2024.02.28 Gemeente Westland Gemeenteraad (G24-000902)
Tekst van het document
De heer Eeltink: Voorzitter. De voorzitter: De heer Eeltink. De heer Eeltink: Bij interruptie. Het is mijn laatste keer denk ik, want anders krijg ik weer bier in de vriendenkring aangeboden. Maar er staat toch, bestuurlijk overleg is er geweest tussen de wethouder Varekamp, wethouder Van der Stee, concerndirecteur en ga zo maar door, met gedeputeerde Koning. Tijdens het gesprek is besproken, ga zo maar door. Als daar had gestaan, we hebben een telefoontje gepleegd, ook al
had er veertig minuten gestaan, dan was het oordeel hier wel een beetje minder zuur of meer nog... Ik stop ermee. Het is mij volledig helder. Het is oneerbiedig gezegd en ik zet de microfoon uit. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, ik neem kennis van wat de heer Eeltink zegt. Wij hebben gemeend dat overleg te moeten voeren. We hebben dat ook gevoerd. Dat was overigens in mijn optiek in goede orde. Wat mij betreft voor zover de beantwoording en aanvullingen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hofland: Voorzitter, ik zou toch nog een allerlaatste vraag hebben, want daar zij we misschien nu toch kort overheen gegaan. De voorzitter: Mijnheer Hofland. De heer Hofland: De wethouder gaf eigenlijk aan dat de oorspronkelijke vraagprijs een dag voor de commissie hem bekend werd. En dat dan daarna weliswaar werd uitgelegd dat die prijs anders is, omdat de grond heet was. Dat valt te bediscussiëren. Maar is het niet gewoon simpelweg te laat dat je de oorspronkelijke vraagprijs een dag voor de commissie eigenlijk weet? Als je zo'n overeenkomst sluit, wil je toch er bovenop zitten en dat weten? De heer Varekamp: Voorzitter, zeker. En daarom zijn we in contact getreden met de betreffende makelaar en is er over prijzen gesproken.
En pas later kwam er een offerte boven tafel, die overigens van veel eerder gedateerd was, waarvan het maar de vraag was of die prijs nog actueel was, is mij ter ore gekomen. De heer Eeltink: Voorzitter. De voorzitter: De heer Eeltink. De heer Eeltink: Toch een noodzaak tot een interruptie. Die brochure is in juli vorig jaar verspreid met die vraagprijs van 62,50. Hoe kunt u stellen dat hij gedateerd was? De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: In een half jaar kan veel gebeuren, voorzitter. De heer Eeltink: Zo kan ik veel goed praten. De heer Van Koppen: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Koppen. De heer Van Koppen: Dank u wel, voorzitter. Ik had in mijn bijdrage volgens mij twee vragen die ik onbeantwoord had, is dat waarborgen van die starter. Als je verplicht wordt door met een woningcorporatie te gaan werken, waar iedereen bij ingeschreven staat bij zo’n woningcorporatie, hoe je dan toch kan zorgen dat de Westlandse starter daar voorrang krijgt? En tweede was hoe de gedeputeerde, ik weet niet of daarover gesproken is, maar denkt dan over tien jaar, want het is voor tien jaar, dan een halve hectare terug te geven
aan de tuinbouw, terwijl de rest allemaal eromheen verkocht wordt. Je midden in een gebied tussen tuinbouwbedrijven die al verkocht zijn aan derden en een woonwijk nog een half hectare over hebt. Want er is ook wel gezegd dat een glastuinbouwbedrijf van 5.000 meter helemaal geen levensvatbaarheid heeft. We gaan nu iets tijdelijk doen. Niet permanent, want dat mag niet van de provincie. Maar de provincie en de gemeente, daar eigenlijk indirect, zit zo meteen met een halve hectare in hun gebied in de maag. En de buurman gaat dat echt niet kopen, want die weet dat het naar hem toekomt. Die zegt, doe het maar gratis. De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, twee vragen. Betreffende de eerste vraag, met een corporatie doe je dat met zogenaamd lokaal maatwerk. Eerder deze avond is er door een corporatiedirecteur ingesproken. En die heeft daar gezegd nota bene als voorbeeld, dat in De Lier een heel aantal appartementen aan Westlanders toegekend zijn. U stelt daarna de vraag, hoe zit dat dan na tien jaar? Het is zo dat je dat voor tien jaar doet met optie tot verlenging van vijf jaar. En daarna is het inderdaad te bezien wat er met zo’n perceel gebeurt. Ik ben het met u eens dat een halve hectare op zich, daar kun je geen modern tuinbouwbedrijf op runnen. Althans, er zullen ongetwijfeld ondernemers zijn die zeggen, laat mij maar even. Dat kan wel.
Maar de algemene regel is dat dat niet zo is. Weet je, voorzitter, dan zeg ik toch maar eventjes, volgens mij willen we met elkaar allemaal iets. Dat is starterswoningen. En ik heb dat eerder gezegd, dit is een gelegenheid om daarmee te starten en om dat ook later uit te breiden. Dat zou ik aan willen nemen en daar zou ik op verder willen borduren. En je kunt allerlei negatieve gedachtes hebben en soms ook terecht de vraag hebben, hoe dan na tien jaar? Toch zou ik de weging van nu starten met starterswoningen en de kans om dat uit te breiden zwaarder laten wegen. De voorzitter: Voorzitter, mag ik nog bij interruptie? De voorzitter: De heer Keizer. De heer Keizer: Ik heb in eerste termijn vragen gesteld over een afschrift, of het liefst een handtekening van mevrouw Koning. Zij heeft eerder dingen toegezegd wat ze later niet meer wist. Tijdelijk geheugenverlies. Heeft u nu iets op papier waar deze afspraken, die nu vanuit het college zijn geschreven, maar heeft u ook een bevestiging van de provincie dat ze daar daadwerkelijk mee instemt? En heeft zij ook bevestigd dat ze eigenlijk chanteert, dat we hier wel iets meer mogen doen voor onze eigen inwoners, als we maar een azc gaan realiseren. De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, die bevestiging zat in het gesprek zelf. Een uittreksel van dat gesprek heeft u gekregen. Dat is wat we hebben.
Dat is wat we ook van haar hebben. De voorzitter: De heer Keizer. De heer Keizer: Voorzitter, sorry, ik wil die informatie echt hebben zo meteen voor de tweede termijn. En ik wil u ook vragen om zo meteen nog even de mogelijkheid te geven om te schorsen. Wat heeft u voor bevestiging gehad vanuit die provincie dat mevrouw Koning dit echt gaat uitvoeren? Is het alleen een telefoongesprek geweest, waarin u ervan uitgaat dat wat besproken wordt dat dat ook zo is? Of is daar een bestuurlijke of een ambtelijke bevestiging van gekomen? Staat er ergens iets op de mail of een briefje per post? Dat wil ik weten.
De voorzitter: Wethouder. De heer Keizer: Want dat was de voorwaarde vanuit onze fractie, de vorige keer, om terug te gaan. De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter de bevestiging zit, nogmaals, in het gesprek zelf, waarbij meerdere mensen aanwezig waren die dat kunnen bevestigen. En dat hebben we op schrift gesteld. Vanuit haar kant en... De heer Keizer: Voorzitter, bij interruptie .Dank voor het antwoord op de vraag die ik niet gesteld heb. De heer Van Koppen: Voorzitter, dank u wel. Ik had net een vraag gesteld en daar werd op geantwoord. En daar wilde ik eigenlijk weer op reageren. Dat lokaal maatwerk, daar had ik in mijn eerste termijn ook iets over gevraagd van, is vaak 25 procent. En dat is niet wat wij bedoelden, op 50 procent. Gaan die 50 woningen zo meteen naar 50 Westlandse starters? Als die garantie gedaan kan worden, is dat al heel anders dan gewoon lokaal maatwerk. En het tweede, en het was niet negatief bedoeld, maar die halve hectare die overblijft, u zegt terecht, dan kunnen het verlengen met 5 jaar. Maar dan zit je met hetzelfde probleem. Het is gewoon een simpel voorbeeld. Is dit ook genoemd naar bijvoorbeeld de provincie als argument waarom het niet permanent mag? In die brief staat heel duidelijk, permanent mag niet.
Maar dan is het toch een logische vraag dat je in dat gesprek zegt, waarom mag dat niet? Over 10 jaar of over 15 jaar zit je met een halve hectare. Provincie, hoe denken jullie daar dan over? Is die vraag aan de provincie ook gesteld, hoe zij denken over een halve hectare over een 15 jaar? De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, dat zijn twee vragen. De laatste vraag beantwoord ik graag, nee, dat is niet expliciet gevraagd. En dat is niet expliciet gevraagd om twee redenen. Eén, wij kijken naar het vertrekpunt nu om nu te starten. En twee, vooralsnog ligt dat vast in beleid. En dat wil niet zeggen dat dat voor de eeuwigheid zo is, maar dat is nu wel zo. U heeft een in mijn ogen technische vraag over lokaal maatwerk. En ik zou collega Van der Stee willen vragen daarop te antwoorden. Hij is daar meer bekend mee dan ik. De heer Van Harmelen: Voorzitter, even interruptie. De voorzitter: De heer Van Harmelen. De heer van Harmelen: Heb ik nog wel een paar opmerkingen. Ten eerste over het inmiddels beruchte telefoongesprek van veertig minuten. Ik kan me bijna niet voorstellen dat van zo'n belangrijk gesprek geen verslag gemaakt wordt. Daar zal toch wel een verslag van gemaakt zijn? Maar daar kunt u zo antwoord op geven. Ik heb nog een paar andere vragen. Ik heb in mijn bijdrage in de eerste termijn een aantal vragen gesteld.
En het komt er even op neer, waarom doet de provincie zo moeilijk? Waarom liggen ze zo dwars? Ik bedoel, u komt daar met een aantal voorstellen en zij torpederen die voorstellen. En er blijft maar een derde van over wat er eigenlijk voorgesteld is door de gemeente Westland. Wat is de reden dat de provincie zo dwars ligt? De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, van dat telefoongesprek is inderdaad een verslag gemaakt. En daar heeft u een uittreksel van ontvangen in de brief. Tweede is, u vraagt...
De heer Hofland: Voorzitter, een kleine kanttekening. De voorzitter: De heer Hofland. De heer Hofland: Nu gaan we het ook een klein beetje over beeldvorming hebben, maar u heeft het over uittreksel. Maar we hebben toch een memo van drie kantjes gehad waarin twintig zinnen over het gesprek gaan van veertig minuten. De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Dat is volgens mij, voorzitter, precies wat ik zeg. Dan de vraag van heer Van Harmelen, waarom de provincie blokkades opwerpt. Dat zou u de provincie zelf moeten vragen. Zij hebben argumenten en redenen waarom ze dit doen. En dat is onder andere het beleid en de inzichten van de betreffende bestuurder. Zij zitten daar anders in dan wij. De heer De Gier: Voorzitter. De heer Varekamp: Dat is ook het gevecht wat we met elkaar hebben. De voorzitter: De heer De Gier. De heer De Gier: Heb ik het verkeerd als ik zeg, wij hebben een Omgevingsvisie vastgesteld waarin wij tuinbouwgebied hebben aangewezen. Volgens mij roept deze gemeente altijd dat tuinbouw ongeveer het belangrijkste is in deze gemeente. En dan heb je een bestuurder die op ons verzoek het tuinbouwgebied verdedigt. En dan gaat deze wethouder hier zeggen, ik weet niet waar het vandaan komt hoor, maar het is de mening van deze bestuurder. Is dat niet de zaak ongeveer 180 procent draaien? De bestuurder doet dat toch op ons verzoek. De voorzitter: Wethouder.
De heer Varekamp: Voorzitter, inderdaad. U heeft het over een mening. Daar heb ik het niet over gehad. Ik verdedig vanuit deze gemeente waar deze gemeente voor staat, wat we hier willen realiseren. Daar steek ik mijn nek voor uit. Dat gaat niet altijd van een leien dakje, zoals u hier ziet. En datzelfde geldt, denk ik, maar dat zou u haar zelf moeten vragen, voor de bestuurder van de provincie. De heer Plomp: Voorzitter. De voorzitter: De heer Plomp. De heer Plomp: Dank u wel. Ik heb nog een vraag aan de wethouder. De wethouder noemde dit plan net een kans om te investeren in de toekomst. Ik vraag me af wat de wethouder daarmee precies bedoelt. Ik hoopte dat u daar nog terug zou komen in uw verhaal. Dat deed u niet. Volgens mij investeren we hier in de korte termijn, tien tot vijftien jaar. En niet in de langere toekomst. Ik vraag me af welke toekomst u denkt dat we hier dan daadwerkelijk in investeren. De voorzitter: wethouder.
De heer Varekamp: Voorzitter, korte termijn is ook toekomst. En nu is dat inderdaad voor de korte termijn. Weet je, soms moet je gewoon wel stappen maken. En hier is in onze ogen daar een gelegenheid toe, om dat te doen. Dat hebben we u meegedeeld. U denkt daar op delen anders over. Ik zie overigens een hele grote overeenkomst, dat wat wij gezamenlijk willen, is het realiseren van starterswoningen. We hebben de discussie over, hoe dan? Maar dat is wel investeren in de toekomst, ook al is dat nabije toekomst. De heer De Gier: Voorzitter, mag ik nog een... Ik had eigenlijk al eerder een interruptie over... De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer De Gier. De heer De Gier: De wethouder zei op een gegeven moment dat de prijs van 62,50 niet meer van toepassing was, want er waren ontwikkelingen. Het perceel was HOT geworden, omdat het in de publiciteit was gekomen en daardoor ging de prijs omhoog. Bedoelt de wethouder daarmee, wat ik in de commissie ook al had gevraagd, de publiciteit die Westland Verstandig eraan heeft gegeven, dat ze daar een hele woonwijk wilden gaan vestigen, waarbij de rest van de raad nog geeneens wist dat we dat perceel überhaupt op het oog hadden om te gaan kopen? Heeft dat die prijs opgedreven? De heer Duijsens: Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Duijsens. De heer Duijsens: Toch even op de heer De Gier. Wij hebben never nooit dit perceel genoemd.
Wel dat er een perceel van ongeveer zes, zeven hectare was, maar nimmer de locatie. Maar dat heb ik hier. U moet even letten op uw woorden. U legt Westland Verstandig iets in de mond wat u niet kunt hardmaken, want anders moet u even tonen de publicatie waarin het staat. Ik heb daar met opzet heel sterk op gelet. Er is een ander fractie gekomen. Die hebben voor het eerst de locatie genoemd, maar wij zeker niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Duijsens: Ik zou graag willen dat u dat terugneemt. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder. De heer Hofland: Maar voorzitter, welke fractie... De voorzitter: De heer Hofland. De heer Hofland: Welk fractie was dat dan die dat dan uiteindelijk genoemd heeft? De heer Duijsens: Weet u zelf ook wel. De heer Varekamp: Voorzitter, op de vraag van de heer De Gier heb ik in mijn eerdere betoog en beantwoording een reactie op gegeven, dat het in de media was. En daarmee heb ik zijn vragen beantwoord. De voorzitter: Dan kijk nog even naar de heer Van der Stee voor de beantwoording van het maatwerk. De heer Van der Stee: Voorzitter, ik ben op dit moment natuurlijk niet de wethouder van volkshuisvesting, maar ik was dit in het verleden wel. Volgens mij heeft hier inderdaad de heer Wilfried Stribos ingesproken en
aangegeven hoe het in De Lier gegaan is met de Sportlaan. Sportlaan was een prachtig project, waar hele mooie appartementen zijn en vooral Westlandse jongeren, maar vooral ook veel Lierse jongeren dankzij lokaal maatwerk daar een plekje hebben gekregen. Het werkt in het systeem zo, en dat zeg ik maar even globaal, gaan er zo'n 500 huurwoningen naar de markt toe, op jaarbasis. Daarvan moet je 25 procent, daarvan mag je 25 procent lokaal toewijzen. Dat betekent ongeveer een 125 woningen. Als wij ervoor kiezen om bij dit project voor die 50 het lokaal maatwerk in te zetten, dan gaat het misschien ten koste van een andere plek. Dat moet je altijd even goed bekijken. Maar je kan ook aangeven, in ’s-Gravenzande zal lokaal maatwerk niet zo snel nodig zijn, want dat zijn vooral Westlanders. Dat zit hem vooral aan de randen. We zetten deze 50 tijdelijke woningen juist in voor lokaal maatwerk, waardoor wij bij de woningcorporatie de garantie kunnen eisen om gewoon die 50 tijdelijke woningen toe te wijzen aan Westlanders. Punt. En dat is in De Lier ook gelukt. De heer Van Koppen: Voorzitter, even ter interruptie. De voorzitter: De heer Van Koppen. De heer Van Koppen: U zegt, we hebben 125 woningen ongeveer die we daarvan neer mogen zetten. En daar heb je nog ruimte voor 50. Je hebt er pas 75 of zo tot nu toe ingezet voor lokaal maatwerk. De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Stee: Ik heb niet de gegevens bij me voor 2024 of 2025 wat er precies opgeleverd gaat worden aan nieuwbouw, hoeveel de verhuurmarkt is en hoeveel er dit jaar al via lokaal maatwerk is gegaan. Die hebben de woningcorporaties. Maar je kan er globaal die 125, een kwart, toewijzen via lokaal maatwerk aan onze eigen inwoners. De heer Van Koppen: Maar voorzitter, toch even ter interruptie. De voorzitter: De heer Van Koppen. De heer Van Koppen: Hartstikke leuk, maar dan ben ik nog steeds niet helemaal blij en gerustgesteld. Want natuurlijk, dan is dat voor dit plan geregeld, maar u geeft zelf aan, dan gaat het weer ten koste van andere plannen. Gewoon voor de Westlander gaat hem even niet worden als het via die woningcorporatie moet, behalve die 25 procent. De voorzitter: De heer Van der Stee. De heer Van der Stee: Dank u wel, voorzitter. Ik was iets te snel. Sorry. Je kan ook zeggen, Wateringen-Noord weten dat we dit jaar nog niet de oplevering hebben. Die aantallen gebruiken we juist voor dit project. Het is ook een beetje schuiven samen met de woningcorporaties, om te kijken hoe je dat strategisch het meest handig in kan zetten. De voorzitter: De heer Van Koppen. De heer Van Koppen: Als laatste, voorzitter. Schuiven, maar nooit meer dan 25 procent van het totaal en 75 procent niet voor de Westlander.
De heer Van der Stee: U weet ook wel uit mijn tijd dat we af en toe weleens op 29 procent zaten. Dan kreeg je een tik op je neus. Dan ben je weer iets wat preciezer. Maar we zoeken daar, zeker als Westland, altijd de maximale mogelijkheden in uit. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben we de beantwoording van het college gehad. Ik kijk even of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Duijsens. Verder nog in tweede termijn behoefte? De heer Hofland. De heer ...: Voorzitter, ik leef ook in de veronderstelling dat er schorsing was aangevraagd door GBW. De voorzitter: Klopt. U hebt gelijk. Dan gaan we eerst even schorsen. En dan ga ik daarna wie nog meer behoefte heeft aan een tweede termijn. Ik schors. Hoelang wilt u schorsen? Kwartiertje? Schors ik tot vijf over twaalf. Ik verzoek eenieder zijn of haar plek weer in te nemen. En dan hervatten wij de vergadering. En ik geef het woord aan de heer Keizer die om de schorsing heeft gevraagd. De heer Keizer: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het voorstel wat voorligt is en blijft een rommelig stuk. Kunnen er niks mee. Onzekerheden. Heel duidelijk vanuit de provincie dat ze nergens aan mee willen werken of we worden gechanteerd om asielzoekers te huisvesten.
En zoals u het nu voorstelt, gaan we daar niet Westlandse jongeren alleen huisvesten, maar ook andere doelgroepen, statushouders, spoedzoekers tegen die kern van Honselersdijk aan, waar echt heel veel bezwaar is. En dat snap ik voor de wijze waarop dit nu voorligt. Wij zijn eigenlijk ook met de beantwoording van het college in eerste termijn niet veel wijzer geworden. Ik denk dat ik in eerste termijn voldoende heb aangegeven hoe onze fractie erin zit. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk even, anderen voor de tweede termijn? De heer Eeltink. De heer Hofland. De heer Van der Voort. De heer De Gier. De heer Duijsens. Dan neem ik gewoon de volgorde van de eerste termijn ook. En dan geef ik het woord aan de heer Duijsens. De heer Duijsens: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het zal duidelijk zijn dat Westland Verstandig wat anders in de wedstrijd zit dan GBW. We betreuren hun standpunt in hoge mate. Het zij zo. Wij willen graag een amendement indienen om toch proberen het voor elkaar te krijgen dat we hier vanavond niet voor niks tot ongeveer vijf over één gezeten hebben. Dat amendement luidt als volgt. We hebben natuurlijk het besluit, zoals dat genomen zou kunnen worden. En aan dat besluit willen we de navolgende beslispunten toevoegen.
En dan één punt, aan de goedkeuring door de raad de voorwaarde te verbinden dat de grond pas wordt getransporteerd en betaald, zodra de provincie tijdelijke bebouwing met Westlandse starterswoningen toestaat, als dat formeel bezien nodig is, op een ander deel van het perceel. En wel aan de zijde van de Middel Broekweg en niet aan de kant van de Honselersdijk. En dat uiterlijk op 4 juli 2024. Twee, het college op zich neemt om per direct het overleg met de provincie te hervatten. En daarbij eerst de positie van de gemeente en de provincie in kwesties als deze goed in kaart te brengen. Ik kom daar zo meteen nog nader op terug. En drie, het college houdt de raad op de hoogte van het verdere verloop en eventuele voortgang. Dat willen we graag aan het besluit toevoegen, aan de goedkeuring. Daar lopen we een bepaald risico mee. Namelijk, de raad kan ja of nee zeggen tegen het besluit. Het college heeft onder voorbehoud al gekocht. Het voorbehoud is instemming van de raad. Raad gaat nu voorwaarden toevoegen aan haar instemming. Het kan best zijn dat HOT zegt, dat doen wij niet. En dan is de koop over. Dat risico lopen we. Dat risico willen we nemen als uiterste poging om toch deze goede zaak voor onze Westlandse starters in de lucht te houden. Dat denken we echt als fractie dat we dat verplicht zijn om te doen. Is ook onze ambitie om die starterswoningen te bouwen.
En vandaar dit amendement. Dat wil ik straks in stemming brengen. Even in zijn algemeenheid. En hoe langer ik vanavond hier gezeten heb en allerlei partijen gehoord heb, werd mijn geloof alleen maar groter in het feit
dat de provincie hier een te grote broek aantrekt. Allerlei voorwaarden stelt die in het geheel niet door de provincie in ieder geval gesteld mogen worden. We praten over een agrarische glastuinbouwbestemming, die gewoon intact blijft. Alleen een tijdelijke vrijstelling is nodig. Voor zover, ik heb dat even heel snel nagekeken, hebben we een dergelijke toestemming ook niet gekregen in De Lier voor de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten. Want de provincie nam tot nog toe het beleid aan dat dat niet nodig was. Want uiteindelijk die agrarische glastuinbouwbestemming blijft gewoon intact. Ik wil vandaar ook in het amendement het verzoek aan het college om de positie van de gemeente en de provincie goed uit te zoeken. En dat is tot nog toe niet gebeurd. Zo zou je het college kunnen verwijten, maar dat doen we zeker niet. En dit is in feite een herkansing om alsnog voor elkaar te krijgen datgene wat is aangegeven. En ik heb al aangekondigd, onze fractie zal dit niet laten rusten, zal zo nodig zelf ook richting provincie trekken. Niet omdat we geen geloof of vertrouwen in het college hebben, maar volksvertegenwoordigers zijn misschien zo nu en dan wat brutaler. En kunnen zich wat meer permitteren richting een bestuursraad, zoals de provincie dat heeft. We zullen dat niet nalaten. Nogmaals, wij vinden dat de provincie ons te veel bedisselt op dit punt.
En zo krijgen we natuurlijk nummer die starterswoningen voor elkaar, als de provincie dat doet en ook als een deel van de raad insteekt, zoals ze dat vanavond gedaan hebben. Willen we wat, dan zullen we risico's moeten lopen. En die risico's zijn de moeite waard. Maar nogmaals, aan de goede kant bouwen. Het heeft geen enkele zin om aan de Honselerse kant te bouwen, want dan krijgen we weer bezwaren. En dan ben ik het met degenen eens die dat zeiden daarstraks, dan krijgen we gewoon herhaling van zetten. Dan is het weer zes, zeven jaar procederen. En dat willen we gewoon niet, want we willen direct onze starters helpen. En de enige mogelijkheid, en zo was ook het perceel ooit een keer bedoeld, was aan de kant van de Middel Broekweg, daar starten. En de provincie moet op dat punt echt overstag gaan. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of de heer Keizer nog verder... Niet. De heer Eeltink. De heer Eeltink: Voorzitter, dank u wel. In de zoektocht naar de lichtpuntjes geen enkel lichtpuntje ontdekt. Eigenlijk is het samenvattende woord verbijstering. Verbijstering over deze wethouder, hoe hij hier met het grootste gemak etaleert hoe hij daar de miljoenen gaat spenderen. Het gemak waarmee hij uitlegt dat Honselersdijk geen leed wordt aangedaan. En het gemak waarmee hij in een veertig minuten gesprek met een gedeputeerde denkt de zaken te sonderen.
En alles wat daarbij wordt gehaald als noodgrepen, dat is allemaal kunstwerk. Er is gewoon een koopovereenkomst. Die wordt vandaag of morgen feitelijk ontbonden of niet ontbonden, afhankelijk van deze raad. Dat is het. En de verkopende partij ziet u al aankomen met alles wat u er aan wensen bij doet, die u in het begin van het traject had moeten aandragen. Verbijstering, dat is het codewoord. Dat is gewoon de samenvatting wat we hier vanavond hebben meegemaakt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Koppen. De heer Van Koppen: Dank u wel, voorzitter. Ik had twee punten genoemd in de eerste bijdrage, of tenminste daarna, waar ik duidelijkheid over wilde. Dat is dat waarborgen van de starter. Uiteindelijk heb ik gehoord dat dat lokaal maatwerk 25 procent is. Het kan misschien naar 29 procent, maar dat is wat ons betreft niet voldoende. Tweede, was die halve hectare. Wat ik al aan heb gegeven, daar blijft over 10 jaar zo meteen een halve hectare midden ergens in. En ik vind gewoon echt dat daar tegen die argumenten ook naar de provincie hadden moeten klinken van, wat gaan jullie dan over 10 jaar met die halve hectare doen? Het is gewoon onmogelijk. Hebben we nog wel een vraag aan de overkant, aan de heer Duijsens. December hebben we hier gezeten. Een extra raad over onderliggend wantrouwen in coalitiepartijen.
De uitkomst was, januari, gaan we mediation en dan kunnen we gewoon verder. Januari, geen Peter Duijsens in de raad. Maar nu de eerste in februari weer wel. U begint vanavond uw verhaal met, iedereen die voor starters is en die dat niet is, die is nu
slecht. Of tenminste, die niet voor het voorstel is, die moet zijn mond houden. Ik heb het idee dat dat niet helemaal gaat gebeuren. U gaf net al aan sommige dingen te betreuren. Hoe zit dat met die mediation? En heb je nog vertrouwen daarin? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bakker. Geen behoefte aan een tweede termijn? Nee. De heer Van Harmelen, behoefte tweede termijn? Niet. De heer De Gier. De heer De Gier: Dank, voorzitter. Voorzitter, nog een korte reactie. Ik heb het al in mijn eerste termijn of in een interruptie al even gezegd,. Ik vind het echt verbijsterend dat we horen dat de gemeente miljoenen extra gaat betalen, alleen maar omdat de heer Duijsens op 19 augustus 2023 al in het AD vertelde dat hij daar woningen wil gaan bouwen. En toen was trouwens ook al duidelijk dat GBW tegen was. En we zitten hier nu zeven maanden later nog steeds over hetzelfde feit te bakkeleien. En ik snap überhaupt niet waarom dit voorstel hier ter tafel ligt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Voort. De heer Van der Voort: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, vooropgesteld, als je met zo'n belangrijke en dure aankoop alleen een telefoontje pleegt, vind ik dat bizar en ongepast. Neemt de wethouder dit wel serieus? Zit de wethouder hier wel boven op? Is de wethouder wel de juiste man op de juiste plek? Voorzitter, ik had al twijfels, maar dat is alleen maar toegenomen.
En dan het puntje over lokaal maatwerk, de huisvesting voor de starters, sluit ik me helemaal aan bij de woorden van de heer Van Koppen. Dank. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hofland. De heer Hofland: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij staat er één ding centraal. En de heer Van Koppen refereerde dat eigenlijk al, want dit is 4 december bijna all over. Maar eigenlijk binnen een te korte afzienbare tijd. En ik denk dat dat ook tot reflectie oproept in ieder geval bij de raad en binnen de coalitie. En dat zou denk ik het geval moeten zijn. Ik wil een inhoudelijk punt eigenlijk maken. En ik denk dat het goed is als we straks aan het einde bij de beantwoording van de wethouder wederom weer even schorsen. Wat ik uit wil laten zoeken, is dat in de overeenkomst verwacht ik, naar ik meen, is ongetwijfeld afgesproken dat de koop een voldongen feit is, zodra de raad instemt. Met andere woorden, als wij vanavond het amendement aannemen en het raadsbesluit aannemen, dan is er na de koop een voldongen feit. Ik wil even goed uitgezocht hebben, daar wil ik ook even de bijstand voor vragen, hoe zit dit amendement in elkaar? Hoe werkt dat? Want ik ben eigenlijk bang dat ook deze poging... Volgens mij gaan de handen sowieso niet op elkaar. Maar deze poging juist nog een extra risico is in deze casus, want misschien noopt het een aantal partijen tot het aannemen van dit voorstel.
Maar dat gaat er dan vervolgens voor zorgen dat we voor een voldongen feit staan en de koop een feit is. En laten we wel heel eerlijk zeggen, na vanavond weten we één ding, we weten helemaal niet wat hier gaat gebeuren. De een wil het hier, de ander wil het daar, de een wil zus, de provincie wil zo. Aan alle hoeken zijn we wat aan het zoeken. En we weten niet waar we vanavond ja tegen zeggen. En voorzitter, als we het over zoveel geld hebben, dan kunnen we dat niet maken. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef dan het woord aan de wethouder, namens het college. De heer Varekamp: Voorzitter, dank. Voorzitter, ik denk dat ik kort kan zijn. Ik heb reflecties gehoord van de diverse raadsleden, maar ik heb geen specifieke vraag aan het college gehoord.
De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben wij, een amendement is er ingediend. Dat is per mail aan u rondgestuurd. Ik weet niet of het ondertussen ook al in Parlaeus hangt. Maar in ieder geval het is per mail aan u toegestuurd. En de heer Hofland vraagt om een korte schorsing. Hoelang? De heer Hofland: Voorzitter, ik denk tien minuten. Maar ik wil daarin dan ook ondersteuning, want ik heb simpelweg die kennis niet vanuit in ieder geval... Maar de juridische kennis zou ik dolgraag van u willen hebben, mijnheer Duijsens. Maar gewoon de juridische kennis van de ambtelijke organisatie of wat dan ook, in hoeverre dit amendement haalbaar is en of dat inderdaad het gevolg gaat hebben als je met het amendement mee gaat, dat we dan gewoon extra risico lopen, omdat het dan een voldongen feit is. Daar roep ik even... De voorzitter: Het lijkt mij goed dat de griffier even kijkt in welke vorm en hoedanigheid die ondersteuning aan uw geleverd kan worden in de schorsing. En dan schors ik tot half twee. Ik zie dat iedereen bijna weer binnen is. Ik verzoek iedereen weer zijn of haar plek in te nemen. En dan kijk ik even naar de heer Hofland, die de schorsing heeft aangevraagd. De heer Hofland, aan u het woord.
De heer Hofland: Voorzitter, we hebben de schorsing benut of de schorsing is ook benut, dank in ieder geval voor de ondersteuning om half twee ’s nachts, om te checken in hoeverre dit juridisch klopt, kan en houdbaar is. En een van de dingen die ik dan bijzonder betreurenswaardig vindt, volgens mij gaat de wethouder het straks ook nog zeggen, maar dat we dit dan juridisch aan het checken zijn. We hebben het over dit gevoelige onderwerp. En wat is niet aanwezig in dit huis, de overeenkomst. De overeenkomst die we gesloten hebben, is niet aanwezig. Er is geen mogelijkheid om juridisch te checken in hoeverre dit klopt. In hoeverre de ontbindende factoren of de zaken die hier staan... Dat kunnen we niet checken. We hebben het over dit onderwerp. De voorzitter: De overeenkomst is hier in huis. De heer Hofland: Dan heb ik net wat anders gehoord. De voorzitter: Ik krijg het net te horen. De overeenkomst ligt op een iPad hier. De heer Hofland: De overeenkomst is aanwezig. Dan is hetgeen wat volgens mij momenteel de laatste stand van zaken is, dat uit de overeenkomst of dat in ieder geval de verwachting is dat bij het aannemen van het amendement en het aannemen van het voorstel het volgende in werking treedt. De koop is dan een voldongen feit. Eigenlijk hetgeen waar ik zojuist voor heb gewaarschuwd, dat is dan het geval.
Dan zitten we vast in ieder geval aan het geld of aan hetgeen wat we moeten overmaken. En dat is volgens mij niet wenselijk, met alle haken en ogen die nu nog op tafel liggen. We weten niet waar we ja tegen zeggen. We hebben allerlei varianten langs horen komen. En dat is niet verstandig. En dat is dan per definitie verkeerd geïnvesteerd geld, ondanks dat gezegd wordt, als het hier niet kan, dan kan het nergens of dit is een kans. Het is absoluut geen goed idee om dat te doen. En als je hiermee instemt, dan gooi je geld over de balk. Tot slot, namens de gehele oppositie, maar ik mag dit sowieso namens de gehele oppositie doen, moge duidelijk zijn dat wij tegen het amendement zullen stemmen en ook tegen het voorstel zullen stemmen. En gezien de rompslomp en ellende eigenlijk die dit veroorzaakt, mag die tegenstem gezien worden. En die zullen we niet indienen. Maar die tegenstem mag gezien worden als een motie van afkeuring over dit gehele traject. En dat is een motie van afkeuring ook richting het werk wat vanuit het college is gedaan. Maar ook een motie van afkeuring in het hele traject binnen de hele coalitie.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even of er nog behoefte is op een reactie door het college. Gaat uw gang, wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter, wellicht is het goed om de ontbindende voorwaarde te noemen. En de ontbindende voorwaarde is, deze overeenkomst kan door koper ontbonden worden indien de gemeenteraad van koper, in een nog door haar te houden vergadering, negatief besluit omtrent de onderhavige aankoop van het verkochte of op andere wijze duidelijk wordt dat de gemeenteraad van koper geen toestemming aan deze aankoop geeft. De heer Keizer: Voorzitter, mag ik dan bij interruptie een vraag stellen? De voorzitter: De heer Keizer. De heer Keizer: Dan met een geamendeerd voorstel koop je toch wel? De heer Varekamp: Dat is precies waarom ik u dit voorlees. Dat u goed bewust bent... De heer Keizer: Eigenlijk zegt u dat het amendement niet mogelijk is? De heer Varekamp: Het amendement realiseert niet waartoe het beoogt. De heer Keizer: Kunt u concreet zeggen dan wat het standpunt van het college is ten aanzien van het amendement? De heer Varekamp: Als het amendement beoogt een aanvullende voorwaarde in de koop, werkt dat niet, omdat je je expliciet negatief moet uitspreken om het niet te kopen. Als je het amendement aanneemt, dat is wat de heer Hofland zegt, zit je eraan vast. Dan koop je het. De heer Duijsens: Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Duijsens.
De heer Duijsens: Maar hier gaat iets niet helemaal zoals het moet gaan. Potverdorie. De raad kan vanavond het besluit nemen, we keuren het goed of we keuren het niet goed. De raad heeft te allen tijde de mogelijkheid om voorwaarden aan die goedkeuring te geven. Wat doen we dan? Mijnheer Chafiâ heeft ervoor geleerd. Die weet het blijkbaar. Vervolgens keuren we goed, onder voorwaarde. En die voorwaarde is, er vindt voorlopig geen overdracht plaats, er wordt geen geld betaald totdat de voorwaarde die de raad nader stelt vervuld is. De raad mag dat doen. Klaar. En geen verkoper kan de gemeente houden aan, de koop is compleet. Nee, die voorwaarde moet vervuld zijn. Wat wel het geval is, en daar heb ik daarstraks op een hele transparante manier op gewezen, de verkoper kan zeggen, dat pik ik niet, want ik ga niet akkoord met die voorwaarde. Mijnheer Varekamp, u bent een hele aardige en prettige man in de onderhandelingen geweest, maar wij gaan onze eigen weg. En de koop is wat ons betreft voorbij. Dat kan wel gebeuren. Maar dat heb ik ook daarstraks gezegd, dat is het risico wat de gemeente loopt. Dat het uiteindelijk toch over en uit is. Maar dat is aan de verkoper. En die heeft dat recht tot 4 juli. En wij hebben het recht tot 4 juli, als je daarmee akkoord gaat. En wat u zegt, is dan niet helemaal juist. Om niet te zeggen, het is helemaal niet juist.
De heer Eeltink: Voorzitter, bij interruptie.
De voorzitter: Mijnheer Eeltink. De heer Eeltink: Mijn spreektijd is om, maar dat kwam door nogal wat andere interrupties. Ik maak nu dertig jaar van dit soort koopovereenkomsten. En wat de heer Hofland constateert, is denk ik aan de orde. U heeft gewoon een heldere koopovereenkomst. Als de raad hier niet helder uitspreekt dat ze het groene licht niet hebben gegeven, zit u eraan vast. De heer Varekamp: Voorzitter. De voorzitter: Wethouder. De heer Varekamp: Ik heb net voorgelezen wat een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst is. En ik wil hem met alle plezier nog een keer voorlezen, maar de essentie van die ontbindende voorwaarde is dat je expliciet nee zegt en anders zit je eraan vast. Ook als je aanvullende voorwaarden stelt, zoals de heer Duijsens voorstelt, zit je eraan vast. De heer Eeltink: Voorzitter, bij interruptie. De voorzitter: De heer Eeltink. De heer Eeltink: De enige escape die de wethouder nog mogelijk zou hebben, is dat hij morgen die koopovereenkomst ontbindt en dat iedereen met lege handen staat en de onderhandelingen heropent, als we dat zo belangrijk vinden, om te kijken of die op betere voorwaarden alsnog tot een nieuwe deal komt. De voorzitter: Dat heeft zelfs de wethouder niet, want de wethouder is ook gebonden aan de verkoopovereenkomst. En als u niet expliciet niet instemt, is er morgen wel een koopovereenkomst, als u dat namelijk wel doet.
Kortom, de bal ligt bij de raad. U moet nu zeggen, ja of nee. Als u ja zegt, is er een koop. Als u nee zegt, is er geen koop. En dat is het spel, zoals het nu op de wagen staat. De heer Eeltink: Voorzitter, misschien ben ik niet helder geweest. Wat de raad doet, is het in de prullenbak gooien vanavond, gek gezegd. En dat weerhoudt niet de ruimte die de wethouder heeft om in de toekomst nieuwe kansen te onderzoeken. De voorzitter: Volgens mij hebben nu in twee termijnen beraadslaagd. Er ligt een amendement op het voorstel voor. Is er nog iemand die een stemverklaring wil afgeven? Dat is niet het geval. De heer Hofland: Voorzitter, tot slot. Mijn laatste bijdrage uit tweede termijn is een stemverklaring namens de oppositie. De voorzitter: Helder. De heer Bakker: Voorzitter, toch nog even een vraag. Kunnen wij een amendement dat juridisch niet klopt of niet kan in stemming brengen? Daar hik ik wat tegenaan. De voorzitter: Dat kan wel. Alleen u bent gewezen op het feit dat als u dat amendement, tenminste als ik de wethouder zo beluister, aanneemt, dan is naar het oordeel van de wethouder c.q. het college daarmee niet de ontbindende voorwaarde in kracht getreden. En gaat u over tot de aankoop van het perceel. Zo interpreteer ik de uitlating van de wethouder. En als ik het verkeerd heb, dan hoor ik dat graag. Ik begrijp dat dat een goede
interpretatie is van de tekst van de wethouder. Dan breng ik het amendement in stemming. Wij zijn met 36 aanwezige raadsleden, want mevrouw Stokkers heeft ook de vergadering verlaten. Het amendement is verworpen met 8 stemmen voor en 28 stemmen tegen. De fractie van Westland Verstandig heeft voor het amendement gestemd. De andere fracties tegen. Dan breng ik het voorstel in stemming. En het voorstel is verworpen met 8 stemmen voor en 28 stemmen tegen. De fractie van Westland Verstandig heeft voorgestemd. De andere fracties hebben tegengestemd. Het voorstel is verworpen. Beraadslagingen ter vaststelling 13. Behandeling van op zichzelf staande moties op grond van artikel 38, lid 3 van het Reglement van orde van de Raad 13.3 Motie D66-CDA-LPF-GL-PvdA-FvD-FvV-CUSGP-GBW inzake bezuinigingsopgave Westland (reeds behandeld in de raadscommissie Bestuur & Economie van 14 februari 2024; ter besluitvorming/stemming) De voorzitter: Dan kijk ik naar de agenda en ik zie dat er nog een motie staat. Ik kijk even naar de indieners. Zou u die willen doorschuiven naar de volgende vergadering? De heer Hofland: Voorzitter, daar is al een meerderheid voor. Wat mij betreft kunnen gelijk stemmen, want ik zie dan niet in wat doorschuiven... Dan kunnen we hem net zo goed gelijk wegtikken. De voorzitter: Precies. Dat klopt. En het is alleen, er is een aangepast motie ontvangen.
Maar ik begrijp dat er geen termijn voor gevraagd wordt voor behandeling. Dat u graag direct stemming wilt. Dan breng ik de motie in stemming. De heer Duijsens: Een stemverklaring. De voorzitter: Stemverklaring. Sorry, mijnheer Duijsens, natuurlijk. De heer Duijsens: Die motie is volstrekt overbodig. In november al door het college toegezegd. Recent ook nog een keer in de commissie. Volgens mij nog een keer daarvoor. Uiteindelijk kunnen we een motie hebben dat het morgen het liefst twaalf graden is. Deze motie is volstrekt overbodig en zou al door het college gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Niet. Dan breng ik de motie in stemming. En de motie is aangenomen met 28 stemmen voor en 8 tegen. De fractie van Westland Verstandig heeft tegengestemd. De andere fracties voor. De motie is aangenomen. Aldus besloten.