CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie MO 7 februari 2022, gemeente Westland60.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

6.3 Indicatoren Voldoende taakuitvoering valt of staat met voldoende deskundige handen aan het bed die in redelijke verhouding staan tot de werklast, in dit geval het aantal monumenten in de gemeente. Als indicator hanteren we het totaal aantal monumenten gedeeld door de totale capaciteit uitgedrukt in het aantal FTE's op beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Als de uitkomst van de indicator ver afstaat van het provinciale gemiddelde dan geeft dat een indicatie dat de werklast hoog is voor de beschikbare capaciteit wat reden is om te kijken wat er aan de hand is.

14

Deze indicator moet niet worden gezien als een norm, maar slechts als risicofactor voor mogelijke mankementen in de taakuitvoering. Het zegt dus nog niets over de inhoud. Op basis van een aflopende lijst kiest de provincie een aantal gemeente(n) om nader onderzoek naar te doen. Daarna kijkt de provincie bij deze gemeenten naar de inhoud, dus hoe het met de taakuitvoering gesteld is. Het kan zijn dat deze gemeenten met veel minder capaciteit dan andere gemeenten het toch lukt om de taakuitvoering voldoende uit te voeren door efficiënte werkwijzen. Dit kan interessant zijn om van te leren en kan als inspirerend voorbeeld naar andere gemeenten worden gecommuniceerd. Eén keer in de twee jaar laat de provincie een beperkte set data van de Inspectie door de gemeenten valideren. Dit betreft de volgende vragen: 1. Hoeveel capaciteit (uitgedrukt in FTE) zet uw gemeente daadwerkelijk in op beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving op monumentenzorg in het jaar van onderzoek? De capaciteit kan bestaan uit eigen formatie, omgevingsdiensten of andere externe partijen. 2. Hoeveel capaciteit (uitgedrukt in FTE) zet uw gemeente daadwerkelijk in op beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving op archeologische monumentenzorg in het jaar van onderzoek? De capaciteit kan bestaan uit eigen formatie, omgevingsdiensten of andere externe partijen. 3.

Hoeveel rijks-en gemeentelijke monumenten en beschermde rijks-en gemeentelijke gezichten heeft uw gemeente in het jaar van onderzoek? 4. Hoeveel van deze monumenten en gezichten zijn in het jaar van onderzoek in beschadigde of verwaarloosde staat? Deze vraag geeft inkleuring over de effectiviteit van het huidige beleid. Wat nog moet gebeuren is om samen met de gemeenten een manier uit te werken om een oordeel te kunnen vellen over voldoende taakuitvoering. Dit zal de komende tijd worden opgepakt.

6.4 Het Proces Uit de landelijke database (Erfgoedmonitor) van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (O&E) blijkt dat een aantal gemeenten aangeeft onbekend te zijn met de staat van onderhoud van monumenten alsmede op de formatie op toezicht en handhaving. Dit kan het geval zijn, of er is onvoldoende aandacht besteed aan het invullen van de vragenlijst. Deze data kunnen derhalve (nog) niet dienen als basis voor het toezicht zonder validering. De provincie geeft daarom de data die de Inspectie O&E heeft verzameld terug aan de gemeenten met het verzoek deze te corrigeren en aan te vullen. Tabel 3, op de volgende pagina, geeft het IBT-proces voor monumentenzorg en archeologie weer, met de daarbij behorende stappen op de IBT-ladder en het oordeel zoals dat zal worden gepubliceerd op het IBTdashboard. Verbeterplan

In een verbeterplan, zoals bedoeld in onderstaand processchema, wordt primair aangegeven hoe een gemeente ernaar toewerkt om uitvoering te geven aan de wettelijke taak. In het verbeterplan neemt de gemeente concrete maatregelen op, waarbij de termijnen zijn afgestemd met de toezichthouder. Ook moet uit het verbeterplan blijken hoe de gemeente zicht houdt of krijgt op de staat van onderhoud van (archeologische) monumenten.

15

Tabel 3, proces en beoordeling IBTMonumentenzorg en archeologie 0

IBT-ladder en -oordeel De gemeente staat niet op de IBTladder, het oordeel is groen.

1

De gemeenten met de laagste scores worden op trede 1 van de IBT-ladder (signaleren) geplaatst. Het oordeel is groen

2

De gemeente staat op trede 2 van de IBT-ladder (informatie opvragen en beoordelen), het oordeel is geel. De provincie heeft meer informatie nodig om goed te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van taakverwaarlozing.

3a

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (ambtelijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje. Er is sprake van taakverwaarlozing en er lijkt onvoldoende voortgang te zijn in het oplossen van de achterstand.

3b

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (bestuurlijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Toelichting Z acties Tweejaarlijks toetst de provincie op basis van door de gemeente gevalideerde data van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed of er mogelijk sprake is van onvoldoende taakuitvoering. De provincie voert een nadere analyse uit op basis van voornoemde data en toetst dit bij de gemeente in kwestie. Blijkt dat de taak toch structureel voldoende wordt uitgevoerd, dan is er geen signaal van taakverwaarlozing en staat de gemeente niet meer op de IBT-ladder (score blijft groen). Anders wordt de gemeente op trede 2 van de IBT-ladder geplaatst. Tijdens deze stap vindt ambtelijke dialoog plaats. Op basis van aanvullende informatie van de gemeente kan worden vastgesteld of de taak (structureel) goed wordt uitgevoerd. Als dat zo is, dan is er geen sprake van taakverwaarlozing ('groen'). Als dat niet zo is, dan stijgt de gemeente een trede op de ladder en wordt het oordeel 'oranje'. (structureel en verwijtbaar) Als blijkt dat er al een verbeterplan is, of als er sprake is van een tijdelijke situatie, dan is er mogelijk geen sprake van taakverwaarlozing, maar slechts van een tijdelijke achterstand in de taakuitvoering. In dat geval kan de toezichthouder besluiten dat de gemeente op trede 2 van de ladder blijft, totdat de achterstand is weggewerkt. Dit is maatwerk.

Als de achterstand verwijtbaar is of er onvoldoende verbetering optreedt, dan is er sprake van taakverwaarlozing en stijgt de gemeente op de ladder. De gemeente blijft op deze trede van de ladder staan zolang de geconstateerde achterstand niet is opgelost en de termijnen uit het 'verbeterplan' nog niet zijn overschreden. Als binnen de termijnen van het 'verbeterplan' de achterstand niet is opgelost, dan wordt het oordeel 'oranje'. Er vindt ambtelijke dialoog plaats waarbij gezamenlijk wordt gezocht naar oplossingen. Dit moet binnen één jaar na plaatsing op trede 3a van de IBTladder resulteren in een (aangepast) verbeterplan (afspraken) waarin door de gemeente concrete acties zijn vastgelegd met daarbij behorende met de toezichthouder afgestemde termijnen. Op basis van deze concrete afspraken kan de gemeente een stap terug op de ladder en wordt het oordeel weer 'geel'.

Als ambtelijke dialoog niet binnen één jaar resulteert in een oplossing wordt er bestuurlijk opgeschaald. Zo nodig of desgewenst kan ook eerder al een bestuurlijke dialoog worden gestart.

De ambtelijke dialoog resulteert binnen één jaar na plaatsing op trede 3a niet in verbeteringen. 4

De gemeente staat op trede 4 van de IBT-ladder (vooraankondiging sanctie), het oordeel is rood. De gemeente geeft onvoldoende invulling aan de in de vorige stap gemaakte afspraken.

Er vindt bestuurlijk overleg plaats. De provincie stuurt een vooraankondiging van de geplande interventie (indeplaatsstelling) en geeft de gemeenten de gelegenheid om binnen een in die brief gestelde termijn alsnog een concreet verbeterplan in te dienen.

16

7. Archief- en informatiebeheer 7.1 Wet- en regelgeving Het IBT voor het domein Archief- en informatiebeheer ziet toe op de naleving van de Archiefwet 1995 en de daarop gebaseerde regelgeving door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening is immers essentieel voor een goede taakuitvoering en goed bestuur.

7.2 Indicatoren De indicator die aangeeft of de gemeente haar taken op grond van de Archiefwet goed uitvoert is de (twee)jaarlijkse verantwoording van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad. Op grond van een door de gemeenteraad verplicht vast te stellen archiefverordening dienen burgemeester en wethouders de gemeenteraad [tweejaarlijks te informeren over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en daarbij in ieder geval het inspectieverslag van de gemeentearchivaris te voegen. De provincie toetst of het college van B&W daadwerkelijk (twee)jaarlijks de gemeenteraad informeert en of het de in het inspectieverslag genoemde verbeterpunten ook daadwerkelijk oppakt. Als het verslag geen actie door de gemeente vereist zal dit laatste achterwege kunnen blijven.

7.3 Landelijk afstemming en uniformering Vier keer per jaar komt de vereniging van provinciale toezichthouders op informatie- en archiefbeheer bij gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen (LOPAI) bijeen voor het uitwisselen van kennis en ervaring. Het doel van deze overleggen is om bij te dragen aan een goed interbestuurlijk toezicht op basis van de uitgangspunten van de Wet revitalisering generiek toezicht en de Agenda Toekomst van het (interbestuurlijk) Toezicht. Ook wordt besproken in hoeverre de provincies de uitvoering van IBT op dit domein op elkaar af kunnen stemmen en uniformeren.

7.4 Het proces Tabel 4, op de volgende pagina, geeft het IBT-proces voor archief- en informatiebeheer weer, met de daarbij behorende stappen op de IBT-ladder en het oordeel zoals dat zal worden gepubliceerd op het IBT-dashboard. De informatiebronnen voor het IBT Archief- en informatiebeheer zijn: Het inspectieverslag van de gemeentearchivaris; Het KPI-verslag over het archief- en informatiebeheer van de gemeente; Het verbeterplan van de gemeente (indien inspectieverslag daar aanleiding toe geeft). De provincie maakt afspraken met de gemeente over de momenten in het jaar en de wijze waarop deze informatiebronnen worden gedeeld.

17

Tabel 4, proces en beoordeling IBTArchief- en informatiebeheer 0

1

2

IBT-ladder en -oordeel De gemeente staat niet op de IBTladder, het oordeel is groen.

De gemeente staat op trede 1 van de IBT-ladder (signaleren), het oordeel is groen. Het inspectieverslagis niet bestuurlijk behandeld en/of er worden geen acties ondernomen. De gemeente staat op trede 2 van de IBT-ladder (informatie opvragen en beoordelen), het oordeel is geel. De provincie heeft meer informatie nodig om goed te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van verwijtbare en structurele taakverwaarlozing.

3a

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (ambtelijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje. Er is sprake van taakverwaarlozing en er lijkt onvoldoende voortgang te zijn in het oplossen van de achterstand.

3b

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (bestuurlijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Toelichting Z acties De gemeente stuurt (twee)jaarlijks het inspectieverslag naar de provincie. De provincie toetst of het verslag bestuurlijk is behandeld in het college van burgemeester en wethouders en de raad is geïnformeerd. De provincie kijkt ook of er gevolg is/wordt gegeven aan de in het inspectieverslag opgenomen actie- en verbeterpunten. De provincie kijkt of meer informatie beschikbaar is en stemt dit zo nodig af met de gemeente. Blijkt dat de taak structureel goed wordt uitgevoerd, dan is er geen signaal van taakverwaarlozing en blijft het oordeel 'groen'. Zo niet, dan stijgt de gemeente op de IBT-ladder en wordt het oordeel 'geel'.

Tijdens deze stap vindt ambtelijke dialoog plaats. Op basis van aanvullende informatie kan worden vastgesteld of de taak (structureel) goed wordt uitgevoerd. Als dat zo is, dan is er geen sprake van taakverwaarlozing en wordt het oordeel weer groen. De gemeente staat niet meer op de IBT-ladder. Als blijkt dat er een verbeterplan is of sprake is van een tijdelijke situatie, dan is er mogelijk geen sprake van taakverwaarlozing, maar slechts van een tijdelijke achterstand in de taakuitvoering. In dat geval kan de toezichthouder besluiten dat de gemeente op trede 2 van de ladder blijft, totdat de achterstand is weggewerkt of de verbetering gerealiseerd. De gemeente blijft op deze trede van de ladder staan zolang de achterstand niet is opgelost en de termijnen van het 'verbeterplan' niet zijn overschreden. Als binnen de termijnen van het 'verbeterplan' de achterstand niet is opgelost, wordt het oordeel 'oranje' en komt de gemeente op trede 3. Als de achterstand verwijtbaar is of een verbeterplan ontbreekt of niet wordt uitgevoerd, is er sowieso sprake van taakverwaarlozing en stijgt de gemeente op de ladder naar trede 3. Er vindt ambtelijke dialoog plaats.

Dit moet binnen één jaar na de constatering van de achterstand resulteren in een (aangepast) verbeterplan (of afspraken) waarin de gemeente concrete acties heeft vastgelegd met daarbij behorende met de provinciaal toezichthouder afgestemde termijnen. Op basis van deze concrete afspraken kan de gemeente een stap terug op de ladder en wordt het oordeel weer 'geel'.

Als de ambtelijke dialoog niet binnen één jaar (of een andere afgesproken termijn) resulteert in een oplossing volgt het oordeel 'rood' en wordt er bestuurlijk opgeschaald. Zo nodig kan ook al eerder een bestuurlijk overleg worden gestart.

De ambtelijke dialoog resulteert binnen één jaar na plaatsing op trede 3a niet in verbeteringen. 4

De gemeente staat op trede 4 van de IBT-ladder (vooraankondiging sanctie), het oordeel is rood. De gemeente geeft onvoldoende invulling aan de in de vorige stap gemaakte afspraken.

Er vindt bestuurlijk overleg plaats. De provincie stuurt een vooraankondiging van de geplande interventie (indeplaatsstelling) en geeft de gemeenten de gelegenheid om binnen een in die brief gestelde termijn alsnog een concreet verbeterplan in te dienen of al eerder afgesproken verbeteringen te realiseren.

18

8. Huisvesting vergunninghouders 8.1 Wet- en regelgeving Dat gemeenten vergunninghouders moeten huisvesten is geregeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. Dit artikel luidt: 'Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling.' Verder is in de Huisvestingswet geregeld dat: de gemeentelijke taakstelling wordt berekend naar rato van het inwoneraantal van de gemeente ten opzichte van Nederland (artikel 29, lid 1), twee of meer gemeenten hun taakstellingen onderling kunnen herverdelen, mits de som van de taakstelling van de gemeenten gelijk blijft (artikel 29, lid 2), gemeenten een huisvestingsverordening kunnen vaststellen.

8.2 Indicatoren De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaalt elk half jaar de taakstelling voor geheel Nederland. Deze taakstelling wordt ten minste dertien weken voor aanvang bekend gemaakt in de Staatscourant. De taakstellingsperiode loopt van 1 januari tot en met 30 juni en van 1 juli tot en met 31 december. Het bekendmaken van de taakstellingen voor deze twee perioden vindt respectievelijk op 1 oktober en 1 april plaats. De provincie krijgt van het ministerie een brief met onder andere de taakstelling per gemeente. De gemeenten dienen deze taakstelling te realiseren. Hier wordt toezicht op gehouden door middel van het aanvullend beleidskader huisvesting vergunninghouders. Voor de uitgangspunten voor het toezicht en het gebruik van de bestuurlijke interventieladder (IBT-ladder) wordt naar dit beleidskader verwezen. De beoordeling van de taakstelling vindt plaats in januari en juli, waarna de gemeenten een brief ontvangen en vervolgens de informatie op het IBT-dashboard wordt geactualiseerd. In april en oktober wordt beoordeeld of de gemeente op schema ligt voor de taakstelling.

8.3 Landelijk en regionale afstemming en uniformering De Huisvesting van vergunninghouders wordt landelijk en regionaal afgestemd in onder andere de volgende overlegstructuren: PHV: Landelijk Platform Huisvesting Vergunninghouders. Dit is een ambtelijk overleg van de coördinatoren IBT, voorgezeten door de secretaris van het IPO. IVO: Ambtelijk Interdepartementaal vergunninghouders overleg. Hierbij zijn ook de secretaris van het IPO en de toezichthouder van de provincie Zuid-Holland aanwezig. Landelijke regietafel. De voorzitter van dit bestuurlijke overleg is is de minister van BZK. Deze regietafel werkt aan gezamenlijke opgaven op het gebied van huisvesting statushouders, integratie en participatie. De deelnemers zijn de minister van SZW, de staatssercetaris JenV, de burgemeester van Tilburg, de CdK van Drenthe (als vertegenwoordiger van de Rijksheren) en bestuursleden van VNG, IPO en COA. Provinciale regietafels. In dit oveleg bespreken bestuurders de uitvoering van de afspraken van de landelijke regietafel. Voorzitter is de commissaris van de koning van Zuid-Holland (als Rijksheer). Vaste deelnemers zijn: gedeputeerde wonen, bestuursvoorzitter COA en voorzitters van de veiligheidsregio's. Regionale regietafel. In dit overleg bespreken bestuurderls regionaal (veiligheids- of woonregio's) de uitvoering van de afspraken van de landelijke en provinciale regietafels.

De deelnemers zijn burgemeesters en wethouders die zich kunnen aanmelden bij de secretaris van de regionale regietafel.

8.4 Het proces Tabel 5, op de volgende pagina, geeft het IBT-proces voor huisvesting vergunninghouders weer, met de daarbij behorende stappen op de IBT-ladder en het oordeel zoals dat zal worden gepubliceerd op het IBT-dashboard.

19

Tabel 5, proces en beoordeling IBTHuisvesting vergunninghouders 0 1

IBT-ladder en -oordeel De gemeente staat niet op de IBTladder, het oordeel is groen. De gemeente staat op trede 1 van de IBT-ladder (signaleren), het oordeel is groen.

Toelichting Z acties N.v.t. Het toezicht begint met het signaleren van een achterstand in het realiseren van de opgave en/of het niet op schema lopen bij het realiseren van de opgave.

Op basis van data-analyse blijkt dat de taakstelling niet gerealiseerd is. 2

De gemeente staat op trede 2 van de IBT-ladder (informatie opvragen en beoordelen), het oordeel is geel.

Als de achterstand in het realiseren van de opgave aanhoudt, volgt een ambtelijk gesprek met de gemeente en de regievoerder van het COA en eventueel de in de gemeente werkzame corporaties.

De achterstand is nog niet volledig ingelopen. 3a

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (ambtelijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Er vindt ambtelijke dialoog plaats. Dit moet binnen 3 maanden na de constatering resulteren in een (aangepast) plan van aanpak (afspraken) waarin de gemeente concrete acties zijn vastgelegd met daarbij behorende met de toezichthouder afgestemde termijnen.

Er is structureel sprake van een achterstand. 3b

De gemeente staat op trede 3a van de IBT-ladder (bestuurlijk afspraken maken met termijn), het oordeel is oranje.

Als het plan van aanpak niet binnen een half jaar resulteert in het realiseren van de taakstelling wordt er bestuurlijk opgeschaald. Het plan van aanpak uit trede 3a wordt bestuurlijk vastgesteld door de gemeente.

Het plan van aanpak heeft niet geresulteerd in het realiseren van de taakstelling. 4

De gemeente staat op trede 4 van de IBT-ladder (vooraankondiging sanctie), het oordeel is rood. De gemeente heeft ondanks bestuurlijke interventie de taakstelling niet gerealiseerd.

Er vindt bestuurlijk overleg plaats. De provincie stuurt een vooraankondiging van de geplande interventie (indeplaatsstelling) en geeft de gemeenten de gelegenheid om binnen een in die brief gestelde termijn alsnog de taakstelling zelf te realiseren.

Voor het beoordelen van de realisatie van de taakstelling wordt gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Orgaan opvang asieszoekers (COA)

20

9. Thema-onderzoeken Themaonderzoeken hebben betrekking op een specifiek onderwerp wat actueel is binnen de provincie of in Nederland en wat betrekking heeft op een van de toezichtgebieden waarop de provincie systematisch toezicht houdt of gaat houden. Het kan bijvoorbeeld gaan om nieuwe wetgeving of andere ontwikkelingen en gebeurtenissen. Aanleiding voor themaonderzoeken kunnen signalen uit de maatschappij zijn, bijvoorbeeld uit de media, of meldingen van burgers. Het belangrijkste doel van themaonderzoeken is om kennis te vergaren en te delen. Een ander doel kan zijn om vast te stellen of er belangrijke maatschappelijke risico's zijn. De provincie kan zelf initiatief nemen om themaonderzoek te starten, maar zal dat altijd in samenspraak met de gemeenten (klankbordgroep en IBTcoördinatorenoverleg) doen. Ook gemeenten kunnen onderwerpen voor themaonderzoeken aandragen, waarna gezamenlijk zal worden bezien of en hoe dit wordt opgepakt. Op dit moment zijn er voor de komende periode nog geen concrete themaonderzoeken gepland. Prioriteit wordt gegeven aan het in de praktijk brengen van dit Uitvoeringsprogramma en het hierin verwerken van de gevolgen voor het IBT van de Omgevingswet en de Wet digitale overheid.

Op onderdelen van het Uitvoeringsprogramma, bijvoorbeeld monumentenzorg, zal tussentijds geëvalueerd worden of de nieuwe werkwijze in de praktijk werkt en of het de gewenste informatie oplevert. Daarnaast zal Zuid-Holland zich samen met gemeenten en ander provincies blijven inspannen voor het ontwikkelen van data-gedreven toezicht.

21

10. Overige onderwerpen en ontwikkelingen 10.1 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Met behulp van 1 digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Bijvoorbeeld woningbouw op oude bedrijventerreinen of de bouw van windmolenparken. De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022. Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. De gemeentelijk bestemmingsplannen worden als gevolg van de Omgevingswet omgezet naar één gemeentedekkend Omgevingsplan. Dat betekent ook dat de nieuwe Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) in werking treedt. De IBT-indicatoren voor het jaar 2023 zullen hierop mogelijk moeten worden aangepast. De ZHOV bevat nieuwe instructieregels voor bodem en water, maar de ZHOV bevat ook een nieuwe implementatietermijn voor het gemeentelijke Omgevingsplan. Voor de wijze waarop de IBT-beoordeling zal plaatsvinden heeft dit nog niet direct gevolgen. Meer informatie over de Omgevingswet vindt u op Rijksoverheid.nl.

10.2 Wet Digitale Overheid (Wdo) De Wet digitale overheid (Wdo) heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. Met veilig en betrouwbaar inloggen wordt bedoeld dat burgers elektronische identificatiemiddelen (eID) krijgen met een hogere mate van betrouwbaarheid dan het huidige DigiD. Deze identificatiemiddelen geven publieke dienstverleners meer zekerheid over iemands identiteit. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EU richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. Door de wetswijziging na vragen van de Eerste Kamer wordt de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding van de wet 1 juli 2022. De daadwerkelijke datum van de inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Kamer het wetsvoorstel met de wijziging bespreekt. De Wdo geeft in artikel 17 aan dat provincies toezicht op waterschappen en gemeenten dienen te houden op de naleving van artikelen art 3, 6, 7, 8 lid 1 en 15 van de Wdo. De Wdo verplicht daarbij de minister te informeren over de naleving van deze wet. De Wdo heeft dus gevolgen voor het interbestuurlijk toezicht op informatieveiligheid en naleving van verplichte standaarden door provincies op en de opvolging hiervan bij gemeenten en waterschappen en hun uitvoeringsorganisaties.

Het bestuur zal de naastgelegen overheidslaag moeten informeren over de naleving van de Wdo. Dit betekent logischerwijs dan ook dat het bestuur informatie moet verzamelen over de invoering van de Wdo. Er is vanuit provincies grote twijfel over de uitvoerbaarheid van het specifieke toezicht dat in de Wdo is opgenomen. Op dit moment is de scope, het detailniveau en de beoogde frequentie van deze rapportages nog niet bekend. Ook speelt hierbij een capaciteitsvraag voor deze (nieuwe) toezichtstaak. Tot slot zijn er vragen hoe artikel 17 zich verhoudt tot de uitgangspunten van de Wet revitalisering generiek toezicht. Over de uitvoerbaarheid van het interbestuurlijk toezicht op de Wdo zal daarom nog afstemming moeten plaatsvinden tussen de betrokken partijen, die worden vertegenwoordigd door de VNG, het IPO, de UvW en het ministerie van BZK. Als bekend is wat het toezicht op de Wdo concreet gaat ínhouden, wordt dit nader uitgewerkt en opgenomen in dit Uitvoeringsprogramma. Op de website Digitale Overheid van de Rijsoverheid vindt u meer informatie over de Wdo. 22

10.3 Actieplan Agenda Toekomst van het Toezicht (ATT) Met de in 2018 opgestelde Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht (ATT) geven gemeenten, provincies en Rijk gezamenlijk invulling aan de afspraak in de 'Programmastart Interbestuurlijk Programma' (2018): werken aan vernieuwing van het interbestuurlijk en financieel toezicht. Het Actieplan Agenda Toekomst van het Toezicht is een concrete uitwerking van de ATT. In de ATT is aangegeven dat in het nieuwe toezicht het leren en de dialoog voeren centraal staan en dat er langs de volgende 5 actielijnen naar het nieuwe interbestuurlijk toezicht toegewerkt wordt: 1. Versterken verbinden horizontale controle en verticaal toezicht, 2. Beter voeren dialoog, 3. Beter leren via toezicht, 4. Uniformeren uitvoering toezicht en 5. Toezichthouder richt zich op gedeelde risico's. In het actieplan Toekomst Toezicht zijn deze actielijnen vertaald naar concretere acties en te bereiken resultaten. Deze acties en resultaten kunnen de komende jaren gevolgen hebben voor dit Uitvoeringsprogramma.

23

1 getekende Bestuursovereenkomst IBT 2022 (21-0326199)

Bestuursovereenkomst Generiek interbestuurlijk toezicht 2022

Provincie Zuid-Holland en gemeente Westland

Bestuursovereenkomst generiek interbestuurlijk toezicht 2022

De ondergetekenden: Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, gevestigd te Den Haag, vertegenwoordigd door de Commissaris van de Koning, de heer J. Smit, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 20 september 2021, hierna te noemen 'provincie’, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland, vertegenwoordigd door de burgemeester,

handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland van 2021: hierna te noemen 'gemeente'; samen te noemen 'partijen', hebben het navolgende overwogen en afgesproken:

Overwegende dat: -

Partijen de intentie hebben om verdere ínhoud en vorm te geven aan het generieke interbestuurlijk toezicht (hierna toezicht), zoals verwoord in de Wet revitalisering generiek toezicht (Stb. 2012, 233), die op 1 oktober 2012 in werking is getreden.

-

De uitwerking van deze bestuursovereenkomst plaats vindt in het Uitvoeringsprogramma generiek toezicht Zuid-Holland (hierna Uitvoeringsprogramma). De provincie het bevoegd gezag is als het gaat om het toezicht op de naleving en uitvoering door de gemeente van de wet- en regelgeving voor de medebewindstaken. De gemeente zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de uitvoering van de medebewindstaken. Voor de provincie het vertrouwen in de eigen verantwoordelijkheid en het zelfsturende vermogen van de gemeente centraal staat. Partijen het toezicht gestalte willen geven door de onderlinge relatie te baseren op transparantie, wederzijds begrip en vertrouwen.

-

De provincie haar toezicht op de wettelijke taakuitoefening door gemeenten sober en proportioneel zal uitoefenen.

-

Partijen de intentie hebben om Ínhoud en vorm te geven aan het toezicht op basis van de vijf actielijnen uit de Agenda Toekomst (interbestuurlijk) Toezicht, te weten: 1. het versterken van de verbinding tussen de horizontale controle en het verticaal toezicht, 2. het versterken van de dialoog, 3. het leren via toezicht, 4. het uniformeren van de uitvoering van het toezicht, 5. het toezicht richten op (gedeelde) risico's. De provincie in haar rol als toezichthouder op een verantwoorde manier zal omgaan met haar bevoegdheden om indien nodig in te grijpen.

-

1

Artikel 1. Doel Het doel van deze overeenkomst is om afspraken vast te leggen over samenwerking, rollen, belangen en verantwoordelijkheden binnen het interbestuurlijk toezicht tussen de provincie als toezichthouder en de gemeente als toezichtontvanger.

Artikel 2. Belangen Partijen onderkennen de volgende belangen van elkaar: 2.1

Het belang van de provincie is het op een zorgvuldige manier uitvoeren van haar wettelijke taak als toezichthouder zoals bedoeld in de Wet revitalisering generiek toezicht en zo bij te dragen aan een goed openbaar bestuur en daarmee aan het maatschappelijk belang.

2.2

Het belang van de gemeente is dat het interbestuurlijk toezicht bijdraagt aan een beter inzicht in de naleving van haar wettelijke medebewindstaken en zo bijdraagt aan een goed openbaar bestuur en daarmee aan het maatschappelijk belang.

Artikel 3. Uitvoeringsprogramma 3.1

Het Uitvoeringsprogramma is onlosmakelijk verbonden aan deze bestuursovereenkomst en bevat een nadere uitwerking van de volgende onderdelen van het toezicht: De toezichtgebieden De toetsingscriteria Het proces De samenwerking, escalatie en de interventie (IBT-ladder) Thema onderzoeken

3.2

Het uitvoeringsprogramma kan gewijzigd worden bij wijzigingen van wet- en regelgeving of andere significante ontwikkelingen binnen het interbestuurlijk toezicht.

3.3

Wijzigingen zoals bedoel in artikel 3.2 treden niet eerder in werking dan 8 weken nadat de provincie alle gemeenten hiervan in kennis heeft gesteld.

3.4

De bovenstaande termijn van 8 weken wordt 6 weken opgeschort indien een of meerdere gemeenten binnen deze termijn gemotiveerd schríftelijk op de wijzigingen hebben gereageerd. Binnen 6 weken neemt de provincie hierover een besluit en maak dit kenbaar aan de gemeenten.

Artikel 4. Afspraken 4.1

Partijen spannen zich in om een goede uitvoering van de wettelijke medebewindstaken te bevorderen: a. Door het versterken van het verbinden van horizontale controle door de gemeenteraad en verticaal toezicht door de provincie. b. Door met begrip voor eikaars belangen en omstandigheden te communiceren. c. Door via het delen van voorbeelden te leren van het toezicht. d. Door het zodanig uniformeren van de uitvoering van het toezicht dat dit goed aan blijft sluiten bij de landelijke afspraken hierover. e. Door het toezicht proportioneel te houden en de intensiteit ervan zoveel mogelijk te baseren op de maatschappelijke risico's.

2

Artikel 5. Looptijd 5.1

Deze bestuursovereenkomst is van kracht na ondertekening door partijen en de bestuursovereenkomst tussen partijen ter uitvoering van de Wet revitalisering generiek toezicht van september 2013 komt daarmee te vervallen.

5.2

Deze bestuursovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

5.3

Als de bepalingen uit deze bestuursovereenkomst bij één partij of beide partijen op bezwaren stuit zullen partijen in overleg treden om te bepalen in hoeverre deze bestuursovereenkomst moet worden aangepast of hoe partijen voortaan op een andere manier met elkaar willen omgaan. Partijen zullen de uitkomst van dit overleg vastleggen en ondertekenen.

5.4

In alle gevallen waarin deze overeenkomst niet voorziet, treden de deelnemers met elkaar in overleg.

Aldus door partijen voor akkoord ondertekend

îë

OP

ÏÏ

i M u ij k

3 o ľ\Q OI’ A'\ ()frt________________ 2021:

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland,

Burgemeester

Namens het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

J. Smit Voorzitter

3

8.6 Schrijven college d.d. 09-12-21 inzake informeren raad over actualiseren erfgoedbeleid 1 raadsinformatiebrief getekend (21-0318983)

Po sta d re s:

Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazên Stad í 2672 TA Naaldwijk Í 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland.nl I www. gemeentewestland.nl

Aan de raad van de gemeente Westland

UW BRIEF

UW KENMERK

ZAAK./PROJ ECTN R

DOCUMENTNR

BIJLAGE(N)

21-03í8983 CO NTACTPE RSOO N

CLUSTER

TELEFOONNUMMER

DATUM VERZONDEN

M. Veldhoven

Beleid

(0174) 673 s52

9 december 202'1

ONDERWERP

Actualiseren erfgoedbeleid

Geachte raad, De Nota Cultuurhistorisch Erfgoed Westland uit 2005 is aan herziening toe. Dit is van belang om de cultuurhistorische identiteit van Westland te behouden en om de gemeente voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Specifiek voor cultureel erfgoed moet de gemeente al voor de invoering van de wet aan de slag om een aantal zaken in orde te maken om aan de verplichtingen binnen de wet te kunnen voldoen. Eén van de zaken die invoering van de wet vereist is dat na de invoering van de Omgevingswet de gemeente in het omgevingsplan regels opneemt over de omgeving van beschermde monumenten. Dit ter voorkoming van ontsiering of beschadiging van (beschermde) rijksmonumenten en andere via het gemeentelijk omgevingsplan beschermde monumenten door activiteiten in hun omgeving. Bijvoorbeeld wanneer deze negatieve invloed hebben op het aanzicht of de waardering van een monument. Deze verplichting betekent een herijking van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de omgeving van beschermde monumenten. Naast de voorbereidingen voor de Omgevingswet is actualisatie van het erfgoedbeleid noodzakelijk om een zorgvuldige besluitvorming bij toekomstige ruimtelijke besluitvormingsprocessen te waarborgen. Een gevolg van de verouderde nota is dat erfgoedkwesties reactief worden benaderd. Dit is geen wenselijke situatie.

Het is wenselijk om, in samenwerking met historische verenigingen en belanghebbenden, te komen tot een proactieve aanpak in erfgoedbeheer en erfgoedbescherming met als doel een zorgvuldige en uitvoerbare (wettelijke) taakbeheersing die ook aansluit op de eisen die in de Omgevingswet gesteld zullen worden. Het geactualiseerde erfgoedbeleid zal een bijdrage gaan leveren aan het beleefbaar maken van het erfgoed voor inwoners omdat beter inzichtelijk kan worden gemaakt waar kansen liggen voor beleving en duurzaam behoud. Uw raad heeft bij de Voorjaarsnota 2021 middelen ter beschikking gesteld (100.000 incidenteel) om f.-

É. ()

het erfgoedbeleid te actualiseren en het erfgoedbeleid te toetsen op de komst van de Omgevingswet. De voorbereidende werkzaamheden voor erfgoed in het kader van de Omgevingswet zijn in

J

2021 gestart.

o o d]

PAGINA 2

i,

:.

WESI LAND

Bij deze voorbereiding is gebleken dat hiervoor meer menskracht nodig is dan nu beschikbaar. Een deel van de beschikbare middelen zal daarom ingezet worden voor het aantrekken van een medewerker Erfgoedbeleid. Deze medewerker zal een plan maken hoe tot actualisatie te komen en zal coórdinatie voeren om tot een actueel beleid en uitvoering daarvan te komen. De werving voor deze medewerker loopt op dit moment. Wij vertrouwen erop dat we u zo voldoende hebben geïnformeerd en houden u op de hoogte van de voortgang.

Hoogachtend,

burgemeester e

wethouders v de

de

ndler

estland, e este r

B.R. Arends

21 -031 8983

F

8.7 Memo wethouder Vreugdenhil inzake stand van zaken lokale inclusieagenda 1 Memo wethouder Vreugdenhil inzake stand van zaken lokale inclusieagenda (21-0333223)

Corsanummer: 21-0333223

Memo AAN

:

Gemeenteraad

VAN

:

W et h o u d e r P . A . V r e u g d e n h i l

DATUM

:

2 4 n o ve m b e r 2 0 2 1

B E TR E F T

:

TZ 2 6 4 MO t o e ze g g i n g s t a n d va n za k e n l o k a l e i n c l u s i e a g e n d a

I n d e C o m m i s s i e MO o p 2 1 j u n i h e b b e n w i j t o e g e ze g d u t e i n f o r m e r e n o v e r d e s t a n d va n za k e n va n d e L o k a l e i n c l u s i e a g e n d a i n Q 4 ( 2 0 2 1 ) . S i n d s j u l i 2 0 1 6 ( r a t i f i c a t i e V N - ve r d r a g h a n d i c a p ) zi j n g e m e e n t e n we t t e l i j k ve r p l i c h t t o t h e t o p s t e l l e n va n e e n l o k a l e i n c l u s i e a g e n d a . D e a g e n d a r i c h t ze vo o r n a m e l i j k o p m e n s e n m e t l i c h a m e l i j k e e n m e n t a l e ( p s yc h i s c h e e n ve r s t a n d e l i j k e ) b e p e r k i n g e n e n c h r o n i s c h e zi e k e n . H e t u i t g a n g s p u n t va n d e ze a g e n d a i s ‘ i e d e r e e n d o e t m e e ’ zo ve r h i j / zi j d a t k a n e n wi l e n e r r e k e n i n g w o r d t g e h o u d e n m e t d e ve r s c h i l l e n t u s s e n m e n s e n . D e V N G h e e f t e e n h a n d r e i k i n g o p g e s t e l d w a a r i n zi j 4 b e g r i p p e n c e n t r a a l h e b b e n g e ze t : g e l i j k h e i d , s o l i d a r i t e i t , a u t o n o m i e e n p a r t i c i p a t i e .

H e t u i t g a n g s p u n t v a n d e a g e n d a s l u i t n a u w a a n b i j h e t u i t g a n g s p u n t d a t wi j i n h e t S o c i a a l B e l e i d s k a d e r o n d e r s c h r i j ve n ‘ i e d e r e e n k a n m e e d o e n e n k r i j g t w a a r n o d i g o n d e r s t e u n i n g ’ . I n W es t l a n d wo r d t a l j a r e n g e we r k t a a n t h e m a ’ s d i e zi j n o p g e n o m e n i n d e l o k a l e i n c l u s i e a g e n d a zo a l s g e l i j k h e i d e n p a r t i c i p a t i e , m a a r d e a g e n d a ze l f o n t b r a k n o g . D a a r o m i s d e a g e n d a n u i n o n t wi k k e l i n g . S a m e n m e t i n wo n e r s , b e l a n g e n b e h a r t i g e r s e n p a r t n e r s vo e r e n w e , o p b a s i s va n d e h a n d r e i k i n g va n V N G , g e s p r e k k e n o v e r d e vo r m g e vi n g e n o n d e r we r p e n va n d e a g e n d a . W i j n e m e n ‘ n i e t s o ve r o n s , zo n d e r o n s ’ d a n o o k s e r i e u s . N a a r a a n l e i d i n g va n v r a g e n va n f r a c t i e D 6 6 i s b e s l o t e n o o k a c t i vi t e i t e n u i t h e t a n t i d i s c r i m i n a t i e b e l e i d e n L H B TI Q - b e l e i d o p t e n e m e n i n d e i n c l u s i e a g e n d a . O p d i t m o m e n t w e r k e n w e a a n d e i n h o u d va n d e a g e n d a .

H e t o p s t e l l e n va n d e W es t l a n d s e i n c l u s i e a g e n d a i s e e n zo r g vu l d i g e t a a k . W e b e g r i j p e n h e t b e l a n g e n d e w a a r d e d i e d e ze a g e n d a h e e f t vo o r i n wo n e r s m e t e e n b e p e r k i n g o f c h r o n i s c h e zi e k t e . W e zo e k e n o o k n a a r d e s a m e n h a n g t u s s e n d e i n c l u s i e a g e n d a e n a n d e r e g e m e e n t e l i j k e t a k e n e n b e l e i d s s t u k k e n . H e t d o e l i s o m vo o r h e t e i n d e va n d i t j a a r ( 2 0 2 1 ) e e n s t a r t n o t i t i e o p t e l e ve r e n . D e ze s t a r t n o t i t i e wo r d t vo o r g e l e g d a a n h e t C o l l e g e e n o p b a s i s va n d i t d o c u m e n t b o u we n w e ve r d e r a a n d e a g e n d a .

8.8 Memo wethouder van der Stee inzake brief en bijlage Provincie Zuid Holland stand van zaken statushouders 1 Memo wethouder van der Stee inzake brief Provincie Zuid Holland stand van zaken statushouders (21-0343112)

Memo AAN

:

de leden van de commissie

V AN

:

w e t h o u d e r B . P . M. va n d e r S t e e

C.C.

:

D AT U M

:

6 december 2021

BETREFT

:

B r i e f P r o vi n c i e Z u i d H o l l a n d s t a n d v a n za k e n s t a t u s h o u d e r s

A l s b i j l a g e b i j d e ze m e m o vi n d t u d e b r i e f va n d e P r o vi n c i e Z u i d H o l l a n d a a n h e t c o l l e g e i s ve r s t u u r d . H e t c o l l e g e i s d o o r d e p r o vi n c i e g e ï n f o r m e e r d o ve r h o e e r u i t vo e r i n g wo r d t g e g e ve n a a n d e we t t e l i j k e t a a k vo o r h e t h u i s ve s t e n va n ve r g u n n i n g h o u d e r s p e r 1 o k t o b e r 2 0 2 1 . I n d e z e b r i e f g a a t d e P r o vi n c i e i n o p h u n b e vi n d i n g e n t e n a a n zi e n va n d e t a a k s t e l l i n g . E r i s s p r a k e va n e e n a c h t e r s t a n d i s m e t h e t t e p l a a t s e n v a n ve r b l i j f s g e r e c h t i g d e n . Me e r i n f o r m a t i e h i e r o ve r vi n d u i n d e b i j g e vo e g d e b r i e f . I k h o o p u h i e r m e e vo l d o e n d e t e h e b b e n g e ï n f o r m e e r d . Bijlage: brief PZH met kenmerk 21-0334722

21-0343112

ALG BCR 003

*21-0343112*

1

1 Memo wethouder van der Stee bijlage brief Provincie Zuid Holland stand van zaken statushouders (21-0334722)

Gemeente Westland Ingekomen - Team Registratie

2 6 NOV. 2021

Gedeputeerde Staten Ruimte, Wonen en Bodem Contact Mevrouw I. Verhoef M 06 - 31112318 i.verhoef@pzh.nl

provincie

Zuid

Postadres Provinciehuis

Holland

Postbus 90602

Gemeente Westland

2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11

www.zuid-holland.nl

21-0334722 Datum Zie links onder Ons kenmerk

Burgemeester en wethouders van Westland

PZH-2021-775220428

Postbus 150

PZH-2021-791275931

2670 AD NAALDWIJK

Uw kenmerk

Onderwerp

Biila9en

Huisvestingswet: huisvesting vergunninghouders Stand van zaken per 1 oktober 2021

Geacht College, Met deze brief informeren wij u over onze bevindingen en conclusies ten aanzien van uw wettelijke taak met betrekking tot het huisvesten van vergunninghouders1.

Onze bevindingen ten aanzien van het realiseren van de gemeentelijke taakstelling 2021-11. In de onderstaande tabel zijn de gegevens opgenomen op grond waarvan wij de conclusie trekken met betrekking tot het al dan niet op schema liggen van het realiseren van uw gemeentelijke taakstelling.

Aantal vergunninghouders Taakstelling 2021-11

69

Per 1 juli 2021 had uw gemeente een achterstand

51

Fase interventieladder per 1 juli 2021

Informatie opvragen en valideren

Te huisvesten vergunninghouders vóór 1 januari 2022 Bezoekadres

120 Beoordeling

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag

Minimaal te huisvesten vóór 1 oktober 2021 Feítelijk gehuisvest voor 1 oktober 2021

Tram 9 en de buslijnen 90, 385 en 386 stoppen dicht bij het provinciehuis. Vanaf station Den Haag CS is

auto’s is beperkt.

41

Op schema 1 niet op schema

Niet op schema

Percentage gehuisveste vergunninghouders van het

34 “/o

minimaal voor 1 oktober te huisvesten vergunninghouders Conclusie

het tien minuten lopen. De parkeerruimte voor

60

Fase interventieladder op 1 oktober 2021

zelfde fase Informatie opvragen en valideren

Nog te huisvesten vóór 1 januari 2022

79

Koppelingen op 1 oktober 2021 (inclusief forecast)

104

1/3

Verzonden op 25-11-2021

PZH-2021-791513671 dd. 24-11-2021

PZUIDHOLLAND

Onze conclusie ten aanzien van het realiseren van uw taakstelling 2021-11 Op grond van onze bevindingen stellen wij vast dat uw gemeente gezien uw opgave voor het tweede halfjaar van 2021 en de stand van zaken per 1 oktober 2021 niet op schema ligt. Wij constateren dat gelet op het aantal koppelingen per 1 oktober u uw opgave voor het tweede halfjaar van 2021 nog kunt realiseren vóór 1 januari 2022. Wij merken op dat, mocht u onverhoopt voor de genoemde datum dit aantal vergunninghouders niet huisvesten, uw gemeente (mits verschoonbare redenenen) in de volgende fase kan komen.

Tot slot In de bijlage schetsen wij een beeld van de voortgang van de huisvesting van vergunninghouders, het aantal koppelingen in relatie tot de taakstelling en het tijdig huisvesten in onze provincie. Kort na 1 januari 2022 zullen wij u informeren over onze bevindingen ten aanzien van de door u gerealiseerde opgave in de tweede helft van 2022. Wij vragen u de komende tijd alles op alles te zetten om de aan uw gemeente gekoppelde vergunninghouders zo snel mogelijk te huisvesten, dit omdat: » de vergunninghouders na hun huisvesting pas kunnen beginnen met het integreren in en participeren aan onze samenleving. » dat de druk op de schaarse opvangcapaciteit vermindert in de huidige vluchtelingencrisis » de taakstelling voor 2022-I wederom hoog is.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, M. G. Visser Waarnemend Afdelingshoofd Ruimte, Wonen en Bodem

Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

2/3

PZH-2021-791513671 dd. 24-11-2021

provincie Holland Zuid

Bijlage stand van zaken in de Provincie Zuid-Holland Voortgang huisvesting In de periode 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 moeten in Zuid-Holland 3.183 vergunninghouders gehuisvest worden. Op 1 oktober zou de helft van de opgave voor dit halfjaar, dus 1.592 vergunninghouders gehuisvest moeten zijn. Op 1 oktober waren er 1.248 vergunninghouders gehuisvest ^ 39Vo procent van de opgave van dit half jaar). Dit is landelijk gezien een goede score (gemiddeld 340/)), echter Zuid-Holland loopt wel achter ten opzichte van het schema, want op 1 oktober had 50 procent gehuisvest moeten zijn. Kortom er ligt nog een uitdaging om de gehele opgave van dit halfjaar te realiseren. Koppelingen Op 1 oktober moesten de gemeenten in Zuid-Holland nog 1.592 vergunninghouders huisvesten om de taakstelling 2021-11 te realiseren. De regievoerders van het COA hadden op die datum 2.006 vergunning­ houders gekoppeld. Met deze koppelingen is de Zuid-Hollandse opgave haalbaar.

1 Op basis van het aanvullend beleidskader voor de huisvesting van vergunninghouders. In dit aanvullend beleidskader, dat wij op 16 juni 2020 hebben vastgesteld, hebben wij vastgelegd hoe wij onze toezichtstaak voor de huisvesting van vergunninghouders inrichten. In het aanvullend beleidskader vindt u onder meer de stappen van de interventieladder, namelijk; signaleren; informatie opvragen en valideren; afspraken maken over acties en termijnen; vooraankondiging juridische interventie, waarschuwing, besluit tot indeplaatsstelling; sanctie. Wat betreft de beoordeling van de situatie per 1 april en 1 oktober staat het volgende in het aanvullend beleidskader; Halverwege de periode, dus op 1 april en 1 oktober, kijken wij of een gemeente op schema loopt. Een gemeente loopt qua huisvesting van vergunninghouders op schema als de gemeente ten minste de helft van de opgave voor het lopende halfjaar op 1 april of 1 oktober heeft gerealiseerd. Als een gemeente niet op schema loopt plaatsen wij de gemeente op de interventieladder in de fase “signaleren”, als die gemeente nog niet op de interventieladder stond, of in de fase “informatie opvragen en valideren” als de gemeente op de interventieladder in de fase “signaleren” stond.

Als een gemeente op de fase “informatie opvragen en valideren" of in een hogere fase van de interventieladder staat, verbinden wij geen consequenties aan het niet op schema lopen. Dit wil zeggen dat de gemeente dan in dezelfde fase van de interventieladder blijft. Door op deze data te kijken of een gemeente al dan niet op schema loopt, kunnen wij vroegtijdig de betreffende gemeente laten weten dat extra actie nodig is.

3/3

PZH-2021-791513671 dd. 24-11-2021

S'Téź

provincie Zuid'Holland

Port Betaald Port Payé Pays-Bas

ROSCC VŕX®3Cŵţ,OX^QO^OODOŵ

Postbus 90602, 2509 LP Den Haag

C5MV

8.9 Schrijven college d.d. 23-12-21 inzake afhandeling motie ruimhartig voor de jeugd 1 raadsinformatiebrief getekend (21-0272693)

.]. .':

WESTLAND Postadres: Postbus I 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 ïA Naaldwijk Í 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland. nl I www. gemeentewestland.nl

Aan de raad van de gemeente Westland

UW BRIEF

UW KENMERK

ZAAK./PROJ ECTN R

DOCUMENTNR 21 -0272693

BIJLAGE(N)

CO NTACTPE RSO O N

CLUSTER

TELEFOONNUMMER

DATUM VERZONDEN

E. Steegh

Beleid

(0174) 672 041

23 december 2021

ONDERWERP

Afdoen motie Ruimhartig voor de jeugd

Geachte raad,

ln de raadsvergadering van 7 juli 2021 is bij bespreking van de Voorjaarsnota de motie inzake Ruimhartig voor de jeugd aangenomen (G21-001459). Uw motie Ruimhartig voor de jeugd is een zeer brede oproep om jongeren tegemoet te komen en te helpen wanneer zij nu of in de (nabije) toekomst negatieve gevolgen ervaren van de corona-

pandemie.

Wij weten dat jongeren in de afgelopen ruim anderhalf jaar meer eenzaamheid en meer psychosociale problemen hebben ervaren dan daarvoor. Een groter deel van de jongeren en jongvolwassenen heeft gevoelens van neerslachtigheid of depressiviteit ervaren. Hoe deze gevolgen zich in de toekomst zullen ontwikkelen is ongewis. Wij zien ook dat deze gevolgen leiden tot meer hulpvragen onder jongeren en daarmee extra drukken op de kosten voor onze gemeente. Wij zullen er echter voor zorgen dat jongeren, net als nu en net als voor de coronapandemie, terecht blijven kunnen bij het SKT. Van daaruit wordt gekeken naar wat de jongere nodig heeft en wordt als dat nodig is specialistische hulp ingezet. lndien in de toekomst de fi nanciële druk zo groot wordt dat wij ons genoodzaakl zien om keuzes te maken waardoor jeugdigen direct geraakt worden, dan zullen wij zoals eerder toegezegd hier vooraf met u over in gesprek gaan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen de motie hiermee als afgedaan. H oog achten d, burg emeester en wethouders van W stland, e c reta ri s,

de

eester,

N

o o É.

o dl

C A.C. Spindler

nds

-t*^

1 motie ruimhartig voor jongeren (G21-001459)

tyftciq

ô-ļ-dj- 'J/

f/ļE jş-, l,

westland

Motie Ruimhartig voor jongeren De gemeenteraad van Westland, in vergadering bijeen op 7 juli 2021,

Constaterende dat 1. 2. 3.

het college anticyclisch uit deze crisis wil komen corona grote gevolgen heeft voor de gehele samenleving extra middelen voor de jeugdzorg door het Rijk beschikbaar worden gesteld

Overwegende dat 1. 2. 3.

de gemeente Westland zich eerder op initiatief van D66 heeft ingespannen voor jongeren door activiteiten te organiseren uit onderzoek blijkt dat jongeren de coronapandemie somberder hebben ervaren dan andere doelgroepen niet helder is wat de precieze gevolgen zijn van het afgelopen jaar voor alle jongeren

Verzoekt het college wanneer nodig zich ruimhartig op te stellen voor jongeren die de gevolgen ervaren van de huidige coronapandemie

b en gaat over tpf cde orde van de dag

r

UtiûuiSW ________

——

—^

àp/ì fO ^ f ĩŕT

I

■enjamin Hofland D66 Westland

Wp 3 frtfp t J.

rw*

çúUó i

JöU ŭ i

8.10 Raadsinformatiebrief d.d. 21 december 2021 inzake afdoening motie inzake het verzoek geen medewerking te verlenen aan huisvestingsverzoek Yunus Emre 1 Afdoening motie inzake het verzoek geen medewerking te verlenen aan huisvestingsverzoek Yunus Emre (21-0347927)

Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 ïA Naaldwijk r 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl

Aan de raad van de gemeente Westland

UW BRIEF

UW KENMERK

ZAAK-/ P ROJ ECTN R

2ldecember 2021

DOCUMENTNR

BIJLAGE(N)

21 -0347927

CO NTACT PE RSOO N

AFDELING/TEAM

DOORKIESNUMMER

DATUM VERZONDEN

B.H.J. ïhedinga

BV IBJZ

(0174) 67 3370

23 decembeÍ 2021

ONDERWERP

Afdoening motie verzoek geen medewerking te verlenen aan huisvesting Yunus Emre

Geachte raad,

ln de raadsvergadering van 7 december 2021 is de motie "verzoek College B en W om geen medewerking te verlenen aan huisvestingsverzoek Yunus Emre" aangenomen. ln deze motie verzoekt u ons geen medewerking te verlenen aan de aanvraag van Yunus Emre om huisvesting en de bekostiging daarvan voor auguslus 2022 of enige andere eerdere of latere datum, althans geen definitieve, niet meer terug te draaien besluiten te nemen tijdens deze bestuursperiode. Wij herhalen ons standpunt dat wij uitvoering dienen te geven aan de ons opgedragen wettelijke taken en verplichtingen, zoals wij u in onze brief van 2 december 2021 hebben laten weten. Kortheidshalve verwijzen wij naar deze brief (zie bijlage). Dit betekent dat wij niet kunnen voldoen aan hetgeen u in uw motie hebt verzocht. Wij zijn wettelijk verplicht uitvoering te geven aan het verzoek van Yunus Emre om in huisvesting van deze school te voorzien, aangezien dit verzoek tijdig is ingediend, volledig is en voldoet aan de gestelde voorwaarden. Wij hebben op 21 december 2021 een positief besluit genomen op de aanvraag van Yunus Emre, Dit betekent dat wij binnen vier weken in overleg treden met het schoolbestuur over de wijze van uitvoering. Ter informatie treft u als bijlage het door ons vastgestelde huisvestingsprogramma 2022 aan. ln het programma staan alle voor het jaar 2022 goedgekeurde huisvestingsaanvragen opgenomen.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen de motie van T december 2021 hiermee als afgedaan. H oog achten d,

burgemeester en wethouders van de secretaris, deb

stland, ee ste r,

C A.C. Spindler

Arends

!*-

r/È 2g

1 Motie WV inzake geen medewerking verlenen aan huisvestingsverzoek Yunus Emre (G21-001342)

á - //' WESTLANDVERSTANDIG

Motie Verzoek College B en W om qeen medewerkinq te verlenen aan h

uisvestinqsverzoek Yu nus Em re

De Raad van de Gemeente Westland in vergadering bijeen op 7 december 2021;

Overweqende:

-

-

dat de Raad op 1 juni het Plan van scholen 202L-2024 heeft ingetrokken en het Plan van Scholen 2022- 2025 niet heeft vastgesteld; dat het College -ook in de visie van de Minister- enkel op basis van een Plan van Scholen een huisvestingsbesluit kan nemen;

-

rt+ardelijtrcÍ?arttjeni

-

dat de Minister ook nog niet zelf de aanvrage heeft behandeld als een nieuw verzoek en dus geen verdere actie heeft ondernomen;

-

dat het College van Burgemeester en Wethouders ook geen vervolg gegeven heeft op het besluit van de Raad van 1 juni 202L;,

Verzoekt het College: Geen medewerking te verlenen aan het verzoek om huisvesting en de bekostiging daaruan voor augustus 2022 of enige andere eerdere of latere datum, althans geen definitieve, niet meer terug te draaien besluiten te nemen tijdens deze bestuursperiode.

*/4*/l

,n/o* venz: Gaat over tot de orde van de dag

&/ Á,/ l/@t Êtl td l:ryte '{n4

Namens de fractie van Westland Verstandig,

Peter Duijsens

V "( g7

WV / &PF

s'sw r Ca -,s'P 2 à/

Dí{ f PWl t //

*/

í)

a-ít-ttt'r|,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=02768912-e7b6-483c-982c-e896882c8504