CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2a) Zienswijze herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland 2025 [25-0176305]

Commissie Ruimte en Wonen 10 februari 2026, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 03-12-25 inzake zienswijze herziening omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland 202515.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De uitvoering van de voorgestelde regeling legt een grote druk op de ambtelijke capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De benodigde controles om naleving van het maxi­ maal benutten van milieuruimte te waarborgen vragen een structurele inzet die bij gemeenten nu niet aanwezig is. Hierdoor dreigt het beleid in de praktijk onuitvoerbaar te worden. Daarnaast ver­ groot de regeling de administratieve lasten voor bedrijven, die te maken krijgen met extra onderzoeksverplichtingen en procedures om hun milieugebruiksruimte aan te tonen. De regeldruk neemt toe zonder dat dit aantoonbaar bijdraagt aan beter ruimtegebruik op bedrijventerreinen die niet al zijn ingericht op het eenzijdig faciliteren van zwaardere bedrijfsactiviteiten. Dit kan voor het eco­ nomisch profiel waardevolle bedrijven ontmoedigen zich in de regio te vestigen of uit te breiden, wat haaks staat op de doelstelling van een sterke en toekomstbestendige regionale economie.

PAGINA 23

WESTLAND

Daarnaast is de Handreiking milieuzonering nieuwe stijl van de VNG is onvoldoende geïntegreerd in het ontwerp omgevingsbeleid. Deze handreiking sluit beter aan bij de Omgevingswet en maakt het mogelijk om milieuhinder meer doelgericht en met maatwerk te reguleren op basis van speci­ fieke bedrijfsactiviteiten en de afstand tot woningen. Daarmee biedt de methodiek meer flexibili­ teit en vergroot zij de ontwikkeimogelijkheden voor bedrijven die willen verduurzamen. De huidige provinciale aanpak belemmert deze ruimte en werkt vernieuwing tegen. De verwachting is dat, net als bij de methodiek van de vorige handreiking, de gemeenten en de Raad van State, de nieuwe methodiek zullen omarmen. In lijn met de rijksinzet om regeldruk te verminderen, achten wij het daarom onwenselijk dat per provincie verschillende methoden voor milieuzonering worden gehanteerd. Bovendien wordt aanvullend hierop geen duidelijk alternatief geboden voor bedrijven die zich niet meer mogen vestigen op diverse bedrijventerreinen, terwijl deze veelal wel een stadsverzorgende functie hebben. Wanneer er binnen bedrijventerreinen geen ruimte blijft voor bedrijven met een lagere milieucategorie, moet er elders in de regio wel voldoende plek zijn voor deze bedrijven. De provincie biedt hiervoor geen duidelijk alternatief.

Functiemenging van lichte bedrijvigheid en wo­ nen biedt eventueel beperkt mogelijkheden maar is absoluut niet overal uitvoerbaar en kan de uit­ stroom van lichte bedrijvigheid van bedrijventerreinen naar verwachting zeer minimaal opvangen. Bovendien bestaat er geen concreet plan om die ruimte voor lichtere bedrijvigheid beschikbaar te maken. Het is belangrijk dat de provincie duidelijk inzicht geeft in hoe de milieugebruiksruimte zich pre­ cies verhoudt tot de milieucategorieën waarop het huidige omgevingsplan is gebaseerd. Is de maximale milieugebruiksruimte gelijk aan wat binnen het omgevingsplan is toegestaan? Of gaat de provincie uit van de theoretisch maximale milieuruimte die bedrijven kunnen hebben op basis van de afstand tot milieugevoelige activiteiten? Kan een bedrijf dat valt onder milieucategorie 3.1 zich vestigen op een locatie waar volgens het plan ruimte is voor categorie 3.2? Wij verzoek de provincie dit te verduidelijken. Een mogelijk direct gevolg van deze nieuwe regeling is dat agrologistieke bedrijvigheid, die door­ gaans binnen, de voormalige, milieucategorie 3.2 functioneren en een cruciale schakel vormen binnen de keten van de Greenport, volgens het provinciaal beleid niet meer op de juiste locaties gevestigd zijn.

Agrologistieke bedrijvigheid dient altijd de mogelijkheid te hebben om zich overal op een agrologistiek, of agrogerelateerd bedrijvengebied te kunnen vestigen. Ook midden op het bedrijvengebied welke, op basis van de oude milieuzonering, een milieucategorie 4.2 is toege­ kend, met het agrologistieke bedrijventerrein Hondertland als overduidelijk voorbeeld. Indien dit op basis van het provinciaal beleid niet meer mogelijk is wordt het functioneren een cruciale schakel van de keten Greenport onmogelijk gemaakt, waarbij de uiteindelijke gevolgen niet te overzien zijn. Artikel 7.52b reserveren van locaties voor zware bedrijven De milieuhinderlijke activiteit waarop de aanvraag om de vergunning betrekking heeft vanwege de daarvoor benodigde milieugebruiksruimte in redelijkheid niet kan worden verricht op een afstand van minder dan 30 m van een milieugevoelige activiteit;

PAGINA 24

GEMEENTE WESTLAND

Het is onduidelijk hoe voldaan kan worden aan deze provinciale instructieregel. Er zijn geen dui­ delijke definities van de begrippen: redelijk, zware bedrijven en milieugebruiksruimte. Hierdoor gaan interpretatieverschillen ontstaan en mogelijk willekeur. De juridische risico's en de admini­ stratieve lasten nemen toe voor de zware bedrijven en de gemeenten. Het verbod voor bedrijven met een milieucontour van minder dan 30 meter belemmerd de inpassing van lichtere bedrijven. Hierdoor komt het efficiënt ruimtegebruik onder druk. Deze provinciale instructie ondermijnt de lokale afwegingsruimte die is beoogd met de Omgevingswet. Artikel 7.52c grote ruimtevragers In Artikel 7.52c is opgenomen dat afwijking van het eerste lid van dit artikel een omgevingsplan een grote ruimtevrager kan toelaten op een locatie buiten een cluster voor grote ruimtevragers, als die locatie met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geschikter is. Bij de locatiekeuze wordt in ieder geval rekening gehouden met ruimtelijke kwaliteit en efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur, energie, water en ruimte. De duidelijke definitie van het begrip “grote ruimtevragers” ontbreekt en de verwijzing naar de ge­ ometrische begrenzing is onduidelijk. Wij verzoeken de provincie dan ook om dit te verduidelijken.

Tuinbouw Artikel 7.54 glastuinbouwgebied In artikel 7.54, lid 6 is expliciet bepaald dat een Omgevingsplan bij uitzondering een bedrijf kan toelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouw­ producten. Op de locatie Burgemeester Creezeelaan 40 te De Lier bevindt zich een bedrijf wat behoort de ke­ ten glastuinbouw en dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt en kennis. Dit betreft het zaad veredelingsbedrijf Rijk Zwaan. Echter is de betreffende locatie van Rijk Zwaan in de omgevingsverordening aangeduid als regu­ lier bedrijventerrein. Dit doet afbreuk aan de mogelijkheden op deze locatie en de rol die het be­ drijf speelt als internationaal centrum voor teelt en kennis. De locatie onderbrengen in het glas­ tuinbouwgebied en de aanduiding van regulier bedrijventerrein ter plaatse verwijderen zou pas­ sender zijn voor deze locatie en de rol die het desbetreffende bedrijf speelt als internationaal centrum voor teelt en kennis. Wij verzoeken dan ook de provincie om deze aanduiding aan te pas­ sen.

Naast de aanduiding van regulier bedrijventerrein op de bovengenoemde locatie hebben wij ge­ constateerd dat er binnen het duurzaam glastuinbouwgebied een aantal locaties (waar zich ook een bedrijf heeft gevestigd) zijn die zowel de aanduiding hebben gekregen van zowel glastuin­ bouwgebied als ook regulier bedrijventerrein. Percelen die zijn aangeduid als glastuinbouwgebied mogen op basis van artikel 7.54 alleen inge­ zet worden ten behoeve van de glastuinbouw. Maar op deze percelen is ook artikel 7.51 bedrij­ venterrein van toepassing, waar ter plaatse alleen bedrijven zijn toegestaan. Deze dubbele aan­ duidingen conflicteren met elkaar.

PAGINA 25

WESTLAND

Enkele gebieden ten oosten van Monster zijn nog aangewezen als glastuinbouwgebied (zie onder­ staande afbeelding). Het betreffen de gronden ten noorden en ten zuiden van de Haagweg. En gronden gelegen tussen de Madeweg en de Haagweg. Deze gronden maken als sinds lange tijd onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Westlandse Zoom en het onherroepelijke omgevingsplan laat ter plaatse ook geen glastuinbouwactiviteiten meer toe. Wij verzoeken de desbetreffende aanduiding van de gronden te verwijderen en deze bij het be­ staand stads- en dorpsgebied te voegen.

Bodem en ondergrond Artikel 7.76b voorkomen belemmeringen voor open bodemenergiesysteem Over de winning van aardgas stelt gemeente Westland zich op het standpunt dat voordat wordt meegewerkt aan vergunningverlening dat duidelijk wordt wat de effecten zijn op de bodemdaling in relatie tot andere bodemactiviteiten. Voor gebouweigenaren dient geregeld te zijn dat schade aan gebouwen als gevolg van bodemdaling verhaalbaar is op de veroorzaker(s). Ook in die geval­ len wanneer er meerdere veroorzakers zijn aan te wijzen. De provincie stelt daarnaast dat er behoefte is aan bodemenergieplannen. Daarnaast geeft de provincie aan dat de benodigde kennis en kunde bij gemeenten over het maken van een bodemenergieplan weinig aanwezig is. Deze stellingname is niet onderbouwd en met deze stellingname wordt voorbijgegaan de kennis en kunde van de lokale overheid. De provincie stelt dat de provincie bevoegd gezag is rondom open bodem energiesystemen en dat gemeentes geen aanvullende regels kunnen opstellen die de regelgeving van de provincie door­ kruizen. Maar aanvullend geeft de provincie aan dat er wel bestuurlijke afspraken in een bodem-

PAGINA 26

WESTLAND

energieplan kunnen worden vastgelegd en deze eventueel kunnen landen in een gemeentelijk omgevingsprogramma, maar dat dit programma pas uitvoerbaar is na bestuurlijke instemming vanuit de provincie. Het is de gemeente Westland geheel onduidelijk wat de intentie is van de provincie. De provincie is in feite bevoegd gezag, maar verlangt van lokale overheden dat er een bodemenergieplan wordt opgesteld. Wat als de gemeente niet voornemens is een bodemenergieplan op te stellen? De ge­ meente is immers geen bevoegd gezag op dit onderwerp. Daarnaast gaat de provincie hier met name in op WKO installaties, maar worden er geen uitspra­ ken gedaan inzake geothermie. Wij verzoeken de provincie dit aan te vullen. Daarnaast is de vraag hoe de provincie omgaat met conflicterende belangen in de bodem die wor­ den veroorzaakt door onder andere omgekeerde osmose, opslag van water in de bodem, en der­ gelijke. Wij verzoeken de provincie dan ook dit te verduidelijken. Daarnaast is de vraag in welke mate het hoogheemraadschap betrokken is of moet worden. Wij verzoeken de provincie dan ook om dit ook te verduidelijken. Windenergie De gemeente Westland waardeert de inzet van de provincie Zuid-Holland om via het omgevings­ beleid de energietransitie te versnellen, onder meer door het stimuleren van windenergie.

Tegelij­ kertijd wil Westland nadrukkelijk haar ruimtelijke en landschappelijke eigenheid beschermen en kiest zij voor een zorgvuldige, gebiedsgerichte benadering. In dat licht is het standpunt van West­ land ten aanzien van grootschalige windturbines terughoudend tot afwijzend. De gemeente Westland kent een unieke ruimtelijke structuur, gekenmerkt door intensieve glas­ tuinbouw, hoge bebouwingsdichtheid en een beperkt (open) buitengebied. Binnen deze context acht de gemeente het plaatsen van grote windturbines ruimtelijk niet passend. Eerdere pogingen van de provincie om via inpassingsplannen locaties voor windenergie af te dwingen zijn door Westland afgewezen, mede vanwege het ontbreken van draagvlak en de ruimtelijke impact op het landschap. De gemeente heeft zich in diverse moties en zienswijzen uitgesproken tegen het re­ serveren van ruimte voor grootschalige windenergie binnen haar grondgebied. De gemeente Westland kiest in plaats daarvan voor alternatieve vormen van duurzame energie die beter aansluiten bij de lokale situatie, zoals geothermie, zon op dak en energiebesparing bin­ nen de glastuinbouwsector. Deze strategie draagt bij aan de provinciale doelstellingen, maar doet recht aan de specifieke ruimtelijke en economische kenmerken van de gemeente.

Ten aanzien van kleine windturbines op agrarische erven is de gemeente Westland bereid om mee te denken binnen de kaders van het provinciale pilotbeleid. De gemeente erkent dat erfmolens tot 30 meter ashoogte potentie hebben voor agrarische verduurzaming, mits zorgvuldig ingepast en afgestemd met de omgeving. Wel benadrukt de gemeente Westland dat er op dit moment geen raadsbesluit ligt dat deze verruiming formeel ondersteunt. Initiatieven zullen daarom individueel beoordeeld worden, waarbij ruimtelijke kwaliteit, ecologische impact en participatie leidend zijn. De gemeente Westland vraagt de provincie om in het omgevingsbeleid ruimte te laten voor lokaal maatwerk en gebiedsspecifieke afwegingen. De energietransitie vraagt om samenwerking, maar ook om respect voor lokale identiteit en bestuurlijke autonomie. In dat kader blijft de gemeente

PAGINA 27

WESTLAND

Westland zich inzetten voor een duurzame toekomst, met oplossingen die passen bij haar unieke profiel. Zonne-eneraie De gemeente Westland onderschrijft het belang van zonne-energie als onderdeel van de bredere energietransitie en waardeert de inzet van de provincie Zuid-Holland om via het omgevingsbeleid ruimte te bieden voor duurzame opwek. Tegelijkertijd vraagt de gemeente Westland nadrukkelijk om maatwerk en gebiedsspecifieke afwegingen, passend bij haar unieke ruimtelijke en economi­ sche structuur. De gemeente Westland is een glastuinbouwgemeente bij uitstek, waar de gebruiksfunctie van kas­ sen, namelijk het telen van gewassen, centraal staat, in zowel de ruimtelijke ordening als de eco­ nomische vitaliteit. Vanuit dat perspectief is het voor Westland essentieel dat zonne-energie niet ten koste gaat van de primaire functie van het glastuinbouwgebied. Het plaatsen van zonnepane­ len op kasdaken is slechts beperkt mogelijk, vanwege technische beperkingen, lichtbehoefte van gewassen en constructieve eisen. Het volledig benutten van kasdaken ten behoeve van zonneenergie zal uiteindelijk leiden tot het onttrekken van toekomstbestendig teeltareaal. Daarom zet de gemeente Westland in op maximaal dubbel ruimtegebruik, waarbij zonne-energie wordt geïnte­ greerd in bestaande infrastructuur zonder verlies van teelbare oppervlakte.

Concreet stimuleert de gemeente Westland toepassingen zoals zonnepanelen op waterbassins, solar carports op parkeerterreinen, en zon op bedrijfsdaken buiten het glastuinbouwgebied. Deze vormen van opwek zijn ruimtelijk efficiënt, technisch haalbaar en economisch rendabel. De ge­ meente werkt samen met ondernemers en netbeheerders om knelpunten in netcapaciteit en terug­ levering op te lossen, zodat lokaal opgewekte stroom ook daadwerkelijk benut kan worden. Westland vraagt de provincie om in het omgevingsbeleid expliciet ruimte te bieden voor deze vor­ men van dubbel ruimtegebruik, en om de subsidie "Zonnig Zuid-Holland” te verlengen. Beleidsin­ strumenten die generiek zon-op-land stimuleren, passen niet bij de Westlandse context en kunnen leiden tot ongewenste druk op het landschap. De gemeente pleit daarom voor een gebiedsgerichte benadering, waarin zonne-energie wordt ingezet als aanvulling op, en niet als vervanging van, de teeltfunctie. Tot slot benadrukt Westland dat de energietransitie gebaat is bij samenwerking tussen overheden, ondernemers en bewoners. De gemeente blijft zich inzetten voor innovatieve oplossingen die bij­ dragen aan duurzame energieopwekking, zonder afbreuk te doen aan de kernkwaliteiten van het gebied. Zonne-energie is welkom, mits slim ingepast en complementair aan de bestaande func­ ties.

Recreatietoervaartnet Artikel 7.78 aanwijzing en geometrische begrenzing recreatietoervaartnet In artikel 7.78 is het recreatietoervaartnet vastgelegd. Echter zijn de aangegeven verbindingen op een aantal locatie niet correct. Ter plaatse is er geen sprake van een watergang of daar waar wel sprake is van een watergang is deze niet bevaarbaar, waardoor er geen sprake is van een recreatietoervaartnetwerk.

PAGINA 28

Verzocht wordt om de onderstaande verbindingen te verwijderen van de kaart. Nabij het knooppunt Westerlee is een route opgenomen, welke loopt vanaf de watergang aan het Blauwhek tot aan de Lee in De Lier. Ter plaatse is er geen sprake van een aanwezige watergang. Verzocht wordt deze verbinding te verwijderen. Voor de exacte locatie van de te verwijderen route wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding.

Nabij Maasdijk is een verbinding opgenomen, welke loopt vanaf de Oranjesluis tot aan de ge­ meente Maassluis. Ter plaatse is geen sprake van een (bevaarbare) watergang. Verzocht wordt deze verbinding te verwijderen. Voor de exacte locatie van de te verwijderen route wordt verwe­ zen naar de onderstaande afbeelding.

PAGINA 29

WESTLAND

Ter hoogte van de Boomaweg 22 te Monster heeft een glastuinbouwontwikkeling plaatsgevonden, waarbij tevens de aanwezige watergang verlegd is, ten behoeve van deze ontwikkeling. Met het verleggen van de watergang is tevens de recreatietoervaartroute gewijzigd (naar het noorden toe). Verzocht wordt de route hierop aan te passen. Voor de exacte locatie van de aan te passen route wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding.

m

PAGINA 30

GEMEENTE WESTLAND

Omqevinqsvisie Sturinqsfilosofie Provincie Zuid-Holland De provincie heeft, ter waarborging van kwaliteit, een aantal sturingsprincipes opgesteld, waarbij de provincie onder andere aangeeft dat een toekomstbestendige leefomgeving topprioriteit heeft. “Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving vormt de basis voor een toekomstbestendige sa­ menleving”. Het welzijn van de inwoners staat voorop. De provincie geeft als 3® sturingsprincipe ook aan dat we moeten accepteren dat niet voor alles ruimte is. De provincie stelt dat er veel ruimte gevraagd wordt voor allerlei noodzakelijke ontwikkelingen. De provincie geeft voorrang aan ruimtelijke keuzes die bijdragen aan gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Woon- en werkfuncties kunnen zich alleen ontwikkelen binnen de ruimte die men gekregen heeft. Het gevolg van dit sturingsprincipe is dat de beschikbare ruimte nog verder intensief ingezet moet worden om de benodigde opgaven een plek te geven. De vraag is hoe dit sturingsprincipe zich verhoudt tot de topprioriteit van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Wij vragen de pro­ vincie dit te verduidelijken, aangezien beide principes onzes inziens kunnen conflicteren met el­ kaar. Als uitvoering van deze sturingsprincipes beschrijft de provincie de werkzijde die de provincie gaat toepassen.

Een van de beschreven werkwijzen is dat de provincie gebiedsgericht gaat wer­ ken. De provincie bestaat namelijk uit verschillende gebieden met elk eigen opgaven. Deze opga­ ven staan niet los van elkaar en vragen daarom om integrale maatwerkoplossingen. Wij onderschrijven hetgeen de provincie stelt, maar concluderen ook dat bij verschillende gebiedsprocessen verschillende gebiedsafbakeningen worden toegepast, terwijl door de provincie juist expliciet wordt aangegeven dat die verschillende gebiedsprocessen complementair aan el­ kaar zijn. Dit zorgt er juist voor dat er op dit moment geen sprake is samenhangende gebiedsaanpak. Wij verzoeken de provincie dan ook om hier zorgvuldig naar te kijken en de verschillende gebiedsaf­ bakeningen beter af te stemmen. Dit is Zuid-Holland 4.3

Oobouw Zuid-Holland in lagen

Onder de noemer ‘Dit is Zuid-Holland' is een beeld geschetst van de provincie met daarbij een verdeling van het ruimtegebruik. Bij de lagenbeschrijving en dan specifiek het netwerk van energie en drinkwater zijn ook de warmtenetwerken en de geothermieputten opgenomen. Wij spreken bij voorkeur over geothermiebronnen in plaats van geothermieputten. Echter constateren wij dat alle geothermiebronnen binnen de gemeente Westland ontbreken op de kaart. Wij verzoeken de provincie de Westlandse geother­ miebronnen op de kaart op te nemen, zodat de kaart dan wel een juiste weergave van het huidige Zuid-Hollandse energiesysteem wordt. 4.5 Uitdagingen op veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving

PAGINA 31

G E M E EN T JWESTLAND

Er is aangegeven dat de luchtkwaliteit in Zuid-Holland de afgelopen decennia geleidelijk is verbe­ terd en op dit moment ook voldoet aan de gestelde normen. Volgens de provincie is er nog steeds sprake van gezondheidsarmoede, welke veroorzaakt zou worden door fijnstof en stikstofdioxide. En daarom zouden vanaf 2030 strengere normen gaan gelden. Deze zullen naar verwachting in 2030 ook niet gehaald worden. Overschrijding van deze strengere normen hebben wel consequen­ ties voor bouwopgaven en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Door de provincie is niet onderbouwd of er wel een directe relatie is tussen de beoogde gezond­ heidsarmoede en de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide. Daarnaast wordt aangegeven dat voldaan wordt aan de normen maar dat de provincie voornemens is de normen voor 2030 scherper te tellen met alle gevolgen van dien voor de bouwopgaven en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Wij willen de provincie verzoeken geen strengere normen te hanteren dan wettelijk is opgelegd en sowieso bij de gemaakte keuzes de gevolgen hiervan mee te wegen bij de besluitvorming. Ambities van Zuid-Holland 2.1

Beleidsdoel Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen

Op hoofdlijnen kunnen wij de provinciale beleidslijn rondom mobiliteit onderschrijven. De ge­ meente Westland ziet dat het thema Mobiliteit meer aandacht krijgt dan in voorgaand omgevings­ beleid en dat dit beter aansluit bij het Rijks- en gemeentelijk beleid. Het is echter niet inzichtelijk hoe het provinciaal beleid vormgegeven wordt kijkende naar de (in­ ternationale opgaven inzake de Mobiliteitstransitie. In de huidige Omgevingsvisie krijgt de auto (nog steeds) te veel aandacht. Vanuit de mobiliteits-transitie zijn een aantal beleidsambities maatgevend voor het totale mobiliteitsdoel (prioritering). Denk aan; afbouw van fossiele brand­ stoffen, EV-transport ã -laadinfra, modal-shift auto-LVZ(H)OV, deelmobiliteit, ontvlechting netwer­ ken, gedragsbeïnvloeding, verkeersleefbaarheid (verblijfsgebieden) en verkeersveiligheid (de 3 E s ). Wij verzoeken de provincie dit dan ook te verduidelijken. Voor een mobiliteitstoets zijn parameters noodzakelijk, denk aan een 0-meting, een monitoringsproces (metensweten) en een evaluatie (resultaat-toets). Ook geeft de Omgevingsvisie onvol­ doende antwoord op de onderzoeksvragen rondom agro-logistiek, hubs en goederencorridors.

Verder is het de gemeente Westland onduidelijk hoe de samenhang tussen de onderdelen van in­ vloed kan zijn op het totaal; 'een duurzame én veilige bereikbaarheid voor iedereen'! De mobiliteitsaanpak lijkt sectoraal gepositioneerd en richt zich hoofdzakelijk op de bovenregionale (pro­ vinciale) weginfrastructuur. Ook het 'hoger' belang van Openbaar Vervoer en goederenvervoer (cq de corridorgerichte aanpak) blijft onderbelicht in de uitwerking en de aanpak. Daarnaast is het de gemeente Westland onduidelijk hoe de rollen verder vorm krijgen. Enerzijds ontbreken (voor de mobiliteitscomponent) de rollen ‘rechtmatig' (bevoegd gezag) en 'responsief' (kennis autoriteit), en anderzijds wordt bij de uitwerking van de ‘presterende' en ‘samenwerkende' rol onvoldoende aangegeven met welke kaders rekening gehouden dient te worden (tijd, geld, kwaliteit, capaciteit). Wij zijn benieuwd naar de uitwerking hiervan ten einde het gemeentelijk be­ leid hier, daar waar mogelijk, op af te stemmen.

3.1

Beleidsdoel Enerqietransitie

3.1.6

Kernenergie

Om de mondiale en nationale afspraken over het beperken van klimaatverandering te realiseren is het van belang dat er voldoende CO2 neutrale energiebronnen beschikbaar zijn. Daarnaast belem­ mert de snel wisselende elektriciteitsprijs in samenhang met netcongestie de voortgang van de energietransitie van de Zuid-Hollandse industrie. Als dichtbevolkte en economisch krachtige pro­ vincie met grote steden, havens en industrieën, is Zuid-Holland kwetsbaar bij een energiemix die te afhankelijk is van het buitenland. Daarom is energie-autonomie van belang voor Zuid-Holland om de afhankelijkheid van het buitenland te verkleinen en de regionale veerkracht te vergroten. Gemeente Westland volgt dezelfde lijn als provincie Zuid-Holland op het gebied van kernenergie. Zo stelt de gemeente Westland zich constructief op in onderzoeken vanuit het ministerie van Kli­ maat en Groene Groei en is de gemeente Westland ambtelijk aangesloten bij de koplopers groep kernenergie van de provincie. De samenwerking tussen beide overheden is goed op dit thema. Vanaf 2026 gaat provincie een onderzoek uitvoeren naar de haalbaarheid van SMR’s (kleine kern­ centrales) binnen de provinciegrenzen. SMR’s kunnen voor gemeente Westland een stabiele bron van C02-vrije elektriciteit vormen. Het is onduidelijk hoe het gebruik van de WKK zal zijn over 5 jaar.

SMR’s kunnen in potentie dit gat opvullen en de glastuinbouwsector voorzien van C02-vrije elektriciteit. Omqevinqsproqramma Enerqietransitie 3.1.1.1________Realiseren van windenergie De gemeente Westland maakt zich ernstige zorgen over het feit dat in de provinciale omgevingsverordening geen expliciete uitsluiting is opgenomen van het zoekgebied voor wind rondom De Lier. Dit gebied kent een bijzondere ecologische waarde, onder meer vanwege de aanwezigheid van een gruttoplas die dient als rust- en foerageergebied voor weidevogels, waaronder de grutto, een beschermde en karakteristieke soort van het Nederlandse landschap. Daarnaast herbergt het gebied diverse andere flora en fauna die kwetsbaar zijn voor verstoring door grootschalige wind­ turbines. Het ontbreken van een duidelijke uitsluiting van dit gebied als zoekzone voor windenergie roept bij de gemeente Westland grote zorgen op over de aantasting van ecologische waarden, land­ schappelijke kwaliteit en de leefomgeving van omwonenden. De gemeente Westland acht het van groot belang dat de provincie in haar ruimtelijke afwegingen nadrukkelijk rekening houdt met de aanwezige natuurwaarden en de cumulatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen in deze re­ gio.

De gemeente Westland pleit er dan ook voor dat het gebied rondom de gruttoplas bij De Lier expliciet wordt uitgesloten van windenergieontwikkeling in het provinciale beleid. Tegelijkertijd wil Westland benadrukken dat zij zich constructief opstelt in het bredere gesprek over de energietransitie. De gemeente is bereid om samen met de provincie en andere partners te onderzoeken of er langs de A20 mogelijkheden zijn voor windenergie, mits dit gebeurt binnen zorgvuldig afgebakende kaders en met oog voor ruimtelijke inpassing, ecologie en participatie. De

PAGINA 33

GEMEENTE WESTLAND

A20-zone biedt mogelijk perspectief voor een gebundelde energie-infrastructuur, waarbij hinder en impact beperkt kunnen worden door clustering en slimme landschappelijke inpassing. De gemeente Westland vraagt de provincie dan ook om het gebied rondom De Lier met zijn ecolo­ gische waarden te ontzien, en tegelijkertijd ruimte te bieden voor gezamenlijk onderzoek naar verantwoorde alternatieven elders in de regio. Alleen zo kan de energietransitie slagen met be­ houd van natuur, landschap en draagvlak. 3.1.1.2 Realiseren van zonne-eneraie De gemeente Westland spreekt haar waardering uit voor het provinciale beleid dat inzet op de versnelling van zonne-energie als essentieel onderdeel van de energietransitie. De provincie Zuid-Holland laat met haar omgevingsbeleid zien dat zij de urgentie van duurzame opwek serieus neemt en ruimte biedt voor innovatieve toepassingen. Westland onderschrijft deze koers en ziet zonne-energie als een belangrijke pijler in het streven naar klimaatneutraliteit. Tegelijkertijd vraagt Westland om een gebiedsspecifieke benadering die recht doet aan de unieke ruimtelijke en economische structuur van de gemeente. Westland is een glastuinbouwgemeente, waar de teeltfunctie van kassen centraal staat en waar de beschikbare ruimte schaars en inten­ sief gebruikt is.

Binnen deze context is het plaatsen van zonnepanelen op open veld, zon op land, niet bespreekbaar. Dit zou ten koste gaan van teeltareaal, landschappelijke kwaliteit en de kern­ functie van het gebied. De gemeente Westland pleit er dan ook voor dat het provinciale beleid ex­ pliciet erkent dat zon op veld in glastuinbouwgebieden, zoals in de Greenport Westland, geen passende oplossing is. In plaats daarvan zet de gemeente Westland vol in op dubbel ruimtegebruik, waarbij zonne-ener­ gie wordt geïntegreerd in bestaande structuren zonder verlies van teeltareaal. Denk hierbij aan zonnepanelen op waterbassins, solar carports op parkeerterreinen, en zon op bedrijfsdaken. Deze toepassingen zijn technisch haalbaar, ruimtelijk efficiënt en economisch rendabel. De gemeente werkt samen met ondernemers en netbeheerders om deze vormen van opwek te stimuleren en knelpunten in netcapaciteit te overwinnen. Gemeente Westland wijst de provincie op de problematiek van oneigenlijk gebruik van kassen voor het opwekken van zonne-energie. De gemeente verzoekt de provincie daarom de omge­ keerde bewijslast toe te passen bij gebruik van zonnepanelen op kassen, om te voorkomen dat kassen oneigenlijk worden gebruikt, sec ten behoeve van opwekking van zonne-energie.

3.1.5.2 Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem Een verdere dóórontwikkeling door concretisering van het inhoudelijk toetsingskader lijkt ver te gaan en te leiden tot administratieve regeldruk, complexiteit van doorwerking en risico op vertra­ ging.

Het nut van de energietoets hangt sterk af van de uitvoering.

Als het een praktisch hulpmiddel is dat gemeenten ondersteunt bij afwegingen, kan het waardevol zijn. Als het een bureaucratisch obstakel wordt zonder duidelijke meerwaarde, dan remt het juist de energietransitie. Wij verzoeken de provincie dan ook om de toegevoegde waarde van de des­ betreffende regeling verder te onderbouwen. Toekomstbestendiq economisch vestigingsklimaat

PAGINA 34

4.1.1.1 Innovatie infrastructuur versterken door ontwikkeling van campussen en fieldlabs te ver­ snellen en campussen te versterken Bij de implementatie van de Ruimtelijk Economische Visie wil de provincie campusbeleid introdu­ ceren om het innovatiepotentieel te vergroten. De Zuid-Hollandse campussen worden expliciet be­ noemd, maar de ‘Flora Campus Westland’ staat niet genoemd. Het verzoek is ook de ‘Flora Campus Westland’ te benoemen. De campus is onderscheidend door­ dat het zich als enige richt op voedselzekerheid, ondernemer gedreven is en in staat is de verbin­ ding te maken van wetenschappelijke kennis naar praktisch toepasbare kennis op MBO-niveau. Met meer dan 40.000 internationale bezoekers per jaar laat ‘Flora Campus Westland’ nu al zien dat het een voor de provincie Zuid-Holland uniek internationaal netwerk biedt voor het door ont­ wikkelen van zowel kennis als business. 4.1.5.2Ruimte voor de circulaire economie Een van de nadere uitwerkingen van het beleidsdoel ‘Toekomstbestendig economisch vestigings­ klimaat’ betreft het onderdeel 'Ruimte voor circulaire economie’. Om hier uitvoering aan te geven heeft de provincie de ‘Ruimtelijke Strategie Circulair Zuid-Holland’ opgesteld. Om deze strategie te realiseren heeft de provincie in het Provinciaal Omgevingsprogramma een aantal actiepunten beschreven.

Een van de genoemde actiepunten is dat de provincie werkt aan circulaire hotspots. En dat de provincie (tijdelijk) planologische ruimte reserveert voor strategische (hub) locaties voor de circulaire economie. Het is echter niet duidelijk om welke potentiële locaties het gaat, hoe men deze ruimte planologisch (tijdelijk) wil reserveren en indien de provincie locaties op het oog heeft, wat er met de huidige grondgebruikers gaat gebeuren, aangezien er weinig nog geen alternatieve beschikbare locaties zijn. Wij vragen de provincie dan ook om dit te verduidelijken. 4.1.6.1 Toekomstbestendig ruimte voor ondernemen Ten behoeve van toekomstbestendige ruimte voor ondernemen is op de kaart de benodigde ruimte opgenomen. We hebben geconstateerd dat een deel van de ontwikkellocatie 'Flora Campus Westland’ niet als zodanig opgenomen is op deze kaart. Het betreft het westelijke deel van de beoogde ontwikke­ ling, welke een oppervlakte heeft van 9,5 hectare. Wij verzoeken dit deel ook op te nemen op de kaart. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding.

PAGINA 35

We hebben tevens geconstateerd dat de kantorenlocatie Tiendweg te Naaldwijk niet als zodanig is opgenomen. Deze kantorenlocatie heeft een oppervlakte van 5,5 hectare. Wij verzoeken de Tiendweglocatie ook op te nemen op de kaart. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de onder­ staande afbeelding.

Gezonde natuur 5.1.1.1 Realiseren begrensde natuur Ten behoeve van het realiseren van begrensde natuur zijn de te beschermen en te realiseren na­ tuur op een kaart opgenomen. De poelzone betreft een van de NNN verbindingen binnen onze gemeente. Een gedeelte van deze NNN is gerealiseerd in het project ‘Waelpark'. De ligging van de gerealiseerde NNN wijkt af van de NNN op de kaart. Verzocht wordt de kaart aan te passen en de gerealiseerde NNN als zodanig aan te duiden. De desbetreffende aanpassing is eerder al beschreven in onze zienswijze op de

PAGINA 36

WESTLAND

omgevingsverordening. Voor de aanpassing op de kaart wordt verwezen naar de daar opgenomen afbeelding. 5.1.2.3. Beheer van begrensde en agrarische natuur Ten behoeve van het beheer van begrensde en agrarische natuur is een kaart opgenomen. Het gebied geleggen tussen de Rusthovenlaan, Boerenlaan en de Enthovenlaan voorzien van de aanduiding Waternatuurgebied. Op basis van de intentie van de regeling en de uitleg welke gebie­ den als zodanig aangewezen worden, zou bovengenoemd gebied niet als zodanig aangeduid moe­ ten worden. Het gebied is immers in gebruik ten behoeve van de glastuinbouw. Ter plaatse is dan ook geen sprake van een natuurgebied. Tevens bestaat er geen intentie om het desbetreffende gebied te transformeren naar een waternatuurgebied. Wij verzoeken de provincie de abusievelijke opgenomen aanduiding van het bovengenoemde gebied te herstellen en de aanduiding te verwij­ deren. Voor de exacte ligging van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding.

Het gebied geleggen tussen de Erasmusweg, Wippolderlaan en de Poeldijkseweg is ook voorzien van de aanduiding ‘Waternatuurgebied’. Op basis van de intentie van de regeling en de uitleg welke gebieden als zodanig aangewezen worden, zou bovengenoemd gebied niet als zodanig aan­ geduid moeten worden. Ter plaatse is dan ook geen sprake van een natuurgebied. Tevens bestaat er geen intentie om het desbetreffende gebied te transformeren naar een waternatuurgebied. De locatie is namelijk aanwezen als Grote Buiten stedelijke Bouwlocatie (woningbouw). De aandui­ ding als ‘Waternatuurgebied’ kan de beoogde bouwontwikkeling beperken, hetgeen onwenselijk is. Wij verzoeken de provincie de abusievelijke opgenomen aanduiding van het bovengenoemde ge­ bied te herstellen en de aanduiding te verwijderen. Voor de exacte ligging van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding.

PAGINA 37

WESTLAND

Wonen 6.1.1.1 uitwerking instrumenten woonbeleid Wij ondersteunen de acties van de provincie, waarbij de provincie aanstuurt op voldoende huis­ vesting voor ouderen en dat er eenduidige definities ten aanzien van de woontypologie worden gehanteerd. De vraag is echter hoe de provincie hiermee in de praktijk mee omgaat, in de relatie tot gewenste andere categorieën zoals sociale huurwoningen en betaalbare koop. Mocht het zo zijn dat bij elk nieuwbouwproject een lijstje van wooncategorieën met bijbehorende percentages gerealiseerd moet worden, zal dit de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een ontwikkeling niet ten goede komen. De vraag is dus welke prioriteiten per project aangehouden moeten worden? Het kan niet zo zijn dat per project een optelsom voor gewenste woningcategorieën wordt aange­ houden. Wij verzoeken de provincie dan ook dit te verduidelijken. Ladder voor duurzame verstedelijking Het rijk is voornemens de ladder voor duurzame verstedelijking te schrappen. In het voorstel van de provincie wordt gesproken over een “aanpassing". Het is wenselijk het provinciale beleid zo­ veel mogelijk op te lijnen met het Rijksbeleid. Nog steeds wordt verwezen naar het verplichtende karakter van de ‘Ladder voor duurzame verste­ delijking’, terwijl deze meer een instructieregel is geworden.

Bovendien wordt de 'Ladder' ook niet expliciet genoemd in stukken zoals de Regionale Woonzorgvisie. Wij verzoeken de provincie dan ook dit aan te passen en in lijn te brengen met de uitgangspunten van he rijksbeleid en de Regionale Woonzorgvisie. Flexwonen In het Omgevingsprogramma is opgenomen dat de provincie vraagt een visie in de regionale Woonzorgvisie op te nemen over de toepassing van flexwonen. Het is niet duidelijk of de provin-

PAGINA 38

GEMEENTE WESTLAND

cie hier doelt op de bestaande regionale woonvisie of dat de provincie verlangt dat er een aanvul­ lende regionale woonvisie wordt opgesteld rondom dit specifieke onderwerp. Wij verzoeken de provincie dit te verduidelijken. Regionaal woningbouwprogramma Bij de beschrijving van het regionaal woningbouwprogramma wordt de term ‘Woonmilieus’ vervangen door 'woningtypen voor specifieke doelgroepen’. Onzes inziens zijn dit twee totaal verschillende begrippen en daarom ook niet één op één om te ruilen. Het resultaat van deze ruil is dat de regel een geheel andere intentie krijgt. Wij verzoeken de provincie dan ook om de voorgestelde aanpassing niet door te voeren. Van nieuwbouw naar ‘toevoegingen’ De programmatische eisen van de provincie zijn veranderd van 'nieuwbouw' naar ‘toevoegingen’. Het is niet duidelijk hoe deze terminologie zich verhoudt tot de Woondeals en de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting? Indien dit namelijk om een netto opgave gaat, wordt hier een an­ dere ambitie mee bedoeld dan in genoemde stukken. In dit verband verwijzen wij dan ook naar hetgeen is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie omtrent “bruto nieuwbouw”. Wij verzoeken de provincie dan ook om dit te verduidelijken.

6.2.1.1________Gebiedsgerichte uitwerking ruimtelijke koers Onder de noemer van het beleidsdoel ‘Ruimte en Landschap' is de provincie voornemens te gaan werken met een gebiedsgerichte uitwerking van de ruimtelijke koers. De provincie stelt dat bij het maken van gebiedsgerichte uitwerkingen de provincie samenwerkt met gemeentes en waterschap­ pen. En dat hiervoor zowel vanuit de provincie als vanuit de andere overheden voldoende en kwa­ litatief goede inzet vereist is. De aanpak die de provincie voorstelt legt zowel een inhoudelijke, maar vooral ook een capacitaire claim bij de gemeentes. Dit komt nog boven op de al gevraagde inzet op de gebiedsprocessen rondom het ZH-PLG en de NOVEX-ZR. De provincie vraagt dus ruimte die er niet (meer) is. De rek voor een gemeentelijke inzet is eruit. De gemeente Westland vreest dat we, complementair aan de andere gebiedsprocessen, de door de provincie gevraagde inzet niet (meer) kunnen leveren. Daarnaast is niet duidelijk wat een gebiedsgerichte uitwerking exact is. Hoe past dit instrument binnen het stelsel van de Omgevingswet.

Wat is de intentie van de gebiedsgerichte uitwerking? Met andere woorden, waarom moet een gebiedsgerichte uitwerking opgesteld worden? Welk pro­ bleem wordt hiermee opgelost? De aanpak voor deze gebiedsuitwerking richt zich op een evenwichtige inrichting van de ruimte, waarbij onder andere wonen, werken, mobiliteit, energie en klimaatadaptatie in samenhang wor­ den aangepakt. Deze afwegingen zouden noodzakelijk zijn om een goede balans te vinden tussen de groeiende vraag naar woningen, mobiliteit en dergelijke. Bij de verdere uitwerking van de aanpak wordt gesteld dat de gebedsprogramma's en gebiedsafwegingen, inclusief bijbehorende kaarten en uitvoeringsafspraken, gezamenlijk worden opgesteld en dat hier wordt vastgesteld wat prioriteit heeft en waar en hoeveel ruimte er voor de verschil­ lende opgaven wordt gereserveerd.

PAGINA 39

GEMEENTE

De vraag is hoe het bovenstaande zicht verhoudt tot de lange termijnvisie van de provincie, waar­ bij de provincie expliciet stelt dat iedereen het moet doen met de ruimte die men gekregen heeft. Als aanvulling op de gebiedsgerichte uitwerking wordt inmiddels ook gesproken over gebiedsprogramma's en gebiedsafwegingen. Het is niet duidelijk hoe deze zich verhouden tot de gebiedsge­ richte uitwerking en hoe ook deze instrumenten passen binnen het stelsel van de Omgevingswet. De gemeente Westland is overigens verheugd te lezen dat de provincie, onder de noemer 'aanpak groenblauw netwerk’ een ontwikkelstrategie gaat opstellen ten behoeve van de verbetering van het groenblauwe netwerk en de realisatie van ontbrekende schakels. 6.2.3.1 Aanpak groenblauw netwerk Ten behoeve van de aanpak groenblauw netwerk zijn de ontwikkellijnen op een kaart opgenomen. De NNN verbindingen de 'Poelzone’ en van 'Zee tot Zweth' staan aangegeven. Wij constateren dat de groenblauwe verbinding ‘De Gantelzone’, welke de groen blauwe verbinding vormt tussen de 'Poelzone’ en de verbinding 'Van Zee tot Zweth', ontbreekt op de kaart. Wij verzoeken dan ook deze ontbrekende verbinding op te nemen. De desbetreffende aanpassing is eerder ai beschreven in onze zienswijze op de omgevingsverordening. Voor de aanpassing op de kaart wordt verwezen naar de daar opgenomen afbeelding.

Afsluitend Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven in de voor de gemeente West­ land belangrijkste aandachtspunten en vertrouwen erop dat deze punten v/orden meegenomen en worden verwerkt in het voorstel dat u ter besluitvorming voorlegt aan Provinciale Staten. Hoogachtend,

i

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=82d3cb1b-c664-467c-9ca2-566769fee5d5