CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels - TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Hoge Geest nabij 6 te Naaldwijk

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Hoge Geest nabij 6 te Naaldwijk21.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

54,2 42,0 43,4 44,3 40,6

49,3 37,1 38,4 39,4 35,7

58,5 46,0 47,5 48,6 44,5

37_B 38_A 38_B 39_A 39_B

Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5

5,00 2,00 5,00 2,00 5,00

41,8 42,0 42,8 45,2 46,0

39,2 39,1 39,8 42,2 43,0

34,4 34,1 34,8 37,2 38,0

43,2 43,2 43,9 46,3 47,1

40_A 40_B

Monstersepad 5 Monstersepad 5

2,00 5,00

36,1 37,1

33,3 34,2

28,3 29,3

37,3 38,3

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing 6-10-2025 09:17:58

Bijlage 4

Modelgegevens Bronmaatregel Hoge Geest Model: Groep: Naam W-01 W-02 W-03

R2025.055 Bijlage 4

Bronmaatregel Hoge Geest Gemeentewegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet Omschr. Hoge Geest Grote Achterweg Geestweg

Wegdek Dunne deklagen B Referentiewegdek Referentiewegdek

Wegdek W17 W1 W1

Vorm Polylijn Polylijn Polylijn

Lengte 511,22 302,50 262,73

Hdef. Relatief Relatief Relatief

Hbron 0,75 0,75 0,75

V(LV(D)) 60 60 60

Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

V(LV(A)) 60 60 60

V(LV(N)) 60 60 60

V(MV(D)) 60 60 60

V(MV(A)) 60 60 60

V(MV(N)) 60 60 60

V(ZV(D)) 60 60 60

V(ZV(A)) 60 60 60

6-10-2025 09:11:50

Modelgegevens Bronmaatregel Hoge Geest Model: Groep: Naam W-01 W-02 W-03

R2025.055 Bijlage 4

Bronmaatregel Hoge Geest Gemeentewegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet V(ZV(N)) 60 60 60

%Int(D) 6,59 6,59 6,61

%Int(A) 3,33 3,33 3,17

%Int(N) 0,95 0,95 1,00

%LV(D) 93,80 93,80 97,11

%LV(A) 96,40 96,40 98,56

%LV(N) 92,27 92,27 96,82

%MV(D) 4,46 4,46 2,25

%MV(A) 2,41 2,41 1,11

%MV(N) 5,33 5,33 2,42

%ZV(D) 1,74 1,74 0,64

%ZV(A) 1,19 1,19 0,33

Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

%ZV(N) 2,40 2,40 0,76

Totaal aantal 8413,00 8413,00 5726,00

6-10-2025 09:11:50

Rekenresultaten Bronmaatregel Hoge Geest Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

R2025.055 Bijlage 4

Resultatentabel Bronmaatregel Hoge Geest LAeq totaalresultaten voor toetspunten Gemeentewegen Nee

Naam Toetspunt 01_A 01_B 01_C 02_A 02_B

Omschrijving Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

02_C 03_A 03_B 03_C 04_A

Hoogte 2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

Dag 58,4 58,7 58,4 53,6 54,1

Avond 55,2 55,4 55,0 50,3 50,7

Nacht 50,4 50,6 50,3 45,6 46,0

Lden 59,5 59,7 59,4 54,7 55,1

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

54,1 47,7 48,9 49,1 38,4

50,7 44,3 45,5 45,6 35,6

46,0 39,6 40,8 41,0 30,8

55,1 48,7 49,9 50,1 39,7

04_B 04_C 05_A 05_B 05_C

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

40,3 41,7 47,9 49,2 49,6

37,1 38,5 44,8 45,9 46,2

32,4 33,8 40,1 41,1 41,5

41,4 42,8 49,1 50,2 50,6

06_A 06_B 06_C 07_A 07_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

38,4 40,1 42,7 44,6 45,8

35,3 36,9 39,4 41,3 42,4

30,6 32,2 34,7 36,6 37,7

39,6 41,2 43,7 45,7 46,8

07_C 08_A 08_B 08_C 09_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

46,1 31,7 33,5 37,3 45,1

42,7 29,1 30,7 34,4 42,1

38,0 24,4 26,0 29,7 37,4

47,1 33,2 34,9 38,6 46,3

09_B 09_C 10_A 10_B 10_C

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

46,1 46,8 33,9 36,5 39,7

43,0 43,6 31,0 33,4 36,5

38,2 38,8 26,3 28,8 31,8

47,2 47,9 35,2 37,7 40,8

11_A 11_B 11_C 12_A 12_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

41,3 42,3 43,0 33,7 34,6

38,0 38,9 39,6 31,0 31,6

33,4 34,3 34,9 26,2 26,9

42,4 43,3 44,0 35,1 35,8

12_C 13_A 13_B 13_C 14_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

37,3 40,7 41,8 43,5 37,3

34,3 37,7 38,7 40,5 34,7

29,6 32,9 34,0 35,7 29,9

38,5 41,9 43,0 44,7 38,7

14_B 14_C 15_A 15_B 15_C

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

38,4 40,7 39,8 39,5 39,9

35,6 37,7 36,7 36,1 36,5

30,9 32,9 32,0 31,5 31,8

39,8 41,9 41,0 40,5 40,9

16_A 16_B 16_C 17_A 17_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

42,5 41,7 42,2 44,2 48,6

40,2 39,2 39,5 41,7 46,0

35,3 34,3 34,6 36,9 41,1

44,1 43,1 43,5 45,7 50,0

17_C 18_A 18_B 18_C 19_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

49,6 39,5 44,3 45,6 34,9

46,7 37,0 41,6 42,6 32,0

41,8 32,2 36,8 37,8 27,2

50,8 41,0 45,7 46,8 36,2

19_B 19_C 20_A 20_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80

36,5 37,0 43,5 43,3

33,6 33,8 41,1 40,7

28,9 29,1 36,2 35,8

37,8 38,1 45,1 44,7

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing 6-10-2025 09:18:33

Rekenresultaten Bronmaatregel Hoge Geest Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

R2025.055 Bijlage 4

Resultatentabel Bronmaatregel Hoge Geest LAeq totaalresultaten voor toetspunten Gemeentewegen Nee

Naam Toetspunt 20_C 21_A 21_B 21_C 22_A

Omschrijving Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

22_B 22_C 23_A 23_B 23_C

Hoogte 9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

Dag 44,5 44,4 48,2 49,0 41,2

Avond 41,7 41,9 45,5 46,0 38,8

Nacht 36,8 37,0 40,6 41,2 33,9

Lden 45,8 45,9 49,6 50,2 42,7

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

43,5 45,1 43,4 44,3 44,9

40,8 42,1 40,2 41,0 41,6

35,9 37,3 35,4 36,3 36,8

44,8 46,3 44,5 45,3 45,9

24_A 24_B 24_C 25_A 25_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

42,0 43,1 44,6 41,4 45,0

39,7 40,5 41,7 39,0 42,3

34,8 35,6 36,9 34,2 37,5

43,6 44,5 45,8 43,0 46,4

25_C 26_A 26_B 26_C 27_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

47,9 34,6 37,9 42,9 45,6

45,0 31,8 34,9 39,9 42,4

40,2 27,2 30,3 35,2 37,6

49,2 36,0 39,2 44,2 46,7

27_B 27_C 28_A 28_B 28_C

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

46,9 47,2 41,3 42,6 44,2

43,6 43,9 38,9 40,0 41,3

38,8 39,1 34,0 35,1 36,4

47,9 48,2 42,8 44,0 45,4

29_A 29_B 29_C 30_A 30_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

49,2 50,3 51,6 43,9 43,8

46,1 47,0 48,4 40,9 40,6

41,4 42,3 43,6 36,2 36,0

50,4 51,4 52,7 45,1 44,9

30_C 31_A 31_B 31_C 32_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

9,00 2,30 5,80 9,00 2,30

45,1 49,3 50,5 50,6 32,3

41,9 46,0 47,1 47,2 29,5

37,2 41,3 42,4 42,4 24,8

46,2 50,3 51,5 51,5 33,6

32_B 32_C 33_A 33_B 33_C

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

5,80 9,00 2,30 5,80 9,00

35,6 40,1 55,9 56,4 56,3

32,6 37,1 52,7 53,0 52,9

27,9 32,3 48,0 48,3 48,2

36,9 41,3 57,0 57,4 57,3

34_A 34_B 34_C 35_A 35_B

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt

2,30 5,80 9,00 2,30 5,80

59,7 59,9 59,7 53,8 54,5

56,4 56,5 56,3 50,5 51,1

51,6 51,8 51,6 45,8 46,4

60,7 60,9 60,7 54,9 55,5

35_C 36_A 36_B 36_C 37_A

Toetspunt Toetspunt Toetspunt Toetspunt Monstersepad 5

9,00 2,30 5,80 9,00 2,00

54,6 41,9 43,8 45,2 42,3

51,2 39,1 40,6 41,9 40,0

46,4 34,4 35,9 37,2 35,1

55,5 43,3 44,9 46,2 43,9

37_B 38_A 38_B 39_A 39_B

Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5 Monstersepad 5

5,00 2,00 5,00 2,00 5,00

41,4 39,4 40,3 42,3 43,3

38,8 36,3 37,2 39,2 40,2

34,0 31,6 32,4 34,5 35,4

42,8 40,6 41,4 43,5 44,4

40_A 40_B

Monstersepad 5 Monstersepad 5

2,00 5,00

34,1 35,3

31,3 32,4

26,5 27,7

35,4 36,6

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing 6-10-2025 09:18:33

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

NOTITIE Betreft: Project: Datum: Referentie:

Omgevingsveiligheid Hoge Geest nabij nr. 6 Naaldwijk 05-09-2025 21-010-H

Aanleiding Aan de Hoge Geest, nabij nr.6, te Naaldwijk wordt een woonerf gerealiseerd. De bestaande kassen en de verharding worden gesloopt om ruimte te maken voor 9 vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Het initiatief past niet binnen de kaders van het omgevingsplan. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een TAM-IMRO procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het initiatief aan te tonen dienen relevante milieuaspecten zoals ‘Omgevingsveiligheid’ te worden verantwoord. Voorliggend document voorziet hier in. Bestaande situatie Het plangebied is bijna volledig verhard. Er staan kassen, een bedrijfswoning en verharding ten behoeve van het parkeren en de uitrit. De bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 11.530 m2. Op onderstaande afbeelding is de bestaande situatie weergegeven.

Bedrijfswoning

kassen

uitrit

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Het initiatief De kassen en de verharding worden gesloopt om ruimte te maken voor een woonerf van 9 vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Op onderstaande afbeelding is de gewenste situatie weergegeven.

Het woonerf wordt ontsloten via een centrale ontsluiting op de Hoge Geest. Langs deze ontsluiting wordt een brede groenstrook aangelegd. Deze groenstrook draagt tevens bij aan de verkeersveiligheid: fietsers kunnen er veiliger oversteken, omdat de lage beplanting zorgt voor goed zicht tussen verkeer en fietsers. Ook In de middenberm wordt tevens groen voorzien waardoor een volwaardige groene inrichting ontstaat. Hier worden bomen geplant die zorgen voor schaduw en zo hittestress verminderen. De parkeerplaatsen op de woonkavels zijn zo gepositioneerd dat de uitritten op voldoende afstand van de Hoge Geest liggen en zoveel mogelijk naast elkaar worden gesitueerd. In de middenberm komen extra parkeerplaatsen, uitgevoerd in halfverharding zodat regenwater in de bodem kan infiltreren.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.

Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl). • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl). • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Beoordeling Met behulp van de kaart ‘veilige leefomgeving’ uit de Atlas leefomgeving is op 22 augustus 2025 gekeken of in de directe omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Met rode stip is de locatie van het plangebied aangegeven.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven Het plangebied ligt in het gifwolkaandachtsgebied behorende tot meerdere bedrijven. Artikel 5.12, lid 4 Bkl bepaalt dat bij het beoordelen van het groepsrisico als gevolg van een gifwolk (bijvoorbeeld bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen) op beleidsmatige gronden een afstand van 1,5 km wordt gehanteerd (afkap). Voor een locatie binnen die 1,5 km wordt beoordeeld of aanvullende maatregelen nodig zijn. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘Gifwolkaandachtsgebieden met afkap 1.500 m’ uit het Portaal Atlas Veiligheid (PAV) weergegeven. Met rode stip is de locatie van het plangebied aangegeven.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Het plangebied ligt niet binnen een gifwolkaandachtsgebied met afkap. Daarnaast zal gezien de relatief beperkte omvang van het initiatief en de huidige populatiedichtheid geen sprake zijn van een verhoogd groepsrisico. Een verdere toetsing aan het groepsrisico is niet noodzakelijk. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt buiten de brandaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden van transportroutes die op grond van het Basisnet zijn aangewezen. Dit betreft rijkswegen waar vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan, zoals vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Regeling Basisnet. De N213, die op een afstand van meer dan 1,5 kilometer van het plangebied ligt, is de dichtstbijzijnde provinciale weg. Over deze weg vindt in beperktere mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats dan over de Basisnetroutes. Voor het vervoer over het Basisnet gelden specifieke regels met betrekking tot risicocontouren (zones rondom de route waar risico’s kunnen optreden) en afstandseisen tot zogenoemde gevoelige functies, zoals scholen en ziekenhuizen. Deze regels zijn niet van toepassing op provinciale wegen. Buisleidingen met gevaarlijke stoffen Het plangebied bevindt zich niet in een aandachtsgebied van een buisleiding. Ten noorden en oosten liggen de dichtstbijzijnde leidingen. Dit zijn de volgende gasleidingen: 1.

Op ca. 225 meter afstand van het plangebied ligt buisleiding NM-412041 van de NAM. Deze heeft een werkdruk van 44 bar en een diameter van 3 inch en heeft een 1% letaliteitscontour van 38 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van deze leiding.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

2.

Op ca. 345 meter afstand van het plangebied ligt buisleiding W-522-05 van Gasunie. Deze heeft een werkdruk van 40 bar en een diameter van 16 inch en een 1% letaliteitscontour van 170 meter. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van deze leiding.

Conclusie Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

NOTITIE Betreft: Project: Datum: Referentie:

Lichthinder Hoge Geest nabij nr. 6 Naaldwijk 29-10-2025 21-010-H

Aanleiding Aan de Hoge Geest, nabij nr.6, te Naaldwijk wordt een woonerf ontwikkeld. Op de locatie zijn momenteel kassen en verhardingen aanwezig die worden gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwe invulling. Het plan voorziet in de realisatie van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op het perceel omgezet naar een reguliere woning. Het initiatief past niet binnen de kaders van het omgevingsplan. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een TAM-IMRO procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het initiatief aan te tonen dienen relevante milieuaspecten zoals ‘Archeologie’ te worden verantwoord. Voorliggend document voorziet hier in. Bestaande situatie Het plangebied is bijna volledig verhard. Er staan kassen, een bedrijfswoning en verharding ten behoeve van het parkeren en de uitrit. De bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 11.530 m2. Op onderstaande afbeelding is de bestaande situatie weergegeven.

Bedrijfswoning

kassen

uitrit

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Het initiatief De kassen en de verharding worden gesloopt om ruimte te maken voor een woonerf van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Op onderstaande afbeelding is de gewenste situatie weergegeven.

Het woonerf wordt ontsloten via een centrale ontsluiting op de Hoge Geest. Langs deze ontsluiting wordt een brede groenstrook aangelegd. Deze groenstrook draagt tevens bij aan de verkeersveiligheid: fietsers kunnen er veiliger oversteken, omdat de lage beplanting zorgt voor goed zicht tussen verkeer en fietsers. Ook In de middenberm wordt tevens groen voorzien waardoor een volwaardige groene inrichting ontstaat. Hier worden bomen geplant die zorgen voor schaduw en zo hittestress verminderen. De parkeerplaatsen op de woonkavels zijn zo gepositioneerd dat de uitritten op voldoende afstand van de Hoge Geest liggen en zoveel mogelijk naast elkaar worden gesitueerd. In de middenberm komen extra parkeerplaatsen, uitgevoerd in halfverharding zodat regenwater in de bodem kan infiltreren.

06 - 452 721 87 Ralf@buelens.nl Buelens.nl

Wettelijk kader Kunstmatige verlichting kan verschillende soorten nadelige effecten veroorzaken. Er kan sprake zijn van hinder voor de mens, bijvoorbeeld als mensen zich niet kunnen afschermen van het aanwezige kunstlicht, maar daar wel behoefte aan hebben. Daarnaast kan sprake zijn van hinder langs wegen, bijvoorbeeld door reclamezuilen met veel licht of van horizonvervuiling, bijvoorbeeld als het licht van een verlichte stal of verlicht sportveld in het open landschap op grote afstand goed is te zien. Ten slotte kan sprake zijn van verstoring van de natuur, bijvoorbeeld door het verstoren van het gedrag van diersoorten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn geen instructieregels opgenomen voor lichthinder. In artikel 4.790 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen. Dit is ter voorkoming van lichthinder en om de duisternis en het donkere landschap te beschermen. Ondanks er geen instructieregels zijn opgenomen voor lichthinder, maakt het wel onderdeel uit van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies en locaties en kan het daarvoor in sommige gevallen toch noodzakelijk zijn om aandacht te besteden aan lichthinder. Situatie Met voorliggend initiatief worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die leiden tot mogelijke lichthinder.

Het initiatief zal daarmee dan ook niet leiden tot onaanvaardbare lichthinder op de omgeving. De sanering van de huidige kassen, een mogelijk lichtveroorzakende activiteit, draagt zelfs bij aan het verminderen van eventuele lichthinder op de omgeving. Het projectgebied is gelegen in het glastuinbouwgebied. In de omgeving vinden activiteiten plaats die mogelijk lichthinder kunnen veroorzaken, namelijk de glastuinbouwbedrijven. Voor de omliggende glastuinbouwbedrijven die gewassen telen in kassen geldt dat ze moeten voldoen aan de regels over assimilatiebelichting in paragraaf 4.75 van het Bal, specifiek artikel 4.790. Hiervoor geldt dat met het oog op het beperken van lichthinder bij het gebruik van assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van 15.000 lux of meer (worstcase) de lichtuitstraling van zonsondergang tot zonsopgang is verminderd door de gevel van de kas zo af te schermen dat op een afstand van 10 m van de gevel de lichtvermindering ten minste 95% is en de in de kas gebruikte lampen niet zichtbaar zijn. De afstandsmaat tussen de nieuwe woningen en de kassen bedraagt meer dan 10 meter. Dit betekent dat met de regeling uit het Bal lichthinder door assimilatiebelichting op de woningen wordt voorkomen. Conclusie Vanuit het aspect lichthinder is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

HOGE GEEST NABIJ NR. 6 NAALDWIJK Weging van het waterbelang

Gemeente Westland

Status:

Versie-2

Projectnr:

21-010-H

Datum:

20 oktober 2025

COLOFON ▪ Titel

▪ Hoge Geest nabij nr. 6 Naaldwijk

Onderdeel

Weging van het waterbelang

Projectnummer

21-010-H

Status

Versie-2

Datum

20 oktober 2025

Auteur

Ralf Buelens (BUELENS Ruimte)

INHOUD 1

2

3

4

INLEIDING

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Bestaande situatie Het initiatief

1 1 2 2

WETTELIJK KADER

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

4 5 6 6 6

Europees beleid Nationaal beleid Provinciaal beleid Beleid Hoogheemraadschap van Delfland Gemeentelijk beleid

ONDERZOEK

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

8 9 10 11 11 12 13 13

Veiligheid en waterkeringen Waterkwantiteit Voorkomen van wateroverlast Watersysteemkwaliteit en ecologie Onderhoud en bagger Bodem en grondwater Afvalwater en riolering Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland

CONCLUSIE

14

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de weging van het waterbelang. Dit houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De weging van het waterbelang is tevens een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De weging van het waterbelang resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Aan de Hoge Geest, nabij nr.6, te Naaldwijk wordt een woonerf ontwikkeld. Op de locatie zijn momenteel kassen en verhardingen aanwezig die worden gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwe invulling. Het plan voorziet in de realisatie van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op het perceel omgezet naar een reguliere woning. Het initiatief past niet binnen de kaders van het omgevingsplan. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een TAM-IMRO procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het initiatief aan te tonen dienen relevante milieuaspecten zoals water te worden verantwoord. Voorliggend document voorziet hier in.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Hoge geest ten noorden van het centrum van Naaldwijk en ten oosten van het centrum van ’s-Gravenzande. Op onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de omgeving weergegeven. Met rood is de locatie van het plangebied aangegeven.

‘s-Gravenzande

Naaldwijk

20 oktober 2025

1

Weging van het waterbelang

1.3

Bestaande situatie

Het plangebied is bijna volledig verhard. Er staan kassen, een bedrijfswoning en verharding ten behoeve van het parkeren en de uitrit. De bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 11.530 m2. Op onderstaande afbeelding is de bestaande situatie weergegeven.

Bedrijfswoning

kassen

uitrit

1.4

Het initiatief

De kassen en de verharding worden gesloopt om ruimte te maken voor een woonerf van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Op onderstaande afbeelding is de gewenste situatie weergegeven.

20 oktober 2025

2

Weging van het waterbelang

Het woonerf wordt ontsloten via een centrale ontsluiting op de Hoge Geest. Langs deze ontsluiting wordt een brede groenstrook aangelegd. Deze groenstrook draagt tevens bij aan de verkeersveiligheid: fietsers kunnen er veiliger oversteken, omdat de lage beplanting zorgt voor goed zicht tussen verkeer en fietsers. Ook In de middenberm wordt tevens groen voorzien waardoor een volwaardige groene inrichting ontstaat. Hier worden bomen geplant die zorgen voor schaduw en zo hittestress verminderen. De parkeerplaatsen op de woonkavels zijn zo gepositioneerd dat de uitritten op voldoende afstand van de Hoge Geest liggen en zoveel mogelijk naast elkaar worden gesitueerd. In de middenberm komen extra parkeerplaatsen, uitgevoerd in halfverharding zodat regenwater in de bodem kan infiltreren.

20 oktober 2025

3

Weging van het waterbelang

2

WETTELIJK KADER

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan wordende wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsdocumenten vastgesteld over water en klimaatadaptatie (EU, rijk, provincie, waterschap en gemeente). Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) (kaderstellend) Nationaal: • Wetgeving over water: per 1 januari 2024 in de Omgevingswet, o.a. art.

2.2 (kaderstellend) • Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (kaderstellend en richtinggevend) • Water en Bodem sturend bij ruimtelijke ordening (richtinggevend) • Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (richtinggevend) Provinciaal: • Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (richtinggevend) Hoogheemraadschap van Delfland: • Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) (richtinggevend) • Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving (voorheen watertoets) • Handreiking weging waterbelang voor gemeenten (richtinggevend en kaderstellend) • Diverse beleidsdocumenten, waaronder de waterschapsverordening (kaderstellend) Gemeentelijk: • Waterklimaatplan Westland (richtinggevend) • Strategie klimaatadaptatie Westland (richtinggevend) • Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland leidraad 2.0 (kaderstellend) • Programma van standaarden (kaderstellend) • Hemelwaterverordening (kaderstellend)

2.1

Europees beleid

Kaderrichtlijnwater KRW: (kaderstellend) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze 'goede toestand' uiterlijk in 2027 realiseren. De Rijksoverheid heeft de Kaderrichtlijn Water (KRW) omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Dit staat in de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Deze wet- en regelgeving is vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is systeemverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW namens het Rijk. In onder andere het Bestuursakkoord Water is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. Alle waterbeheerders in Nederland zijn verantwoordelijk voor een deel van de uitvoering van de KRW. De Kaderrichtlijn Water verplicht de lidstaten om eens in de 6 jaar

20 oktober 2025

4

Weging van het waterbelang

stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) vast te stellen. Deze SGBP's geven voor elk stroomgebied een overzicht van de toestand, problemen, doelen en maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Voor Westland zijn de jaarlijkse waterkwaliteitsrapportages van Delfland relevant (komt elk kaar in april uit over het vorige jaar). De waterkwaliteit in Westland is het afgelopen decennium overall wel verbeterd, maar voldoet (in ruime mate) niet aan de KRW.

2.2

Nationaal beleid

Omgevingswet voorheen waterwet (kaderstellend) De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet. Dit is één van de 26 wetten die in de Omgevingswet opgaan. De Waterwet en de onderliggende regelgeving bevatten veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen blijven grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. Ook de hoofdlijnen van het waterbeheer onder het oude recht, zoals bijvoorbeeld de bevoegde autoriteiten en het vergunningenstelsel blijven in stand in de Omgevingswet. De wet zegt dat gemeente een sleutelrol spelen in het lokale waterbeheer, specifiek het beschermen van watersystemen en waterkwaliteit en benadrukt het belang in een goede samenwerking tussen verschillende bestuurslagen. In artikel 2.1 van de omgevingswet staan de taken en bevoegdheden van de bestuursorganen beschreven. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (kaderstellend) Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan en hebben zich daarvoor ook verenigd in werkregio's. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is gebaseerd op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie uit 2015. Deze Deltabeslissing moet elke zes jaar opnieuw worden herijkt. We kunnen maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade voorblijven door vanaf nu, naast de voortdurende inzet op de primaire waterveiligheid met het hoogwaterbeschermingsprogramma en de programma's voor de secundaire waterkeringen van de waterschappen, klimaatbestendig en waterrobuust te bouwen en bij de toedeling van functies rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in een gebied. Dit voorkomt extra risico op schade en slachtoffers bij een overstroming of extreem weer. Ook zijn dringend investeringen nodig om de vitale en kwetsbare functies en processen (waaronder wegen, spoorwegen, vaarwegen, elektriciteit, ICT, drinkwater, gas) robuuster in te richten en beter bestand te maken tegen extremere weersomstandigheden. Nú slim bouwen bespaart geld in de toekomst en draagt bij aan leefbaarheid en gezondheid. Er is meer inzet nodig van zowel publieke als private partijen voor het klimaatbestendig uitvoeren van nieuwbouw, industrieterreinen, ICT- en energievoorzieningen en het klimaatbestendig aanpassen van bestaande bebouwing.

Water en bodem sturend (richtinggevend) Op vrijdag 25 november 2022 heeft Minister Harbers van I&W de kamer geïnformeerd via de kamerbrief over het richtinggevend kader Water en bodem sturend (WBS). De ruimte in Nederland staat onder druk vanwege de optelsom van vele ontwikkelingen, zoals woningbouwopgave, klimaatverandering, de energietransitie en economische ontwikkeling. De gemeente Westland, als één van de meest verharde gemeenten van Nederland, heeft decennialang kunnen floreren in economie en wonen doordat met technische ingrepen het (grond)water en bodem kon worden gebruikt dan wel beheerst. Door de gevolgen van klimaatverandering én de druk op de ruimte is deze aanpak niet langer houdbaar. De draagkracht van de natuur en het water- en bodemsysteem heeft op vele vlakken haar grenzen bereikt. Dit vertaalt zich in verhoogde risico's op wateroverlast en watertekorten. Om bestaande en nieuwe functies nog goed en veilig te kunnen laten bestaan, zijn extra inspanningen nodig op het vlak van water en bodem. Ons denken en handelen moet hierin veranderen. De beleidslijnen die vanuit bodem en water

20 oktober 2025

5

Weging van het waterbelang

sturend worden meegegeven geven de gemeente Westland richting in de ruimtelijke puzzel, het ZHPLG maar ook nieuw te ontwikkelen gemeentebeleid voor klimaatadaptatie en de ruimtelijke visie op de glastuinbouw. Landelijke maatlat (richtinggevend) De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen waaraan door gemeenten voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. Op 23 maart 2023 ging een kamerbrief uit met de invulling hiervan. De landelijke maatlat definieert eenduidig wat we onder klimaatadaptief bouwen en inrichten verstaan. Deze bestaat uit kwalitatieve doelen en kwantitatieve prestatie-eisen/richtlijnen voor de thema's overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. De eisen van het convenant Klimaatadaptief Bouwen, de regionale afspraken waar de gemeente Westland aan meedoet, voldoen hieraan (zie hieronder).

2.3

Provinciaal beleid

Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (richtinggevend) Het Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027, vastgesteld door de Provinciale Staten, beschrijft het waterbeleid van de provincie. Dit programma omvat de uitvoering van Europese richtlijnen zoals de Kaderrichtlijn Water, en gaat in op onderwerpen als zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Het biedt een overzicht van de aanpak en samenhang tussen verschillende water gerelateerde onderwerpen. Het programma is het resultaat van samenwerking met partners zoals waterschappen, drinkwaterbedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten, en wordt elke zes jaar geactualiseerd.

2.4

Beleid Hoogheemraadschap van Delfland

Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) (richtinggevend) In dit programma geeft Delfland aan hoe ze inspelen op ontwikkelingen als zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging, en waar zij de komende jaren aan werken. Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving (voorheen watertoets) Bij plannen in de fysieke leefomgeving is de weging van het waterbelang verplicht. Voor het doorlopen van dit proces heeft Delfland een handreiking opgesteld. Handreiking weging waterbelang voor gemeenten (richtinggevend en kaderstellend) De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de procedure voor de weging van het waterbelang in plannen voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Diverse beleidsdocumenten Hoogheemraadschap van Delfland (richtinggevend en kaderstellend) De basis van het beleid is de waterschapsverordening van Delfland. Hierin staan regels wat wel en niet is toegestaan binnen wateren en waterkeringen. Verder bestaat er over wateroverlast, de inrichting van watergangen/natuurvriendelijke oevers, zonering van waterkeringen/kust en waterkwaliteit ook divers Delflands beleid. Dit is te vinden op de website van Delfland.

2.5

Gemeentelijk beleid

Waterklimaatplan Westland (richtinggevend) Het waterklimaatplan bevat ambities en ambitieniveaus op basis van lange termijndoelen (2040-2050). Het per doel gekozen ambitieniveau is vastgelegd in een Ambitie-keuzekaart. Ambities zijn uitgewerkt in gezamenlijke jaarlijkse uitvoeringsprogramma's. Dit waterklimaatplan wordt in 2024/2025 geactualiseerd. Strategie klimaatadaptatie Westland (richtinggevend) De Omgevingsvisie 2.0 stelt dat Westland in 2040 klimaatadaptief moet zijn ingericht. Om deze ambitie waar te kunnen maken, is een Westlandse strategie vastgesteld om richting en kader te geven aan deze lange termijn 20 oktober 2025

6

Weging van het waterbelang

ontwikkeling. Het bevat een beschrijving van de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Westland, urgentie en de strategische ontwikkellijnen voor de gemeente Westland. Dit betekent dat de gemeente klimaatadaptatie borgt in al haar beleid en uitvoeringsprogramma's, waarbij er specifieke aandacht uitgaat naar verder onderzoek naar risicogebieden en kwetsbare groepen. Daarnaast ziet de gemeente een grote betrokkenheid van haar inwoners en bedrijven als noodzakelijk, om ook een bijdrage te leveren in de (gezamenlijke) opgave. Klimaatadaptatie kan immers niet alleen afgewenteld worden op de openbare ruimte. Bedrijven en inwoners hebben een eigen verantwoording voor wat betreft private eigendommen. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (kaderstellend) De gemeente Westland is ondertekenaar van het Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland. Dit betekent dat de gemeente Westland nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk wil bouwen. Deze eisen worden bij planvorming van nieuwe ontwikkelingen (OTW) aan de voorkant meegegeven. Daarnaast zijn deze in 2022 verwerkt in de het Programma van standaarden van de gemeente Westland en vormt dit tot op heden een actueel eisenpakket voor de inrichting van de openbare ruimte. We voldoen hiermee ook aan de landelijke klimaatlat.

Programma van standaarden (kaderstellend) Hierin zijn de voorwaarden opgenomen waaraan de inrichting van de openbare ruimte moet voldoen, inclusief de eisen voor klimaatadaptatie, water en groen. Het programma wordt gehanteerd bij overdracht aan de gemeente van private gronden als openbare ruimte en is leidraad voor de herinrichtingsprojecten van de gemeente zelf. Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland (kaderstellend) Vanaf 20 december 2023 heeft de gemeente Westland beleid op het bergen en vasthouden van regenwater op privaat terrein binnen een nieuwbouwplan. Vanaf 1 januari maakt deze verordening automatisch deel uit van het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat elke ruimtelijke ontwikkeling groter dan 50 m2 hieraan moet voldoen. Voor iedere m² bebouwd oppervlak moet 50 liter berging worden aangelegd. Bij bedrijventerreinen tellen ook de verharde onbebouwde oppervlaktes mee. Voor het aanleggen van de waterberging bestaan verschillende mogelijkheden. In het handboek 'Omgaan met Hemelwater bij nieuwbouw in Westland' staan voorbeelden ter inspiratie.

20 oktober 2025

7

Weging van het waterbelang

3

ONDERZOEK

3.1

Veiligheid en waterkeringen

Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de waterschapsverordening Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de waterkeringenkaart uit de legger weergegeven. Met rode cirkel is de locatie van het plangebied aangegeven.

In of rondom het plangebied ligt geen waterkering of beschermingszone. De dichtstbijzijnde kering ligt ten westen van het plangebied op een afstand van meer dan 300 meter. Voor werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen een zonering van een waterkering, is over het algemeen een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd. Er vinden met voorliggend initiatief geen ingrepen plaats ter plaatse van een beschermingszone.

20 oktober 2025

8

Weging van het waterbelang

3.2

Waterkwantiteit

Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent dat in eerste instantie een inspanning moet worden gedaan om het hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft de watersleutel ontwikkeld, een rekentool waarbij op basis van een aantal relevante kenmerken van de ontwikkeling wordt bepaald hoeveel waterberging er dient te worden gerealiseerd. In de rekentool is de te verwachten klimaatverandering meegenomen (situatie 2050). Er wordt een woonerf ontwikkeld. Op de locatie zijn momenteel kassen en verhardingen aanwezig die worden gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwe invulling.

Het plan voorziet in de realisatie van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op het perceel omgezet naar een reguliere woning. Voor de watersleutel worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bestaande situatie In de bestaande situatie bestaat de bebouwing/verharding uit: • Verharding aan het Monstersepad = 253 m2 • Oprit aan de Hoge Geest = 87 m2 • Kassen = 9.426 m2 • Bedrijfswoning = 134 m2 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie bestaat de bebouwing/verharding uit: • 9 vrijstaande woningen = 150 m2 per woning • 1 bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning = 134 m2 • verharding bij de woningen = 100 m2 per woning • Centrale ontsluiting = 890 m2 • Parkeerplaatsen middenberm (halfverharding) = 142 m2 • Groen = 1.182 m2 In onderstaande tabel zijn de oppervlaktes in m2 weergegeven.

Oppervlaktes watersleutel Bestaand Nieuw

Plangebied

kassen

Bebouwing Verharding

Halfverharding

Water

Groen

Onverhard

11530 11530

9802 0

134 1484

0 142

237 237

0 1182

1017 6595

340 1890

Op basis van bovenstaande gegevens is de watersleutel ingevuld. Uit de watersleutel blijkt dat er geen extra oppervlaktewater/ waterberging dient te worden gerealiseerd. Op onderstaande afbeelding is de watersleutel weergegeven.

20 oktober 2025

9

Weging van het waterbelang

3.3

Voorkomen van wateroverlast

Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking weging van het waterbelang voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website https://www.hhdelfland.nl/over-ons/beleid/weging-waterbelang-plannen-fysieke/

20 oktober 2025

10

Weging van het waterbelang

3.4

Watersysteemkwaliteit en ecologie

In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de Kaderrichtlijn Water (KRW) maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. De huidige bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Er is sprake van het omzetten van glastuinbouw naar wonen.

Hierbij is meestal sprake van minder uitstoot van nutriënten, waardoor de waterkwaliteit mogelijk verbeterd. Uit de watersleutel (paragraaf 3.2) blijkt dat er geen extra water dient te worden gegraven.

3.5

Onderhoud en bagger

Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Waterschapsverordening Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken. Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. Er gelden de volgende criteria: • als er sprake is van ‘varend’ onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn).

20 oktober 2025

11

Weging van het waterbelang

•

•

voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen.

In het plangebied ligt, aan de noordzijde, een secundaire watergang. Voor de watergang geldt een beschermingszone. De watergang en beschermingszone is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Het is niet toegestaan om op de watergang gemotoriseerd te varen. De watergang blijft met voorliggend initiatief behouden. Er vinden geen wijzigingen aan de watergang plaats. Ook vinden er geen graafwerkzaamheden vanwege de sloop van de kassen en de bouw van de woningen plaats buiten de beschermingszone. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het buitengewoon onderhoud van het watervoerend deel. De toekomstige aanliggende eigenaren zijn verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud.

3.6

Bodem en grondwater

Bij nieuwe ontwikkelingen/initiatieven is het van belang om rekening te houden met een voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. Het bouwpeil moet daarom hoog genoeg boven het waterpeil liggen. Een voldoende hoog bouwpeil helpt niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. Het Hoogheemraadschap van Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, maar met een minimum van 1,0 m ten opzichte van het waterpeil. Het waterpeil in het plangebied ligt op 0,43- NAP. Het huidige maaiveld bedraagt gemiddeld ca. 0,50+ NAP. Het bouwkundig peil van de woningen bedraagt minimaal 0,80+ NAP. Het peil kan hoger worden vastgesteld.

20 oktober 2025

12

Weging van het waterbelang

De diepte van de onderkant van de funderingsbalken bedraagt ca. 90 centimeter ten opzichte van het bouwkundig peil. De onderkant van de funderingsbalk blijft boven het waterpeil. Hierbij wordt voldaan aan een drooglegging van minimaal 1,2 m. De grondwaterstand wordt met voorliggend planvoornemen niet aangetast of gewijzigd. Op onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven.

3.7

Afvalwater en riolering

Het afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde afvalwaterzuivering. De woningen worden aangesloten op de bestaande riolering. Er zijn geen problemen bekend omtrent de capaciteit van deze riolering of zuivering. Het hemelwater dat op de daken van de woningen valt wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op eigen terrein. Hier dient bij de uitwerking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van de woningen rekening mee te worden gehouden. Daarnaast worden de parkeerplaatsen in de middenberm uitgevoerd in halfverharding zodat het hemelwater ter plekke kan infiltreren in de bodem. Het Hoogheemraadschap adviseert om maatregelen toe te passen om deze afvoer te vertragen. Hiervoor zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van gebouwen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op het terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke.

3.8

Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland

Klimaatverandering zorgt voor meer wateroverlast. Dit betekent dat water beter moet worden afgevoerd. Gemeente Westland heeft daarom regels opgesteld hoe hiermee om te gaan. Dit is vastgelegd in de Hemelwaterverordening. Om hemelwater beter af te voeren moet het eerst worden opgevangen op eigen terrein. Bij nieuwbouw of bij functiewijziging van bouwwerken is een waterberging verplicht. Volgens de hemelwaterverordening dient er bovenop de waterberging (watersleutel) vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland extra waterberging te worden gerealiseerd (50 liter per m2 bebouwd oppervlak). Hier dient bij de uitwerking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van de woningen rekening mee te worden gehouden.

20 oktober 2025

13

Weging van het waterbelang

4

CONCLUSIE

Uit voorliggende weging van het waterbelang blijkt dat het initiatief past binnen het waterbeleid. De kwalitatieve en kwantitatieve waterbelangen komen niet in het gedrang.

20 oktober 2025

14

Weging van het waterbelang

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6) Naaldwijk

Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000gebieden. Een voor een Natura 2000-activiteit is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

BUELENS Ruimte Burgemeester Guljélaan 6 4837 CZ Breda

Katwijk, 28 november 2025 Projectnummer: 2025-844/rap1.3 Voor akkoord:

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ...............................................................................................................................................3

2.

Toetsingskader ...................................................................................................................................4

3.

Uitgangspunten ..................................................................................................................................5

3.1 Plangegevens .......................................................................................................................................5 3.2 Bouwfase ..............................................................................................................................................6 3.3 Gebruiksfase.........................................................................................................................................7 4.

Berekeningsresultaten .......................................................................................................................9

4.1 Bouwfase ..............................................................................................................................................9 4.2 Gebruiksfase.........................................................................................................................................9 4.3 Conclusie ..............................................................................................................................................9

Bijlagen - Projectberekeningen

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6), Naaldwijk 2025-844/rap1.3

Pagina 2 van 9

1. Inleiding In opdracht van BUELENS Ruimte is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd ten behoeve van het realiseren van de nieuwbouw van 9 vrijstaande woningen aan de Hoge Geest nabij nr. 6 te Naaldwijk. In onderstaande afbeelding is een globale situering van het plan weergegeven. Onderhavige rapportage betreft een nieuwe versie in verband met een nieuwe versie van de AERIUS calculator begin oktober 2025 en enkele opmerkingen van het bevoegd gezag.

Afbeelding: situering plangebied

De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden (OwN2000-methode). Het meest nabij gelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied volgens de AERIUS Calculator is: •

Solleveld & Kapittelduinen (ca. 2,9 km)

Voorgaand is zichtbaar in onderstaande afbeelding.

Afbeelding: omliggend Natura 2000-gebied

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6), Naaldwijk 2025-844/rap1.3

Pagina 3 van 9

2. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, heeft een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de AERIUS Calculator, zoals voorgeschreven in de Omgevingswet. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6), Naaldwijk 2025-844/rap1.3

Pagina 4 van 9

3. Uitgangspunten 3.1 Plangegevens Met het plan wordt de bouw van 9 vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. De kassen worden gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw. Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen vanen naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken en een check bij een bouwkundig aannemer. Gebruiksfase De nieuwe woningen worden uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Er zijn geen open haarden / houtkachels in het ontwerp opgenomen. Gebouwemissies zijn niet relevant. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024’. Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg.

Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot op de Zwartendijk (CIMLK 9.867 mv/etm., 0% filevorming). Op deze ontsluitingsweg wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer binnen de bebouwde kom. Lokaal is er geen sprake van filevorming volgens CIMLK. In AERIUS 2025 zijn stops opgenomen in het wegverkeer voor oprijden van wegen, kruispunten en stoplichten. Additioneel wordt geen filevorming opgenomen. Voor langzaam rijden / manoeuvreren op het terrein worden een lijnbron gemodelleerd met een stagnatiepercentage van 100%. Koude start wegverkeer Voor de koude start van wegverkeer worden de volgende stelregels gehanteerd: 1. Wegverkeer gebruiksfase woningen Conform de Handreiking Koude Start (BIJ12, 2025: link) is de volgende stelregel voor licht verkeer bij woningen aan de orde: -

Aantal woningen x 2 Aantal parkeerplaatsen x 1 Bovenstaande bij elkaar opgeteld = aantal koude starts per dag

Zwaar vrachtverkeer als gevolg van woningen wordt niet ingegeven, omdat de verwachting is dat deze niet langer dan twee uur met uitgeschakelde motor ter plaatse zal zijn (pakketdiensten, afvalledigingen).

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6), Naaldwijk 2025-844/rap1.3

Pagina 5 van 9

2. Verkeersaantrekkende werking bouwfase De verkeersaantrekkende werking van de bouwfase komt onderbouwd tot stand. Voor al het lichte verkeer wordt dezelfde stelregel gehanteerd als bij de gebruiksfase gehanteerd wordt. Dit, omdat de het lichte verkeer verondersteld wordt langer dan twee uur op locatie aanwezig te zijn, waarmee een koude start ontstaat. Voor zwaar verkeer wordt geen koude start aangehouden. Zwaar verkeer op de bouwplaats zal doorgaans binnen twee uur de bouwplaats verlaten waardoor er geen koude start aan de orde is. Worst case wordt voor 20% van het vrachtverkeer een koude start opgenomen. Tevens worden hiervoor emissies als gevolg van stationair draaien en langzaam rijden en manoeuvreren meegenomen. 3. Modelleren bron De emissies voor koude start van het wegverkeer worden ingegeven als vlakbron op de betreffende locatie. Rekenjaar De bouwfase zal vermoedelijk 12 maanden duren. Hiervoor wordt rekenjaar 2026 aangehouden. Aansluitend wordt voor de gebruiksfase gerekend met rekenjaar 2027. AERIUS Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de laatste versie van AERIUS (2025). 3.2 Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen vanen naar het plan.

De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken en een check bij een bouwkundig aannemer. De werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van de lokale / een bouwstroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R12305 (link). Bij een aangenomen gemiddelde motorbelasting van 35%, volgt hieruit de volgende formule om het dieselverbruik per uur te berekenen: Liter/uur = 0.095 * Pmax(kW) + 0.54 Dit leidt tot het volgende overzicht:

Tabel: inzet mobiele werktuigen

•

Conform de AERIUS invoerinstructie is voor AdBlue 6% van het dieselverbruik gerekend.

Onderzoek stikstofdepositie Hoge Geest (nabij 6), Naaldwijk 2025-844/rap1.3

Pagina 6 van 9

Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde:

Tabel: retourbewegingen bouwfase

• • •

Licht verkeer is berekend op basis van 48 werkbare werkweken met 5 werkdagen en 10 retourbewegingen per werkdag. Zwaar verkeer is berekend op 15 retourbewegingen per woning + 50 retourbewegingen voor sloopmaterialen. Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de berekende verkeersgeneratie voor licht verkeer.

Stationair draaien In de bouwfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht:

Tabel: emissies stationair vrachtverkeer

•

Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden. 3.3 Gebruiksfase

Gebouwemissies gebruiksfase De nieuwe woningen worden uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Er zijn geen open haarden / houtkachels in het ontwerp opgenomen. Gebouwemissies zijn niet relevant. Licht en zwaar verkeer De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘Parkeerkerncijfer 2024’. Dit leidt tot het volgende overzicht:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=b03e8455-db17-4c1f-aa65-20d8e6857f5a