LOS percelen 2_Toelichting
Tekst van het document
LOS PERCELEN 2 bestemmingsplan NL.IMRO.1783.GTLOSPERCELEN2abp-VA01 vastgesteld
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Geldend bestemmingsplan
6
1.4
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
8
2.1
Beleidskader
8
2.2
Handhavingsstrategie Thema Glastuinbouw Westland 2020
17
2.3
Legalisering Oude Strijdigheden
22
2.4
Opgenomen percelen
25
Hoofdstuk 3
Onderzoek
59
3.1
Bedrijven en milieuzonering
59
3.2
Geluid
60
3.3
Luchtkwaliteit
60
3.4
Externe veiligheid
61
3.5
Water
64
3.6
Bodem
70
3.7
Ecologie
71
3.8
Cultuurhistorische aspecten
73
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
75
4.1
Planvorm
75
4.2
Bestemmingsregeling
77
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
80
5.1
Economische uitvoerbaarheid
80
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
80
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 27 oktober 2020 heeft het college de 'Handhavingsstrategie thema glastuinbouw Westland 2020’ vastgesteld en besloten de vastgestelde handhavingsstrategie planologisch te verwerken. Op 8 december 2020 is de handhavingsstrategie voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland voorgelegd aan de gemeenteraad, welke ingestemd heeft met de nieuwe strategie. De doelstelling van het besluit betrof het actualiseren van de handhavingsstrategie voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland en het verzoeken tot juridificering van legalisatie van een hoeveelheid oude strijdigheden middels een bestemmingsplan. Met de nieuwe handhavingsstrategie worden oude, bestaande en nieuwe overtredingen eenduidig gepositioneerd, waardoor willekeur wordt vermeden. Handhaving gebeurt echter wel op basis van weten regelgeving. Dat heeft tot gevolg dat de gemaakte keuzes in de handhavingsstrategie, de ruimtelijke plannen en het beleid de kaders vormen voor het handhavend optreden. De afgelopen jaren is de werkvoorraad volledig gescreend.
ln dit screeningsproces zijn alle oude overtredingen gecategoriseerd en langs een transparant en helder toetsingskader gelegd (zie hoofdstuk 2.4 van de handhavingsstrategie), met als uitgangspunt: Het Iegaliseren van langdurig, ongewijzigd, strijdig privégeb ruik van gronden en/of opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied voor zover dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de (uitoefening van de) bestemming. Met dit uitgangspunt en toetsingskader, door middel van een beslisboom, wordt rekening gehouden met historisch context van het Westlands glastuinbouwgebied. Op 21 juni 2023 heeft de gemeenteraad een eerste bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden (LOS percelen) vastgesteld. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn nog vele zienswijzen binnengekomen waarvan gebleken is dat diverse percelen ook in aanmerking komen voor een bestemmingswijziging, daarvoor is dit tweede bestemmingsplan LOS percelen opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het bestemmingsplan betreft geen aaneengesloten gebied. Het plangebied beslaat verschillende percelen, welke gelegen zijn in het (duurzame) glastuinbouwgebied van de gemeente Westland. Het betreffen verschillende percelen, met een variërende oppervlakte.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: Bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland', zoals vastgesteld op 18 december 2012 ; Bestemmingsplan 'Poelzone', zoals vastgesteld op 19 maart 2013; Bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering', zoals vastgesteld op 28 januari 2014; Paraplubestemmingsplan 'Geluidszone Honderdland fase 2', zoals vastgesteld op 4 juli 2017; Parapluherziening 'Parkeernormen', zoals vastgesteld op 20 februari 2018; Parapluherziening 'Wonen Westland', zoals vastgesteld op 1 september 2020; Bestemmingsplan 'Verzamelplan Glastuinbouw', zoals vastgesteld op 8 december 2020; Bestemmingsplan 'Verzamelplan glastuinbouw deel 2', zoals vastgesteld op 15 februari 2022.
6
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "LOS percelen 2" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt het beleidskader aan de orde. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people – planet – profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den
8
Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. epaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Verkeer- en vervoerbeleid In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn: Aansluiting op het rijkswegennet verbeteren; Realiseren vlinderstructuur Westland; Mobiliteitsmanagement; Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen; Langzaam verkeer stimuleren; Ontsluiting kernen en glastuinbouwgebieden verbeteren. De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006. Glastuinbouwvisie 'Hart voor Glas' Wij zijn trots op Westland. Een unieke combinatie van dorpen omringd door een moderne industrie van verse producten, voedingsstoffen, bloemen en planten. Vernieuwend en een belangrijk voorbeeld voor de rest van de wereld. Westland is hét kloppend hart van de glastuinbouw. Nergens anders ter wereld worden voedsel en sierteeltproducten zo slim geproduceerd als in Westland. De sector biedt werk, kennis, vernieuwing en inkomen. De glastuinbouw is dan ook van groot belang voor de Nederlandse economie. U, als glastuinbouwer speelt daarin een hele belangrijke rol.
Als tuinder levert u een belangrijke bijdrage aan de identiteit van Westland. U ontwikkelt voortdurend nieuwe producten en gebruikt hierbij de modernste technieken. U zorgt dat de smaak, kleur of vorm van uw product past bij de vraag van de markt. Tegelijk heeft u te maken met snelle veranderingen onder
9
andere op het gebied van regels, energie, arbeid, teeltruimte en afzet. Dat begrijpen wij goed. Hier houden wij met elkaar rekening mee. Hoe bereiden wij ons samen met u voor op de toekomst? Waar willen wij met elkaar heen? Wat verwachten wij daarbij van u als ondernemer en wat kunt u van ons verwachten? Met welke ontwikkelingen en trends hebben wij te maken? U leest het in de visie op de glastuinbouw van Westland in 2040. “Westland ligt tussen de zee, haven, stad en groen. Wij moeten de verhouding tussen stad en land opnieuw bepalen. Dit vraagt om een visie op de toekomst van de glastuinbouw in Westland.” Ambities Om het hart van de glastuinbouw in een veranderende wereldeconomie te blijven, moeten wij blijven vernieuwen en onze economie verder versterken. Dit zijn onze 3 belangrijkste ambities daarbij: Wij zijn een circulaire glastuinb ouweconomie We vormen met elkaar een belangrijke economie. We doen meer dan alleen produceren. We breiden deze economie graag uit, zo milieuvriendelijk en vooruitstrevend mogelijk. Het is dan ook onze ambitie om de glastuinbouweconomie wereldwijd toepasbaar, gezond en toekomstbestendig te maken en behouden. Waar werken we met elkaar de komende jaren aan? We leren van andere economieën en wisselen kennis uit. Dit noemen we cross-overs. We ondernemen efficiënt en we passen ons aan trends aan. We werken in 2040 zoveel mogelijk ‘circulair’.
Dat wil zeggen; met zo min mogelijk verbruik. Dit is noodzakelijk om de wereld en steden te kunnen blijven voorzien van voedsel, bloemen en inhoudsstoffen die groenten, bloemen, planten en algen ons bieden. Door zoveel mogelijk met gesloten systemen te werken, biedt u als tuinder ook oplossingen voor andere sectoren. Nieuwe glastuinbouwbedrijven worden op een manier gebouwd die past bij de kenmerken en kwaliteiten van het landschap. Dit maakt de bedrijven flexibel en weerbaar tegen natuurlijke schommelingen in het klimaat. Wij zijn een innovatieve glastuinb ouwhub We lopen voorop in Westland en de wereld. Dat blijven we doen! Het is daarom onze ambitie dat de Westlandse glastuinbouweconomie in 2040 hét centrum van innovatie in de sector is. Waar werken we met elkaar de komende jaren aan? Westland is leidend in wereldwijde ontwikkelingen in de tuinbouw. Met elkaar bieden wij vernieuwende oplossingen voor opgaves in bijvoorbeeld voedsel en inhoudstoffen. We versterken de samenhang tussen Westland (Greenport) en Rotterdam/Schiphol (Mainports) in 2040 nog verder. Deze hebben een nog sterkere internationale aantrekkingskracht. We versterken onze innovatiekracht. We delen actief kennis en nieuwe ontwikkelingen. We stimuleren startende en groeiende bedrijven die innovaties ontwikkelen in bijvoorbeeld teelt- en kasmethoden, -concepten of -technieken.
Zo kunnen wij ons aanpassen aan de ontwikkelingen in de (wereld)markt en zijn wij weerbaar. Ook voor relatief verouderde kassen is er toekomst in Westland. Juist hierin kunnen nieuwe teelten, innovaties en kennis worden ontwikkeld. Deze kunnen vervolgens tot commercieel haalbare teelten of producten leiden. Een mooi voorbeeld is de eerste vanille die is geteeld in de kas. De Greenport Horti Campus Westland is dé plek om kennis te ontwikkelen en te delen. Wij zijn een b eleefb are glastuinb ouwdelta De bevolking blijft groeien, net als onze dorpen. De glastuinbouw betekent ook bebouwing. De verbinding met de natuur, tussen stad en land, wordt daarom steeds kwetsbaarder. Het is onze ambitie dat
10
Westland in 2040 een (be)leefbaar gebied voor inwoners en gebruikers is. Het glastuinbouwlandschap kan veranderingen in het klimaat goed opvangen en goed inspelen op ontwikkelingen in de productietuinbouw. Waar werken we met elkaar de komende jaren aan? We zetten met elkaar stappen om de glastuinbouw beter te laten aansluiten bij onze omgeving. Efficiënte bedrijfsvoering gaat hand in hand met ‘groenere’ inpassing van bedrijfsgebouwen, voorterreinen en langs watergangen. We maken geen gebruik van het landschap, maar versterken deze juist. Dit doen we door zowel circulair te ondernemen als door ruimte te bieden aan water en groen langs doorgaande (water)wegen. De inpassing van uw glastuinbouwbedrijf in het landschap is onderdeel van uw bedrijfsconcept. De glastuinbouw trekt daarmee (nieuwe) werkgelegenheid, werknemers en gebruikers van het gebied aan. We versterken het imago van het glastuinbouwgebied. Gezondheid en geluk is zowel in als om de kas belangrijk voor iedereen. We gaan met elkaar zoveel mogelijk over naar duurzame en CO2-neutrale energiebronnen. U past de kassen en processen aan het veranderende klimaat aan en u gebruikt zoveel mogelijk nieuwe technieken.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen) .Aanvullend op deze beleidsregel zijn er afspraken gemaakt met 's-Heerenloo met betrekking tot het vereeiste aantal parkeerplaatsen, welke noodzakelijk zijn voor de gebiedsontwikkeling. Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te
11
maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie, een Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Beleidsvernieuwing De provincie Zuid-Holland heeft een leefomgevingstoets uitgevoerd om na te gaan op welke aspecten de kwaliteit van de leefomgeving (bij verder ongewijzigd beleid) op orde is en waar sprake is van
12
knelpunten. De provincie ziet zeven vernieuwingsambities: samenwerken (inwoners, organisaties en bedrijven vroeg betrekken bij besluiten), bereikbaarheid, schone energie voor iedereen, concurrerende, diverse economie, versterken van de natuur, versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit en gezondheid en veiligheid. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn schone een duurzame mobiliteit, besparen en efficiënt benutten van de juiste vorm van energie (uitbreiden van warmtenetten, afbouw aardgaswinning), transitie als gevolg van (noodzakelijke) verduurzaming, digitalisering, robotisering en 3D-printing en beroepsbevolking met de juiste vaardigheden en kennis, een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving (vitale hoogwaardige natuur) en kringlooplandbouw, natuur inclusieve aanpak en circulariteit, voldoende woningen van de juiste kwaliteit en locatie (met klimaatadaptieve inrichting in bestaand bebouwd gebied en nabij HOV knooppunten) en bescherming van het Groene Hart, Midden-Delfland en de kust. Hittestress en wateroverlast moet voorkomen worden met een klimaatbestendige fysieke leefomgeving. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
De ruimtelijke hoofdstructuur
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Met een kwaliteitskaart wil de provincie sturen op ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft in een ordening van vier lagen (ondergrond, cultuur- en natuurlandschappen, stedelijke occupatie, beleving) een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Voor de kust is bepaald dat waar mogelijk ontwikkelingen de natuurlijke dynamiek versterken en gebruiken en zorg dragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit. Voor het glascomplex wordt gestreefd naar een modern uiterlijk en duurzaam en functioneel gebruik van de ruimte, nieuwe ontwikkelingen dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Er moet een transitie naar meer duurzaamheid en circulariteit plaatsvinden. De provincie gaat werken aan een Gebiedsuitwerking Westland waarin de ontwikkeling naar een moderne Greenport 3.0 in samenhang met de energietransitie en verstedelijkingsopgaven wordt onderzocht.
De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De provincie geeft ook regels voor de huisvesting van arbeidsmigranten (o.a. de ladder duurzame verstedelijking).
13
Voor dorpen geldt dat ontwikkelingen bij moeten dragen aan de karakteristieke kenmerken, hoogteaccenten zoveel mogelijk samenvallen met centra, ontwikkelingen bijdragen aan de groen- en waterstructuur, cultuurhistorische gebouwen en stedenbouwkundige patronen behouden blijven en waar mogelijk een functie krijgen die past bij deze tijd. Detailhandel moet worden geclusterd. Om de 5 jaar dient de regionale kantorenvisie geactualiseerd te worden, het aanbod aan kantoren zal verdunt moeten worden. Bedrijventerreinen geven extra aandacht aan de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam, de leefomgeving moet fiets- en wandelvriendelijk worden ingericht.. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Bovendien is er een ambitie het aandeel duurzame energie in Zuid-Holland substantieel te vergroten. Langs de A20 mogen windturbines komen.
De ambitie is woningen in 2035 energieneutraal te laten zijn, het Rijk heeft een ambitie neergelegd van 49% CO2 besparing in 2030 t.o.v. 1990. Er zal een bovenregionale warmteinfrastructuur moeten komen. In 2027 is er een werkend en goed beheerd NatuurNetwerkNederland gerealiseerd. (O.a.) door bescherming van de Natura 2000 gebieden wordt de biodiversiteit verbeterd. Zowel Solleveld als Kapittelduinen zijn stikstofgevoelig. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, klimaatbeleid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
NatuurNetwerk Nederland
Glastuinbouw De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal. Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire
14
productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft. Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst. Het gebied tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is aangeduid als 'maatwerkgebied glastuinbouw'.
Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving. 2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening)
Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast. De strijdigheden die met dit bestemmingsplan gelegaliseerd worden tasten de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied niet onevenredig aan. 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en
15
krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
Nationale b elangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.5
Conclusie
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
16
2.2 Handhavingsstrategie T hema Glastuinbouw Westland 2020 2.2.1
Inleiding
Op 31 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het duurzaam glastuinbouwgebied vastgesteld. Dit betreft een handhavingsstrategie ten aan zien van het strijdige gebruik van glastuinbouwgronden in de gemeente Westland. Deze handhavingsstrategie moest worden beschouwd als een aanvulling op, en op onderdelen een wijziging van, het bestaande 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo-taken gemeente Westland', zoals vastgesteld op 5 oktober 2015. De handhavingsstrategie heeft uitsluitend betrekking op het gebruik van gronden en opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied in strijd met de aan de gronden gegeven bestemming 'Agrarisch Glastuinbouw' en de wijze waarop daar vanuit het oogpunt van handhaving mee wordt omgegaan. De 'Handhavingsstrategie thema glastuinbouw Westland 2020' vervangt de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het duurzaam glastuinbouwgebied' van 31 januari 2017, maar betreft inhoudelijk voornamelijk op onderdelen een wijziging van deze strategie en de aanhangende beleidsregels. Dit beleid moet worden beschouwd als sectorale uitwerking van het bestaande 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo-taken gemeente Westland'. 2.2.2
Aanleiding
In 2009, ter voorbereiding op de te ontwikkelen bestemmingsplannen (Glastuinbouwgebied Westland en Glastuinbouwgebied Boomawatering) voor ca. 4,8 miljoen m 2 glastuinbouwgebied van Westland, heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle strijdigheden in dit gebied. In totaal zijn 1.037 dossiers aangelegd, waarvan er eind 2019 nog 566 over waren (afname van ca. 46%). 2.2.2.1 Eindrapport CWP 2015-2018 In de eindrapportage van het Collegewerkprogramma 2015-2018 (CWP) is opgenomen dat de omvang van de ruimtelijke belemmeringen is afgenomen, maar nog steeds substantieel is: "Onze handhavingskoers is, ondanks nieuw instrumentarium en afstemming met de gemeenteraad in de werkgroep herstructurering, continue onderwerp van discussie geweest, waarbij beëindiging van strijdigheden niet altijd draagvlak ondervond. Wij concluderen dat de feítelijke vernieuwing van het glastuinbouwgebied in een opwaartse spiraal zit, maar nog niet voldoet aan het wensbeeld voor moderne glastuinbouw. Het doen naleven van wet- en regelgeving door gebruikers in het duurzaam glastuinbouwgebied blijft een punt van zorg en aandacht." 2.2.2.2 Rapport Berenschot Gelet op de conclusies uit de eindrapportage is in 2018 door bureau Berenschot een rapport opgesteld met aanbevelingen.
Deze aanbevelingen geven aanleiding om het beleid op handhaving (van met name strijdig gebruik van agrarische gronden) in het duurzaam glastuinbouwgebied deels bij te sturen. Er is de wens uitgesproken, mede gelet op het advies van Berenschot, voor langdurige strijdigheden die van beperkte invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden voor moderne glastuinbouw in Westland, een aparte regeling te ontwerpen. In het advies van Berenschot staat hierover het volgende op de vraag welke mogeIijkheden Westland heeft voor het afhandelen van bestaande dossiers en het afhandelen en/of voorkomen van nieuwe dossiers. Teneinde voortgang te behouden wordt de volgende aanpak voorgesteld: 1. 2. 3.
Ontwikkel een transparant en helder toetsingskader; Inventariseer de mogelijkheden voor het positief bestemmen van bestaand gebruik; Een deel van de strijdigheden stamt uit de periode van vóór de oprichting van de gemeente Westland en is daarmee relatief oud. Het is te overwegen om, onder strikte voorwaarden, het positief bestemmen voor strijdig gebruik van glastuinbouwgrond te introduceren. Om precedentwerking te voorkomen dient het positief bestemmen gepaard te gaan met een goede
17
4. 5. 6.
2.2.3
communicatiestrategie waarbij helder wordt aangegeven dat het hierbij gaat om een eenmalige actie, bedoeld om een schone lei te creëren; Screen de huidige werkvoorraad; Zorg voor structurele capaciteit en middelen voor de uitvoering; Communiceer over werkwijze.
Handhavingskader
2.2.3.1 Beginselplicht Handhaving van het recht is belangrijk voor de geloofwaardigheid van de gemeente en de regels die zij stelt. Handhaving is elke (re)actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen, zo nodig door het opleggen van sancties. Handhaving ziet ook op het beïnvloeden van het gedrag van burgers. Hiervoor is duidelijke informatievoorziening en communicatie van groot belang. Met handhaving worden ook randvoorwaarden gecreëerd. Intern vraagt handhaving om samenwerking tussen de handhavingspartners en maakt dit onderdeel uit van het bredere veiligheidsbeleid in een gemeente (fysieke veiligheid en sociale veiligheid). Een goede handhavingsorganisatie is cruciaal. Het opzetten van een goede organisatie is één, maar een organisatie moet ook nog worden 'bemenst'. De ambtelijke capaciteit moet zowel kwantitatief als kwalitatief op voldoende niveau zijn om het handhavingsbeleid goed te kunnen uitvoeren. Handhaving is noodzakelijk om: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de naleving van democratisch vastgestelde regels te bewerkstelligen en te bevorderen; beoogde beleidsdoelstellingen te behalen; rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers te waarborgen; geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit van bestuurders te bevorderen; normvervaging tegen te gaan; civiele claims van burgers wegens inadequate handhaving en onverzekerbare risico's tegen te gaan. Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat een gemeente alleen in bijzondere omstandigheden kan afzien van handhaving (bijvoorbeeld wanneer concreet zicht is op legalisatie dan wel handhavend optreden onevenredig zou zijn in relatie tot de daarmee te dienen belangen). De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden bij overtreding van wetten en regels door burgers of bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht biedt hiervoor handvatten en sancties. Het is echter onmogelijk voor bestuursorganen om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Hiervoor ontbreekt gewoonweg de capaciteit. Voor bestuursorganen is het daarom mogelijk en vereist om handhavingsbeleid op te stellen. In dit beleid mogen prioriteiten worden gesteld in het kader van doelmatige handhaving. Het mag er alleen niet op neerkomen dat in het geheel niet wordt gehandhaafd .
2.2.3.2 Wettelijk kader Het bevoegd gezag voor de handhaving van de (bouw)regelgeving heeft op basis van artikel 5.2, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) de volgende taken: zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving; zorg dragen voor de verzameling van gegevens om invulling te geven aan deze taak; het optreden door middel van het toepassen van bestuursdwang, het opleggen van een last onder dwangsom of het intrekken van (delen van) de omgevingsvergunning. 2.2.4
Thematisch handhaven
2.2.4.1 Handhaving in glastuinb ouw Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt tussen thematische handhaving en reguliere handhaving. De thematische handhaving heeft momenteel betrekking op strijdigheden die zich voordoen op glastuinbouwgrond. Deze strijdigheden belemmeren de modernisering van de glastuinbouw en werken uiteindelijk in het nadeel van het glastuinbouwcluster. Eén van de prioriteiten van het college is het versnellen van de herstructurering van de glastuinbouw. Om deze herstructurering en handhaving adequaat en resultaatgericht voort te zetten, is het van belang te
18
zorgen dat de handhavingsinstrumenten consequent dienen te worden toegepast om beoogde doelstellingen en de benodigde helderheid te realiseren. Dit geldt niet alleen voor de reeds geïnventariseerde strijdigheden, maar ook voor nieuwe strijdigheden die ontstaan. Aan de ene kant worden dossiers opgelost, maar nieuwe strijdigheden dienen zich aan. Het is dan ook een doorlopend proces. Handhaving is een kerntaak van de gemeente die, zoals eerder vermeld, vraagt om een goede organisatie. Handhaving vereist een door lopende samenwerking tussen beleid en uitvoering. Dit geldt voor de reguliere handhavingsdossiers, maar ook voor de dossiers die betrekking hebben op de herstructurering van de glastuinbouw. 2.2.4.2 Naleving van regels In de gemeente Westland, zowel haar voorgangers als een groot deel van het eerste decennium van haar bestaan, is langdurig niet structureel actief handhavend opgetreden tegen het strijdige gebruik van gronden en/of opstallen in het glastuinbouwgebied, anders dan op het verzoek van een belanghebbende om over te gaan tot handhavend optreden. Dit heeft er mede toe geleid dat er in het glastuinbouwgebied, bijna vijf miljoen vierkante meter groot, honderden gevallen van strijdig gebruik zijn ontstaan.
In de periode 2009-2012 heeft het college van burgemeester en wethouders een groot deel van deze strijdigheden geïnventariseerd en eigenaren en/of gebruikers op de hoogte gebracht van de constatering. Zoals aangegeven is geconstateerd dat de randvoorwaarden om te kunnen ondernemen zo optimaal mogelijk zijn om in het perspectief van de mondiale economie een toekomstbestendige en modern glastuinbouwcluster te kunnen faciliteren. In 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders daarom besloten om intensiever op te treden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen in het glastuinbouwgebied. Het college besloot ertoe nieuwe gevallen van strijdig gebruik in heel Westland direct aan te pakken en bestaande gevallen van strijdig gebruik conform een prioritering op te pakken, te beginnen (maar niet uitsluitend) in de destijds prioritaire gebieden Boomawatering en Poelzone. 2.2.4.3 Spanningsveld De intensivering van handhaving heeft bij veel eigenaren en gebruikers tot onbegrip geleid. Zij zeggen in grote meerderheid wel begrip te hebben voor het hierboven geformuleerde doel, maar vinden het handhavend optreden op dit moment niet evenredig in verhouding tot het doel. Daarbij wijzen zij er veelal op dat er op dit moment geen glastuinbouwbedrijven zijn die concrete interesse hebben in de strijdig gebruikte agrarische gronden en/of opstallen.
Dit, in combinatie met het feit dat de gemeente lange tijd niet handhavend heeft opgetreden, maakt dat handhaving op dit moment door veel eigenaren als onrechtvaardig wordt ervaren. Deze combinatie van omstandigheden leidt er soms toe dat betrokkenen het strijdige gebruik wel staken, al dan niet na een handhavingsbesluit, maar tegelijkertijd aangeven de grond nooit te zullen verkopen aan een glastuinbouwbedrijf, na het "onrecht" dat hen is aangedaan. In andere gevallen willen sommigen de voor glastuinbouw bestemde grond wel beschikbaar stellen voor de ontwikkeling van de glastuinbouw, maar is er simpelweg geen interesse. Zodoende bestaat er een risico op leegstand en mogelijk verrommeling in/van het gebied. 2.2.5
Onderscheid tussen oud en nieuw
De gemeente Westland is op 1 januari 2004 ontstaan door een gemeentelijke herindeling. De voormalige gemeenten De Lier, 's-Gravenzande (inclusief Heenweg), Monster (inclusief Poeldijk en Ter Heijde), Naaldwijk (inclusief Honselersdijk en Maasdijk) en Wateringen (inclusief Kwintsheul) werden samengevoegd. In alle voormalige gemeenten was sprake van een buitengebied met glastuinbouw. Tot de samenvoeging naar één gemeente waren er verschillende bestemmingsplannen voor elk van de glastuinbouwgebieden van de voormalige gemeenten van kracht. Deze bestemmingsplannen hadden verschillend luidende planregels en verschillend uitziende verbeeldingen (plankaarten), hetgeen leidde tot ongelijke bouw- en gebruiksmogelijkheden en situaties. Ook op het gebied van het overgangsrecht waren de regels in de gemeenten verschillend.
19
2.2.5.1 Harmonisatie van regels Op 26 mei 2009 is door de gemeenteraad een parapluherziening van de bestemmingsplannen van het buitengebied Westland vastgesteld (hierna: Parapluplan), met uniforme planregels voor alle agrarische gronden en alle burgerwoningen. Met ter inzage ligging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, op 4 december 2008, is feítelijk sprake geweest van openbaarmaking van de gelijke regels voor een ieder in het glastuinbouwgebied van Westland. Vanaf dat moment was van enig conflict met rechtsongelijkheid binnen Westland geen sprake meer. Daar de verschillen tussen de voormalige gemeenten in juridische zin dusdanig waren dat toetsing van gelijke overtredingen (die voor eenwording van Westland zijn ontstaan) verschillende uitkomsten kunnen bieden, biedt op zichzelf al voldoende handvat om onderscheid te maken tussen oude en nieuwe overtredingen. 2.2.5.2 Nieuwe regels De harmonisatie van de regels, middels het parapluplan, bevatte echter ook nieuwe regels, zoals een beperking aan het toelaatbare gebruiksoppervlak voor privégenot bij een bedrijfswoning. Hierdoor ontstond eveneens een nieuwe scheiding tussen overtredingen op basis van de nieuwe regels en bestaande overschrijdingen van deze beperking.
2.2.5.3 Rechtszekerheid Hoewel vaak wordt gedacht dat een overtreding niet meer kan worden aangepakt wanneer dit maar zo lang mogelijk wordt stilgezwegen, is dit een misvatting. Door verloop van tijd wordt een illegale situatie in beginsel niet opeens legaal. Handhaving door de overheid is dan nog altijd mogelijk en van verjaring is dan ook geen sprake. De afweging die bij langdurige situaties gemaakt dient te worden is of uitvoering van de bestemming waarvan wordt afgeweken in redelijkheid verwezenlijkt kan worden in relatie tot de ontwikkelingen die in de desbetreffende sector plaatsvinden. In het geval van het Westlands glastuinbouwgebied is deze afweging afhankelijk van veel factoren. Immers, met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar (2019) van het productieareaal moet enerzijds over (voorheen) twee planperiodes (10 jaar) gekeken worden naar de effecten van een overtreding op het functioneren van het productieareaal en anderzijds, in geval het een woning betreft, over een periode van 40 tot 70 jaar gekeken worden of een woning onevenredig effect heeft op de structuur van de glastuinbouw. Daartegenover staat de redelijkheid en billijkheid om eigenaren/gebruikers niet (te) langdurig in het ongewisse te laten over een eventuele legalisatie van hun overtreding.
Daar Westland ter voorbereiding op de bestemmingsplannen voor het glastuinbouwgebied (2009-2012) vele constateringsbrieven heeft gestuurd (> 1.000 stuks) over strijdig heden die vóór harmonisatie en vernieuwing van de regels waren ontstaan, is circa 10 jaar later voor nog ruim 500 van deze zaken geen duidelijkheid of het gebruik van de grond en/of bouwwerk kan worden voortgezet. Vorenstaande kan tot de veronderstelling leiden dat naarmate een overtreding langdurig voort blijft bestaan, dit kan conflicteren met rechtszekerheid, bijvoorbeeld door gewijzigd beleid, overgangsrecht en doelmatigheid van handhavend optreden in relatie tot het te dienen (algemeen) belang. De combinatie van voornoemde factoren, zoals de verschillen in dynamiek tussen vernieuwing in de glastuinbouw en die van woningen en de samenvoeging tot één gemeente met naderhand een harmonisatie van regels, maakt het redelijk en billijk, in het belang van rechtszekerheid een streep te zetten onder de legalisatievraag van oude strijdigheden. 2.2.5.4 Eenmalige legalisatie In de rapportage van Berenschot is eveneens geadviseerd om “te overwegen om, onder strikte voorwaarden, het positief bestemmen voor strijdig gebruik van glastuinbouwgrond te introduceren waarbij het gaat om een eenmalige actie, bedoeld om een schone lei te creëren.
De achtergrond van dit advies was omdat een deel van de strijdigheden uit de periode van vóór de oprichting van de gemeente Westland stamt en daarmee relatief oud is. " Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen oude overtredingen, ontstaan vóór 4 december 2008, en nieuwe overtredingen, ontstaan ten tijde van regels en beleid die voor de gehele gemeente eensluidend van toepassing waren. In het belang van de rechtszekerheid is het redelijk en billijk een streep te zetten onder de legalisatievraag van oude strijdigheden. Om dit hier invulling aan te geven kan middels een ruimtelijk plan, thans nog een bestemmingsplan, legalisatie vanuit overheidswege worden
20
geïnitieerd. Deze planvorm doet het meest recht aan een eenmalige legalisatie van oude overtredingen. Daarbij is het voor overtreders niet noodzakelijk om daartoe zelf een aanvraag in te dienen, maar kan op initiatief van de gemeente zelf worden voorbereid. Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2023 is het dan ook gewenst voortijdig een actueel ruimtelijk plan te hebben die recht doet aan een "passende toedeling van functies". In het advies van Berenschot is echter wel een belangrijke randvoorwaarde meegegeven, namelijk "onder strikte voorwaarden". Dat betekent uiteraard dat niet alle strijdigheden zonder meer gelegaliseerd kunnen worden als zijnde een "generaal pardon". Een goede afweging blijft noodzakelijk, in het belang van een goede ruimtelijke ordening, ter voorkoming van willekeur, maar bovenal ter voorkoming van de mogelijke suggestie dat langdurig (bewust) overtreden van wet- en regelgeving op termijn kan lonen. 2.2.6
Legalisatie oude overtredingen
In navolging van het advies van Berenschot kan legalisatie van oude overtredingen alleen plaatsvinden onder strikte voorwaarden. Aan die strikte voorwaarden zit een sterke belangenafweging vast. Immers, de belangen die met handhaving worden gediend hebben primair betrekking op het faciliteren van de uitoefening van de toegekende bestemming aan een perceel. In het geval van handhaving in het glastuinbouwgebied betreft dit uiteraard primair het beschikbaar houden van gronden om deze te kunnen gebruiken voor de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf met alle daarbij behorende voorzieningen. Om invulling te geven aan de strikte voorwaarden is een centrale doelstelling geformuleerd: Het legaliseren van langdurig, ongewijzigd, strijdig privégebruik van gronden en/of opstallen in het duurzaam glastuinb ouwgeb ied voor zover dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de (uitoefening van de) bestemming. In de uitwerking van deze doelstelling zijn de navolgende strikte voorwaarden van belang. 2.2.6.1 Ongewijzigd geb ruik Voor oude gevallen, ofwel langdurig strijdig gebruik is een concreet kantelpunt benoemd, namelijk de openbaarmaking van het ontwerp bestemmingsplan 'Parapluherziening bestemmingsplannen buitengebied Westland' op 4 december 2008. Van langdurig strijdig gebruik is echter geen sprake in het geval dat overtredingen 'gewijzigd' zijn. Daaronder moet worden verstaan: 1.
2. 3. 4.
Het toevoegen van bouwwerken; Het qua aard intensiveren van het strijdig gebruik; Het qua omvang vergroten van het strijdig gebruik; Het wijzigen van het eigendom, met uitzondering van vererving.
2.2.6.2 Speculatie, b elegging en extern De tweede belangrijke voorwaarde is een directe koppeling aan een privébelang ter plaatse. Speculatief grondbezit, het beleggen in grond of extern grondbezit (het bezit van grond door een eigenaar die niet ter plaatse woonachtig is; veelal eigenaren die woonachtig zijn in één van de dorpen van Westland en in het glastuinbouwgebied een kavel gekocht hebben voor het houden van dieren) hebben geen betrekking op het woongenot en zijn veelal niet het gevolg van een ruimtelijke splitsing van gebruiksfunctie na een herstructurering uit het verleden. Het is ongewenst een dergelijke vorm van grondbezit te legaliseren. Ondanks dat deze vorm langdurig heeft kunnen voortbestaan, is dit een bewuste ondermijning van de uitoefening van de bestemming geweest zonder dat hier, in tegenstelling tot een siertuin bij een woning, een ruimtelijke binding met de locatie is. Deze gebruiksvormen zijn zogezegd relatief plaats-onafhankelijk. Legalisatie zou dan ook kunnen leiden tot een ongewenste toename van speculatief grondbezit, waardoor het functioneren van het glastuinbouwgebied onevenredig wordt beperkt. 2.2.6.3 Onevenredige aantasting De derde belangrijke voorwaarde is ruimtelijk de meest relevante van de voorwaarden.
In de afweging of legalisatie wenselijk is dienen de belangen van de (omvang van) de overtreding tegen de belangen die gediend zijn bij uitoefening van de bestemming te worden gezet. In de basis wijkt dit niet af van de gebruikelijke beoordeling in een handhavingszaak. Immers, afzien van handhaving kan indien
21
legalisatie mogelijk is. Voor de beoordeling in een handhavingszaak wordt gehandeld binnen de kaders van het bestaande beleid of, in gevallen van een maatschappelijke opgave, in het belang van een ruimere beoordeling over een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt immer de precedentwerking die uitgaat van een beoordeling tot legalisatie in ogenschouw meegenomen. Voor oude gevallen wordt eenmalig afgeweken. De beoordeling of sprake is van onevenredigheid is namelijk een andere dan de toetsing of sprake is van het handelen overeenkomstig het huidige beleid. Dit impliceert niet dat het huidige beleid onevenredig is, maar wel dat met inachtneming van de historische context van de totstandkoming van de overtreding het huidige beleid niet altijd recht doet aan die context. Kortom, de (on)evenredigheid komt vanwege de historisch context in een ander daglicht te staan dan overtredingen die onder de geharmoniseerde wet- en regelgeving zijn ontstaan. In de beoordeling van de evenredigheid betekent een ruimere toetsing voornamelijk dat maximale maatvoeringen in het huidige beleid niet leidend zijn in een toetsing. De nadruk ligt op de impact van het gebruik op de ruimtelijke structuur voor de glastuinbouw.
Voor de beoordeling van strijdige bewoning ligt evenredigheid daarnaast ook in de beoordeling of het behouden van ten minste één bedrijfswoning bij een glastuinbouwbedrijf nog redelijk is indien gedurende meer dan tien jaar geen aanspraak is gemaakt op deze woning als bedrijfswoning, deze eis is niet (langer) van toepassing. Daarin dient mede beoordeeld te worden of de overtreder zich daartoe niet heeft verzet of anderszins heeft doen voorkomen dat gebruik van de woning overeenkomstig de bestemming op enige wijze is bemoeilijkt.
2.3
Legalisering Oude Strijdigheden
2.3.1
Bedrijfswoningen
Handhavend optreden kan grote gevolgen hebben voor mensen. Dit geldt in het bijzonder voor handhavend optreden tegen het in afwijking van het bestemmingsplan bewonen van een agrarische dienstwoning door een ander dan (het huishouden van) de ondernemer of het op zijn glastuinbouwbedrijf werkzaam personeel. Deze 'strijdige bewoning' komt, door de gestage terugloop van het aantal glastuinbouwbedrijven, veelvuldig voor in Westland. Handhavend optreden tegen deze strijdige bewoning grijpt diep in de levens van mensen, aangezien een 'dak boven je hoofd' een primaire levensbehoefte is. Zeker in gevallen waarin er geen concrete interesse bestaat vanuit de glastuinbouw zal handhaving als onevenredig worden ervaren. Voor de 'oude gevallen', zijnde de gevallen die al strijdig gebruikt werden voor 4 december 2008 wordt daarom een legalisatie mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Een substantieel deel van de agrarische bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied voldoet echter niet aan het criterium van 'onevenredige aantasting'. Dit is er voornamelijk in gelegen dat de woningen op een dusdanige locatie zijn gelegen dat deze aldaar niet duurzaam kunnen blijven. De woningen liggen de ontwikkeling van de glastuinbouw dus onevenredig in de weg.
In de bij de Handhavingsstrategie behorende 'Beslisboom oude strijdigheden' is voor de beantwoording van de vraag of een woning de glastuinbouw in de weg ligt aangesloten bij het 'Werkboek Westland". Dit document is opgesteld door gemeente Westland en de provincie en bevat een inventarisatie van het glastuinbouwgebied van Westland. In het Werkboek is aangegeven dat zich binnen het glastuinbouwgebied van het Westland 3.847 bedrijfsen burgerwoningen bevinden, die zowel langs linten tussen de dorpen als ook verspreid in het glastuinbouwgebied staan. Omdat volgens het gemeentelijk beleid het glastuinbouwgebied primair ten dienste aan glastuinbouwbedrijven staat, en andere bestemmingen - waaronder ook het wonen hieraan ondergeschikt zijn, zijn alle woningen in het glastuinbouwgebied (beoordeeld op ligging en eigenschappen) gecategoriseerd naar de mate waarin zij de ontwikkeling van de glastuinbouw (herstructurering en schaalvergroting) kunnen hinderen. De woningen zijn ingedeeld naar "noodzakelijk uit te plaatsen" (categorie 1 woning), "gewenst uit te plaatsen" (categorie 2 woning) en "niet noodzakelijk uit te plaatsen" (categorie 3 woning). Deze indeling is gebaseerd op waarschijnlijkheid, aangezien de betrokken instanties (welke betrokken waren bij het opstellen van het Werkboek Westland) geen vaststaand uitsluitsel konden geven. Dat is immers aan de markt zelf.
Voor dit bestemmingsplan heeft van alle strijdige woningen per woning een beoordeling plaats gevonden.
22
Als gevolg van deze constatering zou de bewoning van de woningen in categorie 1 en 2 moeten worden beëindigd. Voor de woningen in categorie 2 is in de Beslisboom nog een nader toetsingskader opgenomen dat bepalend is voor de vraag of een woonbestemming kan worden verleend. De volgende vragen zijn dan van belang: a. heeft minimaal 50% van de woningen aan dezelfde zijde van de laan/het lint de bestemming 'wonen'?, b. bedraagt de afstand tot de zijgevel van de woning en een eerstvolgende woning minder dan 150 meter?, c. heeft de laan/het lint geen invloed op de minimale schaalgrootte van het gebied?, en d. kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd? Voor zover een woning niet gelegaliseerd wordt, vindt geen handhavend optreden plaats, maar wordt voorzien in een persoonsgebonden overgangsrecht. In overweging daartoe is genomen dat de strijdige bewoning langdurig is en zich thans meer dan één (bestemmings-)planperiode (tien jaar) voordoet. Binnen het verstrijken van deze periode is klaarblijkelijk ook de urgentie tot het aanwenden van deze woningen ter uitvoering van de bestemming niet aan de orde geweest. Daarin speelt mee dat het aantal glastuinbouwbedrijven de afgelopen 10 jaar jaarlijks met meer dan 5% is afgenomen. Dit resulteert dan ook jaarlijks in het vrijvallen van meerdere bedrijfswoningen.
Mede gelet op de overwegingen die eerder zijn genoemd, vorenstaande en de mogelijkheid dat enkele gevallen zelfs onder overgangsrecht van voormalige planregimes vallen, worden oude overtredingen van burgerbewoning van een agrarische bedrijfswoning (die dus niet voor legalisatie in aanmerking komen wegens onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied) ondergebracht in een persoonsgebonden overgangsrecht. Dit overgangsrecht komt er op neer dat de huidige bewoners van deze woningen in de woning mogen blijven wonen, maar dat de bewoning na het beëindigen van de bewoning door de huidige bewoners overeenkomstig het bestemmingsplan moet zijn. De strijdige bewoning is dus eindig en uitsluitend voorbehouden aan de huidige bewoners, die immers ook al langdurig de woning bewonen. In geval de woning verkocht of verhuurd wordt voor bewoning in strijd met het bestemmingsplan, is dit een 'nieuwe overtreding'. Met deze eenmalige uitzondering is handhavend optreden voor deze bewoners afgewenteld. De woning blijft verkoopbaar, doch uitsluitend als agrarische bedrijfswoning. Doordat de ligging van de woning het voorname punt is waarom legalisatie niet mogelijk en gewenst is, is verplaatsing van de woning de meest wenselijke oplossingsrichting.