CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan De Driesprong - Bijlagen toelichting

Commissie Ruimte en Wonen 4 april 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van bestemmingsplan De Driesprong16.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afbeelding 5. De ligging van het plangebied (rood gemarkeerd), geprojecteerd op een uitvergrote uitsnede van de Geologische Kaart van Nederland 1: 50.000, Blad Rotterdam West (37 W). Bron: Hageman, 1975. Schaal 1: 25.000.

3.1.3 Geologische opbouw ter plaatse van het plangebied Op de Geologische Kaart van Nederland 1: 50.000, Kaartblad Rotterdam West (37 W) wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met de code SA0.3a met witte wybertjes (zie Afbeelding 5). Op basis daarvan - en op basis van het op een afstand van circa 2.5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied gelegen Dwarsprofiel D - D’ - kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van deze zone een bodemopbouw kan worden verwacht met (kom-) Afzettingen van de Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, op oudere (oever-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Walcheren Laagcomplex van Westland, op Afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, op nog oudere (oever-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, op Afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, op Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Wormer Laagcomplex van Delfland, op Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort - strandzandafzettingen van de Laag van Rijswijk, op oudere Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Wormer - Laagcomplex van Delfland, op Afzettingen van de Formatie 10

van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, op nog oudere Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Wormer - Laagcomplex van Delfland, op Afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag, op Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. 7 Op basis van de bij de Geologische Kaart van Nederland behorende profielkaarten - en met name op basis van Profiel A - A’- kunnen uitspraken worden gedaan over de te verwachte diepteligging van de verschillende afzettingen en de daarmee samenhangende diepteligging van mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen (zie Afbeelding 6). De top van de jongste (kom-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, die zijn afgezet in de periode kort na 1100 na Chr., kan dagzomend worden verwacht, op een diepte van circa 0.5 meter +NAP. 8 De top van de oudere (oever-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, die zijn afgezet in de periode van circa 600 - 0 voor Chr., kan worden verwacht op een diepte van circa 1.0 meter beneden het maaiveld (circa 0.5 meter –NAP). 9 De top van de bovenste horizont van de Afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, die is ontstaan in de periode van circa 1200 - 500 voor Chr., kan worden verwacht op een diepte van circa 2.5 meter beneden het maaiveld (circa 2.0 meter –NAP).

10 De top van de oudere (oever-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, die zijn afgezet in de periode van circa 1800 - 1200 voor Chr., kan worden verwacht op een diepte van circa 3.0 meter beneden het maaiveld (circa 2.5 meter –NAP). 11 De top van de tweede horizont van de Afzettingen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket, die is ontstaan in de periode van circa 2400 - 1800 voor Chr., kan worden verwacht op een diepte van circa 4.0 meter beneden het maaiveld (circa 3.5 meter –NAP). 12 De top van de jongste Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer - Laagcomplex van Delfland, die dateren uit de periode van circa 2800 - 2400 voor Chr. kan worden verwacht op een diepte van circa 4.5 - 5.0 meter beneden het maaiveld (circa 4.0 - 4.5 meter –NAP). 13 De top van de Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort - strandzandafzettingen van de Laag van Rijswijk, die is afgezet in de periode van circa 4000 - 3000 voor Chr., kan worden verwacht op een diepte van 5.5 - 6.0 meter beneden het maaiveld (circa 5.0 - 5.5 meter –NAP). 14 De top van de oudere Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer - Laagcomplex van Delfland, die dateren uit de periode van circa 5500 - 4000 voor Chr.

kan worden verwacht op een diepte van circa 13 meter beneden het maaiveld (circa 12.5 meter –NAP). 15 De top van de nog oudere Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer - Laagcomplex van Delfland, die dateren uit de periode van circa 7000 - 5500 voor Chr. kan worden verwacht op een diepte van circa 15 meter beneden het maaiveld (circa 14.5 meter –NAP). 16 De top van de Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye kan worden verwacht op een diepte van circa 19 meter beneden het maaiveld (circa 18.5 meter –NAP).

7

De door De Mulder et al. (2003) voorgestelde nomenclatuur en de door de Gemeente Westland gehanteerde regionale nomenclatuur (De Vos e.a., 2017) zijn feitelijk niet geschikt om de hier aanwezige bodemopbouw adequaat en in voldoende detail te beschrijven. In de meer gedetailleerde - en toch bondigere - klassieke nomenclatuur betreft dit een bodemopbouw met Afzettingen van Duinkerke IIIa, op Afzettingen van Duinkerke I, op Hollandveen, op Afzettingen van Duinkerke 0, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais IV, op Oude Duin- en Strandzanden, op Afzettingen van Calais II, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais I, op Basisveen, op Afzettingen van Kreftenheye (zie Afbeelding 6). 8 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (kom-) Afzettingen van Duinkerke IIIa. 9 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (oever-) Afzettingen van Duinkerke I. 10 In de klassieke nomenclatuur betreft dit het Hollandveen. 11 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (oever-) Afzettingen van Duinkerke 0. 12 In de klassieke nomenclatuur betreft dit het Hollandveen. 13 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (kom-) Afzettingen van Calais IV. 14 In de klassieke nomenclatuur betreft dit Oude Duin- en Strandafzettingen. 15 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (kom-) Afzettingen van Calais II. 16 In de klassieke nomenclatuur betreft dit (kom-) Afzettingen van Calais II. 11

Afbeelding 6. Een uitsnede van Profiellijn D - D’ Deze west - oost georiënteerde profiellijn (van links naar rechts) betreft een dwarsdoorsnede, op een afstand van circa 2.5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. De met het plangebied vergelijkbare bodenopbouw is gemarkeerd met een rode lijn. Bron: Hageman, 1975. Horizontale schaal 1: 50.000, verticale schaal 1: 500.

Afbeelding 7. De ligging van het plangebied (gemarkeerd met een zwarte stip), geprojecteerd op de Paleogeografische Kaart voor de periode van 500 voor Chr., met de locatie van archeologische vindplaatsen (gemarkeerd met een rode stip en genummerd). Bron: Vos e.a., 2017.

12

Afbeelding 8. De ligging van het plangebied (gemarkeerd met een zwarte stip), geprojecteerd op de Paleogeografische Kaart voor de periode van 225 voor Chr., met de locatie van archeologische vindplaatsen (gemarkeerd met een rode stip en genummerd). Bron: Vos e.a., 2017.

Afbeelding 9. De ligging van het plangebied (gemarkeerd met een zwarte stip), geprojecteerd op de Paleogeografische Kaart voor de periode van 100 na Chr., met de locatie van archeologische vindplaatsen (gemarkeerd met een rode stip en genummerd). Bron: Vos e.a., 2017.

13

Op de Geologische kaart van het Westland-Delfland gebied wordt ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied een lichtgroene zone weergegeven, aangeduid als 'eenheid 1’ (zie Afbeelding 10). 17 Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van deze zone een bodemopbouw kan worden verwacht met mariene kleiafzettingen van het Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland, op Hollandveen, op mariene getijdenafzettingen van het Laagcomplex van Delfland/ Laagpakket van Wormer. 18 De top van de zandafzettingen van het Laagcomplex van Delfland/ strandzandafzettingen van de Laag van Rijswijk liggen hier dieper dan 5 meter beneden het maaiveld. Ter plaatse van het zuidwestelijk deel van het plangebied wordt een groene zone weergegeven, die is aangeduid als 'eenheid 2’. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van deze zone een bodemopbouw kan worden verwacht met Afzettingen van het Laagcomplex van Westland, op Hollandveen, op Afzettingen van het Laagcomplex van Delfland/ Laag van Rijswijk. 19 De top van de zandafzettingen van het Laagcomplex van Delfland/ Laag van Rijswijk liggen hier minder diep dan 5 meter beneden het maaiveld. Direct ten noorden van het plangebied wordt een roze zone weergegeven, die is aangeduid als 'eenheid 8’.

Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van deze zone een bodemopbouw kan worden verwacht met Afzettingen van het Laagcomplex van Westland. Deze afzettingen zijn hier diep ingesneden in de onderliggende afzettingen.

Afbeelding 10. De ligging van het plangebied (rood omkaderd) en de locaties van de in het DINO-loket gearchiveerde boringen (gemarkeerd met een rode driehoek en genummerd), geprojecteerd op een uitsnede van de Geologische Kaart van het Westland-Delfland gebied. De roze gemarkeerde zone betreft de voormalige hoofdgeul van de Gantel, die hier in ieder geval actief is geweest in de periode van circa 1800 - 0 voor Chr. Bron: Vos e.a., 2017. Schaal 1: 10.000. 17

Vos, 2017 In de klassieke nomenclatuur betreft dit een bodemopbouw met Afzettingen van Duinkerke IIIa, op Afzettingen van Duinkerke I, op Hollandveen, op Afzettingen van Duinkerke 0, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais IV. Op basis van later booronderzoek kan worden geconcludeerd dat er ook sprake is geweest van een afzetting tijdens een latere actieve fase (Laag van Poeldijk/ Laagpakket van Walcheren/ Afzettingen van Duinkerke) 19 In de klassieke nomenclatuur betreft dit een bodemopbouw met Afzettingen van Duinkerke IIIa, op Afzettingen van Duinkerke I, op Hollandveen, op Afzettingen van Duinkerke 0, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais IV. 18

14

Op de Geomorfologische Kaart van Nederland (Wageningen University & Research/ Alterra) wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met de code ‘2M72H’ (zie Afbeelding 11). Dit betreft een relatief hooggelegen ‘vlakte van getij-afzettingen’ met een hoogte van 0.25 - 0.5 meter en een helling van minder dan 0.25°. Direct ten noorden van het plangebied wordt een zone weergegeven met de code ‘3B71’. Dit betreft de getij-inversierug van de Gantel, met een hoogte van 0.5 - 1.5 meter en een helling van 0.25 - 1.0°. Dergelijke inversieruggen zijn ontstaan doordat verzande of dichtgeslibde kreekbeddingen door de klink van het omliggende gebied steeds hoger in het landschap zijn komen liggen. 20

Afbeelding 11. De locatie van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Geomorfologische kaart van Nederland. Bron: WUR/ Alterra, 2021. Schaal 1: 10.000.

Op de Bodemkaart van Nederland (Alterra) wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met de code ‘EK19’ (zie Afbeelding 12). Dit betreft een zone met ‘Tuineerdgronden; lichte zavel, profielverloop 5, of 5 en 2, of 2’’. Op de Grondwaterkaart van BIS Nederland wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met Grondwatertrap IV, met een gemiddelde hoogste grondwaterstand op een diepte van 0.4 - 0.8 meter beneden het maaiveld en een gemiddelde laagste grondwaterstand op een diepte van 0.8 - 1.2 meter beneden het maaiveld. 21

20 21

https://legendageomorfologie.wur.nl, 2021 http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp 15

Afbeelding 12. De locatie van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland. Bron: Alterra, 2021. Schaal 1: 10.000.

In het DINO-loket (TNO-GDN) zijn de boorgegevens gearchiveerd van boringen die in het verleden zijn uitgevoerd. In het kader van het onderzoek zijn de gegevens geanalyseerd van 12 in het DINOloket gearchiveerde boringen, die in het verleden in de omgeving van het plangebied zijn uitgevoerd (zie Afbeelding 10 en Tabel 1). De ter plaatse van deze boringen aangetroffen bodemopbouw komt op hoofdlijnen overeen met de bodemopbouw die op basis van de Geologische Kaart van het WestlandDelfland gebied kon worden verwacht. Op basis van de analyse en de interpretatie van de boorgegevens kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van alle boringen een min of meer soortgelijke bodemopbouw is aangetroffen, bestaande uit (klei-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (dagzomend) al dan niet met inschakelingen van Hollandveen, op Strandafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort (top op een diepte van 1.6 - 5.5 meter beneden het maaiveld, 1.15 - 5.1 meter –NAP), op Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer, met inschakelingen van Hollandveen (top op een diepte van 2.0 - 8.7 meter beneden het maaiveld, 1.5 - 4.5 meter –NAP).

22 Voor wat betreft de Strandafzettingen (Laag van Rijswijk) is sprake van een grote variatie in de diepteligging en de dikte van dit pakket, waarbij ter plaatse van het plangebied een verhoogde rug aanwezig lijkt te zijn, die geleidelijk afloopt van zuidwest naar noordoost. Ter plaatse van deze zone kan de top van deze afzettingen worden aangetroffen op een diepte van 1.6 - 2.6 meter beneden het maaiveld (Boring nr. 1, 2, 8 en 9; zie Afbeelding 10). Ter plaatse van Boring nr. 6 en 9 werd op de Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren een kleiig zandpakket aangetroffen dat is geïnterpreteerd als Jonge Duinafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl (Laag van Den Haag).

22

In de nomenclatuur van Vos (2017) betreft dit: Afzettingen van het Laagcomplex van Westland, al dan niet met inschakelingen van Hollandveen, op Laag van Rijswijk, op Laagcomplex van Delfland/ Laagpakket van Wormer met inschakelingen van Hollandveen. 16

0

2.6 -2.3 4.8 -4.5

2 B37B3272 0.3 6.7

0

2.5 -2.2

3 B37B3294 0.5 6.7

0

4 B37B3295 0.4

6

0

2.9 -2.5 4.2 -3.8 5.2 -4.8 5.5 -5.1

5 B37B3303 0.9 5.7

0

3.7 -2.8 4.9

6 B37B0095 0.1 15 0

1

2.9 -2.8 4.5 -4.4

4.9 -4.8 8.75 -8.65

7 B37B2986 0.4 4.3

0

3.5 -3.11 3.7 -3.31

4.1 -3.71

8 B37B2989 0.2 2.2

0

1.6 -1.4

9 B37B2990 0.5 2.25 0

0.25

1.65 -1.15

10 B37B3254 0.4

5

0

11 B37B3255 0.5 3.8

0

12 B37B3253 0.7 6.25

0

NAWO NAWO NAP

HV HV NAP

NAWO NAP

NAWO

NAZA NAP

NAZA

HV HV NAP

NAWA NAWA NAP

NAWA NAP HV HV NAP

NASC NASC NAP NAWA

NAP-hoogte Totale diepte

Boring nr. DINO-loket nr.

1 B37B3271 0.3 5.7

4 -3.7 4.2 -3.9 4.6 -4.3 2 -1.5

-4

3.9 -3.49 4 -3.59

4.6 -4.19 3.15 -2.65

4.1 -3.42

0.68

4.3 -3.62

Tabel 1. De geraadpleegde in het DINO-loket gearchiveerde boringen, met de diepteligging van de top van de afzettingen in meters ten opzichte van het maaiveld en het NAP. N.B. De in het DINO-loket vermelde interpretaties dienen wel kritisch te worden geanalyseerd. Deze zijn niet altijd correct.

3.2 Archeologische gegevens Voor een overzicht van de reeds bestaande kennis ten aanzien van archeologische vindplaatsen ter plaatse - en in de omgeving - van het plangebied zijn onder meer de Archeologische Beleidskaart van de Gemeente Westland 23, de Cultuurhistorische Atlas van de Provincie Zuid-Holland 24 en het archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Archis3) geraadpleegd. Op de Archeologische Beleidskaart van de Gemeente Westland wordt ter plaatse van het grootste deel van het plangebied een zone weergegeven, die is aangeduid als ‘Verwachtingszone II’, met een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten uit de IJzertijd, de Romeinse Tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op de Cultuurhistorische Kaart (CHS) van de Provincie Zuid-Holland wordt ter plaatse van het plangebied een zone met dagzomende Jonge Duin- en Strandzanden weergegeven (Laagpakket van Den Haag). 25 Ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied wordt een zone weergegeven met stroomgordel- en geulafzettingen (Formatie van Echteld), op een diepte van 0 - 5 meter beneden het maaiveld.

Ter plaatse van het zuidelijk deel van het plangebied wordt een zone weergegeven met oude zee-afzettingen (Laagpakket van Westland) met inschakelingen van Hollandveen, op een diepte van 0 - 3 meter beneden het maaiveld, op strandzanden (Laag van Rijswijk), op een diepte van meer dan 3 meter benden het maaiveld. Aan de Formatie van Echteld, het Laagpakket van Westland en de Laag van Rijswijk is een hoge archeologische waarde toegekend. Ter plaatse van de Mariëndijk, de Kerkstraat en in het verlengde van de Karper wordt een poldergrens weergegeven met een 'redelijk hoge landschappelijke waarde'. De poldergrens in het verlengde van de Karper wordt aangeduid als verstoord. 23

Kerkhof, 2012 http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas; deze kaart is verouderd en niet accuraat. 25 http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas 24

17

Direct ten zuiden van het plangebied, wordt ter plaatse van beide zijden van de Kerkstraat een zone met een polderlint weergegeven. Het betreft bebouwing, die is ontstaan langs een ontginningsbasis. Van oorsprong betreft het op enige afstand van elkaar gelegen boerderijen op strookvormige kavels. Ten noorden van het plangebied wordt ter plaatse van de Gantel een waterweg/ kanaal/ vaart weergegeven, die dateert uit 1500 A.D. Op de kaart van Archis3 (het centrale archief voor de bekende archeologische vindplaatsen in Nederland) worden ter plaatse of in de directe omgeving van het plangebied geen archeologische monumenten weergegeven. Het meest dichtbijgelegen archeologisch monument ligt op een afstand van circa 650 meter ten noorden van het plangebied. Het betreft de resten van een Romeinse villa met een smederij (Toponiem: Poeldijk - Wateringseweg, Monument nr. 9.308).

Afbeelding 13. De ligging van de in Archis3 geregistreerde waarnemingen (gemarkeerd met een groene stip en genummerd), onderzoeksgebieden (oranje omkaderd en genummerd), ter plaatse en in de omgeving van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Archis3, 2020. Schaal 1: 15.000.

Op de kaart van Archis3 wordt ter plaatse van het plangebied een archeologisch onderzoeksgebied weergegeven (zie Afbeelding 13). Het betreft: - Zaakidentificatie nr. 2360204100, Onderzoekmelding nr.: 50851, Toponiem: Westland. Het betreft een onderdeel van het onderzoeksgebied van de Archeologische beleidskaart van de Gemeente Westland, die in 2012 door de Gemeente Delft is vervaardigd.26 In de directe omgeving van het plangebied zijn in het verleden geregistreerde archeologische onderzoeken uitgevoerd. Waar deze onderzoeken tot resultaten hebben geleid, is op de kaart van Archis3 een archeologische waarneming weergegeven (zie Afbeelding 13). Dit betreft, binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied: 26

Kerkhof, 2012 18

- Zaakidentificatie nr.: 2158150100, Onderzoekmelding nr. 22860, Waarneming nr. 417998, Toponiem: Holle Watering. Dit betreft een vondstmelding naar aanleiding van een in 2007 door het ADC uitgevoerd proefsleuvenonderzoek. Er werden twee intacte vegetatie-/ bodemniveaus aangetroffen, uit respectievelijk de Romeinse Tijd en de Nieuwe Tijd. Op basis van het niveau uit de Romeinse Tijd is geconcludeerd dat de Gantel in die tijd dusdanig was verland dat er een bodem kon ontstaan. Er werden geen resten uit de Romeinse Tijd aangetroffen. De resten uit de Nieuwe Tijd waren gerelateerd aan het gebruik van het land als akker (ploegsporen/ afrastering). Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. 27 - Zaakidentificatie nr.: 2789199100, Waarneming nr. 17321, Toponiem: Heulweg 61. Dit betreft een vondstmelding uit 1984 van twee cultuurlagen uit de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen. - Zaakidentificatie nr.: 2271583100, Onderzoekmelding nr. 38871, Waarneming nr. 430157, Toponiem: De Gouw. Dit betreft een vondstmelding naar aanleiding van een in 2010 door het ADC uitgevoerd proefsleuvenonderzoek. Er werd een Romeinse vindplaats uit de 2de eeuw na Chr. aangetroffen, die is geïnterpreteerd als een nederzetting of huisplaats welke was gelegen op een hoger gelegen kopje of rug in het landschap. Aan de noord- en oostkant van het plangebied lijkt dit ruggetje te zijn verspoeld.

De archeologische resten betroffen greppels, paalsporen, kuilen en een cultuurlaag. Het sporenniveau werd aangetroffen op een diepte van 1.0 - 1.5 meter beneden het maaiveld (0.6 - 1.0 meter –NAP). Voorafgaand aan het onderzoek werden archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd verwacht. Deze werden niet aangetroffen. Vervolgonderzoek werd noodzakelijk geacht.28 - Zaakidentificatie nr.: 2832313100, Waarneming nr. 24305. Dit betreft een vondstmelding van twee woonlagen uit de Romeinse Tijd die door de heer W. J. van Liere werden aangetroffen tijdens een bodemkartering in de jaren ’40 van de 20ste eeuw. In de woonlagen werd import en inheems aardewerk uit de Romeinse Tijd aangetroffen. In de bovenliggende horizonten werd aardewerk aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. - Zaakidentificatie nr.: 2832249100, Waarneming nr. 24291. Dit betreft een vondstmelding van een Romeinse vindplaats die werd aangetroffen door de heer W. J. van Liere tijdens een bodemkartering in de jaren ’40 van de 20ste eeuw. - Zaakidentificatie nr.: 2832305100, Waarneming nr. 24304. Dit betreft een vondstmelding van een vindplaats uit de Romeinse Tijd die werd aangetroffen door de heer W. J. van Liere tijdens een bodemkartering in de jaren ’40 van de 20ste eeuw. In verschillende profielputjes werd aardewerk aangetroffen uit de 2de eeuw na Chr.

waaronder Terra Sigillata, geverfd aardewerk en ruwwandig, gedraaid aardewerk. - Zaakidentificatie nr.: 2817678100/ 2821832100, Waarneming nr. 22053/ 22689, Toponiem: Verlengde Vogelaer. Dit betreft een vondstmelding naar aanleiding van een in 1991 uitgevoerd booronderzoek en een daarop volgende Archeologische Opgraving. Er werd een vindplaats aangetroffen met bewoningsresten uit de Midden Romeinse Tijd. - Zaakidentificatie nr.: 2832232100, Waarneming nr. 24289 en Zaakidentificatie nr.: 2832240100, Waarneming nr. 24290. Dit betreft vondstmeldingen m.b.t. een cultuurlaag uit de Romeinse Tijd, die werd aangetroffen tijdens een door de heer W. J. van Liere uitgevoerde bodemkartering in de jaren ’40 van de 20ste eeuw. - Zaakidentificatie nr.: 3105818100, Waarneming nr. 24358. Dit betreft een vondstmelding uit 1978 door de heer Van Paassen. Tijdens graafwerkzaamheden voor het aanleggen van een waterbassin werden archeologische sporen aangetroffen. Het betrof een cultuurlaag met inheems en import aardwerk uit de Romeinse Tijd. 27 28

Eimermann, 2007 Jezeer, 2011 19

Aan de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul is gevraagd of zij beschikten over aanvullende informatie. Voorzitter Chris Batist benadrukte het belang van de Romeinse weg tussen Leiden en Naaldwijk, die was gelegen ter plaatse van de huidige Heulweg, Kerkstraat en Middelbroekweg voor de ontwikkeling van de omgeving van het plangebied. Daarnaast benadrukte hij het belang van het ontstaan en de bedijking van de Gantel. Daarnaast wees hij op twee relevante artikelen van Batist over de boerderij De Wilde Zee en (nog in concept) over de Buurtschap De Driesprong, welke informatie is opgenomen in paragraaf 3.3. Aan de AWN, Afdeling 7 Den Haag en omstreken is gevraagd of zij beschikten over aanvullende informatie. De heer A. P. van den Band meldde dat de vereniging niet beschikt over aanvullende informatie m.b.t. archeologische vindplaatsen in (de directe omgeving van) het plangebied. 29

3.3 Historische gegevens 30 Na de Romeinse Tijd lijkt het Westland tussen de 3de en late 6de eeuw na Chr. grotendeels onbewoond te zijn geweest. Vanaf de 6de - 7de eeuw had de eerste bewoning plaats op de strandwallen zoals op de Haakwal langs de Maasoever en de duinen langs de kust. Deze eerste bewoningslocaties dienden als basis voor de ontginning van het gebied richting het oosten. Na de aanvankelijke ontginning werden de rivieroevers van onder andere de Gantel ontgonnen en breidden de ontginningen zich van daaruit verder uit in de richting van het binnenland. Bewoning vond plaats op het relatief hooggelegen veen. In 1134 A.D. vond een overstroming plaats. Het daarbij afgezette kleipakket (Afzettingen van Duinkerke II/ II/ Laag van Poeldijk) werd afgezet op de oude bewoningslocaties op de (oever-) Afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren - Laagcomplex van Westland (Afzettingen van Duinkerke I). Het land moest opnieuw worden ontgonnen. Om dit te bewerkstelligen werden dijken aangelegd langs de restgeul van de Gantel. Daarvoor is gebruikgemaakt van de in de ondergrond aanwezige strandwal (de noordelijke dijk) en de oeverwal van de Gantel (de zuidelijke dijk), voor de in 1170 A.D aangelegde Mariëndijk. 31 Daarnaast werden afwateringskanalen gegraven, zoals de Zweth. De bewoning was gesitueerd op huisterpen, die rond 1370 A.D.

werden verlaten omdat door inklinking van het land de terplocaties lager kwamen te liggen dan het geulsediment. De bewoning was daarna geconcentreerd ter plaatse van het hoger gelegen geulsediment (de stroomrug van de Gantel). Het plangebied is gelegen ten oosten van het einde van de Mariëndijk. Mogelijk dat het land ter plaatse van het plangebied ten tijde van de aanleg van de dijk van nature dusdanig hoog was gelegen dat het doortrekken van de dijk niet noodzakelijk werd geacht. In de 14de eeuw was het land ter plaatse van het noordelijke deel van het plangebied in bezit van de Abdij van Loosduinen. Daar waren toen ondermeer een boerderij, een barg en geboomte aanwezig. Deze abdij betrof een Cisterciënzer vrouwenklooster, dat werd gesticht door Floris IV van Holland en zijn vrouw Machteld in 1229 A.D. De abdij bloeide op door de vele donaties van Floris IV en zijn vrouw en bezat op het hoogtepunt ruim 900 morgen land (circa 765 hectare). De boerderij was tot april 1572 A.D. eigendom van de abdij, waarna de abdij vanwege de Reformatie werd verlaten. Vanaf 1582 A.D. werden alle kloostergoederen door de Staten van Holland verkocht/ verpacht en voorafgaand aan de verkoop/ pacht in kaart gebracht; zo ook de boerderij aan de Mariëndijk (zie Afbeelding 14). Op basis van de kaart van Floris Jacobsz.

uit 1575 - 1600 kan worden geconcludeerd dat het een erf betrof met een boerderij, een hooimijt en een boomgaard, welke in gebruik waren door Adriaen Willemsz. van der Salm (ook wel Adriaen d’Oude genoemd) en eigendom waren van het geestelijk kantoor Delft.

29

Schriftelijke reactie, d.d. 5 februari 2021. Voor de historische informatie is onder meer gebruik gemaakt van Kerkhof, 2012 en Wissing en Gemeente Westland, 2020 31 https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Leven%2Dmet%2DWater# 30

20

De percelen ten noorden van de boerderij waren eigendom van Jan Pouwels Vos de Hoogwerff. Zijn zoon Pouwels was getrouwd met Jaepgen, de dochter van Adriaen Willemsz. van der Salm, wat de gezamenlijke verkoop van de boerderij en het and vergemakkelijkte. Het geheel werd in 1608 A.D. verkocht aan Joost Jansz Vos de Hooghwerff, zoon van Jan Pouwels Vos. Daarnaast kocht Joost tevens het land ten zuiden van het boerderijerf en ten oosten van de Lytwegh, waardoor zijn land een groot deel van het huidig plangebied besloeg. Veel van het in de archieven genoemde ‘teelland’ werd in 1613 verkocht aan Hendrick Jansz. van Bueren, een koopman uit Den Haag. Het boerderijerf bleef in bezit van Joost Jansz., die het als zomerverblijf ging gebruiken. Joost Jansz. verkocht dit ‘zomerhuis’ in 1618 aan de Haagse oud-burgemeester Jacob Cornelisz. van Wouw (1546 - 1620), die de boerderij vernoemde naar zijn onderkomen in Den Haag dat ‘In de Wilde Zee’ heette (zie Afbeelding 15). Na het overlijden van Jacob werden zijn vrouw Marie van Surendael (overleed in 1632) en zoon Andries eigenaar. Andries bouwde de boerderij verder uit. Hij overleed in 1653. In 1656 werd het boerderijerf door de erfgenamen van Andries geveild. De boerderij en het erf kwamen in beheer van koopman Lodewijck Grave, zoon Willem Grave en zus Bavina Grave. Broer en zus knapten de boerderij en tuin flink op.

Bij de verkoop in 1686 werd gesproken van een ‘hofstede’. Deze hofstede was vervolgens in bezit van Barent van Manschot (1686 - 1726), Frank van Sweth (1726 - 1751, in welke periode de hofstede weer steeds meer het karakter van een boerderij kreeg), Jacobus van der Arend en zonen (1751 - 1825, toen de boerderij de naam ‘Broekzicht’ kreeg), Jan Franke Wessteijn en zoon (1825 - 1873) en drie generaties Van Staalduinen (1874 - 1966). De functie van de landerijen rondom de boerderij werd in de 20ste eeuw veranderd van weilanden naar tuinbouwpercelen. De boerderij verloor zijn primaire functie, verpauperde en raakte in verval. Begin jaren ’60 van de 20ste eeuw is geprobeerd om de boerderij op de monumentenlijst te plaatsen, maar voordat dit het geval was werd de boerderij in 1966 gesloopt. 32 In het kader van de analyse van de historische informatie zijn een kaart van Floris Jacobsz uit 1570 1600 33, een kaart van Kruikius uit de eerste helft van de 18de eeuw 34, de Kadastrale Kaart (Minuutplan) uit 1811 - 1832 (1819), de Kadastrale Hulpkaarten vanaf 1853 en de Topografische Kaarten uit de periode van 1850 - 2020 geraadpleegd. De eerste kaart waarop een deel van het plangebied is weergegeven betreft een kaart Floris Jacobsz.

uit het laatste kwart van de 16de eeuw, die was opgenomen in het kaartboek van de landen die eigendom waren van het Klooster van Loosduinen (zie Afbeelding 14). Op de kaart wordt een omgrachte boerderij met hooimijt weergegeven. De boerderij werd aan de zuidzijde begrensd door ‘Den merryen dyck’. Ten zuiden van de dijk liep een watergang die in verbinding stond met de gracht rondom de boerderij. Ten noorden van de boerderij lag een watergang die de gracht verbond met ‘Die Gantel’. De eerste kaart van de regio betreft de kaart van Kruikius uit de eerste helft van de 18de eeuw (zie Afbeelding 15). Op die kaart wordt de omgrachte boerderij weergegeven. Deze boerderij had sinds circa 1618 de naam ‘de Wilde Zee’ gekregen. Waar het erf op de kaart van Floris Jacobsz. nog wordt weergegeven als een L-vormig perceel, wordt het perceel op de kaart van Kruikius weergegeven als rechthoekig. Aan de noordzijde van de boerderij wordt een watergang weergegeven, een ‘Voersloot’. Aan de zuidzijde van de boerderij wordt een pad weergegeven met de naam ‘Lyt Wegh’. De percelen ter plaatse van het plangebied behoorden tot het ‘Middelblok’. Op de Kadastrale Kaart (Minuutplan) uit 1811 -1832 (1819) wordt min of meer dezelfde situatie weergegeven als op de kaart van Kruikius (zie Afbeelding 16). Dit met uitzondering van het toegenomen aantal percelen.

Ter plaatse van het plangebied en de omgeving daarvan wordt een zone weergegeven die ‘Agter den dyk’ heette.

32

Batist, 2019 https://www.nationaalarchief.nl 34 https://mapy.mzk.cz/mzk03/001/047/855/2619269637 33

21

De boerderij De Wilde Zee was in bezit van de hovenier Johannes Franke Westijn uit Naaldwijk. Het betrof een erf met een huis en twee schuren (Perceel nr. 221), een tuin (Perceel nr. 218 en 219), een boomgaard (Perceel nr. 222) en bouwland (Perceel nr. 217, 220, 223 en 224). Het overige ter plaatse van het plangebied gelegen gebied was eigendom van de rentenier Evert Verbeek den Ouden uit Kwintsheul. Het betrof boomgaarden (Perceel nr. 164, 170, 172 t/m 176) en tuinen (Perceel nr. 163, 165, 168 en 169). Perceel nr. 155 (bouwland) was eigendom van de koopman Zacharius de Zwaan uit ’s-Gravenhage. Perceel nr. 171 (tuin) was eigendom van de erven van Arij van Ven.

Afbeelding 14. De kaart van Floris Jacobsz. uit 1575 - 1600, met de bebouwing, die toen was gelegen ter plaatse van het noordwestelijke deel van het plangebied. Bron: https://www.nationaalarchief.nl/, 2020.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=772c0118-ca32-484a-bd6b-9e1e04e3b07a