Notulen gemeenteraad 1 juni 2021 (G21-001369)
Tekst van het document
WOORDELIJK VERSLAG van de vergadering van de raad van de gemeente Westland, gehouden op 1 juni 2021
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
WOORDELIJK VERSLAG van de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 1 juni 2021, 's avonds om 19.00 uur digitaal
Aanwezig Voorzitter Raadsgriffier Leden
B. R. Arends A.P.M.A.F. Bergmans. A.J. van den Berg, A. de Bloeme, L.G. Boekestijn, J. Bogaard, A. Bongaards, P.D. van der Doorn, P.J.L.J. Duijsens, A.N. van der E ij kGroeneveld, N.J.M. de Gier, R. van der Giessen, A. van Harmelen, C. D.M. Heijl, B.M. Hofland, P.N. Hoogerbrugge, C. Huisman, P.D. Immerzeel, J. de Jong, R.K. Keizer, G.W.C. van der Knaap, D. van Koppen, R.G.A. Lelieveld, C. van der Mark, A.P. van der Meer, J.J. van Rossum, P. Scheffers-van der Lely, U.M. Spaans, C.Y. van Staalduinen, M.D. van der Stelt, J.G.M. Suijker-van Wingerden, R.C.H. Valstar, J. van Veen J. Vermeer-de Smit, P. Voskamp, J.G.M. Witkamp, S.J.N. Zuyderwijk en M.H.P.M. Zuidgeest.
Wethouders
A. Abee, J.A. Gardien-Reinders, L.K. Snijders, B.P.M. van der Stee, P. Varekamp en P.A. Vreugdenhil.
Afwezig
J.J. Eeltink, M.A.J. Leerdam en M.W.M. Stokkers.
1.
OPENING EN MEDEDELINGEN
De voorzitter: Het is 19.00 uur. Ik open de vergadering. Iedereen van harte welkom. Het is alweer een lange tijd geleden dat wij elkaar in levenden lijve voor het laatst hebben gezien. Bericht van verhindering is er van de heren Eeltink en Leerdam en mevrouw Stokkers. De heer Zuidgeest komt iets later. De heer Van Koppen: De heer Valstar is ook iets later. De voorzitter: Het is een iets andere setting. We zijn continu aan het experimenteren met de 1,5 meter. Ik weet niet of dit de uiteindelijke oplossing is, die wat langer blijft duren. Maar laten we hopen dat we hier vanaf 1 september weer zonder allerlei voorzorgsmaatregelen kunnen vergaderen. Het doet me in ieder geval deugd u allemaal weer te kunnen zien. Ik heb begrepen dat een aantal van u wat gezondheidsperikelen heeft ondervonden rondom corona. Maar gelukkig is iedereen daar weer grotendeels of helemaal van hersteld. Het is goed om u allen hier weer te zien. Het is vandaag prachtig mooi weer. We hebben een korte agenda, dus ik zou zeggen het niet langer te maken dan strikt noodzakelijk. Er is mij verzocht de vergadering ook wat meer te stroomlijnen op hoofdlijnen. Er is een mooie aanleiding om daarmee vandaag een begin te maken. Als u denkt dat hij nu wel erg kort door de bocht is, dan weet u in ieder geval waaraan dat ligt. Dat is mijn opdracht. 2.
VRAGENHALFUUR
De voorzitter: Er is één vraag binnengekomen van de ChristenUnie-SGP-fractie. De heer Van Harmelen: Voorzitter. Ik wil de door ons ingediende vraag even voorlezen. Als je gedwongen in de psychiatrie wordt opgenomen loop je het risico dat de gemeente je
1
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
bijstandsuitkering, als je die hebt, stopzet. Een aantal Amsterdamse psychiaters legde vorige week de vinger op deze zere plek in de Participatiewet. Het gevolg van de toepassing van deze wet is namelijk dat gedwongen opgenomen patiënten schulden opbouwen en zelfs hun woning kunnen kwijtraken. Voor wie zich vrijwillig laat opnemen geldt dit dus niet. Gemeenten kunnen zelf besluiten of ze artikel 13 lid 1 niet van toepassing laten zijn en een cliënt met gedwongen opname dezelfde behandeling te laten geven als mensen die vrijwillig zijn opgenomen. Dit leidt tot een viertal vragen. Is het college het met de ChristenUnie-SGP-fractie eens dat het stopzetten van de bijstandsuitkering van gedwongen opgenomen mensen onwenselijk is? Wat zijn de ervaringen in onze gemeente met het aanvragen van bijzondere bijstand door deze groep patiënten?. Op welke wijze kan en wil de gemeente gehoor geven aan de oproep van organisaties en psychiaters om lid 1 van artikel 13 van de Participatiewet niet van toepassing te laten zijn op inwoners die gedwongen worden opgenomen en hen dus hetzelfde te laten behandelen als degenen die zich vrijwillig laten opnemen? Is het college bereid hierover ook in overleg te gaan met de GGZ-instellingen, zodat deze kwetsbare patiënten na een gedwongen opname en behandeling niet met extra schulden naar huis terugkeren? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel.
Ik geef voor beantwoording het woord aan wethouder Vreugdenhil. Wethouder Vreugdenhil: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het op uw verzoek kort houden. Het eerste antwoord is ja. We vinden het ongewenst dat dat het geval zou zijn. We zijn verplicht om de algemene bijstand op dat moment te stoppen. Maar dan is er het instrument van de bijzondere bijstand. Dat doet deze gemeente. Dat is nu één keer voorgekomen. En we gaan graag het gesprek aan met de GGZ-instelling. Dat doen we dan in H4-verband. 3.
VASTSTELLING VAN DE AGENDA
De voorzitter: Er zijn geen wijzigingen in de agenda. Moties 21.1, 21.2, 21.3 en 21.4 komen vanavond ter besluitvorming aan de orde. Moties 21.6, 21.7, 21.8. 21.9 en 21.11 gaan eerst naar de commissie. Over motie 21.5 is ook het verzoek om deze vanavond aan de orde te stellen. En ik stel u voor dat motie 21.10 ook vanavond aan de orde komt. Omdat die motie gaat over het zelfde onderwerp. Dan kan dat in één keer bij elkaar betrokken worden. Gaat u daarmee akkoord? De heer Lelieveld: Voorzitter. Ik wil aankondigen dat GBW een stemverklaring aflegt bij hamerstuk 1 5. De voorzitter: Oké. De heer Duijsens: Ik leg een stemverklaring af bij de agendapunten 11 en 15. Er moet mij verder iets van het hart. Volgens mij heeft de heer De Gier van de PvdA met Westland Verstandig en GroenLinks een agenderingsverzoek gedaan om het onderwerp afval op de agenda te plaatsen. Ik heb het even nagezocht. Elk raadslid heeft te allen tijde het recht om een agendapunt voor te stellen en om dat naar de raad te brengen. Ik begrijp ook waarlijk niet waarom dat niet gedaan is en waarom hier in strijd met de verordening en de Gemeentewet gehandeld wordt. Het gaat mij om het principe. De indiener wordt gevraagd dat niet te doen en dat eigenlijk niet goed te vinden: dien maar een motie in. Volgens mij is die benadering verre van correct.
En als we zo als raadsleden een beetje - ik wil niet zeggen monddood - maar toch terzijde geschoven worden... Of dat nou de Agendacommissie of de burgemeester als voorzitter doet maakt me helemaal niks uit. Als een aantal fracties vraagt om een agenderingsverzoek zal dat op zijn minst opgenomen moeten worden bij de vaststelling van de agenda. Ik had dat ook verwacht, maar dat staat er niet. Dat is niet alleen jammer. Er komen twee moties over het onderwerp, dus het zal toch wel aan de orde komen.
2
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
Zo'n weigering, zeker als die bij de voorzitter vandaan komt, vind ik eigenlijk niet kunnen. Dat op die wijze de oppositie monddood wordt gemaakt. De heer Duijsens: Het staat in ieder geval op de agenda. Het wordt vanavond behandeld. De heer De Gier: Voorzitter. Ik wil daarop kort reageren. De voorzitter: Nee, dit is de vaststelling van de agenda. Ik stel voor dat we daarover nu niet al te veel discussie voeren. Het punt is helder en het staat vanwege de motie op de agenda. De heer De Gier: Ik kan nu niet verzoeken om er alsnog een agendapunt van te maken, omdat de stukken er alsnog niet zijn. De voorzitter: Het staat op de agenda bij de behandeling van de moties. Dus daarmee is het de facto een agendapunt. Mevrouw Van der Knaap: Voorzitter. Ik wil graag een stemverklaring afleggen bij agendapunt 8. De voorzitter: Oké. De heer Voskamp: Voorzitter. Ik wil graag een stemverklaring afleggen bij agendapunt 12 De heer Spaans: Voorzitter. Wanneer komen de door de heer De Gier gevraagde stukken dan wel aan de orde? De voorzitter: Die komen bij de behandeling van de motie aan de orde, mijnheer Spaans. De heer Spaans: Voorzitter. Een punt van orde. De stukken zitten er niet bij. De voorzitter: Daar nemen we dan kennis van. De motie zit er wel bij en dat zal in de beantwoording verder wel aan de orde komen. De heer Spaans: Maar dat was mijn vraag niet.
De voorzitter: Nee, maar dat is mijn antwoord wel. De heer Spaans: Dus houd u uw mond. Oké, dank u, dat is duidelijk. De voorzitter: Tot uw dienst. De agenda is daarmee vastgesteld. 4.
SPREEKRECHT VOOR BURGERS
De voorzitter: Er is één inspreekster, mevrouw Korevaar. Van harte welkom! Aan u het woord. Mevrouw Korevaar: Dank u wel. Geachte leden van de raad en geachte voorzitter. Vanavond spreek ik in naar aanleiding van punt 21.1 van uw agenda, de motie die het college vraagt het overleg te stimuleren tussen het parochiebestuur als eigenaar van de katholieke begraafplaats in Naaldwijk en de werkgroep Behoud RK-begraafplaats Dijkweg. Dank voor deze mogelijkheid. Ik mag hier spreken namens al die personen en organisaties, die deze begraafplaats willen bewaren. U bent intussen ruim voorgelicht, van alle kanten. De werkgroep vergaderde nog
3
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
vorige week over de stand van zaken. En eigenlijk hoeven we u ook niets meer te vertellen. Ik ben hier vanavond uitsluitend misschien toch nog voor die enkele vraag die u nu graag beantwoord wilt zien en om drie dingen even te benadrukken. Ten eerste is participatie van parochianen en andere burgers hier een belangrijk punt. Ten tweede. De eigenaar van de begraafplaats is het parochiebestuur. Maar de kerk kan niet zonder de gemeente en de gemeente kan niet zonder de kerk. Dit erfgoed is van Naaldwijkers, van Westlanders. De kerk moet zich realiseren dat zij het alleen niet zal redden en de steun van parochianen, burgers en overheid in deze tijden nog hard genoeg nodig zal hebben wil zij nog iets van haar en ons erfgoed behouden. Dat geldt voor kerkgebouwen en ook voor begraafplaatsen. Ten derde. De werkgroep wil graag het overleg met het parochiebestuur van 2 oktober jl. voortzetten. Laten we er alles aan doen om te voorkomen dat we spijt krijgen. Er valt hier nooit meer iets terug te draaien, nooit meer iets te restaureren. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. 5.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN HET WOORDELIJK VERSLAG VAN DE OPENBARE RAADSVERGADERING VAN 13 APRIL 2021
De voorzitter: Iedereen is akkoord. Aldus vastgesteld. 6.
LIJSTEN IN- EN UITGAANDE STUKKEN
6.1
VASTSTELLING VAN DE AFHANDELING VAN DE LIJST INGEKOMEN STUKKEN (LIS)
6.2
KENNISNEMING VAN DE
LIJST MET UITGAANDE STUKKEN (LUS)
6.3
KENNISNEMING VAN DE
LIJST MET VERTROUWDE STUKKEN
6.4
KENNISNEMING VAN DE
LIJST MET ARTIKEL 42-VRAGEN EN ANTWOORDEN
De voorzitter: De lijsten onder 6.1 t/m 6.4 zijn vastgesteld. HAMERSTUKKEN TER VASTSTELLING 7.
VOORSTEL TOT BENOEMING VAN DE HEER G.M. BAKKER (VVD) ALS LID VAN DE RAADSCOMMISSIE EFO
8.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE ZIENSWIJZE OP DE BEGROTING 2022 SERVICEBUREAU JEUGDHULP HAAGLANDEN
Mevrouw Van der Knaap: Voorzitter. De VVD-fractie stemt in met de voorliggende zienswijze. Echter, vanuit het regionaal raadsledenoverleg bereiken ons berichten dat enkele andere H10-gemeenten, zoals onder meer Wassenaar en Zoetermeer, wel wijzigingen en amendementen hebben aangenomen. Aangezien de zienswijze voor de hele H10 geldt zouden deze aanvullingen dus ook voor onze gemeente gaan gelden. Voor zover deze inhoudelijk al bekend zijn kunnen we daarmee ook op voorhand instemmen. We verzoeken de wethouder ons in de volgende vergadering van de commissie MO op de hoogte te stellen van de definitieve zienswijzen, inclusief de aanvullingen van de andere H10-gemeenten.
4
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
9.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE ZIENSWI JZE OP DE BEGROTINGSSTUKKEN 2022 EN BEGROTINGSWIJZIGING 2021 GR GGD EN VT HAAGLANDEN
10.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN HET GEWI JZIGDE BESTEMMINGSPLAN VAN WIJKLAAN 2 DE LIER
11.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE GRONDEXPLOITATIE HERONTWIKKELING LOCATIE VOORMALIG GEMEENTEKANTOOR MONSTER
De heer Duiisens: Voorzitter. Jammer dat we als raad deze weg ingeslagen zijn. Die kost de gemeente geld. Dat blijkt uit het voorstel. Behoud van het gebouw had tot seniorenwoningen geleid. Dat had waarschijnlijk ook meer financiële draagkracht opgeleverd. Andere problemen in Monster, zoals parkeren, hadden dan veel kordater aangepakt kunnen worden. We worden dan ook geacht tegen het voorstel te hebben gestemd. 12.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE STRATEGIE KLIMAATADAPTATIE WESTLAND 2021-2024
De heer Voskamp: Op zich een heel verhaal met veel aannames en veronderstellingen zonder directe plannen of uitvoering. Daarnaast geen of weinig financiële onderbouwing. We zullen wel voor stemmen, maar rekenen erop dat de uitvoering op termijn meer duidelijkheid geeft, zeker wat betreft de inzet richting onze burgers. 13.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 (RES 1 .0)
14.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE EERSTE WIJZIGING VAN DE LEGESVERORDENING WESTLAND 2021
15.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE ZIENSWIJZE OP DE ONTWERPBEGROTING 2022 MRDH
De heer Lelieveld: Voorzitter. De GBW-fractie heeft kennisgenomen van de aangepaste brief conceptzienswijze Ontwerpbegroting MRDH 2022, waarin het college aangeeft: essentieel onderdeel hierin vormt een snelle HOV-lightrailverbinding. Voor de GBW-fractie is HOV van essentieel belang, maar een lightrailverbinding staat voor GBW nog eventjes niet als uitgemaakte zaak vast. We zullen overigens wel voor dit voorstel stemmen. De heer Duiisens: Jammerlijk vinden wij dat de MRDH zo weinig oog heeft voor openbaar vervoersproblematiek in Westland. Nagenoeg al het vervoersgeld gaat naar Rotterdam en Den Haag. Gisteren weer een mooi voorbeeld: f 30.000.000,00 voor een betere verbinding Scheveningen-Kijkduin vanaf het Centraal Station. Waarom dat wel en dat Westland voortdurend te horen krijgt dat er geen geld is? We gaan akkoord, maar wel met deze opmerking erbij. 16.
VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN 201 6
17.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE ZIENSWIJZE OP DE ONTWERPMEERJARENBEGROTING 2022-2025 VRH, INCLUSIEF HERZIENE BEGROTING 2021 EN FINANCIEEL JAARBERICHT VRH 2020
5
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
De voorzitter: Dan concludeer ik dat iedereen voor de voorstellen bij de agendapunten 7 tot en met 17 gestemd heeft. Met uitzondering van het voorstel bij agendapunt 11, daar heeft Westland Verstandig tegen gestemd. Aldus besloten en aangenomen. BERAADSLAGING EN VASTSTELLING 18.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN HET PLAN VAN SCHOLEN 2022 -2025
De heer Duijsens: Mijnheer de voorzitter. Ik zal vrij kort zijn, want het onderwerp is duidelijk. Ik moet u zeggen dat ik weinig goeds over heb voor een van uw hand te elfder ure gekomen brief. We hebben dit amendement vorige week dinsdag rondgestuurd. En dan is het wat verdrietig als je van kantoor vertrekt om een uur of zes en dan ligt daar ineens een brief van de burgemeester, waarin hij aangeeft dat het amendement in ieder geval hem geen blij gevoelt geeft. Bovendien is het ook jammer dat je dan niet meer op die brief kunt reageren. Hij is onjuist. Punt een is uw feestje. U gaat maar naar de minister. U belt Koningin Máxima wat mij betreft maar op. Dat is allemaal prima. Dat hadden we verwacht. Ik heb het idee dat het amendement al lang bij de minister ligt. Dus wat dat betreft zal uw telefoontje of uw brief niet veel nieuws brengen. Uw tweede opmerking getuigt van slecht lezen. Wat staat er namelijk in het amendement? Dat de raad iets uitspreekt. De raad verzoekt niets, draagt niets op. De raad doet dat niet. Nee, we spreken uit dat als blijkt dat het oude plan vervalt en ingetrokken is en het nieuwe plan door deze raad niet is vastgesteld, dat dan volgens de minister zelf de basis ontbreekt om verder te gaan. Als u de minister schrijft, zeg hem dan ook dat hij bedankt wordt voor de mail van 5 januari, waarin hij u in ieder geval op het verkeerde been gezet heeft.
Een minister onwaardig. Ik zou bijna zeggen: de minister heet Slob, maar eigenlijk is het een slobberd. Dat doe je toch niet! Je gaat toch geen brief sturen op 5 januari, een mail en dan zeggen: het oude plan vervalt, er moet een nieuw plan komen om dan vervolgens een aantal weken later, als blijkt dat de raad het beroep bij de Raad van State heeft ingetrokken, te roepen dat het nieuwe plan helemaal niet nodig is en dat we alles op het oude plan gaan baseren. Dat klopt niet, is helemaal niet juist. Als u de minister spreekt, wrijf hem dat even onder de neus, waarom hij dat soort echt domme dingen doet. Wat dat betreft duidelijk. Ik weet ook niet wat het college bezielt. Het neemt een besluit, waarbij het vanavond aan de orde gestelde voorstel aan de raad wordt voorgelegd. Terwijl het college volgens mij van mening is dat het allemaal niet meer hoeft. Dus alle raadsleden zouden lustig moeten tegen stemmen als het voorstel in stemming zou komen. Maar zover hoeft het niet te komen, vandaar ons amendement. Ons amendement bestaat uit vier delen. Ik denk dat ik inhoudelijk weinig meer hoef toe te voegen. We hebben namelijk een toelichting bij het amendement gevoegd. Daarin staan alle argumenten nog een keer beschreven. Allereerst vinden wij dat het oude plan van vorig jaar moet worden ingetrokken.
Als u een brief aan de minister stuurt zal hij daar niet wakker van liggen, want in zijn ogen geldt dat plan helemaal niet meer, volgens zijn tweede standpunt, nadat hij het eerste standpunt had ingetrokken. Vervolgens zeggen wij dat we dit plan in ieder geval niet moeten vaststellen. Vervolgens de zinsnede 'spreekt uit dat het c ollege dan eigenlijk geen basis meer om verder te gaan'. Ook volgens de minister niet. Zowel de goede, foute of welke lezing dan ook. Er is geen basis meer om verder te gaan. En het vierde punt is dat de raad uitspreekt dat de minister in feite moet overgaan tot het aannemen van een nieuwe aanvrage van Yunus Emre. We zijn natuurlijk een beetje vreemd bezig. Dit is een aanvraag uit 2015, dames en heren en college. Inmiddels zijn we zeven jaar verder. De kinderen die toen op die basisschool zouden komen zijn er al niet meer. Dus wat dat betreft wordt het tijd om dat een keer onder ogen te zien. De minister kan dan volgens die nieuwe spelregels van die nieuwe wet, die per 1 juni in werking getreden is, de nieuwe aanvraag
6
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
alsnog beoordelen. Hij kan overleggen met de schoolbesturen in Westland. Dan kan hij alsnog kijken of er voor die school draagvlak is. En dat soort zaken zit ook in de nieuwe wet weer. Wij als gemeenteraad zullen dan geen plan van scholen meer hoeven vast te stellen. Maar nogmaals, de minister denkt er ook weer anders over, volgens de warrige berichtgeving die de minister heeft gestuurd. Wij brengen dit amendement graag in stemming. Als dit amendement er komt hoeft het collegevoorstel, al of niet juist, helemaal niet meer aan de orde te komen. Daarmee voorkomen we allerlei ander gedoe. Dit amendement komt dan in plaats van. Als u morgen een brief aan de minister stuurt, zorgt u in ieder geval dat u er vroeg bij bent, want volgens mij heeft minister Slob het druk met andere kwesties op te lossen, die ook al niet kloppen. Dus wat dat betreft is dat de toelichting die we willen geven. “ De raad van de gemeente Westland in vergadering bijeen op 1 juni 2021; dat de Directie Primair Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 5 januari 2021 aan het college bericht heeft: ' Ik heb navraag gedaan bij onze juristen over artikel 194e van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen.
Eigenlijk is hier vooral het eerste lid van belang waaruit blijkt dat wanneer de school er komend schooljaar (2021 /2022) niet komt, de school opnieuw op het plan van scholen moet worden gezet en opnieuw voor bekostiging in aanmerking gebracht volgens de huidige systematiek. Zie hier het eerste lid: 1. Na inwerkingtreding van de Wet van .... tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) vindt nog éénmaal vaststelling plaats van een plan van scholen conform titel IV, afdeling 2, zoals luidend direct voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van genoemde wet.
Het tweede lid van artikel 194e geldt alleen voor scholen ten aanzien waarvan nog niet is beslist over de aanvang van de bekostiging en is dus niet van toepassing op deze c asus' dat het college vervolgens in april besloten heeft tot het doen van een nieuw voorstel aan de raad voor het vaststellen van het Plan van Scholen 2022-2025 met daarin opgenomen de school van Yunus Emre; dat Yunus Emre niet op tijd een aanvraag heeft ingediend voor huisvesting/bekostiging, zodat per 1 augustus 2021 de betreffende school er niet zal komen; dat de raad: uitgaande van het bericht van 5 januari 2021 van de Directie Primair Onderwijs en ook van het collegebesluit tot het doen van een voorstel aan de raad voor een nieuw plan van scholen; het lopende beroep bij de Raad van State tegen het besluit hetwelk de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namens de raad genomen had in juli 2020 in te trekken vanwege het vervallen van belang van het plan van scholen 2021-2024 en de noodzaak dat nog eenmaal een nieuw plan van scholen in 2021 zal worden vastgesteld voor de komende jaren; dat de minister nu ineens andere standpunten is gaan innemen en ten onrechte artikel 194e 1 e lid van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen niet langer meer van toepassing acht; dat de raad van oordeel is dat nu Yunus Emre de oude aanvrage uit 2015/2016 handhaaft, er wel nog een plan van scholen nodig is om
bekostiging en huisvesting te laten plaatsvinden; dat de minister nu het door hemzelf vastgestelde plan van scholen uit 2020 wenst te gebruiken voor bekostiging; dat de minister eerst het bestuur van de gemeente Westland op het verkeerde been gezet heeft door te verzenden de mail van 5 januari 2021 en later een ander standpunt in te gaan nemen;
7
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
dat het Plan van scholen 2021-2025 kan komen te vervallen en vandaar dat dat plan van scholen door de raad zal worden ingetrokken; dat de raad ervan uitgaat dat ' nog eenmaal vaststelling ’ moet plaatsvinden van een Plan van scholen 2022-2025; dat de raad daartoe niet bereid is op grond van de argumenten zoals zij die al eerder vanaf in ieder geval 2018 verwoord heeft en die bij dit amendement gevoegd worden; dat het college gezien het ontbreken van een plan van scholen ingevolge artikel 194e van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zich dient te onthouden van het meewerken aan huisvesting en bekostiging van de betreffende school per 1 augustus 2022; de raad beslist: het huidige ontwerpraadsbesluit in die zin te wijzigen dat de raad het volgende besluit: '1 . in te trekken het Plan van scholen 2021 -2024 zoals dat namens de raad is vastgesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 8/9 juli 2020; 2. niet vast te stellen het door het college voorgestelde Plan van scholen 2022-2025 op de gronden zoals eerder verwoord en die nogmaals kenbaar gemaakt worden in de toelichting welke onderdeel zal gaan uitmaken van dit besluit en welke als bijlage wordt bijgevoegd; 3.
en tevens uit te spreken dat het college niet meewerkt aan huisvesting/bekostiging van de Yunus Emre-school per 1 augustus 2022 of met ingang van welke datum dan ook wegens het niet hebben van een plan van scholen, waarbij de raad het college verzoekt zich daarbij te beroepen op de mail van 5 januari 2021 welke door de Directie Primair Onderwijs aan het college werd toegezonden; 4. tevens uit te spreken dat het college met de raad overlegt omtrent de verdere voortgang en zo nodig aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het verzoek te doen zelf de aanvrage van Yunus Emre te behandelen als een nieuw verzoek en daarbij de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen eventueel toe te passen en ook wederom een nieuwe Westlandse draagvlaktoets te doen en te bezien of voldoende nut en noodzaak aanwezig is voor de k omst van een dergelijke school.’ gaat over tot de orde van de dag. (Amendement van Westland Verstandig, GemeenteBelang Westland en de LPF Toelichting Het gaat om een aanvrage uit 2016. Sindsdien zijn de feitelijke omstandigheden in en rond Westland fors gewijzigd. Zo zijn er veel meer islamitische basisscholen in de directe omgeving van Westland bijgekomen. Genoemd kunnen worden de islamitische basisscholen aan de Beresteinlaan, Terwestenstraat en Mandelaplein. Twee van deze scholen bevinden zich dicht bij delen van het Westland.
Ook in het nabijgelegen Vlaardingen en Schiedam zijn islamitische scholen gevestigd. Bekend is het dat Yunus Emre alleen maar een schoolgebouw wenst in Naaldwijk. Dat zal betekenen dat enkel leerlingen uit dat dorp de school zullen bezoeken. De leerlingen uit Wateringen, Kwintsheul, Poeldijk, Monster zullen veeleer naar Den Haag zuid gaan. De samenstelling en omvang van de Westlandse bevolking is sedert 2016 gewijzigd. Sedert 201 6 zijn er 5 jaar verstreken en pas heel recent diende de school een huisvestingsverzoek in. De school had dat verzoek jaren eerder kunnen doen en uit het achterwege laten daarvan moet afgeleid worden dat er geen urgentie, maar ook nut en noodzaak er niet zijn. Onjuist is het dan ook om uit te gaan van een aanvrage uit 2016. Niet aangetoond is -met de informatie uit 2021 - dat een islamitische basisschool in Westland levensvatbaar is en genoeg leerlingen trekt uit Westland. Bedacht moet voorts worden dat er in welstand best wel veel differentiatie aanwezig is in de moslimgemeenschap, zodat lang niet ieder moslimgezin hun kinderen zal inschrijven bij de Yunus Emre-school. Voorts betreft het veelal kinderen die nu al de bestaande basisscholen in Westland bezoeken en daar meestal tevreden zijn. Dat is een goede zaak en afzondering in een aparte school zal de integratie en gewenning niet positief bevorderen. Ook zal de komst van een Yunus Emre-
8
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
school voor de gemeente kosten met zich meebrengen aan inrichting en schoolgebouw en klaslokalen. Het is voorts bekend dat de bestaande basisscholen al meer lokalen nodig hebben die er voorlopig maar met moeite kunnen worden verkregen. De wet is per 1 juni 2021 gewijzigd. De minister heeft het college op het volstrekt verkeerde been te zetten door aan te geven dat voor 2022-2025 een nieuw plan van scholen nodig was met opname van de aanvraag van Yunus Emre. Daarna nam het College het besluit dat aan de raad een voorstel gedaan zou worden voor het nieuwe plan van scholen. Na deze mail en collegebesluit trok de raad het beroep bij de Raad van State tegen het Plan van scholen2021-2024 in omdat dat plan geen grondslag meer zou kunnen zijn voor de huisvesting van Yunus Emre in 2022. De raad heeft dat gelukkig duidelijk intern binnen de gemeente verwoord als wel in de brief aan de Raad van State. Daarna kwam de minister en ook het college plotsklaps met een volstrekt andere lezing en invulling: alles kon toch op grond van plan 2020 en een nieuw plan was niet nodig. Daargelaten dat deze visie niet correct is, kan het natuurlijk niet zo zijn dat de minister eerst een schijnbeweging maakt en daarna gewoon doet wat hem het beste uitkomt. Vandaar het voorliggende amendement dat verder gaat dan het amendement in 2020. Allereerst wordt het besluit van 2020 ingetrokken.
Formeel bezien is dat besluit nog steeds een raadsbesluit. Daarnaast wordt het voorstel van het college niet in een besluit vastgelegd en wordt het plan van scholen niet vastgesteld. Het college dient ook de gevolgen te trekken uit de zigzagkoers van de minister, waardoor ook het college een -naar de mening van de minister- verkeerd voorstel aan de raad voorlegt. Als punt 2 van het amendement wordt aangenomen, dan dient het college geen medewerking meer te geven aan de huisvesting en het college zal dan een beroep doen op de mail van de minister van 5 januari 2021. In feite moeten we dan weer terug naar af. Yunus Emre dient een nieuwe aanvrage in te dienen, die volgens de nieuwe wet door de minister zelf kan worden behandeld en waarbij de Minister alle omstandigheden van 2021 meeneemt in zijn besluit. De heer Spaans: Voorzitter. Met verbazing heb ik dit betoog weer aangehoord en dat doe ik ieder jaar. Ieder jaar is dit eigenlijk een vast terugkerend fenomeen. We gaan even Yunus Emre met elkaar dwars zitten. Wat de GroenLinks-fractie betreft is het standpunt dat we al jarenlang verkondigen niet veranderd. Punt een. We hebben een Grondwet met vrijheid van onderwijs. Als u mij persoonlijk vraagt of ik voor een school ben op basis van de doelstellingen die Yunus Emre uitdraagt, dan is dat niet zo.
Ik ben voor een samenwerkingsschool in Westland, waar iedereen met elkaar in één schoolgebouw vertoeft. Dat is mijn ambitie en dat is mijn wens. Maar tegelijkertijd ben ik ook niet naïef en zie ik dat dat op dit moment niet mogelijk is. En dat mensen, inwoners van Westland, als zij voldoen aan de daarvoor geldende criteria en de geldende wetgeving respecteren, recht hebben om zelf een school te stichten. En of je dan boeddhist, reformatorisch, gereformeerd, protestant, katholiek of bomenknuffelaar bent doet er dan niet toe. Als je aan de criteria voldoet, dan mag dat. En voorzitter, Yunus Emre voldoet en voldeed aan de criteria. Wat GroenLinks betreft kan het dus niet zo zijn dat we hier een soort tweederangs burgers gaan creëren die niet iets mogen wat anderen mogen. Dus blijf ik bij mijn standpunt dat ik dit onzin vind en dat Yunus Emre gewoon de mogelijkheid moet hebben om die school te stichten als zij aan de criteria voldoet. Ik zeg dit ieder jaar en zal het nog maar een keer herhalen. Ik vind dit eigenlijk een heel trieste vertoning dat dit toneelstukje jaarlijks opnieuw wordt opgevoerd. De heer De Gier: Voorzitter. Ik zal het kort houden. Voor de PvdA geldt de wet natuurlik boven de mening van sommige partijen hier in de raad. En we hebben ons gewoon aan de wet te houden. Wat dat betreft snap ik niet waarom dit voorstel hier überhaupt ligt.
Misschien kan de wethouder daarop een toelichting geven. Volgens mij, met de nieuwe wet in de hand, het overgangsrecht en het feit dat er niets hoeft te veranderen in het plan van scholen, zou
9
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
het overgangsrecht van toepassing zijn, zou het plan van scholen voortgezet kunnen worden. En dan hadden we hier helemaal geen besluit hoeven te nemen. Maar misschien kan de wethouder zijn motivatie om dit te agenderen alsnog geven. Als ik kijk naar het amendement ben ik blij dat de brief van de burgemeester kwam, weliswaar laat. Daarin staat namelijk precies wat ik ook al in de commissievergadering zei. Dat we een besluit dat wij niet hebben genomen niet kunnen intrekken. Dat kan alleen degene doen die dat besluit heeft genomen. En dat is de minister. Wat dat betreft geldt het plan van scholen dus. Zoals op verzoek van een deel van de raad ook al juridisch is uitgezocht is er geen besluit waartegen je in beroep kunt gaan als er geen nieuw plan van scholen is vastgesteld. Nogmaals, ik snap niet waarom we dit überhaupt behandelen. Nog één argument. Waarom dient Yunus Emre dan geen aanvraag in als ze dat al vijf jaar willen? Simpel, omdat ze continu in rechtszaken is verwikkeld, die deze raad zeer tegen de zin van mijn fractie continu aangaat en die ze continu al vijf jaar voor de rechter houdt. De heer Hofland: Voorzitter. Een diepe zucht. Volgens mij is er bijna geen onderwerp in deze raad geweest waar wij zo vaak en zo lang over hebben gesproken als het plan van scholen. Wat dit punt vanavond op de agenda doet? Volgens mij moeten we daarvoor onze hand in eigen boezem steken.
Volgens mij was er de mogelijkheid om het van de agenda te halen. De raad gaat namelijk over zijn eigen agenda. Het waren de lokale partijen, onder leiding van de heer Duijsens, die het onderwerp op de agenda wilden hebben. Dus het antwoord op die vraag is denk ik aan de heer Duijsens gegeven. Als we verder kijken naar wat we hier bespreken weten we denk ik met zijn allen dat wat we hier doen zonde is van de tijd. Er is juni 2020 een nieuwe wet aangenomen. Die wet heet 'Meer ruimt e voor nieuwe scholen, die de mogelijkheid aan scholen biedt om via een andere procedure, een andere weg, een school te stichten. Een school op basis van ideologie, geloofsinrichting of wat dan ook, en daar valt ook de islam onder. Voorzitter. In juli 2016 waren wij voor. En ook nu zijn we nog altijd daarvoor, omdat we voor een groep Westlanders hetzelfde recht gunnen als welke Westlander in deze gemeente dan ook. Dat is meerdere malen door de Raad van State bekrachtigd. Het zou partijen sieren om vanavond ook gewoon eerlijk te zeggen dit te accepteren en hiervan werk te maken. Helaas worden de laatste stuiptrekkingen nog gedaan en dat blijkt ook uit het vanavond voorliggende amendement. Met dat amendement kun je doen of laten wat je wilt. Het maakt niet uit wat je er eigenlijk mee doet.
We kunnen een plan gaan intrekken, maar voor hetzelfde geld gaan we het over een maand hebben over de Wegenverkeerswet, die we als gemeenteraad van Westland gaan intrekken. Wat hier gebeurt raakt kant noch wal. Volgens mij weet de jurist met de meeste juridische kennis dat zelf ook. Hij weet dat het spel voorbij is. Voorheen was eigenlijk altijd het argument van de lokale partijen: we krijgen de keuze tussen ja of nee aangeboden, en dus zeggen we nee. Dat argument is nu weg. En dus is het tijd om eerlijk te zijn. En als we dan open en eerlijk zijn is dit het antwoord dat we moeten geven. Het amendement stelt niks voor en dus moeten we vanavond deze groep Westlanders hetzelfde recht gunnen als welke Westlander dan ook hier. Als landelijke partij D66, maar als meerdere landelijke partijen, is wat ons betreft hier de grens ook bereikt. We zullen daarom twee dingen doen. Ten eerste een brief opstellen richting de minister om hem te attenderen op deze gang van zaken. Daarnaast zullen we namens alle landelijke partijen vertegenwoordigd in de Westlandse gemeenteraad een brief naar de provincie sturen om haar als toezichthouder te attenderen op de gang van zaken. Wat hier vanavond gebeurt mag dan wellicht niet uitmaken, maar wellicht wordt de school weer uit de begroting geamendeerd. En dan is de provincie in the lead om als toezichthouder onze begroting te corrigeren. Voorzitter.
Deze school is te lang een speelbal van deze raad geweest. En het is tijd dat dat voorbij is.
10
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
De voorzitter: Ik vraag de heren Bogaard en Duijsens of ze hun onderlinge discussie kunnen staken, omdat die afleidt van de aandacht die ik voor de vergadering moet hebben. Mevrouw Heijl: Voorzitter. Het is al gezegd, er is heel vaak gesproken om de islamitische basisschool op te nemen in het plan van scholen. Zoals eerder aangegeven tijdens raadsvergaderingen is het standpunt van de VVD-fractie als volgt. Ook wij zijn geen voorstander van vestiging van een islamitische basisschool in Westland. We zijn immers als liberale partij voorstander van openbare scholen, want we willen dat kinderen in het Westland met elkaar spelen en leren en daardoor begrip krijgen voor elkaar. Dat is volgens ook de beste manier om te integreren. Maar we zijn ook een partij die zich aan de wet wil houden en aan rechterlijke uitspraken. Inmiddels is het wel heel duidelijk dat mede door de uitspraken van de Raad van State er geen twijfels meer kunnen bestaan over de wettelijke mogelijkheid tot vestiging van een islamitische basisschool in onze gemeente. En daar zal de minister van Onderwijs deze raad wederom in overrulen, mocht dat doorgaan. Wederom willen we de inwoners van Westland niet het idee geven, zoals de heer Hofland aangaf, dat er een keuze is en dat het dus ook mogelijk is om de islamitische school niet in het scholenplan op te nemen. Dat is niet zo. Dat weten we allemaal.
Iedereen in de raad heeft kennis kunnen nemen van de uitspraak van de Raad van State en het extra memo van de burgemeester. Opname van de school in een scholenplan gaat gebeuren, vanuit het grondwettelijk recht op vrijheid van onderwijs, indien aan de stichtingseisen wordt voldaan. Uitsluiting en tegenwerking op grond van geloof of afkomst is in onze ogen dan ook discriminerend. Wij nemen aan dat het college daarin niet zal meegaan en de bekostiging in de begroting zal opnemen. U begrijpt dat wij het amendement niet zullen steunen. We leven hier immers in een rechtsstaat. En daarin nemen wij altijd en consequent onze verantwoordelijkheid. De heer De Bloeme: Voorzitter. Ik wil graag hier nog een keer herhalen wat ik in de commissievergadering al een keer eerder heb gezegd. Ik ben blij in een land als Nederland te leven. In onze rechtsstaat hebben we wetten en regels en een Grondwet, waarin rechten en plichten van de Nederlandse burgers staan. Onder andere artikel 6,vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en artikel 23, vrijheid van onderwijs. De fractie van de ChristenUnie-SGP wil dat bij deze gelegenheid graag nog een keer onder de aandacht brengen. Onze fractie dringt er bij het college van burgemeester en wethouders op aan om de wet te volgen. Ik heb nog één vraag.
De Stichting Yunus Emre heeft de aanvraag voor de islamitische school te laat ingediend, waardoor deze niet kon starten op 1 augustus 2021. Ze hebben beroep aangetekend tegen dit besluit. Onze fractie is benieuwd naar de uitspraak. Is deze al bekend? We hebben daarvan nog niets vernomen. Mevrouw Vermeer-de Smit: Voorzitter. De discussie over de vestiging van een islamitische basisschool speelt al een lange tijd. En in 2016 werd het plan van scholen vastgesteld door een meerderheid in de Westlandse gemeenteraad. Zoals we weten werd door verschillende omstandigheden de daadwerkelijke vestiging van de school vertraagd. Het amendement, waarover vanavond wordt gestemd, probeert de komst van een islamitische basisschool verder te vertragen. De CDA-fractie vindt het niet alleen ongewenst, maar ook ongepast dat de meerderheid van de Westlandse gemeenteraad zich verzet tegen de komst van een islamitische basisschool in onze gemeente. De vrijheid van onderwijs is voor ons een groot goed, geldt voor iedereen en is vastgelegd in onze Grondwet. En uiteraard zijn wij een voorstander van een goede en prettige samenwerking tussen de verschillende scholen. En we gaan ervan uit dat het bestuur van Yunus Emre en de besturen van de bestaande scholen dat net als onze fractie van groot belang vinden.
En we zullen niet alleen tegen dit amendement stemmen, maar zullen samen met de andere partijen, zoals eerder gezegd door andere collega's, morgen een schrijven doen uitgaan richting de minister van Onderwijs en
11
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, waarin we ons standpunt uiteenzetten en daarbij laatstgenoemden vragen om de gemeentelijke begroting te corrigeren en een budget voor de huisvesting van de genoemde basisschool op te nemen. Mevrouw Van der Stelt: Voorzitter. Wederom ligt er een plan van scholen voor van wethouder Van der Stee namens het college van burgemeester en wethouders. En zo dadelijk zult u ook dit voorstel of het amendement ter besluitvorming in stemming brengen. En dan heeft ieder raadslid natuurlijk afzonderlijk de keuze om voor of tegen dit voorstel te stemmen. Zo werkt dat in iedere raad. Het zal u niet verbazen dat wij bij ons standpunt zullen blijven en dat wat ons betreft scholen losgekoppeld worden van het geloof. Voor de zoveelste keer, dat ben ik met veel fracties eens, staan wij voor samen en dat we het met elkaar doen. En segregatie is wat ons betreft dan ook achteruitgang. We zien dan ook nog steeds niets in het vestigen van een islamitische school in deze gemeente. Wat ons betreft werken het college en de wethouder niet actief mee aan het vinden van een passende locatie. Een locatie zoeken is volgens de wet ook niet noodzakelijk. Met dit amendement maken de indienende fracties gebruik van hun democratisch recht, een wijziging aanbrengen in een door het college voorgesteld raadsvoorstel.
En dan mag en kan de minister zijn conclusies trekken. Dat is aan hem. Er ligt hier zeker wel een voorstel - ik kijk even naar D66 - waarin wij besluiten deze school op te nemen in het plan van scholen En nogmaals, leg ons dan ook geen keuze voor wanneer er geen keuze gemaakt mag worden. De heer Hofland: Voorzitter. Ter interruptie. Het ligt natuurlijk wel iets genuanceerder dan gesteld. Enerzijds terecht. Het is een aangereikt collegevoorstel. Maar als je gaat kijken werd eigenlijk het collegevoorstel door de werkelijkheid ingehaald. De wethouder heeft in de commissievergadering aangegeven dat dit al verzonden was en niet meer nodig was. Dus ja, raad, het is aan u en u gaat over uw eigen agenda. Dus ja, dit voorstel ligt er. Maar wat we ermee doen maakt eigenlijk geen snars uit. En dat het hier op de agenda staat heeft ermee te maken dat de commissie heeft aangegeven dat zij dat op de agenda wil hebben. En dat is de meerderheid van de lokale partijen. Als dat niet zo was geweest, dan had het hier niet op de agenda gestaan, dan had u ook geen keuze gehad. Dat is volgens mij de gang van zaken. Mevrouw Van der Stelt: Voorzitter. Mag ik daarop reageren? Tijdens de commissievergadering heb ik de wethouder gevraagd om mij te vertellen waarom wij überhaupt dit plan van scholen voorgeschoteld krijgen, omdat ik dat niet snap.
Daarop heeft de wethouder geantwoord dat de tijd zich heeft ingehaald. Maar goed, hij zette het voorstel op de agenda, omdat de meerderheid van de raad het toch zou agenderen. Ik kijk eventjes naar de fractie van Westland Verstandig. Volgens mij zijn wij niet degenen die het onderwerp geagendeerd hebben. De wethouder heeft dit echt geagendeerd. De heer Duijsens: Ik denk dat de heer Hofland ons te veel eer toedicht. Want het is vanuit het college gekomen en op dat moment was het niet meer terug te nemen. De voorzitter: Dat is ook wel eens een keer leuk dat u te veel eer wordt toegedicht. De heer Valstar: Voorzitter. Iedereen heeft een plasje gedaan, dus zullen wij dat ook nog even kort doen. De standpunten van alle partijen zijn genoegzaam bekend. De LPF is vanaf dag een helder geweest op dit punt en zal dat ook blijven. De islamitische basisschool Yunus Emre zien we gewoonweg niet zitten. De inbreng van de heer Duijsens had ook onze inbreng kunnen zijn. U kunt zijn inbreng dan ook als de inbreng van de LPF beschouwen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de her Van der Stee namens het college.
12
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
Wethouder Van der Stee: Voorzitter. Dank u wel. Er is al veel over gesproken, ook in de afgelopen jaren. Laat ik eerst maar eens beginnen met een gestelde concrete vraag van de heer De Bloeme over hoe het zit met het beroep. De aanvraag voor 1 augustus 2021 om dit jaar te kunnen beginnen was inderdaad te laat. Daar is men inderdaad een procedure voor gestart. Ik heb begrepen dat de hoorzitting bij de bezwarencommissie op 12 mei jl. heeft plaatsgevonden. Het advies hebben wij nog niet ontvangen, zodat ik nog geen stand van zaken kan geven. Pas daarna komt eventueel de voorzieningenrechter aanbod. De aanvraag voor het volgende schooljaar is dus wel op tijd binnengekomen en zullen we conform het plan van scholen in behandeling moeten nemen. Nog even terug naar de commissiebehandeling. We hebben hier afspraken gemaakt over wanneer iets door het college wordt behandeld, wanneer het naar de griffie gaat, wanneer het dan geagendeerd wordt en wanneer het in het bvo komt. Ten tijde van het bvo was de nieuwe wet nog niet bekend. Het voorstel om de aanvraag met het nieuwe plan van scholen in de commissievergadering te behandelen was toen gebaseerd op de mail. Tussen de agendering en de commissiebehandeling is er een aantal dingen gebeurd, wat ons noopte om u te informeren dat er toch iets in de Staatscourant is gepubliceerd.
Er blijkt verwarring te zijn geweest door de mail die wij hadden ontvangen. We hebben het agendapunt laten staan om in elk geval de gang van zaken met u te kunnen bespreken. Dat hebben we in die commissievergadering ook gedaan. Op de vraag wat er verder mee moet heb ik u gezegd dat dat aan u is. Het plan van scholen hoeft niet te worden besproken, omdat de nieuwe wet geldt. Ik heb niet gezegd dat dit voorstel geagendeerd moest worden. Daar gaat het college ook niet over. We hebben het wel in de commissievergadering besproken. Daar was het al geagendeerd. Het was ook goed om het daar te bespreken, om u namelijk op de hoogte te brengen van alle gesprekken die er zijn geweest met het ministerie en de juridische kant. Ik heb zelfs op verzoek naar aanleiding van vooraf gestelde vragen bij bureau Kneppelhout om advies gevraagd. Dat heb ik u doen toekomen, zodat we ook over die inhoud konden praten. Na commissiebehandeling is het altijd aan de raad of iets al dan niet geagendeerd wordt. De heer Keizer: Voorzitter. Bij interruptie. Een vraag aan de wethouder. U geeft aan hoe dat vanuit de commissievergadering is verlopen.
U had dan vanuit uw functie toch ook de commissie kunnen adviseren om het voorstel terug te trekken, omdat het dan toch niet meer uit zou maken? Heeft u dat overwogen of niet? Wethouder Van der Stee: Ik heb dat niet overwogen, omdat de ene jurist zal zeggen dat het wel kan en de andere zal zeggen dat het niet kan. Het is dan ook verder niet aan mij om dat u te adviseren. De heer De Gier: Voorzitter. Nou wordt ie mooi. De wethouder zegt net dat het voorstel niet op de agenda had hoeven te staan en dat hij het alleen niet had teruggetrokken om het in de commissievergadering te bepreken. Hij kan dat op dit moment nog terugtrekken, en dan vervalt ook het amendement. Een voorstel dat er niet is kun je namelijk niet amenderen. Dus waarom trekt de wethouder het voorstel niet in? De voorzitter: Wellicht ten overvloede. Bij de vaststelling van de agenda heeft niemand gevraagd het punt van de agenda terug te trekken. En dan blijft het gewoon op de agenda staan. De heer De Gier: Nee, het agendapunt is er. We praten er ook over. Maar het voorstel hoeft er niet te zijn. Dat kan hij terugtrekken. De voorzitter: Nee, dat voorstel is al ingediend. Dat is besproken in de commissievergadering en dan gaat het door naar de raad. Zo is de werkwijze. In de
13
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
commissievergadering wordt bepaald of een voorstel ook naar de raadsvergadering verder gaat. Laten we over die procedure niet al te moeilijk doen, want het voorstel ligt nu volgens mij op tafel. Wethouder Van der Stee: Verder zijn er diverse opmerkingen gemaakt over het amendement. Namens het college kan ik reageren dat we het amendement ontraden. Over de beslispunten 1 en 3 heeft u van de burgemeester een brief gekregen, waarin de argumenten staan. Het zal u niet verbazen dat ik het punt ten aanzien van beslispunt 1 en 3 moet ontraden. Ten aanzien van beslispunt 2 is het oordeel aan de raad, omdat vaststelling van het plan aan de raad is. Het niet vaststellen zal overigens volgens ons geen effect sorteren, omdat vaststelling van het plan door de raad op grond van de overgangsregeling bij de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen niet nodig is. Beslispunt 4 is een verzoek om met u in overleg te treden. Dat wil ik altijd, geen enkel probleem. Met de raad wil de wethouder altijd in overleg om eventueel de verdere voortgang te bespreken. Zoals het hier staat met de doelstelling die er is kan het in onze ogen niet, omdat volgens ons bij beslispunt 1 het niet mogelijk is. Dus wij zijn gehouden aan het plan van scholen, waarbij de minister voor ons in de plaats iets heeft besloten.
Wij als college hebben dat dan ook uit te voeren conform het besluit van de minister en de Wet op het primair onderwijs. De heer Hofland: Voorzitter. Ik wil een verhelderende vraag stellen. U hebt het amendement keurig ontleed. Als dat wordt aangenomen, wat gebeurt er dan? Het is volgens mij niet uitvoerbaar, dus maakt het niet zoveel uit wat we vanavond met dit amendement doen. Of n i e t? Wethouder Van der Stee: Daar zullen de meningen ook wel weer over verschillen. Volgens mij heeft de burgemeester heel duidelijk gezegd wat de te zetten stappen zijn. Dat zal denk ik tot een reactie van onze minister leiden. Daarnaast krijgen de minister en de gedeputeerde een brief, die ook tot een reactie zullen leiden. Ik denk dat vanuit die kanten het college de opdracht krijgt om uit te voeren wat de wet bepaalt en ook wat de minister besloten heeft. De heer Hofland: Dus, voorzitter, een lang verhaal kort. Ik hoor de wethouder eigenlijk zeggen dat er een islamitische basisschool in Westland gaat komen. Wethouder Van der Stee: Dat hoort u mij niet zeggen. U hoort mij zeggen dat ik de ook in de commissievergadering geschetste procedure verder ga vervolgen.
We hebben toen al aangegeven dat we op dit moment met de schoolbesturen in overleg zijn om goed in beeld te brengen welk aantal lokalen waar in gebruik zijn, waar uitbreiding nodig is, waar er eventueel tekorten zijn en waar mogelijkheden ontstaan. En dat we dan conform de procedure als college in het najaar - dan praten we over september/oktober - moeten gaan kijken of er een locatie voorhanden is. Daarover moeten we dan een besluit nemen. En daar kan ik niet op vooruit lopen. Dat is de procedure. Dan komt het daarnaast in de begroting te staan. Er zijn opmerkingen gemaakt over de provincie. De provincie heeft ons mondeling aangegeven dat zij het besluit neemt in onze plaats als de raad Yunus Emre uit de begroting haalt. Dat zal dan in december plaatsvinden. En dat spel gaat dan zo door. Ik ga niet op voorhand zeggen dat er iets gaat gebeuren met een bepaalde uitkomst, terwijl we nog een aantal stappen te zetten hebben. Het is uiteindelijk die raad de bij meerderheid bepaalt wat er gebeurt. De heer De Gier: Voorzitter. Volgens mij bepaalt de minister het. De minister zegt toch straks dat u gewoon huisvesting aan deze school moet leveren? En dat die daar de
14
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
bekostiging voor heeft geregeld. Dat bepaalt deze raad toch niet? En als we als raad besluiten om het uit de begroting te halen, dan zet de provincie het er weer terug in. Dus wat bepaalt de raad dan volgens u? De voorzitter: Ter informatie. Uw raad kan gewoon het besluit nemen. Of uw raad ertoe bevoegd is, is een vraag. Dat heb ik in mijn brief ook toegelicht. Uw raad is voor beslispunt 1 niet het bevoegde orgaan. Als u desalniettemin dat besluit neemt kan het na publicatie ook rechtswerking krijgen. Dan is het aan de minister om daarop actie te ondernemen. Ik zal vanuit mijn bevoegdheid de minister daarover moeten informeren. Dat zal ik ook doen en dat heb ik u ook meegedeeld. Ten aanzien van beslispunt 3 neemt uw raad ook een onbevoegd besluit en het college is er niet aan gehouden om dat uit te voeren. De andere twee punten kan het college uitvoeren. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Duijsens: Voorzitter. Ik hoor hier vanavond een aantal vreemde geluiden. Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen insteek in dit soort toch vrij principiële zaken. Ik geloof dat de indieners best wel respect hebben voor het standpunt van de minderheid. Andersom is dat niet zo en dat is eigenlijk raar. Het is ook raar dat als je buiten gaat vragen wat onze Westlandse inwoners willen ik u dan zo kan vertellen wat zij willen.
Het is ook raar dat de minderheid van de raad, de landelijke politieke partijen, de minister gaat informeren. Dat is niet nieuw, want dat is vorig jaar ook al gedaan. Ook de provincie is vorig jaar geïnformeerd. Dat zegt iets over de instelling en datgene wat jullie met de Westlandse inwoners op hebben: niks. Anders zou je dat soort dingen niet doen. Dan zou je zeggen dat het oké is dat de meerderheid beslist. Daarmee zijn jullie het niet eens, principieel misschien zelf niet eens. Maar ach, het is verdedigbaar, het is te begrijpen. De heer De Gier: Voorzitter. Nou wordt ie helemaal mooi! Wij hebben best respect voor jullie mening. Waar we geen respect voor hebben is dat jullie continu tegen de wet zitten te handelen. Daar hebben we geen respect voor. Sterker nog, wij hebben ook allemaal gezegd dat we voor openbaar onderwijs zijn, omdat daar iedereen bij elkaar komt te zitten en samen opgroeit. Dat willen wij ook, maar dat is niet hoe de Nederlandse wet in elkaar zit. Als er dus een club is die een school wil stichten, dan mag die dat. Jammer. De heer Duijsens: Ik wilde net op dat wettelijke aspect doorgaan. Zoals jullie en ook het college en de burgemeester tegen dit amendement aankijken is natuurlijk niet juist. De minister heeft vorig jaar een besluit namens de raad genomen. Dus bij de Raad van State was er een zaak tegen de raad en namens de raad.
Dus wat dat betreft neemt de minister in dat soort besluiten in feite een raadsbesluit. De minister heeft zelf die verwarring gewekt. Op 5 januari zou een nieuw plan van scholen nodig zijn. Vandaar ook het besluit van het college. Het college heeft in latere warrige berichtgeving van diezelfde minister geen aanleiding gezien om het collegebesluit, waarbij het dit raadsvoorstel formuleerde en besloot dit aan de raad voor te leggen, in te trekken. Dat had ook een mogelijkheid kunnen zijn. Dan hadden we vanavond waarschijnlijk niet eens over dit onderwerp hoeven te praten en zouden we alleen maar de minister hebben kunnen attaqueren. Dat oude plan willen we intrekken. En waarom doen we dat? Omdat de minister volstrekt in de fout gaat als hij zegt dat het oude plan die school nog in 2022 vooruit gaat helpen. Dat klopt gewoon niet. Er moet een nieuw plan van scholen komen ofwel de minister grijpt weer terug naar zijn nieuwe wet. En dan gelden er, wat de heer Hofland aangaf, heel andere spelregels. Wat ons betreft mogen die spelregels, dan heeft de raad er niets meer mee te maken en wordt de zaak opnieuw geactualiseerd en opnieuw bekeken. Dat is hetgeen wat wij met dit amendement willen realiseren. Natuurlijk mag de burgemeester een brief aan de minister sturen. En al die fracties, de landelijke partijen, een brief aan de minister en aan de provincie sturen. Natuurlijk zal er
15
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
weer allerlei gedoe komen, maar dat is dan deels door jullie veroorzaakt. We wachten het wel af. Dit is een mogelijkheid om hetgeen wat drie lokale partijen beogen voor elkaar te krijgen. We waren tegen, we zijn tegen en blijven tegen. En daar hebben we goede gronden voor. De voorzitter: Ik heb ook respect voor de inbreng van uw fractie. U zou ook wat respect kunnen hebben voor de inbreng die ik heb vanuit mijn functie. En dat u daarover ook wat met meer eerbied spreekt, in plaats van het dedain waarmee u nu spreekt. De heer Duijsens: Ik vind die opmerking nergens op slaan en wel om twee redenen. A. Waarom stuurt u om 17.00 uur, om vijf voor twaalf, die brief zonder aan te kondigen? Dat vind ik eigenlijk al een minpunt. Volgende week hebben we ook een raadsvergadering. We wachten daarvoor op stukken die niet komen. U heeft wel tijd om zo'n brief te sturen, maar niet om die stukken voor elkaar te krijgen. Dat is even een pak van mijn hart. En in de tweede plaats leest u het amendement zoals u dat graag wilt lezen, met name punt 3. En dat is volstrekt onjuist. En daar heb ik weinig bewondering voor. Dat is ook stemming maken. De voorzitter: Ik kan ook begrijpend lezen. De heer Hofland: Voorzitter. Volgens mij is het helder wat is gezegd. Er is alle respect, maar volgens mij maakt de bijdrage van de heer Duijsens ook heel duidelijk waar het probleem zit.
Hij geeft aan wat de Westlanders willen en daarmee sluit hij gelijk ook een groep Westlanders buiten. En dat is waar wij met zijn allen tegen zijn. En dat is de reden waarom wij in de pen klimmen en doen wat wij doen. En dat zal uiteindelijk ook in de praktijk blijken. Wat er met het amendement gaat gebeuren is helder. Ik geef de partijen nog in overweging om het plan van scholen niet in stemming te brengen, als ze het zo graag niet in stemming willen brengen. Dat zal dan opeens nu wel niet meer kunnen. Wij zullen in elk geval tegen het amendement stemmen, maar dat spreekt voor zich. De heer De Bloeme: Voorzitter. Ik wil namens onze burgers, onze achterban van de ChristenUnie-SGP, melden dat wij het amendement niet zullen steunen. In onze rechtsstaat hebben we gelukkig rechten en plichten die voor Nederlandse burgers gelden, dus gelukkig ook in het Westland. Ik begrijp dat lokale partijen graag een muurtje om het Westland willen bouwen, maar daar hoop ik toch niet aan mee te werken. De heer Bogaard: Ja, in ieder geval is het zo dat ik het fijn vind dat onze mening wordt gerespecteerd. Ik heb er van wakker gelegen op welke wijze je daarmee om moet gaan. Ja, mijnheer De Bloeme, we hebben allemaal het recht als Nederlander. En die mening van mij vertaalt zich in een stemgedrag. En dat mag mijn achterban ook van mij verwachten.
Dus in die zin zou ik zeggen, reageer niet al te snel op dat soort dingen, zoals u dat doet. Want dat recht wil ik graag hebben. En u zegt mij dat recht ook toe, dat ik mag stemmen op basis van de mening die ik heb gevormd, maar misschien wel een nachtje of wat wakker lig hoe ik hiermee moet omgaan. Want ik vind het een heikel punt. Ik ben wel blij dat vanuit de andere partijen wordt gezegd mijn mening te respecteren. Dan heb ik in ieder geval ook een grote kans dat ook mijn stemgedrag wordt gerespecteerd op basis van die mening. De voorzitter: Dan is het woord aan de wethouder in tweede termijn. Wethouder Van der Stee: Voorzitter. Dank u wel. Ik heb een heleboel dingen gehoord, maar volgens mij is er geen vraag gesteld. Of ik moet een vraag gemist hebben. Dus heb ik weinig te antwoorden in tweede termijn.
16
WOORDELIJK VERSLAG RAAD 1
JUNI 2021
GEMEENTE WESTLAND
De voorzitter: Dan breng ik het amendement in stemming. Voor het amendement zijn de fracties van Westland Verstandig, de LPF en GBW. Tegen het amendement zijn de fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, de ChristenUnie-SGP, de VVD en het CDA. Daarmee is het amendement met 19 stemmen voor en 17 stemmen tegen aangenomen. Daarmee is het voorstel ook gewijzigd en aldus aangenomen. 19.
VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE WIJZIGINGSVERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2021
De heer Duijsens: De wethouder heeft ons in de commissievergadering toegezegd dat we schriftelijk bevestigd kregen dat de vijfde extra trede alleen maar voor nieuwe gevallen na inwerkingtreding van deze wijziging zal gaan gelden. Dit om nieuwe mini-herindicaties met de nodige onrust, tijd en geld te voorkomen. We kregen niets. Hij heeft me vanmiddag wel heel correct een stuk uit het raadsvoorstel toegeappt. Maar dat zegt mij niks. Deze wethouder heeft niet het eeuwige wethoudersleven. Ik heb niet het eeuwige raadsleven. Een wethoudersleven zal ik nooit hebben, maar los daarvan. Dat moet toch beter verankerd worden? Want anders krijg je namelijk een verordening en vervolgens hebben we 2022. En niemand weet nog dat nieuwe gevallen er niet onder vallen, want niemand kijkt naar het raadsvoorstel. We willen het dus nog een keer bevestigd zien en dat de wethouder dat voor alle zekerheid nog schriftelijk vastlegt. Ik heb daar toch wat vreemde gevoelens over. Het amendement dat we hebben voorbereid is wellicht te vroeg. Daar heeft de wethouder mij van overtuigd. Hij komt binnenkort met een raadsinformatiebrief. Hij zal de veertien dagen terugdraaimogelijkheid als dwingende instructie bij wege van beleidsregels opleggen aan de zorgaanbieders. En dat zal na de zomer zijn beslag krijgen. Dus wachten we dat even af en wellicht daarna het amendement, maar dat zien we wel.
Maar nu even niet. De voorzitter: Ik begrijp dat het amendement niet ingebracht is. De heer De Bloeme: Voorzitter. Voor ligt het voorstel tot vaststelling van de Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning 2021. Door de treden bij huishoudelijke hulp te verfijnen ontstaat de mogelijkheid om bij lichte hulpvraag minder intensieve ondersteuning in te zetten. Hierdoor is meer maatwerk mogelijk. Er zijn ook enkele noodzakelijke wijzigingen ten aanzien van het regiovervoer voorgesteld. Dit heeft geen financiële consequenties voor de inwoners. We gaan akkoord met het voorstel. Ik begrijp dat het amendement niet wordt ingediend. Mevrouw Van der Eijk-Groeneveld: Voorzitter. We hebben het wijzigingsvoorstel maatschappelijke ondersteuning ontvangen. Met nog dank aan de wethouder en de ambtenaren voor de bijeenkomst van 29 maart jl. We hebben inmiddels een raadsvoorstel ontvangen waarin meer ruimte voor maatwerk wordt gemaakt. En er wordt met dit raadsvoorstel meer ruimte gegeven in de treden en daarmee in de beteugeling van de kosten in het sociaal domein. Dit maakt dat wij als CDA akkoord gaat met het raadsvoorstel en de Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning. Ik kom nog even terug op de bijeenkomst van 29 maart jl. Deze gaf voldoende duidelijkheid.