CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij bestemmingsplan Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster

Commissie Ruimte en Wonen 14 mei 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster'34.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

HERONTWIKKELING ALOYSIUSSCHOOL TE MONSTER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.MONREMBRANDTSTR5pb-VA01 vastgesteld

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10

Nota van beantwoording zienswijzen Staat van wijzigingen Onderzoek bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid Akoestisch onderzoek Waterstudie Onderzoek beschermde soorten Stikstofberekening Bodemonderzoek Archeologisch onderzoek Inspraak en overleg

1

NOTA VAN BEANTWO O RDING ZIENSWIJZEN B E ST EMMI N GS PL AN “H er on tw ikk eli ng Al oysi ussc hoo l te Mo nst er”

1. Inleiding Voor u ligt de Nota afdoening zienswijzen met betrekking tot het bestemmingsplan “Herontwikkeling Aloysiusschool te Monster” hierna: de nota). Het doel van dit bestemmingsplan is het juridisch-planologisch mogelijk maken van woningen voor kwetsbare doelgroepen. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 voor eenieder zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn bestond de mogelijkheid om, naar keuze, schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. In totaal zijn er drie zienswijzen ingediend. Een overzicht van de ontvangen zienswijzen is opgenomen in de “Zienswijzen tabel”. De zienswijze is schriftelijk ingediend. Er is geen mondelinge zienswijze ontvangen. De indieners van zienswijzen zijn in staat gesteld om de zienswijze mondeling toe te lichten tijdens de hoorzitting van 12 maart 2024. De zienswijzen zijn hieronder in de tabel van deze nota afzonderlijk samengevat, beoordeeld en afgewogen en van een reactie voorzien. Tevens is een voorstel gedaan of de zienswijze aanleiding geeft om het bestemmingsplan op onderdelen te wijzigen. In het kader van de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), is de te publiceren zienswijzennota geanonimiseerd.

De indieners van zienswijze hebben in de ontvangstbevestiging een registratienummer ontvangen waaronder de zienswijze bij ons is geregistreerd. Het nummer waaronder de zienswijze is geregistreerd, komt overeen met het registratienummer zienswijze in onderstaande tabel.

Ziensw ijzen tabel

1

Registratienummer zienswijze

Inhoud van de zienswijze

Reactie

D2024-00005175

Gewijzigd plan Reclamant is teleurgesteld dat de opzet van het nieuwbouwdeel in het ontwerpbestemmingsplan volledig afwijkt van het getoonde ontwerpplan op 4 juli 2023. De wijzigingen houden onder andere in:

Gewijzigd plan Tijdens de informatieavond op 4 juli 2023 is een conceptplan getoond. Aan de hand van de ingediende reacties en de gesprekken met de Advies commissie Omgevingskwaliteit is het plan vervolgens aangepast. Het conceptplan had geen status en was slechts een eerste schets. Het plan bracht veel weerstand op vanuit bewoners in de omgeving.

a. Voorgevel nieuwbouw circa 4 meter verschoven richting Rembrandtstraat, zelfs 1,7 meter voorbij de gevellijn van de hoofdgevel van de gymzaal;

a. De vastgestelde rooilijn komt overeen met het bestemmingsplan, deze is daarom ook aangehouden (i.v.m. eenheid in de Rembrandtstraat). Het gebouw van de gymzaal staat aan deze rooilijn (buitenste gevellijn van de gymzaal). Er is ook gekozen om deze lijn te volgen, aangezien deze aansluit met de rooilijn van straat, kerk en bebouwing van de rest van de straat en de Frans Halsstraat. In de foto in de zienswijze wordt ingetekend op de hoogte van de schoolmuur. De huidige schoolmuur blijft staan en de tussenruimte worden tuinruimtes. De

aansluitende rooilijn is op een andere hoogte dan de foto doet suggereren.

Planverbeelding bestemmingsplan ten opzichte van de huidige situatie. b. De gevellengte van de nieuwbouw in de straat is toegenomen met 16 meter;

c. De maximale gebouwhoogte is niet aangepast, deze is nog steeds 9 en 12 meter;

b. Het bouwvlak in het ontwerp bestemmingsplan heeft een (gevel)lengte van maximaal 40 meter, terwijl de gevellengte van de huidige gymzaal ongeveer 32 meter is. Deze langere gevel is nodig om ruimte aan de achterkant van de nieuwbouw te realiseren voor een binnentuin en onderliggende parkeergarage. Bovendien werd in de schets van de bewonersavond uitgegaan van behoud van de school, waardoor het bouwvlak kleiner was. De ruimte tussen het bouwvlak en de kerk, waar nu een deel van de school staat, is ongeveer 23 meter breed en blijft in de toekomstige situatie onbebouwd. c. Dat klopt, maar de hoogte naar de Aloysiusschool en de achterkant van de woningen aan de Frans Halsstraat is

afgenomen naar 8 meter

d. De terugligging (setback) van de bovenste bouwlaag is verkleind tot 3 meter;

e. De lichte, speelse voorgevel van het gebouw is gewijzigd naar een donkere monotone gevel van 38 meter lang;

f.

Weer sneuvelt er een boom in de straat, dit in verband met de inrit naar de parkeervoorzieningen op het terrein.

Beeldkwaliteit Volgens reclamant gaat de beeldkwaliteit sterk achteruit. De nieuwbouw is volgens reclamant op deze manier zeer dominant aanwezig in het straat beeld van de betrekkelijk korte straat (de voorgevel bestaat uit bijna 1/3 deel van de straatlengte tussen de Frans Halsstraat en de Burgemeester Kampschöerstraat) en massaal ten opzichte van de belendingen. Het onder architectuur gebouwde pand van Rembrandstraat 1 valt er volgens reclamant totaal tegen weg.

d. In de schets van de bewonersavond werd uitgegaan van een dieper (en daarmee groter) bouwvlak richting de bestaande school. Met het verkleinde bouwvlak bleek dat het programma niet haalbaar was in combinatie met een 6 meter diepe setback. Om die reden is gekozen voor een setback van 3 meter. Daarnaast bleek uit de uitwerking van de verkleinde setback geen effect heeft op de daglichttoetreding of privacy van de bestaande woningen in de Rembrandstraat. Op basis van daglichttoetreding en de commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie) is daarnaast de afmeting van het binnenterrein bepaald. e. De uitstaling van het gebouw maakt geen onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure maar ligt ter beoordeling bij de Commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie). f.

Door de verplaatsing van de entree naar de parkeerhaven komt er een boom te vervallen. Hiervoor geldt een herplantplicht van twee bomen. De ontwikkelaar is hiervoor verantwoordelijk.

Beeldkwaliteit Beeldkwaliteit is de aanpak van Welstand. De stedenbouwkundige uitgangspunten volgen de huidige bebouwing (massa) langs de rooilijn in de Rembrandtstraat. Het langere gebouw volgt de bestaande rooilijn die nu in het bestemmingsplan staat, vandaaruit zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld. Waar we hierbij uitgaan van 9 meter hoogte aan de voorzijde en bij een setback van 12 meter. De hoogte neemt af naar achter. Er is ruimte voor een groene zone tussen de nieuwbouw en de bestaande school. In feite is het bouwvlak afgenomen in lengte ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. In de randvoorwaarden staat opgenomen dat de bestaande rooilijn in stand gehouden moet worden en een extra woonlaag toegevoegd kan worden. Deze keuzes zijn onder andere gemaakt voor kwaliteit van de omgeving in afstemming met de nieuwbouw, de

haalbaarheid van het Programma van Eisen en de rooilijn van de omgeving. Het straktrekken van de bebouwing is aan de hand van de rooilijn aan de schaduwkant. Zichtlijn Komende van zijde Choorstraat gaat zichtlijn op de kerk vanuit de Rembrandtstraat volgens reclamant verloren.

Zichtlijn De bebouwing volgt de rooilijn aan de hand van het oude bestemmingsplan. De zichtlijn blijft daarom gelijk.

Fietsen Ter plaatse van de hoofdingang van het gebouw is op eigen terrein volgens reclamant nauwelijks ruimte voor het plaatsen van fietsen. De bewoners van de zorgwoningen zullen echter veelvuldig bezoek krijgen. De kans is dan volgens reclamant heel groot dat fietsen gestald gaan worden op het smalle trottoir langs de Rembrandtstraat, wat weinig ruimte overlaat voor passanten op dit trottoir.

Fietsen De bestaande fietsenstalling van de school blijft behouden. Op het perceel zal door de ontwikkelaar fietsparkeerplaatsen voor bezoekers worden ingericht. De inrichting van het terrein maakt geen onderdeel uit van voorliggende bestemmingsplanprocedure.

Schade aan woningen Door de kortere afstand tussen de nieuwbouw en de woningen aan de overzijde van de Rembrandtstraat neemt de kans op schade van deze woningen als gevolg van trillingen bij de bouwactiviteiten volgens reclamant toe.

Schade aan woningen De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die voortkomt uit de bouw van het project, daar zij dit niet zelf bouwt. In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar staat opgenomen dat de ontwikkelaar volledig aansprakelijk is voor alle schade als gevolg van de door hem, of in zijn opdracht, uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van het project toegebracht aan de Gemeente dan wel derden. De ontwikkelaar dient de (bouw)werkzaamheden op een verantwoorde wijze uit te voeren en daarbij alle zorgvuldigheid en veiligheidsmaatregelen in acht te nemen zodat deze zo min mogelijk schade zullen veroorzaken aan onder andere de belendende percelen met veelal op staal gefundeerde opstallen. Tevens is het gewoon bouwregelgeving dat een belendingenonderzoek wordt gedaan waarbij de status van de relevante omliggende omgeving (binnen en buiten) in beeld wordt gebracht. Uiteraard is het doel om schades te voorkomen. Hier worden bouwmethodes op afgestemd. Eventuele schades worden, daar waar aantoonbaar, hersteld en vergoed. De ontwikkelaar is hiervoor verantwoordelijk.

Schade door grondwaterstandverlaging Kans op schade aan de woningen aan de overzijde van de Rembrandtstraat als gevolg van bodemzettingen ten gevolge van langdurige grondwaterverlaging bij de aanleg van de parkeerkelder, neemt volgens reclamant toe door de kortere afstand tussen de nieuwbouw en de woningen.

Schade door grondwaterstandverlaging Op dit moment is de bouwmethode voor de parkeerkelder nog niet vastgesteld, dus ook niet hoe de ontwikkelaar omgaat met de grondwaterstand. Hier zijn in het kader van het bestemmingsplan onderzoeken voor uitgevoerd en worden nadere onderzoeken in het traject van de aanvraag omgevingsvergunning uitgevoerd. Ook het voorgenoemde belendingen onderzoek is hier van toepassing.

Volgens reclamant is grote kans op schade aan de bomen in de straat als gevolg van langdurige grondwaterstandverlaging bij de aanleg van de parkeerkelder. Rembrandtstraat Volgens reclamant worden in het ontwerpbestemmingsplan eisen gesteld voor het plangebied aan de zijde van de Burgemeester Kampschöerstraat ten aanzien van behoud vriendelijk karakter, kleinschaligheid, minder verdichting, meer lucht, behoud van zichtlijnen en zichtbaar en beleefbaar groen. Op de Rembrandtstraat worden deze facetten volgens reclamant juist geweld aangedaan. In de beschrijving van het Beeldkwaliteitsplan en de gebiedsvisie komt de Rembrandtstraat volgens reclamant niet eens voor. Reclamant vraagt zich af of de Rembrandtstraat er dan niet toe doet. Dit terwijl de Rembrandtstraat volgens reclamant van oorsprong ook een vriendelijke en karaktervolle straat is die een harmonieus en kwalitatief hoogwaardig onderdeel is van de omgeving. Volgens reclamant een van de mooiste straten van Monster. Een straat ook, waar in de loop van de tijd volgens reclamant helaas ook steeds meer groen uit het straatbeeld is verdwenen, waaronder de groenstroken bij de gymzaal en nu weer een boom.

Rembrandtstraat Zoals reclamant stelt, wordt de Rembrandstraat niet specifiek genoemd in het beeldkwaliteitsplan van het bestaande bestemmingsplan ‘Kern Monster’ dat deels overgenomen is in de gebiedsvisie van het ontwerp bestemmingsplan. Genoemde aspecten zijn van toepassing op de Burgemeester Kampschöerstraat. In de Gebiedsvisie wordt gesteld dat de latere uitbreidingen van de school en het bijgebouw van de school aan de Rembrandtstraat uit de toon vallen en te dicht op de aanbouw van de kerk staan. Met de gedeeltelijke sloop van de school ontstaat ruimte om de Rembrandtstraat te versterken als rustige woonstraat, waarbij rekening gehouden dient te worden met een goede aansluiting op de naburige percelen en panden, de voortzetting van de gevelrooilijn, de perceelsgrenzen en het materiaalgebruik. Bijzondere aandacht moet er zijn voor de bouwhoogte van maximaal 12 meter aan de Rembrandtstraat, met een terugligging (setback) op de bovenste laag. Dit is noodzakelijk om het programma op te kunnen vangen, maar ook om te zorgen dat het nieuwe gebouw in de Rembrandtstraat past binnen de context van de beoogde beeldkwaliteit. De inrichting van de parkeerplaats gaat ten koste van één boom. Voor deze boom geldt een herplantplicht van twee bomen. Dit is in de overeenkomst afgesproken met de ontwikkelaar. De bomenrij aan de Rembrandtstraat wordt verder gerespecteerd.

Toelichting bestemmingsplan Reclamant geeft aan dat in de toelichting van het bestemmingsplan de Rembrandtstraat wordt genoemd onder andere met de opmerking dat de gymzaal uit de toon valt. Verder wordt gesteld dat rekening gehouden dient te worden met voortzetting van de gevelrooilijn langs de Rembrandtstraat. In het voorliggende plan is vervolgens volgens reclamant voor de voorgevelrooilijn 2,1 meter aangehouden. Reclamant maakt de volgende opmerkingen/kanttekeningen: a. De bebouwing langs de Rembrandtstraat heeft aan de planzijde geen vaste gevelrooilijn; b. Bij de kerk ligt de gevel van de éénlaagse bebouwing van gebouw ‘De Hoeksteek’ op 2,2 meter uit het trottoir. Deze gevellijn is echter nooit uitgangspunt geweest bij de planologische opzet voor de straat. Het betreft een aanbouw van latere datum, waarvoor een architectuur is gekozen welke past bij de schaal van de straat. De kerk zelf ligt op significant grotere afstand van de straat; c. Ter hoogte van de Frans Halsstraat staat de kopgevel van de hoekwoningen in de Frans Halsstraat op 2,7 meter uit het trottoir van de Rembrandtstraat; d. De gevels van de tussenliggende bebouwing (woning Rembrandtstraat 1 en de gymzaal) liggen nog aanmerkelijk verder van het trottoir, wat het huidige plezierige straatbeeld en de beleving van de straat mede bepaalt.

Toelichting bestemmingsplan

Afstand trottoir Het is volgens reclamant niet logisch en gepast om de nieuwbouw, waarvan de schaal veel groter en de uitstraling veel dominanter is dan die van huidige gymzaal, op slechts net 2 meter van het trottoir te plaatsen. Het tast volgens reclamant de oorspronkelijke planologische opzet van de straat zwaar aan. Met het conceptplan zoals dat vorig jaar gepresenteerd is zijn verwachtingen gewekt welke volgens reclamant totaal niet worden nagekomen.

Afstand trottoir Gevelrooilijn is aangehouden aan de hand van het oude bestemmingsplan, deze is weldegelijk aanwezig in het oude bestemmingsplan alleen is deze lijn niet altijd aangehouden bij de bebouwing in deze straat. (Het bijgebouw van) de kerk en de buitenste lijn van de gymzaal doen dit wel, deze volgen dus de planologisch opzet van de straat en de nieuwbouw zal deze lijn daarom ook volgen. Hierin wordt het advies van de commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie) gevolgd. Tijdens de informatieavond van 4 juli 2023 is aangegeven dat het om een conceptontwerp ging en dat het plan nog gewijzigd kon worden. Mede op verzoek van de buurt is afgezien van haaks parkeren.

In reactie op punt 1 t/m c: De gevelrooilijn is aangehouden aan de hand van het oude bestemmingsplan, deze is weldegelijk aanwezig, alleen niet aangehouden in oude plannen van deze straat. Ook hierin is de commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie) leidend geweest inzake de kwaliteit van het straatbeeld.

In reactie op punt d: Referentie is naar het terugliggende deel van de gymzaal in plaats van de bestemmingsplan rooilijn (waar de buitenste lijn van de gymzaal ook aan staat).

2

D2024-00005281

De bewoners van de Rembrandtstraat vragen om de voorgevel van de nieuwbouw in de Rembrandtstraat in ieder geval verder van de straat af te plaatsen en hierbij minimaal de rooilijn van hogere gymzaal aan te houden op 3,8 meter van het trottoir. Dit kan volgens reclamant opgevangen worden in het binnenterrein tussen de nieuwbouw en het oude schoolgebouw. Welk binnenterrein niet in het plan is verschenen ten opzichte van het conceptplan en waarvan de diepte nu minimaal 11,5 meter bedraagt uitlopend naar 21,5 meter.

In de nota van randvoorwaarden is opgenomen dat de afstand tussen de nieuwbouw en de voormalige school minimaal 8 meter moet bedragen. De 8 meter betreft de afstand tussen het naar achter stekende deel van de nieuwbouw en de school. Juist de afstand tussen nieuwbouw en bestaande bouw was kwalitatief en qua daglicht een grote uitdaging in het concept plan en is nu geoptimaliseerd. Dit was een stedenbouwkundig vereiste en ook van de Commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie).

Groen Reclamant vraagt aandacht voor groen in de Rembrandtstraat. In de Burgemeester Kampschöerstraat wordt op het voormalige schoolplein zichtbaar en beleefbaar groen voorgeschreven. Voor de Rembrandtstraat komt het volgens reclamant niet veel verder dan eventueel hagen plaatsen van hagen rondom de parkeerplaats.

Groen Het profiel en het openbaar groen aan de Rembrandtstraat blijft grotendeels gelijk. Vanwege de inrichting van de parkeerplaats wordt één boom verwijderd. Voor het verwijderen van de boom is in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar een herplantplicht van twee bomen opgenomen. De inrichting van het binnenterrein volgt bij de aanvraag omgevingsvergunning.

Schade door nieuwbouw Reclamant heeft bezwaar tegen het realiseren van de nieuwbouw met parkeergarage in de nabijheid van het kerkgebouw. Het kerkgebouw is onderheid en daardoor ziet reclamant funderingsrisico’s ontstaan door de werkzaamheden. Tijdens de informatieavond van 8 januari 2024 zijn de vragen van reclamant niet beantwoord en is aangegeven dat dit in een later stadium bekeken zou worden. Relamant wenst op voorhand een afdoende oplossing om toekomstige funderingsproblemen te voorkomen.

Schade door nieuwbouw De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die voortkomt uit de bouw van het project, daar zij dit niet zelf bouwt. In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar staat opgenomen dat de ontwikkelaar volledig aansprakelijk is voor alle schade als gevolg van de door hem, of in zijn opdracht, uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van het project toegebracht aan de Gemeente dan wel derden. De ontwikkelaar dient de (bouw)werkzaamheden op een verantwoorde wijze uit te voeren en daarbij alle zorgvuldigheid en veiligheidsmaatregelen in acht te nemen zodat deze zo min mogelijk schade zullen veroorzaken aan onder andere de belendende percelen met veelal op staal gefundeerde opstallen. Tevens is het gewoon bouwregelgeving dat een belendingenonderzoek wordt gedaan waarbij de status van de relevante omliggende omgeving (binnen en buiten) in beeld wordt gebracht. Uiteraard is het doel om schades te voorkomen. Hier worden bouwmethodes op afgestemd. Eventuele schades worden, daar waar aantoonbaar, hersteld en vergoed. De ontwikkelaar is

hiervoor verantwoordelijk. 3

D2024-00006377

Nauwe doorgang

Nauwe doorgang

Reclamant vraagt aandacht voor de nauwe doorgang van de Rembrandtstraat, waardoor met name bij enigszins onnauwkeurig parkeren de doorgang niet toereikend is voor vrachtverkeer. Met name voor de wagen waarmee huisvuil, GFT en papier wordt opgehaald. Reclamant geeft aan dat met het geplande nieuwe ontwerp de mogelijkheid om de reeds smalle parkeerhavens te verleggen/verbreden verloren gaat.

Aanpassing in openbaar gebied maken geen onderdeel uit van voorliggende bestemmingsplanprocedure. We begrijpen het probleem dat aanwezig is in de straat. De keuze is alleen gemaakt om de bestaande schoolmuur zoveel als mogelijk te behouden. De schoolmuur volgt de erfscheiding en zorgt ervoor dat er ruimte ontstaat voor voortuintjes tussen de schoolmuur en nieuwbouw. Verschuiven we de stoep dan geeft dat weer een verspringing in het straatbeeld, iets wat we met het nieuwe plan willen voorkomen. Met behoud van de schoolmuur als erfafscheiding wordt eenheid/rust in de straat gecreëerd. Verder is de kleurkeuze van de nieuwbouw afgestemd onder andere aan de hand van het kleurmateriaal van de schoolmuur. Wat ons betreft blijft daarom ook de schoolmuur staan. De schoolmuur is een van de behouden authentieke elementen behorend bij het school ensemble. Dit besluit is in overeenstemming met de Commissie Omgevingskwaliteit (welstandscommissie). Behoud van de schoolmuur heeft tot gevolg dat er in het profiel van de straat geen extra ruimte beschikbaar komt voor verbreding van de parkeervakken.

Staat van Wijzigingen V an h e t on tw er p b es t e m mi n gs p l a n “ Her o nt w i k k e li n g A l oy s ius s c h oo l M o ns t er " n aar v as t g es t e ld b es te m m i ngs p l an

Pl an v er be e ldi ng G e en w ij z ig i n ge n .

Pl an r eg el s - Art ik e l 4 .2 .1 on d er f is a a ng e pas t; - Art ik e l 7 .3 .4 ( l ee g ar ti k e l) is v er w ij d er d.

Toe li cht ing - W at er par a gr aa f i n h oo fds tuk 3 is a an g ep as t; - W at ers t u d ie in bij l ag e 3 v er v an g en .

Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid Rembrandtstraat 5 te Monster

Opdrachtgever Stichting Wonen Wateringen

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV

Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid Rembrandtstraat 5 te Monster

Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246 fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Opdrachtgever Stichting Wonen Wateringen

Datum: Rapportnr: Status:

14 november 2023 23144AQT303aEV BMZ PB definitief rapportage

Rabobank rekeningnr. 36.81.19.955

•

BTW: NL-8105.67878.B01

•

K.v.K. nr. 27240696

COLOFON Titel

: Onderzoek Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid, Rembrandtstraat 5 te Monster

Opdrachtgever Contactpersoon

: Stichting Wonen Wateringen : mevrouw M. Prins

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur Kwaliteitsborging

: dhr. ing. A.P. Wubben : dhr. ing. A.P. Wubben : dhr. ing. D.P. Barten : dhr. ing. A.P. Wubben

Projectnummer

: 23144

Datum vrijgave

Status

14 november 2023

definitief

Goedkeuring auteur

Goedkeuring kwaliteitsborger

© 2023 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ......................................................................................................... 1 1.1 1.2

Aanleiding ................................................................................................................ 1 Methode................................................................................................................... 1

2

PLANGEBIEDGEGEVENS ...................................................................................... 3

3

TOETS BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING ........................................................... 4

2.1 3.1 3.2

4

5

Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied ....................................................... 3 Categorie bedrijven mogelijk in plangebied................................................................... 4 Toets aan VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ .................................................. 4

TOETS EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 8 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Algemeen ................................................................................................................. 8 Besluit externe veiligheid inrichtingen .......................................................................... 8 Besluit externe veiligheid transportroutes ..................................................................... 8 Besluit externe veiligheid buisleidingen ........................................................................ 8 Gegevens op de signaleringskaart Externe Veiligheid ..................................................... 9 Risicovolle activiteiten binnen het plangebied................................................................ 9 Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied ............................................. 9

4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4 4.7.5

Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen ................................................................................... 9 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ................................................................... 10 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen ............................................................................ 10 Rampbestrijding en zelfredzaamheid ......................................................................................... 10 Uitgebracht advies Veiligheidsregio Haaglanden.......................................................................... 11

CONCLUSIE ....................................................................................................... 13 5.1 5.2

Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................... 13 Externe veiligheid.................................................................................................... 13

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Op de locatie Rembrandtstraat 5 is het voormalige schoolgebouw van de Aloysiusschool. Het voormalige schoolgebouw zal gedeeltelijk worden gesloopt en gedeeltelijk verbouwd. Op de locatie wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met 20 appartementen die levensloopgeschikt zijn en de huisvesting van 12 jongeren met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking (woonconcept van het ouderinitiatief Stichting VEME). In het te verbouwen schoolgebouw wordt in een gedeelte de huisvesting gerealiseerd van 10 jongeren met een gedragsstoornis in het autistisch spectrum (woonconcept van het ouderinitiatief Stichting Veste). In het andere deel wordt een berging en parkeerruimte gerealiseerd. In het kader van de ruimtelijke procedure moet een onderzoek naar externe veiligheid en een BMZ-toets worden uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van bedrijven. In deze notitie wordt daarom ingegaan op de omgevingsaspecten geur, geluid, stof en gevaar en vindt toetsing plaats aan hetgeen is gesteld in de Richtlijn bedrijven en milieuzonering voor het toetsen van de verschillende milieucategorieën. De resultaten van deze toetsing zijn beschreven in hoofdstuk 3. De locatie is óók getoetst op de aanwezigheid van risicorelevante activiteiten die de ontwikkelingen binnen het plangebied zouden kunnen belemmeren. De resultaten van deze toetsing zijn beschreven in hoofdstuk 4.

1.2

Methode

Bedrijven en Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang, dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): a. ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; b. rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend kunnen zijn voor het tot stand brengen van een goed woonen leefmilieu in hun omgeving. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd, die kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Hiertoe worden een zestal milieucategorieën onderscheiden. Per milieucategorie is een richtafstand opgenomen, welke ten opzichte van in de omgeving aanwezige gevoelige bestemmingen dient te worden aangehouden. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar). De VNG geeft in de richtlijn richtafstanden voor milieubelastende functies gegeven zoals deze gelden ten opzichte van een “rustige woonwijk” en van een “gemengd gebied”.

Externe veiligheid In het onderzoek naar externe veiligheid wordt ingegaan op de externe veiligheidsaspecten die kunnen zijn verbonden aan het project. Vervolgens wordt op basis van de professionele risicokaart en informatie van derden een inventarisatie gemaakt van: 1. Risicorelevante bedrijven en activiteiten in de nabijheid van het plangebied. 2. Relevante transportroutes voor gevaarlijke stoffen. In deze risicoanalyse worden risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied in kaart gebracht die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) of Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Verder wordt gekeken of er andere objecten in de omgeving bevinden die beschikken over een aan te houden veiligheidsafstand of risicocontour (propaanreservoir, luchthaven, etc.) 23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

1

Transportroutes voor gevaarlijke stoffen betreffen zowel verkeersroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg als ondergrondse buisleidingen onder hoge druk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en spoor komt in de omgeving niet voor en wordt in dit rapport niet verder beschouwd. Geïnventariseerd wordt of aan de omliggende inrichtingen en transportroutes veiligheidscontouren zijn verbonden en of deze van invloed zijn op het project. In dit onderzoek is op een adequate en zorgvuldige wijze getracht een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de externe veiligheidsrisico’s aan de hand van de meest recente en beschikbare informatie. Niettemin kunnen aan dit onderzoek geen rechten worden ontleend.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

2

2

PLANGEBIEDGEGEVENS

2.1 Omschrijving voorgenomen wijzigingen plangebied In het vigerende bestemmingsplan Kern Monster (onherroepelijk vastgesteld op 25 juli 2014) is het plangebied bestemd voor “Maatschappelijk-Onderwijs”. In de bestaande situatie is in het plangebied de bebouwing van de voormalige school aanwezig. In de nieuwe situatie worden in het plangebied 19 appartementen gerealiseerd en de huisvesting van 12 jongeren met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en 10 jongeren met een ASS-gedragsstoornis. In figuur 2.1 is de bestemde situatie, de bestaande situatie en de nieuwe situatie in het plangebied weergegeven. Bestemde situatie

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

Verbouw bestaand gebouw Nieuwbouw

Detail verbouw bestaand gebouw

Gedeelte bestaand gebouw voor huisvesting jongeren

Figuur 2.1 Ligging plangebied bestemde situatie, bestaande situatie en nieuwe situatie

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

3

3

TOETS BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING

Voor het in beeld brengen van de ruimtelijke milieuzonering van bedrijven is gebruik gemaakt van de systematiek zoals aangegeven in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009’. Deze publicatie geeft afstanden voor de milieuthema’s geur, stof, geluid en gevaar gebaseerd op een gewenste omgevingskwaliteit geldend voor een ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype. Aan de hand van een SBI-codering zijn voor deze thema’s richtafstanden vastgesteld. Deze afstanden gelden als een handreiking voor een goede ruimtelijke ordening. Op basis van jurisprudentie is afwijking mogelijk mits dit gemotiveerd en onderbouwd plaatsvindt op basis van een milieukundig onderzoek.

3.1

Categorie bedrijven mogelijk in plangebied

Binnen het plangebied zelf worden in de te bestemmen situatie woningen bestemd en woonfuncties voor jongeren met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en jongeren met een ASS-gedragsstoornis. Er worden geen nieuwe functies gerealiseerd waarop de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van toepassing zijn.

3.2

Toets aan VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’

Het plangebied is gelegen in de kern van Monster. In de omgeving van het plangebied zijn woonfuncties, maatschappelijke functies en kantoor/bedrijfsfuncties bestemd en aanwezig. Gezien het bovenstaande kan de omgeving waarin het plangebied gelegen is het beste worden getypeerd als “gemengd gebied”. Voor “gemengd gebied” gelden de volgende richtafstanden op grond van de VNG publicatie: • milieucategorie 1 : 0 meter • milieucategorie 2 : 10 meter (weergeven als groen gestreepte lijn in figuur 3.1) • milieucategorie 3.1 : 30 meter (geel) • milieucategorie 3.2 : 50 meter (oranje) • milieucategorie 4.1 : 100 meter (rood) In figuur 3.1 zijn de bovengenoemde afstanden rondom het bouwvlak in het plangebied weergegeven.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

4

richtafstand milieucategorie 2 (10 meter)

richtafstand milieucategorie 3.2 (50 meter)

richtafstand milieucategorie 3.1 (30 meter)

richtafstand milieucategorie 4.1 (100 meter)

Figuur 3.1 Richtafstanden VNG publicatie voor gemengd gebied op ondergrond bestemmingsplannen

Binnen een straal van 100 meter van het plangebied is nagegaan welke bedrijfsactiviteiten zijn bestemd. In figuur 3.2 zijn per bedrijfsmilieucategorie de bestemmingsplanvlakken gearceerd weergegeven.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

5

richtafstand milieucategorie 2 (10 meter) richtafstand milieucategorie 3.1 (30 meter) richtafstand milieucategorie 3.2 (50 meter) richtafstand milieucategorie 4.1 (100 meter) bestemmingsplanvlak t/m milieucategorie 2 bestemmingsplanvlak t/m milieucategorie 2 binnen 10 meter woonfuncties in plangebied

Figuur 3.2 bestemde milieucategorieën bedrijven binnen 100 m woonunits in plangebied (achtergrond BAG en luchtfoto)

Binnen een straal van 100 meter rondom de geprojecteerde woonfuncties in het plangebied zijn alleen bedrijven en maatschappelijke functies t/m milieucategorie 2 aanwezig en bestemd (bestemming “bedrijf ” en “Maatschappelijk-Religie”). Geconcludeerd wordt dat de milieuzone (richtafstand) van de bestemming “MaatschappelijkReligie” (volgens de VNG publicatie zijn kerkgebouwen e.d. in te delen als milieucategorie 2) een deel van het bouwvlak in het plangebied overlapt. Indien milieuzones een gewenste woningbouwlocatie overlappen kan volgens het stappenplan in paragraaf 4.2 van de VNG publicatie als volgt worden gehandeld in stap 3 en 4 (stap 1 en 2 zijn bovenstaand al uitgewerkt): 3. indien de milieuzones de gewenste woningbouwlocatie overlappen: a. pas de woningbouwplannen aan, of; b. ga na wat de werkelijke bedrijfsactiviteiten zijn. Indien de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten kleinere richtafstanden opleveren, beoordeel dan of het benedenwaarts aanpassen van richtafstanden in het – vigerende – bestemmingsplan wenselijk is. Overweeg dit ook los van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten, vanuit een langere termijn visie op de gewenste

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

6

ontwikkeling van het bedrijventerrein. Bestaande bedrijven kunnen immers vertrekken en nieuwe bedrijven kunnen zich aandienen. 4. Indien de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten van de gevestigde bedrijven strijdig zijn met de gewenste woningbouw: a. pas de woningbouwplannen aan, of; b. doe gewenst vervolgonderzoek naar de daadwerkelijke milieubelasting van de bedrijven. Uitwerking stap 3 Locatie 1: Op deze locatie is het kerkgebouw van de Protestantse gemeente Monster gelegen. Volgens de VNG publicatie zijn kerkgebouwen e.d. (SBI-code 2008: 9491) in te delen als milieucategorie 2 met een richtafstand voor geluid van 30 meter voor een rustige woonwijk. Voor “gemengd gebied” kan deze afstand worden gereduceerd tot 10 meter. Binnen 10 meter van het terrein van de kerk is de woonfunctie voor jongeren geprojecteerd. Onderstaand is daarom het aspect geluid nader beschouwd. De achterzijde van het kerkgebouw is gelegen op 8,5 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren. Aan deze zijde van het gebouw bevinden zich geen toegangsdeuren in het kerkgebouw. Verder bevindt zich binnen 10 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren alleen een onbebouwd terreingedeelte waar geen geluidrelevante activiteiten plaatsvinden. Het parkeerterrein op het terrein van het kerkgebouw bevindt zich op 24 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren.

Vanuit het kerkgebouw valt gezien de activiteiten en de afstand van 8,5 meter geen geluidhinder te verwachten. Van bezoekers van de kerk en het parkeren van voertuigen valt gezien de afstand geen geluidhinder te verwachten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er in de bestaande situatie de richtafstand voor geluid van het naastgelegen kerkgebouw voor een klein gedeelte in het plangebied zijn gelegen. Het aspect geluid is daarom nader beschouwd. Hierbij is geconcludeerd dat van de activiteiten op het terrein van het kerkgebouw geen geluidhinder valt te verwachten. Maatschappelijke activiteiten en bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied zullen niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Omgekeerd zal de realisatie van de nieuwe appartementen en woonfunctie voor jongeren geen extra belemmering vormen voor de omliggende bedrijven en maatschappelijke functies.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

7

4

TOETS EXTERNE VEILIGHEID

Algemeen

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de wijziging hiervan, geanalyseerd te worden. Soms moeten de risico’s worden berekend. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten (bijv. woningen) wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd.

Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR in elk geval bestuurlijk te worden verantwoord.

4.2

Besluit externe veiligheid inrichtingen

4.3

Besluit externe veiligheid transportroutes

4.4

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico’s voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het Besluit verplicht gemeenten en provincies bij het nemen van ruimtelijke besluiten o.a. uitwerkingsplannen met deze externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen niet gepland mogen worden als deze te dicht bij risicovolle bedrijven komen te liggen.

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor wegen (basisnetwegen en overige wegen), spoorwegen en vaarwegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). De normstelling voor het plaatsgebonden risico is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Voor wegen geldt voor besluiten binnen 200 meter afstand van de weg dat moet worden nagegaan of het groepsrisico moet worden beschouwd en verantwoord. Voor enkele basiswegen geldt verder een plasbrand-aandachtsgebied waarbinnen regels gelden ten aanzien van de brandwerendheid van gebouwen en vluchtroutes.

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevi. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat 23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

8

wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmeringsstrook van 4 meter of van 5 meter, afhankelijk van de druk van de buisleiding. Voor deze strook geldt in principe een bouwverbod en de plicht tot een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden in de grond.

4.5

Gegevens op de signaleringskaart Externe Veiligheid

Aan de hand van de gegevens op de signaleringskaart Externe Veiligheid is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. In figuur 4.1 is de ligging van het plangebied weergeven op de signaleringskaart Externe Veiligheid. 1

Plangebied 2

3

Figuur 4.1 Ligging plangebied op signaleringskaart Externe Veiligheid

4.6

Risicovolle activiteiten binnen het plangebied

De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied.

4.7

Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied

4.7.1 Risicovolle activiteiten binnen inrichtingen De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichting (Bevi-inrichting) op de risicokaart is gelegen op 1,2 km afstand van het plangebied (gaswinningslocatie MONSTER 3 van de NAM (nr. 1 in figuur 4.1). Het plangebied is ruim buiten het invloedgebied gelegen van de gaswinningslocatie. De aanwezigheid van de Bevi-inrichting vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen (Bevi-inrichtingen) vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

9

4.7.2 Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. In de omgeving van het plangebied bevindt zich 1 hoge druk buisleiding van de NAM. Buisleiding NAM 12219 (44 bar, 3 inch, nummer 2 in figuur 4.1) heeft een invloedsgebied van 38 meter en is gelegen op ca. 540 meter van het plangebied. Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van buisleiding NAM 12219. De aanwezigheid van buisleidingen met gevaarlijke stoffen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie.

4.7.3 Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over wegen is het wettelijk toetsingskader voor externe veiligheid bij ruimtelijke besluiten opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De planlocatie bevindt zich op 261 meter afstand1 van een provinciale weg die is vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen in bulk (N211, nr. 3 in figuur 4.1). Over de N211 vindt transport plaats van vloeibare brandstoffen (stofcategorie LF1 en LF2) en LPG/propaan (stofcategorie GF3) en mogelijk ook toxische vloeistoffen (stofcategorie LT2). Het grootste invloedsgebied wordt gevonden bij het transport van LT2 transporten (omvang invloedsgebied 880 meter). Maatgevend voor het groepsrisico zijn GF3 transporten (omvang invloedsgebied 355 meter). Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de N211. Conform het Bevt moet er onderzoek plaatsvinden naar het groepsrisico wanneer een ontwikkeling zich binnen 200 meter van deze route plaatsvindt. De afstand tot de N211 bedraagt meer dan 200 meter. Op grond van artikel 8 van het Bevt is een verantwoording van het groepsrisico niet vereist. De normen voor het groepsrisico in het Bevt vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.7.4 Rampbestrijding en zelfredzaamheid

Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de N211 moet op grond van artikel 7 van het Bevt in de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit worden in gegaan op: • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp met gevaarlijke stoffen op de N211, en; • voor zover het plan of de vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de N211 een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet. Scenario’s brandbare gassen Door een externe beschadiging van een tankwagen met GF3-stoffen (zoals propaan of LPG) kan de tank openscheuren waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt. Als dit direct ontsteekt ontstaat er een vuurbal en een drukgolf (zogenaamde koude BLEVE). Als dit gas later ontsteekt ontstaat er een gaswolkexplosie of wolkbrand. Als een tankwagen met GF3 stoffen betrokken raakt bij een brand kan na enige tijd de tank bezwijken waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt en ontsteekt (zogenaamde warme BLEVE). Bij het optreden van een koude of warme BLEVE zullen in het plangebied geen dodelijke slachtoffers vallen. Van de personen die buiten aanwezig zijn zal minder dan 1% licht gewond kunnen raken door de optredende (kortdurende) warmtestraling.

Bij het optreden van een koude of warme BLEVE zal bij de bebouwing in het plangebied slechts lichte schade aan het gebouw ontstaan (geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen). Binnen het gebouw vallen geen dodelijke slachtoffers of gewonden.2 Toxisch scenario Toxische vloeistoffen kunnen vrijkomen als de tankwagen, of -container met toxische vloeistoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Op grond van het HART wordt voor een toxische wolk van LT21 2

Gerekend vanaf het hart van de N211 Bron: Scenarioboeken NIPV Tankwagen LPG - Warme BLEVE - Weg - Scenarioboeken (nipv.nl)

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

10

stoffen een 1% letaliteitsgrens aangehouden van 880 meter. Dit is de grens waarbij buiten aanwezige personen net nog kunnen overlijden indien zij buiten aanwezig zijn en niet vluchten/schuilen. Afhankelijk van de plaats van het ongeval, de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven en over het plangebied komen te liggen. Bestrijdbaarheid Het optreden van een koude BLEVE is een snel scenario dat direct plaatsvindt. Voor dit scenario zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen. Bij de dreiging van een warme BLEVE door brand rondom/nabij een tankwagen met brandbare gassen bestaat er voor de brandweer gedurende enige tijd de mogelijkheid om de tankwagen te koelen met water om een warme BLEVE te voorkomen. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. Na het optreden van een koude of warme BLEVE zullen in het plangebied geen branden ontstaan die door de brandweer moeten worden geblust. Om die reden is de bereikbaarheid voor hulpdiensten niet verder beschouwd. Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn.

De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxische scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Bij het optreden van een koude BLEVE zal bij de bebouwing in het plangebied slechts lichte schade aan het gebouw ontstaan (geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuringen). Binnen het gebouw vallen geen dodelijke slachtoffers of gewonden. Hierdoor bestaat er geen noodzaak om het gebouw te ontvluchten. Om die reden is de zelfredzaamheid van personen en mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen niet verder beschouwd. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld.

Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich bevinden in de buitenlucht (PGS3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg is schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie kunnen worden gesloten. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk door de hulpdiensten wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. De huidige infrastructuur biedt hiervoor in noordelijke richting voldoende mogelijkheden.

4.7.5 Uitgebracht advies Veiligheidsregio Haaglanden Door de Veiligheidsregio Haaglanden is voor de voorgenomen ontwikkeling advies uitgebracht. Hierin is aangegeven dat voor de afweging over eventueel te treffen maatregelen gebruik kan worden gemaakt van de in de notitie “Advisering EV- Veiligheidsregio Haaglanden – invulling van de adviesrol bij ruimtelijke plannen”, versie 2.1 van 11 mei 2020, genoemde maatregelen voor: • transport gevaarlijke stoffen- brandbare gassen; • transport gevaarlijke stoffen- giftige vloeistoffen. In deze notitie worden de volgende maatregelen genoemd: 23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

11

Gezien de grote afstand van het plangebied tot de N211 zijn personen binnen de bebouwing in het plangebied bij een calamiteit met GF3-stoffen of LT2-stoffen binnen het gebouw voldoende beschermd en bestaat er geen reden om nadere maatregelen ten aanzien van ontvluchting van het gebouw te treffen (vluchtweg, voorbereiding interne organisatie en risicocommunicatie). Het aanbrengen van afschakelbare ventilatie in het gebouw is een maatregel die kan overwogen als mechanische ventilatie aanwezig is.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

12

5

CONCLUSIE

Op de locatie Rembrandtstraat 5 te Monster is het voormalige schoolgebouw van de Aloysiusschool gelegen. Het voormalige schoolgebouw zal gedeeltelijk worden gesloopt en gedeeltelijk verbouwd. Op de locatie wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met 20 appartementen die levensloopgeschikt zijn en de huisvesting van 12 jongeren met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking (woonconcept van het ouderinitiatief Stichting VEME). In het te verbouwen schoolgebouw wordt in een gedeelte de huisvesting gerealiseerd van 10 jongeren met een gedragsstoornis in het autistisch spectrum (woonconcept van het ouderinitiatief Stichting Veste). In het andere deel wordt een berging en parkeerruimte gerealiseerd. In het kader van de ruimtelijke procedure moet een onderzoek naar externe veiligheid en een BMZ-toets worden uitgevoerd.

5.1

Bedrijven en milieuzonering

Binnen het plangebied zelf worden in de te bestemmen situatie woningen bestemd en woonfuncties voor jongeren met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en jongeren met een ASS-gedragsstoornis. Er worden geen nieuwe functies gerealiseerd waarop de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van toepassing zijn. Het plangebied is gelegen in de kern van Monster. In de omgeving van het plangebied zijn woonfuncties, maatschappelijke functies en kantoor/bedrijfsfuncties bestemd en aanwezig. Gezien het bovenstaande kan de omgeving waarin het plangebied gelegen is het beste worden getypeerd als “gemengd gebied”. Geconcludeerd wordt dat bij 1 locatie de milieuzone (richtafstand) van de bestemming “Maatschappelijk-Religie” (milieucategorie 2) een deel van het bouwvlak in het plangebied overlapt. Op deze locatie is het kerkgebouw van de Protestantse gemeente Monster gelegen. Volgens de VNG publicatie zijn kerkgebouwen e.d. (SBI-code 2008: 9491) in te delen als milieucategorie 2 met een richtafstand voor geluid van 30 meter voor een rustige woonwijk. Voor “gemengd gebied” kan deze afstand worden gereduceerd tot 10 meter. Binnen 10 meter van het terrein van de kerk is de woonfunctie voor jongeren geprojecteerd. Onderstaand is daarom het aspect geluid nader beschouwd.

De achterzijde van het kerkgebouw is gelegen op 8,5 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren. Aan deze zijde van het gebouw bevinden zich geen toegangsdeuren in het kerkgebouw. Verder bevindt zich binnen 10 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren alleen een onbebouwd terreingedeelte waar geen geluidrelevante activiteiten plaatsvinden. Het parkeerterrein op het terrein van het kerkgebouw bevindt zich op 24 meter afstand van de woonfunctie voor jongeren. Vanuit het kerkgebouw valt gezien de activiteiten en de afstand van 8,5 meter geen geluidhinder te verwachten. Van bezoekers van de kerk en het parkeren van voertuigen valt gezien de afstand geen geluidhinder te verwachten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er in de bestaande situatie de richtafstand voor geluid van het naastgelegen kerkgebouw voor een klein gedeelte in het plangebied zijn gelegen. Het aspect geluid is daarom nader beschouwd. Hierbij is geconcludeerd dat van de activiteiten op het terrein van het kerkgebouw geen geluidhinder valt te verwachten. Maatschappelijke activiteiten en bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied zullen niet leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied.

Omgekeerd zal de realisatie van de nieuwe appartementen en woonfunctie voor jongeren geen extra belemmering vormen voor de omliggende bedrijven en maatschappelijke functies.

5.2

Externe veiligheid

De ontwikkelingen in het plangebied zijn getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden- en groepsrisico, die zijn vastgesteld voor risicovolle inrichtingen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over de weg, water en het spoor en voor luchthavens. 23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

13

De ontwikkelingen in het plangebied vinden plaats buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en buisleidingen. De normen voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico in het Bevi en het Bevb vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. De ontwikkelingen in het plangebied zijn gelegen binnen het invloedsgebied van een provinciale weg die is vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen in bulk (N211). Langs de N211 is geen PR=10-6 contour aanwezig. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de planlocatie. Een verantwoording van het groepsrisico voor de N211 is op grond van artikel 8 van het Bevt niet vereist (N211 op meer dan 200 meter gelegen van het plangebied). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet wel worden in gegaan op: • de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de N211, en; • voor zover het plan of de vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de N211 een ramp voordoet. Deze aspecten zijn beschouwd in paragraaf 4.7.4 van het rapport. Door de Veiligheidsregio Haaglanden is voor de voorgenomen ontwikkeling advies uitgebracht. Op basis van dit advies is deze rapportage aangevuld.

Gezien de grote afstand van het plangebied tot de N211 zijn personen binnen de bebouwing in het plangebied bij een calamiteit met GF3-stoffen of LT2-stoffen binnen het gebouw voldoende beschermd en bestaat er geen reden om nadere maatregelen ten aanzien van ontvluchting van het gebouw te treffen (vluchtweg, voorbereiding interne organisatie en risicocommunicatie). Het aanbrengen van afschakelbare ventilatie in het gebouw is een maatregel die kan overwogen als mechanische ventilatie aanwezig is.

23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

14

Voor deze overige categorieën is geen sprake van een relevant risico in relatie tot het projectplan. 23144AQT303aEV BMZ PB Rapportage 14 november 2023

15

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai realisatie woningen aan de Rembrandtstraat 5 te Monster

Opdrachtgever: Stichting Wonen Wateringen

Milieu consultancy Watermanagement Ruimtelijke ordening

Aqua-Terra Nova BV Zuidweg 79 2671 MP Naaldwijk telefoon 0174 – 625246

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai realisatie woningen aan de Rembrandtstraat 5 te Monster

Opdrachtgever: Stichting Wonen Wateringen

Datum Rapportnummer Status

: 11 juli 2023 : 20045555-20232500w-1 : 1e rapportage

fax 0174 – 629744 www.aquaterranova.nl

Colofon

Titel:

Akoestisch onderzoek – realisatie woningen aan de Rmbrandtstraat 5 te Monster

Opdrachtgever:

Stichting Wonen Wateringen Mevrouw Marlou Prins

Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteurs

: ing. A.P. Wubben (Aqua-Terra Nova B.V.) : ing. A.P. Wubben (Aqua-Terra Nova B.V.) : ing. G. van Pelt (AV-Consulting B.V.)

Projectnummer

: 23144

© 2023 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Gegevens

1 1 1

2. UITGANGSPUNTEN 2.1. Algemeen 2.2. Uitzonderingen zoneringsregime 2.3. Situatie 2.4. Invoergegevens ten behoeve van het model 2.5. De met methode II berekende geluidsbelastingen

2 2 2 2 4 4

3. NORMSTELLING WET GELUIDHINDER 3.1. Algemeen 3.2. Bestaande Situaties 3.3. Nieuwe Situaties 3.4. Vervangende nieuwbouw 3.5. Onderhavige situatie

6 6 6 6 7 7

4. REKENRESULTATEN 4.1. Geluidbelasting 2034

8 8

5. CONCLUSIES

12

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten Figuren Verkeersgegevens

AV-Consulting B.V.

Rapport 20045555-20232500w-1

Bladzijde 1

1. INLEIDING 1.1. Algemeen In opdracht van Stichting Wonen Wateringen is door Aqua Terra Nova BV in samenwerking met AV-Consulting BV een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelasting op de gevels van meerdere te realiseren woningen aan de Rembrandtlaan 5 te Monster. Op de locatie staat in de huidige situatie een voormalig schoolgebouw (Aloysiusschool). Een deel van het schoolgebouw zal worden gesloopt. Ter plaatse van het gesloopte gedeelte zal nieuwbouw plaatsvinden. Daarnaast zullen 10 woonunits worden gerealiseerd in het niet gesloopte deel van het schoolgebouw. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevels van de te realiseren woning vanwege het wegverkeer op de in de omgeving gelegen wegen. Op grond van de Wet Geluidhinder dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van (spoor-)wegen en industrieterreinen. In het onderhavige geval geldt dat de te realiseren woningen niet binnen de zone van een weg (of industrieterrein) gelegen zijn. Alle wegen in de omgeving zijn wegen waarop een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur hebben géén zone op grond van de Wet geluidhinder en hoeven daarom niet getoetst te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=c198781d-118b-48b6-baa4-d7e613ab2eaf