bestemmingsplan (21-0158117)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
VOGELAER 19 TE HONSELERSDIJK bestemmingsplan NL.IMRO. 1783.GTGWVOGELAER19pbp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ
;
J
- -v"M V*ijý1 í Tiìli '
*^
j
"V
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
9
2.1
Beleidskader
9
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
17
Hoofdstuk 3
Onderzoek
24
3.1
Milieueffectrapportage
24
3.2
Bedrijven en milieuzonering
24
3.3
Geluid
26
3.4
Luchtkwaliteit
30
3.5
Externe veiligheid
32
3.6
Water
36
3.7
Bodem
46
3.8
Ecologie
47
3.9
Cultuurhistorische aspecten
50
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
52
4.1
Planvorm
52
4.2
Bestemmingsregeling
54
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
56
5.1
Economische uitvoerbaarheid
56
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56
Regels Hoofdstuk 1
59 Inleidende regels
60
Artikel 1 Begrippen
60
Artikel 2 Wijze van meten
68
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
70
Artikel 3 Agrarisch-Glastuinbouw
70
Hoofdstuk 3
78
Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
78
Artikel 5 Algemene bouwregels
79
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
84
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
85
5
Artikel 8 Overige regels
Hoofdstuk 4
86
Overgangs- en slotregels
87
Artikel 9 Overgangsrecht
87
Artikel 10
88
Slotregel
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Vormvrije m.e.r. beoordeling Verkeerslawaai en luchtkwaliteit Notitie externe veiligheid Watertoets Notitie bodemkwaliteit Eco-effect scan Archeologisch bureauonderzoek
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
wegencategorisering en vaarwegen
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Op 24 oktober 2019 is een verzoek ingediend tot een herziening van het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied ten behoeve van de inpassing van een biologisch substraatbedrijf met een innovatiecentrum aan de Vogelaer 19-21 te Honselersdijk. Voorafgaand aan het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan is door initiatiefnemer op 13 november 2018 een Quick Scan glastuinbouw verzoek ingediend bij de gemeente. De gemeente heeft op 23 april 2019 initiatiefnemer laten weten dat de gemeente onder voorwaarden bereid is mee te werken aan de wijziging van het bestemmingsplan.
1.2 Ligging plangebied Het bestemmingsplan behelst de inpassing van een biologisch substraatbedrijf, met innovatiecentrum aan de Vogelaer 19-21 te Honselersdijk. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de volgende kadastrale percelen: * NWK, sectie A, nummer 3051; * NWK, sectie A, nummer 3052; « NWK, sectie A, nummer 3259; * NWK, sectie A, nummer 4396; * NWK, sectie A, nummer 4998; * NWK, sectie A, nummer 5078; * NWK, sectie A, nummer 5699.
Ai*
mm mmmŭ
İÜS!
güüĮË 'sŕŵžįŕ; -V'.
Uitsnede van het plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: * Glastuinbouwgebied Westland, zoals vastgesteld op 19 december 2012; » Paraplubestemmingsplan Parkeernormen, zoals vastgesteld op 20 februari 2018.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Vogelaer 19 te Honselersdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
8
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Westland 2025-Perspectief 2040 Na een periode van ongekende groei heeft de economische conjunctuur een ongewild moment van bezinning gebracht. Ambities en de realiteit van alledag sluiten niet meer op elkaar aan. Met dit besef stelt de gemeente haar structuurvisie op, in de wetenschap dat de rol van de overheid de komende jaren zal veranderen. De visie geeft een ruimtelijk toekomstperspectief, ons streven voor de langere termijn, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. In het perspectief 2040, dat in dialoog met de samenleving tot stand is gekomen, staan de ambities voor de toekomst van Westland. Hierin staan ook de kernwaarden die we als meetlat gebruiken bij toekomstige afwegingen of ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt of niet. We zetten zo eerst de stip op de horizon om aan te geven waar we naartoe willen. Op basis daarvan gaan we aan de slag met ruimtelijke ontwikkelingen die ons dichter bij het geschetste perspectief brengen. Met deze visie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) faciliteert Westland de gewenste ontwikkelingen en stelt het tegelijkertijd het ruimtelijk kader tot 2025, met het besef dat de uitwerking aan vele partijen is. Westland wil ontwikkelingen mogelijk maken en niet opleggen onder het adagium ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder'.
Deze visie gaat uit van participatie planologie, wat betekent dat de gemeente nadrukkelijk andere partijen uitnodigt en haar partners zoekt bij het verwezenlijken van een gedeelde ambitie. De visie is het beleidsbepalend document voor ruimtelijke ontwikkeling in Westland, waarmee duidelijkheid wordt verschaft aan ontwikkelende partijen en over de functionele invulling van gebieden. De structuurvisie biedt een juridische basis voor bovenplanse verevening en vormt de basis voor bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen in anterieure overeenkomsten met marktpartijen.
9
Westland
Verkeer- en vervoerbeleid In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn: « * * * * *
Aansluiting op het rijkswegennet verbeteren; Realiseren vlinderstructuur Westland; Mobiliteitsmanagement; Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen; Langzaam verkeer stimuleren; Ontsluiting kernen en glastuinbouwgebieden verbeteren.
De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele
10
explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.
Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * » * * * * *
in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam
11
In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.
De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: * Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; * De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; » Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; * Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: * *
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v. verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;
12
«
het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie
* * * *
aaa
a»a
ja
a- - B
* *
į#a# mab
a * i'
kit • BB I***'
,*aaa a#a* aaaa
ML u a aaa
MM
a a
Lié Aé B#B
■‘k 1
ft*
**
f aaaai a » a a. b b a a a a',
aaa
• Itl
ItM
at* a a*
■ at#
X B
«aaa*a İMI *B Mil lit a
4
B
B
a*
a
tlllM ■ lilt
taa* Man aaa
abb aaa
aaaa aaa
a»*
aaa
BWif—i
•■ M*» Mill ataaa* ■ Mill aaaa «•a
t
a
De ruimtelijke hoofdstructuur Programma ruimte De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.
13
RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR ONDERGROND
Programma Ruimte Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaart en de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte. Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie.
Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht.
14
De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven. * * * * * *
Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
GLASTUINBOUW De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal. Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging.
Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft. Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. 2.1.3.1
Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening
De beoogde ontwikkeling ligt in Glastuinbouwgebied, een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II van de verordening, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Het bestemmingsplan kan bij uitzondering een bedrijf toelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten, voor zover aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Deze uitzonderingsregel is opgenomen in artikel 6.15 van de verordening. Het bestemmingsplan kan bij uitzondering (door toepassing van de afwijking genoemd in artikel 6.15 lid 2 van de verordening) een bedrijf toelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten, voor zover: a.
de gronden zijn gelegen binnen het glastuinbouwgebied Westland-Oostland, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II; en
b.
aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de
15
bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt gebruikt gemaakt van deze afwijking. De ontwikkeling voldoet aan hetgeen gesteld is in artikel 6.15 lid 2 van de verordening. De gronden zijn gelegen in het glastuinbouwgebied Westland-Oostland. Tevens is aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Voor deze onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 2.2.2 Afweging van deze toelichting. 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): « het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland O Stedell|ke regio met tcpsectoren tb Malnport Schiphol
0 Mainporl Rotterdam
Brampcfi Zuidoost Nederland
Q Sreenpol
iiuidas Stad van internationaal recht, vrede en veiligheid
@
KSL .'ICE «tatlon
O
Overige iuďitnavin van nationaal balang
o
Zeehaven van nationaal belang
®
Binnenhaven van natenaai belang
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om
16
kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.5
Conclusie
Uit de voorgaande beleidskaders kan geconcludeerd worden dat de planvorming niet leidt tot strijdigheden met vigerend ruimtelijk beleid van de gemeente, de provincie en het rijk.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Huidigesituatie
Het plangebied heeft een oppervlakte van 23.500m2. In het verleden had het plangebied verschillende eigenaren, welke het gebied op verschillende manieren gebruikte. Onderstaand een afbeelding van hoe het gebied in het verleden gebruikt werd. Naast het wit aangegeven gedeelte bevindt zich de bedrijfswoning behorende bij het bestaande bedrijf. Het geel aangegeven deel maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Mogelijk kan dit in de toekomst wel aangewend worden voor de bedrijfsvoering.
ňBBBĨññlì'ŝf jva-í^J
j-,
.
mm
ĮPļļţļļļļļpgļļyř f. f'
Het noordelijke deel van het plangebied maakte in het verleden onderdeel uit van een woonkavel. De woning is in 2018 gesloopt. Na de sloop van het perceel is dit perceel braak komen te liggen. Direct ten zuiden van het braakliggend perceel bevindt zich het bedrijfsperceel waarbij onder ander (buiten)opslag plaatsvindt. Het innovatiecentrum bevindt zich in de aanwezige kassen. Naast de bedrijfsruimte bevind zich de bedrijfswoning, welke behouden blijft. Direct ten zuiden daarvan bevinden zich enkele wateropslagtanks.
17
■in '^ü
A Ŷ
9^
KX
___ 2.2.2
Afweging
Op 13 november 2018 is een quick scan glastuinbouw ingediend voor de uitbreiding en inpassing van een biologisch substraatbedrijf met een innovatiecentrum. Het verzoek betrof een vergroting van de oppervlakte van het bedrijf, alsmede de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing van 1.300m2 naar 9.000m2
18
ĨSiĩSS.
—r-~
een weergave van de mogelijke ontwikkeling Het verzoek is voorgelegd aan het Voorbereidend Coördinatie Overleg (VCO). Deze heeft het verzoek behandeld in haar vergaderingen van 28 november 2018, 30 januari 2019, 20 februari en 13 maart 2019 Initiatiefnemer heeft zijn plannen in het VCO toegelicht. Zowel de Provincie als de gemeente hebben aangegeven dat er vormen van bedrijvigheid zijn in het glastuinbouwgebied die in beginsel niet passend zijn binnen de bestemming, maar om verschillende redenen onder voorwaarden (behorend tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel) na een zorgvuldige afweging toch toegelaten zouden kunnen worden in het glastuinbouwgebied. Bovendien zijn er bedrijven waarvan een fors deel van het bedrijfsoppervlakte bestaat uit glas, waarbij dit glas ook daadwerkelijk nodig is voor de teelt van gewassen, als onderdeel van de bedrijfsactiviteiten. Ook dergelijke bedrijven zouden onder voorwaarden toegelaten kunnen worden in het glastuinbouwgebied. Uitgangspunt daarbij is de vestigings- c.q. uitbreidingslocatie de ontwikkeling van de glastuinbouw niet in de weg mag liggen. Dit komt in de praktijk neer op percelen die qua ligging en omvang beperkingen kennen voor de glastuinbouw.
Initiatiefnemer heeft aangegeven dat de bedrijfsactiviteit, zijnde de productie van duurzame substraat in combinatie met het uitvoeren van teeltproeven en onderzoeksactiviteiten, een primaire en onmisbare schakel is in de keten van het glastuinbouwcluster. Initiatiefnemer heeft nu en in de toekomst ca 6.000 m2 als innovatiecentrum in gebruik voor de teelt en onderzoek van groente- en sierteeltgewassen op nieuwe groeibodem/substraten. Het betreft hier primaire teelt van gewassen onder glas, dat noodzakelijk is voor het bedrijf.
19
Het VCO heeft aan de hand van de door initiatiefnemer aangeleverde informatie en een locatiebezoek ter plaatse vastgesteld dat het bedrijf behoort tot de keten glastuinbouw en dat de (beoogde) activiteiten ter plaatse aan de Vogelaer een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de greenport. Daarnaast heeft het VCO vastgesteld dat het bedrijf nu ook glas in gebruik heeft als onderdeel van haar bedrijfsactiviteiten. Het VCO is positief ten aanzien van de inpassing/uitbreiding van biologisch substraatbedrijf met een innovatiecentrum binnen het glasareaal. Vervolgens heeft het VCO beoordeeld of de aangevraagde locatie aanvaardbaar is voor het bedrijf. Uitgangspunt is daarbij dat het bedrijf herstructurering van de glastuinbouw voor de primaire productie en teelt van gewassen niet mag frustreren. Vastgesteld is dat de gronden zijn gelegen tussen de Vogelaer en een watergang in het gebied. Direct daar achter staat een zeer courante kas met daarachter nog een watergang. In geval van herstructurering dient in elk geval een van deze watergangen vergraven worden. De eigenaar van de achtergelegen kas heeft aangegeven naar het VCO geen interesse te hebben in uitbreiding in de richting van de Vogelaer. Dit betekent dat ondanks dat het gebied objectief bezien nog in aanmerking komt voor herverkaveling c.q.
schaalvergroting er op de kavels die in eigendom zijn van initiatiefnemer naar alle waarschijnlijkheid de eerste 25 jaar geen herstructurering van de glastuinbouw plaats zal vinden. Het VCO is van mening dat een gewijzigd gebruik als gevraagd aanvaardbaar is voor een periode van 25 jaar. Het gehele bedrijf dient worden ingepast binnen de bestemming “Agrarisch-Glastuinbouw” en worden voorzien van een specifieke functie aanduiding die het gevraagde gebruik toestaat. 2.2.3
Nieuwe Situatie
Een deel van de opstallen zal worden gesloopt. Een aantal opstallen, waaronder het woonhuis (niet zijnde de bedrijfswoning) is al gesloopt. Op de percelen met de nummers 5699, 4998 en 3051 wordt een nieuw bedrijfsgebouw gerealiseerd. Voor de uitstraling wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de uitstraling van het glastuinbouwcomplex. De bestaande proefkassen ten behoeve van de teeltproeven en het laboratorium blijven in hun huidige vorm bestaan. De opstallen van het Hortiservice (zie onderstaande foto) worden gesloopt. Voor de substraatproductie wordt een nieuw bedrijfspand gebouwd, met een oppervlakte van 9.000m2. De uitstraling van dit gebouw zal aansluiten bij de uitstraling van de omliggende gebouwen. De bouwhoogte bedraagt 10 meter.
20
'
-įĥ
■-■y .Â
Initiatiefnemer is daarnaast voornemens het innovatiecentrum verder uit te breiden, met onder andere een productielocatie voor maatwerk substraten ten behoeve van kwekerijen in het Westland. Hiermee wordt een korte lijn gecreerd tussen maatwerk, ontwikkelingen van substraten en teeltproeven naar klant specifieke mengsels met zeer hoge kwaliteitseisen. In dit innovatiecentrum worden dus teeltproeven gedaan naar substraten voor de biologische teelt die in eigen beheer zijn ontwikkeld. Vanuit de wereldwijde 'no peat' lobby, waarbij het gebruik van natuurlijk veen wordt teruggedrongen is het namelijk belangrijk om voor de tuinbouw duurzame alternatieve substraten te ontwikkelen en produceren. Ten behoeve van de controle van substraten is op de locatie een laboratorium ingericht waarin alle relevante parameters worden geanalyseerd. De behoefte naar steeds hoogwaardigere biologische substraten bij kwekers is toegenomen. Op de huidige productielocatie van initiatiefnemers is de capaciteit voor deze ontwikkeling niet meer mogelijk. Daardoor, en vanwege de ligging van die locatie, wenst initiatiefnemer uit te wijken naar de huidige locatie.
21
-
2.2.4
Verkeer
Wettelijk kader In het paraplubestemmingsplan Parkeernormen is in artikel 3.1 als voorwaardelijke verplichting voor parkeren opgenomen dat bij nieuwe ontwikkelingen het gebruik van gronden en bouwwerken slechts is toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Met voldoende parkeergelegenheid wordt bedoeld de parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de geldende beleidsregel "parkeernormering gemeente Westland". Afwijking van de parkeernormering is mogelijk indien het voldoen aan de bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of er een bijzonder gemeentelijk belang mee gemoeid is, of op andere wijze dan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de beleidsregel "Parkeernormering gemeente Westland" of door de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de van toepassing zijnde parkeernormen of de aanwezigheidspercentages niet overeenkomen met de feitelijke situatie en kan worden volstaan met het realiseren van minder parkeergelegenheid. Het beleid ten aanzien van Verkeer en Vervoer is vastgelegd in het Westlands verkeers en vervoersplan.
In dit beleid is vastgelegd op welke wijze de bereikbaarheid en veiligheid worden verbeterd en de leefbaarheid wordt beschermd. In deel 2-2 wegencategorisering, bijlage 7.4 wordt nader ingegaan op de eisen ten aanzien van de uitweg. Deze eisen hebben betrekking op de bruikbaarheid van de weg, het doelmatig en veilig gebruik van de weg en de bescherming van de groenvoorzieningen in de gemeente. Parkeren Op grond van de geldende parkeernorm geldt voor glastuinbouw een parkeernorm van 4 parkeerplaatsen per hectare glastuinbouw. Op de locatie is al 4.000m2 glas (zijnde het innovatiecentrum) aanwezig. Dit zal worden uitgebreid met 8.410 m2 aan glas (het biologische substraatbedrijf). Op basis
22
van de norm voor glastuinbouw zijn minimaal 5 parkeerplaatsen benodigd. Binnen het innovatiecentrum en het biologische substraatbedrijf zijn meer dan 5 personen werkzaam. In de huidige situatie zijn, voor het innovatiecentrum, 35 parkeerplaatsen aanwezig. In de toekomstige situatie wordt voorzien in 55 parkeerplaatsen ten behoeve van personenwagens en 5 parkeerplaatsen ten behoeve van vrachtwagens. Hiermee wordt in voldoende ruimte voldaan aan de parkeernorm in het kader van de glastuinbouw en de parkeerbehoefte van het bedrijf.
3yÀv T Y
VTA"!-,
msm
Ontsluiting De locatie is gelegen aan de Vogelaer. De Vogelaer betreft een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximum snelheid van 60 kilometer per uur. In de huidige situatie wordt de locatie middels drie uitritten ontsloten. De drie bestaande uitritten zullen worden vervangen door een enkele brede uitrit van 15 meter.
23
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Milieueffectrapportage
3.1.1
Wettelijk kader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. 3.1.2
Onderzoek & conclusie
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De m.e.r.-beoordeling is toegevoegd in Bijlage 1 van deze toelichting. Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het project leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Er zijn richtafstanden tot een rustige woonwijk en tot een gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast de woningen komen andere functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Rondom het plangebied is er, gezien de inrichting van het gebied sprake van een gemengd gebied. De indicatieve richtafstanden (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) voor woningen in de twee de onderscheiden omgevingen bij verschillende bedrijfstypes (ingedeeld in milieucategorieen) zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
24
Cateqorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Rustiqe woonwijk en rustiq buitenqebied 10 30 50 100 200 300 500 700 1000 1500
Gemenqd qebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1000
Indicatieve afstand in meters tot omgevingstype (bron: VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering 2009") 3.2.2
Onderzoek
Omgeving op het plangebied De percelen in de nabijheid van het plangebied hebben voornamelijk de bestemming glastuinbouw. De dichtstbijzijnde bedrijfsbestemmingen betreffen een detailhandel in keukens en een constructiebedrijf. Voor deze bedrijven wordt de grootste richtafstand bepaald door het aspect geluid. De overige aspecten zijn in dit kader niet relevant. In de onderstaande tabel is een overzicht van de diverse bedrijfsactiviteiten, de categorie van het bedrijf uit de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering 2009", de richtafstand en de afstand tot het plangebied gegeven. Bestemminq i Omschrijvinq Bedrijf: detailhandel in keukens Bedrijf: constructiebedrijf Glastuinbouwbedrijven
Cateqorie 2 3.1 2
Richtafstand qemenqd qebied (m) 10 30 10
Afstand tot perceel (m) 360 500 10
Uit het bovenstaande volgt dat de afstand van het toekomstige perceel tot de nabijgelegen bedrijven gelijk of groter is dan de richtafstanden uit de VNG-publicatie. Met name het aspect geluid speelt hierbij een rol. De geluidsbelasting van de nabijgelegen bedrijven vormen geen belemmering voor het bedrijf. De wijziging van de bestemming levert ook geen belemmeringen op voor de nabijgelegen bedrijven. Plangebied op omgeving Het plangebied zal, naast de huidige glastuinbouwbestemming ook de maatfunctie biologisch substraatbedrijf met innovatiecentrum krijgen. Op grond van de indeling van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering 2009" betreft dit categorie 3.1. In de onderstaande tabel is de geplande activiteit ten opzichte van de dichtstbijzijnde woning in de omgeving opgenomen. Bestemminq ! Omschriivinq Maatbestemming : biologisch substraatbedrijf
Categorie 3.1
Richtafstand qemenqd qebied (m) 30
Afstand tot perceel (m) 15
Uit de tabel volgt dat de afstand van de toekomstige maatfunctie tot de dichtstbijzijnde woonpercelen kleiner is dan de richtafstand uit de VNG-publicatie. De afstand van de gevel van de woningen bedraagt 35 meter. Het betreffen de woningen Van Ockenburchlaan 4 en Vogelaer 30. Met name het aspect geluid speelt in dit kader een rol, de overige aspecten spelen in dit kader geen rol. De akoestisch relevante activiteiten vinden plaats op grotere afstand van de woningen. De woningen zijn gelegen ten noorden van de bedrijfsgebouwen. Daar bevinden zich voornamelijk de watersilo's. Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat door de afschermende werking van de nieuwe loods het berekende langetijdgemiddelde beoordelingsniveau in de toekomstige situatie lager is dan in de huidige situatie. De afstand tot de overige woningen bedraagt meer dan 100 meter. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat wordt voldaan aan de richtwaarden voor gemengd gebied, zoals opgenomen in de publicatie als ook aan de grenswaarden conform het activiteitenbesluit voor zowel het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau als ook het maximale geluidsniveau.
25
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen bestemmingsplan wijziging met maatfunctie levert geen belemmering op ten opzichte van de omliggende bedrijven en woonbebouwing. De nabijgelegen bedrijven vormen geen belemmering voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de toekomstige bestemming.
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader wegverkeerslawaai
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.3.2
Onderzoek wegverkeerslawaai
Op 5 februari 2020 heeft Peutz een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd voor het plangebied. De volledige onderzoekresultaten zijn opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Van der Knaap is gelegen aan de Vogelaer, een tweebaansweg gelegen in buitenstedelijk gebied met een zonebreedte van 250 meter. De wegverkeersgegevens van de Vogelaer voor het jaar 2020 en het jaar 2030 zijn aangeleverd door de Omgevingsdienst Haaglanden op 5 juli 2019. In onderstaande tabel zijn de aangeleverde wegverkeersgegevens gegeven. Wegverkeersgegevens Vogelaer (bron: Omgevingsdienst Haaglanden)
Wegvak
Vogelaer
Verkeersintensiteit 2020
Verkeersintensiteit 2030
Maximum snelheid
[mvt/etmaal]
[mvt/etmaal]
[km/uur]
8319
9701
60
Wegdekverharding
DAB
Voor de bedrijfsvoering doen vrachtwagens en personenwagens de inrichting aan. In de beoogde situatie neemt de verkeersintensiteit van en naar de inrichting toe. Op grote afstand wordt het verkeer van en naar de inrichting geacht opgenomen te zijn in het reeds heersende verkeersbeeld. Niet al het verkeer zal van dezelfde richting afkomstig zijn. Er wordt vanuit gegaan dat 500Zo van het wegverkeer van de N464 afkomstig is en 5007o van de N466. Op basis van de invoergegevens is de bijdrage ten gevolge van het wegverkeer van en naar de inrichting in de geluidbelasting van de omliggende woningen bepaald. In de onderstaande tabel staan de berekende geluidbelastingen weergegeven.
26
Geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer
Lu#™ [dB] (2020)
Lden [dB] (2030) ind. 5 dB aftrek
Toetspunt
Huidig
Beoogd
Huidig
Beoogd
Vogelaer 11
60
60
57
57
Gantellaan 12
45
34
42
31
VanOckenburglaan 4-6
56
53
52
50
Van Buerenlaan 21
46
57
43
44
De berekeningen zijn uitgevoerd voor de huidige en de beoogde situatie van Van der Knaap voor het jaar 2020 en het jaar 2030. Voor de toekomstige situatie (2030) zijn de waarden gegeven inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g Wgh, vanwege de verwachting dat in de toekomst het verkeer stiller zal zijn. In het onderzoeksrapport is een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten opgenomen. Uit het onderzoek volgt dat het wegverkeerslawaai na uitbreiding van Van der Knaap niet toeneemt. Ter hoogte van een aantal punten neemt de geluidbelasting af ten gevolge van de te realiseren afschermende gebouwen. 3.3.3
Conclusie wegverkeerslawaai
Geconcludeerd kan worden dat het aspect wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanwijziging in verband met de uitbreiding van Van der Knaap. 3.3.4
Wettelijk kader Industrielawaai
In het kader van een planologische afweging zal beoordeeld dienen te worden in hoeverre sprake is van goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot de te hanteren normstelling wordt in planologische procedures veelal aansluiting gezocht bij de richtlijnen zoals die worden aangegeven in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In voorliggende situatie kan conform opgave door de gemeente Westland uitgegaan worden van de richtwaarden behorend tot het gebiedstype 'gemengd gebied'. Voor de geluidbelasting van de inrichting bij woningen betekent dit een richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde, welke overeenkomt met de standaardgrenswaarde conform het Activiteitenbesluit. Maximaal is voor 'gemengd gebied' een geluidbelasting toelaatbaar van 55 dB(A) etmaalwaarde. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus zal in eerste instantie worden getoetst aan de richtwaarden an 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Voor wat betreft de maximale geluidniveaus vanwege aan- en afrijdend verkeer kan zo nodig beargumenteerd afgeweken worden van deze richtwaarden. Geluid vanwege verkeer van en naar de inrichting kan beoordeeld worden aan de hand van de circulaire 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' d.d.
29 februari 1996 van het voormalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ('schrikkelcirculaire'). In de schrikkelcirculaire wordt geadviseerd gebruik te maken van een bandbreedte tussen de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximale grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde, teneinde de maximaal toelaatbare geluidbelasting bij woningen vast te stellen. Deze bandbreedte wordt eveneens gehanteerd in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. 3.3.5
Onderzoek industrielawaai
De activiteiten van Van der Knaap vallen onder het Activiteitenbesluit en de onderliggende Activiteitenregeling (type B - bedrijf). De belangrijkste geluidvoorschriften voor type B
27
bedrijven ten aanzien van geluid naar de omgeving zijn opgenomen in lid 1 van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit: Artikel 2.17 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lm,lt) en het maximale geluidniveau (ĹAmaJ veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en /osactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddelijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden:
Tabel 2.17a 07:00- 19:00 uur
19:00-23:00 uur
S0dB(A)
45 dB{A)
40dB{A)
35dB(A)
30dB(A)
25dB(A)
Í*,íf op de gevel van gevoelige gebouwen
in In-en aanpandige gevoelige gebouwen Ljunet op de gevel van gevoelige gebouwen in- en aanpandige gevoelige gebouwen
b.
70dB(A)
65dB(A)
60dB(A)
55 dB(A)
50dBIAÌ
45dB(A)
De in de periode tussen 07:00 en 19:00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidniveaus
c.
23:00 - 07:00 uur
niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
de in de tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen;
Transport binnen de inrichting Aan- en afvoer van goederen vindt in de huidige situatie met 6 en in de beoogde situatie met 29 vrachtwagens (LWR = 100 dB(A) voor een langzaam rijdende vrachtwagen) in de dagperiode (tussen 07:00 uur en 19:00 uur) plaats. Voor de bedrijfsvoering doen in de huidige situatie 40 en in de beoogde situatie 46 personenwagens (Lwr = 91 dB(A)) gedurende de dagperiode de inrichting aan. Op het terrein van Van der Knaap wordt gereden met een snelheid van circa 15 km/uur. De maximale geluidniveaus ten gevolge van de voertuigen worden veroorzaakt door het dichtslaan van portieren, het ontluchten van de remmen en het optrekken van de vrachtwagen. Verkeersgegevens binnen de inrichting (aantallen)
Omschrijving
Huidige aantallen
Aantallen beoogd
Geluidvermogen
Maximaal geluidniveau
[mvt/etmaal]
[mvt/etmaal]
LwJdB(A)]
Lwtmu [dB(A]]
Vrachtwagens
6
29
100
110
Personenwagens
40
46
91
100
Laden en lossen huidige situatie Het laden en lossen op het terrein van Van der Knaap vindt in de huidige situatie plaats bij de opslaglocatie en duurt gemiddeld 20 minuten per vrachtwagen. Dit betreft 6 vrachtwagens in de dagperiode. Hiermee bedraagt de totale bedrijfsduur van het laden en lossen gemiddeld 120 minuten in de dagperiode. Het geluidvermogen voor het laden en lossen van de vrachtwagen bedraagt gemiddeld 85 dB(A) van standaard laadbakken (gebaseerd op vergelijkbare praktijksituaties elders). Laden en lossen beoogde situatie Het laden en lossen binnen Van der Knaap vindt plaats bij de overdekte loaddock en duurt gemiddeld 20 minuten per vrachtwagen. Dit betreft 29 vrachtwagens gedurende de dagperiode. Hiermee bedraagt de totale bedrijfsduur gemiddeld 580 minuten in de dagperiode. Het geluidvermogen voor het laden en lossen van de vrachtwagen bedraagt gemiddeld 85 dB(A) van standaard laadbakken. Sommige vrachtwagens worden binnen in de nieuwe loods gelost. Voor de worst-case situatie is uitgegaan van het uitpandig laden en lossen van alle voertuigen. Materieel Voor de bedrijfsvoering van Van der Knaap wordt in de huidige situatie gebruikgemaakt van een shovel en een heftruck. De shovel (LWR = 102 dB(A)) en de heftruck (LWR = 96 dB(A)) zijn
28
gedurende maximaal 8 uur in de dagperiode in gebruik. In de beoogde situatie wordt inpandig ook gebruikgemaakt van pompen en opvoerbanden. Op basis van ervaringsgegevens is uitgegaan van een equivalent nagalmniveau van 75 dB(A). Uitgegaan is van een standaard gevel- en dakopbouw met een gemiddelde geluidisolatie (Rgem (125 - 2000 hz) = 26 dB(A)). In de avond- en nachtperiode wordt het materieel in beide situaties niet gebruikt. Modelvorming Bij de berekeningen is uitgegaan van de Handleiding. In dit geval is voor de berekeningen gebruik gemaakt van de volgende in de Handleiding vermelde methoden: - methode II.2: geconcentreerde bronnen; - methode II.7: geluiduitstraling door gebouwen; - methode II.8: berekeningen van de overdracht. De berekeningen zijn uitgevoerd voor octaafbanden met middenfrequentie van 63 tot en met 8000 Hz. Gezien de relatief grote A-weging voor de 31 Hz octaafband en de geluidproductie van de geluidbronnen van de inrichting in deze octaafband zijn de geluidbijdragen in de omgeving in deze octaafband niet relevant. De 31 Hz octaafband is daarom bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Voor de modellering is gebruikgemaakt van Geomilieu software versie v5.10 (2019). De bodemfactor is vanwege de harde ondergrond en de omliggende kassen gemodelleerd op 0,0.
De geluidbelasting is berekend ter plaatsen van de toetspunten voor de dagperiode op een hoogte van 1,5 m. In de avond- en nachtperiode vinden geen werkzaamheden plaats binnen Van der Knaap (huidig en beoogd). Rekenresultaten Met behulp van het akoestisch rekenmodel is de geluidbelasting van de huidige en de beoogde situatie van Van der Knaap in de omgeving berekend. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus op de rekenposities. Rekenresultaten huidige en beoogde situatie industrielawaai
Huidig Toetspunt
dag
Lr.Lr[dB(A)]
Beoogd
Huidig
Beoogd
dag Lat.li [dB(A)]
dagU»[dB(A)]
dag L#m, [dB(A)]
Vogelaer 11
36
38
52
53
Gantellaan 12J
26
25
42
32
Van Ockenburglaan 4-62
46
28
55
36
Van Buerenlaan 21
38
39
48
48
3.3.6
Conclusie industrielawaai
Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat bij de nabijgelegen woningen in de omgeving van Van der Knaap wordt voldaan aan de richtwaarden voor 'gemengd gebied' zoals opgenomen in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Eveneens worden de grenswaarden conform het Activiteitenbesluit van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode niet overschreden. De richtwaarden van de VNG publicatie voor de maximale geluidniveaus in de dag-, avonden nachtperiode van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) worden niet overschreden. Dit geldt eveneens voor de grenswaarden in de dag-, avond- en nachtperiode van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Het aspect industriegeluid vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging in verband met de uitbreiding van Van der Knaap.
29
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irP
2010 t/m 2014 vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP 40 ìg/irP
24-uurgemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * * *
« *
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: *
een project heeft een effect van minder dan 10Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
30
3.4.2
Onderzoek
Op 5 februari 2020 heeft Peutz een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd voor het plangebied. De volledige onderzoekresultaten zijn opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Om goederen binnen Van der Knaap te verplaatsen wordt in de beoogde situatie gebruikgemaakt van een shovel, een heftruck, pompen en opvoerbanden. In de huidige situatie wordt gebruikgemaakt van een shovel en een heftruck. De pompen en opvoerbanden zijn elektrisch aangedreven. De emissies door het gebruik van materieel zijn gegeven in onderstaande tabel. Materieel omschrijving
Vermogen [kW]
Emissie NO, [kg/uur]
Emissie PM„ [kg/uur]
Bedrijfstijd [uur/jaar]
Heftruck
35
0,14
0,007
2086
Shovel
90
0,36
0,018
2086
Volledigheidshalve is ook het verkeer rijdend op de openbare weg van en naar de inrichting op korte afstand meegenomen. Op grote afstand wordt het verkeer van en naar de inrichting geacht opgenomen te zijn in het reeds heersende verkeersbeeld. Niet al het verkeer zal van dezelfde richting afkomstig zijn. Er wordt van uitgegaan dat 5007o van het verkeer afkomstig is van de N464 en 5007o van de N466. De achtergrondconcentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 ter hoogte van de diverse woningen zijn opgenomen in de onderstaande tabel (2020). De achtergrondconcentraties zijn gebaseerd op de GCN-kaarten van het RIVM met als basis voor de gegevens het jaar 2020. NOj
PM„
Jaargemiddelde
Overschrijdingen per
Jaargemiddelde
PM„
Overschrijdingen per Jaargemiddelde
[jig/m3]
jaar (uurgemiddelde)
[lig/m3]
jaar(daggemlddelde)
01
Vogelaer 11
19,3
0
18,1
6
10,6
02
Gantellaan 12
19,3
0
18,1
6
10,6
03
Van Ockenburg laan 4-6
19,3
0
18,1
6
10,6
04
Van Bueienlaan 21
19,3
0
18,1
6
10,6
Naam Omschrijving
Ipg/mì
In de onderstaande tabellen is een overzicht gegeven van de optredende concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in 2020 en 2030 voor de huidige situatie van Van der Knaap. Tussen haakjes is de bijdrage van Van der Knaap gegeven. Indien een overschrijding van de grenswaarde optreedt, is het resultaat in de tabel vet weergegeven. Optredende concentraties in 2020, huidige situatie