CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Waterhuishoudkundigplan def (21-0171734)

Commissie Ruimte en Wonen 22 juni 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningaanvraag 'Zwetkade Noord nabij 1 te Wateringen' (reconstructie N211).26.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

o anteagroup

į)

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan

projectnummer 0405082 definitief revisie 4.0 22 januari 2021

Understanding today.

Improving tomorrow.

J&

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan

projectnummer 0405082 definitief revisie 4.0 22 januari 2021

Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollandplein 1 2596 AW 'S-GRAVENHAGE

datum vrijgave İ22-01-2021

beschrijving revisie 4.0 definitief

goedkeuring Dammis Visser

vrijgave

| Geertjan Muijs W

J& Inhoudsopgave

Blz.

1

INLEIDING.................................................................................................. 1

1.1

Aanleiding en doel.......................................................................................................... 1

1.2

Leeswijzer.......................................................................................................................1

2

HUIDIGE SITUATIE...................................................................................... 2

2.1

Ligging en maaiveldhoogte ............................................................................................ 2

2.2

Bodemopbouw en geohydrologie...................................................................................3

2.1

Grondwater....................................................................................................................4

2.2

Oppervlaktewater...........................................................................................................8

2.3

Waterkeringen................................................................................................................9

2.4

Riolering en hemelwater.................................................................................................9

2.5

Natuur | KRW............................................................................................................... 10

3

BELEID EN REGELGEVING.......................................................................... 11

3.1

Rijksoverheid ............................................................................................................... 11

3.2

Provincie Zuid-Holland.................................................................................................. 12

3.3

Hoogheemraadschap van Delfland................................................................................ 12

4

TOEKOMSTIGE SITUATIE N211 EN WATERSYSTEEM...................................14

4.1

Voorgenomen wijzigingen van de N211 ....................................................................... 14

4.2

Voorgenomen wijzigingen in het watersysteem .......................................................... 14

5

TOEKOMSTIG WATERSYSTEEM - DETAILUITWERKING..............................17

5.1 Waterbalans..................................................................................................................17 5.1.1 Graven en dempen oppervlaktewater........................................................................ 17 5.1.2 Compensatie verharding............................................................................................. 18 5.1.3 Conclusie waterbalans................................................................................................. 19 5.2

Infiltratie- en bergingsgebieden

20

J& 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6

Voormalige verzorgingsplaats..................................................................................... 20 Laan van Wateringseveld............................................................................................ 20 Noordhoornseweg....................................................................................................... 21 Volume te bergen en te infiltreren water................................................................... 22 Infiltratie- en bergingsvoorzieningen toegelicht.........................................................23 Beheer en onderhoud infiltratie- en bergingsvoorzieningen......................................25

5.3

Pompkelder verdiepte ligging....................................................................................... 26

5.4

Verhoogde delen........................................................................................................... 26

5.5 Oppervlaktewater......................................................................................................... 27 5.5.1 Duiker Veilingroute N222............................................................................................ 27 5.5.2 Watersysteem in het westen van het plangebied.......................................................28 5.5.3 Watersysteem in het noordoosten van het plangebied..............................................33 5.5.4 Peilvakaanpassing........................................................................................................ 35 5.5.5 Waterhuishouding naast de N222 richting N211 ........................................................ 36 5.5.6 Oppervlaktewater monitoring..................................................................................... 37 5.6 Grondwater ................................................................................................................. 37 5.6.1 Verdiepte ligging van de N211 .................................................................................... 37 5.6.2 Indicatieve bemalingsberekening verdiepte ligging....................................................

39 5.6.3 Infiltratie door hemelwater van de infiltratiegebieden...............................................40 5.6.4 Verplaatsing KWO-putten........................................................................................... 40 5.6.5 Monitoring................................................................................................................... 42 5.7

Natuurvriendelijke oevers............................................................................................ 44

5.8

Hemelwater en waterkwaliteit..................................................................................... 44

5.9

Waterveiligheid............................................................................................................45

5.10 Beheer en onderhoud...................................................................................................48 5.10.1 Status watergangen (primair / secundair)...................................................................48 5.10.2 Varend onderhoud ...................................................................................................... 49 5.10.3 Onderhoud ter plaatse van de kunstwerken...............................................................50 5.10.4 Onderhoud vanaf de kant............................................................................................ 52 5.11

Klimaatadaptatie.......................................................................................................... 53

5.12

Fasering tijdens uitvoering............................................................................................ 53

6

SAMENVATTING EN CONCLUSIES............................................................. 57

BIJLAGEN BIJLAGE 1: ONTWERPTEKENINGEN

J& BIJLAGE 2: VERSLAGEN OVERLEGGEN DELFLAND................................... BIJLAGE 3: BORINGEN EN SONDERINGEN BIJ INFILTRATIEGEBIEDEN...... BIJLAGE 4: BEREKENING OPSTUWING DOOR VERDIEPTE LIGGING......... BIJLAGE 5: INDICATIEVE BEMALINGSBEREKENING VERDIEPTE LIGGING .. BIJLAGE 6: DETAILTEKENINGEN VAN OVERLOOPCONSTRUCTIES VAN DE INFILTRATIE- EN BERGINGSGEBIEDEN.................................................... BIJLAGE 7: BEREKENINGEN WATERGANGEN EN WATERSLEUTEL............

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

O

anteagroup 1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel De provincie Zuid-Holland is voornemens de N211 Wippolderlaan aan te passen. De provinciale weg (N211) wordt verbreed vanaf de kruising met de Middenweg tot de aansluiting op de A4. Er wordt een ongelijkvloerse kruising met de N222 (Veilingroute /Wateringveldseweg) gerealiseerd, de N211 ligt hierbij verdiept. Ook de kruising met de Laan van Wateringsveld wordt deels ongelijkvloers aangelegd. De afrit van de N211 vanuit het westen en de toerit naar de N211 in de richting van de A4 komen verhoogd te liggen. Voor deze verbreding wordt ook de verzorgingsplaats met tankstation en MacDonalds verwijderd en worden infiltratie- en bergingsgebieden aangelegd. In het kader van deze ontwikkeling wordt een Wabo-procedure doorlopen. Dit waterhuishoudkundig plan is opgesteld via diverse overleggen met het Hoogheemraadschap van Delfland en dient als onderbouwing voor de aan te vragen vergunningen bij o.a. het Hoogheemraadschap van Delfland.

1.2 Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: » In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de waterhuishouding opgenomen. » In hoofdstuk 3 is een overzicht gegeven van beleid, wet- en regelgeving en de randvoorwaarden van de waterbeheerders voor het plangebied. » Hoofdstuk 4 beschrijft de toekomstige situatie van de N211 en globaal de effecten hiervan op het watersysteem. » In hoofdstuk 5 zijn de detailuitwerkingen van specifieke wijzigingen uiteengezet per thema, de thema's zijn1: o Waterbalans o Infiltratie- en bergingsgebieden o Oppervlaktewater o Grondwater o Natuurvriendelijke oevers o Hemelwater en waterkwaliteit o Waterveiligheid o Beheer en onderhoud o Klimaatadaptatie o Fasering » In hoofdstuk 6 is de samenvatting en conclusie opgenomen.

1 Het thema vuilwater is niet van toepassing bij de ontwikkeling van de N211

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 2

Huidige situatie

2.1 Ligging en maaiveldhoogte Het plangebied is het meest oostelijke deel van de Wippolderlaan^211. Het plangebied begint iets ten westen van de kruising met Veilingroute (N222) en eindigt bij de kruising met de toe- en afritten van rijksweg A4. Figuur 2-1 geeft de situatie voor de Wippolderlaan weer. Ten noorden van de Zwethzone, een zone met natuur en recreatie langs het riviertje de Zweth ten zuiden van de N211, is een tankstation en een MacDonalds gesitueerd. De N211 en N222 kruisen in de huidige situatie gelijkvloers met verkeerslichten en de Dorpskade kruist de N211 door middel van een viaduct. Het fietspad langs het water Molensloot en nabij de Laan van Wateringse Veld loopt onder de N211 door, het autoverkeer kruist gelijkvloers met verkeerslichten.

N211

. * .

Figuur 2-1: Huidige situatie Wippolderlaan, met in geel globaal het plangebied

Bijna het gehele plangebied bevindt zich in gemeente Westland, zoals figuur 2-2 aangeeft. Het gedeelte ten zuidoosten van de Zweth ligt in de gemeente Midden-Delfland.

5W

Den Haag

V

,jçr

Westland

Midden Delfland

Figuur 2-2: Gemeentegrenzen rondom het plangebied

blad 2 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteďgroup Maaiveldhoogte De maaiveldhoogte is afgeleid uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN3). In de directe omgeving van de weg heeft Antea Group ook inmetingen uitgevoerd. Het plangebied heeft een maaiveldhoogte tussen NAP -4,0 m en NAP +2,0 m. Figuur 2-3 geeft de maaiveldhoogte in het plangebied weer. NAP-2,8 m

NAP-3,2 m

SÌV

'Âř' i!

s

NAP-3,5 m

NAP+0,1 m

NAP+4,0 m

i

o"

: il

Figuur 2-3: Maaiveldhoogteligging vanuit AHN3 (bron: ahn.nl)

2.2 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de regionale bodemopbouw is het Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) geraadpleegd en weergegeven in figuur 2-4. De bodem wordt beschreven als een warmoezerijgrond of leek-/ woudeerdgrond. Warmoezerijgronden zijn gronden op een zavel of kleiondergrond die door menselijk handelen humusrijk en homogeen zijn geworden. Leek- of woudeerdgronden hebben een duidelijke donkere, organische bovengrond met daaronder klei of zavel. pMo80

|C OPHOOG

m 3 Kleidek op veen m 6 Veen op ongerîjpte klei

m 16 líchte klei met homogeen profiel m 17 Klei met zware tussenlaag of ondergrond

23 Bebouwinq Figuur 2-4: Bodemopbouw plangebied (bron: Bodemdata.nl)

Om een nauwkeuriger beeld te krijgen van de bodemopbouw ter plaatse, zijn in figuur 2-5 boorbeschrijvingen weergegeven uit DINOLoket. In het gebied zijn specifiek voor dit project ook boringen en sonderingen geplaatst. De verschillende boringen laten klei in de bovenste meters zien, afgewisseld door een zandbaan of dunne lagen veen. De blad 3 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteďgroup diepteligging en dikte van de veen- en/of zandlagen verschilt per locatie. De zandige lagen in de bovenste meters maken gezien de gemeten grondwaterstanden en de overeenkomst met de oppervlaktewaterpeilen het freatische pakket. Onder de zandige lagen is tot ca. NAP -20 m een dikke kleilaag aanwezig. Deze vormt een scheidede laag met hoge weerstand tussen de freatische laag en het eerste watervoerende pakket. In hoofdstuk 5 (grondwater) is hier verder op ingegaan. Litnoiogie Klei Zand fijne categorie Veen

Figuur 2-5: Boringen in het plangebied, in het westen, ter hoogte van de Dorpskade en in het oosten (bron: DINOloket, boring B37B3073, B37E2949 en B37E2950).

2.1

Grondwater

Grondwatertrappen Figuur 2-6 geeft de grondwatertrappen van het plangebied aan. De grondwatertrap is overwegend II, met een Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen de 50 cm -mv. en 80 cm -mv. en een Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van lager dan 40 cm -mv. Daarnaast kent het gebied ook andere grondwatertrappen (III, IV en V). De betekenissen van de grondwatertrappen staan vermeld in tabel 2-1.

blad 4 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup

s-oravenhaqe Gemeente /estland (Noord .

Westland (Noor*

MM'Ih i-l e r and

MľiJţrll -O trífLil i' 1

Figuur 2-6: Grondwatertrappen aanwezig in het projectgebied (bron: bodemdata.nl)

Grondwatertrap m n

GHG < 40 cm - mv.

GLG > 50 cm - mv. en < 80 cm - mv.

m ra

< 40 cm - mv.

> 80 cm - mv. en < 120 cm - mv.

IV m V

> 40 cm - mv. < 40 cm - mv.

> 80 cm - mv. en < 120 cm - mv. > 120 cm - mv.

Tabel 2-1: Grondwatertrappen die aanwezig zijn in het projectgebied

Freatische grondwaterstanden Er zijn 16 bruikbare peilbuizen in de omgeving van de N211 gevonden. Peilbuizen verder van de N211 zijn niet bruikbaar in verband met grotere verschillen in peilen per peilvak. Op deze peilbuizen is een statistische analyse uitgevoerd met Menyanthes om de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) te bepalen. Daarna zijn de punten geïnterpoleerd middels Kriging, zie figuur 2-1. De interpolatie loopt niet tot aan de N211, echter is te verwachten dat de grondwaterstand in dezelfde orde van grootte is. Rond de N211 ligt de GHG tussen de -4,1 en 3,8 m NAP. Dit is iets ondieper dan het polderpeil (NAP -4,47 m). Dit wordt veroorzaakt door de opbolling tussen waterlopen. Direct bij een waterloop zal de grondwaterstand dichter bij het polderpeil liggen.

blad 5 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup Legenda GHG in m NAP m 4.6 - -4.4 4.3 - -4.2

M 4.1 - -4 3.9--3.8 H -3.7 --3.6 |

| -3,5 - -3.4

ļ -3.3 - -3.2

□□-3,1-3 I I -2.9--2.8 û

Peilbuizen Freatisch GWS

11211

Woudss Bo

Figuur 2-7: GHG in m NAP

Stijghoogte eerste watervoerende pakket Er zijn twee peilbuizen bekend met een filter in het watervoerend pakket, zie figuur 2-8. De GHS van de stijghoogtes in het watervoerende pakket zijn ook weergegeven en bevinden zich tussen de -3,5 en -2 m NAP. Verder informatie over de peilbuizen staat in de onderstaande tabel. Tabel 2-2: Gegevens peilbuizen in eerste watervoerende pakket

Peilbuis

Meetperiode

B37B0159-001 B37E0561

1971-2000 1991-2011

Filterstelling (m NAP) -18,6 -24,6

Stijghoogte (m NAP) GHS Gemiddeld -2,0 -2,25 -3,5 -3,85

Dit beeld komt overeen met het isohypsenpatroon uit 1995, zoals dat voor deze omgeving is weergegeven in Figuur 2-9. Zichtbaar is het grote verschil in stijghoogten. Dit wordt veroorzaakt door de onttrekking van DSM in Delft. In het volgende kopje is hier nader op ingegaan.

blad 6 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup B37B0159-001 -2,0 m NAP

B37E0561 -3,5 m NAP

11211

Legenda

:: :

Figuur 2-8: Locaties van peilbuizen in het watervoerende pakket, met de GHG aangeduid.

wm

SĮętįïäS**!1 'pżiįļjj * ^ņs*Hasps®®*® SEgBSas ŵ «í*tSi8SHsŜ5^!5Hs® 'hipļuįOř

Sifi.Qjuidec

-301

Maatgevende stijghoogte in peilbuis (cm NAP)

O antea'group

Stijghoogte 28-4-1995 (m NAP) 500 1000 1500 2000

Figuur 2-9: Stijghoogten watervoerend pakket in peilbuizen (gemiddelde waarneming) en isohypsenpatroon op 28-4-1995 (bron: DinoLoket)

blad 7 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup DSM onttrekking Het plangebied ligt binnen de invloedsfeer van de DSM-onttrekking. De gemeente Delft is deze onttrekking aan het afbouwen. Vóór 2017 was de onttrekking 1.200 m3 per uur. In 2017, 2018 en 2019 is de onttrekking in 3 stappen verminderd, deze is nu 840 m3 per uur. Het plan is om zo in stappen van 120 m3 per uur verder af te bouwen, zodat in 2027 de onttrekking tot 0 m3 per uur is gereduceerd. Dat gebeurt alleen als er geen klachten ontstaan en er uit de monitoring geen problemen worden gesignaleerd. Uit het monitoringsplan van deze onttrekking blijkt dat het plangebied op de grens tussen gebied B en C zit. Daaruit volgt dat bij het volledig stoppen van de grondwateronttrekking er een verhoging van de stijghoogte van ca. 3 m is. De stijghoogte komt dan rond NAP 0 m te liggen. Voor de dimensionering van kunstwerken met een lange levensduur die beïnvloed kunnen worden door de stijghoogte, en dus met name bij de verdiepte ligging, is deze verhoging van de stijghoogte van belang. Daarom is er bij de dimensionering van kunstwerken ook uitgegaan van de eindsituatie van DSM (worst-case). De freatische grondwaterstanden zullen bij de afbouw van de onttrekking eveneens stijgen. De stijging zal kleiner zijn, doordat het oppervlaktewater hier een dempend effect op heeft.

Grondwaterbeschermingsgebied Nabij of in het plangebied is geen grondwaterbeschermingsgebied aanwezig.

2.2

Oppervlaktewater

Het grootste gedeelte van het plangebied bevindt zich in de Oud- en Nieuw- Wateringveldse polder met een vast peil van NAP -4,47 m. Dit is het laagst gelegen peilvak voor het gemaal, met uitzondering van het opmalingsgebied in de woonwijk. Voor deze polder wordt momenteel (jaar 2020) een nieuw gemaal gebouwd, dat verder in westelijke richting ligt. De maximaal toelaatbare peilstijging is afhankelijk van het peilvak en lokaal 60 cm. De Zweth maakt onderdeel uit van het boezemsysteem van Delfland. Hier geldt een streefpeil van NAP -0,43 m (toelaatbare peilstijging 0,10 m). Het meest oostelijke gedeelte van het plangebied (aan de zuidoostkant van de Zweth) ligt in de Harnaschpolder, met een vast peil van NAP -2,85 m. De maximale peilstijging hier is 0,4 m.

1^457/^7?-

-4.15

zp-3,40/wp-3,50

Figuur 2-10: Peilgebieden met groen omcirkeld de drie peilgebieden van het plangebied (bron: Delfland, 2020).

In de legger van Delfland zijn de wateren zichtbaar en afgebeeld in figuur 2-11. Ten zuiden van de N211 ligt een primaire watergang parallel aan de weg. Deze watergang kruist de N222 door middel van een duiker. Het water

blad 8 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup stroomt van west naar oost, waar het water door middel van een gemaal naar de Zweth uitgeslagen wordt. Ten noorden van de N211 bevinden zich secundaire watergangen, welke door middel van duikers in verbinding staan met de primaire watergang. De primaire watergangen zijn in onderhoud bij Hoogheemraadschap van Delfland en de secundaire watergangen zijn in onderhoud van de aangelanden. Lagenda

R*9K»ult wiMffcanng

Etogran/ing

Zonanrvg

Figuur 2-11: Legger Wateren rondom de NUl/Wippolderlaan (bron: Legger Delfland).

2.3 Waterkeringen Ten zuiden van het plangebied zijn regionale keringen aanwezig. Dit zijn de Zwethkade Noord en Zwethkade Zuid welke parallel loopt aan de Zweth. Ter bescherming van de regionale waterkering is de kering in de legger aangeduid als waterstaatswerk, waarbij er een beschermingszone aanwezig is. De beschermingszones zijn ook weergegeven in figuur 2-11. De leggerprofielen zijn te vinden in de legger van Delfland. Het leggerprofiel voor de noordzijde van de Zweth is als voorbeeld weergegeven in figuur 2-12: Leggerprofiel variant nr. 9

Figuur 2-12: Voorbeeld leggerprofiel waterkering, noordzijde Zweth

blad 9 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 2.4

Riolering en hemelwater

De N211 is niet aangesloten op riolering. De afwatering van de rijbanen van de N211 vindt plaats richting de berm door de lichte dwarshelling van de wegen. Dit betekent dat het hemelwater van het wegdek naar de berm stroomt. In de berm infiltreert het water of stroomt het af naar een bermsloot. Voor de brug geldt ook dat het water vanaf de rijbaan wordt opgevangen en naar een kolk geleid die bij de landhoofden geplaatst is, waar het water via de berm infiltreert of afstroomt naar oppervlaktewater. De afwatering van de daken van de bebouwing nabij het tankstation, vindt plaats via het gescheiden rioolstelsel. De verharding welke in verband van vervuiling van het tankstation niet mag afwateren, is op het gescheiden riool aangesloten. Het hemelwater van de overige verharding stroomt af naar de berm, waar het infiltreert in de bodem of afstroomt naar de bermsloot.

Natuur Z KRW

2.5

In het zuiden van het plangebied bevindt zich een Nationaal Natuurnetwerk (NNN), voorheen Ecologisch Hoofdstructuur (EHS) (figuur 2-13). Dit NNN gebied ligt rondom de Zweth en de Lange Watering en zijn onderdeel van een ecologische verbinding. In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen Natura2000-gebied. Daarnaast zijn in de Zwethzone natuurvriendelijke oevers aanwezig. De Delflandse Boezem is aangewezen als waterlichaam in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit betekent dat de ecologische en chemische waterkwaliteit van het systeem zo veel mogelijk verbeterd moet worden.

- M.vr

ŝmm

•Y,.

-•--ľr

á|

Ter

i

v ^HnlIiTÍĮbi^'.Ĥon*!

N

hfSí«POLDER Hoekdofde/.

v

X

v

Ue’' lhonĩ'iKiíĩa®

Hoog-narrwŝcni

ľ-V.

Figuur 2-13: NNN gebieden (bron: Kaartmachine (beschermde) natuurgebieden, Rijksoverheid).

blad 10 van 93

J

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk zijn het voor water relevante beleid en regelgeving opgenomen. Dit is kaderstellend voor de uitvoering van werkzaamheden die een invloed kunnen hebben op wateraspecten.

3.1

Rijksoverheid

Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Voor dit project zal een aanvraag voor een watervergunning worden ingediend om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen en omgevingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan, welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt.

Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied, geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: ^ Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; ^ Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); ^ Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten wordt rekening gehouden bij de uitvoering van de plannen.

Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand­ still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. blad 11 van 93

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup De Zweth, in het projectgebied gelegen, maakt deel uit van het KRW-waterlichaam Westboezem. Binnen dit project geldt ten minste dat er geen verslechtering van de Zweth op mag treden.

3.2

Provincie Zuid-Holland

Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2015-2021 Het waterbeleid van de provincie Zuid-Holland met een ruimtelijke component staat in de Visie Ruimte en Mobiliteit. Vanuit de ambitie om Zuid-Holland een duurzame, concurrerende en leefbare Europese topregio te laten zijn, bevordert de provincie de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Die rode draad door de Visie ruimte en mobiliteit staat centraal in het beleid voor water, bodem en energie. In de Visie Ruimte en mobiliteit geeft de provincie aan, hoe omgegaan wordt met thema's als klimaatverandering, toenemende verzilting, inklinking en het veranderend ruimtegebruik (ook in de ondergrond), die aanpassingen vergen van en keuzes in het bodem- en watersysteem, die in veel gevallen invloed hebben op de ruimtelijke ordening. Deze keuzes hebben het achterliggende doel dat Zuid-Holland beschermd blijft en dat het mogelijk blijft om water in zijn vele hoedanigheden beter te benutten. De kwaliteit en functionaliteit van water dienen optimaal te zijn en vragen permanent om verbetering en bescherming. Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: ze zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte of worden beter benut. Het provinciaal beleid voor waterkwaliteit staat in de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021.

Voor een klein aantal onderdelen blijft het provinciale waterplan 2010-2015 ongewijzigd van kracht. Hierin staan de doelen van de provincie met betrekking tot maatregelen voor waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater.

3.3

Hoogheemraadschap van Delfland

Waterbeheerplan Hoogheemraadschap Delfland 2016-2021 Het Waterbeheerplan zet de lijnen uit voor de strategie, het beleid en de uit te voeren maatregelen in de planperiode 2016-2021. Het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna Delfland) streeft drie ambities na: toekomstbestendige grijze kringlopen te sluiten, met als streven nagenoeg zelfvoorzienend te kunnen zijn in de waterbehoefte, kerntaken integraal uit te voeren en het creëren van een gezond watersysteem, welke voorbereid is op klimaatveranderingen. In het waterbeheerplan staan ook maatregelen voor de KRW-wateren. Belangrijke maatregelen betreffen het ontwikkelen en verbeteren van natte ecologische zones, om leefomstandigheden voor waterplanten, vissen en waterinsecten te verbeteren. Voor dit project geldt dit specifiek voor de Zwethzone. Handreiking watertoets voor gemeenten (Hoogheemraadschap van Delfland, 2015) In de Handreiking Watertoets licht Delfland de procedures en de toetscriteria bij ruimtelijke ontwikkelingen toe. De watertoets omvat een beschrijving van het effect van het ruimtelijke initiatief op de waterhuishouding en van de wijze waarop eventuele negatieve effecten worden gecompenseerd.

Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn een aantal aspecten van belang: » De waterstructuur moet (wanneer nodig) zó aangepast worden dat deze goed blijft functioneren; o waar water gedempt wordt, moet dit volledig gecompenseerd worden alvorens de demping plaats vindt; o een toename van verhard oppervlak moet worden gecompenseerd door een extra hoeveelheid oppervlaktewater te realiseren. Ook tijdens de verschillende fases van het project. » De effecten op grondwaterwater tijdens (bemaling) en na de realisatie op de omgeving; » De waterveiligheid bij het werken rond waterkeringen; » Er dient geen afname te zijn van natuurvriendelijke oevers; » Zowel het vuil- als hemelwater moet goed verwerkt kunnen worden; » Watergangen en andere objecten dienen in de toekomstige situatie nog steeds goed bereikbaar te zijn voor beheer en onderhoud; » Waterkwaliteit; » Tot slot dient er rekening gehouden te worden met de 'verre toekomst' en extremer weer, door te kijken naar klimaatadaptatie.

blad 12 van 93

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup Voor de N211 is met Delfland afgesproken dat voor de berekening van de benodigde compensatie van verhard oppervlakte gebruik wordt gemaakt van de Watersleutel zoals deze tot juni 2020 toegepast werd. Keur (Hoogheemraadschap van Delfland) De Keur is een juridisch instrument van de waterbeheerder (Delfland) dat ervoor zorgt dat het watersysteem op orde blijft. In de Keur zijn onder andere algemene verboden opgenomen, die betrekking hebben op het uitvoeren van werkzaamheden en aanleggen van werken in een waterstaatswerk of beschermingszone van waterkeringen en watergangen. In de verschillende beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze werkzaamheden en aanleg van werken mogelijk is. Wateragenda (Hoogheemraadschap van Delfland en gemeente Westland) De gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland werken gezamenlijk aan een goed waterbeheer. De gezamenlijke Wateragenda is hier een belangrijk onderdeel van. Het beschrijft hoe de komende jaren omgegaan zal worden met water en welke acties hiervoor nodig zijn. Belangrijk nieuw element in de Wateragenda is, dat het zich behalve op de waterkwantiteit en waterkwaliteit, óók op de veiligheid, recreatie en ruimtelijke ontwikkelingen richt. De gemeente streeft naar het realiseren van een duurzaam vitale en aantrekkelijke leefomgeving.

Daarom is de lange termijndoelstelling voor dit waterplan geformuleerd: droge voeten, levend water en zichtbaar water. Een waterproof Westland is de missie en ambitie, dit in samenwerking met het hoogheemraadschap, burgers en bedrijven.

blad 13 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 4 4.1

Toekomstige situatie N211 en watersysteem Voorgenomen wijzigingen van de N211

Uit verkeerskundig onderzoek van de Provincie Zuid Holland is geconcludeerd dat de N211 verbreed moet worden naar 2x3 rijstroken. Hiervoor gaat Provincie Zuid-Holland een Wabo-procedure doorlopen voor het plangebied rond de Wippolderlaan. Deze ontwikkeling leidt tot wijzigingen in het watersysteem. Deze wijzigingen worden in dit hoofdstuk kort toegelicht. Daarnaast zijn de grootste wijzigingen en bijzonderheden uitgebreid toegelicht en onderbouwd in dit waterhuishoudkundig plan. In bijlage 1 zijn de ontwerptekeningen opgenomen, waarbij de aanpassingen aan het watersysteem duidelijk zijn weergegeven. De rijbaan van de N211 wordt verbreed van 2x2 naar 2x3 rijstroken. Dit heeft tot gevolg dat ook een aantal kunstwerken verbreed moet worden. Dit geldt voor het kunstwerk over de Zweth en over de Molensloot (beiden oostelijk in het plangebied).

Daarnaast zijn er ook nog andere werkzaamheden gepland welke effect kunnen hebben op het watersysteem: » De N211 krijgt een verdiepte ligging bij de kruising met de N222; » De afrit van de N211 vanuit het westen en de toerit naar de N211 in de richting van de A4, komen verhoogd te liggen en deels over de N211 heen; » De toerit vanuit de Laan van Wateringse Veld richting de N211 in het westen kruist de Molensloot ongelijkvloers via een nieuw kunstwerk; » De verbindingsweg onder de N211 en langs de Molensloot ten behoeve van fietsers blijft gehandhaafd (ten oosten, bij de Molensloot); » Het tankstation en de MacDonalds worden afgebroken en hiervoor in de plaats komt een infiltratiegebied voor de verwerking van het water van de pompkelder van de verdiepte ligging van de N211. » In het oosten van het plangebied wordt ook een infiltratiegebied gerealiseerd. In de Harnaschpolder wordt een bergingsgebied gerealiseerd. » Daarnaast worden waterlopen aangepast en wordt nieuw oppervlaktewater aangelegd om te voorkomen dat er een grotere afvoer van water ontstaat. In tegenstelling tot eerdere varianten en ontwerpen, vinden er bij dit voorlopig ontwerp nauwelijks wijzigingen plaats in de Zwethzone, op de verplaatsing van de duikerverbinding naar de Zweth en een kleine toevoeging en aanpassing van wateroppervlak na. De functies water, natuur en recreatie blijven daarbij behouden.

4.2

Voorgenomen wijzigingen in het watersysteem

Hieronder is per thema weergegeven wat de wijzigingen zijn tussen het huidige en toekomstige watersysteem. Daarnaast is dit ruimtelijk weergegeven in figuur 4-1 en figuur 4-2. De detailuitwerking van de grootste wijzigingen en knelpunten zijn toegelicht in het volgende hoofdstuk. Waterbalans Er wordt extra verharding aangelegd, dit wordt geheel gecompenseerd door de aanleg van infiltratiegebieden en het graven van extra water. Met Delfland is afgesproken dat de oude watersleutel (zonder klimaatopgave) voor deze ontwikkeling gehanteerd mag worden in verband met de lange looptijd van het project. Uit deze berekening volgt dat er meer water gegraven wordt dan er volgens de oude watersleutel nodig zou zijn. Dit is beschreven in paragraaf 5.1. Infiltratiegebieden en bergingsvoorziening Er worden twee infiltratiegebieden en één bergingsvoorziening aangelegd in het plangebied (zie paragraaf 5.2): » Infiltratiegebied op de huidige locatie van het tankstation en de MacDonalds. Hier wordt de pompkelder van de verdiepte ligging op aangesloten en een deel van de verharding die hier onder vrij verval naar kan afstromen. » Infiltratiegebied in het oosten van het plangebied, hier wordt een deel van het wegoppervlak vanaf de Zwethbrug op aangesloten onder vrij verval.

blad 14 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup »

Bergingsvoorziening in de Harnaschpolder ten zuiden van de N211 loost vertraagd op het oppervlaktewater.

Oppervlaktewater Het watersysteem wijzigt op een aantal punten ten opzichte van de huidige situatie (zie paragraaf 5.5): » In het ontwerp worden de watergangen aan de zuidzijde van de Wippolderlaan breder dan in de huidige situatie, dit heeft een positief effect op het watersysteem en is dus niet verder beschreven. » De twee stalen duikers onder de N222 parallel aan de N211 worden vervangen door een grotere duiker. Tevens wordt deze duiker verlengd, omdat de watergang waar deze nu op uit komt, gedempt wordt in verband met de aanleg van een geluidswal. De watergangen die zuidelijker op deze te dempen watergang uitkomen, worden middels een duiker naar de westzijde van de N222 geleid. » In het noorden is er op twee locaties minder ruimte voor de secundaire watergangen dan in de huidige situatie, dit betreft de watergang ten zuiden van de afvalverwerker parallel aan de N211 en de watergang in het noordoosten van het plangebied ten zuiden van de bedrijven aan de Klopperman, parallel aan de N211. » In de rest van het plangebied wijzigt het watersysteem niet en blijven watergangen gehandhaafd of worden deze verbreed. Er zijn dan geen effecten te verwachten, dit is dan ook niet verder toegelicht.

Grondwater Grondwatereffecten zijn voornamelijk te verwachten rond de nieuw aan te leggen verdiepte ligging ter hoogte van de N222 en bijbehorende infiltratiegebieden (beschreven in paragraaf 5.6). Ook worden er KWO-putten van een particulier verplaatst. Verder zijn er geen grondwatereffecten te verwachten in de rest van het plangebied. Natuurvriendelijke oevers Er wordt een deel van de natuurvriendelijke oever gedempt, dit wordt geheel terug gegraven/gecompenseerd. Er is een extra optie voor natuurvriendelijke optie onderzocht (zie paragraaf 5.7). Hemelwater De hemelwater afvoer en daaraan hangende waterkwaliteit is voor het gehele plangebied beschreven in paragraaf 5.8. Vuilwater Er is geen sprake van wijzigingen in het vuilwaterrioolstelsel in het plangebied door de ontwikkelingen rond de N211. Dit is niet verder beschreven in dit rapport. Waterveiligheid Op één locatie vinden wijzigingen plaats in of nabij een regionale waterkering, namelijk bij de Zwethbrug (zie paragraaf 5.9). Overige werkzaamheden vinden niet plaats in de buurt van de waterkeringen. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud zal op de meeste locaties in het plangebied hetzelfde plaatsvinden als voorheen. De watergang in de zuidwesthoek van de N211-N222 wordt zodanig verbreed, dat deze varend onderhouden moet worden.

De watergang ten zuiden van de afvalverwerker moet onderhouden worden vanaf de wegzijde (zoals in de huidige situatie), maar in de toekomstige situatie bevindt zich hier een geleiderail. Op verschillende locaties worden er tewaterlaatplaatsen aangelegd voor het varend onderhoud. Zie verder paragraaf 5.10. Overige ontwerpen Daarnaast is in paragraaf 5.11 klimaatadaptatie besproken met betrekking op dit project. En de fasering van de werkzaamheden specifiek voor het watersysteem zijn toegelicht in paragraaf 5.12.

blad 15 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 'yM

Figuur 4-1: Westelijke zijde plangebied met nieuwe waterstromingen. De rode pijlen zijn het hemelwater van de geel gemarkeerde wegoppervlakken wat geïnfiltreerd wordt, blauwe pijlen het oppervlaktewater wat gelijk blijft of toeneemt, blauwe streepjes pijlen het oppervlaktewater wat afneemt

Figuur 4-2: Oostelijke zijde plangebied met nieuwe waterstromingen. De rode pijl is het hemelwater wat van de geel gemarkeerde wegoppervlakken geïnfiltreerd wordt. De ligging van waterlopen wordt beperkt aangepast.

blad 16 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup 5

Toekomstig watersysteem - detailuitwerking

In dit hoofdstuk is op verschillende punten in detail ingegaan op de in hoofdstuk 4 genoemde wijzigingen in het watersysteem. Tevens zijn onderbouwingen toegevoegd inclusief berekeningen.

5.1 5.1.1

Waterbalans Graven en dempen oppervlaktewater

In de ontwerptekeningen in bijlage 1 is de ligging van alle te dempen en te graven watergangen aangeduid. In een tabel op deze tekeningen is ook het totaal opgenomen. Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder Door de verbreding van de N211 wordt 18.077 m2 oppervlaktewater gedempt in de Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder en 19.344 m2 oppervlaktewater gegraven, wat een positief verschil van +1.267 m2 aan oppervlaktewater betekent. Tussen de Monsterseweg en Maaslandseweg wordt in de huidige groenstrook een vijver met oppervlakte 2.443 m2 aangelegd. Deze staat met een duiker in verbinding met het watersysteem. In Figuur 5-1 is de waterpartij getoond. De duiker heeft diameter 1000 mm zodat er een goede aan- en afvoer mogelijk is. Vanwege de lengte is een inspectieput voorzien. Op de vijver zal het hemelwater van de omliggende verharding worden geloosd. Eventueel kan een fontein worden geplaatst om waterkwaliteitsproblemen te voorkomen. De waterpartij kan, gezien het profiel en waterdiepte varend worden onderhouden. Deze waterpartij is van belang voor de fasering van uitvoering en het tijdig beschikbaar hebben van voldoende water i.v.m. diverse dempingen.

yŗttti cnaţrlKW

id- en Níeuw Wateringveldsepolder I il -W,7 N.A.P. |

Ē

Dwarsprofiel DP-51 Schaal 1:200 Figuur 5-1: Watercompensatie aan de Monsterseweg - Maaslandseweg

blad 17 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup De overige watercompensatie staat in open verbinding met het huidige watersysteem en betreft overwegend verbreding van bestaande watergangen. Harnaschpolder In de Harnaschpolder wordt 39 m2 water gedempt en 39 m2 water gegraven, dus netto 0 m2. Conclusie In tabel 5-1 is het overzicht van dempen en graven opgenomen. In de Oud- en Nieuw Wateringveldse polder wordt meer water gegraven dan gedempt. In de Harnaschpolder is demping en graven van water gelijk aan elkaar. In verschillende overleggen met het Hoogheemraadschap van Delfland (zie bijlage 2) is de ligging van het nieuwe watersysteem besproken. Geconcludeerd is dat het watersysteem niet verslechtert door de aanpassingen. Tabel 5-1: Overzicht dempen en graven in de twee polders van de ontwikkeling van de N211.

Te dempen Te graven Verschil

5.1.2

Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder (m2) 18.077 19.344 +1.267

Harnaschpolder (m2) 39 39 0

Compensatie verharding

Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder Er is een toename van 24.580 m2 aan verhard oppervlak tussen de huidige en toekomstige situatie. In de toekomstige situatie wordt een groot deel van het verhard oppervlak aangesloten op twee infiltratiegebieden, dit betreft het afkoppelen van de pompkelder in het westen bij de verdiepte ligging (infiltratiegebied 2.420 m2) en een wegdeel in het oosten (infiltratiegebied 606 m2). Op het infiltratiegebied in het westen waar de pompkelder op loost, wordt de verharding van de verdiepte ligging zelf (15.171 m2), een toerit en een deel van de hoofdrijbaan ten westen van het Dorpskadeviaduct (5.040 m2) aangesloten. Deze oppervlakte, samen 20.211 m2, belast dus niet meer het oppervlaktewater en kan dus in mindering worden gebracht op de hoeveelheid verharding. In paragraaf 5.2 plan is de werking van de infiltratiegebieden nader toegelicht. De oppervlakte van het infiltratiegebied bij de Laan van Wateringseveld is 606 m2. Hierop kan onder vrij verval 4.453 m2 verharding lozen. Ook deze oppervlakte loost dus niet op het watersysteem en kan als ontlasting ervan worden gezien. Hierdoor is er in deze polder door het project N211 Wippolderlaan netto geen toename aan verharding (24.580 20.211 - 4.453 = -84 m2). Het watersysteem in de Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder wordt dus ontlast door de ontwikkeling rond de N211.

Er is geen berekening met de watersleutel uitgevoerd, omdat er geen sprake is van een toename van de belasting van het oppervlaktewatersysteem door verharding en compensatie hiervan, en het beschermingsniveau van het gebied niet verandert. Beschermingsnormen van gebieden zijn provinciaal vastgelegd in T10, T25, T50 en T100 normen. In figuur 5-2 is het plangebied schematisch weergegeven, met vier locaties aangeduid m.b.t. de beschermingsniveaus. De twee gebieden in het westen; hier wijzigt openbaar groen en particulier erf in water. De voormalige verzorgingsplaats verandert van stedelijk verhard naar onverhard/infiltratiegebied. In het westen wordt een deel van het water stedelijk verhard (verbreding N211), dit wordt lokaal gecompenseerd doordat stedelijk groen wijzigt in water. Het overige deel van wegverbreding vindt plaatst in de reeds aanwezige weg. De wijzigingen in beschermingsniveaus zijn dus beperkt, en er wijzigen zowel locaties van een hoger naar een lager beschermingsniveau als andersom. Daarbij is er zowel geen toename aan verharding als extra toename van water (meer dan de norm), waardoor over het geheel genomen de aanleg van de N211 in de Oud en Nieuw Wateringsepolder het watersysteem ontlast.

blad 18 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup

1

ĩj

Figuur 5-2: Schematische weergave plangebied in gebiedstypes, met in blauwe cirkels de aandachtsgebieden mbt beschermingsniveaus

Harnaschpolder In de Harnaschpolder is er een toename van 396 m2 aan verharding. In bijlage 7 is de berekening van de watersleutel voor de Harnaschpolder uitgevoerd. Het hoogheemraadschap van Delfland heeft in de loop van het project de watersleutel geüpdatet met een klimaattoeslag. In dit project is besproken dat er uitgegaan mag worden van de oude watersleutel, dus zonder klimaattoeslag (zie bijlage 2 besprekingsverslag 16-06-2020). Dan blijkt uit de watersleutel dat er een compensatie van 29 m3 benodigd is. Deze compensatie zal worden uitgevoerd als bergingsgebied in de groenstrook van de Noordhoornseweg. Een bergingsgebied mag alleen aangewend worden om te compenseren voor de toename aan verharding, niet voor het compenseren van het dempen van oppervlaktewater.

5.1.3

Conclusie waterbalans

In tabel 5-2 is het overzicht van de compensatie voor de wijzigingen in verharding opgenomen. Hieruit blijkt dat in de Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder er door het afkoppelen van verschillende delen van de verharding naar twee infiltratie- en bergingsgebieden, er geen compensatie voor extra verharding hoeft te worden aangelegd. In de Harnaschpolder wordt de toename aan verharding gecompenseerd door de aanleg van een bergingsgebied. Met Delfland is afgesproken dat de oude watersleutel (zonder klimaatopgave) voor deze ontwikkeling gehanteerd mag worden in verband met de lange looptijd van het project. Uit deze berekening volgt dat er meer water gegraven wordt dan er volgens de oude watersleutel nodig zou zijn. Tabel 5-2: Overzicht wijzigingen in verharding in de twee polders van de ontwikkeling van de N211.

Bestaand verhard oppervlak (m2) Nieuw verhard oppervlak (m2) Toename verhard oppervlak (m2) Infiltratie- en bergingsgebied (m2) Af te koppelen oppervlak (m2) Netto toename verharding (m2) Bergingsoverschot gegraven opp water (m2)

blad 19 van 93

Oud- en Nieuw Wateringveldsepolder (m2) 55.420 80.000 +24.580 3.026 (2.420 + 606) 24.664 -84 +1.267 (gegraven opp. water)

Harnaschpolder (m2) 5.970 6.366 +396 285 396 +4 0

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

O

anteagroup 5.2

Infiltratie- en bergingsgebieden

In het ontwerp van de N211 zijn twee infiltratiegebieden (wadi's) voorzien. Tevens is een bergingsvoorziening voorzien. Deze infiltratie- en bergingsgebieden vangen, zoals hiervoor al toegelicht, een belangrijk deel van de compensatie van de verhardingstoename op. In deze paragraaf is de werking van de infiltratie- en bergingsgebieden toegelicht, de capaciteit onderbouwd en het benodigde beheer en onderhoud beschreven. In de bijlage zijn detailtekeningen toegevoegd van de overstortconstructies en de aansluitingen op het oppervlaktewatersysteem van alle drie de infiltratie- en bergingsgebieden.

5.2.1

Voormalige verzorgingsplaats

De voormalige verzorgingsplaats wordt benut voor de verwerking van het water uit de pompkelder van de verdiepte ligging van de N211 en een deel van het omliggende wegoppervlak. De voormalige verzorgingsplaats wordt als wadi ingericht. In figuur 5-3 is de ligging ervan in geel weergegeven. De beschikbare oppervlakte is 2.420 m2. Naast de verharding van de verdiepte ligging (15.171 m2) kan ook de toerit en een deel van de hoofdrijbaan ten westen van het Dorpskadeviaduct naar deze wadi afstromen (zie figuur 5-3 en de bijgevoegde ontwerptekeningen). De oppervlakte aan verharding naar deze wadi is in totaal 15.171 + 5.040 m2 = 20.211 m2. De capaciteit van de wadi is voldoende groot hiervoor, zoals onderstaand is toegelicht. In figuur 5-3 is ook de voorgestelde aansluiting van het water weergegeven, middels een drukriool vanaf de pompkelder (paarse lijn in Figuur 5-3) en onder vrijverval vanaf de weg via hemelwaterafvoeren met inspectieput (blauwe lijnen in Figuur 5-3). Ook is de overstortlocatie weergegeven (rode lijn in Figuur 5-3). Overstort naar oppervlaktewater zal pas plaatsvinden op het moment dat de infiltratievoorziening geheel gevuld is. Dit is het geval bij buien die extremer zijn dan 1 keer per 100 jaar. De precieze uitwerking zal door de aannemer plaatsvinden.

Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een overlaat over de rand van de infiltratievoorziening, met als laagste hoogte het maximale vulniveau van de voorziening of een slokop, die bij het maximale vulniveau in werking treedt. De afvoercapaciteit van de overstort moet groter of gelijk zijn aan de pompcapaciteit van 400 m3^ ^ 0,11 m37s).

-

I I ľ ^ ftŕ - -T~ - -aAH aF5 SL,"* ,, * Xa ľ ľ::l^ií*íaí^\ttäiżź^ V- 1.1 L'J * II -vÜ'íl —.....

Figuur 5-3: Infiltratiegebied voormalige verzorgingsplaats (gele gebied), met indicatie van de aansluitingen - in paard het drukriool van de pompkelder naar de wadi, in lichtblauw de vrijverval afwatering van de hoofdrijbaan naar de wadi en in rood de overloop naar het oppervlaktewater

5.2.2

Laan van Wateringseveld

Ook op de plaats waar tot nu toe de Laan van Wateringsveld aansluit op de N211, is ruimte voor een wadi/infiltratievoorziening. In figuur 5-4 Is deze locatie in geel aangegeven. Het in deze figuur rood omlijnde wegdek kan onder verhang afwateren naar deze wadi. Deze wegdelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4.453 m2. De capaciteit van de wadi is voldoende groot hiervoor, zoals onderstaand is toegelicht. In figuur 2 van bijlage 6 is de aansluiting en overstortconstructie weergegeven. Overstort naar oppervlaktewater zal pas plaatsvinden op het moment dat de infiltratievoorziening geheel gevuld is, dus bij een bui dit met een kleinere kans dan 1x^00 jaar optreedt. De precieze uitwerking zal door de aannemer plaatsvinden. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een overlaat

blad 20 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup over de rand van de infiltratievoorziening met als laagste hoogte het maximale vulniveau van de voorziening of een slokop, die bij het maximale vulniveau in werking treedt. ūud- en Nieuw wateringveldsepolder peil -U.WÌ NAP

ĮnUltratiŕīOŕlHWiMdwi

ľ"--

Figuur 5-4: Laan van Wateringseveld - Oppervlak wat afstroomt (rood omkaderd) richting de infiltratiezone (geel de locatie voor infiltratie) Zie bijlage voor afwatering/overloopconstructies

5.2.3

Noordhoornseweg

In de groene berm onderaan de grondophoging van het gedeelte van de N211 naar de A4, is ruimte beschikbaar voor een bergingsvoorziening die normaal gesproken droog is. Het uiterlijk van de bergingsvoorziening is overeenkomstig een wadi, dus een iets verlaagd gelegen zone. Omdat in dit gebied verontreinigde grond in de bodem zit, is ontgraving niet toegestaan. Ook een toename van infiltratie van (hemel)water is ongewenst om verspreiding van de verontreiniging te voorkomen. Om deze redenen is het graven van oppervlaktewater ook problematisch. Hierom wordt gekozen voor de toepassing van een bergingsvoorziening met een ondoorlatende bodem. Dit kan de van nature aanwezige kleilaag in de bodem zijn (indien aanwezig), of een aan te brengen kleilaag. Aangezien de bergingsvoorziening in een periode van slechts 2 dagen weer wordt geleegd, zal er een minimale hoeveelheid extra neerslag in de bodem infiltreren dan in de oorspronkelijke situatie zonder bergingsvoorziening. Dit heeft naar verwachting geen significante effecten. In figuur 5-5 is de zoeklocatie aangegeven. Het in deze figuur rood omlijnde wegdek kan onder verhang afwateren naar deze bergingsvoorziening. Deze wegdelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4.350 m2. De zoeklocatie voor de bergingsvoorziening heeft een oppervlakte van 285 m2. De zoeklocatie ligt geheel buiten de beschermingszone van de waterkering.

De mogelijke waterdiepte wordt bepaald door de toelaatbare hoogte van kleine kades die aan de westkant worden aangelegd. Bij toepassing van kades van 0,4 m resulteert dit in een maximale berging van 114 m3. Dit is veel groter dan de 43 m3 die voor de toename van verharding gecompenseerd moet worden. Het water moet middels een geknepen afvoer worden afgevoerd naar het oppervlaktewater dat verder in westelijke richting ligt (zie ook figuur in de bijlage). De afvoercapaciteit wordt in overleg met Delfland vastgesteld. In beginsel wordt de bergingsvoorziening in een periode van 2 dagen weer geleegd, zodat er een vertraging is ten opzichte van de normale afvoer en de bergingsvoorziening na die tijd ook weer beschikbaar is voor een nieuwe bui. De bergingsvoorziening wordt onderhouden door deze periodiek te maaien. Vóór de afvoer wordt een rooster geplaatst, zodat de afvoerleiding niet snel verstopt raakt. Het rooster wordt periodiek schoongemaakt. Wanneer de te bergen bui groter is dan de ontwerpparameters, dus meer dan een T100-bui, zal het extra water over maaiveld afstromen naar de sloot.

blad 21 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteďgroup Overloop aansluiten op bestaande greppel

Harnaschpofcder peil -2.85 NAR

tļ ļ íŗ... Figuur 5-5: N211 in Harnaschpolder - Oppervlak wat afstroomt (rood omkaderd) richting de bergingsvoorziening (in geel de zoeklocatie voor berging)

5.2.4

Volume te bergen en te infiltreren water

Het volume te bergen en te infiltreren water is bepaald met de Watersleutel van HH Delfland. Hierbij is 'stedelijk bebouwd' als grondgebruik toegepast. Verder is er geen afvoer toegepast, aangezien de wadi's in beginsel niet zijn aangesloten op oppervlaktewater. In de bijlage 7 is als voorbeeld de berekening voor de verdiepte ligging opgenomen. De andere oppervlaktes zijn op dezelfde wijze bepaald. Opgemerkt wordt, dat de opgenomen toelaatbare peilstijging niet correct is. Omdat er in deze berekeningen gebruik wordt gemaakt van het volume te bergen water en niet de daarbij behorende oppervlakte, is dit niet relevant. In tabel 5-3 zijn de berekende volumes opgenomen. Tabel 5-3: Benodigde berging in wadi (infiltratie- en bergingsvoorzieningen)

Locatie Verzorgingsplaats Verdiepte ligging Toerit en deel viaduct Totaal Laan van Wateringseveld Wegdek richting Zwethbrug

Oppervlakte verharding (m2)

Te bergen volume (m3)

15.171 5.040

1.291 429 1.720

4.453

379

396

43

Noordhoornseweg

De wadi's worden gedeeltelijk verdiept ten opzichte van het huidige maaiveld. In tabel 5-4 zijn de afmetingen van de wadi's opgenomen. Bij een T100-situatie zijn de wadi's volledig gevuld. Hierbij is geen rekening gehouden met infiltratie van neerslag in de ondergrond tijdens de bui. In de praktijk zal de waterdiepte dus iets kleiner zijn. Voor extreme buien ^T100) wordt een overstort naar nabij gelegen oppervlaktewater aangelegd.

blad 22 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup Tabel 5-4: Afmetingen wadi's (infiltratie- en bergingsvoorzieningen)

Locatie Verzorgingsplaats Laan van Wateringseveld Noordhoornseweg* * zoeklocatie 285 m2

5.2.5

Oppervlakte wadi (m2) 2.420 606 108

Te bergen volume (m3) 1.720 379 43

Gemiddelde diepte (m) 0,70 0,65 0,40

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen toegelicht

De infiltratie- en bergingsvoorzieningen zijn erop gericht om de neerslag lokaal te bergen en in de Oud- en Nieuw Wateringsveldsepolder in de bodem te infiltreren. Hierbij is er in principe geen afvoer naar het oppervlaktewatersysteem. Alleen voor extreme neerslag (meer dan T100) wordt een noodoverloop aangebracht. Er wordt gestreefd om de neerslag binnen 24 uur in de bodem te infiltreren. Hiermee komt de infiltratie/bergingsvoorziening weer tijdig beschikbaar voor een eventuele nieuwe bui. Dit is sneller dan de eis van Delfland om binnen 2 dagen de voorziening te legen. Omdat de voorzieningen niet op oppervlaktewater lozen, is dit geen probleem. In de Harnaschpolder heeft de voorziening alleen een bergende functie, deze loost vertraagd op het oppervlaktewater. Verzorgingsplaats De verzorgingsplaats is in het verleden beperkt opgehoogd met zand. Op en nabij deze locatie zijn boringen en sonderingen geplaatst. Dit was in 2014 (Geotechnisch onderzoek project N211 te Wateringen, Wiertsema en partners, VN-60580-1, 7 augustus 2014), en er tevens recent onderzoek uitgevoerd (Geosonda, nog niet gerapporteerd). In figuur 5-6 is ter illustratie het bovenste deel van een nabij gelegen boring weergegeven. Deze boring is representatief voor de verschillende boringen en sonderingen in deze omgeving. In bijlage 3 zijn de beschikbare boringen en sonderingen weergegeven.

Figuur 5-6: Boring MB04 bij de verzorgingsplaats (Geosonda, maart 2020, nog niet gerapporteerd)

Uit deze gegevens blijkt dat tot 5 à 7 m -mv. afwisselend laagjes met (zandige) klei en zeer fijn tot matig fijn zand voorkomen. Dit is de eerste zandige laag in de deklaag. Dit blijkt zowel uit de bodemopbouw op basis van de sonderingen, als uit de in de boringen geconstateerde grondwaterstanden, die een sterke overeenkomst vertonen met het polderpeil. Onder de zandige laag is tot ca. NAP -20 m een dikke kleilaag aanwezig. Daaronder begint het eerste watervoerende pakket. Er is dus geen sprake van vermenging van water van verschillende diepten.

blad 23 van 93

O

Waterhuishoudingsplan N211 Wippolderlaan projectnummer 0405082 22 januari 2021 revisie 4.0 Provincie Zuid-Holland

anteagroup De bovenste kleilaagjes worden tot in het zandpakket op ca. 3,5 m -mv. voorzien van zogenaamd zandpalen, dus boringen gevuld met goed doorlatend zand. Hiermee wordt voorkomen dat het water op het maaiveld stagneert. De gemiddelde doorlatendheid van de bodem moet minimaal 0,7 m/d bedragen. Bij toepassing van zand met een k-waarde van 10 m/d moet minimaal 7'^ van de bodem van de wadi van zandpalen worden voorzien. Dit komt overeen met één zandpaal met diameter 0,3 m per m2. Met deze maatregel kan het water in ongeveer een dag in de bodem infiltreren. Uit de verschillende boringen en sonderingen blijkt dat in de ruimere omgeving op ongeveer deze diepte zandige laagjes voorkomen. Het water kan zich in deze zandige laag verder in de ondergrond verdelen, en in de deklaag verder stromen. Laan van Wateringseveld Op en nabij deze locatie zijn boringen en sonderingen geplaatst. Dit was in 2014 (Geotechnisch onderzoek project N211 te Wateringen, Wiertsema en partners, VN-60580-1, 7 augustus 2014), en er tevens recent onderzoek uitgevoerd (Geosonda, nog niet gerapporteerd). Uit de boringen en sonderingen blijkt dat tot ca. NAP -5 m er vooral zandig materiaal voorkomt. In bijlage 3 zijn de beschikbare boringen en sonderingen weergegeven. Dit is de eerste zandige laag in de deklaag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=f88cb5fb-2259-4c1a-b394-8a7200e441d3