Bestemmingsplan De Driesprong - Toelichting
Tekst van het document
DE DRIESPRONG bestemmingsplan NL.IMRO.1783.KWIDRIESPRONGOBP-VA01 vastgesteld
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Onderbouwing van de keuze voor De Driesprong
8
1.4
Geldend bestemmingsplan
8
1.5
Plansystematiek
9
1.6
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
11
2.1
Historisch-ruimtelijke opbouw
11
2.2
Ruimtelijk - functionele structuur
12
2.3
Groenstructuur
13
2.4
Waterstructuur
14
2.5
Biodiversiteit, flora en fauna
14
2.6
Verkeer en mobiliteit
15
Hoofdstuk 3
Gebiedsvisie
17
3.1
Stedenbouwkundige structuur
17
3.2
Zonering en randen
17
3.3
Bouwen - doelen en ambities
18
3.4
Verkeer en mobiliteit - doelen en ambities
18
3.5
Robuust en multifunctioneel water - doelen en ambities
19
3.6
Groenstructuur - doelen en ambities
20
3.7
Klimaatadaptatie en duurzaamheid - doelen en ambities
21
3.8
Gezondheid - doelen en ambities
23
Hoofdstuk 4
Beleidskaders
25
4.1
Algemeen
25
4.2
Gemeentelijk beleid
25
4.3
Regionaal beleid
28
4.4
Provinciaal beleid
29
4.5
Rijksbeleid
33
4.6
Ladder
34
4.7
Conclusie
36
Hoofdstuk 5
Onderzoek
37
5.1
Archeologie
37
5.2
Bedrijven en milieuzonering
39
5.3
Geluid
43
5
5.4
Luchtkwaliteit
45
5.5
Externe veiligheid
47
5.6
Niet-gesprongen conventionele explosieven
49
5.7
Ecologie
50
5.8
Bodem
58
5.9
Verkeer
65
5.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
70
Hoofdstuk 6
Water
71
6.1
Nationaal beleid
71
6.2
Provinciaal beleid
71
6.3
Waterschapsbeleid
72
6.4
Gemeentelijk beleid
74
6.5
Waterhuishoudkundig plan
75
6.6
Conclusie
78
Hoofdstuk 7 7.1
Planvorm
Hoofdstuk 8 8.1
Juridische planbeschrijving
79
Handhaving
Handhavingsbeleid
Hoofdstuk 9
79
Uitvoerbaarheid
82 82
83
9.1
Economische uitvoerbaarheid
83
9.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
83
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Westland heeft de wens om in de kleinere kernen in het Westland woningbouw te realiseren voor de eigen inwoners. Bij de vaststelling door de gemeenteraad van de woonstrategie (januari 2016) werd de 'motie van de kleine vitale kernen' aangenomen. Door het college van burgemeester en wethouders is, naar aanleiding van de motie, onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van woningbouw in De Driesprong Kwintsheul, in combinatie met reconstructie van glastuinbouw. In deze structuurvisie zijn de gemeentelijke ambities vastgelegd voor het realiseren van een duurzame, toekomstbestendige woonwijk waarin rekening wordt gehouden met de lokale behoefte van Kwintsheul. De gemeente stelt deze structuurvisie op om de regie over de woningbouw te kunnen houden. De structuurvisie is ontwikkeld in een participatietraject met inwoners van Kwintsheul en grondeigenaren. Na de vaststelling wordt het stedenbouwkundig plan verder uitgewerkt en worden een bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Integratie van maatschappelijke vraagstukken De vraagstukken wonen en glastuinbouw zijn door de gemeente aangewend om ook andere urgente thema's in Kwintheul op te pakken. Naast de opgave voor woningbouw en duurzame glastuinbouw liggen er tevens opgaven op het gebied van de leefomgeving in het dorp, de ecologische hoofdstructuur, de waterhuishouding, klimaatadaptatie en gezondheid.
Meer in het algemeen gaat het dus om het creëren van een duurzame leefomgeving, met oog voor mens en milieu. Deze onderwerpen zijn in de Structuurvisie ondergebracht in de hoofdstukken 6, 7, 8 en 9. Er is dus sprake van een gelaagd, integraal vraagstuk, waarbij alle thema's in samenhang worden bekeken. De gemeente heeft de intentie om de geformuleerde ambities ook daadwerkelijk te bereiken, en verwacht met deze structuurvisie een voorbeeldplan te hebben opgesteld ten aanzien van duurzame gebiedsontwikkeling in het Westland. De planstructuur is gebaseerd op een stevig groen-blauw raamwerk, waarmee in de buurt voldoende ruimte ontstaat, dat ook goed toegankelijk is vanuit het bestaande dorp. De wijk is klimaatadaptief en toekomstbestendig. De groenstructuur verbindt de ecologische zone van de Gantel met de Holle Watering. De afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer vindt plaats via de Mariëndijk en de Van Buerenlaan. Voor langzaam verkeer komen diverse verbindingen naar het dorp beschikbaar, en de woonbuurt zelf verkrijgt eveneens een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer. Aangezien het plan op basis van het vigerende bestemmingsplan niet kan worden gerealiseerd, dient een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologisch-juridische kaders voor de woningbouwontwikkeling van De Driesprong.
1.2
Ligging plangebied
Het bestemmingsplangebied betreft een gedeelte van het gebied waarop de structuurvisie De Driesprong van toepassing is alsmede de vrijstaande woningen aan de gelijknamige weg aan de zuidrand van het gebied. Naar aanleiding van een verzoek van het Hoogheemraadschap is een gedeelte van de Mariëndijk eveneens in dit plan opgenomen. In de Structuurvisie zijn tevens de als glastuinbouwgebied te handhaven percelen opgenomen. Deze vallen buiten het bereik van dit bestemmingsplan. In de onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de planverbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
7
Figuur: Glob ale b egrenzing plangeb ied (blauwe lijn, rode arcering) binnen de begrenzing van de Structuurvisie De Driesprong (oranje lijn, groene vlak).
1.3
Onderbouwing van de keuze voor De Driesprong
De keuze om De Driesprong aan te wijzen als onderzoeksgebied heeft te maken met diverse ruimtelijk-functionele aspecten. Er is gezocht naar een locatie waarbij de woningbouw op een ruimtelijk en verkeerskundige manier goed aansluit op het dorp en waarbij het aangrenzende glastuinbouwgebied logisch en efficiënt te verkavelen is. Kwintsheul is van oudsher gegroeid tussen de kassen en kent daardoor een bijzonder compacte opbouw. Daardoor is er verhoudingsgewijs zeer weinig groen in het dorp, en dat beperkt zich grotendeels tot de private tuinen. In de kern zijn dan ook nauwelijks open ruimten of terreinen die voor herstructurering in aanmerking komen. Aan de zuidzijde van de kern Kwintsheul is geen logische verkavelingsstructuur voor woningbouw te realiseren vanwege het hier aanwezige toekomstbestendig tuinbouwgebied. Aan de oostkant van de kern Kwintsheul is in het verleden gesproken over uitbreiding van de Westlandse Zoom, maar is het besluit genomen om het bedrijventerrein uit te breiden. Woningbouw achter het bedrijventerrein is niet wenselijk. Een uitbreiding in noordelijke richting van de kern Kwintsheul is logisch, omdat hier beter kan worden aangesloten op de dorpsstructuur, het ligt dichtbij de voorzieningen en er is een grotere synthese mogelijk met het dorp.
1.4
Geldend bestemmingsplan
In het vigerende bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' (vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2012) heeft het gebied grotendeels de bestemming 'Agrarisch Glastuinbouw'. De ontwikkeling van woningbouw is in strijd met deze bestemming. De bestaande woningen aan de straat De Driesprong (huisnummers 2, 4, 6, 8, 18, 20, 22, 23, 24, 25, 26 en 27) zijn eveneens in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor zover deze kavels al de bestemming Wonen hebben, is die bestemming overgenomen. Voor zover deze kavels waren voorzien van de bestemming Agrarisch-Glastuinbouw is geconstateerd dat geen van deze kavels nog als zodanig in gebruik zijn. Deze zijn derhalve eveneens opgenomen in de bestemming Wonen.
8
1.5
Plansystematiek
De realisatie van De Driesprong is een uitdagende opgave. De ambities zijn hoog en het is de bedoeling dat er een gevarieerd en hoogwaardig woongebied gaat ontstaan, tussen Kwintsheul en het glastuinbouwgebied. In het voorgaande traject is een structuurvisie opgesteld. De vervolgstap in dit proces is het opstellen van een bestemmingsplan. Voorstel Plansystematiek van dit bestemmingsplan In de eerste plaats is het van belang dat de ambities en randvoorwaarden van de ontwikkeling op een adequate manier in het bestemmingsplan worden geregeld. Deze staan verwoord in de structuurvisie. Voor het bestemmingsplan is het de uitdaging om de diversiteit aan onderwerpen die in dit document is opgenomen op een heldere manier te vertalen in regels die handhaafbaar zijn en rechtszekerheid bieden. De Structuurvisie streeft naar enige flexibiliteit inzake woningaantallen, typen en de wijze van verkavelen binnen een bouwblok. Dat is nodig omdat er niet exact wordt vastgelegd hoeveel woningen er van welk type in een bepaald jaar nodig zijn. De invulling van doelgroepen, woningtypen, fasering, omvang van clusters etc. vindt dus in de loop van de tijd plaats. Het te ver specificeren van het bestemmingsplan kan belemmerend werken en derhalve heeft het bestemmingsplan op onderdelen een globaal karakter, waardoor kan worden ingespeeld op een actuele marktvraag.
Met het oog op deze flexibiliteit worden de essentiële onderdelen van het stedenbouwkundig kader (het ruimtelijk raamwerk) voorzien van gedetailleerde bestemmingen. Dit houdt onder meer in dat de ruimte waar hoofdwegen, groen en water moeten komen, ook als zodanig worden bestemd. Borging van water en groen In de Structuurvisie De Driesprong is opgenomen dat er ook voldoende water en groen in de wijk aanwezig moet zijn. Binnen het woongebied moet minimaal 50m 2 per woning aan bruikbaar groen worden gerealiseerd. Dit oppervlak (het aantal woningen x 50m2/woning) kan binnen de diverse bestemmingen worden gerealiseerd. De voorwaarden waar het groen aan moet voldoen, zijn eveneens vastgelegd. Met een afwijking is het mogelijk om de woningdichtheid/woningaantal te verhogen, mits dit op alle relevante aspecten (stedenbouw, verkeer etc.) is te verantwoorden. Daardoor ontstaat flexibiliteit in de ontwikkeling. Maar ook bij een hoger woningaantal moeten de minimaal benodigde hoeveelheden water en groen worden gerealiseerd. Hiermee is dus specifiek het raamwerk vastgelegd met de daarbij behorende uitgangspunten en eisen omtrent maatvoering, gebruik en functies. In de hoofdstukken Groenstructuur - doelen en ambities en Robuust en multifunctioneel water - doelen en ambities wordt hier verder op ingegaan. Woongebied De woningen mogen worden gebouwd binnen de bestemming Woongebied.
In de regels is opgenomen dat binnen deze bestemming 30 won/ha kunnen worden gerealiseerd. Er is evenwel nog geen vastgesteld stedenbouwkundig plan beschikbaar, en tevens is er flexibiliteit nodig in de ontwikkeling en realisatie van De Driesprong. In de regels worden vervolgens aspecten als toegestane woningtypen, bouwhoogten en overige bouw- en gebruiksregels vastgelegd. In beginsel zijn in deze bestemming alle woningtypen mogelijk, dus ook gestapelde woningen. Maar hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een appartementengebouw en beneden-bovenwoningen of appartementen als verbijzondering in een bouwblok. De mogelijkheid om een appartementengebouw te realiseren is opgenomen met een aanduiding gestapeld (gs) in artikel 7.2.1 Algemeen. Indien blijkt dat het is te verantwoorden dat er een hoger aantal woningen mogelijk is, dan is dit onder voorwaarden mogelijk met een binnenplanse afwijking.
9
1.6
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "De Driesprong" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Hoofdstuk 4 bevat een overzicht van de beleidskaders. In Hoofdstuk 5 worden de relevante onderzoeken behandeld. In Hoofdstuk 7 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 en Hoofdstuk 9 ingegaan op het handhavingsbeleid, de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
10
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1
Historisch-ruimtelijke opbouw
2.1.1
Wettelijk kader
Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen het rijk en de provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005 - 2008, de Nota Belvedère, de Nota Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2. De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden.
Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunningplicht te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 2.1.2
Onderzoek
Het cultuurlandschap van het Westland kent een rijke geschiedenis, die terug kan worden herleid tot in de prehistorie. De Romeinen en vroeg-middeleeuwse bewoners hebben een grote invloed gehad op de hoofdstructuren in het gebied die de ligging van de verschillende kernen en de huidige infrastructuur verklaren. Westland De Gantel was lange tijd een flinke veenrivier, die het water van het veengebied achter de duinen, afvoerde in de richting van de monding bij Naaldwijk. Na de overstroming van 1134 is men begonnen met het herontginnen door middel van het graven van de Zweth. Dit is de eerste stap in een reeks van ontginningen en het aanleggen van nieuwe dijken geweest die gedurende de 12de en 13de eeuw het polderlandschap van het Westland heeft gevormd. Tegelijk met het graven van de Zweth werd een begin gemaakt met de bedijking van de Gantel. Hiervoor is voor een groot deel gebruik gemaakt van de natuurlijke strandwal (noordelijke dijk) en natuurlijke oeverwal (zuidelijke dijk). Het abrupte einde van deze zuidelijke dijk, bij de boerderij 'De Wilde Zee' is hieruit te verklaren. Blijkbaar was de gesteldheid van het terrein ten oosten van De Wilde Zee dusdanig dat het functioneerde als een natuurlijke waterkering, waardoor het niet noodzakelijk was de dijk verder te verlengen.
Kwintsheul Kwintsheul is ontstaan op de zuidelijke oeverwal van de Gantel en dankt zijn naam aan de oversteekplek (heul) door het water, ter hoogte van de brug over de Lange Watering. Het historische lint de
11
Kerkstraat-Heulweg is terug te herleiden naar de Romeinse tijd, toen het een belangrijke landweg was tussen Katwijk, Voorburg en Naaldwijk. Deze historische lijn kent enige historische bebouwing met de kerk als beeldbepalend element. Verder is langs de randen van de bebouwde kom historische bebouwing te vinden, die ingepast is of wordt in de nieuwbouw. Een voorbeeld hiervan is de watertoren aan het Slimpad en de tuinderswoningen bij de Driesprong. Driesprong Het plangebied ligt direct ten oosten van de opvallende scherpe bocht van de Mariëndijk. De dijk houdt op ter plaatse van de voormalige herenboerderij 'De Wilde Zee'. Dit betekent dat dit gebied op boezemniveau ligt, waarbij de watergangen in verbinding staan met de Gantel. Vanuit historisch perspectief houdt de Mariëndijk op ter plaatse van De Wilde Zee. Daar lag het land hoog genoeg om niet behoeven te worden bedijkt. Het huidige zuidelijke gedeelte van de Mariëndijk was de oprijlaan naar De Wilde Zee en heette oorspronkelijk Leijdweg of Lyt Wegh (zie de Kruikiuskaart hiernaast). De polder ten zuiden van de Mariëndijk kent smalle lange polderkavels (kaartbeeld boven), het 'buitendijkse' gebied juist een onregelmatige blokverkaveling (kaartbeeld boven). Deze onregelmatige blokverkaveling wijst op een hogere en drogere ligging dan terreinen met smalle lange sloten.
Op de Kruikiuskaart (1712) is de landschapsgeschiedenis duidelijk afleesbaar. De Gantel (boven); Boerderij De Wilde Zee (midden), met een lange recht oprijlaan naar de Kerkstraat (onder). De cultuurhistorische ingrediënten van het plangebied zijn van groot belang voor het karakter van het huidige dorp en landschap en kunnen een inspiratie zijn voor het ontwerp van De Driesprong. Zo kan bijvoorbeeld het gegeven dat Kwintsheul bekend stond als 'bruggetjesdorp' vanwege de vele lage bruggetjes een rol spelen. Dit 'DNA' van Kwintsheul is bruikbaar bij het ontwikkelen van een nieuw woongebied. 2.1.3
Conclusie
In de Structuurvisie De Driesprong is een uitgebreide analyse gemaakt van de historische achtergrond van het plangebied. Daaropvolgend is een ruimtelijke analyse gemaakt die handvatten biedt voor de beoogde toekomstige structuur van De Driesprong. De planstructuur die is opgebouwd aan de hand van groene en blauwe structuurelementen heeft derhalve rekening gehouden met de typerende historische en ruimtelijke waarden van het plangebied en de directe omgeving. Daaropvolgend is een onderzoek gedaan naar de historische en archeologische waarden. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 Archeologie bureauonderzoek.
2.2
Ruimtelijk - functionele structuur
2.2.1
Bestaande bebouwing
In de huidige situatie is duidelijk afleesbaar dat langs de historische wegenstructuur (Mariëndijk en Kerkstraat) een verdichting is van woningen en bedrijven die het achtergelegen agrarische gebied bijna volledig afschermen. Alleen ter plaatse van het plangebied is sprake van een opvallend verschil. Langs de Mariëndijk is een verdichting met woningen, terwijl op het gedeelte tussen 'De Wilde Zee' (huidig terrein Verkade) en de bebouwde kom geen bebouwing aanwezig is. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt het buurtschap Driesprong, bestaande uit een reeks vrijstaande woningen aan de gelijknamige weg. Bouwjaar Ondanks de rijke geschiedenis die ten grondslag ligt aan het gebied is dit in de bebouwing lastig terug te zien. Het grootse deel van de bebouwing in het gebied bestaat uit glastuinbouw. Deze glastuinbouw is voornamelijk gebouwd vanaf de jaren 90. Enkele oudere kassen uit de vroege ontwikkeling van de glastuinbouw zijn sporadisch tussen de nieuwe kassen terug te vinden.
12
Tussen de glastuinbouw is een mix van oude en nieuwe woningbouw te herkennen. Opvallend zijn de duidelijk te herkennen historische dijken (Mariëndijk) en linten (Kerkstraat) waarlangs in het algemeen de bebouwing aanzienlijk ouder is. Bouwhoogte Ondanks het grote vloeroppervlak van de glastuinbouw is de hoogte van deze bouwwerken niet meer dan een enkele verdieping. Vanuit het plangebied zijn deze lange wanden duidelijk te ervaren. De woningen in de kern van Kwintsheul zijn voornamelijk 1 tot 2 lagen met kap. Dit zorgt voor een traditionele, dorpse uitstraling. Op enkele plekken zijn appartementen tot 4 bouwlagen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt een buurt wat afwijkt van deze traditionele bouwvorm. De woningen zijn 3 lagen met een plat dak en een 4 hoog appartementen complex markeert de rand van deze buurt. 2.2.2
Wonen
In het algemeen zijn er voor ouderen in het Westland, en zeker in Kwintsheul, te weinig mogelijkheden om door te stromen naar een seniorenwoning. De bestaande seniorenwoningen en accommodaties van zorginstellingen voldoen in veel gevallen niet aan de moderne eisen. De woningen zijn klein en niet geschikt om met moderne hulpmiddelen zorg te verlenen. Mede omdat senioren vaak comfortabel wonen met een dragelijke hypotheeklast is de verhuisgeneigdheid klein. Dit heeft als effect dat sprake is van een zeer beperkte doorstroming, hetgeen op haar beurt zorgt voor onvoldoende kansen op de woningmarkt voor jongeren om een wooncarrière binnen de eigen kern of het Westland te beginnen. Hierdoor vertrekken jongeren (tijdelijk) uit het Westland. Het bovenstaande geldt ook voor Kwintsheul en wordt bevestigd in het Wijkonderzoek: Sterkten, Zwaktes en Verbeterprioriteiten t.b.v. Wonen Wateringen en in de Sociale ontwikkelingskaders voor de Westlandse kernen. [Bron: Wijkonderzoek Wonen Wateringen en Sociale ontwikkelingskaders voor de Westlandse kernen 2011] Uit de inventarisatie en buurtbijeenkomsten is gebleken dat jongeren momenteel uit het dorp vertrekken naar nieuwbouwwoningen in bijvoorbeeld De Lier, Monster of Naaldwijk. Er is sprake van een breed ervaren gebrek aan goede huisvesting voor starters, met als gevolg dat het voorzieningenniveau in het dorp onder druk komt te staan.
En dan gaat het niet zozeer om de winkels, maar om het verenigingsleven (waaronder Quintus), scholen en medische voorzieningen. De realisatie van woningen voor specifieke doelgroepen in de Kwintsheul wordt daarom gezien als urgent. In cijfers (indicatief) Kwintsheul had per 1-1-2018 3750 inwoners, 40 meer dan in 2013. Er is ca. 1% groei in 5 jaar geweest. De bouwproductie is achter gebleven ten opzichte van eerdere prognoses. Gemiddeld zijn er tussen 2004 en 2018 7 à 8 woningen per jaar gebouwd. In een RIGO onderzoek van 2014 wordt beschreven dat we voor Kwintsheul 10 tot 20 woningen op jaarbasis moeten bouwen. Gemiddeld was er in de periode 2004-2018 een behoefte van 15 à 16 woningen per jaar. Hiermee is een tekort ontstaan van circa 95-110 woningen. In het kader van het bestemmingsplan wordt een zogenaamde 'ladderonderbouwing' opgenomen (4.6 Ladder). Daarin staan de exacte en geactualiseerde gegevens over de bouwproductie in Kwintsheul, in relatie tot de exacte vraag.
2.3
Groenstructuur
Westland Het Westland wordt omsloten door een Ecologische Hoofdstructuur (EHS) van Midden Delfland, de Maas en de Kust. Binnen het Westland maken enkele waterlopen deel uit van de EHS, waaronder de Holle en Lange Watering en de Gantel. Deze structuur verbindt de kust via De Uithof en Kwintsheul met de Zwethzone, het open weidelandschap ten zuiden van het Westland.
13
Ondanks het gebrek aan kwalitatief groen in het Westland zijn er landschappelijk gezien een aantal interessante aanknopingspunten die kunnen leiden tot meer vergroening binnen de gemeente. De Gantel en de Holle Watering zijn daarin belangrijke structuurlijnen. Kwintsheul en De Driesprong De ecologische structuur van de kust naar de Zwethzone loopt door Kwintsheul via de Holle en Lange Watering. Op diverse plekken is de ecologische verbinding nog onvolmaakt, zoals langs de Gantel en de verbinding tussen Sonnehoeck en Kwintsheul. Langs de Van Buerenlaan ligt een bosje van ongeveer 1 hectare groot. De historische druiventuin Sonnehoeck ligt iets noordelijker langs de Holle Watering, nabij De Ranken, waar de ecologische verbinding wordt voortgezet naar De Uithof. Door het smalle profiel van met name de Holle Watering is sprake van een niet optimale groenstructuur. De wijze waarop de groenstructuur in de nieuwe buurt en de verbindingen met de omgeving worden vormgegeven, wordt nader toegelicht in 3.6 Groenstructuur - doelen en ambities.
2.4
Waterstructuur
Westland Het Westland is een sterk verglast gebied. De oorspronkelijk opbouw van de ondergrond, de oude verkavelingen en de oude waterlopen (Gantel, Lier, Zweth) zijn vaak nauwelijks meer herkenbaar. Met de verglazing is ook de behoefte aan waterberging toegenomen, en die wordt tot stand gebracht op plaatsen waar daartoe enige ruimte beschikbaar was of is. Kwintsheul en De Driesprong Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit binnen- en gedeeltelijk uit buitendijks gebied. De regionale waterkering loopt van de Mariëndijk het gebied in, om vervolgens nabij de inlaat aan de Karper in oostelijke richting af te buigen (zie kaartbeeld). De van noord naar zuid lopende watergangen sluiten allen aan op de Gantel. Een zeer groot deel van de kern Kwintsheul bestaat uit verhard oppervlak (wegen, woningen etc.). Er zijn watergangen aanwezig, maar die zijn vaak ingeklemd tussen bebouwing en laten weinig ruimte voor verbreding of het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers. De Driesprong ligt in het boezemgebied van de Gantel en de watergangen in en rond het plangebied staan dan ook in verbinding met de Gantel en de Holle Watering. De wijze waarop de waterstructuur in de nieuwe buurt en de verbindingen met de omgeving worden vormgegeven, wordt nader toegelicht in 3.5 Robuust en multifunctioneel water - doelen en ambities. De Mariëndijk en de Heulweg-Kerkstraat zijn regionale waterkeringen.
2.5
Biodiversiteit, flora en fauna
Westland Voor heel Nederland wordt de geschatte soortendiversiteit per kilometerhok in klassen weergegeven, op basis van gegevens van de laatste 10 jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De Driesprong ligt in een relatief soortenarm gebied, maar juist ten noorden als ten zuiden van het plangebied liggen weer relatief meer soortenrijke gebieden. De recente ontwikkeling langs de Holle Watering zorgt voor een betere verbinding van deze twee gebieden. Westland werkt via verschillende projecten aan een duurzame leefomgeving. In Waardevol Westland (Duurzaamheidsagenda 2012-2020) komen natuurontwikkeling en -beleving als volgt aan de orde. Natuur is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. Ontwikkeling van ruimte voor groen, natuur en recreatie krijgen hierin nadrukkelijk aandacht.
14
De ecologische verbindingen tussen de kust en het achterland en de dwarsverbindingen daartussen worden gerealiseerd via de Poelzone, Zwethzone, Westlandse Zoom, de Gantel en de Blakervaart. Deze ecologische verbindingen zijn goed voor de biodiversiteit, bieden recreatieve mogelijkheden en zorgen voor meer flexibiliteit om met klimaatveranderingen mee te bewegen. Omdat het aantal vierkante meter openbaar gebruiksgroen per huishouden in Westland ruim onder het landelijk gemiddelde ligt, wordt ook gewerkt aan groene fijnmazige verbindingen en voldoende wijkgroen. Kwintsheul en De Driesprong De bijenpopulatie is een goede graadmeter voor ecologische gezondheid. In en rond Kwintsheul komen bijen voornamelijk voor in woongebieden. Daar waar glastuinbouw aanwezig is neemt de diversiteit drastisch af. Kwintsheul ligt aan de rand van het Westland en heeft hiermee een open verbinding met het omliggende bijen-diversiteitrijke gebied. Ook langs waterlopen, zoals de Holle Watering, is een relatief hogere diversiteit in bijen aanwezig. Deze kunnen dienen als verbindingen tussen de verschillende bijenrijke gebieden. Bijen zijn o.a. belangrijk voor de bestuiving van planten. Hiermee dragen ze bij aan de biodiversiteit in het algemeen. Het is van belang dat in de ontwikkeling geen afbraak doen en juist bijdragen aan de habitat van de bijen.
De wijze waarop de groenstructuur in de nieuwe buurt en de verbindingen met de omgeving worden vormgegeven, wordt nader toegelicht in 3.6 Groenstructuur - doelen en ambities en 3.7 Klimaatadaptatie en duurzaamheid - doelen en ambities.
2.6
Verkeer en mobiliteit
2.6.1
Langzaam verkeer
Om het autogebruik, en daarmee de CO2 uitstoot, te verminderen wil de gemeente graag het openbaar vervoer en langzaam verkeer stimuleren. In de opgave voor De Driesprong kan er op verschillende niveaus bijgedragen worden aan deze ambitie: Door looproutes aan te leggen of te herstellen (concreet tussen Driesprong en centrum en met overige woongebieden in het dorp); Aanbrengen van een fijnmazige structuur (loop, fiets, e-bike); Aanbrengen van goede voorzieningen bij bushaltes en aanbieden van e-bikes. Tijdens de informatiebijeenkomst is gevraagd naar de bevindingen van inwoners over de fietsinfrastructuur in Kwintsheul in het algemeen en De Driesprong in het bijzonder. Inwoners geven aan dat er vooral voor fietsers een rechtstreekse ontsluiting moet komen naar het dorpscentrum. Langs de Kerkstraat ligt de snelfietsroute Naaldwijk-Rijswijk. Vanuit Driesprong moeten goede fietsverbindingen worden gerealiseerd naar de Kerkstraat. Hiermee wordt tevens de veelgebruikte route naar zowel Basisschool Andreashof en voetbalvereniging Quintus verbeterd. Een tweede belangrijke doorgaande verbinding is die tussen het dorpscentrum en de Mariëndijk. Deze route wordt veel gebruikt door schoolgaande jeugd (richting Honselersdijk).
Met de realisatie van De Driesprong ontstaan nieuwe fietsverbindingen tussen de Kerkstraat naar de Mariëndijk, zoals via de: Vorkotterstraat; Snoekbaars; Mariëndijk (zuidzijde). Binnen de wijk kan primaat worden gegeven aan de fietsroutes (naar de voorzieningen is de fiets sneller dan de auto). De Driesprong kan dus zo worden ontworpen dat fietsen naar het dorpscentrum aantrekkelijker is dan de auto. Ook moet rekening worden gehouden met een breed spectrum aan langzaam vervoersmiddelen: de voetganger, de scootmobiel en rollator, de step, de fiets (van stadsfiets tot elektrisch). Paden moeten breed genoeg zijn voor het gemengde langzaam verkeer (zie Profiel: fietsstraat), met ruime bochtstralen. Langzaam verkeerspaden moeten toekomstbestendig worden ontworpen. Op termijn is een vaarverbinding van de Gantel naar De Driesprong wenselijk.
15
2.6.2
Openbaar vervoer
De Driesprong wordt ontwikkeld op korte afstand van de belangrijkste verbindings-as van Kwintsheul, de Kerkstraat. In Kwintsheul stopt de buslijn 30 richting Zoetermeer via Rijswijk (6x p/u) en richting Naaldwijk (5x p/u). De bussen zijn via deze bushalte rolstoeltoegankelijk. Er komen geen openbaar vervoerslijnen in Driesprong. Wel moet worden gezorgd voor goede verbindingen naar de halteplaatsen. 2.6.3
Recreatieve verbindingen
In de Structuurvisie Westlandse Zoom wordt in het kader van de verbetering van de verbindingen tussen Midden Delfland en de kust een zogenaamde ladderstructuur toegepast. Langs de 2 bomen van de ladder lopen de belangrijke regionale groen/blauwe en langzaam verkeer verbindingen tussen Midden Delfland en de kust. Als onderdeel van de westelijke ladderboom is Kwintsheul belangrijk als onderdeel van de doorgaande recreatieve fietsverbinding tussen Zweth en kust. Voor de pleziervaart is de Holle Watering van belang: via de aansluiting op de Gantel is een belangrijk deel van de Westlandse boezem verbonden met de Zweth en Midden Delfland aan de ene kant en de Haagse recreatiegebieden Madestein en Ockenburg aan de andere kant. In Waardevol Westland, Duurzaamheidsagenda 2012-2020 wordt gesteld dat natuurontwikkeling in het Westland onlosmakelijk is verbonden met recreatie. Wanneer nieuw groen in Westland ontwikkeld wordt, zal daarvoor steeds worden gezorgd dat dit ook 'beleefd' kan worden. Voorbeelden hiervan zijn fietsen, wandelpaden, avontuurlijke paadjes, vlonders, natuurkijkplekken en mogelijkheden voor recreatie in en om het water zoals kanoën en zwemmen. De groen-blauwe structuur die in Driesprong wordt aangebracht is daarvoor bij uitstek geschikt (zie hoofdstuk 6). Met deze structuurvisie wordt dan ook concreet invulling gegeven aan Waardevol Westland. 2.6.4
Autoverkeer
Westland Het Westland heeft door middel van een robuust netwerk van N-wegen in het algemeen een goede verbinding met de omliggende steden. Alle grotere kernen zijn door middel van deze N-wegen met elkaar verbonden. De A4 en de A20 verbinden de gemeente met de regio. Kwintsheul Kwintheul is een van de kleinere kernen in het Westland. Desondanks is er een goede verbinding met de omliggende N-wegen. Kwintsheul is direct verbonden met Honselersdijk en Naaldwijk via de N466. Daarna is via de Van Luyklaan de dichtstbijzijnde N-weg, namelijk de N222, te bereiken. Via de Vogelaer is de N464 te bereiken. De Heulweg verbindt Kwintsheul met Wateringen en Den Haag en loopt over de N211 heen. Hier is geen oprit aanwezig. Driesprong Het plangebied is omringt door lokale wegen. Op het moment is het plangebied ontsloten via De Driesprong aan de noordzijde bereikbaar vanaf de Van Buerenlaan en aan de zuidzijde vanaf de Vorkotterstraat. De Van Buerenlaan is rond 2006 aangelegd om de glastuinbouwbedrijven goed te ontsluiten (IRG-regeling). De wijze waarop de verkeersstructuur in de nieuwe buurt en de verbindingen met de omgeving worden vormgegeven, wordt nader toegelicht in 3.4 Verkeer en mobiliteit - doelen en ambities.
16
Hoofdstuk 3 3.1
Gebiedsvisie
Stedenbouwkundige structuur
De stedenbouwkundige structuur is de versmelting van de Groenstructuur, Waterstructuur en de verkeersstructuur. Door deze structuur komt een ruimtelijk raamwerk tot stand, dat bestaat uit groen, water, verblijfsen verkeersruimten. In dit ruimtelijk raamwerk liggen de woonvlekken. De invulling van deze woonvlekken vindt gefaseerd plaats. Bebouwing begeleidt of accentueert deze structuur. Dit kan betekenen dat bijvoorbeeld hoeken, belangrijke plekken of zichtassen in de structuur door (in massa of verschijningsvorm) bijzondere bebouwing kan worden geaccentueerd.
3.2
Zonering en randen
De Driesprong is gesitueerd in een gebied waar al woningen en bedrijven aanwezig zijn. Het nieuwe woongebied moet dus goed worden ingepast in de bestaande omgeving. Zonering Om een heldere stedenbouwkundige en programmatische ordening te verkrijgen, is er een zonering in het plangebied aangebracht. a. b. c.
Zuid: de buurtschap. Deze zone is bedoeld om een goede relatie tot stand te brengen met het bestaande dorp en de reeds aanwezige woningen in de zuidrand van het plangebied. Midden: het middengebied is overwegend bedoeld voor de 'reguliere' woningbouw, dat wil zeggen een gemengd gebied met een mix van woningtypen. Noord en noordoost: deze zone is bedoeld om een goede relatie tot stand te brengen met het glastuinbouwgebied. Hier kunnen onder meer woningen gerealiseerd t.b.v. de uitplaatsing uit het buitengebied.
Aansluiting glastuinbouw Het is de bedoeling om een duurzame en kwalitatief goede relatie tot stand te brengen tussen het dorp en de omringende glastuinbouw. Het is denkbaar om woningen te realiseren t.b.v. uitplaatsing uit het buitengebied (voor het beleid waaruit deze opgave afkomstig is zie 4.2.5 Stimuleringsbeleid uitplaatsing). Deze zone bevindt zich aan de buitenrand van het plangebied. Deze gecombineerde opgave wordt opgelost door een zonering aan te brengen tussen dorp en Gantel: dorp - overgangszone - glastuinbouw. De 'overgangszone' vormt samen met groen en water een geleidelijke overgang tussen dorp en glastuinbouw. De milieukundige relatie tussen het woongebied en de glastuinbouw worden verder toegelicht in 5.2 Bedrijven en milieuzonering. De buurtschap Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de bestaande dorpsrand van Kwintsheul. In de participatiebijeenkomsten is speciale aandacht gevraagd voor de relatie tussen de bestaande woningen en de nieuwe woningen. Daarvoor is het zogenaamde 'Buurtschap' bedacht. Het 'buurtschap' vormt een bijzonder gebied tussen het 'oude dorp' en de nieuwe uitbreiding. Dit gebied ligt dicht bij de voorzieningen, op korte afstand van het dorpscentrum en het sluit aan op de bestaande 'buurtschap'-structuur van de huidige Driesprong. Het leent zich bij uitstek voor de doelgroep senioren / levensloopbestendig.
Het 'buurtschap' is een bijzondere ontwerpopgave. Hier is sprake van een organische structuur met oude weggetjes en los verspreide woningen. In ruimtelijk opzicht ontstaat er een bijzondere nederzetting waarin rekening wordt gehouden met de aanwezige woningen. Een structuur met traditionele straten en rijwoningen ligt dus niet voor de hand. De zuidelijke zone van De Driesprong wordt opgevat als een 'levensloop-buurtschap':
17
3.3
Bouwen - doelen en ambities
De woningen in Kwintsheul zijn voornamelijk 1 tot 2 lagen met kap. Dit zorgt voor een traditionele, dorpse uitstraling. Op enkele plekken zijn beneden-bovenwoningen of appartementen denkbaar tot een hoogte van maximaal 4 bouwlagen. Ten zuiden van het plangebied ligt een buurt wat afwijkt van deze traditionele bouwvorm. De woningen zijn 3 lagen met een plat dak en een 4 hoog appartementen complex markeert de rand van deze buurt. Beeldkwaliteit Voorafgaand aan of parallel met het stedenbouwkundig plan, wordt er voor de bebouwing een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit betreft alle aspecten van bouwen en aanleggen die op de kavels plaatsvindt, dus naast de hoofdgebouwen ook de aan-, uit- en bijgebouwen, erfscheidingen, de wijze van parkeren op het erf en eventuele bouwwerken langs watergangen (bijvoorbeeld vlonders en steigers). De ambities van beeldkwaliteit worden daarin verder uitgewerkt. Dit zijn onder meer: Een woonbuurt die past bij de aard van het dorp en een bijzondere aanvulling vormt; Eigenschappen uit (het verleden van) het dorp komen zichtbaar terug; In zowel stedenbouwkundig opzicht als in de architectuur is er sprake van prettig dorpse variatie. De Driesprong oogt niet als een doorsnee woonwijk; Variatie wordt bereikt door meerdere aspecten te combineren: mengen van woningtypen, (geen concentraties), voor variatie in bouwhoogte (zowel goot- als kaphoogtes).
Variaties in bouwhoogtes worden toegepast om stedenbouwkundige plekken te verbijzonderen of accenten te maken die de structuur ondersteunen. Groen en biodiversiteit De ambitie om een duurzame wijk te bouwen heeft ook consequenties voor groen op en aan gebouwen. Dit geldt zowel voor de woningen als de nutsgebouwen in het gebied. Dit moet tijdig worden aangemeld bij het betreffende nutsbedrijf, zodat er straks geen doorsnee grijsbetonnen trafohuizen in een voor het overige groen-blauwe nieuwbouwwijk staan. Bezonning Voor het planvoornemen is een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze studie is toegevoegd als Bijlage 1 Bezonningsstudie en Bijlage 2 Notitie bezonningsstudie. Uit deze studie blijkt dat er nauwelijks sprake is van schaduwwerking door de ontwikkeling. De gevallen waar schaduwwerking optreedt zijn de woningen gelegen aan de Driesprong 26 & 27 en een glastuinbouwbedrijf gelegen aan de Mariëndijk 102. Deze gevallen voldoen aan de lichte TNO-norm.
3.4
Verkeer en mobiliteit - doelen en ambities
In de structuurvisie wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen autoverkeer, langzaam verkeer en recreatieve verbindingen. Autoverkeer wordt zo efficiënt mogelijk naar de Vogelaer of Kerkstraat geleid. Voetgangers kunnen via informele routes het centrum bereiken. Fietsers worden via de groene as door de Driesprong geleid. En via de brede watergangen kunnen kano's naar de Holle Watering varen. Onderstaand de regels en richtlijnen inzake de verkeersnetwerken. 3.4.1
Ruime straten met kwaliteit
Het uitgangspunt is dat autoverkeer zo efficiënt mogelijk naar de Vogelaer of Kerkstraat wordt geleid. Het is een wens om de Mariëndijk te ontlasten, want daar wordt veel gefietst en het is een smalle (historische) dijk. Vrachtverkeer (niet zijnde bestemmingsverkeer) op de Mariëndijk is onwenselijk. 3.4.2
Langzaam verkeer
Langzaam verkeer en recreatieve routes spelen een belangrijke rol in de verkeersstructuur van de Driesprong. De infrastructuur moet optimaal comfort bieden aan voetgangers en fietsers. Dit wordt gedaan door:
18
Het toevoegen van een heldere fietsstructuur. Juiste inrichting van de overige straatprofielen. Trottoirs en voetpaden zijn toegankelijk voor rolstoelers en rollatorgebruikers. 3.4.3
Hoofdontsluiting
Autoverkeer wordt zo efficiënt mogelijk naar de Vogelaer of Kerkstraat geleid. Een beknopte studie heeft aangetoond dat de huidige ontsluiting (Mariëndijk en Van Buerenlaan) de nieuwe verkeersbewegingen na de ontwikkeling van de wijk aan kan. De Vorkotterstraat is door het smalle profiel ongeschikt als ontsluiting. 3.4.4
Hulpdiensten
Het is van belang om een snelle en effectieve hulpverlening mogelijk te maken, is het van belang dat bij de inrichting van het plangebied rekening gehouden wordt met bereikbaarheid en blusvoorzieningen voor de hulpdiensten. Zo kunnen bijvoorbeeld fietspaden zodanig ingericht worden dat ze door hulpdiensten gebruikt kunnen worden en is het mogelijk om opstelplaatsen langs watergangen te realiseren voor de brandweer om het open water te kunnen gebruiken. 3.4.5
Parkeren
Parkeren wordt op eigen terrein, in de straat en tussen de woningen opgelost. Dit leidt tot een flexibele en transformeerbare openbare ruimte die de toekomstige veranderende mobiliteitsvraagstukken kan beantwoorden. Parkeernormen Om voldoende parkeergelegenheid te bieden worden de parkeernormen volgens het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen gemeente Westland aangehouden. Het plangebied valt binnen het gebied 'schil dorpscentrum'. Mochten beleidsregels worden geactualiseerd, dan moet worden voldaan aan de geactualiseerde normen. Elektrisch rijden en laadpalen Elektrisch rijden is ook een toenemende trend in het Westland. Daarom is het zeker van belang om een adequate laadinfrastructuur te realiseren. In het beleid van Gemeente Westland staat het volgende vermeld over het plaatsen van nieuwe laadpalen: Er zijn twee of meer naast elkaar gelegen parkeervakken. Eén hiervan wordt dan de laadplaats, de ander zou later ook een parkeerplaats met laadpaal kunnen worden als de eerste laadpaal veel wordt gebruikt. De plaats ligt binnen 250 meter loopafstand van de aanvrager. Er wordt ook rekening gehouden met dat men er makkelijk kan komen, makkelijk kan parkeren en de laadkabel eenvoudig kan worden aangesloten. Het is van belang dat er een optimale laadinfrastructuur wordt aangelegd voor het realiseren van openbare laadpalen op oplaadpunten aan huis.
Criteria en voorwaarden waaronder de gemeente medewerking verleent aan het plaatsen van oplaadinfrastructuur in de openbare ruimte staan in de Beleidsnota Oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen. De laadinfrastructuur is geregeld in artikel 7.5.
3.5
Robuust en multifunctioneel water - doelen en ambities
De realisatie van De Driesprong moet gaat leiden tot een verbetering van het watersysteem in Kwintsheul. Dat kan door de bestaande watergangen binnen het plangebied te verruimen of ecologisch te verbeteren en door nieuwe watergangen aan te leggen. De ambitie is om een groter dan het verplichte areaal aan oppervlaktewater te realiseren om voor voldoende opvang van regenwater te zorgen, maar ook om voldoende regenwater te bufferen wanneer zich periodes van droogte voordoen. Driesprong wordt een water-neutrale wijk. Dat wil zeggen dat het zichtbaar voorziet in zijn eigen waterberging, zowel door het graven van watergangen maar worden ook binnen de bestemming 'Woongebied' waterberging gerealiseerd. Naast de eigen waterberging wordt ook extra water gegraven
19
ter compensatie van het tekort aan oppervlaktewater in het gebied tussen Kerkstraat en Van Buerenlaan. Het watersysteem bestaat uit een samenhangend stelsel van een kreek en watergangen. De kreek staat in open verbinding met de Gantel. Omdat deze kreek in een reliëfrijk park is gesitueerd, vormt deze groene plek het hart van Driesprong. De groene ruimte in De Driesprong sluit aan op het dynamische peil van het Boezemland waardoor stroming in het water aanwezig is. De technische mogelijkheid daartoe moet nader worden onderzocht. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Aanleggen van een robuust watersysteem dat in staat is om ruimschoots water vast te houden. Beperken van wateroverlast in het plangebied en de directe omgeving. Water opvangen en bufferen op daken, in tuinen, wadi's en doorlatende verharding. Afgevoerd water vasthouden in de kreek. Scheiden van schoon (hemel-) water en vervuild water en filteren van vervuild water.' Water inzetten als speelaanleidingen. Verminderen van hittestress.
Vanuit het Hoogheemraadschap Delfland zijn er diverse randvoorwaarden en richtlijnen voor de ontwikkeling van de Driesprong. Deze zijn vervat in de Handreiking watertoets voor gemeenten en de bijlagen, waarin voor ruimtelijke ontwikkelingen alle relevante wateraspecten zijn opgenomen Het Hoogheemraadschap geeft aan dat het verstandig is om een waterhuishoudingplan op te stellen, waarin alle relevante wateraspecten worden door vertaald in het ontwerp. In een dergelijke notitie wordt ingegaan op de ruimtelijke, aan het watersysteem en gekoppelde, effecten die optreden als gevolg van de realisatie van de Driesprong. Het waterhuishoudingsplan (whp) is de input voor het bestemmingsplan. Het whp wordt dan ook geborgd in het bestemmingsplan. Daarnaast is het de onderlegger voor het aanvragen van de benodigde watervergunningen. Het waterhuishoudingsplan (whp) is opgenomen als Bijlage 26 Waterhuishoudkundig plan. De bovenbeschreven ambitie en de wijze waarop dit specifiek in dit plan tot stand komen, worden nader uiteengezet in Hoofdstuk 6 Water.
3.6
Groenstructuur - doelen en ambities
De Driesprong kan een rol vervullen in het versterken van de ecologische hoofdstructuur en een betere verbinding tussen twee relatief soortenrijke gebieden (Uithof en Zwethzone). Hiermee wordt de algemene soortendiversiteit in het Westland vergroot. Opvallend is de relatie tussen de menselijke structuren en het aanwezige aantal bijensoorten. De Mariëndijk zou een betere route kunnen vormen voor bijen tussen Kwintsheul en Honselersdijk. Tenslotte kan het watersysteem van Kwintsheul robuuster worden gemaakt door watergangen te verruimen of ecologisch te verbeteren en door nieuwe watergangen aan te leggen. Wanneer de watergang ook gebruikt kan worden voor recreatie zoals kanoën zal er bij het maken van aanlegplaatsen rekening gehouden moeten worden met de ecologische structuren. Uit de interviews en participatie is het idee naar voren gekomen om Driesprong te gebruiken om invulling te geven aan de bovenstaande ambities. Dit is mogelijk in de vorm van een 'Ecologische Bypass', een robuuste groen en waterstructuur die de Gantel verbindt met De Driesprong. In het (zuid)westen van het plangebied kan weer aansluiting worden gevonden met de watergang langs het Slimpad/'t Hoogje, die nabij de Brug Kerkstraat in verbinding staat met de Holle Watering. Dorpsgroen Naast de ecologische hoofdstructuur en de groene verbindingslijnen buiten Kwintsheul is ook het groen in het dorp een thema.
Heulenaren geven aan dat er verhoudingsgewijs weinig openbaar groen is in het dorp. Langs de Hollewatering ligt een ecologische verbindingszone, maar deze speelt geen rol van betekenis voor bewoners (de eilandjes zijn niet toegankelijk). De structuurvisie heeft de ambitie om de groenstructuur die in De Driesprong wordt gerealiseerd ook ten goede te laten komen voor bewoners in de rest van het dorp. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten/regels: a.
Per woning wordt minimaal 50 m2 groen gerealiseerd. Voor het bepalen van te verrekenen groen
20
b. c. d. e.
gelden de volgende aan de volgende voorwaarden: Het betreft groen in de openbare ruimte. Zowel voor- als achtertuinen mogen niet worden meegerekend. Ook gemeenschappelijke binnentuinen worden niet meegerekend. Het betreft een plantvak van minimaal 2x2 meter. Vakken kleiner dan 2x2 meter en boomroosters mogen niet worden meegerekend. Speelplaatsen mogen enkel worden meegerekend wanneer het een natuurlijke speelplaats betreft. Dit houdt in dat er beperkt verharding wordt toegepast. Het ontwerp van openbaar en toegankelijk groen en water staat in relatie tot de bestaande dorpsstructuur.
Beplanting Om hittestress te voorkomen wordt er in de wijk veel gebruik gemaakt van beplanting, onder meer langs de straten, maar ook in de tuinen. Dit zorgt voor schaduw en koele lucht in de wijk. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Bij het toepassen van laanstructuren rekening houden met voldoende ruimte tussen bomen. Bij te weinig ruimte komt de warme lucht juist onder de kronen van de bomen 'vast te zitten'. Er worden bomen toegepast met een hoge kroon, waardoor er een overzichtelijke laan ontstaat. Bij de soortenkeuze rekening houden met klimaatverandering (langere periodes van droogte). Er worden verschillende boomsoorten toegepast om zo de biodiversiteit te bevorderen. Hiermee wordt ook sterfte van monocultuur, door bijvoorbeeld hitte, ziekte en plagen, voorkomen. Spelen Volgens het Speelruimtebeleidsplan 'Geef ze de Ruimte', vastgesteld door de gemeente Westland in 2009, wordt in woongebieden tenminste 3% formele speelruimte als uitgangspunt gehanteerd. De huidige opzet voldoet aan die norm. Daarnaast liggen de speelplekken op een maximale afstand van de te realiseren woningen en hebben ze een bepaalde netto speeloppervlak.
3.7
Klimaatadaptatie en duurzaamheid - doelen en ambities
Situatie Ook Kwintsheul heeft te maken met de effecten van klimaatverandering het duurzaamheidsvraagstuk en de energietransitie. De structuurvisie formuleert een antwoord op de vraag hoe de transitie naar een duurzame samenleving in De Driesprong gestalte krijgt. Hierbij is de ambitie om oplossingen te bieden voor huidige en toekomstige klimatologische problemen en een bijdrage te leveren aan een gezond en duurzaam Kwintsheul. De structuurvisie biedt een prachtige kans om nieuwe oplossingen uit te proberen en vorm te geven aan een toekomst waarin we willen leven. Wij zien het ontwerp voor Driesprong daarom als een verkenning naar de doelen, ambities en mogelijke maatregelen. Het verduurzamen van de leefomgeving is realiseerbaar door op een slimme manier de middelen die voorhanden zijn te integreren. Met oog voor mens en milieu, bieden duurzame gebouwen in combinatie met een duurzame openbare ruimte, schone energie en mobiliteit de bruikbare bouwstenen. Duurzaamheid begint met de juiste 'mindset' en daarna is het een kwestie van het integreren van de beschikbare middelen in het ontwerp. Beleidsdoelen In Waardevol Westland, Duurzaamheidsagenda 2012-2020 komt klimaatadaptatie als volgt aan de orde. Klimaatadaptatie gaat om het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering.
In Westland gaat het dan met name om voldoende ruimte voor overtollig water in natte periodes en om aanbod van voldoende zoet water in droge tijden. Er is een convenant klimaat adaptief bouwen. Eén van de convenantafspraken is het ontwikkelen van een instrumentarium om de klimaatbestendigheid van nieuwbouw te beoordelen en te bevorderen. In afwachting van de resultaten van dit instrumentarium is alvast een 'Minimaal Programma van Eisen' te ontwikkeling als voorlopige maatregel om nieuwbouwplannen die in de komende jaren worden ontwikkel klimaatbestendig in te richten. Dit zal ook voor Driesprong van belang zijn voor het opstellen van praktische eisen om op korte termijn klimaatbestendig te ontwikkelen. Onderstaande wordt beschreven wat de specifieke klimaatadaptieve
21
maatregelen tot dusver zijn in Driesprong. Waterbeheer In Westland is goed waterbeheer erg belangrijk. Heftige regenval zorgde in de afgelopen jaren regelmatig voor wateroverlast. Deze wateroverlast heeft geleid tot schade aan woningen, glastuinbouwbedrijven en kaden. Volgens klimaatexperts komen dergelijke extreme weersomstandigheden in de toekomst vaker voor. Vanwege de kwetsbaarheid en de betekenis van de glastuinbouw wil de gemeente zorgen dat Westland beschikt over een watersysteem dat past bij de ruimtelijke ontwikkelingen en voldoende veerkracht heeft om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. De gemeente Westland neemt maatregelen om schade als gevolg van wateroverlast te beperken. Dat varieert van maatregelen om water langer vast te houden op kasdaken, particuliere daken en bedrijfsgebouwen, overtollig water tijdelijk te bergen in sloten en kelders onder kassen tot het bufferen van water in het vergrote rioolstelsel. De trends, vernatting en verdroging, in evenwicht brengen is dus een belangrijke opgave. Waterkwaliteit Levend water is water dat betrouwbaar is voor mens en natuur. Voor de fysisch-chemische en ecologische waterkwaliteit gelden wettelijke verplichtingen die voortkomen uit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Om de chemische kwaliteit te verbeteren werken gemeente, waterschap en de glastuinbouwsector onder andere aan het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het aansluiten van glastuinbouwbedrijven op de riolering. Voor verbetering van de ecologische kwaliteit worden de komende jaren natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen, voor de voortplanting van vissen, aangelegd. Dit verhoogt tevens de natuurlijke en recreatieve waarde van ons watersysteem. De wijze waarop deze doelen in dit bestemmingsplan zijn uitgewerkt komt aan bod in hoofdstuk 6 Water. Verduurzaming van de woningvoorraad Landelijke regelgeving koerst erop aan dat alle nieuwbouwwoningen vanaf 2020 klimaat-neutraal zijn. Dat betekent dat het gebouwgebonden energiegebruik zover mogelijk wordt terug gebracht door isolatie (met behoud van goede ventilatie) en dat de resterende energievraag duurzaam wordt ingevuld. Westland probeert zoveel mogelijk in en om de wijk duurzame energie op te wekken uit zon, wind en/of andere bronnen (het Duurzame-Energie-Tenzij Principe). Daarnaast zorgt de gemeente middels duurzame stedenbouw voor de randvoorwaarden voor duurzame inrichting van nieuwe wijken. Klimaatadaptatie en duurzaamheid De gemeente heeft een hoog ambitieniveau ten aanzien van klimaatadaptatie en ecologie. Om de huidige bouwopgave klimaatadaptief te ontwikkelen heeft o.a.
het hoogheemraadschap van Delfland en gemeente Westland het convenant “Klimaatadaptief bouwen” ondertekend. Onderdeel hiervan is een programma van eisen waaraan plannen kunnen worden getoetst. Deze eisen hebben tot doel om de kans op wateroverlast, verdroging, hittestress en bodemdaling te verminderen en de biodiversiteit te verrijken. Om water te kunnen vasthouden in het plangebied wordt met circa 10% van het projectgebied een ruime hoeveelheid oppervlaktewater gerealiseerd. Dit beperkt de kans op wateroverlast als gevolg van extreme regenval. In droge perioden is hiermee extra water voorhanden, dat tevens een verkoelend effect heeft op de omgeving. Door een bouwpeil van 0,20 m boven de as van de weg te hanteren, vermindert de kans op wateroverlast in de woningen. De bebouwing wordt (bijna) energieneutraal en deels voorzien van groene daken, die bijdragen aan waterberging op particulier terrein, biodiversiteit en zorgen voor verkoeling. In aanvulling hierop worden ook een aantal plas/draszones aangelegd langs de nieuwewatergangen. Klimaatadaptief bouwen / circulaire economie In Waardevol Westland, Duurzaamheidsagenda 2012-2020 komt grondstoffentransitie als volgt aan de orde. Grondstoffen worden schaarser, kostbaarder en daardoor strategisch belangrijk. Een grondstoftransitie is, analoog aan de keuze voor een energietransitie, noodzakelijk. Door kringlopen van
22
reststromen te sluiten wordt bijgedragen aan het streven van de gemeente Westland om de meest duurzame glastuinbouwgemeente van Nederland te zijn. Preventie, hergebruik en recycling zijn manieren om grondstoffen efficiënter en duurzamer te benutten, terwijl verbranding en vergisting bijdragen om een deel van de energie terug te winnen. Klimaatadaptieve wijk Extreme weersomstandigheden gaan vaker voorkomen. Hierdoor valt bijvoorbeeld in kortere tijd zodanig veel neerslag, dat de omgeving het overtollige water niet goed kan afvoeren. Ook andere weersextremen zoals langdurige droogte komen vaker voor. Enkele uitdagingen bij extreme wateroverlast zijn de begaanbaarheid van de wegen voor hulpdiensten en overlast voor woningen en bedrijven in kwetsbare gebieden. Om mogelijk wateroverlast te minimaliseren, wordt de omgeving, bij zowel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als bij bestaande knelpunten, regenwaterbestendig en klimaatrobuust ingericht. Daarbij is ook aandacht voor locaties waar vitale infrastructuur en/of kwetsbare objecten worden bestemd. Uit de interviews komt naar voren dat energie voor de glastuinbouwbedrijven momenteel wordt opgewekt via de aardwarmtecentrale aan de Vogelaer. Dit systeem werkt nu 1 kant op.
Het nog beter benutten van aardwarmte en de restwarmte van de glastuinbouw is wel in ontwikkeling, maar momenteel nog niet concreet om toe te passen in De Driesprong. Wellicht dat kassen in toekomst geschikt worden voor zonnepanelen, maar ook dit wordt het komende decennium nog niet verwacht.
3.8
Gezondheid - doelen en ambities
In dit hoofdstuk worden de ambities beschreven op het gebied van gezondheid en de leefomgeving. Bij de ontwikkeling van De Driesprong wordt tevens gekeken naar de relevante milieu-aspecten. Daarvoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (5.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling), waarin onderwerpen zoals geluid, externe veiligheid of stikstofdepositie aan de orde komen. 3.8.1
Een groene en gezonde leefomgeving
Bij de inrichting van De Driesprong kan bewegen en recreëren in de eigen wijk worden gestimuleerd. Het samenhangende groen-blauwe netwerk in De Driesprong wordt zoveel mogelijk verbonden met huidige en toekomstige structuren in de omgeving. Daardoor krijgt de buurt ook een betekenis voor inwoners van Kwintsheul en wordt het lage percentage openbaar groen in het dorp enigszins gecompenseerd. De ruimte wordt zodanig ingericht dat er een bijdrage wordt geleverd aan een goede luchtkwaliteit en een lagere concentratie fijnstof (specifieke vegetatie), het voorkomen van hittestress (water en vegetatie). Tevens wordt de structuur van de buurt zo opgezet dat langzaam verkeer wordt gestimuleerd, zeker wanneer het gaat om verplaatsingen over korte afstanden (naar het dorp, de voorzieningen, school en verenigingen). Tenslotte wordt de padenstructuur zodanig ontworpen dat het gemakkelijk toegankelijk is voor fietsers, wandelaars, hardlopers, skeeleren, beweeglijnen om een actieve levensstijl te stimuleren. Daarbij streven we ernaar om de structuur in de toekomst ook uit te kunnen breiden (in noordelijk of oostelijke richting), zodat er weer langere recreatieve rondjes mogelijk worden, bijvoorbeeld naar de Gantel of de Gouw. De structuur draagt bij aan: 1. 2. 3.
4.
Geliefde leefomgeving: Ontwerp een woonomgeving waar mensen zich thuis voelen want een geliefde omgeving behoudt zijn waarde. Een groene leefomgeving: De openbare ruimte speelt een essentiële rol als ontmoetingsruimte. Plantsoenen zorgen voor identiteit en karakter die men dagelijks ervaart en beleefd. Vermindering hittestress: Tijdens de hoogste zonnestand is er tenminste 50% schaduw voor voetgangers en fietsers in het plangebied. Ten minste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht of gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen. Ook de koeling van gebouwen mag niet leiden tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving. Gezondheid: Groene ruimten in, maar ook in en op gebouwen dragen bij aan de gezondheid van
23
mensen, schonere lucht, prettiger akoestiek, beperking van wateroverlast, vermindering van hittestress en een prettiger verblijf in de openbare ruimte. 3.8.2
Luchtkwaliteit
Sinds de jaren 90 is de luchtkwaliteit in Nederland flink verbeterd. De vroegtijdige sterfte neemt sinds die tijd dan ook af. Een goede luchtkwaliteit is van belang voor een gezonde woonomgeving en samenleving. De concentratie fijnstof in het Westland is laag. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het ontwikkelen van het plangebied zorgt onder meer voor meer autobewegingen. Het is van belang dat het plan bijdraagt aan het verminderen van de factoren die de luchtkwaliteit verslechteren. Het aspect luchtkwaliteit wordt verder toegelicht in 5.4 Luchtkwaliteit. 3.8.3
Hittestress
Door de grote mate van verhard oppervlak (wegen en bebouwing) en de relatief weinig groen in de regio, staat het Westland duidelijk onder druk van hitte. In tegenstelling tot groene oppervlaktes, houden verharde oppervlakken langer warmte vast en geven die gedurende een langere periode af. Door een ruime hoeveelheid van het plangebied als groen en water te bestemmen kan hittestress in de woonomgeving worden verminderd. Dit effect kan nog worden vergroot als ook het aandeel verhard oppervlak van de woningen en tuinen kan worden verminderd. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door een maximaal verhardingspercentage van tuinen toe te staan en groene daken te stimuleren: woningen en/of bijgebouwen, maar ook de nutsgebouwen om als overheid en nutsbedrijven het goede voorbeeld te geven.