2.6d) ruimtelijke onderbouwing (21-0329241)
Tekst van het document
NTE WEST EE
N LA D
W-AV-2021-1973
GEM
aanvraagnummer
registratienummer besluit
Ruimtelijke onderbouwing woonunits arbeidsmigranten aan Burg. v.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg in De Lier
Opdrachtgever Tradiro Park B.V. De Lier
1
D-H LLA N O
D
UI
Z
21-0357269
OEDH_pdf_S_21-0329241_1
behoort bij besluit aanvraag omgevingsvergunning
Ruimtelijke onderbouwing woonunits arbeidsmigranten aan Burg. v.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg in De Lier
Opdrachtgever Tradiro Park B.V. De Lier
Datum Rapportnr EdHStatus
: 21 november 2021 : 20130/Aqua-Terra Nova305d RO : ontwerp
IBAN: NL08 RABO 0368 1199 55
•
BTW: NL-8105.67878.B01
•
K.v.K. nr. 27240696
Titel
: Ontwerp ruimtelijke onderbouwing oprichten woonunits voor arbeidsmigranten aan Burg. V.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg te De Lier
Opdrachtgever Contactpersonen
: Tradiro Park B.V. : P/a dhr. S.K. Shek
Projectteam Projectmanager Contactpersoon Auteur
: ing. A.P. Wubben : ing. A.P. Wubben : E.J. den Hollander
Kwaliteitsborging
: ing. A.P. Wubben
Projectnummer
20130
Datum vrijgave
Status
Versie 21 november 2021
Goedkeuring auteur
Goedkeuring kwaliteitsborger
Ontwerp Rapport
© 2021 Aqua-Terra Nova B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
I. TOELICHTING INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING
1
INLEIDING ............................................................................................ 2 1.1 Aanleiding ............................................................................................................ 2 1.2 Ligging en inrichting plangebied ............................................................................... 3 1.3 Vigerend bestemmingsplan...................................................................................... 4 1.4 Strijdigheid bestemmingsplan Glastuinbouwgebied .....................................................5 1.5 Toetsing aan paraplubestemmingsplan Parkeernormen ............................................. 9 1.6 Ruimtelijke procedure ........................................................................................... 10
2
RUIMTELIJK BELEIDSKADER ................................................................ 11 2.1 Rijksbeleid .......................................................................................................... 11 2.2 Provinciaal beleid ................................................................................................. 12 2.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 13 2.4 Algehele conclusie ............................................................................................... 19
3
ONDERZOEKEN .................................................................................... 21 3.1 Strategische milieubeoordeling ............................................................................... 21 3.2 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................21 3.3 Externe veiligheid..................................................................................................26 3.4 Geluid................................................................................................................. 27 3.5 Luchtkwaliteit ...................................................................................................... 28 3.6 Bodem ................................................................................................................. 29 3.7 Waterhuishouding ................................................................................................. 30 3.8 Ecologie ...............................................................................................................34 3.9 Stikstof ............................................................................................................... 36 3.10 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................
37 3.11 Conclusie .......................................................................................................... 37
4
UITVOERBAARHEID .............................................................................. 40 4.1 Algemeen............................................................................................................. 40 4.2 Maatschappelijke aanvaardbaarheid ....................................................................... 40 4.3 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................40
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
1
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Tradiro Park B.V. (hierna te noemen: aanvrager) is sinds 2 maart 2021 eigenaar/ exploitant van de percelen aan Burg. V.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg, gevestigd De Lier, kadastraal bekend sectie A nummers 4978, 4980 en 6394. Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op deze percelen. Deze percelen zijn nu bebouwd met kassen. Aanvrager wenst hier 172 woonunits te bouwen voor 688 arbeidsmigranten. Elke verblijfsruimte van 4 arbeidsmigranten is ongeveer 68 m² groot, heeft 4 bedden, een woonkamer, een badkamer en een toiletvoorziening. Er komen diverse gemeenschappelijke functies, zoals een receptie, een beheersruimte, een wasserette, een sportvoorziening (fitness), een polyvalente ruimte en een fietsenstalling. Verder komen er 2 beheerdersruimten, recreatie en sportvelden.
Figuur 1.a Kadastrale kaart A 6394
Figuur 1.b Kadastrale kaart A 4980
Fig.2.a Huidige bebouwing (bron: Google Maps)
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
2
Fig.2.b Toekomstige bebouwing
1.2 Ligging en inrichting plangebied Het plangebied is gelegen aan Burg. v.d. Goeslaan/ Oostbuurtseweg in De Lier, gemeente Westland in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 29.105 m² (2,91 ha) en is o.a. omringd door water en groen. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente onder sectie A, nummers 4980 en 6394.
Figuur 3 satellietbeeld locatie (bron: Google Maps) Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
3
Figuur 4 Beoogde situatie met voorstel groenvoorziening en verblijfsplekken (bron: Bas1s)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan waar het plangebied is gelegen, is het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied, vastgesteld op 19 december 2012 en met IMRO codering NL.IMRO.1783.abp00000013-vast Verder is het paraplubestemmingsplan Parkeernormen van toepassing op het plangebied.
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
4
Figuur 5: Uitsnede huidig bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4 Strijdigheid bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Binnen het plangebied is de huidige bestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw‘. Hiervoor gelden de volgende regels: Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Agrarisch - Glastuinbouw" (A-GT) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf, zoals beschreven in Bijlage 1; b. bijbehorende erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen en verkeerskunstwerken ten behoeve van de bereikbaarheid van de bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, groen en voorzieningen van algemeen nut (transformatorhuisjes); c. voorzieningen voor het opwekken en leveren van energie en/of warmte ten behoeve van en bij een glastuinbouwbedrijf, waarbij de energie- en/of warmtelevering aan derden (nietglastuinbouwbedrijven) bedrijfseconomisch ondergeschikt is; d. voorzieningen voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf; e. (hoofd-)watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; f. het wonen in een bij een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf behorende bestaande bedrijfswoning; 3.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd: g. kassen; h.
bedrijfsgebouwen, zoals bedrijfsruimten, verwerkingsruimten, onderzoeksruimten, laboratoria, presentatieruimten en (niet zelfstandige) kantoorruimten behorende bij het ter Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
5
plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf; i. bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals watertanks, watersilo's, (natte) koeltorens, wkk installaties en installaties voor de winning van warmte; j. werken, geen bouwwerk zijnde, zoals waterbassins en verkeerskunstwerken; k. bestaande bedrijfswoningen (uitsluitend de herbouw en het vergroten) met de daarbij behorende bouwwerken. Het voorgenomen gebruik (woonfunctie voor arbeidsmigranten) past niet binnen de bestemming “Agrarisch - Glastuinbouw”. Verder is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie met de functie-aanduiding “swr – 2” (specifieke vorm van waarde – 2) van toepassing op het plangebied: Artikel 28 Waarde - Archeologie 28.1 Bestemmingsomschrijving De voor “Waarde - Archeologie" (WR-A) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 28.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd, met dien verstande dat:
•
indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de archeologische waarden als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de bestemming “Waarde – Archeologie”;
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van: 28.2.1 Onderliggende bestemming Op de gronden mogen ten behoeve van de onderliggende bestemming(-en) bouwwerken, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(-en) geldende (bouw-)regels, binnen de beschermingszone worden gebouwd, mits: a.
voor de verlening van de omgevingsvergunning burgemeester en wethouders schriftelijk advies hebben gevraagd aan de archeologische deskundige van de gemeente Westland of een daarvoor in de plaats gestelde deskundige, tenzij geen archeologisch onderzoek benodigd is.
28.2.2 Uitzonderingen onderliggende bestemming De verplichting voor een archeologisch onderzoek geldt niet voor: a.
kassen;
b.
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-1)". Hiervoor geldt enkel een meldingsplicht voor werkzaamheden, zodat, als onderdeel van de
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
6
nazorgfunctie, de verwachting getoetst kan worden. Deze nazorg mag geen belemmeringen opleveren voor de uitvoer van de werkzaamheden; c.
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-2)" met een maximale oppervlakte van 500 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
d.
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-3)" met een maximale oppervlakte van 250 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
e.
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-4)" met een maximale oppervlakte van 100 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
f.
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-5)" met een maximale oppervlakte van 50 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 30 cm.
28.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 28.2.1 onder a. genoemd archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstuurd, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988;
c.
de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden te verrichten: a.
ter plaatse van de functieaanduiding "(swr-5)" grondwerken dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven of dempen van (hoofd-)watergangen en waterpartijen en het aanleggen van drainage;
b.
grondwerken dieper dan 50 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven of dempen van (hoofd-)watergangen en waterpartijen en het aanleggen van drainage;
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
7
c.
het verlagen en verhogen van het waterpeil;
d.
het aanleggen of rooien van bos of boomgaard, waarbij stobben worden verwijderd;
e.
het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
f.
het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen;
28.3.2 Uitzonderingen verbod Het verbod als bedoeld in lid 28.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer;
b.
waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het van kracht worden van het plan;
c.
die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning;
d.
die archeologisch onderzoek betreffen of daarop zijn gericht;
e.
welke betrekking hebben op:
o o
kassen; bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr1)". Hiervoor geldt enkel een meldingsplicht voor werkzaamheden, zodat, als onderdeel van de nazorgfunctie, de verwachting getoetst kan worden. Deze nazorg mag geen belemmeringen opleveren voor de uitvoer van de werkzaamheden;
o
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr2)" met een maximale oppervlakte van 500 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
o
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr3)" met een maximale oppervlakte van 250 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
o
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr4)" met een maximale oppervlakte van 100 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 50 cm;
o
bouwwerken, werken en werkzaamheden ter plaatse van de functieaanduiding "(swr5)" met een maximale oppervlakte van 50 m² en maximale diepte beneden maaiveld van 30 cm.
28.3.3 Voorwaarden a.
de werken of werkzaamheden die onder het verbod vallen, zijn slechts toelaatbaar indien uit het archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden niet worden verstoord;
b.
indien uit het onder a. genoemd archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de Omgevingsvergunning voor het uitvoeren
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
8
van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning:
o
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
o
de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988;
o
de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties;
c.
voor de verlening van de omgevingsvergunning hebben burgemeester en wethouders schriftelijk advies gevraagd aan de archeologisch deskundige van de gemeente Westland of een daarvoor in de plaats gestelde deskundige, tenzij geen archeologisch onderzoek benodigd is. 1.5
Toetsing aan paraplubestemmingsplan Parkeernormen
Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Hierin staat in artikel 3.1 het volgende opgenomen: bij nieuwe ontwikkelingen (oprichting van een bouwwerk, verandering van functie of uitbreiding van bestaand gebruik) is het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 slechts toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze regels. De functie “kamerverhuur” (vergelijkbaar met de functie “wonen”) is terug te vinden in bijlage 1: de parkeernormen van dit bestemmingsplan. Deze bedraagt 0,3 parkeerplaatsen per bed/ arbeidsmigrant (niet zelfstandig). Er zijn 172 units aanwezig op het park voor 4 personen, dat zijn 688 personen in totaal. Vervoer voor de arbeidsmigranten wordt veelal geregeld door de uitzendbranche. Hierbij wordt uitgegaan van 1 auto per 4 arbeidsmigranten. Op basis hiervan is gekozen om een norm van 0,3 parkeerplaats per arbeidsmigrant aan te houden. Dit betekent dat er 688 x 0,3 = 206,4 (afgerond 207) parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. Er is voldoende parkeergelegenheid (namelijk 211 parkeerplaatsen) aanwezig op het terrein. Zie hiertoe ook onderstaand figuur 6. Mobiliteit Vanuit Tradiro zijn er ruim 700 uitzendkrachten werkzaam binnen een straal van 5 km van de locatie.
Indien deze uitzendkrachten woonachtig zijn op dit park zullen zij per fiets naar het werk gaan. Uitgangspunt is dat te allen tijde minimaal 50% van de inwoners op de fiets naar de werkgelegenheden in de omgeving zullen gaan. De andere inwoners zullen met de auto (personen auto van zowel eigen vervoer als auto’s van Tradiro) gaan. Sporadisch worden inwoners gehaald en gebracht met bedrijfsbussen (ter grootte van een bestelbus).
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
9
Figuur 6 Situatie terrein inrichtingstekening
Verkeersgeneratie Voor het in kaart brengen van de gevolgen voor de verkeersgeneratie wordt voor dit initiatief een inschatting gedaan op basis van ervaringscijfers. Het initiatief leidt tot de onderstaande berekening: • 688 bewoners; • 30% daarvan heeft een eigen voertuig (206); • 100% van de personen met een eigen voertuig gebruikt dat voor woon-werkverkeer (206); • 40% van de bewoners maakt gebruik van collectief vervoer (275, 4 personen per busje, dus 69 busjes); • 30% van de bewoners gaat per fiets of OV naar de werklocatie (206, maar die worden hier verder buiten beschouwing gelaten). Dat leidt tot (206x2) + (69x2) = 550 voertuigbewegingen per etmaal (inschatting). Tot slot leidt het plan tot verkorting van het woon-werkverkeer en tot de bevordering van duurzaam fietsverkeer. 1.6 Ruimtelijke procedure Het is mogelijk om via een reguliere procedure medewerking hieraan te verlenen.
Dit kan door toepassing te geven aan artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto artikel 4 lid 11 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor): Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, 1 e lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, 1e lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: een ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
10
2 RUIMTELIJK BELEIDSKADER De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het voor dit specifieke project relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. 2.1 Rijksbeleid Wet ruimtelijke ordening De (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening (Wro) is op 1 juli 2008 in werking getreden en gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomenin structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels en verordeningen, die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Voor het Rijk is dit de AMvB Ruimte. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland in 2040 eruit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid.
Tot 2028 heeft het kabinet de volgende 3 Rijksdoelen geformuleerd: • de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken; • de bereikbaarheid verbeteren; • zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimte. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspectenrelevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. AmvB Ruimte (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. De AmvB Ruimte is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen.
Daarnaast kan in de AmvB Ruimte provincies opgedragen worden bepaalde thema's verder uit te werken of te borgen in een provinciale verordening, waar de gemeente zich wederom aan dient te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Inhoudelijk kan het daarbij gaan om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Volgens het Barro is het onderhavig plangebied geen project van Rijksbelang waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. Structuurvisie Randstad 2040 Op 5 september 2008 heeft het kabinet de structuurvisie Randstad 2040 vastgesteld. Bij de structuurvisie gaat het om een integraal toekomstperspectief dat richting kan geven aan de integrale rijksinzet in de Randstad met oog voor de lange termijn op het gebied van onder meer wonen, werken, infrastructuur, water, natuur en landschap. De structuurvisie draagt niet alleen bij aan de ambitie een duurzame en concurrerende topregio te ontwikkelen, maar ook aan een ‘mooi Nederland’. De lange termijnvisie en de richting die het kabinet (samen met de regio) kiest, focust op fysiekruimtelijke onderwerpen, maar beperkt zich niet tot de ruimtelijke ordening alleen. Niet- fysieke onderwerpen die in belangrijke mate bijdragen aan de nagestreefde duurzame en Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
11
concurrerende Randstad worden geagendeerd in de visie. Het gaat dan bijvoorbeeld om bevordering van de sociale cohesie, vergroting van de arbeidsparticipatie, kennis en innovatie. In het kader van de structuurvisie worden strategische keuzes gemaakt met betrekking tot: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Klimaatbestendigheid van de laaggelegen delta; Ruimtelijke investeringsstrategie; Groenblauwe structuur als raamwerk voor verstedelijking; Verstedelijkingsstrategie; Bereikbaarheid in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling; Ruimtelijk-economische typering en structuur; Toekomst van Schiphol.
In de structuurvisie Randstad 2040 is onder meer aangegeven dat er wordt gestreefd naar goed functionerende steden met bijbehorende economische sterke bedrijfslocaties. Het voorliggende plan voegt een woonfunctie voor arbeidsmigranten toe die deze doelstellingen ondersteunen en past daarom binnen het beleidskader van de Structuurvisie Randstad 2040. Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. De voorgenomen ontwikkeling past functioneel gezien niet binnen het vigerend bestemmingsplan.
Motivatie Huisvesting van arbeidsmigranten (zowel tijdelijk als permanent) wordt beschouwd als een normale stedelijke functie die – conform de ladder voor duurzame verstedelijking - in beginsel binnen bestaand stads- en dorpsgebied moet worden gerealiseerd. Dat kan in de bestaande woningvoorraad, maar ook via transformatie van leegkomende andere panden, of (tijdelijk) op nog niet ontwikkelde locaties voor bijvoorbeeld woningbouw of bedrijfsterrein. De zogenoemde “kruimelregeling” van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, Hoofdstuk 4, artikel 4) maakt in onderdeel 9 hergebruik/transformatie van bestaande bebouwing voor huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk, zowel binnen bestaand stadsen dorpsgebied als daarbuiten. Op die laatste optie was oorspronkelijk de Verordening Ruimte van de provincie van toepassing, met uitzondering van tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij een agrarisch bedrijf gedurende een korte seizoenspiekperiode. Gelet op de grote behoefte aan huisvesting, ook voor langere perioden, is het provinciaal beleid op dit punt meer in lijn gebracht met de ruimte die het Rijk met de kruimelregeling voor deze problematiek heeft willen bieden en is de Verordening ruimte op dit onderdeel niet meer van toepassing.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft het tijdelijk oprichten van 172 woonunits voor arbeidsmigranten buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Huisvesting van arbeidsmigranten (zowel tijdelijk als permanent) wordt beschouwd als een normale stedelijke functie. Gesteld wordt daarom dat deze ontwikkeling past binnen het rijksbeleid. 2.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Op 1 april 2019 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie Zuid-Holland voor op de Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
12
Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voorde fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat een aantal onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiegedeelte zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet anders. Omdat de beleidsinhoud niet anders is maarde onderdelen die voorheen onder Visie Ruimte en Mobiliteit, Programma mobiliteit, Programma ruimte en Verordening ruimte vielen, is ten behoeve van de leesbaarheid het beleid in de titels volgens de oude en de nieuwe structuur weergegeven. Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LDV) in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Omdat het verder gaat om een tijdelijke vergunning is de LDV niet van toepassing op grond van landelijke regelgeving. De gemeente hoeft dus niet te onderbouwen waarom deze huisvesting niet binnen de kernen van steden en dorpen kan plaatsvinden. Deze ladder moet alleen dan worden gevolgd als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals al geconstateerd is bij de paragraaf rijksbeleid is in onderhavige ontwikkeling geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder hoeft om deze reden ook niet doorlopen te worden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft het oprichten van woonunits voor arbeidsmigranten buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Huisvesting van arbeidsmigranten (zowel tijdelijk als permanent) wordt beschouwd als een normale stedelijke functie. De ladder van duurzame verstedelijking geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan. Daarom is een ladderonderzoek niet benodigd. 2.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaalmaatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
13
richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden.
Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
14
Figuur 7. De toekomstkaart van Westland De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van 172 woonunits voor arbeidsmigranten. Het realiseren hiervan past binnen het beleid dat voor dit gebied is gesteld. Zo blijven de oorspronkelijke structuren in het landschap behouden. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in de ambitie om woningbouw te realiseren door middel van inbreiding. Vernieuwde Woonvisie Westland 2020-2030 De vernieuwde Woonvisie is op 8 juli 2020 door de gemeenteraad van Westland vastgesteld. Deze visie is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030, die is opgesteld in 2016. Deze actualisatie is gemaakt omdat er veel gebeurt op het gebied van wonen, zowel in Westland als in de regio. Het tekort aan betaalbare woningen blijft, zowel voor starters als ouderen, en de wachttijden voor sociale woningbouw lopen in Westland en de regio op. Uit onderzoek blijkt dat deze problemen niet opgelost worden als het woningbouwprogramma zoals dat is opgenomen in de visie 2016 onveranderd wordt uitgevoerd. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De geactualiseerde visie geeft een antwoord op de vraag voor de gemeente hoe de brede huisvestingsopgave voor de verschillende doelgroepen in Westland de komende tien jaar te bedienen.
Daarbij gaat het om de woningvraag en het benodigde aanbod voor de komende tien jaar, voor zowel reguliere woningen en zorg- en seniorenwoningen als huisvesting voor arbeidsmigranten. Deze visie vormt daarmee medede basis voor de nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken met uitzendbureaus voor arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties. In Westland werken dagelijks ongeveer 12.000 arbeidsmigranten. Zij zijn van levensbelang voor de glastuinbouwbedrijven. Het aantal arbeidsmigranten dat meestal tijdelijk in de gemeente Westland woont, ligt rond 4500 personen. We willen dat er ook in Westland voldoende en goede huisvesting is voor arbeidsmigranten. Er moeten meer woongebouwen komen zoals die op Elsenbosch (in aanbouw)en op Honderdland (aanvraag ingediend), maar ook kleinere complexen buiten de dorpen en in het glastuinbouwgebied zijn een oplossing voor de woningnood onder arbeidsmigranten. Niet alleen
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
15
uitzendbureaus en woningverhuurders kunnen het initiatief nemen, maar ook wij als gemeente. Ook is samenwerking met marktpartijen mogelijk. In bijlage 1 “Toetsingscriteria Huisvesting Arbeidsmigranten 2020” (blz. 43 van de Woonvisie) staan in paragraaf 4 de hooflijnen van beleid voor huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten, opgenomen in de Woonvisie. Zo is de huisvesting van arbeidsmigranten integraal onderdeel van het huisvestings- en woonbeleid van de gemeente. In paragraaf 6 staan de toetsingscriteria voor locaties voor huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten opgenomen. Zo sluit de gemeente voor het creëren van draagvlak aan bij de toekomstige Omgevingswet. In paragraaf 7. Communicatie staat is een stappenplan opgenomen die als leidraad geldt voor de communicatie en besluitvorming bij alle grote nieuwe locaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Zie voor verdere informatie ook hoofdstuk 4.2 Maatschappelijke aanvaardbaarheid van deze ruimtelijke onderbouwing en het “Communicatieplan…” . Dit plan is getoetst aan de toetsingscriteria voor “nieuwe” locaties. De locatie van dit initiatief is gelegen buiten de kernen en krijgt geen generieke woonbestemming. Daarentegen is sprake van een ontheffing voor een woonfunctie. Omdat het hier een locatie betreft voor 688 bedden, zijn daarbij ook een aantal recreatieve plekken opgenomen in het plangebied.
Verder zijn er op maximaal 3 km van de locatie zijn winkels, horeca en apotheken gevestigd waarvan de arbeidsmigranten gebruik kunnen maken. Dit draagt bij aan het economisch draagvlak. Het Ontwikkelkader Huisvesting Arbeidsmigranten uit 2018 bleek moeilijk uitvoerbaar te zijn. Enkele locaties worden gerealiseerd binnen eerder geldende bestemmingsruimte en niet op grond van het beleid vanaf 2018. De kaders in het Ontwikkelkader 2018 waren zo opgesteld dat realisatie van nieuwe voorzieningen op grond van dit beleid niet tot stand kwamen. De rol van de gemeente was te zeer op faciliteren van initiatieven vanuit de markt gericht. Ook werd er door de behandelingsprocedure per locatie een totaalbenadering verhinderd. Er is daarom behoefte aan meer publiekrechtelijke sturing vanuit de gemeente. Door aanpassing van het beleid dat gold sinds 2018 wordt beoogd meer balans te brengen in het lenigen van de meervoudige huisvestingsnood van arbeidsmigranten in de gemeente Westland. Daarbij zoeken we naar een balans tussen beperkingen in de woonkernen en ruimte daarbuiten en balans tussen het bieden van oplossingen voor diverse woonnoden en balans tussen prijs en kwaliteit van die woonoplossingen.
Met de inwerkingtreding van de huisvestingsverordening en de aankondiging van nadere bestemmingsformuleringen voor de bestemming wonen is het aantal kamergewijze te exploiteren bestaande woningen grotendeels onder controle van de gemeente gebracht, waarmee tevens een halt is toegeroepen aan deze onttrekkingen aan de normale woningvoorraad voor huishoudens. Deze maatregelen nopen er wel toe voor huisvesting van arbeidsmigranten andere, reële perspectieven te bieden. Hiertoe zijn nieuwe beleidslijnen en uitvoeringscriteria opgesteld. De uitvoeringscriteria zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze visie. De nieuwe beleidslijnen zijn: 1. Huisvesting voor arbeidsmigranten is, zoals deze woonvisie toont, integraal onderdeel van het huisvestings- en woonbeleid van de gemeente. En daarmee ook betrokken in het besluitvormingsproces over de optimale toedeling van bestemmingen aan ruimtelijke behoeften. Bij de optimale toedeling van schaarse ruimte kan ook gemeentegrond, gelegen buiten de woonkernen, worden ingezet voor (tijdelijke) huisvestingsoplossingen met flexwoningen voor arbeidsmigranten en/of spoedzoekers. We zullen in overleg met de Provincie de vigerende planologische bestemming buiten de woonkernen wijzigen als dat nodig is, in samenhang met huisvesting van arbeidsmigranten op de percelen van glastuinbouwbedrijven zoals genoemd onder 6. 2.
Er geldt een meer pragmatische aanpak, waarbij niet alleen de markt maar ook de gemeente initiatiefnemer kan zijn. De gemeente sluit samenwerkingsvormen met gemeentedeelneming niet uit. Het beginsel van scheiding van agrarische bedrijfsvoering en beheer van huisvestingsvoorzieningen blijft leidend. 3. Hoewel de te realiseren aantallen huisvestingsvoorzieningen substantieel zijn, geldt er geen doelstelling in termen van een vast te realiseren aantal huisvestingsoplossingen voor Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
16
arbeidsmigranten. De behoefte aan huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten zal periodiek (circa elke twee jaar), worden getoetst aan de inzet die wordt vereist vanuit de gewenste economische structuur binnen de gemeente. 4. De ligging en ontsluiting van potentiële locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten blijfteen afwegingscriterium. De afstand tot een woonkern is een van de aspecten binnen een brede weging van plus- en minpunten (in samenhang met wat aan voorzieningen ter plaatse kan worden geboden). Ook de woon-werkafstand van de betreffende arbeidsmigranten is deel van deze afweging. 5. De omvang van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten wordt van geval tot geval getoetst. Afhankelijk van de locatie- en omgevingskenmerken kunnen dus kleinere tot grotere huisvestingsoplossingen acceptabel zijn en worden ingepast. Het College neemt afzonderlijke besluiten, die, hoewel ze gebaseerd zijn op algemeen geldend beleid, geen rechten of precedentwerking scheppen voor andere initiatieven. 6. Huisvesten van arbeidsmigranten op de percelen van de glastuinbouwbedrijven wordt onder voorwaarden mogelijk. Over de voorwaarden overlegt de gemeente met de provincie. De agrarische functie dient de hoofdmoot te blijven. Huisvesting op deze percelen mag geen dominant verdienmodel worden.
Het initiatiefvoorstel vanuit de raad met beleidsregels hiervoor wordt reeds in deze afstemming betrokken. 7. In het in de bijlage 1 (bij de woonvisie) opgenomen overzicht van toetsingscriteria staan de geactualiseerde uitgangspunten voor te hanteren kwaliteitseisen, selectiecriteria en toetsingsaanpak, met inbegrip van vormen van gestructureerd overleg en de rol van de gemeenteraad. Bij de toetsingscriteria worden actualisaties van feiten en cijfers vermeld over aantallen werkzame en verblijvende arbeidsmigranten. Daarbij wordt ook overwogen wat de wenselijkheid is van bestaand een aanvullende vormen van registratie. Raadinitiatieven hierover worden daarin betrokken. 8. In het separate uitvoeringsprogramma worden concrete proposities geïnventariseerd, afgewogen, en tot besluitvorming gebracht. 9.
De toetsingscriteria zijn zodanig omschreven dat de resterende werking van de volgende documenten kan vervallen bij de vaststelling van deze criteria: • “Het ontwikkelkader” (2018) • “Arbeidsmigranten in Westland (2013)” Conclusies die zijn opgenomen in deze vernieuwde Woonvisie zijn: • Het Ontwikkelkader Huisvesting Arbeidsmigranten uit 2018 bleek moeilijk uitvoerbaar te zijn; • Deze woonvisie vervangt al het huidige specifieke beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten; • Het nieuwe beleid gaat uit van versterkte gemeentelijke regie, meer balans in het totale huisvestingsbeleid, en een meer pragmatische, oplossingsgerichte werkwijze. Daarbij blijvende essenties van de zorgvuldige proces- en communicatieaanpak in stand. • Raadsinitiatieven zijn actief onderdeel van de verdere uitwerking en uitvoering.
Westlandprogramma 2018-2022 ‘Samen werken aan een nieuwe balans’ en Uitvoeringsprogramma 2019 De ruimte in het Westland is schaars. Gezien het belang van een goed woon- en leefklimaat zijn er grenzen aan de uitbreiding van bedrijventerreinen en infrastructuur. De toenemende noodzaak om te kiezen tussen conflicterende belangen om voldoende ruimte te creëren voor de diverse vormen van wonen, groen, wegen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen vraagt om adequate uitvoering van een belangrijke gemeentelijke kerntaak: het ruimtelijk ordenen en handhaven. Er zal een nieuwe balans gevonden moeten worden. Alleen kiezen voor groen of voor economische groei of voor wonen is in het volle Westland geen optie. De uitdaging is het vinden van een goede mix, waarbij Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
17
(toekomstige) inwoners van Westland zich wel zullen moeten realiseren dat zij in een dynamische omgeving wonen. De druk op de Westlandse woningmarkt is groot. Er ligt een aanzienlijke huisvestingsopgave voor diverse doelgroepen. Daarnaast spelen er bijzondere vraagstukken, zoals de huisvesting van arbeidsmigranten en statushouders. Het vinden van nieuwe woonvormen en oplossingen voor het beter benutten van de steeds schaarser wordende ruimte zijn een blijvende opdracht voor het college, de raad en de Westlanders In het uitvoeringsprogramma staat als maatregel 18 opgenomen dat het college van B & W van Westland aan een passende huisvesting voor arbeidsmigranten van 2000 extra bedden in de gemeente Westland werkt. De rol van de gemeente Westland is Westlandse uitzenders en andere initiatiefnemers te faciliteren in het realiseren van deze huisvesting (planologisch mogelijk maken) en het proces van samenwerking te regisseren. De sector realiseert dus de huisvesting. Het realiseren van woonunits voor arbeidsmigranten past in dit programma. Motie gemeenteraad 24/09/2019 In de gemeente Westland zijn in de loop der jaren verschillende initiatieven voor het realiseren van huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten voortijdig beëindigd wegens zorgen, bezwaren en protesten vanuit de Westlandse samenleving.
De Westlandse gemeenteraad heeft daarin als vertegenwoordigingsorgaan van deze samenleving een belangrijke rol en stem in. Ook vanuit de gemeenteraad zijn bezwaren geuit op enkele voorgaande initiatieven. Een veelvoorkomend bezwaar was dat initiatieven té dichtbij de Westlandse woonkernen waren en op té grote afstand van de werkplek. Op 24 september 2019 heeft de Gemeenteraad van Westland een motie aangenomen, waarbij het College wordt verzocht in gesprek te gaan met grondeigenaren nabij de bloemenveiling Royal Flora Holland en daarbij de mogelijkheden en kansen te onderzoeken voor het realiseren van een grootschalige woonvoorziening voor arbeidsmigranten. De tekst van de motie luidt (samengevat) als volgt: • “Neemt in overweging dat door de aanwezigheid van grootschalige agro-logistieke bedrijven er veel arbeidsmigranten werkzaam zijn op de bedrijventerreinen Flora Holland en ABC Westland; • Het daarom gewenst is dat de gemeente Westland in aansluiting op het programma van de provincie Zuid-Holland de mogelijkheden van het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten nabij of op de bedrijventerreinen Flora Holland en ABC Westland onderzoekt; • Verzoekt het college in overleg te gaan met eigenaren van de onbebouwde gronden nabij Flora Holland (grenzend aan WHC) en de mogelijkheden en kansen voor het realiseren van grootschalige woonvoorziening voor arbeidsmigranten (…)”.
Aanvrager zal de huisvesting voor arbeidsmigranten realiseren op een locatie in het buitengebied van de Lier (tussen Burg. V.d. Goeslaan en Oostbuurtsweg, De Lier). Het initiatief is daarmee in lijnmet de middels de motie geuite wens van de gemeenteraad. Deze motie was een initiatief van de gemeenteraadsfracties GemeenteBelang Westland, Westland Verstandig, CDA en LPF. Daarnaast hebben de fracties VVD, CU-SGP, D66 en PvdA vóór deze motie gestemd. Uitsluitend GroenLinks (één raadszetel) heeft tegen deze motie gestemd. Met 36 stemmen vóór en 1 stem tegen, kon deze motie op nagenoeg unanieme steun vanuit de Gemeenteraad rekenen. Moties gemeenteraad 08/07/2020 bij woonvisie Motie “Norm huisvesting arbeidsmigranten” De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de vernieuwde Woonvisie Westland 2020-2030 aan Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
18
het college verzocht om als voorwaarde voor het realiseren van tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten te stellen dat de ondernemer, die de aanvraag doet en houder van de vergunning is, verplicht is zich te registreren bij het SNF en dat bij negatieve resultaten naar aanleiding van de regelmatige controles per direct de vergunning zal worden en gaat over tot de orde van de dag ingetrokken. Aanvrager is een uitzendorganisatie die de exploitatie op zich zal nemen en zal voldoen aan de eisen, zoals gesteld in deze motie. Motie “Kettingbeding” Het doel van aanvrager is om arbeidsmigranten te huisvesten die werkzaam zijn op het omliggende bedrijventerreinen. Het terugbrengen van woon-werkverkeer en het zorgdragen van kwalitatief goede huisvesting draagt bij aan de verduurzaming van de sierteeltproductieketen. Zowel Royal FloraHolland als enkele nabijgelegen handelsbedrijven zijn ondertekenaars van het “Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) Convenant Sierteelt”. De Nederlandse sierteeltsector heeft daarin samen met de overheid, een vakbond en een NGO, afspraken gemaakt over meer verantwoorde internationale productie en handel van siergewassen. Dit is vastgelegd in een convenant dat breed wordt ondersteund door de sierteeltsector.
Het dichtbij en kwalitatief huisvesten van arbeidsmigranten die werkzaam zijn op het bedrijventerrein sluit naadloos aan bij deze doelstellingen. De aanvrager spant zich in om het huisvesten van lokaal werkzame arbeidsmigranten in woonunits concreet handen en voeten te geven. De initiatiefnemer is hiervoor mede afhankelijk van de wensen van de lokale werkgevers en huisvesters van de op het veilingterrein werkzame arbeidsmigranten. Aanvrager spant zich in om dit doel te verwezenlijken. Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de hierin opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel aan herziening toe. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de mobiliteitsvisie:
• • • • •
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Westland.
In paragraaf 1.5 wordt de beoogde planontwikkeling getoetst aan het vigerende mobiliteitsbeleid. 2.4
Algehele conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de gestelde beleidskaders.
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
19
3 ONDERZOEKEN 3.1
Strategische milieubeoordeling
Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling worden gedaan. Pas na het uitvoeren van deze vormvrije m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een m.e.r. moet worden doorlopen. Toetsing Onderhavig plan, kan worden gekwalificeerd als de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r..
Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. De activiteit blijft wel ruim onder de gestelde drempelwaarden. Om die reden is een vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld. De aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie 20130AQT305 MER d.d. 11-11-2021) is opgenomen in de bijlagen. Uit deze beoordeling blijkt dat er geen milieueffect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. Op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer dient in een m.e.r-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegd gezag (college). Conclusie Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is niet nodig. 3.2 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang, dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): a. ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; b. rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend kunnen zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in hun omgeving. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd, die kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Hiertoe worden een zestal milieucategorieën onderscheiden. Per milieucategorie is een richtafstand opgenomen, welke ten opzichte van in de omgeving aanwezige gevoelige bestemmingen dient te worden aangehouden. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar).De VNG geeft in de richtlijn richtafstanden voor milieubelastende functies gegeven zoals deze geldenten opzichte van een “rustige woonwijk” en van een “gemengd gebied”. Op basis hiervan kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend kunnen zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in hun omgeving. In deze uitgavezijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd, die kunnen worden aangehouden Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
20
ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Hiertoe worden een zestal milieucategorieën onderscheiden. Per milieucategorie is een richtafstand opgenomen, welke ten opzichte van in de omgeving aanwezige gevoelige bestemmingen dient te worden aangehouden. Deze richtafstand is gebaseerd op de als gevolg van de bedrijfsactiviteiten te verwachten milieuhinder (vanwege geur, geluid, stof of gevaar). De VNG geeft in de richtlijn richtafstanden voor milieubelastende functies gegeven zoals deze gelden ten opzichte van een “rustige woonwijk” en van een “gemengd gebied”. Onderzoek “Bedrijven en Milieuzonering en Externe Veiligheid Woonpark De Lier” (20130AQT304aEV BMZ PB) Voor het in beeld brengen van de ruimtelijke milieuzonering van bedrijven is gebruik gemaakt van de systematiek zoals aangegeven in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009’. Deze publicatie geeft afstanden voor de milieuthema’s geur, stof, geluid en gevaar gebaseerd op een gewenste omgevingskwaliteit geldend voor een ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype. Aan de hand van een SBI-codering zijn voor deze thema’s richtafstanden vastgesteld. Deze afstanden gelden als een handreiking voor een goede ruimtelijke ordening.
Op basis van jurisprudentie is afwijking mogelijk mits dit gemotiveerd en onderbouwd plaatsvindt op basis van een milieukundig onderzoek. Categorie bedrijven mogelijk op de planlocatie Het gehele plangebied zelf worden in de te bestemmen situatie tijdelijk ingericht als woonpark voor arbeidsmigranten waarvoor de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ in beginsel niet van toepassing zijn. Er worden geen nieuwe functies gerealiseerd waarop de richtafstanden van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van toepassing zijn. De dichtstbijzijnde woning buiten het plangebied (de voormalige bedrijfswoning behorend bij de kas in het plangebied) is gelegen op 6 meter afstand van het plangebied en 13 meter van de dichtstbijzijnde parkeerplaats in het plangebied. De activiteiten in het plangebied leiden niet tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de bestaande woningen rondom het plangebied. Toets aan VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ Het plangebied is gelegen langs de N223 met rondom voornamelijk glastuinbouwbedrijven. Gezien het bovenstaande kan de omgeving waarin het plangebied gelegen is het beste worden getypeerd als “gemengd gebied”.
Voor “gemengd gebied” gelden de volgende richtafstanden op grond van de VNG publicatie: • milieucategorie 1: 0 meter • milieucategorie 2: 10 meter (weergeven als groen gestreepte lijn in figuur 8) • milieucategorie 3.1: 30 meter (geel) • milieucategorie 3.2: 50 meter (oranje) • milieucategorie 4.1: 100 meter (rood) In figuur 8 zijn de bovengenoemde afstanden rondom het plangebied weergegeven
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
21
Figuur 8. Richtafstanden VNG publicatie voor gemengd gebied op ondergrondse bestemmingsplannen
Binnen een straal van 100 meter van het plangebied is nagegaan welke bedrijfsactiviteiten zijn bestemd. In figuur 9 zijn per bedrijfsmilieu categorie de bestemmingsplanvlakken gearceerd weergegeven. Het gedeelte van de bestemmingsplanvlakken waarvan de afstand tot het bouwvlak in het plangebied kleiner is dan de richtafstand zijn in figuur 9 volledig ingekleurd weergegeven.
Aqua-Terra Nova Projectnummer 20130 Versie 21 november 2021
22
Figuur 9 bestemde milieucategorieën bedrijven binnen 100 m woonunits in plangebied (achtergrond BAG en luchtfoto)
Geconcludeerd wordt dat de volgende milieuzones (richtafstanden) van de bestemde bedrijfsactiviteiten de woonunits in het plangebied overlappen: • bestemming “Agrarisch-Glastuinbouw”. Glastuinbouwbedrijven zijn ingedeeld in milieucategorie 2 (locatie nr. 1 in figuur 9); • bestemming “Bedrijf”. Hier zijn bedrijven t/m milieucategorie 2 toegestaan (locatie nr. 2 in figuur 9). Indien milieuzones een gewenste woningbouwlocatie overlappen kan volgens het stappenplan in paragraaf 4.2 van de VNG publicatie als volgt worden gehandeld in stap 3 en 4 (stap 1 en 2 zijn bovenstaand al uitgewerkt): 3.
indien de milieuzones de gewenste woningbouwlocatie overlappen: a.