Goflo
Tekst van het document
VOORZIENINGEN CLUSTER, ISW VAKCOLLEGE+ Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo)
Gemeente Westland
Status:
Versie-3
Projectnr:
24-015
Datum:
7 april 2026
COLOFON ▪ Titel Onderdeel
▪ Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+ Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke Leefomgeving (GoFlo)
Projectnummer
25-015
Status
Versie-3
Datum
7 april 2026
Auteur
Ralf Buelens (BUELENS Ruimte)
INHOUD 1
2
3
4
5
6
7
INLEIDING
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer
1 1 2 3
HUIDIGE SITUATIE EN PLAN
4
2.1 2.2
4 7
Beschrijving huidige situatie Planbeschrijving
TOETSING AAN BELEID
11
3.1 3.2 3.3
11 13 15
Rijksbeleid en Rijksregels Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU
18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
18 18 18 19 21 23 24 26 27 30 34 38 40 42 42
Milieueffectrapportage Gezondheid Milieubelastende activiteiten Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodem Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Omgevingsveiligheid Ecologie Weging waterbelang Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed Bedrijfsmatige activiteiten Klimaatadaptatie Trillingen
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
43
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Vooroverleg Participatie Advies en instemming Vaststellingsprocedure Bezwaar/ Beroep
43 43 43 43 43
FINANCIELE HAALBAARHEID
44
6.1 6.2
44 44
Kostenverhaal Nadeelcompensatie
CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES
45
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Gemeente Westland is voornemens om het ISW Vakcollege+ met sporthal en een horecafunctie te realiseren op de Flora Campus Westland te Naaldwijk. Het initiatief past niet binnen de kaders van het omgevingsplan. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Een BOPA kan alleen worden verleend als onderbouwd wordt dat sprake is van een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL). Hiervoor dient een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving (GoFlo) te worden opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin. In deze onderbouwing wordt toegelicht wat de gevolgen zijn voor de fysieke leefomgeving. Daarnaast wordt er onderbouwd dat het initiatief uitvoerbaar is en in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied ligt op de Flora Campus Westland ten oosten van het centrum van Naaldwijk. Op afbeelding 1.1 is een luchtfoto van Naaldwijk weergegeven. Met rode stip is de locatie van het projectgebied aangegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied
7 april 2026
1
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
1.3
Het omgevingsplan
Op 1 januari 2024 is het ‘omgevingsplan gemeente Westland’ in werking getreden. In het omgevingsplan staan alle regels die betrekking hebben op de leefomgeving. Het omgevingsplan bestaat uit twee delen, namelijk het nieuwe deel en het tijdelijke deel. De bestemmingsplannen zoals dat die voorheen golden, zijn per 1 januari 2024 rechtstreeks overgegaan in het tijdelijke deel. Deze regels gelden totdat deze regels zijn omgezet naar het nieuwe deel. Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland’. Dit bestemmingsplan is op 18 december 2012 vastgesteld door de gemeenteraad. Op afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Met rode cirkel is globaal de locatie van het projectgebied aangegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Aan de locatie zijn de bestemmingen ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en ‘Wonen’ toegekend. De voor ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf met bijbehorende erven, terreinen en voorzieningen. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in een woning. Er is een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' opgenomen ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de grond. Strijdigheid De maatschappelijke functie (ISW Vakcollege+), de sportfunctie (sporthal) en de horecafunctie zijn niet toegestaan binnen de huidige bestemmingen 'Agrarisch – Glastuinbouw' en 'Wonen'. Procedure Omdat voorliggend initiatief een concreet en afgebakend project betreft kan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden verleend.
7 april 2026
2
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. Daarnaast wordt er ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 komt de participatie aan de orde en in hoofdstuk 6 de financiële haalbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de conclusie getrokken.
7 april 2026
3
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
2
HUIDIGE SITUATIE EN PLAN
2.1
Beschrijving huidige situatie
Het projectgebied ligt ten oosten van het centrum van Naaldwijk. Op afbeelding 2.1 is globaal de locatie van het projectgebied met rood aangegeven. Middel Broekweg (N466)
World Horti Center
Burgemeester Elsenweg (N213)
Lange Broekweg
Afbeelding 2.1: Luchtfoto bestaande situatie
Naast het projectgebied staan twee woningen. De gronden naast/achter de woningen ligt braak. Hier hebben tot voort kort kassen gestaan. Ten westen ligt de Burgemeester Elsenweg (N213), ten noorden ligt de Middel Broekweg (N466), ten zuiden ligt het oude bebouwingslint de Lange Broekweg en ten oosten ligt het World Horti Center. Op afbeelding 2.2 is een foto van de bestaande situatie weergegeven.
7 april 2026
4
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Afbeelding 2.2: Foto bestaande situatie
Het gebied gaat de komende jaren ontwikkeld worden naar de Flora Campus Westland waar ontwikkelen, onderzoek, leren en innovatie samenkomt. De ontwikkeling biedt Westland de kans om de positie van internationaal koploper in de glastuinbouw te houden, maar ook te versterken. Op deze plek wordt er straks samengewerkt aan het voeden en vergroenen van de wereld nu en in de toekomst. Voor de Flora Campus Westland is een masterplan door het college van B&W vastgesteld. Op afbeelding 2.3 is een impressie van het masterplan weergegeven.
Afbeelding 2.3: impressie Flora Campus Westland
De Flora Campus Westland is ontworpen als een overgangsgebied van het bestaande Royal FloraHolland (RFH)veilingcomplex, het Marsgebouw als toekomstige uitbreiding van het veilingcomplex op TradeParc Westland (TPW) en het World Horti Center (WHC) naar de kern Naaldwijk. Het omvat ca. 22,8 ha en wordt begrensd door de Burgemeester Elsenweg (N213), de Veilingroute (N465), de Lange Broekweg en de Middel Broekweg (N466).
7 april 2026
5
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Flora Campus Westland is te beschrijven als een gemengd leer-, werk- en woongebied gericht op de economische thema’s horti-tech en horti-health aangevuld met ondersteunende voorzieningen voor het direct omliggende verzorgingsgebied en 1.250 woningen. Het gebied wordt ontworpen en ontwikkeld rondom de combinatie van een mobiliteitshub en een identiteitsbepalend centraal gelegen park aan de Middel Broekweg, een historisch lint dat van oudsher een belangrijke fysieke, maar ook sociaal-culturele verbinding is tussen de gemeentelijke kernen in Westland. Het Flora Park is autovrij, ligt centraal en maakt met een aantal groene vingers verbinding met de omgeving. Tussen de groene vingers van het park ontstaan zeven compacte bouwclusters, met sterke verschillen in programmering, bouwhoogte en dichtheid. Het Mobiliteitscluster vormt met drie torens (16 - 20 lagen) op een podium (4 lagen) het meest compact bebouwde cluster. In de clusters langs de N213 zijn vijf torens op een doorlopend podium voorzien, maar lopen in bouwhoogte sterk af richting het Flora Park en Langebroekweg. Woonclusters 2 en 3 zetten de parkrand in 3 tot 5 lagen door. Het Hortus Lab vormt het laagste bouwcluster in de campus. De Horti Business clusters sluiten qua bouwhoogte aan bij het bestaande WHC , met enkele hogere bebouwingsaccenten (12 - 15 lagen) langs Europa.
De bebouwingsplinten krijgen zoveel mogelijk een gemengd programma, ten behoeve van de levendigheid en sociale veiligheid van het park. Het totale woonprogramma bestaat uit 1.250 appartementen, waarbij de sociale en betaalbare woningen (50%) worden geconcentreerd nabij de mobiliteitshub. Aan twee zijden van het gebied worden grote openbare parkeergarages (P+R) gerealiseerd voor bewoners, bezoekers en eigenaren. De Horti Boulevard vormt de belangrijkste langzaam verkeer route vanaf de mobiliteitshub naar P+R en de verschillende clusters, waaronder de Kas van de Toekomst en publiekstrekker Hortuslab. Het Voorzieningen Cluster biedt plaats aan maatschappelijke functies. In de fasering worden het Voorzieningen Cluster, het Mobiliteits Cluster en de tijdelijke woningen aan de Europaweg geprioriteerd. Het projectgebied ligt in het Voorzieningen Cluster 1. Op afbeelding 2.4 is de locatie met blauwe pijl aangegeven.
7 april 2026
6
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Afbeelding 2.4: locatie projectgebied
In het Voorzieningen Cluster 1 worden maatschappelijke programma’s ondergebracht. Hier komt een school, een sporthal, wonen en is er ruimte voor commerciële ruimtes.
2.2
Planbeschrijving
Voorliggend initiatief voorziet in de ontwikkeling van een school (maatschappelijke functie) met sporthal (sportfunctie) en horecafunctie binnen Voorzieningen Cluster 1. Het betreft de realisatie van het ISW Vakcollege+ waarin het ISW Westland Praktijkcollege en ISW Westland Vakcollege samen een nieuwe plek krijgen op de Flora Campus. Hiermee worden leerroutes versterkt en ontstaat een directe verbinding tussen leerlingen en de bedrijven die zich op de campus vestigen. Dit leidt tot samenwerking aan echte praktijkcasussen, de ontwikkeling van toepasbare kennis en het opdoen van relevante arbeidsvaardigheden. De intensieve uitwisseling van kennis tussen onderwijs en bedrijfsleven versterkt beide werelden. Zo wordt het onderwijs samen vormgegeven – actueel, betekenisvol en toekomstgericht. Het ISW Westland Vakcollege+ krijgt ruimte voor een onderwijslocatie waarin basis-, kader-, VMBO & Praktijkonderwijs gegeven gaat worden voor 887 leerlingen. Op afbeelding 2.5 is de nieuwe situatie weergegeven. Met blauw is de contour van het gebouw aangegeven.
7 april 2026
7
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Afbeelding 2.5: Nieuwe situatie
De hoofdvolumes van de school en de sporthal zijn vastgesteld. Op het maaiveld (begane grond) worden onder andere de entree van de school en de parkeergarage gerealiseerd. De parkeergarage voor auto’s is openbaar. De school bestaat uit vier verdiepingen, met daarboven de sporthal. De sporthal is zo ontworpen dat deze zelfstandig kan functioneren wanneer de school gesloten is. Daarnaast wordt een horecagelegenheid gerealiseerd ter ondersteuning van de hoofdfuncties. Deze horeca kan, als de school gesloten is, zelfstandig geëxploiteerd worden waardoor deze ook in de avonduren en in het weekend openbaar toegankelijk is. Er wordt lichte horeca (categorie 1) toegestaan. Als bijlage bij deze onderbouwing is een staat van horeca-activiteiten toegevoegd waarin deze categorie staat beschreven. De school krijgt een maximale bruto vloeroppervlak (bvo) van 12.000 m 2. Hiervan wordt 200m2 aangewend voor horeca. De sporthal krijgt een maximale bruto vloeroppervlak (bvo) van 3.800 m2, de fietsenstalling een maximale bruto vloeroppervlak (bvo) van 2.000 m2 en het parkeren een maximale bruto vloeroppervlak (bvo) van 3.000 m2.
2.2.1
Toelichting op het ontwerp
Volumeopbouw De school is opgebouwd uit getrapte volumes die samen een ensemble vormen. Het ensemble is het startpunt van het voorzieningencluster (fase1) en voegt zich naar het stedenbouwkundig plan zowel in korrelgrootte en in relatie met de rooilijn. Hierdoor ontstaat een heldere formele buitenzijde en voortzetting van het stedenbouwkundig plan. Het gebouw is herkenbaar als ensemble door het gebruik van materiaal, geleding en vormentaal. Het ensemble valt nadrukkelijk op als verbijzondering van de prominente plek aan het Florapark met haar opengewerkte grid-gevel en verspringende groene daktuinen. De school staat ruimtelijk in dienst van de World Horti Campus.
7 april 2026
8
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Grid-structuur geeft helderheid De school krijgt een constructief raamwerk waarbinnen alles mogelijk is. Deze eigenschap geeft het gebouw grote toekomstwaarde. Door dit efficiënte modulaire casco past het parkeren er efficiënt onder. De verdiepingshoogte heeft overmaat zodat ook hierin flexibiliteit is ten aanzien van de installaties. De gevels worden hierdoor eenduidig en samen met de getrapte podiumvorm een sterk geheel. Stedenbouwkundig volume De school volgt het stedenbouwkundig kader dat is gegeven in volumeopbouw. Het volume volgt de stedenbouwkundige lijn en omarming van de openbare ruimte die hier nodig is. Op maaiveld worden verschillende verblijfskwaliteiten geïntroduceerd, waarbij de uitnodigende entree van de school aan de Noordzijde een natuurlijke verbinding vormt met de groene Flora Campus. Verder wordt de groene kwaliteit van het Florapark doorgetrokken vanaf het maaiveld tot het dakplein. Het podium De school krijgt een duidelijk podiumvolume van 4 lagen en vormt als het ware een rug naar de naastgelegen N213. De sporthal zal zich als een markante toevoeging onderscheiden van het bakstenen basement. Bij de gevels aan de campuszijde komt veel transparantie zodat de school sterk is verbonden met de campus. De plinten kunnen open met grote deuren of glazen vouwwanden om maximaal contact te maken met de groene campus.
De parkeerplint aan de campuszijde krijgt een groen talud met trappen erin en aan de westzijde wordt de parkeergevel bekleed met gevelgroen. De hoofdentree aan de Noordzijde is uitnodigend en de overgang van binnen naar buiten, het schoolplein en het entreeplein zijn groen en in het teken van de groene campus. De kantine en horeca is heel eenvoudig los verhuurbaar omdat deze bij de entree is gelegen in de avonden en weekenden kan een exploitant hier horeca uitbaten. De sporthal is in het weekend volledig stand-alone te gebruiken en vluchtwegen lopen niet door de school. De Sporthal heeft zijn entree aan de campuszijde waardoor in het weekend en in de avonden deze functies levendigheid geven aan de centrale campus. De toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers gaat via de parkeergarage en het opgetilde maaiveld. Mobiliteit en toegankelijk Aan de westelijke zijde bevindt zich de entree van de parkeergarage en de fietsenstalling, aan deze zijde zal ook de expeditie-ingang van de school komen die gekoppeld is aan een grote goederenlift. De fietsenstalling is inpandig opgelost zodat de openbare ruimte in de groene campus niet vol komt te staan met fietsen. Op basis van het programma zijn parkeerplaatsen op maaiveld niveau onder het dek geprojecteerd. Deze garage is met zijn maatvoering bepalend voor de bovenliggende structuur van de school.
De garage wordt uitgevoerd met een dik grondpakket erboven zodat het dekplein ook een intensief groen karakter krijgt. Biodiversiteit Ter voorkoming van de gevolgen van het veranderende klimaat en bevorderen van de biodiversiteit wordt er een aanpak in een integraal systeem per daklaag gehanteert. In elke laag zorgt een combinatie van waterretentie en een uitgekiende mix van beplanting voor opvang en geleiding van water, biodiversiteit, creëren van schaduw voor mens en dier en voorkomen van hittestress. De groene daken helpen het gebouw en de omgeving koel te houden in de warme zomerdagen en de daken werken als een spons waarna het water langzaam in de bodem wordt geïnfiltreerd. Op het dak en voor de gevel komen diverse inheemse planten met een natuurlijk karakter, die een waardevolle leefomgeving bieden voor de lokale fauna, met voedselvoorziening, schuilmogelijkheden en verblijfsplekken. Een gevarieerd palet van inheemse bloemen die het gehele jaar door bloeien, maakt het dak visueel aantrekkelijk voor zowel omwonenden als insecten en dieren. Op afbeelding 2.6 is een impressie van het gebouw weergegeven gezien vanuit de campuszijde.
7 april 2026
9
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Afbeelding 2.6: Impressie van het gebouw
Q-team Het Q-team heeft het voorlopig ontwerp besproken, waarbij het overleg zich richtte op de ruimtelijke uitwerking in het kader van voorliggende BOPA-procedure. Het Q-team stelt vast dat het ontwerp een duidelijke verbetering vormt ten opzichte van eerdere versies. De interne ruimtelijkheid is vergroot en de relatie tussen het gebouw, het maaiveld en het park is beter zichtbaar. De toepassing van een getrapte gevel wordt positief ontvangen. De extra verstaffeling en pergola’s dragen bij aan een betere overgang tussen gebouw en daktuin. De entree van de sporthal is ruimer vormgegeven en bevindt zich op een logischer locatie. Het plan voorziet in subtielere hoogteverschillen op maaiveld en daktuin. De fietsenstalling ligt op hetzelfde niveau als de ‘techspace’, met één duidelijke ingang, waardoor leerlingen binnendoor toegang tot het gebouw hebben. De afvalruimte is opgenomen in de parkeergarage. De daktuinen zijn op verschillende niveaus uitgewerkt. De school zal het beheer van het groen verzorgen. Het Q-team is positief over de ruimtelijke verbeteringen en ziet dat de aanpassingen ook de interne kwaliteit van het gebouw ten goede komen. Met deze aanvullingen kan het project verder binnen voorliggende BOPAprocedure.
Het Q-team spreekt waardering uit voor de voortgang en geeft een positief advies over het ruimtelijke aspect, met enkele aandachtspunten voor de verdere uitwerking. De verdere uitwerking wordt met belangstelling tegemoet gezien.
7 april 2026
10
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
3
TOETSING AAN BELEID
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Beoordeling Met de realisatie van de Flora Campus Westland wordt er mede invulling gegeven aan de versterking van Greenport Westland-Oostland, één van de topsectoren in Nederland. Hierdoor past het initiatief binnen de kaders van de NOVI.
3.1.2
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit);
7 april 2026
11
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
c.
de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
De hoofdonderwerpen van de rijksinstructieregels zijn: • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Relevante regels Radarstations Militaire en civiele radarstations zorgen voor de beveiliging van het nationale luchtruim.
Ze zorgen ook voor de veilige afhandeling van het militaire verkeer en het burgerluchtverkeer. Hoge bouwwerken en windturbines in gebieden rond een radarstation kunnen het radarbeeld verstoren. De gemeente kan daarom in het omgevingsplan geen bouwwerken en windturbines toelaten, die de maximaal toegelaten hoogte overschrijden. De toegestane maximale bouwhoogte van bouwwerken ten aanzien van radarstations is geregeld in artikel 5.155 van het Bkl: 1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een gebied waar bouwwerken het bereik van een radar kunnen verstoren, laat het omgevingsplan niet toe dat: a. binnen een straal van 15 km vanaf de radar bouwwerken worden gebouwd die de maximale hoogte van bouwwerken, bedoeld in de tabel in bijlage XIV, onder E, overschrijden; en b. binnen een straal van 15 tot 75 km vanaf de radar windturbines worden gebouwd met een tiphoogte die de maximale hoogte van windturbines, bedoeld in de tabel in bijlage XIV, onder E, overschrijden. Het projectgebied is niet gelegen binnen een straal van 15 kilometer van een radarstation. Onderdeel a. (van artikel 5.155 lid 1 Bkl) is dan ook niet van toepassing en er worden dan ook geen beperkingen gelegd op de hoogte van bouwwerken ten aanzien van het radarbeeld. Het voornemen voorziet daarnaast ook niet in de ontwikkeling van windturbines. Onderdeel b. is eveneens niet van toepassing.
Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals nieuwbouw van kantoren. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
7 april 2026
12
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Er is voor de locatie een Ontwikkelperspectief Floragebied vastgesteld. Hieruit blijkt dat er behoefte bestaat aan het versterken van de unieke kennisinfrastructuur op het gebied van innovatieve tuinbouw en tuinbouwtechnologie. In het ontwikkelperspectief wordt een voorstel op hoofdlijnen gedaan voor een verdere uitwerking van het gebied. Dit is verder uitgewerkt in het masterplan. In het masterplan zijn de adviezen van onder meer de Provincie Zuid-Holland, de MRDH en de gemeenteraad verwerkt. Al deze input heeft bijgedragen aan een plan waarbij een bijdrage geleverd wordt aan de grote opgaven van Westland op het gebied van bedrijventerreinen, wonen, mobiliteit en duurzaamheid, klimaatadaptatie en een aantrekkelijk woon en vestigingsklimaat met volop groen en water. Daarnaast heeft de input bijgedragen om inzicht te krijgen naar de behoeftes om het gebied interessant te maken voor bedrijven en scholen. Flora Campus Westland is de omgeving binnen Westland waar innovatief bedrijfsleven, onderwijs en onderzoek elkaar ontmoeten. Waar daarnaast ook internationale ontmoeting plaatsvindt met klanten van het Westland en waar nationale en internationale high-potentials willen werken en zich (tijdelijk) willen vestigen. Een aantal functies, waaronder het Vakcollege+, heeft hierbij prioriteit gekregen als sterke pijler.
In het Vakcollege+ krijgen de praktijk en theoretische leerwegen van het vmbo onderdak. De gezamenlijke huisvesting maakt intensieve samenwerking met bedrijven, middelbaar beroepsonderwijs en maatschappelijke organisaties mogelijk. De locatie van ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Inpassing van een dergelijke locatie is niet mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. Een locatie naast de veiling op een goed bereikbare plek in de greenport ligt voor de hand. De ontwikkeling leidt niet tot leegstand elders. De locatie wordt passend multimodaal ontsloten: per auto, langzaam verkeer en met openbaar vervoer op korte afstand. Alle leerlingen hebben recht op bewegingsonderwijs. Op basis van 887 leerlingen is er behoefte aan 3,19 spotzalen. Met voorliggend initiatief wordt voorzien in een sporthal die kan worden verdeeld is drie volwaardige sportzalen. Daarnaast wordt in het onderwijsgebouw één sportzaal voorzien. Daarmee wordt voldaan aan de behoefte. Flora Campus Westland is een plek waar ondernemers, studenten, onderzoekers, bewoners en recreanten elkaar ontmoeten en inspireren. Het gebied biedt een hoogwaardige verblijfskwaliteit, waarvoor aanvullende functies zoals horeca, ondersteunende detailhandel en overige dienstverlening essentieel zijn. Met voorliggend initiatief wordt horeca gerealiseerd ter ondersteuning van het Vakcollege+.
Buiten schooltijden kan deze voorziening zelfstandig worden geëxploiteerd, waardoor zij ook in de avonduren en in het weekend toegankelijk is voor bewoners, recreanten, ondernemers en andere bezoekers van de campus. Gelet op bovenstaande past het initiatief binnen de uitgangspunten van de ladder.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsbeleid Zuid-Holland
Het Omgevingsbeleid bestaat uit al het beleid voor de leefomgeving in Zuid-Holland. Het is belangrijk hiervan op de hoogte te zijn als je iets wilt doen of veranderen in de leefomgeving. Bijvoorbeeld bij het vestigen van een bedrijf met milieugevolgen of bij plannen voor een nieuwbouwwijk. Het provinciale Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en regels zijn opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. Gesteld wordt dat gemeenten de eerstverantwoordelijken zijn waar het gaat om ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden zo laag mogelijk weggelegd. Gemeenten moeten een eigen invulling geven aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De meest actuele, geconsolideerde versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening geldt sinds 18 februari
7 april 2026
13
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
2025. In de omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij onder omgevingsplannen ook omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden verstaan. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijk beleid zoals dat is opgenomen in de provinciale omgevingsvisie en omvat in aanvulling op de deze omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Het volgende artikel uit de Omgevingsverordening wordt relevant geacht voor het initiatief. Artikel 7.54 Glastuinbouwgebied Aan de locatie is de aanduiding ‘glastuinbouwgebied’ toegekend. Op afbeelding 3.1 is een uitsnede van de kaart ‘Teeltgebieden’ weergegeven. Met zwart pin is de locatie van het projectgebied aangegeven.
Afbeelding 3.1: uitsnede kaart Teeltgebieden
De verdere ontwikkeling van de glastuinbouwgebieden tot een economisch concurrerende en duurzame greenport is van provinciaal belang. De provincie streeft naar een greenport waar het accent ligt op specifieke hoogwaardige productie, met een centrale plaats voor logistiek, handel, kennis en innovatie. Voorliggend initiatief sluit hier op aan. Met de realisatie van de Flora Campus Westland wordt een bijdrage geleverd aan een economisch concurrerende en duurzame greenport. Voorliggend plan is hier onderdeel van. Het betreft de realisatie van het ISW Vakcollege+ waarin het ISW Westland Praktijkcollege en ISW Westland Vakcollege samen een nieuwe plek krijgen op de Flora Campus. Hiermee worden leerroutes versterkt en ontstaat een directe verbinding tussen leerlingen en de bedrijven die zich op de campus vestigen. Dit leidt tot samenwerking aan echte praktijkcasussen, de ontwikkeling van toepasbare kennis en het opdoen van relevante arbeidsvaardigheden. De intensieve uitwisseling van kennis tussen onderwijs en bedrijfsleven versterkt beide werelden. Zo wordt het onderwijs samen vormgegeven - actueel, betekenisvol en toekomstgericht.
7 april 2026
14
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het
7 april 2026
15
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.
Afbeelding 3.2: de toekomstkaart van Westland
Beoordeling De locatie is op de toekomstkaart aangeduid als ‘Greenport Horticampus Westland’. World Horti Center is hét kennis- en innovatiecentrum van de internationale tuinbouw: de plek waar onderzoek, onderwijs en ondernemers samenkomen. De Greenport Horti Campus Westland wordt in de komende jaren verder uitgebouwd tot een professionele omgeving waar innovaties sneller op gang kunnen komen en crossovers ontstaan. Een plek met hoogwaardige vestigingsmogelijkheden en onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten. Deze moet uitstekend bereikbaar zijn voor studenten en professionals met een directe verbinding met de steden om ons heen. Goed openbaar vervoer en studenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een plek waar de hele internationale tuinbouw graag komt, omdat er hard wordt gewerkt aan de toekomst van de tuinbouw, ontwikkelingen zichtbaar zijn en waar met ondersteuning van de overheid aan toekomstgerichte projecten wordt gewerkt. Dit gaat de Flora Campus Westland heten. Voorliggend initiatief is onderdeel van de Flora Campus Westland. Het betreft de realisatie van het ISW Vakcollege+ waarin het ISW Westland Praktijkcollege en ISW Westland Vakcollege samen een nieuwe plek krijgen. Hiermee worden leerroutes versterkt en ontstaat een directe verbinding tussen leerlingen en de bedrijven die zich op de campus vestigen. 7 april 2026
16
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
3.3.2
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland
Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: • Logistieke bereikbaarheid; • De auto minder dominant; • Volwaardige alternatieven voor de auto; • Westland verkeersveilig; • Duurzaam Bereikbaar Westland. Beoordeling De nadruk van de Flora Campus ligt op langzaam verkeer, zoals wandelen en fietsen in combinatie met HOV. Auto's en gemotoriseerde voertuigen zijn vanuit het Florapark nauwelijks zichtbaar. Langzaam verkeer draagt bij aan een cultuur van levendigheid en ontmoeting. om het gebied goed te ontsluiten zijn vijf metropolitane snelfietsverbindingen tussen Naaldwijk, Den Haag, Rotterdam, Rijswijk en Delft in ontwikkeling.
Maar ook voor autoverkeer is de Campus goed bereikbaar vanuit drie richtingen die samen het gebied ontsluiten via een buitenring. Dat waarborgt een autoluw en voetgangersvriendelijk gebied. Er wordt ingezet op 2.400 parkeerplaatsen, waarvan 1.000 voor bewoners, 1.000 voor de bedrijven en 400 voor bezoekers. Door de ligging aan het HOV en het mengen van functies binnen de clusters kunnen parkeernormen met 40% worden verlaagd. Aan beide zijden van het Mobiliteits Cluster worden twee openbare parkeergarages gerealiseerd. Aan de zijde van de Europaweg komt een modulair parkeergebouw dat mee kan groeien met de ontwikkeling van de bedrijvigheid en het aantal bezoekers. Aan de zijde van de N213 worden meerdere geschakelde parkeergarages gerealiseerd voor bewoners en bezoekers.
7 april 2026
17
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
4
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU
4.1
Milieueffectrapportage
Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een BOPA volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.
Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Situatie Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van een school inclusief sporthal en horeca. Op basis van bijlage V bij het omgevingsbesluit geldt voor het initiatief geen mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht. Conclusie Vanuit het aspect milieueffectrapportage is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.2
Gezondheid
Wettelijk kader Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd.
4.3
Milieubelastende activiteiten
Wettelijk kader Het begrip “milieubelastende activiteit” (mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit”. Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu
7 april 2026
18
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Het is een breed begrip; er vallen namelijk ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mba-begrip. Beoordeling Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van een school met sporthal en horeca. De hoofdfunctie is maatschappelijk. Een maatschappelijke functie en betreft geen milieubelastende activiteit.
4.4
Geluid
Wettelijk kader Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springter-reinen (par. 22.3.4.2 BS); • Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); • Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge).
Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw dat een woonfunctie of een onderwijsfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Standaard- en grenswaarden Als het geluidsniveau voldoet aan de standaardwaarden, is het geluid acceptabel. Een overschrijding is alleen mogelijk als er geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden, de overschrijding zo klein mogelijk wordt gehouden en de grenswaarden niet worden overschreden. In onderstaande tabel zijn de waarden weergegeven. Tabel 1: De standaardwaarden en grenswaarden voor geluid in decibel. Geluidbronsoorten Standaardwaarde Grenswaarde in Lden (db) Nieuwe geluidgevoelige Nieuwe geluidgevoelige Aanleg of aanpassing bron gebouwen gebouwen Rijks- en provinciale wegen 50 60 65 Gemeente- en 53 70 70 waterschapswegen
7 april 2026
19
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen
55
65
70
50 40 Lnacht
55 45 Lnacht
60 50 Lnacht
Beoordeling Gebouwen met een onderwijsfunctie worden aangemerkt als geluidgevoelige gebouwen. Er is een akoestisch onderzoek gemeentewegen1 en een akoestisch onderzoek provinciale wegen 2 uitgevoerd. Provinciale wegen Uit het akoestisch onderzoek provinciale wegen blijkt dat de geluidimmissie op de gevels ten gevolge van de relevante wegen de voorkeursgrens-waarde (van 48 dB Lden) overschrijden. De hoogst berekende geluidimmissie is 64 dB op de gevel ten gevolge van de nabijgelegen provinciale weg. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden. Omdat bron- en overdrachtsmaatregelen, zoals het toepassen van stiller asfalt of een stedenbouwkundig geluidscherm, niet doelmatig of niet wenselijk zijn wordt een bestuurlijke afweging verzocht voor het (onder voorwaarden) verlenen van hogere waarden. Wel worden geluidreducerende maatregelen getroffen bij de ontvanger, enerzijds in de vorm van een glazen ge-luidscherm of middels Harbour Fensters. Door één van deze oplossingen toe te passen wordt de geluidimmissie teruggebracht tot onder de voorkeursgrenswaarde en naar voldoende geluidluwe gevels. Hiermee kan aan het gemeentelijk geluid-beleid worden voldaan. Gemeentewegen Uit het akoestisch onderzoek gemeentewegen blijkt dat de geluidimmissie op de gevels ten gevolge van de relevante gemeentewegen de standaardwaarde (van 50 dB Lden) overschrijdt.
De hoogst berekende geluidimmissie is 55 dB op de gevel ten gevolge van de wegen aan de westzijde. De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. Omdat bron- en overdrachtsmaatregelen, zoals het toepassen van stiller asfalt of een stedenbouwkundig geluidscherm, niet doelmatig of niet wenselijk zijn wordt een bestuurlijke afweging verzocht voor het (onder voorwaarden) verlenen van hogere waarden. Met de waarden t.g.v. de gemeentelijke wegen wordt aan het gemeentelijke geluidbeleid voldaan. Wel moeten er aanvullende voorzieningen worden getroffen t.b.v. de geluidbelasting van de provinciale wegen. Deze maatregelen zorgen ook dat de geluidbelasting t.g.v. de gemeentelijke wegen zal afnemen. Gezamenlijk geluid Het hoogst berekende gezamenlijk geluid is 67 dB (inclusief de provinciale wegen, maar nog zonder de bijdrage van voorzieningen zoals schermen). Voor een binnenniveau van maximaal 33 dB ten gevolge van het wegverkeerslawaai van buiten moet de karakteristieke geluidwering van de gevel GA,k hier ten minste 39 dB bedragen, inclusief eventuele bijdragen van schermen of andere schermachtige voorzieningen. Het gecumuleerd hoeft niet te worden beoordeeld.
Conclusie Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwtechnische deel wordt een rapport overlegd waarin wordt aangeven hoe, met toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen, aan de gestelde binnenwaarde wordt voldaan. Hiermee wordt een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
1 Flora Campus Westland, Akoestisch onderzoek Besluit kwaliteit leefomgeving gemeentewegen, ZRI, FCW2501R001, 23-03-2026 2
Flora Campus Westland, Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder provinciale wegen, ZRI, FCW2501M001, 23-03-2026
7 april 2026
20
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
4.5
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Een aantal veelvoorkomende activiteiten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Daarom is het niet nodig deze 'standaardgevallen' te toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Het gaat bijvoorbeeld om woningen, kantoren, een combinatie van woningen en kantoren, het telen van gewassen en het aanleggen of wijzigen van een spoorwegemplacement.
Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Beoordeling Het projectgebied ligt in het aandachtsgebied ‘Agglomeratie Den Haag/Leiden’ voor zowel NO 2 als PM10. Hierdoor dient er getoetst te worden aan de rijksomgevingswaarden. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: Tabel: grenswaarden
Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide geraadpleegd kan worden. Op afbeelding 4.1 en 4.2 zijn de concentraties weergeven. Met blauwe pin is de locatie van het projectgebied aangegeven.
7 april 2026
21
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Afbeelding 4.1: Uitsnede kaart fijnstof 2023, PM10 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
Afbeelding 4.2: Uitsnede kaart Stikstofdioxide 2023, NO2 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)
De jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het projectgebied zijn conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 15,42 μg/m³ en voor stikstofdioxide NO2 21,73 μg/m³. De concentraties blijven ruim onder de grenswaarden. Hierdoor kan worden gesteld dat er qua luchtkwaliteit sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat.
7 april 2026
22
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Om aannemelijk te maken dat voorliggend initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging, is de NIBMrekentool gebruikt. Bij het opstellen van deze NIBM-tool is uitgegaan van de maximale verkeersgeneratie, zoals berekend in paragraaf 4.8. In onderstaande tabel is het resultaat weergegeven.
Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van het initiatief kleiner is dan de NIBM-grens van 1,2 μg/m3. Daardoor zal voorliggend initiatief ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is een onderzoek naar luchtkwaliteit 3 uitgevoerd voor het gehele Floragebied. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling van het floragebied ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.6
Geur
Wettelijk kader In het omgevingsplan van gemeente Westland staan regels over geurhinder. Deze regels zorgen ervoor dat de geur van activiteiten op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. De gemeente Westland bepaalt welke gebouwen en locaties beschermd worden tegen geur, en welke regels gelden voor activiteiten die geur veroorzaken. In het omgevingsplan is de volgende definitie opgenomen: Geurgevoelig object: a. gebouw 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of; b. geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
3 Ruimtelijke verkenning Wegverkeerslawaai, Industrielawaai, Geluidskwaliteit en Luchtkwaliteit FLORAGEBIED te Naaldwijk,
Aqua-Terra Nova BV, 6 maart 2023, 20045555-20232371-3 7 april 2026
23
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
Beoordeling Op grond van de bovenstaande definitie kan een school (maatschappelijke functie) inclusief sportvoorziening worden aangemerkt als een geurgevoelig object. Veehouderijen In het omgevingsplan regelt de gemeente de geurbelasting afkomstig van veehouderijen. Daarbij wordt een richtafstand gehanteerd van minimaal 100 meter tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom, en 50 meter buiten de bebouwde kom. Binnen een straal van 100 meter rondom het projectgebied is geen veehouderij aanwezig. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden. Daarnaast wordt met het voorliggende initiatief geen nieuwe geurgevoelige functie toegevoegd. De functie van het projectgebied blijft ongewijzigd. Geuremitterende functies omgeving Uit de quickscan Bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid4 blijkt dat er geen geuremitterende functies in de nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn. Horeca Horeca waar eten wordt bereid, kan overlast geven op de omgeving. Bijvoorbeeld door het frituren van voedsel. Maar ook restaurants kunnen geurhinder veroorzaken. Vaak concentreert dit zich bij de luchtafvoer van de afzuiginstallatie. Er wordt een ontgeuringsinstallatie gerealiseerd ter plaatse van het horecagedeelte zodat overlast op geurgevoelige objecten wordt voorkomen.
Indien er voeding bereid wordt met grootkeukenapparatuur door middel van frituren, bakken in olie of vet of grillen (anders dan met houtskool), dient ook een vetvervangend filter te worden geplaatst. Conclusie Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.7
Bodem
Wettelijk kader Omgevingswet Onder de Omgevingswet vindt de aanpak van bodemverontreinigingen plaats bij ontwikkelingen. De voorgenomen activiteit of gebiedsopgave staat dan voorop, in plaats van de verontreiniging. In het geval van bodemgevoelige locaties dient in het omgevingsplan een saneringsplicht opgenomen te zijn (o.g.v. de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving). Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Hieronder valt ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Verder heeft de provincie in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening en de daaraan gekoppelde voorbeschermingsregels, regels opgesteld voor grondwatergevoelige gebouwen op grondwatergevoelige locaties. Omgevingsplan - Toelaatbare kwaliteit bodem Via het omgevingsplan wordt voorkomen dat gebouwd wordt op een verontreinigde bodem met onaanvaardbare risico's voor de gezondheid. Een omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
4 Quickscan Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid Flora Campus Naaldwijk, Aqua-Terra Nova BV, 23061/AQT/303 PB
EV BMZ, 14 maart 2023. 7 april 2026
24
Voorzieningen cluster, ISW Vakcollege+
De gemeente stelt zelf deze waarden vast. Als waarde voor de toelaatbare kwaliteit is vooralsnog de interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in het omgevingsplan. Wanneer sprake is van een saneringsplicht stelt het omgevingsplan op welke wijze de sanering mag worden uitgevoerd. Een sanering kan in principe bestaan uit het verwijderen van de verontreiniging of het duurzaam afdekken. In sommige situaties is maatwerk noodzakelijk. Verder zijn in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening normen opgenomen voor grondwaterverontreinigingen en in welke gevallen een grondwatersanering moet worden uitgevoerd. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) - uitvoeren milieubelastende activiteiten (MBA) bodem Met de Omgevingswet is de systematiek van de wetgeving veranderd. In plaats van de Wet Bodembescherming (Wbb) zijn algemene rijksregels voor een aantal milieubelastende activiteiten opgenomen. Onder andere voor: het graven in de bodem, saneren van de bodem, het opslaan van grond en baggerspecie en het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen in of op de bodem. Voor het uitvoeren van deze activiteiten dient de initiatiefnemer op grond van het Bal doorgaans informatie aan te leveren en/of te melden.
Soms kan bij verontreiniging sprake zijn van het overgangsrecht als bedoeld in Hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, dan is de Wbb (en bijbehorende regelgeving) nog van toepassing. Bijvoorbeeld bij een in het verleden ingediend saneringsplan, ernstig geval van bodemverontreiniging, welke spoedeisend is of opgelegde gebruiksbeperkingen in het kader van nazorg. Het Bal stelt ook regels voor MBA’s die de bodem mogelijk kunnen verontreinigen. In principe moet voorkomen worden dat de bodem verontreinigd kan raken. Verontreiniging die toch ontstaan is als gevolg van een bodembedreigende activiteit moet zo snel en volledig als mogelijk worden verwijderd. Beoordeling Het projectgebied is momenteel in gebruik als weiland/braakliggend en er zijn twee woningen. Het maakt onderdeel uit van het gebied wat ontwikkeld zal worden als Flora Campus Westland. Op dit specifieke deel zijn de nieuwbouw van een vakcollege met parkeergarage en een sportvoorziening voorzien. Binnen het projectgebied heeft glastuinbouw plaatsgevonden. Er zijn geen boven- of ondergrondse opslagtanks bekend. Het projectgebied ligt in de buurt Vlietpolder van de wijk Honselersdijk en is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Westland blijkt dat het projectgebied is gelegen in zone Voormalige kassen.
De algemene bodemkwaliteit van de boven- en ondergrond zijn respectievelijk geclassificeerd als klasse Wonen en Landbouw/Natuur. Het grootste deel van het projectgebied is de afgelopen jaren onderzocht met de volgende onderzoeken: • Verkennend bodemonderzoek inclusief verhardingsonderzoek Middel Broekweg 16A, Honselersdijk, opgesteld door ATKB B.V. met kenmerk 20240019/rap01 van 4 april 2024; • Waterbodemonderzoek Middelbroekweg 16A te Honselersdijk, opgesteld door ATKB B.V., met kenmerk 20240019/rap02 van 3 april 2024; • Milieukundig bodemonderzoek Middel Broekweg 14 Honselersdijk Gemeente Westland, opgesteld door BMA Milieu B.V., met kenmerk MBO.2023.0001 van 3 februari 2023; • Verkennend bodemonderzoek Middel broekweg 12 te Honselersdijk, opgesteld door ATKB B.V., met kenmerk 20231351/rap01 van 21 september 2023. Door de bodemonderzoeken is voldoende inzicht verkregen in de bodemkwaliteit. Er is geen sprake van bodemverontreiniging boven de interventiewaarde. In de grond wordt de kwaliteitseis Landbouw/Natuur overschreden. Hierdoor gelden er bij afvoer van de grond beperkingen ten aanzien van het hergebruik. 7 april 2026