Gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan Verzamelplan Kernen (20-0351154)
Tekst van het document
44
Locatie Verspycklaan 65 en 66 2.2.1.20 Willem III straat 21 te Wateringen De gronden kadastraal bekend gemeente Wateringen sectie A, nummer(s) 5822 en 6487 zijn i eigendom van de eigenaar van de woning Willem III Straat 21 te Wateringen. De gronden zijn gelegen in bestemmingsplan 'Kern Wateringen' en hebben de bestemming 'Tuin', 'Wonen', en 'Bedrijf'. Het gehele perceel is echter in gebruik als woondoeleinden. Via dit verzamelplan worden de gronden met de bestemming 'Bedrijf' conform het huidige gebruik gewijzigd in de bestemming 'Wonen' zonder bouwvlak (erf behorende bij een woning).
45
Uitsnede Gis 2.2.1.21 Zandeveltweg 75 te 's-Gravenzande Bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' is de bedrijfswoning Zandeveltweg 75 's-Gravenzande kadastraal bekend sectie G, nummer 7075 niet ingetekend op de planverbeelding. Op 3 januari 1980 is de omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfshal met bedrijfswoning. De bedrijfswoning is nog steeds in gebruik.
uitsnede ruimtelijkeplannen
46
Uitsnede vergunning Op de planverbeelding wordt een aanduiding bedrijfswoning opgenomen.
2.2.2
Omgevingsvergunningen
2.2.2.1 De Beemd 1 te Wateringen De percelen kadastraal bekend sectie B, nummer 2375 is gelegen in het plangebied van bestemmingsplan "Kern Wateringen'. In het bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Waarde-Archeologie-2'. Tevens geldt binnen de arcering gelegen gebied de functieaanduiding 'Bedrijfswoning' en is op het hele gebied ingevolge artikel 32.2 de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone-Molenbiotoop' van toepassing.
47
Op 25 januari 2017 hebben wij de omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de woning met omliggende gronden (W-AV-2016-1911). Gelet op deze verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd van 'Maatschappelijk' in de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' conform de verleende vergunning.
Uitsnede gis 2.2.2.2 Arendshorst 42 en 44 te Honselersdijk De percelen kadastraal bekend sectie G, nummers 4248, 4249 en 4250 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk' en hebben de bestemming 'Tuin', 'Wonen' en Verkeer Verblijfsgebied'. Op 22 juli 2016 hebben wij de omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een twee-onder-een-kap woning op het perceel Arendshorst 42 en 44 te Honselersdijk (W-AV-2016-0094). Gelet op deze verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd conform de verleende vergunning met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 11 meter.
48
Uitsnede Gis
Illustratie woningen
2.2.2.3 Agnes van Wendelnessestraat 6 te Naaldwijk Het perceel kadastraal bekend als Naaldwijk sectie H, nummer 177 is onderdeel van het woonperceel Agnes van Wendelnessestraat 6 te Naaldwijk. Het perceel is gelegen in het bestemmingsplan "Woonkern Naaldwijk" en heeft de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'garage'. Op 10 juli 2001 is er een vergunning verleend voor het verbouwen van de garage tot hobby-woonruimte. Via dit verzamelplan wordt het perceel conform het huidige gebruik gewijzigd in de bestemming 'Wonen' zonder de functieaanduiding 'garage'.
49
Locatie Agnes van Wendelnessestraat 6 te Naaldwijk. 2.2.2.4 Kijckerweg 103A te De Lier De woning Kijckerweg 103A is gelegen in het plangebied van het thans geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Lier' en heeft de bestemming 'Bedrijventerrein' met een aanduiding 'bedrijfswoning'. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven en bedrijfswoningen. In de bestemmingsomschrijving is niet aangegeven dat eveneens een burgerwoning is toegestaan. In december 2004 (04-0022630) is er op grond van artikel 19 lid 3 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend van de voorschriften van het bestemmingsplan 'Kijckerweg 1983', in die zin dat de bewoners en eventuele rechtsopvolgers de woning kunnen gebruiken als 'gewone' woning. De woning was op dat moment reeds gedurende 16 jaar in gebruik als 'gewone' woning. Deze vrijstelling is tot op heden niet geformaliseerd in een bestemmingsplan.
50
Locatie Kijckerweg 103A De Lier 2.2.2.5 Maasdijk 137A t/m M te Maasdijk De gronden kadastraal bekend sectie F, nummers 3970, 6720 en 7013 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Honderdland fase 1' en hebben de bestemming 'Bedrijf'. Voor deze gronden is op 22-12-2017 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het verbouwen van een kerkgebouw naar tien appartementen (W-AV-2017-2206). Deze omgevingsvergunning is verleend op 23-05-2018 en inmiddels onherroepelijk. Gelet op deze verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd van 'Bedrijf' in 'Wonen'.
51
Uitsnede ruimtelijkeplannen 2.2.2.6 Populier 19A,B,C en D Naaldwijk De percelen kadastraal bekend sectie E, nummers 4850, 5145 en 5955 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' en hebben de bestemming 'Maatschappelijk', 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Op 22 januari 2016 hebben wij de omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 4 appartementen in een voormalig kinderdagverblijf (W-AV-2015-1618). Gelet op deze verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd conform de verleende vergunning van 'Maatschappelijk' in de bestemming 'Wonen'. De twee kadastrale percelen 5145 en 5955 worden eveneens ingetekend met de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
2.2.2.7 Prins Clausstraat 114 t/m 128 te Wateringen De percelen kadastraal bekend als sectie A, nummers 7813, 7811, 7809, 7814, 7810, 7816, 7812 en 7815 zijn gelegen in het bestemmingsplan "Kern Wateringen". In het bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen: 'Wonen' en 'Waarde - Archeologie - 3'. In het bestemmingsplan zijn op de verbeelding drie bouwvlakken voor twee-onder-één-kapwoningen ingetekend. In 2012 is een verzoek ingediend voor het wijzigen van 6 verleende twee-onder-één-kapwoningen naar 8
52
rijtjes woningen. De vergunning hiervoor is in 2013 verleend maar de verbeelding van het bestemmingsplan is hier niet op aangepast. Met voorliggend verzamelplan worden de bouwvlakken aangepast naar de feitelijke situatie.
Huidige situatie Prins Clausstraat 114 t/m 128 te Wateringen
Verbeelding b estemmingsplan "Kern Wateringen".
53
2.2.2.8 Sportlaan 23A t/m 23C en 27A t/m 27D te De Lier Het perceel is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan 'Kern De Lier'. Volgens voormeld bestemmingsplan geldt ter plaatse van de gronden waarop het project is gesitueerd ingevolge artikel 9 de bestemming 'Groen', ingevolge artikel 12 de bestemming 'Maatschappelijk', ingevolge artikel 16 de bestemming 'Verkeer', ingevolge artikel 17 de bestemming 'Water' en ingevolge artikel 22 de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4'.
Fragment planverb eelding b estemmingsplan Kern De Lier met projectie ligging project (paarse contouren) Gelet op de huidige digitalisering en centralisatie van bibliotheken heeft Stichting Bibliotheek Westland te kampen met een te groot wordend, verspreidt binnen de gemeente gelegen aanbod aan bibliotheken. Gelet op het voorgaande is besloten uittrek te doen uit de bibliotheek aan de Sportlaan 27 in De Lier en het pand te verkopen. In navolg hiervan is door Gentlemen Development bv een omgevingsvergunningsaanvraag (W-AV-2016-1588) ingediend voor het slopen van de inmiddels leegstaande bibliotheek en het terugbouwen van 7 nieuwe grondgebonden woningen. Hierbij zal het op het perceel Sportlaan 25 gevestigde cafetaria 't Puntje' behouden blijven. De beoogde ontwikkeling is gesitueerd op een perceel met een totale oppervlakte van ca. 685m2 en binnen het projectgebied wordt het nabijgelegen bestaande oppervlakte water met circa 25m2 uitgebreid.
54
Nieuwe situatie perceel De woningen bestaan uit twee bouwlagen met platdak met een goothoogte van 6,37 meter en beschikken over een eigen berging. Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt de planverbeelding aangepast. 2.2.3
Verkoop gronden
2.2.3.1 Dreeslaan 18 en 20 te Naaldwijk De woningen Dreeslaan 18 en 20 met omliggende gronden hebben allebei een perceel in eigendom (kadastraal bekend sectie H, nummer 2936 en sectie H, nummer 2938) met de bestemming 'Groen'. De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk'. Deze gronden zijn in eigendom van de eigenarenwoningen Dreeslaan 18 en 20 en worden ook als zodanig gebruikt.
55
Uitsnede gis De gronden worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' conform de naastgelegen gronden. Het stuk 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt doorgetrokken tot aan de bestemming 'Verkeer' 2.2.3.2 Heulweg 30A en 30D te Wateringen De percelen kadastraal bekend sectie G, nummer 6604 en 6605 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' en hebben de bestemming 'Sport'. De gronden zijn gelegen aan de overzijde van de watergang gelegen om de sportvereniging. De gronden zijn verkocht aan de eigenaren van de naastgelegen gronden met de toezegging dat de bestemming gewijzigd wordt van de bestemming 'Sport' in de bestemming 'Wonen'.
56
Luchtfoto Heulweg 30A en 30D
2.2.3.3 Hoflaan 48 te 's-Gravenzande De gronden kadastraal bekend sectie G, nummer 7365 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' en hebben de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' met de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie - 4'. Deze gronden zijn in eigendom van de woning Hoflaan 48 te 's-Gravenzande. De gronden worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen' conform de overige gronden rondom de woning zoals als zodanig bestemd in het bestemmingsplan 'Woonkern 's-Gravenzande'.
57
Luchtfoto Hoflaan 48 's-Gravenzande 2.2.3.4 Jan Barendselaan 40 te Poeldijk Het perceel kadastraal bekend sectie G, nummer 7395 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Poeldijk' en heeft de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De gronden zijn gelegen naast de woning Jan Barendselaan 40. De gronden zijn verkocht aan de eigenaren van de naastgelegen gronden met de toezegging dat de bestemming gewijzigd wordt in de bestemming 'Wonen'.
58
Aan de bovenzijde van het perceel ligt nog een gedeelte van het perceel kadastraal bekend sectie G, nummer 8000 (zie pijl) met de bestemming 'Wonen'. Deze gronden zijn echter in eigendom van de gemeente Westland en zullen dan ook bestemd worden als 'Verkeer-Verblijfsgebied'. 2.2.3.5 Leeuwerik 85 te Kwintsheul De gronden kadastraal bekend sectie C, nummer 6569 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Kwintsheul' en hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De gronden zijn in eigendom van en in gebruik door de eigenaren van de woning Leeuwerik 85. De bestemming wordt conform de naastgelegen gronden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
59
2.2.3.6 Lierweg 20G te De Lier De gronden kadastraal bekend sectie C, nummer 2806 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern De Lier' en hebben de bestemming 'Bedrijventerrein'. De gronden zijn in eigendom van en in gebruik door de eigenaren van de woning Lierweg 20G. De bestemming wordt conform de naastgelegen gronden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen 2.2.3.7 Lugtigheidstraat 20 te 's-Gravenzande Het perceel kadastraal bekend sectie L, nummer 7848 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan ''s-Gravenzande Heenweg' en hebben de bestemming 'Verblijfsgebied'. De gronden zijn in eigendom van en in gebruik door de eigenaren van de woning Lugtigheidstraat 20. De bestemming wordt conform de naastgelegen gronden gewijzigd in de bestemming 'Wonen'.
60
Uitsnede gis 2.2.3.8 Meidoornhof 33 te De Lier Het perceel kadastraal bekend sectie A, nummer 7202 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern de Lier' en heeft de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De gronden zijn gelegen naast de woning Meidoornhof 33. De gronden zijn verkocht aan de eigenaren van de naastgelegen gronden met de toezegging dat de bestemming gewijzigd wordt in de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede gis 2.2.3.9 Pietersonstraat 1A te Ter Heijde De gronden kadastraal bekend sectie F, nummer 3508 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Ter Heijde' en hebben de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' met aanduiding parkeerterrein, 'Groen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie - 3' en 'Waterstaat Waterstaatkundige functie'. Deze gronden zijn in eigendom van de woning Pietersonstraat 1A Ter Heijde. De gronden worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen' conform de overige gronden rondom de woning zoals als zodanig bestemd in het bestemmingsplan 'Kern Ter Heijde'.
Luchtfoto Pietersonstraat 1A Ter Heijde
61
2.2.3.10 Poelmolenweg 8 te 's-Gravenzande De gronden kadastraal bekend 's-Gravenzande, sectie G, nummer 6567 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Waelplas' en heeft de bestemming 'Water'. Een gedeelte van deze gronden (171m²) is verkocht aan de eigenaar van de woning Poelmolenweg 8. Vanwege het feit dat het om gronden met de bestemming 'Water' gaat, wordt er elders in het gebied vervangend water gegraven.
uitsnede inrichtingstekening. De gronden worden conform het overige gedeelte van de tuin ingetekend als 'Wonen'. 2.2.3.11 Tourmalijn 31 t/m 37 's-Gravenzande De gronden kadastraal bekend sectie G, nummers 6709, 6710 en 7051 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Woonkern 's-Gravenzande' en hebben de bestemming 'Groen' met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - munitie'. De gronden zijn in eigendom van de woningen Tourmalijn 31 t/m 37 te 's-Gravenzande. De gronden worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen' conform de overige gronden rondom de woningen.
Luchtfoto Tourmalijn 35 en 37
62
2.2.3.12 Vallumstraat 30-76 te Naaldwijk In augustus 2019 hebben de bewoners van de woningen aan de Vallumstraat 30 t/m 76 te Naaldwijk grond gekocht van de gemeente Westland. Het gaat om een stuk grond van circa 28m² welke is gelegen tussen het bestaande water en de tuin behorende bij de woning. Volgens het vigerende bestemmingsplan 'Hoogeland' hebben de aangekochte gronden de bestemming 'Groen'. Volgens artikel 5.1.1. van de planregels zijn de voor bestemming 'Groen' aangewezen gronden bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, fiets- en voetpaden, entrees naar percelen, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en straatmeubilair. Het bouwen van bouwwerken ten behoeve van het woongenot valt hier niet onder. De overige gronden van de percelen hebben de bestemming 'Wonen – III'. Op deze gronden kunnen zowel vergunningsvrij als met vergunning bouwwerken bouwen ten behoeve van het woongenot. Bij de verkoop van de gronden is aangegeven bij de eerst volgende herziening van het bestemmingsplan 'Hoogeland' de raad van de gemeente Westland voor te stellen de aangekochte gronden te bestemmen naar wonen. De bestemming van de gronden 'Groen' en 'Wonen - III' worden gewijzigd in 'Wonen'.
locatie Vallumstraat 30 t/m 76
2.2.3.13 Zuideinde 18 te Naaldwijk De gronden met een oppervlakte van circa 339m2 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Centrum Naaldwijk'. Een deel van de gronden heeft de bestemming 'Gemengd - 2' en een deel van de gronden heeft de bestemming 'Bedrijf'. Aan de eigenaar is aangegeven dat de in eigendom zijnde gronden met de bestemming 'Bedrijf' met een oppervlakte van circa 160m2 bestemd worden conform de bestemming van de woning Zuideinde 18, te weten 'Gemengd – 2'.
63
locatie Zuideinde 18
2.2.4
'Witte vlekken'
2.2.4.1 Achter Laan van Delfland 2 t/m 12 te Monster Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden achter Laan van Delfland 2 t/m 12 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Monster' en 'Bestemmingsplan Kust' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen Een deel van de gronden zijn in eigendom van de woningen en worden bestemd als 'Wonen'. De overige gronden zijn in eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland en worden bestemd als 'Water',
64
'Groen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'. 2.2.4.2 Boedijnhof 2 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de tuin van Boedijnhof 2 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande' en 'Centrum 's-Gravenzande' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten.
uitsnede ruimtelijke plannen. Het gedeelte maakt onderdeel uit van de tuin van de woning Boedijnhof 2. Het gedeelte krijgt dan ook de bestemming 'Wonen'. 2.2.4.3 Burgemeester Elsenweg naast b edrijventerrein Tiendweg te Naaldwijk Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden ter hoogte van de Burgemeester Elsenweg ter hoogte van kantoren Tiendweg Naaldwijk geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Hoogeland' en 'Buitengebied Naaldwijk' niet goed op elkaar aansluiten.
65
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden worden ingetekend conform het naastgelegen bestemmingsplan 'Hoogeland' als 'Water', 'Verkeer' en 'Kantoor'. 2.2.4.4 Herenstraat 85 te Wateringen Op ruimtelijkeplannen heeft een klein gedeelte van de gronden aan de overzijde van De Colman 29 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Wateringen' en 'Bestemmingsplan Wijkpark' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijke plannen
66
De gronden zijn in eigendom van verzorgingstehuis 'De Ark' en dienen conform de bestemming van de Ark 'Maatschappelijk' te worden bestemd. Een klein gedeelte is bestemd als 'Water' in het bestemmingsplan 'Wijkpark', maar is in werkelijkheid verhard, is in eigendom van 'De Ark en wordt gebruikt voor parkeren. Ook deze gronden worden bestemd als 'Maatschappelijk' met onderliggende dubbelbestemmingen.
2.2.4.5 Herenstraat ter hoogte van Julialaan te Wateringen Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden naast het appartementencomplex aan de Herenstraat in Wateringen geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern Wateringen' en 'Juliahof' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten. De gronden maken onderdeel uit van het openbare gebied en een deel is van het kerkbestuur. De gronden worden bestemd als 'Verkeer', 'Water' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'.
67
Uitsnede ruimtelijkeplannen
2.2.4.6 Hoflaan 136 t/m 146 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden achter Hoflaan 136 t/m 146 te 's-Gravenzande geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern 's-Gravenzande' en 'Tuinveld uitwerking 1ste fase' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
68
De gronden worden conform de aanliggende gronden bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Groen' en 'Wonen'. Dit laatste omdat een deel van de gronden in eigendom is van de woningen aan de Hoflaan. 2.2.4.7 Monsterseweg 27 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden achter de woning Monsterseweg 27 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande' en 'Vreeburgh' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten. De gronden maken onderdeel uit van het erf van de woning Monsterseweg 27 en worden dan ook bestemd als 'Wonen'.
uitsnede ruimtelijke plannen 2.2.4.8 Monsterseweg 29 en 29A t/m 29D te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de percelen kadastraal bekend als 's-Gravenzande sectie I, nummers 5409, 6499, 6500, 6501, 6502, 6503, 6504 en 6505 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande' en 'Glastuinbouwgebied Westland' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten. De gronden maken onderdeel uit van het erf van de woningen. De gronden worden dan ook bestemd als 'Wonen' en 'Tuin'.
69
Locatie de Monsterseweg 29 A t/m 29D te 's-Gravenzande. 2.2.4.9 Naast Middel Broekweg 83a te Honselersdijk Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden naast Middel Broekweg 83A te Honselersdijk geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Parckzight te Honselersdijk' en 'Glastuinbouwgebied Westland' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden worden conform de naastgelegen gronden bestemd als 'Water'.
70
2.2.4.10 Noordweg ter hoogte van Noordweg 59 te Wateringen Op ruimtelijkeplannen hebben de gronden ter hoogte van de woning Noordweg 59 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Wateringen' en 'Juliahof' niet goed op elkaar aansluiten. Het gaat om een gedeelte van de Noordweg. Een ander gedeelte van de Noordweg is eveneens niet meegenomen in het bestemmingsplan 'Juliahof', maar daar geldt nog het oude bestemmingsplan 'Buitengebied'. Voor de leesbaarheid wordt de gehele weg meegenomen (zie onderstaande) als de bestemming 'Verkeer', 'Groen' en 'Water' met onderliggende bestemmingen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen 'witte vlek'
71
Gedeelte bestemd als 'Verkeer' 2.2.4.11 Noordwind 4 en 6 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden naast de woning Noordwind 6, waarbij een gedeelte in eigendom is van het bedrijf op Noordwind 4 en een gedeelte van de woning, geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande' en 'Centrum 's-Gravenzande' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten.
72
Uitsnede ruimtelijke plannen Een gedeelte van de gronden is in eigendom van het bedrijf en een gedeelte in eigendom van de woning. De gronden worden dan ook bestemd als 'Bedrijf', 'Wonen' en 'Tuin'. 2.2.4.12 Otterschelp nab ij 6 te Monster Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden ter hoogte van Otterschelp 6 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Duingeest' en 'Bestemmingsplan Kust 1e partiele herziening' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden zijn in eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland en zullen als 'Groen' bestemd worden conform de naastgelegen gronden. 2.2.4.13 Overzijde De Colman 29 te Wateringen Op ruimtelijkeplannen heeft een klein gedeelte van de gronden aan de overzijde van De Colman 29 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Wateringen' en 'Bestemmingsplan Wijkpark' niet goed op elkaar aansluiten.
73
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden worden conform het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' ingetekend als 'Verkeer-Verblijfsgebied' met onderliggende dubbelbestemmingen.
74
2.2.4.14 Tegenover Azaleapark nab ij 29A te Wateringen Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden achter tegenover Azaleapark te Wateringen geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Wateringen' en 'Wijkpark' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden worden conform de naastgelegen gronden bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. 2.2.4.15 Tegenover Haagweg 37 te Monster Op ruimtelijkeplannen heeft een klein gedeelte van de gronden aan de overzijde van de Haagweg ter hoogte van Haagweg 37 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Monster Noord', 'Westmade' en 'Bestemmingsplan Kust 1e herziening' niet goed op elkaar aansluiten.
75
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden zijn in eigendom van het Hoogheemraadschap van Delfland en worden conform het 'Bestemmingsplan Kust 1e herziening' bestemd als 'Natuur -Natuur' met onderliggende dubbelbestemmingen en aanduidingen. 2.2.4.16 Tegenover Maasdijk 190 te Maasdijk Op ruimtelijkeplannen heeft een klein gedeelte van de gronden aan de overzijde van de Maasdijk ter hoogte van Maasdijk 190 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Glastuinbouwgebied Westland', 'Maassluis Noordwest' en 'Bedrijventerrein A20 Westland' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden worden ingetekend als 'Water' conform het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein A20 Westland' met onderliggende dubbelbestemmingen en aanduidingen.
76
2.2.4.17 Rijnweg ter hoogte van Rijnweg 263-293 te Monster Op ruimtelijkeplannen hebben de gronden ter hoogte van de woningen Rijnweg 263-293 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Kern Monster' en 'Monster Noord' niet goed op elkaar aansluiten.
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden zijn in eigendom van de eigenaren van de woningen Rijnweg 277-293 en zijn in gebruik als voortuin en de overige gronden zijn in eigendom van de gemeente Westland. De gronden worden bestemd als 'Tuin', 'Wonen' en 'Verkeer' met onderliggende dubbelbestemmingen. 2.2.4.18 Ter hoogte van Hoflaan 170 en 172 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden ter hoogte van de woningen Hoflaan 170 en 172 te 's-Gravenzande geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande', 'Tuinveld' en 'Tuinveld uitwerking 1e fase' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten.
77
Uitsnede ruimtelijkeplannen De gronden zijn in eigendom van de woningen Hoflaan 170-172, maar zijn in werkelijkheid water. Aangezien dempen niet zomaar mogelijk is en de gronden onderdeel uitmaken van een watergang worden de gronden bestemd als 'Water'. 2.2.4.19 Achter en naast Vreeb urghlaan 95 t/m 117 te 's-Gravenzande Op ruimtelijkeplannen heeft een gedeelte van de gronden achter de woningen Vreeburghlaan ter hoogte van de woningen 95 t/m 117 geen onderliggende digitale bestemming. Het is een witte vlek waarbij de bestemmingsplannen 'Woonkern 's-Gravenzande' en 'Vreeburgh' qua plangebied niet goed op elkaar aansluiten.
78
Uitsnede ruimtelijke plannen Gelet op het feit dat de gronden de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' hebben volgens het bestemmingsplan 'Woonkern 's-Gravenzande worden de aansluitende gronden eveneens zo bestemd. 2.2.5
Verkooppunten consumentenvuurwerk
2.2.5.1 's-Gravenzandseweg 62N te Wateringen Het perceel 's-Gravenzandseweg 62N Wateringen kadastraal bekend sectie C, nummer 5646 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Wateringen' en heeft de bestemming 'Bedrijventerrein'. Binnen dit bestemmingsplan is op de planverbeelding niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
79
Uitsnede gis 2.2.5.2 Dijkstraat 72 te Honselersdijk Het perceel Dijkstraat 72 te Honselersdijk kadastraal bekend sectie B, nummer 1426 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk' en heeft de bestemming 'Centrum'. Binnen dit bestemmingsplan is niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
Uitsnede gis 2.2.5.3 Herenstraat 96 te Wateringen Het perceel Herenstraat 96 Wateringen kadastraal bekend sectie A, nummer 5246 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' en heeft de bestemming 'Gemengd - 1'. Binnen dit bestemmingsplan is niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
80
Uitsnede gis 2.2.5.4 Hortensiastraat 13 te Monster Het perceel Hortensiastraat 13 te Monster kadastraal bekend sectie G, nummer 5375 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Monster' en heeft de bestemming 'Gemengd - 2'. Binnen dit bestemmingsplan is niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
Uitsnede gis 2.2.5.5 Slotenmakerstraat 60 te Naaldwijk Het perceel Slotenmakerstraat 60 te Naaldwijk kadastraal bekend sectie H, nummer 3140 is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'De Woerd' en heeft de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'. Binnen dit bestemmingsplan is niet geregeld dat verkoop van consumentenvuurwerk is toegestaan. Middels het opnemen van een functieaanduiding op de planverbeelding en in de planregels wordt dit planologisch geregeld. Alle overige (dubbel) bestemmingen blijven van toepassing.
81
Uitsnede gis
82
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.1
Wettelijk kader
Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Op 1 juli 2017 is de nieuwe 'Ladder voor duurzame verstedelijking' in werking getreden. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de volgende onderdelen moet bevatten: Beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ligt buiten het bestaande stedelijk gebied moet tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. 3.1.2
Onderzoek
Stedelijke ontwikkeling Voordat de Ladder voor de duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Met voorliggend verzamelplan worden een aantal (kleine) ambtshalve wijzigingen/correcties doorgevoerd. Daarnaast worden verleende omgevingsvergunningen, bestemmingen van verkochte gronden, witte vlekken en de verkooppunten consumentenvuurwerk meegenomen. Deze wijzigingen zijn in aard en omvang zo klein dat deze niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Nadere motivatie van de ladder is dan ook niet van toepassing. Behoefte Wanneer de ladder niet van toepassing is op een plan is wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. daarbij moet onder andere aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte. De ontwikkelingen/ambtshalve wijzigingen die in voorliggend verzamelplan worden meegenomen vloeien voort uit directe behoeftes. De wijzigingen betreffen met name correcties van eerdere bestemmingsplannen, verleende omgevingsvergunningen, bestemmingen van verkochte gronden, witte vlekken en de verkooppunten consumentenvuurwerk .
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
83
In gebieden waar bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies naast elkaar voorkomen en zelfs gewenst zijn, wordt gebruikgemaakt van de SvB 'functiemenging'. Bij deze lijst wordt per bedrijfsactiviteit bekeken in welke mate deze direct naast woningen toelaatbaar is. Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' wordt verwezen naar de bijlage. Voor het zoneren van bedrijventerreinen en bedrijfsactiviteiten, die op enige afstand van woningen plaats dienen te vinden, wordt gebruikgemaakt van de SvB 'Bedrijventerreinen'. In deze lijst is per bedrijfscategorie een richtafstand ten opzichte van een rustige woonwijk bepaald. Door het aanhouden van de richtafstand tussen hindergevoelige functies en bedrijven wordt onaanvaardbare milieuhinder voorkomen en wordt het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering belemmerd. Voor een nadere toelichting op de aanpak van de milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Bedrijventerreinen' wordt verwezen naar de bijlage. 3.2.2
Onderzoek
Het verzamelplan voorziet niet in de vestiging van nieuwe bedrijven, dan wel in de uitbreiding of wijziging van bestaande bedrijven. Wel worden er woningen gelegen aan de Oranjetuin te Naaldwijk omgezet van bedrijfswoning in een burgerwoning. Door Aqua Terra Nova is een onderzoek gedaan naar de effecten van de omzetting (zie bijlage). Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van de bestaande bedrijven in de omgeving van het plangebied niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Verder leidt de herbestemming op de planlocatie in de praktijk niet tot belemmeringen voor de bedrijfsvoering bij de nabijgelegen bedrijven.
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.3.2
Onderzoek
De ambtshalve wijzigingen betreffen met name correcties van eerdere bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk. De locaties met een geluidsgevoelige bestemming, betreffen geluidsgevoelige functies die onder het voorheen geldende bestemmingsplan ook mogelijk waren, en als zodanig ook aanwezig waren. 3.3.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Een akoestisch onderzoek voor dit bestemmingsplan is niet nodig.
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de
84
laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m³
2010 t/m 2014
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/m³
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing
(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.4.2
Onderzoek
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar herstelt in hoofdzaak onvolkomenheden. Er vinden geen voor de luchtkwaliteit relevante wijzigingen van toegestane functies plaats die niet al in het vorige bestemmingsplan of vrijstellingen/projectbesluiten ruimtelijk zijn vastgelegd. Het verzamelplan heeft dan ook geen negatief effect op de luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor uitvoering van het bestemmingsplan.
85
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.
Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.5.2
Onderzoek
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en
86
de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten.
De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations. Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet.
In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Delft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd. Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling).
Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale). Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een
87
'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. In de toelichting moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd. Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan.
Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten. De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording: 1. 2.
Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.
Notitie 'advisering EV Veiligheidsregio Haaglanden' In de notitie 'Advisering EV - Veiligheidsregio Haaglanden - invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen', versie 2.1 van 22 oktober 2019 (zie bijlage) is de werkwijze beschreven van de VRH voor de ontwikkelingen die in het kader van externe veiligheid door de VRH van een specifiek advies worden voorzien. Deze notitie is afgestemd met de gemeenten. De ontwikkeling waar het adviesverzoek betrekking op heeft, valt niet onder één van de categorieën ontwikkelingen uit de notitie. In het kader van externe veiligheid zullen de functiewijziging in het bestemmingsplan van deze percelen niet zorgen voor een significante toe- of afname van het huidige risico. Echter liggen een aantal percelen die vallen onder dit bestemmingsplan wel in het invloedsgebied van (diverse) risicobron(nen). Omdat het gaat om reeds bestaande gebouwen en woningen kunnen er hier geen nieuwe maatregelen worden getroffen. Indien er op het betreffende perceel in de toekomst een nieuwe ontwikkeling mocht komen, wordt er verwezen naar de notitie in de bijlage. 3.5.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Mocht er in de toekomst een nieuwe ontwikkeling plaatsvinden op één van de percelen, wordt verwezen naar de notitie van de Veiligheidsregio Haaglanden in de bijlagen.
88
3.6
Water
3.6.1
Wettelijk kader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Waterwet. Nationaal waterplan Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Visie Ruimte en Mobiliteit; Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland. Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water.
Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. Provinciaal beleid Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015.
89
In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid: de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving. Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol; aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem; het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid; tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving. De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021. Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015.
Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016. De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht. De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen. Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen. De waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn.
Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het beschermingsniveau verschilt per vorm van landgebruik en is gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstromingen. De waterkwaliteitsnormen zijn gerelateerd aan het landgebruik en daarmee bepalend voor de mogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt. De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet. Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen.
Waterschapsbeleid Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5
90
staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop: de waterveiligheid; het waterbeheer; de waterkwaliteit; het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, medeoverheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak. Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode. De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: 1.
2.
3.
4.
In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Delfland werkt bij het bestendigen van het beheer van de infrastructuur toe naar de levenscyclusbenadering; Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. Dit betekent de kans op natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeteren en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Bij elk project, proces en activiteit worden de innovatieve mogelijkheden en de meest duurzame wijze van uitvoering meegenomen in de afwegingen; Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. De samenwerking in het waterbeheer is pluriform van karakter. Het waterschap speelt hierop in door goed omgevingsmanagement en door op basis van transparantie en vertrouwen de samenwerking te zoeken en structureel te onderhouden.