Agendabundel
Tekst van het document
Interview H10 Inkoopbureau, 11 juni 2019 Website Binnenlands Bestuur, ‘Raadsleden missen greep op jeugdzorg’, https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/raadsleden-missen-greep-op-jeugdzorg.9571112.lynkx, bezocht op: 4 oktober 2019. 6 ‘Advies decentrale taak is politieke zaak’, Raad van Openbaar bestuur, 13 februari 2020, p. 38. 7 ‘Advies decentrale taak is politieke zaak’, Raad van Openbaar bestuur, 13 februari 2020, p. 74. 5
2
tussen inkomsten en uitgaven niet houdbaar is.8 Naar aanleiding van dit onderzoek is de VNG met het kabinet in gesprek getreden, maar dit heeft tot op heden nog niet tot extra, structurele middelen geleid.9
Figuur 1 Landelijke kosten en budget voor jeugdzorg tussen 2015-2019. De kosten zijn uitgesplitst in de kosten voor individuele voorzieningen, en de meerkosten voor toegang en voorliggend veld . Uit ‘Stelsel in groei, Een
onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’, AEF, 15 december 2020, p. 12.
Onderzoeksvraag Hebben de gemeenteraden voldoende zicht op de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg? Met dit onderzoek richten de rekenkamer(commissie)s zich op de toegenomen uitgaven voor de jeugdzorg. Daarbij bieden wij inzicht in waar binnen de jeugdzorg, sinds de decentralisaties in 2015, de grootste toenames van de uitgaven voor de H10-gemeenten hebben plaatsgevonden. Tevens is in kaart gebracht welke voortgangsinformatie de colleges aan de gemeenteraden verstrekken en is beoordeeld in hoeverre de gemeenteraden met de beschikbare voortgangsinformatie inzicht hebben op de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg. Deelvragen: 1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10-gemeenten? 2. In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg?
‘Stelsel in groei, Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’, AEF, 15 december 2020, p. 8-9 en 11. 9 ‘VNG roept arbitrage in voor oplossing tekorten jeugdzorg’, VNG, https://vng.nl/nieuws/vng-roept-arbitragein-voor-oplossing-tekorten-jeugdzorg, bezocht op: 23 maart 2021. 8
2
Aanpak In onderstaande figuur is schematisch weergegeven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
Figuur 2 Schematische weergave van de uitvoering van het onderzoek.
Deelvraag 1: analyse van de kostenstijging Om de eerste deelvraag over de kostenstijging te beantwoorden, is onderzoek gedaan naar de centraal ingekochte jeugdzorg en de overige gemeentelijke kosten. Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (Servicebureau) organiseert de centraal ingekochte jeugdzorg. Van deze ingekochte jeugdzorg houdt het Servicebureau een registratie bij in zogenoemde bouwblokken. Hierin staat per toegekende declaratie onder andere de zorgaanbieder, de hoeveelheid zorg en het toegekende bedrag en de gemeente waar de jeugdige woont. Om een eerste beeld te scheppen van de oorzaken van de kostenstijging, is aan de hand van deze bouwblokken gekeken naar de ontwikkeling van: 1. het aantal unieke jeugdigen; 2. het aantal uur gedeclareerde zorg per jeugdige; 3. de gemiddelde kosten per uur geleverde zorg; Wanneer je deze drie kengetallen per jaar berekent en met elkaar vermenigvuldigt, krijg je de totale kosten voor de ingekochte jeugdhulp voor dat jaar. De ingekochte jeugdzorg kent een grote diversiteit, zowel in de verschillende productcategorieën en producten, de duur, de intensiteit, het tarief en het aantal unieke jeugdigen.
Daarom is de analyse aan de hand van de kengetallen niet alleen gedaan voor alle producten samen, maar ook voor de verschillende productcategorie en voor 10 afzonderlijke producten uit deze productcategorieën die het meest hebben bijgedragen aan de totale kostenstijging. 2
Gekeken is naar de via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg. Voor de overige gemeentelijke kosten (o.a. Persoonsgebonden budget en wijkteams) hebben de rekenkamers een informatie-uitvraag gedaan bij de afzonderlijke gemeenten. Deze gegevens zijn verzameld en gezamenlijk geanalyseerd. Voor de analyse van zowel de centraal ingekochte jeugdzorg als de overige gemeentelijke kosten is 2015 als basisjaar genomen: alle volgende jaren zijn met 2015 vergeleken.10 Het onderzoek naar de eerste deelvraag is, onder begeleiding van een klankbordgroep, uitgevoerd door de Rekenkamer Den Haag.
Deelvraag 2: analyse van de informatievoorziening aan de gemeenteraad Het onderzoek naar de tweede deelvraag over de informatievoorziening aan de afzonderlijke gemeenteraden is gedaan door de afzonderlijke rekenkamer(commissie)s. De rekenkamercommissie Westland heeft een analyse gemaakt van de voor de gemeenteraad beschikbare voortgangsinformatie, met als doel om vast te stellen of de gemeenteraad hiermee inzicht heeft in de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg. Hiertoe zijn de agenda’s van de raadscommissie MO en de gemeenteraad in de jaren 2015 t/m 2019 geanalyseerd op rapportages of raadsinformatiebrieven welke inzicht gaven in het verloop van de jeugdhulp. Daarbij zijn ook de reguliere planning & control-producten beoordeeld. Om een oordeel te geven over kwaliteit van de informatievoorziening is gebruik gemaakt van een gezamenlijk door de H10-rekenkamers en rekenkamercommissies vastgesteld normenkader. Dit kader is opgenomen in bijlage 2.
10
In gevallen waar de waarde in 2015 heel laag of juist heel hoog was, leidt dit bij een vergelijking met opvolgende jaren mogelijk tot grote procentuele verschillen: hoewel een stijging van 1 persoon in 2015 naar 10 in 2019 in absolute zin niet zo groot is, is dit een procentuele stijging van 900%. In het feitenrapport is dit zoveel mogelijk geduid.
2
Deelvraag 1: belangrijkste oorzaken van de kostenstijging Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10 gemeenten? De via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg draagt het meest bij aan de kostenstijging. De kosten voor jeugdzorg bestaan uit de via het Servicebureau ingekochte jeugdzorg en overige gemeentelijke kosten. De totale kosten van de jeugdzorg zijn in de periode 2015 tot 2019 gestegen van ruim € 189 miljoen naar ruim € 298 miljoen euro per jaar. Dit is een stijging van ruim € 109 miljoen euro. De centraal ingekochte jeugdzorg heeft hier met 80% van de totale kostenstijging het meest aan bijgedragen. De overige kosten voor jeugdzorg zijn ook gestegen, maar minder dan die van de centraal ingekochte jeugdzorg. Dat blijkt uit een vergelijking van deze kosten die te vinden is in het feitenrapport in paragraaf 3.2. Verdeling in de jeugdzorguitgaven. In onderstaande figuur is de ontwikkeling van de verschillende kosten grafisch weergegeven.
Figuur 3 Ontwikkeling van de kosten die via het Servicebureau H10 zijn ingekocht, de Overige gemeentelijke kosten en de PGB-kosten voor de gehele H10.
Vier productcategorieën zijn verantwoordelijk voor 93% van de kostenstijging van de via het Servicebureau ingekochte jeugdzorg
2
De totale kosten van de jeugdzorg zijn in de periode 2015 tot 2019 gestegen van € 215 miljoen naar ruim € 300 miljoen euro per jaar. Dit is een stijging van ruim € 85 miljoen euro. Vier productcategorieën zijn voor 93% verantwoordelijk voor deze kostenstijging: 1. 2. 3. 4.
Jeugdhulp Ambulant met 38,4% Jeugd GGZ met 26,1% Dagbehandeling met 16,5% Jeugdhulp verblijf inclusief behandeling met 12,3%
Dit blijkt uit een analyse van de inkoopdata van het Servicebureau H10 en de door de gemeenten aangeleverde overige jeugdzorgkosten. Dit is nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. Deze analyse is te vinden in 2.3.2 Kostenontwikkeling naar zorgvorm van het feitenrapport.
Binnen de vier productcategorieën zijn 10 producten verantwoordelijk voor 61% van de totale kostenstijging De totale kosten van deze 10 producten stegen met ruim € 55 mln.11. In onderstaande tabel zijn deze producten opgenomen12.
Product
Kostenstijging
Aandeel totale kostenstijging
€10.674.232
11.78%
€7.001.963
7.73%
€6.956.774 €6.687.812 €6.116.274
7.68% 7.38% 6.75%
€4.408.770
4.87%
€3.770.480 €3.472.327
4.16% 3.83%
€3.101.489
3.42%
€2.866.017
3.16%
€55.056.137
60.75%
45C05 Individuele begeleiding middel 41A03 Dagbehandeling product 45A7 Specialistische jeugdhulp 54002 Specialistische GGZ 43A09 Pleegzorg 45C02 Individuele begeleiding licht 54001 Basis Jeugd-GGZ 41A24 Dagbesteding Zwaar 43A12 JeugdzorgPlus: inspanningsgericht 43C04 VF7 Behandelgroep zwaar Totaal
Tabel 1 De top 10 producten die binnen de vier productcategorieën Jeugd GGZ, Jeugdhulp Ambulant Dagbehandeling en Jeugdhulp verblijf inclusief behandeling verantwoordelijk zijn voor de grootste kostenstijging.
Het product Individuele begeleiding middel is verantwoordelijk voor ruim 11% van de kostenstijging De kosten zijn gestegen van €3 miljoen in 2015 naar €13,7 miljoen in 2019. Daarmee is dit het product dat het meeste bijdraagt aan de totale kostenstijging. 13 14
11
Dit is wederom nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. 12 Dit blijkt uit de analyse die te vinden is in paragraaf 1.1.1 van onderzoeksdeel I. 2
De stijging van de gemiddelde kosten per uur geleverde zorg is op het niveau van de gehele H10 de belangrijkste verklaring voor de kostenstijging
Dit geldt ook voor de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten en Zoetermeer. In de gemeenten Rijswijk, Wassenaar en Westland is een stijging van het aantal unieke jeugdigen de belangrijkste verklaring voor de kostentoename. In de gemeente Midden-Delfland levert een toename van het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige de belangrijkste bijdrage aan de kostenstijging.
13
Dit is wederom nadat de data is gefilterd op declaraties die op een tijdsduur zijn gedeclareerd, zoals per uur, dagdeel of etmaal. 14 Dit blijkt uit de analyse die te vinden is in paragraaf 1.1.1 van onderzoeksdeel I.
2
Opvallend is dat in 6 gemeenten het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige is afgenomen en daarmee een remmend effect heeft gehad op de kostenstijging. Dit geldt voor de gemeenten Delft, Den Haag, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer. In de overige gemeenten heeft het gemiddeld aantal uur zorg per jeugdige wél bijgedragen aan de kostenstijging. Dit geldt voor de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Voorschoten en Westland. Dit blijkt uit de analyse van drie kengetallen in paragraaf 2.3.1 van onderzoeksdeel I. De toename van het aantal jeugdzorgtrajecten heeft vooral plaatsgevonden via de gemeentelijke toegang tot de jeugdzorg
Aantal jeugdzorgtrajecten
Westland 1.400 1.200
Huisarts
1.000
Gemeentelijke toegang
800
Jeugdarts
600
Gecertificeerde Instelling
400
Medisch specialist
200
Rechter, Justitie
0 2015
2016
2017
2018
Jaar
2
Geen of onbekend
Bij de overige vormen van toegang tot jeugdzorg, zoals de huisarts, jeugdarts, gecertificeerd instelling, medisch specialist of rechter, is sprake van een afname of kleine stijging van het aantal jeugdzorgtrajecten 15. Na de harmonisatie worden relatief meer zorgproducten aangeboden waarvoor de gemiddelde kosten per jeugdige hoger zijn. Dit komt doordat voor deze zorgproducten meer uren zorg per jeugdige worden aangeboden en/of doordat de gemiddelde kosten per uur voor deze zorgproducten hoger zijn. Uit een analyse van de tarieven van de verschillende producten is niet zichtbaar dat hier binnen de producten grote veranderingen in hebben plaatsgevonden. Zowel bij producten die vooral vóór en producten die ná de harmonisatie werden gedeclareerd zijn rond 2018 geen substantiële prijsveranderingen zichtbaar16. De gemiddelde hoeveelheid zorg per jeugdige neemt af, maar dit wordt niet veroorzaakt doordat binnen producten minder zorg wordt geboden Dit komt doordat er relatief gezien meer jeugdzorg wordt verstrekt voor zorgproducten waarvoor de gemiddelde hoeveelheid uren zorg per jeugdige laag is17. De stijging voor jeugdzorg met minder kosten per jeugdige is groter dan de stijging voor de jeugdzorg met meer kosten per jeugdige. De kostenstijging komt dus niet door een verschuiving van goedkopere vormen van jeugdzorg naar duurdere vormen van jeugdzorg.
Voor zowel jeugdzorg met minder kosten per jeugdige als voor jeugdzorg met meer kosten per jeugdige is sprake van een stijging. Dit blijkt uit een analyse waarbij de gemiddelde kosten per uur voor alle zorgproducten in categorieën zijn ingedeeld en zijn vergeleken18. In bijlage 1 is een aantal grafieken opgenomen ter ondersteuning van bovenstaande bevindingen.
15
Dit blijkt uit een analyse van CBS-data die te vinden is in paragraaf 2.6 van het feitenrapport. Dit blijkt uit een analyse die te vinden is in paragraaf 2.5.5 Overige verschuivingen. 17 Dit blijkt uit de analyse in paragraaf 2.5.1 Algemeen. 18 Deze analyse is te vinden in paragraaf 2.5.1 Algemeen.
16
2
Deelvraag 2: inzicht gemeenteraad op kostenontwikkeling In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg? Onderstaand zijn de gehanteerde score-niveaus in het normenkader weergegeven: Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad goed zicht op zowel de kostenontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg sinds 2015. In de rapportages wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten zorg en de kosten hiervan waardoor de raad de mogelijkheid heeft om te controleren waar grote kostenontwikkelingen in de jeugdzorg plaats vinden.
Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad enigszins/beperkt zicht op zowel de kostenontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg sinds 2015. Echter, ontbreekt.. - Meerjarige ontwikkeling - Vergelijkbare cijfers - Specificatie naar soort zorg Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad geen zicht op de kostenontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal jeugdigen sinds 2015. Dit wordt veroorzaakt doordat - informatie over de meerjarige kostenontwikkeling ontbreekt, - cijfers over de kosten en het aantal jeugdigen ontbreekt, - cijfers niet worden gespecificeerd naar het soort zorg - rapportages niet consistent zijn
Het onderzoek richt zich op rapportages aan de gemeenteraad over de realisatie van de Jeugdzorg. De gemeente Westland heeft een planning & control-cyclus, waarin middels een Voorjaarsnota en Programmabegroting wordt begroot, middels een 1e actualisatie en Programma-rapportage wordt gerapporteerd en bijgestuurd en middels jaarstukken verantwoording wordt afgelegd. Daarnaast zijn in 2015 kwartaalrapportages 3D’s aan de raad voorgelegd. Ook is een inkoopplan Jeugdhulp 2016 overlegd en is in 2019 een voortgangsrapportage Sociaal Beleidskader uitgebracht. Verder heeft de raad in 2019 een onderzoeksrapport (Kurtosis) ontvangen naar de kostenontwikkeling van de Jeugdhulp. Over de periode 2015 – 2019 zijn de genoemde planning & control-documenten alsmede de aanvullend genoemde documenten beoordeeld o.b.v. het aangereikte normenkader (bijlage 2).
2
Bevindingen deelvraag 2 Kosten In de rapportages wordt de raad op geen enkele wijze geïnformeerd over de meerjarige kostenontwikkeling. Zowel op hoofdlijnen als specificatie naar de soort zorg ontbreekt informatie. Hierdoor is het voor de raad niet mogelijk om te achterhalen wat de oorzaken van de kostenstijgingen zijn.
De bestudeerde stukken geven geen prognoses van de te verwachte kosten. Alleen in het Inkoopplan Jeugd 2016 heeft de raad gedetailleerde informatie ontvangen over de verwachte ontwikkeling van de kosten. Verder is de raad steeds achteraf geïnformeerd over feitelijke afwijkingen (overschrijdingen) van het budget.
Aantal jeugdigen Middels de rapportages van het college heeft de raad geen zicht op de meerjarige ontwikkeling van het aantal jeugdigen in jeugdzorg, gespecificeerd naar soort zorg, doordat de informatie ontbreekt.
Ook voor wat betreft de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de Jeugdzorg is de gemeenteraad niet geïnformeerd. De rapportages aan de raad richtten zich uitsluitend op de reeds geëffectueerde kostenoverschrijdingen.
Gepresenteerde informatie Conclusie met betrekking tot de gepresenteerde informatie: geeft deze duiding, is deze eenduidigheid en jaarlijks? Doordat het college geen eenduidige en consistente wijze in rapporteren hanteert, zowel cijfermatig als inhoudelijk, kan de gemeenteraad de ontwikkelingen in de jeugdzorg niet volgen. En doordat de raad niet jaarlijks op dezelfde wijze informatie ontvangt, heeft de raad onvoldoende zicht op de (meer)jaarlijkse ontwikkelingen.
Resumé De rapportages aan de raad bevatten geen gedetailleerde informatie over de realisatie van de Jeugdhulp. Als enig document bevat het Inkoopplan 2016 deze informatie wel. De gemeenteraad wordt alleen achteraf op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van de totale kosten. Het onderzoeksrapport van Kurtosis biedt op een beperkt aantal onderdelen wel informatie, bijvoorbeeld op het aspect van soort hulpvorm. In de begrotingen en jaarrekeningen staan alleen de verplichte BBV-indicatoren vermeld. 2
Reflectie vanuit de RKC Bij de documentstudie voor de beantwoording van deelvraag 2 is het de RKC opgevallen dat op een aantal momenten in de periode 2015 – 2019 het college weldegelijk handvatten aangereikt heeft gekregen of zelf met voorstellen is gekomen om de informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren.
In 2015 brengt de Rekenkamercommissie Westland een onderzoeksrapport uit over de drie decentralisaties in het sociaal domein, waarbij een voorstel wordt gedaan voor een 3Dmonitor. De raad besluit o.b.v. dat voorstel de daarin genoemde indicatoren voortaan op te nemen in de reguliere planning & control-documenten. De indicatoren zijn minder specifiek dan het normenkader voor het huidige onderzoek. Dit is slechts ten dele in de planning & control-documenten doorgevoerd. Het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning ontvangt en de uitputting van het beschikbare budget zijn wel opgenomen. De overige indicatoren inzake de ontwikkeling van de uitvoeringspraktijk ontbreken.
In februari 2016 legt het college de commissie MO een strategische visie op de informatievoorziening voor de jeugdhulp H10 voor. Deze visie is voorzien van te hanteren regionale indicatoren, maar biedt ook ruimte voor lokaal maatwerk. Deze indicatoren zijn echter niet in de planning & control-documenten doorgevoerd.
In november 2016 legt het college de commissie MO een regionale notitie Resultaatsturing jeugdhulp voor, waarin een jeugdhulpmonitor wordt beschreven. Onduidelijk is of de ontwikkeling van deze monitor is afgerond en of de monitor in bedrijf is.
2
Aanbevelingen Registreren -
-
Draag het college op om het resultaat van de trajecten te registreren. Waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd. Draag het college op om de soort verwijzer te registreren, zodat per zorgproduct uitsplitsingen naar het soort verwijzer gemaakt kunnen worden en hier de raad jaarlijks over te informeren.
Informeren -
-
19
Draag het college op om jaarlijks over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten te informeren, waarbij inzicht wordt gegeven in het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de kosten die hiermee gemoeid zijn, en de soort verwijzers die naar deze producten verwijst.19 Draag het college op om in de planning & control-documenten inzicht te geven in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg. Draag het college op om in de voortgangsrapportages te informeren over de absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg. Draag het college op om consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen te rapporteren. Draag het college op om jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen te rapporteren.
zie Tabel 1.
2
Bijlage 1: Grafieken Westland
2
2
2
Bijlage 2: Normenkader informatievoorziening aan gemeenteraad
Normen voor onderzoeksdeel III: In hoeverre bieden de rapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten voor de jeugdzorg? In het kader van het gezamenlijke onderzoek van de rekenkamer(commissie)s naar de jeugdzorg in H10 zijn in dit document de normen uitgewerkt voor onderzoeksdeel III: de beoordeling van de rapportages die aan de gemeenteraden worden verstrekt. Dit document is bedoeld voor de rekenkamer(commissie)s die deze beoordeling moeten (laten) verrichten. De rekenkamer(commissie)s dienen alle rapportages aan de gemeenteraad vanaf 2015 te verzamelen, die inzicht geven in de kosten voor de jeugdzorg en/of getalsmatig inzicht geven in de jeugdzorg waarvan gebruik wordt gemaakt. Hierbij valt te denken rapportages in het kader van de begrotingscyclus (programmabegroting, voortgangsrapportages en jaarstukken), reguliere voortgangsrapportages en tussentijdse brieven en rapportages over (onder andere) (onderdelen van) de jeugdzorg. Een rapportage, brief of ander product aan de gemeenteraad is relevant voor ons onderzoek wanneer deze cijfermatige informatie bevat zoals geformuleerd onder norm 1 en 2. Het is aan de rekenkamer(commissie)s zelf of zij de informatie aan de gemeenteraad zelf (laten) verzamelen of dat zij hiervoor een informatie-uitvraag bij de ambtelijke organisatie uitzetten.
2
2
2
2
2
1 Bestuurlijke reactie rapport RKC Jeugdhulp (G21-001699)
■G E M E E i t E WESTLAND Postadres: Postbus 150 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk
Rekenkamercommissie Westland t.a.v. C.L. de Weerdt
T 14 0174 F (0174) 673 600
Laan van de Glazenstad 1 2670 AD NAALDWIJK
uw BRIEF
UW KENMERK
31-05-2021
G21-001 141
E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl
ZAAK-/PROJECTNR.
DOCUMENTNR.
BIJLAGE(N)
21-0192272
3 DATUM VERZONDEN
CONTACTPERSOON
CLUSTER
TELEFOONNUMMER
C.Y. Nijmeijer
Beleid
(01 74) 672 047
ONDERWERP
2 4 JUNI 2021
Bestuurlijk wederhoor RKC
Geachte leden van de rekenkamercommissie, Op 31 mei jl. hebben wij voor het bestuurlijk wederhoor uw rapportage ontvangen inzake het regi onale onderzoek naar de jeugdhuļp dat in H10-verband is uitgevoerd. De centrale onderzoeks vraag van dit onderzoek is of de gemeenteraden voldoende zicht hebben op de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg. U vraagt ons uiterlijk 22 juni een bestuurlijke reactie te geven op de resultaten, conclusies en aanbevelingen van uw bestuurlijk rapport. Deze brief bevat onze bestuurlijke reactie. We geven aan in hoeverre en op welke wijze wij tege moetkomen aan uw aanbevelingen. Onze reactie bevat allereerst een korte reflectie op het regio nale onderzoek (resultaten en proces). Daarna gaan we in op uw lokale conclusies en aanbeve lingen. Regionale onderzoek: oorzaken kostenontwikkeling
Het onderzoek is opgedeeld in 2 deelvragen. De eerste deelvraag heeft betrekking op de oorza ken van de kostenontwikkeling gedurende de periode 2015-2019. Hiervoor is regionaal cijfermatig onderzoek gedaan op basis van de data en informatie over de regionaal ingekochte jeugdzorg, en overige gemeentelijke jeugdzorgkosten (zoals PGB, lokale toegang en Veilig Thuis). De resultaten hiervan zijn beschrijvend van aard (geen normenkader) en geven op hoofdlijnen inzicht in de re gionale kostenontwikkeling in de periode 2015-2019. Inzicht in het jeugdhulpgebruik, en de kostenontwikkeling hiervan, is een belangrijke randvoor waarde om te kunnen informeren, én om bij te kunnen sturen. Onderzoek naar de oorzaken van de kostenontwikkeling is belangrijk. Wij ondersteunen dan ook dit onderzoeksinitiatief vanuit de Re kenkamer. Niettemin willen we enkele kanttekeningen plaatsen bij dit onderzoek.
ALG HS 001 B
a) Het onderzoek is begin 2020 gestart en heeft medio december vorig jaar geleid tot ambtelijk wederhoor. Het heeft daarna ook nog geruime tijd geduurd voordat er eenduidigheid is ontstaan over de gebruikte data en cijfermatige analyses. Het laat zien hoe complex dit proces is. De be vindingen zijn daardoor enigszins gedateerd. We hadden graag gezien dat deze onderzoeksperio de zou worden gebruikt om ook beschikbare data over 2020 te verwerken in de analyses.
PAGINA 2
IiMC c fJ ĩ C WESTLAND
b) Het cijfermatig onderzoek gaat - tegen verwachting - niet in op de onderliggende (maatschap pelijke) oorzaken van de kostenontwikkeling. Verklaringen voor de groei van het gebruik en de kosten ontbreken. c) Het jaar 2015 wordt gebruikt als normjaar, terwijl bekend is dat de beschikbare informatie over dit jaar relatief onbetrouwbaar en niet representatief is. De informatie over 2015 is onvolledig en laat daardoor een dip zien in het gebruik. Westland heeft de voorkeur voor 2016 als normjaar. d) De (na)geleverde informatie van Westland over de overige gemeentelijke kosten zijn niet meegenomen in het feitenrelaas, ondanks toezegging vanuit de rekenkamer. Hierdoor wordt mo gelijk ten onrechte het beeld opgeroepen dat Westland niet de juiste informatie zou hebben aan geleverd. e) Eind 2020 is het landelijke AEF onderzoek uitgebracht, waarover de raad in een informatie avond over het sociaal domein in maart jl. is geïnformeerd. Dit onderzoek heeft een vergelijkbare vraagstelling en biedt aanvullende inzichten. De groei van het aantal cliënten wordt hierin genu anceerd. Vertraging in de uitstroom blijkt een belangrijke oorzaak te zijn in de kostenstijging. Dit zou ook in Haaglanden en/of Westland een oorzaak kunnen zijn. Deze mogelijke verklaring is niet meegenomen in de regionale analyse. Lokale onderzoek: informatievoorziening raad
De tweede onderzoeksvraag heeft betrekking op de informatievoorziening aan de raden. Deze vraag is zelfstandig beantwoord door de rekenkamercommissie van Westland. Het resultaat is een compact, kritisch, feitenrelaas en vormt de kern van de reflectie en aanbevelingen. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de gemeenteraad Westland geen zicht heeft op de kos tenontwikkeling en de ontwikkeling van het aantal jeugdigen sinds 2015. Oorzaken zijn: -
Informatie over de meerjarige kostenontwikkeling ontbreekt;
-
Cijfers over de kosten en het aantal jeugdigen ontbreken;
-
Cijfers worden niet gespecificeerd naar het soort zorg;
-
Rapportages zijn niet consistent.
De rekenkamer wijst het college erop onvoldoende gevolg te hebben gegeven aan het opnemen van indicatoren in de planning ä control documenten, alsmede op onduidelijkheid rondom de ont wikkeling van een jeugdhulpmonitor. In de aanbevelingen wordt het college erop gewezen deze situatie te verbeteren, en de betreffende indicatoren alsnog een plek te geven in de planning à control documenten. Wij delen op hoofdlijnen de conclusies en aanbevelingen. Wel willen we hierop een nuancering aanbrengen. De rekenkamer oordeelt op basis van een regionaal, zeer specifiek normenkader, dat met de kennis van 2019 is opgesteld. Hiermee wordt achteraf, op basis van voortschrijdend in zicht, over de voorliggende lokale situatie vanaf 2015 geoordeeld. Anders gezegd, het normenka der is geen weerspiegeling van de afspraken die in deze periode met de raad zijn gemaakt. Deze afspraken zouden uitgangspunt voor de beoordeling moeten zijn.
én raad. We hebben onvoldoende gevolg kunnen geven aan onze afspraken met de raad. In de periode 2015-2019 waren er (regionaal en lokaal) onvoldoende eenduidige data en dashboards
21-0192272
Het college onderschrijft het belang van monitoring voor een goede informatiepositie van college
PAGINA 3
G S .M E E H T E WESTLAND
voorhanden om de raad conform de gemaakte afspraken te informeren. Sindsdien zijn er zowel regionaal als lokaal belangrijke stappen gezet om te komen tot een goede monitoring. In de Regiovisie is hiervoor ook aandacht. Hierover wordt opgenomen dat gemeenten gezamenlij ke afspraken maken over de wijze van informatieverzameling, inclusief een uniforme set van data en indicatoren. Deze Jeugdhulpmonitor kan worden benut om de gemeenteraden regelmatig te informeren, zodat zij hun kaderstellende en toetsende rol kunnen uitoefenen. De Regiovisie is in een afrondende fase, en wordt na de zomer ter besluitvorming aangeboden aan de raden. Een goede informatiepositie is tevens randvoorwaarde voor bijsturing van beleid en uitvoering. Vanuit de transformatie sociaal domein krijgt de informatievoorziening in Westland momenteel een duidelijke impuls. De jeugdmonitor is lokaal in ontwikkeling; er is in januari een eerste versie ambtelijk beschikbaar gekomen. Tijdens de informatieavond in maart jl. is een presentatie gege ven van de monitor sociaal domein, inclusief onderdelen van de jeugdmonitor. Het doel is om pe riodiek een jeugdmonitor op te leveren, waarmee de raad in het kader van de P&C cyclus kan worden geïnformeerd over het gebruik van jeugdhulp en de kostenontwikkeling.
Deze werkwijze vraagt nadrukkelijk een extra inspanning van onze organisatie bovenop de regu liere capaciteit, die nu tijdelijk wordt gefaciliteerd. Voor de borging en verdere ontwikkeling wordt een plan opgesteld. We betrekken de raad graag bij de verdere ontwikkeling hiervan en bij ge wenste informatievoorziening naar de raad.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders rs wŵi Westland, iie secretaris^ ļ de/l def burgemeester
A.C. Spindler
B.R. Arends
21-0192272
c
1 Colofon RKC (G21-001700)
Colofon De Rekenkamercommissie Westland D e R e k e n k a m e r c o m m i s s i e va n d e g e m e e n t e W e st l a n d ( h i e r n a : R K C W e s tl a n d ) i s e i n d 2 0 0 5 o p g r o n d va n d e G e m e e n t e we t i n g e s t e l d . D e R K C W e s t l a n d b e s t a a t u i t d r i e e xt e r n e l e d e n ( w. o . d e v o o r zi t t e r ) , d a t wi l ze g g e n l e d e n d i e a f k o m s t i g zi j n va n b u i t e n d e g e m e e n t e r a a d e n t we e i n t e r n e l e d e n . Z o we l d e e xt e r n e a l s d e i n t e r n e l e d e n zi j n d o o r d e g e m e e n t e r a a d b e n o e m d . D a a r n a a s t wo r d t d e c o m m i s s i e o n d e r s t e u n d d o o r e e n a m b t e l i j k s e c r e t a r i s . D e R K C o n d e r zo e k t d e d o e l m a t i g h e i d e n d e d o e l t r e f f e n d h e i d va n h e t b e h e e r va n d e o r g a n i s a t i e e n va n h e t g e vo e r d e b e l e i d va n h e t c o l l e g e . B i j d o e l m a t i g h e i d wo r d t m e t n a m e o n d e r zo c h t o f h e t b e l e i d t e g e n zo l a a g m o g e l i j k e k o s t e n i s u i t g e vo e r d e n b i j d o e l t r e f f e n d h e i d o f h e t g e we n s t e e f f e c t i s b e r e i k t .
H e t w e r k t e r r e i n va n d e R K C W e s t l a n d s t r e k t zi c h u i t o ve r a l l e g e m e e n t e l i j k e o r g a n e n e n g e l i e e r d e i n s t e l l i n g e n . D e l e d e n va n h e t c o l l e g e va n B &W e n d e a m b t e n a r e n va n d e g e m e e n t e zi j n ve r p l i c h t i n f o r m a t i e t e ve r s t r e k k e n a l s d e R K C W es t l a n d d a a r o m vr a a g t . D e R K C W e s t l a n d f o r mu l e e r t o p b a s i s va n d e f e i t e n d i e zi j i n h a a r o n d e r zo e k e n h e e f t g e c o n s t a t e e r d , c o n c l u s i e s e n a a n b e ve l i n g e n . Z i j l e g t d i t a l l e s , i n c l u s i e f e e n e v e n t u e l e r e a c t i e va n h e t C o l l e g e va n B &W e n n a wo o r d va n d e R K C h i e r o p , va s t i n d e vo r m va n o n d e r m e e r r a p p o r t e n o f b r i e ve n , gericht aan de gemeenteraad. Het is aan de raad te besluiten al dan niet actie te o n d e r n e m e n n a a r a a n l e i d i n g va n d e u i t k o m s t e n va n h e t o n d e r zo e k . D e R K C W e s t l a n d i s d e r h a l ve e e n ‘ i n s t r u m e n t ’ v a n d e r a a d d a t e r o p g e r i c h t i s d e raadsleden te ondersteunen bij hun controlerende taak. De RKC heeft een onafhankelijke p o s i t i e b i n n e n d e g e m e e n t e .
D e R K C b e p a a l t ze l f we l k e o n d e r zo e k e n zi j za l i n s t e l l e n . E ve n t u e l e ve r zo e k e n vo o r h e t d o e n va n o n d e r zo e k va n ( l e d e n va n ) d e g e m e e n t e r a a d e n / o f b u r g e r s va n d e g e m e e n t e W e s t l a n d , za l d e R K C W es t l a n d b e o o r d e l e n e n i n d i e n p a s s e n d b i n n e n h a a r t a k e n e n b e vo e g d h e d e n i n h e t o n d e r zo e k s p r o g r a m m a o p n e m e n .
Samenstelling Rekenkamercommissie De commissie bestaat uit de volgende leden: V o o r zi t t e r
dhr. dr. mr. N. (Nils) Nijdam
E xt e r n e l e d e n
d h r . A .W . ( A n d r é ) Ti m m e r m a n d h r . d r s . R . P . Z e ve n b e r g e n
Interne leden
m e vr . P . ( P e t r a ) S c h e f f e r s - va n d e r L e l i j dhr. mr. P.J.L.J. (Peter) Duijsens
Secretaris
d h r . C . L . ( K e e s ) d e W e er d t
1 Concept raadsbesluit RKC-onderzoek Jeugdhulp (G21-001701)
R AAD S B E S L U I T
D e r a a d va n d e g e m e e n t e W e s t l a n d ; g e l e ze n h e t o n d e r zo e k s r a p p o r t va n d e R e k e n k a m e r c o m m i s s i e W e s t l a n d na a r d e J e u g d h u l p i n d e g e m e e n t e W es t l a n d ; g e h o o r d h e t a d vi e s va n d e c o m m i s s i e M O v a n 4 o k t o b e r 2 0 2 1 , e n g e h o o r d d e b e r a a d s l a g i n g e n va n o n d e r h a vi g e ve r g a d e r i n g ;
besluit: 1.
K e n n i s t e n e m e n va n h e t r a p p o r t va n d e R e k e n k a m e r c o m m i s s i e W e s t l a n d ( R K C ) n a a r d e J e u g d h u l p i n d e g e m e e n t e W es t l a n d va n m e i 2 0 2 1 ;
2.
D e a a n b e ve l i n g e n zo a l s ve r w o o r d i n h e t r a p p o r t o ve r t e n e m e n e n h e t c o l l e g e t e ve r zo e k e n o m : a ) h e t r e s u l t a a t va n d e t r a j e c t e n t e r e g i s t r e r e n . W aa r b i j i n zi c h t e l i j k wo r d t g e m a a k t o f d e p r o b l e m a t i e k wa a r h e t t r a j e c t b e t r e k k i n g o p h a d i s o p g e l o s t e n d u i d e l i j k w o r d t g e m a a k t o f a a n vu l l e n d e j e u g d zo r g t r a j e c t e n n o d i g zi j n o f d a t d e j e u g d zo r g m e t s u c c e s k a n wo r den beëindigd; b ) d e s o o r t ve r w i j ze r t e r e g i s t r e r e n , zo d a t p e r zo r g p r o d u c t u i t s p l i t s i n g e n n a a r h e t s o o r t ve r w i j ze r g e m a a k t k u n n e n wo r d e n e n h i e r d e r a a d j a a r l i j k s o ve r t e i n f o r m e r e n ; c)
j a a r l i j k s o ve r d e ‘ t o p 1 0 ’ va n s t i j g e n d e zo r g p r o d u c t e n t e i n f o r m e r e n , wa a r b i j i n zi c h t w o r d t g e g e ve n i n h e t a a n t a l u n i e k e j o n g e r e n , d e g e m i d d e l d e zo r g d u u r , d e k o s t e n d i e h i e r m e e g e m o e i d zi j n , e n d e s o o r t ve r w i j ze r s d i e n a a r d e ze p r o d u c t e n ve r wi j s t ;
d ) i n d e p l a n n i n g & c o n t r o l - d o c u m e n t e n i n zi c h t t e g e ve n i n d e ( m e e r j a r i g e ) k o s t e n o n t wi k k e l i n g va n j e u g d zo r g , g e s p e c i f i c e e r d n a a r h e t s o o r t zo r g ; e ) i n d e vo o r t g a n g s r a p p o r t a g e s t e i n f o r m e r e n o v e r d e a b s o l u t e a a n t a l l e n j e u g d i g e n i n j e u g d zo r g ; f)
c o n s i s t e n t o p d e ze l f d e w i j ze o ve r k o s t e n e n h e t a a n t a l j e u g d i g e n t e r a p p o r t e r e n ;
g ) j a a r l i j k s o ve r d e g r o o t s t e / o p va l l e n d s t e o n t wi k k e l i n g e n t e r a p p o r t e r e n ; 3.
H e t c o l l e g e t e ve r zo e k e n o m t e r u g k o p p e l i n g t e g e ve n a a n d e r a a d e n d e R K C o ve r d e o p vo l g i n g va n d e a a n b e ve l i n g e n m i d d e l s e e n R K C A a n b e ve l i n g e n l i j s t ve r g e l i j k b a a r m e t d e Verbeterpuntenlijst.
A l d u s b e s l o t e n d o o r d e r a a d i n zi j n o p e n b a r e ve r g a d e r i n g va n 2 6 o k t o b e r 2 0 2 1 ,
de griffier,
d e vo o r zi t t e r ,
A . P . M. A . F . B e r g m a n s
B.R. Arends
1 Feitenrapport jeugdzorgonderzoek deel I en II (G21-001703)
Feitenrapport gezamenlijk rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10
ţi* Den Haag
«j
LeidschendamVoorburg
Gemeente Delft Rijswijk
Gemeente
Midden-Delfland
lūūl Gemeente \U/ Voorschoten
gemeente
Sž
Pijnacker-Nootdorp
Gemeente ğg Wassenaar
r^y
gemeente
Zoetermeer
II
1
8 juli 2021
ínhoud 1
5
Inleiding
1.1 Aanleiding
5
1.2 Doel, probleemstelling en onderzoeksvragen
6
1.3 Aanpak en leeswijzer
6
2
8
Kostenontwikkeling ingekochte jeugdzorg
2.1 Inleiding
8
2.2 Het algemene beeld
9
2.2.1 Ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt
9
2.2.2 Ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg
16
2.2.3 Structuur van de categorieën en producten
18
2.3 Op zoek naar verklaringen: kostenontwikkeling in kengetallen
20
2.3.1 Kengetallen H10
20
2.3.2 Kostenontwikkeling naar zorgvorm
23
2.3.3 Jeugdhulp ambulant
25
2.3.4 Jeugd GGZ
31
2.3.5 Dagbehandeling
38
2.3.6 Jeugdhulp met verblijf (inclusief behandeling)
45
2.4 Belangrijkste oorzaken op een rij
53
2.5 Mogelijke verklaringen: verschuiving tussenproducten
55
2.5.1 Algemeen
55
2.5.2 Dagbehandeling en dagbesteding
58
2.5.3 GGZ
60
2.5.4 Dyslexie
60
2.5.5 Overige verschuivingen
60
2.6 Verwijzers (CBS-data)
61 2
5
Kostenontwikkeling PGB-inzet ä overige gemeentelijke kosten 64
3.1 Inleiding
64
3.1.1 Algemene bevinding
65
3.1.2 Leeswijzer
65
3.2 Verdeling in de jeugdzorguitgaven
65
3.2.1 Gemeente-specifieke ontwikkelingen
67
3.3 Persoonsgebonden Budget
68
3.3.1 Gemeente-specifieke ontwikkelingen
70
3.3.2 Gemiddelde PGB-besteding per jeugdige (H10 Totaal)
72
3.4 Overige gemeentelijke kosten
73
3.4.1 Directe personeelskosten
78
3.4.2 Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis
82
3.4.3 Regionale projectkosten
85
4
88
Bijlagen
4.1 Bijlage 1: Aanvullende gemeentelijke analyses
88
4.1.1 Jeugdhulp ambulant
88
4.1.2 Jeugd GGZ
98
4.1.3 Dagbehandeling
106
4.1.4 Jeugdhulp met verblijf (inclusief behandeling)
111
4.1.5 Verwijzers (CBS-data)
118
4.2 Bijlage 2: Overzicht productcategorieën en producten
120
4.3 Bijlage 3: Verantwoording gebruikte data onderzoeksdeel I
122
4.3.1 Kengetallen
122
4.4 Bijlage 4: Verdeling van de jeugdzorg kosten per H10-gemeente.
125
4.5 Bijlage 5: Procentuele ontwikkeling van de PGB-bestedingen en het aantal jeugdigen. 128 3
4.6 Bijlage 6: Gemiddelde PGB-besteding per jeugdige per H10-gemeente.134
4
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Op 10 januari 2020 zijn de H10-gemeenten geïnformeerd over een explorerend onderzoek naar de uitgaven voor de jeugdzorg1, uit te voeren door de rekenkamer(commissie)s van de H10-gemeenten.2 Sinds de decentralisaties in 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van jeugdzorg. Uit recent onderzoek blijkt dat een flink aantal gemeenten in de afgelopen jaren substantieel meer heeft uitgegeven aan jeugdzorg dan dat zij ontving voor de uitvoering van deze taak. Driekwart van de Nederlandse gemeenten was veel meer geld kwijt aan jeugdzorg dan begroot. Eén op de vijf gemeenten kampt met een tekort van meer dan 40 procent.3
Gemeenten luidden in mei 2019 gezamenlijk de noodklok: door de tekorten in de jeugdzorg dreigen jeugdigen met problemen de dupe te worden en dreigen als gevolg van de tekorten bezuinigingen op tal van voorzieningen, langere wachtlijsten en toenemende overlast. Het kabinet stelde in mei 2019 C 350 miljoen extra beschikbaar voor de jeugdzorg in 2019, voor de drie jaar daarna jaarlijks C 190 miljoen.4
Deze problematiek speelt ook in regio Haaglanden: onder andere de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer en Delft kampen met tekorten op de jeugdzorg.5 Volgens het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden was er in 2018 sprake van een budgetoverschrijding van de H10gemeenten van 19%.6 Daarnaast ervaren raadsleden weinig grip te hebben op de jeugdzorg. Nog geen twee op de tien raadsleden geven aan voldoende grip te hebben op de jeugdzorg.7
Aangezien de gemeenten in H10-verband inkopen en de jeugdhulp geleverd wordt door instanties die vaak in meerdere H10-gemeenten actief zijn, is het onderzoek in H10-verband uitgevoerd.
1 Sinds de decentralisatie van alle zorg voor jeugd naar gemeenten hanteert het CBS het begrip jeugdzorg als verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De term jeugdhulp omvat alle vormen van hulp en ondersteuning (lvb, opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz) variërend van licht ambulant (vaak vanuit een wijkteam, waaronder mogelijk ook gewone opvoedvragen) tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting (jeugdzorgplus). Bron: Nederlands Jeugdinstituut, https://www.nii.nl/nl/Kennis/Publicaties/Wat-is-het-verschil-tussenieugdzorg-en-ieugdhulp#:~:text=De%20term%20ieugdhulp%20omvat%20alle,niet%20gesloten%20setting%20(ieugdzorgplus). 28 januari 2019.
2 De H10-gemeenten zijn: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.
3 Benchmarkanalyse uitgaven jeugdhulp in 26 gemeenten, Significant in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 19 april 2019, p. 4.
4 Meer geld voor jeugdzorg na noodkreet gemeenten https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/08/gemeenten-ieugdzorg-is-zo-nietmeer-vol-te-houden-a3959549. bezocht op 4 oktober 2019.
5 Financiële ellende jeugdhulp wordt voor gemeenten almaar groter, probate zorg is namelijk peperduur, https://www.ad.nl/den-haag/financiele-ellende-ieugdhulp-wordt-voor-gemeenten-almaar-groter-probate-zorg-is-nameliikDeDerduur~a844287f/, bezocht op 4 oktober 2019.
6 Interview Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, 11 juni 2019. 7 Website Binnenlands Bestuur, 'Raadsleden missen greep op jeugdzorg', https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/raadsleden-missen-greep-op-ieugdzorg.9571112.lynkx, bezocht op: 4 oktober 2019.
5
1.2 Doel, probleemstelling en onderzoeksvragen Dit onderzoek heeft twee doelen: enerzijds het inzichtelijk maken van de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg, anderzijds de voortgangsinformatie aan de gemeenteraden ten aanzien van jeugdzorg beoordelen.
Het eerste doel van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg: waar gaat het geld naar toe en waar zitten de grootste toenames? De kosten die een gemeente maakt voor jeugdzorg worden onderverdeeld in drie categorieën: 1.
Kosten die verstrekt worden via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (ingekochte jeugdzorg)
2.
Het toekennen en inzetten van het Persoonsgebonden Budget (per jeugdige)
3.
Overige gemeentelijke kosten (zoals de inzet van wijkteams en vervoerskosten)
Voor het tweede doel van het onderzoek worden de cijfers over de toenamen in de kosten van jeugdzorg vergeleken met de voortgangsinformatie die de gemeenteraden ontvangen. Hierin wordt beoordeeld in hoeverre de gemeenteraden met de beschikbare voortgangsinformatie inzicht hebben op de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg.
De centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt als volgt:
Hebben de gemeenteraden voldoende zicht op de oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg?
Deelvragen: 1.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10 gemeenten?
2.
In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraden inzicht in de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg?
1.3 Aanpak en leeswijzer Om deelvraag 1 te kunnen beantwoorden is gekeken naar de kosten die de gemeenten maken voor jeugdzorg. De kosten van ingekochte jeugdzorg via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden heeft rekenkamer Den Haag van het servicebureau ontvangen. De kosten voor PGB's en overige gemeentelijke kosten heeft elke rekenkamer(commissie) zelf opgevraagd bij de gemeente; deze zijn vervolgens in H10-verband geanalyseerd. Onderstaande tabel geeft inzicht in de verhoudingen van de kosten voor Jeugdzorg binnen de gehele H10. Veruit het grootste deel van de kosten loopt via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden®
8
Tot 16 april 2020 was dit het H10 Inkoopbureau.
6
Kosten naar kostensoort H10
2016
2017
2019
Jaar
Koslensoort
| Kosten via Servicebureau H10
Overige gemeentelijke Kosten |
PGB-kosten
Figuur 1 Ontwikkeling van de kosten voor de jeugdzorg in de Haaglanden, opgesplitst naar kostensoort: ingekochte jeugdzorg via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, overige gemeentelijke kosten en PGB-kosten In hoofdstuk 2 worden de uitkomsten gepresenteerd ten aanzien van de jeugdzorg dat via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is ingekocht. Eerst wordt het algemene beeld gepresenteerd over de ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt en de ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg. Vervolgens wordt ingegaan de kosten van jeugdzorg per categorie. De totale kosten voor de geboden jeugdzorg per jaar kunnen uitgedrukt worden als het product van drie kengetallen: 1.
het aantal unieke jeugdigen die dat jaar jeugdzorg hebben ontvangen;
2.
het gemiddeld aantal uur jeugdzorg dat per jeugdigen is verstrekt;
3.
de gemiddelde kosten per uur per jeugdige.
In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ontwikkeling van de kosten voor Persoonsgebonden Budget (PGB) en overige gemeentelijke kosten. Met betrekking tot de overige gemeentelijke kosten worden de onderwerpen met de grootste ontwikkelingen verder toegelicht. Ook gemeente-specifieke ontwikkelingen worden benoemd. Om deelvraag 2 te beantwoorden heeft elke H10-rekenkamer(commissie) zelfstandig onderzoek gedaan aan de hand van een vooraf opgesteld normenkader. Er zijn voor deze deelvraag dus geen analyses of bevindingen op H10 niveau. De rekenkamer(commissie)s hebben de rapportages, gericht aan de raad van de desbetreffende gemeente, beoordeeld op de informatievoorziening over de ontwikkelingen over zowel het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt als ook de kosten van jeugdzorg in de jaren 2015 tot en met 2019.
7
2 KOSTENONTWIKKELING INGEKOCHTE JEUGDZORG 2.1 Inleiding De gemeenten van de H10 kopen diverse soorten jeugdzorg in via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden9. Het gaat om tweedelijns jeugdzorg aangeboden door aanbieders van jeugdzorg waar de H10-gemeenten inkoopcontracten mee hebben gesloten. De verwijzingen naar deze vormen van jeugdzorg worden gedaan door huisartsen, de gemeente (of gemeentelijke instellingen), jeugdartsen, gecertificeerde instellingen, medisch specialisten, de rechter, officier van justitie of een functionaris van een justitiële inrichting. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten gepresenteerd van het eerste deel van het onderzoek naar de Jeugdzorg H10. In dit deel wordt ten aanzien van de jeugdzorg die via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is ingekocht het antwoord gegeven op de eerste onderzoeksvraag: 1.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg voor de H10 gemeenten?
Voor de beantwoording van deze onderzoeksvraag heeft de Rekenkamer Den Haag toegang gekregen tot de gepseudonimiseerde data10 *van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. In bijlage 3 Verantwoording gebruikte data onderzoeksdeel I wordt verantwoord hoe met deze gegevens is omgegaan. Zoals in de onderzoeksopzet is opgenomen zijn voor de beantwoording van deze onderzoeksvraag vooraf geen normen geformuleerd en worden ten aanzien van het beleid van de gemeente geen oordelende bevindingen geformuleerd. In dit hoofdstuk staan in de bevindingen de belangrijkste inzichten en oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg. In paragraaf 2.2 wordt een algemeen beeld geschetst, waarbij wordt stilgestaan op de ontwikkeling van het aantal jeugdigen en de kosten Aan het begin van paragraaf 2.3 wordt een analysekader gepresenteerd om de kostenstijging te ontvlechten in achterliggende factoren. Voor de vier categorieën van zorgproducten met de grootste kostenstijgingen is vervolgens in subparagrafen uitgewerkt wat de belangrijkste oorzaken zijn voor de toename van de kosten. Zoals in de onderzoeksopzet is aangegeven gaat het hier om een kwantitatieve analyse waarbij gezocht wordt naar verklarende factoren, zoals de ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen, het gemiddelde aantal trajecten per jeugdige en de ontwikkeling van de tarieven.
De beantwoording van onderzoeksvraag 1 voor zover het gaat om de jeugdzorg die niet via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden wordt verstrekt, is in hoofdstuk 3 opgenomen.
9 Tot 16 april 2020 was dit het H10 Inkoopbureau. 10 Data met de persoonsgegevens die niet meer aan een specifieke betrokkenen kunnen worden gekoppeld zonder dat er aanvullende gegevens worden gebruikt. De rekenkamer(commissie)s beschikken niet over deze aanvullende gegevens waardoor de persoonsgegevens niet aan een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon zijn te koppelen.
8
2.2 Het algemene beeld 2.2.1 Ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt Bevinding
De groei van het aantal in de gemeente ingeschreven jeugdigen in de leeftijdscategorie van 0 tot 18 jaar11 per gemeente is in de periode 2015 - 2019 beperkt (tussen de -1,2% en 1,^ per jaar), met uitzondering van de gemeente Rijswijk, waarvoor het aantal jeugdigen met 3,9% tot 6,6% per jaar toenam. Het aantal jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in de H10gemeenten is in de periode 2015 - 2019 gestegen van 10,5% naar 12,6%. De meeste gemeenten volgen deze globale ontwikkeling. Alleen in de gemeente Leidschendam-Voorburg sinds 2018 en de gemeenten Voorschoten en Zoetermeer sinds 2017 is het aandeel jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt gedaald. Toelichting
In het kader van de onderlinge vergelijking tussen gemeenten is het belangrijk om te constateren dat het aantal in de gemeente ingeschreven jeugdigen per gemeente sterk verschilt. Zo kende MiddenDelfland in 2019 bijvoorbeeld 4.144 jeugdigen in de leeftijdscategorie 0 tot 18 jaar (1,8% van het aantal jeugdigen in de gehele H10), terwijl dit er in Den Haag 109.962 waren (48,6% van het totaal aantal jeugdigen in de H10); ruim 26 keer meer jeugdigen dan in gemeente Midden-Delfland.12 Deze grote verschillen tussen gemeenten beperken de zeggingskracht van gemiddelden over deze groep gemeenten.
11 In de Jeugdwet is de leeftijdsgrens van 18 jaar het uitgangspunt voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen. Jeugdhulp kan doorlopen tot maximaal het 23ste levensjaar, voor zover deze hulp niet onder een andere wet valt. 12Voor het vaststellen van het aantal jeugdigen per gemeente is gebruik gemaakt van openbare data van het CBS: https:^opendata.cbs.nZstatline^CBS^Zdatase^03759nedAable?d^52416
9
Aantal jeugdigen per gemeente in 2019 Aantal jeugdiger H10: 226175
Wassenaar rnro
DÖDiJ
Midden-Delfland 4144
2.5 96 Pijnacker-Nootdorp 13419 5.9 Yo
Den Haag 109962 48.6 96
Rijswijk i i-, 1U14/
Voorschoten 5439
4.5 96
2.4 96
Delft 15259 6.7 96
Leidschendam-Voorburg 14612 6.5 96
Zoetermeer 25550 11.3 96
Westland 21990 9.7 96
Figuur 2 Aantal jeugdigen per gemeente in 2019 en het aandeel jeugdigen ten opzichte van de gehele H10-populatie jeugdigen. Zoals in onderstaande figuur is te zien ligt het percentage jeugdigen per gemeente in 2019 tussen de 8,ľ^ (gemeente Midden-Delfland) en de 15,4'^ (gemeente Zoetermeer). Op het niveau van de gehele H10 ligt het gemiddelde in 2019 op 11,7'^, dit wordt weergegeven met de rode stippellijn.
10
Procentueel aandeel jeugdigen met jeugdzorg tov gehele populatie in 2019 De rode lijn is het HlO-gemiddelde
Figuur 3
Procentueel aandeel jeugdigen ten opzichte van de gehele populatie in de afzonderlijke
gemeenten in 2019. Wanneer wordt gekeken naar het percentage jeugdigen dat een of meerdere vormen van jeugdzorg ontvangt is er op H10-niveau een stijgende, maar afvlakkende trend te zien, waarbij het aandeel is gestegen van 10,5% in 2015 naar 12,6% in 2019.
11
Aandeel jeugdigen met jeugdzorg in de H10 in procenten
2017
Jaar
Figuur 4 Aandeel jeugdigen met jeugdzorg in de H10-gemeenten in procenten over de periode 2015 2019. Op het niveau van de afzonderlijke gemeenten is ten aanzien van het percentage jeugdigen dat jeugdzorg ontvangen een soortgelijke ontwikkeling als op H10-niveau te zien, waarbij een aantal zaken opvallen. Zo heeft de gemeente Zoetermeer het hoogste aandeel jeugdigen woonachtig in de gemeente dat een of meerdere vormen van jeugdzorg ontvangen (gestegen van 14,7% in 2015 naar 17,3% in 2019) en gemeente Midden-Delfland het laagste percentage (gestegen van 6,6% in 2015 naar 8,7% in 2019). Daarnaast valt op dat in de gemeente Leidschendam-Voorburg sinds 2018 en de gemeenten Voorschoten en Zoetermeer sinds 2017 het aandeel jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt daalt.
12
Aandeel jeugdigen met jeugdhulp per gemeente per jaar in procenten Le idsc h e ndam-Voorb u rg
Midden-Delfland
Píjnacker-Nootdorp
Tïïľirĩïïĩirïïĩr fïït
m 2015 2016 2017 2018 2019
2015 2016 2017 2018 2019
2015 2016 2017 2018 2019
2015 2016 2017 2018 2019
Figuur 5 Aandeel jeugdigen met jeugdzorg per gemeente in procenten over de periode 2015 - 2019. In onderstaande grafiek is over de periode 2015 tot en met 2019 de in- en uitstroom van unieke jeugdigen in de jeugdzorg weergegeven. Doordat de gemiddelde instroom fors hoger is dan de gemiddelde uitstroom, neemt het aantal jeugdigen in de jeugdzorg ook flink toe, hoewel de in- en uitstroom steeds dichter bij elkaar komt te liggen.
13
In- en uitstroom van unieke jeugdigen in jeugdzorg
10000
Instroom
Uitstroom
Figuur 6 In- en uitstroom van unieke jeugdigen in jeugdzorg De in- en uitstroom van het aantal unieke jeugdigen in de jeugdzorg is in onderstaande figuur uitgesplitst naar leeftijd.13
13 Voor deze analyse zijn alle jeugdigen opgenomen die in de jaren 2016, 2017 en 2018 voor het eerst en voor het laatst in de dataset voorkwamen.
14
4000-
2000-
Leeftijd Eerste keer zorg
Laatste keer zorg
Figuur 7 In- en uitstroom van unieke jeugdigen in jeugdzorg, afgezet tegen de leeftijd. Gekeken naar de toename van het aantal jeugdigen valt op dat de meeste jeugdigen tussen het 8ste en 12e levensjaar, met een piek rond het 10e levensjaar, voor het eerst jeugdzorg ontvangen. Dit betreffen jeugdigen rond de overgang naar het middelbaar onderwijs. De grootste instroom vindt plaats bij de producten Specialistische GGZ en Basis Jeugd-GGZ. Een volgende (lagere) piek van jeugdigen die voor het eerst jeugdzorg ontvangen is bij 16 tot 18-jarigen. Grotendeels vindt deze instroom plaats bij het product Specialistische GGZ; bij het product Basis Jeugd-GGZ is bijvoorbeeld de helft minder instroom. Bij de uitstroom van het aantal unieke jeugdigen is een piek van uitstroom in de leeftijden 10 tot en met 12 jaar, en de hoogste piek is van uitstroom is van jeugdigen van 18 jaar. De laatste piek is te verklaren doordat in de Jeugdwet de leeftijdsgrens van 18 jaar als uitgangspunt wordt gehanteerd. Jeugdzorg kan eventueel doorlopen tot maximaal het 23ste levensjaar wanneer de hulp niet onder een andere wet valt. De uitstroom van 18-jarigen betreft voornamelijk het product Specialistische GGZ. Over het algemeen ligt de instroom tot de leeftijd van 10 jaar hoger dan de uitstroom, vanaf 17 tot 23 jaar ligt juist de uitstroom hoger dan de instroom.
De grootste instroom en uitstroom vindt plaats binnen de producten Specialistische GGZ en de Basis Jeugd-GGZ. In paragraaf 2.3.3 wordt vastgesteld dat er een toename is in deze soort zorg.
15
2.2.2 Ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg Bevinding
Hoewel in alle gemeenten sprake is van stijgende kosten, lopen de procentuele kostenstijgingen per gemeente fors uiteen: in gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn de kosten van de zorg die via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is ingekocht met 'slechts' 39% toegenomen, terwijl deze in gemeente Westland met 83% zijn toegenomen. Toelichting
In de volgende figuur en tabel is de ontwikkeling van de kosten over de periode 2015 tot en met 2019 opgenomen voor alle jeugdzorg die via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is ingekocht. Ontwikkeling van de totale jeugdzorgkosten H10 voor de regionaal ingekochte jeugdzorg
250-
)-
2019
Figuur 8 Totale kosten van de via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg, gesplitst naar jaar. Gemeente
2015
2016
2017
2018
2019
Totaal
Delft
C13.364.499
C14.210.913
C16.520.830
C18.845.683
C21.041.905
C83.983.829
Den Haag
C81.550.701
C84.749.066
C93.321.079
C110.662.965
C119.679.289
C489.963.101
Leidschendam-
C11.296.761
C11.744.243
C13.234.157
C17.499.282
C20.057.524
C73.831.967
Voorburg Midden-Delfland
C1.361.967
C1.320.981
C1.543.249
C2.130.922
C2.108.346
C8.465.465
Pijnacker-Nootdorp
C7.134.537
C7.576.310
C8.286.802
C9.178.917
C9.929.346
C42.105.913
Rij'swij'k
C6.723.668
C7.797.839
C8.427.637
C9.695.567
C11.468.717
C44.113.427
Voorschoten
C2.274.181
C3.085.956
C3.252.865
C4.098.467
C3.992.655
C16.704.124
Wassenaar
C2.175.061
C2.301.803
C2.946.947
C3.043.077
C3.543.193
C14.010.082
Westland
C11.269.813
C13.041.939
C16.202.999
C18.278.038
C20.595.467
C79.388.255
Zoetermeer
C28.113.604
C29.810.180
C34.204.544
C37.731.889
C40.708.504
C170.568.720
Totaal
C165.264.793
C175.639.229
C197.941.110
C231.164.806
C253.124.945
C1.023.134.883
16
Ta bel 1 Ontwikkeling van de kosten over de periode 2015 tot en met 2019 opgenomen voor alle jeugdzorg die via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is ingekocht, gesplitst naar gemeente. De kosten voor de ingekochte jeugdzorg zijn van C 165 mln. in 2015 gestegen naar C 253 mln. in 2019. Dit is een stijging met 53% en gemiddeld 8,9% per jaar. De kostenstijging in 2018 komt overeen met het jaar dat er een harmonisatie van tarieven heeft plaats gevonden. De afzonderlijke gemeenten tonen een soortgelijke stijgende ontwikkeling van de kosten. Uit onderstaande grafiek blijkt echter wel dat in de procentuele ontwikkeling van de kosten ten opzichte van 2015 grote verschillen per gemeente zichtbaar zijn. Zo zijn de kosten in gemeente PijnackerNootdorp met 'slechts' 39% toegenomen (139% van de kosten in 2015), terwijl de kosten in gemeente Westland ruim 83% hoger liggen (183% van de kosten in 2015). Procentpuntstijgmg van de via regionale inkoop ingekochte jeugdzorgkosten 2015 = 100“'( Westland
180
Leidschendam-Voorburg Voorschoten Rijswijk Wassenaar
60 Midden-Delfland Den Haag Zoetermeer S? 140 Jootdorp
120
i‘
Jaar
Den Haag
Leidschendam-Voorburg
Pijnacker-Nootdorp
Voorschoten
Westland
Midden-Delfland
Rijswijk
Wassenaar
Zoetermeer
Figuur 9 Procentuele ontwikkeling van de kosten als percentage van de kosten in 2015 per gemeente (2015 is 100X). Ook valt op dat niet in elke gemeente 2018 het jaar met de grootste kostenstijging was, dat gold alleen voor de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland en PijnackerNootdorp. Zo kende gemeente Voorschoten de grootste kostenstijging in 2016, de gemeenten Delft, Wassenaar en Westland in 2017, gemeente Zoetermeer in 2018 en gemeente Rijswijk in 2019. Voor wat betreft het jaar met de laagste kostenstijging is het beeld uniformer: op de gemeenten Rijswijk (2017), Wassenaar (2018) en gemeenten Voorschoten en Westland (2019) na was dit voor de overige
17
6 gemeenten in 2016. Opvallend is dat de gemeente Midden-Delfland in 2016 en 2019 en gemeente Voorschoten in 2019 een kostendaling kenden.
2.2.3 Structuur van de categorieën en producten In de data van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is een onderverdeling te maken naar 31 categorieën van zorgproducten. In de periode 2015-2019 is op producten uit 27 van deze categorieën zorg gedeclareerd. Categorie
Product
Categori
Product
e 41 Dagbehandeling
46 Jeugdhulp crisis
41A03 Dagbehandeling product
46A01 JH4 Jeugdhulp Crisis
41A06 VF1 Dagbehandeling
46C02 VF8 Behandelgroep crisis
41A24 Dagbesteding Zwaar
Overige producten
41C01 Begeleiding groep licht
47 Jeugdreclassering
41C02 Begeleiding groep zwaar
47A01 Jeugdreclassering: outputgericht
Overige producten
Overige producten
43 Jeugdhulp verblijf (incl. beh.)
48 Jeugdbescherming
43A09 Pleegzorg
48A04 Ondertoezichtstelling jaar 1:
43A12 JeugdzorgPlus: inspanningsgericht
48A05 Ondertoezichtstelling jaar 2 en
inspanningsgericht
verder: inspanningsgericht 43A31 VF4 Behandelgroep gezinshuis zwaar
49 Act. in het preventief justitieel kader
43A54 ZZP 2LVG incl.BH incl.DB
49A01 Activiteiten in het preventief justitieel kader: inspanningsgericht
43A55 ZZP 3LVG incl.BH incl.DB
49B03 Crisisinterventie: outputgericht
43A56 ZZP 4LVG incl.BH incl.DB
Overige producten
43A57 ZZP 5LVG incl.BH incl.DB
53 Kindergeneeskunde
43C01 VF5 Behandelgroep fasehuis
53A02 Kindergeneeskunde gedrag overig
43C02 VF6 Behandelgroep
Overige producten
licht ambulant
43C04 VF7 Behandelgroep zwaar
54 Jeugd-ggz
JH700 schakenbosch verblijf inclusief
54001 Basis Jeugd-GGZ