gelden de grenzen C 30.825 I C 30.800. 2 3

Deze cijfers uit dVi 2018 zijn overal in het rapport gebruikt om per gemeente de corporatievoorraad begin 2019 naar prijsklassen in beeld te brengen. Kale huurprijs (wordt soms ook wel de netto huurprijs genoemd).

r2019-0091MS | Naar meer evenwicht in Haaglanden

35

«3D!

RESEARCH

Tabel 5-1: Aantal DAEB-woningen tot hoge aftoppingsgrens en als “/o van totale DAEB-voorraad, 2019; bron: dVi 2018

Gemeente

Aantal

07o

Delft

17.030

8870

Den Haag

60.670

8470

Rijswijk

7.170

877

Wassenaar

2.300

827

Zoetermeer

12.850

757

Westland

6.300

747

Midden-Delfland

1.100

727

Leidschendam-Voorburg

7.550

847

Pijnacker-Nootdorp

2.110

617

117.070

8207o

Haaglanden

5.2

Uitgangssituatie beschikbaarheid

Opdrachtgevers willen afspraken per gemeente maken over hoe hoog het percentage beschikbaarheid minimaal moet zijn. Daarbij wordt als leidraad aangehouden dat een huurtoeslaggerechtigd huishouden gemiddeld minimaal een gelijke slaagkans moet hebben op een vrijgekomen sociale huurwoning als een niet-huurtoeslaggerechtigd

huishouden

dat gehuisvest wordt.

Op

basis

van

SVH-data

uit

het

woonruimteverdeelsysteem Woonnet Haaglanden brengen we de huidige situatie in beeld. Dat doen we op twee manieren: we kijken per gemeente naar het aandeel actieve zoekers dat huurtoeslaggerechtigd is en we kijken per gemeente naar het aandeel toewijzingen dat is gedaan aan huurtoeslaggerechtigden. Beide benaderingen geven inzicht in de verhouding tussen de vraag van huurtoeslaggerechtigden en de vraag van woningzoekenden met een hoger inkomen.

Huurtoeslaggerechtigde woningzoekenden Uit de SVH-data blijkt welk deel van de actief woningzoekenden in een bepaalde gemeente qua inkomen behoort tot de doelgroep huurtoeslag.

De actief woningzoekenden in een bepaalde gemeente zijn alle

woningzoekenden die in een bepaald kalenderjaar minimaal één keer op een sociale huurwoning in die gemeente

hebben gereageerd, los van de vraag of ze al in die gemeente wonen of niet. Het gaat dus om

gewenste woongemeente en niet om de huidige woongemeente (op het moment van reageren). Sommige actieve zoekers hebben in een bepaald jaar in meerdere gemeenten in Haaglanden op een woning gereageerd. Ze tellen dan bij elk van die gemeenten mee als actieve zoeker in de berekening maar daarbij wordt wel rekening gehouden met hoe vaak iemand in een bepaalde gemeente heeft gereageerd: een woningzoekende die 9 keer in gemeente A heeft gereageerd en 1 keer in gemeente B, telt als 0,9 woningzoekende mee in gemeente A en voor 0,1 mee in gemeente B. Het gaat dus om zogeheten gewogen aantallen die door SVH worden gebruikt voor het berekenen van de slaagkans per gemeente.

36

r2019-0091MS

«3D! De actieve zoekers in een gemeente zijn vervolgens onderverdeeld naar huurtoeslaggerechtigden en niethuurtoeslaggerechtigden. Het inkomen van de woningzoekenden is op basis van de eigen opgave van de woningzoekenden in Woonnet Haaglanden.

Onderstaande tabel laat zien hoeveel actieve zoekers er waren in 2017 en 2018 en welk deel daarvan bestond uit huurtoeslaggerechtigden. Het percentage huurtoeslaggerechtigden verschilt bij elke gemeente tussen beide jaren. Bij de meeste gemeenten is dat verschil heel beperkt. In Wassenaar en PijnackerNootdorp is het verschil tussen de jaren het grootst. Dat zijn samen met Midden-Delfland ook de gemeenten met het laagste absolute aantal actieve zoekers. Hoe kleiner het aantal actieve zoekers, hoe makkelijker er verschillen tussen jaren ontstaan. Dit is iets wat meer in het algemeen geldt: hoe kleiner de gemeente, hoe ‘makkelijker' er fluctuaties ontstaan in verhoudingen binnen groepen (zoals woningzoekenden of verhuringen).

Het aandeel huurtoeslaggerechtigden onder de actieve zoekers is het hoogst in Rijswijk en Midden-Delfland en het laagst in Pijnacker-Nootdorp en Westland. Dit hangt mede samen met de samenstelling van het geadverteerde aanbod in die jaren.

Tabel 5-2: Aandeel actieve zoekers dat huurtoeslaggerechtigd is, 2017 en 2018; bron: SVH

Gemeente

2017

2018

Delft

79Z

80Z

Den Haag

84Z

84Z

Rijswijk

910Zo

88Z

Wassenaar

810Zo

69Z

Zoetermeer

83Z

81Z

Westland

73Z

71Z

Midden-Delfland

89Z

86Z

Leidschendam-Voorburg

83Z

84Z

Pijnacker-Nootdorp

71Z

66Z

Haaglanden

830Zo

82Z

Toewijzingen aan huurtoeslaggerechtigden We kijken nu naar het aandeel verhuurde corporatiewoningen onder de liberalisatiegrens dat is toegewezen aan een huurtoeslaggerechtigd huishouden. Het gaat hierbij om het inkomen dat door corporaties is vastgesteld4. Ook hier hebben we data over twee jaar: 2017 en 2018. Voor deze percentages in het verleden maakt het uit of verhuringen van nieuwbouwwoningen wel of niet worden meegenomen. Nieuwbouw wordt vaak bewust ingezet om doorstroming op gang te brengen en/of specifieke doelgroepen te bedienen. Consequentie is dat nieuwbouw relatief vaak boven de aftoppingsgrens wordt verhuurd en daardoor dus

4

Er is ook hier niet gekeken naar vermogen. Het gaat dus enkel om het inkomen (zoals dat door corporaties is getoetst en geregistreerd).

Naar maar evenwicht in Haaglanden

37

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

ook een relatief kleine instroom van huurtoeslaggerechtigden kent. Het aantal opleveringen en verhuringen van nieuwbouwwoningen fluctueert ook sterk tussen jaren. Als nieuwbouw wel wordt meegenomen, zijn de verschillen tussen jaren dus groter dan wanneer nieuwbouw niet wordt meegenomen. We laten in onderstaande tabel zowel cijfers inclusief als exclusief nieuwbouw zien. Het gaat telkens om verhuringen exclusief vrijesectorwoningen en onzelfstandige eenheden.

In 2017 is in Haaglanden 820Zo van de bestaande zelfstandige corporatiewoningen tot de liberalisatiegrens5 toegewezen aan huurtoeslaggerechtigde huishoudens. Als nieuwbouw wordt meegeteld, is dat percentage iets lager: 8107o. In 2018 is het aandeel toewijzingen aan huurtoeslaggerechtigden met 8307o iets hoger dan in 2017. Het percentage toewijzingen aan de doelgroep huurtoeslag (excl. nieuwbouw) is in beide jaren het hoogst in Midden-Delfland en Rijswijk. Dit zijn ook de gemeenten waar het aandeel huurtoeslaggerechtigden onder de zoekers hoger ligt dan gemiddeld (zie eerdere tabel). Het percentage toewijzingen aan de doelgroep huurtoeslag is het laagst in Pijnacker-Nootdorp en Westland. Dit zijn juist de gemeenten waar het aandeel huurtoeslaggerechtigden onder de zoekers lager ligt dan gemiddeld (zie eerdere tabel). Er is dus logischerwijs een samenhang te zien tussen het aandeel huurtoeslaggerechtigden onder de zoekers en de verhuringen.

Tabel 5-3: Aandeel toewijzingen van zelfstandige woningen tot de liberalisatiegrens aan huurtoeslaggerechtigde huishoudens, 2017 en 2018; bron: SVH

2017 Gemeente

Excl. nieuwbouw

2018 Incl. nieuwbouw Excl. nieuwbouw

Incl. nieuwbouw

Delft

7607o

767

797

797

Den Haag

8407o

827

877

837

Rijswijk

887

887

897

897

Wassenaar

807

807

657

657 827

Zoetermeer

837

847

827

Westland

727

687

727

657

Midden-Delfland

907

827

917

757

Leidschendam-Voorburg

867

867

847

847

Pijnacker-Nootdorp

697

667

677

667

Haaglanden

8207o

817

837

817

Hier kunnen ook een klein aantal niet-DAEB-woningen bij zitten die zijn verhuurd voor een huur onder de liberalisatiegrens. Dit komt echter weinig voor.

38

r2019-0091MS

abf

Technische bijlage In deze technische bijlage zijn technische toelichtingen opgenomen die te technisch zijn voor de hoofdstukken zelf. De toelichtingen zijn gegroepeerd per hoofdstuk. De paragraafnummers verwijzen naar de paragrafen waar het onderwerp in het rapport aan bod komt.

Hoofdstuk 2: Uitgangssituatie voorraad en doelgroepen Paragraaf 2.1: Toelichting op particuliere huurwoningen en goedkope koopwoningen in startjaar 2019 Voor het in beeld brengen van het aantal woningen in elk van de drie segmenten van de doelgroepvoorraad in het startjaar 2019 gebruiken we verschillende bronnen. Voor de stand van de corporatievoorraad maken we gebruik van dVi 20181. Voor het aantal particuliere huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens maken we in de basis gebruik van de Lokale Monitor Wonen (LMW). Ten behoeve van de LMW hebben we, op basis van een reeks kenmerken die voor alle particuliere huurwoningen bekend zijn, een inschatting gemaakt van de huurprijzen2.

Voor de inschatting van het aantal koopwoningen tot 180.000 euro volgen we de volgende werkwijze. Uit de CBS-microdata is het aantal koopwoningen met een WOZ-waarde tot 180.000 euro volgens de WOZwaardepeildatum 1-1-2016 bekend. Deze cijfers zijn gebaseerd op de WOZ-registraties van gemeenten. De woningwaarden van 2016 hebben we geïndexeerd naar 2019 op basis van de Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK) van CBS en Kadaster. De gemiddelde groei van de transactieprijzen van bestaande koopwoningen tussen 1-1-2016 en 1-1-2019 in Zuid-Holland hebben we toegepast op de WOZ-waarden met waardepeildatum 1-1-2016. Dat resulteert vervolgens in een inschatting van het aantal woningen met een waarde tot 180.000 euro per begin 20193.

1

dVi staat voor de Verantwoordingsinformatie (dVi). Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van dVi-jaargang 2018. Deze cijfers zijn medio 2019 door

corporaties ingediend. 2

Meer informatie hierover is te vinden in de onderzoeksdocumentatie van de Lokale Monitor Wonen. Die is te raadplegen via

https://www.waarstaatiegemeente.nl/report/Onderzoeksdocumentatie-Lokale-Monitor-Wonen.pdf 3 Deze aantallen komen niet één op één overeen met de aantallen die in de meest recente WOZ-registratie van gemeenten staan. Deze meest recente WOZregistratie van gemeenten betreft WOZ-waardepeildatum 1-1-2018. De prijsontwikkeling tussen begin 2018 en begin 2019 is hierin sowieso niet meegenomen. We hebben gekozen voor de beschreven methodiek omdat we een zo goed mogelijke inschatting wilden maken van het aantal woningen dat daadwerkelijk voor de EC-doelgroep bereikbaar is.

r2019-0091MS | Naar meer evenwicht in Haaglanden

39

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Hoofdstuk 3: Streefvoorraad in 2030 Paragraaf 3.2: Toelichting op Woningbehoefteraming (WBR) 2019 De Provincie Zuid-Holland heeft in 2019 twee ramingen opgesteld: de Woningbehoefteraming (WBR) en de Trendraming (TR), beide op basis van het Primos-prognosemodel4 van ABF. Voor het opstellen van WBR heeft de provincie de veronderstellingen over binnenlandse en buitenlandse migratiesaldi aangepast ten opzichte van de standaardversie (trendraming) van Primos. De Primos-veronderstellingen over geboorte en sterfte op gemeenteniveau zijn in de WBR wel gehandhaafd. Voor het opstellen van de WBR is gerekend met 'binnenlands migratiesaldo nul'5

per gemeente. Dat betekent dat ervan uit wordt gegaan dat de

woningbehoefte niet groeit of krimpt als gevolg van (netto) instroom of uitstroom vanuit/naar andere gemeenten. De WBR geeft daarmee aan hoeveel nieuwe woningen nodig zijn om te voorzien in de “eigen behoefte”, aangevuld met het buitenlands migratiesaldo. De TR daarentegen gaat uit van recente trends in het binnenlands migratiesaldo per gemeente. WBR en TR verschillen alleen van elkaar als het gaat om de binnenlandse migratie. De veronderstellingen over de buitenlandse migratie zijn gelijk in de WBR en TR6. Er is verondersteld dat de gemeentelijke aandelen in de nationale immigratie- en emigratiestromen over de periode 2008 tot en met 2018 in de toekomst gelijk zullen blijven. De extra asielmigratie in de jaren 2018 tot en met 2024 wordt evenredig naar het gemeentelijke inwonertal verdeeld.

Hoofdstuk 4: Scenario Meer Evenwicht Paragraaf 4.1: Toelichting op hoe de woningvoorraad in Meer Evenwicht per gemeente is aangepast

Stap 1: Afstand tot regiogemiddelde in 2030 bepalen De eerste stap in het opstellen van het scenario Meer Evenwicht is onderzoeken hoe groot de verschillen tussen gemeenten in het aandeel doelgroepvoorraad in 2030 zijn. We kijken daarbij per gemeente naar het percentage van de totale woningvoorraad dat behoort tot de doelgroepvoorraad. We doen dat voor het jaar 2030 en kijken naar de aantallen in het Referentiescenario.

In het Referentiescenario bestaat in 2030 43,57o van de totale woningvoorraad in Haaglanden uit woningen in de doelgroepvoorraad. Dat aandeel verschilt sterk tussen gemeenten. In Delft, Den Haag en Rijswijk is het aandeel hoger dan het regiogemiddelde. In de andere gemeenten ligt het percentage juist lager dan het gemiddelde van de regio. In de kolom rechts in onderstaande tabel is het verschil uitgedrukt in procentpunten (Tabel B-0-1). Voor Delft is dat bijvoorbeeld 49,97o minus 43,57o, wat neerkomt op 6,407o. Te zien is dat de

4

Primos is het prognosemodel voor bevolking en huishoudens van ABF. Veel provincies gebruiken een eigen versie van Primos om eigen demografische

prognoses op te stellen.

5

Binnenlandse vestiging en vertrek kunnen qua samenstelling (naar bijvoorbeeld leeftijd) wel afwijken maar zijn in omvang even groot.

6 Meer informatie over WBR en TR is te vinden via de website van de Staat van Zuid-Holland.

40

r2019-0091MS

«3D! afstand tot het regiogemiddelde het grootst is in Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland, Westland en Wassenaar. Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg hebben ook een kleinere doelgroepvoorraad dan gemiddeld maar bij die gemeenten zijn de verschillen beduidend kleiner. Dat betekent automatisch dat de aanpassing van de voorraad in Meer Evenwicht bij die gemeenten ook minder groot is.

Tabel B-0-1: Omvang doelgroepvoorraad en verschil met regiogemiddelde in Referentiescenario, 2030; bron: ABF, Socrates 2019 Referentiescenario Haaglanden

Totale woningvoorraad

Gemeente

Doelgroepvoorraad

07o doelgroepvoorraad

Verschil met regiogemiddelde in 7-punt

Delft

59.010

29.460

49,9yo

6,4/

Den Haag

306.770

151.720

499/0

5,9/

Rijswijk

26.860

13.410

499/0

6,4/

Wassenaar

11.180

3.270

29,2/

-149/0

Zoetermeer

59.520

22.180

379/0

-69/0

Westland

49.050

12.100

24,7/

-18,9/

8.330

1.680

20,1/

-23,4/

Leidschendam-Voorburg

37.040

15.050

40,6/

-2,9/

Pijnacker-Nootdorp

23.270

4.130

17,7/

-25,8/

Haaglanden totaal

581.040

252.980

43,57

0,07

Midden-Delfland

Stap 2: Afstand tot regiogemiddelde verkleinen Zoals gezegd is het uiteindelijke scenario waarbij de grenzen qua functioneren van de woningmarkt in beeld komen een scenario waarbij het verschil in aandeel doelgroepvoorraad ten opzichte van het regionale gemiddelde wordt gedeeld door 3,5. Delen door 3,5 betekent dat de afstand tot het regiogemiddelde met bijna 3007o7 wordt overbrugd. Delen door 3,5 betekent dat het verschil bij elke gemeente wordt verkleind met 3,5. In onderstaande tabel laten we zien wat dit betekent voor het nieuwe gewenste percentage doelgroepvoorraad per gemeente in 2030 (Tabel B-0-2). De eerste twee kolommen zijn dezelfde als in bovenstaande tabel. De afstand tot het regiogemiddelde in %-punten wordt gedeeld door 3,5. Bijvoorbeeld: het percentage doelgroepvoorraad in Pijnacker-Nootdorp is in 2030 volgens het Referentiescenario 25,8 %-punt kleiner dan het regiogemiddelde. 25,807o gedeeld door 3,5 is 7,407o. Het nieuwe gewenste percentage doelgroepvoorraad in 2030 in scenario Meer Evenwicht in Pijnacker-Nootdorp is 17,707o + 7,407o = 25,17. In het Referentiescenario is het aandeel dus 17,77 in 2030 in scenario Meer Evenwicht is dat 25,17. In Delft, Den Haag en Rijswijk is het percentage doelgroepvoorraad in 2030 juist kleiner in Meer Evenwicht

dan

in

het

Referentiescenario.

Leidschendam-Voorburg

zit

in

2030

volgens

het

Referentiescenario het dichtst bij het regiogemiddelde dus de aanpassing in het percentage is bij die gemeente het kleinst.

1 gedeeld door 3,5 is afgerond op hele procenten 297.

Naar maar evenwicht in Haaglanden

41

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Tabel B-0-2: Aanpassing van percentage doelgroepvoorraad in 2030 in scenario Meer Evenwicht

Gemeente Delft

Vo doelgroep-voorraad in Referentiescenario

Verschil met regiogemiddelde in %-punt

Delen door 3,5

Gewenst Vo doelgroepvoorraad in Meer Evenwicht

499/0

6,4/

1,8/

48,1/

Den Haag

499/0

59/0

1,7/

47,8/

Rijswijk

49,90/

6,4/

1,8/

48,1/

Wassenaar

29,2/

-149/0

-4,1/

33,3/

Zoetermeer

379/0

-69/0

-19/0

39,1/

Westland

24,7/

-189/

-5,4/

30,1/

Midden-Delfland

20,1/

-23,4/

-6,7/

26,8/

Leidschendam-Voorburg

40,6/

-29/0

-0,8/

41,5/

Pijnacker-Nootdorp

17,7/

-25,8/

-7,4/

25,1/

Haaglanden totaal

43,507o

0,0%

0,0%

43,5V

Stap 3: Nieuwe doelgroepvoorraad en overige voorraad per gemeente Hierboven hebben we vastgesteld wat het nieuwe gewenste percentage doelgroepvoorraad per gemeente is in 2030. Dat percentage toepassen op de totale woningvoorraad in datzelfde jaar levert een gewenste omvang (in aantallen) van de doelgroepvoorraad op. Iets soortgelijks geldt voor de overige voorraad. Die nieuwe gewenste doelgroepvoorraad kan worden afgezet tegen de omvang van de doelgroepvoorraad in het Referentiescenario. Dat levert per gemeente een bepaalde aanpassing op. Voor de overige voorraad geldt dat natuurlijk ook. In onderstaande tabel zijn de aanpassingen aan de woningvoorraad in 2030 te zien die plaatsvinden in scenario Meer Evenwicht ten opzichte van het Referentiescenario. Bijvoorbeeld: Delft heeft in scenario Meer Evenwicht 1.076 woningen minder in de doelgroepvoorraad in 2030 dan in het Referentiescenario. Dat betekent dat de overige voorraad juist 1.076 woningen groter is. Voor de randgemeenten geldt het omgekeerde. In Zoetermeer bijvoorbeeld telt de doelgroepvoorraad in 2030 1.066 woningen meer dan in het Referentiescenario en is de overige voorraad juist 1.066 woningen kleiner. De laatste regel van de tabel laat zien dat er op regioniveau geen aanpassing van de doelgroepvoorraad of overige voorraad plaatsvindt in scenario Meer Evenwicht.

Tabel B-0-3: Aanpassing doelgroepvoorraad en overige voorraad per gemeente in 2030 in scenario Meer Evenwicht ten opzichte van Referentiescenario in 2030

Gemeente

42

Aanpassing overige voorraad

Aanpassing doelgroepvoorraad

Delft

-1.076

1.076

Den Haag

-5.185

5.185

Rijswijk

-489

489

Wassenaar

457

-457

Zoetermeer

1.066

-1.066

Westland

2.645

-2.645

Midden-Delfland

557

-557

Leidschendam-Voorburg

309

-309

Pijnacker-Nootdorp

1.715

-1.715

Haaglanden totaal

0

0

r2019-0091MS

I

«3D!

RESEARCH

Tabel uitkomsten corporatievoorraad Onderstaande door SVH opgestelde tabel geeft de uitkomsten van beide scenario's weer voor specifiek de corporatiesector. Daarbij zijn uitsplitsingen naar DAEB en niet-DAEB en de prijsklasse tot 720 euro en de prijsklasse boven 720 euro. De huidige voorraad in de tabel heeft - net als in de rest van het rapport betrekking op 2019.

Tabel: Ontwikkeling corporatievoorraad naar segment in beide scenario's, 2019-2030 Meer evenwicht tot 2030

Gemeente

Huidige

Opgave Daeb

Daeb

■c720

Daeb voorraad

Huidige Niet-

2030

Daeb voorraad

Opgave Daeb Totaal opgave

^20

Daeb

Meer evenwicht tot 2030

Niet-Daeb

Opgave niet-

voorraad

daeb< 720

daeb & niet-daeb

Opgave niet-

Totaal

Niet-Daeb

daeb> 720 opgave niet

voorraad 2030

voorraad

Delft Den Haag Rijswijk Wassenaar Zoetermeer Westland Midden-Delfland Leidschendam-Voorburg Pijnacker-Nootdorp

19.310 72.280 8.230 2.830 17.190 8.540 1.520 8.950 3.440

Totaal

142.290

pg.16

142.270

Totale huidige

Totale netto

Totale

corporatie

opgave

corporatie

daeb

2.280

40 2.050 4.170 580

-570 -2.800 -350 -90 -1.440 -450 -150 -580 -400 -6.830

19.170

-6.810

1.710 4.820 -270 -50

0 1.220

21.020 77.100 7.960 2.780 17.800 12.260 2.080 8.950 4.660

1.850 6.000 570 280 2.240 2.180 130 380 740

-890 -1.350 -180 -60 -630 -1.100 -70 -20 -280

154.610

14.370

-4.580

voorraad

corporaties

voorraad 2030

21.160 78.280 8.800 3.110 19.430 10.720 1.650 9.330 4.180

1.120

-1.310 -40 210 -240

1.260 6.310 470 120 2.490 870 90 590 500

22.280 83.410 8.430 2.900 20.290 13.130 2.170 9.540 5.160

-1.680

12.700

156.660

-590 1.660 -100 -210

40

-110 -160

-380 -210 2.410 520 980

167.310

14.360

r2019-0091MS | Naar meer evenwicht in Haaglanden

43

RESEARCH

Scenario’s per gemeente Delft Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

5.370

5.360

-10

DAEB

424 - 651

11.650

14.300

2.650

DAEB

651 - 720

1.720

2.130

410

DAEB

> 720

570

0

-570

Niet-DAEB

ś 720

890

0

-890

Niet-DAEB

> 720

960

1.220

260

Particuliere huur

ś 720

6.570

5.180

-1.390

Particuliere huur

> 720

3.770

6.070

2.290

Goedkope koop

ś 180.000

1.920

2.490

570

Overige koop

> 180.000

17.200

22.260

5.070

50.610

59.010

8.400

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ž 424

5.370

5.230

-140

DAEB

424 - 651

11.650

13.650

2.000

DAEB

651 - 720

1.720

2.140

420

DAEB

> 720

570

0

-570

Niet-DAEB

ž 720

890

0

-890

Niet-DAEB

> 720

960

1.260

300

Particuliere huur

ž 720

6.570

4.970

-1.600

Particuliere huur

> 720

3.770

6.250

2.480

Goedkope koop

ž 180.000

1.920

2.390

470

17.200

23.110

5.920

50.610

59.010

8.400

Overige koop Totaal

> 180.000

r2019-0091MS | Naar meer evenwicht in Haaglanden

45

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

46

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

750Zo

81%

> 720

29%

17%

Totale huursector

67%

67%

r2019-0091MS

«3D! Den Haag Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

12.520

14.530

2.010

DAEB

424 - 651

48.150

55.870

7.720

DAEB

651 - 720

8.810

10.230

1.420

DAEB

> 720

2.800

0

-2.800

Niet-DAEB

ś 720

1.350

0

-1.350

Niet-DAEB

> 720

4.650

6.040

1.390

Particuliere huur

ś 720

47.950

43.490

-4.450

Particuliere huur

> 720

22.180

34.120

11.940

Goedkope koop

ś 180.000

25.210

27.600

2.390

Overige koop

> 180.000

85.640

114.900

29.250

259.260

306.770

47.510

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

12.520

14.480

1.960

DAEB

424 - 651

48.150

52.900

4.750

DAEB

651 - 720

8.810

9.720

910

DAEB

> 720

2.800

0

-2.800

Niet-DAEB

á 720

1.350

0

-1.350

Niet-DAEB

> 720

4.650

6.310

1.660

Particuliere huur

á 720

47.950

42.190

-5.750

Particuliere huur

> 720

22.180

34.480

12.300

Goedkope koop

á 180.000

25.210

27.230

2.020

Overige koop

> 180.000

85.640

119.460

33.820

259.260

306.770

47.510

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

47

RESEARCH

abf

I

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Aanname Prijsklasse

48

2030

< 720

6070

657

> 720

2570

157

Totale huursector

5307o

5307o

r2019-0091MS

«3D! Rijswijk Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

1.430

1.020

-410

DAEB

424 - 651

5.740

6.350

610

DAEB

651 - 720

710

930

220

DAEB

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

ś 720

180

0

-180

Niet-DAEB

> 720

390

460

70

Particuliere huur

ś 720

3.040

2.480

-570

Particuliere huur

> 720

1.970

2.360

390

Goedkope koop

ś 180.000

2.640

2.630

-10

Overige koop

> 180.000

10.220

10.640

420

26.670

26.860

200

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2030

2019-2030

1.430

1.010

-420

5.740

6.060

320

710

890

180

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

á 720

180

0

-180

Niet-DAEB

> 720

390

470

80

Particuliere huur

á 720

3.040

2.340

-710

Particuliere huur

> 720

1.970

2.420

450

Goedkope koop

á 180.000

2.640

2.620

-20

Overige koop

> 180.000

10.220

11.050

830

26.670

26.860

200

DAEB

á 424

DAEB

424 - 651

DAEB

651 - 720

DAEB

Totaal

2019

Naar maar evenwicht in Haaglanden

49

RESEARCH

«3D!

«

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Aanname Prijsklasse

50

2030

< 720

737o

77%

> 720

27%

16%

Totale huursector

6407o

6407o

r2019-0091MS

«3D!

Wassenaar Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

DAEB

ś 424

420

340

-80

DAEB

424 - 651

1.890

1.750

-140

DAEB

651 - 720

430

400

-30

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

ś 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

120

-100

Particuliere huur

ś 720

740

560

-190

Particuliere huur

> 720

1.590

1.260

-330

Goedkope koop

ś 180.000

200

230

30

Overige koop

> 180.000

6.560

6.530

-30

12.190

11.180

-1.010

Totaal

2019-2030

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

420

390

-30

DAEB

424 - 651

1.890

1.890

0

DAEB

651 - 720

430

500

80

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

á 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

120

-100

Particuliere huur

á 720

740

710

-30

Particuliere huur

> 720

1.590

1.120

-470

Goedkope koop

á 180.000

200

240

40

Overige koop

> 180.000

6.560

6.220

-340

12.190

11.180

-1.010

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

51

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

52

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

790Zo

80^0

> 720

16%

9%

Totale huursector

57%

61%

r2019-0091MS

«3D! Zoetermeer Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

1.830

900

-940

DAEB

424 - 651

11.020

12.700

1.690

DAEB

651 - 720

2.900

3.540

640

DAEB

> 720

1.440

0

-1.440

Niet-DAEB

ś 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.560

960

Particuliere huur

ś 720

2.840

1.400

-1.440

Particuliere huur

> 720

3.170

4.360

1.190

Goedkope koop

ś 180.000

3.220

3.650

430

Overige koop

> 180.000

27.540

30.410

2.870

56.200

59.520

3.320

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

1.830

920

-910

DAEB

424 - 651

11.020

13.270

2.250

DAEB

651 - 720

2.900

3.610

710

DAEB

> 720

1.440

0

-1.440

Niet-DAEB

á 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.490

880

Particuliere huur

á 720

2.840

1.750

-1.090

Particuliere huur

> 720

3.170

4.240

1.060

Goedkope koop

á 180.000

3.220

3.700

480

Overige koop

> 180.000

27.540

29.550

2.010

56.200

59.520

3.320

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

53

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

54

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

8570

9107o

> 720

4907o

3707o

Totale huursector

76%

77%

r2019-0091MS

«3D! Westland Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

450

360

-90

DAEB

424 - 651

5.860

7.710

1.850

DAEB

651 - 720

1.780

2.220

440

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

ś 720

1.100

0

-1.100

Niet-DAEB

> 720

1.080

970

-110

Particuliere huur

ś 720

1.730

1.010

-720

Particuliere huur

> 720

2.070

2.860

790

Goedkope koop

ś 180.000

530

810

270

Overige koop

> 180.000

29.400

33.120

3.720

44.440

49.050

4.610

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

450

380

-60

DAEB

424 - 651

5.860

9.540

3.680

DAEB

651 - 720

1.780

2.340

560

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

ś 720

1.100

0

-1.100

Niet-DAEB

> 720

1.080

870

-210

Particuliere huur

ś 720

1.730

1.500

-220

Particuliere huur

> 720

2.070

2.770

700

Goedkope koop

ś 180.000

530

990

450

Overige koop

> 180.000

29.400

30.660

1.260

44.440

49.050

4.610

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

55

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

56

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

8470

897

> 720

427

247

Totale huursector

7407o

7507o

r2019-0091MS

«3D! Midden-Delfland Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

130

120

-10

DAEB

424 - 651

960

1.170

210

DAEB

651 - 720

280

330

50

DAEB

> 720

150

0

-150

Niet-DAEB

ś 720

70

0

-70

Niet-DAEB

> 720

60

120

70

Particuliere huur

ś 720

120

30

-90

Particuliere huur

> 720

340

430

90

Goedkope koop

ś 180.000

30

30

10

Overige koop

> 180.000

5.760

6.100

340

7.880

8.330

450

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

130

180

40

DAEB

424 - 651

960

1.530

570

DAEB

651 - 720

280

370

100

DAEB

> 720

150

0

-150

Niet-DAEB

á 720

70

0

-70

Niet-DAEB

> 720

60

90

30

Particuliere huur

á 720

120

90

-30

Particuliere huur

> 720

340

330

-10

Goedkope koop

á 180.000

30

60

40

Overige koop

> 180.000

5.760

5.680

-80

7.880

8.330

450

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

57

RESEARCH

abf

I

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Aanname Prijsklasse

58

2030

< 720

9270

967

> 720

3770

217

Totale huursector

7807o

84%

r2019-0091MS

«3D! Leidschendam-Voorburg Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

1.000

700

-310

DAEB

424 - 651

6.550

7.390

840

DAEB

651 - 720

820

840

10

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

ś 720

20

0

-20

Niet-DAEB

> 720

360

590

230

Particuliere huur

ś 720

3.740

3.020

-720

Particuliere huur

> 720

3.020

3.590

570

Goedkope koop

ś 180.000

3.080

3.110

30

Overige koop

> 180.000

17.620

17.810

190

36.780

37.040

260

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

1.000

710

-290

DAEB

424 - 651

6.550

7.410

860

DAEB

651 - 720

820

830

10

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

á 720

20

0

-20

Niet-DAEB

> 720

360

590

230

Particuliere huur

á 720

3.740

3.300

-430

Particuliere huur

> 720

3.020

3.570

550

Goedkope koop

á 180.000

3.080

3.110

30

Overige koop

> 180.000

17.620

17.520

-100

36.780

37.050

260

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

59

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

60

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

6970

7307o

> 720

2407o

1407o

Totale huursector

58%

58%

r2019-0091MS

«3D! Pijnacker-Nootdorp Refe re ntiesce nario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

ś 424

150

120

-30

DAEB

424 - 651

1.960

2.390

440

DAEB

651 - 720

930

950

20

DAEB

> 720

400

0

-400

Niet-DAEB

ś 720

280

0

-280

Niet-DAEB

> 720

460

610

150

Particuliere huur

ś 720

620

290

-320

Particuliere huur

> 720

1.470

1.840

370

Goedkope koop

ś 180.000

150

380

230

Overige koop

> 180.000

14.720

16.690

1.980

21.130

23.270

2.140

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

á 424

150

130

-30

DAEB

424 - 651

1.960

3.390

1.440

DAEB

651 - 720

930

1.140

210

DAEB

> 720

400

0

-400

Niet-DAEB

á 720

280

0

-280

Niet-DAEB

> 720

460

500

50

Particuliere huur

á 720

620

590

-30

Particuliere huur

> 720

1.470

1.720

240

Goedkope koop

á 180.000

150

590

450

Overige koop

> 180.000

14.720

15.210

490

21.130

23.270

2.140

Totaal

Naar maar evenwicht in Haaglanden

61

RESEARCH

«3D!

RESEARCH

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

62

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

8470

897

> 720

377

237

Totale huursector

67%

69%

r2019-0091MS

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

NOTITIE [van] ABF

[voor]

Haaglanden-gemeenten

[kenmerk] n2020-

0023MS

[project] 19255-

WRG

[onderwerp]

Scenario’s voor de 5 gemeenten met woningbouwprogrammering

[plaats] Delft [datum] 24 januari 2020

boven de regionale opgave

Inleiding In het rapport “Naar een meer evenwichtige regio Haaglanden” (december 2019) hebben we voor elk van de negen gemeenten in Haaglanden een streefvoorraad in 2030 in twee scenario's opgesteld: het Referentiescenario en scenario Meer Evenwicht. Beide scenario's in dat rapport zijn qua totale ontwikkeling van de woningvoorraad gebaseerd op de Woningbehoefteraming (WBR) 2019 van de Provincie ZuidHolland. Oftewel: in beide scenario's ontwikkelt de woningvoorraad zich tussen 2019 en 2030 per saldo precies zoals de WBR aangeeft. Vijf gemeenten hebben aangegeven voor de periode tot 2030 reeds meer te hebben geprogrammeerd dan de behoefteberekeningen volgens de WBR. Het gaat om Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer, Westland en Leidschendam-Voorburg.

Voor hen is tevens berekend hoe de

scenario's eruit zien bij de aantallen van de woningbouwprogramma's.

De opgave van de regio is gebaseerd op woningbehoefteramingen waarin autonome marktontwikkelingen, doelgroepontwikkelingen en macro-economische ontwikkelingen zijn verwerkt, niet op woningbouwprogramma's. De opgave voor de regio verandert hierdoor niet. Voor de overige vier gemeenten verandert er dus niets ten opzichte van het eerste rapport van ABF.

Indien gemeenten meer willen realiseren dan de opgave, wordt dit vanzelfsprekend omarmd wegens de krapte op de woningmarkt. In totaliteit mag de regio 130Zo programmeren van wat er gerealiseerd dient te worden. De ruimte om meer te programmeren is er vanwege het feit dat in de praktijk rekening gehouden moet worden met circa 30Zo planuitval. Indien de gemeenten de aantallen van de woningbouwprogramma's aanhouden, blijft de regio binnen de 1300Zo programmeer-ruimte.

We hebben voor de genoemde vijf gemeenten doorgerekend wat op basis van de aantallen van de woningbouwprogramma's het Referentiescenario en het scenario Meer Evenwicht (ME) is. In deze notitie nemen we deze nieuwe uitkomsten op. Ter vergelijking zijn de ‘oude' tabellen op basis van de WBR (uit het rapport) ook nog opgenomen.

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Bouwprogramma 5 gemeenten versus WBR Onderstaande tabel geeft per gemeente aan hoe groot de netto ontwikkeling van de totale woningvoorraad is volgens de behoefteberekeningen op basis van de WBR versus de geplande aantallen van de woningbouwprogramma's.

Het

gaat

om

de

periode

2019

t/m

2029.

De

gemeentelijke

woningbouwprogramma's hebben we van de opdrachtgevers ontvangen.

Tabel 1: Netto ontwikkeling woningvoorraad volgens WBR en woningbouwprogramma, 2019 t/m 2029; bron: PZH (WBR) en opdrachtgevers (WBP)

Woningbouwprogramma Gemeente Rijswijk

WBR

Verschil

200

4.530

4.330

Wassenaar

-1.010

530

1.540

Zoetermeer

3.320

8.770

5.450

Westland

4.610

6.730

2.120

260

2.490

2.230

Leidschendam-Voorburg

Uitgangspunten en methodiek Voor de berekening van de scenario's op basis van de bouwprogramma-aantallen hebben we - afgezien van de totale voorraadontwikkeling - dezelfde uitgangspunten gehanteerd als in het rapport van december. Deze uitgangspunten zijn samengevat in paragraaf 3.2 (pagina 16 en verder) van het rapport.

Voor het opstellen van het scenario Meer Evenwicht, oftewel het aanpassen van de woningvoorraad ten opzichte van het Referentiescenario, hebben we dezelfde methodiek gevolgd als in het rapport. Dat betekent dat we per gemeente de afstand tot het regionale gemiddelde percentage doelgroepvoorraad in 2030 volgens het Referentiescenario delen door 3,5. Dat betekent dat het verschil met bijna 30yo wordt verkleind. Het gaat daarbij om de afstand tot het regiogemiddelde volgens het nieuwe, aangepaste Referentiescenario waarin voor de vijf gemeenten een hoger bouwprogramma is gehanteerd.

Ook alle andere bouwstenen van de methodiek in het rapport zijn gelijk gebleven: -

het werken met marktaandelen om de gewenste voorraad huurwoningen in 2030 te splitsen in een particulier segment en een corporatiesegment;

-

de aanname om (in de uitkomsten) de gewenste corporatiewoningen in het gereguleerde segment in 2030 volledig in de DAEB-tak onder te brengen en alle duurdere corporatiewoningen in de nietDAEB-tak.

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

2

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Scenario’s per gemeente Op de navolgende pagina's zijn voor elk van de vijf gemeenten vier tabellen opgenomen:

-

Voorraad 2030 op basis van WBR - Referentiescenario

-

Voorraad 2030 op basis van WBR - Scenario Meer Evenwicht

-

Voorraad 2030 op basis van woningbouwprogramma - Referentiescenario

-

Voorraad 2030 op basis van woningbouwprogramma - Scenario Meer Evenwicht

De tabellen op basis van de WBR zijn overgenomen uit het eerdere rapport (december). De tabellen op basis van het woningbouwprogramma zijn nieuw.

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

3

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Rijswijk - Scenario’s conform Regionale opgave (o.b.v. Woningbehoefteraming) Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

1.430

1.020

-410

DAEB

424 - 651

5.740

6.350

610

DAEB

651 - 720

710

930

220

DAEB

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

S 720

180

0

-180

Niet-DAEB

> 720

390

460

70

Particuliere huur

S 720

3.040

2.480

-570

Particuliere huur

> 720

1.970

2.360

390

Goedkope koop

S 180.000

2.640

2.630

-10

Overige koop

> 180.000

10.220

10.640

420

26.670

26.860

200

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 1.430

2030 1.010

2019-2030 -420

DAEB

424 - 651

5.740

6.060

320

DAEB

651 - 720

710

890

180

DAEB

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

S 720

180

0

-180

390

470

80

> 720 Niet-DAEB

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

3.040 1.970

2.340 2.420

-710 450

Goedkope koop

S 180.000

2.640

2.620

-20

10.220

11.050

830

26.670

26.860

200

Overige koop Totaal

> 180.000

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

4

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Rijswijk - Scenario’s o.b.v. aantallen Woningbouwprogramma Referentiescenario Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 1.430

2030 1.020

2019-2030 -410

DAEB

424 - 651

5.740

7.090

1.350

DAEB

651 - 720

710

970

250

DAEB

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

S 720

180

0

-180

Niet-DAEB

> 720

390

500

120

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

3.040 1.970

2.710 2.600

-330 630

Goedkope koop

S 180.000

2.640

2.930

290

Overige koop

> 180.000

10.220

13.390

3.170

26.670

31.200

4.530

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 1.430

2030 1.030

2019-2030 -400

DAEB

424 - 651

5.740

6.960

1.220

DAEB

651 - 720

710

940

230

DAEB

> 720

350

0

-350

Niet-DAEB

S 720

180

0

-180

390

510

120

> 720 Niet-DAEB

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

3.040 1.970

2.610 2.610

-430 640

Goedkope koop

S 180.000

2.640

2.860

220

Overige koop

> 180.000

10.220

13.690

3.470

26.670

31.200

4.530

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

5

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

73y0

77y0

> 720

27y0

160Zo

Totale huursector

6407o

640/,,

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

6

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Wassenaar - Scenario’s conform Regionale opgave (o.b.v. Woningbehoefteraming) Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

420

340

-80

DAEB

424 - 651

1.890

1.750

-140

DAEB

651 - 720

430

400

-30

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

S 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

120

-100

Particuliere huur

S 720

740

560

-190

Particuliere huur

> 720

1.590

1.260

-330

Goedkope koop

S 180.000

200

230

30

Overige koop

> 180.000

6.560

6.530

-30

12.190

11.180

-1.010

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 420

2030 390

2019-2030 -30

DAEB

424 - 651

1.890

1.890

0

DAEB

651 - 720

430

500

80

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

S 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

120

-100

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

740 1.590

710 1.120

-30 -470

Goedkope koop

S 180.000

200

240

40

Overige koop

> 180.000

6.560

6.220

-340

12.190

11.180

-1.010

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

7

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Wassenaar - Scenario’s o.b.v. aantallen Woningbouwprogramma Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

420

370

-50

DAEB

424 - 651

1.890

2.030

140

DAEB

651 - 720

430

510

80

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

S 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

150

-60

Particuliere huur

S 720

740

650

-90

Particuliere huur

> 720

1.590

1.640

40

Goedkope koop

S 180.000

200

290

90

Overige koop

> 180.000

6.560

7.090

530

12.190

12.720

530

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 420

2030 360

2019-2030 -60

DAEB

424 - 651

1.890

2.250

360

DAEB

651 - 720

430

520

90

DAEB

> 720

90

0

-90

Niet-DAEB

S 720

60

0

-60

Niet-DAEB

> 720

220

150

-70

740 1.590

850 1.600

110 10

200

350

150

6.560

6.640

80

12.190

12.720

530

^ 720 Particuliere huur Particuliere huur

^20

2 180.000 Goedkope koop Overige koop Totaal

> 180.000

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

8

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

79y0

79y0

> 720

16y0

9y0

Totale huursector

5707o

5707o

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

9

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Zoetermeer - Scenario’s conform Regionale opgave (o.b.v. Woningbehoefteraming)

Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

1.830

900

-940

DAEB

424 - 651

11.020

12.700

1.690

DAEB

651 - 720

2.900

3.540

640

DAEB

> 720

1.440

0

-1.440

Niet-DAEB

S 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.560

960

Particuliere huur

S 720

2.840

1.400

-1.440

Particuliere huur

> 720

3.170

4.360

1.190

Goedkope koop

S 180.000

3.220

3.650

430

Overige koop

> 180.000

27.540

30.410

2.870

56.200

59.520

3.320

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse

2019 1.830

2030 920

2019-2030 -910

á 424

11.020

13.270

2.250

DAEB

2.900

3.610

710

DAEB

1.440

0

-1.440

DAEB

424-651 651-720 > 720

Niet-DAEB

S 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.490

880

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

2.840 3.170

1.750 4.240

-1.090 1.060

Goedkope koop

S 180.000

3.220

3.700

480

Overige koop

> 180.000

27.540

29.550

2.010

56.200

59.520

3.320

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

10

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Zoetermeer - Scenario’s o.b.v. aantallen Woningbouwprogramma Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

« 424

1.830

880

-960

DAEB

424 - 651

11.020

14.430

3.420

DAEB

651 - 720

2.900

3.660

760

DAEB

> 720

1.440

0

-1.440

Niet-DAEB

« 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.830

1.230

Particuliere huur

« 720

2.840

1.530

-1.300

Particuliere huur

> 720

3.170

4.830

1.650

Goedkope koop

« 180.000

3.220

3.830

610

Overige koop

> 180.000

27.540

32.980

5.440

56.200

64.970

8.770

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse « 424

2019 1.830

2030 900

2019-2030 -940

DAEB

424 - 651

11.020

15.100

4.080

DAEB

651 - 720

2.900

3.700

800

DAEB

> 720

1.440

0

-1.440

Niet-DAEB

« 720

630

0

-630

Niet-DAEB

> 720

1.610

2.760

1.150

Particuliere huur Particuliere huur

« 720 > 720

2.840 3.170

1.920 4.700

-920 1.530

Goedkope koop

« 180.000

3.220

3.860

640

Overige koop

> 180.000

27.540

32.040

4.500

56.200

64.970

8.770

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

11

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

850Zo

91%

> 720

490Zo

37%

Totale huursector

76%

77%

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

12

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Westland - Scenario’s conform Regionale opgave (o.b.v. Woningbehoefteraming) Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

450

360

-90

DAEB

424 - 651

5.860

7.710

1.850

DAEB

651 - 720

1.780

2.220

440

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

S 720

1.100

0

-1.100

Niet-DAEB

> 720

1.080

970

-110

Particuliere huur

S 720

1.730

1.010

-720

Particuliere huur

> 720

2.070

2.860

790

Goedkope koop

S 180.000

530

810

270

Overige koop

> 180.000

29.400

33.120

3.720

44.440

49.050

4.610

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 450

2030 380

2019-2030 -60

DAEB

424 - 651

5.860

9.540

3.680

DAEB

651 - 720

1.780

2.340

560

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

S 720

1.100

0

-1.100

1.080

870

-210

1.730 2.070

1.500 2.770

-220 700

> 720 Niet-DAEB

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

Goedkope koop

S 180.000

530

990

450

Overige koop

> 180.000

29.400

30.660

1.260

44.440

49.050

4.610

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

13

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Westland - Scenario’s o.b.v. aantallen Woningbouwprogramma Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

450

360

-80

DAEB

424 - 651

5.860

8.210

2.360

DAEB

651 - 720

1.780

2.300

520

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

S 720

1.100

0

-1.100

Niet-DAEB

> 720

1.080

1.030

-60

Particuliere huur

S 720

1.730

1.070

-660

Particuliere huur

> 720

2.070

3.020

940

Goedkope koop

S 180.000

530

900

370

Overige koop

> 180.000

29.400

34.300

4.900

44.440

51.170

6.730

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 450

2030 370

2019-2030 -70

DAEB

424 - 651

5.860

9.940

4.090

DAEB

651 - 720

1.780

2.520

740

DAEB

> 720

450

0

-450

Niet-DAEB

S 720

1.100

0

-1.100

Niet-DAEB

> 720

1.080

920

-160

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

1.730 2.070

1.570 2.940

-160 870

Goedkope koop

S 180.000

530

1.140

610

Overige koop

> 180.000

29.400

31.770

2.370

44.440

51.170

6.730

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

14

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

840Xo

890Xo

> 720

420Xo

240Xo

Totale huursector

740X0

750Xo

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

15

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Leidschendam-Voorburg - Scenario’s conform Regionale opgave (o.b.v. Woningbehoefteraming) Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

1.000

700

-310

DAEB

424 - 651

6.550

7.390

840

DAEB

651 - 720

820

840

10

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

S 720

20

0

-20

Niet-DAEB

> 720

360

590

230

Particuliere huur

S 720

3.740

3.020

-720

Particuliere huur

> 720

3.020

3.590

570

Goedkope koop

S 180.000

3.080

3.110

30

Overige koop

> 180.000

17.620

17.810

190

36.780

37.040

260

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse

2019 1.000

2030 710

2019-2030 -290

DAEB

S 424 424 - 651

6.550

7.410

860

DAEB

651 - 720

820

830

10

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

2 720

20

0

-20

360

590

230

3.740 3.020

3.300 3.570

-430 550

> 720 Niet-DAEB

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

Goedkope koop

S 180.000

3.080

3.110

30

Overige koop

> 180.000

17.620

17.520

-100

36.780

37.050

260

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

16

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Leidschendam-Voorburg - Scenario’s o.b.v. aantallen Woningbouwprogramma Referentiescenario Eigendom

Prijsklasse

2019

2030

2019-2030

DAEB

S 424

1.000

700

-300

DAEB

424 - 651

6.550

7.920

1.380

DAEB

651 - 720

820

860

30

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

S 720

20

0

-20

Niet-DAEB

> 720

360

640

280

Particuliere huur

S 720

3.740

3.160

-570

Particuliere huur

> 720

3.020

3.870

850

Goedkope koop

S 180.000

3.080

3.200

120

Overige koop

> 180.000

17.620

18.920

1.300

36.780

39.270

2.490

Totaal

Scenario Meer Evenwicht Eigendom DAEB

Prijsklasse S 424

2019 1.000

2030 690

2019-2030 -310

DAEB

424 - 651

6.550

8.010

1.470

DAEB

651 - 720

820

830

10

DAEB

> 720

580

0

-580

Niet-DAEB

S 720

20

0

-20

Niet-DAEB

> 720

360

630

270

Particuliere huur Particuliere huur

S 720 > 720

3.740 3.020

3.460 3.810

-280 790

Goedkope koop

S 180.000

3.080

3.210

130

Overige koop

> 180.000

17.620

18.630

1.010

36.780

39.270

2.490

Totaal

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

17

RESEARCH TRENDSETTEND IN CIJFERS

Aandeel corporatiebezit per prijsklasse

Stand

Aanname

Prijsklasse

2019

2030

< 720

69y0

73y0

> 720

24y0

14y0

Totale huursector

5807o

5807o

Scenario's voor de 5 gemeenten o.b.v. aantallen woningbouwprogrammering

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=12f42517-0991-4dc4-9d08-5d88ac86ea3f