CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.03.26 Gemeente Westland Gemeenteraad

Gemeenteraad 16 april 2025, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het woordelijk verslag van de openbare raadsvergaderingen van 19 en 26 maart 202521.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voorzitter, mag ik bij interruptie een vraag stellen?

De voorzitter:

De heer Keizer.

De heer Keizer:

Ik hoor een heel mooi betoog, maar deze gemeenteraad heeft in meerderheid besloten om te komen tot realisatie van een nieuw theater.

Mevrouw Koen-Snijders: Daar kom ik zo meteen, daar kom ik zo meteen. Wat onze fractie betreft functioneert het huidige theater nog voldoende. Kortom, CU-SGP vindt dit niet het juiste moment om pakweg 40 tot 60 miljoen in een nieuw theater in Westland te steken. Natuurlijk we leven in een democratie, een democratie omarm ik ook. Dit betekent dat als de meerderheid zoals het er nu uitziet besluit voor een nieuw theater, dan is dat zo dan de meerderheid beslist. Maar dat ontslaat ons niet mijn partij niet van de verantwoordelijkheid om kritische

kanttekeningen hierbij te maken. Dus nu heeft u net gehoord naar onze kritische kanttekeningen en die vrijheid is er ook in een democratie. Hier wil ik het bij laten. Dank u. De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Voort.

De heer Van der Voort: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, oen deze aanvraag voor de extra raadsvergadering binnenkwam, fronste ik wel even met mijn wenkbrauwen. Twee van de indieners zaten in het vorige college en hebben toen vier jaar de tijd gehad voor een nieuwe Naald. Sterker nog, zoals in een interruptie aangegeven het CDA heeft in meerdere colleges hiervoor gezeten. Om nu haast te maken met een nieuwe Naald is in onze ogen populistisch en scoren voor de verkiezingen. Ook het achteraf houdend dat de aangenomen motie over nieuwbouw voor theater De Naald op dit moment wordt uitgevoerd, aangezien drie van de vier werkbijeenkomsten over een nieuwe Naald zijn geweest. Gedegen onderzoek voor dit megaproject is wel het minste wat we van deze raad mogen verwachten. Zulke beslissingen dienen we te nemen op basis van ratio en niet op emotie. Het standpunt van Forum voor Democratie over nieuwbouw theater De Naald is helder en duidelijk. De ambities van de directie van De Naald strookt niet met de behoefte van onze inwoners. Ook als we kijken naar het financiële plaatje is de keuze voor snelle nieuwbouw voor De Naald opmerkelijk te noemen. Zeker met het oog op de financiële ravijnjaren die starten vanaf volgend jaar. Forum voor Democratie Westland blijft benadrukken hoe belangrijk het is om geen enorme bedragen uit te geven, terwijl de inkomsten afnemen.

Dit leidt namelijk tot verhoogde belastingen voor onze inwoners of scherp toezicht vanuit de provincie. Wij willen dat De Naald behouden blijft, maar we zijn tegen nieuwbouw en alle angstverhalen die we van Gemeentebelangen hebben gehoord, bijvoorbeeld als een hond tegen het gebouw aan pist tot in elkaar dat hoort thuis op het podium in De Naald. Dank u wel. De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Vliet.

Mevrouw Van Vliet: Dank u, voorzitter. Goedenavond, we zitten hier allemaal voor een extra raadsvergadering van een mooie nieuwe Naald. Ik vraag me weleens af als we hier met zijn allen zitten voor de 117.000 inwoners van ons Westland, of we ook inzien wat we daar nu voor doen. Namelijk een nieuwe Naald. Dat houdt in voor onze jongeren en ouderen, dat we kunnen voldoen aan de eisen die nu eenmaal gesteld worden aan een mooie, grote zalen voor kunst, cultuur, dans. Dat de kinderen onze kinderen niet naar andere steden hoeven te gaan, maar gewoon lekker hier in de Naald kunnen motiveren en hun eigen kunnen stimuleren. Daarvoor hebben wij ook een vraag aan het college of het college ook ons kan vertellen om de wens van ons als raad ook in acht te nemen en daar ook uiting aan te geven. Dank u wel. De voorzitter:

Dank u wel. Dan hebben we de eerste termijn van de raad hiermee gehad. Op verzoek van de heer Keizer schors ik nu de vergadering tot 20.15 uur. Voor een overleg met de fractievoorzitters op de in de Kamer van B&W. Vergadering is tot 20.15 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek eenieder zijn of haar plek weer in te nemen, zodat we de vergadering kunnen voortzetten. Goed. Ik heropen de vergadering. Het is doen gebruikelijk dat degene die de schorsing aanvraagt, ook even als eerste het woord krijgt. Maar we hebben afgesproken zojuist in het seniorenconvent dat ik u zou mededelen, dat de status van het seniorenconvent is dat daar zaken kunnen worden besproken tussen fractievoorzitters en de burgemeester. De voorzitter van de raad en dat daar zaken kunnen worden afgestemd. Maar dat de fractie het seniorenconvent geen besluitvormend karakter heeft. Dus dan is dat denk ik, helder. En dan geef ik het woord aan wethouder Van Staalduinen voor de eerste termijn van het college. De wethouder.

Mevrouw Van Staalduinen: Dank u wel, voorzitter. Na alles wat ik heb aangehoord, hoop ik u een klein beetje gerust te stellen, want ik ga in eerste instantie even mijn eigen verhaal van wat wij hebben gedaan tot nu toe en wat er nog te komen wat er nog komt. Dat zal ik in eerste instantie aangeven en vervolgens de vragen. Zoals u weet heeft het college op 18 oktober een locatie aangewezen voor het nieuwe theater. En er is een tijdpad geschetst met als doel het vaststellen van een nieuw theater. En ik sta daar als wethouder cultuur volledig achter en het hele college staat daar volledig achter, het is namelijk een collegebesluit geweest. Wat is er tot nu toe gebeurd? We hebben een aantal werkgroepen gehad en we hebben u meegenomen in dat proces. Op 25 november was die eerste werkgroep. Daarin is het proces uitgelegd tot voorjaar 25 en de aanpak wat we zouden gaan onderzoeken. En er is ook een behoefteonderzoek aangekondigd. 13 januari vond de tweede werkgroep plaats. Hier bespraken we of er vragen waren over de reeks gedeelde documenten die eerder al naar u toe kwamen, 67 in totaal. En een deel van de stakeholder gesprekken zijn besproken. We hadden een deel intussen al gesproken van die stakeholders, die gesprekken zijn gevoerd. En er is ook aangegeven welke onderzoeken nog in uitvoering zijn.

Bovendien was daar ook het werkbezoek van 31 januari wat werd besproken en dat heeft ook inderdaad 31 januari daadwerkelijk plaatsgevonden. We hebben drie theaters bezocht. En ten slotte op 10 februari bespraken we de excursie. Daar was niet meer een verslag van te maken omdat we eigenlijk alleen die excursie hebben besproken en ook omdat er alleen een presentatie is geweest. Dus daar heeft u geen verslag van gehad. Bovendien als je gaat kijken naar het gewicht van die vergadering daar was niet heel veel nieuwe informatie. Dus we hebben om die reden ook besloten om de volgende vergadering niet te houden. Wat de planning betreft we liggen nog steeds op koers. Ik heb net gehoord dat het seniorenconvent geen status heeft. Maar we hebben naar aanleiding van datgene wat besproken was op 5 februari. De voorzitter:

Heeft wel status, wethouder. Geen besluitvormend karakter.

Mevrouw Van Staalduinen: Nee, geen status nu als besluitvormend. Ja, dus maar we hebben wel vijf februari een brief gestuurd naar u daarover, om u te informeren wat de op dat moment de status was van het proces. Nu een volgende stap is de businesscase en de businesscase die wordt 15 april in het college besproken. En daar nemen we een besluit over een voorkeursvariant. Er komen diverse verschillende besluiten. Wij nemen daar een voorkeursvariant in mee. Die gaan we zodra we die hebben besloten, moet die nog even aangepast worden. Maar ik hoop dat u voor de meivakantie ook die businesscase heeft, zodat u in de meivakantie kunt gebruiken om direct na de meivakantie ook weer een raadswerkgroep te hebben, waarin dan ... De heer Hofland: Voorzitter? De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Verhelderende vraag. U geeft aan dat de businesscase besproken wordt in het college van 15 april. Dan moet er mogelijk waarschijnlijk nog wat aangepast worden. En dat u daarna hoopt dat het voor de meivakantie verstuurd wordt. Door wie is de businesscase gemaakt? Mevrouw Van Staalduinen: De businesscase is ambtelijk voorbereid. Die ken ik ook nog niet, dus laat dat ook even duidelijk zijn. Wij zien hem wij gaan op 15 april daarover praten en dan komt er een voorkeursvariant uit. Ik hoop inderdaad dat wij op tijd klaar zijn om hem voor de meivakantie te versturen, zodat er na direct na de meivakantie een werkgroep kan komen. Dan de vertraging. Ik heb u net het pad geschetst, dat komt op twee weken na overeen met datgene wat we in de brief van 5 maart hebben aangegeven. Dus vertragen is absoluut niet aan de orde. In het wij hebben vast we hebben in op ...

De heer Chafiâ:

Voorzitter?

De voorzitter:

De heer Chafiâ.

De heer Chafiâ:

Ik wil daar toch even een opmerking opmaken. Kijk, in de eerste werkgroep hebben we besproken dat 31 maart, wij in de commissie dat zouden bespreken en dan in de raad van april verder zouden bespreken. Dus 31 maart de documenten ontvangen of het bespreken in de commissie betekent dat we het nou, wat is het een week daarvoor die documenten hebben ontvangen. Dus het gaat hier niet om twee weken, want als u het vlak voor de meivakantie gaat sturen dan hebben we het over ruim een vertraging van één maand en niet over twee weken.

Mevrouw Van Staalduinen: Allereerst praten we over een theater waar een doorlooptijd waarschijnlijk van A tot Z rond de vijf jaar van is. Dat is normaal voor zo'n groot project. Met alle respect ik denk twee weken, want ik ben uitgegaan van de brief van 5 februari. Maar als u er een maand van maakt mij best, maar ook dat is niet bewust vertragen en enorme vertraging oplopen. Wij hebben kei- en keihard gewerkt zowel de ambtenaren als wij. Want u geeft ook aan dat wij op dit moment niet iedere maand, iedere week wat zeggen. Er is kei- en keihard gewerkt om dit op te kunnen leveren. En dat alleen al vind ik een belediging voor mijn ambtenaren. Dus daar een maar goed, ik hou het op twee weken. En nogmaals voor een project van deze grootte waar je dan ook zegt we moeten alles goed en ook zorgvuldig afwegen om te komen tot een voorkeursvariant, denk ik dat dat heel goed is. Dan de financiën. In de afwijkingsrapportage en de kadernota 25 worden de extra benodigde exploitatiesubsidie van de oude Naald meegenomen. Het theater maakte daar voor 24 en 25 bezwaar op en gisteren is in het college dat deel afgetikt. Dus dat is besloten. Ook zal het college een bedrag opnemen voor het noodzakelijk onderhoud voor het openhouden van de oude Naald totdat de nieuwe Naald is opgeleverd. In de kadernota wordt hierover een aparte paragraaf opgesteld.

Overigens wordt in die kadernota ook datgene in die paragraaf meegenomen wat de consequenties heeft van die voorkeurslocatie of voorkeursvariant. Dat gaan we allemaal verwerken in die kadernota en dan heeft u een overzicht van wat de kosten zullen zijn. Voor de komende jaren is er een voorbereidingskrediet nodig voor het programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding en het college neemt dit ook op in de kadernota en de actualisatie van het MIP. Voor wat betreft de toekomstige exploitatielasten van De Naald en de kapitaalslasten van de bouw, deze worden meegenomen in de jaren waarop die betrekking hebben. Afhankelijk van het definitieve moment van besluitvorming zal bij de actualisatie van het MIP het investeringsbedrag worden opgenomen in de jaren waarop dat betrekking heeft. Dat was het algemene deel. Dan heb ik nog de vragen. De eerste vraag is het beleidsplan van het theater meegenomen? De vraag van D66. Ja, dat is als input meegenomen. 28 een nieuw theater, nou, u zult begrijpen … De heer Hofland: Voorzitter? De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: En hoe moeten we dat dan dus verhouden tot elkaar? Dat is input, maar tegelijkertijd is het ook iets waar de gemeente een bepaalde status aangeeft, het beleidsplan natuurlijk. Dus hoe verhouden die zich dan tot elkaar? Input is wat algemeen natuurlijk. Mevrouw Van Staalduinen: Zoals ik net al heb gezegd, er komen diverse varianten verschillende varianten en daar is deze input mee in meegenomen. En hoe wij tot de voorkeursvariant komen. Ja, dat is aan het college inderdaad rond half april.

De heer Hofland: Voorzitter? De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Kan de wethouder daardoor aangeven welke varianten er daadwerkelijk in de businesscase worden meegenomen? Even heel simpel en volgens mij is dat ook niet geheim, want dat staat in verslagen van de werkbijeenkomst. Dat is één en twee ik zou graag weten dan op welke grond het college dan een voorkeursvariant gaat kiezen. De voorzitter:

De wethouder.

Mevrouw Van Staalduinen: De varianten die zijn mij op dit moment officieel nog niet bekend. We hebben wel input gehad inderdaad vanuit werkgroepen daarover twee zalen, drie zalen. Maar welke varianten, want dat kunnen er ook wellicht meer zijn, die zijn op dit moment mij niet bekend. Ook ik weet niet welke voor welke varianten ambtelijk worden voorbereid. Die zitten op dit moment nog in de organisatie. De heer Hofland: Voorzitter? De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Ja, ik heb toch ook dan vragen naar aanleiding daarvan. Want we zijn dus met de werkgroep zijn we het land in geweest om diverse zalen te bezoeken. Bij de raad of bij de ja de werkbijeenkomsten hebben we stilgestaan bij welk op basis van welke criteria zijn we tot deze theaters gekomen? Nu wordt er een businesscase gemaakt. Het gaat over twee zalen, het gaat over drie zalen. Dat kan twee keer 100 zijn. Het kan ook twee keer 800 zijn. Er zit nogal verschil tussen, dus het verbaast me dat de wethouder zegt, ik weet niet welke varianten er onderzocht worden. Terwijl volgens mij als het goed is, moet je onderzoeken naar aanleiding van bezoeken die we enerzijds hebben gedaan, ook onderzoeken naar aanleiding van het beleidsplan dat er vanuit De Naald ligt. En varianten daarop slechts daartussen, toch? Mevrouw Van Staalduinen: Ja, dat klopt. En dat gebeurt ook. Alleen ik weet niet welke er overblijven. Dat is het antwoord wat ik eerder dus gaf. De heer Hofland: Voorzitter, dat was ook niet mijn vraag, maar welke varianten worden er dan dus onderzocht? Mevrouw Van Staalduinen: Welke varianten nog meer onderzocht zijn weet ik niet want ik weet niet wat er nu verder onderzocht is, wat er afgevallen is en waar we toe komen. Dus ik heb niet meer informatie dan u heeft. De heer Duijsens: Voorzitter? De voorzitter:

De heer Duijsens.

De heer Duijsens: Is het mogelijk om die variantendiscussie op een bepaald moment, hebt u weet u alle scenario's in beeld? Om dat tijdens zo'n werkgroep goed door te nemen? De heer Hofland: Wethouder, voorzitter, nog één opmerking tussendoor. De voorzitter:

Ik geef eerst even de beantwoording.

De heer Hofland: Ik heb een aanvullende vraag.

De voorzitter:

Ja, vooruit.

De heer Hofland: Voorzitter, dank u wel. Dat was natuurlijk nou een uitgelezen kans geweest om dat 31 maart te doen. Is de heer Duijsens dat dat met mij eens? De heer Duijsens: Als alle gegevens er zijn wel. Maar kwaliteit gaat voor tempo. Zeker. De voorzitter:

Ik vind het goed, heren. Het u heeft een vraag aan de wethouder. Dus wethouder gaat uw gang.

Mevrouw Van Staalduinen: Nogmaals, welke varianten … We gaan sowieso in de werkgroep en dat heb ik net ook al aangegeven, direct na de meivakantie gaan we dit met uw bespreken. Dan gaan we bespreken welke varianten zijn onderzocht en wat de voorkeursvariant van het college is. Dus u krijgt die alle informatie daarover, ik hoop voor de meivakantie en anders snel in de meivakantie. De heer De Gier: Voorzitter? De voorzitter:

De heer De Gier.

De heer De Gier: Ik begrijp het verhaal van de wethouder. Wij krijgen dus iets zodat we dat in meivakantie kunnen lezen. Maar en dan komt er nog een werkgroep. Nou volgens mij zit er tussen het eind van de meivakantie en de eerste commissievergadering zit, geloof ik maar een week. Dus ik neem niet aan dat als we daarna eerst nog in de werkgroep erin moeten spreken dat we die varianten, dus in de commissie al in de meivakantie kunnen bespreken. Dus dat betekent toch dat we dan pas in juni pas die varianten kunnen gaan bespreken in de commissie. Of snap ik nou de tijdslijn niet helemaal en is dat niet een beetje laat voor de Voorjaarsnota, om die nog te kunnen verwerken, wat wij dan daarna eind juni in de raad gaan besluiten? De voorzitter:

Wethouder.

Mevrouw Van Staalduinen: Ik heb net aangegeven dat in de in de Voorjaarsnota of kadernota hoe u hem wil noemen, wordt al de voorkeursvariant meegenomen. En ik heb u net aangegeven hoe die wordt meegenomen. Dus die staat in de kadernota en dat is de afspraak die we met elkaar gemaakt hebben. Dus die wordt meegenomen. Mochten daar veranderingen in komen. Ja, dan zullen we dat ook moeten veranderen weer. Maar op dit moment wordt onze voorkeursvariant als die besloten is opgenomen in de kadernota, dus daar kunt u ook bij de kadenota erover spreken. De heer De Gier: Voorzitter, aanvullende vraag. Maar het werkt meestal zo dat wat er dan in de Voorjaarsnota staat, als wij die aannemen. Dat als wij daar iets in willen wijzigen, omdat wij een andere variant willen. Dat wij dan vervolgens met die dekking moeten gaan komen. Dus dat legt toch druk op het proces hoe wij over die varianten kunnen gaan praten? Mevrouw Van Staalduinen: Voorzitter. Nee, dat legt geen druk daarop, want wij gaan in de kadernota gaan wij in ieder geval wat de afspraak was het de financiën opnemen voor als het gaat om de voorkeursvariant. En bij de begroting weten we dan ook daadwerkelijk welke variant het gaat worden, want u zal ook daar een mening over hebben. Wij gaan met elkaar daarover praten en dan kunnen we bij de begroting het daadwerkelijke verhaal concreet invullen.

Dan 2028 klaar? Nee, 2028 is niet klaar. Dat heb ik ook net al aangegeven. Een normaal proces loopt vijf jaar. We starten en u kunt dan zelf het einde aanvullen. Dat is na 2029 realisatie. Dus we nemen het op in de in de jaarschijven die dan aan orde zijn. Ik heb nog

de vraag van waarom niet proactief informeren. Nou ik heb dat is dan misschien weer een inschattingsfout van mij geweest. Ik had gedacht die twee weken dat zal niet heel veel op zo'n hele termijn uitmaken. Maar kennelijk is dat een enorm bezwaar en had ik dat moeten doen. Dan had ik dat moeten informeren. De heer Keizer, Ik denk ... De voorzitter:

Mijnheer De Gier.

De heer De Gier: Ja, de wethouder probeert nu te framen als twee weken. Maar ik schets net de lijn dat we dan dus pas in juni het in zijn vroegst in de commissie krijgen, terwijl beloofd was dat het in maart in de commissie zou komen. Dus volgens mij is het niet twee weken, maar twee maanden. Laten we vertraging drie maanden. Drie maanden vertraging. Dus waarom blijft de wethouder nou zeggen van die twee weken maken niet uit? Mevrouw Van Staalduinen: Twee weken. Maar goed, ik ga niet op weken zitten. Er is een vertraging van twee weken voor mij. Omdat wij half februari dit bespreken, en ook dus ofwel half april neem me niet kwalijk bespreken. En dus ook eind april, begin mei met een werkgroep. Dan halen wij op hoe u erin zit. U heeft dan ook twee weken de tijd gehad om te kijken. Wij weten dan welke kant het opgaat. En dat kunnen we meenemen in de kadernota. En u kunt dat nog bespreken wanneer u dat wil. De heer Hofland: Voorzitter? De voorzitter:

Mijnheer Hofland.

De heer Hofland: Voorzitter, dank u wel. Waar ik benieuwd naar ben hoe weet de wethouder dan zo zeker dat 15 april binnen het college een succes voorstel wordt? Want 15 april, u bent niet op de hoogte van de varianten die momenteel onderzocht worden. U geeft ook niet veel duidelijkheid op basis waarvan u gaat zeggen deze variant of deze variant. Dus hoe is het dan mogelijk dat 15 april de zon schijnt? De lucht is blauw, Teletubbies kom maar gauw. En het is allemaal fantastisch, zeg maar. 18 april begint de meivakantie natuurlijk. Dus er is natuurlijk ook een gerede kans dat het niet zo zonneklaar is en dan de processen, nou dat de processen niet ten goede komt. Dus hoe ziet… De voorzitter mag ook zijn mening geven, maar hoe ziet de wethouder dat? De voorzitter:

Dank u wel. Wethouder.

Mevrouw Van Staalduinen: Het college heeft die dag de tweedaagse en wij hebben hier geruime tijd voor ingeruimd om dit goed te kunnen bespreken. En ik ga er nu vooralsnog van uit dat wij binnen die twee dagen tot een voorkeursvariant komen. En als dat niet zo is, ja, ik bedoel ik heb ook niet alles in de hand. Dat is duidelijk. Dat heb ik al eerder gehoord vanavond maar wij gaan ervanuit dat we 15 april die variant hebben. Wordt de tijdsplanning gehaald? De heer Keizer nou ik heb net geschetst dat wij het in de Kadernota borgen en dat dat dus allemaal wordt meegenomen. En was ik op de hoogte van de behandeling in het seniorenconvent. Nee, daar was ik niet van op de hoogte. Nou, volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord mede met het eerste deel wat ik heb aangegeven. Dank u wel. De voorzitter:

Dank u wel. De heer Hofland.

De heer Hofland: Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen openstaan. Ik heb nog vragen gesteld over het stedenbouwkundig plan. De benodigde onderzoeken die er nodig zijn of wat daar stand van zaken van is. En ik heb ook nog toch nog redelijk wat vragen over de kaderbrief. Daar is een en ander wel over beantwoord, maar wellicht moet de wethouder financiën dat doen of nou goed dat is mij even om het even. En ik zou daarbij ook graag willen weten wanneer

wordt het proces rondom de kaderbrief gestart? Wanneer worden de eerste afspraken gemaakt et cetera? De voorzitter:

Nou, ik denk dat het goed is dat als die vragen die als het gaat over de Voorjaarsnota. Dat is een onderdeel wat bij de wethouder financiën zit procesmatig. En over het stedenbouwkundig plan zit bij de wethouder die gaat over het openbaar gebied. En projectontwikkeling en dat is de heer Ferwerda. Die komt nu naar voren en die geeft nu een antwoord op uw vraag.

De heer Ferwerda: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de vraag rondom het stedenbouwkundig plan. Na het aanwijzen van deze locatie aan het eind van vorig jaar zijn we gelijk begonnen met een concept stedenbouwkundig plan. Dat is nu een praatplaat. Die heb ik naar het college gebracht om met elkaar te kijken van nou hier kunnen we aan denken. Dat is nog niet gereed, dus dat is ook nog niet in een in een voorstel te gieten. Dat is nu niet meer dan een praatplaat. Maar op het moment dat er een keuze wordt gemaakt voor een scenario en de grootte en de omvang bereid bekend is. Ja, daar kunnen wij snel schakelen. Dus dan kunnen we ook snel naar de raad toe komen met een voorstel om ook aan de hand van zo'n praatplaat rond het stedenbouwkundig plan met u te spreken. Wat mij betreft zijn we daar kunnen als u snel beslist dan kunt u kunnen we daar snel over praten. En welke onderzoeken wachten daar nog? Ja, dat dat kijk, de simpele onderzoeken zijn gedaan. De aard van de bodem en het gestel ervan, zulk soort zulk soort dingen, maar daar gaat het niet om. Uiteindelijk op basis van stedenbouwkundig plan zou je het moeten hebben over het aantal parkeerplaatsen, de routering van de van de voertuigen die hier zo door dit deel van het centrum van Naaldwijk gaan.

En dat kan je pas weten als je weet hoe groot is die Naald, welke parkeerdruk kunnen we verwachten? En waar moeten we rekening mee houden? Maar ook daarmee denk ik dat we snel kunnen schakelen. De heer Hofland: Voorzitter, is het dan correct als ik de wethouder goed begrijp dat in principe het stedenbouwkundige plan en de onderzoeken alles klaarligt voor het kiezen van het concept. En dat dat hetgeen is dat nodig is om de seinen op groen te zetten om verder te gaan. En ik ben dan toch ook benieuwd in stedenbouwkunde, of tenminste in de concepten die voorliggen die kunnen ook nogal uiteenlopen, zoals net ik geprobeerd heb te duiden tijdens de discussie. Welke invloed kan dat nog hebben op het stedenbouwkundig plan? De voorzitter:

Wethouder.

De heer Ferwerda: Nou, wat ik zei, is dat er een praatplaat is waar wij onze gedachten aan het aan het stroomlijnen zijn. Het wacht op een scenariokeuze, maar dat loopt wel een beetje met elkaar samen op. Dus om nou niet te wachten op een scenariokeuze, hebben we vooruit gewerkt en aan dat stedenbouwkundig plan gewerkt, zodat we het op kunnen pakken waar het volgende moment van keuze is. En ja, wat mij betreft zijn we daar snel klaar voor. De heer Duijsens: Voorzitter? De voorzitter:

Mijnheer Duijsens.

De heer Duijsens: Ja, toch nog een vraag aan de wethouder. Hoe zit het met dat dat hoor ik niemand hier noemen ook de heer Hofland niet. Hoe zit het met participatie van de inwoners? We doen nou net allemaal alsof we mooie luchtkastelen kunnen neerzetten, maar inwoners mogen toch ook nog passeren, hoop ik. De voorzitter:

Wethouder?

De heer Ferwerda: Ja, zoals u weet dat is ook in de raadsgroepen besproken is daar de keuze voor welke vorm daarvan participatie zou plaatsvinden. Sorry, ik was nog even aan het praten. De heer Duijsens: Het is in de werkgroep besproken maar u bent voor de stedenbouwkunde. Dat dan moet je toch participeren, hoop ik. De voorzitter:

Wethouder.

De heer Ferwerda: Ja, maar je gaat pas participeren op het moment dat het daar rijp voor is. En ik ga met de raad omdat ik het zo belangrijk vind heel vroegtijdig participeren, omdat ik vind dat de raad ook wat principiële keuze kan maken over het stedenbouwkundig plan. En daarna komt met de omgeving, met inwoners op een manier dat u dat dat wordt voorgeschreven in de omgevingswet. De heer Duijsens: Bedankt. De voorzitter:

Dan kijk nog even of wethouder Van der Stee als wethouder financiën even het proces rondom de Voorjaarsnota kan aangeven.

De heer Van der Stee: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik weet niet welke data u allemaal precies in mijn agenda wil weten. Maar de belangrijkste datum die voor de raad is, is dat op 27 mei de aanbieding van de kadernota en de eerste afwijkingsrapportage naar de griffie gaat, dus dan ook bij u in de postbus verschijnt. Als u nu wel afvraagt hebben wij er al gesprekken over, ja. We hebben een aantal gesprekken waarbij we op een gegeven moment op diverse momenten met elkaar in het college praten. En onder andere werd net 15 april genoemd. En 14 en 15 april zullen wij zeker over een aantal zaken zitten, waaronder De Naald. De heer Keizer:

Voorzitter?

De voorzitter:

De heer Keizer.

De heer Keizer:

Vraag aan de wethouder: de planning zoals wethouder van Staalduinen die net aangaf, is die dan haalbaar om te verwerken in uw rapportage?

De voorzitter:

Wethouder.

De heer Van der Stee: Volgens mij heb ik de wethouder horen zeggen dat 15 april er een voorkeursscenario komt van dit college, en die zal dus ook verwerkt worden in de kadernota. De heer Hofland: Voorzitter. De voorzitter:

Ja, de heer Hofland.

De heer Hofland: En wat zijn... Want oké, 14 en 15 april hebben we die… Of we, tweedaagse … Het kan gezellig worden... De voorzitter:

U had erbij willen zitten, begrijp ik.

De heer Hofland: Nou, hartstikke, lijkt me dolletjes. 14 en 15 april hebben jullie die tweedaagse. Welke afspraken... Met voor het college speelt dat een rol, welke afspraken zijn er… Staan er met de coalitie wellicht nog in de agenda hiervoor om dit voor te bereiden? De heer Van der Stee: Ja. Voorzitter. In ieder proces stemmen wethouders bepaalde richtingen af met hun fractievoorzitter. En kijken ze over welke dingen prioriteiten hebben, minder prioriteit

hebben. Er zullen misschien ook knopen doorgehakt worden. Vanmiddag was ik ook bij de Tweede Kamercommissie. Daar was het heel duidelijk dat er vanuit het Rijk weinig geld hoeft verwacht te worden voor het ravijn, dus wij zullen daar knopen over door moeten hakken. En dat zullen wij zeker afstemmen met onze fractievoorzitters. En of wij daar nog allemaal voor bij elkaar komen, dat weet ik niet. Dat is nog niet gepland. De heer Hofland: Voorzitter, dus... De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Ik hoor dus de wethouder zeggen dat in principe 14 en 15 april het meest cruciale moment is om samen te komen. Er is geen afspraak tussen college en coalitie, zeg maar, om hierover te stemmen. Dus die 14e en 15e april is een cruciale deadline voor het verwerken richting de kadernota. Klopt dat? De heer Van der Stee: Dat klopt, want de kadernota, die wordt inderdaad door het college gemaakt en niet door de coalitie. Laat ik daar heel duidelijk in zijn. We hebben toch in het dualisme onze eigen verantwoordelijkheid. Het betekent niet dat alles misschien al gelijk 14, 15 april duidelijkheid is. Van De Naald is duidelijkheid. Het zou best kunnen zijn dat er nog een aantal opdrachten vanuit de tweedaagse naar de organisatie gaat om uit te zoeken in die meivakantie. En de besluitvorming zit zodanig dat u in ieder geval op de datum die ik net noemde, 27 mei, de spullen gaat ontvangen. Dus dat betekent meestal dat wij dan ook de dag daarvoor besluiten en de week daarvoor al de laatste dingen hebben besproken. De heer Keizer:

Voorzitter, bij interruptie.

De voorzitter:

De heer Keizer.

De heer Keizer:

Ik hoor de heer Hofland de vraag stellen of we als coalitie bij elkaar komen. Ik hoor de wethouder dat ontkennen, althans, zeggen, we zullen elkaar nog spreken. Ik ga hier geen kiekeboe zitten spelen. We hebben net een stukje meegemaakt over seniorenconvent. We hebben voor aanstaande vrijdag een afspraak staan. En we hebben negen april als coalitie een afspraak staan om te praten over de voorjaarsnota. Dus als u mij die vraag had gesteld, had u dat antwoord gekregen. Ik hoor de wethouder wat anders zeggen, maar ik wil daar afstand van nemen, want ik hou van openheid en transparantie. U bent niet welkom bij dat gesprek, maar we gaan het wel met de coalitie voeren.

De heer Hofland: Voorzitter, zou ik bij... De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Punt van orde dan, want ik denk dat we er bijna zijn. Het verbaast me even, dus ik denk dat we straks even gaan schorsen. Alles wat er nu gebeurt. Ik zou GBW en VVD in die schorsing willen meegeven of zij in een tweede termijn zouden willen reflecteren op eigenlijk hetgeen wat er hier nu gebeurt. En ook op de opmerking van de eerste termijn van de heer Duijsens, die zei alles op alles te willen zetten om dit proces tegen te houden. Want we hebben al geconstateerd dat we een coalitieakkoord hebben, waarin wat... Nou, werd gezegd. Daar is overduidelijk al mee gebroken, maar nu wordt ook alles op alles gezet om daartegenin te werken. Ik zou VVD en GBW willen vragen dit willen mee te nemen in de schorsing. De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn wij...

De heer Plomp:

Voorzitter.

De voorzitter:

Ja, de heer Plomp.

De heer Plomp:

Ik had nog een vraag aan de wethouder. Ik wist niet of hij al klaar was, maar ik zag hem nu weglopen. De heer De Gier had net al een stukje daarover met wethouder Van Staalduinen, maar dat is niet de wethouder financiën, dus ik wil het ook graag even duidelijk horen van de wethouder financiën. Als de raad uiteindelijk iets anders wil dan de voorkeursvariant die het college aandraagt en er zou geld bij moeten, wie is dan aan slag om dat geld te halen? Want wat wethouder Van Staalduinen net zei, is, als jullie iets anders willen, dan gaan wij dat verwerken in de in de begroting. En dat impliceert dat de raad dan geen dekking hoeft te zoeken, neem ik aan.

De heer Van der Stee: Voorzitter, het budgetrecht ligt altijd bij de raad. Dus uiteindelijk gaat u over de besluiten. Wat er in het proces zit, is dat wij bij deze kadernota komen over een concept en een invulling, waar het college met een scenario voor kiest. Daarvan zullen wij dat meenemen in de Meerjaren Investeringsprogramma. Dat betekent met de planning die erin zit, dat het ergens opgenomen gaat worden in de jaren na oplevering. De eerste kapitaalslasten en rentelasten betekenen, ook de eventuele exploitatie... Dat zit niet in het komende FMP. Daar zal een indicatie gemaakt worden. U weet ook dat het FMP, wat vastgesteld is met de meerjarenbegroting, dat er door de OZB-dekking te schrappen, een behoorlijk tekort zit. Deze opgave komt erbovenop. Daar komen ook natuurlijk altijd ieder jaar weer exogene en daar maken wij een heel verhaal van tot en met 29. Wij zullen duidelijk in kaart brengen wat de kosten daarna zullen zijn. Het is uiteindelijk aan uw raad om op een gegeven moment te zeggen, het scenario wordt wat anders. Het moet wat meer. Maar dat zal vooral invloed hebben op de jaarschijven die buiten het komende FMP zitten. De heer Hofland: Oké. En die informatie krijgen we dan wel in die businesscase erbij als wij uiteindelijk een besluit nemen? De heer Van der Stee: Dat hebben we altijd gedaan en ik neem maar even als voorbeeld het vakcollege.

Het vakcollege viel ook een deel buiten FMP, en daar staat duidelijk toen ook bij de getallen, welke jaarschijven de extra verhoging van de kapitaalslasten en rentelasten zullen zitten, dus dat zal zeker meegenomen worden. Misschien nog heel even over het misverstand ten aanzien van het coalitieoverleg. Ik heb de vraag van de heer Hofland opgepakt alsof de 14e, 15e met de coalitie besproken wordt. Dat is iets anders dan wanneer je de hoofdlijnen en de kleine punten neemt. Het is niet zo dat de stukken van het college helemaal één op één besproken worden met de coalitie. Daar worden op hoofdlijnen dingen besproken, er worden op onderwerpen dingen besproken. Maar het is niet zozeer dat deze wethouders eerst alles voor gaan leggen aan hun fractievoorzitter binnen de coalitie, en alle agendapunten besproken worden die ook op die twee dagen besproken worden. Dus dat misverstand wil ik even uit de weghalen. Dat was de reden waarom ik zei dat wij dus daarover nog afstemming moeten hebben. Dat is iets anders... Vrijdag praten we inderdaad over een aantal uitgangspunten. Dan heeft u daar ook maar gelijk duidelijkheid, want die transparantie wil ik geven. Dat is, hoe gaan wij om met het ravijn? Hoe gaan we om met de inzet van reserves? Hoe gaan we om met allerlei dingen die aangegeven zijn vanuit het Rijk, om, om te gaan met deze exploitatie? De heer Hofland: Voorzitter. De voorzitter:

De heer Hofland.

De heer Hofland: Dus constateer ik goed dat de wethouder net, toen ik twee extra verduidelijkingsvragen stelde, niet wist dat er een overleg was? En dat u nu weet dat er een overleg is, plus precies waar daar over gesproken moet worden? De heer Van der Stee: De vraag die u volgens mij stelde, was voor die 14,15, hoe dat dan precies... En wat er allemaal besloten werd. Ik heb dat niet gezien als zijnde de vragen van wat wij met coalitieoverleg doen die vrijdag, want die heb ik zelf de uitnodiging gedaan. Daar is een optie inderdaad gezet voor de 9e. Dat horen we vrijdag of die inderdaad zo doorgaat, en wat wij daar ook in gaan bespreken. Maar dat weet ik pas na de uitkomsten van vrijdag. Er staan twee data, maar dat hebben niks te maken... En dat beeld wil ik echt toch wel hier goed zitten, die tweedaagse die wij hebben, dat is met stukken van het college. Dat zijn geen stukken die er dan ook bij de coalitie uitgebreid besproken worden en per detail in regel gaan. Zo wil ik dat echt wel duidelijk hebben, want anders ontstaan er misverstanden, alsof eerst coalitieoverleg alles bepaalt, en dat we daarna alleen nog maar een stempelmachine zijn in het college. Want dat is niet waar. De voorzitter:

Ik denk dat het goed is op te merken dat het college van B&W een vergadering is van burgemeester en wethouders, en niet van burgemeester en fractievoorzitters. En deze voorzitter van het college laat zich in ieder geval geen briefjes voorleggen van fractievoorzitters die in coalitieoverleg iets gaan beslissen. Want dat is een staatsrechtelijke bevoegdheid die gewoon aan het college van B&W behoort. En ik denk dat ook goed is om die helderheid dan maar even te geven als het gaat over de status van een B&W-vergadering in relatie tot de status van een fractievoorzittersoverleg. En ik hecht er ook maar even aan om dat even heel helder klaar te maken hier, dat er in het college geen dictaten van fractievoorzitters worden voorgelegd aan het college om daarover te beslissen, want daar heb ik een broertje dood aan. Dank u wel. We gaan schorsen tot kwart over negen.

De voorzitter:

Goed. Ik verzoek eenieder zijn of haar plek weer in te nemen zodat we verder kunnen gaan met de vergadering. En dan heropen ik de vergadering, en ik geef als eerste het woord aan de fractie van D66.

De heer Hofland: Ja, voorzitter. Tot dusver hebben we een verwarrende twee uur en zeventien minuten achter de rug. Er zijn verschillende punten, die komen denk ik nu ook nog wel ter sprake. Ik ben voornamelijk erg verward door het laatste gedeelte van het debat, waarbij enerzijds er gezegd wordt dat er geen afspraken staan, en daarna blijken er opeens diverse afspraken te staan. En de wethouder zegt in eerste instantie dat hij niet wist dat er afspraken staan, en daarna weet hij exact hoeveel afspraken er staan, en de inhoud van de afspraken. Dat bevreemdt me. Ik zou graag nog een toelichting erop willen waarom de wethouder in eerste instantie het nodig vond om een ander antwoord te geven hierop. Voorzitter. Dan punt twee, waar het bij ons, wat mij betreft grotendeels om gaat. Er is een proces geschetst met data en dergelijke, die gehaald zouden worden, en ons grootste punt van zorg is dat eigenlijk momenteel de wethouder niet weet welke varianten er onderzocht worden. Ze zijn bij diverse theater geweest. We hebben bij werkbijeenkomsten gezeten. Er zijn aantallen met zalen genoemd. Maar dan moet het ook over stoelen gaan. Het gaat over exploitatie. Het gaat over subsidie. Het gaat over huren. Het gaat over nogal wat. Dat hebben we vanavond ook gehoord.

Hoe kan het zijn dat de wethouder niet op de hoogte is van wat er daadwerkelijk onderzocht wordt? En hoe wil de wethouder dan daadwerkelijk zorgen dat in het strakke stramien waarin we straks zitten, in het proces richting de kaderbrief en richting de begroting, dat dit dan tot een goed einde loopt, voorzitter. Dat is wel een cruciaal punt voor ons, want vanavond ligt gewoon simpelweg op tafel, hoe gaan we met dit dossier verder, en zien wij voor ons dat we op deze manier de goede stappen

gaan zetten in de juiste richting? Voorzitter, graag... Daar zou ik nog een toelichting op willen vanuit het college en de wethouder. De voorzitter:

Dank u wel. CDA, Chafiâ.

De heer Chafiâ:

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de heer Hofland wanneer het gaat om de tijdlijn. In eerste termijn heeft een wethouder van Staalduinen een opmerking richting onze fractie gemaakt over het feit dat wij ambtenaren zouden schofferen. Ik wil dat echt verwerpen, want we hebben in onze eerste termijn zelf ook aangegeven dat we zien dat ambtenaren zich echt het snot voor de ogen werken om dit voor elkaar te krijgen. Wat het des te meer bevreemd dat er nog steeds niks op tafel ligt. Dus dat willen we ook terugnemen. En als het gaat over ambtenaren schofferen, kijk, de wethouder is wethouder geworden om te besturen. Dat is een bestuurder. En in het woord besturen zit het woord sturen. Van een bestuurder wordt verwacht dat er gestuurd wordt. En dan is het echt verbazingwekkend dat er voor de vijfde keer weer een excuus komt. Een inschattingsfout is gemaakt. Dat er wordt gezegd dat er twee weken vertraagd wordt, terwijl we nu al eigenlijk gaan zitten op... In het hele proces ten opzichte van wat is afgesproken, twee tot drie maanden vertraagd wordt. En dan het laatste punt, en dat is dat niet bekend is wat er onderzocht wordt. Dat kan niet op moment dat je aan het besturen bent, dan ben je aan het volgen. En wat ik denk ik een beetje gevaarlijk vind, is op moment dat een bestuurder niet stuurt, maar volgt.

Met name ook omdat het we het hier hebben over een wethouder van Westland Verstandig... Lid van Westland Verstandig, een partij die zojuist hier heeft gezegd, wij gaan kosten wat het kost voorkomen dat dit doorgaat. En met een bestuur die aan het volgen is, maak ik me grote zorgen hoe dit dan tot een eind komt. En dat brengt mij tot de vraag die niet is beantwoord in de eerste termijn, vindt de wethouder dat ze voldoende in control is. En ik zou daar graag een reflectie op winnen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan LPF. Niet? GroenLinks, Partij van de Arbeid.

De heer Plomp:

Dank u wel, voorzitter. Ik heb in de eerste termijn iets gevraagd of de wethouder ons niet proactief had moeten informeren. En daarover zei de wethouder, naar mijn inschatting... Was twee weken, was dat niet direct nodig. Alleen het originele tijdspad, wat ons geschetst is, en waar we volgens mij geen communicatie hebben gehad dat daarvan afgeweken zou worden, is dat er aan de voorkant van de Voorjaarsnota dingen met ons gedeeld zouden worden zodat wij... Dat onze inbreng meegenomen zou kunnen worden. En wat we nu krijgen, is een situatie waar we aan de achterkant zitten. Dat in de Voorjaarsnota alleen maar het collegebesluit van een voorkeursvariant van de businesscase gaat landen, en dat pas daarna de raad daar iets over mag zeggen. En dan zegt de wethouder, een verkeerde inschatting gemaakt. En dan denk ik, die woorden heb ik de wethouder vaker horen zeggen. Ik denk dat ik deze wethouder minstens de vierde of de vijfde keer is dat ik dat ik die woorden van deze wethouder hoor. En dat maakt mij ook een beetje dat ik de vraag die de heer Chafiâ net ook stel, bij mij opkomt. In hoeverre is deze wethouder in controle? In hoeverre heeft deze wethouder haar zaakjes op orde? En realiseert ze zich hoe gevoelig bepaalde dingen liggen hier in de raad? Dan nog één ander ding over tijdspad hier, wethouder van der Stee gaf net aan, op 27 mei komt de kadernota naar de raad.

Dat is dan nog onder embargo uiteraard, want de 28ste wordt die... Is de perspresentatie pas. En de wethouder zei daarover, in de week daarvoor, gaan we dat besluit nemen. Nu is er eerder tegen ons gecommuniceerd dat op zes mei het collegebesluit over de Voorjaarsnota gemaakt zou worden. En dat loopt dwars door alle momenten heen dat de raad er dingen over gaat zeggen. En ik vraag mij dus heel erg af, op het moment dat de raad dit voorkeursvariant gaat bespreken in de commissie MO van 12 mei in de raad op 21 mei, zijn daar nog dingen van die meegenomen kunnen worden in die Voorjaarsnota, of is

die Voorjaarsnota vanaf 5 mei al in... Vanaf 6 mei, sorry... Al in beton gegoten, en gaan aanpassingen daaraan, wensen die wij hebben, echt pas door naar de raad na de begrotingsbehandelingen eind van het jaar. Daar wil ik het bij laten, dank u wel. De voorzitter:

Dank u wel. Dan fractie van Westland Verstandig.

De heer Duijsens: Twee opmerkingen. In de eerste plaats, vaak hoort men wat men wil horen. Ik heb duidelijk aangegeven dat we leven in een duaal systeem. Het college heeft de lijn opgepakt dat De Naald... De nieuwe Naald er moet komen. Dat vinden wij prima, want wij kennen onze rol als raad. En klaar. En dus alles wat daar nu over gezegd wordt... Van dat we alles zullen doen. Dat klopt. Maar dat doen we als raadsfractie, en niet als collegepartij. Van wat betreft het college. Dan een tweede opmerking. De heer Hofland: Voorzitter. De voorzitter:

Hofland.

De heer Hofland: Voorzitter, dus de heer Duijsens legt in feite dualisme uit, en daarnaast bevestigt hij nog eens dat de fractie van Westland Verstandig alles op alles zal zetten om een democratisch genomen besluit tegen te houden. De heer Duijsens: Het besluit is er niet genomen. Mijnheer... Is er nog geen besluit genomen? Jullie hebben amendementen ingenomen, moties. Maar dat zijn nog geen raadsbesluiten. Moeten nog een definitieve tik erop geven. Wij zullen trachten dat uiteraard... Dat we dat niet doen, want dat vinden wij niet in het belang van datgene wat onze inwoners van ons verwachten. De heer Hofland: Voorzitter. Binnen de kaders van het dualisme, zal de fractie van Westland Verstandig alles op alles zetten om het proces tegen te werken. De heer Duijsens: Dualisme wel, ja, De voorzitter:

Dank u wel. Verder nog, de heer Duijsens?

De heer Duijsens: Nog over de kadernota? Ik begrijp waarlijk niet wat daarover gezegd wordt. Kadernota hebben we... Stellen we nooit vast. Nee, van kennisgeving aan... Waarschijnlijk een halve pagina gaat dan over De Naald, en over de bedragen die we in de toekomst begrotingen daarvan gaan invoeren. Het is niet de eerste keer dat de raad in meerderheid de kadernota op dat punt óf aanpast, ofwel aangeeft dat het college bij de begroting met andere dingen moet rekening houden dan op dat moment in de kadernota staat. Dus dat dat is de rol van de kadernota. Dus ik begrijp niet dat men daar nou zo angstig over doet van dat dat niet goed gaat komen. Het is de meerderheid van de raad die bepaalt dan wat in de begroting gaat komen. De voorzitter:

Dank u wel...

De heer Chafiâ:

Voorzitter, toch een korte interruptie, want ik ben het wel eens met de heer Plomp. Kijk, we hebben een proces afgesproken waarbij we zeiden, we gaan dan in maart, gaan we aan de slag met wat willen we nou met die Naald. Dan komt dat vervolgens terug in de kadernota om daar alvast wat voor te reserveren, en dan kan dat vervolgens verder verwerkt worden in de begroting. Wat nu met die maanden vertraging die er komt aan de hand is, is dat we niet een opvolgend proces hebben maar een parallel proces. En dat maakt dat de raad minder invloed kan uitoefenen op datgene wat er komt op het gebied van De Naald.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Keizer, tweede termijn.

De heer Keizer:

Graag, voorzitter. Voorzitter, ik sluit niet uit als het kan, na de tweede termijn, dat wij alsnog met een motie zullen komen. Dan heb ik het in ieder geval maar vast aangekondigd.

De voorzitter:

Ik wil u dan verzoeken om die motie...

De heer Keizer:

Ik doe het gewoon.

De voorzitter:

Want dan maakt hij deel uit van de beraadslaging en na...

De heer Keizer:

Aan het eind van de tweede termijn zal ik hem voordragen. Voorzitter. We hebben de wethouder gevraagd, gaan we die termijn halen? Daarop heeft de wethouder bevestigd dat we die gaan halen. Tussenliggende stappen, die lopen uit. Die zijn deels wel, deels niet gehaald. Wij hebben wel enige zorg, en daar sprak volgens mij de heer Hofland ook over, dat over twee weken de varianten besproken moet worden. Dat je daar eigenlijk, denk ik, als portefeuillehouder, als wethouder, al van op de hoogte zou moeten zijn. Maar dat laat ik vooral voor de wethouder. Wij willen straks een besluit kunnen nemen tijdens die vergadering van de kadernota. De kadernota stellen we inderdaad niet vast. Dan nemen we kennis van... Dat is de richting waarop we naar de begroting gaan. Maar daar doet de raad wel een uitspraak. En als het nodig zou moeten zijn zou er geamendeerd kunnen worden. En dat zien we... Dat zien we dan. Wij gaan ervan uit dat het college dat voorstel gaat doen en dat we daarover besluiten. Wat mijn fractie zich meer aan ergert, en dat is... Sluit aan op de vraag die de heer Hofland in eerste termijn stelde, hoe wij kijken naar de uitspraak van de fractie van Westland Verstandig, van we gaan alles aan het werk stellen om dit tegen te houden. Ja, dat is wel een democratisch besluit wat er genomen gaat worden. En dan kun je het over dualisme hebben.

Er is hier ook een besluit genomen, democratische meerderheid, om een zwembad in Wateringen open te houden, waar mijn fractie dus geen geheim geen voorstander van was. Financieel niet slim en doordacht. Maar wat het college wel heeft uitgevoerd, en waarvan wij niet getraineerd hebben, dat niet gedaan hebben... En hier wordt aan de voorkant al gezegd, wij gaan alles uit de kast halen om... Ik zou de heer Duijsens toch met klem willen vragen die woorden terug te nemen, want het is heel lastig samenwerken in een coalitie, waarbij één van je partners zegt, kan gebeuren wat er gebeurt, maar wij gaan alles op alles zetten om dat besluit niet uit te voeren. Voorzitter, het is meer een vraag aan de collega's aan de overkant dan aan uw college. Dan heb ik een motie... Is het goed als ik alleen het dictum voordraag? Gaat over de besluitvorming, draagt het college van B&W op alles te doen en niets na te laten omdat de gemeenteraad uiterlijk in zijn vergadering van 9 juli 2025 aan de hand van ten minste een ambitiedocument en een investeringsbegroting kan beraadslagen en besluiten over de planontwikkelingen en de realisatie van een nieuw theatergebouw de Naald, en gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ben ik bij de heer Bakker, VVD.

De heer Bakker:

Voorzitter. We hadden één vraag aan de wethouder, die is beantwoord, en de komende periode zal moeten blijken of daadwerkelijk die data gehaald worden. En er was inderdaad ook nog de vraag van de heer Hofland, en dan zit ik niet ver van de lijn van de heer Keizer af. Want de raad beslist, en het college voert uit. En wij refereren ook aan zwembad de Waterman. En dat geldt eigenlijk ook voor de besluiten die wij nemen rondom De Naald. En als er uitspraken gedaan worden om dit dan kosten wat het kost tegen te houden, is dat op partijtitel of op persoonlijke titel. Dat is puur een kwestie van stijl. Voor de Westlandse VVD is dit het niet naleven van een democratisch genomen besluit. Op het moment dat

niet nageleefd wordt wat wij besloten hebben als raad. Wij wisten dat er verschillen waren in onze coalitie, en als coalitiepartners, en dat die er best af en toe boven zouden komen drijven. En hierbij wisten we ook wel dat we bij besluiten af en toe de raad gewoon nodig hebben om iets door te voeren. Refererend aan de uitspraken die gedaan zijn rondom het tegenhouden of traineren van democratisch besloten uitspraak hier vanuit de raad, zien wij als verkiezingsretoriek. En verder gaan wij daar gewoon van uit dat datgene wat wij als raad besluiten, gewoon netjes uitgevoerd wordt. De voorzitter:

Dank u wel. Even kijken. Volgens mij ben ik bij de ChristenUnie-SGP.

Mevrouw Koen-Snijders: Ja, ga ik wel wat... Dank u wel, voorzitter. Wij hebben onze mening duidelijk gemaakt. Maar natuurlijk, wij zijn... Wij leven in een democratisch land. We hebben een Westlandse gemeenteraad die ook democratisch gekozen is, natuurlijk de meerderheid besluit, en dat lijkt mij klip en klaar. En ik meen de heer Duijsens toch ook gehoord... Volgens mij heeft hij toch ook gezegd dat ja, meerderheidsbesluiten gewoon genomen worden en uitgevoerd worden. Ik dacht dat toch wel beluisterd te hebben. Maar ik denk dat hij heel goed ook zelf het woord kan voeren hierover. Maar ja, wat dat te gaat, moeten we ook geen problemen maken... Groter maken dan ze zijn. En voor de rest geef ik toch graag het woord aan de heer Duijsens zelf daarover. De voorzitter:

Dat is goed. Ik neem aan... Ik interpreteer uw woorden als u wacht even af wat de reactie van de heer Duijsens zal zijn. Goed, de heer Van der Voort.

De heer Van der Voort: Dank u, voorzitter. We kunnen de heer Duijsens het woord geven, maar die heeft nog maar achttien seconden. Dus ik weet niet of hij dat in die tijd gaat redden. Nee. Zonder grappen, mijn fractie was al niet helemaal blij met deze avond. Ik vind het echt ophef creëren om het ophef creëren... Verkiezingsretoriek werd al aangehaald, maar dan richting de heer Duijsens. Maar dit is dus echt een avond verkiezingsretoriek. We lopen niet in control, we lopen achter. Het is spijkers ook op laag water, natuurlijk meerderheid voor de nieuwe Naald, en die wordt ook uitgevoerd. Ik zit er hetzelfde in als de heer Duijsens, ik wil geen nieuwe Naald. Dus ik zou ook niet meestemmen. Dat is hoe ik daarnaar kijk. Ik heb er genoeg over gezegd voor vanavond. De voorzitter:

Fractie Van Vliet, mevrouw Van Vliet.

Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Dualisme en democratie. Ja, legt toch een heel groot verschil tussen elkaar. Maar het grote verschil is eigenlijk dat we onze Westlanders hierin tekortdoen. Onze Westlanders die zitten te springen om een nieuwe Naald, om cultuur, om dans, om alles om dat hier te hebben. En niet daarvoor naar de grote steden te gaan. Geef dat ook dan die 117 duizend inwoners, en niet alleen de sport... En ik hoor u al lachen en gniffelen, maar het is niet om te lachen. Het is juist zonder dat we dat mislopen voor al de mensen hier. Dank u wel. De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Hofland: Voorzitter. Even nog een punt van orde heb ik net niet gezegd. Ik zou graag nog even straks na de reactie van het college even willen schorsen. We willen we de motie zien, en afhankelijk van wat er gebeurt, wellicht een derde termijn. Want wij zouden ook wellicht nog een inhoudelijke motie willen inbrengen. De voorzitter:

Ja. Kijk...

De heer Hofland: Ja, voorzitter, het is... Ik weet, ik heb niet aangekondigd, hè. Dus ik leg het voor aan de raad. En als de raad nee zegt, dan is het nee. De voorzitter:

Kijk, we hebben de gewoonte om in twee termijnen met elkaar van gedachten te wisselen. En het is ook goed als u nog een motie heeft, en daarom zei ik dat ook net zojuist tegen de heer Keizer. Dan kan het college daar ook op ingaan in haar tweede termijn. Dus ik zou toch willen verzoeken als u nog een motie heeft om die gewoon in de tweede termijn nu in te dienen, dan kan het college daarop op ingaan.

De heer Hofland: Ja, voorzitter. Dan zou ik willen voorstellen dat we nu even tien minuten schorsen, want dan hebben we ook de motie van GBW helder voor de geest. En dan kunnen wij even kijken wat we daarmee doen en het... De voorzitter:

Prima, maar dan is het misschien goed dat ik eerst nog even verzoek aan de heer Duijsens of die nog wil ingaan op de vraag van de heer Keizer. Ik kijk even naar de heer Duijsens, of hij dat nog wil.

De heer Duijsens: Nee, waarom zou ik? De voorzitter:

Helder? Dat is duidelijk. Goed. Dan...

De heer Keizer:

Voorzitter. Mag ik u vragen voor een schorsing van een half uur tot drie kwartier?

De voorzitter:

Ik schors tot... Eerst tot half... Tot tien uur. En als dat nodig is, dan schorsen we tot kwart over tien. Dus de vergadering is tot tien uur geschorst.

De voorzitter:

Wij wachten nog even op de fractie van het CDA, die heeft nog even wat langer nodig voor intern beraad.

De voorzitter:

Goed. Ik heropen de vergadering, en ik geef het woord aan de heer Hofland voor zijn inbreng van een motie nog in de tweede termijn.

De heer Hofland: Ja, voorzitter. Inhoudelijke motie gaan wij niet meer doen. We hebben... Er is zoveel gezegd. Volgens mij zijn er ook zoveel piketpaaltjes geslagen. De motie van GBW, die sluit denk ik... Of die slaat denk ik het uiterste piketpaal. En ik zou dan nog als laatste toevoeging aan mijn eerdere bijdrage willen vragen of de wethouders, of wethouder, wil toezeggen dat in ieder geval de data zoals die nu en vanavond geklonken en genoemd zijn, of dat... Of dat ook de harde data’s zullen mogen zijn en blijven. De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Van Staalduinen, namens het college voor de tweede termijn.

De heer Keizer:

Voorzitter. Kan ik daarna...

De voorzitter:

O sorry, de heer Keizer. Ja.

De heer Keizer:

Nee, kan ik daarna... Na de beantwoording van de wethouder nog een verklaring afgeven.

De voorzitter:

Ja.

De heer Keizer:

Dank.

Mevrouw Van Staalduinen: Sorry, mag ik...

De voorzitter:

Ja, u mag.

Mevrouw Van Staalduinen: Goed. Nogmaals, ik zal in ieder geval beginnen even bij de motie van GBW. Wat wij kunnen toezeggen is dat u in ieder geval alles voorhanden heeft negen juli om te kunnen besluiten, dat u de financiën heeft, dat u de onderbouwing heeft, dat u de varianten heeft. Alles te doen en niets na te laten vind ik een lastige, omdat... Er kan altijd wat gebeuren. Niet dat ik daar op uit ben, maar voor zover mogelijk zullen wij alles doen en niet te laten... Niets laten. Wat betreft D66, ik denk dat dat ook het antwoord op uw vraag is. Wij zullen... De heer Hofland: Voorzitter. Even een aanvullende vraag naar aanleiding van de motie die voorligt, en de toezegging van de wethouder. Welk voorstel of besluit gaat u 9 juli dan voorleggen bij onze gemeenteraad? Mevrouw Van Staalduinen: Ik heb net al aangegeven in het proces wat wij voor die meivakantie geven. Daar geven wij u alle varianten. Wij geven daar datgene wat wij financieel op dit moment kunnen uitzoeken. Dus u heeft in grote lijnen de financiën daarbij, u krijgt onze voorkeursvariant erbij. Dus u heeft een heel pakket waaruit u ook kunt kiezen wat uw variant is, en u krijgt daarbij... En zo is dat ook destijds afgesproken. U wilde dat wij een voorkeursvariant gaven, en die geven wij ook. Maar u krijgt ook de andere varianten erbij. Dus u kunt daar ook als u een andere keuze wilt maken, uw keuze uit maken.

De heer Keizer:

Voorzitter. Mag ik...

De voorzitter:

De heer Keizer.

De heer Keizer:

Naar aanleiding van de opmerking van de wethouder, als wij gewoon van alles te doen en niet na te laten... Op dat wegstrepen, en dan gewoon ervan maken: de gemeenteraad uiterlijk in zijn vergadering van. En tuurlijk, als daar ergens iets onverhoopt, maar u informeert de raad dan... Maar wij willen het wel graag bekrachtigen dat we dat besluit dan gaan nemen daar. Een afzonderlijk besluit.

Mevrouw Van Staalduinen: En wat ziet u dan in het ambitiedocument? Wat wilt u daar precies in zien? Want u krijgt van ons de verschillende varianten. U krijgt ook de overwegingen die we daarbij hebben, de vóór- en nadelen die wij zien. Wat wilt u nog? En u krijgt onze voorkeursvariant. Wat wilt u nog meer aan ambitie daarin? De heer Keizer:

Ja, maar wellicht... Wellicht zien wij dan uw variant als de ambitie, maar dat we in ieder geval op alle informatie tot ons hebben om een goed besluit te kunnen nemen. Weloverwogen. En natuurlijk kijken we naar de voorkeursvariant van het college, maar wellicht dat we nog een andere variant ontdekken. Maar dan hebben we alle stukken om een besluit te nemen.

Mevrouw Van Staalduinen: Dan kan ik daarin meegaan. De heer Keizer:

Dank u wel.

Mevrouw Van Staalduinen: Dan heeft het CDA aan mij gevraagd of ik in control ben. Ik vind niet dat ik daar een antwoord op moet geven. Dat is aan anderen te beoordelen. Ik vind wel dat wij een prima proces met onze ambtelijke organisatie hebben gelopen. Wij hebben wekelijks met elkaar hierover vergaderd. Wij hebben een stand van zaken. Ik heb de varianten die destijds door de commissie zijn... Of door de werkgroep zijn gegeven, die hebben wij meegenomen. Wat daar nog meer aan varianten in zitten, weet ik niet. Ik weet oprecht

niet, en ik vind dat ook terecht, de ambtenaren horen te komen met een weloverwogen verhaal. Dat proces hebben we zo afgesproken met elkaar. En dat lopen we ook. En om dan nog een specifiekere datum te noemen, 8 april hebben wij dit in het college voor een eerste lezing. 15 april wordt er een besluit genomen. En ik denk dat dat een goed afgesproken proces is. Daar hebben we ook van begin af aan niet geheimzinnig over gedaan, ook niet in de werkgroep. Dus ja, ik zie daar niet in dat we daar iets verkeerd hebben gedaan. En nogmaals, ik heb heel veel vertrouwen in het proces zoals dat nu loopt. We gaan het zien. Ik weet niet of ik nog meer vragen heb vergeten. Ik kijk nog even heel rond, want volgens mij ben ik rond. De voorzitter:

Dank u wel. Dan concludeer ik dat wij in twee termijnen hebben beraadslaagd. En dan ligt er nu voor een motie. Is er nog behoefte aan schorsing of stemverklaringen? Stemverklaring van de heer Keizer.

De heer Keizer:

Geen stemverklaring. Ik wilde graag... Ik had de heer Duijsens een vraag gesteld. Daar heeft hij op gereageerd in eerste termijn. Of tweede termijn, sorry. En ik zou daar graag iets over willen zeggen, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

De heer Keizer:

Ik wil in ieder geval een compliment maken aan de wethouder voor haar beantwoording, en de wijze hoe zij onze motie leest. Daar zijn we blij mee. We gaan dat besluit dus nemen op 9 juli. Dat is denk ik het grootste doel wat we met elkaar voor ogen hebben. Ik vind het betreurenswaardig dat onze coalitiepartner aangeeft, maar wij gaan er alles aan doen om het tegen te houden. Dat vind ik, vindt mijn fractie, niet getuigen van respect hebben voor een democratisch genomen besluit wat er al wel is genomen. Het is niet zo dat we nog geen besluit hebben genomen, we hebben al besloten dat er een nieuwe Naald komt. Dat hebben we vorig jaar gedaan. Maar wij realiseren ons ook, voorzitter, dat we een tien maanden zo ongeveer voor de verkiezingen zitten. En wij willen deze gemeente ook niet bestuurloos laten zijn. Als deze situatie zich eerder deze periode had voorgedaan, had het voor onze fractie breukwaardig geweest. Maar wij pakken onze bestuurlijke verantwoordelijkheid. En wensen vanuit deze positie, het college, en in het bijzonder de wethouders Goudswaard en Ferwerda, heel versterkt in deze bijna onmogelijke positie waarin gewerkt moet worden. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=268f8d70-6240-4030-84a5-cf6983df45d8