CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimte en Wonen 7 september 2021, gemeente Westland55.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De extra kosten zullen naar verwachting direct gerelateerd kunnen worden aan het ambitieniveau van de gemeente. Met de vaststelling van deze groenvisie, wordt het uitvoeringsprogramma met bijbehorende prioriteit en dekking, zoals beschreven in bijlage 9 beoogd als start. De beschikbaarheid van budget is bepalend voor de feitelijke uitvoering van het uitvoeringsprogramma. Op het ogenblik zijn er geen middelen voor de uitvoering. Het uitvoeringsprogramma bevat maatregelen die bijdragen aan de ambitie, groenopgave en speerpunten van de groenvisie. Elk jaar stemmen wij de uitvoering en de daarbij behorende financiële middelen van lopende en nieuwe maatregelen voor het komende jaar met elkaar af en geven een doorkijk voor de jaren daarop. Dit resulteert in een gedetailleerd uitvoeringsprogramma voor de groenvisie voor de komende jaren. Dit uitvoeringsprogramma gaat niet over de regulier beheer- en onderhoudsmaatregelen zoals vastgesteld in de onderhoudscontracten (schoffelen, snoeien, e.d.), maar is gericht op de realisatie van de groenopgave, de ambitie en de speerpunten. De ambitiekeuzekaart en het uitvoeringsprogramma zijn als bijlage 8 en 9 toegevoegd. In dit uitvoeringsprogramma maken we met behulp van drie ambitieniveaus inzichtelijk met welke maatregelen, welk resultaat kan worden gerealiseerd, uitgezet in de tijd (scope: 10 jaar) en inclusief de (financiële)consequenties.

6.1. Realisatie en financiële dekking groenvisie. Gebiedsontwikkeling Een terugkerend vraagstuk in gebieds- en locatieontwikkeling is hoe we de meeste maatschappelijke waarde realiseren in het project. Vergroening van locaties heeft baat bij het op waarde kunnen schatten van ieders directe en indirecte rendementen, in open business cases. Zo

Groenvisie

42

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

kun je maatschappelijke meerwaarde (o.a. vergroening) in een goede verhouding brengen tot andere rendementen en onderling vertrouwen tussen partijen groeien. De gemeente kan actief projectrisico’s verkleinen, de woningbouwopgave versnellen en ook op andere terreinen (bijvoorbeeld leefbaarheid, duurzaamheid) meerwaarde genereren, door bewust de eigen rol te pakken in:  Optimalisatie van programma’s en looptijden,  Verlaging van of zorg voor benodigde voorinvesteringen,  Of het aanboren van aanvullende financiële bronnen, zoals subsidies. Dit vergroot niet alleen de haalbaarheid van projecten, maar schept ook ruimte in de business case, die benut kan worden voor vergroening. Het eerste punt is onder andere te realiseren via deregulering en aanpassing van de werkwijze; de overige twee vinden hun basis in referentienormen, leidend tot een meerjarige financieringsvraag, op basis waarvan cofinanciering kan worden gevonden of de raad kan besluiten tot het reserveren van kapitaallasten voor toekomstige investeringen. Herinrichtingprojecten Groen lift mee in de integrale gebiedsaanpak, dat wil zeggen in de aanpak van (delen van) gebieden/wijken die in de volle breedte (wegen, groen, meubilair) versleten zijn en herinrichting verdienen. Er vindt een afstemming plaats tussen de groenopgave, de ontwikkel- en de herinrichtingsopgave (civiele projecten).

Op deze manier wordt efficiënt omgegaan met de beschikbare middelen en werk met werk gemaakt. Hiermee is een groot deel van kosten gedekt vanuit de vervangingsopgave en dus meerjarenuitvoeringsplan. In de uitwerking van de Gebiedsgerichte plannen 2023-2026 met het bijhorende uitvoeringsprogramma worden de maatregelen vanuit deze groenvisie geconcretiseerd en vertaald in de projecten Waar groen een bijdrage levert aan de klimaat- en duurzaamheidopgave lift de vergroeningsopgave hierin mee. De kosten worden gedekt uit deze programma’s. Een belangrijke factor voor het realiseren van de groenopgave en vergroening van Westland is continuïteit, onderlinge samenwerking, verbondenheid, beschikbare capaciteit en het juiste kennisniveau op groen. Een regieorganisatie zoals in Westland is bijzonder kwetsbaar wanneer er geen continuïteit en onderlinge verbondenheid is en capaciteitstekorten ontstaan: het succes hangt namelijk sterker af van de samenwerking tussen alle betrokkenen, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, en van beleid tot uitvoering en beheer. Naast de noodzakelijke investeringen dient er ook geïnvesteerd te worden in voldoende capaciteit met het juiste kennisniveau op groen door het aanstellen van een beleidsmedewerker groen en een landschapsarchitect.

6.2. Uitvoeringsprogramma groenvisie 2021/2022 De groenvisie is het gewenste toekomstbeeld op de groenopgave in Westland, zoals is vastgesteld in de omgevingsvisie. Er is in deze visie nog geen voldoende onderbouwing voor de feitelijke financiële consequenties. Bij de uitwerking van de visie naar een uitvoeringsplan blijkt hoe dan ook dat er meer middelen nodig zijn dan waarin nu in de begroting is voorzien. Met andere woorden, uitvoering van de ambitie van de groenambities gaat veel geld kosten. Dit zit in twee zaken:

Groenvisie

43

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

personeel en middelen.

De bestaande budgetten dekken een beperkt deel van het voorgestelde maatregelenpakket in ambitieniveau Groen Basis (gekoppeld aan bijv. klimaatadaptatie). Maar om de vergroening van de woonomgeving in Westland een impuls te geven zijn er naast de beschikbare middelen aanvullende financieringsbronnen nodig, zoals subsidies vanuit het Rijk en de provincie, of wordt een voorstel aan de raad gedaan voor extra budget in de voorjaarnota. In opmaat naar de omgevingsvisie, zijn er voor het realiseren van de doelen grove (interne) inschattingen gemaakt van de verwachten kosten. De kosten van de extra vierkante meter per woning (tot 2040) zijn ingeschat op €9,5 -13,5 miljoen (€700.000 per jaar tot 2040). Het realiseren van ontbrekende verbindingen Natuur Netwerk Nederland (tot 2040) is ingeschat op €109,5-160 miljoen. Daarnaast zijn er nog kosten te verwachten die nog niet zijn uitgewerkt en deels bij de gemeente (waaronder onderhoud, hogere projectkosten door groennormen in de programma van standaarden)en deels bij ontwikkelaars (hogere groen-normen) terecht zullen komen. Voor de korte termijn is er een kosteninschatting gemaakt op basis van een beperkte inzet (ambitieniveau Basis) ter hoogte van ca. €650.000 (zie bijlage 9). Dit bedrag is gebaseerd op een aantal randvoorwaarden om groen in ieder geval in nieuwbouw projecten te borgen en een aantal kansen te pakken die zich voordoen.

Ook kunnen er een aantal verkenningen gedaan worden op specifieke activiteiten met betrekking tot impact op de opgave, benodigde middelen (en capaciteit). In het gegeven scenario (bijlage 9) wordt geen rekening gehouden met een actief aankoopbeleid van grond voor vergroening (actief kansen creëren) of een stevig opgeschaalde kwaliteitsimpuls. Afhankelijk van de ambities en de financiële middelen kunnen de activiteiten zich richten op de volgende impulsmaatregelen: 1. Robuuste groendragers  Groenstructuurkaart uitwerken en vaststellen;  Actief werken aan Natuur Netwerk Nederland – aankoop groenstroken; 2. Buurtvergoening  Groenexperimenten in drie wijken  Bomenoffensief (200 bomen);  Tijdelijke vergroening braakliggende terreinen/ overhoeken; 3. Groenbewustzijn  Onderzoeken groencompensatiefonds  Afwegingsmethodiek en opstellen groenparagraaf (beheeropgave);  Programma van Standaarden actualiseren;  Inspiratieboek vergroening;  Communicatiestrategie (in combinatie met klimaatopgave). 4. Partnerschap:  Inwoners betrekken bij groenexperimenten (ism operatie Steenbreek en klimaatopgave);  Stimuleringsregeling particuliere vergroening ism klimaatopgave en uitvoeringsplan Water;  Vergroeningsdagen. Groenvisie

44

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 1:

Groenvisie

Positie, scope en reikwijdte van de groenvisie

45

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 2: analyse huidige situatie in Westland Deze bijlage bevat een analyse van de huidige situatie van het groen in Westland, als antwoord op de vraag hoe ‘groen’ Westland is. Het antwoord is drieledig en beschrijft:  Groen in Westland: fysieke situatie van het groen in Westland en de 11 dorpskernen;  Beleving van het groen: hoe het groen door de inwoners van Westland beleefd en ervaren wordt;  Positie van groen binnen de ambtelijke organisatie: hoe met het groen wordt omgegaan in het bestuurlijke en maatschappelijke proces De analyse op deze drie punten leidt tot verbeterpunten, zie de afsluitende toelichting. Met de kaders-/uitgangspunten vanuit de omgevingsvisie, de drie moties, de informatie uit bestaande beleidsplannen, concept/ werkdocument (o.a. werken met groen, deelvisie groenblauw), inventarisatiegegevens (data/areaalgegevens), interviews/ werksessies met medewerkers van Westland, inwoners/belanghebbende verenigingen van Westland en enquête groenvisie zijn de drie bovenstaande vragen en hoe ‘groen’ gemeente Westland geïnventariseerd en beantwoord. En geleid tot enkele concrete aandachtspunten om te komen tot de groenopgave, speerpunten en het groenprogramma voor gemeente Westland voor de komende 10 jaar. In de onderstaande paragrafen staat dit verder beschreven.

Analyse huidige situatie in Westland De ligging van Westland is uniek: gelegen in het toekomstig Nationaal Park Hollandse Duinen, grenzend aan de duinstrook, met een waardevol Natura-2000 gebied, Solleveld en Kapittelduinen (duinstrook tussen Den Haag en Hoek van Holland, inclusief het Staelduinse Bos). En aan de andere kant Midden-Delfland, het groene hart van de regio. Het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vormt de groen/blauwe verbinding tussen deze waardevolle gebieden. De groenblauwe hoofdstructuur van Westland bestaat uit de Kust, Poelzone, Zwethzone, Westlandse Zoom, Gantel en Blakervaart. Staelduinse Bos, Wollebrand, Plas van alle Winden en Prinsenbos vormen belangrijke stepping stones tussen de Westlandse kust en Hof van Delfland. Het omringende landschap en de groen/blauwe verbinding zijn waardevol voor flora en fauna en om uit te waaien, te sporten of de natuur te beleven. In bijlage 4a is de natuur- en groennetwerkkaart vanuit de omgevingsvisie weergegeven. Niet alleen de groenverbindingen in het buitengebied van de woonkernen zijn van belang. Ook binnen de kernen is deze groenverbinding/ groenstructuur waardevol, voor zowel mens, dier en plant. Westland bestaat uit elf woonkernen: De Lier, 's-Gravenzande, Heenweg, Honselersdijk, Kwintsheul, Maasdijk, Monster, Naaldwijk, Poeldijk, Ter Heijde en Wateringen.

De ontstaansgeschiedenis van Westland en de historie van de woonkernen, ieder met een specifiek stedenbouwkundig verkavelingspatroon, eigen stratenpatroon en groene inrichting, verklaren de huidige opzet en ruimtelijke inrichting van de elf woonkernen. Door de opkomst van de glastuinbouw en de economische vooruitgang, werd vrijwel elke m2 grond voor de tuinbouw

Groenvisie

46

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

aangewend. Met als gevolg een relatief hoge bebouwingsdichtheid met een functioneel ingerichte openbare ruimte. De woonkernen van Westland kenmerkt zich door smalle wegprofiel met watergangen en sloten. Bomen staan verspreid door de gehele wijk heen, vaak met te weinig ruimte (boven- als ondergrond) is er nagenoeg geen herkenbare groenstructuur aanwezig is. Rondom de sportvelden/-parken, de begraafplaatsen, dierenweide en het groen rondom de speelplekken zorgen nog enigszins voor een groene aankleding. De periode van aanleg is bepalend voor de opbouw van de wijk en het groen in de woonkernen. In elke woonkern is de periode van aanleg zichtbaar, zie inzet.

GROENKARAKTERISTIEKEN WESTLAND Kenmerkend is een hoge bebouwingsdichtheid in de oude woonkernen en lintbebouwing. Stenige, functionele ruimtes zoals straat, stenige pleinen en met nagenoeg geen openbaar groen. De eerste kleine uitbreidingen ontstonden door tuinderijen aan te kopen en te bebouwen. Vanuit de kern begonnen de dorpen zich langzaam uit te breiden met woonwijken die typerend zijn voor de periode waarin ze werden gebouwd. Kenmerkend is in 1900-1945, de zeer compact van opzet van de zogenaamde tuindorpwijken, als gevolg van de economische situatie. Kleine huisjes in hoge dichtheden gebouwd, met kleine tuintjes, smalle straten met nagenoeg weinig tot geen openbaar groen en een hoge parkeerdruk. De kleine tuinen zorgen voor enige groene aankleding. Door de schaarsheid van de openbare ruimte is het gebruik intensief en de slijtage hoog. In de periode 1945 -1960 vlak na de tweede wereldoorlog, de naoorlogse wijken zijn deze arbeidersbuurten uitgebreid en ontstaan de typische wederopbouwwijken, waar vaak de woningen zo tegen de stoep aanstaan zonder noemenswaardige voortuin en nagenoeg geen openbaar groen. Begin jaren zestig is Westland behoorlijk uitgebreid, wijken gebouwd in een hovenstructuur, met een rechthoekige rationele verkaveling.

Het kenmerkt zich door gemeenschappelijke centrale groengebieden, omsloten door bebouwing, waarbij de groenstructuur is losgekoppeld van de wegenstructuur. De groene inrichting is gevarieerd maar eenvoudig, met beplanting, gras en boomgroepen. Het functionele bouwen van na de oorlog, maakte plaats voor leefomgevingen waarbij de saamhorigheid in een wijk de nadruk moest krijgen: woonerven. Speeltuintjes liggen centraal in de wijk en de gebieden zijn vaak autoluw doordat er geen doorgaande verbindingen zijn. Veel groen en water moest het dorpse gevoel aanwakkeren. De groene inrichting bestaat uit gemeenschappelijke groen die vanuit de achtertuinen bereikbaar zijn. Afwisselend eenvoudig met inheemse beplanting en gras. Vele bomen staan te dicht op wegen en huizen, een plek waar ze niet tot volle wasdom kunnen ontwikkelen en te dichte beplanting, wat een sociaal onveilig gevoel oproept. In de periode 1985-2000, ligt er meer nadruk op de architectuur met herkenbaar hiërarchisch, ruime wegenstructuur. Ook is er veel snippergroen, nagenoeg te klein om gebruikt te worden. Zelfs de grote groenelementen hebben slechts een kijkfunctie. Vanaf 2000 tot heden is er veel aandacht voor de waterproblematiek, en met name de verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte zijn leidend voor de inrichting van de openbare ruimte.

Hierdoor is er weinig ruimte over voor groene verblijfsruimte, waardoor we in deze wijken zuinig maar functioneel groen langs smalle waterlopen, met een duidelijke structurele opzet terugvinden. Langs de randen van de dorpen liggen industrie- en bedrijventerreinen waar het groen voornamelijk bestaat uit bloembakken met perkgoed en een enkele boom of struik. Soms is er aan de buitenrand wat groen te vinden maar op het terrein zelf is de openbare ruimte ondergeschikt gemaakt aan het verkeer.

Groenvisie

47

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Samenvattend zien we in Westland nagenoeg groenarme, versteende woonkernen en wijken, met smalle straatjes, hoge parkeerdruk en intensief gebruik. De beperkt toegankelijke sportparken, de begraafplaatsen en de dierenweide vormen een uitzondering. Het groen dat dan nog aanwezig is, is of te versnipperd en/of bermgroen en beperkt toegankelijk. Daarnaast zien we dat verschil in totaal aantal groen per woning. De minst groene woonkernen, zijn tevens ook de kleinste woonkernen met minste aantal inwoners, De woonkernen met meer m2 per woning, zijn tevens ook de woonkernen met hogere inwonersaantallen. Kortom elke woonkern en elke periode van aanleg heeft zo zijn eigen groenopgave. Daar staat wel tegenover dat de meeste woonkern in Westland omringt is door waardevol landschap met een recreatiegebied op fietsafstand, met uitzondering van Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk. Kortom, het hoofdprobleem is niet alleen het gebrek aan groen als zodanig, maar het gebrek aan gebruiksgroen/verblijfsgroen op loopafstand, vooral voor de kernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk.

Beleving van het groen Westland wordt over het algemeen ervaren als een prettige gemeente om in te wonen en te verblijven. Dit klinkt deels ook door in de bewonersenquêtes (omgevingsvisie). Ongeveer de helft is tevreden over het groen, zowel over kwaliteit en aanbod als over het onderhoud. De jongeren waarderen dit met een 3,3 (uit 5) en de volwassen met een 2,7 (uit 5). Waarbij het groen in s’Gravenzande het hoogst is gewaardeerd met een 3 en Naaldwijk het laagst is gewaardeerd met een 2. De Westlander missen vooral groen in de straat en in het centrum. Ze ervaren veel steen in hun omgeving en de bermen bestaat vooral uit gras en weinig andere soorten planten. Ze fietsen en wandelen graag in het groen en zouden dit graag meer terug zien. De meeste inwoners ervaren dat ze binnen 15 minuten fietsen een park, bosgebied, duin en/of strand kunnen bereiken. Wandelend vergt het echter zeker een half uur. Tweederde van de Westlander wil graag een bijdrage leveren aan het vergroenen in hun omgeving, door hun straat of buurt een geveltuinen, plantenbakken, groene daken aan te leggen. En/of hun tuin te vergroenen Ook zijn ze bereidt om het groen rondom een boom of plantsoen te gaan onderhouden. Momenteel zijn de tuinen vaak voor 50-75% verhard en het overblijvende deel is beplant of gras. In de inzet staan de resultaten van de enquête groenvisie en omgevingsvisie weergegeven.

Groenvisie

48

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Beleving van groen en natuur in Westland Omgevingsvisie + enquête groenvisie april 2021 Tevreden met kwaliteit en hoeveelheid groen

 39% is ontevreden over het groen in hun buurt  57% is tevreden over het groen in hun buurt Reden om naar buiten te gaan:  63% om te fietsen en te wandelen  20% kijken/genieten  13% om te sporten Belangrijk 1. 90% vinden een groene woonomgeving met veel planten en bomen belangrijk (60% zeer belangrijk) 2. 61% vinden voldoende parkeerplaatsen belangrijk 3. 86% vinden belangrijk dat er park, bos of duinen in de buurt zijn 4. 50% vinden bereikbaarheid met de auto belangrijk 5. 84% vinden meer groen voor verschillend planten en diersoorten belangrijk 6. 85% vinden belangrijk groen op loopafstand 7. 81% vinden belangrijk dat er meer bomen worden aangeplant, 45% neutraal of het minder bomen zijn maar wel uit kunnen groeien en ouder worden Parkeerplaatsen versus groen  42% van de inwoners hebben aangegeven dat de gemeente meer groen moet aanleggen, dat ten koste mag gaan van een aantal parkeerplaatsen  90% van de inwoners hebben aangegeven dat het aanleggen van meer parkeerplaatsen, niet ten koste van groen Inwoners missen vooral groen:

   

19% in de straat 15% groen in het centrum 14% groen om te wandelen en fietsen

13% groen om naar te kijken De jongeren missen vooral groen in het centrum, groen om in te sporten, groen om naar te kijken of een park. Maar er zijn ook jongeren die aangeven 5% heeft aangegeven dat ze geen groen missen. Afstand tot in een park, bosgebied, duin en/of strand  84% woont maximaal 30 minuten op loopafstand. (55% max. 15 min)  81% woont op maximaal 15 min fietsen (37% op 5 min)  15% woont op maximaal 30 min fietsen Welke bijdrage wil de Westlander leveren aan vergroening:  73% - Het vergroenen van mijn straat of huis (geveltuinen, muren laten begroeien met klimplanten, beplanten van plantenbakken of groene daken)  67% - Het onderhouden van grond rondom een boom of van plantsoen in mijn straat of buurt  67% - Stenen uit mijn eigen tuin halen en meer planten te planten

Groenvisie

49

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

De positie van het groen in het bestuurlijke en maatschappelijke proces Naast de fysieke beschrijving en de beleving van het groen is het van belang te kijken naar de plek die groen inneemt in het maatschappelijke en bestuurlijke proces. Met andere woorden, hoe groen zijn de gemeente en de inwoners in doen en laten? Hoe leeft het groen in de samenleving en de ambtelijke organisatie? Welk belang wordt eraan gehecht in herinrichtings- en gebiedsontwikkelingsprojecten en besluitvorming? En in hoeverre wordt het werken aan vergroening belemmerd of juist bevorderd? Het creëren van aandacht en urgentie voor het realiseren van gemeenschappelijke groene doelstellingen is net zo belangrijk. Het opstellen van de groenvisie is slechts een deel van wat nodig is om de groenopgave te laten slagen. De implementatie, de borging en bestendiging van deze visie in de organisatie en in de uitvoering is net zo belangrijk. Zonder dit blijft deze visie een papieren werkelijkheid, met beperkte impact in en voor Westland Groen bewustzijn Groen bewustzijn is een basiswaarde voor een gezond en toekomstbestendig leefklimaat. Uit de analyse voor de groenvisie blijkt dat dit op een aantal terreinen gestimuleerd kan worden, vooral binnen de gemeentelijke organisatie. Zo vragen rollen, taken en verantwoordelijkheden rond aanleg, beheer en onderhoud om verduidelijking.

Voorbeelden hiervan zijn de onduidelijkheden rondom het vervangingsbeheer, de initiatieven t.b.v. realisatie NatuurNetwerkNederland, de omgang met bewonersinitiatieven en de positie van groen binnen (her)inrichtingsprojecten en gebiedsontwikkeling. Daarnaast wordt de openbare ruimte voor steeds meer verschillende functies gebruikt. In planprocessen dreigt daardoor nogal eens een stapeling van eisen en randvoorwaarden voor al die functies. Het resultaat is dan dat goede groene ideeën niet meer tegen aanvaardbare kosten kunnen worden uitgevoerd. Vooral waar verschillende functies samenkomen en de ruimte beperkt is gaat dit knellen, zoals bij nieuwe inbreidingslocaties. De oplossing ligt in een groter bewustzijn van de waarde van groen binnen de planvormingsprocessen. Dit bewustzijn moet zich uiten in integraler werken, in gebruik van een goed ruimtelijk afwegingskader en in innovatieve oplossingen, duurzaam ontwerp, slimme inrichting, multifunctioneel ruimtegebruik en heldere keuzes tijdens het planvormingsproces.

Groencapaciteit, kennisniveau en samenwerking Een regieorganisatie zoals in Westland is bijzonder kwetsbaar wanneer er geen continuïteit en onderlinge verbondenheid is en capaciteitstekorten ontstaan: het succes hangt namelijk sterker af van de samenwerking tussen alle betrokkenen, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, en van beleid tot uitvoering en beheer. Capaciteit en kennis zijn in een regieorganisatie verspreid over meerdere organisatieonderdelen en deels ook uitbesteed aan externe partijen. Bij capaciteitsproblemen en een beperkte (vak) kennis binnen de eigen organisatie kan dit sneller leiden tot onduidelijkheden en versnippering. Of tot onvermogen: om goed te reageren op projectmatige afwegingen en ontwerpkeuzes, of goed in te spelen op veranderende omstandigheden.

Groenvisie

50

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Planmatig beheer, onderhoud en vervanging Het dagelijks onderhoud in Westland wordt uitgevoerd door marktpartijen via diverse onderhoudscontracten. Waar mogelijk wordt (groot) onderhoud en vervanging van het groen gecombineerd met herinrichtingsprojecten. Hierdoor is het mogelijk om vervanging, maar ook beleidsdoelstellingen, zoals klimaatadaptieve inrichting, te realiseren. In de praktijk wordt wel groen vervangen, bijvoorbeeld binnen herinrichtingsprojecten en middels incidentele investeringen, maar die vervanging is beperkt en vooral incidenteel. Deze situatie heeft, mede door het ontbreken van objectief inzicht in de kwaliteit van het groen (technische staat/huidige conditie), onder andere geleid tot een onnodige druk op onderhoudsbudgetten en een ad hoc ingrijpen op wat zich aandient. Om verdere uitholling van de groenkwaliteit op termijn te voorkomen, is het nodig om het vervangingsonderhoud van het groen te professionaliseren. Dit kan door het opstellen van een meerjarenprogramma voor vervangingsonderhoud, gebaseerd op een kwaliteits- en conditiemeting (conform NEN 2767-4 of een andere methodiek).

Aandachtspunten De bovenstaande vragen en de beschrijving van de huidige situatie in Westland ‘hoe groen is Westland” leidt tot een aantal concrete aandachtspunten voor de groenvisie. Om de kwaliteit en behoud van het groen in Westland op een aanvaardbaar peil te krijgen en te houden, zal de groenvisie, de volgende aandachtspunten/ knelpunten oppakken: 1. meer aanbod van verblijf/gebruiksgroen op loopafstand; 2. herstel en ontwikkeling van de groen/blauwe verbinding in het buitengebied met aandacht voor ecologie; 3. vergroening in de woonkernen en wijken; 4. verbetering matige groeiomstandigheden; 5. vergroten van groen bewustzijn; 6. van reactief naar programmatisch meerjarenonderhoudsprogramma; 7. groencapaciteit, kennisniveau en samenwerking.

1. Meer aanbod van verblijf/gebruiksgroen op loopafstand In nagenoeg alle kernen en wijken is er in meer of mindere mate sier/kijkgroen aanwezig, maar er ontbreekt vaak verblijf/gebruiksgroen om in te wandelen, te sporten of te spelen op loopafstand van de woning (nu op circa 30 minuten). Dit heeft ook effect op de matige beleving van sommige inwoners. Daar staat wel tegenover dat de meeste woonkern in meer of minder mate vlak bij een bos-/recreatiegebied en/of duingebied ligt (circa 15 min. fietsen) waar gewandeld, gefietst, gesport wordt. Met uitzondering van de woonkernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk. 2. Herstel en ontwikkeling van de groen/blauwe verbinding in het buitengebied met aandacht voor ecologie; De groen/blauwe verbinding zorgt voor verbinding in het buitengebied en maakt onderdeel uit van het ecologische netwerk en de groenstructuur in en om de woonkernen. Deze groen/blauwe verbinding is een onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Zowel in de structuurvisie Westland 2015 als in de omgevingsvisie zijn verschillende ecologische verbindingen aangegeven. Een deel daarvan is gerealiseerd of in ontwikkeling, maar met een belangrijk deel moet nog worden gestart. De groen/blauwe verbinding zal een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere vormgeving van het ecologisch netwerk en aan de verdere versteviging en uitbreiding van

Groenvisie

51

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

de onderliggende groenstructuur. Niet door concrete inrichtingen voor te stellen, maar door aan te geven dat op deze routes in de nabije toekomst aandacht moet worden gegeven aan een goed ecologisch netwerk. 3. Vergroening in de woonkernen en de wijken Met de klimaatveranderingen is de kans op oververhitting in de versteende, groenarme gebieden groot en lopen vooral kwetsbare groepen gezondheidsrisico`s. In het compacte gebouwde deel van de woonkernen wordt het stenige beeld van de Westland versterkt, door de hoge parkeerdruk in combinatie met soms smalle straten, geen of kleine voortuinen en het ontbreken van verblijf/gebruiksgroen en/of parken op loopafstand. Hier is weinig ruimte voor (buurt)groen en sprake van ‘groenarmoede’. Herprofilering van de straten, meer groen stimuleren in bouwopgaven/ gebiedsontwikkelingen en het stimuleren van vergroening van particulier terrein biedt kansen om de groenarmoede aan te pakken. 4. Verbetering van groeiomstandigheden; De bomen in de smalle straten hebben vaak slechte groeiomstandigheden. Het belangrijkste knelpunt voor de groeiplaatsen van is de toename van ruimteclaims boven en de beperkte ondergrondse groeiruimte. De gemiddelde levensduur van een Westlandse straatboom is mede daardoor slechts dertig jaar. Voor heel Westland is het de ambitie om de gemiddelde leeftijd van de bomen fors naar boven te halen. 5.

Vergroten van groene bewustzijn Om het groene bewustzijn te vergoten en te verstevigen is, naast oplossen van eventuele capaciteitstekorten in de organisatie, het volgende van belang:  benadrukken van de urgentie en de waarde van groen (o.a. klimaatverandering, biodiversiteit, gezondheid) bij investeringen in het groen, gebiedsontwikkelingen en in het beheer en onderhoud, zowel binnen als buiten de ambtelijke organisatie;  het beter aansluiten van de groene ambities op het strategisch beleidsniveau en op de complexe realiteit van de dagelijkse praktijk, door het ontwikkelen van een stevig tactisch groenvisie (= aansluiting ambities en uitvoering);  het beter benutten en borgen van aanwezige kwaliteit en (vak)kennis, van beleid tot uitvoering, bij planvorming en uitvoering van projecten en in samenwerking en interactie met inwoners. 6. Van reactief naar programmatisch meerjarenonderhoudsprogramma (DO, GO, VERV) Op basis van monitoring, kwaliteits- en conditiemeting (o.a. NEN 2767-4), inspecties, risicoanalyses, nader (boom)technisch en (externe) advisering komt een meerjarenuitvoeringsplan “groen- en bomenprojecten” tot stand. Hierdoor kunnen eventuele geconstateerde onderhoudsachterstanden in het groen- en bomenareaal in beeld worden gebracht en kan er een planmatig meerjarenonderhoudsplan worden opgesteld.

Hiermee wordt verdere uitholling van de kwaliteit van het groen voorkomen. Via het bestuurlijke besluitvormingsproces worden vervolgens, indien nodig, financiële middelen aangevraagd. Bij elkaar genomen leiden inzicht in de huidige technische staat/conditie, de meerjarige onderhoudsopgave en het vastleggen van taken en verantwoordelijkheden ook tot meer duidelijkheid in de uitvoering van het onderhoudscontract met de contractpartijen.

Groenvisie

52

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

7. Groencapaciteit, kennisniveau en samenwerking Een belangrijke factor voor een betere positie van groen is vooral de continuïteit, onderlinge samenwerking, verbondenheid, beschikbare capaciteit en het juiste kennisniveau op groen. Het succes hangt namelijk sterker af van de samenwerking tussen alle betrokkenen, binnen en buiten de gemeentelijke organisatie, en van beleid tot uitvoering en beheer. Capaciteit en kennis zijn in een regieorganisatie verspreid over meerdere organisatieonderdelen en deels ook uitbesteed aan externe partijen. Om goed te reageren op projectmatige afwegingen en ontwerpkeuzes, of goed in te spelen op veranderende omstandigheden is het noodzakelijk om te investeren in onderlinge verbondenheid, voldoende capaciteit met het juiste kennisniveau op groen door het aanstellen van een beleidsmedewerker groen en een landschapsarchitect.

Groenvisie

53

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 3: Waarden van groen Toelichting van de vier waarden van groen: gezondheidswaarde, ecologische waarde, klimatologische waarde en economische waarde. Gezondheidswaarde Groen in de woonomgeving bevordert de gezondheid, het gevoel van welbevinden, het woonplezier, herstel van stress en mentale vermoeidheid. Uit onderzoek is gebleken dat mensen zich gezonder voelen, minder snel ziek worden en minder vaak bij de huisarts komen met angststoornissen en depressies wanneer er meer (straat)groen in de omgeving is. Alleen al kijken naar groen geeft rust een ontspanning en mensen genezen sneller wanneer ze zicht hebben op groen en/of wanneer ze regelmatig in groen “natuur” gaan wandelen. Ecologische waarde Groen levert een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarde in een woonomgeving. Groen biedt vestigingsplaatsen, schuilplaatsen, foerageergebieden en verbindingszones voor dieren en planten. Bomen(lanen) en groenstroken kunnen dienen als leefgebied, als stapsteen of als ecologische verbindingszone. Door onder andere diversiteit in de soortensamenstelling aan te brengen wordt de biodiversiteit gestimuleerd en ontstaan goede omstandigheden voor flora en fauna. Klimatologische waarde Het is een vast gegeven dat op warme dagen de temperatuur in stenige woonomgeving een stuk hoger ligt dan in het buitengebied. Deze verschillen leiden tot een onaangename woon- en werkomgeving.

Groen, en met name bomen, zijn voor al deze punten een deel van de oplossing: zo zorgen bomen voor schaduw en verdampen ze water, wat effectief zorgt voor verkoeling in de woonomgeving. Ook filteren ze de lucht. Ook de ouderdom en de soortkeuze zijn van groot belang. Bomen kunnen vleermuizen, vogels en allerlei insecten schuil-, slaap-, foerageer-, nestgelegenheid en oriëntatieplekken bieden. Economische waarde Groen heeft een positieve invloed op een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor zowel wonen als werken. Goede inrichting en goed beheer van openbaar groen hebben directe en indirecte positieve economische effecten op de maatschappij. Groen zorgt voor economische winst door gezondere inwoners, lagere zorgkosten, hogere waarden van vastgoed in de versteende woonomgeving (WOZ-waarde), lagere energiekosten en een hogere arbeidsproductiviteit. Dit positieve effect wordt vanuit diverse studies ondersteund.

Groenvisie

54

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 4: Robuust groendrager In de onderstaande kaarten staan de structuur dragende elementen om te komen tot een verfijnde groenstructuurkaart. Bijlage 4a: Natuur- en groennetwerkkaart (omgevingsvisie) kader voor de ecologische groendrager

Vastgestelde kaart omgevingsvisie is het vertrekpunt voor het ecologische netwerk als onderdeel van de nog uit te werken groenstructuurkaart. Legenda

Groenvisie

55

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 4b: Bestaande groenstructuur beleidskader groenstructuur Westland

Groenvisie

56

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 4c: Groene linten en dijken beleidskader groenstructuur Westland

Groenvisie

57

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 5: Groenfunctie groendrager in de woonkernen Onderstaand zijn per groenfunctie de uitgangspunten benoemd. De uitgangspunten gaan over inrichting, beheer en onderhoud afgestemd op het doel en de functie van de plek. Gebruik-/verblijfgroen  Verblijfs-/gebruiksgroen Is betreedbaar groen waar je in kunt. Dus niet waar je langs kunt of naar kunt kijken. Het gaat dus over groengebieden, parken en plantsoenen waarin je kan recreëren: wandelen, spelen, fietsen picknicken, zonnen. Denk aan wijk-/buurtpark en grote plantsoenen, begraafplaatsen, dierenweide, recreatie-/natuurgebied. Groenoppervlakte (m2) bestaat uit gras en/of beplanting en/of natuurvriendelijke oevers. Paden ((half)verhard) speelterrein (trapveld, kunstgras, e.d.), bermen, snippergroen vallen hier niet onder (zie ook bijlage 10 verklarende woordenlijst).  Niet georganiseerde gebruik-/verblijf: de plek is zodanig ingericht dat deze uitnodigt tot recreatieve activiteiten (wandelen, hardlopen) en verblijf. Inrichting, beheer en onderhoud hebben veelal een natuurlijk karakter en nodigen uit er gebruik van te maken. De gebruiker wil er steeds meer ontdekken.  De speelvoorzieningen vallen onder ‘gebruik-/verblijfgroen’ en worden naar gelang de verschijningslocatie en inrichtingskeuze is gericht op ontdekken, bewegen, uitdagen en verblijven.

Echter trapveld (gras), kunstgras, halfverharding of overige valdempende ondergronden behoren niet tot oppervlakte norm van gebruiks-/verblijfgroen. Aankledingsgroen  Aankledingsgroen: Dit groen heeft als functie de wijk/straat aan te kleden en is bepalend voor de stedenbouwkundige structuur van een wijk.  De invulling is aan verandering onderhevig en is aangepast aan actuele inzichten en opgaven. Waar beleving en gebruik centraal staan is de buitenruimte altijd positief onderscheidend ten opzichte van andere gebieden.  De groeninrichting heeft een vullend karakter en draagt bij aan vergroening van overwegend woonwijken en bedrijventerreinen.  Groen in woongebieden en op bedrijventerreinen: groene aankleding, sober, eenduidig maar per (deel)gebied wel duidelijk onderscheidend.  Beheer en onderhoud van groenarealen is afgestemd op een maximale levensduur van de inrichting met een minimale inspanning. Voorkomen wordt dat achterstanden in beheer leiden tot afname van de kwaliteit/vitaliteit van de groeninrichting.  Aankledingsgroen (heesters, vaste planten) wordt waar mogelijk niet vervangen door een grasachtige vegetatie, maar voor beplanting van gelijkwaardig niveau en uitstraling. Uitzondering hierop zijn die gebieden die geïnfecteerd zijn met woekerende soorten (zoals heermoes, haagwinde, kweekgras).

 Waar kansen zijn voor natuurontwikkeling wordt dit waar mogelijk (door participatie) benut. Dit mag echter niet leiden tot overlast of een afwijkend en storend beeld. Functioneel-/ begeleidingsgroen  Groen langs wegen: een begeleidend karakter (bomen, bermen) met behoud van overzicht t.b.v. verkeersveiligheid. Inrichting, beheer en onderhoud binnen de gestelde kaders/richtlijnen.

Groenvisie

58

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Beheer en onderhoud van groenarealen is afgestemd op een maximale levensduur van de inrichting met een minimale inspanning. Voorkomen wordt dat achterstanden in beheer leiden tot afname van de kwaliteit/vitaliteit van de groeninrichting.

Natuurgroen  In natuurgroen staat het behouden van bestaande natuurwaarden (leefgebieden, soortenrijkdom planten en dieren) centraal. Dit kan ook tijdelijk groen betreffen. Denk hierbij aan groen op tijdelijke braakliggende terreinen.  Binnen de accenten en in woonwijken mag natuurgroen niet tot overlast of sociaal onveilige situaties leiden.  Beheer en onderhoud zijn geminimaliseerd en waar mogelijk aangepast op de natuurlijke processen. Dit met als doel om de dynamiek (verandering van omstandigheden) zo laag mogelijk te houden en om explosieve (wild)groei na uitvoering van maatregelen te voorkomen. 

De mate van natuurlijke omstandigheden is passend bij het doel en de functie van een plek. Als dezelfde locatie wordt gebruikt door bijvoorbeeld wandelaars of fietsers, dan dient de veiligheid van gebruikers nabij wegen en paden geborgd te zijn. Verhogen van de natuurwaarde door een gevarieerd sortiment beplanting, met een nadruk op inheems sortiment. De keuze voor sortiment past binnen het beeld van ‘natuurlijk’ en groeit van nature goed op een vergelijkbare ondergrond.

Groenvisie

59

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 6: Referentienormen en richtlijnen Groenvisie Ontwerpen aan een bestaande woonomgeving draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Om de groene opgave in deze visie te realiseren reiken wij handvatten aan om de discussie over ruimteclaims goed te kunnen voeren en het belang van groen in het verdere proces te bewaken. Succesvolle vergroening vraagt om een afwegingskader binnen het ontwerpproces. Het afwegingskader is daarom opgenomen in het standaardinstrumentarium van deze groenvisie (zie 4.3 en &5.2 inzet kader voor de processtappen van de afwegingsmethodiek). Bij de afwegingsmethodiek horen richtlijnen met specifieke onderdelen, waarbinnen per project en ontwerpproces de ruimte en creativiteit opgezocht kan worden. Door deze richtlijnen aan de voorkant van het proces onderdeel te maken van de planvorming kan in elke fase gemakkelijk berekend worden welke voorzieningen er nodig zijn en welke globale ruimteclaim daarbij hoort. Zo kan hier al in een vroeg stadium rekening mee worden gehouden, zonder de ruimte verliezen om waar noodzakelijk af te wijken. Zo ligt er een duidelijke basis en wordt alleen de incidentele afwijking onderwerp van discussie en besluitvorming. Het zijn een referemtienormen en richtlijnen en geen harde claims waaraan rechten ontleend kunnen worden. Maatwerk en brede afweging blijven altijd nodig.

Op basis van integrale afweging, kan worden afgeweken van deze richtlijnen. Deze dienen nader verwerkt en aangevuld te worden in Programma van Standaarden. Hieronder staan ze gebundeld en onderverdeeld in algemene richtlijnen, richtlijnen voor herinrichtings- en gebiedsontwikkelingprojecten en beheer en onderhoud. Algemene referentienormen:  Westland gaat voor de haalbare ambitie om voor 2040 één extra vierkante meter verblijfsgroen per woning te realiseren;  Groen, tenzij: behoud van bestaand groen in de woonomgeving, of het te behouden groen heeft hogere kwaliteit en/of er is een gemotiveerde reden waarom het groen niet geheel behouden kan blijven;  Bomen laten we staan, tenzij beargumenteerd met bijbehorende belangenafweging;  De robuuste groendragers “groenstructuurkaart’ is randvoorwaardelijk voor alle gebiedsontwikkelingen en (her)inrichtingsplannen;  Indien mogelijk, zullen wij de robuuste groendragers verstevigen en ontbrekende schakels opheffen;  We kennen groenwaarde en functies toe aan de recreatie-/natuurgebieden en het groen in de woonkernen, waardoor het duidelijk is wat wij met het groen op een bepaalde plek wil bereiken.

Zo wordt duidelijk wat nodig is aan inrichting, beheer en onderhoud om optimaal aan deze groenwaarde en functievervulling te voldoen;  De focus ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit: beter één goede boom op de juiste plek die zijn volle levensduur kan volmaken, dan twee kwarrende bomen die voortijdig sneuvelen. Uitzonderingen hierop omschrijven we nauwgezet, waarbij we per locatie bezien wat mogelijk is. Immers, liever een tijdelijke boom in de straat dan helemaal geen groen;  Bestaande dorps-/wijkpark en begraafplaatsen binnen de robuuste groendrager zijn beschermd en worden niet verder bebouwd of verhard;  Aanleggen van duurzame groeiplaats voor bomen in het straatprofiel (zoals in programma van standaarden vastgelegd);

Groenvisie

60

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Inzetten op innovatieve manieren van groen (groene daken, gevels, groenslingers, groene obstakels - klimplanten rondom lantaarnpalen), op plekken waar onvoldoende ruimte is voor groen; We stellen een boomeffectanalyse en een groenparagraaf met bijbehorende beheerkosten op uniforme wijze verplicht bij elke ingreep, om te zorgen voor onderbouwde argumenten voor de omgevingsvergunning. Wij en onze opdrachtnemers c.q. uitvoerende partijen werken conform de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten, uitgegeven door Stadswerk. Bij aanvang van een project (herinrichting en/of gebiedsontwikkeling) vindt er altijd een flora en fauna QuickScan uitgevoerd. Toepassen van beplantings- en boomassortiment dat klimaatbestendig is (warmteminnende soorten). Van belang is het behoud van gebiedseigen (inheemse/autochtone) soorten. Zo kunnen ze zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat (zie bijlage 7: Toekomst- en klimaatbestendig assortiment);

Referentienormen herinrichting-/civiele projecten:  Huidige groen oppervlakte voor de (her)inrichting/reconstructie dient minimaal gelijk gebleven te zijn en/of in kwaliteit zijn verbeterd (kwalitatieve verbetering t.b.v. waarde en groenfunctie en ondergrondse en bovengrondse groeiomstandigheden van de bomen);  De (gebruiks-)waarden en de baten van groen nemen wij bij aanvang van het project expliciet mee als vertrekpunt, hierbij maken we gebruik van de bestaande waardebepalende instrumenten, zoals I-Tree en/of TEEB.  We stellen herplant van bomen verplicht, en stimuleren externe partijen om aanplant van bomen mee te nemen in ontwerpen en plannen, met voorrang in groenarme wijken;

Referentienormen gebiedsontwikkelingen:  Natuurinclusief inrichten is de norm;  We hanteren ‘groene selectiecriteria’ als uitgangspunt bij realisatieprojecten; o Wij hanteren ‘groene selectiecriteria ’op basis van een puntensysteem. Hiervoor wordt de pijler vergroening voor minimaal dertig procent (in betekenende mate) meegewogen bij alle selecties van ontwikkelplannen en ontwikkelende partijen; o Wij realiseren bij gebiedsontwikkelingen een wijkpark als gebruik-/verblijfgroen;  Wij geven een norm mee van 50 m2 gebruiksgroen per woning. Indien niet haalbaar dan beargumenteerd mag dit ook worden bereikt met dak- of gevelgroen;  De oppervlaktenorm voor gebruiksgroen is 50 m2 per dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn;  Zowel buurtgroen als dorp-/wijkparken dienen te voet binnen circa 10 minuten te bereiken te zijn. Voor buurtgroen is een norm gesteld van minimaal 0,5 ha op circa 250 meter. Dorp/wijkparken kennen een afstandsnorm van 750 meter, oftewel binnen circa 15 minuten lopen.

 In de groenarme woonkernen Kwintsheul, Maasdijk en Honselersdijk, waar nagenoeg geen dorp-/wijkpark aanwezig is dient er, gezocht te worden naar het realiseren van een bovenwijkse voorzieningen zoals een dorpspark in de woonkern of vlak erbuiten  Voor NNN-gebieden is het niet toegestaan ruimtelijke ingrepen te verrichten die de wezenlijke kenmerken van het netwerk aantasten; Groenvisie

61

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Richtlijnen Beheer en onderhoud  In de ecologische drager en recreatieve drager streven wij met het beheer en onderhoud naar het vergroten van de biodiversiteit en passen het maaibeleid hierop aan;  De recreatie-/natuurgebieden Staelduinsebos, Wollebrand en Plas van alle Winden functioneren als stepping stones van de ecologische groendrager, waarbij ecologisch beheer de norm is;  Wij en onze opdrachtnemers c.q. uitvoerende partijen werken conform de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten, uitgegeven door Stadswerk, die nader wordt uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol voor het onderhoudscontract t.b.v. beheer en onderhoud en inrichtingswerken/projecten;  Op locaties met beschermde soorten wordt zorgvuldig gehandeld, met als uitgangspunten: o Behoud van aanwezige soort(en). o Behoud van aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen. o Behoud van functionaliteit aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen. o Behoud van essentieel leefgebied.  Op locaties met beschermde soorten wordt zorgvuldig gehandeld, met als uitgangspunten: o Behoud van aanwezige soort(en). o Behoud van aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen. o Behoud van functionaliteit aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen. o Behoud van essentieel leefgebied.

 Onderhoud is gericht op natuurlijke groeiwijzen, een zo lang mogelijke levensduur en het voldoen aan de zorgplicht (zorg, BVC-methode en gericht onderhoud, met verhoogde zorgplicht en eventueel onderzoeksplicht bij instabiliteit van bomen door aantasting en/of ziekte).

Groenvisie

62

Gemeente Westland

GOED GROEN, DOEN WAT NODIG IS!

Bijlage 7: Toekomst- en klimaatbestendig assortiment:     

 

Bloemrijke (kleurrijke) beplantingen: bloeiende heesters, vaste planten en kruiden (inheems); CO2 bindende soorten als wilg en els; Inheemse soorten (soortecht, ongecultiveerd, afkomstig uit biologische kweek), m.n. soorten die van nature thuishoren in Westland, met op geschikte locaties een fruit- of notenboom; Aanplanten van meerdere (boom)soorten op locatie/straat in plaats van één boomsoort per straat; Assortiment dat klimaatbestendig is (warmteminnende soorten) en bestand tegen zeeklimaat. Van belang is het behoud van gebiedseigen soorten. Zo kunnen ze zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat; Gevelgroen van bij voorkeur inheemse soorten (klimop etc.); Verantwoorde gazonmengsels, arm aan woekerende exotische grassoorten (zoals Engels raaigras en Bermudagras);

Assortiment dat klimaatbestendig is (warmteminnende soorten) en bestand tegen zeeklimaat. Van belang is het behoud van gebiedseigen soorten. Zou kunnen ze beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. Voorbeeld klimaatbestendige bomen Van Uffelenbeplantingsprogramma 12 Kustzone (1e zone tot 1km):  20 soorten Naaldbomen vormen de dominante soort in de eerste rij vanaf zee.  in combinatie met Alnus, Hippophae, Amelanchier, Betula, Eleagnus, Tamarix, Rosa pimpinellifolia, Sambucus nigra, Crataegus monogyna, Salix repens en lage duingewassen e.d.  Abies (zilverspar), Acer (esdoorn Crataegus laevigata (tweestijlige meidoorn), Elaeagnus (olijfwilg), Tamarix. Duinzone (2e zone 1 tot 3 km achter de duinen):  De vorige soorten aangevuld met:  Carpinus betulus (haagbeuk), Cedrus sp. (ceder), Cornus sp. Larix (Japanse lork), Ligustrum sp. Metasequoia glyptostroboides (moerascipres), Platanus x acerifolia (hispanica), gewone plataan, Picea sp. (spar), Pinus sylvestris, (pijnboom, grove pijnboom), Populus (populier), Prunus sp. Pseudotsuga, Pyrus calleryana (sierpeer), Quercus sp. Salix matsudana (Chinese wilg), Sequoia sempervirens (kustsequoia), Taxus sp. Tilia sp. (linde), Ulmus sp. (iep).  20 soorten Naaldbomen vormen de dominante soort in de eerste rij vanaf zee.

 in combinatie met Alnus, Hippophae, Amelanchier, Betula, Eleagnus, Tamarix, Rosa pimpinellifolia, Sambucus nigra, Crataegus monogyna, Salix repens en lage duingewassen e.d.

Landinwaartszone (3e zone: 3 tot 6 km) 12

Assortiment afkomstig uit artikel “bomen in Westlands kustgebied” Aad van Uffelen.

Groenvisie

63

Gemeente Westland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=a0c5f010-7d68-4b0b-aea1-8c5a09876633