CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan LOS percelen - Voorontwerp 1.1 (21-0161982)

Commissie Ruimte en Wonen 22 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Voorontwerp bestemmingsplan LOS percelen34.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Beleidskader omtrent water; Veiligheid en waterkeringen; Waterkwantiteit; Grondwater en voorkomen van (zoet) water te kort; Onderhoud en bagger; Watersysteemkwaliteit en ecologie; Afvalwater en riolering; Klimaatadaptie.

Gemeentelijk beleid Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de

41

waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: ’’Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, AfValwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie", worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.

WATERPLAN WESTLAND WESTLAND WATER, NU EN LATER

3'februari 2

3.5.2

Onderzoek

Veiligheid en waterkeringen

Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.

42

Wa terkwantiteit

Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks. Extra watercompensatie is daarom niet noodzakelijk.

Voorkomen van wateroverlast Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woning voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking watertoets voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen.

7//A

Wà, z*

7/ wM /. f, 7A

43

Watersysteemkwaliteit en ecologie

In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik.

Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks. Het bestemmingsplan hefet daraom ook gene invloed op de waterkwaliteit. Onderhoud en bagger

Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken.Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. Er gelden de volgende criteria: *

als er sprake is van 'varend' onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn). * voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. * voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen. Wanneer onderhoudsstroken niet of moeilijk realiseerbaar of te behouden zijn, overleg dan met Delfland over alternatieven of maatregelen. Bodem en grondwater

Bij nieuwe ontwikkelingen/initiatieven is het van belang om rekening te houden met een voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. Het bouwpeil moet daarom hoog genoeg boven het waterpeil liggen. Een voldoende hoog bouwpeil helpt niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, maar met een minimum van 1,0 m. Daarnaast kan het zijn, dat de ontwikkeling juist effecten op het grondwater of het watertekort heeft. Hier

44

moet bijvoorbeeld gedacht worden aan ondergrondse constructies die ervoor zorgen dat bijvoorbeeld de grondwaterstroming wordt afgekapt. In de huidige ontwikkeling worden geen ondergrondse werken worden gebouwd. Het plan betreft enkel de wijziging van de bestemming , er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats. Daarom is dit thema verder niet van toepassing. Afvalwater en riolering

De bestaande woning is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse en de nog te bouwen woning zou aannemelijk aangesloten worden op het rioleringsstelsel. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtsbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering. Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke. 3.5.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

3.6

Bodem

3.6.1

Wettelijk kader

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming

De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. 3.6.2

Onderzoek

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen veranderd niks. Hierdoor is aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk. 3.6.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

45

3.7

Ecologie

3.7.1

Wettelijk kader

Natuurnetwerk Nederland

Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied. Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes: « * *

Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn; Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd.

Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1,3.5 en 3.10. van de Wnb.

46

Verbod shepalmg

vogels vu

Dienen Hm Planter Hrv BonrVBern

BornVBsm

Dienen

Planten

fjiįļiwaan fnalionaan

Dieren of planten: 3 tC t a

Doden of vangen storen/verstoren

3.T.4 ((jĖľlľJij

3 1 5)

3 10 l.t

Plukken. verzamelen, afsnijden. onlworteien oí vernielen Ond er zich heb Ijen of vervoeren

Plaatsen: vernieler. Ijeschadgen of wegnemen resten Beschadigen of vernielen

3 10 1 b

■vodlpijnlingsplanlsen

ĮvaslĚ vp)

Beschadigen of vernielen ruslp aatsen

3.10.1 .D

u-asre rpi Eieren vernielen (oT-vn- beschadigenj

Papen Onder ach heb ;en

TaeKChOiQO Codes vowyzen naar wetsartikelen Wet natuurtjes charming

Orane

veriiodsbepalmg geldt alleen wanneer sprake is van opzei verbodsbepaling geld' in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is

Tabel verbodsbepalingen soortenbescherming onder de jįùlÈ

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet m eegenomen in deze toets ing. Zorgplicht

De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten: 1. 2. 3.

Achterwege gelaten worden, of Noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of Deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt

Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.

47

3.7.2

Onderzoek

Er is geen quick-scan uitgevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat er tijdens de inspectie geen beschermde soorten zijn waargenomen. Daarom is er geen garantie dat beschermde soorten in de toekomst niet in het gebied voorkomen. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in het realsieren van nieuwe gebouwen. Er vindt alleen een bestendiging plaats van het bestaande gebruik. Mochten er toch werkzaamheden plaatsvinden en deze werkzaamheden in het broedseizoen vallen, dan dient voorafgaande aan de werkzaamheden een inspectie plaats te vinden op het voorkomen van het hinderen van broedvogels. Als er broedvogels aanwezig zijn, mogen deze niet worden verontrust. Voor verontrusting dient een ontheffing aangevraagd te worden, welke voor broedvogels waarschijnlijk niet afgegeven zal worden. 3.7.3

Conclusie

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. Het bestemmingsplan creëert geen expliciete bouwmogelijkheden. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve invloed op de ecologische waarden in het plangebied.

3.8

Cultuurhistorische aspecten

3.8.1

Wettelijk kader

Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen Rijk en Provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005 - 2008, de Nota Belvedère, de Nota Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2. De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden.

Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunningplicht te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 3.8.2

Onderzoek

De bescherming van het archeologisch erfgoed dient in het bestemmingsplan te worden geregeld, net als andere in het bestemmingsplan op te nemen en te beschermen belangen. Voor het bestemmingsplan geldt als norm de eis van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat het belang van het archeologisch erfgoed mee dient te tellen bij de beoordeling en afweging van alle bij die goede ruimtelijke ordening spelende belangen. Dit wordt geregeld via een omgevingsvergunningstelsel dat betrekking heeft op grondroerende werkzaamheden voor zover deze worden uitgevoerd in gebieden die op de plankaart staan aangegeven met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie' (WR-A). In de regels staat opgenomen welke werken of werkzaamheden schadelijk kunnen zijn voor (verwachte)

48

archeologische waarden en daarom omgevingsvergunning plichtig zijn. Hierin staan ook voorwaarden opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Zo'n voorwaarde kan zijn dat een rapport moet zijn overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Het verlenen van een omgevingsvergunning is afhankelijk van de uitkomsten van dit archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan. Voor alle delen van het plangebied is een medebestemming archeologisch waardevol gebied (WR-A) opgenomen. 3.8.3

Conclusie

Voor het plangebied gelden afhankelijk van de ligging verschillende archeologische waarden in de ondergrond. Om deze mogelijk aanwezige waarden te beschermen, zijn nieuwe ontwikkelingen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan gebonden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen (met uitzondering van kassen), alsmede het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor grondroerende activiteiten.

49

Hoofdstuk 4

Juridische planbeschrijving

4.1

Planvorm

4.1.1

Wettelijk voorgeschreven standaardisering

De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008). Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.

4.1.2

Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012

De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.

4.1.3

Systematiek van de planregels

Opbouw planregels

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: * Inleidende regels; » Bestemmingsregels; « Algemene regels; * Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Begrippen (Begrippen) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten (Wijze van meten) Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bes temmingsregels

De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: » doeleindenomschrijving (gebruiksregels); « bouwregels; * nadere eisen;

50

afwij kingsregels. Gebruiksregels De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen. Afwijkingsregels In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels". Aanleggen of slopen De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling: * * *

het aanlegverbod of sloopverbod zelf; de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies; de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.

Algemene gebruiksregels In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken. Overgangs- en slotregels

In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: * het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; * en het onderdeel "Citeertitel".

4.1.4

Systematiek van de planverbeelding

Wettelijke vereisten

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-vo01

51

De dataset bestaat uit: * het GML-bestand van de planverbeelding; * het XML-geleideformulier; * de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; « de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels. Leeswijzer verbeelding

Wegwijzer via internet Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimteliikeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan. Analoge verbeelding Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien.

Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak

Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder). Aanduidingen

Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.

4.2

Bestemmingsregeling

De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).

52

4.2.1

Bestemming 'Agrarisch-Gastuinbouw'

De percelen, welke in het voorheen geldende bestemmingsplan voorzien waren van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' en welke ook als zodanig in de toekomst gebruikt moeten gaan worden (voor zover dat nog niet gebeurd) zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. In aanvulling van het bovenstaande zijn de legale kleinschalige glastuinbouwbedrijven specifiek bestemd. Daarnaast zijn een aantal woningen voorzien van een specifieke aanduiding waardoor het gebruik van de woning als burgerwoning onder het persoonsgebonden overgangsrecht is geplaatst. 4.2.2

Bestemming 'Bedrijf'

De gronden die in gebruik zijn als nutsvoorziening zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf, met de functieaanduidiing nutsvoorziening'. 4.2.3

Bestemming 'Groen'

De gronden welke niet meer bruikbaar zijn voor de glastuinbouw en/of waar ook geen andere passende functie voorzien is en/of braak liggen of komen te liggen zijn voorzien van de bestemming Groen. 4.2.4

Bestemming 'Verkeer'

De gronden die in gebruik zijn als toegangswegen en paden zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer'. 4.2.5

Bestemming 'Water'

De bestaande (hoofd)watergangen, waterpartijen en locaties die van belang zijn voor waterberging, en welke in de nabije toekomst niet ingezet kunnen worden voor de ontwikkeling van het duurzame glastuinbouwgebied, zijn bestemd als Water. 4.2.6

Bestemming 'Wonen'

De percelen welke in gebruik zijn als burgerwoning zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. In de bestemming is wel een specifieke regling opgenomen voor het surplus aan bijbehorende buwwerken op het perceel. 4.2.7

Dubbelbestemming 'Leiding-Gas'

Op de gronden, gelegen boven een gasleiding, is de bestemming Leiding-Gas opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze gasleiding. 4.2.8

Dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding'

Op de gronden, gelegen onder een hoogspanningsverbinding is de bestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze hoogspanningsverbinding. 4.2.9

Dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'

Op de gronden waarin mogelijk archeologische waarden liggen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie neergelegd. Aan deze bestemming is een aanlegstelsel verbonden.

53

4.2.10

Dubbelbestemming 'Waterstaat-Beschermingszone'

De gronden, welke vallen binnen de beschermingszone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen. 4.2.11

Dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatswerk'

De gronden, welke vallen binnen de kernzone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen. 4.2.12

Gebiedsaanduiding 'Geluidszone-Industrie'

Op de gronden die vallen binnen de geluidscontour van het industriegebied (Havengebied) van Rotterdam (Europoort, Maasvlakte en 2e Maasvlakte), is de gebiedsaanduiding "Geluidszone-industrie" neergelegd. 4.2.13

Gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone-Molen'

Op de gronden die vallen binnen de molenbiotoop van een nabij gelegen molen, is de gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone-Molen" neergelegd. Dit ter bescherming van de windvang van de molen.

54

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Binnen het huidige stelsel van regelgeving moet de gemeente de kosten van een bouwplan verhalen op de aanvrager. Deze verplichting is neergelegd in afdeling 6.4. Wro, meer in het bijzonder artikel 6.12 van die afdeling. In artikel 6.12 Wro staat dat de gemeente een exploitatieplan moet vaststellen bij alle soorten bouwplannen "aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur" (artikel 6.2.1 Bro). In dat exploitatieplan dienen alle kosten verplicht te zijn gedekt die door de gemeente worden gemaakt. De gemeente kan uitsluitend afzien van het opstellen van een exploitatieplan als de gemeentelijke kosten op een andere manier worden verhaald, bijvoorbeeld door middel van een exploitatieovereenkomst. In casu is er geen sprake van een aangewezen bouwplan zoals opgenomen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de wijziging van het ter plaatse toegestane gebruik. De bouwmogelijkheden uit onderhavig bestemmingsplan vloeien voort uit de bouwregels van het voorheen geldende bestemmingsplan.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1

Overleg

In de periode van PM t/m PM 2021 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: * * * *

Ministerie van VROM Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Gasunie

De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage van deze toelichting. 5.2.2

Inspraak

In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 zal er voor het voorontwerp inspraak plaatsvinden. De ontvangen inspraakreacties zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de reacties wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting. 5.2.3 Zienswijzen

Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.

55

56

Bijlagen bij de toelichting

57

Bijlage 1 Inspraak en overleg

58

Inspraak en vooroverleg reacties

Bijlage 2 Handhavingsbeleid thema glastuinbouw Westland 2020

60

HANDHAVINGSSTRATEGIE THEMA GLASTUINBOUW WESTLAND 2020

HANDHAVINGSSTRATEGIE THEMA GLASTUINBOUW 17 oktober 2020

SAMENVATTING Inleiding Aanleiding .. Doelstelling

Beleid Handhavingskader........ Thematisch handhaven Onderscheid tussen oud en nieuw Legalisatie oude overtredingen Nieuwe overtredingen...................

Beleidsregels ...................................................................................................... 'Strijdig gebruik duurzame glastuinbouwgronden Westland 2020' 'Strijdig gebruik agrarische bedrijfswoning Westland 2020'...........

PAGINA 2

Ff

Onderhavig document, 'Handhavingsstrategie

de

thema

het nadeel van het glastuinbouwcluster.

glastuinbouw

Westland

2020',

ver­

en

werken

uiteindelijk

in

vangt de

'Handhavingsstrategie

bruik in

het duurzaam glastuinbouwgebied'

Een belangrijke aanleiding voor een actuali­

van 31 januari 2017 doch betreft inhoudelijk

satie van de thematische handhavingsstrate­

voornamelijk

gie, -beleid

op

onderdelen

strijdig ge­

een

wijziging

van deze strategie en de aanhangende

be­

leidsregels.

en

aanhangige

beleidsregels is

een door bureau Berenschot opgesteld rap­ port met aanbevelingen

Handhaving van het recht is belangrijk voor

SAMENVATTING

glastuinbouw

(2018), waarin

als

één van de belangrijkste aanbevelingen

de

overweging om -onder strikte voorwaarden-

de geloofwaardigheid van de gemeente en de

het positief bestemmen voor strijdig gebruik

regels

van glastuinbouwgrond te introduceren werd

die

zij

stelt.

Handhaving

is

elke

(re)actie die erop gericht is de naleving van

genoemd.

het bij of krachtens wet- en regelgeving gel­ dende recht te bevorderen en te bewerkstel­

Na een intensieve screening van alle hand-

ligen, zo nodig door het opleggen van sanc­

havingsdossiers

ties.

is

in

deze

strategie

een

scheiding gemaakt tussen oude overtredin­ gen (vóór 4 december 2008 ontstaan en on­

Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot

gewijzigd voortgezet), bestaande overtredin­

handhaving. Dit betekent dat een gemeente

gen (gewijzigd of ontstaan sinds 4 december

alleen

kan

2008) en nieuwe overtredingen (vanaf 1 de­

afzien van handhaving, bijvoorbeeld wanneer

cember 2020). Dit onderscheid is van belang

bijzondere

omstandigheden

concreet zicht is op legalisatie of wanneer

in de beleidskeuzes voor strijdig gebruik van

handhavend optreden onevenredig zou

een agrarische bedrijfswoning en overmatig

zijn

in relatie tot de daarmee te dienen belan­

privégebruik

gen.

behoeve van het woongenot.

van

agrarische

gronden

ten

Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt

Voor strijdige bewoning van een agrarische

tussen thematische handhaving en reguliere

bedrijfs woning

handhaving.

vingsstrategie

een

nieuwe

genomen.

deze

beleidsregel

heeft

ft

in

De

betrekking

thematische op

handhaving

strijdigheden

die

zich

In

was

in

de

vorige

handha­

beleidsregel werd

op­ een

voordoen op glastu in bouwgrond. Deze strij­

tijdelijke omgevingsvergunning met een zo­

digheden belemmeren de modernisering van

genaamde

koopoptie

als

alternatief

voor

PAGINA S

handhavend optreden tegen deze vorm van

Voor

bewoning geïntroduceerd. In de nieuwe stra­

op het gebruik van agrarische gronden ten

overtredingen

die

betrekking

hebben

tegie komt deze te vervallen.

behoeve van het privégenot die ontstaan ná

Voor oude overtredingen komt een eenmali­

den gehandhaafd.

ge

een overtreding die betrekking heeft op be­

1 december 2020 geldt dat deze direct wor­

verruimde

legalisatiemogelijkheid,

wat

Dit geldt eveneens voor

betekent dat een groot deel van de wonin­

drijfsmatig

gen alsnog de bestemming 'Wonen' krijgt. De

legging of extern grondbezit. Of dit nu een

gebruik,

(grond) speculatie,

be­

resterende oude overtredingen worden mid­

oude, bestaande of nieuwe strijdigheid be­

dels een persoonlijk overgangsrecht tijdelijk

treft,

gelegaliseerd. Voor bestaande, inclusief ge­

wordt optreden.

wijzigde

oude,

overt red ingen

en

het

uitgangspunt

is

dat

handhavend

nieuwe

overtredingen wordt het mogelijk een tijde­ lijke vergunning aan te vragen, waarbij de strijdige bewoning wordt toegelaten tot her­

Tennisbaan,

ŕC

stal en -

eide, Luchtfoto Westland 2016

structurering plaatsvindt. Voor alle overtre­ dingen geldt dat, indien bij de woning beho­ rende gronden deels de ontwikkeling van de glastuinbouw onevenredig in de weg liggen, dat

deze

onder

het

beleid

voor

strijdige

gronden worden geschaard.

Voor het gebruik van agrarische gronden ten behoeve van het privégenot geldt dat voor oude en bestaande overtredingen de moge­ lijkheid

wordt

geboden

om

deze

voort

te

kunnen blijven zetten, onder voorwaarde van het verstrekken een

van

een

privaatrechtelijke

koopoptie.

Dit

overeen komst

is die

eigenaren verplicht hun gronden te verkopen als er concreet sprake is van een koper die de grond wil aanwenden ter uitvoering van de bestemming.

PAGINA 4

Pİ[.. IM

Op

31 januari

2017

heeft

het college van

.

Aanleiding

burgemeester en wethouders van Westland

1 INLEIDING

de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in

In 2009, ter voorbereiding op de te ontwik­

vastge­

kelen bestemmingsplannen voor ca. 4,8 mil­

handhavingsstrategie

joen m2 glastuinbouwgebied van Westland,

strijd ige

gebruik van

heeft een inventarisatie plaatsgevonden van

glastuinbouwgronden in de gemeente West­

alle strijdigheden in dit gebied. In totaal zijn

het

duurzaam

steld. ten

Dit

glastuinbouwgebied'

betrof een

a an zien

van

het

land. Deze handhavingsstrategie moest wor­

1.037 dossiers aangelegd, waarvan

den beschouwd als een aanvulling op, en op

2019 nog 566 over waren (afname van ca.

onderdelen een wijziging van, het bestaande

A6Vo).

'Handhavingsbeleid,

integrale

er eind

handhaving

Wabo-taken gemeente Westland', zoals vast­

1.1.1.

gesteld op 5 oktober 2015.

Eindrapport CWP 2015-2018

In de eindrapportage van De

handhavingsstrategie

betrekking op opstallen

in

had

uitsluitend

het gebruik van gronden

en

het Collegewerk-

programma 2015-2018 (CWP) is opgenomen dat de omvang van de ruimtelijke belemme­

het duurzaam glastuinbouwge­

ringen is afgenomen, maar nog steeds sub­

bied in strijd met de aan de gronden gegeven

stantieel is: "Onze handhavingskoers is, on­

bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en de

danks nieuw instrumentarium en afstemming

wijze waarop daar vanuit het oogpunt van

met de gemeenteraad in de werkgroep her­

handhaving mee werd omgegaan. Onderhavig

structurering,

document 'Handhavingsstrategie thema glas­

cussie

tuinbouw

strijdigheden

Westland

2020'

vervangt

de

continue onderwerp

geweest, niet

waarbij altijd

van

dis­

beëindiging

van

draagvlak

onder­

'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het

vond. Wij concluderen dat de feítelijke ver­

duurzaam glastuinbouwgebied' van 31 janua­

nieuwing van het glastuinbouwgebied in een

ri 2017, doch betreft inhoudelijk voorname­

opwaartse spiraal zit, maar nog niet voldoet

lijk op

aan het wensbeeld voor moderne glastuin­

onderdelen

een

wijziging van

deze

strategie en de aanhangende beleidsregels.

bouw. Het doen naleven van wet- en regelge­ ving door gebruikers in het duurzaam glas­

Dit beleid moet worden beschouwd als sec­

tuinbouwgebied blijft een punt van zorg en

torale uitwerking van het bestaande 'Hand­

aandacht."

havingsbeleid,

integrale

handhaving

Wabo-

taken gemeente Westland'.

ft

PAGINA 5

1.1.2.

Rapport Berenschot

Gelet op de conclusies uit de eindrapportage is in 2018 door bureau Berenschot een rap­ port1

opgesteld

met

aanbevelingen.

Deze

aanbevelingen geven aanleiding om het be­ leid op handhaving (van

met name strijdig

gebruik van agrarische gronden) in het duur­

relatief oud. Het is te overwegen om -

Het

ambitie

om

herstructurering

onder strikte voorwaarden - het positief

modernisering van

de

glastuinbouw

bestemmen

aan te sporen. Om strijdig gebruik en specu­

st rij dig

gebruik

van

latie van tuinbouwgrond tegen te gaan (en daarmee

te

voorkomen

dient

voor

langdurige

strijdigheden

die

van

be­

volgende op de vraag welke mogeIijkheden Westland

heeft

voor

het

afhandelen

van

bestaande dossiers en het afhandelen en/of voorkomen

en het optimaal ruimtegebruik te belemme­

met

ren), is handhaving op basis van de geldende

een

goede helder

communicatiestrategie wordt

aangegeven

dat

voortgang te

2.

3.

Ontwikkel

een

zal

consequent worden uitgevoerd.

"Verder zetten we actief in op het overheidsinstrumentarium

delen voor de uitvoering

handhaving. Vanaf 2019 werken we structu­

Communiceer over werkwijze.

reel aan het minimaliseren van strijdigheden.

6.

bestemmingsplannen

en

Dit geldt voor zowel handhaving als legalisa­ tie.

1.1.3.

Uitvoeringsprogramma 2019

In het Uitvoeringsprogramma Westland 2019 is (onder maatregel 38:

Handhaving thema

op het thema glastuinbouw wordt geïntensi­

We handhaven daarbij ook als er geen

directe herstructureringscase is. De gemeen­ te trekt drie collegeperiodes (2018 t/m 2030) uit om zowel bestaande als nieuwe strijdig­ heden aan te pakken en op te lossen."

veerd. Van de gemeente wordt een duidelij­

aanpak voorgesteld: 1.

Dit

Zorg voor structurele capaciteit en mid­

behouden wordt de volgende

dossiers:

noodzakelijk.

Screen de huidige werkvoorraad

glastuinbouw) opgenomen dat de handhaving

nieuwe

bestemmingsplannen

5.

Teneinde

van

herstructurering

het positief bestemmen gepaard te gaan

land, een aparte regeling te ontwerpen. In het advies van Berenschot staat hierover het

de

4.

perkte invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden voor moderne glastuinbouw in West­

onder andere

bedoeld om een schone lei te creëren.

Door het college is de wens uitgesproken, Berenschot,

en

verder

precedentwerking

het hierbij gaat om een eenmalige actie,

mede gelet op het advies van

de

glastuinbouwgrond te introduceren. Om

waarbij

zaam glastuinbouwgebied deels bij te sturen.

voor

is

transparant

en

helder

ke, rechtmatige en rechtszekere koers ver­

toetsingskader

langd. Dit kan door bestaand beleid op een­

Inventariseer de mogelijkheden voor het

duidige wijze voort te zetten en uit te voe­

positief

ren, nieuw beleid te maken, bestaand beleid

bestemmen

van

bestaand

ge­

bruik

anders te accentueren (bijvoorbeeld in prio­

Een deel van de strijdigheden stamt uit

riteiten of te concretiseren) of ruimtelijke

de periode van vóór de oprichting van

keuzes

te

maken

de gemeente Westland

ëring

van

'duurzame

en

is daarmee

den'). 1 'Verkenning naar mogelijkheden voor uitvoeren

(bijvoorbeeld

herdefini­

Doelstelling De primaire glastuinbouw is een belangrijke pijler

onder

de

Westlandse

economie

en

biedt direct en indirect werk aan vele West­ landers.

Een

vitaal

glastuinbouwgebied

is

dan ook van groot belang voor Westland.

glastuinbouwgebie­ De

primaire glastuinbouw

zat enkele járen

geleden in zwaar weer. Om het tij te keren

van handhavingsstrategie glastuinbouw'.

PAGINA 6

Üa.....

Mi

zijn

in

het rapport 'Moderne glastuinbouw

Westland',

verscheidene

ontwikkelingen,

door

er geen

of

slechts

een

zeer geringe

bereidheid bestaat om de gronden voor een

oorzaken en benodigde acties benoemd. Om

reële

ruimte

king te stellen aan de glastuinbouw. Handha­

te

bieden

aan

moderne

glastuin­

agrarische

tegen

dit

ter

beschik­

bouwbedrijven in Westland moeten de rand­

vend

voorwaarden om te kunnen ondernemen zo

kan een belangrijke bijdrage leveren aan de

optimaal mogelijk zijn.

optreden

marktwaarde

strijdige

gebruik

beschikbaarheid van areaal voor de moderni­ sering van de glastuinbouw.

De Westlandse ruimtelijke structuren, (fysie­ ke)

obstakels

gronden

en

en

het

strijdig

opstallen

gebruik

Dit is dan ook gelijk het voornaamste achter­

benodigde

liggende doel van handhavend optreden te­

schaalgroottes

en

optimale

lengte-breedte

gen strijdig gebruik van gronden en opstallen

verhoudingen

voor

primaire

glastuinbouw­

met

bedrijven

echter

Westland

concurrerend

lastig

maken

van

realiseerbaar. te

houden

als

de

bestemming

'Agrarisch

-

Glastuin­

Om

bouw': gronden en opstallen, die bestemd en

pri­

geschikt

zijn

voor glastuinbouw,

zijn

voor

mair productiegebied in de glastuinbouw is

een marktconforme agrarische prijs beschik­

het dan ook ten minste noodzakelijk om het

baar voor de glastuinbouw.

duurzaam glastuinbouwgebied obstakelvrij te maken en ruimtelijke structuren te verster­

Dit

ken

handhavend optreden worden bereikt. Indien

om

zo

ruimte

te

kunnen

bieden

aan

schaalvergroting.

doel

strijdig

kan

in

gebruik

een

aantal

gestaakt

gevallen

moet

door

worden

en

gronden of opstallen niet meer voor afwij­ Uit ervaringen in de praktijk blijkt dat het

kende doeleinden gebruikt kunnen worden,

strijdige gebruik van agrarische gronden en

beweegt dat mensen er immers eerder toe,

opstallen

aangezien ze toch geen gebruik meer kunnen

zeer

voor

vertragend

initiatieven

kan

werken

doeleinden bij

concrete

maken van de gronden, om de gronden be­

glastuinbouwondernemers

schikbaar te stellen voor de glastuinbouw.

en zelfs bepalend kan zijn voor het al dan

Omdat ze de gronden niet meer kunnen ge­

niet

bruiken en de gronden daarmee voor de ei­

slagen

van

niet-agrarische

van

deze

initiatieven.

Strijdig

gebruik heeft namelijk een fors prijsopd rij­

genaar

vend effect: door het strijdige gebruik krij­

gronden ook eerder voor een marktconforme

gen de gronden voor de gebruiker een hoge­

prijs worden verkocht.

re waarde dan de agrarische waarde, waar­

minder

waard

worden,

zullen

de

Keukenmontagebedrijf in de kas/bedrijfsruimte, Bouw ā Woningtoezicht Wes 'and 2010

„Jľ 'W

i

li

B

V 'I U.

w

.

'II \

' ~

(

.

'

’

p

MİMÜW

PAGINA 8

íf

2

De missie van Westland is een gemeente te

sociale veiligheid). Een goede handhavings-

zijn

de welvaart van

organisatie is cruciaal. Het opzetten van een

onze inwoners voorop staan. Het streven is

goede organisatie is één, maar een organisa­

om in 2030 een ideaal Westlands evenwicht

tie moet ook nog worden 'bemenst'. De amb­

bereikt te hebben tussen ecologische, eco­

telijke capaciteit moet zowel kwantitatief als

nomische

kwalitatief op voldoende niveau zijn om het

waar

het welzijn

en

de

en

sociale

belangen,

waarbij

Westland onder andere haar economie ver­

handhavingsbeleid

sterkt en haar (economische) toppositie als

ren.

goed

te

kunnen

uitvoe­

regio bestendigt (Omgevingsvisie 2.0 West­ land (ontwerp)).

Handhaving is noodzakelijk om:

BELEID

1.

de naleving van democratisch vastge­ stelde regels te bewerkstelligen en te bevorderen;

Handhavingskader

2.

Beginselplicht

3.

beoogde beleidsdoelstellingen te beha­ len;

2.1.1.

van burgers te waarborgen;

Handhaving van het recht is belangrijk voor de geloofwaardigheid van de gemeente en de regels

die

zij

stelt.

Handhaving

is

rechtszekerheid en gelijke behandeling

4.

geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit van bestuurders te bevorde­

elke

ren;

(re)actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving gel­

5.

normvervaging tegen te gaan;

dende recht te bevorderen en te bewerkstel­

6.

civiele

claims van

burgers

wegens

in­

ligen, zo nodig door het opleggen van sanc­

adequate handhaving en onverzekerbare

ties. Handhaving ziet ook op het beïnvloeden

risico's tegen te gaan.

van het gedrag van burgers. Hiervoor is dui­ delijke informatievoorziening en communica­

ft

Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot

tie van groot belang. Met handhaving wor­

handhaving. Dit betekent dat een gemeente

den ook randvoorwaarden gecreëerd.

alleen

in

afzien

van

bijzondere

omstandigheden

handhaving

(bijvoorbeeld

kan wan­

Intern vraagt handhaving om samenwerking

neer concreet zicht is op legalisatie dan wel

tussen de handhavingspartners en maakt dit

handhavend optreden onevenredig zou

onderdeel uit van het bredere veiligheidsbe­

in relatie tot de daarmee te dienen belan­

leid in een gemeente (fysieke veiligheid en

gen).

zijn

PAGINA 9

»

"Voor

gemeenten

geldt

»

een

zorg dragen voor de bestuursrechtelijke

doelstellingen

handhaving;

te realiseren.

zorg

dragen

voor

de

verzameling

en

de

benodigde

helderheid

van

beginselplicht tot handhaving. Dit

gegevens om invulling te geven aan deze

Dit geldt niet alleen voor de reeds geïnven­

betekent dat een gemeente alleen

taak;

tariseerde

»

in bijzondere omstandigheden kan afzien van handhaving"

strijdigheden,

het optreden door middel van het toe­

nieuwe strijdigheden

passen van

ene

bestuursdwang,

het opleg­

kant

worden

maar

ook

die ontstaan.

dossiers

voor

Aan

opgelost,

de

maar

gen van een last onder dwangsom of het

nieuwe strijdigheden dienen zich aan. Het is

intrekken

dan ook een doorlopend proces.

van

(delen

van)

de

omge-

vingsvergunning. Handhaving is een kerntaak van de gemeente De

gemeente

heeft

de

bevoegdheid

om

die,

handhavend op te treden bij overtreding van wetten en regels door burgers of bedrijven.

.

Thematisch handhaven

Hiervoor teit.

ontbreekt

Voor

gewoonweg

bestuursorganen

is

de

capaci­

het

daarom

mogelijk en vereist om handhavingsbeleid op te stellen. In dit beleid mogen prioriteiten worden gesteld in het kader van doelmatige handhaving. Het mag er alleen niet op neer­ komen dat in het geheel niet wordt gehand­

Handhaving in glastuinbouw

vraagt

een een

havingsdossiers, maar ook voor de dossiers

Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt

die

tussen thematische handhaving en reguliere

ring van de glastuinbouw.

handhaving.

De

thematische

betrekking hebben op de

herstructure­

handhaving

heeft momenteel betrekking op strijdigheden die

zich

voordoen

op

glastuinbouwgrond.

2.2.2.

Naleving van regels

Deze strijdigheden belemmeren de moderni­

In de gemeente Westland, zowel haar voor­

sering van de glastuinbouw en werken uit­

gangers als een groot deel van

eindelijk

decennium

in

het

nadeel

van

het

glastuin­

bouwcluster.

haafd .

om

Handhaving vereist

uitvoering. Dit geldt voor de reguliere hand-

2.2.1.

onmogelijk voor bestuursorganen om tegen alle overtredingen handhavend op te treden.

eerder vermeld,

organisatie.

door lopende samenwerking tussen beleid en

De Algemene wet bestuursrecht biedt hier­ voor handvatten en sancties. Het is echter

zoals

goede

van

haar

bestaan,

het eerste is

langdurig

niet structureel actief handhavend opgetre­ den tegen het strijdige gebruik van gronden

Eén van de prioriteiten van het college is het

en/of opstallen

versnellen

de

anders dan op het verzoek van een belang­

Het bevoegd gezag voor de handhaving van

glastuinbouw. Om deze herstructurering en

hebbende om over te gaan tot handhavend

de

handhaving

resultaatgericht

optreden. Dit heeft er mede toe geleid dat

artikel 5.2, lid 1 van de Wet algemene bepa­

voort te zetten, is het van belang te zorgen

er in het glastuinbouwgebied, bijna vijf mil­

lingen

dat de handhavingsinstrumenten consequent

joen vierkante meter groot, honderden ge­

dienen

vallen van strijdig gebruik zijn ontstaan.

2.1.2.

Wettelijk kader

(bouw)regelgeving

omgevingsrecht

volgende taken:

PAGINA 10

heeft

op

(hierna:

basis

Wabo)

van

de

te

van

de

herstructurering van

adequaat

worden

en

toegepast

om

beoogde

in

het glastuinbouwgebied,

íf..H

PROJECTGEBIEDEN Poelzone

VW3

Boomawatering

IW3U

- J#riELLfc:

HvH I

Ml Zl

r/c ï

PAGINA 11

In de periode 2009-2012 heeft het college

Daarbij wijzen zij er veelal op dat er op dit

Gravenzande

van burgemeester en wethouders een groot

moment geen glastuinbouwbedrijven zijn die

(inclusief Poeldijk en Ter Heijde), Naaldwijk

deel van deze strijdigheden geïnventariseerd

concrete interesse hebben in de strijdig ge­

(inclusief Honselersdijk en Maasdijk) en Wa­

en eigenaren en/of gebruikers op de hoogte

bruikte agrarische gronden en/of opstallen.

teringen

gebracht van de constatering. Zoals aange­

Dit, in combinatie met het feit dat de ge­

mengevoegd. In alle voormalige gemeenten

meente

was sprake van een buitengebied met glas­

geven

is

geconstateerd

dat

de

randvoor­

lange

tijd

niet

handhavend

maakt

dat

handhaving

waarden om te kunnen ondernemen zo opti­

opgetreden,

maal mogelijk zijn om in het perspectief van

moment

de mondiale economie een toekomstbesten-

vaardig wordt ervaren.

door

veel

eigenaren

als

heeft op

dit

siever op van

te treden

gronden

en

besloten om

tegen

opstallen

gevallen

van

strijdig

dat

betrokkenen

luidende planregels en verschillend uitzien­

in

glastuinbouwbedrijf,

leidde tot ongelijke bouw- en gebruiksmoge­

het glastuin­

gebruik

in

na

het

"onrecht"

dat

hen is aangedaan.

van

niet

glastuinbouw,

destijds

een

prioritaire

gebieden Boomawatering en Poelzone.

stellen

de

maar

is

ontwikkeling

en

er

simpelweg

geen

moge lijk verrommeling in/van

het gebied.

heeft

in

de

2.3.1.

Harmonisatie van regels

Op 26 mei 2009 is door de gemeenteraad een parapluherziening van de bestemmingsplan­

(hierna:

Parapluplan),

met

uniforme

bij

planregels voor alle agrarische gronden en

gebruikers tot onbegrip

alle burgerwoningen. Met ter inzage ligging

2.3.

Onderscheid tussen oud en nieuw

geleid. Zij zeggen in grote meerderheid wel begrip te hebben voor het hierboven gefor­ muleerde doel, maar vinden het handhavend optreden op dit moment niet evenredig in verhouding tot het doel.

PAGINA 12

regels

gemeenten verschillend.

steld handhaving

de

nen van het buitengebied Westland vastge­

Spanningsveld

en

hetgeen

de

interesse. Zodoende bestaat er een risico op leegstand

eigenaren

(plankaarten),

het overgangsrecht waren

voor

conform

verbeeldingen

lijkheden en situaties. Ook op het gebied van

heel

baar

intensivering van

verschillend

de

prioritering op te pakken, te beginnen (maar

De

hadden

havingsbesluit, maar tegelijkertijd aangeven

beschik­

veel

bestemmingsplannen

de grond nooit te zullen verkopen aan een

bestemde grond wel

2.2.3.

gemeente

inten­

gebruik

de

één

de voormalige gemeenten van kracht. Deze

gebruik wel staken, al dan niet na een hand-

In andere gevallen willen sommigen de voor

in

naar

voor elk van de glastuinbouwgebieden van

glastuinbouw

uitsluitend)

samenvoeging

leidt

gevallen

strijdig

de

het strijdige

Westland direct aan te pakken en bestaande van

sa­

strijdig gebruik

bouwgebied. Het college besloot ertoe nieu­ we

werden

tui n bo uw.

Tot

Deze combinatie van omstandigheden

en wethouders daarom

Kwintsheul)

Monster

waren er verschillende bestemmingsplannen

er soms toe In 2015 heeft het college van burgemeester

(inclusief

Heenweg),

onrecht­

dige en modern glastuinbouwcluster te kun­ nen faciliteren.

(inclusief

van De gemeente Westland is op 1 januari 2004 ontstaan

door

een

gemeentel ijke

herinde­

ling. De voormalige gemeenten De Lier, 's-

het ontwerp van dit bestemmingsplan,

op 4 december 2008, is feítelijk sprake ge­ weest

van

openbaarmaking

van

de

gelijke

regels voor een ieder in het glastuinbouwge­ bied van Westland. Vanaf dat moment was

Pii.. Mi

van

overheid is dan nog altijd moge lijk en van

heden die vóór harmonisatie en vernieuwing

binnen Westland geen sprake meer.

enig

conflict

met

rechtsongelijkheid

verjaring is dan ook geen sprake.

van de regels waren ontstaan, is ca. 10 jaar

Daar

voormalige

De afweging die bij langdurige situaties ge­

duidelijkheid

gemeenten in juridische zin dusdanig waren

maakt dient te worden is of uitvoering van

en/of bouwwerk kan worden voortgezet.

dat toetsing van gelijke overtredingen

de bestemming waarvan wordt afgeweken in

later voor nog ruim 500 van deze zaken geen de

verschillen

tussen

de

(die

redelijkheid

verschillende

relatie tot de ontwikkelingen die in de des­

leiden dat naarmate een overtreding langdu­

kunnen

bieden,

kan

worden

in

Vorenstaande

kan

tot

de

de grond

voor eenwording van Westland zijn ontstaan) uitkomsten

verwezenlijkt

of het gebruik van

veronderstelling

biedt op zichzelf al voldoende handvat om

betreffende sector plaatsvinden. In het geval

rig voort blijft bestaan, dit kan conflicteren

onderscheid te maken tussen oude en nieu­

van

is

met rechtszekerheid, bijvoorbeeld door ge­

we overtredingen.

deze afweging afhankelijk van veel factoren.

wijzigd beleid, overgangsrecht en doelmatig­

Immers, met een gemiddelde leeftijd van 23

heid van handhavend optreden in relatie tot

jaar

het te dienen (algemeen) belang.

2.3.2.

Nieuwe regels

De harmonisatie van de regels, middels het Parapluplan, bevatte echter ook nieuwe re­ gels, zoals een beperking aan het toelaatba­ re gebruiksoppervlak voor privégenot bij een bedrijfswoning. Hierdoor ontstond eveneens een

nieuwe scheiding tussen overtredingen

op basis van de nieuwe regels en bestaande

het

Westlands

(2019)2 van

het

glastuinbouwgebied

productieareaal

moet

enerzijds over (voorheen) twee planperiodes (10 jaar) gekeken worden naar de effecten

De

van een overtreding op het functioneren van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=e56f07bc-cfa5-4934-9911-2dca02893af0