CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220824 Bodemverkenning Westland

Commissie Ruimte en Wonen 22 november 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Actie- en Toezeggingenlijst19.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Pagina 1 van 63

BODEMVERKENNING WESTLAND Verkenning van de Westlandse taak op de Ondergrond

‘Beheren, benutten en verbeteren van onze leefomgeving in duurzame balans’

Augustus 2022

Pagina 2 van 63

Inhoud Inleiding...................................................................................................................................................3 Introductie: grote ambities voor een al onder druk staande bodem..................................................3 Doel van de verkenning Westlandse taak op de ondergrond .............................................................4 Aanpak verkenning Westlandse taak op de ondergrond ....................................................................4 Leeswijzer............................................................................................................................................5 Management samenvatting ....................................................................................................................6 1.

2.

3.

De Westlandse ondergrond.............................................................................................................8 1.1

Maatschappelijke opgaven......................................................................................................8

1.2

De Westlandse bodem en ondergrond ...................................................................................8

1.3

Het waarden- en kwaliteitssysteem van de ondergrond.......................................................11

1.4

Balans tussen maatschappelijke kansen en risico’s...............................................................12

1.5

Basisprincipes en speerpunten voor de ondergrond ............................................................14

Wettelijke kaders ..........................................................................................................................16 2.1

Beleidskaders en wetgeving ..................................................................................................16

2.2

Wie is waarvoor verantwoordelijk?.......................................................................................16

2.3

Veranderingen bij invoering omgevingswet..........................................................................17

Speerpunten Westland..................................................................................................................18 3.1

Speerpunt 1 - Bewust omgaan met (zoet) grondwater.........................................................18

3.2

Speerpunt 2 – Gezonde leefomgeving ..................................................................................19

3.3

Speerpunt 3 – Beschermen en beheren van de Westlandse identiteit.................................20

3.4

Speerpunt 4 – Voldoende zoet (giet) water vanuit eigen gebied..........................................21

3.5

Speerpunt 5 – Benutten van bodemenergie .........................................................................23

3.6 Speerpunt 6 – Drukte in de ondergrond: monitoren, prioriteren en handhaven van activiteiten.........................................................................................................................................27 3.7

Speerpunt 7 - Bodemverzilting en bodemdaling, vergroten bewustwording .......................30

3.8

Speerpunt 8 - Bodembiodiversiteit voor een vitale bodem ..................................................33

3.9

Speerpunt 9 - Goede sponswerking van de bodem ..............................................................35

VERKLARENDE WOORDENLIJST.............................................................................................................38 STROOMSCHEMA - opgaven, bodemthema’s, activiteiten en speerpunten.........................................44 BIJLAGE 1. Geologie, geomorfologie, geohydrologie en bodems van Westland...................................45 BIJLAGE 2 Bodemenergiesystemen .......................................................................................................54 BIJLAGE 3 Stakeholders van de gemeente ............................................................................................57 BIJLAGE 4 Overzicht opgaven, speerpunten, bodemwaarden/risico’s en koppelkansen beleid...........58 BIJLAGE 5 Overzicht van de verantwoordelijkheden bij verschillende bodemactiviteiten vóór en ná de invoering van de Omgevingswet ...........................................................................................................59

Pagina 3 van 63

Inleiding Introductie: grote ambities voor een al onder druk staande bodem De bodem is, als levende spons en filter, de spil in ons bestaan. Wij wonen, bouwen en recreëren er. We benutten ook wij wat de bodem ons levert, zoals voedsel, water en energie. De bodem speelt bovendien een belangrijke rol in het binden van koolstof. Bodem en ondergrond bepalen de vorm van het landschap en herbergen de historie van een gebied. Zo is in de vorige eeuwen het Westlandse duingebied aan landzijde door mensenhanden bewerkt en geschikt gemaakt voor de vollegrond tuinbouw. Vanaf de 20ste eeuw is de tuinbouw uitgewaaierd over de gehele gemeente. Die bestaat nu voor een groot deel uit glastuinbouw. Dit intensieve gebruik van het Westlandse grondgebied, zowel door het groeiend aantal bewoners als door de (glastuinbouw)bedrijven, maakt een optimale benutting van de leefomgeving noodzakelijk. Balans tussen People, Planet en Profit is daarbij essentieel. De Omgevingsvisie 2.0 beschrijft deze ambities. Het streven is om in 2030 een ideaal Westlands evenwicht te bereiken tussen ecologische, economische en sociale belangen binnen de gemeente. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met deze optimale balans. Goede zorg voor de leefomgeving en duurzaamheid hebben daarbinnen een prominente plek. Dit speelt óp de grond. Maar ín de grond zijn er ook grote ambities.

De omgevingsvisie geeft aan dat de ondergrond in 2040 ‘optimaal, duurzaam en veilig wordt ingezet voor wateropvang en -afvoer, energietransitie, kabels en leidingen. Maar ook voor functies als ondergronds parkeren en breedband-Internet. We streven naar een gezonde leefomgeving door een bodem te creëren van een goede kwaliteit. We anticiperen op de gevolgen van bodemdaling om te voorkomen dat de gebruiksfunctie op lange termijn in gevaar komt.’ Enkele knelpunten: Al deze activiteiten en doelstellingen leiden tot dilemma’s en knelpunten. Allereerst vindt er intensivering plaats van wat er in de grond gebeurt: de energietransitie en nieuwe plannen voor ondergrondse opslag van water zorgen voor een steeds grotere druk op de ondergrond. Ook door dichtere bebouwing met nieuwe kabels en leidingen wordt het gebruik van de Westlandse bodem en ondergrond intensiever. Verzilting en bodemdaling: bovendien wordt het steeds duidelijker dat grondwateronttrekkingen door de glastuinbouw zeer waarschijnlijk tot extra bodemdaling en bodemverzilting leiden. Daarnaast neemt de ‘autonome’ verzilting door kwel van de zee naar het grondwater toe door zeespiegelstijging en kan de bodemdaling door gaswinning nog enkele centimeters oplopen. Zo vormen bodemdaling en verzilting van grondwater steeds belangrijkere knelpunten voor duurzaam ruimtegebruik.

De bodemdaling in met name het gebied rond De Lier leidt nu al tot wateroverlast en hoge kosten voor de gemeente, het waterschap en voor particulieren. Deze problemen zullen zonder nieuw beleid of nieuwe maatregelen alleen maar verergeren. Verschillende ambities: de concurrentie om ruimte en knelpunten in de ondergrond brengen naast de ambitie om een groenere leefomgeving te creëren, ook uitdagingen met zich mee. Dit vraagt om vooruit denken en om afstemming. Waar geven we voorrang aan? Om de ondergrond optimaal in te zetten bij de realisatie van de Westlandse maatschappelijke opgaven is het belangrijk om het bestuur keuzemogelijkheden voor te leggen. Zo kan het weloverwogen kiezen wélke functies, activiteiten of ingrepen wáár kunnen, mogen of moeten plaatsvinden.

Pagina 4 van 63 Het is voor het bestuur bovendien van belang om de lange termijn gebiedsambities te kennen en te weten wat korte termijn ruimtegebruik en projecten betekenen voor die lange termijn. Daarbij dient naar de gehele levensduur van de gerealiseerde bodemfuncties gekeken te worden (aanleg, beheer, uitvoer van groot onderhoud en/of revitalisering). Inzicht in wat de ondergrond te bieden heeft en wat de risico’s en kosten van bepaalde keuzes zijn helpt bij het afwegen/prioriteren van ondergrondse functies activiteiten, projecten en ruimtegebruik. Het Cluster Beleid heeft daarom de noodzaak geformuleerd de ondergrondverkenning zoals gepresenteerd op hoofdlijnen in de Omgevingsvisie, uit te werken in een Bodemverkenning. Daarin staat concrete input voor de gebieds- en omgevingsplannen. Deze verkenning geeft ook aan welke bodem- en ondergrond gerelateerde taken en verantwoordelijkheden worden overgeheveld naar de gemeente met de ingang van de Omgevingswet op (waarschijnlijk) 1 juli 2023. In deze inleiding introduceren we het doel van deze verkenning op de Westlandse Ondergrond, de aanpak die we hebben gebruikt om dit doel te realiseren, en de leeswijzer voor de verkenning.

Doel van de verkenning Westlandse taak op de ondergrond In de omgevingsvisie is besloten dat de gemeente de bodem zo optimaal mogelijk wil gebruiken zonder (onherstelbare) schade te doen aan de leefomgeving. In deze verkenning is aangegeven hoe de gemeente deze ambitie wil bereiken. Welke prioriteiten liggen er, wie zijn de stakeholders en welke rol heeft de gemeente. Hierbij hebben we speciale aandacht voor: a) De belangrijkste keuzes voor de gemeente m.b.t. de ondergrond voor de periode tot 2040, en hoe deze keuzes leiden tot een duurzame ontwikkeling van Westland; b) De rol die we willen nemen om te voorkomen dat beslissingen op korte termijn in de weg gaan zitten van belangrijke maatschappelijke functies die de bodem heeft voor de lange termijn. (Afstemmingen in de tijd); c) Hoe we ervoor zorgen dat de gemeentelijke verkenning voor de ondergrond vorm krijgt in de ruimtelijke plannen. Door te focussen op deze prioriteiten voor duurzame ontwikkeling biedt deze verkenning: • handvatten voor gemeentelijk beleid m.b.t. de ondergrond met als doel om een duurzame leefomgeving te realiseren; • duidelijkheid over de beschikbare ruimte in de ondergrond en de mogelijkheden daarbinnen voor toekomstige ontwikkelingen door derden.

Aanpak verkenning Westlandse taak op de ondergrond In deze bodemverkenning leest u welke aanpak we hanteren op het gebied van bodem en ondergrondgebruik en wat we in de komende jaren willen gaan doen, maar ook in de periode erna, tot ongeveer 2040. Aan de orde komen hoe we in gaan zetten op een duurzame ontwikkeling en ruimtelijke planning van de bodem en ondergrond, hoe deze verkenning gebruikt gaat worden en wat de relaties zijn tot andere verkenningen en plannen. Bodemthema’s zoals bodemkwaliteit, bodem- en grondwaterverontreiniging, bodemafdichting en bedekking, bodemdaling en bodemverzilting hebben directe relaties met de sectoren water, energie, klimaat en groen. Hierbij liggen grote kansen want verschillende maatregelen die genomen worden voor één thema, zijn ook gunstig voor andere plannen. Het ontharden van het Westland is belangrijk tegen wateroverlast, komt ten goede aan de vergroening en is ook essentieel voor het verminderen van de bodemafdekking en daarmee het vergroten van de infiltratiecapaciteit van de bodem (bodemgezondheid en wateropslag). Maatregelen en acties die meerdere doelen tegelijk dienen zijn bovendien kostenefficiënt. Om tot een antwoord op bovenstaande vragen a, b en c te komen is er zowel een uitwerking van geschikte maatregelen om de geformuleerde speerpunten te bereiken (9 parallelle sporen) als een

Pagina 5 van 63 handelingskader per bodemlaag waarbinnen zich urgente knelpunten voordoen (convergentie van problematische bodemthema’s per laag) gebruikt.

Leeswijzer In de Hoofdstuk 1 wordt het de Westlandse ondergrond toegelicht: wat de maatschappelijke opgaven zijn en wat het waarden en kwaliteitssysteem van de ondergrond is, waarom de gemeente een bodemverkenning heeft ontwikkeld, welke doel ze zich stelt, waarom deze bodemverkenning belangrijk is. In Hoofdstuk 2 worden de wettelijke kaders geduid. Welke regelgeving is van kracht en welke taken heeft de gemeente. In Hoofdstuk 3 wordt er in gegaan op 9 speerpunten voor het beleid op de ondergrond specifiek voor het Westland. Niet elk speerpunt is urgent, maar in het totaal behoren alle speerpunten geborgd te zijn. Wat verschillende (vak)termen precies betekenen, staat beschreven in de Verklarende woordenlijst. Het stroomschema geeft de relatie aan tussen maatschappelijke opgaven, bodemthema’s, bodemactiviteiten en de resulterende speerpunten.

De bijlagen 1-8 bevatten achtereenvolgens toelichtingen op en beschrijvingen van landschap, geologie en bodems van Westland (1), bodemenergiesystemen (2), stakeholders van de gemeente (3), overzicht opgaven, speerpunten, bodemwaarden/risico’s en koppelkansen beleid (4), verantwoordelijkheden voor bodemactiviteiten met daarin de gemeentelijke rollen (5), aandachtsvelden voor de verschillende gemeentelijk rollen en functies per bodemspeerpunt (6), maatregelen en acties per bodemlaag (7), en de koers voor duurzaam bouwen, duurzame benutting grondwater en duurzame benutting bodemenergie (8).

Pagina 6 van 63

Management samenvatting In de verkenning op de Westlandse taak op de bodem, worden langs een negental speerpunten de kansen en knelpunten behandeld. Deze speerpunten komen allemaal terug in de taak, bevoegdheden en ambities van alle gemeenten in Nederland, maar voor het Westland zijn vooral de speerpunten 4, 5, 6,7 en 9 het meest urgent en actueel. 9 speerpunten Beschermen/beheren van de bodem en ondergrondwaarden: 1. Bewust omgaan met (zoet) grondwater: beschermen van het grondwater door vanuit de bodem in de glastuinbouwsector gbm-en en nutriënten (stikstof en fosfaat) uit te logen en door eventueel aanwezige (resistente) bodemverontreiniging. 2. Gezonde leefomgeving: schone bodem schoonhouden en bodemecologie in stand houden voor een toekomstbestendige leeflaag en waterberging. 3. Beschermen en beheren van de identiteit van het gebied, te weten archeologische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Benutten van de ondergrond: 4. Voldoende zoet (giet) water vanuit eigen gebied: bergen en borgen van voldoende gebiedseigen (zoet)water, door ondergrondse opslag van water en strategische drinkwaterreserve. 5. Benutten van bodemenergie. 6. Prioriteren van activiteiten in de drukke ondergrond: duurzaam benutten van de ondergrondse ruimte en de draagkracht voor de bouw en infrastructuur.

Denk aan stedelijke (woning)bouwopgaven, circulair bouwen, ondergrondse (afval)opslag en parkeergarages, mobiliteitstransitie, vervangingsopgave infra- en kunstwerken, en voldoende ondergrondse groeiruimte voor bomen. Verbeteren en/of ontwikkelen van de bodemkwaliteiten: 7. Bodemverzilting en bodemdaling tegengaan? en het vergroten van bewustwording hierover. 8. Bodembiodiversiteit en een vitale bodem stimuleren. 9. Werken aan een goede sponswerking van de bodem en de gewenste vergroening van Westland (ruimtelijke klimaatadaptatie - groenvisie). Bodemdaling Bij de toekomstige opgaven voor duurzaam bouwen zijn bodemdaling (draagkracht- en funderingsproblematiek, schade aan gebouwen en infrastructuur) en bodemafdekking (verminderde infiltratiecapaciteit, verdroging, verzilting, verminderde bodembiodiversiteit en kwaliteit van het groen) de voornaamste bodem- en ondergrondthema’s om mee te nemen in de planvorming. Juist omdat er plaatselijk zoveel variatie is in de Westlandse (ondiepe) ondergrond (en functies), is maatwerk per gebieds- of wijkontwikkeling onoverkomelijk. Verzilting De verziltingsproblematiek lijkt meer te spelen in het westelijk deel van het Westland. Focussen op zo min mogelijk verharding is daar een prioriteit, om zoetwater aanvulling te bewerkstelligen. In het oostelijk deel van de gemeente speelt met name de bodemdaling een rol.

Bij de aanleg van woningen/ gebouwen is een verankering van de fundering in een onderliggende (stabiele) zandlaag dan van belang, evenals de clustering van kabels en leidingen, etc. in speciale

Pagina 7 van 63 buizen. Maar ook bij problematiek omtrent bodemdaling blijft het streven naar zo min mogelijk verharding een uitgangspunt, eventueel gecombineerd met slimme groenblauwstructuur oplossingen, om zoveel mogelijk een ‘natte spons’ te krijgen en behouden. Grondwater Sinds de opkomst van de substraatteelt zijn tuinders steeds meer grondwater uit het 1e watervoerende pakket gaan gebruiken als gietwater. Dit water wordt ontzilt door omgekeerde osmose. Het brijn dat hierbij vrijkomt wordt teruggebracht in het tweede watervoerende pakket. Dit levert knelpunten op: In ieder geval rond De Lier zien we al negatieve effecten van bodemdaling waar de grondwateronttrekking aan bijdraagt. Daarnaast neemt de verzilting toe door de onttrekkingen. Tenslotte kan dit leiden tot verhoging van het concentraties van stoffen in de ondergrond, wat in strijd is met het voorzorgsprincipe van de Grondwaterrichtlijn. Dit is extra problematisch doordat de scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerende pakket op veel plekken in het Westland niet goed ontwikkeld is. Hierdoor kunnen de effecten van brijnlozingen ook in het eerste watervoerend pakket naar voren komen. Al met al zijn de winning van grondwater en brijnlozingen niet duurzaam. Daarom werkt de gemeente, het hoogheemraadschap en de provincie aan nieuw beleid voor brijnlozingen en grondwateronttrekkingen.

Ook werken deze partijen met de sector om de realisatie van alternatieve gietwaterbronnen te faciliteren. Bodemenergie Uit de Westlandse bodem wordt al decennialang energie gewonnen. Olie werd vroeger opgepompt en aardgas wordt nu nog op meerdere locaties in het Westland gewonnen. Tot zeker 2028 zal er aardgaswinning plaatsvinden in de Westlandse bodem. Voor de energietransitie speelt de bodem ook bij “nieuwe” energietechnieken een belangrijke rol. Namelijk als het gaat om het winnen van duurzame energie (zoals geothermie) maar ook als het gaat om de (seizoen)opslag van duurzame energie. Bij de WKO-technieken zijn zowel opslag als winning van energie aan de orde. Een nieuwe techniek is Hoge Temperatuur Opslag (HTO) waarbij overtollige gewonnen warmte in de zomerperiode wordt opgeslagen in aquifers op dieptes van ca. 300-600 meter om deze warmte in de wintertijd te gebruiken. Gemeentelijke rol De gemeente is weliswaar niet het bevoegd gezag in de ondergrond (dieper dan 500 meter) echter de gevolgen van bodemdaling, trillingen en vervuiling kunnen de inwoners van Westland wel raken als de winning en opslag niet verantwoord gebeuren. Westland heeft een adviesrecht als het gaat om de vergunningverlening voor aardwarmte. Bevoegd gezag is het ministerie van EZK.

Om het belang van de inwoners en bedrijven in het Westland voor nu en in de toekomst te borgen zal de gemeente gebruik moeten maken van het adviesrecht. De aspecten bodemdaling en -trillingen (tezamen vormen ze bodembeweging) zullen naast de potentiële vervuiling van de bodem de aandacht moeten hebben van de gemeente Westland. Ook kan de gemeente op het belang van de relatie tussen onder- en bovengrond wijzen. Door bijvoorbeeld de bodemenergie planmatig te winnen en via een bovengronds warmtenet te verdelen kan het energieverbruik geoptimaliseerd worden. Cascadering van energie en toepassing van open (distributie)netten dienen de regel te zijn. Dit vraagt om regie van de overheid die nu nog ontbreekt omdat toekenning nu gebaseerd op door initiatiefnemers ingediende projecten.

Pagina 8 van 63

1. De Westlandse ondergrond 1.1

Maatschappelijke opgaven

De Westlandse Omgevingsvisie 2.0 beschrijft de toekomstvisie van een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente. Een gemeente waar People, Planet en Profit in balans zijn en participatie centraal staat. De Westlandse Omgevingsvisie 2.0 beschrijft de route om daar te komen. De ondergrond speelt hierbij een belangrijke rol. Om een goede kwaliteit van de leefomgeving te bereiken zijn verschillende ambities en maatschappelijke opgaven opgesteld. De Omgevingsvisie is opgebouwd uit drie hoofdpijlers, te weten een ‘Sterke Samenleving’, ‘Goed Toeven’, en ‘Welvarend Westland’. Ondergrond is een integraal onderdeel van ‘Goed Toeven’, want het is onlosmakelijk verbonden met en heeft een grote invloed op de thema’s zoals Wonen, Leefomgeving, Duurzaam, Natuur, Water en Klimaat. Ook heeft de ondergrond impact op de ambities voor een ‘Sterke Samenleving’ en ‘Welvarend Westland’. Immers, de kwaliteit en waarde van het bodem en ondergrondsysteem zijn fundamenteel voor onder andere een goede gezondheid en een succesvolle tuinbouwgemeente. Denk aan bouwen en wonen in schone grond en de noodzaak van voldoende zoet gietwater voor de tuinders. Zo speelt de ondergrond een cruciale rol bij verschillende maatschappelijke opgaven voor Westland (zie tabel 1) en is het ondergrondse waardensysteem een belangrijke verbindende factor bij de afstemming van ruimtelijke functies en activiteiten. 1.

Energietransitie (productie en opslag van energie en transport door kabels, leidingen en buizen) 2. Voldoende zoet (giet)water vanuit het eigen gebied 3. Stedelijke (woning-)bouwopgaven 4. Ruimtelijke klimaatadaptatie 5. Gewenste vergroening van Westland 6. Gezonde leefomgeving en voedselvoorziening 7. Circulair bouwen 8. Mobiliteitstransitie 9. Technologische innovaties en digitalisering 10. Vervangingsopgave infra- en kunstwerken 11. Behoud van biodiversiteit en van een vitale bodem (‘levende spons’) Tabel 1. De meest relevante maatschappelijke opgaven voor Westland waarbij de ondergrond een cruciale rol speelt

1.2 De Westlandse bodem en ondergrond De Omgevingswet benoemt bodem als een onderdeel van de fysieke leefomgeving, waarbij het begrip bodem is gedefinieerd als het “vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen”. De vloeibare delen van de bodem zijn het water en de zich daarin bevindende stoffen. In de zone waarin bodem door water is verzadigd, wordt gesproken van grondwater. Grondwater maakt dus ook onderdeel uit van de bodem. In de bodemkunde wordt ‘bodem’ gespecificeerd tot die laag van de aardkorst die door planten wordt beworteld en/of waarin zich bodemvormende processen afspelen, en deze bevindt zich in eerste 1 tot 2 meter onder maaiveld.

Pagina 9 van 63 Deze bodemverkenning wordt verder integraal uitgewerkt aan de hand van 3 ondergrondlagen (bovengrond, ondiepe ondergrond en diepe ondergrond). De drie voornaamste ondergrondlagen in het Westland 0-30 meter: Bovengrond Hierin zijn twee lagen te onderscheiden:  0-2 meter, bodem waar zich het freatisch grondwater en de meeste kabels en leidingen bevinden  2-30 meter, slecht doorlatende Holocene deklaag met voornamelijk klei, zand en veenlagen Functies Urgenties Dilemma’s  Transport  Bodemdaling  Bodemdaling versus grondwatergebruik  Draagfunctie  Aanleg nieuw en verbeterd  Inzet bodem kabels en  Opslag leidingstelsel leidingen versus  Bodemarchief beschikbare ruimte  Conventionele explosieven tweede  Inzet bodem versus wereldoorlog behoud archeologische waarden 30-200 m:

Ondiepe ondergrond met de 1ste, 2de en 3de watervoerende lagen. Onder de Holocene deklaag bevinden zich goed doorlatende Pleistocene zandpakketten (aquifers of watervoerend pakketten), die worden begrensd door slecht doorlatende (klei)lagen, ook wel scheidende lagen of aquitards genoemd. Het eerste watervoerend pakket bevindt zich op 20 tot 40 m-mv (meter beneden maaiveld). In het zuiden is dit watervoerend pakket enigszins dunner, terwijl het meer naar het noorden juist dikker wordt aangetroffen, tot ongeveer 50 m-mv.); Functies Urgenties Dilemma’s  Opslag van water  Zoetwatervoorziening  Bodemdaling versus grondwatergebruik  Onttrekking van water  Alternatief brijnlozing  Bodemenergie versus  Brijnlozing  energietransitie watervoorziening  Opslag en opwekken (negatieve van energie interferentie + capaciteit)  Watervoorziening versus brijnlozing

>200 meter:

Diepe ondergrond. Op 500 meter diepte bevindt zich een extra ‘bestuurlijke’ grens, waaronder de Mijnwet van toepassing is. Functies  Winning  opslag

Urgenties  energietransitie  behoefte fossiele brandstof

Dilemma’s  Transport warmte versus ruimte ondiepe ondergrond  Geothermie versus bescherming drinkwatergebied

Pagina 10 van 63 

Gaswinning versus bodemdaling

*Voor meer informatie over landschap, bodem en geologie, zie Bijlage 1.

Figuur 2 is een doorsnede van het Westland met informatie over de geologische afzettingen en het watersysteem, met de 1ste en een deel van de 2de ondergrondlaag.

Pagina 11 van 63

Figuur 2 Doorsnede van het Westland naar het Oostland. A=Holocene deklaag, B=watervoerend pakket 1, C=slechtdoorlatende laag 1, D=watervoerend pakket 2 en 3, E=slechtdoorlatende laag 3, F=lokale kleilaag, G=duingebied, H=Westland, I=Oostland, J=onttrekking vml. DSM, K = onttrekking t.b.v. glastuinbouw, L = injectie brijn t.b.v. glastuinbouw (Uit: Effecten van brijninjectie op de grondwaterkwaliteit en functies in het Westland, Deltares & KWR, 2012)

1.3

Het waarden- en kwaliteitssysteem van de ondergrond

Om het (toekomstige) beleid, gekoppeld aan de Omgevingswet, en gerelateerde gebiedsplannen, projecten en beheer goed uit te voeren, is het essentieel om de eigenschappen (waarden) en daarbij behorende kansen van de ondergrond goed te benutten. Daarom is in het beleid, de planning en het beheer van een gezonde, duurzame en veilige Westlandse leefomgeving een routekaart nodig. Daarin moeten zowel de kansen die de ondergrond biedt als de risico’s bij werken in de ondergrond geïnventariseerd en zichtbaar zijn. Kennis, informatie en data over het ondergrondsysteem zijn daarvoor cruciaal. Het ondergrondsysteem is complex. De ruimtelijke variabiliteit van de bodem, de geologische ondergrond, de aanwezigheid en de kwaliteit of het gedrag van het grondwater spelen allemaal mee. Hoe minder kennis en bewustzijn van de ondergrond als samenhangend systeem, des te meer kans op problemen voor de ondergrondse ruimte, de bodem en het grondwater. Het ondergrondsysteem is kwetsbaar en sommige effecten zijn onomkeerbaar.

Pagina 12 van 63 Om de opgaven1 te realiseren en op lange termijn een goede kwaliteit van de leefomgeving te garanderen is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met de bodemkwaliteiten en waar mogelijk deze kwaliteiten te versterken. Wil een bodemverkenning effectief zijn, dan worden de (gewenste) bodemkwaliteiten gerelateerd aan de (gewenste) gebruiksfuncties in Westland. Daarbij wordt gefocust op het (1) beschermen van bodem en grondwater, (2) efficiënt benutten van de ondergrond en het (3) verbeteren/ ontwikkelen van de bodemkwaliteiten (zie ook kader). De verschillende maatschappelijke opgaven met bijbehorende bodemthema’s zijn in de bodemverkenning meer in detail uitgewerkt (zie ook stroomschema in bijlage). Basisprincipes uit het landelijk beleid2 1. Beschermen van de bodem (inclusief grondwater). Bij beschermen ligt de focus op het behouden van de bestaande (goede) bodemkwaliteiten binnen het gebied. Daar wordt invulling aan gegeven met (deels bestaande) beheermaatregelen en bijbehorende wet- en regelgeving. 2. Benutten van de ondergrond voor het gewenste gebruik en benutten van kansen. Ofwel het op verantwoorde wijze gebruiken van de ondergrond op basis van de aanwezige potenties. Met het begrip verantwoord bedoelt de gemeente dat bij het gebruiken van de ondergrond nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met lange termijneffecten.

Ook toekomstige generaties moeten de ondergrond van Westland kunnen benutten. Daarom streeft men hierbij ook naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van een duurzaam gebruik van de ondergrond. 3. Verbeteren/ ontwikkelen van de bodemkwaliteiten. De gemeente wil de intrinsieke bodemkwaliteiten binnen de gemeente verbeteren. Overwegend gaat het om lange termijn doelen. Een deel van de verbetering kan ontstaan door het verantwoord benutten van de ondergrond.

1.4

Balans tussen maatschappelijke kansen en risico’s

De bodem heeft vele mogelijke functies3. Er zijn vijf hoofdfuncties. Namelijk dragen, beschermen, bergen, reguleren en informeren. Iedere hoofdfunctie kent verschillende ondergrondkwaliteiten4 (zie figuur 1 en tabel 2).

1 Beleidsvisie Bodem en Ondergrond Zuid-Holland, versie 1.0, Provinciale Staten, provincie Zuid-Holland, 2013 2 https://www.sikb.nl/doc/POKB/Normblad%208001-8002%20versie%204.1%2020130418.pdf 3 Bouwstenen van een bodemvisie, TNO-rapport, Westerhof et al., 2005

4 Inventarisatie ondergrondkwaliteiten Westland, Provincie Zuid-Holland/ gemeente Westland, workshop 7

september 2016

Pagina 13 van 63

Figuur 1 Vijf bodemfuncties (Uit: Bouwstenen van een bodemvisie TNO)

Tabel 2. Overzicht ondergrondkwaliteiten (Uit: ‘Ondergrondwijzer-pzh-maart 2017’)

De ondergrond biedt met haar waarden en kwaliteiten veel kansen (zie tabel 3) voor de genoemde maatschappelijke opgaven (zie tabel 1). De kwaliteiten van de bodem (zie tabel 2) kunnen hierbij behouden, hersteld en mogelijk verbeterd worden. Dit kan bijvoorbeeld door functies van de bodem te combineren en zo de schaarse ruimte en de bodemdiensten optimaal te benutten (zgn. ‘koppelkansen’). Belangrijk is om potentiële knelpunten van het bodemsysteem (zie tabel 3) goed te bestuderen en mee te nemen in het beslissing en planning traject. Anders kunnen onverwachte, ongewenste en onomkeerbare effecten ontstaan. Een efficiënte benutting, gekoppeld aan bescherming van het ecosysteem en goed beheer van de functies van de bodem, kan dit voorkomen.

Pagina 14 van 63 Thema Ruimte gebruik in ondergrond

Kansen benutten ondergrondse ruimte en draagkracht voor de bouw en infrastructuur

Water

regulering (grond)waterpeilen opvangen, infiltreren en vasthouden van (hemel) water ter voorkoming van wateroverlast bergen en bufferen van voldoende gebiedseigen (zoet)water (ondergrondse opslag water; strategische drinkwaterreserve)

Energie

Identiteit

Groen

bodemenergie en warmteregulatie (warmtewinning uit ondergrond, WKO, hoge temperatuur opslag, geothermie, warmtenetten, gas) Archeologische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden biodiversiteit en gezonde leefomgeving Voedselvoorziening

Risico’s gebruik/drukte in de ondergrond (concurrerende gebruik ondergrond/ grondwater, concurrentie tussen functies in de ondergrond) Bodemafdekking bodemverzilting bij verminderde infiltratie hemelwater door bodemafdekking bodemdaling door belasting en gebruik ondergrond waterhuishouding bodem (onbalans wateronttrekking – watertoevoer) (grond)wateroverlast/overstroming bij bodemverdichting en afdekking grondwaterstandsverlaging en verdroging bodem- en grondwaterverontreiniging (lood, zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): PFAS, pesticiden, medicijnresten, etc.) bodemdaling bij (grond)wateronttrekking bodemverzilting bij (grond)wateronttrekking gebruik/drukte in de ondergrond (concurrerende gebruik ondergrond/ grondwater, concurrentie tussen functies in de ondergrond) bodemdaling bij gaswinning

Tabel 3. De mogelijke waarden en kwaliteiten (kansen) versus de knelpunten (risico’s) van het Westlandse bodemsysteem.

1.5

Basisprincipes en speerpunten voor de ondergrond

Westland verbindt de (gewenste) bodemkwaliteiten (zie tabel 2) binnen de gemeente met de (gewenste) gebruiksfuncties in het gebied. De basisprincipes uit het landelijke beleid (zie kader onder 1.3) en de maatschappelijke opgaven (zie tabel 1) zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie 2.0 zijn uitgewerkt in 9 speerpunten.

Pagina 15 van 63

Beschermen/beheren van de bodem en ondergrondwaarden: 1. Bewust omgaan met (zoet) grondwater: beschermen van het grondwater door vanuit de bodem in de glastuinbouwsector gbm-en en nutriënten (stikstof en fosfaat) uit te logen en door eventueel aanwezige (resistente) bodemverontreiniging. 2. Gezonde leefomgeving: schone bodem schoonhouden en bodemecologie in stand houden voor een toekomstbestendige leeflaag en waterberging. 3. Beschermen en beheren van de identiteit van het gebied, te weten archeologische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Benutten van de ondergrond: 4. Voldoende zoet (giet) water vanuit eigen gebied: bergen en borgen van voldoende gebiedseigen (zoet)water, door ondergrondse opslag van water en strategische drinkwaterreserve. 5. Benutten van bodemenergie (zie bijlage 2). 6. Prioriteren van activiteiten in de drukke ondergrond: duurzaam benutten van de ondergrondse ruimte en de draagkracht voor de bouw en infrastructuur. Denk aan stedelijke (woning)bouwopgaven, circulair bouwen, ondergrondse (afval)opslag en parkeergarages, mobiliteitstransitie, vervangingsopgave infra- en kunstwerken, en voldoende ondergrondse groeiruimte voor bomen. Verbeteren en/of ontwikkelen van de bodemkwaliteiten: 7. Bodemverzilting en bodemdaling tegengaan en het vergroten van bewustwording hierover. 8. Bodembiodiversiteit en een vitale bodem stimuleren. 9.

Werken aan een goede sponswerking van de bodem en de gewenste vergroening van Westland (ruimtelijke klimaatadaptatie - groenvisie). De speerpunten 4, 5, 6,7 en 9 zijn het meest urgent en actueel voor de gemeente Westland en zijn af te leiden uit de klimaat-stresstesten, de glastuinbouw en de ruimtedruk.

Pagina 16 van 63

2. Wettelijke kaders 2.1

Beleidskaders en wetgeving

Er is allerlei regelgeving en zijn verschillende beleidskaders ontwikkeld rond onze bodem. De Europese wetgeving die betrekking heeft op beleid voor bodems en ondergrond is vastgelegd in de Bodem Strategie5, Kaderrichtlijn Water - oppervlaktewater en grondwater (KRW), Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), Green Deal (Farm-to-Fork Strategie), het REACH (Europese regels voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemicaliën) waaronder ook de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)6. Het Nederlandse bodembeleid rond landbodems is vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb). Waterbodems vallen onder de Waterwet. Grondwater is daarentegen een integraal onderdeel van de bodem. De zorgplicht (artikel 13) vormt de kern van het bodembeleid: men moet voorkomen dat de bodem aangetast wordt. Is er onverhoopt toch sprake van aantasting dan moet deze zo snel mogelijk ongedaan worden gemaakt en de gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt. Het bodembeleid gaat over de bovenste 500 meter van de ondergrond. Daaronder is de mijnbouwwet van toepassing.

2.2

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is bevoegd gezag bij opsporings- en winningsvergunningen, gedeputeerde staten hebben adviesrecht. Gedeputeerde staten moeten het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap bij hun advies betrekken. De provincie is verantwoordelijk voor regionale (gemeentegrens overschrijdende) ruimtelijke aspecten zoals beleid voor natuur- en stiltegebieden en de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving. De provincie is daarmee ook bevoegd gezag voor alle aspecten rondom grondwater in het kader van de kaderrichtlijn water, het beschermen van de kwaliteit van het water in grondwaterbeschermingsgebieden en zwemwaterbeheer. Daarnaast heeft de provincie de gebiedsgerichte coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. Met de komst de Omgevingswet (Ow) worden gemeenten als bevoegd gezag bodem de primaire beheerder van de chemische, ecologische, energetische en fysische bodemkwaliteiten78. Gemeenten krijgen, binnen grenswaarden, ruimte om zelf keuzes voor hun bodemkwaliteit te maken. Met de komst van de Omgevingswet wordt ook de zorgplicht aangepast en specifiek aan activiteiten gekoppeld.

In februari 2020 is de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur vastgesteld door de Westlandse gemeenteraad, waardoor de gemeente meer grip krijgt op de ondergrondse

5 https://ec.europa.eu/environment/publications/eu-soil-strategy-

2030_en?fbclid=IwAR1vBEefkK9nVfVk2aPFldlMBYubFQyzNNorGN2d6VO1_K9TmwQSluFQsY0 6 ZZS maken onderdeel uit van de groep gevaarlijke stoffen, die bijvoorbeeld ook brandbaar, explosief of giftig kunnen zijn. Alle SVHC (Candidate list of Substances of Very High Concern) vallen onder het ZZS-beleid. Alle stoffen die voldoen aan de criteria van REACH artikel 57 zijn aangemerkt als ZZS (maar hoeven niet SVHC te zijn). De groep van ZZS is dus groter dan de groep van SVHC. Bijvoorbeeld stoffen die onder de CLPClassification, Labelling and Packaging Verordening zijn geclassificeerd als C, M, of R categorie 1A of 1B worden als ZZS bestempeld, terwijl deze stoffen niet allemaal onder REACH zijn beoordeeld. 7 Bodem in de Omgevingswet 2021, ODMH, 11 maart 2020 8 Werkprogramma Bodem en Ondergrond 2016-2020, Provincie Zuid-Holland, 17 december 2015

Pagina 17 van 63 infrastructuur, omdat we meer mogelijkheden hebben om vergunningen en ontheffingen te verlenen voor kabels, leidingen en andere netwerken. Definiëring fysieke leefomgeving ‘Fysieke leefomgeving’ omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en het werelderfgoed (art. 1.2 Ow). Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat ook ondergrondse kabels en leidingen (waaronder riolering) en ook archeologische waarden tot de fysieke leefomgeving behoren. In bijlage 3 zit een overzicht van de verschillende stakeholders die gerelateerd zijn aan Westlandse bodem en ondergrondthema’s.

2.3

Veranderingen bij invoering omgevingswet

Gemeenten worden bevoegd gezag bij bodemactiviteiten, alhoewel voor de meeste grondwateronttrekkingen waterschap/provincie bevoegd gezag blijven. Gemeenten krijgen bij het opstellen van omgevingsplannen te maken met de kaders van het wettelijk stelsel, binnen de juridische kaders en grenzen zoals opgenomen in de vier Algemene maatregelen van bestuur (AMvBs) van de omgevingswet. Binnen deze kaders en grenzen hebben de gemeenten bij hun omgevingsplan niettemin nog zeer veel keuzevrijheid. In bijlage 4 zit een voorlopig overzicht van de verantwoordelijkheden bij verschillende bodemactiviteiten vóór en ná de invoering van de Omgevingswet. De toekomstige verantwoordelijkheden kunnen nader uitgewerkt worden via netwerken (bijvoorbeeld ‘samendedieptein.nl’) en overleg met de betrokken stakeholders. NB in praktijk nog niet altijd helder is waar bepaalde verantwoordelijkheden beginnen en stoppen. Met de verschillende partners en onder leiding van de provincie Zuid-Holland wordt regelmatig over gesproken. De beleidscyclus van de Omgevingswet begint met het beschrijven van de ambitie van gemeenten, provincies en Rijk voor de gewenste kwaliteit van de leefomgeving in een omgevingsvisie. Deze beleidswensen worden vertaald in doelen voor de fysieke leefomgeving, zo nodig in de vorm van omgevingswaarden. Het bestuur maakt vervolgens programma’s om die doelen te realiseren.

In de omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen opgenomen van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en behoud van het grondgebied, en het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving (art. 3.2 Ow). Bij het vaststellen van de omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met een aantal beginselen. De Omgevingswet noemt verschillende milieubeginselen, waarmee overheden rekening moet houden:  voorzorgbeginsel;  preventiebeginsel;  beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden (‘bronbeginsel’);  beginsel ‘de vervuiler betaalt’. Een aantal ondergrondkwaliteiten (zie tabel 2) is wettelijk beschermd of geregeld zoals archeologische en cultuurhistorische waarden, chemische bodemkwaliteit en drinkwater.

Pagina 18 van 63

3.

Speerpunten Westland

Hierna worden per speerpunt (zoals in 1.5 kort beschreven) voor de huidige stand van zaken in Westland beschreven.

3.1

Speerpunt 1 - Bewust omgaan met (zoet) grondwater

De beleidsdoelen uit het Waterklimaatplan 2021-2024, die voortkomen uit de Europese Kaderrichtlijn Water, nopen ons ertoe om negatieve beïnvloeding vanuit de bodem op concentraties fosfaat (P), nitraatgehalte (N) en gewasbeschermingsmiddelen (Gbm-en) in het oppervlaktewater verder te verminderen. Zo is het essentieel om uitloging van nutriënten (fosfaat en nitraat) uit de bodem naar het grondwater, en van daaruit naar het oppervlaktewater, te voorkomen en te beperken. Daarom zijn er op korte termijn stappen nodig die de Westlandse waterkwaliteit verder verbeteren. De stip aan de horizon is: in 2027 nagenoeg nul-emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het (oppervlakte) water. Dit speerpunt heeft betrekking op de eerste twee ondergrondlagen (0-30 meter, 30-200 meter) en heeft een directe relatie met de beleidssectoren Water, Groen en Klimaat. Situatie in het Westland Voor de verbetering van de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater is een goede chemische basiswaterkwaliteit essentieel. De nitraat- en fosfaatnormen worden nog steeds niet gehaald in het Westland, al zijn de gehalten het afgelopen decennium wel sterk verbeterd.

Eén van de urgente dossiers die voorligt bij de gemeente is de bescherming van het grondwater door uitloging (vrijkomen) van gewasbeschermingsmiddelen (gbm) en nutriënten (nitraten en fosfaten) vanuit de bodem in de glastuinbouwsector. Van alle glastuinbouw in Westland is slechts 10% vollegrondsteelt. Het merendeel van de Westlandse tuinbouw vindt plaats in kassen met een betonnen vloer en een gesloten systeem van irrigatie, meststoffen en gbm. Uit eerder uitgevoerd onderzoek (Stowa)9 blijkt echter dat (bodem)lekkages een emissieroute kunnen zijn waarlangs water uit de kas in grond- en oppervlaktewater terecht komt. Het weglekkende water bevat meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Binnen de gemeente Westland lopen er nu drie gerichte acties: - ‘Beperken en voorkomen (bodem)lekkages glastuinbouw: Emissieloze kas (STOWA, mei 2021)’ Het betreft een tweejarig project dat gestart is binnen de glastuinbouwsector, in samenwerking met de gemeente Westland, waar de uitloging van nutriënten/grondstoffen (gbm, stikstof, fosfaten) binnen de tuinbouwbedrijven wordt bestudeerd. - ‘Gebiedsgericht meten en handhaven oppervlaktewaterkwaliteit (HH Delfland, gemeente en ODH)’

9 Verkenning aanpak verbeteren waterkwaliteit KRW-waterlichamen en overig water in de gemeente Westland,

Gemeente Westland, 29 juni 2021 (concept)

Pagina 19 van 63

-

-

3.2

Deze activiteit is een langjarige intensivering van de handhaving op lozingen vanuit de glastuinbouw in het Westland, waarmee ook een zichtbare verbetering in het gebied is bereikt. In 2022 wordt door HH Delfland een risicogerichte aanpak ontwikkeld. ‘Verkenning aanpak verbeteren waterkwaliteit - KRW waterlichamen en overig water in de gemeente Westland (in samenwerking met HH Delfland, Provincie Zuid-Holland en Omgevingsdienst Haaglanden) Het gaat hierbij vooral om de nog niet opgeloste knelpunten m.b.t. waterkwaliteit specifiek en ruimtelijk expliciet te maken, en de bestaande aanpak op basis hiervan aan te scherpen en te verbinden.

Speerpunt 2 – Gezonde leefomgeving

De bodem is een natuurlijke filter en buffer. De bodem kan externe stoffen, nutriënten en metalen in bepaalde mate binden en omzetten en/of neutraliseren. Om een gezonde leefomgeving te behouden of krijgen is de bodem van vitaal belang. Een schone bodem hebben we nodig als leeflaag (denk aan spelende kinderen), filter en opslag van grondwater, dat gebruikt wordt voor onze voedselproductie en drinkwatervoorziening. Tot voor kort richtte beleid zich op het beschermen van de chemische bodemkwaliteit en het saneren van in het verleden ontstane bodemverontreiniging. Het nieuwe bodembeleid is veelomvattender en richt zich op optimaal gebruik van de bodem en ondergrond: efficiënt, veilig en gezond, afgestemd op de mogelijkheden die de bodem en ondergrond bieden om de maatschappelijke opgaven te realiseren én waarbij haar intrinsieke waarde voor de toekomst blijft behouden. Het gaat in dit beleid dus om integratie van het fysieke en ecologische (biologische) bodemsysteem, naast de chemische aspecten. Alleen de chemische bodemkwaliteit is wettelijk geregeld. Dit speerpunt heeft met name betrekking op de eerste bodemlaag (0-30 meter) en is gerelateerd aan de beleidssectoren Groen, Water en Klimaat.

Situatie in het Westland Bij de implementatie van de Omgevingswet is het van belang dat de kwaliteit van de Westlandse bodem en ondergrond niet verslechtert (beheren van de huidige toestand), en mogelijk verbetert. De chemische bodemkwaliteit wordt in de gemeente Westland van oudsher negatief beïnvloed door het toemaakdek (huisvuil werd in vroeger tijden toegepast als bodemverbetering), lokale lekkages (olietanks, benzinestations), kolengruispaadjes in oude centra en baggerspecie aan de kant op 2-3 meter van de slootkant (zink). Andere verontreinigingen met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn met name bestrijdingsmiddelen (drins, DDT), ofwel incidenteel een hoog DDT-gehalte vanwege persistentie, en veel drins (deze laatsten zitten net boven de hergebruikswaarde). Ook heeft de Omgevingsdienst Haaglanden al wat onderzoek gedaan naar PFAS10, en zijn er een paar locaties met PFAS gesignaleerd, alhoewel er nog geen kaart is gemaakt11. De selectiecriteria voor zeer zorgwekkende stoffen zijn vastgelegd in de Europese REACH Verordening. Het gaat om stoffen met één of meer van de volgende eigenschappen12:  kankerverwekkend  mutageen (veroorzaakt genetische verandering)  giftig voor de voortplanting 10 Ontwerpnota bodembeheer – voorstel, Gemeente Westland, 26 november 2020

11 Voorstel tot vaststelling van de nota Bodembeheer gemeente Westland, Gemeente Westland, 13 april 2021 12 https://rvszoeksysteem.rivm.nl/ZZSlijst/TotaleLijst):

Pagina 20 van 63  persistent, bioaccumulerend en giftig  zeer persistent en zeer bio accumulerend  of van soortgelijke zorg, zoals hormoonverstorende eigenschappen Binnen de gemeente Westland lopen er de volgende acties: - Bodemkwaliteitskaarten - Periodiek regionaal bodemoverleg olv ODH - Verwijzing gemeentelijke Groenvisie (deelbijdrage gezonde leefomgeving)

3.3

Speerpunt 3 – Beschermen en beheren van de Westlandse identiteit

Eén van de bodemfuncties is de informatiefunctie, waarbij landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en aardkundige informatie de ontstaansgeschiedenis van de bodem en het landschap zichtbaar maakt. Voor de identiteit van een gemeente is de bodem de basis. De archeologische en cultuurhistorische waarden zijn wettelijk beschermd. Dit speerpunt heeft betrekking op de eerste bodemlaag (0-30 meter), en heeft raakvlakken met de sectoren Groen, Klimaat en Cultuur. Situatie in het Westland Het Westland telt twee archeologische Rijksmonumenten op haar grondgebied en 23 terreinen met hoge tot zeer hoge archeologische waarde. In de Omgevingsvisie staat: ‘We beperken bij deze gebieden bodemingrepen, zodat de aanwezige archeologische waarden behouden blijven. We hebben een overzicht waar bekende en verwachte archeologisch waardevolle gebieden zijn. Nieuwe omgevingsplannen zullen altijd hieraan getoetst worden, zodat dit erfgoed behouden blijft.’

Erfgoed in Westland (Uit: Omgevingsvisie 2.0)

De provincie Zuid-Holland heeft Gebiedsprofielen ontwikkeld. Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. Gebiedsprofielen vormen zo een vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Ze geven een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Maar ze beschrijven ook ambities. Er is geen ‘gebiedsprofiel’ gemaakt van het hele

Pagina 21 van 63 grondgebied van de Gemeente Westland, want de glastuinbouw wordt tot ‘stedelijk gebied’ gerekend. Maar het Gebiedsprofiel Delflandse Kust13 en het naburige (en kleine stukjes overlappende) Gebiedsprofiel Midden Delfland14 vallen wel in het Westlandse grondgebied. “…in het Westland, destijds ‘een oord van ongekende schoonheid’ vlak onder hofstad Den Haag. Dankzij de directe ligging aan de Noordzee was het klimaat er zo mild en zonnig dat in de zeventiende en achttiende eeuw, toen Nederland nog machtig en welvarend was, rijke Hagenaren hier in de luwte van de duinen hun weelderige zomerverblijven bouwden” (Uit: ‘Fortuna’s kinderen’ van Annejet van der Zijl).

Gebiedsprofiel Delflandse Kust en Gebiedsprofiel Midden Delfland, met waardevolle landschappen, liggen in Westland (Uit: gebiedsprofielen.zuid-holland.nl/Gebiedsprofielen/)

Binnen de gemeente Westland lopen er de volgende acties: - Binnen de regio wordt gewerkt aan het realiseren van Nationaal Park Hollandse duinen met een beschermde status, waarin ook Natura2000 gebied Kapittelduin-Solleveld in is opgenomen.

3.4

Speerpunt 4 – Voldoende zoet (giet) water vanuit eigen gebied

Als gevolg van klimaatverandering kunnen periodes van langdurige droogte, hitte maar ook excessieve neerslag (acute clusterbuien) plaats gaan vinden, waarbij de huidige regenopslagreservoirs en ondergrondse wateropslag van de glastuinbouw niet afdoende zullen zijn. In combinatie met de zeespiegelstijging (wederom klimaatverandering) en bodemdaling (veroorzaakt door wateronttrekkingen, belasting door bouw, gaswinning) leidt dit tot afname van de zoetwatervoorraad en sterkere verzilting. Bij grondwateronttrekking uit brakke watervoerende pakketten in de ondergrond, en toepassing van omgekeerde osmose voor zoet (giet)water, versterkt het terugbrengen van brijn (zout residu) in de ondergrond dit effect van afname van de zoetwatervoorraad en toenemende verzilting. Zuinig omgaan met, en waar mogelijk infiltreren van zoetwater is van belang. Dit speerpunt heeft met name betrekking op de tweede bodemlaag (30-200 meter), maar ook op de eerste laag (0-30 meter) in verband met infrastructurele werken zoals wateropslag. Het speerpunt is als urgent aangeduid, en staat in directe relatie tot de sectoren Water en Klimaat.

13 Gebiedsprofiel Delflandse Kust (zuid-holland.nl)

14 Gebiedsprofiel Midden Delfland (zuid-holland.nl)

Pagina 22 van 63

Situatie in het Westland In Westland is er een grote vraag naar zoet water. Behalve een verwachte groei van het aantal inwoners, heeft de glastuinbouw een grote hoeveelheid geschikt gietwater nodig voor de sierteelt en met name de groententeelt. Met name voor de groententeelt wordt het gietwater door omgekeerde osmose vanuit het brakke grondwater (1ste watervoerende laag) gewonnen als het opgeslagen regenwater niet toereikend is. Hiervoor gebruikt de glastuinbouw brak grondwater uit het 1ste watervoerende pakket. Vervolgens wordt het water (brijn) na de omgekeerde osmose in het 2de watervoerende pakket teruggebracht. Er is momenteel geen compleet beeld van de registratie van wat wordt onttrokken (onttrekking< 150.000 m3/jaar betreft een meldplicht bij het HH Delfland, grotere onttrekking wordt vergund via de Provincie) en hoeveel brijn geloosd (ontheffing onder bevoegd gezag gemeente). Het bijhouden van de brijnlozing zou wel een beeld geven van de kwantitatieve wateronttrekking in Westland door de glastuinbouwsector, aangezien ongeveer de helft van wat er wordt onttrokken, weer wordt geloosd. Uit een eerdere studie15 blijkt dat de scheidende (klei)lagen tussen de watervoerende pakketten in de 2de ondergrondlaag van het Westland op sommige plekken dun zijn of zelfs ontbreken.

Door aanzuigende werking van onttrekkingen uit het 1e watervoerende pakket en drukverhogingen van het geloosde brijn in 2e watervoerende pakket is daarmee kans op een grotere verzilting van het 1ste watervoerende pakket. Daarbij komt ook dat in de gemeente Westland weinig hemelwater door de grond wordt opgenomen (een lage infiltratie) doordat veel grond bebouwd dan wel bedekt is met verhard terrein (zie speerpunt 9). Hierdoor komt er minder zoet water in de ondergrond, wat ook de verzilting van de bovenste laag in de hand werkt.

Schematisch overzicht van waterstromen in een glastuinbouwbedrijf in het Westland dat brak grondwater gebruikt voor gietwater. Interne stromen zoals recirculatie/drainage zijn niet weergegeven. Uit ‘COASTAR, Waterbank Westland. Droge voeten, voldoende gietwater’. KWR-september 2021

15 Systeemkennis ondergrond Westland ten behoeve van gietwatervoorziening glastuinbouw, 1205189-000-

BGS-0005, Deltares (Klein, Faneca Sánchez, van Baaren), 31 oktober 2011

Pagina 23 van 63 Binnen de gemeente Westland lopen er de volgende acties: - ‘Routekaart duurzaam gietwater glastuinbouw (ism Greenport Westholland, Glastuinbouw Nederland, HH Delfland en provincie Zuid-Holland). In de routekaart wordt gewerkt aan concrete stappen om alternatieve duurzame en betaalbare gietwatervoorzieningen voor de tuinbouw te realiseren. - ‘verordening brijnlozing en de bodem Westland’. In februari 2022 is er een tijdelijke verlenging besloten van het maatwerk brijnlozing tot 1 januari 2024. Deze verlenging voorkomt dat bij het aflopen van het maatwerk op 1 juli 2022 de watervoorziening voor tuinders die gebruikmaken van omgekeerde osmose acuut in gevaar komt. Tegelijkertijd wordt in de verordening geregeld dat de gemeente gegevens laat verzamelen om de huidige situatie m.b.t. brijnlozingen beter in beeld te krijgen. Deze gegevens worden gebruikt bij het opstellen van nieuw brijnbeleid per 1 januari 2024 dat moet aansluiting bij de ambities voor een duurzame Westlandse leefomgeving zoals geschetst in de Omgevingsvisie. - Door de pilot COASTAR Waterbank Westland Hooghe Beer wordt in de praktijk onderzocht hoe door gietwatersystemen te koppelen en gezamenlijk water te infiltreren op momenten dat er veel regen valt, de afhankelijkheid van brak water onttrekkingen en brijnlozingen verminderd kan worden en de verzilting tegen kan worden gegaan.

3.5

Speerpunt 5 – Benutten van bodemenergie

‘Bodemenergie speelt een belangrijke rol in de energietransitie. De aanleg van bodemenergiesystemen neemt toe. Gemeenten zullen in hun omgevingsplannen aan moeten geven wat de regels zijn bij de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen. Zo kunnen ze de systemen zo optimaal mogelijk benutten en tegelijkertijd de bodem beschermen’16. Daarbij is het gebruik van de diepe ondergrond essentieel om te komen tot een duurzaam, veilig, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. Bouwsteen bodemenergie17 In deze bouwsteen verstaan we onder bodemenergiesysteem een installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt om warmte of koude te leveren en zo gebouwen te kunnen verwarmen of koelen. Gesloten: door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp, circulatiepomp en, voor zover aanwezig, regeneratievoorzieningen. Hierbij wordt geen grondwater onttrokken en na gebruik in de bodem teruggebracht, Open: grondwater wordt onttrokken en na gebruik in de bodem teruggebracht. Met inbegrip van bijbehorende bronpompen en warmtewisselaar en, voor zover aanwezig, warmtepomp en regeneratievoorzieningen. Deze bodemenergiesystemen (zie bijlage 2) hebben invloed op de omgeving en kunnen interfereren met andere bodemfuncties18. Kennis van het beïnvloedingsgebied van ieder type bodemenergiesysteem is van belang bij ontwikkelplannen.

Een gesloten WKO-systeem slaat de warmte relatief ondiep op in ondergrondse buizen en heeft een beperkte capaciteit. Open WKO16 https://www.samendedieptein.nl/bodembeheer-van-de-toekomst/bouwsteen-bodemenergie/ 17 : www.samendedieptein.nl

18 Structuurvisie Ondergrond, Ministerie van I&W en Ministerie van EZ&K, juni 2018

Pagina 24 van 63 systemen bestaan uit twee bellen water, één warm en één koud water (doublet) in daarvoor geschikte aardlagen (watervoerend pakket), waar water in- en uit gepompt wordt. Open systemen hebben een grotere capaciteit en zijn bij voorkeur gelegen in het 2e en 3e watervoerend pakket. Voor open systemen is de provincie bevoegd gezag en voor gesloten systemen de gemeente19. Met uitzondering van de gesloten systemen bij individuele woningen, moet de hoeveelheid aan de bodem toegevoegde warmte en koude worden gemonitord tijdens de beheerfase, ofwel als de systemen opereren en er gemonitord wordt20. Bij geothermie, ofwel het onttrekken van warmte aan het water (zie bijlage 2) is corrosie (oxidatie van de leidingen) een inmiddels (bijna) erkend probleem, landelijk hebben een 14-tal doubletten hier last van. Dat betekent dat vanaf het maaiveld tot en met dieptes van ongeveer 400-600 m er risico is voor vervuiling van bodemlagen. Water vanuit een diepte van ca. 3 km wordt dan vermengd met water in de bovengrondse lagen (maaiveld tot en met de diepteligging van de pompen). Dit speerpunt heeft met name betrekking op de tweede (30-200 meter) en derde bodemlaag (dieper dan 200 meter), maar ook op de eerste laag (0-30 meter) waardoor infrastructurele werken lopen zoals pijpen en putten nodig voor de energiewinning.

Het speerpunt staat in directe relatie tot de sectoren Klimaat, Energie en Water. Situatie in het Westland Bedrijven, en met name de glastuinbouw in het Westland, verbruiken veel energie (meer dan 1G m3/jaar). De regio heeft dan ook een hoge CO2 uitstoot. Om aan de doelstellingen rond klimaatverandering te voldoen zijn er duurzame oplossingen nodig. In de omgevingsvisie 2.0 staat dat Westland in 2040 klimaatbestendig wil zijn, de Tuinbouwsector heeft het doel om energieneutraal te zijn in 2040. Het gebruik van tuinbouwrestafvalstromen, restwarmte van AVI’s, WKO-systemen en geothermie kan hierbij meehelpen. Een Westland-dekkend warmtesysteem (WSW) wordt ontwikkeld waar alle Westlandse dorpen op termijn op aan kunnen sluiten. Open en gesloten warmte-koudeopslag (WKO)-systemen zijn al in groten getale aanwezig.

Locaties open WKO-systemen in het Westland (Uit: signaleringskaarten.nl)

19 Factsheet uit www.allesoverbodemenergie.nl: Bodemenergiesystemen - Wet- en regelgeving gemeenten 20 www.allesoverbodemenergie.nl

Pagina 25 van 63 Geothermie, oftewel aardwarmte, biedt goede mogelijkheden als duurzame bron van warmte en als alternatief voor aardgas. Er zijn nu 6 geothermiebronnen21 in Westland, en men wil dit aantal in de toekomst graag uitbreiden naar 20 doubletten. Voor Westland is het dus relevant om bij gebiedsontwikkeling waarbij ook ondergrondse benutting plaatsvindt, te weten waar leidingen liggen en welke grond(water)pakketten worden gekruist (zie ook speerpunt 6). Bovendien kan er bij geothermie mogelijk bodembeweging optreden. Dat kan zowel bodemdaling als bodemtrilling betekenen, alhoewel men de kans op bodemdaling veroorzaakt door winning van aardwarmte gering acht. Uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2021) blijkt dat de drinkwatervoorraden onvoldoende beschermd zijn tegen de risico’s van het boren naar aardwarmte. De regie in de ondergrond, waar de winning van drinkwater en van aardwarmte met elkaar in conflict kunnen raken, ontbreekt bovendien22. Het benutten van aardwarmte heeft dus ook raakvlakken hebben met de speerpunten 1 en 6. Geothermie in het Westland: Waterwinning en warmte winning combineren? Soms kan het wel! 23 In Westland is in het project Trias Westland, met als aandeelhouders HVC, Capturam en Royal FloraHolland, winbaar water aangetroffen in de Onder-Krijt laag op ongeveer 2,3 kilometer diepte.

Uit de boring kwam ook naar voren dat de Trias-aardlaag op 4 kilometer diepte niet geschikt is voor warmtewinning. Met de gerealiseerde putten kan de warmtebehoefte van 25 bedrijven (van de 48 bij het project aangesloten glastuinbouwbedrijven en Royal FloraHolland) duurzaam worden ingevuld. Er is in 2018 een SDE+ beschikking ontvangen voor een tweede bron om de overige deelnemers ook van warmte te kunnen voorzien. Er is begonnen met de aanleg van een warmtenet dat behalve voor de glastuinbouw ook kansen biedt voor warmtevoorziening van Westlandse woningen. Naar verwachting wordt in het tweede kwartaal van 2019 gestart met de warmtelevering.

Geothermiepotentie in het Westland (Uit: signaleringskaarten.nl)

21 Geological report TW OK II– PanTerra Project G1363b, PanTerra Geoconsultants B.V. (Chris Maaijwee), maart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=69ca6139-639e-49dc-b757-af60b1a8f810