CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 zienswijze Watergat (G22-000025)

Commissie Ruimte en Wonen (hoorzitting) 11 januari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Hoorzitting Bestemmingsplan Watergat24.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.8.2 6.8.2.1

De na-ijlende gevolgen: mijnschachten en het stijgende mijnwater Mijnschachten Bij het beoordelen van mogelijke risico's is kennis van de mijnen essentieel. Op dat punt is er verschil tussen de industriële mijnschachten (negentiende en twintigste eeuw) en de historische mijnschachten. De industriële schachten zijn goed gedocumenteerd. In totaal gaat het om 39 schachten met een diepte tot ruim 1000 meter. Drie schachten hebben een hoog veiligheidsniveau. Voor 30 schachten is monitoring opgezet en bij zes schachten is nader onderzoek en mogelijk sanering nodig. Bij de 59 historische schachten ligt de situatie ingewikkelder. De documentatie is onvolledig en de locaties zijn niet nauwkeurig bekend. Deze schachten vormen een potentieel risico (verzakking, verdwijngat) bij bestaande bouw, infrastructuur en nieuwbouw. Om toekomstige Pagina 54 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

schade te voorkomen wordt een programma uitgevoerd om de schachten te lokaliseren, te inspecteren en te saneren. 6.8.2.2

Het stijgende mijnwater Tijdens de steenkolenwinning was er sprake van grote bodemdaling. In sommige gebieden betrof dit wel 10 meter. Met het sluiten van de mijnen werd ook het wegpompen van mijnwater, nodig om de dieper gelegen mijnwerken droog te houden, stopgezet. Voor een deel van het mijngebied werd de ontwatering, in opdracht van een Duits mijnbouwbedrijf, gehandhaafd vanwege nog actieve Duitse mijnen net over de grens. Pas na de sluiting van de laatste Duitse mijn aldaar is het wegpompen van mijnwater in 1994 volledig gestopt. Sinds 1970 lopen de steenkolenmijnen geleidelijk weer vol mijnwater. Het mijnwater drukt de bodem omhoog waardoor de bodem in het voormalige steenkolenwinningsgebied stijgt. In totaal verwacht men een bodemstijging van circa 35-50 cm. Dit proces is nog gaande. Naar verwachting zal het nog 15-20 jaar duren tot de uiteindelijke evenwichtssituatie is bereikt. Het grootste deel van de stijging heeft echter al plaatsgevonden, de bodem stijgt geleidelijk met ongeveer 1 cm per jaar. De mijnen in het noordwestelijke en centrale deel van Zuid-Limburg zijn volledig volgelopen. In delen van het Zuidoostelijk mijngebied is dat niet het geval en wordt nog een totale stijging van het mijnwater met zo'n 40 meter verwacht. De stijging varieert tussen 2 tot 5 meter per jaar. Ten zuidoosten van Kerkrade zullen er enkele mijngebieden niet volledig onderlopen.

Dit betreft het zogenoemde historische mijnbouwgebied. In dit gebied is de mijnbouw in Limburg begonnen. Destijds was men niet in staat om grote hoeveelheden water weg te pompen. Dus alleen de ’droge steenkool' was toen winbaar.

6.8.2.3

Effecten stijgend mijnwater De stijging van het mijnwater zorgt voor bodemstijging. Het kan ook leiden tot grondwaterstijging, grondwatervervuiling, het vrijkomen van mijngas en micro-aardbevingen De belangrijkste conclusie uit het IHS-onderzoek is dat er geen directe veiligheidsrisico's zijn die te maken hebben met stijgend mijnwater of de mijnbouw. Een eventuele relatie met micro-aardbevingen is niet aangetoond. Wel is volgens de onderzoekers extra inzet nodig op het gebied van monitoring (bodemstijging, grondwater) en historisch onderzoek van de mijnschachten. Ook is er behoefte aan een regionaal expertisecentrum. Deze inzet is nader gespecificeerd in het pakket van maatregelen dat op dit moment door de regio en het ministerie wordt uitgevoerd. De stand van zaken met betrekking tot bodemstijging, grondwater, mijngas, aardbevingen en het expertisecentrum is: Bodemstijging Ministerie en regio monitoren de bodemstijging in de gehele mijnstreek met behulp van inSAR-satellietmetingen. Het expertisecentrum analyseert en beoordeelt de monitoringresultaten en is verantwoordelijk voor eventuele vervolgacties. Inmiddels is de bodemstijging, na 25 jaar, in een langzame gelijkmatige fase gekomen die in het algemeen niet tot problemen leidt. Speciale aandacht is er voor drie gebieden waar de Pagina 55 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

geologische formatie breuken bevat en waar ongelijkmatige stijging niet volledig kan worden uitgesloten. Grondwater Het stijgende mijnwater leidt ook tot een hogere grondwaterstand. Dat kan in enkele lager gelegen gebieden tot vernatting leiden. Deze vernatting blijft naar verwachting gering en resulteert niet in schade aan natuur of gebouwen. Het stijgende mijnwater zou over enkele decennia kunnen infiltreren in het grondwater. Het sterk gemineraliseerde mijnwater zou dan de kwaliteit van het grondwater negatief beïnvloeden. Omdat grondwater voor drinkwater en in de levensmiddelenindustrie wordt gebruikt, is goed dekkende monitoring essentieel. Het IHS-onderzoek gaf aan dat de monitoring in een deel van het mijngebied onvoldoende dekkend was. Daarom werden in de tweede helft van 2018 nieuwe grondwaterobservatieputten aangelegd. Daarmee is er een 'earlywarning'-netwerk (58 peilbuizen op 35 locaties) dat voorspelt of en waar het mijnwater in contact zou kunnen komen met hoger in de bodem gelegen grondwaterpakketten. Als dat dreigt op te treden moeten beheersmaatregelen worden getroffen. Mijngas In het gebied ten zuidoosten van Kerkrade, waar de mijnschachten niet zullen vollopen, kan zich mijngas in de schachten ophopen. Mijngas bestaat voornamelijk uit methaan en kooldioxide. Methaan kan tot explosies leiden en kooldioxide, door verdringing van zuurstof, tot verstikking.

In het gebied rond Kerkrade bestaat het mijngas voornamelijk uit CO2. Mijngas kan door scheuren en spleten in de bodem en in de fundering in gebouwen terechtkomen. Het IHS-onderzoek beveelt aan bestaande gebouwen binnen de ’beschermingszones' voor uittredend mijngas bij oude mijnschachten in kaart te brengen en in die gebouwen CO2 te monitoren. Bij nieuwbouwprojecten in die gebieden kunnen meteen bouwkundige voorzorgsmaatregelen worden getroffen. Hulpdiensten en burgers in die gebieden worden actief voorgelicht om alert zijn op de aanwezigheid van mijngas. Aardbevingen Het relatief snel stijgende mijnwater in de jaren zeventig en negentig heeft mogelijk tot twee zwermen van kleine aardbevingen geleid. Het IHS onderzoek heeft echter deze hypothese niet kunnen onderbouwen of afwijzen. Nu de fase van langzame stijging is aangebroken is invloed van het stijgende mijnwater op de seismische activiteit minder waarschijnlijk. Dat betekent niet dat (zwermen) aardbevingen in het seismisch actieve gebied van Limburg niet meer zullen voorkomen, maar die aardbevingen hebben waarschijnlijk geen relatie met de mijnbouw. Expertisecentrum In het kader van de nazorg is een regionaal expertisecentrum opgericht onder verantwoordelijkheid van provincie en betrokken gemeenten. Het expertisecentrum is sinds september 2018 functioneel. Het ondersteunt gemeenten, burgers en andere betrokkenen.

Daarnaast is het verantwoordelijk voor de monitoring (bodemstijging mijnwater, grondwater), heeft het een adviesfunctie en kan inspecties laten uitvoeren. Pagina 56 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

6.8.2.4

Verantwoordelijkheid nazorg en mijnschade De nazorg van de kolenwinning is primair de verantwoordelijkheid van de provincie Limburg en de twaalf betrokken gemeenten [50]. Vanuit het ministerie van EZK (directie Energie en Omgeving) is er actieve ondersteuning, met mensen en middelen. Over de periode 2018-2025 neemt de regio jaarlijks ruim 3 ton voor zijn rekening en het ministerie van EZK (gemiddeld) ruim 1 miljoen per jaar. Particulieren die schade hebben aan hun huis waarbij de veiligheid in het geding is, kunnen aanspraak maken op een vergoeding uit het Calamiteitenfonds Mijn(water)schade. Dit fonds is in 2015 ingesteld door de Staat in samenwerking met de regio met een startkapitaal van C 2 miljoen, waarvan C 1 miljoen van het ministerie van EZK.

6.8.2.5

Maatschappelijk Angst voor onvoorziene effecten kan bij burgers tot ongerustheid leiden. Zij kunnen met algemene vragen of zorgen bij het expertisecentrum terecht. Het expertisecentrum speelt ook een rol bij individuele schadegevallen. Via historisch onderzoek wordt beoordeeld of de schade aan de mijnbouw gerelateerd kan zijn. Die schade kan voorlopig uit het ingestelde calamiteitenfonds worden vergoed en in de toekomst vanuit de nog in te stellen 'permanente adequate afhandeling van mijnbouwschade' [51].

6.8.3

Mijnsteenbergen Na beëindigen van de kolenwinning bleef er een aantal mijnsteenbergen achter die PAK's en zware metalen bevatten. Deze mijnsteenbergen zijn in de jaren tachtig via een grootschalig herstructureringsproject 'van zwart naar groen' aangepakt. Mijnsteenbergen werden gesaneerd of bedekt met schone grond en beplant of bebouwd. Momenteel zijn alle mijnsteenbergen begroeid of bebouwd, waardoor verwaaiing niet kan voorkomen. Via inSAR-satelliet metingen wordt de bodembeweging en daarmee ook de stabiliteit van de mijnsteenbergen gemonitord. Uitlogen van verontreiniging naar het grondwater blijft in principe mogelijk maar zal, omdat de provincie Limburg een monitoringssysteem voor het grondwater heeft opgezet, in ieder geval gedetecteerd worden.

Pagina 57 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

Pagina 58 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

7

Afsluitende opmerkingen

De verkenning van de milieuaspecten verbonden aan de activiteiten waar het SodM toezicht op houdt levert een aantal signaleringspunten op, meestal lacunes in kennis, die per paragraaf in een apart kader zijn opgenomen. In Bijlage 1 zijn deze signaleringspunten bij elkaar gezet. De signaleringspunten zijn opgesomd in de volgorde waarin ze in dit rapport voorkomen. Die volgorde moet dus niet als prioritering gezien worden. Bijlage 1 bevat tevens een tabel waarbij de signaleringspunten (op dezelfde volgorde) worden weergegeven en waarbij wordt aangegeven op welk milieucompartiment ze betrekking hebben en onder welke SodM-sector ze vallen. Kortheidshalve is in die tabel niet de volledige tekst uit het signaleringskader opgenomen, maar een korte omschrijving. In Bijlage 2 zijn de signaleringspunten gesorteerd per SodM-sector weergegeven. De signaleringspunten zijn zeer uiteenlopend van aard, variërende van een verouderd protocol voor injectiewater en verschillen tussen gegevensbronnen (productievolume olie en gaswinning, lekkages in het gasnet) tot het ontbreken van inzicht in migratie en afbraak van stoffen in de diepe ondergrond. De signaleringspunten die telkens in een apart kader zijn gezet, zijn hoofdzakelijk nieuwe of openstaande kennislacunes. Vanuit het oogpunt van de beleidscyclus en de toezichthouder zijn er verschillende categorieën signaleringen.

Het is zinvol deze signaleringen in samenhang te beschouwen: 1. Nieuwe en openstaande kennislacunes Voor deze kennislacunes is de afweging of en hoe deze lacune wordt ingevuld nog niet gemaakt. Het kan om een beperkte vraag gaan, zoals de verschillen in productievolume voor olie en gas die verschillende betrokkenen rapporteren of om een kennislacune die om een uitgebreidere aanpak vraagt, zoals het ontbreken van inzicht in mogelijke migratieroutes voor stoffen vanuit de diepe ondergrond en in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond. 2. Kennislacunes met lopend onderzoek Dit zijn kennislacunes waarvoor reeds onderzoek is ingezet, maar waarvoor nog geen (volledig) overzicht van de resultaten beschikbaar is. Een voorbeeld is het ontbreken van inzicht in lekkages vanuit oude boorputten. 3. Kennislacunes waaruit beleidssignalen volgen Tijdens het onderzoek om de kennislacune in te vullen of na afronding ervan kan duidelijk worden dat de nieuwe kennis om aanpassing in de uitvoeringspraktijk, in de wet- en regelgeving of om nieuw beleid vraagt. Het SodM kan dit signaal naar andere actoren in de keten (vergunningverlener, ondernemer) doorgeven, zoals in een Staat van de Sector. 4.

Kennislacunes proces afgerond Als de kennislacune is ingevuld en eventuele beleidssignalen in de uitvoeringspraktijk of wet- en regelgeving zijn verwerkt kan het proces als afgerond worden beschouwd.

Pagina 59 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

De verkenning geeft een overzicht van de stand van zaken op dit moment. De komende decennia zullen toezichthouders van het SodM, in verband met de energietransitie, worden geconfronteerd met enkele grote veranderingen. Het gaat onder andere om het snel en op grote schaal ontwikkelen van geothermie, de snelle groei van wind op zee, het realiseren van grootschalige afvang van CO2 gecombineerd met ondergrondse opslag en de mogelijke vervanging van aardgas in het leidingennet. Een ander voorbeeld is de verantwoorde ontmanteling van het grote aantal offshore productieplatforms dat de komende vijftien jaar uit bedrijf zal worden genomen. Het SodM wil staan voor veiligheid en gezondheid van burgers en werknemers, bescherming van het milieu en zorg voor onze natuurlijke hulpbronnen. Daarvoor zullen kennis, beleid, wet- en regelgeving en uitvoeringspraktijk ook moeten mee-ontwikkelen. Het opzetten van toezichtprojecten op de milieuonderwerpen zal daarbij een essentieel onderdeel zijn om het naleefgedrag per sector in beeld te brengen.

Pagina 60 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

Bijlage 1. Overzicht van de gesignaleerde punten in de sector die onder SodM-toezicht vallen, op volgorde waarop de punten in het rapport voorkomen

1. Om omvang en aard van de productie bij de olie- en gaswinning eenduidig vast te stellen, is inzicht nodig in de oorzaak van de verschillen in productiegegevens tussen de opgave van NLOG, de getallen in de e-MJVs, de gegevens aangeleverd volgens het convenant met de olie- en gaswinningsindustrie en de CBSopgave. 2. Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. 3. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden voor het reduceren van de hoeveelheid mijnbouwhulpstoffen in het productiewater en van de kennis over en toepassing van de alternatieven voor injectie van productiewater, is nader onderzoek nodig. 4. Om een duidelijk beeld te krijgen of de in de mijnbouw toegepaste hulpstoffen worden gebruikt op de door REACH- of de biocidenverordening aangegeven manier en het daarbij behorende blootstellingsscenario (geïdentificeerd gebruikt), is nader onderzoek nodig. 5. Om meer inzicht te krijgen in de integriteit van het afsluiten van boorputten met cementproppen op korte termijn (0-100 jaar) en naar mogelijke alternatieve afsluitmethoden, is meer onderzoek nodig.

Aanvullend is inzicht nodig in de effectiviteit van de afsluiting op een meer geologische tijdschaal (10.000 jaar). 6. Om de beoordeling van injectie van productiewater door het SodM in overeenstemming te brengen met het vigerende beleid (LAP3, Nationaal Waterplan) en met de stand der techniek met betrekking tot mogelijke alternatieven voor waterinjectie, is actualisatie van het SodM-protocol nodig. 7. Om een vollediger beeld van de door de offshore olie en gaswinning op zee geloosde stoffen te krijgen, is een meer gedetailleerde monitoring van mijnbouwhulpstoffen en reactieproducten in het productiewater bij een groter aantal productieplatforms nodig. 8. Om duidelijkheid te verkrijgen over de verschillen tussen de ecologische beoordeling van lozingen van productiewater op zee volgens het CHARM-model en de ecologische risicobeoordeling volgens REACH, is nader onderzoek nodig. 9. Om inzicht te krijgen in de bijdrage die het vervangen van afblazen door affakkelen aan de Nederlandse klimaatdoelstelling kan leveren, is nader onderzoek nodig. Daarbij is van belang of deze vervanging op een veilige manier kan plaatsvinden en of vervanging in verband met andere emissie en/of hinder mogelijk is.

Pagina 61 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

10. Om de milieurisico's van de ontmanteling van offshore productieplatforms te minimaliseren, is het belangrijk een adequaat toezichtsregime te ontwikkelen waarin de verantwoordelijkheden van het SodM, de ILT en het bevoegd gezag zijn vastgelegd en dat de hele ontmantelingsketen beslaat. 11. Om de risico's van fracken in het algemeen en de risico's van fracken bij geothermie in het bijzonder in beeld te brengen, is nader onderzoek nodig. Daarnaast is onderzoek nodig naar het precieze lot van de in de diepe ondergrond achterblijvende frackvloeistof. 12. Om inzicht te krijgen in de omvang van lekkage van afgesloten boorputten in Nederland en de ontwikkeling van deze lekkages in de tijd, is nader onderzoek nodig. Als lekkages structureel blijken, is onderzoek naar stabielere manieren van afsluiten en naar eventuele normstelling nodig. 13. Om alternatieven voor het verwerken van testwater in beeld te brengen, het afvoeren van testwater te versnellen en deze alternatieven in het beleidsmatige en juridische kader in te bedden, is nader onderzoek nodig. 14. Om een goed beeld te krijgen van omvang en aard van de mijnbouwhulpstoffen en hun reactieproducten die bij geothermie worden geïnjecteerd en naar afbraak en (opwaarts) transport van deze stoffen, is nader onderzoek nodig. 15.

Om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid radioactieve sludges en scale die bij geothermie ontstaan en het stralingsniveau van deze afvalstoffen, is nader onderzoek nodig. 16. Om inzicht te krijgen onder welke voorwaarden geothermie kan worden toegepast in gebieden met breuklijnen en relatief hoge seismische activiteit, is nader onderzoek nodig. 17. Om duidelijkheid te krijgen over de afstanden tussen geothermie-installaties en woningen, scholen, ziekenhuizen, enz., is nader onderzoek nodig. Afhankelijk van de resultaten daarvan kan worden overwogen om minimale afstanden en voorwaarden in beleid of regelgeving op te nemen. 18. Om bodem- en waterverontreiniging terug te dringen en in de toekomst te voorkomen, is nader onderzoek nodig naar betere terugwinning van de gebruikte diesel en naar alternatieven voor de bescherming van het cavernedak die minder schadelijk zijn voor bodem en grondwater. 19. Om een goede maatschappelijke afweging over ondergrondse opslag te kunnen maken, is een risicoanalyse nodig voor die specifieke opslag die alle potentiële risico's, zowel op de korte termijn (0-100 jaar) als op een geologische tijdschaal (10.000 jaar), in beeld brengt. 20. Om de oorzaken van het verschil in aantal lekkages tussen de opgave van Netbeheer Nederland en het SodM te achterhalen, is nader onderzoek nodig.

Pagina 62 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

signalering onduidelijkheid productievolume olie en gas

milieucompartiment lucht, diepe ondergrond, oppervlaktewater

onduidelijkheid migratie/afbraak stoffen diepe ondergrond

bodem, diepe ondergrond, grondwater

onduidelijkheid verminderen/alternatief mijnbouwhulpstoffen

bodem, diepe ondergrond, grondwater

onduidelijkheid geïdentificeerd gebruik mijnbouwhulpstoffen

bodem, diepe ondergrond, grondwater

onduidelijkheid effectiviteit afsluiting boorputten

lucht, bodem, diepe ondergrond, grondwater

verouderd SodM-protocol injectiewater

bodem, diepe ondergrond, grondwater

onduidelijkheid mijnbouwhulpstoffen in productiewater onduidelijkheid verschillen CHARM en REACH onduidelijkheid affakkelen versus afblazen

bodem, diepe ondergrond, oppervlaktewater oppervlaktewater lucht

ontwikkelen adequaat toezichtsregime offshore productieplatforms onduidelijkheid risico's fracken

lucht, bodem oppervlaktewater

onduidelijkheid omvang lekkage boorputten (land) onduidelijkheid verwerking testwater geothermie

lucht, bodem, diepe ondergrond, grondwater

bodem, diepe ondergrond, grondwater

lucht, bodem, grondwater Pagina 63 van 72

sectoren olie- en gas offshore, olie- en gas onshore olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie, zoutwinning, ondergrondse opslag olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie, zoutwinning olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie, zoutwinning olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie, zoutwinning olie- en gas offshore, olie- en gas onshore olie- en gas offshore, olie- en gas onshore olie- en gas offshore olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie olie- en gas offshore olie- en gas offshore, olie- en gas onshore, geothermie olie- en gas onshore, geothermie, zoutwinning geothermie

RIVM Rapport 2018-0162

onduidelijkheid omvang mijnbouwhulpstoffen injectiewater onduidelijkheid omvang en activiteit radioactieve sludge/scale onduidelijkheid geothermie en seismische activiteit onduidelijkheid afstand bebouwing en geothermie-installaties terugdringen diesel als mijnbouwhulpstof onduidelijkheid risico's ondergrondse opslag onduidelijkheid omvang gaslekkages

Pagina 64 van 72

bodem, diepe ondergrond

geothermie

lucht, bodem

geothermie

bodem, diepe ondergrond, grondwater

geothermie

lucht, bodem

geothermie

bodem, diepe ondergrond, grondwater bodem, diepe ondergrond, grondwater lucht, bodem, grondwater

zoutwinning ondergrondse opslag beheer gasnet

RIVM Rapport 2018-0162

Bijlage 2. Signaleringspunten gesorteerd per sector

Olie- en gaswinning (offshore) ^ Om omvang en aard van de productie bij de olie- en gaswinning eenduidig vast te stellen, is inzicht nodig in de oorzaak van de verschillen in productiegegevens tussen de opgave van NLOG, de getallen in de e-MJVs, de gegevens aangeleverd volgens het convenant met de olie- en gaswinningsindustrie en de CBSopgave. ^ Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. • Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden voor het reduceren van de hoeveelheid mijnbouwhulpstoffen in het productiewater en van de kennis over en toepassing van de alternatieven voor injectie van productiewater, is nader onderzoek nodig. ^ Om een duidelijk beeld te krijgen of de in de mijnbouw toegepaste hulpstoffen worden gebruikt op de door REACH- of de biocidenverordening aangegeven manier en het daarbij behorende blootstellingsscenario (geïdentificeerd gebruikt), is nader onderzoek nodig. ^ Om meer inzicht te krijgen in de integriteit van het afsluiten van boorputten met cementproppen op korte termijn (0-100 jaar) en naar mogelijke alternatieve afsluitmethoden, is meer onderzoek nodig.

Aanvullend is inzicht nodig in de effectiviteit van de afsluiting op een meer geologische tijdschaal (10.000 jaar). ^ Om de beoordeling van injectie van productiewater door het SodM in overeenstemming te brengen met het vigerende beleid (LAP3, Nationaal Waterplan) en met de stand der techniek met betrekking tot mogelijke alternatieven voor waterinjectie, is actualisatie van het SodM-protocol nodig. ^ Om een vollediger beeld van de door de offshore olie en gaswinning op zee geloosde stoffen te krijgen, is een meer gedetailleerde monitoring van mijnbouwhulpstoffen en reactieproducten in het productiewater bij een groter aantal productieplatforms nodig. ^ Om duidelijkheid te verkrijgen over de verschillen tussen de ecologische beoordeling van lozingen van productiewater op zee volgens het CHARM-model en de ecologische risicobeoordeling volgens REACH, is nader onderzoek nodig. ^ Om inzicht te krijgen in de bijdrage die het vervangen van afblazen door affakkelen aan de Nederlandse klimaatdoelstelling kan leveren, is nader onderzoek nodig. Daarbij is van belang of deze vervanging op een veilige manier kan plaatsvinden en of vervanging in verband met andere emissie en/of hinder mogelijk is. ^ Om de milieurisico's van de ontmanteling van offshore productieplatforms te minimaliseren, is het belangrijk een adequaat toezichtsregime te ontwikkelen waarin de Pagina 65 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

^

verantwoordelijkheden van het SodM, de ILT en het bevoegd gezag zijn vastgelegd en dat de hele ontmantelingsketen beslaat. Om de risico's van fracken in het algemeen en de risico's van fracken bij geothermie in het bijzonder in beeld te brengen, is nader onderzoek nodig. Daarnaast is onderzoek nodig naar het precieze lot van de in de diepe ondergrond achterblijvende frackvloeistof.

Olie- en gaswinning (onshore) ^ Om omvang en aard van de productie bij de olie- en gaswinning eenduidig vast te stellen, is inzicht nodig in de oorzaak van de verschillen in productiegegevens tussen de opgave van NLOG, de getallen in de e-MJVs, de gegevens aangeleverd volgens het convenant met de olie- en gaswinningsindustrie en de CBSopgave. ^ Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. ^ Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden voor het reduceren van de hoeveelheid mijnbouwhulpstoffen in het productiewater en van de kennis over en toepassing van de alternatieven voor injectie van productiewater, is nader onderzoek nodig. ^ Om een duidelijk beeld te krijgen of de in de mijnbouw toegepaste hulpstoffen worden gebruikt op de door REACH- of de biocidenverordening aangegeven manier en het daarbij behorende blootstellingsscenario (geïdentificeerd gebruikt), is nader onderzoek nodig. ^ Om meer inzicht te krijgen in de integriteit van het afsluiten van boorputten met cementproppen op korte termijn (0-100 jaar) en naar mogelijke alternatieve afsluitmethoden, is meer onderzoek nodig.

Aanvullend is inzicht nodig in de effectiviteit van de afsluiting op een meer geologische tijdschaal (10.000 jaar). ^ Om de beoordeling van injectie van productiewater door het SodM in overeenstemming te brengen met het vigerende beleid (LAP3, Nationaal Waterplan) en met de stand der techniek met betrekking tot mogelijke alternatieven voor waterinjectie, is actualisatie van het SodM-protocol nodig. ^ Om een vollediger beeld van de door de offshore olie en gaswinning op zee geloosde stoffen te krijgen, is een meer gedetailleerde monitoring van mijnbouwhulpstoffen en reactieproducten in het productiewater bij een groter aantal productieplatforms nodig. ^ Om inzicht te krijgen in de bijdrage die het vervangen van afblazen door affakkelen aan de Nederlandse klimaatdoelstelling kan leveren, is nader onderzoek nodig. Daarbij is van belang of deze vervanging op een veilige manier kan plaatsvinden en of vervanging in verband met andere emissie en/of hinder mogelijk is. ^ Om de risico's van fracken in het algemeen en de risico's van fracken bij geothermie in het bijzonder in beeld te brengen is nader onderzoek nodig. Daarnaast is onderzoek nodig naar het Pagina 66 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

^

precieze lot van de in de diepe ondergrond achterblijvende frackvloeistof. Om inzicht te krijgen in de omvang van lekkage van afgesloten boorputten in Nederland en de ontwikkeling van deze lekkages in de tijd, is nader onderzoek nodig. Als lekkages structureel blijken, is onderzoek naar stabielere manieren van afsluiten en naar eventuele normstelling nodig.

Geothermie ^ Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. ^ Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden voor het reduceren van de hoeveelheid mijnbouwhulpstoffen in het productiewater en van de kennis over en toepassing van de alternatieven voor injectie van productiewater, is nader onderzoek nodig. ^ Om een duidelijk beeld te krijgen of de in de mijnbouw toegepaste hulpstoffen worden gebruikt op de door REACH- of de biocidenverordening aangegeven manier en het daarbij behorende blootstellingsscenario (geïdentificeerd gebruikt), is nader onderzoek nodig. ^ Om meer inzicht te krijgen in de integriteit van het afsluiten van boorputten met cementproppen op korte termijn (0-100 jaar) en naar mogelijke alternatieve afsluitmethoden, is meer onderzoek nodig. Aanvullend is inzicht nodig in de effectiviteit van de afsluiting op een meer geologische tijdschaal (10.000 jaar). ^ Om alternatieven voor het verwerken van testwater in beeld te brengen, het afvoeren van testwater te versnellen en deze alternatieven in het beleidsmatige en juridische kader in te bedden, is nader onderzoek nodig.

^ Om een goed beeld te krijgen van omvang en aard van de mijnbouwhulpstoffen en hun reactieproducten die bij geothermie worden geïnjecteerd en naar afbraak en (opwaarts) transport van deze stoffen, is nader onderzoek nodig. ^ Om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid radioactieve sludges en scale die bij geothermie ontstaan en het stralingsniveau van deze afvalstoffen, is nader onderzoek nodig. ^ Om inzicht te krijgen onder welke voorwaarden geothermie kan worden toegepast in gebieden met breuklijnen en relatief hoge seismische activiteit, is nader onderzoek nodig. ^ Om duidelijkheid te krijgen over de afstanden tussen geothermieinstallaties en woningen, scholen, ziekenhuizen, enz., is nader onderzoek nodig. Afhankelijk van de resultaten daarvan kan worden overwogen om minimale afstanden en voorwaarden in beleid of regelgeving op te nemen. Zoutwinning ^ Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de Pagina 67 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

^

^

^

^

•

afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden voor het reduceren van de hoeveelheid mijnbouwhulpstoffen in het productiewater en van de kennis over en toepassing van de alternatieven voor injectie van productiewater, is nader onderzoek nodig. Om een duidelijk beeld te krijgen of de in de mijnbouw toegepaste hulpstoffen worden gebruikt op de door REACH- of de biocidenverordening aangegeven manier en het daarbij behorende blootstellingsscenario (geïdentificeerd gebruikt), is nader onderzoek nodig. Om meer inzicht te krijgen in de integriteit van het afsluiten van boorputten met cementproppen op korte termijn (0-100 jaar) en naar mogelijke alternatieve afsluitmethoden, is meer onderzoek nodig. Aanvullend is inzicht nodig in de effectiviteit van de afsluiting op een meer geologische tijdschaal (10.000 jaar). Om inzicht te krijgen in de omvang van lekkage van afgesloten boorputten in Nederland en de ontwikkeling van deze lekkages in de tijd, is nader onderzoek nodig. Als lekkages structureel blijken, is onderzoek naar stabielere manieren van afsluiten en naar eventuele normstelling nodig.

Om bodem- en waterverontreiniging terug te dringen en in de toekomst te voorkomen, is nader onderzoek nodig naar betere terugwinning van de gebruikte diesel en naar alternatieven voor de bescherming van het cavernedak die minder schadelijk zijn voor bodem en grondwater.

Ondergrondse opslag ^ Om beter inzicht te krijgen in mogelijke migratieroutes voor stoffen (waaronder mijnbouwhulpstoffen) vanuit de diepe ondergrond naar (grond)water en bodem en beter inzicht in de afbraak van mijnbouwhulpstoffen in de diepe ondergrond, is nader onderzoek nodig. ^ Om een goede maatschappelijke afweging over ondergrondse opslag te kunnen maken, is een risicoanalyse nodig voor die specifieke opslag die alle potentiële risico's, zowel op de korte termijn (0-100 jaar) als op een geologische tijdschaal (10.000 jaar), in beeld brengt. Wind op zee Geen signaleringspunten. Netbeheer gasleidingen Om de oorzaken van het verschil in aantal lekkages tussen de opgave van Netbeheer Nederland en het SodM te achterhalen, is nader onderzoek nodig. Nazorg kolen winning Geen signaleringspunten.

Pagina 68 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

Referenties

1

2

3

4

5

6

7 8

9

10 11

12

13

14

Jaarverslag Staatstoezicht op de Mijnen, 2017, Henri Faasdreef 312, 2492 JP Den Haag, publicatiedatum, 20 juni 2018, https://magazines.sodm.nl/jaarverslag-sodm/2018/01/index Beleving Woonomgeving in Nederland; Inventarisatie Verstoringen 2016. R. van Poll, O. Breugelmans, I. van Kamp, RIVM Rapport 2018-0084, RIVM, Bilthoven, 2018 Bewust omgaan met veiligheid; op weg naar een veilige en gezonde leefomgeving. https://magazines.rijksoverheid.nl/ienw/veiligheiden-risicos^017^Vindex) Een scan van de veiligheid en kwaliteit van onze leefomgeving. M. van Zijverden, R.J.M. Maas, M.G. Mennen, M.H.M.M. Montforts, RIVM Briefrapport 2017-0030, RIVM, Bilthoven, 2017 Emissies naar lucht in 2016, opgeteld voor de mijnbouwsectoren in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl): oliegaswinning continentaal plat, olie- gaswinning land en transport en distributie olie en gas. Website geraadpleegd op 20 november 2018. Belasting oppervlaktewater in 2016, opgeteld voor de mijnbouwsectoren in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl): olie- gaswinning land (inclusief continentaal plat en dienstverlening) en transport en distributie olie en gas. Website geraadpleegd op 20 november 2018. Lekkages bij de zoutfabriek van AkzoNobel, alweer, NRC 26 juli 2017, NRC, Amsterdam Herafweging verwerking productiewater Schoonebeek.

Integraal eindrapport, Haskoning DHV, voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij, Referentie: I&BBD9591-100-100R002F0142 december 2016 Evaluatie verwerking productiewater Schoonebeek, bevindingen NAM naar aanleiding van het Tussenrapport van Royal Haskoning DHV van 28 juni 2016. Brief NAM aan de minister van Economische Zaken, 24 oktober 2016, referentie EP201610207495 Invulling minimalisatie van mijnbouwhulpstoffen binnen onshore NAM, notitie NAM, EP201611206698, Asset Land, Assen, 7-12-2016 Mijnbouwregeling, Hoofdstuk 9, Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën http://wetten.overheid.nl/BWBR0014468/2018-01-01 Cefas, Definitive Ranked Lists of Registered Products, te downloaden van https://www.cefas.co.uk/cefas-data-hub/offshore-chemicalnotification-scheme/downloads-and-useful-links/ rechterkolom onder ’Downloads and useful links' Stimulering duurzame energieproductie. Brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes, 31 429 nr. 282, Den Haag, 8 februari 2018 Beleidsnotitie Geothermie in relatie tot de openbare drinkwatervoorziening Gedeputeerde Staten van Limburg: 24 oktober 2017

Pagina 69 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

15 CBS Statline 2016, https://opendata.cbs.nI/statline/#/CBS/nl/dataset/83140NED/table? ts^544113183259 16 Commissie Integraal Waterbeheer Stand der Techniek Offshore Productiewater Olie- en Gaswinningsindustrie, februari 2002 17 Structuurvisie Ondergrond, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Den Haag, juni 2018, op 11 juni 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer 18 Convenant Werkgroep injectie productiewater, NOGEPA, 2004 19 Grenswaarden voor specifieke vrijgave van natte sludges uit de Nederlandse olie- en gassector en geothermie. Onderzoek voor de implementatie van richtlijn 2013/59/Euratom. M. van der Schaaf en E. Folkertsma, RIVM Briefrapport 2017-0107 20 Emissies naar lucht in 2016, in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl) voor de offshore olie- en gaswinning totaal en voor affakkelen en afblazen apart. Website geraadpleegd op 20 november 2018. 21 Belasting oppervlaktewater in 2016, in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl) voor de offshore olie- en gaswinning (continentaal plat totaal). Website geraadpleegd op 20 november 2018. 22 Toets wettelijke controle affakkelen en afblazen aardgas: Onderzoek voor de implementatie van richtlijn 2013/59/Euratom, M. van der Schaaf, A.

van der Reijden, RIVM briefrapport 2017-0114 23 Re-use & decommissioning report, Annual report 2018, National Platform for Re-use & Decommissioning (Nexstep) 24 Conclusie eindrapport heroverweging productiewater Schoonebeek. Brief van de minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Den Haag, 10 februari 2017 25 Emissies naar lucht in 2016, in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl) voor de olie- en gaswinning op land (totaal) en voor affakkelen en afblazen. Website geraadpleegd op 21 november 2018. 26 Environmental Implications of Flaring and Venting in Crude Oil and Natural Gas Production, Stanley Ngene, Kiran Tota-Maharaj, Paul Eke, Colin Hills, International Journal of Environmental Monitoring and Analysis, 2016; 4(6): 154-159 27 Inventarisatie Staatstoezicht op de Mijnen over de toepassing van fracking, de mogelijke consequenties en beoordeling daarvan. Brief van de minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Den Haag, 1 maart 2016 28 Methaan emissiemetingen aan buiten gebruik gestelde olie- en gaswinningsputten A. Hensen, W.C.M. van den Bulk en D. van Dinther, april 2017, ECN-E--18-032, ECN, Petten 29 J.

Griffioen, interview op 11 september 2018, met De Correspondent, wetenschappelijk artikel in publicatie 30 Algemeen Dagblad, 21 november 2018 https://www.ad.nl/westland/nam-gaat-weer-boren-bij-molenslagin-monster~a71365800/ Pagina 70 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

31 32

33 34

35 36

37

38 39

40 41

42 43

44

45

46 47

Staat van de Sector Geothermie, Staatstoezicht op de Mijnen, Henri Faasdreef 312, 2492 JP Den Haag, juli 2017 Lozing van testwater bij geothermieprojecten; Afwegingskader. G. Bakema, B. Pittens, T. Aalten, H. Biemond, IF Technology bv, Arnhem, augustus 2016 Geothermie en ondiepe bodemenergie, R.O. Blaauboer, RIVM Briefrapport 2018-0014 in voorbereiding voor publicatie Stimulering duurzame energieproductie. Brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes, 31 429 nr. 282, Den Haag, 8 februari 2018 Staat van de sector zout, Staatstoezicht op de Mijnen, Henri Faasdreef 312, 2492 JP Den Haag, mei 2018 Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden Aanhangsel van de Handelingen der Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, nr. 2192, 17 juni 2014 Schachtanlage Asse II Bundesgesellschaft für Endlagerung mbH, website: https://www.bge.de/de/asse/ geraadpleegd op 1 november 2018 MER NET OP ZEE HOLLANDSE KUST (NOORD) EN (WEST ALPHA), Deel A en Deel B, Arcadis Nederland B.V. Arnhem, april 2018 Wind op Zee Ecologisch Programma (Wozep) is een vijfjarig onderzoeksprogramma (gestart in 2016) om de kennisleemtes rond de ecologische effecten van windenergie op zee nader te onderzoeken. https://www.noordzeeloket.nl/functiesgebruik/windenergie/ecologie/wind-zee-ecologisch/ KADER ECOLOGIE EN CUMULATIE t.b.v.

uitrol windenergie op zee Deelrapport A: Methodebeschrijving, Versie 2.0; 26 mei 2016 Betrouwbaarheid van gasdistributienetten in Nederland, Resultaten 2017 Sabine van Amersfoort Kiwa Technology B.V. Apeldoorn in opdracht van Netbeheer Nederland, GT-180061, 12 april 2018 Persoonlijke mededeling Jantine Killaars / Annabelle van Roosmalen, Staatstoezicht op de Mijnen 1 november 2018 Emissies van methaan naar lucht in 2016, voor gasdistributie en transport in de Emissieregistratie (http://www.emissieregistratie.nl): gastransport en gasdistributie. Website geraadpleegd op 21 november 2018. Methaanemissie door Gasdistributie. Rapportage over 2016 volgens het Monitoringsprotocol Methaanemissie Gasdistributie H.A. Ophoff, Kiwa Technology B.V. Apeldoorn in opdracht van Netbeheer Nederland, GT-170094, 18 mei 2017 Vervolgonderzoek correlatie tussen gaslek en bodemverontreiniging door benzeen E.A. Polman, C.J.A. Pulles, A.A.M. Nipshagen, Kiwa Technology B.V. Apeldoorn in opdracht van Netbeheer Nederland, GT-100136, 24 september 2018 Toekomstbestendige gasdistributienetten, Kiwa Technology B.V, Apeldoorn in opdracht van Netbeheer Nederland, juli 2018 Bericht zu den möglichen Auswirkungen des Grubenwasseranstiegs im Südlimburger Steinkohlenrevier - Vorstudie - Ingenieurbüro Heitfeld - Schetelig GmbH, in opdracht van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. Aken, februari 2007

Pagina 71 van 72

RIVM Rapport 2018-0162

48 Caro Cuenca, M., Hooper, A.J. ŭ Hanssen, R.F. (2013), 'Surface deformation induced by water influx in the abandoned coal mines in Limburg, The Netherlands observed by satellite radar interferometry', Journal of Applied Geophysics. Vol. 88, pp. 1-11 49 Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg Uittreksel uit het samenvattende rapport met een overzicht van de voorgestelde maatregelen Projectgroep 'Na-ijlende gevolge steenkolenwinning Zuid-Limburg', GS-ZL, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, 14 december 2016 50 Na-ijlende effecten van steenkoolwinning Inventarisatie van Juridische kaders in verband met de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning in Zuid-Limburg AKD N.V. In opdracht van de provincie Limburg, april 2018 51 Brief van de minister van Economische Zaken Eric Wiebes aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, betreffende de Uitspraak rechtbank Limburg inzake Waarborgfonds mijnbouwschade Den Haag, 6 november 2018

Pagina 72 van 72

RIVM

De zorg voor morgen begint vandaag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=83caa26c-961e-48c8-88f9-169f542f8b02