5 Waterhuishoudkundigplan def (21-0171734)
Tekst van het document
Dit blijkt zowel uit de bodemopbouw op basis van de sonderingen als uit de in de boringen geconstateerde grondwaterstanden, die een sterke overeenkomst vertonen met het polderpeil. Onder de zandige laag is tot ca. NAP -20 m een dikke kleilaag aanwezig. Daaronder begint het eerste watervoerende pakket. Er is dus geen sprake van vermenging van water van verschillende diepten. De ondiepe zandlaag betreft zeer fijn tot matig fijn zand. De doorlatendheid van dit zand ligt naar verwachting op ca. 1 m/d, hetgeen iets hoger is dan de benodigde doorlatendheid (0,7 m/d). Op deze locatie zijn daardoor geen aanvullende maatregelen nodig om voldoende infiltratie in de bodem te bereiken. Met deze maatregel kan het water in een dag in de bodem infiltreren. Uit de verschillende boringen en sonderingen blijkt dat in de ruimere omgeving op ongeveer deze diepte zandige laagjes voorkomen. Het water kan zich dus verder in de ondergrond verdelen, en in de deklaag verder stromen. Noordhoornseweg Bij de Noordhoorneweg is ter plaatse van de voorgenomen bergingsvoorziening een stortlocatie met verontreinigingen in de bodem. Graven en een sterke toename van infiltratie van neerslag zijn vanwege de verontreinigingen niet toegestaan. Op deze locatie wordt daarom een bergingsvoorziening aangelegd, die geen infiltrerende werking heeft.
Indien op de locatie de bodem niet voldoende klei bevat, dient een kleilaag met een dikte van minimaal 0,5 m dik te worden aangebracht onder de infiltratievoorziening. Hiermee wordt infiltratie in de bodem voorkomen. Conclusies op basis van beoordelingcriteria Hoogheemraadschap Delfland Het Hoogheemraadschap hebben beoordelingscriteria opgesteld voor vasthoudmaatregelen (https://www.hhdelfland.nl/richtliin-vasthoudmaatregelen). Dit zijn maatregelen om water vast te houden, buiten het graven van extra water, zoals de infiltratievoorzieningen en de waterberging. In de onderstaande tabel zijn de beoordelingscriteria van het Hoogheemraadschap van Delfland opgenomen, inclusief toelichting op deze punten. Effectiviteit: De bergingscapaciteit van de voorziening en/of open water (m3 ) is gelijk aan of groter dan de benodigde compensatie berekend met een effectstudie of de Watersleutel. Het op de voorziening aangesloten oppervlak is minimaal gelijk aan het te compenseren oppervlak. De voorziening ledigt via infiltratie in de bodem, lozing op oppervlaktewater of hemelwaterriolering. Alleen als er geen andere mogelijkheden zijn kan de voorziening worden aangesloten op gemengde riolering. Hierbij moet geborgd zijn dat er geen vuil water in de voorziening kan komen en wordt de afvoer na
blad 24 van 93
Toelichting op criteria Zie waterbalans. Er is overcompensatie op de waterbalans. Zie waterbalans en tekeningen. Op de tekeningen is het af te stromen oppervlak weergegeven. Bij de infiltratievoorzieningen infiltreert het water in de bodem. Bij de bergingsvoorziening stroomt het water vertraagd af. Er is geen sprake van vuilwater in het systeem.
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup aanleg van een gescheiden stelsel alsnog op de hemelwaterriolering aangesloten.
Voor voorzieningen met een geknepen afvoerconstructie duurt het circa 2 dagen om de voorziening, als deze volledig gevuld is, weer te legen. Zowel een kortere als langere ledigingsduur is niet wenselijk; te snel kan leiden tot een te grote belasting op het watersysteem, te langzaam verhoogt het risico dat de voorziening niet volledig beschikbaar is als er een volgende bui valt.
Voor gestuurde afvoersystemen (zoals een automatische stuw) is in overleg met Delfland vastgesteld op welke manier geborgd wordt dat de voorziening tijdig beschikbaar is, in deze gevallen is maatwerk mogelijk. Er is voor de afvoerconstructie rekening gehouden met de capaciteit van de ontvangende watergang. Betrouwbaarheid: De initiatiefnemer legt de afspraken die worden gemaakt over de realisatie en instandhouding van de voorziening vast in het juridisch bindende deel van het betreffende ruimtelijk plan. De initiatiefnemer is volledig verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de voorziening. De initiatiefnemer zorgt dat het beheer en onderhoud van de voorziening na oplevering is geregeld, ook op lange termijn, en dat dit is vastgelegd in een beheerplan. Er zijn afspraken gemaakt over de levensduur van de voorziening en het vernieuwen ervan. De voorziening is te allen tijde beschikbaar (met uitzondering van de ledigingstijd van ca 2 dagen na eerder gebruik, of indien er bij een gestuurde afvoer specifieke afspraken zijn gemaakt over lediging). Het vullen en het legen van de voorziening gebeurt automatisch. Menselijk handelen is niet nodig.
De compensatie van nieuw verhard oppervlak bestaat naast open water uit maximaal één alternatieve voorziening, tenzij met ondersteunende berekeningen kan worden aangetoond dat compensatie met meerdere voorzieningen als alternatief minimaal gelijkwaardig is. Integraliteit De waterkwaliteit verslechtert niet door de maatregel.
Bij de keuze voor de maatregel is rekening gehouden de mate van vervuiling van het aan te sluiten oppervlak.
5.2.6
Er is bij de infiltratievoorzieningen geen sprake van belasting op het watersysteem. Lediging is binnen twee dagen. Bij de waterberging in de Harnaschpolder is wordt de geknepen afvoer zodanig gedimensioneerd dat deze eveneens in 2 dagen geheel geleegd is. nvt
nvt bij de infiltratievoorzieningen. Bij het bergingsgebied is de afstroom beperkt. Dit is opgenomen in de waterparagraaf van de ruimtelijke onderbouwing. De gemeente en de provincie zijn verantwoordelijk voor beheer en onderhoud. Het beheerplan wordt nog opgesteld. De voorziening blijft (bij uitvoering van het beheer en onderhoud) op lange termijn geldig Bij periodiek onderhoud is de levensduur van de voorzieningen gelijk aan de levensduur van de weg. Ja, de gebieden worden alleen ingezet als berging. Ja, dit gebeurt onder vrijverval of via een automatisch aanslaand pompsysteem vanuit de verdiepte ligging. Er zijn drie gebieden aangewezen als infiltratie/waterberging. Deze voorzieningen staan los van elkaar.
De waterkwaliteit verbeterd door de maatregel, omdat er minder wegwater richting het oppervlaktewater stroomt. Ja, en ook in het beheer en onderhoudsplan wordt hier rekening mee gehouden.
Beheer en onderhoud infiltratie- en bergingsvoorzieningen
De infiltratievoorzieningen worden regelmatig gemaaid. Verder wordt periodiek het bovenste laagje grond van de wadi vervangen door schone grond om afgevangen verontreinigingen te verwijderen. In de omgeving staan geen bomen, verwijderen van blad is dus niet van toepassing. De infiltratievoorziening op de voormalige verzorgingsplaats ligt binnen de Zwethzone en zal dus door de gemeente Westland worden beheerd en onderhouden. De infiltratievoorziening bij de Laan van Wateringsveld en de bergingsvoorziening aan de Noordhoornseweg zullen door de provincie worden beheerd en onderhouden. Voor de voorzieningen zal een beheerplan worden opgesteld vóór de start van de uitvoering.
blad 25 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteďgroup 5.3
Pompkelder verdiepte ligging
De N211 komt op één locatie deels verdiept te liggen. Dit betreft de locatie waar het grijs/geel gearceerde en rood omkaderde oppervlak in Figuur 5-7 onder verhang afwatert af naar een pompkelder. Vervolgens wordt het water naar een infiltratiezone gepompt (gele gebied in Figuur 5-7).
Figuur 5-7: Locatie 1 - Oppervlak wat afstroomt richting de pompkelder (rood omkaderd), met in geel de locatie voor infiltratie.
De afmetingen van de pompkelder zijn ontworpen met de T250 bui vanuit de Extreme-neerslagcurven voor de 21e eeuw (Vaststelling van de voor ontwerptoepassingen maatgevende extreme-neerslagcurven, MeteoConsult, 2006). Daarnaast is een klimaattoeslag van 10% voor de situatie in 2085 toegepast. Dit betreft een extreme situatie. Het oppervlak wat aansluit op de pompkelder is 15.171 m2. In het constructieve ontwerp van de verdiepte ligging is ruimte voor een pompkelder van 750 m3. Dit betekent dat de pompcapaciteit van de pompkelder 400 mVuur moet zijn om een bui van T250 te kunnen verwerken. De neerslag (in mVminuut en cumulatief) en de afvoer bij een pompcapaciteit van 400 mVuur zijn weergegeven in Figuur 5-8. Bij deze pompcapaciteit is de leeglooptijd van de pompkelder 4,6 uur.
Tijd [min] ------- neerslag [mS/min]
--------neerslag cumulatief [m3]
------- Volume in pompkelder [m3]
Figuur 5-8: Dimensionering pompkelder
5.4 Verhoogde delen Voor de nieuwe verhoogde toe- en afrit naar de Laan van Wateringse Veld worden grondlichamen aangebracht. Ook worden in het hele projectgebied geluidswerende grondlichamen aangebracht. Door het aangebrachte gewicht wordt de bestaande deklaag deels samengedrukt. Direct na het opbrengen van het grondlichaam kan dit tot een overspanning van het water in de bodem leiden. Dit water stroomt echter weer weg, van nature of middels verticale
blad 26 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup drainage. Op langere termijn ontstaat weer een nieuwe evenwichtssituatie. De in de deklaag aanwezige hydraulische weerstand wordt hierbij niet of nauwelijks gewijzigd, maar bevindt zich in een iets compactere laag. Aangezien de weerstand niet significant wordt gewijzigd, is er evenmin een significant effect op de grondwaterstroming. De grondophogingen bestaan uit grond die voldoende schoon is om onder het Besluit bodemkwaliteit (grondstromen) te mogen worden toegepast. Naast eisen betreffende bodemverontreinigingen, wordt tevens een eis opgenomen betreffende het maximaal toelaatbare gehalte aan chloride om verzilting van het oppervlaktewater te voorkomen. Deze eis wordt in overleg met Delfland vastgesteld.
5.5
Oppervlaktewater
5.5.1 Duiker Veilingroute N222 In de huidige situatie bevinden zich twee stalen duikers van rond 1150 mm onder de N222 (Veilingroute). De totale doorstroomoppervlak van deze duikers is samen 2,0 m2. In het ontwerp worden deze twee duikers vervangen door één rechthoekige duiker met minimaal hetzelfde doorstroomoppervlak, wat voldoet aan de eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland zoals beschreven in de beleidsregels van Delfland. Het huidige debiet op de duiker is 0,49 mVs. In de toekomstige situatie is er minder verhard oppervlak aangesloten op deze duiker, omdat het wegdeel met de verdiepte ligging afgekoppeld wordt van het systeem en apart wordt geïnfiltreerd. Bij de toetsing van de duikers is uitgegaan van het huidige debiet. Met dit debiet dient het natoppervlak van de duiker circa 2,75 m2 te zijn. Dit komt neer op 1,0 m hoog (is de waterdiepte van de watergang) en 2,75 m breed. Inclusief minimaal 25 cm lucht en maximaal 1/3 lucht wordt de duiker 2,75 m bij 1,50 m, zie de berekening in bijlage 7.5. Met het debiet komt de stroming en het verval van de duiker neer op: » Verval duiker: 0,003 m ^ 3 mm) » Stroomsnelheid in duiker: 0,18 m/s Dit voldoet aan de eisen van Delfland, die geven aan dat de stroomsnelheid lager dan 0,6 m/s dient te zijn en het verval lager dan 3,12 mm ^ 2 mm voor de duiker + 1,2 mm voor het verhang watergang voor het deel langer dan 20 m).
Het polderpeil is -4,47 m NAP, wat ervoor zorgt dat de duiker een b.o.b. van -3,47 m NAP krijgt. Deze duiker is in zowel de huidige als de toekomstige situatie niet doorvaarbaar voor onderhoud. In de nieuwe situatie is de duiker verlengd ten opzichte van de huidige situatie, van circa 40 m naar circa 50 m. Hierdoor is er direct naast de weg ruimte voor de grondwal en het fiets- en wandelpad. Vanwege de lengte van de duiker dient er één inspectieput geplaatst te worden, zodat aan de eis voldaan wordt om elke 40 m een inspectieput te plaatsen. De locatie, direct ten oosten van de weg, is aangegeven in de ontwerptekening in de bijlage. Het voordeel van de ligging van de duiker op deze manier is, dat de duiker niet langer uitkomt op een smalle watergang met beperkte capaciteit, maar dat deze gelijk uitkomt op het brede deel van de watergang, zie figuur 5-9.
blad 27 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
Ytrytilcn
A~ff'iŕ~ žļ
'īos«ţ-2W1,1.17
»HiSì
Figuur 5-9: Locatie van de ligging van nieuwe duiker (paarse kader) en de ligging van de huidige duiker (donkerblauwe kader)
5.5.2 Watersysteem in het westen van het plangebied In het westen van het plangebied wijzigt het watersysteem, omdat de nieuwe (en deels verdiepte) ligging van de N211 ervoor zorgt dat er weinig ruimte overblijft voor de watergang ten zuiden van de afvalverwerker en de duiker onder de N211 verplaatst wordt naar het oosten, in figuur 5-10 is dit weergegeven. Deze twee wijzigingen zijn een verslechtering van het watersysteem, omdat het water een langere weg moet afleggen door een smallere watergang. Om het watersysteem te verbeteren, is er in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland (besprekingsverslag bijlage 2 16-6-2020) afgesproken om een extra duiker onder de N211 te leggen direct ten westen van de verdiepte ligging N211. Hierdoor wordt een groot deel van het water aan de noordzijde van de N211 'afgevangen' richting het zuiden, waardoor de smalle watergang langs de afvalverwerker minder water hoeft te verwerken. De wijzigingen in het watersysteem ten opzichte van de huidige situatie zijn weergegeven in figuur 5-11. In figuur 5-12 is de ontwerpsituatie weergegeven. Deze situatie is ook weergegeven in de bijgevoegde ontwerptekening. Het globale watersysteem is hiermee geschetst, hieronder volgt de detailuitwerking met o.a. de berekeningen van de nieuwe duikers op basis van de normdebieten.
blad 28 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Figuur 5-10: Locatie watergang, die in het ontwerp versmalt wordt (rood omkaderd). De te verplaatsen duiker verschuift van het donkerblauwe kader naar het lichtblauwe kader.
s
' S
Figuur 5-11: De wijzigingen in de waterhuishouding op de achtergrond van de huidige situatie, met in oranje de nieuwe duikers, in groen locaties waar nieuw water gegraven wordt, het zwarte kruis de duiker die vervalt en met de blauwe pijlen de nieuwe stroomrichtingen, waarbij de gestippelde lijn een afname aan debiet betekent.
blad 29 van 93
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
O
anteagroup
Berekening normdebieten, duikers en watergangen Allereerst is het normdebiet bepaald wat maximaal door de duiker 1 (ten westen van de verdiepte ligging) onder de N211 stroomt in de toekomstige situatie (zie figuur 5-11). Vervolgens is de duiker op dit debiet gedimensioneerd. Daarna is de huidige rond 800 mm duiker ten noorden van de N211 onder de N222 getoetst. Tot slot is het normdebiet van de watergang ten zuiden van de afvalverwerker en duiker 2 onder de N211 bepaald. De watergang is hierop getoetst en duiker 2 (ten westen van het Dorpskadeviaduct) is hierop gedimensioneerd. Het normdebiet door duiker 1 is gebaseerd op het oppervlak weergegeven in figuur 5-13, namelijk 27,2 ha. In werkelijkheid zal een deel van het oostelijk oppervlak door de reeds aanwezige duiker in het oosten stromen. In de beleidsregels van Delfland staat, dat er voor bedrijventerreinen uitgegaan dient te worden van 80'^ verhard en 20'^ onverhard. In dit geval is er uitgegaan van 90'^ verharding, omdat een deel van het bestaande groen, water wordt, en de hoeveelheid onverhard terrein beperkt is. Voor onverhard terrein wordt er gerekend met 14,4 mm/dag afvoer en voor verhard terrein met 28,8 mm/dag. Dit komt neer op een debiet van 0,08 mVs door duiker 1, zie berekening: 272.134*14,4*0,1 + 272.134*28,8*0,9 = 7.445.586 L/dag = 0,08 m7s.
De duiker wordt circa 40 m lang, wat het maximale verval op 2,8 mm brengt ^ 2 mm voor de duiker + 0,8 mm voor het verval van de watergang voor het deel langer dan 20 m). De duiker dient rond 1250 mm te zijn. De duiker dient 1,0 m onder het wateroppervlak geplaatst te worden, dan is er 25 cm lucht beschikbaar en heeft de duiker een verval van 0,001 m ^ 1 mm) en een stroomsnelheid van 0,08 m/s (zie berekening in bijlage 7.6). De waterdiepte van de watergangen is hier 1 m, dus er is dan geen verschil tussen de bodem van de watergang en de onderkant van de duiker.
blad 30 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup NS
Oppervlakte: 272.133,34 m2 Omtrek: 2.163,86 m
IMĚM.
Figuur 5-13: Oppervlak voor normdebiet duiker 1
De bestaande duiker rond 800 mm onder de N222 (noordzijde, zie figuur 5-14) wordt in principe volledig ontlast door de aanleg van duiker 1 (ten westen van de verdiepte ligging) onder de N211. Echter blijft deze duiker behouden met dezelfde diameter, zodat het water zich altijd over het watersysteem kan verdelen. Een rond 800 mm duiker kan op basis van de eisen van Delfland tot 0,06 mVs afvoeren (zie bijlage 7.7). Kijkend naar de overige debieten in dit deel van het systeem, is deze grootte van de duiker ruim voldoende. Dit is ook het geval ondanks de verlenging van de duiker. In verband met de verlenging is een inspectieput opgenomen, direct ten oosten van de Wateringseweg. In de tekening in de bijlage is deze inspectieput aangegeven.
Ni»uv* fl-jkfr bŕton •600
VtfyaUen duiker Ď«ïor WO
YtfĴiilK-õwhcr-tatgi.f.lWS-
Affrt 21A
ĩns'
In de huidige situatie bevindt zich ten zuiden van de afvalverwerker een watergang met een breedte van 3,32 m en een beschoeiing aan de noordzijde (zie figuur 5-17). In de huidige situatie is het stationaire maatgevende debiet 0,12 mVs. In de toekomstige situatie neemt dit debiet af, vanwege het afvangen van een deel van het water door duiker 1, daarnaast wordt een deel van het verhard oppervlak van de N211 aangesloten op het infiltratiegebied. Het water moet wel langer door de watergang stromen tot duiker 2 bereikt is. Het normdebiet van dit gebied is op basis van het oppervlak in figuur 5-15. In dit geval is er ook uitgegaan van 90% verharding, omdat de hoeveelheid onverhard terrein beperkt is. Voor onverhard terrein wordt er gerekend met 14,4 mm/dag afvoer en voor verhard terrein met 28,8 mm/dag. Dit komt neer op een debiet van 0,03 mVs door duiker 2, zie berekening: 101.570*14,4*0,1 + 101.570*28,8*0,9 = 2.778.955 L/dag = 0,03 mVs. Hierop is eerst de watergang getoetst en daarna duiker 2 gedimensioneerd. blad 31 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
ŕ -V
z
\
*'**«ie|
Figuur 5-15: Oppervlak voor normdebiet watergang en duiker 2
Op de locatie van de watergang ten zuiden van de afvalverwerker langs de N211 is de ruimte beperkt. Bij watergangen breder dan 2,3 m, dient er een geleiderail geplaatst te worden om aan de veiligheidseisen van de provincie te blijven voldoen. Dit heeft gevolgen voor het beheer en onderhoud, wat besproken is in paragraaf 5.9. Watergangen dienen vanuit Delfland breder te zijn dan 2,5 m. Hieronder is voorgestelde principeprofiel weergegeven (zie figuur 5-16) en getoetst op het normdebiet. Principeprofiel: » Breedte op waterlijn: 2,7 m » Beschoeiing aan beide zijde tot 0,75 m diep. » Waterdiepte 1,0 m » Gevolgd door talud 1:3 » Bodembreedte: 1,2 m. » Doorstroomoppervlak is 2,5 m2 Dit profiel kan het debiet van 0,03 mVs meer dan voldoende verwerken (zie bijlage 7.9). Het profiel kan tot een debiet van 0,14 mVs aan de eisen van het hoogheemraadschap voldoen, zie bijlage 7.10. Het beheer en onderhoud van deze watergang is uitgebreid beschreven in paragraaf 5.10.4.
Principe-profiel 8-1 Versmalling watergang met damwand
Figuur 5-16: Principe profiel (de noordzijde is reeds beschoeid, het profiel is geïnterpoleerd bij de meetpunten waardoor het een punt profiel lijkt).
Duiker 2 bevindt zich aan het einde van de bovenstaande watergang. De duiker wordt circa 70 m lang, wat het maximale verval op 4 mm brengt ^ 2 mm voor de duiker + 2 mm voor het verval van de watergang voor het deel langer dan 20 m). In de tekening in de bijlage is de noodzakelijk inspectieput weergegeven. De duiker dient minimaal 700 mm te zijn om het debiet te kunnen verwerken, zie de berekening in bijlage 7.8. Er is gekozen voor een duiker van rond 1000 mm (Bijlage 2 besprekingsverslag 08-07-2020), omdat deze beter aansluit op de waterdiepte van de watergang en de huidige duiker dezelfde omvang heeft. Er dient minimaal 25 cm lucht aanwezig te zijn in de duiker, waardoor er 0,75 m waterdiepte in de duiker overblijft.
blad 32 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup ŵ 6 13030 nr
■zn: -
'O K
1 -
^
í.
«t v
-
I
i-
' :
;í '
*
Figuur 5-17: Huidige situatie watergang (bron: LuchtfotoNL 2019 © CycloMedia Technology B. V.)
5.5.3 Watersysteem in het noordoosten van het plangebied In de huidige situatie bevindt zich ten noorden van de N211 en ten zuiden van de bedrijven aan de Klopperman een secundaire watergang met een breedte van minimaal 4,9 m en maximaal 10 m. In figuur 5-19 is de huidige situatie en de ontwerpsituatie van de watergang weergegeven. Deel 1 van de watergang blijft ongewijzigd en blijft 5,0-5,4 m breed. Deel 2 van de watergang schuift richting het noorden en verbreedt licht, van 5,5-6,2 m naar 6,6 m breed. Deel 3 van de watergang versmalt van 8-14 m breed naar 6,6 m breed. In figuur 5-18 is het nieuwe profiel weergegeven van de watergang bij deel 3: 6,6 m breed. In de huidige situatie is het stationaire maatgevende debiet 0,27 mVs. In de toekomstige situatie sluit er minder verhard oppervlak aan op deze watergang, vanwege het afkoppelen van een deel van de weg richting het infiltratiegebied. Er zijn verder geen wijzigingen verwacht in het debiet, dus wordt de watergang wordt getoetst op het huidige debiet. Bij een debiet van 0,27 mVs en het onderstaande profiel wordt het verhang over de watergang 0,034 m/km en de stroomsnelheid 0,08 m/s. Hiermee voldoet de watergang aan de eisen van het Hoogheemraadschap van Delfland hydraulisch gezien.
Water Onderwater.
Perceelgrens
Principe-profiel 6-5 Waterpartij Klappa
Figuur 5-18: Boven: Principeprofiel watergang in het noordoosten, onder: principe profiel nieuwe watergang voor berging
blad 33 van 93
Perceelgrens
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Door het versmallen van de watergang vervalt ook een deel van de waterberging op deze locatie. In figuur 5-19 rechts is weergegeven dat in de groen omcirkelde zone nieuw water gegraven wordt, wat dient als lokale waterberging. Dit nieuwe oppervlak komt neer op circa 800 m2 aan wateroppervlak inclusief taluds. Dit betreft een doodlopende watergang. Door de grote breedte (ruim 8 m op waterlijn) en de diepte is er wel voldoende stroming mogelijk. Delfland heeft ingestemd met deze oplossing. Wel wordt aanbevolen om het hemelwater van de gebouwen en bestrating indien mogelijk op het uiteinde van de watergang te lozen, zodat de stroming gemaximaliseerd wordt. Indien er toch nog risico's voor de waterkwaliteit optreden, kan op het einde een fontein worden geplaatst om de beluchting te vergroten en daarmee de waterkwaliteit te verbeteren.
Figuur 5-19: Links - Fluidige situatie van de watergang (bron: Legger Delfland), rechts - Voorlopig ontwerp watergang, met de watergang ingedeeld in drie delen, met in groen de nieuw te graven water die dient als berging.
Z 1509
Figuur 5-20: Locatie beschoeiing bij bocht (rode cirkel) Iets verder in oostelijke richting maakt de watergang een vrijwel haakse bocht (Figuur 5-20). Om de bocht iets minder sterk te maken, wordt een 'hoekje' van de kant afgesneden door hier een beschoeiing te plaatsen. De breedte van de watergang wordt dan ook iets groter (minimale breedte ter plaatse 6,76 m).
blad 34 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Vanwege de te dempen en te verplaatsen watergang aan de noordoostzijde van de huidige N211 komt de bestaande inlaatduiker vanaf de Zweth nergens meer uit. Dit is in eerder overleg met Delfland is afgesproken (datum 22 oktober 2019, verslag in bijlage 2) dat deze inlaatduiker kan worden ingekort. De inlaatduiker verbindt na inkorten de Zweth met de hoofdwatergang in de Zwethzone, zie Figuur 5-21.
In te korten duiker. Uitstroom op watergang. Diameter is onbekend.
Figuur 5-21: In te korten inlaat nabij gemaal
Tenslotte zal verder in het oosten een deel van het verhard oppervlak, richting de Zwethbrug, aangesloten worden op het infiltratiegebied in het oosten. In paragraaf 5.2 is dit al nader beschreven.
5.5.4 Peilvakaanpassing In het noordoosten van het plangebied ligt de grens tussen peilvakken dicht bij de waterloop. Aangezien noordelijk van deze waterloop er geen waterlopen van het andere peilvakken liggen, is dit min of meer een administratieve grens. In figuur 5-22 is de peilvakgrens met een oranje stippellijn aangegeven. Door de verlegging van de waterloop, komt deze deels in het 'administratieve' gebied van het naastgelegen peilvak te liggen. Aangezien de waterloop in open verbinding staat met het watersysteem ten zuiden van de administratieve peilvakgrens, is in de praktijk het zuidelijke peilvak van toepassing. In verband hiermee is een aanpassing van de peilvakgrens zoals aangegeven met de rode lijn in figuur 5-22 noodzakelijk. Bij de nabij gelegen bebouwing is geen aanpassing van de peilvakgrens noodzakelijk. Doordat de waterlopen van het noordelijke peilvak op grotere afstand liggen, is er in de praktijk ook geen verschil in het peilregime bij de bebouwing.
blad 35 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
oJ
tíSÍK
Figuur 5-22: Aan te passen peilvakgrens, in oranje de huidige peilvakgrens, in rood de nieuwe peilvakgrens
5.5.5 Waterhuishouding naast de N222 richting N211 Door de aan te brengen grondwal (geluidswal) aan de oostzijde van de N222 zuid, worden twee stukken watergang afgesneden van de watergang waar ze in de huidige situatie mee in verbinding staan. Aansluiten op de zuidelijke watergang is niet mogelijk vanwege peilafwijkingen. In overleg met Delfland (27-05-2020, zie bijlage 2) is gekozen om een duiker onder de N222 toe te passen. Hierbij kan deels gebruik worden gemaakt van een bestaande duiker. In figuur 5-23 is de aanpak weergegeven.
ţ
-
Figuur 5-23: Duiker onder de N222
blad 36 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup 5.5.6 Oppervlaktewater monitoring Voor oppervlaktewater worden geen wijzigingen in waterpeilen doorgevoerd. Hier is dan ook geen monitoring voor benodigd.
5.6
Grondwater
Er zijn vier ontwikkelingen binnen de voorgenomen wijzigingen die mogelijk invloed hebben op de grondwaterstanden: » De verdiepte ligging van de N211; » De benodigde bemaling tijdens de uitvoering van de verdiepte ligging; » De infiltratie van het hemelwater in de beide infiltratiegebieden. » Verplaatsing KWO-putten. De aanleg van de bergingsvoorziening aan de Noordhoornseweg leidt niet tot wijzigingen in de grondwaterstanden, omdat het water alleen wordt geborgen en niet wordt geïnfiltreerd.
5.6.1 Verdiepte ligging van de N211 Bij de kruising van de N211 en de Veilingroute N222 (figuur 5-24) wordt de N211 verdiept aangelegd. Deze verdiepte ligging wordt waterdicht uitgevoerd. Er is in de eindsituatie dus geen bemaling nodig om de grondwaterstanden aan te passen. De constructie in de deklaag kan echter een invloed hebben op de grondwaterstroming, met een opstuwing aan de stroomopwaartse kant en een verlaging aan de stroomafwaartse kant tot gevolg. |l\-ō:~’innv
'Lļ-^J-211 .
kŴ.Kçri.řuffi
Zwetliouü
Zwethoŵ
LwîPMĨDĒŖgŜ
mideĩĩCCūVi ff'
I
fN222'
Figuur 5-24: Verdiepte ligging N211 - Veilingroute N222 (rood omlijnd)
Bodemopbouw en (geo)hydrologie Het maaiveld in het projectgebied ligt op ca. NAP -3,0 m. Hieronder bevindt zich een deklaag tot ca. NAP -20 m. De deklaag bestaat hoofdzakelijk uit klei, met enkele dunne of dikkere zandlagen (maximale dikte 3 m). Onder de deklaag bevindt zich een watervoerend pakket van ca. 20 m dik. De regionale bodemopbouw is weergegeven in figuur 5-25.
blad 37 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup De horizontale doorlatendheid (kh) van het watervoerend pakket wordt door REGIS ingeschat tussen de 25 en 50 m/d. De deklaag bestaat uit Holocene afzettingen, REGIS geeft geen inschatting van deze doorlatendheid. De verticale doorlatendheid van de deklaag (kv) wordt ingeschat op 0,01 m/d.
| Zandige kleien en kleiig land | Fijn zand
| Miaoenhorrciig zand a Grof zand
Figuur 5-25: Bodemopbouw, in zwart is de globale (diepte)ligging van de verdiepte ligging weergegeven, (bron: GeoTOP)
De maatgevende freatische grondwaterstand (GHG) bevindt zich op ca. NAP -3,8 m. De stromingsrichting van het freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door het oppervlaktewater. Het verhang op basis van de peilbuizen het dichtst in deze omgeving bedraagt ca. 0,2 m per km. De stromingsrichting van het grondwater is globaal oostelijk gericht (figuur 5-26). De stijghoogte in het watervoerend pakket (actuele situatie) bedraagt ca. NAP -3,2 m. Doordat de grondwateronttrekking in Delft Noord (DSM) in de komende jaren verder wordt afgebouwd, kan de stijghoogte op langere termijn tussen NAP -0,5 m en -1,0 m uitkomen.
A -4.0 *
a
Pul met onderzoeksgegevens
-3.98 Figuur 5-26: Grondwaterstroming in de deklaag (gebaseerd op DinoLoket)
Ontwerp verdiepte ligging In het voorontwerp is een langsprofiel weergegeven van de verdiepte ligging. De totale lengte van het verdiepte wegdeel is ca. 600 m. Het diepste punt bevindt zich op ca. NAP -9,5 m. Uitgangspunt is dat de verdiepte ligging wordt aangebracht in een bouwkuip, bestaande uit damwanden. De damwanden zullen waarschijnlijk tot een grotere diepte worden aangebracht, aangehouden is tot NAP -13 m. De lengte van de damwanden is vooral van constructieve aard. Vanaf ca. NAP -10 m tot NAP -20 m bestaat de bodem vooral uit klei, zodat deze vanaf iets dieper dan NAP -10 m tot in de afsluitende laag staat. Inschatting opstuwing verdiepte ligging
blad 38 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Wanneer een constructie tot in een watervoerende laag reikt, kan er een opstuwing van het grondwater optreden. In Figuur 5-27 is het principe weergegeven in een dwarsdoorsnede. Zichtbaar is dat de grondwaterstroming belemmerd wordt door de constructie. Het grondwater stuwt aan de bovenstroomse zijde van de bebouwing op, zoekt een weg om de constructie heen en stroomt weer verder. Direct stroomafwaarts van de constructie veroorzaakt dit een verlaging.
huidige situatie
situatie met constructie
Figuur 5-27: Principe opstuwing grondwater dwarsdoorsnede, lichtblauw is de oorspronkelijke grondwaterverhanglijn, donkerblauw is nieuwe verhanglijn
In de voorliggende situatie ligt de constructie overwegend in de stromingsrichting. Dit houdt in dat het grondwater aan weerszijden van de constructie zal gaan stromen, waardoor de opstuwing relatief klein is. Verder is het verhang, dat van invloed is op de eventuele opstuwing, gering, ongeveer 0,2 m per kilometer. De deklaag, waarin de constructie zich bevindt, heeft blijkens de sonderingen een dikte van ca. 17 m. Door de verdiepte ligging neemt deze diepte af tot 7 m. De breedte die hierbij van toepassing is, betreft de lengte dwars op de stromingsrichting. Aangezien de stroming van het grondwater globaal oostelijk is, gaat het hier om de breedte van de verdiepte ligging. Rekening houdend met de bocht in de verdiepte ligging is deze breedte 100 à 150 m. De totale verandering van het verhang over de constructie is dan 5 à 7,5 cm, dus een opstuwing van 2,5 à 4 cm en een verlaging van de grondwaterstand van 2,5 à 4 cm. Deze wijziging van de grondwaterstand, kleiner dan 5 cm, wordt als niet significant gezien. Daarnaast is bij deze berekening nog geen rekening gehouden met de sterke demping van effecten die door het oppervlaktewater te verwachten is. De uiteindelijke verandering van de grondwaterstand bij belangen van derden, zoals bebouwing, zal daardoor nog verder afnemen.
Uit de indicatieve berekening volgt dat de verdiepte ligging geen significante effecten op de grondwatersituatie zal hebben. Bij de vergunningaanvraag zal een modelberekening worden toegevoegd. Om effecten op belangen van derden volledig uit te sluiten, zal er een grondwatermonitoring worden uitgevoerd. Deze is in paragraaf 5.6.5 nader beschreven.
5.6.2 Indicatieve bemalingsberekening verdiepte ligging De onderdoorgang zal in een tijdelijke bouwkuip worden gerealiseerd. Deze bouwkuip wordt zo ontworpen dat de constructie droog gebouwd kan worden. Met het grondwatermodel iMOD is een indicatieve modelberekening uitgevoerd om de impact van een eventuele bronbemaling tijdens de uitvoering op het grondwater in te schatten, zie hiervoor bijlage 5 met daarin de details over wel/niet toepassen onderwaterbeton, diepte tijdelijke damwanden, etc. Hierbij is als worst case situatie ervan uitgegaan dat de bouwput in zijn geheel wordt bemalen. Daarnaast worden damwanden rondom de verdiepte ligging toegepast. Door de grote dikte van de onderliggende deklaag blijft het te bemalen grondwater beperkt (ca. 200 mVdag). Door lekkage van de damwandsloten en via het watervoerende pakket, treedt in de omgeving tijdens uitvoering een verlaging van de grondwaterstand op. De berekende grondwaterstandsverlaging is maximaal 1 m, dit is juist buiten de bouwput. In Figuur 5-28 is de berekende verlaging van de freatische grondwaterstand weergegeven. Bij verschillende bedrijven is een verlaging van de grondwaterstand zichtbaar.
blad 39 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
Figuur 5-28: Maximale grondwaterstandsverlaging bemaling Opgemerkt wordt dat het uitgangspunt van de berekening is, dat de bouwput in zijn geheel bemalen zal worden tot de maximaal benodigde diepte. Door fasering toe te passen, nemen zowel de debieten als het invloedsgebied af. De mogelijke gevolgen voor derden worden daardoor ook verkleind. Op de door de aannemer uit te voeren benodigde bemaling, teneinde een bouwput droog te houden (of grondsanering dan wel kabel- of leidingsleuf), zijn de algemene regels van het hoogheemraadschap van toepassing en in het bijzonder paragraaf 4.1 art 30 punt 3b. Dat stelt dat indien er (buiten een milieubeschermingsgebied voor grondwater) niet meer dan 50m3 per uur en 200.000m3 in totaal wordt onttrokken, dit afgedaan kan worden met een melding. Als onderdeel van deze melding dient de aannemer een onderbouwing (bemalingsadvies) aan te leveren van de te verwachten effecten van de onttrekking. Bij onttrekkingswaardes hierboven moet er een vergunning worden aangevraagd door de aannemer. Om effecten op belangen van derden volledig uit te sluiten, zal er een grondwatermonitoring worden uitgevoerd. Deze is in paragraaf 5.6.5 nader beschreven.
5.6.3 Infiltratie door hemelwater van de infiltratiegebieden Bij de infiltratiegebieden zoals beschreven in paragraaf 5.2 wordt de neerslag die op de verharding valt, in een relatief klein gebied in de bodem geïnfiltreerd. Op deze locaties is er na neerslag een verhoging van de grondwaterstand. De neerslag verspreidt zich na de bui en tijdelijke berging in de wadi, in de ondergrond, en via de ondergrond naar de waterlopen. Door de infiltratie van het hemelwater wordt een verdroging door de toename van verharding voorkomen.
5.6.4 Verplaatsing KWO-putten Op het perceel ten zuidwesten van de kruising van de N211 en de N222 staan 10 putten voor Koude-Warmte-opslag (KWO), 4 putten aan de noordzijde langs de N211 (figuur 5-29), en 6 putten aan de oostkant van het perceel langs de N222 (figuur 5-30). De onttrekking en infiltratie vindt plaats in het 2e en 3e watervoerende pakket, dus op relatief grote diepte. De afmetingen van de putten aan maaiveld zijn ca. 1x2 m. In verband met de aanleg van nieuw oppervlaktewater, moeten de 4 putten langs de N211 en 2 van de putten langs de N222 worden verplaatst (figuur 5-31 en figuur 5-32). De locatie van de nieuwe putten moet in verband met het beheer en onderhoud van de watergangen met Delfland worden afgestemd. Dit zal na de aanbestedingsfase door de aannemer worden verzorgd in overleg met Delfland en de particulier. De waterloop wordt varend onderhouden, zodat de (nieuwe) putten geen overlast in de onderhoudsstrook veroorzaken.
blad 40 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup De verplaatsing van de putten bedraagt maximaal 20 m. De invloed van de verplaatsing op de ligging van de 'bellen' met warm en koud grondwater is gering. De effectiviteit van de KWO wordt niet beïnvloed. Evenmin is buiten de projectlocatie een significant gevolg van de verplaatsing van de putten merkbaar.
Figuur 5-29: Huidige KWO-putten langs N211
/O
Figuur 5-30: Huidige KWO-putten langs N222
blad 41 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
Figuur 5-31: Verplaatsing putten langs N211
CiÙİ\.
Figuur 5-32: Verplaatsing putten langs N222
5.6.5 Monitoring Grondwatermonitoring Voor grondwater zijn er twee ingrepen die mogelijk effect kunnen hebben, namelijk de verdiepte ligging en de tijdelijke bemaling voor de aanleg van de verdiepte ligging. Zoals hiervoor is aangegeven, worden door de verdiepte ligging geen significante grondwatereffecten verwacht. De maximale verlagingen van de bemaling zijn weergegeven in Figuur 5-28. Hierbij is ervan uit gegaan dat de gehele verdiepte ligging in een bouwkuip met damwanden wordt uitgevoerd, waarbij in de gehele bouwkuip de grondwaterstand tot het diepste punt wordt verlaagd. Bij een
blad 42 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup gefaseerde aanleg zullen de verlagingen kleiner zijn, aangezien de benodigde verlaging dan in grote delen van de bouwkuip kleiner is. Om de veranderingen in grondwaterstanden te monitoren, wordt aanbevolen om aan de noordzijde twee raaien peilbuizen in te richten. Aan de zuidzijde, waar veel oppervlaktewater wordt aangelegd en de huidige woning verwijderd wordt, wordt één peilbuis voorzien. In de Zwethzone wordt een korte raai peilbuizen geplaatst. In figuur 5-33 zijn de globale peilbuislocaties weergegeven. In tabel 5-5 zijn de filterstellingen van de peilbuis opgenomen.
r, N
//j
/7TÍ
n i»ii' ’ ^wİpTŪlľTki^'* “
\
" wIPPŌirfRLÄAÑ
á''
Figuur 5-33: Voorgestelde monitoring grondwater Tabel 5-5: Kenmerken peilbuizen
Locatie Raai noord-oost
Raai noord-west
Zuid bij vml. woning Raai Zwethzone
Peilbuis 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Filter (m -mv.) 3-4, 7-8 3-4, 7-8 3-4 3-4, 7-8 3-4, 7-8 3-4 3-4 3-4, 7-8 3-4, 7-8 3-4
De peilbuizen worden voorzien van automatische drukopnemers (divers) om de grondwaterstanden minimaal dagelijks op te nemen. Delfland ziet het als noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden een nulsituatie van minimaal enkele maanden (liefst 0,5 à 1 jaar) op te bouwen.
blad 43 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup 5.7
Natuurvriendelijke oevers
In de Zwethzone bevinden zich ecologische zones, ook wel natuurvriendelijke oevers (NVO's) genoemd. Deze oevers zijn doormiddel van een flauwer talud en begroeiing ecologisch ingericht. Voor de NVO's geldt: de strekkende meters oever/oppervlak NVO dat moet wijken voor de werkzaamheden, dient minimaal te worden teruggebracht. Alle NVO's liggen in het peilgebied van de Oud- en Nieuw Wateringveldse polder. In totaal gaat er door middel van het project 663 strekkende meter natuurvriendelijke oever (2.090 m2) verloren. In het ontwerp is 677 strekkende meter nieuwe NVO (2.388 m2) opgenomen. Aangezien er een grotere hoeveelheid wordt teruggebracht dan dat er verloren gaat, wordt er ook aan deze eis voldaan. In samenwerking met Delfland zijn nog meer locaties onderzocht voor mogelijk NVO's, dit is niet noodzakelijk om aan te leggen, maar betreft een eventuele optimalisatie. Een mogelijke optie is weergegeven in figuur 5-35. In overleg met Delfland (Bijlage 2 besprekingsverslag 08-07-2020) is afgesproken om op deze locatie de oever, indien mogelijk, op natuurvriendelijke wijze in te richten tijdens de uitwerking.
my Urn aMiac ŕttw
Įļţn įiļikţr ķţtţr »1PP0
!fİt 21A
ŢoeŕtţJ'f. innnnfV Bestaande situatie Bestaande situatie Bestaande kadastrale gr
Figuur 5-34: De wijzigingen NVO^s, in de rode cirkels. Lichtgroen wordt aangelegd.
Figuur 5-35: Mogelijke extra optie tot NVO in de rode cirkel
5.8
Hemelwater en waterkwaliteit
De afstroming van hemelwater verandert in het ontwerp. Op twee locaties zal het hemelwater van de N211 afstromen naar een infiltratiegebied, dit betreft de pompkelder van de verdiepte ligging en in het oosten een deel van het
blad 44 van 93
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup wegoppervlak. Bij de infiltratiegebieden wordt het wegwater eerst door de bovenste laag bodem gefilterd, het water dat het grondwater bereikt is daardoor schoon. Om doorslag van verontreinigingen naar het grondwater te voorkomen, wordt de toplaag periodiek vervangen door schone grond. Op de overige locaties zal het hemelwater vanaf de weg via bermpassage naar het oppervlaktewater afstromen of infiltreren in de berm. Er dienen maatregelen getroffen te worden om vervuiling van de bermen en oppervlakte water via afstromend water tegen te gaan. In het Handboek Ontwerpcriteria Wegen 5.0 van de provincie Zuid-Holland zijn de eisen opgenomen waaraan deze maatregelen dienen te voldoen. Deze eisen zijn gebaseerd op het rapport 'Afstromend wegwater' (april 2002) van de Commissie Integraal Waterbeheer en het rapport "Update verontreinigingsbeleid afstromend wegwater (december 2013) van Deltares. Op dit moment zijn provincie, Hoogheemraadschap en gemeente nog in gesprek over de exacte invulling van het realisatiecontract omtrent onder andere dit onderwerp wat betreft aanleg- en beheer- ä onderhoudsfase. De brug over de Zweth is voorzien van een kolksysteem, waarmee afstromend hemelwater via een bermpassage tot afstroom komt aan beide kanten van de weg. In de berm aan weerskanten kan het water infiltreren in de bodem of bij extreme neerslag afstromen richting oppervlaktewater.
Op deze wijze wordt voorkomen dat in tijden van kou, strooizout in het KRW-waterlichaam van de Zweth komt, en de chemische waterkwaliteit negatief beïnvloed. Dit is overeenkomstig aan de huidige situatie. Ook bij de kunstwerken over de Molensloot wordt de lozing overeenkomstig op de huidige situatie uitgevoerd.
5.9
Waterveiligheid
In het plangebied ligt de regionale waterkering langs de Zweth. Dit is de enige waterkering waar het project mee in aanraking komt. Zowel de bestaande als aan de noordoostzijde nieuw te bouwen Zwethbrug kruisen de waterkeringen langs de Zweth (figuur 5-36). Voor werkzaamheden bij het waterstaatswerk en/of de beschermingszone moet een vergunning Waterwet worden aangevraagd. De aannemer zal de vergunning aanvragen. Delfland beveelt aan om voldoende tijd in te plannen om tot een vergunningaanvraag te komen en tijdig vooroverleg in te plannen. De eisen en randvoorwaarden van Delfland aan de waterkering, worden daarom aan de aannemer meegegeven via het realisatiecontract. Op dit moment zijn provincie, Hoogheemraadschap en gemeente nog in gesprek over de exacte invulling van het realisatiecontract. De eisen houden o.a. in dat de aan- en afvoer van water niet wordt belemmerd tijdens de werkzaamheden of door de werkzaamheden of na de werkzaamheden in de definitieve situatie. Verder mogen er geen materialen worden toegepast die het oppervlaktewater kunnen verontreinigen. Tenslotte dienen de brug en de bijbehorende oeverbescherming van een deugdelijke constructie te zijn en zodanig te worden gefundeerd, dat er geen nadelige gevolgen voor de waterkering ontstaan.
De brug dient tevens zodanig te worden uitgevoerd, dat na realisatie het gebruikelijke beheer en onderhoud aan zowel de waterkering als het oppervlaktewater kunnen worden uitgevoerd.
blad 45 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Bei\mö*oebied Hoŵf Begrenzing
— * Waterstaatstwerk — * Profiel van vrije ruimte
Bescherm ngsrone Waterstaatswerk
v'-vA Figuur 5-36: Zwethbrug
In deze fase van het project is waar mogelijk wel het Voorlopig Ontwerp voor de N211 Wippolderlaan getoetst aan de eisen van Delfland conform 'beleidsregel medegebruik regionale waterkeringen' van 1 mei 2014. Zie hiervoor onderstaande Tabel 5-6. Tabel 5-6: Eisen aan waterkering Zweth conform 'beleidsregel medegebruik regionale waterkeringen' van 1 mei 2014 [PM: graag voordat wij het WHH-plan definitief maken en indienen, maken we samen afspraken over het proces van eisen die nu aangetoond worden via de VO-ontwerpen en dit plan en eisen die later bij de aannemer liggen.] Hoofdstuk
Eis
Invulling
Algemeen
Legger: kruinhoogte o westzijde: 0,14 m NAP o oostzijde: 0,10 m NAP
Voldoet, zie ontwerptekening in bijlage
Nieuwe of extra steunpunten in de Zweth dienen in het verlengde van het bestaande steunpunt te worden gerealiseerd.
Voldoet, zie ontwerptekening in bijlage
Uitvoeren toets effect van nieuwe of extra steunpunten op doorstroming. Doorstroming mag niet verslechteren en dient te voldoen aan de Legger.
Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning
Uitvoeren toets op voldoende diepgang, doorvaarthoogte en -breedte. Deze aspecten dienen te voldoen aan de Legger.
Voldoet, zie ontwerptekening in bijlage
Oevers aan weerszijden van de brug moeten worden beschermd tegen erosie en afkalving. Daardoor moeten beschoeiingen en damwanden tot minimaal 5 m uit het landhoofd worden aangelegd.
Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning
Bij de aanleg van de Zwethbrug is ook de uitvoerings methode relevant. Zowel in het geval er wordt gewerkt vanaf het water (met effect op de doorstroming) of vanaf
Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning
blad 46 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
2. Beoordeling medegebruik
de kant (met effect op de waterkering) dient er door het Hoogheemraadschap getoetst te worden of ook de uitvoeringswijze voldoet aan alle gestelde eisen en dus akkoord is. 1. De waterkering moet veilig zijn (het zogeheten 'waterkerend vermogen' moet gegarandeerd zijn): a. Het niveau van de constructie moet voldoende hoog zijn.
b.
3 Werken
4 Beplanting 5 Wegen
6 Ophogingen en ontgravingen
Werken moeten buiten leggerprofiel worden aangelegd en gedurende levensduur hierbuiten blijven. Hierbij dient de doorstroming niet te verslechteren en te voldoen aan de Legger
Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning
Waterkering robuuster maken door extra steunberm of aanheling te maken. De constructie moet voldoende waterdicht zijn
Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning
c.
De standzekerheid (stabiliteit) moet gewaarborgd blijven
d.
De weerstand tegen (mechanische) belastingen moet voldoende zijn De bekleding van de waterkering moet voldoende erosiebestendig zijn
e.
De onderkant van het landhoofd westzijde zit op -1,2 m NAP, maar loopt door tot + 4 m NAP. Aan de oostzijde zit onderkant landhoofd op + 1,2 m NAP. De waterkerende constructie bestaande uit damwanden wordt niet aangepast.
2.
De waterkering moet inspecteerbaar zijn.
3.
De waterkering moet onderhoudbaar zijn
4.
De brug moet onderhoudbaar zijn zonder effect op onderhoud aan waterkering en watergang
De constructie bestaat uit massief beton en laat dus geen water door. Aan de achterzijde van de constructie komt een ophoging tot ca 3,5 m NAP voor de weg. vanwege de grote breedte en hoogte hiervan is er geen risico op onderloopsheid van de constructie Een stabiele constructie is onderdeel van de constructieve veiligheid, aangetoond in het rapport ''405082-BER-VO-01Berekening brug over de Zweth'' Idem als bovenstaand Het bestaande buitentalud is overeenkomstig de bestaande brug en wordt begroeid met gras. Het betonnen landhoofd is niet erosiegevoelig Het talud en het landhoofd is bereikbaar. Zie hiervoor de bijgevoegde ontwerptekeningen van de kunstwerken De kering is onderhoudbaar vanaf het water op eenzelfde manier als de oude, bestaande brug Dient aangetoond te worden door aannemer na gunning Funderingspalen en landhoofden worden niet meegerekend in dit hoofdstuk. De specifieke eisen zijn daarom niet van toepassing. N.v.t. Dit gaat met name in op wegen parallel aan de kering. Door het aanleggen van de verbreding van de N211 wordt het maaiveld aanzienlijk verhoogd, tot ruim boven de vereiste kruinhoogte. Het leggerprofiel blijft hierdoor intact en de kering alleen maar stabieler, ondanks de hogere bovenbelasting van de N211. Aandachtspunt betreft de noordzijde van de Zweth. Dit betreft een veenkade. Ophoging van de waterkering mag slechts gefaseerd plaatsvinden.
Dit is afhankelijk van de uitvoeringsmethode en dient aangetoond te worden door de uitvoerende partij.
Onderdeel van de Zwethbrug is de passage/ongelijkvloerse kruising met van de Noordhoornseweg. De Noordhoornseweg gaat onder de bestaande Zwethbrug door via een verdiepte ligging (figuur 5-37). Hierbij ligt de N211 boven het normale maaiveld, de fietstunnel ligt iets verdiept (figuur 5-38). De verdiepte ligging is ca. 2 m t.o.v. maaiveld. Omdat de tweede, nieuwe brug iets hoger wordt aangebracht, wordt de minimale doorrijhoogte van de fietstunnel gehonoreerd, zonder dat de huidige fietstunnel hoeft te worden aangepast. Er zijn hier dus geen werkzaamheden in of nabij de kering voor benodigd.
blad 47 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup
Figuur 5-37: Ligging fietstunnel, in blauw globale stromingsrichting grondwater (ondergrond: Street Smart)
rit
Figuur 5-38: Fiets/langzaam verkeer tunnel Noordhoornseweg (bron Street Smart)
5.10 Beheer en onderhoud In deze paragraaf is het beheer en onderhoud van het watersysteem in de uiteindelijke situatie besproken. Eerst is er onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire watergangen, in verband met de onderhoudsplichtige. Vervolgens is het varende onderhoud besproken, het onderhoud rondom kunstwerken en het onderhoud vanaf de kant.
blad 48 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup 5.10.1 Status watergangen (primair ļ secundair) Er wijzigen geen watergangen van status door toedoen van dit project. Bij primaire watergangen geldt dat het onderhoud onder het Hoogheemraadschap van Delfland valt. Voor secundaire watergangen ligt het onderhoud bij derden. Het Hoogheemraadschap ziet er wel voor alle watergangen op toe, dat er voldaan blijft worden aan de eisen omtrent onderhoudsstroken, vaardieptes en tewaterlaatplaatsen.
5.10.2 Varend onderhoud In onderstaande figuur 5-39 en op de tekening in de bijlage is weergegeven welke watergaven in de nieuwe situatie varend onderhouden moeten gaan worden. Het betreft hier de watergangen ten zuiden van de N211, de watergangen in de noordoosthoek langs de bedrijven aan de Klopperman en de nieuwe waterberging bij de Monsterseweg. De watergangen voldoen aan de minimale eisen voor varend onderhoud: Watergangen breder dan 10 meter kunnen alleen varend worden onderhouden; Minimale lengte 500 meter of meer dan 1750 m2; Minimale breedte 3,5 meter; Minimale diepte 1,0 meter; Minimale doorvaarbare hoogte 1,0 meter; Plaats voor tewaterlating dient aanwezig te zijn. In figuur 5-40 zijn de principe profielen weergegeven van de minimale afmetingen waaraan de watergangen dienen te voldoen om deze varend te kunnen onderhouden. Alle varend te onderhouden watergangen voldoen aan de minimale eisen. Zie ook de bijgevoegde tekeningen. V îàįçąs
Ka
Figuur 5-39 Varend te onderhouden watergangen in blauw gemarkeerd, rode stippen betreft tewaterlaadplaatsen
blad 49 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Water 5 00«breedte«10.00 Onderboudsstrook
OnderwaterTalpd i talud i
Onderwateri talud i Talud
Onderhoudsstrook
Waterqanqdiepte gelijk aan leqqerdīepti
Printipeprofiel watergangen met breedte tussen S.Om en iQ.Owi
OnderwaterTalud i talud i
Onderwateri talud i Talud
Pnncipeprofiel watergangen met varend onderhoud
Sttvul MM
Figuur 5-40 Minimale profielen varend onderhoud Tewaterlaatplaatsen, plaatsen om maaisel af te zetten In Figuur 5-39 en op tekening 405082-S-0-0106 in de bijlage zijn de varend te onderhouden watergangen weergegeven. Het grootste deel van deze watergangen wordt in de huidige situatie als varend onderhouden en dus zijn er tewaterlaatplaatsen aanwezig. In Figuur 5-39 en op tekening 405082-S-0-0106 in de bijlage zijn ook de tewaterlaatplaatsen weergegeven. Met deze locaties is er voldoende mogelijkheid om bij de diverse watergangen het water in of uit te gaan en het maaisel af te kunnen voeren.
5.10.3 Onderhoud ter plaatse van de kunstwerken Voor de werkzaamheden wordt bij de Zwethbrug een nieuwe brug naast de bestaande brug gebouwd. Ook worden er over de Molensloot nieuwe kunstwerken gebouwd. De doorvaarthoogte moet bij al deze kunstwerken minimaal 1,0 meter bedragen voor onderhoud. Ook is er naast de varend te onderhouden watergangen een schouwpad noodzakelijk van minimaal 1,0 meter breed en 2,0 m hoog. Uit onderstaande profielen en bijgevoegde tekeningen van de kunstwerken blijkt dat deze hieraan voldoen. In de profielen is tevens het leggerprofiel weergegeven. uctie
As regionale waterkering Kruinhoogte
Grens kernzone Talud profileren conform dijkprofiel ŨijkprofieL volgens legger
blad 50 van 93
-0.430
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup Voegovergangsconstrui renovatiemodel
iígs Lapp r
As regionale waterkering
Kruinhoogte -1-0.100 Grens kernzone Dijkprofiel volgens legger -
Figuur 5-41: Doorsnede bestaande Zweth brug met doorvaarthoogte, schouwpad en Leggerprofiel
Taludbekleding conform beeldkwaliteitsplan As regionale waterkering Kruinhoogte +0.140 Grens kernzone
■0.430
Dijkprofiel volgi is leggt Talud profileren conform dijkprofiel
Nieuwe stalen buispalen [trîllingsvrij) Voegovergangsconstructie Buigslappe voeg
renovafiemodel
vormgeving tussensteunpunt conform beeldkwaliteitsplan As regionale waterkering Kruinhoogte +0.10Ũ.
Grens kernzone Dijkprofiel volgens legger
Figuur 5-42: Doorsnede nieuwe Zweth brug met doorvaarthoogte, schouwpad en Leggerprofiel
blad 51 van 93
^
.
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteägroup Variabel
Voegovergangsconstructie renovatiemodel +1.276
vergangsconstructie renovatiemodel
Talüdbekleding conform beeldkwalifeitsplan------
Talüdbekleding conform beeldkwalifeifsplan
prefab betonpalen — Nieuwe prefab betonpalen Bestaande kering handhaven locatie i.h.w.t.b.
Figuur 5-43: Doorsnede brug over Molensloot hoofdrijbaan met doorvaarthoogte en schouwpad
Helling 3.94X
RvrlIOOm
Prefab liggers met druklaag
3.94X
PVR 2600
Grondkering/beschoeimg n t.b.
Talüdbekleding conform BKP
Doorvaarthoogte 1800 -3.550
____ 4002
-3 900 PEIL -4 470
Var min 500mm op fietspad mm haaks oo
0100
Figuur 5-44: Doorsnede brug over Molensloot verbindingsweg Laan van Wateringseveld met doorvaarthoogte en schouwpad
5.10.4 Onderhoud vanaf de kant De andere watergangen binnen het projectgebied worden vanaf de kant onderhouden. Dit betreft allemaal overige/secundaire watergangen en dienen dus onderhouden te worden door de aangelanden. De bestaande situatie voor het onderhoud van deze watergang verandert niet. De watergangen zijn goed bereikbaar voor onderhoud. Tevens is er een schouwpad van 1 m breed en 2 m hoog vereist. Dit kan gecombineerd worden met een onderhoudsstrook. Uitzondering hierop vormt de situatie rondom de te versmallen watergang ten zuiden van de afvalverwerker. Beheer en onderhoud watergang ten zuiden van de afvalverwerker Het beheer en onderhoud van de watergang ten zuiden van de afvalverwerker, gebeurd op dit moment vanaf de wegzijde van de N211. Vanaf de noordzijde is het niet mogelijk om onderhoud te plegen aan de watergang vanwege een steil talud en beplanting (zie Figuur5-16) en voor varend onderhoud is de watergang te smal. In de toekomstige situatie zal het onderhoud ook vanaf de weg plaatsvinden, vanaf de afrit van de N211. Vanwege de breedte van de watergang (minimaal 2,5 m) blijft er aan de wegzijde beperkt ruimte over, waardoor er een geleiderail geplaatst dient te worden voor de verkeersveiligheid. Hierdoor is het niet mogelijkheid een obstakelvrije zone in te passen.
Een geleiderail is echter een constante constructie, waar beheer en onderhoud overheen kan werken middels
blad 52 van 93
O
Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland
anteagroup een kraan. De wegbeheerder van de provincie heeft aangegeven dat de weg onderhouden kan blijven worden vanaf de berm van de N211 met de maaiarm welke een bereik heeft van 5 meter. Conform Figuur5-16 is deze watergang dus onderhoudbaar.
5.11 Klimaatadaptatie De afgelopen jaren is het veranderende klimaat merkbaar in de hoeveelheid regenval en de lange periodes van droogte en hoge temperaturen. Het weerbeeld wordt extremer. Bij de (her)inrichting van stedelijke gebieden wordt nu nadrukkelijk aandacht gevraagd voor klimaatadaptatie. Bij de herinrichting van de N211 wordt hier invulling aan gegeven door de extra verharding te compenseren door middel van infiltratievoorzieningen. Hiermee wordt het watersysteem met name minder gevoelig voor droogte. Allereerst wordt met de infiltratievoorzieningen het grondwater meer aangevuld met neerslag dan bij de toepassing van berging in oppervlaktewater, hetgeen verdroging tegengaat. Ook kwel vanuit het eerste watervoerende pakket, met vaak een mindere waterkwaliteit, vermindert hiermee. Een minstens zo belangrijk aspect is, dat in droge perioden er geen ongewenste verdamping vanuit een infiltratievoorziening optreedt, terwijl dit bij oppervlaktewater wel het geval is. Om het water op het streefpeil te houden, is aanvoer van water vanuit elders nodig. Bij de toepassing van infiltratievoorzieningen wordt wateraanvoer beperkt en het watersysteem dus minder belast. Verder is bij de verdiepte ligging rekening gehouden met een T250-bui met 10% klimaattoeslag. Dit houdt in dat wateroverlast in de verdiepte ligging pas in een zeer extreme situatie verwacht kan worden.
5.12 Fasering tijdens uitvoering Voor de realisatie van het werk N211 Wippolderlaan is een referentiefasering opgesteld om na te gaan of en hoe het werk realiseerbaar is. Onderdeel van deze maakbaarheid betreft het gedurende de realisatie borgen van een goede waterafvoer en watersysteem. Belangrijk is dat er eerst gegraven wordt voordat er gedempt wordt en dat de toename in het verhardoppervlakte zo snel mogelijk wordt gecompenseerd via nieuw te graven watergangen. Uit de referentiefasering blijkt dat dit haalbaar en maakbaar is. Op dit moment is niet duidelijk of deze referentiefasering opgelegd wordt aan de aannemer. Via het contract met de aannemer worden wel de uitgangspunten qua watersysteem voor de uitvoering meegegeven aan de aannemer. In grote lijnen ziet de fasering er wat betreft de waterhuishouding als volgt uit: Als eerste wordt de oostzijde van het plangebied uitgevoerd, los van en dus vooruitlopend op de westzijde. Het betreft hier het gedeelte vanaf de A4 tot aan het viaduct Dorpskade. De westzijde betreft het gedeelte tussen het viaduct Dorpskade en de westelijke projectgrens ter hoogte van de MiddenZweth. In de volgende paragrafen is de een korte toelichting van de fasering opgenomen met daarbij de nadruk op de werkzaamheden met betrekking tot de waterhuishouding. Tevens is ter onderbouwing een tekening weergegeven.