bestemmingsplan LOS percelen - Voorontwerp 1.1 (21-0161982)
Tekst van het document
Beleidskader omtrent water; Veiligheid en waterkeringen; Waterkwantiteit; Grondwater en voorkomen van (zoet) water te kort; Onderhoud en bagger; Watersysteemkwaliteit en ecologie; Afvalwater en riolering; Klimaatadaptie.
Gemeentelijk beleid Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de
41
waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: ’’Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, AfValwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie", worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.
WATERPLAN WESTLAND WESTLAND WATER, NU EN LATER
3'februari 2
3.5.2
Onderzoek
Veiligheid en waterkeringen
Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen. In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.
42
Wa terkwantiteit
Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater. Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks. Extra watercompensatie is daarom niet noodzakelijk.
Voorkomen van wateroverlast Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woning voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking watertoets voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen.
7//A
Wà, z*
7/ wM /. f, 7A
43
Watersysteemkwaliteit en ecologie
In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen. Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik.
Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks. Het bestemmingsplan hefet daraom ook gene invloed op de waterkwaliteit. Onderhoud en bagger
Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland. Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken.Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet. Er gelden de volgende criteria: *
als er sprake is van 'varend' onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn). * voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde. * voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen. Wanneer onderhoudsstroken niet of moeilijk realiseerbaar of te behouden zijn, overleg dan met Delfland over alternatieven of maatregelen. Bodem en grondwater
Bij nieuwe ontwikkelingen/initiatieven is het van belang om rekening te houden met een voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. Het bouwpeil moet daarom hoog genoeg boven het waterpeil liggen. Een voldoende hoog bouwpeil helpt niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, maar met een minimum van 1,0 m. Daarnaast kan het zijn, dat de ontwikkeling juist effecten op het grondwater of het watertekort heeft. Hier
44
moet bijvoorbeeld gedacht worden aan ondergrondse constructies die ervoor zorgen dat bijvoorbeeld de grondwaterstroming wordt afgekapt. In de huidige ontwikkeling worden geen ondergrondse werken worden gebouwd. Het plan betreft enkel de wijziging van de bestemming , er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats. Daarom is dit thema verder niet van toepassing. Afvalwater en riolering
De bestaande woning is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse en de nog te bouwen woning zou aannemelijk aangesloten worden op het rioleringsstelsel. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtsbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering. Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke. 3.5.3
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
3.6
Bodem
3.6.1
Wettelijk kader
Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming
De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. 3.6.2
Onderzoek
Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen veranderd niks. Hierdoor is aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk. 3.6.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
45
3.7
Ecologie
3.7.1
Wettelijk kader
Natuurnetwerk Nederland
Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied. Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes: « * *
Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn; Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd.
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1,3.5 en 3.10. van de Wnb.
46
Verbod shepalmg
vogels vu
Dienen Hm Planter Hrv BonrVBern
BornVBsm
Dienen
Planten
fjiįļiwaan fnalionaan
Dieren of planten: 3 tC t a
Doden of vangen storen/verstoren
3.T.4 ((jĖľlľJij
3 1 5)
3 10 l.t
Plukken. verzamelen, afsnijden. onlworteien oí vernielen Ond er zich heb Ijen of vervoeren
Plaatsen: vernieler. Ijeschadgen of wegnemen resten Beschadigen of vernielen
3 10 1 b
■vodlpijnlingsplanlsen
ĮvaslĚ vp)
Beschadigen of vernielen ruslp aatsen
3.10.1 .D
u-asre rpi Eieren vernielen (oT-vn- beschadigenj
Papen Onder ach heb ;en
TaeKChOiQO Codes vowyzen naar wetsartikelen Wet natuurtjes charming
Orane
veriiodsbepalmg geldt alleen wanneer sprake is van opzei verbodsbepaling geld' in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is
Tabel verbodsbepalingen soortenbescherming onder de jįùlÈ
Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet m eegenomen in deze toets ing. Zorgplicht
De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten: 1. 2. 3.
Achterwege gelaten worden, of Noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of Deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt
Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.
47
3.7.2
Onderzoek
Er is geen quick-scan uitgevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat er tijdens de inspectie geen beschermde soorten zijn waargenomen. Daarom is er geen garantie dat beschermde soorten in de toekomst niet in het gebied voorkomen. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in het realsieren van nieuwe gebouwen. Er vindt alleen een bestendiging plaats van het bestaande gebruik. Mochten er toch werkzaamheden plaatsvinden en deze werkzaamheden in het broedseizoen vallen, dan dient voorafgaande aan de werkzaamheden een inspectie plaats te vinden op het voorkomen van het hinderen van broedvogels. Als er broedvogels aanwezig zijn, mogen deze niet worden verontrust. Voor verontrusting dient een ontheffing aangevraagd te worden, welke voor broedvogels waarschijnlijk niet afgegeven zal worden. 3.7.3
Conclusie
Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. Het bestemmingsplan creëert geen expliciete bouwmogelijkheden. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve invloed op de ecologische waarden in het plangebied.
3.8
Cultuurhistorische aspecten
3.8.1
Wettelijk kader
Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen Rijk en Provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005 - 2008, de Nota Belvedère, de Nota Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2. De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden.
Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunningplicht te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 3.8.2
Onderzoek
De bescherming van het archeologisch erfgoed dient in het bestemmingsplan te worden geregeld, net als andere in het bestemmingsplan op te nemen en te beschermen belangen. Voor het bestemmingsplan geldt als norm de eis van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat het belang van het archeologisch erfgoed mee dient te tellen bij de beoordeling en afweging van alle bij die goede ruimtelijke ordening spelende belangen. Dit wordt geregeld via een omgevingsvergunningstelsel dat betrekking heeft op grondroerende werkzaamheden voor zover deze worden uitgevoerd in gebieden die op de plankaart staan aangegeven met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie' (WR-A). In de regels staat opgenomen welke werken of werkzaamheden schadelijk kunnen zijn voor (verwachte)
48
archeologische waarden en daarom omgevingsvergunning plichtig zijn. Hierin staan ook voorwaarden opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Zo'n voorwaarde kan zijn dat een rapport moet zijn overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Het verlenen van een omgevingsvergunning is afhankelijk van de uitkomsten van dit archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan. Voor alle delen van het plangebied is een medebestemming archeologisch waardevol gebied (WR-A) opgenomen. 3.8.3
Conclusie
Voor het plangebied gelden afhankelijk van de ligging verschillende archeologische waarden in de ondergrond. Om deze mogelijk aanwezige waarden te beschermen, zijn nieuwe ontwikkelingen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan gebonden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen (met uitzondering van kassen), alsmede het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor grondroerende activiteiten.
49
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
4.1
Planvorm
4.1.1
Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008). Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening. Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
4.1.2
Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
4.1.3
Systematiek van de planregels
Opbouw planregels
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: * Inleidende regels; » Bestemmingsregels; « Algemene regels; * Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Begrippen (Begrippen) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten (Wijze van meten) Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bes temmingsregels
De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: » doeleindenomschrijving (gebruiksregels); « bouwregels; * nadere eisen;
50
afwij kingsregels. Gebruiksregels De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen. Afwijkingsregels In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels". Aanleggen of slopen De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling: * * *
het aanlegverbod of sloopverbod zelf; de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies; de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.
Algemene gebruiksregels In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken. Overgangs- en slotregels
In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: * het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; * en het onderdeel "Citeertitel".
4.1.4
Systematiek van de planverbeelding
Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-vo01
51
De dataset bestaat uit: * het GML-bestand van de planverbeelding; * het XML-geleideformulier; * de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; « de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels. Leeswijzer verbeelding
Wegwijzer via internet Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimteliikeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan. Analoge verbeelding Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien.
Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak
Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder). Aanduidingen
Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
4.2
Bestemmingsregeling
De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).
52
4.2.1
Bestemming 'Agrarisch-Gastuinbouw'
De percelen, welke in het voorheen geldende bestemmingsplan voorzien waren van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' en welke ook als zodanig in de toekomst gebruikt moeten gaan worden (voor zover dat nog niet gebeurd) zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. In aanvulling van het bovenstaande zijn de legale kleinschalige glastuinbouwbedrijven specifiek bestemd. Daarnaast zijn een aantal woningen voorzien van een specifieke aanduiding waardoor het gebruik van de woning als burgerwoning onder het persoonsgebonden overgangsrecht is geplaatst. 4.2.2
Bestemming 'Bedrijf'
De gronden die in gebruik zijn als nutsvoorziening zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf, met de functieaanduidiing nutsvoorziening'. 4.2.3
Bestemming 'Groen'
De gronden welke niet meer bruikbaar zijn voor de glastuinbouw en/of waar ook geen andere passende functie voorzien is en/of braak liggen of komen te liggen zijn voorzien van de bestemming Groen. 4.2.4
Bestemming 'Verkeer'
De gronden die in gebruik zijn als toegangswegen en paden zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer'. 4.2.5
Bestemming 'Water'
De bestaande (hoofd)watergangen, waterpartijen en locaties die van belang zijn voor waterberging, en welke in de nabije toekomst niet ingezet kunnen worden voor de ontwikkeling van het duurzame glastuinbouwgebied, zijn bestemd als Water. 4.2.6
Bestemming 'Wonen'
De percelen welke in gebruik zijn als burgerwoning zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'. Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. In de bestemming is wel een specifieke regling opgenomen voor het surplus aan bijbehorende buwwerken op het perceel. 4.2.7
Dubbelbestemming 'Leiding-Gas'
Op de gronden, gelegen boven een gasleiding, is de bestemming Leiding-Gas opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze gasleiding. 4.2.8
Dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding'
Op de gronden, gelegen onder een hoogspanningsverbinding is de bestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze hoogspanningsverbinding. 4.2.9
Dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'
Op de gronden waarin mogelijk archeologische waarden liggen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie neergelegd. Aan deze bestemming is een aanlegstelsel verbonden.
53
4.2.10
Dubbelbestemming 'Waterstaat-Beschermingszone'
De gronden, welke vallen binnen de beschermingszone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen. 4.2.11
Dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatswerk'
De gronden, welke vallen binnen de kernzone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen. 4.2.12
Gebiedsaanduiding 'Geluidszone-Industrie'
Op de gronden die vallen binnen de geluidscontour van het industriegebied (Havengebied) van Rotterdam (Europoort, Maasvlakte en 2e Maasvlakte), is de gebiedsaanduiding "Geluidszone-industrie" neergelegd. 4.2.13
Gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone-Molen'
Op de gronden die vallen binnen de molenbiotoop van een nabij gelegen molen, is de gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone-Molen" neergelegd. Dit ter bescherming van de windvang van de molen.
54
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Binnen het huidige stelsel van regelgeving moet de gemeente de kosten van een bouwplan verhalen op de aanvrager. Deze verplichting is neergelegd in afdeling 6.4. Wro, meer in het bijzonder artikel 6.12 van die afdeling. In artikel 6.12 Wro staat dat de gemeente een exploitatieplan moet vaststellen bij alle soorten bouwplannen "aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur" (artikel 6.2.1 Bro). In dat exploitatieplan dienen alle kosten verplicht te zijn gedekt die door de gemeente worden gemaakt. De gemeente kan uitsluitend afzien van het opstellen van een exploitatieplan als de gemeentelijke kosten op een andere manier worden verhaald, bijvoorbeeld door middel van een exploitatieovereenkomst. In casu is er geen sprake van een aangewezen bouwplan zoals opgenomen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de wijziging van het ter plaatse toegestane gebruik. De bouwmogelijkheden uit onderhavig bestemmingsplan vloeien voort uit de bouwregels van het voorheen geldende bestemmingsplan.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1
Overleg
In de periode van PM t/m PM 2021 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: * * * *
Ministerie van VROM Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland Gasunie
De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage van deze toelichting. 5.2.2
Inspraak
In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 zal er voor het voorontwerp inspraak plaatsvinden. De ontvangen inspraakreacties zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de reacties wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting. 5.2.3 Zienswijzen
Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend. De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.
55
56
Bijlagen bij de toelichting
57
Bijlage 1 Inspraak en overleg
58
Inspraak en vooroverleg reacties
Bijlage 2 Handhavingsbeleid thema glastuinbouw Westland 2020
60
HANDHAVINGSSTRATEGIE THEMA GLASTUINBOUW WESTLAND 2020
HANDHAVINGSSTRATEGIE THEMA GLASTUINBOUW 17 oktober 2020
SAMENVATTING Inleiding Aanleiding .. Doelstelling
Beleid Handhavingskader........ Thematisch handhaven Onderscheid tussen oud en nieuw Legalisatie oude overtredingen Nieuwe overtredingen...................
Beleidsregels ...................................................................................................... 'Strijdig gebruik duurzame glastuinbouwgronden Westland 2020' 'Strijdig gebruik agrarische bedrijfswoning Westland 2020'...........
PAGINA 2
Ff
Onderhavig document, 'Handhavingsstrategie
de
thema
het nadeel van het glastuinbouwcluster.
glastuinbouw
Westland
2020',
ver
en
werken
uiteindelijk
in
vangt de
'Handhavingsstrategie
bruik in
het duurzaam glastuinbouwgebied'
Een belangrijke aanleiding voor een actuali
van 31 januari 2017 doch betreft inhoudelijk
satie van de thematische handhavingsstrate
voornamelijk
gie, -beleid
op
onderdelen
strijdig ge
een
wijziging
van deze strategie en de aanhangende
be
leidsregels.
en
aanhangige
beleidsregels is
een door bureau Berenschot opgesteld rap port met aanbevelingen
Handhaving van het recht is belangrijk voor
SAMENVATTING
glastuinbouw
(2018), waarin
als
één van de belangrijkste aanbevelingen
de
overweging om -onder strikte voorwaarden-
de geloofwaardigheid van de gemeente en de
het positief bestemmen voor strijdig gebruik
regels
van glastuinbouwgrond te introduceren werd
die
zij
stelt.
Handhaving
is
elke
(re)actie die erop gericht is de naleving van
genoemd.
het bij of krachtens wet- en regelgeving gel dende recht te bevorderen en te bewerkstel
Na een intensieve screening van alle hand-
ligen, zo nodig door het opleggen van sanc
havingsdossiers
ties.
is
in
deze
strategie
een
scheiding gemaakt tussen oude overtredin gen (vóór 4 december 2008 ontstaan en on
Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot
gewijzigd voortgezet), bestaande overtredin
handhaving. Dit betekent dat een gemeente
gen (gewijzigd of ontstaan sinds 4 december
alleen
kan
2008) en nieuwe overtredingen (vanaf 1 de
afzien van handhaving, bijvoorbeeld wanneer
cember 2020). Dit onderscheid is van belang
bijzondere
omstandigheden
concreet zicht is op legalisatie of wanneer
in de beleidskeuzes voor strijdig gebruik van
handhavend optreden onevenredig zou
een agrarische bedrijfswoning en overmatig
zijn
in relatie tot de daarmee te dienen belan
privégebruik
gen.
behoeve van het woongenot.
van
agrarische
gronden
ten
Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt
Voor strijdige bewoning van een agrarische
tussen thematische handhaving en reguliere
bedrijfs woning
handhaving.
vingsstrategie
een
nieuwe
genomen.
deze
beleidsregel
heeft
ft
in
De
betrekking
thematische op
handhaving
strijdigheden
die
zich
In
was
in
de
vorige
handha
beleidsregel werd
op een
voordoen op glastu in bouwgrond. Deze strij
tijdelijke omgevingsvergunning met een zo
digheden belemmeren de modernisering van
genaamde
koopoptie
als
alternatief
voor
PAGINA S
handhavend optreden tegen deze vorm van
Voor
bewoning geïntroduceerd. In de nieuwe stra
op het gebruik van agrarische gronden ten
overtredingen
die
betrekking
hebben
tegie komt deze te vervallen.
behoeve van het privégenot die ontstaan ná
Voor oude overtredingen komt een eenmali
den gehandhaafd.
ge
een overtreding die betrekking heeft op be
1 december 2020 geldt dat deze direct wor
verruimde
legalisatiemogelijkheid,
wat
Dit geldt eveneens voor
betekent dat een groot deel van de wonin
drijfsmatig
gen alsnog de bestemming 'Wonen' krijgt. De
legging of extern grondbezit. Of dit nu een
gebruik,
(grond) speculatie,
be
resterende oude overtredingen worden mid
oude, bestaande of nieuwe strijdigheid be
dels een persoonlijk overgangsrecht tijdelijk
treft,
gelegaliseerd. Voor bestaande, inclusief ge
wordt optreden.
wijzigde
oude,
overt red ingen
en
het
uitgangspunt
is
dat
handhavend
nieuwe
overtredingen wordt het mogelijk een tijde lijke vergunning aan te vragen, waarbij de strijdige bewoning wordt toegelaten tot her
Tennisbaan,
ŕC
stal en -
eide, Luchtfoto Westland 2016
structurering plaatsvindt. Voor alle overtre dingen geldt dat, indien bij de woning beho rende gronden deels de ontwikkeling van de glastuinbouw onevenredig in de weg liggen, dat
deze
onder
het
beleid
voor
strijdige
gronden worden geschaard.
Voor het gebruik van agrarische gronden ten behoeve van het privégenot geldt dat voor oude en bestaande overtredingen de moge lijkheid
wordt
geboden
om
deze
voort
te
kunnen blijven zetten, onder voorwaarde van het verstrekken een
van
een
privaatrechtelijke
koopoptie.
Dit
overeen komst
is die
eigenaren verplicht hun gronden te verkopen als er concreet sprake is van een koper die de grond wil aanwenden ter uitvoering van de bestemming.
PAGINA 4
Pİ[.. IM
Op
31 januari
2017
heeft
het college van
.
Aanleiding
burgemeester en wethouders van Westland
1 INLEIDING
de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in
In 2009, ter voorbereiding op de te ontwik
vastge
kelen bestemmingsplannen voor ca. 4,8 mil
handhavingsstrategie
joen m2 glastuinbouwgebied van Westland,
strijd ige
gebruik van
heeft een inventarisatie plaatsgevonden van
glastuinbouwgronden in de gemeente West
alle strijdigheden in dit gebied. In totaal zijn
het
duurzaam
steld. ten
Dit
glastuinbouwgebied'
betrof een
a an zien
van
het
land. Deze handhavingsstrategie moest wor
1.037 dossiers aangelegd, waarvan
den beschouwd als een aanvulling op, en op
2019 nog 566 over waren (afname van ca.
onderdelen een wijziging van, het bestaande
A6Vo).
'Handhavingsbeleid,
integrale
er eind
handhaving
Wabo-taken gemeente Westland', zoals vast
1.1.1.
gesteld op 5 oktober 2015.
Eindrapport CWP 2015-2018
In de eindrapportage van De
handhavingsstrategie
betrekking op opstallen
in
had
uitsluitend
het gebruik van gronden
en
het Collegewerk-
programma 2015-2018 (CWP) is opgenomen dat de omvang van de ruimtelijke belemme
het duurzaam glastuinbouwge
ringen is afgenomen, maar nog steeds sub
bied in strijd met de aan de gronden gegeven
stantieel is: "Onze handhavingskoers is, on
bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en de
danks nieuw instrumentarium en afstemming
wijze waarop daar vanuit het oogpunt van
met de gemeenteraad in de werkgroep her
handhaving mee werd omgegaan. Onderhavig
structurering,
document 'Handhavingsstrategie thema glas
cussie
tuinbouw
strijdigheden
Westland
2020'
vervangt
de
continue onderwerp
geweest, niet
waarbij altijd
van
dis
beëindiging
van
draagvlak
onder
'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het
vond. Wij concluderen dat de feítelijke ver
duurzaam glastuinbouwgebied' van 31 janua
nieuwing van het glastuinbouwgebied in een
ri 2017, doch betreft inhoudelijk voorname
opwaartse spiraal zit, maar nog niet voldoet
lijk op
aan het wensbeeld voor moderne glastuin
onderdelen
een
wijziging van
deze
strategie en de aanhangende beleidsregels.
bouw. Het doen naleven van wet- en regelge ving door gebruikers in het duurzaam glas
Dit beleid moet worden beschouwd als sec
tuinbouwgebied blijft een punt van zorg en
torale uitwerking van het bestaande 'Hand
aandacht."
havingsbeleid,
integrale
handhaving
Wabo-
taken gemeente Westland'.
ft
PAGINA 5
1.1.2.
Rapport Berenschot
Gelet op de conclusies uit de eindrapportage is in 2018 door bureau Berenschot een rap port1
opgesteld
met
aanbevelingen.
Deze
aanbevelingen geven aanleiding om het be leid op handhaving (van
met name strijdig
gebruik van agrarische gronden) in het duur
relatief oud. Het is te overwegen om -
Het
ambitie
om
herstructurering
onder strikte voorwaarden - het positief
modernisering van
de
glastuinbouw
bestemmen
aan te sporen. Om strijdig gebruik en specu
st rij dig
gebruik
van
latie van tuinbouwgrond tegen te gaan (en daarmee
te
voorkomen
dient
voor
langdurige
strijdigheden
die
van
be
volgende op de vraag welke mogeIijkheden Westland
heeft
voor
het
afhandelen
van
bestaande dossiers en het afhandelen en/of voorkomen
en het optimaal ruimtegebruik te belemme
met
ren), is handhaving op basis van de geldende
een
goede helder
communicatiestrategie wordt
aangegeven
dat
voortgang te
2.
3.
Ontwikkel
een
zal
consequent worden uitgevoerd.
"Verder zetten we actief in op het overheidsinstrumentarium
delen voor de uitvoering
handhaving. Vanaf 2019 werken we structu
Communiceer over werkwijze.
reel aan het minimaliseren van strijdigheden.
6.
bestemmingsplannen
en
Dit geldt voor zowel handhaving als legalisa tie.
1.1.3.
Uitvoeringsprogramma 2019
In het Uitvoeringsprogramma Westland 2019 is (onder maatregel 38:
Handhaving thema
op het thema glastuinbouw wordt geïntensi
We handhaven daarbij ook als er geen
directe herstructureringscase is. De gemeen te trekt drie collegeperiodes (2018 t/m 2030) uit om zowel bestaande als nieuwe strijdig heden aan te pakken en op te lossen."
veerd. Van de gemeente wordt een duidelij
aanpak voorgesteld: 1.
Dit
Zorg voor structurele capaciteit en mid
behouden wordt de volgende
dossiers:
noodzakelijk.
Screen de huidige werkvoorraad
glastuinbouw) opgenomen dat de handhaving
nieuwe
bestemmingsplannen
5.
Teneinde
van
herstructurering
het positief bestemmen gepaard te gaan
land, een aparte regeling te ontwerpen. In het advies van Berenschot staat hierover het
de
4.
perkte invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden voor moderne glastuinbouw in West
onder andere
bedoeld om een schone lei te creëren.
Door het college is de wens uitgesproken, Berenschot,
en
verder
precedentwerking
het hierbij gaat om een eenmalige actie,
mede gelet op het advies van
de
glastuinbouwgrond te introduceren. Om
waarbij
zaam glastuinbouwgebied deels bij te sturen.
voor
is
transparant
en
helder
ke, rechtmatige en rechtszekere koers ver
toetsingskader
langd. Dit kan door bestaand beleid op een
Inventariseer de mogelijkheden voor het
duidige wijze voort te zetten en uit te voe
positief
ren, nieuw beleid te maken, bestaand beleid
bestemmen
van
bestaand
ge
bruik
anders te accentueren (bijvoorbeeld in prio
Een deel van de strijdigheden stamt uit
riteiten of te concretiseren) of ruimtelijke
de periode van vóór de oprichting van
keuzes
te
maken
de gemeente Westland
ëring
van
'duurzame
en
is daarmee
den'). 1 'Verkenning naar mogelijkheden voor uitvoeren
(bijvoorbeeld
herdefini
Doelstelling De primaire glastuinbouw is een belangrijke pijler
onder
de
Westlandse
economie
en
biedt direct en indirect werk aan vele West landers.
Een
vitaal
glastuinbouwgebied
is
dan ook van groot belang voor Westland.
glastuinbouwgebie De
primaire glastuinbouw
zat enkele járen
geleden in zwaar weer. Om het tij te keren
van handhavingsstrategie glastuinbouw'.
PAGINA 6
Üa.....
Mi
zijn
in
het rapport 'Moderne glastuinbouw
Westland',
verscheidene
ontwikkelingen,
door
er geen
of
slechts
een
zeer geringe
bereidheid bestaat om de gronden voor een
oorzaken en benodigde acties benoemd. Om
reële
ruimte
king te stellen aan de glastuinbouw. Handha
te
bieden
aan
moderne
glastuin
agrarische
tegen
dit
ter
beschik
bouwbedrijven in Westland moeten de rand
vend
voorwaarden om te kunnen ondernemen zo
kan een belangrijke bijdrage leveren aan de
optimaal mogelijk zijn.
optreden
marktwaarde
strijdige
gebruik
beschikbaarheid van areaal voor de moderni sering van de glastuinbouw.
De Westlandse ruimtelijke structuren, (fysie ke)
obstakels
gronden
en
en
het
strijdig
opstallen
gebruik
Dit is dan ook gelijk het voornaamste achter
benodigde
liggende doel van handhavend optreden te
schaalgroottes
en
optimale
lengte-breedte
gen strijdig gebruik van gronden en opstallen
verhoudingen
voor
primaire
glastuinbouw
met
bedrijven
echter
Westland
concurrerend
lastig
maken
van
realiseerbaar. te
houden
als
de
bestemming
'Agrarisch
-
Glastuin
Om
bouw': gronden en opstallen, die bestemd en
pri
geschikt
zijn
voor glastuinbouw,
zijn
voor
mair productiegebied in de glastuinbouw is
een marktconforme agrarische prijs beschik
het dan ook ten minste noodzakelijk om het
baar voor de glastuinbouw.
duurzaam glastuinbouwgebied obstakelvrij te maken en ruimtelijke structuren te verster
Dit
ken
handhavend optreden worden bereikt. Indien
om
zo
ruimte
te
kunnen
bieden
aan
schaalvergroting.
doel
strijdig
kan
in
gebruik
een
aantal
gestaakt
gevallen
moet
door
worden
en
gronden of opstallen niet meer voor afwij Uit ervaringen in de praktijk blijkt dat het
kende doeleinden gebruikt kunnen worden,
strijdige gebruik van agrarische gronden en
beweegt dat mensen er immers eerder toe,
opstallen
aangezien ze toch geen gebruik meer kunnen
zeer
voor
vertragend
initiatieven
kan
werken
doeleinden bij
concrete
maken van de gronden, om de gronden be
glastuinbouwondernemers
schikbaar te stellen voor de glastuinbouw.
en zelfs bepalend kan zijn voor het al dan
Omdat ze de gronden niet meer kunnen ge
niet
bruiken en de gronden daarmee voor de ei
slagen
van
niet-agrarische
van
deze
initiatieven.
Strijdig
gebruik heeft namelijk een fors prijsopd rij
genaar
vend effect: door het strijdige gebruik krij
gronden ook eerder voor een marktconforme
gen de gronden voor de gebruiker een hoge
prijs worden verkocht.
re waarde dan de agrarische waarde, waar
minder
waard
worden,
zullen
de
Keukenmontagebedrijf in de kas/bedrijfsruimte, Bouw ā Woningtoezicht Wes 'and 2010
„Jľ 'W
i
li
B
V 'I U.
w
.
'II \
' ~
(
.
'
’
p
MİMÜW
PAGINA 8
íf
2
De missie van Westland is een gemeente te
sociale veiligheid). Een goede handhavings-
zijn
de welvaart van
organisatie is cruciaal. Het opzetten van een
onze inwoners voorop staan. Het streven is
goede organisatie is één, maar een organisa
om in 2030 een ideaal Westlands evenwicht
tie moet ook nog worden 'bemenst'. De amb
bereikt te hebben tussen ecologische, eco
telijke capaciteit moet zowel kwantitatief als
nomische
kwalitatief op voldoende niveau zijn om het
waar
het welzijn
en
de
en
sociale
belangen,
waarbij
Westland onder andere haar economie ver
handhavingsbeleid
sterkt en haar (economische) toppositie als
ren.
goed
te
kunnen
uitvoe
regio bestendigt (Omgevingsvisie 2.0 West land (ontwerp)).
Handhaving is noodzakelijk om:
BELEID
1.
de naleving van democratisch vastge stelde regels te bewerkstelligen en te bevorderen;
Handhavingskader
2.
Beginselplicht
3.
beoogde beleidsdoelstellingen te beha len;
2.1.1.
van burgers te waarborgen;
Handhaving van het recht is belangrijk voor de geloofwaardigheid van de gemeente en de regels
die
zij
stelt.
Handhaving
is
rechtszekerheid en gelijke behandeling
4.
geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit van bestuurders te bevorde
elke
ren;
(re)actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving gel
5.
normvervaging tegen te gaan;
dende recht te bevorderen en te bewerkstel
6.
civiele
claims van
burgers
wegens
in
ligen, zo nodig door het opleggen van sanc
adequate handhaving en onverzekerbare
ties. Handhaving ziet ook op het beïnvloeden
risico's tegen te gaan.
van het gedrag van burgers. Hiervoor is dui delijke informatievoorziening en communica
ft
Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot
tie van groot belang. Met handhaving wor
handhaving. Dit betekent dat een gemeente
den ook randvoorwaarden gecreëerd.
alleen
in
afzien
van
bijzondere
omstandigheden
handhaving
(bijvoorbeeld
kan wan
Intern vraagt handhaving om samenwerking
neer concreet zicht is op legalisatie dan wel
tussen de handhavingspartners en maakt dit
handhavend optreden onevenredig zou
onderdeel uit van het bredere veiligheidsbe
in relatie tot de daarmee te dienen belan
leid in een gemeente (fysieke veiligheid en
gen).
zijn
PAGINA 9
»
"Voor
gemeenten
geldt
»
een
zorg dragen voor de bestuursrechtelijke
doelstellingen
handhaving;
te realiseren.
zorg
dragen
voor
de
verzameling
en
de
benodigde
helderheid
van
beginselplicht tot handhaving. Dit
gegevens om invulling te geven aan deze
Dit geldt niet alleen voor de reeds geïnven
betekent dat een gemeente alleen
taak;
tariseerde
»
in bijzondere omstandigheden kan afzien van handhaving"
strijdigheden,
het optreden door middel van het toe
nieuwe strijdigheden
passen van
ene
bestuursdwang,
het opleg
kant
worden
maar
ook
die ontstaan.
dossiers
voor
Aan
opgelost,
de
maar
gen van een last onder dwangsom of het
nieuwe strijdigheden dienen zich aan. Het is
intrekken
dan ook een doorlopend proces.
van
(delen
van)
de
omge-
vingsvergunning. Handhaving is een kerntaak van de gemeente De
gemeente
heeft
de
bevoegdheid
om
die,
handhavend op te treden bij overtreding van wetten en regels door burgers of bedrijven.
.
Thematisch handhaven
Hiervoor teit.
ontbreekt
Voor
gewoonweg
bestuursorganen
is
de
capaci
het
daarom
mogelijk en vereist om handhavingsbeleid op te stellen. In dit beleid mogen prioriteiten worden gesteld in het kader van doelmatige handhaving. Het mag er alleen niet op neer komen dat in het geheel niet wordt gehand
Handhaving in glastuinbouw
vraagt
een een
havingsdossiers, maar ook voor de dossiers
Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt
die
tussen thematische handhaving en reguliere
ring van de glastuinbouw.
handhaving.
De
thematische
betrekking hebben op de
herstructure
handhaving
heeft momenteel betrekking op strijdigheden die
zich
voordoen
op
glastuinbouwgrond.
2.2.2.
Naleving van regels
Deze strijdigheden belemmeren de moderni
In de gemeente Westland, zowel haar voor
sering van de glastuinbouw en werken uit
gangers als een groot deel van
eindelijk
decennium
in
het
nadeel
van
het
glastuin
bouwcluster.
haafd .
om
Handhaving vereist
uitvoering. Dit geldt voor de reguliere hand-
2.2.1.
onmogelijk voor bestuursorganen om tegen alle overtredingen handhavend op te treden.
eerder vermeld,
organisatie.
door lopende samenwerking tussen beleid en
De Algemene wet bestuursrecht biedt hier voor handvatten en sancties. Het is echter
zoals
goede
van
haar
bestaan,
het eerste is
langdurig
niet structureel actief handhavend opgetre den tegen het strijdige gebruik van gronden
Eén van de prioriteiten van het college is het
en/of opstallen
versnellen
de
anders dan op het verzoek van een belang
Het bevoegd gezag voor de handhaving van
glastuinbouw. Om deze herstructurering en
hebbende om over te gaan tot handhavend
de
handhaving
resultaatgericht
optreden. Dit heeft er mede toe geleid dat
artikel 5.2, lid 1 van de Wet algemene bepa
voort te zetten, is het van belang te zorgen
er in het glastuinbouwgebied, bijna vijf mil
lingen
dat de handhavingsinstrumenten consequent
joen vierkante meter groot, honderden ge
dienen
vallen van strijdig gebruik zijn ontstaan.
2.1.2.
Wettelijk kader
(bouw)regelgeving
omgevingsrecht
volgende taken:
PAGINA 10
heeft
op
(hierna:
basis
Wabo)
van
de
te
van
de
herstructurering van
adequaat
worden
en
toegepast
om
beoogde
in
het glastuinbouwgebied,
íf..H
PROJECTGEBIEDEN Poelzone
VW3
Boomawatering
IW3U
- J#riELLfc:
HvH I
Ml Zl
r/c ï
PAGINA 11
In de periode 2009-2012 heeft het college
Daarbij wijzen zij er veelal op dat er op dit
Gravenzande
van burgemeester en wethouders een groot
moment geen glastuinbouwbedrijven zijn die
(inclusief Poeldijk en Ter Heijde), Naaldwijk
deel van deze strijdigheden geïnventariseerd
concrete interesse hebben in de strijdig ge
(inclusief Honselersdijk en Maasdijk) en Wa
en eigenaren en/of gebruikers op de hoogte
bruikte agrarische gronden en/of opstallen.
teringen
gebracht van de constatering. Zoals aange
Dit, in combinatie met het feit dat de ge
mengevoegd. In alle voormalige gemeenten
meente
was sprake van een buitengebied met glas
geven
is
geconstateerd
dat
de
randvoor
lange
tijd
niet
handhavend
maakt
dat
handhaving
waarden om te kunnen ondernemen zo opti
opgetreden,
maal mogelijk zijn om in het perspectief van
moment
de mondiale economie een toekomstbesten-
vaardig wordt ervaren.
door
veel
eigenaren
als
heeft op
dit
siever op van
te treden
gronden
en
besloten om
tegen
opstallen
gevallen
van
strijdig
dat
betrokkenen
luidende planregels en verschillend uitzien
in
glastuinbouwbedrijf,
leidde tot ongelijke bouw- en gebruiksmoge
het glastuin
gebruik
in
na
het
"onrecht"
dat
hen is aangedaan.
van
niet
glastuinbouw,
destijds
een
prioritaire
gebieden Boomawatering en Poelzone.
stellen
de
maar
is
ontwikkeling
en
er
simpelweg
geen
moge lijk verrommeling in/van
het gebied.
heeft
in
de
2.3.1.
Harmonisatie van regels
Op 26 mei 2009 is door de gemeenteraad een parapluherziening van de bestemmingsplan
(hierna:
Parapluplan),
met
uniforme
bij
planregels voor alle agrarische gronden en
gebruikers tot onbegrip
alle burgerwoningen. Met ter inzage ligging
2.3.
Onderscheid tussen oud en nieuw
geleid. Zij zeggen in grote meerderheid wel begrip te hebben voor het hierboven gefor muleerde doel, maar vinden het handhavend optreden op dit moment niet evenredig in verhouding tot het doel.
PAGINA 12
regels
gemeenten verschillend.
steld handhaving
de
nen van het buitengebied Westland vastge
Spanningsveld
en
hetgeen
de
interesse. Zodoende bestaat er een risico op leegstand
eigenaren
(plankaarten),
het overgangsrecht waren
voor
conform
verbeeldingen
lijkheden en situaties. Ook op het gebied van
heel
baar
intensivering van
verschillend
de
prioritering op te pakken, te beginnen (maar
De
hadden
havingsbesluit, maar tegelijkertijd aangeven
beschik
veel
bestemmingsplannen
de grond nooit te zullen verkopen aan een
bestemde grond wel
2.2.3.
gemeente
inten
gebruik
de
één
de voormalige gemeenten van kracht. Deze
gebruik wel staken, al dan niet na een hand-
In andere gevallen willen sommigen de voor
in
naar
voor elk van de glastuinbouwgebieden van
glastuinbouw
uitsluitend)
samenvoeging
leidt
gevallen
strijdig
de
het strijdige
Westland direct aan te pakken en bestaande van
sa
strijdig gebruik
bouwgebied. Het college besloot ertoe nieu we
werden
tui n bo uw.
Tot
Deze combinatie van omstandigheden
en wethouders daarom
Kwintsheul)
Monster
waren er verschillende bestemmingsplannen
er soms toe In 2015 heeft het college van burgemeester
(inclusief
Heenweg),
onrecht
dige en modern glastuinbouwcluster te kun nen faciliteren.
(inclusief
van De gemeente Westland is op 1 januari 2004 ontstaan
door
een
gemeentel ijke
herinde
ling. De voormalige gemeenten De Lier, 's-
het ontwerp van dit bestemmingsplan,
op 4 december 2008, is feítelijk sprake ge weest
van
openbaarmaking
van
de
gelijke
regels voor een ieder in het glastuinbouwge bied van Westland. Vanaf dat moment was
Pii.. Mi
van
overheid is dan nog altijd moge lijk en van
heden die vóór harmonisatie en vernieuwing
binnen Westland geen sprake meer.
enig
conflict
met
rechtsongelijkheid
verjaring is dan ook geen sprake.
van de regels waren ontstaan, is ca. 10 jaar
Daar
voormalige
De afweging die bij langdurige situaties ge
duidelijkheid
gemeenten in juridische zin dusdanig waren
maakt dient te worden is of uitvoering van
en/of bouwwerk kan worden voortgezet.
dat toetsing van gelijke overtredingen
de bestemming waarvan wordt afgeweken in
later voor nog ruim 500 van deze zaken geen de
verschillen
tussen
de
(die
redelijkheid
verschillende
relatie tot de ontwikkelingen die in de des
leiden dat naarmate een overtreding langdu
kunnen
bieden,
kan
worden
in
Vorenstaande
kan
tot
de
de grond
voor eenwording van Westland zijn ontstaan) uitkomsten
verwezenlijkt
of het gebruik van
veronderstelling
biedt op zichzelf al voldoende handvat om
betreffende sector plaatsvinden. In het geval
rig voort blijft bestaan, dit kan conflicteren
onderscheid te maken tussen oude en nieu
van
is
met rechtszekerheid, bijvoorbeeld door ge
we overtredingen.
deze afweging afhankelijk van veel factoren.
wijzigd beleid, overgangsrecht en doelmatig
Immers, met een gemiddelde leeftijd van 23
heid van handhavend optreden in relatie tot
jaar
het te dienen (algemeen) belang.
2.3.2.
Nieuwe regels
De harmonisatie van de regels, middels het Parapluplan, bevatte echter ook nieuwe re gels, zoals een beperking aan het toelaatba re gebruiksoppervlak voor privégenot bij een bedrijfswoning. Hierdoor ontstond eveneens een
nieuwe scheiding tussen overtredingen
op basis van de nieuwe regels en bestaande
het
Westlands
(2019)2 van
het
glastuinbouwgebied
productieareaal
moet
enerzijds over (voorheen) twee planperiodes (10 jaar) gekeken worden naar de effecten
De
van een overtreding op het functioneren van