Lange Kruisweg 4 Maasdijk_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
LANGE KRUISWEG 4 MAASDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.GTLNGEKRUISWG4pbp-VA01 vastgesteld
Bijlagen bij de toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
6 24 27 34 52 87 90
watertoets quickscan glastuinbouw flora en fauna onderzoek bodemonderzoek stikstof rapport plankaart Lange Kruisweg 4 Staat van Wijzigingen
5
Bijlage 1 watertoets
6
LANGE KRUISWEG 4 MAASDIJK Watertoets
Gemeente Westland
Status:
Versie-2
Projectnr:
21-010-D
Datum:
21 september 2023
COLOFON ▪ Titel
▪ Lange Kruisweg 4 Maasdijk
Onderdeel
Watertoets
Projectnummer
21-010-D
Status
Versie-2
Datum
21 september 2023
Opdrachtgever
Wim Duijvestijn Totaalontwikkeling B.V.
Auteur
Ralf Buelens (BUELENS Ruimte)
INHOUD 1
2
3
4
INLEIDING
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Ligging plangebied
1
WETTELIJK KADER
3
2.1
Nationaal beleid
3
2.2
Provinciaal beleid
4
2.3
Waterschapsbeleid
5
2.4
Gemeentelijk beleid
6
ONDERZOEK
8
3.1
Veiligheid en waterkeringen
8
3.2
Waterkwantiteit
9
3.3
Voorkomen van wateroverlast
10
3.4
Watersysteemkwaliteit en ecologie
11
3.5
Onderhoud en bagger
11
3.6
Bodem en grondwater
12
3.7
Afvalwater en riolering
12
Conclusie
14
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is tevens een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. In opdracht van Wim Duijvestijn Totaalontwikkeling B.V. is voorliggende watertoets opgesteld ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk. Aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk is een zorgboerdij gevestigd. Er wordt een dagbesteding geboden aan mensen met een verstandelijke, lichamelijke beperking, psychische problemen, autisme, parkinson, alzheimer en CVA. Het plangebied bestaat uit een bedrijfswoning, een bedrijfsruimte, kassen, moestuin en een winkel waar groenten, fruit en verse kruiden worden verkocht. Ter plaatse van de moestuin mag volgens het vigerend bestemmingsplan een woning worden opgericht. Deze locatie is ruimtelijk gezien een ongelukkige plek. Er zijn ook geen plannen om hier een woning op te richten.
De huidige moestuin blijft dan ook behouden. Hierdoor wordt het woonrecht verplaatst naar een andere locatie buiten het plangebied. Voor de zorgboerdij geldt op dit moment de bestemming ‘Maatschappelijk’ en voor de moestuin de bestemming ‘Wonen’. Om het woonrecht te kunnen verplaatsen dient de bestemming ‘Wonen’ te worden gewijzigd. Daarom wordt aan het gehele plangebied de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘sociaal maatschappelijke voorzieningen’ toegekend. Hiervoor wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Er vinden verder geen ingrepen plaats. Er worden geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt of opgericht. Ook het gebruik van het plangebied wordt niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van het centrum van Maasdijk. Het is kadastraal bekend als gemeente Naaldwijk, sectie F en nummer 6844. Het heeft een oppervlakte van 5.547 m2. Op onderstaande afbeelding is een luchtfoto weergegeven. Met rood is het plangebied aangegeven.
21 september 2023
1
Waterparagraaf
21 september 2023
2
Waterparagraaf
2
WETTELIJK KADER
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet. • Nationaal waterplan Provinciaal: • Provinciaal Waterplan; • Visie Ruimte en Mobiliteit; • Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.
2.1
Nationaal beleid
Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: • Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; • Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; • Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; • Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; • Nederlanders leven waterbewust.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.
21 september 2023
3
Waterparagraaf
2.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015. In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid: • de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving. Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol; • aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem; • het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid; • tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving. De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen.
De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021. Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016. De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht. De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen. Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen.
De waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn. Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het beschermingsniveau verschilt per vorm van landgebruik en is gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstromingen. De waterkwaliteitsnormen zijn gerelateerd aan het landgebruik en daarmee bepalend voor de mogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt. De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de
21 september 2023
4
Waterparagraaf
vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet. Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen.
2.3
Waterschapsbeleid
Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop: • de waterveiligheid; • het waterbeheer; • de waterkwaliteit; • het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, medeoverheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak.
Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode. De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: 1. In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Delfland werkt bij het bestendigen van het beheer van de infrastructuur toe naar de levenscyclusbenadering; 2. Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. Dit betekent de kans op natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeteren en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken.
Bij elk project, proces en activiteit worden de innovatieve mogelijkheden en de meest duurzame wijze van uitvoering meegenomen in de afwegingen; 3. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. De samenwerking in het waterbeheer is pluriform van karakter. Het waterschap speelt hierop in door goed omgevingsmanagement en door op basis van transparantie en vertrouwen de samenwerking te zoeken en structureel te onderhouden. Delfland wil het waterbewustzijn bevorderen door samenwerking met belanghebbenden en delen van verantwoordelijkheden; 4. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Duidelijke kaders worden neergezet, zoals financieel gezond en bijdragen aan toekomstbestendig waterbeheer, maar dogma's zijn er niet. Dit betekent dat er in de werk- en beleidsprocessen van de ambtelijke organisatie en bij bestuurlijke besluitvorming binnen de wettelijke
21 september 2023
5
Waterparagraaf
mogelijkheden voldoende ruimte moet zijn om maatwerk te leveren. Innovatie fungeert daarbij als aanjager om te blijven vernieuwen, mee te bewegen met veranderingen en te voorkomen dat het waterschap statisch wordt. In 2007 (herzien in oktober 2018) is een Handreiking Watertoets, ruimte voor water in ruimtelijke plannen opgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland stelt voorwaarden aan de inhoud van de watertoets (waterparagraaf) als verplicht onderdeel van de onderbouwing van ruimtelijke plannen. De watertoets berust op twee uitgangspunten: 1. Standstill-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; Het is belangrijk om water al bij de locatiekeuze en het ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen als ordenend principe te gebruiken. Dat voorkomt het ontstaan van knelpunten achteraf, zoals (grond)wateroverlast of slechte waterkwaliteit; 2. Verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Het gaat daarbij ook om de relatie tussen de verschillende waterthema’s (droogte en wateroverlast, afvalwater, waterkwaliteit en ecologie, waterkeringen).
Waterknelpunten en/of problemen met waterkeringen worden niet afgewenteld op de omgeving of verschoven naar de toekomst De toelichting van bestemmingsplannen dient een beschrijving te bevatten van de volledige watersituatie binnen het plangebied, alsmede de te verwachten ontwikkelingen. Deze beschrijving dient in te gaan op de volgende aspecten: • Beleidskader omtrent water; • Veiligheid en waterkeringen; • Waterkwantiteit; • Grondwater en voorkomen van (zoet) water te kort; • Onderhoud en bagger; • Watersysteemkwaliteit en ecologie; • Afvalwater en riolering; • Klimaatadaptie.
2.4
Gemeentelijk beleid
Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: ”Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie“, worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
21 september 2023
6
Waterparagraaf
21 september 2023
7
Waterparagraaf
3
ONDERZOEK
3.1
Veiligheid en waterkeringen
Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Naast het plangebied ligt een waterkering. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de waterkeringenkaart van de legger Delfland weergegeven. Met rood is het plangebied aangegeven.
De buitenbeschermingszone (geel/groene zone op bovenstaande afbeelding) van de waterkering reikt over het plangebied. Er vinden met voorliggend initiatief geen ingrepen plaats ter plaatse van de beschermingszone. Er worden geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt of opgericht. Ook het gebruik van het plangebied wordt niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.
21 september 2023
8
Waterparagraaf
3.2
Waterkwantiteit
Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de watersleutel ontwikkeld, een rekentool waarbij op basis van een aantal relevante kenmerken van de ontwikkeling wordt bepaald hoeveel waterberging er dient te worden gerealiseerd. In de rekentool is de te verwachten klimaatverandering meegenomen (situatie 2050). Voor de zorgboerdij geldt op dit moment de bestemming ‘Maatschappelijk’ en voor de moestuin de bestemming ‘Wonen’.
Om het woonrecht te kunnen verplaatsen dient de bestemming ‘Wonen’ te worden gewijzigd. Daarom wordt aan het gehele plangebied de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘sociaal maatschappelijke voorzieningen’ toegekend. Hiervoor wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Er vinden verder geen ingrepen plaats. Er worden geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt of opgericht. Ook het gebruik van het plangebied wordt niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. In onderstaande tabel zijn de oppervlaktes weergegeven van de bestaande en de toekomstige situatie. Tabel oppervlaktes in m2 Plangebied Bestaand
5.547
Bedrijfsruimte en bedrijfswoning 390
Nieuw
5.547
390
Kassen
Water
Verharding
Onverhard
1.589
397
500
2.671
1.589
397
500
2.671
Op basis van bovenstaande gegevens is de watersleutel ingevuld. Uit de watersleutel blijkt dat er 167 m2 aan water dient te worden gegraven. Op dit moment vinden er geen fysieke wijzigingen plaats, maar de nieuwe bestemming maakt dat wel mogelijk. Daarom dient er een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan te worden opgenomen dat bij fysieke wijzigingen (bijvoorbeeld bij de bouw van een kas of toebehoren) de benodigde compensatie dient te worden gerealiseerd. Op onderstaande afbeelding is de watersleutel weergegeven.
21 september 2023
9
Waterparagraaf
3.3
Voorkomen van wateroverlast
Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woning voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking watertoets voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen.
21 september 2023
10
Waterparagraaf
3.4
Watersysteemkwaliteit en ecologie
In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Met voorliggend initiatief wordt het gebruik van het plangebied niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Er vindt geen uitbreiding plaats.
Uit de watersleutel blijkt dat er extra water dient te worden gegraven. De oever wordt natuurvriendelijk ingericht.
3.5
Onderhoud en bagger
Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken. Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. Er gelden de volgende criteria: • als er sprake is van ‘varend’ onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn).
• voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. • voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen. Aan de noordzijde en aan de oostzijde van het plangebied ligt een watergang. De watergang aan de noordzijde betreft een primaire watergang. De watergang aan de oostzijde een secundaire. Op onderstaande afbeelding zijn de watergangen met blauw weergegeven. Met rood is het plangebied aangegeven.
21 september 2023
11
Waterparagraaf
Voor de watergangen geldt een beschermingszone. Deze zone is met geel/groen aangegeven op bovenstaande afbeelding. Met voorliggend initiatief wordt het gebruik van het plangebied niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Er vindt geen uitbreiding plaats. Er vinden geen werkzaamheden plaats binnen de beschermingszone. Het onderhoud van de primaire watergang wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap van Delfland. Er is voldoende ruimte rondom de watergang om het onderhoud uit te voeren.
3.6
Bodem en grondwater
Bij nieuwe ontwikkelingen/initiatieven is het van belang om rekening te houden met een voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. Het bouwpeil moet daarom hoog genoeg boven het waterpeil liggen. Een voldoende hoog bouwpeil helpt niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. Het Hoogheemraadschap van Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, maar met een minimum van 1,0 m ten opzichte van het oppervlaktewaterpeil. Met voorliggend initiatief wordt het gebruik van het plangebied niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Er vinden geen ontwikkelingen plaats. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht.
3.7
Afvalwater en riolering
Met voorliggend initiatief wordt het gebruik van het plangebied niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Er vinden geen ontwikkelingen plaats. Er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde afvalwaterzuivering. De bestaande bedrijfswoning is aangesloten op de bestaande riolering in de omgeving. Er zijn geen problemen bekend omtrent
21 september 2023
12
Waterparagraaf
de capaciteit van deze riolering of zuivering. Het hemelwater dat op het daken van de overige bebouwing/kassen valt wordt afgekoppeld en opgevangen op eigen terrein of afgevoerd naar de omliggende watergangen. Het Hoogheemraadschap adviseert om maatregelen toe te passen om deze afvoer te vertragen. Hiervoor zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op het terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke.
21 september 2023
13
Waterparagraaf
4
Conclusie
Uit voorliggende watertoets blijkt dat het initiatief past binnen het waterbeleid. De kwalitatieve en kwantitatieve waterbelangen komen niet in het gedrang.
21 september 2023
14
Waterparagraaf
Bijlage 2 quickscan glastuinbouw
24
Bijlage 3 flora en fauna onderzoek
27
06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl
NOTITIE Betreft: Project: Datum: Referentie:
Flora- en fauna Lange Kruisweg 4 Maasdijk 28-09-2023 21-010-D
Aanleiding Aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk is een zorgboerdij gevestigd. Er wordt een dagbesteding geboden aan mensen met een verstandelijke, lichamelijke beperking, psychische problemen, autisme, parkinson, alzheimer en CVA. Het plangebied heeft een oppervlakte van 5.547 m2 en is kadastraal bekend als gemeente Naaldwijk, sectie F en nummer 6844. Het bestaat uit een bedrijfswoning, een bedrijfsruimte, kassen, moestuin en een winkel waar groenten, fruit en verse kruiden worden verkocht. Op onderstaande afbeelding is de bestaande situatie weergegeven.
Afbeelding: Bestaande situatie
06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl
Ter plaatse van de moestuin mag volgens het vigerend bestemmingsplan een woning worden opgericht. Deze locatie is ruimtelijk gezien een ongelukkige plek. Er zijn ook geen plannen om hier een woning op te richten. De huidige moestuin blijft dan ook behouden. Hierdoor wordt het woonrecht verplaatst naar een andere locatie buiten het plangebied. Op onderstaande afbeelding is een foto van de moestuin weergegeven.
Afbeelding: Foto moestuin (september 2023)
Voor de zorgboerdij geldt op dit moment de bestemming ‘Maatschappelijk’ en voor de moestuin de bestemming ‘Wonen’. Om het woonrecht te kunnen verplaatsen dient de bestemming ‘Wonen’ te worden gewijzigd. Daarom wordt aan het gehele plangebied de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘sociaal maatschappelijke voorzieningen’ toegekend. Hiervoor wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Er vinden verder geen ingrepen plaats. Er worden geen bomen gekapt, bebouwing gesloopt of opgericht. Ook het gebruik van het plangebied wordt niet gewijzigd. Het huidige gebruik als zorgboerdij met moestuin wordt voortgezet. Om de uitvoerbaarheid van het initiatief aan te tonen dienen relevantie milieuonderzoeken te worden verantwoord. Voorliggende notitie voorziet in de verantwoording van het aspect flora- en fauna. Deze verantwoording is in samenspraak met ecoloog Ing. D. van der Elsken van Elsken Ecologie opgesteld.
06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl
Beleid, wet- en regelgeving Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Activiteiten waarbij schade wordt gedaan aan beschermde flora en fauna zijn krachtens deze wet verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het “nee, tenzij” principe). De wet kent, naast de zorgplicht, een aantal verbodsbepalingen welke relevant zijn voor onderhavige toetsing. Situatie Natura 2000 Op circa 1,0 kilometer van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van dit gebied (geel) weergegeven.
Afbeelding: Natura 2000 (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Verstorende factoren zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging en verstoring door trilling, licht en geluid zijn met voorliggende initiatief niet aan de orde. Om te beoordelen of voorliggend initiatief leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een berekening naar stikstofdepositie1
1
Voortoets Stikstofdepositie Lange Kruisweg 4 Maasdijk, Van Empel Milieuadvies, 28-09-2023, QUO-29456-V7S9Y7
06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl
uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat het initiatief niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN werd voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het ruimtelijk beleid is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van deze gebieden (groen) weergegeven.
Afbeelding: NNN (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Er is geen sprake van directe vernietiging van het NNN. Het plangebied wordt niet gebruikt als verbindende functie tussen de gebieden. Er vindt geen wijziging van het huidige gebruik plaats. Daarnaast vinden er geen ingrepen plaats. Daarom is er vanwege de bestemmingsplanwijziging geen sprake van negatieve effecten op het omliggende NNN. Flora- en fauna Er vinden met voorliggend initiatief geen ingrepen plaats. Er worden geen bomen gekapt, geen bebouwing gesloopt of nieuwe bebouwing opgericht. Ook het huidige gebruik van de gronden wordt niet gewijzigd. De gronden krijgen alleen een andere bestemming toegekend. Het wijzigen van de gronden naar de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘sociaal maatschappelijke voorzieningen’ heeft geen nadelige gevolgen voor beschermde plant- of diersoorten
06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl
Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen. Conclusie Deze notitie is in samenspraak met ecoloog Ing. D. van der Elsken van Elsken Ecologie opgesteld. Hieruit blijkt dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatsoorten niet worden verwacht. Vanuit de natuurbeleidskaders zijn er geen belemmeringen voor het wijzigen van de gronden naar de bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘sociaal maatschappelijke voorzieningen’.
Bijlage 4 bodemonderzoek
34
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK LANGE KRUISWEG 4 TE MAASDIJK
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK LANGE KRUISWEG 4 TE MAASDIJK
COLOFON
Opdrachtgever:
BUELENS Ruimte Burgemeester Guljélaan 6 4837 CV Breda
Adviesbureau:
VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA BERKEL EN RODENRIJS 010 - 249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl
Projectcode:
BUMA20230961
Kenmerk:
BUMA20230961.01
Versie:
1
Datum
19-09-2023
Auteur / projectleider
Mevrouw D. van Zutphen
Vrijgave
De heer A. Riemens
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING.......................................................................................................................................... 4 2. INVENTARISATIE .............................................................................................................................. 5 2.1 HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................... 5 2.2 HISTORISCH ONDERZOEK CONFORM .................................................................................................... 6 3. CONCLUSIES EN OPMERKINGEN .................................................................................................. 7
BIJLAGEN: 1. INFORMATIEBRONNEN VOORONDERZOEK 2. FOTOGRAFISCHE WEERGAVE HISTORISCH KAARTMATERIAAL 3. 4. LOKALE SITUATIEKAART 5. SITUATIESCHETS TERREIN
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
3
1. INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van BUELENS Ruimte de opdracht ontvangen voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk. Aanleiding Aanleiding tot dit onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van “Maatschappelijk” en “Wonen” naar “Agrarisch” met een aanduiding maatschappelijk. Doelstelling Doelstelling van het onderzoek is het in kaart brengen van (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten en mogelijke verontreinigingen in de bodem (grond en grondwater) op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Kwaliteitsborging Onderhavig onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V.. Dit kwaliteitssysteem is gecertificeerd conform de norm ISO 9001:2015. Het historisch bodemonderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017. VanderHelm Milieubeheer B.V. heeft geen financiële en/of juridische belangen bij de onderzoekslocatie van dit project.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
4
2. INVENTARISATIE Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725. Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de strategie voor aanleiding A ‘opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn in bijlage 1 opgenomen. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en de verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. 2.1 HUIDIGE SITUATIE Tabel 2.1: Basisgegevens Algemeen Opdrachtgever: Eigenaar: Gebruiker: Ligging onderzoekslocatie: Oppervlakte onderzoekslocatie: Kadastrale aanduiding: RD-coördinaten:
BUELENS Ruimte De heer P.J.M. van Mil Stichting Zorgkwekerij Mil Maasdijk Lange Kruisweg 4 te Maasdijk 5.517 m² Gemeente: Naaldwijk, sectie F, perceelnummer 6844 X = 73.247 en Y = 442.788
In onderstaande figuur is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven:
(bron: kadastralekaart.com)
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
5
Beschrijving locatie Op de onderzoekslocatie zijn een zorgkwekerij en een woning aanwezig. Aan de noordwestzijde en de noordoostzijde is een watergang aanwezig die onderdeel uitmaakt van de onderzoekslocatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich de openbare weg Pettendijk (NW), de Lange Kruisweg (NO), een paprikakwekerij (ZO) en een orchideeënkwekerij (ZW). De grenzen van het gebied voor vooronderzoek worden gevormd door de aangrenzende percelen van de onderzoekslocatie tot een maximale straal van 25 meter van de grens van de onderzoekslocatie. Resultaten locatie-inspectie Tabel 2.2: Bevindingen locatiebezoek Uitgevoerd op d.d. Uitgevoerd door Beschrijving omgeving Verhardingen Aanwezigheid puin Asbestverdacht materiaal Asbesthoudende toepassingen Bebouwing aanwezig Obstakels t.b.v. uitvoering
7 september 2023 VanderHelm Milieubeheer B.V. Openbare wegen en kwekerijen Beton, asfalt en bestrating Niet zichtbaar aanwezig Niet zichtbaar aanwezig Niet zichtbaar aanwezig Ja, kas met bedrijfsruimte en woning Niet van toepassing
2.2 HISTORISCH ONDERZOEK In bijlage 1 wordt nader ingegaan op het historisch onderzoek. Op basis van dit onderzoek wordt in hoofdstuk 3 de hypothese bepaald. Naast het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit wordt er ook informatie verzameld van overige beleidsterreinen die van invloed kunnen zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Ook die beleidsterreinen zijn opgenomen in bijlage 1.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
6
3. CONCLUSIES EN OPMERKINGEN VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van BUELENS Ruimte de opdracht ontvangen voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk. Aanleiding Aanleiding tot dit onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van “Maatschappelijk” en “Wonen” naar “Agrarisch” met een aanduiding maatschappelijk. Doelstelling Doelstelling van het onderzoek is het in kaart brengen van (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten en mogelijke verontreinigingen in de bodem (grond en grondwater) op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Conclusies Sinds het meest recente bodemonderzoek (2008) hebben er geen relevante wijzigingen plaatsgevonden. Het is dan ook niet aannemelijk dat ter plaatse van de destijds onderzochte locaties een relevante verontreiniging aanwezig is. De enige potentieel bodembedreigende activiteiten zijn de bestrijdingsmiddelenkast, de opslag- en aanmaakplaats voor meststoffen en de reparatieplaats voor fietsen. De bodem bij de bestrijdingsmiddelenkast en de opslag- en aanmaakplaats voor meststoffen is in 1999 onderzocht. Hierbij is destijds uitsluitend een verontreiniging met nikkel in het grondwater aangetoond. Het is aannemelijk dat deze verhoogde concentratie nog onverminderd in het grondwater aanwezig is.
Gezien de aanwezigheid van een betonvloer en de strenge milieu-eisen waaraan al tijdens het uitgevoerde onderzoek (1999) voldaan moet worden, is het niet aannemelijk dat een noemenswaardige verontreiniging bij deze deellocaties is ontstaan. Het is ons inziens niet noodzakelijk een bodemonderzoek uit te voeren in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Eventueel bodemonderzoek bij deze deellocaties zal in een ander kader, zoals bij beëindigen van deze bedrijfsactiviteiten, uitgevoerd dienen te worden. Ook bij de reparatieplaats voor fietsen is ons inziens geen bodemonderzoek nodig in het kader van de bestemmingsplanwijziging, gezien het feit dat de werkzaamheden plaatsvinden op een betonvloer en er nauwelijks bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Verder is de kwaliteit van de verharding (asfalt en eventuele onderliggende fundatie) niet bekend. Ook dit behoeft ons inziens niet bepaald te worden in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Een dergelijk onderzoek dient uitgevoerd te worden indien de verharding wordt opgebroken en afgevoerd. Aanbevelingen Bij beëindiging van de bedrijfsactiviteiten dient een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt dit zo spoedig mogelijk na beëindiging in overleg met het bevoegd gezag uit te laten voeren.
Opmerkingen Tenslotte wordt opgemerkt dat de toetsende en handhavende taak uiteindelijk bij het bevoegd gezag (gemeente Westland) ligt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
7
BIJLAGE 1: INFORMATIEBRONNEN VOORONDERZOEK Projectcode: BUMA20230961 Conform Aanleiding A Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied Bron: Kadaster, Google Maps, opdrachtgever De onderzoekslocatie is gelegen aan de Lange Kruisweg 4 te Maasdijk en heeft een totale oppervlakte van circa 5.517 m2. Kadastraal staat de onderzoekslocatie bekend als de gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6844. De grenzen van het gebied voor vooronderzoek worden gevormd door de aangrenzende percelen van de onderzoekslocatie tot een maximale straal van 25 meter van de grens van de onderzoekslocatie. Aangezien de transactie alleen betrekking heeft op het genoemde perceel, wordt de afbakening als voldoende beschouwd. Aangezien reeds in 2008 een vooronderzoek conform de NEN 5725 is uitgevoerd, wordt voor de periode tot 2008 gebruikt gemaakt van de beschikbare informatie uit het rapport van 2008 (zie $ 2.2). Onderstaand is uitsluitend informatie opgenomen voor de periode 2008-2023. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Voormalig Bron: Topotijdreis; informatie opdrachtgever Bodemgebruik in het verleden op het perceel en in de omgeving Op de kaart van 2008 is het zuidwestelijke terreindeel (achter de huidige kas) geheel bebouwd met een kas.
Op de kaart van 2009 is de kas op het achterterrein (huidige moestuin) weg. Vanaf deze datum zijn de huidige contouren van de zorgkwekerij zichtbaar. In 2010 is volgens de historische kaarten de kas op het buurperceel ten zuidwesten van de onderzoekslocatie gebouwd. In de periode 2008-2023 hebben voor zover bekend verder geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden op of in de directe nabijheid van de onderzoekslocatie. Bedrijfsactiviteiten of ondergrondse tanks in het verleden op het perceel en in de omgeving Volgens de website van de Zorgkwekerij is de zorgkwekerij in 2007 in gebruik genomen. In 2009 zijn de winkel, kantine en reparatieplaats voor fietsen gerealiseerd. In 2021 is een tunnelkas gerealiseerd. Deze is begin 2022 gesneuveld door een storm. Verder hebben in het verleden geen andere dan de huidige bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden op de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving. Tevens zijn er in de periode 2008-2023 geen ondergrondse tanks aanwezig geweest. Overige verdachte activiteiten in het verleden op of nabij het perceel In de periode 2008-2023 hebben geen overige verdachte activiteiten plaatsgevonden op de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving. Huidig Bron: Locatie-inspectie; informatie opdrachtgever Huidig bodemgebruik op het perceel en in de directe omgeving Op de onderzoekslocatie worden o.a.
groenten en fruit gekweekt en verkocht en fietsen gerepareerd en verkocht. De directe omgeving bestaat uit kwekerijen en infrastructuur. Op de locatie is een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig. Deze heeft altijd op dezelfde plaats gestaan en is volgens de informatie van de terreineigenaar onderzocht tijdens het nulsituatie bodemonderzoek (zie verderop). De bestrijdingsmiddelenkast staat sinds het eerste gebruik op een betonvloer. Bij de bestrijdingsmiddelenkast heeft nooit een calamiteit plaatsgevonden. De kast is nog in gebruik, maar aangezien voor 99% biologisch wordt gewerkt, staat er slechts een geringe hoeveelheid chemicaliën in de kast. De opslag- en aanmaakplaats voor meststoffen is ook altijd op dezelfde locatie en op een betonvloer aanwezig geweest. Er wordt momenteel circa 150 kg meststoffen per jaar gebruikt. Ook de opslag- en aanmaakplaats voor meststoffen is volgens de informatie van de terreineigenaar onderzocht tijdens het nulsituatie bodemonderzoek (zie verderop). Ook de reparatieplaats voor fietsen is verhard met beton. Er wordt zo nu en dan een fietsketting gesmeerd of metaal van de fiets bewerkt. Verder vinden er geen bodembedreigende activiteiten plaats. Aanwezigheid bebouwing of opslagplaatsen op het perceel Er zijn diverse gebouwen aanwezig (geweest) op de onderzoekslocatie, zie voorgaand.
Aanwezigheid ondergrondse infrastructuur en objecten Mogelijk zijn kabels en leidingen aanwezig in de grond. Er is (nog) geen KLIC-melding gedaan. Aanwezigheid verhardingen, paden en dergelijke Bij de oprit is een brug aanwezig met in het verlengde daarvan een asfaltverharding. Het is niet bekend of hieronder fundatiemateriaal (bijvoorbeeld puin) aanwezig is. Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
Aanwezigheid dammen Er zijn voor zover bekend geen dammen aanwezig geweest. Aanwezigheid brandplekken Er zijn geen brandplekken waargenomen. Omschrijving UBI: n.v.t. Toekomstig Bron: Informatie opdrachtgever In de nabije toekomst zal geen wijziging in het gebruik plaatsvinden. Wel wijzigt de bestemming van de locatie van “Maatschappelijk” en “Wonen” naar “Agrarisch” met een aanduiding maatschappelijk. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Kwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart Bron: Technische rapportage bodemkwaliteitskaart gemeente Westland (kenmerk: 1271310, d.d. 4 februari 2021) Bodemfunctieklasse bovengrond: Wonen kassen Ontgravingsklasse bovengrond: Wonen LMW zink en drins Ontgravingsklasse ondergrond: Landbouw/natuur LMW drins Toepassingskaart bovengrond: Wonen LMW zink en drins Toepassingskaart ondergrond: Landbouw/natuur LMW drins Wegberm: Niet van toepassing Bijzonderheden: Is er sprake van gebiedsgericht beleid Bron: Technische rapportage bodemkwaliteitskaart gemeente Westland (kenmerk: 1271310, d.d. 4 februari 2021) Ja, LMW zink en drins Zijn er PFAS-bronnen aanwezig? Bron: Bodembeheernota Gemeente Westland (kenmerk: : 1271310, d.d.
4 februari 2021) en BIO-applicatie ODH Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen bekende bronnen van PFAS-verontreinigingen aanwezig op de onderzoekslocatie. Wat is de bodemopbouw en (geo)hydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Bodemtype Bron: Dinoloket Bovengrond: Klei Ondergrond: Zand en klei Antropogene lagen in de bodem Ophogingen en bodemvreemde lagen Bron: Locatie-inspectie; BIO-applicatie ODH Er zijn voor zover bekend geen ophogingen of bodemvreemde lagen aanwezig op de onderzoekslocatie. Antropogene bijmenging Bron: Locatie-inspectie; BIO-applicatie ODH Er zijn voor zover bekend geen antropogene bijmengingen aanwezig in de bodem van op de onderzoekslocatie. Dempingen Bron: Topotijdreis Er voor zover bekend geen watergangen gedempt. Geohydrologie Bron: BIO-applicatie ODH, Dinoloket Grondwaterstand Circa 1,1 m-mv Drainage Voor zover bekend is er geen drainage aanwezig op de onderzoekslocatie. Bemaling Voor zover bekend is er geen bemaling aanwezig op de onderzoekslocatie. Onttrekking Voor zover bekend is er geen onttrekking van het grondwater aanwezig op de onderzoekslocatie of in de nabije omgeving.
Infiltratie (grondwaterbeschermingsgebied) De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie vindt infiltratie plaats.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
Is de bodem asbestverdacht? Asbestverdachte activiteiten geweest op of nabij locatie?
Bron: Terreinverkenning; Topotijdreis.nl; informatie opdrachtgever Bedrijven werkzaam met asbest Nee Stortplaatsen Nee Asbestbewerkingen t.b.v. bouw Nee Toepassing van asbestrestproducten in wegen, dammen of dempingen Mogelijk Historische ophogingen met asbesthoudend bodem/slib Nee Gebouwen met asbesthoudende materialen Mogelijk Asbesthoudende beschoeiingen langs waterkant Mogelijk Asbesthoudende afperkingsschotten in (volks)tuinen Nee Glastuinbouw (asbestkit) aanwezig geweest Mogelijk Ongewone voorvallen met asbest (b.v. brand) Nee Aanwezigheid halfverhardingen Nee Aanwezigheid funderingslaag onder verhardingen Mogelijk Stortingen asbestverdachte afvalstoffen Nee Opslagdepots met puinhoudende grond Nee Op- en overslag van puin of puinbrekers Nee Met puin gedempte putten en sloten Mogelijk Asbest in en aan bouwwerken en ondergrondse objecten Zover bekend momenteel niet aanwezig. Overige beleidsterreinen Bron: Archeologische beleidskaart gemeente Westland Archeologie De onderzoekslocatie is gelegen in verwachtingszone IV. In deze zone worden geen archeologische vondsten verwacht. Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Bron: CE-bodembelastingkaart Gemeente Westland Uit deze kaart blijkt dat op de onderzoekslocatie zelf geen onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Het is onbekend of de locatie verdacht is op het voorkomen van OO.
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Op basis van bodemonderzoeken Bron: BIO-applicatie ODH Onderzoekslocatie • Nulsituatie bodemonderzoek Lange Kruisweg 4, opsteller onbekend, kenmerk 2017781, d.d. 09-02-1999. Het rapport is niet beschikbaar. Volgens de website van de ODH is in het grondwater een sterke verontreiniging met nikkel aangetoond. • Verkennend onderzoek Pettendijk 4-6, , opsteller onbekend, kenmerk 2036562, d.d. 23-12-2005. Het rapport is niet beschikbaar. Op de website van de ODH is de onderzoekslocatie ingetekend ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie en het terrein ten zuidwesten (ter plaatse van de huidige orchideeënkwekerij). Volgens de omschrijving op de website van de ODH is het asfalt teerhoudend. In de bovengrond ter plaatse van het nieuw te bouwen ketelhuis van Duijn Orchids is een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond. Deze verontreiniging is afgeperkt en heeft een omvang van circa 5 m3. In het grondwater zijn matige tot sterke verontreinigingen met nikkel aangetoond. In de grond rond de grondwaterstand is geen verontreiniging met nikkel aangetoond. Op basis van de omschrijving wordt er vanuit gegaan dat de matige verontreiniging met minerale olie is aangetoond op het terrein van Duijn Orchids.
Er wordt geen invloed verwacht van deze verontreiniging op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. Mogelijk is op de huidige onderzoekslocatie wel een matige/sterke verontreiniging met nikkel in het grondwater aanwezig. Verkennend bodemonderzoek Lange Kruisweg 4, opgesteld door VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk MIM81175, d.d. 17-12-2008, Het onderzoek is uitgevoerd op een drietal plaatsen uitpandig en inpandig ter plaatse van de huidige winkel/kantine. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bodemvreemde bijmengingen en geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zowel de grond als het grondwater zijn maximaal licht verontreinigd met de onderzochte parameters (standaardpakket). •
Overzijde Lange Kruisweg • Nul- en eindsituatie bodemonderzoek Lange Kruisweg 1, Mol Ingenieursbureau, kenmerk A5583, d.d. 19-12-2019. Er zijn matige tot sterke verontreinigingen met zink en PAK aangetoond. Deze verontreinigingen zijn te relateren aan de aangetroffen bodemvreemde bijmengingen Er wordt geen invloed verwacht van deze verontreinigingen op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. Zuidoostelijk gelegen perceel • Nulsituatie bodemonderzoek Lange Kruisweg 10, opsteller onbekend, kenmerk 2017791, d.d. 08-02-1999. Het rapport is niet beschikbaar. Volgens de website van de ODH zijn er geen verontreinigingen boven de tussenwaarde aangetoond.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Geval van bodemverontreiniging? Nee Zo ja, geval van ernstige bodemverontreiniging? nvt Op basis van bodemonderzoeken nvt Het tijdstip waarop, dan wel de periode waarbinnen de bodemverontreiniging (waarschijnlijk) is ontstaan? nvt Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Sinds het meest recente bodemonderzoek (2008) hebben er geen relevante wijzigingen plaatsgevonden. Het is dan ook niet aannemelijk dat ter plaatse van de destijds onderzochte locaties een relevante verontreiniging aanwezig is. De enige potentieel bodembedreigende activiteiten zijn de bestrijdingsmiddelenkast en de opslag- en aanmaakplaats voor meststoffen. De bodem is hier in 1999 onderzocht. Hierbij is destijds uitsluitend een verontreiniging met nikkel in het grondwater aangetoond. Het is aannemelijk dat deze verhoogde concentratie nog onverminderd in het grondwater aanwezig is. Gezien de aanwezigheid van een betonvloer en de strenge milieu-eisen waaraan al tijdens het uitgevoerde onderzoek (1999) voldaan moet worden, is het niet aannemelijk dat een noemenswaardige verontreiniging bij deze deellocaties is ontstaan.
Het is ons inziens niet noodzakelijk een bodemonderzoek uit te voeren in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Eventueel bodemonderzoek bij deze deellocaties zal in een ander kader, zoals bij beëindigen van deze bedrijfsactiviteiten, uitgevoerd dienen te worden. Verder is de kwaliteit van de verharding (asfalt en eventuele onderliggende fundatie) niet bekend. Ook dit behoeft ons inziens niet bepaald te worden in het kader van de bestemmingsplanwijziging. Een dergelijk onderzoek dient uitgevoerd te worden indien de verharding wordt opgebroken en afgevoerd. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Niet van toepassing, aangezien momenteel ons inziens geen bodemonderzoek benodigd is.
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
BIJLAGE 2: FOTOGRAFISCHE WEERGAVE
Foto 1: noordoostzijde onderzoekslocatie
Foto 2: noordoostzijde onderzoekslocatie
Foto 3: zuidoostzijde onderzoekslocatie
Foto 4: winkel en kantine
Foto 5: kas
Foto 6: ruimte voor reparatie fietsen
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
Foto 7: kast opslag bestrijdingsmiddelen
Foto 8: opslag en aanmaak meststoffen
Foto 9: opslagruimte
Foto 10: zuidwestzijde onderzoekslocatie
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
BIJLAGE 3: HISTORISCH KAARTMATERIAAL (bron: topotijdreis.nl)
Historische kaart 2008-2009 – kas zuidwestelijke terreindeel verwijderd
Historische kaart 2009-2010 – kas buurperceel gerealiseerd/uitgebouwd
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
BIJLAGE 4: LOKALE SITUATIEKAART
= Locatie
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
BIJLAGE 5: SITUATIESCHETS TERREIN
Milieuhygiënisch vooronderzoek Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Kenmerk: BUMA20230961.01
Bijlage
bijlage: situatieschets terrein
aa
b kse
n
dijk
n tte
e
Ho
Pe
La ng e we ui s Kr
n se iet
f tie ara
rep
g
sing ast d j i nk str be dele d i m ti ca
lo ks oe
rz
de on
e
k
a ma an a / g fen f sla op ststo me
4
NWK01F 06844G0000
NWK01F 04552G0000
NWK01F 05476G0000
NWK01F 05677G0000 Afstanden in meters Hoogten in meters tov NAP
10
VANDERHELM MILIEUBEHEER B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs T 010-249 24 60 F 010-249 24 70
E info@vdhelm.nl I www.vdhelm.nl
asfaltboren & sonderen, water & bodemonderzoek, begeleiding, asbestonderzoek & saneren, landmeten & maatvoering, ecologie
Project: Lange Kruisweg 4 te Maasdijk Omschrijving: Milieuhygienisch vooronderzoek Projectcode: BUMA20230961 Formaat: A3 Aan de weergegeven maten en afstanden kunnen geen rechten en/of plichten worden ontleend.
05676G0000
Getekend: DZ
Schaal:
1: 500
Projectleider: DZ
Tek.nr.:
1 van 1
Veldwerker: nvt
Datum uitvoering: sept 2023
Bijlage 5 stikstof rapport
52
Rapportage M – QUO-29456-V7S9Y7 Voortoets Stikstofdepositie – Lange Kruisweg 4 Maasdijk 28-9-2023
Rapportnummer: QUO-29456-V7S9Y7 © van Empel Inspecties en Advisering
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................ 2
2
Algemene gegevens .................................................................................................................... 3
3
Rekenmodel ................................................................................................................................. 4
4
Literatuurgegevens ..................................................................................................................... 5
5
Emissies ........................................................................................................................................ 6 5.1
Beschrijving plan .................................................................................................................. 6