CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing december 2021 Verburchlaan nabij 23 te Naaldwijk

Gemeenteraad 24 mei 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot terinzagelegging van de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Verburchlaan nabij 23 te Naaldwijk [bi](bij agendapunt 3 “Vaststellen van de agenda“ bestaat de mogelijkheid dat dit agendapunt komt te vervallen)[/bi]22.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3



 

 

        

Onderzoek bedrijven- milieuzonering Watertoren te Naaldwijk

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79

Onderzoek bedrijven- milieuzonering Watertoren te Naaldwijk

2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Datum: Rapportnr: Status:

4 maart 2016 215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

Colofon

Titel

: Onderzoek bedrijven- Milieuzonering Watertoren te Naaldwijk

Opdrachtgever Contactpersoon

: Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk : Dhr. P. Dekker

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging

: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : drs. S. Witter : ing. A.P. Wubben

Projectnummer

: 215141

Datum vrijgave

Status

4 maart 2016

Definitief

15 mei 2017

Definitief

Goedkeuring projectmanager

Goedkeuring kwaliteitsborger

© 2017 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

3

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ......................................................................................................... 5 1.1 1.2

2

BELEID ............................................................................................................... 6 2.1 2.2

3

Projectgebied............................................................................................................ 9 Uitgangspunten......................................................................................................... 9

INVENTARISATIE ACTIVITEITEN MET MILIEUZONERING ................................. 10 5.1 5.2

6

Beschrijving projectgebied.......................................................................................... 7 Het bestemmingsplan ................................................................................................ 7 Beoogde situatie en activiteiten .................................................................................. 8

GEBIEDSTYPERING PROJECTGEBIED EN UITGANGSPUNTEN .............................. 9 4.1 4.2

5

Milieuzonering algemeen ............................................................................................ 6 Bestemmingsplan ...................................................................................................... 6

PROJECTGEBIED ................................................................................................. 7 3.1 3.2 3.3

4

Inleiding .................................................................................................................. 5 Methode................................................................................................................... 5

Omliggende bedrijven .............................................................................................. 10 Overige woningen ................................................................................................... 12

CONCLUSIES ..................................................................................................... 13 6.1 6.2

BIJLAGE 1

Algemeen ............................................................................................................... 13 Milieuzoneringen ..................................................................................................... 13

PROJECTGEBIED .................................................................................. 14

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

4

1 1.1

INLEIDING Inleiding Woonheer Ontwikkeling BV beoogt de watertoren nabij Verburchlaan 23 te Naaldwijk te renoveren waarna er appartementen en verhuurbare ruimtes worden gerealiseerd. Ook wordt een gebouw tegen de watertoren aan geplaatst. De uitvoering zal in samenwerking gaan met HET Architectenbureau. Omdat de voorgenomen ontwikkeling strijdig is met het huidige bestemmingsplan wordt er een ruimtelijke procedure gevolgd om de ontwikkeling mogelijk te maken. Onderdeel van de ruimtelijke procedure is een onderzoek naar bedrijven-milieuzonering.

Figuur 1: planlocatie (rood omlijnd)

1.2

Methode In dit onderzoek bedrijven-milieuzonering wordt ingegaan op de omliggende bedrijven en hun milieuzonering rond het project. Op basis van locatiekennis en informatie van derden (eerdere onderzoeken gedaan in het kader van diverse bestemmingsplannen) is een inventarisatie gemaakt van risicovolle bedrijven en activiteiten om de projectlocatie heen. De locatie ligt op de overgang van woongebieden naar bedrijventerrein. Hierdoor is er een lichte mix van functies aanwezig. Voor de inventarisatie van het bedrijventerrein is niet gekeken naar de exacte bedrijven die nu aanwezig zijn maar is uitgegaan van de maximaal planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt. Voor de activiteiten in de omgeving van de watertoren is wel gekeken naar de daadwerkelijk aanwezige bedrijvigheid. In dit onderzoek is op een adequate en zorgvuldige wijze getracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de bedrijven-milieuzonering aan de hand van de meest recente en beschikbare informatie. Niettemin kunnen aan dit onderzoek geen rechten worden ontleend.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

5

2

BELEID

2.1

Milieuzonering algemeen In het kader van de Wet milieubeheer kunnen er veiligheidszoneringen en milieuzoneringen zijn vastgelegd tussen inrichtingen en gevoelige bestemmingen. Dit betreft o.a. voorschriften ten aanzien van geur, geluid en veiligheid. Inrichtingen zijn gehouden aan deze voorschriften die zijn vastgelegd in de milieuvergunning of in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Op 6 november 2007 is het Besluit houdende algemene regels voor inrichtingen gepubliceerd, ook wel het Activiteitenbesluit genoemd. Dit Activiteitenbesluit is op 1 januari 2008 van kracht geworden en vervangt een groot deel van de milieuvergunningen en AMvB’s. De VNG heeft het boekje opgesteld: “Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk” (2009). Deze handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft het boekje een richtafstand voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving en voor het inpassen van gevoelige functies nabij bedrijven. In Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) worden de volgende richtafstanden per bedrijfstype geadviseerd voor nieuwe bestemmingsplannen (tabel 1).

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Tabel 1: Milieu-zonering

2.2

Bestemmingsplan Naast de hierboven besproken wettelijke normering en richtafstanden, kunnen er in het kader van het bestemmingsplan eveneens milieuzones zijn vastgelegd.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

6

3

PROJECTGEBIED

3.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied is gelegen binnen de kern Naaldwijk en ligt aan de kruising van de Grote Woerdlaan met de Verspycklaan. Aan de noordzijde wordt het gebied begrenst door de Lijnschotenlaan en de bestaande bebouwing aan de westzijde. Rondom de planlocatie zijn voornamelijk woningen gelegen. Op enige afstand ten noord-oosten van het projectgebied begint het bedrijventerrein De Hoge Woerd met daarop diverse bedrijven.

3.2

Het bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerend bestemmingsplan “Woonkern Naaldwijk” van de gemeente Westland (onherroepelijk op 25 juli 2013), bestemming ‘Maatschappelijk’ met dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 3'. Het gebruik als appartementen past niet binnen de bestemming, er dient dus een project-bestemmingsplan opgesteld te worden. Hiervoor dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden. Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing komt bedrijven en milieuzonering aan bod. Direct grenzend aan het bestemmingsplan “Woonkern Naaldwijk” ligt het bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Hoge Woerd”. Hierin is diverse bedrijvigheid in diverse milieucategorieën mogelijk gemaakt.

Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan

Maatschappelijk Binnen de bestemming Maatschappelijk zijn bibliotheken, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven, religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten en bijeenkomsten toegestaan. Kantoor Binnen de bestemming Kantoor zijn kantoren met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Wonen Binnen de bestemming wonen is het toegestaan om te wonen en een aan huis gebonden beroep of bedrijf uit te oefenen. Tevens is het toegestaan specifieke functies als nevenfunctie uit te oefenen indien hiervoor een aanduiding is opgenomen. Het betreft hier kantoor, bedrijven tot en met categorie B1 uit de staat van bedrijven functiemenging, detailhandel dienstverlening en horeca, praktijkruimten en gezondheidszorg. Het betreft hier alleen functies die door hun aard en omvang goed te verenigen zijn met de woonbestemming ter plaatse en dus zonder problemen naast woningen uitgevoerd kunnen worden. Het is daarom niet zinvol om de mogelijkheden van alle woonpercelen die het plangebied omringen individueel in kaart te brengen. 215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

7

3.3

Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. Woonheer Ontwikkeling beoogd het renoveren van de watertoren en het oprichten van appartementen.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

8

4

GEBIEDSTYPERING PROJECTGEBIED EN UITGANGSPUNTEN

4.1

Projectgebied Het projectgebied ligt aan de rand van het woongebied van Naaldwijk en aan de rand van enkele doorgaande wegen. Het gebied wordt daarom aangemerkt als gemengd gebied. Bij de milieuzonering van het project dient rekening te worden gehouden met: • de nieuwe burgerwoningen binnen het projectgebied • de (burger- en bedrijfs-) woningen in de omgeving

4.2

Uitgangspunten Gezien de ligging van het projectgebied en de aankan ten aanzien van het omgevingstype uitgegaan worden van “gemengd gebied”.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

9

5

INVENTARISATIE ACTIVITEITEN MET MILIEUZONERING Voor het oprichten van woningen, (geluid-)gevoelige objecten, dient bepaald te worden of deze in een milieuzone liggen van omliggende Wm-inrichtingen. Op basis van een locatiebezoek, internet en informatie van de gemeente De Haag en de Provincie Zuid-Holland zijn de milieuaspecten van omliggende bedrijven en activiteiten geïnventariseerd in een straal van ca. 150 m rondom het projectgebied (zie figuur 3). Onderzocht is of de nieuwbouw van de woningen in een milieuzone ligt van de omliggende bedrijven en activiteiten. Voor een toelichting op de begrippen en normen, zie hoofdstuk 2 en 3.

Figuur 3: Onderzoeksgebied

Figuur 3: Onderzoeksgebied bedrijfsmilieuzonering

5.1

Omliggende bedrijven Binnen de cirkel van 150 meter is geïnventariseerd welke bedrijven zich er bevinden en zich er mogelijk kunnen bevinden. Direct naast het projectgebied bevindt zich momenteel een sportschool waar eveneens de optie voor kinderdagverblijf bestaat. De afstand tot het projectgebied is ongeveer 10 meter wat tevens de richtafstand is voor dergelijke functies. Aan de overzijde van de Verspycklaan is een kantoor gevestigd. Hier zijn blijkens het bestemmingsplan ook alleen kantoren toegestaan. In het algemeen geldt voor kantoren een richtafstand van 10 meter. De bestemming kantoor ligt op circa 80 meter van de watertoren. Het kantoor is daarmee niet beperkend voor de ontwikkeling. Op circa 80 van de planlocatie is een basisschool gelegen. Voor een basisschool geldt een milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. De basisschool is op ruim grotere afstand dan de richtafstand gelegen en is daarmee niet bepalend voor de ontwikkeling. Aan de Hoge Woerd 2 bevind zich op circa 140 meter afstand een middelbare school. Voor 215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

10

middelbare scholen geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Aangezien de planlocatie significant verder dan deze 10 meter ligt is de school niet beperkend voor de ontwikkeling. Ten noordoosten van de planlocatie ligt het bedrijventerrein De Hoge Woerd. Een gedeelte van dit bedrijventerrein valt binnen de onderzoekscirkel van 150 meter rond de planlocatie. Op Figuur 4 is de indeling in milieucategorieën weergegeven van het relevante deel van het bedrijventerrein.

Figuur 4: Bedrijfscategorieën De Hoge Woerd Groen: categorie 2 (30 meter) Geel: categorie 3.1 (50 meter) Oranje: categorie 3.2 (100 meter) Rood: categorie 4.1 (200 meter)

De afstanden van de planlocatie tot de dichtstbijzijnde bedrijfsactiviteiten bedragen de afstanden in Tabel 2. Aangezien de afstanden van de planlocatie tot de diverse locaties op de bedrijventerrein groter zijn dan de respectievelijke richtafstanden die voor de betreffende locaties gelden, is het bedrijventerrein niet beperkend voor de ontwikkeling.

Milieucategorie 2 3.1 3.2 4.1

Afstand tot plangebied 80 meter 95 meter 115 meter 210 meter

Tabel 2: afstanden plangebied tot toegestane milieucategorieën bedrijventerrein

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

11

In de directe omgeving van het planlocatie bevinden zich verder geen bedrijven of maatschappelijke voorzieningen die relevant zijn in het kader van bedrijven-milieuzonering.

5.2

Overige woningen Blijkens het vigerend bestemmingsplan zijn alleen aan huis gebonden beroepen en bedrijven toegestane in zoverre zij geen hinder voor de omgeving veroorzaken. Deze aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven veroorzaken dusdanig weinig hinder en/of overlast dat zij hier als niet relevant voor de nieuwbouw van de woningen bezien kunnen worden.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

12

6

CONCLUSIES

6.1

Algemeen Woonheer Ontwikkeling is voornemens om de Watertoren in Naaldwijk te renoveren en er appartementen en enkele ruimten voor verhuur in te realiseren. De locatie ligt in het woongebied van Naaldwijk, nabij bedrijventerrein De Hoge Woerd. In de directe omgeving bevindt zich geen zware bedrijvigheid. Dit betreft de realisatie van een gevoelige bestemming. In dit onderzoek is beschreven welke milieu- en veiligheidsnormen daaraan verbonden zijn.

6.2

Milieuzoneringen Uit het onderzoek blijkt dat er geen beperkende milieuzonering voor de realisatie van het project geldt. Hierdoor zijn er geen beperkingen aan de uitvoering van het project uit het oogpunt van bedrijven en milieuzoneringen.

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

13

BIJLAGE 1

PROJECTGEBIED

Bestaande situatie projectgebied

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

Bron: Google Maps

14

215141/AQT 304 EV/SW Definitieve rapportage 15 mei 2016

15

Woonheer B.V. t.a.v. de heer P. Dekker Verspycklaan 69 2671 CS NAALDWIJK

datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk verwerkt door

24 mei 2017 Den Haag B.2005.1223.21.B001 VB

project betreft contactpersoon e-mail/telefoon

Watertoren Naaldwijk ing. G. (Gertjan) Verbaan vb@dgmr.nl/088 346 76 50

Geachte heer Dekker, Hierbij ontvangt u een eerste reactie voor het project de Watertoren in Naaldwijk over het effect van de geluiduitstraling van omliggende bedrijven. Dit naar aanleiding van een opmerking van Omgevingsdienst Haaglanden. Situatie Het project is een uniek project waarin de Watertoren van Naaldwijk een nieuwe functie (woonfunctie + kantoren) krijgt. Het bestaande gebouw zal aangepast dienen te worden op de eisen voor de nieuwe functie. Het Bouwbesluit 2012 geeft daarvoor als ondergrens het niveau bestaande bouw, maar gezien het kwaliteitsniveau voor luxe appartementen wordt als streefwaarde uitgegaan van het nieuwbouwniveau en alleen incidenteel afgeweken indien dit leidt tot dure of onhaalbare oplossingen.

Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag

Lavendelheide 2 9202 PD Drachten Postbus 671 9200 AR Drachten

088 346 75 00 www.dgmr.nl info@dgmr.nl

Opmerking Omgevingsdienst Haaglanden In dit gebied is het bedrijf "Avilas Fit- Sauna en Beautycenter" (Verburchlaan 23) gevestigd, zoals te zien is via GoogleMaps. Het is dan duidelijk, dat woningen, die zo dicht bij dergelijke inrichtingen komen te liggen, deze inrichtingen kunnen beperken in hun geluiduitstraling. En omgekeerd kan het woon- en leefklimaat bij deze nieuwe woningen worden beperkt door de (mogelijke) aanwezigheid van de bij a genoemde inrichtingen. De meeste van de bij a genoemde inrichtingen hebben een grootste richtafstand volgens de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van 10 of 30 m, hetgeen dan wegens 'gemengd gebied' 0 tot 10 m wordt. Zo geldt voor een fitnesscentrum 30 m en dus bij 'gemengd gebied' 10 m. Tevens gaat het meestal om meldingsplichtige inrichtingen (type B) of zelfs niet meldingsplichtige inrichtingen (type A) volgens het Activiteitenbesluit. Dan geldt er in ieder geval een generieke geluidnorm van 50 dB(A) etmaalwaarde op omliggende woningen voor het gemiddelde geluidniveau en 70/65/60 dB(A) in dag/avond/nacht voor de piekgeluiden. Het is dus mogelijk, dat inrichtingen in het naastgelegen gemengd gebied enige beperking kunnen ondervinden door de komst van de nieuwe woningen.

Het is aan te raden om de omvang van dit risico in kaart te laten brengen in het kader van een goede ruimtelijke ordening (met ook aandacht voor de normen van het Activiteitenbesluit).

Reactie We kennen op dit moment nog niet de bestaande vergunning van de bedrijven en waar de maatgevende geluidbronnen zich bevinden. Vermoedelijk zullen dat met name de gebouwinstallaties op het dak zijn, meer deels ook de geluidsuitstraling vanweg (muziek) geluid in het pand. Geluiduitstraling zal in dat geval met name via de ramen aan de voor – en achtergevel plaatsvinden. Overwogen kan worden om een nadere analyse uit te voeren.

2

Gezien de bestaande woonbebouwing rondom de bedrijven die dichterbij staat dan deze nieuwe woningen (zie ook figuur hieronder) zou het voor de bedrijven geen extra beperking hoeven te betekenen in het kader van het Activiteitenbesluit.

Bestemmingen in de omgeving (geel = wonen, bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Daarnaast wordt bij de gevels van de nieuwe woningen in de Watertoren rekening gehouden met de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer, waardoor de geluidwering van de gevel iets hoger is dan de standaardwaarde van 15 dB(A) waar bij het Activiteitenbesluit van wordt uitgegaan. De gemiddelde waarde van de geluidisolatie van de gevel is 25 dB(A). Hierdoor zal de situatie ook minder kritisch zijn.

Met vriendelijke groet, DGMR Bouw B.V.

ing. G. (Gertjan) Verbaan

3

Onderzoek Externe veiligheid Watertoren te Naaldwijk

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79

Onderzoek Externe veiligheid Watertoren te Naaldwijk

2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Datum: Rapportnr.: Status:

19 oktober 2020 20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

COLOFON

Titel

: Onderzoek Externe veiligheid Watertoren te Naaldwijk

Opdrachtgever Contactpersoon

: Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk : Dhr. P. Dekker

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging

: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : drs. S. Witter (oorspronkelijk rapport), ing. D.P. Barten (actualisatie) : ing. A.P. Wubben

Projectnummer

: 20098

Datum vrijgave

Status

19 oktober 2020

Definitief

Goedkeuring auteur

Goedkeuring kwaliteitsborger

© 2020 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ......................................................................................................... 5

2

BELEID ............................................................................................................... 6

3

PROJECTGEBIED ................................................................................................. 8

4

RISICOCATEGORIEËN EN NORMEN ................................................................... 10

1.1 1.2 2.1 2.2 3.1 3.2 4.1 4.2 4.3 4.4

5

7

Externe veiligheid...................................................................................................... 6 Bestemmingsplan ...................................................................................................... 7 Risicovolle activiteiten binnen het projectgebied ............................................................ 8 Beoordeling aard object projectgebied en effect op personendichtheid ............................. 8

Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen ....................................................................... 10 Besluit externe veiligheid transportroutes ................................................................... 10 Besluit externe veiligheid buisleidingen ...................................................................... 11 Resumé ................................................................................................................. 11

INVENTARISATIE RISICO OMLIGGENDE BEVI-BEDRIJVEN ............................... 12 5.1

Bedrijven met een ammoniakkoelinstallatie ................................................................ 12

5.1.1 5.1.2

Royal FloraHolland (nr. 1 in figuur 2) ........................................................................................ 12 Van den Bos Flowerbulbs (nr. 2 in figuur 2) ............................................................................... 13

5.2 5.3 5.4 5.5

6

Inleiding .................................................................................................................. 5 Methode................................................................................................................... 5

LPG-tankstations ..................................................................................................... 13 Opslag van gevaarlijke stoffen .................................................................................. 13 Gasdrukregel- en meetstations (GOS) ....................................................................... 13 Overige inrichtingen ................................................................................................ 13

INVENTARISATIE RISICO’S OMLIGGENDE ROUTES GEVAARLIJKE STOFFEN EN BUISLEIDINGEN ............................................................................................... 14 CONCLUSIES ..................................................................................................... 15 7.1 7.2 7.3 7.4

BIJLAGE 1

Algemeen ............................................................................................................... 15 Bevi-inrichtingen ..................................................................................................... 15 Transportroutes en buisleidingen............................................................................... 15 Algemeen ............................................................................................................... 15

TOELICHTING BEGRIPPEN .................................................................. 16

1

INLEIDING

1.1

Inleiding

1.2

Methode

Woonheer ontwikkeling is voornemens om de watertoren op de kruising van de Verspycklaan met de Grote Woerdlaan te renoveren waarna er appartementen en verhuurbare ruimtes worden gerealiseerd. Ook wordt een gebouw tegen de watertoren aan geplaatst. De uitvoering zal in samenwerking gaan met HET Architectenbureau. Omdat dit niet binnen het huidige bestemmingsplan past moet er een ruimtelijke procedure gevoerd worden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Onderdeel van de ruimtelijke procedure is een onderzoek naar externe veiligheid.

In het onderzoek naar externe veiligheid wordt ingegaan op de externe veiligheidsaspecten die kunnen zijn verbonden aan het project. Vervolgens wordt op basis van de professionele risicokaart en informatie van derden een inventarisatie gemaakt van: 1. Risicorelevante bedrijven en activiteiten in de nabijheid van het plangebied. 2. Relevante transportroutes voor gevaarlijke stoffen. In deze risicoanalyse worden risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied in kaart gebracht die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Verder wordt gekeken of er andere objecten in de omgeving bevinden die beschikken over een aan te houden veiligheidsafstand of risicocontour (propaanreservoir, luchthaven, etc.) Transportroutes voor gevaarlijke stoffen betreffen zowel verkeersroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg als ondergrondse buisleidingen onder hoge druk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en spoor komt in de omgeving niet voor en wordt in dit rapport niet verder beschouwd. Geïnventariseerd wordt of aan de omliggende inrichtingen en transportroutes veiligheidscontouren zijn verbonden en of deze van invloed zijn op het project.

In dit onderzoek is op een adequate en zorgvuldige wijze getracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de externe veiligheidsrisico’s aan de hand van de meest recente en beschikbare informatie. Niettemin kunnen aan dit onderzoek geen rechten worden ontleend.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

5

2

BELEID

2.1

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de wijziging hiervan, geanalyseerd te worden. Soms moeten de risico’s worden berekend. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten (bijv. woningen) wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd.

Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR in elk geval bestuurlijk te worden verantwoord. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het Besluit verplicht gemeenten en provincies bij het nemen van ruimtelijke besluiten o.a. uitwerkingsplannen met deze externe veiligheid rekening te houden.

Dit betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen niet gepland mogen worden als deze te dicht bij risicovolle bedrijven komen te liggen. Besluit externe veiligheid transportroutes Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor wegen (basisnetwegen en overige wegen), spoorwegen en vaarwegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). De normstelling voor het plaatsgebonden risico is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Voor wegen geldt voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg dat moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrand-aandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes. Besluit externe veiligheid buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi.

Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

6

Het Bevb gaat uit van een belemmeringsstrook van 4 meter of van 5 meter, afhankelijk van de druk van de buisleiding. Voor deze strook geldt in principe een bouwverbod en de plicht tot een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in de grond.

2.2

Bestemmingsplan Naast de hierboven besproken wettelijke normering en richtafstanden, kunnen er in het kader van het bestemmingsplan eveneens veiligheids- en milieuzones zijn vastgelegd. De VNG heeft in opdracht van het Ministerie van VROM, de “Handreiking verankering Externe Veiligheid in ruimtelijke plannen” (2007) opgesteld. Deze handreiking geeft adviezen betreffende het vastleggen van veiligheidsnormen in ruimtelijke procedures.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

7

3

PROJECTGEBIED Het projectgebied is gelegen binnen de kern Naaldwijk en ligt aan de kruising van de Grote Woerdlaan met de Verspycklaan. Aan de noordzijde wordt het gebied begrenst door de Lijnschotenlaan en de bestaande bebouwing aan de westzijde. Rondom de planlocatie zijn voornamelijk woningen gelegen. Op enige afstand ten noord-oosten van het projectgebied begint het bedrijventerrein De Hoge Woerd met daarop diverse bedrijven. In figuur 1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1: Uitsnede bestemmingsplan

3.1

Risicovolle activiteiten binnen het projectgebied De inrichting van het projectgebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar de het projectgebied.

3.2

Beoordeling aard object projectgebied en effect op personendichtheid In de bestaande situatie is op de planlocatie een bestaande watertoren aanwezig zonder verblijfsfuncties (geen personen aanwezig gedurende een langere periode). In het vigerende bestemmingsplan “Woonkern Naaldwijk” van de gemeente Westland (onherroepelijk op 25 juli 2013), heeft het projectgebied de bestemming ‘Maatschappelijk’ met dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 3'. De meeste maatschappelijke functies worden op grond van de definitie in het Bevi aangemerkt als een kwetsbaar object. In de nieuwe situatie worden 9 appartementen gerealiseerd in de bestaande watertoren en in de te realiseren aanpandige nieuwbouw. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Woonkern Naaldwijk”. Het gebruik als appartementen past niet binnen de bestemming, er dient dus een project-bestemmingsplan opgesteld te worden. Hiervoor dient een ruimtelijke onderbouwing opgesteld te worden. Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing komt de toetsing aan externe veiligheidsaspecten aan bod. Voor de nieuwe situatie wordt uitgegaan van 2,4 personen per appartement en een aanwezigheid van 50% van de personen in de dagperiode en 100% aanwezigheid in de nachtperiode. Woningen worden op grond van de definitie in het Bevi aangemerkt als een kwetsbaar object.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

8

In de onderstaande tabel is het bovenstaande samengevat. Situatie Bestaand (watertoren zonder verblijfsfunctie)

Nieuw (9 appartementen)

Soort object volgens Bevi n.v.t. (Kwetsbaar object, als een toegestane maatschappelijke functie zou worden gerealiseerd) Kwetsbaar object

Aantal personen dagperiode nachtperiode 0 0

11

22

Tabel 1: Aard object en aantal personen De voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot een toename van de personendichtheid in het projectgebied. De aard van het object (volgens de definitie van het Bevi) blijft ten opzichte van de bestemde situatie gelijk, in beide situaties is er sprake van een kwetsbaar object.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

9

4

RISICOCATEGORIEËN EN NORMEN In deze paragraaf wordt toegelicht onder welke risicocategorie het project valt en welke normen daaraan verbonden zijn. Voor een toelichting op de begrippen zie bijlage 1.

4.1

Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen

Op grond van het BEVI gelden veiligheidsafstanden (plaatsgebonden risicocontour) op grond van het REVI of moet het plaatsgebonden risico (PR=10-6) worden berekend. De omvang van het invloedsgebied is aangegeven in het REVI of moet worden berekend. Binnen de veiligheidsafstanden (PR-contour) mogen geen kwetsbare objecten worden toegestaan. Beperkt kwetsbare objecten zijn alleen in bijzondere gevallen mogelijk. Voor nieuwe activiteiten binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit moet het groepsrisico nader worden bepaald en verantwoord. Object Woningen zijn ‘kwetsbare objecten’, waarvoor in het kader van het BEVI ‘grenswaarden’ voor ‘plaatsgebonden risico’ en ‘oriëntatiewaarden’ voor ‘groepsrisico’ gelden, ten opzichte van ‘risicovolle inrichtingen’.

4.2

Besluit externe veiligheid transportroutes

Op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes gelden grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). Voor basisnetwegen is de omvang van de PR=10-6 contour vastgelegd in de Regeling Basisnet. Voor overige wegen die zijn vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen (overige provinciale wegen, lokale routeringen) kan op basis van de vuistregels in de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) worden bepaald of er een PR=10-6 contour aanwezig is en of deze moet worden berekend. Voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrandaandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes. Object Woningen zijn ‘kwetsbare objecten’. Hiervoor worden langs de relevante transportroutes ‘grenswaarden’ voor ‘plaatsgebonden risico’ en ‘oriëntatiewaarden’ voor ‘groepsrisico’ als normen gesteld.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

10

4.3

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen gelden op grond van het Bevb grensen richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). Binnen de veiligheidsafstanden (PR-contour) mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten liggen of komen te liggen. Binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit dient het groepsrisico nader te worden bepaald. Object Woningen zijn ‘kwetsbare objecten’, waarvoor in het kader van het Bevb ‘grenswaarden’ voor ‘plaatsgebonden risico’ en ‘oriëntatiewaarden’ voor ‘groepsrisico’ gelden, ten opzichte van buisleidingen. Verder moet op grond van het Bevb rond buisleidingen een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter worden opgenomen in het bestemmingsplan.

4.4

Resumé BEVI Object Norm plaatsgebonden risico Norm groepsrisico BEVT Object transport Norm plaatsgebonden risico Norm groepsrisico Bevb Object buisleiding Norm plaatsgebonden risico Norm groepsrisico

Woningen Kwetsbaar object Grenswaarde (PR 10-6) Oriëntatiewaarde met verantwoordingsplicht Woningen Kwetsbaar object Grenswaarde (PR 10-6) Oriëntatiewaarde met verantwoordingsplicht Woningen Kwetsbaar object Grenswaarde (PR 10-6) Oriëntatiewaarde met verantwoordingsplicht

Tabel 2: Categorieën en normen

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

11

5

INVENTARISATIE RISICO OMLIGGENDE BEVI-BEDRIJVEN Aan de hand van de gegevens op de risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van de planlocatie aanwezig zijn in een straal van ca. 1,5 km rondom het projectgebied (zie Figuur 2). Voor een toelichting op de begrippen en normen wordt verwezen naar hoofdstuk 2.

2

1

4 3

Figuur 2: Uitsnede risicokaart

5.1

Bedrijven met een ammoniakkoelinstallatie

5.1.1 Royal FloraHolland (nr. 1 in figuur 2)

Het projectgebied is gelegen op ca. 830 meter afstand van de ammoniak koelinstallatie (inhoud 11.490 kg NH3, type 2 installatie) van Royal FloraHolland. Voor deze installatie een kwantitatieve risico-analyse uitgevoerd door Silva Consultancy in 2011. In deze rapportage is aangegeven dat het invloedsgebied een omvang heeft van 1.125 meter (scenario breuk leiding tussen compressor en condensor bij weerstype F1.5). De planlocatie is daarmee gelegen binnen het invloedsgebied en is daarom nader beschouwd. Plaatsgebonden risico: de berekende plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) bevindt op korte afstand rondom de koelinstallatie (zie zwart gestreepte lijn in figuur 2). De planlocatie is daarmee ruim buiten de PR=10-6 contour gelegen. De normen voor het plaatsgebonden risico in het Bevi vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Groepsrisico: in de uitgevoerde kwantitatieve risicoanalyse is voor de bestaande situatie de bevolking binnen het invloedsgebied ingevoerd en hierbij is er geen significant groepsrisico berekend (minder dan 10 slachtoffers, zie figuur 3).

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

12

Figuur 3: FN-curve groepsrisico en beschouwde bevolking (bron: QRA Silva Consultancy uit 2011) Uit figuur 3 kan worden geconcludeerd dat de bestaande woonbebouwing die dichter bij de installatie is gelegen dan de planlocatie al geen significant groepsrisico veroorzaakt. Hoe verder weg de omgevingsbebouwing van een risico-installatie is gelegen, hoe minder deze bijdraagt aan de hoogte van het groepsrisico. Hierdoor kan worden gesteld dat de toename van de personendichtheid op de planlocatie niet zal leiden tot een effect op het groepsrisico. Een berekening van het groepsrisico is niet vereist. De normen voor het groepsrisico in het Bevi vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen in het projectgebied. Hoewel een nadere verantwoording van het groepsrisico voor Flora Holland niet noodzakelijk is zijn er wel enkele aanbevelingen die gezien de kwetsbaarheid van de verblijvende groepen uitgevoerd moeten worden. Het betreft hier een ammoniak gevulde installatie. Het verdient daarom de aanbeveling om eventuele luchtverversingssystemen afsluitbaar te maken zodat in het geval van een calamiteit de schadelijke gassen het pand niet binnen kunnen dringen. Dit geldt ook voor de gevelopeningen. Door te zorgen dat het gebouw afgesloten kan worden van de buitenlucht kan gezorgd worden voor een adequate bescherming van de aanwezige personen.

5.1.2 Van den Bos Flowerbulbs (nr. 2 in figuur 2) Het projectgebied is gelegen op ca. 630 meter afstand van de inrichting Van den Bos Flowerbulbs. Binnen de inrichting is een ammoniak koelinstallatie aanwezig (inhoud 4.000 kg NH3, type 1 installatie). Op grond van de tabellen van het Revi is er voor deze installatie geen sprake van een wettelijk bepaald invloedsgebied. De aanwezigheid van de Bevi-inrichting vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het projectgebied.

5.2

LPG-tankstations Binnen een straal van 1,5 km bevinden zich geen LPG-tankstations welke relevant zijn in het kader van het BEVI.

5.3

Opslag van gevaarlijke stoffen Binnen een straal van 1,5 km bevinden zich geen opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen in emballage waarop het BEVI van toepassing is.

5.4

Gasdrukregel- en meetstations (GOS) Binnen een straal van 1,5 km bevinden zich geen gasdrukregel- en meetstations welke relevant zijn in het kader van het BEVI.

5.5

Overige inrichtingen Er bevinden zich geen windturbines in de omgeving van het projectgebied.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

13

6

INVENTARISATIE RISICO’S OMLIGGENDE ROUTES GEVAARLIJKE STOFFEN EN BUISLEIDINGEN Het projectgebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Het plangebied bevindt zich op ca. 1,3 km afstand van de dichtstbijzijnde transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (provinciale weg N222, nummer 3 in figuur 2). De omvang van het invloedsgebied bedraagt 355 meter en wordt bij de N222 bepaald door het transport van brandbare gassen (stofcategorie GF3). Het projectgebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de N222. De normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in het Bevt vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Het projectgebied bevindt zich niet in de directe nabijheid van buisleidingen. Het plangebied bevindt zich op ca. 870 meter afstand van de dichtstbijzijnde buisleiding (buisleiding NAM, nummer 4 in figuur 2). Buisleiding MN-411041 van de NAM heeft een werkdruk van 44 bar en een diameter van 6 inch). De buisleiding heeft een 1% letaliteitscontour tussen de 70 en 90 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de buisleiding. De normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in het Bevb vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

14

7

CONCLUSIES

7.1

Algemeen In dit onderzoek is gekeken naar de externe veiligheidsaspecten ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging voor de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Watertoren op de kruising van de Verspycklaan met de Grote Woerdlaan. Uit het onderzoek blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de realisatie.

7.2

Bevi-inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied, binnen een straal van ca. 1,5 km, zijn twee Beviinrichtingen aanwezig. De plaatsgebonden risicocontour van deze inrichtingen ligt niet over het plangebied. De normen voor het plaatsgebonden risico in het Bevi vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van bloemenveiling Royal FloraHolland BV. Uit de analyse blijkt echter dat er feitelijk geen sprake is van een groepsrisico. Voor deze installatie geldt echter dat gezien de stoffen die gebruikt worden en de grootte van de installatie, het de aanbeveling verdient om de luchtverversingssystemen dusdanig uit te voeren dat zij afsluitbaar zijn. Tevens dient er op dezelfde manier aandacht besteed te worden aan de gevelopeningen.

7.3

Transportroutes en buisleidingen

Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg en buiten het invloedsgebied van buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in het Bevt en het Bevb vormen geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. 7.4

Algemeen

De locatie is direct bereikbaar voor hulpdiensten. Het verdient de aanbeveling in het kader van de ruimtelijke procedure advies in te winnen bij de veiligheidsregio.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

15

BIJLAGE 1

TOELICHTING BEGRIPPEN

Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Kwetsbaar object Woningen Gebouwen voor verblijf (al dan niet een gedeelte van de dag) van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn Kampeer- en andere recreatieterreinen Beperkt kwetsbaar object Verspreid liggende woningen van derden Kantoorgebouwen en hotels Restaurants Winkels met een vloeroppervlakte < 2000 m2 Sporthallen, zwembaden en speeltuinen Sport-, kampeer-, en recreatieve terreinen Bedrijfsgebouwen Objecten die gelijkgesteld kunnen worden aan bovenstaande beperkt kwetsbare objecten Objecten met een hoge infrastructurele waarde

Nadere detaillering uitgezonderd: verspreid liggende woningen maximaal 2 per ha. en dienst- en bedrijfswoningen zoals ziekenhuizen, bejaarden- en verpleeghuizen, scholen en dagopvang. zoals kantoorgebouwen en hotels vloeroppervlak >1500 m2, winkel (complexen) waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd (complexen > 5 winkels en gezamenlijk vloeroppervlak > 1000 m2 of winkelvloeroppervlak. > 2000 m2 per object). voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar Nadere detaillering met een dichtheid van maximaal 2 woningen per ha en dienst- en bedrijfswoningen van derden. met een vloeroppervlak < 1500 m2 als geen grote aantallen personen gedurende groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. voor zover geen winkelcomplex met > 5 winkels en > 1000 m2 vloeroppervlak en geen supermarkt, hypermarkt of warenhuis.

voor zover geen verblijf > 50 personen gedurende meerdere dagen waarin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn.

zoals een telefoon- of elektriciteitscentrales

Het plaatsgebonden risico (PR), is het risico buiten een inrichting (uitgedrukt in de kans 10 -6 per jaar) dat één persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Bij ´kwetsbare objecten´ worden hiervoor grenswaarden als norm opgelegd. De grenswaarden kunnen worden omgerekend tot een veiligheidscontour. Bij ‘beperkt kwetsbare objecten’ gelden richtwaarden. Dit betekent dat om gewichtige redenen mag worden afgeweken van de richtwaarden. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans (per jaar) dat minstens 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en zich een ongewoon voorval voordoet binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Bij zowel ’kwetsbare objecten’ als ‘beperkt kwetsbare objecten’ worden hiervoor oriëntatiewaarden als norm opgelegd. Afwijkingen van deze waarden zijn mogelijk, mits goed onderbouwd. Dit is de motiveringspicht. De oriëntatiewaarden kunnen worden omgerekend tot een invloedsgebied.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

16

De gestelde normen en contouren betreffen afstanden tot risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Een risicovolle inrichting is een inrichting die onder de werkingssfeer valt van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het betreft bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen bewerken en / of opslaan. Dit zijn bijvoorbeeld alle bedrijven die onder het ‘Besluit zware ongevallen 2015’ vallen, inrichtingen voor opslag en vervoer van gevaarlijke (afval-) stoffen in emballage (bijvoorbeeld > 10.000 kg bestrijdingsmiddelen), chemische fabrieken, LPGtankstations, inrichtingen met koel- en vriesinstallatie >1.500 kg ammoniak en spoorwegemplacement waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen worden gerangeerd. Transportroutes spoor, weg en water Voor transportroutes over spoor, weg en water wordt aangesloten bij de in het BEVI gehanteerde begrippen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De verantwoordingsplicht is aan de orde wanneer een besluit betrekking heeft op een gebied dat binnen het invloedsgebied is gelegen. De regeling van buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI).

Voor de definitie van de begrippen PR, GR, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten verwijst het Bevb naar het BEVI.

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

17

20098/AQT 304 EV/PB Definitieve rapportage 19 oktober 2020

18

Waterstudie Watertoren / Verburchlaan te Naaldwijk

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV

Waterstudie Watertoren / Verburchlaan te Naaldwijk

Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Woonheer Ontwikkeling BV te Naaldwijk

Datum: Rapportnr: Status:

17 december 2021 20098/Aqua-Terra Nova 301d WT/AW Eind rapportage

IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

COLOFON

Titel

: Waterstudie Watertoren / Verburchlaan te Naaldwijk

Opdrachtgever Contactpersoon

: Woonheer Ontwikkeling BV : dhr. P. Dekker

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging

: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : ing. R. Sjoukes : ing. A.P. Wubben

Projectnummer

: 20098 (vml 215141)

Datum vrijgave

Status

17 december 2021

Goedkeuring kwaliteitsborger

Vrijgave auteur

Eind rapportage

© 2021 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ......................................................................................................... 1

2

WETTELIJK KADER .............................................................................................. 3

3

ONDERZOEK ....................................................................................................... 7

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2.1 2.2 2.3 2.4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

Aanleiding watertoets ................................................................................................ 1 Watertoets ............................................................................................................... 1 Plangebied ............................................................................................................... 1 Procedure................................................................................................................. 2 Leeswijzer ................................................................................................................ 2 Nationaal beleid ........................................................................................................ 3 Provinciaal beleid ...................................................................................................... 3 Waterschapsbeleid .................................................................................................... 4 Gemeentelijk beleid ................................................................................................... 5

Nieuwe situatie ......................................................................................................... 7 Veiligheid en waterkeringen ........................................................................................ 7 Waterkwantiteit ........................................................................................................ 8 Watersysteemkwaliteit en ecologie ............................................................................ 11 Onderhoud en bagger .............................................................................................. 11 Bodem en grondwater.............................................................................................. 12 Afvalwater en riolering ............................................................................................. 12 Conclusie ............................................................................................................... 12

FASERING WATERTOETSPROCES ......................................................... 13 PROJECTGEBIED HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ...................... 14 LEGGERKAART DELFLAND ................................................................... 17 NORMEN BERGINGS- EN AFVOERCAPACITEIT ..................................... 18 INFORMEEL ADVIES DELFLAND ........................................................... 19 LITERATUUR........................................................................................ 21

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding watertoets

1.2

Watertoets

Woonheer Ontwikkeling BV beoogt de watertoren nabij Verburchlaan 23 te Naaldwijk te renoveren waarna er appartementen en verhuurbare ruimtes worden gerealiseerd. Ook wordt een gebouw tegen de watertoren aan geplaatst. De uitvoering zal in samenwerking gaan met HET Architectenbureau. Aangezien het projectgebied van bestemming zal wijzigen dient voor de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingsplan procedure te worden doorlopen. Voor dit project dienen onder andere de gevolgen van deze ruimtelijke ingreep op de waterhuishouding te worden weergegeven. Namens Woonheer Ontwikkeling BV heeft HET Architectenbureau aan Aqua-Terra Nova BV gevraagd een waterstudie op te stellen ten behoeve van de watertoetsprocedure, welke hierna wordt weergegeven.

Bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen is het van belang om de waterhuishouding van het begin af aan mee te nemen in de planvorming. Om dat te waarborgen is een verplichte watertoets in het leven geroepen. Het doel van de watertoets is een goede en evenwichtige afstemming tussen waterbeheer (kwantiteit en kwaliteit) en ruimtelijke plannen te bewerkstelligen en dient invulling te geven aan het thema water in de ruimtelijke paragraaf. In de watertoets komen verschillende waterthema’s aan de orde, zoals waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw oppervlaktewater. Wanneer knelpunten in de projectvoorbereiding worden gesignaleerd moeten er alternatieve en/of compenserende maatregelen worden genomen in de planontwikkeling en uitvoering. De waterstudie is opgesteld volgens de “Handreiking Watertoets” en de Beleidsnota “Beperken en voorkomen wateroverlast” (2014) van het Hoogheemraadschap van Delfland. De handreiking Watertoets is een dynamisch document die te allen tijde aangepast kan worden. (www.hhdelfland.nl/watertoets).

1.3

Plangebied

Het plangebied is gelegen Verburchlaan bij de rotonde Grote Woerdlaan en Verspycklaan te Naaldwijk. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen E 5422 en E 6119 te Naaldwijk, zie figuur 1.1 en bijlage 2.

Figuur 1.1. Globale ligging projectgebied (bron: Google Maps)

Het plangebied heeft de bestemming “Enkelbestemming”, onherroepelijk vastgesteld 2013-06-25 Hoogeland gemeente Westland.

20098/Aqua-Terra Nova 301d WT/AW Eind rapportage 17 december 2021

1

Figuur 1.2: Bestemminsplankaart projectgebied (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied ligt in boezemgebied.

1.4

Procedure

1.5

Leeswijzer

De concept waterstudie is op 24 april 2016 middels het Watertoetsportaal voor de eerste keer aan het Hoogheemraadschap van Delfland voorgelegd. Op 4 mei 2017 is door Delfland op het voorontwerp gereageerd waarbij is aangegeven dat de wateropgave mogelijk op een andere locatie in de nabijheid van de watertoren kan worden gecompenseerd of gekozen kan worden voor een infiltratievoorziening. Daarna zijn er een aantal aanpassingen aan het ontwerp van de Watertoren gedaan en worden voorzieningen op locatie voorgesteld. De conceptrapportage is opnieuw voorgelegd aan de opdrachtgever waarna dit op 12 oktober is voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland. Het informeel advies van Delfland (6 januari 2021) en het mondeling overleg tussen Delfland en de opdrachtgever is verwerkt in deze definitieve rapportage.

In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader omschreven. In hoofdstuk 3 wordt het onderzoek weergegeven en worden de aspecten ten aanzien van het beleid en wensen vanuit het waterbeheer beleid vertaald naar het uiteindelijke inrichtingsplan.

20098/Aqua-Terra Nova 301d WT/AW Eind rapportage 17 december 2021

2

2

WETTELIJK KADER Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: - Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: - Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); - Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); - Waterwet. - Nationaal waterplan Provinciaal: - Provinciaal Waterplan; - Visie Ruimte en Mobiliteit; - Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.

2.1

Nationaal beleid

Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: - Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; - Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; - Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; - Nederlanders leven waterbewust.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=53b0f19b-a0e9-4bdb-99a1-f0fa0895a994