Nota beantwoording zienswijzen (21-0169123)
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVERGUNNINGAANVRAAG N211 WIPPOLDERLAAN
1
1
Instantie
Reactie
Beantwoording
Reclamant 1
1. Reclamant geeft aan dat het MERDe constatering dat het project onder andere de uitbreiding van het aantal beoordelingsbesluit betrekking heeft op rijbanen bevat is onjuist. Wel neemt het aantal rijstroken toe. Dat het een grootschalige verbouwing en betreffende tankstation en verzorgingsplaats niet zijn opgenomen in het herinrichting van de N211 tussen de ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning is correct. Hieraan is een aangrenzende ruimte en voorzieningen. Op uitgebreide afweging vooraf gegaan, welke wordt toegelicht in de de planning staat onder andere het beantwoording van zienswijze 12.1. uitbreiden van het aantal rijbanen. In het ontwerpbesluit voor de Voor de diverse infrastructurele maatregelen in de regio Den Haag is van 2010 omgevingsvergunning staat het betreffende tot 2011 een MIRT-Verkenning doorlopen ("MIRT Verkenning Haaglanden, tankstation en deze verzorgingsplaats niet Infrastructuur en Ruimte 2020-2040. Notitie Kansrijke Oplossingen voor de A4 meer opgenomen. Passage en Poorten & Inprikkers, 30 juni 2011").
In een MIRT-Verkenning onderzoeken het Rijk, regionale en lokale overheden, het bedrijfsleven, Reclamant geeft aan dat de M.E.R.maatschappelijke organisaties en belangengroepen oplossingsrichtingen voor beoordeling in het onderhavige geval is gesignaleerde infrastructurele knelpunten in een gebied en wordt toegewerkt uitgevoerd volgens de vereisten van een naar toekomstgerichte oplossingen. In de MIRT-Verkenning voor de regio Den vormvrije M.E.R beoordeling. Bij een Haag zijn diverse grote infrastructurele aanpassingen onderzocht (waaronder dergelijke vorm is het vereist dat de in een MER) en vastgelegd. Dit betreft onder andere de aanpassingen aan de geplande activiteiten blijven onder de D- A4 en N211. Deze projecten zijn in het kader van de MIRT-Verkenning in lijst drempel van het Besluit M.E.R. samenhang beoordeeld. Hierbij is tevens aangegeven dat deze projecten afzonderlijk verder worden uitgewerkt. Reclamant stelt dat uit rechtspraak van de Dit neemt niet weg dat bij deze afzonderlijke procedures rekening gehouden Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad moet worden met andere projecten in de omgeving. Voor de N211 is dat in het van State blijkt dat in een aantal gevallen bijzonder de aanpassingen aan de A4. Daarom is dit ook expliciet onderdeel plannen op zichzelf toereikend kunnen van de m.e.r.-beoordeling.
Dit geldt overigens andersom ook voor de worden beoordeeld met een MER Tracébesluitprocedure van de A4. beoordeling. In een aantal andere gevallen bestaat er een dusdanig samenhang is met De voorge nomen reconstructie van de N211 valt onder categorie D 1.1 “De andere projecten dat die wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg” uit de bijlage van het onderscheidenlijke projecten in feite Besluit m.e.r.. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met moeĮen^orden.beschouw.d.aiL.éÉn.piojecţ.
Dat kan weer leiden tot de uitkomst dat Omdat de N211 een tracélengte van circa 2,5 kilometer kent, geldt de m.e.r.een dergelijk project MER-plichtig is. beoordelingsplicht niet, maar volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Echter Reclamant stelt dat dit het geval is voor de is, wegens de mogelijke impact en om de milieueffecten uitgebreid in beeld te reconstructie van de N211, omdat deze in brengen, gekozen voor een uitgebreidere rapportage in de vorm van een direct verband met de aanpassing van de m.e.r.-beoordeling. Omdat de conclusie in de m.e.r.-beoordeling is dat geen A4 moet worden bezien. sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen hoeft geen m.e.r.-procedure doorlopen te worden. 2
Reclamant 2
3
4
2
1 . Reclamant geeft aan zich te kunnen De reactie ten aanzien van het ontwerp van de reconstructie van de N21 1 vinden in het ontwerp van de reconstructie wordt ter kennisgeving aangenomen. Het onderdeel van de zienswijze dat ziet N211, maar stelt dat er in het op het aspect van uitvoering van de werkzaamheden alsmede onderhoud van ontwerpbesluit onvoldoende aandacht de weg na realisatie is geen onderdeel van de Wabo procedure. wordt besteed aan het verdere realisatietraject alsmede het onderhoud van de weg na de realisatie. 2. Reclamant geeft aan dat tijdens de De door reclamant aangegeven punten, die zien op het verder betrokken digitale bijeenkomst van 22 juni 2020 is blijven van de omgeving tijdens de uitvoeringsfase van het project, maken toegezegd dat de burgerparticipatie nauw onderdeel uit van de verdere fasen van het project en niet van de procedure betrokken blijft bij de verdere fasen van dit tot verlenen van de omgevingsvergunning. project. Reclamant wil met deze zienswijze een garantie krijgen voor deze toezegging. De provincie vindt het belangrijk om de omgeving te blijven betrekken voor en In de zienswijze is een opsomming van tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Dat doen we door het voeren van punten benoemd waarbij reclamant (individuele) gesprekken, via de nieuwsbrief en door u online te informeren. betrokken wil blijven.
De door reclamant genoemde onderwerpen (inrichting Zwethzone, overlast uitvoering, sluipverkeer, inklinken wallen en de geluidslekken) hebben onze aandacht en wij zullen de omgeving op deze onderwerpen informeren zodra de plannen omtrent de onderwerpen bekend zijn. Het emailadres (N211wippolderlaan@pzh.nl) blijft - ook in de uitvoeringsfasebeschikbaar voor het stellen van vragen/melden van zorgen. De meest actuele informatie over het project staat op de N211 webpagina.
Reclamant 3
1. Reclamant heeft in het kader van het wettelijk vooroverleg een brief gestuurd met daarin opmerkingen op het proces en
Alle eisen / randvoorwaarden van het Hoogheemraadschap zoals deze zijn gecommuniceerd worden meegenomen naar voorbereiding van realisatie evenals nader te maken procesafspraken.
de inhoud. Reclamant geeft aan dat in overleg tot goede afspraken gekomen is en de opmerkingen uit de brief voldoende zijn verwerkt. Over de KES-eisen, die in het contract naar de aannemer meegaan, is reclamant nog in gesprek met Provincie Zuid-Holland. Reclamant vertrouwt er op dat voor zowel de KES-eisen als de watervergunning de juiste afspraken gemaakt worden met de provincie. 5
Reclamant 4
1. Reclamant geeft aan dat het voorliggende ontwerp goeddeels een oplossing biedt voor de leefbaarheid, duurzaamheid en natuurwaarden van de Zwethzone.
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
6
2. Reclamant stelt dat de geluidsdruk een De ongelijkvloerse kruising leidt niet tot een onaanvaardbaar woon- en wissel trekt op de leefbaarheid. De leefklimaat. Dat blijkt uit het akoestisch onderzoek behorende bij de beoogde verhoogde ongelijkvloerse kruising voor ontwikkeling waarin de ongelijkvloerse kruising is meegenomen. een aansluiting op de Laan van Wateringse Op enkele woningen is vanwege het project sprake van een hogere veld is daar debet aan. geluidbelasting vanwege de N211, voor deze woningen is een hogere waarde nodig. Het is overigens niet zo dat de verhoogde ligging van de aansluiting met de Laan van Wateringse Veld de oorzaak is van deze hogere geluidbelasting. Het aandeel verkeer op de toe- en afrit van de N211 naar de Laan van Wateringse Veld is beperkt ten opzichte van het doorgaand verkeer op de N211. De geluidbelasting van het doorgaand verkeer op de N211 is dan ook maatgevend ten opzichte van de toe- en afritten.
7
3. Reclamant stelt dat de verlichting op het Bebouwing aan de Zwethkade in lijn van het viaduct bevindt zich op circa 150 viaduct en koplampen van (vracht) verkeer meter afstand van het viaduct. Eveneens zijn deze wegen circa 7 meter lager een aanslag op de leefbaarheid en gelegen dan het viaduct en bevindt zich in het gebied en langs de bestaande natuurwaarde van de Zwethzone zullen wegenstructuur opgaande beplanting en bomen. Desalniettemin zouden er betekenen. zonder maatregelen zeker effecten van licht vanwege de ongelijkvloerse kruising kunnen ontstaan. Daarom worden er maatregelen getroffen.
3
Strijklicht van (vracht)auto's door koplampen worden afgeschermd middels een scherm. De koplampen van (vracht)auto's bevinden zich (wettelijk) op 1.20 m 1.50 m hoogte en zijn naar beneden op de weg gericht. Tussen Zwethzone en viaduct wordt daarom een 2 meter hoog ondoorzichtig scherm geplaatst. Aanvullend wordt langs dit scherm groenblijvende struweel beplanting toegepast welke uitgroeit tot enkele meters hoger dan het scherm. De verkeerslichten worden op de weg georiënteerd en afgeschermd en veroorzaken geen strooilicht naar de Zwethzone. Openbare Verlichting bestaat uit LED verlichting welke zeer gericht verlicht met beperking van strooilicht. Ter illustratie is de situatie ingetekend. In rood is het scherm weergegeven, in blauw de lichtbundel van een vrachtwagen welke over het viaduct rijdt.
ğ
nap *o.oo
Viaduct Laan van Wateringse Veld
8
4
Zwethzone
Zwetkade Noord
Zweth
ŗ'
Zwethkade Zuid
4. Reclamant geeft aan dat het ontwerp Participatieproces vergelijking ‘Westlandvariant' en ‘Bestemmingsplanvariant'. van de verhoogde aangelegde ongelijkvloerse kruising en de brug over de Het voorstel om de verbindingsweg Laan van Wateringseveld - N211 verdiept Zweth nu in noordelijke richting zijn uit te voeren is in een eerdere fase onderzocht. Het ontwerp in het verschoven. Daardoor is het horizontale ontwerpbestemmingsplan ging uit van twee bovengrondse (ongelijkvloerse) alignement vrijwel gelijk komen te liggen kruisingen (hierna: Bestemmingsplanvariant). Na de ter inzagelegging van de met het alignement van de eerdere Bestemmingsplanvariant eind 2016 is er in mei 2017 door een aantal Westlandvariant (uitgewerkt door omwonenden een alternatief ontwerp, de Westlandvariant, ingediend. Dit Burgerparticipatie de Zwethzone). voorgestelde ontwerp ging uit van twee verdiepte, ongelijkvloerse kruisingen. Reclamant stelt dat nu de provincie zelf Hierop hebben de bestuurders van provincie Zuid-Holland, gemeente Westland het verticale en horizontale alignement en gemeente Midden-Delfland besloten de bestemmingsplanprocedure stil te heeft losgelaten, het opportuun is om de leggen en het alternatief te laten onderzoeken.
eerder voorgestelde verdiepte Om de Westlandvariant te kunnen beoordelen, is een werkgroep samengesteld ongelijkvloerse kruising opnieuw te om het alternatief uit te werken tot op vergelijkbaar niveau als de beschouwen. Bestemmingsplanvariant. Deze werkgroep, bestaande uit betrokken bewoners, Reclamant geeft in de zienswijze een betrokken gemeenten, provincie Zuid-Holland en ingenieursbureau Antea uiteenzetting van argumenten waarom de Group, heeft onder leiding van een onafhankelijk voorzitter een intensief verdiept gelegen ongelijkvloerse kruising participatietraject doorlopen. Als resultaat van dit traject is in april 2018 het
beter scoort dan de verhoogd gelegen ongelijkvloerse kruising. Reclamant stelt dat er bij de bewoners van het gebied meer draagvlak is voor een verdiepte ongelijkvloerse kruising.
vergelijkingsrapport van beide varianten (Antea Group, 18 januari 2018) door Gedeputeerde Staten aangeboden aan Provinciale Staten van Zuid-Holland. Uitkomsten van de vergelijking; voor- en nadelen van verdiepte ligging verbindingsweg Laan van Wateringseveld - N211, verantwoording keuze Wippoldervariant.
De Westlandvariant kent als belangrijkste voordelen een beter landschappelijk beeld, minder benodigde maatregelen om hetzelfde geluidsniveau te bereiken en maximaal behoud van de Zwethzone. De belangrijkste nadelen van de Westlandvariant zitten in verkeersveiligheid, verkeersdoorstroming en de kosten voor aanleg, beheer & onderhoud. Ten aanzien van verkeersveiligheid kleven er nadelen aan een onderdoorgang ter plaatse van Laan van Wateringseveld vanwege verminderd zicht voor weggebruikers in de onderdoorgang alsmede een wegverloop waarop moeilijker te anticiperen is voor weggebruikers. Daarbij is de helling vanuit de onderdoorgang over de Zwethbrug relatief steil wat een nadeel vormt voor verkeersafwikkeling. Met al deze factoren is in de besluitvorming rekening gehouden en heeft op 19 december 2018 Provinciale Staten van Zuid-Holland ingestemd met de start van de uitvoeringsfase van de Wippoldervariant. Door in de nadere uitwerking van de Wippoldervariant het geluidsmaatregelenpakket verder te optimaliseren en toch uit te gaan van een asymmetrische verbreding (uitbreiding van de N211 naar het noorden) zoals ook voorgesteld in de Westlandvariant, zijn alsnog belangrijke verbeteringen behaald ten aanzien van geluidsniveau en het maximaal behoud van de Zwethzone.
Het definitieve ontwerp is in juni 2020 gepresenteerd aan de omgeving op basis waarvan de Wabo-procedure is doorlopen. Uitgangspunt voor gemeente Westland is te beslissen op de aanvraag zoals nu ingediend. In de procedure is verantwoord dat de Wippoldervariant uitvoerbaar is op de diverse (milieu)aspecten. 9
5
5. Reclamant stelt dat op het gedeelte Op basis van wensen vanuit burgerparticipatie en de m.e.r.-beoordeling is in tussen de A4 en de brug over de Zweth het de periode juni 2019 tot oktober 2019 ondermeer ten behoeve van geluid een aantal motorvoertuigbewegingen het aantal optimalisaties doorgevoerd in het geluidmaatregelenpakket. De hoogst is, maar de minste geluidwerende optimalisaties langs de N211 zitten in het gedeelte waar ook de meeste
maatregelen worden ingezet (een wal van woningen met een resterende toename vanwege de N21 1 zijn gelegen (globaal 2 meter hoogte). Reclamant stelt dat het het traject tussen de N222 en de brug over de Molensloot). Het resultaat van pijnlijk is dat de N222 buiten de scope van de optimalisaties is dat uiteindelijk niet voor 58, maar 28 woningen een hogere de reconstructie ligt en dat hier een wal waarde vanwege de N211 nodig is. Voor een deel van die 28 woningen is de van twee meter bovenwettelijk wordt benodigde hogere waarde lager dan het geval zou zijn op basis van het aangelegd, terwijl bovenwettelijk niets doelmatig maatregelpakket. De optimalisaties hebben echter niet tot wordt gedaan op het traject tussen de brug nauwelijks effect voor een aantal woningen aan de Lotsweg, Zwetkade Noord over de Zweth tot de aansluiting A4 waar en Zwetkhade Zuid. Vanuit wensen van de bewoners is aanvullend onderzocht de meeste verkeersbewegingen zijn. wat het effect is van het verhogen van de wal tussen de Zwethbrug en de A4 van 2 naar 4 meter hoog. De ophoging bestaat uit een scherm/schanskorf van 2 meter hoog boven op de wal. Deze ophoging heeft vooral effect voor de woningen aan de Lotsweg en de zijgevels van de woningen aan de Zwethkade Zuid (de maatgevende geluidbelasting wordt op deze woningen op de voorgevel berekend).
Het ophogen van de wal leidt er toe dat de geluidbelasting op de woningen aan de Lotsweg beperkt kan worden gereduceerd. Voor 2 woningen betekent dit dat daarmee geen hogere waarde meer benodigd zou zijn. Op basis van deze resultaten is geoordeeld dat het effect van het verhogen van de wal daarmee niet in verhouding staat tot de extra kosten die daarvoor benodigd zijn (en daarmee is sprake van overwegende bezwaren van financiële aard). Het is overigens niet zo dat de N222 volledig buiten de scope van de reconstructie ligt. Vanwege de wijziging van de N211 is ook een wijziging van een deel van de N222 noodzakelijk. In het akoestisch onderzoek is de aanpassing aan de N222 ook onderzocht. 10
6
6. Reclamant stelt dat de geluidoverlast op De NSG stelt dat op 14 woningen de gecumuleerde geluidbelasting 60 dB of locatie inmiddels dermate hoog is dat er meer bedraagt. Dit is het geval wanneer alle woningen in de Zwethzone sprake is van een ongezonde leefsituatie. worden betrokken in het cumulatie onderzoek en niet wanneer enkel gekeken Uit herberekeningen, uitgevoerd door wordt naar de woningen waarvoor een hogere waarde nodig is en waarvoor op Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) grond van de Wet geluidhinder een onderzoek naar cumulatie verplicht is. d.d. 19 maart 2021, is gebleken dat niet bij Omdat voor een deel van deze 14 woningen waarvoor de gecumuleerde 3 woningen, maar bij 14 woningen de geluidbelasting 60 dB of meer bedraagt geen hogere waarde vanwege de N211 gecumuleerde geluidbelasting 60 dB of nodig is, omdat er daar geen significant projecteffect optreedt, is het meer bedraagt. provinciale beoordelingskader ten aanzien van de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidbelasting in het akoestisch onderzoek dan ook niet op deze woningen toegepast. De NSG stelt dat de
vaststelling van hogere waarden moet worden heroverwogen. Wij zien hiertoe geen aanleiding omdat overeenkomstig de beoordelingssystematiek ingevolge het provinciale beoordelingskader in alle volledigheid de effecten op woningen met een hogere waarde vanwege de N211 zijn onderzocht en de cumulatieve effecten voldoen aan de voorwaarden uit de systematiek en aanvaardbaar worden geacht. In Bijlage 1 bij deze Nota van Beantwoording is een uitgebreide toelichting opgenomen over de cumulatieve geluidbelasting en de aanvaardbaarheid daarvan. De eerder gemaakte conclusies wijzigen hier niet door. 11
12
7
Reclamant 5
1. Reclamant onderschrijft de doelstelling van het optimaliseren van de bereikbaarheid binnen de regio Haaglanden en stelt dat het voorgelegde ontwerp grotendeels aan de belangen van de leefbaarheid, duurzaamheid en de bijzondere natuurwaarde van de Zwethzone voldoet.
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
2. Reclamant stelt dat de geluidbelasting De verhoogde ligging van de kruising N211 - Laan van Wateringseveld op de woningen een resterend knelpunt is. (Wippoldervariant) is na een zorgvuldig besluitvormingstraject de beste variant Van de 27 woningen waarvoor een hogere gebleken (zie beantwoording zienswijze 4.4). Dit ontwerp is akoestisch geluidsbelasting wordt aangevraagd, beoordeeld. In dat onderzoek is ook betrokken het plaatsen van geluidwerende bevinden er zich 18 in het oostelijk voorzieningen tussen de Zweth en de A4. Zie voor verdere reactie met gedeelte van de Zwethzone. Voor veel betrekking tot de geluidswerende voorzieningen tussen de brug over de Zweth woningen wordt het de 3e keer dat een tot de aansluiting met de A4 de beantwoording op zienswijze 4.5. hogere grenswaarde wordt aangevraagd (eerder in 1997 en 2007). De toenemende Het is overigens niet zo dat de verhoogde ligging van de aansluiting met de geluidsbelastingen zijn volgens de Laan van Wateringse Veld de oorzaak is van de toenemende reclamant te wijten de verhoogde ligging geluidbelastingen. Het aandeel verkeer op de toe- en afrit van de N211 naar van de kruising N21 1 - Laan van de Laan van Wateringse Veld is beperkt ten opzichte van het doorgaand Wateringse Veld en het ontbreken van verkeer op de N211.
Het doorgaand verkeer op de N211 is dan ook afdoende geluidswerende voorzieningen maatgevend voor wat betreft de geluidbelasting vanwege de N21 1 . tussen de brug over de Zweth en de A4. Wat betreft het voor de derde keer aanvragen van een hogere waarde, het kan
inderdaad voorkomen dat voor een woning meerde keren een hogere waarde wordt aangevraagd. Een hogere waarde betekent een ontheffing van de grenswaarde, maar deze kan nooit hoger zijn dan de maximaal vast te stellen hogere waarde die geldt op grond van de Wet geluidhinder. De maximaal toelaatbare geluidbelasting is namelijk in de Wet geluidhinder vastgelegd. In de Wet geluidhinder is daarmee een normstelling voor de maximale toelaatbare geluidbelasting opgenomen vanuit het oogpunt van bescherming van het woonen leefklimaat. Het is overigens niet zo dat een nieuw vast te stellen hogere waarde ook per definitie altijd hoger is dan een eerder vastgestelde hogere waarde. Ook in dit geval zijn de nieuw vast te stellen hogere waarden op verschillende adressen lager dan eerder vastgestelde hogere waarden. Dit heeft te maken met het gegeven dat de geluidbelasting in de heersende situatie lager is dan de eerder vastgestelde hogere waarde. Wanneer sprake is van een eerder vastgestelde hogere waarde geldt namelijk altijd de laagste waarde van de heersende situatie (met een ondergrens van 48 dB) en de eerder vastgestelde hogere waarde als grenswaarde. Voor woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld geldt dat het binnenniveau altijd moet worden geborgd. 13
3. Op basis van uitgevoerde Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de herberekeningen door Nederlandse beantwoording van zienswijze 4.6. Stichting Geluidhinder (NSG) d.d. 19 maart 2021 kan geconcludeerd worden dat het van alle wegen afkomende verkeersgeluid, zodanig hoog is dat de gezondheid van de bewoners in dit gebied in het geding is. Reclamant verzoekt het aspect cumulatie van geluid opnieuw te beschouwen en de aanvaardbaarheid te beoordelen.
14
4. Reclamant stelt dat de huidige geluidsbelasting, volgens de Atlas Leefomgeving, nu al wordt gekwalificeerd als matig tot slecht.
8
In de toelichting bij de Atlas Leefomgeving is aangegeven: “De kaart geeft alleen een ruwe indicatie van de geluidkwaliteit en is niet geschikt om geluidniveaus in het kader van de normstelling uit de Wet Geluidhinder te kunnen toetsen aan de geluidbelasting op de gevel.” De contouren die daar zijn weergegeven geven slechts een globaal beeld en zijn niet conform het
Reken- en meetvoorschrift geluid tot stand gekomen. Om die reden is, conform Wet geluidhinder en het Reken- en meetvoorschrift, akoestisch onderzoek gedaan naar de concrete geluidsbelasting vanwege de reconstructie van de N211. 15
5. Reclamant stelt dat in 2016, met een briefrapport van het RIVM (2016-0090), reeds bekend was dat de berekende waarden in ernstige mate afwijken van de werkelijke geluidsmeting.
Voorop gesteld, de systematiek van GPP's (geluidproductieplafonds), zoals beschreven in het briefrapport van het RIVM, is een systematiek voor de beschouwing van Rijkswegen, en om die reden niet toegepast in het akoestisch onderzoek voor de N211 Wippolderlaan. Voor de wijziging van de N21 1 (en aansluitende wegen) is de Wet geluidhinder van toepassing. In de Wet geluidhinder zijn grenswaarden en het toetsingskader vastgelegd. Toetsing aan de Wet geluidhinder vindt plaats aan de hand berekende waarden volgens de rekenmethodiek (SRM II) zoals deze in het reken- en meetvoorschrift geluid is vastgelegd. Er wordt jaarlijks op referentiepunten langs rijkswegen gemonitord of het Reken- en meetvoorschrift moet worden bijgesteld.
16
9
6. Reclamant geeft aan, naast de hoge Voor het project is reeds een vergunning op grond van de Wet geluidsbelasting, ook zorgen te hebben natuurbescherming (natuurvergunning) verleend. over de stikstofdepositie die verbonden is In overleg met de uitvoerende aannemer wordt de stikstofdepositie in de aan de grote hoeveelheid realisatiefase zo veel als redelijkerwijs mogelijk beperkt. Hierbij wordt nog grondverplaatsingen die nodig zijn voor de opgemerkt dat het gebied Midden-Delfland, waar het projectgebied voor een constructie van de wal voor de toe- en afrit gedeelte onderdeel van uitmaakt, inderdaad is aangewezen als Bijzonder van het viaduct over de N211 en de Provinciaal landschap. Deze aanwijzing biedt Midden-Delfland geen toegangswegen naar dit viaduct vanuit het bescherming tegen eventuele bijdrage aan de stikstofdepositie in dat gebied. Wateringse Veld. Reclamant geeft aan dat de gevolgen voor het Bijzonder Provinciaal landschap onvoldoende zijn onderzocht. Reclamant geeft aan dat het kiezen voor een verdiepte ongelijkvloerse kruising een aanzienlijke hoeveelheid uitstoot van stikstof bespaart.
17
Reclamant 6
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de 1. Reclamant stelt dat er voor de derde keer een hogere grenswaarde wordt beantwoording van zienswijze 5.2 en 4.6. aangevraagd voor de woningen in de omgeving van de N211. In het akoestisch onderzoek is volgens reclamant onterecht geen cumulatie met de aanpassing van de A4 berekend.
18
2. Reclamant stelt dat een goede De gecumuleerde geluidbelasting is beschouwd voor die woningen waarvoor ruimtelijke ordening eist dat sprake is van dat op grond van de Wet geluidhinder wettelijk ook verplicht is (zie ook de een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en beantwoording van zienswijze 4.6). Hierbij is gekeken naar het gecumuleerde verwijst hierbij naar een uitspraak van de geluid wat optreedt van ondermeer de N211 en de A4. Voor de gecumuleerde Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad geluidbelasting is geen wettelijke grenswaarde opgenomen, er dient door het van State. De beoordeling van de bevoegd gezag echter wel een oordeel over de aanvaardbaarheid te worden aanvaardbaarheid van de geluidbelasting gegeven. De Provincie Zuid-Holland heeft hiervoor een beoordelingskader. Dit gaat verder dan het voldoen aan de kader is ook binnen het akoestisch onderzoek toegepast en hieruit is gebleken wettelijke normen en eventuele hogere dat aan dit beoordelingskader wordt voldaan. Voor de woningen waarvoor een grenswaarden. De cumulatieve hogere waarde nodig is, geldt tevens nog de verplichting voor de eis aan het geluidbelasting mag hierbij niet worden binnennniveau. Het binnenniveau, en bescherming tegen geluid in de woning, vergeten. Reclamant maakt de vertaalslag is daarmee altijd geborgd.
Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woonnaar eigen situatie, waarbij reeds sprake en leefklimaat. is van een hoge geluidbelasting op woning en tuin, waarbij reclamant stelt dat onvoldoende is onderzocht en gemotiveerd waarom een cumulatie van extra geluidbelasing als gevolg van de N211 én A4 samen aanvaardbaar is.
19
3. Uit herberekeningen, uitgevoerd door Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) beantwoording van zienswijze 4.6. d.d. 19 maart 2021, is gebleken dat niet bij 3 woningen, maar bij 14 woningen de gecumuleerde geluidbelasting 60 dB of meer bedraagt. Reclamant verzoekt de vaststelling van de hogere grenswaarden
10
te heroverwegen, waarbij het aspect gezondheid ook meegenomen dient te worden. Reclamant stelt dat indien gecumuleerde geluidbelastingen boven de 53 dB uitkomen, er volgens de GGD, de WHO en het RIVM ernstige geluidshinder optreedt. De maximale gecumuleerde geluidbelasting bedraagt op meerdere woningen meer dan 60 dB. Gesteld kan worden dat sprake is van een ongezond leefklimaat. Er dient een heroverweging van de maatregelen plaats te vinden. 20
4. Reclamant stelt dat de geluidswerende In de onderzoeken naar milieu effecten is aangetoond dat het project voorziening tussen de brug over de Zweth uitvoerbaar is, rekening houdend met alle geldende normen. en de A4 onvoldoende is om geluid, stikstof en andere stoffen tegen te houden.
21
5. Reclamant stelt dat in de bestaande De geluidswal tussen A4 en Zwethbrug is een doelmatige, effectieve maatregel situatie al sprake is van lichthinder. De voor het tegengaan van licht- en geluidshinder. Op de Zwethbrug zelf worden geplande afschermingen zijn niet schermen met een hoogte van 2 meter als geluidsmaatregel voorzien. Ter voldoende om de lichthinder afkomstig van plaatse van de aansluiting Laan van Wateringsveld is het zo dat de het verkeer en lantaarns/verkeerslichten hoofdrijbanen van de N211 ook al deels worden afgeschermd van de omgeving tegen te houden. Reclamant verzoekt, door de grondlichamen van de hoger gelegen verbindingsweg. Omdat deze indien de ongelijkvloerse kruising niet verbindingsweg hoger ligt en het verkeer hierover dus hoger komt te rijden ten onverdiept wordt aangelegd, afschermende opzichte van de omgeving worden hier aanvullende maatregelen voorzien voor voorzieningen te plaatsen met een hoogte het tegengaan van licht en geluid door het plaatsen van een scherm op de van 4 meter, waardoor lichthinder van verbindingsweg en het voorzien van struweelbeplanting langs dit scherm (zie straatverlichting, stoplichten en de ook beantwoording zienswijze 4.3). De maatregelen zoals omschreven in 4.3 geplande fly-over af wordt geschermd.
om lichthinder te voorkomen maken onderdeel uit van het definitief ontwerp op basis waarvan vergunning is aangevraagd en gelden daarom als voorwaarde voor realisatie. Deze voorzieningen worden daarom ook voorgeschreven in het contract voor realisatie.
11
22
6. Reclamant draagt het verdiept Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de aanleggen van de kruising Laan van beantwoording van zienswijze 4.4. Wateringse Veld Z N211 aan als oplossing voor de genoemde aspecten geluid en lichthinder.
23
7. Reclamant verzoekt, indien de ongelijkvloerse kruising niet onverdiept wordt aangelegd of de afschermende voorzieningen niet hoger worden gerealiseerd, de geplande doorzichtige geluidschermen in ieder geval ondoorzichtig uit te voeren.
24
8. Reclamant geeft aan dat er maar voor Het is onduidelijk wat hier door reclamant bedoeld wordt. De genoemde 18 van de 28 woningen met een aantallen woningen worden niet herkend vanuit documentatie bijbehorend bij geluidbelasting boven 50 dB budget is voor het project. Deze zienswijze wordt daarom ter kennisgeving aangenomen. geluidwerende voorzieningen en vraagt zich af waar het budget is voor de andere 10 woningen.
25
9. Reclamant stelt geïnformeerd te willen Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de worden over de werkzaamheden tijdens de beantwoording van zienswijze 2.2. uitvoeringsfase en de maatregelen die worden genomen om hinder tijden de uitvoeringsfase te voorkomen.
26
12
Reclamant 7
1. Reclamant staat positief tegenover het voornemen om de N211 te verbeteren.
De afschermende voorzieningen zoals deze nu onderdeel uitmaken van de aangevraagde vergunning bieden op basis van de uitgevoerde onderzoeken voldoende afscherming, zowel qua geluid, licht en zichthinder. Uitzondering in dit kader betreft het geluidscherm op de brug van de Molensloot welke in het beeldkwaliteitsplan als transparant was opgenomen. Gemeente en provincie hebben hier het beeldkwaliteitsplan aangepast; dit scherm zal niet transparant worden uitgevoerd, maar dicht. Dit is geborgd in de voorschriften bij de vergunning. Om logica in de beeldkwaliteit te behouden worden de schermen op de Zwethbrug translucent uitgevoerd met beperkte doorlaat van zicht en licht.
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
27
2. Uit herberekeningen, uitgevoerd door Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) d.d. 19 maart 2021, is gebleken dat de gecumuleerde geluidbelasting te hoog is. De te hoge geluidbelasting tast het woongenot aan en brengt ernstige schade aan de gezondheid toe. Reclamant verzoekt het plan aan te passen en een voorwaardelijke verplichting op te nemen in de planregels waardoor de geluidbelasting niet groter wordt.
28
3. Reclamant stelt dat de verwachte groei Voor het verkeersonderzoek is gebruik gemaakt van het actuele MRDH in het aantal woningen in de Haagse regio verkeersmodel. De woningaantallen die zijn opgenomen in dit verkeersmodel niet of onvoldoende is meegenomen in het zijn vastgesteld volgens opgave van de gemeenten in de Metropoolregio verkeersonderzoek en hiermee het Rotterdam Den Haag. Het verkeersonderzoek is daarmee gebaseerd op de verkeersonderzoek niet actueel is. actuele informatie, ook ten aanzien van woningbouwontwikkelingen.
29
4. Reclamant stelt dat het voornemen een Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de sterke toename van lichthinder in de beantwoording van zienswijzen 4.3 en 6.5. omgeving met zich meebrengt. Reclamant verzoekt een voorwaardelijke verplichting op te nemen zodat lichthinder zo veel mogelijk wordt beperkt.
30
5. Reclamant verzoekt een andere Constructiewijzen en materiaalgebruik voor de geluidschermen hebben geen constructie van de geluidschermen of relevante invloed op fijnstof en stikstofdepositie. Waar het qua ruimte kan is in ander materiaal te gebruiken waardoor het ontwerp uitgegaan van geluidwallen. Het beeldkwaliteitsplan gaat uit van hinder door de overlast van fijnstof en schermen opgebouwd met natuurlijke materialen waartegen ook beplanting stikstof kan worden voorkomen. Reclamant mogelijk is. verzoekt een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Voor het project is reeds een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (natuurvergunning) verleend. In dat kader heeft ook een Tevens geeft reclamant aan een Aeriusstikstofdepositie-onderzoek (AERIUS-berekening) plaatsgevonden. Een nieuwe toets aan de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk. Gelet op
13
In de beantwoording van zienswijze 4.6 is toegelicht dat de cumulatieve geluidsbelasting ook na de reconstructie van de N211 aanvaardbaar is. Wij achten een verplichting in de voorschriften van de omgevingsvergunning dan ook niet noodzakelijk.
31
32
Reclamant 8
berekening te missen bij de ter inzage gelegde stukken.
het vorenstaande kunnen wij het verzoek om een voorwaardelijke verplichting op te nemen niet honoreren.
6. Reclamant verzoekt de gemeente het voorgestelde alternatief (verdiepte ongelijkvloerse kruising N211 en de Laan van Wateringse Veld) te kiezen.
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.4.
1. Reclamant stelt dat het voornemen een In goede afstemming met reclamant is besproken welk deel van het terrein verlies aan uitbreidingsmogelijkheden voor nodig is om de N211 Wippolderlaan voldoende goed in te kunnen passen. het bedrijventerrein betekent. Reclamant Daarbij is het uitgangspunt geweest het benodigde ruimtebeslag zo beperkt verzoekt de uitbreiding van de bestemming mogelijk te houden. Parallel aan de Wabo procedure voor de N211 zijn met 'Groen' te beperken en de bestaande reclamant afspraken gemaakt in een koopovereenkomst over uitbreiding van bestemmingsvlakbegrenzing aan te het bouwvlak in oostelijke richting ter compensatie van het gedeelte van het houden. Reclamant verzoekt, indien dit bouwvlak dat langs de N211 als 'groen' wordt bestemd. Een separaat niet mogelijk is, voldoende compensatie te postzegelbestemmingsplan is hiertoe in voorbereiding, om de belangen van bieden voor het verlies aan reclamant te waarborgen. Er is dan ook per saldo geen sprake van verlies aan bouwmogelijkheden en het verlies aan bouwmogelijkheden en uitbreidingsruimte. uitbreidingsruimte voor het bedrijf zoals overeen is gekomen met de provincie.
33
2. Reclamant stelt dat door het In de koopovereenkomst tussen reclamant en Provincie is bepaald dat het bij verschuiven van de bestaande watergang reclamant in eigendom resterende perceelsgedeelte aan de noordwestzijde zal ruimte tussen de watergang en het worden begrensd door een watergang. Er zal dus geen sprake zijn van bedrijventerrein ontstaat. Reclamant openbaar terrein tussen het perceel van reclamant en de watergang. verzoekt, omwille de kwetsbaarheid voor inbraken, tussen de watergang en het bedrijventerrein geen openbaar toegankelijk gebied te realiseren, eventueel met uitzondering van onderhoudsdiensten. Reclamant wenst hier een toezegging van.
34
3. Reclamant geeft aan gedurende de werkzaamheden en na oplevering van de
14
De basis voor uitvoering is dat de huidige capaciteit van de N211 en aansluitingen zoveel mogelijk gehandhaafd blijft tijdens de uitvoering van het
weg, een toename aan sluipverkeer op de werk. Dit wordt in het realisatiecontract vastgelegd. Dit om verkeershinder op Dorpskade te verwachten, wat kan leiden de N211 door uitvoering van het werk te minimaliseren en daarmee ook tot verkeersonveilige situaties. Reclamant toename van sluipverkeer te voorkomen. verzoekt maatregelen te nemen waardoor Na realisatie van de werkzaamheden zal minder sluipverkeer gebruik maken sluipverkeer over de Dorpskade wordt van het onderliggend wegennet, omdat de doorstroming op de N211 verbeterd verminderd ten tijde van- en na de is. werkzaamheden. Tevens verzoekt reclamant de verkeerssituatie bij de Gemeente Westland en gemeente Midden-Delfland hebben onderling contact Dorpskade veiliger te maken, door onder over het sluipverkeer gedurende de realisatiefase. Om een goed beeld te andere hier eeen 30 km zone uit te breiden krijgen van de verkeersintensiteit en snelheden zullen er op meerdere en deze maximum snelheid te handhaven. momenten, zowel voorafgaand aan als tijdens de uitvoeringswerkzaamheden, tellussen worden aangebracht. Indien blijkt dat tijdens de uitvoeringswerkzaamheden het sluipverkeer voor veel overlast zorgt voor de bewoners en ondernemers in het gebied, werken gemeenten in onderling overleg een scenario uit om hinder te verminderen. 35
4. Reclamant verzoekt het In het akoestisch onderzoek is een onderzoek conform de Wet geluidhinder geluidsonderzoek uit te breiden met de uitgevoerd voor wegen waar sprake is van een fysieke wijziging. Hierbij wordt geluidsoverlast als gevolg van het verkeer een vergelijk gemaakt tussen de huidige situatie en de toekomstige over de Dorpskade, dat als gevolg van het plansituatie. Omdat er geen fysieke wijzigingen aan de Dorpskade voornemen over een langere tijd toeneemt. plaatsvinden is deze weg niet specifiek in het onderzoek betrokken zoals wel het geval is voor de N211, de N222, Laan van Wateringse Veld en Wateringveldseweg. De Dorpskade is wel meegenomen in het onderzoek naar cumulatie voor woningen waar een hogere waarde nodig is. Verder is de Dorpskade in het zogenoemde onderzoek naar uitstraling (treden er vanwege de voorgenomen aanpassingen ook significante effecten op andere wegen dan de aan te passen wegen op) beschouwd. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen sprake is van een significant effect.
36
5. Reclamant verzoekt de afscheiding op de afrit van beide viaducten over de N211 lichtdicht te maken, zodat lichthinder (strijklicht) van afrijdende auto's voorkomen wordt.
15
Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 6.5 en 6.7.
37
Reclamant 9
1. Reclamant geeft aan dat het voorliggende ontwerp goeddeels een oplossing biedt voor de leefbaarheid, duurzaamheid en natuurwaarden van de Zwethzone.
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
38
2. Reclamant stelt dat de geluidsdruk een Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.2. wissel trekt op de leefbaarheid. De verhoogde ongelijkvloerse kruising voor een aansluiting op de Laan van Wateringse veld is daar debet aan.
39
3. Reclamant stelt dat de verlichting op het Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.3. viaduct en koplampen van (vracht) verkeer een aanslag op de leefbaarheid en natuurwaarde zullen betekenen.
40
4. Reclamant geeft aan dat de lage Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.5. geluidwerende maatregelen vanaf de brug over de Zweth tot de aansluiting aan de A4 onder de maat zijn in vergelijking met het overige gedeelte van het traject, terwijl op dit deel van het tracé wel sprake is van het hoogste aantal verkeersbewegingen. Reclamant meent dat er argumenten zijn om meer geluidwerende maatregelen toe te passen vanaf de brug over de Zweth tot aan de A4. Reclamant stelt dat de huidige geluidswerende wal van 2 meter hoogte minimaal dient worden te verhoogd tot een hoogte die een verhoging van de grenswaarde voorkomt. Reclamant verzoekt de geluidwerende maatregelen vanaf de brug over de Zweth tot de
16
aansluiting met de A4 te vervangen door geluidwerende voorzieningen van dusdanige hoogte en constructie dat de bestaande grenswaarden niet verhoogd behoeven te worden. 41
17
5. Reclamant geeft aan dat de Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.4. Burgerparticipatie Zwethzone na april 2018 niet voldoende betrokken is in het ontwerpproces. Er zijn nog enkele informatiemomenten geweest, waarbij de keuze voor de Westlandvariant (twee verdiepte liggingen) al uitgesloten was, doordat de alignementen definitief door de provincie was vastgelegd. Reclamant stelt dat vervolgens het ontwerp naar het noorden is verschoven, waardoor de Wippolderlaan nu geheel op het horizontale alignement van de Westlandvariant is komen te liggen. Hiermee is de eerder door de Statenvergadering vastgestelde alignement aanzienlijk gewijzigd. Reclamant stelt, nu de provincie het verticale en horizontale alignement heeft losgelaten, er mogelijkheid is om de verdiepte ligging opnieuw te beschouwen en wijst daarbij op diverse voordelen die dat zou bieden ten opzichte van de Wippoldervariant. Ook geeft reclamant aan hoe eerder aangegeven nadelen van een verdiepte ligging ondervangen zouden kunnen worden.
42
6. Reclamant stelt dat onvoldoende Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.5. geluidswerende voorzieningen tussen de brug over de Zweth en de A4 de oorzaak Bij de variantenafweging tussen Westlandvariant en Bestemmingsplanvariant zijn van de verhoogde grenswaarde van de was geluid een van de criteria waarop de varianten zijn vergeleken. Beide woning van reclamant. Reclamant stelt dat varianten zijn daarom qua geluid onderzocht. Gekozen is voor de de verdiepte ligging van het kruispunt in Wippoldervariant waarbij in de uitwerking het pakket van geluidsmaatregelen het akoestisch onderzoek geheel niet is verder is geoptimaliseerd om de geluidseffecten terug te dringen, vergelijkbaar onderzocht als bronmaatregel. Ook is er met de Westlandvariant. geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om betere geluidswerende De verdiepte ligging van het kruispunt is dus niet onderzocht als voorzieningen tussen de brug over de bronmaatregel van de Wippoldervariant op basis waarvan het akoestisch Zweth en de A4 te treffen. Op basis onderzoek is uitgevoerd, omdat dit een ontwerpwijziging betreft. hiervan noemt reclamant het Bronmaatregelen die vanuit akoestiek beschouwd worden zijn met name in de ontwerpbesluit incompleet en sfeer van stiller wegdek of een snelheidsverlaging. onzorgvuldig.
43
7. Reclamant stelt dat de gecumuleerde Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.6. geluidbelasting volgens de NSG onjuist is vastgesteld en zorgt voor onaanvaardbare geluidshinder. Er wordt gesteld dat dit aspect opnieuw moet worden beschouwd en op aanvaardbaarheid moet worden beoordeeld. Reclamant stelt dat de gezondheid van bewoners in het geding is. Reclamant stelt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de keuze van maatregelen rekening gehouden had moeten worden met cumulatie.
44
8. Reclamant verwijst naar de notitie van De NSG heeft ten onrechte opgemerkt dat niet alle woningen in het de NSG, waaruit zou blijken dat, in het aandachtsgebied zijn meegenomen. Dit is wel degelijk gedaan. Wel zijn in het akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de model waarmee de cumulatieberekeningen zijn uitgevoerd enkel de N211, voor een behoorlijk aantal woningen rekenpunten opgenomen op woningen waarvoor een hogere waarde nodig is op geen rekenpunten waren aangebracht, grond van de Wet geluidhinder (zie ook de reactie op zienswijze 4.6). ondanks dat deze woningen wel binnen het De NSG stelt dat een heroverweging van maatregelen dient plaats te vinden
18
45
Reclamant 1 0
akoestisch aandachtsgebied zijn gelegen. Vervolgens geeft reclamant aan dat deze ontbrekende woningen in de rapportage van oktober 2020 wel zijn opgenomen. Op dit punt wordt verheldering gevraagd aan provincie Zuid-Holland.
waarbij alle woningen en gevels beschouwd worden. Dat eerste, waarbij alle woningen beschouwd worden, is reeds gedaan. Het tweede, het betrekken van alle gevels is niet wettelijk verplicht. In het onderzoek naar de effecten van de aanpassing van de N211 zijn de voor de N211 relevante en maatgevende gevels betrokken in het onderzoek.
1. Reclamant geeft aan dat het voorliggende ontwerp goeddeels een oplossing biedt voor de leefbaarheid, duurzaamheid en natuurwaarden van de Zwethzone.
Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.
46
2. Reclamant stelt dat de geluidsdruk een Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.2. wissel trekt op de leefbaarheid. De verhoogde ongelijkvloerse kruising voor een aansluiting op de Laan van Wateringse veld is daar debet aan.
47
3. Reclamant stelt dat de verlichting op het Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.3. viaduct en koplampen van (vracht) verkeer een aanslag op de leefbaarheid en natuurwaarde zullen betekenen.
48
4. Reclamant geeft aan dat de lage Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.5. geluidwerende maatregelen vanaf de brug over de Zweth tot de aansluiting aan de A4 onder de maat zijn in vergelijking met het overige gedeelte van het traject, terwijl op dit deel van het tracé wel sprake is van het hoogste aantal verkeersbewegingen. Reclamant meent dat er argumenten zijn om meer geluidwerende maatregelen toe te passen vanaf de brug over de Zweth tot aan de A4. Reclamant stelt dat de huidige
19
geluidswerende wal van 2 meter hoogte minimaal dient worden te verhoogd tot een hoogte die een verhoging van de grenswaarde voorkomt. Reclamant verzoekt de geluidwerende maatregelen vanaf de brug over de Zweth tot de aansluiting met de A4 te vervangen door geluidwerende voorzieningen van dusdanige hoogte en constructie dat de bestaande grenswaarden niet verhoogd behoeven te worden. 49
20
5. Reclamant geeft aan dat de Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.4. Burgerparticipatie Zwethzone na april 2018 niet voldoende betrokken is in het ontwerpproces. Er zijn nog enkele informatiemomenten geweest, waarbij de keuze voor de Westlandvariant (twee verdiepte liggingen) al uitgesloten was, doordat de alignementen definitief door de provincie was vastgelegd. Reclamant stelt dat vervolgens het ontwerp naar het noorden is verschoven, waardoor de Wippolderlaan nu geheel op het horizontale alignement van de Westlandvariant is komen te liggen. Hiermee is de eerder door de Statenvergadering vastgestelde alignement aanzienlijk gewijzigd. Reclamant stelt, nu de provincie het verticale en horizontale alignement heeft losgelaten, er mogelijkheid is om de verdiepte ligging opnieuw te beschouwen en wijst daarbij op diverse voordelen die dat zou bieden ten opzichte van de Wippoldervariant. Ook
geeft reclamant aan hoe eerder aangegeven nadelen van een verdiepte ligging ondervangen zouden kunnen worden. 50
6. Reclamant stelt dat onvoldoende Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.5 en geluidswerende voorzieningen tussen de 9.6. brug over de Zweth en de A4 de oorzaak zijn van de verhoogde grenswaarde van de woning van reclamant. Reclamant stelt dat de verdiepte ligging van het kruispunt in het akoestisch onderzoek geheel niet is onderzocht als bronmaatregel. Ook is er geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om betere geluidswerende voorzieningen tussen de brug over de Zweth en de A4 te treffen. Op basis hiervan noemt reclamant het ontwerpbesluit incompleet en onzorgvuldig.
51
7. Reclamant stelt dat de gecumuleerde Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.6. geluidbelasting volgens de NSG onjuist is vastgesteld en zorgt voor onaanvaardbare geluidshinder. Er wordt gesteld dat dit aspect opnieuw moet worden beschouwd en op aanvaardbaarheid moet worden beoordeeld. Reclamant stelt dat de gezondheid van bewoners in het geding is. Reclamant stelt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de keuze van maatregelen rekening gehouden had moeten worden met cumulatie.
52
8. Reclamant verwijst naar de notitie van de NSG, waaruit zou blijken dat, in het
21
Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 9.8.
akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de N211, voor een behoorlijk aantal woningen geen rekenpunten waren aangebracht, ondanks dat deze woningen wel binnen het akoestisch aandachtsgebied zijn gelegen. Vervolgens geeft reclamant aan dat deze ontbrekende woningen in de rapportage van oktober 2020 wel zijn opgenomen. Op dit punt wordt verheldering gevraagd aan provincie Zuid-Holland. 53
54
22
Reclamant 11
1. Reclamant geeft aan dat sinds 1997 de Voor de reactie wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 5.2. geluidnormen voor hun woning al twee maal zijn verhoogd en nu een voorstel voor Ter aanvulling op die beantwoording: Een hogere waardenbesluit heeft een ligt voor een derde verhoging. Reclamant aparte procedure waartegen rechtsbescherming openstaat. verbaast zich erover dat het mogelijk is om een vastgestelde maximale geluidnorm te verhogen, aangezien de norm dus niet een absoluut maximum aangeeft. Reclamant vraagt zich af welke bescherming de overheid de burger nog biedt. 2. Reclamant verbaast zich over de In het akoestisch onderzoek zijn de maatgevende gevels betrokken (zie ook de berekende geluidstoename en het feit dat beantwoording van zienswijze 9.8). Het meenemen van alle gevels had niet tot andere resultaten en een andere maatregelenafweging geleid. er wordt aangegeven dat dit op een bepaalde gevel van de woning is berekend, Naar aanleiding van de zienswijzen is ten behoeve van een zorgvuldige terwijl op diverse gevels sprake is van beoordeling nog meer detail gezet op het onderzoek naar cumulatie voor de hoge geluidsbelasting ten gevolge van woningen waarvoor een hogere waarde benodigd is. Daar waar relevant zijn diverse projecten.
Reclamant geeft extra beoordelingspunten opgenomen om de gecumuleerde geluidbelasting op daarnaast aan dat er geen rekening is deze woningen nauwkeuriger in beeld te brengen. Dit heeft echter niet tot een gehouden met de geluidtoename vanwege andere beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting geleid. Zie daarvoor de verdubbeling van de verkeersdrukte op ook de beantwoording bij zienswijze 4.6. de Westlandroute. Ook stelt reclamant dat Kassen en andere gebouwen zijn wel degelijk in het geluidmodel opgenomen er geen rekening is gehouden met de en derhalve ook meegenomen in de berekening van de geluidbelasting. In de figuren in de bijlagen van het akoestisch onderzoek zijn naast de gehanteerde
weerkaatsing van geluid tegen de kassen in de omgeving.
toetspunten ook de ingevoerde gebouwen weergegeven. Voor wat betreft de verkeerscijfers is gebruik gemaakt van het actuele verkeersmodel, in afstemming met het project A4. Dat verkeersmodel bevat de meest actuele verkeerscijfers, ook van de Westlandroute.
55
3. Reclamant vraagt zich af waarom de verschillende lawaaibronnen afzonderlijk van elkaar worden benoemd en niet bij elkaar worden opgeteld. Reclamant stelt dat hierdoor de gezondheid van bewoners in het geding komt.
56
4. Reclamant verzoekt om de plannen Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de zodanig te wijzigen dat op elk van de beantwoording van zienswijze 4.5. Wippolderlaan, A4 en Westlandroute de verdubbeling van de verkeersdrukte niet gaat leiden tot een ongezonde overschrijding van de maximale geluidnormen. Reclamant geeft aan dat dit bereikt kan worden door het toevoegen van een pakket aan geluidswerende maatregelen.
57
23
Reclamant 12
De methode voor het bepalen van cumulatieve geluidbelasting is wettelijk verankerd en in het uitgevoerde akoestisch onderzoek gevolgd. Wanneer vanwege één van de bronnen de voorkeurswaarde wordt overschreden, en een besluit tot het verlenen van een hogere waarde nodig is, dan wordt het geluid van andere relevante geluidbronnen wel betrokken en wordt de cumulatie van geluid beschouwd. Van het gecumuleerde geluidniveau dient vervolgens beoordeeld te worden in hoeverre dit aanvaardbaar wordt geacht. Een wettelijke grenswaarde is hiervoor niet opgenomen. De provincie Zuid-Holland heeft hiervoor een beoordelingskader welke in het uitgevoerde akoestische onderzoek is toegepast.
1. Reclamant geeft aan dat het Bij de ontwerpuitwerking vanaf 2016 naar ontwerpbestemmingsplan in benzinestation volgens de provincie zal december 2016, op basis van het genomen uitvoeringsbesluit destijds in 2015, moeten wijken, gelet op de beoogde is de aansluiting van de verzorgingsplaats een belangrijk aandachtspunt reconstructie van de N211. Reclamant geweest. Daarbij is primair gezocht naar een mogelijke oplossing om de geeft aan dat in juni 2016 het voorontwerp verzorgingsplaats zo dicht mogelijk bij de huidige locatie aan te sluiten. Het bestemmingsplan ter inzage is gelegd, rapport van Aveco de Bondt is hierbij ook in ogenschouw genomen. De waarop een inspraakreactie is ingediend moeilijkheid kwam vooral voort uit de opgave een grote verkeerstroom vanaf
door reclamant. Hierin is aangegeven dat de N222 richting de N21 1 oost vlot en veilig af te kunnen wikkelen en er mogelijkheden zijn een nieuw daartussen de verzorgingsplaats veilig aan te kunnen sluiten. De ligging tankstation in de plannen op te nemen. Er tussen de aansluiting van de N222 en het weefvak vanaf het puntstuk van de wordt verwezen naar een rapport van toerit N222 naar N211 en de Dorpskade geeft dwangpunten waarbinnen die Aveco de Bondt van februari 2016. In aansluiting moest plaatsvinden. Zo was de aansluiting met een toerit vanaf de december 201 6 is het verzorgingsplaats invoegend op het weefvak zoals deze wordt beschreven in ontwerpbestemmingsplan ter inzage de rapportage van Aveco de Bondt niet mogelijk (veilig) binnen de geldende gelegd, waarin het tankstation met normen en richtlijnen. Uiteindelijk is een weefvak oplossing ontworpen voor wegrestaurant zouden worden verplaatst ontsluiting van de verzorgingsplaatsen en is deze meegenomen in het ontwerp naar een locatie ten zuidwesten van de bestemmingsplan van destijds. bestaande locatie.
Reclamant heeft destijds een zienswijze ingediend tegen Het gehele ontwerp is, parallel aan het proces van uitwerking en vergelijking het ontwerpbestemmingsplan, waarmee van Bestemmingsplanvariant en Westlandvariant, in oktober 2017 onderworpen reclamant duidelijk wilde maken dat de aan een verkeersveiligheidsaudit door RoyalHaskoningDHV. Hierin werd de ontsluiting van de alternatieve locatie op ontsluiting, welke van toepassing was in zowel de Bestemmingsplanvariant als een betere wijze zou kunnen plaatsvinden. de Westlandvariant, beoordeeld als 'Ernstige Afwijking' c.q. verkeersonveilig. Provincie was voornemens het Daarop is in 2018 nogmaals een onderzoek gestart naar mogelijkheden voor bestemmingsplan in 2017 vast te stellen. aansluiting van de verzorgingsplaats langs de N211 in het projectgebied. Hierin zijn o.a. ook de mogelijkheden onderzocht van aansluiting van de verzorgingsplaats ter plaatse van de Laan van Wateringseveld welke ook is benoemd in de rapportage van Aveco de Bondt. In de variantenstudie (Antea Group, 1 oktober 2018) zijn 7 ontsluitingsvarianten met elkaar vergeleken op de criteria verkeersdoorstroming, verkeersveiligheid, ruimtelijke impact (geluid, water, externe veiligheid, impact Zwethzone en landschappelijke inpassing) en financiële impact.
Uit het onderzoek blijkt dat een verkeersveilige inpassing van de verzorgingsplaats op of nabij de huidige locatie niet haalbaar is. Ook op andere criteria dan verkeersveiligheid wordt het handhaven van de verzorgingsplaats op of nabij de huidige locatie veelal negatief beoordeeld. Hieruit volgt het besluit de verzorgingsplaats op te heffen hetgeen aanleiding heeft gegeven tot het herinrichten van de Zwethzone op deze locatie. De variantenstudie uit oktober 2018 is gedeeld met reclamanten en ook mondeling aan hen toegelicht. Eveneens is de mogelijkheid onderzocht om de verzorgingsplaats elders in de
24
binnen de gemeente Westland geschikt is gevonden om een soortgelijke exploitatie met een gelijke aard en omvang te kunnen plaatsen. 58
2. Reclamant geeft aan dat in mei 2017 Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de Burgerparticipatie de Zwethzone een beantwoording van reactie 4.4 en 12.1. alternatief ontwerp heeft ingediend, waarin een tankstation ingepast kan worden. De provincie heeft dit ontwerp onderzocht en een vergelijkingsrapport opgesteld. De provincie heeft in oktober 2018 gekozen voor een combinatie van de twee varianten (de Wippoldervariant), waarbij het tankstation niet meer zal terugkeren. Deze keuze kwam als een onwelkome verrassing voor reclamant.
59
3. Reclamant heeft in november 2018 een Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de second opinion laten opstellen door Aveco beantwoording van reactie 12.1. de Bondt, waaruit een volgens reclamant haalbare variant naar voren komt waarbij het tankstation behouden kan blijven. Reclamant heeft nooit reactie ontvangen op dit verzoek en uit het Statenbesluit van 19 december 2018 valt niet op te maken of het rapport is meegenomen in de afwegingen. Reclamant stelt dat de belangen van het tankstation meegenomen hadden moeten worden en stelt daarnaast dat er een variant gerealiseerd kan worden waarbij het tankstation behouden of verplaatst kan worden.
60
4. Reclamant stelt dat er sprake is van een Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de onevenredige belangenafweging. Uit het beantwoording van reactie 4.4 en 12.1. ontwerpbesluit volgt niet of en hoe de
25
belangen van reclamant als huurder en exploitant van het tankstation zijn meegenomen in de besluitvorming. Reclamant keurt dit af en stelt dat er geen deugdelijke belangenafweging en motivering ten grondslag liggen aan het ontwerpbesluit. Het ontwerpbesluit is hiermee in strijd met Artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht volgens reclamant. 61
Reclamant 1 3
1. Reclamant geeft aan dat in het ontwerp Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar 4.4, waarin het van de omgevingsvergunning het besluitvormingsproces is toegelicht. Er is in het ontwerp geen ruimte mogelijk tankstation de verzorgingsplaats van gebleken voor een veilige inpassing van de verzorgingsplaats (zie ook de reclamant niet meer is opgenomen. beantwoording van zienswijze 12.4). Reclamant verzoekt om alsnog af te zien van het wegbestemmen van het bestaande tankstation.
62
2. Reclamant stelt dat het niet mogelijk is een bestaand bedrijf met een geldende bestemming via een omgevingsvergunning 'weg te bestemmen'. Reclamant geeft aan dat alleen het vaststellen van een bestemmingsplan daarvoor een geëigende procedure is.
63
3. Reclamant stelt dat er ten onrechte Voor de beantwoording van deze reactie wordt verwezen naar de onvoldoende onderzoek is gedaan naar de beantwoording van de reacties 4.4. en 12.1. vraag of het strikt noodzakelijk is het tankstation te doen laten verdwijnen. Er is tevens volgens reclamant onvoldoende onderzoek gedaan naar de vraag of het tankstation op het perceel of de nabijheid daarvan behouden kan blijven of
26
Het is correct dat een wabovergunning enkel ziet op het toestaan van een afwijking ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. De bestemming wijzigt hierdoor inderdaad niet. De toepassing hiervan leidt echter in dit concrete geval ertoe dat het niet meer mogelijk is om het bestaande bedrijf te continueren. Dit is in de afwegingen onderkend en onderzocht (zie hiervoor ook de beantwoording onder 12.1). Op dit moment is PZH in overleg met de reclamant over de vervolgstappen.
uitgeplaatst kan worden naar een andere locatie. Er is ten onrechte niet het uiterste gedaan om het bedrijf te kunnen behouden. 64
4. Reclamant vraagt zich af of terecht wordt geconcludeerd dat voor het besluit geen MER-plicht geldt.
65
5. Reclamant vraagt zich af of de invoer in Voor het project is reeds een vergunning op grond van de Wet de berekeningen voor de stikstofgevolgen natuurbescherming (natuurvergunning) verleend. Een nieuwe toets aan de Wet wel juist en volledig zijn geweest en of niet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk. Er kan in geval van een plan ten onrechte gebruik is gemaakt van de sprake zijn van een relatie tussen de m.e.r.-procedure en stikstof als daarvoor het rekenmodel voor wegen (SRM2). een passende beoordeling uitgevoerd moet worden. Dat geldt niet voor een Reclamant vraagt zich af of de rechtspraak project, zoals hier aan de orde. van de Raad van State en van het Europese Hof van Justitie voldoende in acht zijn genomen. Reclamant stelt dat vragen rondom stikstof en MER-plicht nauw met elkaar samen hangen.
66
67
27
Reclamant 14
1. Reclamant stelt dat er voor de derde keer een hogere grenswaarde wordt aangevraagd voor de woningen in de omgeving van de N211. Daarbij is in het akoestisch onderzoek volgens reclamant onterecht geen cumulatie met de aanpassing van de A4 berekend.