CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220824 Bodemverkenning Westland

Commissie Ruimte en Wonen 22 november 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Actie- en Toezeggingenlijst19.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2018 22 https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2021/06/17/drinkwaterbronnen-onvoldoende-beschermd-bijboren-naar-aardwarmte 23 HVC-energie en hergebruik – jaarverslag 2018, HVC, 26 maart 2019 (publicatie 15 april 2019)

Pagina 26 van 63

Geothermie locaties in het Westland (Uit: Kaart boringen NLOG)

De gaswinning door de NAM in Westland zal zeer waarschijnlijk na 2027 stoppen zeker naarmate de energietransitie verder wordt uitgerold en het de bedoeling is dat iedereen van het gas afgaat in 2050.

Voorraad fossiele brandstoffen in het Westland (Uit: Signaleringskaarten.nl)

Welke acties lopen er in het Westland: - Winningsadvies van Westland aan Provincie Zuid-Holland en ministerie bij aanvragen ondergrondse warmtesystemen (continue proces) - Verkenning bodemenergie - in overleg met ODH meer inzicht proberen te verkrijgen in bronnen, stromingen en onttrekkingen (gedacht kan worden aan ondergrondse 3D model) - Zie ook gemeentelijk energievisie - Daarnaast is er vanuit de drinkwatervoorziening zorg geuit bij het ministerie inzake vervuiling van de drinkwaterwinningsgebieden. De boring bij Polanen ligt dicht bij het gebied van Dunea. Drinkwaterbedrijven zoeken uitbreidingsmogelijkheden en zijn daarnaast huiverig voor een eventuele vervuiling van het gebied. Het ministerie EZK besluit over de geothermie boring.

Pagina 27 van 63

3.6 Speerpunt 6 – Drukte in de ondergrond: monitoren, prioriteren en handhaven van activiteiten De ondergrond wordt steeds meer gebruikt, zo lopen er overal kabels en leidingen24 voor gas, water, elektra, communicatie en riolering. Dit speelt een rol bij stedelijke (woning)bouwopgaven of als infrastructuur vervangen wordt en/ of kunstwerken (door mensenhanden gemaakte bouwwerken) worden geplaatst. Bovendien staan ook ondergrondse parkeergarages en opslag voor gescheiden afvalinzameling op de planning. Verder zorgen de energietransitie en klimaatadaptatie voor extra vraag naar ruimte in de ondergrond. Extra warmteleidingen, extra elektriciteitskabels, hogere rioleringscapaciteit en meer ondergrondse opslag van regenwater. Om de ruimte in de ondergrond zo goed mogelijk te benutten moet goed gekeken worden wáár nieuwe constructies nodig zijn, welk type kunstwerken, of welke type locaties minder geschikt zijn (denk hierbij aan veengebieden, maar ook aan gemeentegrenzen, bijvoorbeeld als ondergrondse benutting een grote invloed op de omgeving heeft). Bestaande kabels en leidingen vormen vaak een belemmering bij de aanleg van nieuwe ondergrondse werken.

Dus is het essentieel om bij het ontwerpen van netwerken en het kiezen van tracés tijdig rekening te houden met bestaande kabels en leidingen, maar ook met de aanwezigheid van bomen, huidige en nieuw aan te planten, vanwege hun worstelstelsel (de benodigde ruimte is evenredig aan de grootte van de boomkruin). Dit speerpunt heeft betrekking op alle ondergrondlagen en is urgent. Het staat in directe relatie tot de sectoren Groen, Klimaat, Energie en Water. Situatie in het Westland Er gebeurt veel in de Westlandse ondergrond en er valt nog meer druk op de verschillende bodemen ondergrondlagen te verwachten in de nabije toekomst. Dat vraagt om het stellen van prioriteiten. Bij toepassing van bodemenergiesystemen in de ondergrond moet gekeken worden naar de grootte van het beïnvloedingsgebied en de mogelijke impact op andere ondergrondlagen en huidige en mogelijke toekomstige gebruiksfuncties. Zo heeft de aanleg van WKO’s invloed op het mogelijke terugwinpercentage van zoetwaterinfiltratie in het eerste watervoerend pakket. Daarom laat de Provincie Zuid-Holland in principe geen WKO’s in het eerste watervoerend pakket toe, tenzij daarin gemotiveerd wordt afgeweken door de gemeente en aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Met name in een brakke ondergrond en een 1e watervoerend pakket met een beperkte dikte zoals we die in het Westland kennen blijkt de invloed tussen verschillende systemen echter groot te zijn. Bepaalde activiteiten hebben een grote invloed op de omgeving, zoals het doorboren van kleilagen (die lagen watervoerende pakketten scheiden) bij aanleg van een WKO-systeem. Dat geldt ook voor grondwateronttrekkingen/-verlagingen binnen Westland en de bijdrage aan zettingen die dit veroorzaakt. Verwachte activiteiten in de Westlandse ondergrond  productie en opslag van energie en transport door kabels, leidingen en buizen  opslag afvalinzameling  parkeergarages  innovatieve bodemenergie benutting bij toekomstige duurzame woningbouw 24 Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westland houdende regels over, van, voor

ondergrondse infrastructuur (Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Westland 2020)

Pagina 28 van 63  

vervangingsopgave infra- en kunstwerken geothermie en WKO-systemen voor glastuinbouw

Ook is uit eerder onderzoek naar de Westlandse ondergrond ten behoeve van de gietwatervoorziening glastuinbouw (Deltares, 2011) gebleken dat in bepaalde delen van het Westland de kleilaag tussen het 1ste en 2de watervoerende pakket (deels) ontbreekt (zie bijlage 1). Nader onderzoek naar wat dit betekent voor de benutting van bodemenergie is aan te bevelen. De verticale doorboring(en) die nodig zijn voor het aanleggen van de bodemenergie infrastructuur leiden dan mogelijk tot een nog grotere vermenging van de verschillende watervoerende pakketten. De bodemconstructie heeft betrekking op één of meerdere lagen: de netwerklaag, de ondiepe en de diepe ondergrond (zie definiëring ondergrond). De verschillende bouwopgaven kunnen onderling concurreren en kunnen ook (alhoewel de opgaven meestal in één laag plaatsvinden) een directe interactie hebben met de andere ondergrondlagen. Zo zal er een ruimtelijke concurrentie zijn tussen allerlei kabels, leidingen, en de bouw van ondergrondse parkeergarages in de netwerklaag, en in de ondiepe en diepe ondergrond tussen bodemenergiesystemen en de gietwatervoorziening voor de glastuinbouw. Voor de implementatie van dit speerpunt is de door de provincie Zuid-Holland ontwikkelde 3Dordening25 aan te bevelen.

De provincie heeft een ondergrondwijzer opgesteld die de alle aspecten die spelen in de ondergrond organiseert, en die een handreiking is om systematisch te plannen en bovendien per fase van plannen te zoeken naar synergie tussen ruimte en ondergrond26 27 28. Rollen voor organiseren en uitvoeren ruimtelijk planning in de ondergrond29 • De projectleider, die verantwoordelijk is voor de ruimtelijke planvorming en de integratie Van alles wat in de ondergrond speelt (ondergrondinbreng) in de ruimtelijke planvorming. • De ondergrondcoördinator, die in samenwerking met de verschillende spelers een afgestemde inbreng vanuit de ondergrond verzorgt én de projectleider ondersteunt bij de integratie van deze inbreng in de planvorming. Deze ondergrondwijzer refereert naar een Bodemladder. Die bodemladder fungeert als handelingsperspectief en afwegingskader, bij de keuzen over het gebruik van bodem en ondergrond in gebiedsopgaven en in situaties waarbij claims op of functies van de ondergrond conflicteren. Het handelingsperspectief zoekt naar een evenwicht tussen het benutten van kansen van de ondergrond en het beschermen van kwaliteiten van de ondergrond. Er zijn verschillende afwegingskaders ontwikkeld voor een duurzaam gebruik van de bodem en ondergrond bij gemeentelijke projecten30 31 32.

Bodemladder33 De begrippen op de treden van de ladder zijn in het handelingsperspectief een inspiratiebron met als ambitie om zo hoog mogelijk op de ladder uit te komen: hernieuwbaar boven omkeerbaar, omkeerbaar boven beheersbaar. De toepassing als handelingsperspectief draait om de vragen:

Pagina 29 van 63 • Wat betekent een ruimtelijke investering of ingreep voor kwaliteiten in de ondergrond? • Welke kwaliteiten uit de ondergrond kan ik benutten voor mijn opgave? De Bodemladder onderscheidt twee typen afwegingen: a) De afweging van aanvaardbaarheid: nut, noodzaak en impact. b) De afweging op de treden van de ladder: hernieuwbaar-omkeerbaar-beheersbaar. Welke acties lopen er in het Westland: - Gemeentelijke AVOI vastgesteld in 2020 en er wordt gewerkt volgens het bijbehorende handboek - Organiseren van Warmte-ateliers, waarbij met (potentiële) initiatiefnemers overlegd wordt mbt aanleg, tracé, fasering etc. van de warmtenetten / bronnen - Zie ook gemeentelijk energie visie

3.7

Speerpunt 7 - Bodemverzilting en bodemdaling, vergroten bewustwording

Het grondwatersysteem in de gemeente Westland wordt sterk beïnvloed door het zoute kwelwater vanuit de zee, en het grondwater is met name brak. Het grondwater staat in het kustgebied door verschillende redenen (zeespiegelstijging, bodemdaling) onder druk en raakt hoe langer hoe meer verzilt. Bodemopgaven voor de provincie Zuid-Holland 34 De provincie Zuid-Holland kent gebieden die blijvend kwetsbaar zijn voor bodemdaling en/of voor verzilting. Naar verwachting zijn voortdurend en steeds stevigere maatregelen nodig om deze natuurlijke processen tegen te gaan. (…) Het steeds opnieuw verlagen van het peil waarin actueel grondgebruik en functies van de grond werden benut, leidde in het veenweidegebieden de afgelopen decennia tot bodemdaling. De beheerskosten (weilanden, wegen) zijn hierdoor voor de overheid sterk toegenomen. Dit speerpunt heeft met name betrekking op de eerste (0-30 meter) en tweede laag (30-200 meter), en staat in directe relatie tot de sectoren Energie en Water, en indirect met Klimaat. Bodemverzilting De bodem en/of het grondwatersysteem worden zouter. Natuurlijke bodem (grondwater) verzouting treedt op in kustgebieden doordat grondwater onder zee (zoute kwel) in contact komt met het grondwater onder land en dat zouter maakt. Hierdoor krijgen planten en bomen het moeilijk.

Definities van zoet, brak en zout water Zoet: < 1000 mg Cl /l 25www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/bodem-ondergrond/3d-ordening/ 26 Stadswerk Magazine 10-2016 3D-Ordening, Husslage en Pronk, oktober 2016

27 Stadswerk Magazine 09-2019 3D-Ordening, Husslage en Kuik, september 2019

28 Stadswerk Magazine 07-2021 3D-Ordening, Husslage, Kuik en Puylaert, juli 2021 29 Ondergrondwijzer – PZH

30 Breed Afwegingskader Gebruik Ondergrond (BAGEO) (SV-046), Breukink, C. et all., SKB, Gouda, mei 2003 31 Handreiking aanpak DGWW voor gemeenten, Kennisplatform CROW, juni 2018

32 Afwegingskader Ondergronds/ Bovengronds Kwaliteit van de Leefomgeving, DRIFT (Krosse et al.), 24 oktober

2012 33 Ondergrondwijzer – PZH 34 Beleidsvisie Bodem en Ondergrond Zuid-Holland

Pagina 30 van 63 Brak: 1000 – 3000 Cl /l Zout: > 3000 Cl /l (Chloride wordt vaak gebruikt als representant voor het zoutgehalte van water) Situatie in het Westland In het Westland veroorzaakt de stijging van de zeespiegel een toename van de zoute kwel in het gemeentelijk gebied. Bodemverzilting treedt ook op door de wateronttrekking voor de gietwaterproductie van de glastuinbouw en daaraan gerelateerde lozingen van brijn. Deze verzilting wordt eventueel versterkt door een bodemdaling, veroorzaakt door zowel gaswinning als door grondwateronttrekkingen. Bij de glastuinbouw wordt vanuit het eerste watervoerend pakket water opgepompt voor de gietwatervoorziening wanneer de regenwaterreservoirs leeg zijn, waarbij via een installatie (omgekeerde osmose) het brakke grondwater wordt ontdaan van het zout (zie ook speerpunt 4). Ongeveer 50% van het water gaat naar de kassen als gietwater (permeaat), het overige en dus zoutere water (brijn) wordt teruggepompt in het tweede watervoerende pakket. Bovendien neemt door toename van de zoute kwel en grotere verdamping in de zomer het chloridegehalte in het oppervlaktewater toe (verzilting). Behalve de toenemende verzilting van de watervoerende pakketten in de tweede ondergrond laag, neemt ook het risico voor bodemverzilting in de bovengrond toe.

De toenemende hete zomers en periodes met aanhoudende droogte, gecombineerd met de lage infiltratie (hoge bodemafdekking) van (hemel)water in de Westlandse bodem, veroorzaken mogelijk een toenemende verzilting. Ook kan het zoet-brak grensvlak beïnvloed worden door bijvoorbeeld grondwateronttrekkingen of WKOsystemen. Het proces van dieper zout grondwater aantrekking door onttrekking van zoet grondwater in kustgebieden heet zoutwateropkegeling en beperkt de beschikbaarheid van zoetwater.

Diepte zoet-brak grensvlak grondwater, in meter onder maaiveld (Uit: signaleringskaarten.nl)

Welke acties lopen er in het Westland: -

Pagina 31 van 63 Bodemdaling Bodemdaling ontstaat door krimp, oxidatie en/of samendrukken van (slappe) bovengrond (1ste ondergrondlaag). Dit leidt tot volumeverlies. Bij bodemdaling, veroorzaakt door oxidatie van het veen komt bovendien een aanzienlijke hoeveelheid broeikasgassen vrij. Het onttrekken van grondwater (2de ondergrondlaag) en gaswinning (3de ondergrondlaag) veroorzaken ook bodemdaling35. Bodemdaling heeft een grote invloed op het bodemgebruik (veranderende grondwaterstanden) en de kwaliteit van de leeflaag (scheuren in gebouwen, wegen, kabels en leidingen). Bovendien kunnen er door het aanpassen van de grondwaterstanden, problemen met de fundering ontstaan. Er is een verband tussen het type fundering en de bodemsamenstelling (in veen- en kleigebieden is er vroeger veelal gefundeerd op houten palen). Eventuele peilverlagingen kunnen een grote invloed hebben op gebouwen die gefundeerd zijn op houten palen, wanneer er lucht bij de palen komt, en het hout gaat rotten door oxidatie (zuurstof minnende bacteriën). De houten paalfundering kan zo zijn constructieve draagfunctie verliezen met negatieve gevolgen (verzakking, scheuren, instabiliteit) voor het gebouw.

Informatie over funderingsproblematiek Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling (NKB) Platform Slappe Bodem (PSB) Coalitie Stevige Steden op Slappe Bodem (CSS) Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) Nationaal Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen i.o. (KBF) Situatie in het Westland Het oostelijk deel van de gemeente Westland bestaat uit veengrond die mogelijk gevoelig is voor bodemdaling door veenoxidatie (zie figuur 7.1; zie figuur 7.2 voor verwachte bodemdaling). Grondwateronttrekkingen voor gietwaterwinning, oxidatie van veengronden (verlaging peilstand) en gaswinning veroorzaken bodemdaling in het Westland, met name rond De Lier. Het veenpakket heeft een dikte variërend van 0,4 m tot 4 m (een dikte van meer dan 5 meter komt niet voor). Bij voortzetting van het huidige bodem-, landgebruik en –beheer daalt de veenbodem gemiddeld met ongeveer 1 cm per jaar. Dit verhoogt het risico op wateroverlast, bijvoorbeeld in de Oranjebuurt van De Lier. Opvallend is dat er gebouwd wordt op plekken met de hoogste bodemdaling (bijvoorbeeld Liermolensloot in De Lier). Overwegend is er in de huidige situatie sprake van een wisselend beeld. Waar het veen ondieper zit vindt de meeste bodemdaling plaats. Sweco36 voerde recentelijk een onderzoek uit naar aandachtsgebieden voor funderingen in de gemeente Westland.

35 Verkenning Bodemdaling Midden-Delfland, Deltares, presentatie

36 Notitie aandachtsgebiedenkaart funderingen Westland, SWECO, 24 maart 2020

Pagina 32 van 63

Figuur 7.1 Bodemdaling [Provincie Zuid-Holland, 2019a]

Figuur 7.2 Verwachte bodemdaling in de periode 2016-2050 [Klimaateffectatlas, 2019]

Welke acties lopen er in het Westland: - Monitoren bodemdaling (2020-2022) - Onderzoek risico funderingsrot afgerond. - Zie ook Strategie Klimaatadaptatie Westland 2021 - 2024

3.8

Speerpunt 8 - Bodembiodiversiteit voor een vitale bodem

De biodiversiteit is de afgelopen decennia afgenomen en loopt verder terug. Dat komt door onvoldoende ruimte en slechte milieucondities in de leefgebieden van dieren en planten. Ook het bodemleven en de bodemvruchtbaarheid van landbouwgronden neemt gemiddeld genomen af. Door menselijke activiteiten en intensivering van de productie verschraalt de bodem. Zo nemen de bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit af. Omdat minstens een kwart van de biodiversiteit op aarde zich bevindt in de bodem, vormt dit een bedreiging voor een gezonde leefomgeving. Integrale benadering van de bodem37 In de Omgevingswet wordt gestreefd naar een meer integrale benadering van de bodem, waarbij meer ruimte is om, naast de chemische kwaliteit van de bodem, ook fysische en biologische aspecten 37 www.samendedieptein.nl

Pagina 33 van 63 mee te wegen. Een vitale bodem is een bodem waarin zowel de chemische, biologische als fysische kwaliteit op orde is. Dit maakt de bodem weerbaar voor veranderingen zoals droge of juist hele natte periodes en weerbaar tegen plagen en ziekten. Een vitale bodem waarbij de kwaliteit van de bodem in balans is met het gebruik ervan, vormt de basis van en is essentieel voor een gezonde leefomgeving38. Bodem- en landgebruik moeten passen bij de fysische, chemische en biologische condities van de bodem. De bovengrondse biodiversiteit in de vegetatie is ook essentieel voor een grote biodiversiteit onder de grond. Bodemcondities Fysische condities: Chemische condities:

o.a. waterhuishouding, draagkracht, permeabiliteit; o.a. nutriënten gehalte, organisch stofgehalte, wel/ niet aanwezigheid van metalen, PAKs, Gbm-en; Biologische condities: o.a. bodemleven/ biodiversiteit, organisch stofgehalte. Thema’s van bodemambities39 De bodemthema’s die van belang zijn in een bepaald gebied worden bodemambities genoemd. Bodemambities kunnen gekozen worden door elke keer opnieuw gebruik te maken van de routeplanner. De Routeplanner Bodemambities helpt lokale overheden om het lokale bodembeleid niet te beperken tot de chemische bodemkwaliteit, maar ook aandacht te besteden aan de fysische en ecologische bodemkwaliteit. Het uitgangspunt is hierbij de functie die aan een gebied wordt toegekend. Afhankelijk van de functie van de ruimte, kunnen bodemambities geselecteerd worden. Het afwegen van bodemthema’s die in een gebied spelen, zoals draagkracht of biodiversiteit, is nodig om tot een duurzaam gebruik en ruimtelijke inrichting van de bodem te komen. Dit speerpunt heeft met name betrekking op de eerste bodemlaag (0-30 meter), en staat in directe relatie tot de sectoren Groen en Klimaat.

Situatie in het Westland Alhoewel er bodemkwaliteitskaarten zijn die met name de chemische kwaliteit en mate van verontreiniging aangeven, zijn kaarten die inzicht geven in biologisch gezonde bodem (biodiversiteit, organisch stofgehalte, etc.) niet aanwezig voor het Westland. Doordat veel bodem afgedekt of bebouwd is (58%) en er in het hart van het Westland weinig groenblauwstructuur is (parken, bossen, beken en kanalen, zijn (grote) delen van de gemeente kwetsbaar. De vitaliteit van de bodem en dus de leefomgeving staan onder druk. Bij een hogere bodembiodiversiteit zou de bodem bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen ziekten (gewaspathogenen), uitdroging en uitloging van nutriënten.

Definiëring bodemkwaliteit, bodemgezondheid, bestandheid tegen ziekten en vitale bodem40 Bodemkwaliteit: Een simpele versie van de definitie van bodemkwaliteit is “hoe goed een bodem doet, wat wij willen dat hij doet” (Janvier et al., 2007). Bij het begrip bodemkwaliteit spelen de verschillende functies van de bodem voor de mens een rol. Er is met name aandacht voor 38 Provincie Zuid-Holland. Visie rijke groenblauwe leefomgeving. Zuid-Holland investeert in een gezonde en

aantrekkelijke leefomgeving, 2018 39 Klimaatverandering en het stedelijk gebied - de bodemfactor; RIVM 2010 40 Bodemgezondheid in de biologische kasteelt, deel 1: definitiestudie; publicatienummer LB24, Louis Bolk Instituut, WUR, 2008

Pagina 34 van 63 de fysisch-chemische component. De belangrijkste criteria om bodemkwaliteit te beoordelen verschillen nogal, variërend van draagkracht tot waterbergend vermogen, CO2 vastlegging of nutriëntengehalte. Bodemkwaliteit is breder dan bodemgezondheid. Bodemkwaliteit omvat nadrukkelijk een biologische, een chemische en een fysische component. Bodemgezondheid wordt primair bepaald door ecologische eigenschappen: Bodemgezondheid vormt een onderdeel van het concept ecosysteemgezondheid, en wordt meestal beschreven aan de hand van algemene kenmerken van het ecosysteem. zoals stabiliteit, veerkracht, vitaliteit, organisatie en biodiversiteit. Voor de landbouw draait het echter ook om functionaliteit: bodemgezondheid wordt in die context vertaald naar een groot vermogen van de grond om ziekten te weren zodat gewassen minder snel ziek worden. ‘Ziektewerendheid’ is concreter dan bodemgezondheid, en kan een belangrijke indicator zijn voor de gezondheid van de bodem. Ziektewerendheid is echter niet makkelijk te meten. Men doet onderzoek naar welke parameters en indicatoren dit kunnen laten zien. ‘In ziektewerende bodems komen minder ziekten voor en als ze er zijn, zijn ze minder ernstig. Dit ondanks de aanwezigheid van plantpathogenen in de bodem en de aanwezigheid van een gevoelige waardplant (een plant waarop andere organismen teren).

In een niet-ziektewerende bodem daarentegen, komt ziekte voor die zich onbeperkt kan uitbreiden’ (Cook en Baker, 1983). ‘Een vitale bodem is schoon, vruchtbaar, gezond en zit vol leven. Een vitale bodem heeft een structuur en gevarieerd bodemleven. Hierdoor worden voedingsstoffen goed omgezet en kunnen water en lucht circuleren en infiltreren’ (definitie volgens het Uitvoeringsplan Vitale Bodem van de provincie Noord-Brabant). Een vitale bodem is van belang voor gemeentelijke ambities op het gebied van klimaat, water, duurzaamheid, circulariteit, etc. ‘Een vitale bodem kan immers water vasthouden, water zuiveren en doen infiltreren, draagt via organische stof ook bij aan klimaatregulatie, is de basis voor biodiversiteit en mineralenhuishouding en vormt een gezonde en schone basis voor voedselproductie en grondstofwinning. Daarnaast is de bodem de ‘drager’ van het landschap’41. De vitale bodem heeft meerdere voordelen:  het zorgt voor betere infiltratie van regenwater en is zo bestand tegen veel regen.  het kan meer water vasthouden waardoor er minder last is van verdroging.  het zorgt voor een hogere kwaliteit van water.  het vergroot de biodiversiteit en het slaat meer CO2 op. het levert de boer ook voordelen op voor de productie van gewassen: je haalt het maximale uit de bodem zonder die uit te putten en er is minder kans op ziekten.

Welke acties lopen er in het Westland (ism Hoogheemraadschap Delfland): - Door ontwikkelen van COASTAR Pilot Waterbank Westland – Hooghe Beer - Urban Waterbuffer Spangen beheren - Operatie steenbreek acties mede organiseren - Buurtacties met bewoners opzetten (regentonnen, groene daken) - Project ‘tuin van de toekomst’ doorzetten - Initiëren van projecten bij schoolpleinen en bedrijventerreinen 41 www.samendedieptein.nl

Pagina 35 van 63 -

3.9

Speerpunt 9 - Goede sponswerking van de bodem

Extreme neerslag is een van de gevolgen van klimaatverandering. In het stedelijk gebied kan extreme neerslag leiden tot wateroverlast. Omdat in het stedelijk gebied de bodem grotendeels is afgedekt, kan het water niet de bodem indringen en moet het dus onder andere worden afgevoerd naar het riool. Bij hevige regenbuien leidt dit tot wateroverlast in de straten. Een effectieve maatregel hiertegen is om het zogeheten waterbergend vermogen van de bebouwde kom te vergroten, waarvoor het ondergronds bergen van water een goede oplossing is. Ook moet een stedelijke omgeving beschikken over voldoende onafgedekte bodem, zoals parken, plantsoen (buurt en wijkgroen in de directe woonomgeving, wadi’s, (moes-/volks-/gevel-) tuinen en wegbermen, zodat een deel van het regenwater in de bodem kan infiltreren. Het verbeteren van de sponswerking van de bodem door het verhogen van het organisch stofgehalte beschermt de bodem ook beter tegen droogte/verdroging. In gebieden met veel klei- en veenlagen vermindert dit ook de kans op inklinking en oxidatie, en daarmee het risico op bodemdaling. Het thema ‘afdekking’ is dus essentieel in de omgevingsvisie, klimaat-, groen- en ondergrondverkenning van Westland om zo de gemeente bestendiger kunnen maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering42.

Bodemfunctiekaart: groen=recreatief-natuur; bruin=wonen(kassen); geel=wonen (excl. kassen); oranje=industrie (Uit: GIS Westland)

Sponswerking bodem en ecosysteemdienst Neervallend regenwater vloeit over het landoppervlak af of zakt in de bodem. Hoe sponziger de bodem, hoe meer regenwater blijft hangen tussen de bodemdeeltjes. Dit zakt geleidelijk uit naar het grondwater. Van daar vindt het water zijn weg naar bronnen, beken en rivieren. Vegetatie remt de directe afstroom van het water en beschermt de bodem tegen harde neerslag, uitdroging en erosie. Plantenresten, bodemdieren en humus zorgen ervoor dat water in de bodem wordt vastgehouden en 42 Klimaatverandering en het stedelijk gebied, De bodemfactor, rapport 607050005/2010, RIVM (J.W.

Claessens, E.M. Dirven), 2010

Pagina 36 van 63 bevorderen zo de sponswerking. Hoe beter deze sponswerking bovenstrooms, hoe meer water daar wordt vastgehouden en hoe meer geleidelijk het benedenstrooms beschikbaar komt. Dit speerpunt heeft met name betrekking op de eerste bodemlaag (0-30 meter), is als urgent aangeduid, en staat in directe relatie tot de sectoren Groen, Klimaat en Water en indirect tot Energie. Artikel 5 Bodemafdekking43 Met het oog op het instandhouden van de in artikel 1, lid 1, genoemde bodemfuncties nemen de lidstaten passende maatregelen om bodemafdekking te beperken of, wanneer bodemafdekking nodig is, de effecten daarvan te temperen, met name door de toepassing van bouwtechnieken en producten die het mogelijk maken om zo veel mogelijk van deze functies te handhaven. Beleidskeuzes provincie Zuid-Holland44 De provincie vindt het belangrijk dat bij ruimtelijke keuzes en ontwikkelingen de intrinsieke bodemwaarden Integraal worden meegewogen. Verlies aan open (groene) ruimte en dus onverhard oppervlak, waar de bodem zijn waterbufferende en regulerende functie vervult, dient zoveel mogelijk beperkt te blijven. Situatie in het Westland Westland heeft een bodemafdekking van 58%, veel hoger dan het landelijk gemiddelde voor Nederlandse gemeenten (11%).

Hierbij komen nog toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bevolkingsgroei en duurzaamheid: volgens de Omgevingsvisie 2.0 moet de woningvoorraad in 2030 met ruim 8.000 nieuwe woningen gegroeid zijn t.o.v. 2020. Andere toekomstige plannen voor gebiedsontwikkeling betreffen de energietransitie. Zonne-energie wordt gestimuleerd op daken, maar liever geen zonnevelden (meer bodemafdekking). Deze toekomstige plannen leggen een nog grotere druk op het Westlandse bodemoppervlak. In de toekomst moet er alles aan gedaan worden om deze hoge bodemafdekking niet te laten toenemen, sterker nog, te verminderen. Westland heeft al een hoge regenval en bij klimaatverandering kunnen acute clusterbuien meer toenemen, waardoor de infiltratiecapaciteit van de bodem cruciaal is. Bij hoge bodemafdekking neemt de hoeveelheid en snelheid van het water aan het oppervlak binnen de bebouwde kom snel toe bij (hevige) regenval waardoor erosie en grote schade aan huizen en infrastructuur het gevolg is van overstroming. Bovendien wordt het ‘hitteeiland effect’ van een bebouwde omgeving vergroot bij meer asfalt en bebouwing.

Welke acties lopen er in het Westland (ism Hoogheemraadschap Delfland): - Toepassing Urban Waterbuffers en (meer) wadi’s in Westland onderzoeken (mogelijk opnemen PVE) - Operatie steenbreek acties organiseren - Buurtacties met bewoners opzetten (regentonnen, groene daken) - Toepassing Project ‘tuin van de toekomst’ in Westland onderzoeken - Onderzoek naar mogelijkheden voor het initiëren van projecten bij schoolpleinen en bedrijventerreinen - Zie ook Strategie Klimaatadaptatie Westland 2021 - 2024 43 EU Bodemstrategie, 2006

44 Beleidsvisie Bodem en Ondergrond Zuid-Holland

Pagina 37 van 63 -

Pagina 38 van 63

VERKLARENDE WOORDENLIJST Aanvullende Strategische Voorraden (ASV): locaties die nog worden aangewezen als toekomstige bron van drinkwater; de provincies wijzen deze aanvullende strategische voorraden (ASV’s) aan voor het opvangen van de groeiende vraag naar drinkwater. Aardwarmte: aardwarmte of geothermie is de energie die kan worden gewonnen uit warmtereservoirs in de diepe ondergrond, over het algemeen dieper dan 2 kilometer. Aquafier: een ondergrondse laag van zand, gravel of poreuze rots dat water opneemt en vasthoudt als een spons. Aquifer storage and recovery (ASR): opslag en hergebruikt van water in het watervoerende pakket, mogelijk omdat zoet water drijft op zouter water. Toegepast bij de Westlandse waterbank. AVI-bodemas: afval van verbrandingsinstallaties (as, slakken). Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI): heeft als doel de regie en coördinatie uniform te regelen met betrekking tot werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen. Basisregistratie Ondergrond (BRO): is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond, en bevat gegevens over de geologische en bodemkundige opbouw. Besluit activiteiten leefomgeving (BAL): hierin staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.

Burgers, bedrijven en overheden moeten zich aan deze regels houden. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast regelt het Bal wie bevoegd gezag is. Besluitbodemkwaliteit (Bbk): hierin staan regels over hergebruik van grond en bagger en deze zullen naar verwachting in 2022 overgaan naar het stelsel van de Omgevingswet. Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is het voorkomen van vervuiling van de bodem (grond en grondwater) en het oppervlaktewater. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): hierin staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Biodiversiteit: de verscheidenheid van ecosystemen, van plant- en diersoorten binnen een ecosysteem en van (soort)variaties. De bodem speelt een grote rol bij de biodiversiteit. Bodem: de bovenste laag van de aardkorst bestaande uit minerale deeltjes, organisch materiaal, water, lucht en levende organismen. De bodem maakt dus in ruimtelijke zin onderdeel uit van de ondergrond. Bodem- en watersysteem: de functionele eenheid van de bodem, in combinatie met het watersysteem. De definities van ‘bodem’ en ‘watersysteem’ overlappen elkaar. Grondwater is de verbindende schakel. Het bodem- en watersysteem is een ecosysteem.

Bodembeheernota Westland: met een gebied specifieke bodembeheernota worden de mogelijkheden van grondverzet binnen de gemeentegrenzen op een verantwoorde manier verruimd. Deze nota beschrijft de voorwaarden voor hergebruik van grond als 'bodem' in de gemeente. Bodembeweging: verzamelnaam voor bodemdaling en bodemtrillingen. Bodemdaling: het zakken van het niveau van de bodem ten opzichte van een vast referentiepunt, bijvoorbeeld het NAP.

Pagina 39 van 63 Bodem Energie Plan (BEP): planvorming om de bodem zo doelmatig mogelijk voor bodemenergie te gebruiken. Bodemverzilting: het verschijnsel dat de bodem in de loop der tijd zouter wordt doordat de aanvoer van zouten groter is dan de afvoer ervan. Meestal geschiedt de aanvoer door water waarin zouten zijn opgelost. Bruidsschatsregels: een set aan regels die wordt toegevoegd aan het tijdelijk omgevingsplan om te voorkomen bepaalde activiteiten tussen wal en schip raken. De bruidsschat dient als startpunt voor verdere decentrale regulering. COastal Aquifer STorage And Recovery (COASTAR): een kennisprogramma dat grootschalige zoetwatervoorziening door slim gebruik van de ondergrond onderzoekt. CO2-footprint: een meting van alle broeikasgassen wat vertaald wordt naar een CO2-equivalent en krijgt als waarde ton, kg en/of gram. Duurzaam: het begrip duurzaamheid wordt veelal omschreven aan de hand van de drie P’s: People (mensen), Profit (winst), Planet (aarde). Naast het feit dat we geld willen verdienen en van de welvaart willen genieten is het ook onze taak om goed voor de mensen en het milieu te zorgen. Duurzaam GWW: Green Deal Duurzaam GWW heeft als ambitie om duurzaamheid een integraal onderdeel te laten zijn van spoor-, grond-, water- en wegenbouwprojecten.

Ecosysteem: een dynamisch complex van gemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen en hun niet levende omgeving, dat gezamenlijk functioneert als een functionele eenheid. Ecosystemen kunnen op verschillende schaalniveaus worden onderscheiden, van wereldschaal en klimaatzones, tot landschappen, gebieden en kleine landschappelijke eenheden. Ecosysteemdiensten: de toegevoegde waarde van ecosystemen aan onze economische en sociale activiteiten. Ecosysteemdiensten worden geleverd door gecombineerde acties van levende organismen en abiotische processen. Ecosysteemdiensten worden ingedeeld in drie groepen: producerende diensten (bijvoorbeeld het leveren van voedsel, drinkwater, energie en hout), regulerende diensten (o.a. zuivering, buffering van water, temperatuurregulatie) en culturele diensten (inspiratie, educatie, behoud archeologische waarden). Energietransitie: de overgang van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie. In de 'overgangsperiode' wordt het aandeel conventionele energiebronnen, zoals kolencentrales steeds verder verkleind en wordt tegelijkertijd gewerkt om zo veel mogelijk energie te besparen. Het doel is uiteindelijk tot een volledig duurzame energievoorziening te komen. Fulltime-equivalent (FTE): omvang personeel.

Gescheiden rioleringsstelsel: het afvalwater en het regenwater (vanaf daken en straten) worden door twee aparte stelsels afgevoerd. Het stelsel voor het regenwater wordt hemelwaterafvoer (HWA) genoemd en dat voor het afvalwater wordt vuilwaterafvoer genoemd. Geothermie: geothermie of aardwarmte is de energie die kan worden gewonnen uit warmtereservoirs in de diepe ondergrond, over het algemeen dieper dan 2 kilometer. Deze energie ontstaat door het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en diep in de aarde gelegen warmtereservoirs te benutten. Dit gebeurt door een aanvoer- en een retourleiding te boren naar de diepe aardlagen. Een warmtewisselaar tussen de aanvoer- en de retourleiding draagt de warmte (energie) over aan een warmtenet.

Pagina 40 van 63 Geothermische bron: geothermisch reservoir op een diepte van enkele kilometers. Er kunnen meerdere doubletten vanuit dezelfde bron gevoed worden. Geothermische doublet: een combinatie van twee naast elkaar liggende diepe boringen. Warm water wordt opgepompt en het afgekoelde water wordt via het tweede boorgat in dezelfde watervoerende laag teruggevoerd op enkele kilometers afstand van de inlaat. GeoTOP: een driedimensionaal 100 m x 100 m x 0.5 m voxelmodel dat op basis van een grote hoeveelheid boorgegevens een inschatting geeft van de stratigrafie en lithologie tot een diepte van – 30 m NAP (ook wel tot -50 meter). Gietwater: hemelwater of grondwater dat men gebruikt om planten te besproeien. Glastuinbouwbedrijven maken brak grondwater geschikt als gietwater door de zouten van het water te scheiden. Groenblauwe structuren: met natuurlijke en half natuurlijke landschapselementen kunnen groene (met planten) en blauwe (met water) infrastructuren worden ontworpen en aangelegd. In een verstedelijkte omgeving zorgen ze voor een klimaatbestendiger, aantrekkelijker, gezonder en natuurlijker leefomgeving. Groene landschapselementen zijn bijvoorbeeld hagen, heggen, struiken, boomgaarden, bossen, graslanden en parken. Blauwe landschapselementen zijn bijvoorbeeld poelen, vijvers, watergangen, wadi’s en waterbufferbekkens.

Grondwater: water dat via sloten, meren en rivieren in de bodem is gezakt. Ook regenwater infiltreert in de bodem en zakt tot het niet verder kan vanwege een bodemlaag die geen water doorlaat. Boven deze laag raakt de grond ‘verzadigd'. De grond kan geen water meer opnemen. De hoogte waar deze verzadiging optreedt, is de grondwaterstand (of het grondwaterpeil). Het water eronder heet grondwater. Halfverharding: een relatief harde laag die bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor een oprit of terras, een parkeerterrein, tuin-, fiets- of wandelpad. Voorbeelden van verhardingsmaterialen zijn grind, gebroken puin, gebroken natuursteen, schelpen en houtsnippers. Hemelwaterverordening: een overheidsbesluit waarin staat welke verplichting iedere gebruiker aan moet gaan om hemelwater zoveel mogelijk in de bodem te infiltreren, vast te houden en te bergen. Hittestress: ontstaat wanneer het lichaam moeite heeft om de kerntemperatuur (37 °C) vast te houden. Doordat sommige plekken in een stedelijke omgeving (een zogenaamd hitte-eiland) warmte vasthouden en veel warmer kunnen worden dan landelijk gebied, neemt het risico op hittestress ertoe naarmate het ’s zomers warmer wordt, bijvoorbeeld als gevolg van een hittegolf. Hittestress vormt een serieus risico voor de gezondheid, zeker voor kwetsbare groepen zoals ouderen en chronisch zieken.

Daarnaast kan hitte leiden tot verminderde arbeidsproductiviteit en slaapproblemen. Infiltratievoorziening: een boven- of ondergrondse voorziening waardoor regenwater de bodem kan inlopen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door middel van verharding die water laat passeren of poreus is, of door middel van kratten en buizen die water doorlaten. Interventiewaarde: er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als de gemiddelde concentratie in meer dan 25 m3 grond de interventiewaarde overschrijdt. NB Dit is gelijk aan het huidige Wbb-criterium. Intrinsieke bodemwaarden: bodemvruchtbaarheid (het vermogen nutriënten te leveren en biomassa te produceren), fysieke structuur (draagkracht, historisch bodemarchief; archeologische en aardkundige waarden, als onderdeel van de landschappelijke identiteit), adaptatie en veerkracht (het vermogen tot aanpassing of de mate van fragiliteit bij verstoring en omzetting naar ander

Pagina 41 van 63 bodemgebruik), en buffer en reactor functie (opslag/buffer van water, gassen, stoffen en energie; afbraak en synthese van stoffen en verbindingen). Kaderrichtlijn water (KRW): EU-wetgeving voor de kwaliteit van de (oppervlakte)water, gebaseerd op het ‘prevent and limit’ beginsel. Klimaatadaptatie: het proces waardoor samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor zij profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Klimaatbestendig: zodanig gebouwd of ingericht dat de effecten van de klimaatverandering kunnen worden opgevangen. Klimaatmitigatie: het beperken van de omvang of snelheid van opwarming van de aarde, in het bijzonder verminderen van de door mensen veroorzaakte emissies van broeikasgassen. Koppelkansen: gelegenheid om verschillende opgaven te combineren waardoor maatregelen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Ga je bijvoorbeeld aan de slag in de grond met de aanleg van warmtenetten, dan kun je meteen grondwerkzaamheden ten bate van klimaatadaptatie uitvoeren. K-waarde: de verzadigde doorlatendheid, met een horizontale (Kh-waarde) en verticale (Kv-waarde) richting. Bij REGIS is voor zandige pakketten alleen een Kh-waarde, en voor kleiige afzettingen alleen een Kv-waarde beschikbaar. Lokale Maximale Waarden (LMW): bodemkwaliteit tussen achtergrondwaarde en saneringscriterium.

Milieubelastende activiteit (MBA): een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. MTR-niveau: het maximaal toelaatbaar risiconiveau, dat de hoogst toelaatbare concentraties van stoffen aangeeft in de bodem. Mulchen: het bedekken van de bodem rondom planten en struiken met organisch materiaal, voor het vasthouden van water en voorkomen van droogte in de bodem, het beschermen van de grond en het grondleven tegen de weersomstandigheden, het stimuleren van het bodemleven en het verminderen van onkruid. Nationale Grondwater Reserves (NGR): het Ministerie van IenW wijst de nationale grondwaterreserves (NGR’s) aan voor het opvangen van crisissituaties. Omgevingsvisie: document waarin de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving op de lange termijn vastlegt. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Daarnaast kan de gemeente samen met een andere gemeente of met de provincie een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie opstellen. Ondergrond: alles wat zich onder het aardoppervlak bevindt, zowel hetgeen van nature aanwezig als door de mens aangelegd.

Paalrot: aantasting (door schimmels) van houten funderingen die droog komen te staan als gevolg van een dalend grondwaterpeil. Dit kan leiden tot verzakkingen van gebouwen. Piekbui/hoosbui: grote hoeveelheid neerslag in korte tijd in een klein gebied. Wanneer de neerslag niet kan worden afgevoerd via het watersysteem of/en de riolering kunnen hinder en overlast ontstaan doordat straten en velden onderlopen. Piekwaterberging: het zodanig bestemmen en inrichten van een gebied, bijvoorbeeld een deel van een polder, dat een grote hoeveelheid neerslag hiernaartoe kan worden afgevoerd waardoor de druk op het watersysteem afneemt.

Pagina 42 van 63 Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS): een verzamelnaam voor meer dan 6000 chemische stoffen die door de mens zijn gemaakt. Zij komen van nature niet in het milieu voor en maken onderdeel uit van de zeer zorgwekkende stoffen. Ze komen in kleine hoeveelheden voor in onder andere de bodem, het oppervlaktewater en bloed van mensen. Programma Aanpak Stikstof (PAS): een beleidskader van de Nederlandse overheid over de bescherming van natuurgebieden van het Europese Natura 2000 programma. Het kader omvat maatregelen om de stikstofdepositie in de aangewezen natuurgebieden te verminderen, waar stikstofoxiden en ammoniak de natuur bedreigen. Dit beleidskader is bedoeld om ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen voortzetten ondanks de optredende stikstofdepositie. Programma van Eisen en Wensen (PvE&W): opgave voor de ondergrond, eisen vanuit de ondergrond, en wensen vanuit de ondergrond, met afspraken over het vervolg van het proces. RainlevelR: systeem van Hoogheemraadschap Delfland, dat bedoeld is om grote overstorten bij piekbuien te voorkomen door een dag van tevoren al ruimte te maken in de hemelwaterreservoirs door alvast te lozen op het oppervlaktewater. Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS): land dekkende geohydrologische kartering van de Nederlandse ondiepe ondergrond.

Reversed osmosis (RO): een proces waarbij brak (grond)water wordt omgezet in permeaat (zoetwater) en brijn (zout afvalwater). Ook wel omgekeerde osmose genoemd. Sponswerking: het vasthouden van neerslagwater in de bodem en in (infiltratie)voorzieningen zoals regentonnen, groene daken en poreuze constructies. Zodat de afvoer van water wordt vertraagd en wateroverlast wordt voorkomen of/en water wordt behouden om een waterkort in tijden van droogte te voorkomen. STRuctuurvisie ONderGrond (STRONG): deze structuurvisie bevat het nationale ruimtelijk beleid voor de ondergrond, specifiek gericht op de nationale belangen ‘drinkwatervoorziening’ en ‘mijnbouwactiviteiten’. Deze structuurvisie richt zich op toekomstige ontwikkelingen en nieuwe activiteiten in de diepe ondergrond en niet op de bestaande problematiek. Het doel hiervan is risico’s van nieuwe activiteiten en problemen in de toekomst zoveel mogelijk te beperken. Sustainable Development Goals (SDGs): opgaven en doelstellingen van de Verenigde Naties voor een duurzame toekomst. Warmte Koude Opslag systemen (WKO): een vorm van bodemenergie (maximale diepte van 500 meter, gebruikelijk tussen de 20 – 120 meter) waarbij de bodem wordt gebruikt om warmte en koude aan te onttrekken en in op te slaan. Soms ook KWO (koude warmte opslag) genoemd.

Warmtekrachtkoppeling (WKK): het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht (elektriciteit). De kracht is afkomstig van een brandstofcel, verbrandingsmotor of gasturbine en wordt meestal aangewend om een generator aan te drijven die op zijn beurt elektriciteit opwekt. De vrijgekomen warmte wordt lokaal nuttig gebruikt voor bijvoorbeeld productie van warm water, stoom of hete lucht. In de glastuinbouw wordt ook de vrijgekomen CO2 benut als voedingsbron voor de gewassen. WarmteSysteem Westland (WSW): diepe boringen voor WSW vallen onder de Mijnbouwwet, dat valt onder het gezag van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Waterbank Westland ‘droge voeten, voldoende gietwater’: organisatorische oplossing, waarbij injectie van overtollig regenwater op gebiedsniveau moet compenseren voor grondwateronttrekkingen. Is een onderdeel van COASTAR. Waterhinder: de straten staan blank na een hoosbui.

Pagina 43 van 63 Wateroverlast: sloten en kanalen kunnen hevige regenval niet aan en akkers, wegen of zelfs huizen en buurten lopen onder waardoor hulpdiensten wegen niet meer kunnen gebruiken. Watersysteem: dit bestaat uit het oppervlaktewater, het grondwater en de daarmee samenhangende waterbodems, oevers en kunstwerken en ook de daarin levende organismen. Watervoerend pakket (WVP): dit is een bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde begrensd wordt door een ondoorlatende laag of door een vrije waterspiegel. In het Westland zijn er drie watervoerende pakketten. Wet bodembescherming (Wbb): deze stelt regels om de bodem te beschermen, maakt duidelijk dat grondwater een onderdeel van de bodem is, en bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen.

Pagina 44 van 63

STROOMSCHEMA - opgaven, bodemthema’s, activiteiten en speerpunten

Pagina 45 van 63

BIJLAGE 1. Geologie, geomorfologie, geohydrologie en bodems van Westland De bodem en ondergrond van het Westland heeft een bewogen geschiedenis, met veranderingen in het klimaat en de ligging van de kustlijn, en door een dynamische invloed van zee en rivieren. Westland bestaat uit twee landschappelijke zones, namelijk een kustlandschap met een smal duingebied, en daarachter een deltalandschap met een sedimentatievlakte van afwisselend zand en kleiafzettingen. Veen komt voor in de ondergrond in het oostelijke gedeelte. Het kustlandschap wordt gevormd door de duinen en het er achterliggende strandwallengebied. Op de strandwallen kon vanwege de goede draagkracht gemakkelijk worden gebouwd. In de lagere gebieden tussen de strandwallen, de zogenaamde strandvlakten, ontstond een dunne laag veen. Vanwege de smalle strandwallen in het kustgebied kon de zee in tijden van zeespiegelstijging gemakkelijk via geulen en kreken de delta binnendringen. Het veen werd weggeslagen of bedekt met een dikke laag zeeklei. Enkele polders die vroegtijdig waren bedijkt zijn intact gebleven, hier ligt het veen nog vrij dicht onder de oppervlakte. De getijdenwerking met haar kreken is bepalend geweest voor de vorming van de zuidwestelijke delta. Voor een doorsnede van het Westland met informatie over de geologische afzettingen en het watersysteem, zie Figuur 2.

In Westland heeft de mens, met de opkomst van de tuinbouw vanaf het begin van de 17de eeuw, de oorspronkelijke bodems sterk veranderd, en zo ook het landschap. De oorspronkelijke bodems in het Westland bestonden voornamelijk uit laaggelegen zware zavel- en kleigronden, evenals klei op veengronden. Door de eeuwen heen hoopte men deze bodems op met duinzand en slootbagger om vollegrondstuinbouw te kunnen uitoefenen. Soms werd lichte zavel afkomstig van de nabijgelegen geestgronden gebruikt. Plaatselijk gebruikte men ook huisvuil voor de ophoging, o.a. langs de Gantel. Van de oorspronkelijke topografie is nauwelijks iets terug te vinden. Het gebied is dan nu ook vrij vlak. Door het ophogen en de diepe grondbewerking zijn diep humushoudende gronden ontstaan, ofwel tuineerdgronden. De tuinbouw in de volle grond is geleidelijk overgegaan in glastuinbouw. Ten noorden van De Lier en ten zuiden van Kwintsheul ligt een omvangrijke associatie van verschillende bodems, genaamd warmoezerijgronden. Ook hier heeft de mens de bovengrond sterk beïnvloed door egalisatie, diepspitten, opbrengen van duinzand en toevoegen van organische mest. Tot 1945 lag het grootste deel van dit gebied nog in grasland, daarna pas is er op grote schaal glastuinbouw ontwikkeld. Ten westen van Naaldwijk liggen enkeerdgronden, die ontwikkeld zijn in afgegraven restanten van strandwallen (geestgronden).

Deze geestgronden zijn nu uitsluitend in gebruik voor tuinbouw onder glas. Voor een ruimtelijke verbreiding van de Westlandse bodems, zie figuur 3. Het grondwater onder het Westlandgebied is brak tot zout. Dit komt doordat de kustlijn in het verre verleden een periode meer landinwaarts lag, waarna de bovenste lagen verzoet zijn door het neerslagoverschot. Door eeuwenlange ontwatering in de polders zijn freatische grondwaterstanden (de eerste grondwaterstand in de bodem) verlaagd, waardoor sommige delen van het gebied van infiltratiegebieden naar kwelgebieden zijn veranderd. Omdat hierdoor vooral water uit diepere lagen en/of vanuit de kustregio wordt aangevoerd, kan het grondwater van het eerste watervoerende pakket en de deklaag/freatisch pakket verder verzilten. Het grondwatersysteem in de gemeente Westland wordt sterk beïnvloed door het zoute kwelwater vanuit de zee. Door neerslagoverschot is op het zoute grondwater een zoetwaterlens ontstaan. Deze zoetwaterlens staat in het kustgebied door verschillende redenen (zeespiegelstijging, bodemdaling) onder druk en er treedt een verschuiving op van voornamelijk zoet water naar in verhouding meer zout water (verzilting). De bovenkant van het grondwater, de grondwaterstand, is bepalend voor hoe we het land gebruiken.

Door grondwateronttrekking uit het 1ste watervoerende pakket voor de glastuinbouw (gietwater) treedt er mogelijk een aanzuigende werking/ kwel op van zout water vanuit

Pagina 46 van 63 de Noordzee en kan er verder verzilting ontstaan. Een groot deel van Westland heeft al brak grondwater tussen de 0 en 5 meter onder maaiveld45. Vanaf de basis van het (grond)watersysteem op ongeveer 200 m diepte begint de diepere ondergrond. Het eerste deel hiervan, vanaf circa 200 m tot ongeveer 1.500 m diepte, bestaat in hoofdzaak uit zeekleiafzettingen. Daaronder in het traject vanaf 1.500 tot 5.000 meter bevinden zich geologisch gezien oudere gesteenten, die voornamelijk bestaan uit zand-, kalk- en kleisteen. Gelegen aan de westelijke rand van de Nederlandse Delta, kent het Westland met name de laatste ca. 10,000 jaar (Holoceen) een sterke invloed van de nabijgelegen kust. Onder het maaiveld, dat ongeveer op zeeniveau ligt, bevindt zich een pakket van ca. 20 m met zowel wadafzettingen (zand, silt, klei) en lagunaire afzettingen (silt, klei, veen) uit deze periode, die doorgaans matig tot slecht doorlatend zijn. In deze deklaag zit behoorlijk veel variatie. Zo lijkt de deklaag in de kustzone aanzienlijk zandiger en dus meer doorlatend. Door eerdere inbraken van de zee in het gebied wordt de grens tussen zoet en zout grondwater in de bovenkant van deze deklaag aangetroffen.

De nieuwe geologische kaart van Westland-Delfland (Atlas van het Westland)46 bestaat uit een profieltypekaart die inzicht geeft in de laagopbouw van de ondergrond tot 5 meter onder het maaiveld. Zo is de uitbreiding van landschapselementen zoals duin- en strandwalgebieden, getijdengeulopvullingen, kleidekken en veengebieden in de ondiepe ondergrond te herleiden. Deze kaart is gebaseerd op de lithostratigrafische indeling van Nederland in het Holoceen (Kwartair). De verschillende lagen zijn bijvoorbeeld het Laagcomplex van Westland (Laag van Poeldijk, Laag van Gantel) met afwisselend klei en zandafzettingen, het Hollandveen, etc. Onder de slecht doorlatende Holocene deklaag bevinden zich de Pleistocene goed doorlatende zandpakketten (aquifers of watervoerend pakketten), die worden begrensd door slecht doorlatende (klei)lagen, ook wel scheidende lagen of aquitards genoemd (zie Figuur 1). Het eerste watervoerend pakket bevindt zich op 20 tot 40 m-mv (meter beneden maaiveld). In het zuiden is dit watervoerend pakket enigszins dunner, terwijl het meer naar het noorden juist dikker wordt aangetroffen, tot ongeveer 50 m-mv. Dit bovenste watervoerend pakket bestaat uit grindhoudende rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye en de Formatie van Urk (noordelijke helft Westland).

De geologische lagen in de ondiepe en diepe ondergrond zijn in toenemende diepte en ouderdom dus de Holocene deklaag, (zand)afzettingen uit het Pleistoceen (Kwartair), Tertiair (Plioceen, Mioceen, Oligoceen, Eoceen, Paleoceen), Krijt, Jura, Trias, Perm, Carboon, etc. (zie figuur 2). De diepere lagen kunnen worden benut voor bodemenergie, namelijk WKOs in de ondiepe ondergrond (gemiddeld op een diepte van 20 – 120 meter) en geothermie in de diepe ondergrond (tussen de 1.000 en 4.000 meter diepte).

45 Zie kaarten www.warmeoverdrachtbodemtaken.nl

46 Het ontstaan van Westland-Delfland, gebaseerd op paleolandschappelijk onderzoek en getijsysteemkennis,

Peter Vos et al., 2017

Pagina 47 van 63

Figuur 2 Dwarsdoorsnede Naaldwijk – Barendrecht (Uit: Beleidsvisie Bodem en Ondergrond Zuid-Holland, versie 1.0, Provinciale Staten, provincie Zuid-Holland, 2013)

Pagina 48 van 63

BESCHRIJVING PER LAAG Landschap en bovengrond (0-30 meter), met beschrijving bodems (0-2 meter)47 48 Het Westland bestaat uit twee landschappelijke zones, namelijk een sedimentatievlakte en een smal duingebied aan de kust. In het Westland lagen oorspronkelijk natte zavel- en kleigronden met duidelijke ruggen. De oorspronkelijke topografie was sterk verwant aan die van de jonge zeekleipolders met ruggen en kommen. In Westland heeft de mens met de opkomst van de tuinbouw vanaf het begin van de 17de eeuw de oorspronkelijke bodems sterk veranderd (en zo ook het landschap). De oorspronkelijke bodems in het Westland bestonden voornamelijk uit laaggelegen zware zavel- en kleigronden, evenals klei op veengronden. Door de eeuwen heen heeft men deze bodems opgehoogd met duinzand, soms met lichte zavel, afkomstig van de nabijgelegen geestgronden, en slootbagger om vollegrondstuinbouw te kunnen uitoefenen. Plaatselijk werd ook huisvuil voor de ophoging gebruikt, o.a. langs de Gantel. Het materiaal werd aangevoerd met schuiten, vandaar de naam ‘opgevaren gronden’, die men er wel aan geeft. Van de oorspronkelijke topografie is niets of nauwelijks iets terug te vinden en het gebied ligt dan nu ook vrij vlak. Door het ophogen en de diepe grondbewerking zijn diep humushoudende gronden ontstaan, te weten tuineerdgronden (zie figuur 3: kaartcode EK 19; zie Foto 1).

De grondwaterstanden worden zeer goed beheerst door intensieve drainage en onderbemaling (Gt IV). De tuinbouw in de volle grond is geleidelijk overgegaan in glastuinbouw. Ten noorden van De Lier en ten zuiden van Kwintsheul ligt een omvangrijke associatie van verschillende bodems (zie figuur 3: kaartcode AWg), genaamd warmoezerijgronden. Ook hier heeft de mens de bovengrond (ca. 40 cm) sterk beïnvloed door egalisatie, diepspitten, opbrengen van duinzand en toevoegen van organische mest. Tot 1945 lag het grootste deel van dit gebied nog in grasland, daarna pas is er op grote schaal glastuinbouw ontwikkeld. De gevormde Ap horizont bestaat nu uit kalkarme, zware zavel of lichte klei met zandbijmenging. De ondergrond bestaat uit kalkrijke klei of zavel met plaatselijk veen eronder. Veel bodems zijn vergraven. Het bodempatroon is dus veel onregelmatiger vergeleken met de kaartcode EK19. De warmoezerijgronden behoren dus niet tot de “opgevaren gronden”. Ten westen van Naaldwijk (zie figuur 3: kaartcode EZ50A) liggen enkeerdgronden (zie Foto 2), welke ontwikkeld zijn in afgegraven restanten van strandwallen (geestgronden). Op deze geestgronden, die uitsluitend voor tuinbouw onder glas in gebruik zijn, is vooral vroeger een diepe grondbewerking toegepast. Hierdoor zijn dikke humushoudende bovengronden met een overigens laag humusgehalte (1,5 à 4%).

Het afgraven van de duinen voor zandwinning noemt met afgeesten. Daarom heten de vlakke gebieden achter de duinen geestgronden. Geestgronden zijn duidelijk door menselijk toedoen ontstaan, ze bevinden zich meestal langs de kust aan de landzijde van het duingebied en ze bestaan uit duinzand. Het zand werd afgegraven tot vlak boven het grondwaterpeil. Op die manier werd de grond geschikt voor de vollegrondsteelt. Geestgronden zijn leemarme of zwaklemige, in het algemeen kalkrijke, zandige gronden met weinig verschil tussen zomer- en wintergrondwaterstanden. Ondanks de geringe capillaire werking van de gronden is er zo meestal toch voldoende vocht beschikbaar voor de teelt. Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 worden ze veelal als vlakvaaggronden of als enkeerdgronden aangegeven. De oorspronkelijke geestgronden liggen vlak achter de duinen. Toen deze echter allen in gebruik waren is men verder landinwaarts 47 https://basisregistratieondergrond.nl/inhoud-bro/registratieobjecten/modellen/bodemkaart-sgm/

https://atlas.zuid-holland.nl/GeoWeb54/index.html?viewer=Bodematlas 48 Landschappen van Nederland, A.G. Jongmans, et al., 2013

Pagina 49 van 63 getrokken. Met de verdergaande mechanisatie was het mogelijk om het zand uit de strandwallen die daar met een laag klei en/of veen bedekt waren naar boven te halen. De gronden werden daar letterlijk omgekeerd, het profiel werd als het ware omgedraaid.

Foto 1 Profielbeeld van een tuineerdgrond (‘opgevaren grond”, kaartcode EK19 in het Westland). De onderste lijn geeft de geleidelijke grens aan tussen het opgevaren deel en het oorspronkelijke sediment. Tot ongeveer 70 cm diepte is een Aap horizont aanwezig, bestaande uit klei gemengd met duinzand, waardoor de textuur nu bestaat uit lichte zavel. De ondergrond bestaat uit zavel of klei.

Pagina 50 van 63 Foto 2 Lakprofiel van een zwarte enkeerdgrond op een podsolgrond. Deze bodem bestaat uit twee delen: een ongeveer 96 cm dik, homogeen, dondergekleurd humeus dek (Ah-horizont) dat op een ouder ontwikkelde zandbodem ligt. In dit dek komen behalve aardewerk scherfjes o.a. ook houtskoolbrokjes voor. Zulke verschijnselen, in combinatie met het dikke humeuze dek en het voorkomen van een onderliggende, natuurlijk gevormde bodem tonen aan dat deze laag door de mens is opgebracht (in dit geval op een veldpodzolgrond). Vóór het opbrengen van het dek lag deze podzol aan het maaiveld Opvallend is de vrij scherpe overgang tussen het opgebrachte dek en de vrij gaaf bewaarde podzol ondergrond. Bij de incultuurname wordt normaal de oude bovengrond bewerkt, waardoor horizonten gemengd raken. Het dikke humushoudende dek is ontstaan door landbouw, en deze type bodems worden geclassificeerd als (zwarte) enkeerdgronden. NB: de zwarte enkeerdgrond is verkozen tot de meest kenmerkende bodem van Nederland door de Nederlandse Bodemkundige vereniging!

Uit: Profiel van de Nederlandse Bodemkunde, J. Bouma et al., 2010

Foto 3 Profiel van een vlakvaaggrond (geestgrond).

Ondiepe ondergrond (30-200 meter): De ondiepe ondergrond bestaat tot op grote diepte uit zand- en kleilagen, ook wel sedimentaire afzettingen genoemd. Dit bodemmateriaal bestaat uit losse deeltjes, waartussen zich water (grondwater) bevindt. Op grotere diepte gaan de losse sedimentaire afzettingen over in vast gesteente, waarin zich nauwelijks (beweegbaar) water bevindt. In de onderste sedimentaire afzettingen boven het vaste gesteente komen dikke kleipakketten voor waarin nauwelijks

Pagina 51 van 63 grondwaterstroming aanwezig is of kan plaatsvinden. Daarom wordt doorgaans de hydrologische basis, het punt waarboven de kringloop van het grondwater plaatsvindt of kan plaatsvinden, op een niveau boven deze kleilagen gelegd. De grondwatercondities boven de hydrologische basis worden in belangrijke mate bepaald door de geologische opbouw. Zand- en grindlagen zijn goed doorlatend en maken grondwaterstroming mogelijk. Zij worden ‘watervoerende pakketten’ genoemd. Kleilagen vormen ‘slecht doorlatende lagen’ en houden in meer of mindere mate de grondwaterstroming tegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=69ca6139-639e-49dc-b757-af60b1a8f810