CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Mulier-Ruimte voor sport in Westland [25-002361]

Gemeenteraad 16 april 2025, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het uitvoeringsplan programmering Strategische Accommodatieplanning Sport 2026-202927.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Amilia Aarnink | Björn Schadenberg | Karin Wezenberg-Hoenderkamp

Mulier Instituut | 2024

In opdracht van de gemeente Westland Mulier Instituut Amilia Aarnink Björn Schadenberg Karin Wezenberg-Hoenderkamp

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, november 2024 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse

sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de

sportsector en beleidsprogramma’s.

motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.

We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze

Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

DSA

VSG

Database

. Bewegingsonderwijs

Sporthal

Gymzaal

SportAanbod

De gymlessen bedoeld om de

Overdekte sportruimte van

Overdekte sportruimte van

wettelijke kerndoelen te halen.

minimaal 40 bij 20 meter, in

ongeveer 21 bij 12 meter, in

principe geschikt voor alle

beginsel gesticht voor het

zaalsporten.

bewegingsonderwijs, geschikt

Vereniging Sport en Gemeenten

Zaalsporten

voor beperkt aantal

Sporten die in principe in een VTO

Vrijetijdsomnibus

sporthal, sportzaal of gymzaal

Sportzaal

worden beoefend.

Overdekte sportruimte van ongeveer 28 bij 22 meter, geschikt voor meerdere zaalsporten.

zaalsporten.

Samenvatting

De bevolkingsomvang van de gemeente Westland neemt toe van 116.000 in 2024 naar 129.000 in 2040 (+11%). Het aantal 4- tot 12-jarigen neemt relatief veel toe (+21%). De sportdeelname in de gemeente Westland is hoger dan het regionale en landelijke gemiddelde in 2022. Het aandeel inwoners dat lid is van een sportbond, is na een periode van daling in 2023, gestabiliseerd (29%). Het aantal Westlandse leden van de basketbal-, handbal-, korfbal-, en voetbalbond neemt toe. Het aantal leden van de badminton- en volleybalbond neemt juist af.

De gemeente Westland telt in totaal veertien sporthallen, twee sportzalen en 31 gymzalen. Het aantal sporthallen en gymzalen is relatief hoog in vergelijking met referentiegemeenten. Elke kern van de gemeente heeft ten minste één binnensportaccommodatie. Het aantal sporthallen in Westland ligt in lijn met de gemiddelde behoefte (op basis van draagvlakcijfers). Op basis van de bevolkingsprognose neemt de behoefte tot 2040 met één tot twee sporthallen toe. De behoefte neemt het meest toe in Naaldwijk en ’sGravenzande. Het gemiddelde sportgebruik van de (gemeentelijke) sporthallen in de gemeente Westland ligt beduidend hoger dan in vergelijkbare gemeenten. De gemiddelde bezetting van de niet-gemeentelijke sporthallen is lager dan die van de gemeentelijke sporthallen. In de avondpiekuren is de bezettingsgraad in de niet-gemeentelijke sporthallen hoog en vergelijkbaar met de gemeentelijke sporthallen.

In de meeste kernen is voldoende capaciteit voor het bewegingsonderwijs aanwezig. In Naaldwijk, Poeldijk en Wateringen constateren we wel tekorten. Sporthal De Pijl in Naaldwijk biedt onvoldoende capaciteit voor de scholen die daar worden ingeroosterd. Daarnaast geven de scholen aan dat de Balleringhal ongeschikt is voor het bewegingsonderwijs. Bewegingsonderwijs in de buitenlucht is een steeds belangrijker onderdeel van het curriculum Afstand en beschikbaarheid van accommodaties zijn de meest beperkende factoren voor het aanbieden van voldoende bewegingsonderwijs

De gemeente Westland telt twaalf sportparken waarop sportvoorzieningen aanwezig zijn voor atletiek, handbal, hockey, jeu de boules, korfbal, tennis, padel of voetbal. Atletiek: de atletiekbaan en atletiekhal bieden voldoende capaciteit. Handbal: de handbalvelden bieden voldoende capaciteit voor de huidige en toekomstige normatieve behoefte. Hockey: de hockeyvelden bieden voldoende capaciteit voor de huidige en toekomstige normatieve behoefte. Jeu de boules: de jeu-de-boulesverenigingen geven aan te beschikken over voldoende banen. Korfbal: CKV VALTO heeft onvoldoende velden tot haar beschikking in het seizoen 2023-2024. In de toekomst wordt dit tekort opgelost door uitbreiding van het aantal velden. In de toekomst ontstaat mogelijk een tekort bij CKV ONDO. Tennis: LTC ’t Loo en Verburch Tennis beschikken over minder banen dan hun minimale behoefte, in het seizoen 2023-2024 en in de toekomst. Padel: het aantal outdoorpadelbanen is, ook na uitbreiding bij LTC ’sGravenzande, lager dan de (toekomstige) behoefte. Voetbal: VV Verburch en KMD beschikken over onvoldoende wedstrijdvelden. Met de recente aanleg van twee kunstgrasjeugdvelden op sportpark Verburch voldoet het aantal wedstrijdvelden voor de komende jaren. In de periode tot 2030 ontstaat bij VV Verburch en VV Lyra een tekort aan wedstrijdvelden en groeit het tekort bij KMD.

Tussen 2030 en 2040 ontstaat een wedstrijdveldtekort bij RKVV Westlandia. VELO voetbal en KMD hebben een tekort aan trainingsvelden, dat tot 2030 en 2040 oploopt. Richting 2030 ontstaat een tekort aan trainingsvelden bij SC Monster en FC ’s-Gravenzande. Wielrennen: de wieleraccommodatie biedt voldoende capaciteit voor de komende 10-15 jaar.

Hoofdstuk 1

De gemeente Westland wil in 2024 een strategische accommodatieplanning voor sport opstellen. Daarvoor zijn inzichten in het gebruik van en behoefte aan sportaccommodaties nodig. We bieden deze inzichten in dit rapport. In dit eerste hoofdstuk beschrijven we de achtergrond, afbakening en werkwijze van het onderzoek.

De gemeenteraad van Westland heeft in maart 2023 het college verzocht een accommodatieplanning op te stellen (Hofland et al., 2023). Een planning moet zorgen: dat discussies over gemeentelijke investeringen in het sportlandschap minder op ad-hocbasis worden gevoerd; voor rust in de gemeentelijke begroting; dat externe partijen weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten.

We kijken in dit rapport naar het gebruik van en de behoefte aan binnen- en buitensportaccommodaties. Binnensportaccommodaties zijn overdekte sportruimtes die worden benut voor de beoefening van meerdere zaalsporten en het geven van bewegingsonderwijs. De behoefte aan andere typen overdekte sportaccommodaties, zoals denksportcentra en zwembaden, valt buiten de scope van dit rapport. Bij de buitensportaccommodaties beperken we ons tot de behoefte aan sportvoorzieningen (velden/banen) op de sportparken. De behoefte aan voorzieningen voor sportbeoefening in de openbare ruimte laten we buiten beschouwing.

Cijfers We hebben het aanbod aan sportaccommodaties geïnventariseerd en weergegeven op kaart. De Database SportAanbod (DSA) hebben we benut om te bezien in hoeverre het aanbod afwijkt van referentiecijfers. Om de normatieve behoefte vanuit de sport te bepalen hebben we draagvlakcijfers gebruikt. De draagvlakcijfers zijn gebaseerd op landelijk onderzoek (zie Schadenberg et al., 2020). De normatieve behoefte vanuit het onderwijs hebben we berekend aan de hand van de gemeentelijke taakstelling. Ramingen over de ontwikkeling van de normatieve behoefte baseren we op bevolkings- en leerlingenprognoses en trends in de sportdeelname.

We hebben reserveringsoverzichten van de binnensportaccommodaties geanalyseerd om het gebruik inzichtelijk te maken. Het gebruik van de buitensportaccommodaties hebben we bij de relevante stakeholders opgehaald. Vragenlijst, interviews en verenigingsavonden Sportverenigingen en schoolleiders hebben we benaderd voor het invullen van een online vragenlijst. De vragenlijst richtte zich op hoe zij de accommodaties gebruiken en welke knelpunten zij ervaren. Ook hebben we vragen gesteld over ontwikkelingen in accommodatiebehoefte en toekomstwensen. Daarnaast hebben we exploitanten geïnterviewd over het gebruik van de accommodaties, de ontwikkeling hierin en eventuele kansen en bedreigingen die zij zien. Ook hebben we relevante sportbonden gesproken over regionale ontwikkelingen en trends die relevant zijn voor de sportinfrastructuur. Tijdens verenigingsavonden hebben we groepsgesprekken gevoerd om aanvullende inzichten op te halen. Daarnaast hebben we informatie opgehaald bij de scholen. Referentiecijfers We vergelijken in dit rapport de gemeente Westland met de volgende referentiecijfers: het landelijke gemiddelde (Nederland); het gemiddelde van de VSG-regio Haaglanden; het gemiddelde van gemeenten die net als Westland een grote bevolkingsomvang en een kernenstructuur hebben: Maashorst, Meierijstad, Haarlemmermeer, Vijfheerenlanden en Voorne aan Zee.

Geografische niveaus We rapporteren door het rapport heen op verschillende geografische niveaus. Op kernniveau houden we deze selectie aan: De Lier, Honselersdijk, Kwintsheul, Maasdijk, Monster (incl. Ter Heijde), Naaldwijk, Poeldijk, ’s-Gravenzande (incl. Heenweg) en Wateringen.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de context van de strategische accommodatieplanning en een aantal relevante ontwikkelingen, prognoses en trends. In hoofdstuk 3 behandelen we de binnensportaccommodaties, in hoofdstuk 4 de buitensportaccommodaties. Hoofdstuk 5 vormt het afsluitende hoofdstuk, waarin we alle resultaten samenbrengen en aanbevelingen doen voor de Strategische Accommodatieplanning.

Hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk schetsen we de context waarbinnen de strategische accommodatieplanning tot stand moet komen. Ook geven we relevante trends en ontwikkelingen voor sportaccommodatiebeleid en accommodatiebehoefte weer.

Sport Gemeenten rekenen het tot hun verantwoordelijkheid sportbeoefening te faciliteren, ook al is er geen wettelijk kader dat dit verplicht. In beginsel doen ze dit vanuit de gedachte van marktfalen en het sociaal-maatschappelijke belang van sport (Hoekman, 2018). Betere benutting van accommodaties Waar in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een bouwgolf van gemeentelijke sportaccommodatie plaatsvond (Van der Poel et al., 2016), richt het gemeentelijke sportaccommodatiebeleid zich tegenwoordig veelal op het beter benutten van de bestaande infrastructuur (Hoekman & Schadenberg, 2023). Wel zien we dat het aantal blaashallen en padelbanen de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Ook in Westland zijn inmiddels blaashallen, beachvelden en padelbanen, en vragen verenigingen om meer van deze voorzieningen. Deze accommodaties dragen bij aan een betere benutting van de bestaande infrastructuur, of zijn varianten van of alternatieven voor andere sporten (Wezenberg et al., 2023). Multifunctionaliteit en meervoudig gebruik Om de bestaande infrastructuur beter te laten renderen staat multifunctionaliteit en meervoudig gebruik hoog op de gemeentelijke agenda (Hoekman & Van der Maat, 2017; Hoogendam et al., 2021). Steeds meer sportparken worden opengesteld of er worden vrij toegankelijke voorzieningen toegevoegd (calisthenics, survivalparcours).

Ook in Westland worden sportparken (met name voetbal) opengesteld. Dit levert soms ook overlast op. In binnensportaccommodaties zien we steeds vaker dat modules worden toegevoegd (urban sports-elementen, gamification). Gemeenten introduceren flexibele exploitatiemodellen voor sportvelden, waardoor ze beter kunnen sturen op mede-/deelgebruik van de velden (Schots & Schadenberg, 2020). Dit gebeurt in Westland niet. Dergelijke flexibele exploitatiemodellen hebben met name een toegevoegde waarde in meer verstedelijkte gebieden met meerdere sportaanbieders die van dezelfde velden gebruik willen maken.

Flexibele speeldagen en piekbelasting Sportbonden nemen hun verantwoordelijkheid in de landelijke ambitie om de benutting van de sportaccommodaties te verhogen door bijvoorbeeld flexibele speeldagen te introduceren, doordeweekse competitie te stimuleren of normen en planningsregels aan te passen (Hoekman & Schadenberg, 2023). Deze initiatieven zijn er vooral op gericht om de piekbelasting op zaterdag te verlagen. Met name bij voetbal is de trend dat teams overstappen van zondag naar zaterdag. Hierdoor worden de sportvelden nauwelijks benut op zondag. Ook in Westland ligt de grootste druk bij voetbal op de zaterdag en worden de voetbalvelden op zondag nauwelijks gebruikt. Uitbesteding van exploitatie De gemeente is in de meeste gevallen niet langer de partij die financiert, beheert én coördineert. Steeds meer gemeenten besteden de uitvoering van het sportbeleid uit aan andere organisaties (Schadenberg, 2022). In het Nederlandse sportlandschap neemt de rol van externe uitvoeringsorganisaties toe, met name voor de uitvoering van het sportaccommodatiebeleid. De exploitatie van sportaccommodaties wordt steeds vaker verzelfstandigd of uitbesteed (Hoogendam et al., 2021). In Westland zijn relatief weinig sportaccommodaties in eigendom van de gemeente en zijn beheer en exploitatie veelal belegd bij beheerstichtingen die zijn gelieerd aan sportverenigingen.

Grotere rol voor verenigingen De rol van verenigingen bij het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties is de laatste decennia toegenomen. Met name zijn meer onderhoudstaken bij veldsportverenigingen komen te liggen (Hoekman et al., 2022). Er wordt meer van verenigingen verwacht om de maatschappelijke waarde van de sportaccommodatie te verhogen (Hoeijmakers, 2022). Bijvoorbeeld door de accommodatie rookvrij te maken, gezonde alternatieven in de sportkantine aan te bieden of activiteiten open te stellen voor niet-leden. Volgens de gemeente wordt de wens steeds groter om verenigingen als maatschappelijk centrum te gebruiken. De verbreding van diensten en het breder inzetten van de verenigingen zorgt ervoor dat een sportvereniging organiseren steeds ingewikkelder wordt. Veel sportverenigingen hebben daarbij een tekort aan leden die bestuursfuncties op zich nemen. Dit legt veel druk op sportverenigingen (Stuij et al., 2023). Professionalisering door bijvoorbeeld het in dienst nemen van betaalde krachten wordt in dit kader vaak gestimuleerd. Maar dit heeft weer financiële gevolgen voor de verenigingen (Kalmthout et al., 2023). In Westland zijn er diverse verenigingen met verenigingsmanagers.

Waarde van accommodaties in kleine kernen De sportvereniging (met haar verbrede functie) en de sportaccommodatie (die opengesteld of multifunctioneel is) kunnen van groot belang voor de leefbaarheid zijn. Met name in kleinere kernen kan de rol van de sportvereniging en sportaccommodatie in de sociale cohesie aanzienlijk zijn (Hoekman et al., 2015). Zo kan het zijn dat vanuit dit perspectief het waardevol is om bepaalde sportaccommodaties in stand te houden terwijl de bezetting van deze accommodaties op basis van de bestaande normen en kengetallen eigenlijk te beperkt is. In Westland zijn in de kleinere kernen Poeldijk en Kwintsheul elk twee sporthallen aanwezig, terwijl volgens de draagvlakcijfers één sporthal voldoende zou zijn. De bezetting van deze sporthallen is hoog, ook omdat er topsportverenigingen actief zijn. Integraal sportbeleid Bij de totstandkoming van het sportbeleid wordt samengewerkt met andere beleidsterreinen of gemeentelijke afdelingen. Sportbeleid wordt (daarmee) vaker integraal ingestoken (Hoogendam et al., 2021). Andere gemeentelijke domeinen dragen vaker financieel bij aan het sportbudget. De financiële bijdrage is meestal voor activiteiten die ook voor de andere domeinen baten realiseren en komt niet zozeer direct ten goede van sportaccommodaties. Binnen de gemeente Westland wordt samengewerkt met vastgoed en het sociaal domein.

Sportbeleid in Westland De gemeente Westland heeft geen actuele beleidsnota voor sport. In 2008 heeft de gemeente een kadernota vastgesteld met uitgangspunten voor het gemeentelijk sportbeleid tot 2020 (Gemeente Westland, 2008). In de vier deelnota’s sportstimulering, accommodatiebeleid, subsidie en tarieven en topsport is de uitwerking van het beleid verwerkt (Gemeente Westland, 2010; Gemeente Westland, 2016). Wel heeft de gemeente, samen met twintig Westlandse partijen, in 2020 een lokaal sportakkoord afgesloten (Gemeente Westland, 2020). Dit akkoord heeft in 2023 een opvolger gekregen (Gemeente Westland, 2023). Deze akkoorden dienen als kaderdocument voor de uitvoering van het sportstimuleringsbeleid. Er staan geen specifieke passages over de Westlandse sportaccommodaties in. Bewegingsonderwijs Deugdelijkheidseis Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs (sbo & (v)so) en voortgezet onderwijs. Hieronder vallen voorzieningen voor het bewegingsonderwijs. Scholen in het primair onderwijs zijn vanaf het schooljaar 2023-2024 verplicht om voor alle leerlingen wekelijks twee gymlessen van 45 minuten te verzorgen. Deze deugdelijkheidseis heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke zorgplicht. Vanuit de

Wet op primair onderwijs konden scholen al ruimte aanvragen om het straks verplichte aantal gymlessen te geven. In het schooljaar 2020-2021 gaf slechts 53 procent van de scholen in Nederland aan alle groepen wekelijks twee gymlessen (Slot-Heijs et al., 2021). Uit landelijk onderzoek bleek dat een vijfde van de schoolleiders in het primair onderwijs verwachtte niet te kunnen voldoen aan de deugdelijkheidseis in het schooljaar 2023-2024. De meest genoemde reden hierbij, die ruim de helft van deze schoolleiders noemde, was te weinig beschikbare ruimte in de binnensportaccommodaties. Bij een kwart vormde de afstand tot het gymnastieklokaal een belemmering (Slot-Heijs et al., 2021). Gymles in andere accommodaties Veel gemeenten kijken naar andersoortige (sport)accommodaties om het verplichte aantal gymlessen te laten plaatsvinden (Vrieswijk & Schadenberg, 2023). De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) heeft in een leerlijnanalyse inzichtelijk gemaakt hoe ze deze accommodaties als aanvullende gymlocatie kunnen inzetten (KVLO, 2023). Hierbij is het advies om 30 minuten gymles te geven bij deze aanvullende gymlocatie en 60 minuten in een binnensportaccommodatie.

Bewegen tijdens de schooldag De laatste jaren is er meer aandacht voor het dynamischer maken van de tijd die leerlingen op school doorbrengen, zowel in het primair onderwijs (Slot-Heijs et al., 2021) als in het voortgezet onderwijs (Slot-Heijs et al., 2022). Tijdens schooltijd organiseren nagenoeg alle scholen in het primair onderwijs beweegmomenten tussen of tijdens de lessen. In het voortgezet onderwijs vinden op steeds meer scholen sportactiviteiten tijdens de pauze plaats, maar is het aanbod vrijblijvender. De gemeente heeft geen zorgplicht voor het mogelijk maken van de aanvullende sport- en beweegactiviteiten tijdens of buiten schooltijd. De meeste activiteiten kunnen goed plaatsvinden in het (bestaande) klaslokaal of schoolgebouw of op het schoolplein. Wel kijkt ze, zeker bij nieuwbouw, steeds vaker naar vergrote speellokalen, ruimere schoolpleinen en beweegpleinen rondom het schoolgebouw. De schoolomgeving wordt hiermee breder inzetbaar, eventueel ook voor de reguliere gymlessen. Westland De gemeentelijke huisvestingsplicht is verankerd in de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), de Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en de Wet voortgezet onderwijs 2020 (artikel 6). De gemeente Westland heeft haar huisvestingsplicht verwerkt in een lokale verordening onderwijshuisvesting (OHV) (Gemeente Westland, 2014).

We zien dat de relevante artikelen voor het bewegingsonderwijs in de lokale verordening overeenkomen met de modelverordening van de Vereniging van

Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit zien we in vrijwel alle gemeenten terug (Vries & Schadenberg, 2023).

Bevolkingsopbouw en -prognoses De gemeente Westland telt bijna 116.000 inwoners in 2024. Het is de verwachting dat de bevolking toeneemt naar ongeveer 129.000 inwoners in 2040 (+11%). Het aantal 4- tot 12-jarigen neemt relatief veel toe (+21%). Naaldwijk en ’s-Gravenzande zijn met ieder ruim 20.000 inwoners de kernen met de meeste inwoners in 2024. De bevolkingsprognoses laten zien dat in elke kern (of cluster van kernen) een bevolkingsgroei te verwachten is. De grootste relatieve groei is te verwachten in Monster en De Lier (figuur 2.1). Figuur 2.1 Verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners in de gemeente Westland (in procenten t.o.v. 2024) 30 26 23

20 16

16

11

11

10 6

7

6

0

0 De Lier

's-Gravenzande Naaldwijk, Wateringen en Monster, Poeldijk en Heenweg Honselersdijk en Kwintsheul en Ter Heijde Maasdijk 2030

2040

Bron: CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd en viercijferige postcode, 1 januari , 2024; Pronexus, 2023a; Pronexus, 2023b. Bewerking: Mulier Instituut.

Leerlingenaantallen en -prognoses De basisscholen in de gemeente Westland tellen ruim 10.000 leerlingen in het schooljaar 2023-2024. De scholen voor het voortgezet onderwijs tellen bijna 5.000 leerlingen in hetzelfde schooljaar.1 De verwachting is dat in het basisonderwijs (+18%) en het voortgezet onderwijs (+19%) het aantal leerlingen in 2040 hoger is (figuur 2.2). 1

Dit is exclusief de leerlingen van Lentiz. Lentiz is een mbo-instelling met een afdeling voorgezet onderwijs bestaande uit het Flora College en het Dalton College. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de financiering van de huisvesting en het bewegingsonderwijs van Lentiz.

Op de scholen voor speciaal onderwijs (sbo & (v)so) staan in totaal ongeveer 550 leerlingen ingeschreven in het schooljaar 2023-2024. Er zijn geen leerlingenprognoses voor deze scholen beschikbaar. Figuur 2.2 Verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen op de scholen gevestigd in de gemeente Westland (in aantallen) 12.000 9.000 6.000 3.000 0

Basisonderwijs

Voortgezet onderwijs

Bron: Pronexus, 2023a; Pronexus, 2023b.

De verwachting is dat in elke kern van de gemeente het totale aantal leerlingen op de scholen in 2040 hoger ligt dan in het schooljaar 2023-2024. De grootste toename is te verwachten in Monster (+620 leerlingen; +56%) Naaldwijk (+850 leerlingen; +19%) en De Lier (+270 leerlingen; +23%). In bijlage 1 staan de leerlingenprognoses op kernniveau. Sportdeelname De wekelijkse sportdeelname onder de volwassen inwoners (18 jaar en ouder) van de gemeente Westland was ruim 60 procent in 2022. De wekelijkse sportdeelname geeft aan hoeveel procent van de inwoners één keer per week of vaker sport. In 2020 was dit nog 55 procent en in 2016 53 procent. De sportdeelname in de gemeente in 2022 was hoger dan het regionale gemiddelde en het landelijke gemiddelde.2 De sportdeelname onder de jongere inwoners van de gemeente is niet bekend. De sportdeelname in Nederland is gedurende de afgelopen twee decennia redelijk stabiel. Het percentage wekelijkse sporters onder ouderen is gestegen, terwijl dit onder jongeren juist is gedaald. Volwassenen laten een licht stijgende trend zien (Van den Dool, 2023). De lokale ontwikkeling van de sportdeelname naar leeftijdscategorie is niet bekend.

2

Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen GGD'en, CBS en RIVM, 2016 en 2020; Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen GGD’en, CBS en RIVM, 2022.

Sportbondlidmaatschap Drie op de tien inwoners van de gemeente Westland waren in 2023 (via een sportvereniging) lid van een sportbond (29%). Landelijk was dit bijna een kwart (24%). In de gemeente Westland is het aandeel inwoners dat lid is van een sportbond na een periode van daling gestabiliseerd.3 Ook landelijk zien we dat het aandeel inwoners met een sportbondlidmaatschap in de periode 2018-2023 stabiel is gebleven (Van den Dool, 2023). Het aantal inwoners van de gemeente Westland dat lid is van de gymnastiek-, handbal- en korfbalbond is relatief hoog. Ook het aantal lidmaatschappen bij de tennisbond in de gemeente is hoog (figuur 2.3). Het ledenaantal van meerdere sportbonden staat in de gemeente Westland onder druk. Zo is het aantal leden van de badmintonbond afgenomen in de periode van 2018-2023, ondanks een bevolkingsgroei. Maar ook het aandeel inwoners van de gemeente dat lid is van de handbalbond is licht afgenomen. Een toename zien we daarentegen bij de basketbal-, voetbal en korfbalbond. Bij die laatste sportbond is dat tegen de landelijke trend in.3 Figuur 2.3 Vergelijking van het aantal inwoners van de gemeente Westland met een lidmaatschap bij diverse sportbonden met het landelijke gemiddelde in 2023 (in procenten van de bevolking) 7,9

8

6,8

7 6

5,4

5 4

3,5

3

2,2

2 1

1,3 0,7 0,7

1,3

1,0

1,4

0,3

0,9

0,4

0

Gemeente Westland

Nederland

Bron: NOC*NSF, lidmaatschappenregistratie gemeente Westland, 2023.

3

NOC*NSF, lidmaatschappenregistratie gemeente Westland, 2019-2023.

Accommodatiegebruik Sport Binnen- en buitensportaccommodaties worden vooral door de Nederlandse jeugd gebruikt voor sportbeoefening. Het gebruik van deze accommodaties neemt af naarmate de leeftijd toeneemt. Het gebruik van sporthallen en sportvelden is na een periode van daling weer gestabiliseerd (figuur 2.4). De meeste Nederlanders sporten in de openbare ruimte. Dit gebruik is de afgelopen jaren juist toegenomen (niet in figuur). Figuur 2.4 Ontwikkeling van het aantal sporters dat sport in een sporthal of op een sportveld (in procenten van de bevolking) 60

50

40

30

20

10

0 2012

2014

2016

2018

2020

2022

2012

2014

2016

Sporthal 6 tot 17 jaar

Sportveld 18 tot 35 jaar

35 tot 54 jaar

55 jaar en ouder

Bron: SCP/CBS, Vrijetijdsomnibus (VTO), 2012-2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Bewegingsonderwijs Het bewegingsonderwijs in het primair onderwijs beweegt zich steeds meer naar buiten. Gymlessen vinden steeds vaker plaats op een buitenvoorziening, zoals een sportveld of schoolplein (figuur 2.5). Deze trend was al ingezet voordat de wettelijke verankering van het aantal gymlessen werd aangekondigd. Daarnaast zien we dat het gebruik van sporthallen en -zalen is toegenomen. Het bewegingsonderwijs wordt geclusterd. Verouderde gymzalen worden vervangen door een nieuwe, grotere binnensportaccommodatie (Vrieswijk & Schadenberg, 2023).

2018

2020

2022

Ook in het voortgezet onderwijs vindt een groot deel van het bewegingsonderwijs in de buitenlucht plaats. Het accommodatiegebruik in het voortgezet onderwijs is minder veranderd dan in het primair onderwijs (niet in figuur; Slot-Heijs et al., 2022). Figuur 2.5 Ontwikkeling in het type voorzieningen die basisscholen gebruiken voor het bewegingsonderwijs (in procenten, in 2013 (n=1.083), 2017 (n=788) en 2021 (n=839), meerdere antwoorden mogelijk) 2013

7

2017

42 9

Sportveld 2021

50 49

13

42 54

2013

36

2017

9

39

Sporthal/-zaal 2021

33

55 9

45

2013

5

9

2017

38 53

22

2013

50

53 19

Openbaar grasveld 2021

53

29 55

32

23

54

2017

14

46

Schoolplein 2021

44

41

11

48

2013

11

79

2017

1

71

Gymzaal 2021

20

1

63

1

28 36

2013

81

5

14

2017

82

5

13

Speelzaal 2021

83

3

14

0

20 Structureel gebruik

40 Incidenteel gebruik

60 Geen gebruik

Bron: Mulier Instituut, Monitor bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs, 2013, 2017 en 2021.

80

100

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk behandelen we het aanbod aan binnensportaccommodaties, de behoefte vanuit de zaalsport en de huisvestingsplicht van de gemeente voor het bewegingsonderwijs.

Westland telt veertien sporthallen en twee sportzalen (tabel 3.1). De gemeente heeft de exploitatie van de gemeentelijke sporthallen Vreeloohallen, De Pijl en de Westlandhal aan Optisport uitbesteed. De exploitatie van de gemeentelijke sporthal Wielepet heeft ze uitbesteed aan een stichtingsbestuur dat bestaat uit vrijwilligers. De gemeentelijke sportzaal Oudelande exploiteert de gemeente zelf. De overige sporthallen zijn in eigendom van verenigingen of aan verenigingen gelieerde stichtingen. De sportzaal bij het Dalton College is eigendom van de Lentiz Onderwijsgroep. In de sportzalen is een scheidingswand aanwezig. Ook in de meeste sporthallen zijn één of meerdere scheidingswanden aanwezig. Door de scheidingswanden is gedeelde zaalhuur door meerdere gebruikers mogelijk en kunnen gelijktijdig meerdere gymlessen in de accommodaties plaatsvinden.

Status Balleringhal RKVV Westlandia heeft de Balleringhal in 1977 gebouwd. De sporthal was bedoeld om haar leden tijdens slecht weer een uitwijkmogelijkheid te bieden. Door de aanleg van kunstgrasvelden was dit steeds minder nodig en is de vereniging de sporthal gaan verhuren. De Balleringhal heeft, mede vanwege haar hoogte, een beperkte functionaliteit voor de zaalsport en het bewegingsonderwijs. Zo voldoet de sporthal niet aan diverse bondseisen voor competitiewedstrijden. Ook ligt er asbest op het dak en voldoet de hal niet aan de moderne duurzaamheidseisen. De voetbalvereniging heeft voornemens om de Balleringhal te vervangen. De beoogde nieuwe sporthal (met twee scheidingswanden) is wel geschikt voor wedstrijdsport en bewegingsonderwijs.

Tabel 3.1 Aanbod van sporthallen en sportzalen in de gemeente Westland in 2024 Plaats

Accommodatie

Eigenaar

Opmerkingen

Vreeloohallen

Gemeente Westland

2 sporthallen op deze locatie;

Sporthallen De Lier

in beide 2 scheidingswanden aanwezig Honselersdijk

Sosefhal

SV Honselersdijk

2 scheidingswanden aanwezig

Kwintsheul

Eekhouthallen

St. Beheer & Exploitatie

2 sporthallen op deze locatie;

sportaccommodatie Quintus

in beide 1 scheidingswand aanwezig

Maasdijk

Sporthal Maasdijk St. Sporthal Maasdijk

1 scheidingswand aanwezig

Monster

De Wielepet

Gemeente Westland

1 scheidingswand aanwezig

Naaldwijk

Balleringhal

RKVV Westlandia

Geen scheidingswand aanwezig

Naaldwijk

De Pijl

Gemeente Westland

2 scheidingswanden aanwezig

Poeldijk

Jan van der

St. Verburch Exploitatie

2 sporthallen op deze locatie; geen

Valkhallen

scheidingswand aanwezig

’s-Gravenzande Westlandhal

Gemeente Westland

2 scheidingswanden aanwezig

Wateringen

St. VELO Vastgoed

2 sporthallen op deze locatie;

Velohallen

geen scheidingswanden aanwezig Sportzalen Naaldwijk

Dalton College

’s-Gravenzande Oudeland

Lentiz Onderwijsgroep

Scheidingswand aanwezig

Gemeente Westland

Scheidingswand aanwezig

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024.

Naast de sporthallen en sportzalen telt Westland 31 gymzalen (tabel 3.2). De gemeente Westland is eigenaar van vijf gymzalen. De overige gymzalen zijn in eigendom van onderwijsstichtingen. Tabel 3.2 Aanbod van gymzalen in de gemeente Westland (in aantallen, tussen haakjes het aantal in eigendom van de gemeente Westland) Plaats

Aantal

De Lier

2 (1)

Kwintsheul

- (-)

Monster

3 (1)

Naaldwijk

13 (2)

Poeldijk

3 (-)

’s-Gravenzande

6 (-)

Wateringen

4 (1)

Gemeente Westland

31 (5)

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024. Toelichting: In bijlage 2 staat een overzicht van de gymzalen.

Naast de multifunctionele sporthallen, sportzalen en gymzalen zijn er meerdere sportspecifieke binnensportaccommodaties voor de zaalsport. Dit zijn de turnzaal van de stichting Westlandse Gymnastiekverenigingen in Naaldwijk, de indoor atletiekaccommodatie op sportpark De Hoge Bomen in Naaldwijk en de tafeltenniszalen van De Salamanders (Wateringen) en Smash (Monster). Spreiding Het aanbod van de sporthallen, sportzalen en gymzalen is verspreid over de gemeente Westland. In elke kern van de gemeente is ten minste één binnensportaccommodatie aanwezig (tabel 3.3). Rondom de gemeente Westland liggen sporthallen waarvan het aannemelijk is dat daar ook inwoners van de gemeente Westland in actief zijn. Dit zijn onder andere: de Wethouder Smithal in Maassluis; De Hoekstee in Hoek van Holland (gemeente Rotterdam); Hogeveld en Zuidhaghe in Den Haag. Mutaties Er staan meerdere mutaties in het aanbod aan binnensportaccommodaties in Westland gepland: Bij de nieuwbouw van een school in De Lier wordt een gymzaal gebouwd (De Liereling). CKV Valto is bezig met de planvorming voor een eigen sporthal in De Lier. Op de Flora Campus in Naaldwijk realiseert de gemeente samen met ISW een sporthal (met twee scheidingswanden). ISW Vakcollege+ (nu: ISW Praktijkcollege en ISW Vakcollege) wordt gehuisvest op de Flora Campus. Zij gaat de lessen bewegingsonderwijs in de nieuwe sporthal verzorgen.

De huidige locaties van ISW Vakcollege en ISW Praktijkcollege in Naaldwijk met in totaal drie gymzalen blijven (na renovatie) beschikbaar. Bij de nieuwbouw van een school in Poeldijk wordt een gymzaal en een multifunctionele ruimte gebouwd (De Expeditie). De twee gymzalen bij ISW Sweelincklaan in ’s-Gravenzande worden vervangen door een sportzaal (met scheidingswand). Bij de nieuwbouw van een school in ’s-Gravenzande wordt een gymzaal gebouwd (Waalcampus). Westlandia is bezig met de planvorming om sporthal de Balleringhal te vervangen door een nieuwe sporthal (met twee scheidingswanden). Daarnaast is de toekomst van sporthal De Hoekstee in Hoek van Holland onzeker. De gemeente Rotterdam wil een nieuwe Hoekstee realiseren of het huidige gebouw verbouwen naar een sportzaal. Welke accommodaties na de renovatie of nieuwbouw van De Hoekstee beschikbaar zijn voor de zaalsport en het bewegingsonderwijs, is nog onbekend.

Tabel 3.3 Aanbod van sporthallen en sportzalen in de gemeente Westland in 2024

#

Plaats

Accommodatie

Sporthallen 1

Monster

De Wielepet

2

Poeldijk

Jan van der Valkhallen (Verburch)

3

Wateringen

Velohallen (VELO)

4

Kwintsheul

Eekhouthallen (Quintus)

5

Honselersdijk

Sosefhal (SV Honselersdijk)

6

’s-Gravenzande

Westlandhal

7

Naaldwijk

De Pijl

8

Balleringhal (RKVV Westlandia)

9

De Lier

Vreeloohallen

10

Maasdijk

Sporthal Maasdijk

11

’s-Gravenzande

Oudeland

12

Naaldwijk

Dalton College

Sportzalen

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024.

Benchmark Het aantal sporthallen in de gemeente Westland ten opzichte van het aantal inwoners is hoog vergeleken met referentiecijfers (tabel 3.4). Het aantal sportzalen is daarentegen relatief laag. Het aantal gymzalen is in lijn met het landelijke gemiddelde. Sporthallen hebben de juiste afmetingen voor alle zaalsporten. Sportzalen en met name gymzalen kennen een beperktere functionaliteit voor het accommoderen van de meeste zaalsporten. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat gemeenten eerder kiezen voor de stichting van een sporthal dan een sportzaal, omdat zij hiermee alle zaalsporten (verenigingen) kunnen accommoderen. Ook verenigingen hebben een voorkeur voor sporthallen ten opzichte van sportzalen, zelfs als een sportzaal ook geschikt is voor hun sport. Sporthallen bieden ze meer mogelijkheden om een verenigingsgevoel te creëren door meer teams/leden gelijktijdig te laten sporten en meer contactmomenten tussen de leden te laten plaatsvinden (Schadenberg et al., 2020). Tabel 3.4 Benchmark aantal sporthallen, sportzalen en gymzalen in de gemeente Westland in 2024 (in aantallen per 25.000 inwoners) Sporthallen

Sportzalen

Gymzalen

Westland

3,1

0,2

6,9

Referentiegemeenten

2,1

1,0

5,8

Haaglanden

1,9

1,3

7,4

Nederland

2,2

1,0

6,5

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2024.

Relatief veel Westlandse binnensportaccommodaties zijn in eigendom van verenigingen. In Nederland zijn gemeenten van ongeveer de helft van de binnensportaccommodaties de eigenaar (Van Eldert & Van der Heijden, 2023). Met name bij sporthallen is dit vaak het geval (64%).

Deelname en behoefte We schatten dat ruim 14.000 inwoners van de gemeente Westland in 2024 een zaalsport beoefenden. De meesten woonden in ’s-Gravenzande (figuur 3.1). Deze schattingen baseren we op landelijke cijfers over het sportaccommodatiegebruik die we hebben gecorrigeerd naar de lokale sportdeelname.

Figuur 3.1 Geschatte aantal zaalsporters woonachtig in de gemeente Westland in 2023 (in aantallen) 3.750

2.250

3.000

2.800

3.000

2.200 1.800

1.600

1.500

1.000

1.000 500

750

600

0

Bron: CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd en viercijferige postcode, 1 januari , 2024; Vrijetijdsomnibus (VTO), 2022; Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 GGD’en, CBS en RIVM. Bewerking: Mulier Instituut.

De verwachte bevolkingsgroei leidt bij een stabiele sportdeelname tot een toename in het aantal zaalsporters tot 2040 (+12%; +1.800). Deze toename is relatief iets groter dan de toename van het aantal inwoners. De bevolkingstoename vindt voor een groot deel plaats in de jongere leeftijdsklassen (figuur 3.2). De toename in het aantal zaalsporters vindt voornamelijk plaats in Monster (28%), De Lier (18%) en ’s-Gravenzande (17%). Landelijk neemt de deelname aan zaalsporten af. Ook in Westland staat van een aantal sportbonden het ledenaantal onder druk (badminton en volleybal). De deelname aan andere zaalsporten is juist weer toegenomen (handbal en korfbal). Figuur 3.2 Verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners en geschatte ontwikkeling van het aantal zaalsporters woonachtig in de gemeente Westland (in procenten t.o.v. 2024) 14

15 10

10

10

12

12

12

5 0 2030

2035 Inwoners

2040

Zaalsporters

Bron: CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd en viercijferige postcode, 1 januari, 2024; ABF, Primos Bevolking Westland, 2023-2050; Vrijetijdsomnibus (VTO), 2022; Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 GGD’en, CBS en RIVM. Bewerking: Mulier Instituut.

Voor vrijwel alle inwoners van de gemeente Westland is de afstand tot de dichtstbijzijnde sporthal minder dan 3.000 meter (99%). Deze afstand wordt algemeen beschouwd als de afstand die men bereid is af te leggen voor sportbeoefening (Hoekman et al., 2013). De inwoners van Poeldijk moeten gemiddeld het verst reizen tot de dichtstbijzijnde sporthal (tabel 3.5). Inwoners van de gemeente moeten gemiddeld 1,2 kilometer afleggen naar de dichtstbijzijnde sporthal. Het landelijke gemiddelde bedraagt 1,6 kilometer; het gemiddelde in de VSG-regio Haaglanden is 1,1 kilometer (Wezenberg-Hoenderkamp & Rauws, 2023). Tabel 3.5 Aantal inwoners, aantal sporthallen, aantal inwoners per sporthal, gemiddelde afstand inwoners tot dichtstbijzijnde sporthal en aantal inwoners met een sporthal binnen 3 kilometer in de gemeente Westland in 2023 (in aantallen en procenten; afstand gemeten over de weg)

Aantal Kern

Aantal Aantal inwoners

inwoners sporthallen

Gemiddelde afstand

Aandeel inwoners

inwoners tot

met een sporthal

per sporthal dichtstbijzijnde sporthal binnen 3 kilometer

De Lier

12.800

2

6.400

1,0

99

Honselersdijk

7.800

1

7.800

1,0

100

Kwintsheul

3.900

2

1.850

0,7

100

Maasdijk

4.600

1

4.600

0,9

100

Monster

15.100

1

15.100

1,1

98

Naaldwijk

22.700

2

11.350

1,1

100

Poeldijk

7.600

2

3.800

1,8

98

’s-Gravenzande

23.500

1

23.500

1,3

99

Wateringen

16.900

2

8.400

1,3

99

Westland

114.800

14

8.200

1,2

99

Bron: CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd en viercijferige postcode, 1 januari, 2024; CBS, statistische gegevens per vierkant, 2023; Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023. Bewerking: Mulier Instituut.

We stellen de normatieve behoefte aan ruimte voor de (georganiseerde) zaalsport in de gemeente Westland vast op minimaal negen en maximaal achttien sporthallen in 2023 (tabel 3.6). Het huidige aantal van veertien sporthallen in de gemeente valt in het midden van de behoeftebandbreedte. Gelet op enerzijds de hoge sportdeelname in de gemeente, met name bij handbal en korfbal, en anderzijds het aanbod aan andersoortige binnensportaccommodaties, is een aanbod in het midden van de behoeftebandbreedte passend bij de lokale context.

Draagvlakcijfers De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) zaalsport berekenen we aan de hand van draagvlakcijfers. Bij een bepaalde bevolkingsomvang zijn (in theorie) voldoende (potentiële) zaalsporters aanwezig om een sporthal te vullen. Hierbij houden we rekening met de stedelijkheid (concentratie van activiteiten). De draagvlakcijfers zijn gebaseerd op landelijk onderzoek (zie Schadenberg et al., 2020). Uit de toepassing van de draagvlakcijfers volgt een behoeftebandbreedte. De lokale context (o.a. sportdeelname, geografische opbouw, staat van het aanbod) kan worden gebruikt om de behoefte nader te specificeren.

De verwachte bevolkingsgroei leidt tot een toename in de normatieve behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) zaalsport met één tot twee sporthallen (tabel 3.6). Tabel 3.6 Normatieve aanbod-behoefteanalyse sporthallen voor (georganiseerde) zaalsport inwoners in de gemeente Westland (in aantallen) Behoefte Jaar

A

Aanbod

Minimaal Gemiddeld Maximaal

2023

14

9,2

13,8

18,4

2030

A

15

10,1

15,1

20,1

2040

A

15

10,3

15,5

20,7

Bron: CBS, Bevolking; geslacht, leeftijd en viercijferige postcode, 1 januari, 2024; Pronexus, 2023a; Pronexus 2023b; Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023; Schadenberg et al., 2020. Bewerking: Mulier Instituut. Het aanbod aan sporthallen wordt met de sporthal op de Flora Campus in Naaldwijk uitgebreid. De eventuele eigen sporthal van CKV Valto hebben we niet in de tabel meegenomen.

In de kernen Naaldwijk, ’s-Gravenzande en Monster is het verschil tussen het aanbod en de (normatieve) behoefte het grootst. De nieuwe sporthal op de Flora Campus in Naaldwijk lost dit verschil in Naaldwijk nagenoeg op. Gebruik Door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen In de gemeentelijke sporthallen werd gemiddeld ongeveer 1.250 uur gesport in het seizoen 2023/’24. In De Pijl werd het meest gesport (ongeveer 1.600 uur). Dat blijkt uit onze analyse van de reserveringsoverzichten van de gemeentelijke binnensportaccommodaties.

Bezettingsanalyse Het gebruik van de gemeentelijke sporthallen hebben we in kaart gebracht op basis van de wekelijkse activiteitenroosters van Optisport. De sporthallen kunnen voor een derde, twee derde of in hun geheel worden gehuurd. Het aantal verhuurde uren hebben we gewogen. Als een derde van een sporthal bezet is, nemen we deze uren voor een derde mee. De bezetting hebben we berekend door het aantal verhuurde uren af te zetten tegen de maximaal mogelijke verhuur.

In de sporthallen in de gemeente Westland wordt gemiddeld meer gesport dan in soortgelijke accommodaties in vergelijkbare gemeenten (+10%). De meest beoefende sporten in de gemeentelijke sporthallen zijn korfbal, handbal en badminton (figuur 3.3). In de Westlandhal wordt relatief veel gebasketbald en in de Vreeloohallen vindt relatief veel gymnastiek/turnen plaats (niet in figuur). Landelijk zijn voetbal en volleybal de meest beoefende sporten in de sporthallen (Schadenberg et al., 2020). In tabel 3.7 staan de verenigingen die het meest van de sporthallen gebruikmaken. Figuur 3.3 Sportgebruik van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in de gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 (in procenten van het totale sportgebruik) 25 20

20 15

20

19 14 12

10 6

5

5

4

0

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

Tabel 3.7 Grootste gebruikers van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in de gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 Sporthal

Gebruikers

De Pijl

BC Mix (badminton), DOS (dans en gymnastiek) en WPK Westlandia (handbal)

Vreeloohallen

CKV VALTO (korfbal), HV ODIS (handbal), PQV (volleybal) en SV De Lier (gymnastiek)

Westlandhal

BC De Zeemeeuwen (badminton), CKV ONDO (korfbal) en Westland Stars (basketbal)

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

De bezetting van de sporthallen varieert gedurende het seizoen (figuur 3.4). De zaalcompetities van handbal en korfbal vinden namelijk alleen plaats van oktober tot en met maart. De variatie in de bezetting van De Pijl is het minst. In deze sporthal wordt relatief veel gebadmintond en gevoetbald. De variatie in de bezetting van de gemeentelijke sporthallen in de gemeente Westland is groter dan we in andere gemeenten waarnemen. Figuur 3.4 Gemiddelde maandbezetting van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in de gemeente Westland tussen 08:00 en 23:00 uur in het seizoen 2023/’24 (in procenten; inclusief onderwijsgebruik; vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 100 80 60 40 20 0

De Pijl

Vreeloohal I

Vreeloohal II

Westlandhal

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

De bezetting van de sporthallen varieert gedurende de dag (figuur 3.5). In de ochtend en vroege middag (09:00-16:00 uur) vindt doordeweeks veelal het bewegingsonderwijs plaats. Het sportgebruik dat dan plaatsvindt, betreft veelal gymnastiek/turnen. In de avond zijn doordeweeks de uren tussen 18:00 en 22:00 uur het meest gewild. Op zaterdag is de bezetting hoger dan op zondag.

De variatie in de bezetting van de sporthallen in de gemeente Westland gedurende de dag nemen we ook waar in andere gemeenten. Het meest kenmerkende hiervan is het ‘gat’ in de bezetting tussen het onderwijs- en sportgebruik tussen 15:00 uur en 17:00 uur. Figuur 3.5 Gemiddelde bezetting gedurende de dag van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in de gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 (in procenten; inclusief onderwijsgebruik; vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 100 80 60 40 20 0

Doordeweeks

Zaterdag

Zondag

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

De sporthallen zijn doordeweeks in de namiddag en avond (16:00-23:00 uur) iets meer dan de helft van de tijd bezet (51%). Door de instroom van handbal en korfbal ligt de gemiddelde bezetting in november, december, januari en februari fors hoger dan in de andere maanden van het seizoen. Tijdens de doordeweekse avondpiekuren (18:00-22:00 uur) in de wintermaanden kennen de sporthallen gemiddeld de hoogste bezettingsgraad, namelijk 87 procent. De Pijl heeft beduidend minder seizoensgebonden gebruik, waardoor deze sporthal het hele seizoen een hoge bezetting kent (figuur 3.6). Doordeweeks kennen de sporthallen op dinsdag, woensdag en donderdag de hoogste bezettingscijfers. Op maandag en vrijdag zien we de (beperkte) mogelijkheden voor intensivering van het gebruik in de namiddag/avond. Overdag is in elke sporthal voldoende ruimte voor meer (sport)gebruik. Op zaterdag zijn de sporthallen tussen 09:00 en 19:00 uur gemiddeld ongeveer 90 procent van de tijd bezet in november, december, januari en februari. In de overige maanden zijn de bezettingsgraden lager. Het gebruik op zondag ligt lager (figuur 3.7).

Doordeweeks is de bezetting in de gemeente Westland in de maanden november tot en met februari hoger dan in soortgelijke accommodaties in vergelijkbare gemeenten. Maar buiten die maanden is de bezetting juist (iets) lager. In het weekend is de bezetting in de gemeente Westland fors hoger dan we in andere in soortgelijke accommodaties in vergelijkbare gemeenten zien. Dit is ook in de maanden augustus tot en met oktober en maart tot en met juli het geval. Figuur 3.6 Gemiddelde doordeweekse bezetting van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten)

18:00-22:00 uur

16:00-23:00 uur

0

20

40

De Pijl

60

59

Vreeloohal 1

49 37

Westlandhal

36

30

45

De Pijl

76

Vreeloohal 1

14

34

Vreeloohal 2

100

19

26

Vreeloohal 2

80

53 41

Westlandhal

42

45

44

Augustus-oktober; maart-juli

November-december; januari-februari

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

Figuur 3.7 Gemiddelde weekendbezetting van de door Optisport geëxploiteerde gemeentelijke sporthallen in gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 (in procenten, vakantie- en feestdagen buiten beschouwing gelaten) 0

20

40

Zaterdag

De Pijl

56

Vreeloohal 1 Vreeloohal 2

63

24

55

Westlandhal

46

51

24

Vreeloohal 1

12

Vreeloohal 2

11

Westlandhal

12

80 33

29

De Pijl

Zondag

60

37 44 16

Augustus-oktober; maart-juli

November-december; januari-februari

Bron: Optisport, activiteitenrooster De Pijl, Sportcentrum Vreeloo en Westlandhal, 2023/’24. Bewerking: Mulier Instituut.

100

Overige sporthallen De Eekhouthallen, Jan van der Valkhallen en de Velohallen worden nagenoeg uitsluitend gebruikt door de ‘eigen’ verenigingen (tabel 3.8). De andere sporthallen zijn meer beschikbaar voor gebruik door externen. Tabel 3.8 Grootste gebruikers van de overige sporthallen in de gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 Sporthal

Gebruikers

Sosefhal (SV Honselersdijk)

Westland Stars (basketbal) en WPK Westlandia (handbal)

Eekhouthallen (Quintus)

Quintus (badminton, gymnastiek, handbal, turnen en volleybal)

Sporthal Maasdijk

Dijkvogels (korfbal), HV Westland (hockey), Indoor Bowls Club Maasdijk (bowls) en KDO (dans, gymnastiek en turnen)

De Wielepet

Doeltreffend (zaalvoetbal), DOS Monster (dans, gymnastiek en turnen),

Balleringhal (RKVV Westlandia)

Monza (volleybal) en Smashing Monsters (badminton) WPK Westlandia (handbal) en HV Westland (hockey)

Jan van der Valkhallen (Verburch)

Verburch (handbal, hockey, tennis en voetbal)

Velohallen (VELO)

VELO (badminton, handbal, voetbal en volleybal)

Bron: SV Honselersdijk, St. Beheer & Exploitatie sportaccommodatie Quintus, St. Sporthal Maasdijk, St. De Wielepet, RKVV Westlandia, St. Verburch Exploitatie & St. VELO Vastgoed, 2024. Bewerking: Mulier Instituut.

De sporthallen waren in de doordeweekse namiddag en avond (16:00-23:00 uur) in een piekweek twee derde van de tijd bezet in het seizoen 2023/’24 (65%). Dit is lager dan de gemiddelde bezetting van de gemeentelijke sporthallen. Tijdens de avondpiekuren (18:00-22:00 uur) kenden de sporthallen gemiddeld een hogere bezettingsgraad, namelijk 85 procent (figuur 3.8). Dit is vergelijkbaar met de gemiddelde bezetting van de gemeentelijke sporthallen. Doordeweeks kennen de sporthallen op woensdag, donderdag en vrijdag de hoogste bezettingscijfers. De hoge bezetting op vrijdagavond is opvallend ten opzichte van de lagere bezetting van de gemeentelijke sporthallen. Op dinsdag zien we (beperkte) mogelijkheden voor intensivering van het gebruik in de namiddag/avond. De Sosefhal en Balleringhal zijn daarnaast het minst goed bezet van de overigesporthallen.

Figuur 3.8 Doordeweekse bezetting tijdens een piekweek van de overige sporthallen in gemeente Westland in het seizoen 2023/’24 (in procenten) 0 Sosefhal (SV Honselersdijk)

20

40

60

16:00 - 23:00 uur

100

Eekhouthal (Quintus) II

100

Maasdijkhal

70

De Wielepet

83 59

Jan van der Valkhal (Verburch) I

65

Jan van der Valkhal (Verburch) II

71

Sosefhal (SV Honselersdijk)

18:00 - 22:00 uur

100

59

Eekhouthal (Quintus) I

Balleringhal (Westlandia)

80

80

Eekhouthal (Quintus) I

100

Eekhouthal (Quintus) II

100

Maasdijkhal

87

De Wielepet Balleringhal (Westlandia)

95 78

Jan van der Valkhal (Verburch) I

90

Jan van der Valkhal (Verburch) II

89

Bron: SV Honselersdijk, St. Beheer & Exploitatie sportaccommodatie Quintus, St. Sporthal Maasdijk, St. De Wielepet, RKVV Westlandia, St. Verburch Exploitatie & St. VELO Vastgoed, 2024. Bewerking: Mulier Instituut.

De Hoekstee CKV ONDO (’s-Gravenzande) is de grootste gebruiker van sporthal De Hoekstee in Hoek van Holland (gemeente Rotterdam), gevolgd door Hockey Vereniging (HV) Westland (Naaldwijk). Doordeweeks vult CKV ONDO gedurende het zaalseizoen (oktober t/m maart) de sporthal twee avonden van 18:00 tot 22:00 uur en één avond van 18:00 tot 21:00 uur met trainingen. Op zaterdag speelt zij een deel van haar wedstrijden in Hoek van Holland. HV Westland vult in haar zaalseizoen (december t/m februari) de sporthal gedurende één avond van 17:00 tot 22:00 uur. Naast de twee Westlandse verenigingen heeft de sporthal nog vijf kleinere verenigingen/sportgroepen die in de sporthal sporten. Ook maakt een basisschool er gebruik van. Ervaringen van verenigingen We hebben een vragenlijst naar alle Westlandse sportverenigingen gestuurd. Tijdens een verenigingsavond voor de zaalsport hebben we met de verenigingsbestuurders focusgesprekken gevoerd.

32 sportverenigingen hebben de vragenlijst ingevuld. Op de verenigingsavond voor de zaalsport hebben we met bestuursleden van dertien verenigingen focusgesprekken gevoerd.4 Bevraging De sportverenigingen die de vragenlijst hebben ingevuld, tellen in totaal ongeveer 10.500 leden. Zij geven aan dat iets meer dan één op de tien leden niet in de gemeente Westland woont. Vier van hen geven aan dat zij op dit moment een wachtlijst hanteren. Zij doen dit vanwege een tekort aan zaalruimte. Twee anderen hadden op een moment in de afgelopen vijf jaar een wachtlijst. Zij deden dit ook vanwege een tekort aan uren in de accommodaties. Gebruik De meeste sportverenigingen bieden hun leden trainingen aan in de binnensportaccommodaties (figuur 3.9). De helft van de verenigingen geeft aan dat hun leden deelnemen aan een bondscompetitie. Daarnaast gebruiken verenigingen de binnensportaccommodaties ook voor vrij spelen of een interne (eigen) competitie. Figuur 3.9 Gebruik van de binnensportaccommodaties door de sportverenigingen (in aantallen, n=32) 35 30 25 20 15 10 5 0

26 19

16 7

Training

Bondscompetitie

Vrij spelen

Interne (eigen) competitie

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers sportaccommodaties gemeente Westland, 2024.

Knelpunten Twee op de drie sportverenigingen geven aan met de uren die zij afnemen in de behoefte van hun leden te kunnen voorzien (figuur 3.10). Een derde van de verenigingen geeft aan niet voldoende uren te kunnen afnemen. Zij geven allemaal aan dat (met name) de doordeweekse trainingsuren tekortschieten. Op één vereniging hebben de ervaren tekorten betrekking op de uren in de sporthallen. Verenigingen proberen dit op te lossen door met meer (te veel) leden tegelijk te trainen of leden minder trainingen aan te bieden dan gewenst is. Vier verenigingen hanteren om deze reden een wachtlijst of ledenstop. Vijf verenigingen wijken uit naar een of meerdere binnensportaccommodaties buiten de gemeente Westland. 4

In bijlage 8 staat een overzicht van de verenigingen waarvan een of meerdere bestuursleden aanwezig waren.

Figuur 3.10 Mate waarin de respondenten hun leden het gewenste aantal uren kunnen laten sporten in de binnensportaccommodaties in het seizoen 2023-2024 (in aantallen, n=33) 1 Gewenste aantal uren

10

Niet het gewenste aantal uren 21

Weet ik niet

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers sportaccommodaties gemeente Westland, 2024.

Toekomst Tien verenigingen geven aan in de toekomst meer gebruik te willen maken van een sporthal. De meeste genoemde redenen zijn om meer trainingen/wedstrijden aan te bieden voor de huidige leden en om nieuwe leden te accommoderen (tabel 3.9). Tabel 3.9 Aangegeven reden(en) waarom gebruikers in de gemeente Westland in de toekomst extra uren nodig hebben in een sporthal (in aantallen, n=10, meerdere antwoorden mogelijk) Reden

Aantal

Om meer trainingen/wedstrijden aan te bieden voor de huidige leden

9

Om nieuwe leden te kunnen accommoderen

9

Voor talentonwikkeling, sporten op hoger niveau

7

Voor sportaanbod voor nieuwe doelgroepen

6

Om ons sportaanbod in de gemeente Westland (meer) te clusteren

2

Bron: Mulier Instituut, bevraging gebruikers sportaccommodaties gemeente Westland, 2024.

Bijeenkomst We hebben twee focusgroepgesprekken gevoerd met in totaal twaalf verenigingen. Het gebruik van de binnensportaccommodaties en de ervaren knelpunten hierbij stonden centraal. We hebben de gesprekken benaderd vanuit de gedachte dat om sportaccommodaties goed te benutten aandacht nodig is voor de combinatie van hardware, orgware en software. Hiermee hebben we geprobeerd verenigingen verder te laten kijken dan het eigen belang.

Hardware, orgware en software Om sportaccommodaties goed te benutten is er aandacht nodig voor de combinatie van hardware, orgware en software. Met andere woorden, de accommodatie (hardware), de organisatie die daar actief is (orgware) en de activiteiten die daar worden aangeboden (software).

In de focusgroepgesprekken kwam sterk het verschil in (gewenst) speelniveau van de sportverenigingen naar voren, en de gevolgen die dit heeft voor het gebruik van de binnensportaccommodaties. Een aantal sportverenigingen fungeert als topsportvereniging. Daar staan presteren en talentontwikkeling centraal. Leden van deze verenigingen trainen vaker en langer. Zij doen daarmee een relatief groot beroep op de uren in de (gemeentelijke) binnensportaccommodaties. Veel van de aanwezige verenigingen ervaren een tekort aan zaalruimte. Tijdens de trainingen maximaliseren ze de groepsgrootte. Ook verspreiden ze trainingen over meerdere locaties. Dit heeft negatieve gevolgen voor het verenigingsgevoel. Clustering van de activiteiten is goed voor de betrokkenheid van het kader en de leden, en bevordert de sociale contacten, aldus de sportverenigingen. Toch geven enkele verenigingen aan dat hun leden steeds meer bereid zijn om verder te reizen naar een sportaccommodatie. Hun leden komen van steeds verder (o.a. Den Haag). Ondanks dat verenigingen door de jaren heen een ledentoename of -afname hebben meegemaakt, bleven de roosters van de sporthallen vrijwel ongewijzigd. Verenigingen nemen elk seizoen evenveel uren af bij de sporthallen. De trainingsavonden en -uren zijn ongewijzigd. Verenigingen zijn terughoudend om bij een ledenafname minder uren af te nemen dan in voorgaande jaren.

Ze betwijfelen of zij dan bij een ledentoename weer extra uren kunnen afnemen. Maar hiermee belemmeren ze de (eventuele) groei van andere verenigingen. De beschikbaarheid van de leden is volgens de verenigingen afgenomen. De meesten geven aan dat het voor hen niet (langer) haalbaar is om leden doordeweeks voor 18:00 uur of na 22:00 uur te laten sporten. Enerzijds is het kader veelal in de late middag nog niet beschikbaar. Anderzijds willen leden (en het kader) niet tot zo laat bezet zijn. De verenigingen zijn zich ervan bewust dat daardoor de accommodaties onderbenut blijven. Zij zien graag dat de gemeente, de verenigingen en het onderwijs dit vraagstuk samen oplossen: hoe kunnen we elkaar helpen en hoe kunnen we de accommodaties efficiënter benutten? Verenigingen zien dat het aantal vrijwilligers terugloopt en het kader onder druk staat. Ze hebben steeds vaker onvoldoende trainers voor de groepen en bestuursfuncties staan langer open. De verenigingen zijn niet bekend met de mogelijkheden voor professionalisering uit het lokale sportakkoord die hierbij mogelijk kunnen helpen. Ook zijn sommigen niet op de hoogte van landelijke subsidieregelingen. Meer verenigingsondersteuning vanuit de gemeente zou hier volgens de verenigingen bij kunnen helpen. Ervaringen van exploitanten We zijn in gesprek gegaan met de acht exploitanten van de sporthallen.

We hebben de exploitanten gevraagd naar hun ervaringen. Optisport – Vreeloohallen, De Pijl en de Westlandhal Optisport is de exploitant van de gemeentelijke sporthallen. Zij geeft aan dat deze volop voor het bewegingsonderwijs nodig zijn.

De afdeling verhuur stuurt ieder voorjaar aanvraagformulieren naar de sportverenigingen en -groepen. Binnen twee weken sturen de gebruikers de formulieren retour, met daarop de gewenste locatie, dagen en uren voor het gebruik van de binnensportaccommodaties. Sportverenigingen en -groepen wijken liever niet af van hun vaste speellocatie en -avond(en). De roosters zijn daardoor nauwelijks gewijzigd door de jaren heen. Ook zijn verenigingen terughoudend om bij een ledenafname minder uren af te nemen dan in voorgaande jaren. Zij betwijfelen of ze bij een ledentoename dan weer extra uren kunnen opnemen. Daarnaast zou een aantal verenigingen volgens Optisport beter op hun plek zijn in een sport- of gymzaal. Er vindt geen structureel gezamenlijk gebruikersoverleg plaats om dit soort zaken te bespreken. De sporthallen zijn volgens Optisport goed bezet wanneer alle zaalseizoenen bezig zijn. In de maanden mei tot en met oktober worden de hallen een stuk minder gebruikt. Ook zou er meer gebruik tussen 16:00 en 18:00 uur mogelijk zijn. Voor deze tijden geldt een gereduceerd tarief om gebruik te stimuleren. Stichting Sportpark Strijphorst – Sosefhal Stichting Sportpark Strijphorst is de exploitant van de Sosefhal. De stichting beoordeelt de bezetting van haar sporthal doordeweeks tussen 18:00 en 22:00 uur als goed.

Ze werkt plannen uit om de vrije uren voor een gereduceerd tarief aan te bieden om de gebruikers te prikkelen tot meer flexibiliteit. De stichting ziet dat het elk jaar lastiger wordt om de aanvragen voor de doordeweekse piekuren te honoreren. Ze ziet dat de zaalsporten in de gemeente Westland populairder worden en dat veel verenigingen op dezelfde momenten ruimte zoeken (buiten de eigen kern). Wanneer de huidige sporthal vervangen moet worden, overweegt ze een grotere of dubbele sporthal. Stichting Beheer & Exploitatie sportaccommodatie Quintus – Eekhouthallen Stichting Beheer & Exploitatie sportaccommodatie Quintus is exploitant van de Eekhouthallen. De twee sporthallen zijn op de doordeweekse avonden nagenoeg volledig gevuld met het ‘eigen’ gebruik van Quintus. Bij andere verenigingen is bekend dat er geen structurele uren beschikbaar zijn. De stichting ontvangt dan ook geen aanvragen. Voor incidentiële aanvragen kijkt ze of er ruimte beschikbaar is of gemaakt kan worden. Stichting sporthal Maasdijk – Sporthal Maasdijk Stichting sporthal Maasdijk is de exploitant van de sporthal in Maasdijk. De stichting geeft aan dat de sporthal goed bezet is. Alle aanvragen van de Maasdijkse verenigingen kan zij inplannen. Dit geldt niet voor de aanvragen van verenigingen buiten de kern.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=f9af2b16-d248-4989-807c-2db677c7d297