Burgerdijkseweg 16 te De Lier_vastgesteld_1_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
•
Ho g e d r u k a a r d g a st r a n s p o rt le id in g e n
He t is b e la n g r ij k d a t in d e v e r d er e u it we r k in g v a n h e t p la n g e b ie d o o k s p e c if ie k wo r d t g e k e k e n n a a r d e b r a n d v e ilig h e id . Bij d e t o e t s in g o p b r a n d v e ilig h e id d ie n t e r t e v e n s a a n d a c h t b e s t e e d t e wor d e n a a n d e b e r e ik b a a r h eid v o o r d e h u lp d ie n s t e n e n b lu s wa t e r v o o r z ie n in g e n . Vo o r v r a g e n m et , b et r e kk in g t o t br a n d v e ilig h e i d k u n t u c o n t a c t o p n em e n m e t r is ic o b e h e e r s in g @ v r h. n l.
Bijlage 4 Maatregelen externe veiligheid
96
Definitief – Versie 2.3 – 11 mei 2021
Dedemsvaartweg 1 2545 AP Den Haag 088 886 8000 info@vrh.nl www.vrh.nl
ADVISERING EV – VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN INVULLING VAN DE ADVIESROL BIJ RUIMTELIJKE PLANNEN Externe veiligheid (EV) gaat in op risicobronnen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of worden getransporteerd, zoals: buisleidingen, transportassen en inrichtingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan er sprake zijn van de aanwezigheid van deze risicobronnen binnen of in de nabijheid van het plangebied. In diverse wet- en regelgeving1 is opgenomen dat het bevoegd gezag bij het opstellen van deze ruimtelijke plannen, de veiligheidsregio in de gelegenheid stelt om hierover advies uit te brengen. Deze werkwijze geldt alléén voor de advisering van de VRH bij ruimtelijke plannen over externe veiligheid. Voor de overige advisering van de VRH, zoals in het kader van brandveiligheid van omgevingsvergunningen activiteit ‘bouwen’, gelden separate afspraken tussen de gemeenten en de VRH; Inleiding De omvang van een ruimtelijke ontwikkeling kan erg variëren, van de realisatie van enkele woningen, tot een complete gebiedsontwikkeling, waarbij o.a. woningen, bedrijven, maatschappelijke- en groenvoorzieningen worden mogelijk gemaakt. Afhankelijk van het ruimtelijk programma, in combinatie met de aanwezigheid van voornoemde risicobronnen, zal het aspect externe veiligheid - in meer of mindere mate - een relevant afwegingscriterium zijn.
Over het algemeen worden de EV-adviseurs van de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) bij veel ruimtelijke procedures in de gelegenheid gesteld om in het kader van externe veiligheid advies uit te brengen. Het nadeel van deze werkwijze is dat een grote hoeveelheid adviesverzoeken aan de adviseurs EV van de VRH worden voorgelegd, die in het kader van EV weinig impact hebben. Om te voorkomen dat door de VRH voor elk ruimtelijk plan binnen het invloedsgebied van een risicobron een advies moet worden opgesteld, is in oktober en november 2014 met alle gemeenten binnen de regio Haaglanden gesproken over de ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor door de VRH een specifiek advies wordt opgesteld. In de overige situaties kan volgens de VRH orden volstaan met de maatregelen zoals deze in de bijlage van deze notitie per risicobron zijn opgenomen. Hierdoor is zowel voor de gemeente, als de VRH, op voorhand duidelijk in welke situaties het specifiek advies door de VRH wordt opgesteld en wordt de werklast zowel aan gemeentezijde, als aan de VRH zijde verlicht. Onderstaande notitie gaat achtereenvolgens (verder) in op: het wettelijk kader voor externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen, de adviesrol van de veiligheidsregio, een overzicht van de ontwikkelingen waarover door de VRH een specifiek advies wordt gegeven en de kaders en randvoorwaarden voor het gebruik van deze notitie.
Wettelijk kader In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) is opgenomen dat het bevoegd gezag bij het opstellen van bepaalde ruimtelijke plannen het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid stelt om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen.
1
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 13, Besluit externe veiligheid buisleidingen, artikel 12 en het Besluit externe veiligheid transportroutes, artikel 9.
Volg ons op social media:
Op basis van deze wet- en regelgeving worden daarbij de volgende ruimtelijke plannen aangewezen: • Bestemmingsplannen (Wro, art. 3.1, eerste t/m derde lid, art. 4.2, eerste lid en art. 4.4, eerste lid) • Wijzigings-, uitwerkings- of afwijkingsplan en nadere eisen (Wro, art. 3.6, eerste lid) • Inpassingsplan van de provincie (Wro, art. 3.26, eerste lid) • Inpassingsplan van het rijk (Wro, art. 3.28, eerste lid) • Beheersverordening (Wro, art 3.38, eerste lid) • Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan (Wabo, art. 2.1, lid 1, onder c, met toepassing van Wabo 2.12, lid 1, onder a, onder 1°, 2° en 3°, of tweede lid) Naast deze, in de wet, aangewezen ruimtelijke plannen is externe veiligheid ook een aspect dat in gemeentelijke-, provinciale- of rijksstructuurvisies kan worden geborgd. Advies VRH De adviesrol van (het bestuur van) de veiligheidsregio gaat conform de wet- en regelgeving2 in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting, buisleiding en/of transportas.3 Het advies van de VRH bevat een risicobronbeschrijving in relatie tot het plangebied, een beschrijving van de meest waarschijnlijke en ergst denkbare scenario’s van deze risicobronnen en de effecten die als gevolg van deze scenario’s kunnen optreden.
Op basis van deze scenario’s en effecten worden vervolgens de maatregelen voorgesteld die kunnen worden getroffen om de kans op incidenten en de effecten van deze incidenten te beperken. Tot slot beschouwt het advies het risico dat overblijft (restrisico) na het treffen van de geadviseerde maatregelen.4 De inhoud van dit advies is bedoeld als input voor de (integrale) afweging door het bevoegd gezag, over alle belangen die bij de ruimtelijke ontwikkeling aan de orde zijn.
2
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 13, Besluit externe veiligheid buisleidingen, artikel 12 en het Besluit externe veiligheid transportroutes, artikel 9). 3 Indien het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van één of meerdere risicobronnen, dan wordt door de VRH wel gekeken naar de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen binnen het plangebied. Deze aspecten komen ook terug voor de plangebieden die binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen liggen. 4 De VRH houdt standaard een maximale adviestermijn van 6 weken aan. Indien mogelijk wordt het advies zoveel eerder als dat kan gegeven.
2
Ruimtelijke ontwikkelingen voor advies VRH Hieronder staan het type en de omvang van de ontwikkelingen waarmee (door de VRH) kan worden bepaald of voor een initiatief binnen een invloedsgebied van een risicobron een advies op het gebied van externe veiligheid wordt opgesteld, dan wel voor de invulling van de adviesrol van de VRH kan worden volstaan met de maatregelen, zoals deze in de bijlage van deze notitie per risicobron zijn opgenomen. Voor een ruimtelijk plan, met de bijbehorende toelichting/ruimtelijke onderbouwing, etc. wordt door de VRH een advies opgesteld, indien er sprake is van een project dat primair bestemd is voor5: •
Objecten waarin meer dan 10 niet zelfredzame personen kunnen verblijven (zoals basisscholen, verzorgingstehuizen, kinderdagverblijven, aanleuncomplexen, etc.); • Pensions, kamerverhuurbedrijven of hotels, voor 10 personen/slaapplaatsen of meer6; • Objecten of gebieden waar in totaal meer dan 50 personen (groepen) aanwezig (kunnen) zijn7, zoals: bedrijfslocaties, cafés, restaurants, evenementenlocaties, recreatievoorzieningen, volkstuincomplexen, etc.; • Een combinatie van meer dan 20 woningen/appartementen/etc.8; • Wijzigingen in infrastructuur waarvoor een ruimtelijk plan moet worden opgesteld, zoals de realisatie van gemeentelijke, provinciale of rijks(verbindings)wegen of buisleidingen op gronden die voorheen voor andere functies bestemd waren. • Bedrijven/inrichtingen waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is of wordt; • Objecten die buiten een van bovenstaande categorieën vallen, maar die onderdeel uitmaken van een grotere ontwikkeling of indien binnen het plangebied meerdere (losstaande) ontwikkelingen aanwezig zijn die buiten de bovenstaande categorieën vallen. En daarnaast: • Objecten die binnen een plaatsgebonden risicocontour 10-6 vallen of waarvan het groepsrisico van de nabij gelegen risicobron boven de oriëntatiewaarde ligt; • In verband met het groepsrisico voor DSM Gist B.V.
te Delft gelden de objecten die liggen binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-7, aangezien de ontwikkelingen die buiten deze contour liggen nauwelijks bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico. Voor de ontwikkelingen buiten deze contour kan worden volstaan met de maatregelen zoals opgenomen in de bijlage van deze checklist; • Zeer kwetsbare objecten binnen 160 meter van het LPG tankstation en kwetsbare objecten binnen 160 meter van het LPG tankstation Afhankelijk van de aard en omvang van de risico’s (in de omgeving) voor het ruimtelijke plan wordt door de VRH in het kader van externe veiligheid een beknopt of uitgebreider advies uitgebracht.
5 In onderstaande opsomming wordt het aantal personen of de oppervlakte bedoeld, dat in totaal wordt mogelijk gemaakt. Indien sprake is van
herontwikkeling, wordt de eindsituatie bedoeld. 6 In aansluiting op de toetsing van omgevingsvergunningen in het kader van brandveiligheid is gekozen voor 10 personen/slaapplaatsen. 7 Voor kantoren geldt een minimaal bruto vloeroppervlak (bvo) van 1500 m2 of meer (50 personen x 30 bvo m2 p.p.). 1500 m2 komt overeen met het Bevi, de handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico en de Handleiding Risicoanalyse Transport. 8 In aansluiting op groepen personen is gekozen voor 20 woningen, aangezien in de handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico is opgenomen dat de gemiddelde aanwezigheid 2,4 personen per woning is.
3
Kaders en randvoorwaarden Bij het hanteren van bovenstaande categorieën zijn de volgende kaders en randvoorwaarden afgesproken: • Naast ontwikkelingen waarbij nieuwbouw wordt gepleegd, gelden bovenstaande afspraken ook voor functiewijzigingen waarvoor een ruimtelijke procedure moet worden doorlopen; • Indien een project buiten een van bovenstaande categorieën valt, maar binnen een invloedsgebied ligt van één of meer risicobronnen. Dan kan door de gemeente de afweging worden gemaakt om de van toepassing zijnde maatregelen op te nemen in het ruimtelijk plan. In de bijlage van deze notitie zijn per risicobron de van toepassing zijnde maatregelen beschreven; • Het door de VRH toepassen van bovenstaande criteria voor het opstellen van een specifiek advies staat los van de verplichting voor het bevoegd gezag om het groepsrisico (beperkt, dan wel uitgebreid) te verantwoorden; • Indien een project buiten één van bovenstaande categorieën valt en buiten het invloedsgebied van een risicobron ligt, dan kan door de gemeente nog wel advies worden gevraagd met betrekking tot de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen binnen het plangebied, aan de ‘Risicobeheerder in de wijk’ van de VRH. Adressering De adviesverzoeken en vragen kunnen per e-mail worden aangeboden aan de VRH via: omgevingsveiligheid@vrh.nl.
Evaluatie Deze notitie zal worden gewijzigd indien er verandering plaatsvinden binnen de wet- en regelgeving, aan de risicobronnen, gemaakte afspraken met gemeenten en de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) of indien hier een andere aanleiding voor bestaat. In dat geval worden ook de gemeenten en de ODH hierover geïnformeerd. Deze notitie zal jaarlijks worden geëvalueerd.
4