Nota beantwoording zienswijzen (21-0169123)
Tekst van het document
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van reactie 1.1.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van de reacties 5.2 en 4.6.
2. Reclamant stelt dat een goede Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de ruimtelijke ordening eist dat sprake is van beantwoording van reactie 6.2 en 4.6. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beoordeling van de
aanvaardbaarheid van de geluidbelasting gaat verder dan het voldoen aan de wettelijke normen en eventuele hogere grenswaarden. De cumulatieve geluidbelasting mag hierbij niet worden vergeten. Reclamant maakt de vertaalslag naar eigen situatie, waarbij reeds sprake is van een hoge geluidbelasting op woning en tuin, waarbij reclamant stelt dat onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd waarom een cumulatie van extra geluidbelasing als gevolg van de N211 én A4 samen aanvaardbaar is. 68
28
3. Uit herberekeningen, uitgevoerd door Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) beantwoording van zienswijze 4.6. d.d. 19 maart 2021, is gebleken dat niet bij 3 woningen, maar bij 1 4 woningen de gecumuleerde geluidbelasting 60 dB of meer bedraagt. Reclamant verzoekt de vaststelling van de hogere grenswaarden te heroverwegen, waarbij het aspect gezondheid ook meegenomen dient te worden. Reclamant stelt dat indien gecumuleerde geluidbelastingen boven de 53 dB uitkomen, er volgens de GGD, de WHO en het RIVM ernstige geluidshinder optreedt. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt op meerdere woningen meer dan 60 dB. Gesteld kan worden dat sprake is van een ongezond leefklimaat. Er dient een heroverweging van de maatregelen plaats te vinden.
69
4. Reclamant stelt dat er lichthinder zal Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de optreden op zijn woning en tuin als gevolg beantwoording van zienswijze 6.7. Het scherm over de Molensloot zal niet van het doorzichtige geluidscherm dat transparant worden uitgevoerd, maar dicht. Dit is geborgd in de voorschriften geplaatst wordt boven de Molensloot. bij de vergunning. Reclamant heeft bezwaren tegen de doorzichtigheid van de geluidsschermen en benoemt aanvullend twee oplossingen: 1. kruising Laan van Wateringse Veld met N21 1 verdiept aanleggen. 2. plaats afschermde voorzieningen van 4 meter hoog.
70
5. Reclamant geeft aan dat er maar voor Het is onduidelijk wat hier door reclamant bedoeld wordt. De genoemde 18 van de 28 woningen met een aantallen woningen worden niet herkend vanuit documentatie bijbehorend bij geluidbelasting boven 50 dB budget is voor het project. Deze zienswijze wordt daarom ter kennisgeving aangenomen. geluidwerende voorzieningen en vraagt zich af waar het budget is voor de andere 10 woningen.
71
6. Reclamant stelt dat er tijdens de uitvoeringsfase hinder zal ontstaan. Onduidelijk is op welke manier voorkomen wordt dat trillingen als gevolg van heiwerkzaamheden schade veroorzaken aan de woning van reclamant. Reclamant vraagt zich tevens af hoe voorkomen gaat worden dat de nachtrust verstoord wordt door geluidoverlast en lichthinder.
De door reclamant aangegeven punten hebben betrekking op de uitvoeringsfase van het project. Deze maken onderdeel uit van de verdere fasen van het project en niet van de procedure tot verlenen van de omgevingsvergunning. Het voorkomen van schade aan woningen door de werkzaamheden heeft uiteraard alle prioriteit en aandacht. De verwachting is dat vanwege een zorgvuldige uitvoering van schade geen sprake zal zijn. Voorafgaand aan uitvoering van de werkzaamheden wordt op basis van onderzoek en analyse beschouwd wat de invloed van de werkzaamheden is ten opzichte van de omgeving. Op basis hiervan worden de werkzaamheden, methoden en moment van uitvoering ontworpen en voorbereid binnen de vereisten om schade te voorkomen en hinder te minimaliseren. Gedurende deze voorbereiding wordt de omgeving nader geïnformeerd en betrokken. Mocht onverhoopt toch schade ontstaan als gevolg van grond- of
29
bouwwerkzaamheden, is in beginsel degene die de schade daadwerkelijk heeft veroorzaakt, daarvoor aansprakelijk. Dat is de uitvoerder van de werkzaamheden of zijn/ haar opdrachtgever. Om te kunnen constateren of er schade is als gevolg van grond- of bouwwerkzaamheden is het noodzakelijk om de staat van bestaande bouwwerken vast te leggen zoals deze is vóór aanvang van de werkzaamheden. Dit onderzoek wordt door de uitvoerder verricht en vastgelegd in een zogenaamde nulmeting. Hierbij wordt rekening gehouden met alle reeds bestaande schade, zettingen, scheurvorming etc. Mocht er na de opname schade ontstaan, dan is de nulmeting een middel om aan te tonen dat er schade is ontstaan. 72
7. Reclamant stelt dat de werkzaamheden Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de leiden tot stagnerend verkeer op de N211 beantwoording van zienswijze 8.3. en daarmee sluipverkeer tijdens de realisatiefase in de hand werkt. Ook in de huidige situatie is sluipverkeer al een probleem. Hoe wordt het sluipverkeer tegen gegaan en voorkomen dat de verkeersonveiligheid toeneemt?
73
8. Reclamant geeft aan dat door de Het ontwerp van de Wippoldervariant voorziet in een verbreding van de reconstructie van de N211 een gedeelte bestaande weg naar het noorden. Zo wordt de Zwethbrug enkel naar het van de recreatiezone Zwethzone en het noorden verbreed en is de aansluiting bij de Laan van Wateri ngsveld zodanig natuurgebied verdwijnt. Reclamant stelt dat de Zwethzone maximaal wordt ontzien door de hoofdrijbanen naar het dat door het nieuwe viaduct aan de noorden te verbreden. Het huidige totale oppervlak van de Zwethzone wordt zuidzijde van het bestaande viaduct te daarmee niet verkleind. Daarbij omvat het project maatregelen om de kwaliteit plannen, er een groot gedeelte van het van de Zwethzone te verbeteren qua recreatieve mogelijkheden en structuren, toekomstige park verloren zal gaan. Gelet qua ecologische inrichting en landchappelijke inpassing. op de ruimtelijke kwaliteit is de verbreding van het voorgestane viaduct aan de noordzijde een betere keuze.
74
30
Reclamant 1 5
1. Reclamant geeft aan geen bezwaar te hebben tegen de Reconstructie N211, maar wel bezwaar te hebben tegen de
De beoogde situatie is akoestisch onderzocht en uitvoerbaar gebleken. In de huidige situatie bedraagt de geluidbelasting vanwege de N211 op de woning van reclamant 49 dB. De reconstructie van de N211 heeft tot gevolg dat de
toename van geluidbelasting op de woning geluidbelasting in de toekomstige situatie met de inzet van maatregelen 50 dB en de gehele Zwethzone. bedraagt. Het treffen van aanvullende maatregelen om de geluidbelasting nog verder te reduceren is niet doelmatig bevonden en stuit op overwegende bezwaren van financiële aard. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 54 dB. 75
76
77
31
2. Reclamant geeft aan de zienswijze van Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Burgerparticipatie Zwethzone te beantwoording van de reacties 4.4 t/m 4.6. onderschrijven, waarin wordt ingegaan op het voorstel voor een verdiept aangelegde kruising bij de Laan van Wateringse Veld en een betere geluidswering tussen de Zweth en de A4. Reclamant maakt zich zorgen over de cumulatie van geluid en geeft aan dat met deze voorgestelde wijzigingen de leefbaarheid minder schade op zal lopen. Reclamant 16
1. Reclamant stelt dat in het nieuwe Het verschil tussen de huidige situatie (3 opstelstroken) en nieuwe situatie (1 ontwerp een verkeerslicht is opgenomen opstelstrook) ligt in het feit dat de nieuwe situatie ongelijkvloers is de voordat kan worden ingevoegd op de N211 bestaande VRI niet meer nodig is. In de huidige situatie kruist het verkeer uit - A4. Bij grote drukte kan op de toerit de Laan van Wateringseveld met het doorgaand verkeer op de hoofdrijbanen naar dit verkeerslicht een file tot aan (en van de N211. Met het nieuwe ontwerp met een ongelijkvloerse kruising worden voor) de rotonde in de wijk ontstaan. deze verkeerstromen ontvlochten en verbetert daardoor de Reclamant verzoekt nader inzicht over wat verkeersafwikkeling. Het verkeer van de Laan van Wateringsveld richting de de simulatie aantoont op dit punt. In de N211 west kan na de rotonde vrij afstromen zonder verkeerslicht. Het verkeer huidige situatie zijn er drie opstelplaatsen, vanaf de Laan van Wateringsveld richting de A4 komt langs een verkeerslicht in het ontwerp is er slecht één. om veilig en goed te kruisen met verkeer dat komt van de N211 west en naar Laan van Wateringsveld wil. Deze laatste verkeersstroom is relatief zeer beperkt vraagt dus weinig tijd in de verkeersregeling. Het ontwerp is dan ook toereikend. 2.
Reclamant stelt dat er onveilige verkeerssituaties in de wijk kunnen ontstaan doordat bestuurders die de
Het niet direct kunnen keren via de rotonde is bewust zo ontworpen vanwege verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling op de rotonde. De rijstrook langs de rotonde is daarom fysiek gescheiden van de rotonde. Verkeer dat verkeerd
verkeerde afslag nemen (en onbedoeld de rijdt, heeft de mogelijkheid veilig te keren bij de Paul Steenbergenlaan. Door wijk inrijden) niet direct via de rotonde duidelijke bewegwijzering aan te brengen wordt verkeerd rijden zoveel weer kunnen keren, maar eerst de wijk in mogelijk voorkomen. moeten rijden. Reclamant vraagt zich af, of de rijstrook echt langs de rotonde gaat. En of deze inrichting niet tot gevaarlijke situaties kan leiden. 78
79
80
32
3. Reclamant stelt dat indien een calamiteit zich voordoet op de toerit naar de N211-A4, er voor autoverkeer geen mogelijkheid is om de wijk te verlaten richting de A4. Ook kunnen nood- en hulpdiensten de calamiteit mogelijk niet bereiken. Reclamant verzoekt inzicht in hoe bij een calamiteit op de toerit wordt omgegaan, waarbij de situatie zich voor kan doen dat nood- en hulpdiensten niet de toerit kunnen bereiken. Reclamant 1 7
Er is een vlucht+bergingszone op deze toerit naar de N211 die gebruikt kan worden voor verkeersdoorstroom en calamiteitendiensten wanneer de situatie die vereist. Dit geeft tevens de hulpdiensten de mogelijkheid om via de N211 een ongeval op het viaduct te bereiken. Ook bestaat het alternatief om verkeer om te leiden richting de aansluiting bij de N222.
1. Reclamant geeft aan geen bezwaar te De beoogde situatie is akoestisch onderzocht en uitvoerbaar gebleken. In de hebben tegen de Reconstructie N21 1 , huidige situatie bedraagt de geluidbelasting vanwege de N211 op de woning maar wel bezwaar te hebben tegen de van reclamant 49 dB. De reconstructie van de N21 1 heeft tot gevolg dat de toename van geluidbelasting op de woning geluidbelasting in de toekomstige situatie met de inzet van maatregelen 50 dB en de gehele Zwethzone. bedraagt. Het treffen van aanvullende maatregelen om de geluidbelasting nog verder te reduceren is niet doelmatig bevonden en stuit op overwegende bezwaren van financiële aard. 2. Reclamant geeft aan de zienswijze van Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Burgerparticipatie Zwethzone te beantwoording van de reacties 4.4 t/m 4.6. onderschrijven, waarin wordt ingegaan op het voorstel voor een verdiept aangelegde kruising bij de Laan van Wateringse Veld en een betere geluidswering tussen de Zweth en de A4. Reclamant maakt zich
zorgen over de cumulatie van geluid en geeft aan dat met deze voorgestelde wijzigingen de leefbaarheid minder schade op zal lopen. 81
Reclamant 1 8
1. Reclamant onderschrijft de nut en Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. noodzaak van het voornemen om de doorstroming te verbeteren. Tevens stelt reclamant het voorliggend ontwerp een verbetering te vinden ten opzichte van het in 2016 voorgestelde plan.
82
2. Reclamant geeft aan de zienswijze van Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Burgerparticipatie Zwethzone te beantwoording van de reacties 4.4 en 4.5. onderschrijven, waarin wordt ingegaan op het voorstel voor een verdiept aangelegde kruising bij de Laan van Wateringse Veld en een betere geluidswering tussen de Zweth en de A4.
83
3. Reclamant stelt dat lokale overheden In de reactie op zienswijze 4.4 wordt nader ingegaan op het zorgvuldige bij planvorming van verkeerstechnische en besluitvormingsproces, waarin diverse criteria en belangen tegen elkaar zijn technologische ontwikkelingen op de afgewogen. Het project is zorgvuldig ingepast, waarbij de uitvoerbaarheid van omgeving moeten toetsen en dat de het project getoets is op alle relevanten omgevings- en milieuaspecten. belangen van bewoners en Zwethzone als ecologische verbinding en recreatiegebied niet mogen worden geschaad.
84
4. Reclamant stelt dat een verdiepte Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de kruising beter is dan het voorgetelde beantwoording van de reacties 4.4. ontwerp, waarbij de geluidswerende voorziening kan worden toegepast met een Een half verdiepte ligging, zoals nu ook als alternatief voorgesteld is niet hoogte van 4 meter langs het gehele onderzocht. Een half verdiepte ligging zal waarschijnlijk impliceren dat de traject van de N211 tot de brug over de hoofdrijbanen van de N211 hoger dan in de huidige situatie komen te liggen Zweth. Mocht een geheel verdiepte ligging met naar verwachting nadelige effecten, bijvoorbeeld ten aanzien van op technische bezwaren stuiten, dan is
33
een gedeeltelijk verdiepte liggen wat reclamant betreft een goed alternatief.
ruimtebeslag en geluid.
85
5. Reclamant geeft aan dat het de Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de provincie siert dat in het ontwerp een beantwoording van de reacties 4.5. geluidsscherm langs de Westlandroute gepland is. Dit is een extra maatregel buiten het plangebied N211. Tegelijkertijd geeft reclamant aan dat er sprake is van een geluidslek tussen de Zweth en de A4, en vindt reclamant het wrang dat hier geen aanvullende maatregelen worden g e t ro ffe n .
86
6. Reclamant vraagt zich af hoe de De provincie Zuid-Holland draagt als wegbeheerder zorg voor het reinigen van doorzichtige schermen die in het ontwerp de schermen als onderdeel van beheer en onderhoud. zijn opgenomen bij de bruggen over de Zweth en de Molensloot schoon gehouden worden.
87
7. Reclamant stelt dat de gehanteerde motorvoertuigbewegingen in de MERrapportage uit oktober 2020 aanzienlijk lager is dat de gehanteerde motorvoertuigbewegingen in de MERrapportage uit 201 6, waardoor zonder iets aan de N21 1 , het probleem over een aantal jaren kleiner is geworden.
In 2016 is gebruik gemaakt van het verkeersmodel Haaglanden, wat destijds het meest actuele verkeersmodel was. Het Haaglandenmodel is in 2018 samengevoegd met het Rijnmondmodel tot het MRDH verkeersmodel. Dit nieuwe model bevat prognoses over ontwikkelingen binnen de MRDH regio op basis van de meest actuele gegevens (zie ook de beantwoording van zienswijze 7.3). Uit deze meest recente gegevens blijkt inderdaad dat de verkeersaantallen nu lager zijn dan in de m.e.r.-beoordeling van 2016.
88
8. Reclamant stelt dat de geluidswerende voorziening op bepaalde delen van het traject onvoldoende is om geluid tegen te houden. De toenemende geluidsbelasting zijn volgens de reclamant aan te wijzen door de verhoogde ligging van de kruising
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van de reacties 4.5 en 4.6.De geluidemissie van de verschillende voertuigcategorieën is bij wet voorgeschreven. Het bandengeluid is daarbij maatgevend. In de emissiecijfers zijn verschillende typen vrachtauto's verdisconteerd, ook vrachtauto's met koelmotoren. De cijfers
34
N211 - Laan van Wateringse Veld en het worden door de centrale overheid gemonitord en bijgesteld wanneer daartoe ontbreken van afdoende geluidswerende aanleiding is. voorzieningen tussen de brug over de Zweth en de A4. Reclamant stelt dat, vooral waar de afschermende voorzieningen 2 meter hoog zijn, met het geluid van koelmotoren van vrachtaut o's de omgeving extra wordt belast. Reclamant stelt dat geluidswerende voorziening lager dan 4 meter onvoldoende zijn het geluid van koelmotoren van het transport vanuit het Westland tegen te gaan. 89
9. Reclamant stelt dat afspraken gemaakt moeten worden over onderhoudsverplichtingen over de geluidslekken die ontstaan door het inklinken van de geluidswal.
90
10. Reclamant stelt dat het gebied waar Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beatwoording reclamant woont en leeft, op basis van van zienswijzen 5.4 en 4.6. informatie op de website atlas leefomgeving, voor wat betreft de geluidbelasting kan worden geclassificeerd als matig tot slecht (55-60 dB). Reclamant stelt dat de berekende geluidswaarden niet in lijn zijn met deze geluidbelasting. Reclamant stelt dat een verdere toename van de geluidsdruk door aanpassing aan de N21 1 , ook rekening houdend met de geluidscumulatie met het project van de verbreding van de A4, onacceptabel is.
91
11. Uit herberekeningen, uitgevoerd door Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) beantwoording van zienswijze 4.6.
35
De provincie Zuid-Holland draagt zorg voor borging dat bij ontwerp, uitvoering en beheer rekening wordt gehouden met inklinking Z zetting van geluidswallen.
d.d. 19 maart 2021, is gebleken dat niet bij 3 woningen, maar bij 14 woningen de gecumuleerde geluidbelasting 60 dB of meer bedraagt. Reclamant verzoekt de vaststelling van de hogere grenswaarden te heroverwegen, waarbij het aspect gezondheid ook meegenomen dient te worden. Reclamant stelt dat indien gecumuleerde geluidbelastingen boven de 53 dB uitkomen, er volgens de GGD, de WHO en het RIVM ernstige geluidshinder optreedt. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt op meerdere woningen meer dan 60 dB. Gesteld kan worden dat sprake is van een ongezond leefklimaat. 92
12. Reclamant stelt dat de geplande Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de afschermingen onvoldoende hoogte beantwoording van zienswijze 6.5. hebben om lichthinder voldoende te beperken en verzoekt de kruising Laan van Wateringse Veld verdiept aan te leggen of afschermende voorzieningen van 4 meter op de fly-over te plaatsen.
93
13. Reclamant stelt dat, op basis van een uitspraak van Raad van State dat berekeningen voor het aanleg van nieuwe wegen te beperkt wordt uitgevoerd, een nieuwe berekening naar de stikstofdepositie moet worden uitgevoerd voor de bescherming van het bijzonder provinciaal landschap.
36
Het gebied Midden-Delfland, waar het projectgebied voor een gedeelte onderdeel van uitmaakt, is aangewezen als Bijzonder Provinciaal landschap. Deze aanwijzing biedt Midden-Delfland geen bescherming tegen eventuele bijdrage aan de stikstofdepositie in dat gebied. Voor het project is reeds een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (natuurvergunning) verleend. In dat kader heeft ook een stikstofdepositie-onderzoek (AERIUS-berekening) plaatsgevonden. Een nieuwe toets aan de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.
94
14. Reclamant stelt dat de Zwethzone, als Met het ontwerp en het beeldkwaliteitsplan en landschapsplan is gekomen tot onderdeel van het bijzonder provinciaal een inpassing welke recht doet aan de landschappelijke waarden van de landschap, wordt aangetast door het Zwethzone. Daarbij wordt met de realisatie van de N211 ingezet op versterking optrekken van een circa 9 meter hoog van de waarden van de Zwethzone. Het bestaande kenmerkende veenweide talud met daarbovenop een geluidsscherm landschap blijft in de nieuwe situatie behouden. Bestaande groenstructuren van 2 meter. Deze zichtlijn past niet in het blijven daarbij ook grotendeels behouden en worden in de toekomstige situatie landschappelijk karakter van het aangevuld met nieuw te ontwikkelen groen. Taluds worden groen ingepast en veenweidegebied van de Zwethzone. voorzien van struweel beplanting. De landschappelijke uitstraling van de N21 1 wordt verbeterd door wallen en schermen groen in te passen. De geluidschermen langs de N21 1 worden grotendeels voorzien van (klim)planten, wat ten goede komt aan het uitzicht vanaf de Zwethzone. Zo wordt ook het talud van de verbindingsweg ingepast zonder afbreuk te doen aan het zicht vanaf de Zwethzone.
95
15. Reclamant stelt dat de toename aan geluidhinder en lichtoverlast niet positief is voor het behoud van flora en fauna.
96
16. Reclamant stelt dat de inrichting van Het wegontwerp is zodanig uitgewerkt dat er zo min mogelijk aantasting van de Zwethzone aan moet sluiten bij de het landschappelijk karakter van de Zwethzone zal plaatsvinden. Op die oorspronkelijke landschappelijke sfeer van plaatsen waar wel sprake is van aantasting zal het landschappelijk karakter het veenweidegebied. De beplanting moet worden hersteld. Voor de Zwethzone is een landschapsplan opgesteld waarin bestaan uit inheemse soorten en dit landschappelijk karakter is vastgelegd. In 2020 is het ontwerp met het voldoende bescherming voor fauna. landschapsplan bij provincie en gemeenten vastgesteld. Het landschapsplan Tevens moet veilige foerageer- en wordt uitgewerkt in een inrichtingsplan. Bij de uitwerking is april 2021 op drie overnachtingsplaasten aan vleermuizen onderdelen (padenstructuur, beplanting, voorzieningen) nog reactie gevraagd worden geboden. Reclamant stelt dat het van bewoners. Door de provincie is samen met de beheerder gekeken of en hoe de reacties kunnen worden verwerkt in het inrichtingsplan. Zo is bij landschappelijk karakter houdt in dat er ruime graspercelen beschikbaar zijn voor beplanting bijvoorbeeld een eis dat de soorten van oorsprong thuishoren in de begrazing door (klein)vee. Zwethzone. Het inrichtingsplan wordt aan de aannemer meegegeven om te realiseren.
37
Het ontwerp van de Wippoldervariant is op alle relevante milieuaspecten beoordeeld, ook ten aanzien van flora en fauna (zie o.a. paragraaf 6.7 in de ruimtelijke onderbouwing). Daaruit is gebleken dat dit ontwerp uitvoerbaar is, ook op het gebied van ecologie. Daarbij omvat het project maatregelen om de kwaliteit van de Zwethzone te verbeteren qua ecologische inrichting en landschappelijke inpassing.
97
17. Reclamant stelt dat het deel tussen de Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Molenwetering en de Dorpskade leent zich beantwoording van zienswijze 18.16. niet leent voor het aanleggen van een gescheiden ruiterpad. Het gebruik door ruiters is in dit gebied beperkt. Reclamant stelt dat het deel tussen de Dorpskade en de Minicamping Zwethzone zich wél leent voor het aanleggen van een gescheiden ruiterpad, zodat fietsers en ruiters elkaar niet hinderen.
98
18. Reclamant stelt dat de Zwethzone tussen de Molenwetering en de minicamping Zwethzone zich niet leent voor het aanleggen van een gescheiden mountainbike pad.
99
1 9. Reclamant stelt dat de Zwethzone zich Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de bij uitstek leent voor recreatieve beantwoording van zienswijze 18.16. ontspanning. Reclamant stelt dat het gebied moet beschikken over voorzieningen waar recreanten een moment van rust nemen. Voorzieningen mogen echter geen aantrekkingskracht op hangjongeren hebben en moeten sober worden ingericht om de kans op overlast en vervuiling van de omgeving te minimaliseren.
100
20. Reclamant stelt dat de inrichting van de natuurspeelplaats moet bestaan uit speelaanleidingen en ondiepe waterpartijen met niveauverschillen waardoor een natuurlijke waterloop ontstaat.
38
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 18.16.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 18.16.
101
21. Reclamant stelt dat bij de natuurspeelplaats geen voorzieningen moeten worden geplaatst met een aantrekkingskracht voor hangjongeren, zodat de kans op overlast en vervuiling van de omgeving wordt geminimaliseerd.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 18.16.
102
22. Reclamant verzoekt om de vissteigertjes bij de plassen in de Zwethzone sober in te richten (om hangjongeren niet aan te trekken) en te voorzien van afvalbakken, welke ook regelmatig geleegd moeten worden.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 18.16.
103
23. Reclamant verzoekt om voordat wordt De door reclamant aangegeven punten hebben betrekking op de gestart met de werkzaamheden geluid-, uitvoeringsfase van het project. Deze maken onderdeel uit van de verdere licht- en stofwerende voorzieningen aan te fasen van het project en niet van de procedure tot verlenen van de leggen. omgevingsvergunning. Met hinderaspecten wordt in de uitvoering rekening gehouden. Dit wordt uitgevraagd bij de aannemer van het werk. Er bestaan goede mogelijkheden voor het aanbrengen van definitieve danwel tijdelijke voorzieningen welke de N211 en de werkzaamheden afschermen gedurende de realisatiefase.
104
24. Reclamant verzoekt om geen werkzaamheden in de nachtelijke uren uit te voeren.
De mogelijkheid bestaat dat sommige werkzaamheden ook 's nachts moeten worden uitgevoerd in verkeersluwe perioden. Echter kan dit enkel onder strikte voorwaarden om overlast te voorkomen.
105
25. Reclamant verzoekt om de Zwethzone niet als werk/opslagterrein te gebruiken.
Het gebruiken van de Zwethzone als werk of opslagterrein voor bouw van de weg wordt niet toegestaan. Wel zullen ook werken in de Zwethzone plaatsvinden ten behoeve van aanpassingen in de Zwethzone, bijvoorbeeld voor de padenstructuur, beplantingen of aanbrengen van nieuwe recreatieve elementen.
39
106
26. Reclamant verzoekt om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden voldoende maatregelen te treffen om sluipverkeer over de Dorpskade/Veenakkerweg tegen te gaan.
107 Reclamant 1 9
1. Reclamant onderschrijft de nut en Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen. nootzaak van het voornemen om de doorstroming te verbeteren. Tevens stelt reclamant het voorliggend ontwerp een verbetering te vinden ten opzichte van het in 2016 voorgestelde plan.
108
2. Reclamant stelt dat de bestaande Met zettingen in de tijd van geluidswallen wordt rekening gehouden in het grondwal, die in 2014 is aangelegd, ontwerp en de uitvoering. De gestelde hoogte vanuit akoestische vereisten inmiddels zeker drie meter is gezakt. Dit geldt als eindhoogte na zetting. Daarom wordt vooraf onderzoek gedaan naar leidt tot meer geluidoverlast. Reclamant de eigenschappen van de bodem en vindt voorbelasting plaats. Uiteraard wordt stelt dat vanaf de A4 tot de Wippolderlaan na uitvoering, in de beheerfase, door de provinciaal beheerder toegezien op geen geluidscherm, maar een geluidswal staat van geluidswallen en worden daar waar nodig maatregelen getroffen (zie ook de beantwoording van zienswijze 18.9). wordt gerealiseerd. Reclamant stelt bedenkingen te hebben over de geluidwerende werking van de geluidswal, omdat deze in de toekomst mogelijk verzakt en dan net als in de huidige situatie zijn geluidswerende werking verliest. Reclamant vraagt op welke manier de geluidwerende werking van de geluidswal wordt gewaarborgd.
109
3. Reclamant stelt dat het gebied waar Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de reclamant woont en leeft, op basis van beantwoording van zienswijze 5.4. informatie op de website atlas leefomgeving, voor wat betreft de Op basis van de cumulatieberekeningen die ten behoeve van het akoestisch geluidbelasting kan worden geclassificeerd onderzoek zijn gevoerd is op het adres van appellant een gecumuleerde
40
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 8.3.
als slecht (66-70 dB) tot tamelijk slecht geluidbelasting van 55 dB berekend. In zienswijze 4.6 is nader uitgewerkt (61-65 dB). Reclamant stelt dat de, in het waarom deze geluidbelasting aanvaardbaar is. akoestisch onderzoek d.d. 11 februari 2021 met kenmerk 9999183673, berekende geluidswaarden (zonder maatregelen) sterk afwijken op deze geluidbelasting. 110
4. Reclamant stelt voor de woning de Het is correct dat voor de woning van reclamant een gecumuleerde gecumuleerde geluidbelasting van 55 dB is geluidbelasting van 55 dB is berekend. In het akoestisch onderzoek en het berekend in het ontwerpbesluit (DCMR). ontwerpbesluit is echter niet opgenomen dat deze berekende gecumuleerde Reclamant trekt de berekende waarden waarde slechts 1 dB hoger is dan de geldende grenswaarde. De te verlenen (slechts 1 dB hoger dan de geldende hogere waarde van 49 dB is wel 1 dB hoger dan de grenswaarde die voor deze grenswaarde) zeer in twijfel. Reclamant woning van toepassing is, de grenswaarde voor de woning van reclamant vraagt wat het grote verschil in bedraagt namelijk 48 dB. Omdat de geluidbelasting vanwege de N211 in de geluidswaarde tussen woning van heersende situatie minder dan 48 dB bedraagt, geldt op grond van de Wet reclamant (toename van 1 dB) en de geluidhinder als grenswaarde de voorkeursgrenswaarde (ten hoogst woning Lotsweg 10 (toename van 5 dB) toelaatbare geluidbelasting) van 48 dB. De geluidtoename wordt dan enkel verklaart. berekend vanaf 48 dB. Op de berekende geluidbelasting zijn verschillende factoren van invloed. Dit verklaart ook dat er sprake is van een verschil in de berekende (gecumuleerde) geluidbelasting tussen de Lotsweg 8 en Lotsweg 10.
Zo speelt afstand tot de bron een rol, maar ook bouwhoogte en de aanwezigheid van tussenliggende objecten/gebouwen die voor afscherming van geluid zorgen zijn van invloed op de berekende geluidbelasting. Hierdoor kunnen er verschillen in geluidbelasting tussen naastliggende woningen ontstaan, zoals hier ook het geval is.
111
41
5. Reclamant acht de berekende geluidswaarde en de gecumuleerde geluidbelasting niet aanvaardbaar.
De beoogde situatie is akoestisch onderzocht en uitvoerbaar gebleken. In de huidige situatie voldoet de geluidbelasting vanwege de N211 op de woning van reclamant aan de de ten hoogs toelaatbare geluidbelasting (voorkeursgrenswaarde) van 48 dB. De reconstructie van de N211 heeft tot gevolg dat de geluidbelasting in de toekomstige situatie met de inzet van maatregelen 49 dB bedraagt. Het treffen van aanvullende maatregelen om de geluidbelasting nog verder te reduceren is niet doelmatig bevonden en stuit op
overwegende bezwaren van financiële aard. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 55 dB. Voor een beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidbelasting wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 4.6. 112
6. Reclamant stelt dat met de toename Uit het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek is gebleken dat er in de aan verkeersbewegingen ook de fijnstof en toekomstige situatie zowel toe- als afnames van de stoffen stikstofdioxide en stikstof in de lucht toe zal nemen. fijnstof zullen optreden in de omgeving van de N211. In het onderzoek is Reclamant vraagt welke maatregelen berekend of de jaargemiddelde concentraties voldoen aan de grenswaarden. Er worden getroffen om de toename tegen te is gebleken dat op alle toetspunten de concentraties van elke onderzochte stof gaan. ruimschoots onder de voor die stof geldende grenswaarde liggen.
113
7. Reclamant verzoekt inzicht in berekeningen die de toename aan uitstoot van stikstof aantonen. Reclamant vraagt welke maatregelen worden getroffen om deze toename tegen te gaan.
114
8. Reclamant stelt dat het denkbaar is dat Als randvoorwaarde geldt dat hinder voor verkeer en omgeving als gevolg van in de avonduren en in weekenden de realisatiefase wordt geminimaliseerd. In de verdere voorbereiding op werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering zal dit een belangrijke factor zijn op basis waarvan een aannemer wordt gecontracteerd en op basis waarvan verdere interactie met de omgeving plannen worden ingepland. Reclamant verzoekt om meer informatie over de tijden zal plaatsvinden. Informatie over wijze en tijdstip van uitvoering wordt hierbij waarop werkzaamheden plaats gaan tijdig verstrekt. vinden.
115
9. Reclamant vraagt welke maatregelen getroffen worden om de overlast van geluid, stikstof, en lichtoverlast te beperken, indien tijdens avonduren of weekenden werkzaamheden plaatsvinden.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 18.23.
116
10. Reclamant stelt dat het onvermijdelijk is dat op enig moment een totale
Eventuele omleidingsroutes worden in de uitvoering bepaald, enkel toegepast indien in de fasering geen alternatieven beschikbaar zijn en zo kort mogelijk
42
Voor het project is reeds een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (natuurvergunning) verleend. In dat kader heeft ook een stikstofdepositie-onderzoek (AERIUS-berekening) plaatsgevonden. Een nieuwe toets aan de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk. In overleg met de uitvoerende aannemer wordt de stikstofdepositie in de realisatiefase zo veel als redelijkerwijs mogelijk beperkt.
wegafsluiting noodzakelijk is. Reclamant vraagt welke omleidingsroutes gebruikt gaan worden tijdens de werkzaamheden.
gehouden. Omleiding vindt plaats in samenspraak met alle betrokken wegbeheerders en in afstemming met andere in uitvoering zijnde projecten. Mogelijke omleidingen zouden aan de zuidzijde kunnen plaatsvinden via afslag Den Hoorn - N223, aan de noordzijde via Pr. Beatrixlaan, Rijswijk.
117 Reclamant 20
1. Reclamant geeft aan de zienswijze van Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Burgerparticipatie Zwethzone te beantwoording van de reacties 4.4 t/m 4.6. onderschrijven, waarin wordt ingegaan op het voorstel voor een verdiept aangelegde kruising bij de Laan van Wateringse Veld en een betere geluidswering tussen de Zweth en de A4. Reclamant maakt zich zorgen over de cumulatie van geluid en geeft aan dat met deze voorgestelde wijzigingen de leefbaarheid minder schade op zal lopen.
118
2. Reclamant stelt dat lokale overheden bij Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de planvorming van verkeerstechnische en beantwoording van zienswijze 18.3. technologische ontwikkelingen effecten op de omgeving moeten toetsen en dat de belangen van bewoners en Zwethzone als ecologische verbinding en recreatiegebied niet mogen worden geschaad.
119
3. Reclamant uit de zorgen over de zicht De beoogde situatie is akoestisch onderzocht en uitvoerbaar gebleken. Ten en geluidwerende werking van de aanzien van koelmotoren op vrachtwagens wordt verwezen naar de afschermingen met de N211. Reclamant beantwoording van zienswijze 18.8. stelt dat vrachtwagens met koelmotoren, waarbij in de meeste gevallen de koelmotoren boven de cabines van de truck uitkomen, grote geluidvervuilers zijn.
43
120
4. Reclamant geeft aan, mede gezien de De geluidswallen worden groen ingepast. Ook de schermen worden zoveel toekomstige plannen van de verbreding mogelijk met natuurlijk materiaal uitgevoerd. Dit wordt vastgelegd in het van de N222, groene zicht- en inrichtingsplan wat geldt als voorschrift voor uitvoering. geluidafschermingen door middel van ingeklinkte grondwallen en groene beplanting erg belangrijk voor de beleving van het recreatiegebied Zwethzone te vinden. Reclamant verzoekt de zicht- en geluidafschermingen van het westelijke gedeelte van dit project, met de aansluiting op de veiling- c.q. Westlandroute, ook groen uit te voeren.
121
5. Reclamant verzoekt om bij de Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de herindeling van de Zwethzone met beantwoording van zienswijze 18.16. ruiterpaden en mountainbike paden, rekening te houden met het feit dat het bestaande wandelpad tussen boerderij Dichtbij en minicamping Zwethzone het gehele jaar door als mountainbike pad wordt gebruikt, waardoor het wandelpad in de winter niet te belopen is.
44
Bijlage 1 (bij zienswijze 4.6)
45
O
anteagroup
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
20210512 405082 12 mei 2021 Provincie Zuid-Holland Antea Group reconstructie N211 Wippolderlaan in de gemeente Westland en gemeente Midden-Delfland 405082 Aanvulling op Zienswijzen WABO2021
Inleiding Naar aanleiding van de zienswijzen op het gebied van cumulatie is een uitgebreide toelichting opgesteld. Vanwege de omvang is besloten de toelichting niet te verwerken in het overzicht Zienswijzen WABO 2021 maar om een verwijzing hierin op te nemen naar voorliggende memo. Toelichting op zienswijze m.b.t. cumulatie Een relevante bijdrage vanwege de N211 in de gecumuleerde geluidbelasting speelt voor de woningen in Zwethzone én de woningen buiten de Zwethzone waarvoor een hogere waarde aan de orde is. Op overige woningen in het akoestisch onderzoeksgebied kan de bijdrage vanwege de N211 wel relevant zijn, maar is van een hoge gecumuleerde geluidbelasting geen sprake omdat de geluidbelasting vanwege de N211 van een aanvaardbaar niveau is; dan wel de bijdrage vanwege de N211 is in de gecumuleerde geluidbelasting niet relevant omdat andere bronnen zoals bijvoorbeeld de Laan van Wateringse Veld bepalend zijn voor de gecumuleerde geluidbelasting. Van een significant projecteffect vanwege de N211 is dan ook geen sprake. Voor de woningen in de Zwethzone waar nader in wordt gegaan op cumulatie kan onderscheid gemaakt worden in: 1. Woningen waar de geluidbelasting vanwege de N211 48 dB of minder bedraagt. De geluidbelasting vanwege de N211 voldoet hiermee aan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting (voorkeursgrenswaarde) van 48 dB uit de Wet geluidhinder.
Een geluidbelasting van 48 dB is volgens de Wet geluidhinder altijd toelaatbaar. 2. Woningen waar de geluidbelasting vanwege de N211 meer dan 48 dB bedraagt, maar waarbij er vanwege de inzet van maatregelen geen hogere waarde nodig is en daarmee ook geen sprake meer is van een toename in de geluidbelasting vanwege de N211 ten opzichte van de huidige situatie. De bijdrage van de N211 zal daarmee niet tot een verhoogde gecumuleerde geluidbelasting leiden. 3. Woningen waarvoor een hogere waarde vanwege de N211 nodig is. Woningen waar de geluidbelasting vanwege de N211 48 dB of minder bedraagt Ten aanzien van de woningen waar de geluidbelasting vanwege de N211 niet meer dan 48 dB bedraagt zal er vanwege de N211 geen relevant effect in de gecumuleerde geluidbelasting optreden. Wanneer de N211 bepalend is voor de gecumuleerde geluidbelasting is sprake van een acceptabel niveau, de geluidbelasting vanwege de N211 voldoet immers aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de N211 niet bepalend is voor de gecumuleerde geluidbelasting, kan sprake zijn van een relatief hoge gecumuleerde geluidbelasting. Dit wordt dan veroorzaakt door een andere bron dan de N211. Het treffen van maatregelen aan de N211 heeft dan ook niet of nauwelijks effect op de gecumuleerde geluidbelasting omdat de N211 hiervoor niet bepalend is. Voor wat betreft het project is er derhalve geen
blad 1 van 4
memonummer: 20210512 405082 betreft: Aanvulling op Zienswijzen WABO 2021
O
o?
anteägroup sprake van een relevant effect op de gecumuleerde geluidbelasting en is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Woningen waar de geluidbelasting vanwege de N211 48 dB of meer bedraagt, maar waarvoor geen hogere waarde nodig is Ten aanzien van de woningen in de Zwethzone waar de geluidbelasting meer dan 48 dB bedraagt, maar geen hogere waarde nodig is, wordt het projecteffect door de inzet van maatregelen weggennomen. Vanwege het amoveren van de bestaande afschermende voorzieningen ten zuiden van de N211 treedt op een groot deel van de woningen in de Zwethzone een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder op. Voor deze woningen is daarom onderzocht of de toename in de geluidbelasting vanwege de N211 met de inzet van maatregelen kan worden weggenomen. Voor de afweging van maatregelen is daarbij aangesloten bij het kader doelmatigheidscriterium geluidmaatregelen (DMC). Dit heeft geleid tot een pakket aan maatregelen waarbij in totaal nog op 56 woningen sprake zou zijn van een resterende overschrijding vanwege de N211, het merendeel van deze 56 woningen is gelegen in de Zwethzone. Daarom is ondermeer op basis van wensen vanuit burgerparticipatie en de MER beoordeling gekeken in hoeverre het maatregelenpakket langs het deel van de N211 ter hoogte van de Zwethzone verder kon worden geoptimaliseerd.
Deze optimalisaties zijn ondermeer getroffen ter vermindering van geluidhinder. Dit heeft er toe geleid dat op nog eens 28 woningen aan de grenswaarde vanwege de N211 kon worden voldaan. Vanuit het project N211 treedt er derhalve op de woningen waarvoor geen hogere waarde nodig is ook geen relevant effect vanwege de N211 in de gecumuleerde geluidbelasting op, omdat de bijdrage van de N211 in de gecumuleerde geluidbelasting immers vergelijkbaar is met de huidige situatie. Ook voor deze woningen geldt dat dit niet wil zeggen dat er geen sprake kan zijn van een hoge gecumuleerde geluidbelasting. Het kan zo zijn dat de N211 de maatgevende geluidbron is voor de gecumuleerde geluidbelasting, in die gevallen is er vanwege de N211 echter geen sprake van een toename van de gecumuleerde geluidbelasting. Daarnaast zijn er woningen waarbij sprake kan zijn van een hoge gecumuleerde geluidbelasting maar waarbij dit niet zozeer te wijten is aan de N211, maar aan andere geluidbronnen zoals bijvoorbeeld de A4 en de Dorpskade/Veenakkerweg. Het treffen van aanvullende maatregelen aan de N211 zal daarmee ook voor deze woningen niet tot nauwelijks effect hebben voor het gecumuleerde geluidniveau. Woningen waarvoor een hogere waarde vanwege de N211 nodig is Met het geoptimaliseerde pakket aan geluidmaatregelen resteert nog op 28 woningen een overschrijding van de geluidbelasting vanwege de N211.
20 van de 28 woningen zijn in de Zwethzone gelegen, waarvan 18 in het meer oostelijke deel. Voor alle woningen waar nog sprake is van een overschrijding van de geluidbelasting vanwege de N211 is een hogere waarde nodig en de gecumuleerde geluidbelasting berekend, zoals ook wettelijk is voorgeschreven. Naar aanleiding van de zienswijzen is ten behoeve van een zorgvuldige beoordeling nog meer detail gezet op het onderzoek naar cumulatie voor de woningen waarvoor een hogere waarde benodigd is en zijn extra beoordelingspunten opgenomen om de gecumuleerde geluidbelasting op deze woningen nauwkeuriger in beeld te brengen. In het akoestisch onderzoek is een bijlagefiguur opgenomen waarin de beoordelingspunten zijn weergegeven. Voor een beoordeling van de aanvaardbaarheid van cumulatie is voor alle 28 woningen aangesloten bij het provinciale toetsingskader. Het toetsingskader kent kort samengevat de volgende stappen: 1. Er is geen sprake van een gecumuleerd effect wanneer: a. De gecumuleerde geluidbelasting maximaal 1 dB hoger is dan de vast te stellen hogere waarde; b. De gecumuleerde geluidbelasting meer dan 6 dB hoger is.
blad 2 van 4
memonummer: 20210512 405082 betreft: Aanvulling op Zienswijzen WABO 2021
O
o?
anteägroup 2.
Er is wel sprake van een gecumuleerd effect, maar het treffen van maatregelen is niet zinvol. Dit is het geval wanneer de gecumuleerde geluidbelasting van een woning meer dan 4 dB hoger ligt dan de vast te stellen hogere waarde. 3. Er is wel sprake van een gecumuleerd effect, maar de gecumuleerde geluidbelasting overschrijdt een bepaald maximum niet. Een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB wordt hoe dan ook aanvaardbaar geacht. 4. De gecumuleerde geluidbelasting is hoger dan het onder 3 genoemde maximum, maar de toename van de gecumuleerde geluidbelasting is akoestisch niet relevant. Dit is gedefinieerd als een toename van maximaal 2 dB ten opzichte van de huidige gecumuleerde geluidbelasting. Uit de resultaten van de gecumuleerde geluidbelasting blijkt dat bij 9 woningen de gecumuleerde geluidbelasting maximaal 1 dB hoger is dan de vast te stellen hogere grenswaarde (exclusief aftrek). Uit het toetsingskader volgt dat hier niet van een gecumuleerd effect kan worden gesproken aangezien andere geluidbronnen nauwelijks bijdragen aan de gecumuleerde geluidbelasting. Het betreft de woningen aan de Middenweg 18; Middenzwet 21, 22, 24 en 26; Zwetkade Noord 2; Zwethkade Zuid 4, 8 en 10. Tevens blijkt dat bij 2 woningen de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 6 dB hoger is dan de aan te vragen hogere waarde (exclusief aftrek).
Dit is het geval voor de woningen aan de Noordhoornseweg 39 en 42. De gecumuleerde geluidbelasting wordt op deze woningen vrijwel geheel door de Rijksweg A4 bepaald en niet door de N211 waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld. Het treffen van maatregelen aan de N211 zal dan ook geen effect hebben op de gecumuleerde geluidbelasting op deze woningen. Voor de overige 17 woningen waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld, is de gecumuleerde geluidbelasting 2 tot 5 dB hoger dan de te verlenen hogere waarde (exclusief aftrek). Volgens het toetsingskader (stap 2) biedt het geen soelaas om naar maatregelen te kijken wanneer de gecumuleerde geluidbelasting van een woning meer dan 4 dB hoger ligt dan de vast te stellen hogere waarde. De bijdrage van de weg waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld (in dit geval de N211) in de gecumuleerde geluidbelasting is dan laag. In dat geval zal het treffen van aanvullende maatregelen om de geluidbelasting vanwege de N211 verder te verlagen nauwelijks een effect hebben op de gecumuleerde geluidbelasting. Dit is het geval bij 3 van de 17 resterende woningen (Noordhoornsweg 43; Zwetkade Noord 1a; Zwethkade Zuid 28a). Voor de overige 14 woningen is de gecumuleerde geluidbelasting 2 tot en met 4 dB hoger dan de vast te stellen hogere waarde. Deze woningen vallen daarmee niet onder stap 2.
Om deze reden is voor de resterende 14 woningen verder gegaan naar stap 3 van het provinciaal toetsingskader. In stap 3 wordt aangegeven dat een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB aanvaardbaar wordt geacht. Daarbij geldt dat bij de bepaling van de gecumuleerde geluidbelasting geen rekening is gehouden met de aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting bij de resterende 14 woningen ten hoogste 60 dB bedraagt, waarmee wordt voldaan aan stap 3. Het betreft de woningen aan de Lotsweg 8, 10 en 16; Zwethkade Zuid 1, 2, 3, 3a, 3b, 5, 15, 17, 19 en 46b. Hiermee is aangetoond dat voor alle woningen waarvoor een hogere waarde wordt aangevraagd, de gecumuleerde geluidbelasting op basis van stap 1 tot en met 3 van het provinciaal toetsingskader als aanvaardbaar kan worden beschouwd, waarmee vanuit het project bezien tevens sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Stap 4 van het provinciaal toetsingskader kan daarmee achterwege blijven. Vanwege de zorg van bewoners in met name het noordoostelijke deel van de Zwethzone ten aanzien van optredende cumulatie effecten vanwege de N211 en de A4 én het gegeven dat de optimalisaties in het maatregelenpakket niet tot nauwelijks effect heeft voor een aantal woningen aan de Lotsweg, Zwetkade Noord en Zwethkade Zuid heeft in het najaar van 2020 aanvullend onderzoek plaats
blad 3 van 4
memonummer: 20210512 405082 betreft: Aanvulling op Zienswijzen WABO 2021
O
o?
anteägroup gevonden voor de woningen in het noordoostelijke deel van de Zwethzone. Hierin is gekeken naar het effect van het project N211 en het project A4 op de woningen in de noordoostelijke hoek van de Zwethzone en wat het potentiële effect is van aanvullende maatregelen. Vanuit wensen van de bewoners is onderzocht wat het effect is van het verhogen van de wal tussen de Zwethbrug en de A4 van 2 naar 4 meter hoog. De ophoging bestaat uit een scherm/schanskorf van 2 meter hoog boven op de wal. Deze ophoging heeft vooral effect voor de woningen aan de Lotsweg en de zijgevels van de woningen aan de Zwethkade Zuid (de maatgevende geluidbelasting wordt op deze woningen op de voorgevel berekend). Het ophogen van de wal leidt er toe dat de geluidbelasting op de woningen aan de Lotsweg met 1 tot 2 dB kan worden gereduceerd. Voor 2 woningen betekent dit dat daarmee geen hogere waarde meer benodigd zou zijn. Op basis van resultaten is geoordeeld dat het effect van het verhogen van de wal niet in verhouding staat tot de extra kosten die daarvoor benodigd zijn (en daarmee is sprake van overwegende bezwaren van financiële aard). Aanvullend is door Rijkswaterstaat onderzocht wat het effect is van het verhogen van de afschermende voorziening langs de toerit van de A4. Hieruit is gebleken dat met een schermhoogte van 5 meter een geluidreductie van 1 tot 2 dB gehaald kan worden.
Ook dit betreft een ingrijpende maatregel die relatief gezien weinig effect sorteert. Doordat de woningen in de Zwethzone over het algemeen tussen beide bronnen zijn gelegen, en dus ook andere gevels aanstralen, heeft dit tot gevolg dat het treffen van aanvullende maatregelen langs de ene bron geen effect heeft voor de geluidbelasting vanwege de andere bron. Het treffen van maatregelen aan de ene bron zou daarmee dan ook niet per definitie tot een verbetering (verlaging) van de gecumuleerde geluidbelasting leiden. Om een effect te sorteren op de gecumuleerde geluidbelasting zal langs beide bronnen een aanvullende maatregel nodig zijn. Voor zowel aanvullende maatregelen langs de N211, als de A4 is echter geoordeeld dat deze op overwegende bezwaren van financiële aard stuiten. Tot slot in de memo van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) wordt opgemerkt dat op 14 woningen een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB of meer wordt berekend terwijl in het akoestisch onderzoek 3 woningen worden genoemd. Naar aanleiding van de aanpassingen die zijn doorgevoerd in het onderzoek naar cumulatie voor woningen waarvoor een hogere waarde nodig is, treedt niet op 3 maar op 6 woningen een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB of meer op.
Voor deze woningen is bovenstaand beschreven waarom het gecumuleerde geluidniveau op deze woningen op basis van het provinciale beoordelingskader als aanvaardbaar kan worden beschouwd (het betreft de woningen aan de Lotsweg 10; Middenzwet 21; Noordhoornseweg 39, 42 en 43; Zwetkade Noord 1). Op de overige 8 woningen die door NSG genoemd worden is geen hogere waarde nodig. Cumulatie is voor deze woningen in het akoestisch onderzoek dan ook niet berekend. Het betreft de woningen aan de Lotsweg 2, 15; Molenwetering 4; Noordhoornseweg 38; Veenakkerweg 1, 19, 25 en Zwethkade Zuid 20. Voor al deze woningen geldt, op basis van de berekeningsresultaten in de memo van de NSG, dat de bijdrage vanwege de N211 in de gecumuleerde geluidbelasting laag is en andere bronnen (A4 of Dorpskade/Veenakkerweg) bepalend zijn voor de gecumuleerde geluidbelasting. Wanneer we het provinciale toetsingskader toepassen op deze woningen dan geldt dat de gecumuleerde geluidbelasting op alle 8 de woningen meer dan 6 dB hoger is dan de geluidbelasting vanwege de N211 op deze woningen. Van een relevant gecumuleerd effect is op basis van het provinciale beoordelingskader dan ook geen sprake. Het treffen van maatregelen aan de N211 zal dan ook geen effect hebben voor de gecumuleerde geluidbelasting op deze woningen.
blad 4 van 4