CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.01.29 Gemeente Westland Gemeenteraad

Gemeenteraad 19 februari 2025, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het woordelijk verslag van de openbare raadsvergadering van 29 januari 202523.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woordelijk verslag Van de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 29 januari 2025 om 19.00 uur in de raadzaal van Naaldwijk

Woordelijk verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 29 januari 2025 om 19.00 uur in de raadzaal van Naaldwijk Aanwezig Voorzitter

:

B.R. Arends

Raadsgriffier

:

P. van Oosten

Leden

:

A.J. van den Berg, J.W. van den Beukel, L.G. Boekestijn, A. Bongaards, D. Chafiâ, E.M.J. Daalhof, B.A. van Dijk, P.J.L.J. Duijsens, J.J. Eeltink, S. van Erven, N.J.M. de Gier, R. van der Giessen, B. Koen-Snijders, B.M. Hofland, K. Jansen-van Voorthuizen, J.J.A.C. de Jong, S.A.M. Kester, K.W.J. Klinkspoor, D. van Koppen, A. Leurink, C. van der Mark, A.P. van der Meer, G.J.M. de Munck-Schoordijk, R.M.A. Nederpel, J. de Nooy, D. Plomp, M.D. van der Stelt, M.W.M. Stokkers, J. van Veen, J. Vermeer-de Smit, A. van Vliet, G.B. Voois, J.A. van der Voort, P. Voskamp, J.G.M. Witkamp

Afwezig

: B.P.M. van der Stee, R.G.A. Lelieveld, J. Bogaard, R.K. Keizer, G.M. Bakker

Wethouders

:

C. van Staalduinen, A. Goudswaard, M. Ferwerda, P. Valstar

1. Opening en mededelingen De voorzitter: Goedenavond leden van de Raad, college en publiek op de publieke tribune en aan alle mensen die ons volgen via het internet of de Caiway. Ik open de vergadering. Wij hebben bericht van verhindering van mijnheren Lelieveld, Keizer, Bakker en Bogaard en van de zijde van het college is mijnheer Van der Stee afwezig alsmede mijnheer Weerts, de gemeentesecretaris, die zich laat vervangen door de loco-secretaris mijnheer Schenk. En kijken of er nog anderen zijn die ik niet genoemd heb, maar wel afwezig zijn. Iedereen verder aanwezig. Dat is mooi. 2. Vragenhalfuur De voorzitter: Er zijn geen vragen voor het vragen halfuur ingediend. Dat is een goed begin voor het nieuwe jaar. Hou dat vast. En ik had gehoopt dat het aantal moties ook eens wat minder zou worden dit jaar, maar u heeft de kerstdagen goed besteed en het kerstreces heeft geleid tot weer een stroom van moties waarmee u uw kaderstellende rol probeert te verstevigen. Alleen daar gaat moties niet over bij kaderstelling. Maar goed, wij gaan het weer meemaken vanavond. Dus kortom, ik ben weer helemaal klaar voor deze avond. U ook. Nou dat heb ik niet gezegd. Dat zijn uw woorden, mijnheer Voskamp. 3. Vaststelling van de agenda De voorzitter: Goed dan ben ik bij agendapunt drie, het vaststellen van de agenda.

3.1 Verzoek van de fractie Westland Verstandig om de motie inzake pilot bezorgdienst dringend nodige medicijnen ‘s avonds en in het weekend aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie MO van 10 februari 2025 De voorzitter: Er is een verzoek van de fractie van Westland Verstandig om de motie inzake de pilot bezorgdienst dringend nodige medicijnen ‘s avonds en in het weekend, om die aan de agenda toe te voegen en die eerst te behandelen in de raadscommissie MO van tien februari. Akkoord. 3.2 Verzoek van de fractie Westland Verstandig om het initiatiefvoorstel inzake vaststelling Verordening Gemeentelijke Ombudsman Westland 2025 aan de agenda toe te voegen om deze procedureel te behandelen en dit te behandelen in de raadscommissie Bestuur en Economie zodra de inhoudelijke reactie van het college is ontvangen De voorzitter: Dan van dezelfde fractie een verzoek om het initiatiefvoorstel inzake vaststelling Verordening voor een gemeentelijke ombudsman Westland 2025 aan de agenda toe te voegen en om deze procedureel te behandelen en dit te behandelen in de raadscommissie Bestuur en Economie. Ik stel u voor om dat inderdaad vanavond procedureel in behandeling te nemen, dus daarmee start dan de procedure voor de verdere behandeling.

Hij zal geagendeerd worden in een eerstvolgende raadscommissie Bestuur en Economie, zodra ook de inhoudelijke reactie van het college is ontvangen en dat zal dan waarschijnlijk maart of april zijn, vermoed ik. Akkoord. Mijnheer Duijsens: Kan het niet sneller? De voorzitter: Nee, dat kan niet sneller want voor de februaricyclus lukt het sowieso niet meer.

Mijnheer Duijsens: Dat begrijp ik, maar de reactie van het college? De voorzitter: Ik zei maart of april, zei ik. Dus op zijn vroegst is het maart. Mijnheer Duijsens: Maar wanneer denkt u dat het college reactie geeft? De voorzitter: Ik heb geen idee wat het college denkt. Mijnheer Duijsens: Dat is slecht. De voorzitter: Nou, vanuit deze rol niet. Mijnheer Duijsens: Dat mag u me straks even uitleggen. 3.3 Verzoek van de fractie Westland Verstandig om de motie inzake zinvolle invulling verpauperd tuinbouwgebied bij Duingeest aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie Ruimte van 11 februari 2025 De voorzitter: Dan het verzoek wederom van de fractie van Westland Verstandig om de motie zaken zinvolle invulling verpauperd tuinbouwgebied bij Duingeest, om die aan de agenda toe te voegen, maar die eerst te behandelen in de commissie Ruimte van elf februari. Akkoord. 3.4 Verzoek van de fractie Forum voor Democratie Westland om de motie inzake geen lightrailverbinding dwars door de gemeente Westland aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie Flora van 12 februari 2025 De voorzitter: Dan een verzoek van de fractie van Forum van Democratie om de motie inzake geen lightrailverbinding dwars door de gemeente Westland aan de agenda toe te voegen, maar die eerst te behandelen in de raadscommissie Flora van twaalf februari. Akkoord.

3.5 Verzoek van de fractie GemeenteBelang Westland om de motie inzake minder regels meer bouwen aan de agenda toe te voegen om deze direct te behandelen gezien de behandeling in de raadscommissie Wonen van 15 januari 2025 De voorzitter: Dan een verzoek van de fractie van GemeenteBelang Westland om de motie inzake minder regels meer bouwen aan de agenda toe te voegen en deze direct te behandelen, gezien de behandeling in de raadscommissie Wonen van vijftien januari. Kan u zich vinden in het verzoek om tot directe behandeling over te gaan? Ik zie instemmend geknik, dan akkoord.

3.6 Verzoek van de fractie D66 Westland om de motie inzake beloningssysteem voor ouders en scholieren aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie Ruimte van 11 februari 2025

De voorzitter: Dan is er een verzoek van de fractie van D66 om de motie inzake beloningssysteem voor ouders en scholieren aan de agenda toe te voegen, maar eerst behandeling in de raadscommissie Ruimte van elf februari. 3.7 Verzoek van de fractie D66 Westland om de motie inzake verkeersdrempels op aanvraag aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie Ruimte van 11 februari 2025 De voorzitter: Dan het verzoek van de fractie van D66 om de motie inzake verkeersdrempels op aanvraag aan de agenda toe te voegen en die ook eerst in de commissie Ruimte te behandelen van elf februari. 3.8 Verzoek van de fractie D66 Westland om de motie inzake verkeersveiligheid rondom schoolroutes aan de agenda toe te voegen om eerst te behandelen in de raadscommissie Ruimte van 11 februari 2025 De voorzitter: En tot slot van dezelfde fractie een verzoek om de motie inzake verkeersveiligheid rondom schoolroutes aan de agenda toe te voegen en die ook eerst te behandelen in de commissie Ruimte van elf februari. Akkoord? Mooi. Dan zijn we... Mijnheer Voskamp: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Voskamp. Mijnheer Voskamp: Als we toch bij de agenda zijn. Wij willen graag stemverklaring doen bij punt negen... De voorzitter: Punt negen. Mijnheer Van der Voort: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mijnheer Van der Voort: Ik wil ook graag stemverklaring bij punt negen doen.

De voorzitter: Ja. Anderen nog? Ja, mevrouw Daalhof. Zou u de microfoon willen gebruiken? Mijnheer Hofland: Bij dertien punt twee. De voorzitter: Dertien punt twee. Mijnheer Eeltink: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Eeltink. Mijnheer Eeltink: Voor zover er niet behandeld wordt, bij dertien punt drie een stemverklaring. Mevrouw Van der Stelt: Voorzitter? Aan de rechterkant. Ja, dank u. Indien niet behandeld, ook een stemverklaring bij agendapunt dertien punt twee. De voorzitter: Ja.

Mijnheer Duijsens: Als ik straks... Dan slaat u mij over. Dertien een, dertien twee, dertien drie stemverklaring. De voorzitter: Oké. Ja, mevrouw Van Erven. Mevrouw Van Erven: Wij ook graag stemverklaring bij dertien twee. De voorzitter: Oke. Mijnheer Van Koppen: En als we toch bezig zijn voorzitter, dertien drie graag. De voorzitter: U bent allemaal heel erg snel, want ik was nog bezig om te kijken of we überhaupt iets moesten behandelen bij de moties. Maar dat ga ik nu vragen en dan zijn al die opmerkingen over de stemverklaringen weer overbodig, maar ik ga eerst even kijken. Dertien punt een, dat is een motie van VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en GBW. Dat gaat over aanpak huisartsentekort, daarvan is het verzoek van de fractie van CDA om dat in twee termijnen te mogen behandelen. Volgens het reglement van orde behandelen wij de moties in een termijn als ze al in de commissie helemaal zijn besproken en het hoeft niet besproken te worden in een termijn als er niks gewijzigd is aan de tekst. Aangezien eraan de tekst niets gewijzigd is, zou ik dat ook gewoon in stemming kunnen brengen als u dat zou willen, maar u wilt twee. Ik begin gewoon met een en zie dan wel hoever we komen. Mijnheer Klinkspoor: Volledigheidshalve voorzitter, de tekst van dictum is wel gewijzigd op een punt, van Q1 naar Q2, dus in die zin heb ik aan de eisen van het reglement van orde voldaan.

En ik hoop dat u mij daar als voorzitter gelijk in geeft. En daarnaast, omdat de memo twee of drie dagen na de commissie MO kwam, lijkt mij dat ook voldoende reden om de motie wel te behandelen vanavond. Maar laten we het inderdaad in eerste instantie in eerste termijn doen en eventueel kunnen we dat altijd nog in tweede termijn. De voorzitter: En ik geef u graag gelijk. Mevrouw Van Erven. Mevrouw Van Erven: Ik wilde eigenlijk ook het punt van de memo even aandragen, maar dat heeft mijn collega al gedaan. De voorzitter: Wij beginnen gewoon met een termijn en dan zien we wel of er nog een tweede termijn nodig mocht zijn, maar laten we zeer terughoudend zijn want we laten niet de geleidende schaal hanteren. Dertien twee, motie is technisch licht aangepast, kan die in stemming gebracht worden of wilt u nog een behandeling bij dertien punt twee? Geen behandeling, anderen nog een behandeling dertien punt twee? Mijnheer Van der Meer: Voorzitter, wij willen graag een reactie van de wethouder op de wijziging. De voorzitter: Dat is technisch licht aangepast. Mijnheer Van der Meer: We zien daar toch ook wel een aanpassing in waarvan we denken, wat zal de wethouder daarmee willen?

De voorzitter: Oké. Dan geef ik gewoon behandeling in een termijn, maar dan moet u die vraag dan wel even stellen aan de wethouder. Want als u geen vraag stelt bij de behandeling, gaat de wethouder geen antwoord geven. Dan dertien punt drie, die motie is niet aangepast. Wilt u direct in stemming brengen of wilt u een behandeling in één termijn? Direct. Mijnheer Eeltink: Met een stemverklaring. De voorzitter: Ja, stemverklaring kan altijd, maar dan wordt die direct in stemming gebracht. De motie van GemeenteBelang Westland inzake minder regels meer bouwen gaat dus in twee termijnen. Dan is er nog een voorzien in wat lekkers bij de koffie en daarvoor geef ik graag het woord aan mijnheer Van der Mark. Mijnheer Van der Mark: Dank u wel. U krijgt zo meteen een plak cake met de naam van Bas van der Ende erachter hangend. Bas is bezig hard te werken aan een herstel na een ernstig auto-ongeluk. De kosten voor een hersteloperatie vragen een grote eigen bijdrage, daarom is er in het Westland een leuke actie opgestart en wij denken dat een plakje steun voor een dappere 14-jarige jongen best wel aangebracht is. Dus daarom het schoteltje met het vorkje. Dat was hem. De voorzitter: Ik denk dat het heel mooi is om dat te doen en ik hoop dat het ons allen ook goed smaakt en dat we daarmee ook zo de steun geven aan de actie cake voor Bas. Dan heb ik de agenda daarmee vastgesteld. 4.

Spreekrecht van burgers De voorzitter: Dan ben ik bij het spreekrecht voor inwoners. Er heeft zich één spreker gemeld, dat is de heer Ruigrok en die wil inspreken op de motie minder regels meer bouwen. Mijnheer Ruigrok, u was mooi op de hoogte van die motie blijkbaar. Dus hij stond nog niet eens op de agenda en u wist het al. Zal wel toeval zijn. Je bent van harte welkom om in te spreken, mijnheer Ruigrok, dus gaat uw gang. Mijnheer Ruigrok: Je moet goed op je zaakjes passen op dat je niks voorbij laat gaan, dus vandaar dat ik nogal kort op de bal speel wat betreft zaken als woningen, woningbouw. Daarom wil ik ook inspreken namens de huursvereniging WoonWest. We hebben de motie gelezen en wat ons als eerst opvalt is natuurlijk dat we na een heel traject in samenwerking van de woningcorporaties, de medewerkers van de gemeente, huurdersverenigingen, dat we uiteindelijk een document hebben gemaakt, een raamovereenkomst, met prestatieafspraken. Dat is een traject van enkele maanden, met veel werk van iedereen die daarin gestopt is, en we vragen ons toch of dat inderdaad wel goed onderkend wordt. Maar de overeenkomst is getekend en we zien eigenlijk nog geen maand later dat er dus alweer gemorreld wordt aan de overeenkomst. Dat er alweer op een gegeven moment zaken spelen van dit minder en dit niet goed.

Dat is natuurlijk wel vreemd, als daar op een gegeven moment zeven, acht handtekeningen onder staan, allemaal voorbereid is, en dat we dan uiteindelijk te maken krijgen dat er dus geroepen wordt, daar staan allemaal onnodige regels. Het gaat over het afschaffen van onnodige regels. Ik heb het hele traject meegemaakt vanuit de huursvereniging. Ik heb veel vergaderingen bijgewoond, maar we hebben daar niet gezeten voor het zoeken naar onnodige regels. Dat is nooit de insteek geweest. Nee, het zijn echt regels, afspraken, waarvan op een gegeven moment al die deelnemers hebben gezegd dat is nodig, echt nodig, allemaal om uiteindelijk meer vaart te krijgen in het bouwen van sociale huur. En als

we dan iedere keer toch weer zien dat er weer gemorreld wordt, dan vinden we dat niet alleen heel erg vervelend, maar wel aan ook de woningzoekende industrie. Want dan gaat er weer iets opspelen en dat gaat allemaal op een gegeven weer tot vertraging leiden en we weten ook dat als we het alle regeltjes afschaffen, dat ook projectontwikkelaars niet vooraan staan om sociale huur te gaan doen, want dat wordt gesuggereerd min of meer in het hele verhaal. Nou dat hebben we gezien de afgelopen tijd, dat gebeurt dus niet, te weinig. Om toch om de goede aantallen te komen van sociale huur, dan denken we dat we op een gegeven moment de, met name de woningcorporaties, iets in handen moeten hebben, een tool in handen moeten hebben om op een gegeven moment echt aan tafel te kunnen zitten met projectontwikkelaars en samen met hun uiteindelijk toch die sociale huur tot stand te brengen. Wij denken dat het met deze motie op een gegeven moment, zoals hier de insteek is, dat dat weer een stap achteruit is. Er is ook een groot verschil, want er wordt gezegd de projectontwikkelaars die kunnen ook sociale huur bouwen en dat zorgen ze ook wel voor, hebben we nog niet gezien tot nu toe. En het is toch echt wat anders als je dus op een gegeven moment een huis huurt, sociale huur, van een projectontwikkelaar of van een investeerder dan van een huurdersvereniging of van een woningcorporatie.

We pakken nu maar een dingetje uit de overeenkomst, maar we vergeten allemaal alle andere afspraken die daarin staan, daar hoor ik niemand over. Wij menen als huurdersvereniging dat juist sociale huur gekoppeld moet zijn bij woningcorporaties, want die kijken veel meer, veel breder, werken samen met de gemeente als het gaat om leefbaarheid, spreiding van groepen, dat krijgen we ook steeds te horen, er wordt onvoldoende verspreid, dan heb je op een gegeven moment de woningcorporaties nodig want die moeten toch altijd weer dat soort dingen oplossen, betaalbaarheid, beschikbaarheid. Nogmaals, als het vanuit de huurdersvereniging betreft, dan zou wat ons betreft deze motie in ieder geval niet moeten worden aangenomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en u bent exact binnen de tijd mijnheer Ruigrok, dat heeft u keurig gedaan. Mijnheer Ruigrok: Ja ik weet het, anders krijgen we ruzie. De voorzitter: Nou u krijgt met mij niet zo snel ruzie, maar althans, valt wel mee, maar dank u wel en ik wens u nog een prettige avond. 5. Voorstel tot vaststelling van het woordelijk verslag van de openbare raadsvergadering van 11 december 2024 De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt vijf, het verslag van de vorige raadsvergadering elf december. Akkoord 6. Lijsten in- en uitgaande stukken De voorzitter: De lijst van in- en uitgaande stukken, akkoord.

7. Stemming (staken van stemmen Raad 11-12-24) De voorzitter: Dan ben ik bij agendapunt zeven, dat gaat over de stemmingen rondom het voorstel tot vaststelling van het voetgangersbeleid van Westland en het beschikbaar stellen van een krediet voor de uitvoering van het maatregelenpakket. Daar is de vorige keer een amendement ingediend door de

fractie van Forum voor Democratie. Bij de stemming daarover staakten de stemmen, dus moet er vanavond opnieuw gestemd worden. Geen verder inhoudelijk debat meer daarover, ook geen stemverklaringen, dus vanavond alleen nog maar een hernieuwde stemming. Ik breng eerst zo dadelijk het amendement in stemming en daarna het voorstel, al dan niet geamendeerd. Dus als u allemaal uw pasjes wilt gebruiken in het systeem en dan kunt u nu uw stem uitbrengen op het amendement. En de uitslag is vierentwintig voor, elf tegen. De fracties van Westland Verstandig, GemeenteBelang Westland, LPF, VVD, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie hebben voor gestemd, de fracties van CDA, D66, GroenLinks, PvdA en fractie Van Vliet hebben tegen gestemd. Het amendement is daarmee aangenomen. Mijnheer Plomp: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Plomp. Mijnheer Plomp: Ik ga ervan uit dat ik over het voorstel wel een stemverklaring mag afgeven? De voorzitter: Over het geamendeerde voorstel mag u nu nog een stemverklaring geven. Mijnheer Plomp: Graag. Ondanks dat het amendement aangenomen is en naar onze mening daardoor het voorstel iets minder goed is geworden, is het nog steeds een goed genoeg voorstel dat wij wel voor het voorstel zullen stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog een stemverklaring? Niet het geval, dan breng ik het geamendeerde voorstel in stemming.

En het geamendeerde voorstel is aangenomen met vierendertig stemmen voor, een tegen. De fractie Van Vliet heeft tegen gestemd, alle andere fracties hebben voor gestemd. Het geamendeerde voorstel is aangenomen. Aldus besloten. 8. Voorstel tot instemming met het afsluiten van een huurovereenkomst met Stichting Waterman Natuurlijk De voorzitter: Dan ben ik bij de hamerstukken en dan geef ik het woord aan de fractie van LPF, mijnheer Voskamp, voor het afleggen van een stemverklaring. Mijnheer Voskamp: Dank u wel voorzitter. Wij zijn voor dit voorstel, alleen zouden wij graag nog een keer per memo willen vernemen waarom de kosten zo hoog zijn om het kleine stukje nieuwe weg bebouwde kom te maken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Voort, Forum voor Democratie. Mijnheer Van der Voort: Hele mond vol, ik snap het. Voorzitter, zoals aangekondigd in de commissie Ruimte wil ik een stemverklaring doen. Wij zijn tegen dit voorstel. Het verruimen van de grenzen van de bebouwde kommen en daarmee het verlagen van de snelheden is een grote stap naar verstedelijking. Daarbij zou het verlagen van de snelheid vanwege veiligheid alleen maar bijdragen aan meer files en ergernissen. Maar aangezien heel de Raad hier het mee eens is behalve wij, laat ik het maar zo. Maar we zijn erop tegen.

9. Voorstel tot vaststelling van het actualiseren bebouwde komgrens Poeldijk & 10. Voorstel tot verlenging van het contract met PricewaterhouseCoopers Accountants NV inzake controle jaarrekening 2025 De voorzitter: Dank u wel en dan concludeer ik dat bij de agendapunten acht, negen en tien, met uitzondering van het voorstel negen want daar is de fractie van Forum voor Democratie tegen, alle andere fracties overal voor hebben gestemd. Aldus besloten. 11. Voorstel tot vaststelling van de Huisvestingsverordening Gemeente Westland 2025 De voorzitter: Dan ben ik bij agendapunt elf, de Huisvestingsverordening Gemeente Westland 2025. Ik inventariseer even wie daarover het woord wil voeren. LPF-fractie ook nog iemand, nee? Dan geef ik als eerste het woord aan mijnheer Hofland. Mijnheer Hofland: Voorzitter dank u wel. Doen we het vanaf deze plek? De voorzitter: Daarmee kan het publiek op de tribune ook uw gezicht zien en dat is toch mooier dan uw rug. Alhoewel, u heeft vast ongetwijfeld een mooie rug, daar gaat het niet om. Mijnheer Hofland: Voorzitter, vandaar dat ik zoveel truien aan heb, om een klein beetje van de schoonheid te verbloemen. Voorzitter dank u wel. Vanavond ligt de Huisvestingsverordening voor en wij hebben daar in de commissie uitvoerig over gesproken.

Volgens mij ligt er naar ons idee, op een punt, liggen er nog vragen en dat is ook het punt waarvoor wij twee moties hebben ingediend. Met de Huisvestingsverordening die vanavond voorligt, zorgen wij ervoor dat we voor vijfentwintig procent lokaal maatwerk de stap kunnen maken naar vijftig procent lokaal maatwerk. Dat is een goede stap, is een stap oorspronkelijk geïnitieerd door de D66 minister Kajsa Ollongren, en wij zien dat dus ook graag in de praktijk gerealiseerd binnen Westland. Wij vinden het ook belangrijk dat we binnen die vijftig procent lokaal maatwerk in specifieke gevallen aan vitale beroepen voorrang gaan geven en dat kunnen we volgens de nieuwe huisvestingswet ook regelen. Zodoende hebben wij twee moties opgewerkt voor dit moment. Een motie die onderzoekt, of het college vraagt te onderzoeken, om te kijken welke vitale beroepen hebben schaarste binnen Westland en vragen een voorkeurspositie binnen Westland, zodat wij deze doelgroepen op een fatsoenlijke wijze kunnen huisvesten en deze beroepsgroepen dus Westland kunnen intrekken. En twee, omdat wij daar zelf al hele concrete ideeën over hebben, willen wij graag het college verzoeken om diverse beroepsgroepen alvast aan te wijzen.

Want het punt van discussie dat hier vanavond nog steeds open ligt, en dat is wat ons betreft ook nog een punt van discussie, moet dat via de beleidsregels of moet dat via de Huisvestingsverordening? Als dat uiteindelijk via de beleidsregels gaat, dan doen wij een voorschot en dat doen we dus voor onderwijs en personeel, pedagogisch medewerkers, zorgpersoneel, politie, brandweer, et cetera. Deze doelgroepen, naar ons idee, hebben last van schaarste en vragen dus een speciale positie bij ons om voorkeur te krijgen binnen de woningmarkt. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Geef ik het woord aan mijnheer De Gier. Mijnheer De Gier: Dank u voorzitter. Voorzitter, het is goed dat er een nieuwe Huisvestingsverordening voorligt, alleen zoals u bij dit agendapunt zult merken, zijn er bij de Raad nog wel wat vragen en dat komt omdat de Raad eigenlijk niet betrokken was bij de voorbereiding van deze

Huisvestingsverordening. Zo zijn we blij natuurlijk dat we nu vijftig procent voor lokaal maatwerk kunnen aanwijzen, en dat is niet alleen de inwoners van Westland maar ook de economisch gebondenen voor het Westland, maar tegelijkertijd zien we dan dat er al vijftien procent weer vanaf gaat, namelijk degenen die urgentie krijgen en andere doelgroepen die een voorrang krijgen, die in het verleden niet onder de vijfentwintig procent vielen. Dat maakt dat het gedeelte wat erbij komt, die tien procent, dat we daar wel zuinig op moeten zijn. En hoe meer doelgroepen we gaan aanwijzen, hoe kleiner het gedeelte overblijft voor zeg maar de gewone woningzoekenden. Vandaar dat ook in de commissie en eigenlijk ook hier weer er een hele discussie is, hoe gaan we nou die speciale doelgroepen aanwijzen? Doet het college dat, doet de raad dat? Wij zijn ervan overtuigd dat de raad dat zou moeten doen in de verordening zelf. Maar daarvoor moeten we inderdaad eerst onderzoeken wat dan die beroepsgroepen bijvoorbeeld zijn waar een schaarste aan is en vandaar dat wij samen met GroenLinks de motie van D66 ook op dat punt steunen. Tot nu toe hebben we altijd gezegd, de voorrang die we aan de eigen bevolking geven, die richten we op de nieuwbouw.

Daarmee werd ongeveer die vijfentwintig procent goed ingevuld, maar nu de groep natuurlijk groter is die we mogen toewijzen, is tegelijkertijd een klein beetje de vraag welke woningen gaan we nu aanwijzen en waar is nu echt een schaarste aan, naast het feit dat de hele sociale sector een schaarste aan is? En ik vroeg me dus af, maar misschien kan de wethouder daar antwoord op geven, of we het nog steeds alleen maar bij die nieuwbouw houden of dat we bijvoorbeeld ook de groep goedkope sociale huurwoningen bijvoorbeeld aan kunnen wijzen als de groep waarvoor de eigen bevolking eerst in aanmerking komt? De zogenaamde ijzeren voorraad die onder de vijfhonderd euro ligt. Want met het passend toewijzen is de groep met de lage inkomens ongeveer het kind van een rekening geworden. Voor zover nu in de eerste termijn. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar het dictum van de moties die zijn ingediend, want de motie elf punt twee, die verzoekt het college om te onderzoeken binnen welke beroepsgroep er aantoonbaar een tekort is, maar motie elf een die geeft al aan dat onderwijzend personeel pedagogische medewerkers binnen de kinderopvang, zorgpersoneel, politie en brandweer, om die alvast op te nemen.

Zou het nog even handig zijn om na te denken of u beide moties in elkaar kunt schuiven? Waarbij misschien het begint met verzoekt het college te onderzoeken welke beroepsgroepen en dan vervolgens, wat dan onder een staat bij motie elf een, om te bouwen als en daarop vooruitlopend alvast onderwijspersoneel enzovoorts. Volgens mij kan dan de motie snel ineengeschoven worden en wordt daarmee de strekking van uw bedoelingen ook niet tekortgedaan. Maar ik geef dit maar mee als een suggestie. Mijnheer De Gier: Voorzitter, we nemen het even mee in overweging. Oorspronkelijk was het een motie en we hebben hem juist na overleg ook met collega-raadsleden uit elkaar getrokken. Ik laat het nog even bezinken in de komende minuten... De voorzitter: Doet u dat en dan ga ik nu verder met mijnheer Van den Berg. Mijnheer Van den Berg: Voorzitter, toenmalig minister Wonen, Hugo de Jonge, wilde dat gemeenten meer mogelijkheden zouden krijgen om eigen inwoners die een huis willen huren of kopen in hun gemeente voorrang te geven ten opzichte van mensen van buiten de gemeente. Ook zouden de gemeenten de ruimte moeten krijgen om woningen toe te wijzen aan mensen met een cruciaal beroep zoals leraren, verpleegkundigen, politieagenten, brandweerlieden. Door een wijziging van de huisvestingswet, die op één januari van het vorig jaar is ingegaan, zijn beide wensen van de toenmalige

minister ook werkelijkheid geworden. Fractie van GemeenteBelang Westland is enthousiast over de nieuwe mogelijkheden van de huisvestingswet. Niet voor niets hebben wij uw college meer dan eens aangespoord die nieuwe mogelijkheden ook in Westland in te voeren. Nu uw voorstel daarvoor op tafel ligt, mijnheer de voorzitter, spijt het ons te moeten zeggen dat die voorstellen ons zwaar teleurstellen. In ieder geval gaan de kansen en mogelijkheden van de Westlandse woningzoekenden er met uw voorstellen absoluut niet op vooruit. Integendeel zelfs. Zo is het bijvoorbeeld de opzet van toenmalig minister De Jonge dat de gemeenteraad zelf kan bepalen, als het om de toepassing van de woonregels gaat, of ze kiest voor binding met de woningmarktregio, de gemeente of zelfs een deel van de gemeente, bijvoorbeeld alleen Watering of alleen de Lier of alleen Monster. Uw college stelt niettemin voor om zowel de woningzoekenden met een binding aan de woningmarktregio Haaglanden, dus ook uit Wassenaar, als woningzoekende met een binding aan Westland in aanmerking laten komen voor de vijftig procent voorrangsmaatregel.

Dan blijft toch alles bij het oude, mijnheer de voorzitter, en worden Westlandse woningzoekenden toch niet wijzer van de nieuwe huisvestingswet? Welk Westlands belang is er dan wel bij gebaat, bij uw voorstel? Geen enkel toch? Behalve met de vijftig procent voorrangsregel kan een woningzoekende ook met een urgentieverklaring voorrang worden verleend. Beide bepalingen kunnen heel goed naast elkaar worden toegepast, dat staat in ieder geval letterlijk zo in de memorie van toelichting bij de huisvestingswet. Niettemin wil uw college een nieuwe maatregel invoeren waarbij woningtoewijzingen op grond van een urgentieverklaring verrekend worden met de vijftig procent voorrangsmaatregel. Per saldo neemt hij door de ruimte om voorrang te geven aan woningzoekenden met een lokale binding naar uw schatting af van vijftig procent naar vijfendertig procent. Even voor een goed begrip, bij de zeshonderd vijftig verhuringen per jaar betekent dit dus dat honderd woningzoekenden uit Westland geen voorrang verleend kunnen worden. Nergens in de huisvestingswet staat echter dat u deze maatregel op deze manier moet invoeren, waarom voert u dat dan zo in? Welk Westlands belang is ermee gebaat? Geen enkel toch? Als eerder gezegd geeft de nieuwe huisvestingswet de gemeente ook de ruimte om met voorrang woningen toe te wijzen aan mensen met een cruciaal beroep.

Bijna automatisch wordt dan gedacht aan verpleegkundigen, leraren, politie en de brandweermensen. Maar in Westland kan het bijvoorbeeld ook heel goed gaan om mensen die werken in de glastuinbouw of om bloemenverdelers bij FloraHolland. En voorrang geven aan mensen met een cruciaal beroep is ronduit discriminerend, want voorrang voor de een betekent dat een andere woningzoekende langer moet wachten. Toch kan het van belang zijn dat zo'n voorrangsregel voor cruciale beroepen wordt gesteld. Zaak is het dan wel dat willekeur wordt voorkomen en de keuze voor welke beroepen worden gemaakt, verdienen heel open en heel zorgvuldig te worden gemaakt. Daarom ook is in de huisvestingswet het zo geregeld dat alleen de gemeenteraad die voorrangsregels stelt en bepaalt welke beroepsgroepen ervoor in aanmerking komen. Dit zorgt er dan in ieder geval voor dat de democratische legitimiteit van de regels voor de woonruimteverdeling en de transparantie, de openheid daarvan, zijn gewaarborgd. Dat weegt voor ons, de fractie van GBW, ook veel zwaarder dan de praktische overwegingen van uw college dat het eenvoudiger is hiervoor beleidsregels op te stellen en dat u ook nog eens heel ad hoc dat beleid zou kunnen aanpassen. De ene keer twee brandweerlieden, de andere keer drie politieagenten.

Daarom ook, mijnheer de voorzitter, kan het niet zo zijn dat deze mogelijkheid van de huisvestingswet, zoals dus het stellen van voorrangsregels voor cruciale beroepen, wordt gemandateerd naar uw college van burgemeester en wethouders. Kort en goed, mijnheer de voorzitter, met uw voorstel voor een huisvestingsverordening 2025 schieten de woningzoekenden in het Westland helemaal niets mee op. Integendeel zelfs, want waar toenmalig minister De Jonge de gemeenteraad de mogelijkheid geeft om meer Westlandse woningzoekenden met voorrang in aanmerking te laten komen voor een huur- of koopwoning in Westland, wilt u in uw voorstel gek genoeg

juist minder Westlandse woningzoekenden voorrang gaan verlenen. Het lijkt ons daarom voor de hand te liggen dat de gemeenteraad uw college vraagt dit voorstel terug te nemen en met een voorstel te komen waarbij de wettelijke mogelijkheden voor lokaal maatwerk optimaal worden benut en dat dan zolang de bestaande huisvestingsverordening maar gehandhaafd blijft. En u zult begrijpen mijnheer de voorzitter, dat de fractie van GBW de voorstellen zoals die er nu liggen, in ieder geval niet zal steunen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mijnheer Klinkspoor. Mijnheer Klinkspoor: Voorzitter dank u wel. Voorzitter, een verordening die bij de meeste gemeenten geruisloos passeert in de Raad krijgen we in Westland weer voor elkaar om die hier zo uitgebreid met elkaar te behandelen. En dat verwijt ik niet de Raad, maar het college, voorzitter, want de antwoorden kwamen niet tijdens de commissie op de vragen die gesteld werden. Het memo dat werd toegezegd kwam A te laat en gaf B vrij summier antwoord op de vragen die gesteld werden tijdens de commissie, waardoor wij nu nog steeds met heel veel vragen zitten die toen al gesteld werden. Dan vind ik het niet vreemd, voorzitter, dat wij vanavond wederom bijeen zijn om deze huisvestingsverordening met elkaar te bespreken. Ik vind het zonde en ik vraag het college hierop reflectie te geven, op het proces.

Wat als een ding vaststaat, is dat we eigenlijk al te laat zijn met het proces wat we met elkaar hadden afgesproken in de regio. De inwerkingtreding zou op een januari jongstleden hebben moeten plaatsgevonden. Waar die verordening dan gebleven is in het najaar, ik heb er in de commissie al naar gevraagd en ik vraag het college wederom daarop een reflectie te geven, want het college is collectief en als een verantwoordelijk voor het zorgen van de besluitvorming hier zo. En die had hier gewoon in het najaar kunnen liggen. Goed voorzitter, dat zijn procesmatige opmerkingen. We hebben ook een aantal inhoudelijke vragen die grotendeels ook al tijdens de commissie zijn gesteld en uiteraard, ik begin daarmee met het positieve, zijn we blij dat de vernieuwde huisvestingswet die een meerderheid heeft gekregen door oud-minister De Jonge van het CDA. Ik zie mijnheer Benjamin Hofland toch alweer lachen van D66. Dat dat meer mogelijkheden geeft voor de toewijzing aan onze eigen inwoners.

Alleen, hoe ziet het college dan die toewijzing en hoe vullen we die dan in? En daarom kom ik op mijn volgende vraag, want houdt het college vast aan de zienswijze die het had tijdens de commissievergadering dat wij als Raad geen aanpassingen mogen doen aan de verordening, omdat het allemaal in de regio al is afgesproken? Ik lees in de memorie van toelichting namelijk dat de vernieuwde huisvestingswet nogal een zware verantwoordelijkheid legt bij de gemeenteraad. Tweede vraag, in uw voorstel schrijft u op pagina een dat er aanvullende beleidsregels zullen vastgesteld worden door het college. En onzes inziens kan dat helemaal niet. De behandeling van de wet geeft duidelijk aan dat zaken niet, tenminste anders dan de uitvoering, niet gedelegeerd kunnen worden aan het college door de gemeenteraad. Ik hoor de wethouder daar graag op. Dat brengt mij gelijk even bij de moties die zijn ingediend op dit agendapunt. Over de motie van D66 inzake het aanwijzen van vitale beroepsgroepen, wij willen daar eerst onderzoek naar en daarom steunen wij van harte de motie, die ook mede is ingediend door PvdA en GroenLinks, maar om nu gelijk al een aantal beroepsgroepen eruit te pikken, gaat voor ons op dit moment te ver. Voorzitter, dan de andere vragen aan het college.

Die vitale beroepsgroepen die in de moties genoemd staan, dat wil zeggen dat zijn mensen, aldus de wet, die een economische binding hebben aan Westland. Hoe gaan we die aanwijzen? Want dat kan niet met aanvullende regels. En graag hoor ik het college daarop. Hoe worden urgenten met lokale binding nu behandeld? Mijnheer Van den Berg gaf daar al een kleine lezing over. Gaan we die nu in die vijftig procent gooien die we zelf mogen toewijzen of gaan we

urgenten alleen op urgentie behandelen, zodat we meer ruimte overhouden in de vijftig procent om lokaal toe te wijzen aan onze eigen inwoners? Hoor ik graag de wethouder ook op. En tot slot, het staat in het voorstel genoemd dat er een nieuw juridisch onderzoek is aangevraagd naar de houdbaarheid van een van onze registers. Graag wil ik weten van de wethouder of dat onderzoek al is afgerond en of wij daarvan de resultaten kunnen krijgen. Voorzitter, afrondend, wij hebben ernstige twijfels met het voorstel op dit moment en wij zullen de beantwoording van de wethouder nauwgezet volgen. We zijn er namelijk nog niet uit of we op dit moment voor of tegen het huidige voorstel stemmen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Geef ik het woord aan mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk: Dank u wel voorzitter. In de basis is de Westlandse VVD blij dat we met de wijziging van de huisvestingswet onze eigen huisvestingsverordening kunnen updaten en meer mogelijkheden krijgen om lokaal toe te wijzen. Echter, met de beantwoording tijdens de commissie en het memo dat de Raad afgelopen maandag toegestuurd heeft gekregen, heeft de wethouder nog niet alle onduidelijkheden voor ons weg kunnen nemen. Net als dat andere raadsleden al aangaven, is het belangrijkste punt dat voor ons is blijven liggen hoe het nu precies zit met het bepalen van de vitale beroepsgroepen.

Ik heb de memorie van toelichting van de landelijke huisvestingswet er zelf op nageslagen en wat voor mij dus nog niet duidelijk is, is waarom de memorie van de wet telkens spreekt over het vastleggen in de verordening en in antwoorden op vragen in de commissie we te horen krijgen dat ze worden vastgelegd in daarvoor opgestelde beleidsregels. Dus wat is het nu? Moeten wij als gemeenteraad bepalen welke beroepsgroepen er in de verordening komen? Kan de Raad dit nog doe bij de andere aangekondigde wijzigingen die volgen verderop in het jaar? En kan de wethouder uitleggen waar het verschil hem precies in zit en waarom het college dus per se nodig acht dit te regelen in beleidsregels? Onze fractie zou het vervelend vinden als wij nu met een verordening instemmen en dat vervolgens later blijkt dat het bepalen van de vitale beroepsgroepen een gepasseerd station is. Voorzitter, een ander punt waar ik op aansloeg in de memorie van toelichting van de huisvestingswet heeft te maken met de onderbouwing. Er wordt namelijk geschreven dat het echter aan de gemeente is om zelf te bepalen wat zij onder vitaal beroep verstaat, mits zij dat in de huisvestingsverordening onderbouwd en daarbij aantoont waarom die beroepen vitaal zijn voor de gemeente en dat er binnen de gemeente schaarste is aan deze beroepen.

Wij hebben van de wethouder wel een schaarste onderbouwing gehad over de noodzaak van extra sociale huurwoningen, maar dat gaat puur over de aantallen, waardoor de onderbouwing qua vitale beroepsgroepen lijkt te missen. De Westlandse VVD acht het wel van belang dat we als Raad helder hebben waarom we wel of niet voor bepaalde beroepsgroepen kiezen, die we dus voorrang gaan geven met het huisvesten. Kan de wethouder hier nog op ingaan? Daarmee zou ik ook gelijk de brug willen slaan naar de moties van D66. De Westlandse VVD zal voor de motie stemmen die oproept tot onderzoeken welke beroepsgroepen voor Westland als vitaal kunnen worden aangemerkt. De motie die nu al specifieke beroepsgroepen aanmerkt zullen wij niet steunen, omdat we simpelweg dus nog niet weten waarom onze gemeente precies behoefte heeft aan het ene beroep wel en het andere niet. En daarmee zouden we dus eerst dat nadere onderzoek willen afwachten. Het onderzoek uitvragen is sowieso waardevol, omdat we hebben begrepen dat er dit jaar nog meerdere wijzigingen zullen volgen. Ik hoop dat de wethouder de onduidelijkheden kan wegnemen en ik kijk uit naar de beantwoording. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Duijsens.

Mijnheer Duijsens: Leden van de Raad. Mevrouw Ollongren van D66, die van functie elders of mijnheer De Jonge van het CDA met al hun geweldige daden hebben zij ons in het westen toch niet heel veel verder gebracht, want de woningnood is er nog steeds en deze verordening zoals die er nu ligt is een gevolg van datgene wat we al jaren eigenlijk verkeerd doen. En wat doen we verkeerd? Westland Verstandig is al heel lange tijd doende en bezig om aan een gemeentelijk woningbedrijf te denken en aan de Woningnet, in ieder geval de regels van Woningnet, te veranderen. Als je daarin zou slagen, dan zou je ook van dit vreselijke systeem, want ieder jaar stellen we een verordening vast, verordening is ongeveer de gemene deler van alle negen deelnemende gemeentes, dus daar komt Westland natuurlijk niet goed uit. En dat is al zolang wij in ieder geval in de Raad zitten, is dat het geval. Dus er zal alleen een fundamentele wijziging van die ondergrond nodig zijn, dus dat hele systeem zou anders moeten, in het belang van de inwoners en woningzoekenden van Westland. Mijnheer De Gier: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Gier. Mijnheer De Gier: Misschien kan mijnheer Duijsens uitleggen wat een gemeentelijk woningbedrijf te maken heeft met de verordening waar zij ook aan moeten gaan voldoen. Mijnheer Duijsens: Dat is het hele systeem van...

We zitten in Woningnet en dat heeft alles met die verordening te maken, dat heeft alles met die regio te maken. Er zijn methodes, er zijn gemeentes die los van die regio toch afspraken maken met de provincie en dan hun eigen beleid kunnen hanteren. Maar dat zijn gemeentes die dat durven, die zien wat het probleem is, het probleem ook aanpakken. En wij als Westland, wij zijn als enige die en die regels van Woningnet willen veranderen, of überhaupt uit Woningnet eventueel stappen, daar overleg over te voeren en eventueel een eigen woningbedrijf, want daarmee heb je de zaak compleet en kun je als gemeente aan de knoppen draaien en nu draaien gewoon anderen aan de knoppen. Dan krijg je avonden zoals deze bij dit thema. Dan zitten we allemaal te huilen, hoe kan het nou toch dat we dit soort regelingen opgedrongen krijgen? We kunnen er geen wijzigingen in aanbrengen. Amendement betekent dat we de oude verordening hebben, dat betekent dat we aan die vijfentwintig procent vasthouden, dat we vijftig procent missen en dan zijn we slechter af. Dus dat is een beetje de dwangpositie, dat Westland in feite klem zit tussen een deur waar we niet uitkomen. En daar zullen we ook niet uitkomen, daar zullen we de komende tijd ook niet uitkomen. De voorzitter: Mijnheer De Gier. Mijnheer De Gier: Voorzitter, ik krijg geen antwoord op mijn vraag, maar misschien kan ik hem dan specificeren.

Kunt u mij een gemeente noemen die een gemeentelijk woningbedrijf heeft die niet hoeft te voldoen aan de regionale woonruimte verordening? Mijnheer Duijsens: In de provincie Utrecht zit een aantal gemeentes die dat hebben. Die hebben zich losgemaakt van de regionale dingen en die kunnen daar ook met een eigen woningbedrijf het nodige aan doen. En er zijn meer gemeentes met een eigen woningbedrijf die niet aan die regels gebonden zijn. Absoluut zeker. Goed, de vijftig procent, daar is het al over gehad, 50 procent...

Mijnheer De Gier: Voorzitter, nog een vraag dan. De heer Duysens is advocaat, misschien kan hij dan aanwijzen in de Woningwet waar het staat dat je binnen een huisvestingsregio zomaar mag afwijken van de gemeenschappelijke huisvestingsverordening, want volgens mij mag dat gewoon helemaal niet. Mijnheer Duijsens: U bedoelt, ik hoop toch, de huisvestingswet? De voorzitter: Mijnheer Duijsens. Mijnheer Duijsens: U noemde de Woningwet. De huisvestingswet van 2014, die mogelijkheid is daar. Absoluut. Dat hebben we toen ook bekeken in 2014, of dat überhaupt kon, en dat kan absoluut wel. Maar goed, we komen erop terug. Ik zal het u wel een keer uiteenzetten. Nou, vijftig procent lokaal toewijzen, dat is de winst van deze verordening, zou ik bijna willen zeggen. Maar goed, die winst wordt weer een beetje weggepakt door het feit dat... Mijnheer Van den Berg: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer van den Berg. Mijnheer Van den Berg: Ik wil graag vragen aan mijn collega van Westland Verstandig, in de huidige verordening zoals die nu geldt houden we voor regionaal maatwerk aan wat wettelijk maximaal mag en we houden lokaal aan wat wettelijk maximaal mag. Als ik kijk naar de wars woorden wel, veranderen die twee artikelen, er verandert geen letter in. Dus met de verordening zoals die nu voorligt blijven we vijfentwintig procent regionaal toewijzen en we blijven vijfentwintig procent...

Dus we schieten er niks mee op, met de mogelijkheden die of mevrouw Ollongren, of mijnheer De Jonge of misschien is mijnheer ik weet het niet wie heeft bedacht, we schieten er niks mee op. Mijnheer Duijsens: Nou mijnheer Van den Berg... De voorzitter: Mijnheer Duijsens. Mijnheer Duijsens: Het is altijd goed om iemand dan zijn verhaal te laten afmaken. Ik begrijp, en ik wil dat graag van het college bevestigd zien van de wethouder, dat het eindelijk van de honderd procent, dat er op dit moment vijfentachtig procent naar Westlanders gaat en vijftien procent buiten Westland. Dus dat betekent, even in mijn eenvoudige visie, toch de vijftig procent vasthoudend, daar gaat vijftien procent af wegens urgenten en wegens de maatschappelijke uitstroom, zoals dat ook in de in de verordening staat, dus dan kom je op vijfendertig procent uit. Dus die vijftien procent, dat is onzeker. Er staat urgentie gevallen met lokale binding, zo staat het in de verordening, dus wat lokale binding dan inhoudt, dat wil ik ook graag van wethouder weten. En van die andere vijftig procent, vijftig procent regionaal, wordt ook nog een keer vijfendertig procent. Dat is de praktijk, daar werken we mee. Wat dat betreft is het allemaal nog niet zo belabberd als wij hier met zijn allen op dit moment aannemen.

En ik wil graag bevestiging van de wethouder hebben dat het percentage, of dat nou vierentachtig of achtentachtig is, dat maakt op zich niet zoveel uit, dat dat goed is. Vanavond denk ik dat we alleen maar de verordening kunnen vaststellen of afwijzen. Wijzen we hem af, dan denk ik dat de gemeente er slechter bij zit dan voor vanavond, als we nog het plan houden om hem aan te nemen. Dus onze fractie zal om die reden alleen al voor stemmen en dan zien we op een januari van het volgende jaar of in de loop van dit jaar zien we wel of er wellicht nog meer beweging in kan komen zitten dan nu het geval is. Dan de motie van D66, de motie over het onderzoek doen om te kijken wat vitale beroepen zijn, vinden

wij prima. Misschien zou je dat nog kunnen aanvullen, als daar de wil van de Raad staat, en op zich voel ik daar wel wat voor. In de verordening staat als uitwerking van het college, maar wij kunnen daar natuurlijk altijd maken dat het college aan de Raad een voorstel doet en dat uiteindelijk de vitale beroepen, de vaststelling daarvan en de gevolgen daarvan, dat dat bij raadsverordening wordt vastgelegd. Een aantal gemeentes hebben dat al. Een aantal, dat zal ongetwijfeld door degenen die de motie gemaakt hebben ook bezien zijn, gemeentes hebben pilots gedaan met die vitale groepen en dat is ook via verordeningen door de colleges aan de Raad is dat vastgesteld. Waarom is de andere verordening, dus waarbij de beroepen worden aangewezen, slecht in onze ogen en dat willen we niet volgen? Eerste oog was sympathiek, dat ik dacht daar zit wat in mijnheer Hofland, dus wat dat betreft een pluim voor u, maar als je dan goed gaat nadenken, dan denk ik hoe zit dat dan? En waarom deze vitale beroepen? Waarom niet de arbeidsmigrant voor Westland vitaal? Dat horen we heel vaak, waarom loodgieters niet en waarom niet andere technisch zoal personeel ook niet? Want loodgieters zijn ook schaars en zijn ook best wel moeilijk te krijgen. Dus dat geeft problemen.

Ander probleem is dat stel een aantal onderwijzers van uw school, mijnheer Hofland, die melden zich en een aantal brandweerlieden uit de Lier meldden zich gelijktijdig aan voor een woning. Er zijn twee woningen, naar wie moet dan die woning gaan? Moet hij dan naar die brandweerman of naar de onderwijzer? Dus hoe ga je dat afwegen? En wat ook erg belangrijk is, vind ik, en dat is ook naar aanleiding van de publiciteit naar aanleiding van de motie, in ieder geval heb ik een aantal berichten gekregen, stuk of tien, van mensen, Westlanders, die boos zijn daarover en zeggen, en wij dan? Omdat wij geen onderwijzer zijn, omdat wij geen brandweer zijn. Wij staan al jaren op die wachtlijst en onze woning dan? Wij kunnen die woning absoluut dan niet meer krijgen, want het zal duidelijk zijn, stel dat er een stortvloed van vitale beroepers beroep doen op woningen, zoveel sociale woningen hebben we niet. En dan blijft de wachtlijst, die blijft in stand. Nee, die wordt alleen maar langer, want mensen die geen vitaal beroep hebben, die hebben dan geen schijn van kans. Bovendien, en dat heb ik een beetje gepikt uit de verordeningen van andere gemeentes die die pilot gedaan hebben, jullie altijd een criteria moeten aanwijzen dat een toewijzen van een woning alleen maar kan als iemand aantoonbaar bijdraagt dat ook de functie behouden blijft.

Dus dat niet iemand die al twintig jaar ergens op een school zit, zich aanmeldt voor de sociale woning en zegt ik ben onderwijzer of ik ben onderwijzeres en ik heb het vitaal beroep en ik wil graag die woning. Dat zijn allemaal zaken die allemaal ingebouwd moeten worden en daar gaat de motie in onze ogen aan voorbij. Dus de nadelen aan die motie zijn groter dan de voordelen en als dat het geval is, dan moet je zo'n motie niet willen aannemen. Nogmaals, de eerste motie van bekijk het, prima, maar zo had ik ook de verordening al opgevat, het college daarmee aan het werk gaat. En nogmaals als de raad dat wil, dan is onze fractie er wel voor te vinden om dat uiteindelijk in een raadsvergoeding vast te laten stellen en het college te vragen of zij dat wil organiseren voor ons. Tot zover mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik begrijp dat er verzoek is van het college voor een korte schorsing, dus ik schors de vergadering tot acht uur. De vergadering wordt om kwart over acht hervat. Ik verzoek eenieder zijn of haar plek weer in te nemen. En dan geef ik het woord aan wethouder Van Staalduinen namens het college. Mevrouw Van Staalduinen: Dank u wel. Het heeft even geduurd en dat komt omdat we heel graag juridisch advies wilde inwinnen. Er kwamen zoveel verschillende dingen op ons af en we willen zeker zijn dat we het goede vanavond aangeven.

Dat heeft even wat tijd gekost, maar we weten het nu. Allereerst, even in het algemeen, wij zijn verplicht om in een woningmarktregio te zitten, plaats te nemen, en dat

zijn we niet alleen verplicht, maar dat willen we ook. We willen in Haaglanden onderdeel zijn van Haaglanden. In de huisvestingswet, even de verschillende waar zijn we van, wie is van wat. In de huisvestingswet staat heel veel keer het woord gemeenteraad en daarmee lijkt het alsof u heel veel zeggenschap heeft over het toepassen van deze bevoegdheden, maar die zijn gebonden aan regels. En die regels die staan in artikel twee van de wet beschreven, het komt erop neer dat u alleen bij een aangetoonde, en ik lees hem even zo voor, onevenwichtige en onrechtvaardige effecten zeggenschap heeft. Daar kunnen we heel simpel in zijn. U heeft de schaarste onderbouwing nodig en die is er op dit moment niet. U kunt dus op dit moment niet economisch gebondenen aanwijzen. Mocht u in een verordening zonder schaarste onderbouwing dit willen toevoegen, dan is dat op dit moment niet houdbaar bij een rechter. Die zal dit onderzoek onverbindend verklaren. Wat we nu wel kunnen doen, is het onderzoek wat in de motie staat, het onderzoek doen en aan de hand van die uitkomsten gaan wij kijken hoe we dat gaan opnemen en hoe we dat het beste kunnen doen. Hetzij via de beleidsregels en wellicht ook via de verordening. Als we nu niet de verordening vaststellen, dan betekent dat dat we terugvallen op de oude verordening en daar staat nog vijfentwintig procent lokaal maatwerk in.

En ook de economisch gebondenen kunnen we dan ook niet opnemen, want die zit ook in de vorige... Mijnheer Klinkspoor: Voorzitter, hier aan uw kant. De voorzitter: Ja, mijnheer Klinkspoor. Mijnheer Klinkspoor: Als het goed is, dat is niet waar wat de wethouder zegt, dat we dan terugvallen op vijfentwintig procent. In de huidige verordening staat de in de wet geldende percentages. Dus dan gaan wij ook met de huidige verordening toch al gelijk naar de vijftig procent? Mevrouw Van Staalduinen: Nee, is niet waar. Mijnheer Klinkspoor: Voorzitter. Mijnheer Van den Berg: Voorzitter. De voorzitter: Zullen we even de wethouder het antwoord laten geven en dan kunt u daar nog op reageren? Geeft u het antwoord wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Nee, is niet waar. In de nu huidige verordening staat vijfentwintig procent. Mijnheer Van den Berg: Voorzitter echt, dat staat er niet. De voorzitter: Wilt u nou even de wethouder laten uitspreken, dan kunnen we ook een ordentelijker debat voeren. Mijnheer Van den Berg: Dat wil ik best doen maar de wethouder vertelt echt onzin. De voorzitter: Maar u heeft niet het woord, de wethouder heeft nu het woord. Wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Nogmaals, in de oude verordening staat de vijfentwintig procent, dat is mij net aangegeven en daar vallen we dan ook op terug. Dus nogmaals, als u hem nu niet vaststelt, gaan we daarop terug.

Mijnheer Van den Berg: Voorzitter, ik vraag u als voorzitter, er zit een was-wordt-tabel bij en kijk u eens alstublieft, doet u mij dat plezier, artikel drie zeventien oud en nieuw, drie achttien oud en nieuw. Ze zijn krek hetzelfde op de punt en komma af. Er verandert niks. Er staat geen vijfentwintig procent in de bestaande verordening. Er staat precies hetzelfde in beide artikelen en die blijven ongewijzigd. Dus geen onzin vertellen. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Voorzitter, ik vertel geen onzin want als er vijftig procent in gestaan had, dan hadden we dat in een vorige verordening ook zo gedaan. En dat hebben we niet gedaan. Mijnheer Klinkspoor: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, wilt u... Mijnheer Van den Berg: Of laat mijnheer Klinkspoor het uitzoeken. Laat iemand anders in godsnaam kijken wat er staat en deze discussie over dingen die er niet in staan, moeten we niet voeren ook. De voorzitter: Mijnheer Klinkspoor. Mijnheer Klinkspoor: De was-wordt-tabel, dank u voorzitter, staat ook in de nieuwe verordening woonruimte genoemd in artikel drie een kunnen binnen het wettelijk maximaal toegestane percentages met voorrang worden toegewezen aan en dan worden de groepen genoemd. Staat zowel in de nieuwe als in de oude. De voorzitter: Wethouder.

Mevrouw Van Staalduinen: Voorzitter, op bladzijde achttien van het gemeenteblad staat vijfentwintig procent lokaal maatwerk. Verder heeft mijnheer Klinkspoor aangegeven waarom wij zo laat zijn. We zijn niet heel veel later dan de andere gemeenten. Andere gemeenten hebben in december dit vastgesteld. En ik heb u al eerder aangegeven, ik ben afwezig geweest, dat heeft een maand vertraging opgelopen. Helaas, maar daar kan ik niks aan veranderen. De voorzitter: Het is nu wat u beantwoord wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Het is op dit moment dus de aanbieding van het onderzoek, dat willen we graag doen. De vitale beroepen nu aanwijzen heeft twee kanten en ik denk dat uw Raad daar t.z.t. ook moet aangeven wat u wil. Wilt u dat het ten koste gaat van de andere woningzoekenden of zegt u wij vinden dit zo belangrijk dat dit wel doorgaat? Maar in beide situaties moet u eerst dat schaarste onderzoek hebben en als u dat niet heeft, dan kunnen we dat niet doen. Mijnheer Duijsens: Mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Duijsens. Mijnheer Duijsens: Ik wilde vragen aan de wethouder of de bereidheid bestaat en volgens mij is de mogelijkheid er ook, dat het college het onderzoekt, dan voorstellen aan Raad doet en dat wij een soort

subverordening maken op de huisvestingsverordening, alleen voor wat betreft de dringende beroepen, laten we dat maar even zo aangeven. Of dat kan. Mevrouw Van Staalduinen: Dat is wat ik u heb voorgesteld. Het onderzoek te doen, dan komen we bij u, de Raad, terug om te kijken wat de overwegingen dan nog bij u zijn en dan zullen we verder bepalen of het hetzij via de beleidsregels hetzij via de verordening regelen. Mijnheer Duijsens: Hoeveel tijd gaat daarmee heen denkt u? Mevrouw Van Staalduinen: De beleidsregels waren op dit moment al bijna klaar, maar als we dit onderzoek moeten doen, dan hebben we nog wel even tijd nodig. Mijnheer Hofland: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Hofland en dan mijnheer Van den Berg. Mijnheer Hofland: Voorzitter, ik ben benieuwd, dat is weer een nieuwe vraag naar aanleiding van wat de wethouder zojuist zegt, hoe die beleidsregels eruitzien. Welke doelgroepen zitten daarin? Want ook daarin zou schaarste aangetoond moeten worden. En ik zou ook zeggen dat de motie die wij voor hebben liggen, die vraagt ook om te onderzoeken waar er schaarste is, dat die twee elkaar niet hoeven te ontlopen, maar elkaar juist kunnen versterken. Dus het hoeft volgens mij niet extra tijd te kosten.

Dat is een, hoe verhoudt dat zich tot elkaar? En twee, de vraag is, het ligt hier nu voor een maand later dan in andere gemeenten, c’est ça, dat is wat ons betreft niet een heel groot issue. Waar ik benieuwd naar ben, waarom is dat schaarste onderzoek, waarvan de wethouder aangeeft dat het weer extra tijd gaat kosten, niet al in november opgestart? Want dit wisten we met zijn allen, dit stond in de huisvestingswet, dat je dat moest aantonen. Waarom is dat onderzoek er niet geweest, zodat we dat nu vanavond gelijk ook zouden kunnen inzien? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Dat schaarste onderzoek zit wel in de beleidsregels, maar niet voor de beroepen. We hebben gekozen om bijvoorbeeld starters als een schaarste te zien. Kijk, we moeten het wel kunnen aantonen, als we dat niet kunnen... We kunnen natuurlijk zeggen we willen alle Westlanders voorrang verlenen, maar dan zien we dus in het beeld van voorheen dat de Westlanders geen schaarste zijn, want het overgrote gedeelte van de woningen worden aan Westlanders toegewezen. Dus we hebben niet op beroepsgroepen gekeken, maar we hebben meer gekeken op welke groepen hebben een schaarste en die zitten erin. Starters, doorstromers, mensen uit eigen kern, dat soort zaken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Berg.

Mijnheer Van den Berg: De wethouder blijft maar volhouden dat zij met beleidsregels, dat wij met zijn allen beleidsregels, dat we daar in de cruciale, vitale beroepsgroepen met voorrang kunnen huisvesten. Dat is niet toegestaan via beleidsregels. Lees in godsnaam de huisvestingswet. Het is uitsluitend de gemeenteraad die die regels mag stellen, u mag dat niet in beleidsregels. Stop met die... De voorzitter: Dan moet ik u toch teleurstellen, want dan moet u toch nog even kijken naar artikel twaalf en artikel dertien, want daar staat precies in beschreven wat nou de bevoegdheden is van de

gemeenteraad en wat de bevoegdheden is van B&W. En het is aan de bevoegdheden van B&W om te beslissen over de indeling van woningzoekenden in urgentiecategorieën bedoeld in artikel twaalf lid twee. Dus daar zit de bevoegdheden van het college van B&W, mijnheer Van den Berg. Mijnheer Van den Berg: Met alle soorten van genoegen zoek ik het citaat op waar in de memorie van toelichting staat dat uitsluitend de gemeenteraad dat mag. Maar gaat u rustig uw gang, gaan we de foute weg op. De voorzitter: Wethouder, u bent klaar? Mevrouw Van Staalduinen: Ik ben in ieder geval klaar met deze grote lijn, want ik kan alle detailvragen nu wel gaan beantwoorden, maar het komt neer op die vitale beroepen en wie, wat, wanneer. En nogmaals, onderzoek gaan we doen. We komen bij uw Raad terug om te kijken welke overwegingen u heeft en hoe we dat gaan inpassen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen die zijn blijven liggen? Mijnheer De Gier: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Gier. Mijnheer De Gier: Mijn vraag was niet over de personen maar over de huizen, namelijk als we vijftig procent lokaal willen toewijzen, of we dan uitkomen met alleen nieuwbouwwoningen of dat we een andere categorie woningen ook aan moeten wijzen, bijvoorbeeld de ijzeren voorraad? Mevrouw Van Staalduinen: Klopt.

We komen normaal gesproken uit met de nieuwbouwwoningen, maar dit komend jaar en het jaar daarop gaan we veel opleveren, dus dan wordt het wat lastiger. Dat wordt puzzelen, dat klopt. Maar in principe hebben we nu de nieuwbouwwoningen en de meest populaire complexen, die zijn daarin opgenomen. Dat wordt een uitdaging in ‘25 en ‘26 omdat we veel nieuwbouw gaan opleveren, dus daar geef ik u alvast een winstwaarschuwing. Mijnheer Duijsens: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mijnheer Duijsens. Mijnheer Duijsens: Nog even aan wethouder, in mijn verhaal heb ik aangegeven hoe andere gemeentes dat doen, dus die wijzen het maximale aantal woningen wat dan eventueel aan dringende groepen kan worden toegedeeld, dat je niet een ongebreidelde run krijgt op de voorraad. Bijvoorbeeld Leiden heeft maximaal twintig woningen voor brandweerlieden, onderwijzers en noem alles maar op. Dat is de eerste vraag, neemt u dat ook mee dat onderzoek, of daar regels voor te bedenken zijn? En een aantal criteria, dus wat ik aangaf dat niet iedere onderwijzer of iedere brandweerman die al vijftien jaar in Westland woont zegt ik heb een dringend beroep dus wilt u even die woning aan mij geven? Dus dat het ook echt nodig is om iemand te verleiden, of hier te komen of hier te blijven. De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Staalduinen: Klopt, dat moeten we ook gaan bekijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=403d10ad-e370-47e0-b2cd-6196c7f705c9