CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.16a) concept Warmtevisie Westland def (21-0061648)

Gemeenteraad 13 april 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Vaststelling van de afhandeling van de Lijst met Ingekomen Stukken (LIS)17.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

https://www.hhdelfland.nl/actueel/nieuws/750-keer-de-evenaar-rond-op-gas-uit-rioolslib

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 26

Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek

< 50°C Individueel Bewezen

Beschikbaarheid

Constant

Potentie

Ongelimiteerd

worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn, en er is een passend warmteafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook middenen hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente.

Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt een collectieve warmtepomp gebruikt en de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte in Westland is circa 580 TJ/jaar , waarvan 330 TJ/jaar uit veldopstelling en 250 TJ/jaar van de beschikbare daken. Bij deze berekening is aangenomen dat een groot deel van de daken en velden die daarvoor geschikt zijn, gebruikt worden voor zonnewarmte. Het economisch inzetbaar potentieel zal in praktijk daarom veel lager uitvallen. Toch is het een warmtebron om rekening mee te houden. De techniek is nog innovatief, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken.

Zonnewarmte

Brontemperatuur Aflevertemperatuur Schaalgrootte Techniek

n.v.t. 50 - 70°C Individueel of collectief Innovatief

Beschikbaarheid

Constant

Potentie

Ca. 580 TJ/jaar

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 27

5. Warmtevisie: match tussen warmtevraag en warmtebronnen Op basis van de eerdere stappen (analyse woningen, warmtevraag en inzetbare warmtebronnen) is de toekomstige warmtevoorziening voor gemeente Westland geschetst. Dit is een eerste versie van de visie. We zien hier de gewenste warmtevoorziening op basis van de geanalyseerde warmtevraag én de potentieel beschikbare warmtebronnen. In hoeverre de genoemde bronnen ook echt ingezet kunnen worden, zal in haalbaarheidsstudies tijdens het opstellen van wijkuitvoeringsplannen verder moeten worden bepaald. Op de kaart (Figuur 11) is de gemeente Westland te zien met daarop de straten en waterwegen. De Warmtevisie Westland gaat over de gebouwde omgeving. Hieronder vallen woonhuizen en utiliteitsbouw. Industrie valt er niet onder. Bedrijventerreinen met een mix van industrie en utiliteitsbouw zijn in grijs apart op de kaart aangegeven. Verder zien we de volgende zones: Kansrijk voor warmtenet In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Dit zijn de gebieden waar zowel de dichtheid van de warmtevraag hoog is als de gewenste temperatuur van de warmte. De aanleg van een warmtenet is rendabel omdat er per strekkende meter warmtenet veel aansluitingen afgetakt kunnen worden. Ook is de afname van warmte relatief hoog door de gewenste gemiddeld of hoge warmtetemperatuur.

In gemeente Westland is voor vrijwel alle dorpskernen een warmtenet een interessante bron. Individuele oplossingen In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onderéén-kap woningen, zijn individuele oplossingen per woning het meest aantrekkelijk. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Als de woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 8), zijn bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen, een bouwblok of rijtje huizen (via een mini-warmtenet). Deze opties lijken voor de hand te liggen in de buitengebieden in gemeente Westland. Individueel of met warmtenet In de gebieden die oranje-blauw gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. In deze gebieden moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen én de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een koppelkans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten.

Geplande renovaties van woningbouwcorporaties kunnen ook een rol spelen. Groen gas In een aantal buurten is de bebouwingsdichtheid laag, waardoor een warmtenet weinig kansrijk is. Tegelijkertijd staan er veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 8). Dat maakt toepassing van warmtepompen lastig, omdat de woningen dan eerst voldoende geïsoleerd moeten worden. Voor vrijstaande woningen is dat kostbaar, er zijn immers aan vier kanten muren te isoleren. Anderzijds is de energierekening nu vaak hoog, zodat maatregelen zich terugverdienen. Ook qua comfort is vaak veel te winnen. In de buurtaanpak moet gekeken worden of in deze buurten wordt ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen, of dat er wellicht aan groen gas (waterstof of biogas) gedacht moet worden.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 28

Verder zijn de belangrijkste bronnen en hun technische potentie in beeld gebracht. Ook zijn er een aantal kleine bronnen op lage temperatuur (gemalen en supermarkten) ingetekend. Deze kunnen mogelijk ook een bron vormen voor een blok huizen.

Bedrijventerrein

Figuur 11 Concept visie van gewenste warmteoplossing en aanwezige bronnen.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 29

6. Waar kunnen we beginnen? In dit hoofdstuk beschrijven we in welke buurten we op korte termijn starten met het maken van een gedetailleerder plan om aardgasvrij te wonen. We geven ook inzicht in de buurten die pas later, op middellange of lange termijn aan de beurt zijn. Zo kunnen bewoners en bedrijven hun investeringen afstemmen op de ontwikkelingen die we in de verschillende buurten voorzien. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. We willen graag ruimte houden om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. In hoofdstuk 2 beschreven we wat een buurt geschikt maakt als verkenningsbuurt. Allereerst baseren we ons op de 4 uitgangspunten die we gesteld hebben:  Keuzevrijheid voor inwoners en bedrijven  Inzet op Warmtesysteem Westland (WSW, zie hoofdstuk 2)  Draagvlak en acceptatie  Toekomstbestendigheid van de oplossingen

Criteria keuze verkenningsbuurten Zie hoofdstuk 2 1. 2. 3.

Laaghangend fruit Percentage corporatiebezit Combinatie met andere werkzaamheden Initiatief bewoners of vastgoedeigenaren Eenvoud aanpak Collectieve systemen Schaalbaarheid

Daarnaast is betaalbaarheid een belangrijk speerpunt; deze hangt doorgaans samen met draagvlak en acceptatie. Op basis 4. van deze algemene uitgangspunten en de criteria voor de keuze van startbuurten, zijn we in gesprekken met 5. woningcorporaties, Westland-infra, Capturam en HVC gekomen 6. tot de faseringskaart in Figuur 12. In een multicriteria-analyse is 7. met name gewicht gegeven aan betaalbaarheid, koppeling aan WSW en draagvlak/acceptatie. Er is een inschatting gemaakt van de Total Costs of Ownership voor passende technieken in verschillende gebieden in de gemeente (zie bijlage 2). Op een warmtekansenkaart zijn preferente technieken en een kosten inschatting daarvan per cluster van gebouwen in beeld gebracht. De ligging van het WSW is ook op de kaart gezet. Daarnaast zijn corporatiebezit, corporatieonderhoudsplannen, geplande nieuwbouwwerkzaamheden en gemeentelijke werkzaamheden in kaart gebracht en meegewogen. De multicriteria-analyse is terug te vinden in bijlage 2. De multicriteria analyse heeft geleid tot een planning die weergegeven is in Figuur 12. In de paragraaf daaronder wordt meer uitleg gegeven over de keuze voor de fasering van de buurten.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 30

Figuur 12: Fasering voor het aardgasvrij maken van gemeente Westland. In geel de gebieden met gebouwen die al aardgasvrij verwarmd worden of aardgasvrij gebouwd gaan worden.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 31

Verkenningsbuurt (2020-2030) Dit zijn de buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn (voor 2030) aardgasvrij te worden. Per buurt lichten we in de volgende paragraaf toe waarom deze geselecteerd zijn als verkenningsbuurt. Voor deze buurten starten we vanaf 2022 met een verdere verkenning. Hierin staat de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Als uit het onderzoek blijkt dat het haalbaar is op korte termijn te starten, wordt een buurtuitvoeringsplan opgesteld. Pas tijdens het opstellen van dit buurtuitvoeringsplan, zullen er definitieve keuzes en afspraken gemaakt worden.

Middellange termijn (2030-2040) In deze gebieden zien we kansen of ontwikkelingen waar we, samen met belanghebbenden, tijdig op willen inspelen. We lichten hieronder verder toe waarom een aantal gebieden deze fasering hebben gekregen. Lange termijn (2040-2050) De randen van een aantal dorpskernen zijn op de langetermijnplanning gezet. Hier zijn geen directe aanleidingen of kansen om snel te starten. Natuurlijk tempo (2020-2050) Voor deze gebieden liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. Gebouwen liggen te ver van elkaar af om een collectieve oplossing rendabel mogelijk te maken. Bewoners en ondernemers kunnen hun individuele keuze maken om op een natuurlijk moment over te stappen. Bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 32

6.1 Verkenningsbuurten De zes gebieden waar de eerste onderzoeken starten zijn:  Het gebied in het noorden van Monster en Polanen;  Delen van ’s Gravenzande;  Het zuidelijk deel van Poeldijk;  Het oostelijk deel van de Lier;  Bedrijventerrein Wateringen;  Bedrijventerrein ABC Westland. De eerste vier gebieden (het noorden van Monster en Polanen, delen van ’s Gravenzande, het zuidelijk deel van Poeldijk en het oostelijk deel van de Lier) zijn verkenningsgebieden voor koppeling met Warmtesysteem Westland. Voor de laatste twee gebieden (bedrijventerreinen) lijkt inzet van een kleincollectieve all-electric oplossing het meest kansrijk. Per gebied lichten we hieronder toe waarom een verkenning hier interessant is.

Verkenning van aankoppelen aan Warmtesysteem Westland De eerste vier verkenningsbuurten zijn gebieden waarvoor een koppeling met Warmtesysteem Westland verkend zal worden. Wat? In deze vier verkenningsbuurten gaan we onderzoeken of het haalbaar is om woonhuizen die in dit gebied liggen aan Warmtesysteem Westland te koppelen. Bij het haalbaarheidsonderzoek kijken we zowel naar betaalbaarheid, technische haalbaarheid als draagvlak onder de inwoners. Het kan zijn dat de koppeling aan Warmtesysteem Westland niet voor alle woonhuizen de beste keuze is. Doel is om uit te zoeken of de koppeling aan het warmtenet in dit gebied een interessante en betaalbare optie is voor voldoende woningeigenaren. De keuze om deze overstap te maken, ligt uiteindelijk bij individuele woningeigenaren. Waarom? 19 Er is een eerste berekening van de Total Costs of Ownership uitgevoerd voor de gehele gemeente Westland. Daaruit kwam naar voren dat het Warmtesysteem Westland de dorpskernen betaalbaar van duurzame warmte kan voorzien. Betaalbaarheid varieert binnen de dorpskernen: deze verkenningsbuurten behoren tot de goedkopere gebieden. De warmteleidingen van Warmtesysteem Westland lopen dicht langs deze gebieden en/of er zijn uitbreidingen vlakbij gepland. Uit deze goedkopere warmtenetgebieden is een selectie gemaakt van vier verkenningsgebieden op basis van aanvullende kansen.

Deze worden hieronder per buurt beschreven. Wanneer? Zodra de Warmtevisie Westland is vastgesteld, kunnen we beginnen met een verkenning van de technische, sociale en financiële haalbaarheid van koppeling aan (en eventuele uitbreiding van) Warmtesysteem Westland. Als uit de verkenning blijkt dat dit haalbaar is, op z’n vroegst begin 2023, kan het warmtesysteem in het verkenningsgebied tussen 2023 en 2030 ontworpen en aangelegd worden.

19 Een berekening van de totale kosten van het energiesysteem, gerekend met een looptijd van 30 jaar en discontovoet van 3%. In de berekening zijn meegenomen: passende isolatie en ventilatiemaatregelen, passende installatiekosten (zoals inductiekookplaat, lage temperatuurverwarming, warmtepomp, warmtenet afleverset), afschrijvingen, onderhoudskosten, kosten passende infrastructuur (leidingen warmtenet en aansluiting daar op, verzwaring elektranet, onderhoudskosten)

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 33

Het gebied in het noorden van Monster en Polanen In het groen is de verkenningsbuurt ‘het noorden van Monster’ en Polanen aangegeven (twee delen). Het gebied binnen Monster wordt gekenmerkt door dicht bij elkaar staande woonhuizen met een middentemperatuur warmtevraag. Het gebied Polanen bestaat uit met name modernere gebouwen voor gezondheidszorg (’s Heeren Loo) en een grote warmtevraag. Beide zijn geschikt voor aankoppeling aan een warmtenet. Het gebied Polanen zou eventueel op een lagere temperatuur verwarmd kunnen worden en dus op de retourleiding van het Warmtesysteem Westland kunnen worden aangesloten. De nieuwbouwwijk er tussenin wordt aardgasloos gebouwd en wordt waarschijnlijk aangekoppeld op WarmteSysteem Westland. Dit kan de businesscase voor aansluiting op WSW van de twee gebieden mogelijk versterken.

Waarom dit gebied onderzoeken?  Vanuit ’s Heeren Loo, bewoners en gemeente is draagvlak vanwege de (recent afgewezen) PAW aanvraag. De projectorganisatie staat deels al;  Voor de PAW aanvraag is een deel van de kosten inschatting al uitgevoerd waardoor onderzoekskosten bespaard kunnen worden;  Geplande uitbreiding van WSW komt dicht langs bestaande woningen en nieuwbouw (sowieso aardgasvrij) wordt er waarschijnlijk op aangesloten;  Betaalbaar door redelijk goed geïsoleerde woningen, met name in Polanen. Uit de PAW aanvraag bleek koppeling van een warmtenet 3 tot 5 keer goedkoper dan inzet van een 20 warmtepomp ;  Er zijn onderhoudsplannen voor Arcade: deze werkzaamheden kunnen mogelijk worden uitgebreid naar aardgasvrij maken;  Er is onderhoud van het elektranet gepland: mogelijkheden om deze werkzaamheden qua communicatie richting omwonenden op elkaar af te stemmen. 20

Kentallen 607 Woningen; nieuwbouw ca. 1100 woningen  Ca. 25 TJ warmtevraag nu (bestaande bouw)  Rijtjes-,en vrijstaande woningen 65 Utiliteitspanden  Ca. 16 TJ warmtevraag  Met name gezondheidszorg- en bijeenkomstfunctie Mogelijke oplossing  Aansluiting op Warmtesysteem Westland  Op basis van geothermie Wat zijn knelpunten?  Veel particulier bezit  PAW aanvraag afgewezen: hoe betalen we voor het onrendabele deel waarvoor de subsidie was aangevraagd?

Informatie uit ‘Aanvraag Proeftuin Aardgasvrij Polanen_versie portal 25-02-2020.pdf’

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 34

Het noordwestelijk deel van ’s Gravenzande en bedrijventerrein Teylingen

Rondom ’s Gravenzande liggen geplande tracés van Warmtesysteem Westland vlak langs woongebieden met een hoge warmtevraag dichtheid. Heel geschikt dus om hier op aan te sluiten. Met name de gebieden in het noordwesten liggen vlakbij de geplande WSW tracé’s. Ook het bedrijventerrein Teylingen heeft een redelijk hoge warmtevraagdichtheid en grenst aan nieuwbouwgebied Waelpark.

Waarom dit gebied onderzoeken?  Aan de oostflank van ’s-Gravenzande is een leiding van WSW gepland.  De onderzoeksgebieden zijn geselecteerd omdat hier de goedkoopste overstap wordt verwacht (zie bijlage 1). De warmtevraag dichtheid is er hoog. Deze gebieden kunnen nog kleiner of groter worden bij verder onderzoek.  Voor het nieuwbouwgebied Waelpark ten oosten van ‘s Gravenzande lopen gesprekken om aan te sluiten op WSW. Dit kan als startmotor fungeren. Bedrijventerrein Teylingen zou hier relatief gemakkelijk bij kunnen aansluiten en mogelijk ook andere woningen.  Er is redelijk veel corporatiebezit in dit gebied. Als huurder en de corporatie aan willen sluiten op het Warmtesysteem Westland, is er dus meteen een redelijk percentage van de woningen dat aansluit, dit is gunstig voor de business case van een warmtenet.

Kentallen 3625 Woningen; nieuwbouw ca. 1000 woningen  Ca. 125 TJ warmtevraag nu (bestaande bouw)  Met name 2-onder-1-kap-, rijwoningen en appartementen 626 bedrijven  Ca. 100 TJ warmtevraag nu  Met name industriefunctie Mogelijke oplossing  Aansluiting op Warmtesysteem Westland  Op basis van geothermie Wat zijn knelpunten?  Vanuit een TCO zou aansluiting voor veel nieuwbouwwoningen hoger zijn dan wanneer ze voor all-electric kiezen.  Vanuit WSW wordt dit warmtenet pas mogelijk als er koppelingen ontstaan tussen Maasdijk en Polanen.  Het is een groot gebied, bij de verkenning moet gekeken worden of een selectie nodig is binnen dit gebied.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 35

Het zuidelijk deel van de kern Poeldijk & bedrijventerrein ABC Westland Ook in Poeldijk zijn kansen om als eerste de verdere verkenning te starten. We wijzen hier twee verkenningsgebieden aan. Voor het gebied in Poeldijk centrum zijn kansen om te koppelen aan Warmtesysteem Westland. Voor bedrijventerrein ABC Westland is een all-electric oplossing individueel of klein-collectief het best passend. Tussen Poeldijk en het bedrijventerrein worden woningen gebouwd. Deze nieuwbouw kan als startmotor werken voor één van beide gebieden.

Waarom dit gebied onderzoeken?  Poeldijk ligt dichtbij een bestaande warmteleiding en ook zijn er uitbreiding in de buurt gepland.  In Poeldijk centrum loopt een gebiedsontwikkeling traject. De overstap naar aardgasvrij zou in deze gebiedsontwikkeling kunnen worden meegenomen.  Bij bedrijventerrein ABC Westland is interesse in duurzaamheid, een eerste stap in draagvlak voor aardgasvrij.  Het bedrijventerrein wordt uitgebreid. Mogelijk kunnen plannen gecombineerd worden.  Het nieuwbouwgebied De Kreken ten oosten van Poeldijk en ook delen van het bedrijventerrein kunnen mogelijk worden aangesloten op een retourleiding van het warmtenet.  Er is een grote koelvraag op het bedrijventerrein. Deze restwarmte kan mogelijk worden ingezet als invoeding op WSW of in een kleinschallg buurt warmtenet. Ook is WKO een optie.  Er is veel corporatiebezit in Poeldijk centrum. Als huurder en de corporatie aan willen sluiten op het Warmtesysteem Westland, is er dus meteen een redelijk percentage van de woningen dat aansluit, dit is gunstig voor de business case van een warmtenet.  Vanuit de kosteninschatting van de warmtekansenkaart behoort ABC Westland tot de 20% goedkoopste gebieden om over te stappen. Poeldijk centrum tot de 40% goedkoopste.

Kentallen 1389 woningen (in de kern Poeldijk); nieuwbouw ca. 820 woningen  Ca. 45 TJ warmtevraag nu (bestaande bouw)  Met name flat- en galerijwoningen 320 bedrijven  Ca. 118 TJ warmtevraag nu  Met name industrie-, kantoor- en winkelfunctie Mogelijke oplossing  Centrum Poeldijk: Aansluiting op Warmtesysteem Westland op basis van geothermie  ABC Westland: inzet van kleinschalig collectief zoals buurtwarmtepomp of WKO. Eventueel ook aansluiten op retourleiding WSW. Wat zijn knelpunten?  Er is een nieuwe Amerikaanse eigenaar van het bedrijventerrein. Mogelijk is deze minder bezig met investeren in duurzaamheid.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 36

Het oostelijk deel van de Lier Het oostelijk deel van de Lier is een gebied dat geschikt is voor inzet van een warmtenet. De warmtevraag dichtheid is er hoog. Wanneer er een warmtenet wordt aangelegd, kunnen er dus veel afnemers per meter warmtenet aangesloten worden. In een uitgebreide verkenning ná vaststellen van de Transitivisie warmte zal onderzocht worden hoeveel gebouweigenaren écht de overstap naar een warmtenet willen maken.

Waarom dit gebied onderzoeken?  Vlakbij het verkenningsgebied zijn plannen voor uitbreiding van het Warmtesysteem Westland.  Ten noord-oosten van de Lier wordt een nieuwbouwwijk ontwikkeld. Wanneer dit wordt aangesloten op het warmtenet kan dit als startmotor fungeren.  Er is corporatiebezit in de Lier. Als huurder en de corporatie aan willen sluiten op het Warmtesysteem Westland, is er dus meteen een redelijk percentage van de woningen dat aansluit, dit is gunstig voor de business case van een warmtenet.  Er zijn onderhoudswerkzaamheden aan de riolering gepland in de nabijheid van het verkenningsgebied. Dit biedt mogelijkheden om deze werkzaamheden qua communicatie richting omwonenden en misschien ook qua timing op elkaar af te stemmen.  In het zuidelijke deel van het verkenningsgebied staan veel oude huizen. Door hier te beginnen met aardgasvrij verwarmen, maken we grote stappen in energiebesparing.

Kentallen 748 woningen; nieuwbouw ca. 950 woningen  Ca. 25 TJ warmtevraag nu (bestaande bouw)  Met name flat- en rijwoningen 35 bedrijven  Ca. 7 TJ warmtevraag nu  Met name winkels en overige functies Mogelijke oplossing  Aansluiting op Warmtesysteem Westland op basis van geothermie. Wat zijn knelpunten?  Geen specifieke knelpunten bekend

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 37

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 38

Bedrijventerrein Wateringen Op bedrijventerrein Wateringen zijn kansen voor een kleinschalige collectieve oplossing. Er is waarschijnlijk draagvlak om de overstap te maken en het is de verwachting dat dit redelijk betaalbaar zal zijn.

Waarom dit gebied onderzoeken?  Het bedrijventerrein is georganiseerd en actief bezig met duurzaamheid  In de nabijheid van het bedrijventerrein is een groep bewoners in de buurt Venewijken die de buurt graag aardgasvrij willen maken. Een haalbaarheidsstudie bleek nog niet te leiden tot een passende oplossing. Er is dus al draagvlak en mogelijk hebben ze interesse om mee te doen in de verkenning van het onderzoeksgebied.  Er zijn enkele bedrijven met een koelvraag. Dit levert restwarmte op. Warmte-koude opslag zou voor deze (en omliggende) panden interessant kunnen zijn.  Er zijn meerdere panden met grote daken. Deze zijn interessant voor plaatsing van zonthermische panelen.  In de warmtekansenkaart is betaalbaarheid van een alternatief per gebied onderzocht. Dit bedrijventerrein behoort tot de 20% gebieden waar de overstap het goedkoopst is.

Kentallen 12 woningen  Ca. 1 TJ warmtevraag nu  Met name vrijstaande woningen 649 bedrijven  Ca. 111 TJ warmtevraag nu  Met name industriefunctie Mogelijke oplossing  Kleinschalige collectieve oplossing, met WKO, warmtepomp(en) of zonthermie. Eventueel koppeling aan een deel van Wateringen. Wat zijn knelpunten?  Mogelijk is een deel van de daken al ingezet voor zonnepanelen en is er dus minder ruimte voor zonthermische panelen.  Bedrijven zijn erg divers in hun warmtevraag en hebben deels een industriefunctie. Voor industrie gelden geen harde afspraken over wanneer ze aardgasvrij moeten zijn.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 39

6.2 Middellange termijn (2025-2040) Op de middellange termijn volgen alle dorpskernen waar de bebouwingsdichtheid groot genoeg is voor inzet van een warmtenet. Ook zijn de bedrijventerreinen Honderland & Coldenhove op de middellange termijn ingepland. Wat en wanneer? De ervaringen die we op doen bij het onderzoek in de verkenningsbuurten en eventueel bij het opstellen van het uitvoeringsplannen daarna, zetten we graag in. Dat betekent dat we vanaf 2025 kunnen starten met een verkenning of misschien later, afhankelijk van de ontwikkelingen in de verkenningsgebieden die in de vorige pagina’s omschreven zijn. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners een keuze gemaakt. Het totale traject van verkenning , het opstellen van een uitvoeringsplan en uitvoering voor de middellange termijn buurten, duren naar verwachting zo’n 10 jaar. Dus op z’n vroegst vanaf 2035 worden deze buurten aardgasvrij verwarmd. Waarom deze buurten op de middellange termijn? Voor bedrijventerreinen verwachten we dat de overstap naar aardgasvrij verwarmen relatief betaalbaar te maken is. Deze bedrijventerreinen komen op middellange termijn omdat we geen directe koppelkansen zien om er te beginnen. Maar zodra we de kennis en ervaring van de verkenningsbuurten mee kunnen nemen, willen we hier wel aan de slag.

Voor de delen van de dorpskernen die op de middellange termijn zijn gezet geldt: deze zijn naar verwachting wat duurder om over te stappen. Op dit moment zien we nog geen mogelijkheden om dat betaalbaarder te maken. We willen de kansen die het Warmtesysteem Westland biedt ook niet laten liggen. Daarom gaan we toch al op redelijk korte termijn nader onderzoek doen waarbij de betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt zal zijn.

6.3 Lange termijn (2040-2050) De buurten, gebieden aan de randen van de dorpskernen Naaldwijk, Wateringen en Honselersdijk zullen naar verwachting als laatste de overstap maken. Ook zullen woningeigenaren binnen deze gebieden deels voor een individuele aanpak kiezen (zie buurten met natuurlijk tempo). Wat en wanneer? Nadat duidelijk is geworden waar precies zal worden ingezet op een warmtenet, blijven er een aantal gebieden over aan de randen van de dorpskernen. Welke gebieden dit zijn zal rond 2035-2040 duidelijk zijn. Hier staan nieuwere huizen met beperkte warmtevraag. Het is niet rendabel om voor deze huizen een warmtenet aan te leggen. Mogelijk is het wél interessant om per huizenblok of rij een gezamenlijke warmtepomp in te zetten. Waarom deze buurten? Er zijn momenteel geen concrete aanleidingen om hier nu op in te zetten en er zijn ook geen bewonersinitiatieven in deze buurten. Daarom is de verwachting dat deze buurten op lange termijn de overstap maken naar aardgasvrij verwarmen. Het is overigens zo dat voor een deel van de gebouwen in deze gebieden een individuele aanpak rendabel is. Woningeigenaren waarvoor dat geldt, zullen de overstap al eerder kunnen maken op een voor hen passend moment.

Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Daarom beginnen we vanaf nu met voorlichting geven aan alle bewoners van de gemeente over isoleren.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 40

6.4 Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) Grote delen van gemeente Westland hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Dit zijn alle buitengebieden waar vrijstaande huizen en lintbebouwing tussen de kassen liggen. Hier liggen individuele oplossingen het meest voor de hand. In deze buurten kiest daarom iedere individuele huiseigenaar voor een alternatief op basis van een eigen tempo. Voor deze gebieden ontstaat dan een ‘natuurlijk tempo’: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later een warmtepomp te laten installeren. Het is belangrijk dat woningeigenaren natuurlijke momenten, zoals een verbouwing, wel daadwerkelijk benutten. Daarom beginnen we vanaf nu met voorlichting geven aan bewoners. Dit staat verder toegelicht in het volgende hoofdstuk.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 41

7. Hoe verder? De komende jaren zetten we de eerste stappen om te voldoen aan de rijksopdracht om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die we organiseren om invulling te geven aan onze regierol worden in dit hoofdstuk uiteengezet.

7.1 Uitvoeringsstrategie Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. Onderstaand diagram geeft de bouwblokken van de uitvoeringsstrategie weer.

Onderstaande tabel beschrijft per bouwblok de activiteiten en voorzieningen die nodig zijn om de warmtetransitie in gang te zetten en te versnellen. Programmaonderdeel

Periode

Toelichting

1. Aanpak verkenningsbuurten

2021-2030

2. Aanpak gemeentebreed: -Inzetten op isoleren -Ondersteunen koplopers -Informatie- en participatie middelen

2020 en verder

3. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed

2021 en verder

4. Kansen WarmteSysteem

2021-2025

In de verkenningsbuurten starten we met nader onderzoek. Denken we dat er een haalbaar alternatief voor aardgas mogelijk is, dan stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een buurtuitvoeringsplan op. Daarbij wordt ook gekeken naar essentiële randvoorwaarden die nodig zijn om de overstap succesvol te maken, zoals een minimaal percentage aansluitingen bij een warmtenet en financieringsinstrumenten en subsidies om onrendabele toppen af te dekken. Zie paragraaf aanpak verkenningsbuurten. We ondersteunen bewoners die hun huis willen verduurzamen met een breed pakket aan maatregelen. Die ondersteuning spitsen we zoveel mogelijk toe op de warmtevisie die past bij elke buurt. Zo kunnen bewoners gericht en op voor hun logische momenten voorbereidingen treffen om aardgasvrij te verwarmen. Informatievoorziening via diverse kanalen en passend bij de verschillende doelgroepen, is daarbij belangrijk. Zie paragraaf Gemeentebrede aanpak. Voor bedrijventerreinen, utiliteitsbouw en ook voor maatschappelijk vastgoed is meer maatwerk nodig. We willen hier dus apart aandacht voor hebben en informatie specifiek op deze doelgroep afstemmen. Het in ontwikkeling zijnde Warmtesysteem Westland

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 42

Westland

5. Doorontwikkeling Warmtevisie Westland

2025

is uniek en biedt veel kansen. Er zijn ook uitdagingen en veel ontwikkelingen. Zo wordt er gewerkt aan een nieuwe warmtewet die niet aansluit bij de huidige rolverdeling van de stukken warmtenet die er nu liggen. Op regionaal niveau wordt er gewerkt aan een koppeling met restwarmte uit Rotterdam. Los van de aanpak in de verkenningsbuurten, is een overkoepelend aandacht nodig voor o.a. de (regie)rol die wij als gemeente hierin kunnen nemen. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Warmtevisie Westland iedere 5 jaar te actualiseren. Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen.

7.2 Van verkenningsbuurt naar startwijk In de loop van de komende decennia zullen we voor alle buurten een buurtuitvoeringsplan maken. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, aard van de woningen, eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in buurten waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal er anders uitzien dan een aanpak in een buurt waar individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen reëel lijken. Een buurtuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners en lokale partijen. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. In de periode vanaf 2021 - 2023 stellen we de uitvoeringsplannen op voor de verkenningsbuurten. Hieronder een schets van wat er in die buurten gaat gebeuren:

1 Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar en vormen een werkgroep en een klankbordgroep waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. Energie Transitie Partners (ETP) en eventuele de lokale tuinderscorporatie nemen deel in de werkgroep voor de warmtenet verkenningsgebieden. Bij de bedrijventerreinen zullen vertegenwoordigers en partijen met restwarmte betrokken worden. Bewoners of bedrijven kunnen deelnemen in een klankbordgroep van hun verkenningsgebied om zo direct input te kunnen leveren. Eerst op de randvoorwaarden van de haalbaarheidsstudie en daarna op de ontwikkeling van het buurtuitvoeringsplan. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met bewoners. Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel in deze fase. 2 Buurtanalyse. Met de werkgroep brengen we in kaart wie in de buurt wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we bewoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Parallel worden technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en de aanwezige energieinfrastructuur in kaart gebracht. Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we in detail in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. 3 Kiezen optimale warmteoplossing. Na stap 2 bepalen we in samenspraak met lokale belanghebbenden welke warmteoplossing het best bij de buurt past.

Met het afwegingskader (zie hoofdstuk 2) wordt onderbouwd welke oplossing de voorkeur heeft. In deze fase betrekken we bewoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen zoals een warmtebedrijf intensief. 4 Onderbouwen van de haalbaarheid en financiën. Voor de gekozen optie werken we in detail de

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 43

kosten en baten uit voor referentiewoningen. De investeringskosten, eindgebruikerskosten en energiekosten worden in detail in kaart gebracht. Zo nodig worden eerst in praktijk concepten kleinschalig gerealiseerd om zeker te zijn van alle kosten en baten. Als vervolgens de haalbaarheid toch twijfel oproept, dan gaan we een stap terug naar de vorige fase ‘keuze warmteoplossing’. We werken daarna een concreet investeringsprogramma uit, waarbij ook ingezet wordt op subsidies en financieringsvormen zodat de overstap haalbaar en betaalbaar is voor alle betrokkenen en alle bewoners. De (regie)rol van de gemeente voor het bepalen van de warmtekavels en het aanwijzen van het warmtebedrijf moet hier ook worden vormgegeven. Voor een warmtenet is een grote voorinvestering nodig die door meerdere gebouweigenaren gedragen moet worden. Voor de financiële haalbaarheid is het dus belangrijk dat er voldoende gebouweigenaren aansluiten op korte termijn of dat er overbruggingskredieten beschikbaar komen. Bij een warmtenet zal een warmtebedrijf geselecteerd worden dat ook de voorinvestering kan doen. 5 Besluitvorming (go / no go). Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. De gemeenteraad wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: a. de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b.

de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden. Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Deze afspraken worden in het buurtuitvoeringsplan opgenomen. Bijvoorbeeld afspraken over de tijdplanning, rolverdeling, de benodigde aanpak van gebouwen en woningen en het contracteren van partijen die verantwoordelijk zijn voor de bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur.

7.3 Aanpak gemeentebreed Inzet op rendabel isoleren van de gebouwde omgeving Bewoners zetten vaak al stappen om hun woning te isoleren. Maar er zijn ook nog extra verduurzamingsstappen te maken in veel woningen. Dit is vaak ook rendabel. De Warmtevisie Westland geeft inwoners en ondernemers een richting: welke isolatiemaatregelen kunnen het beste genomen worden. Voor warmtenetgebieden geldt namelijk een andere optimale mix van isolatie en warmteafgiftesystemen ten opzicht van gebieden waar woningen met een warmtepomp verwarmd gaan worden. Ook voor monumentale panden geldt dat de optimale balans tussen isolatie / besparen en slimme investeringen in installaties anders ligt. Wij willen bewoners hierbij ondersteunen. In gebieden waar individuele oplossingen worden voorzien besluiten gebouweigenaren (eigenaar-bewoners, lokale ondernemers, woningbouwcorporaties, particuliere verhuurders) zelf wanneer zij aan de slag gaan, en welke maatregelen ze treffen. Maar ook in buurten waar een collectieve oplossing komt, staat het woningeigenaren en bedrijven vrij om zelf hoogwaardige individuele oplossing voor hun woning of bedrijfspand te kiezen. Informatie over de verschillende isolatiematerialen en methoden en informatie over financieringsmogelijkheden van isoleren, zijn in deze fase belangrijk. We zullen deskundige informatie inwinnen om inwoners in hun informatiebehoefte te voorzien.

Informatie voor de koplopers Er zijn altijd inwoners die al de stap willen zetten om hun woning aardgasvrij te verwarmen. We bieden graag informatie voor deze koplopers. Voor deze mensen merken we dat de volgende informatie vooral gemist:

Informatie over financieringsmogelijkheden

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 44

Een gebouw aardgasvrij verwarmen vergt een aantal aanpassingen. De kosten hiervoor lopen uiteen van 21 €12.000,- tot zo’n €35.000,- euro per woning . Dit is een behoorlijke investering en voor veel mensen (nog) niet te financieren. Het beschikbaar maken van subsidies en interessante financieringsvormen speelt een essentiële rol in de warmtetransitie. We zetten daarom in op goede informatievoorziening over welke financieringsmogelijkheden er zijn (zie bijlage 3). Advies Inwoners kunnen advies inwinnen bij lokale installateurs en ook stellen we informatie beschikbaar. We organiseren daarom in ieder geval de volgende ondersteuning:  De mogelijkheid om op een fysieke locatie informatie en advies in te winnen. Ons regionale energieloket, de woonwijzerwinkel, geeft veel informatie over de verschillende isolatiemogelijkheden en aardgasvrije technieken die er zijn. Bewoners kunnen hier fysiek of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden.  Website Westland woont/werkt duurzaam. De website wordt steeds voorzien van actuele en relevante informatie over de warmtetransitie.  Bij het Bedrijven Contact Centrum zijn specialisten die mensen te woord kunnen staan met vragen over de energietransitie.

Garanties over werkzaamheid van oplossingen De verwachting is dat de komende tijd meer kennis en ervaring wordt opgedaan waardoor betrouwbare, werkzame oplossingen op de markt komen met passende garantiestellingen.

Communicatie en participatie Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie zijn:  In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten.  Elke buurt is anders. De diversiteit van buurten vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie- en participatieaanpak. We passen onze communicatie daar zoveel mogelijk op aan.  We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over.  We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We hanteren het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief.

7.4 Kansen warmtesysteem Westland Er zijn grote kansen voor inzet van warmtenetten voor de gebouwde omgeving van gemeente Westland, gevoed door geothermie. Er lopen gesprekken om nieuwbouwgebieden aan te sluiten op bestaande warmtenet tracés. Er ligt daarnaast een plan om de bestaande warmtenetten van tuindercorporaties samen te voegen tot 1 systeem: Warmtesysteem Westland. Op dit moment is er binnen gemeente Westland al een projectorganisatie met aandacht voor de verschillende gebieden. Er is een kernteam en stuurgroep bestaande uit beleidsmedewerkers van gemeente Westland, HVC, Juva/Capturam Gezamenlijk sturen ze zogenaamde werkateliers aan vanuit de overkoepelende kennis en strategische richting. De werkateliers zijn opgericht voor verschillende bestaande deelprojecten zoals nieuwe geothermieboringen. In deze werkateliers zitten de relevante

21

Indicaties volgens milieucentraal.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 45

professionele partijen. De verkenningsgebieden kunnen als deelproject worden toegevoegd aan deze bestaande organisatie (zie Figuur 13).

Figuur 13 Bestaande gemeentelijke organisatie voor Warmtesysteem Westland met daarin toegevoegd de deelprojecten verkenningsbuurten. 22

Daarnaast is er een nieuwe warmtewet in ontwikkeling. Deze wet schrijft voor dat er warmtekavels moeten worden aangewezen. Ook geeft de wet aan welke rollen er mogelijk zijn voor verschillende partijen. De rol van de gemeente en huidige stakeholders bij de ontwikkeling van het WSW gaat mogelijk veranderen als deze wet van kracht wordt (op z’n vroegst 2022). Het is daarom goed om seperaat aandacht te besteden aan de taken en rolverdeling die past bij de nieuwe warmtewet. De nieuwe Warmtewet is nog in consultatie, dus kan er kan nog veel veranderen. Echter, het basisprincipe gaat waarschijnlijk niet veranderen. De nieuwe warmtewet geeft aan dat één partij integraal verantwoordelijk dient te zijn voor de warmtelevering. Hoe dit in het Westland gerealiseerd kan worden moet nog worden uitgezocht. Het Warmtesysteem Westland kent namelijk meerdere spelers en partijen die zich niet alleen richten op warmtewinning en levering aan woningen, kassen en bedrijven, maar ook een aparte warmtedistributiebedrijf met focus op grootschalig transport tussen de kwekers en bronnen. We krijgen vanuit de nieuwe warmtewet een belangrijk rol in de besluitvorming richting de inpassing van collectieve warmtesystemen in wijken. De nieuwe warmtewet (en bij stap 1 de Warmtevisie Westland) faciliteert een gebiedsgerichte aanpak waarin de gemeente: 1.

2.

beslist over de verduurzamingsstrategie in overleg met bewoners, warmtebedrijven, netbeheerders, woningcorporaties en andere stakeholders (Warmtevisie Westland, omgevingsplan). Hieruit volgt of ingezet wordt op een collectieve warmteoplossing in een buurt, wijk of gebied; de regie krijgt om warmtekavels aan te wijzen voor gebieden waar gekozen is voor een collectieve warmteoplossing; a. Waarbij de definitieve warmtetracés van Warmtesysteem Westland leidend zijn bij het aanwijzen van de warmtekavels;

22 Per warmtekavel (een aaneengesloten gebied waarbinnen verbruikers op een warmtenet zijn aangesloten) wordt één warmtebedrijf aangewezen. Aangewezen warmtebedrijven krijgen een exclusief recht tot transport en levering van warmte binnen het warmtenet

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 46

3.

een warmtebedrijf kan aanwijzen. Het warmtebedrijf (dat kan bestaan uit een consortium van partijen) krijgt een wettelijke taak, de leveringsplicht. We dienen nog een keuze te maken over welke rol we zelf willen spelen bij de ontwikkeling van het warmtesysteem. Zo kunnen we een meer faciliterende rol, of juist een meer participerende rol innemen.

Op basis van de doorontwikkeling van de nieuwe warmtewet willen we samen met alle betrokken stakeholders tot een masterplan komen voor de inzet van het Westland Warmte Systeem in wijken die gebaat zijn bij een collectieve warmteoplossing. De nieuwe warmtewet gaat op z’n vroegst in 2022 in. In de tussentijd willen we verder werken aan een lokale aanpak. De eerste stap daarbij is om de inzet van het warmtenet in de verkenningsbuurten nader te onderzoeken. Uit het verkennend onderzoek moet de haalbaarheid, de kosten & baten en het draagvlak voor de inzet van collectieve warmte in meer detail uitgezocht worden. Zodra voor de eerste wijken helder is dat 1. het warmtenet concrete voordelen biedt voor bewoners; 2. er voldoende draagvlak is onder bewoners 3. de overstap haalbaar is, Dan zetten we de vervolgstap om het warmtekavel aan te wijzen en het stappenplan te ontwikkelingen voor het aanwijzen van het warmtebedrijf (en/of het consortium) dat verantwoordelijke wordt voor de warmtelevering.

7.5 Doorontwikkeling TVW De inzet van warmtebronnen en de optie op een lokaal warmtesysteem aan de sluiten op de warmterotonde vanuit Rotterdam worden in de komende jaren op regionaal niveau afgestemd binnen de RES regio. Ook zal de impact van de Warmtevisie Westland op bijvoorbeeld het regionale elektriciteitsnet en de noodzaak voor aanvullende opwek van energie in de regio binnen de RES regio nader worden afgestemd. Iedere 5 jaar wordt deze Warmtevisie Westland ge-update. Zo spelen we in op nieuwe inzichten, nieuwe technieken en ontwikkelingen, actuele ontwikkelingen in de vastgoed voorraad en de ontwikkelingen vanuit het Warmtesysteem Westland.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 47

Bijlage 1 Selectiecriteria en belangen Selectiecriteria aardgasvrije technieken Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm. CO -uitstoot – De totale uitstoot van CO -equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO -uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Warmtevisie Westland van het PBL. 2

2

2

Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen:  Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden.  Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie.  Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig? Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen:  Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder

binnen de woning of op de omgeving?  Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis?  Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden? Economisch Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de warmtekansenkaart van Greenvis.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 48

Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers). Kwaliteit business case – Een gezonde robuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend? Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente.

Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?

Publieke belangen bij aanleg van Warmtesysteem Westland In opdracht van gemeente Westland heeft bureau Berenschot de publieke belangen geïdentificeerd bij diverse stakeholders bij de aanleg van Warmtesysteem Westland. Daaruit kwamen de volgende belangen en bijbehorende vraagstukken. Betaalbaarheid Toelichting: een warmtenet moet worden aangelegd. De totale kosten van de aanleg van dit net én de exploitatie er van, worden verdeeld over de gebruikers. Voor de gemeente is het belangrijk dat de gebruikers naar draagkracht bij kunnen dragen aan het warmtenet. Die draagkracht is bijvoorbeeld verschillend voor particulieren en tuinders/bedrijven. Ook zal er sprake zijn van een onrendabele top waarin moet worden voorzien. Socialisering prijs Toelichting: wie betaalt welk deel van het warmtenet? Bijvoorbeeld: het (hoofd)warmtenet ligt dichter bij De Lier dan ‘s-Gravenzande. De afstand van het net tot De Lier is korter dan van het net naar ’sGravenzande. Daarmee is een aansluiting voor een inwoner van ’s-Gravenzande in beginsel duurder. Is

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 49

het gemeentelijk uitgangspunt dat de kosten voor alle inwoners gelijk zijn, of is prijsdifferentiatie geoorloofd en zo ja wie gaat dat betalen als het uitgangspunt van de marktpartijen is dat winst maken voorop staat? Omgang met overlast in de buitenruimte bij aanleg warmtenet Toelichting: de ondergrond is druk bezet. Er vinden vaak werkzaamheden plaats. Het is in het belang van onze inwoners en bedrijven dat de overlast tot een minimum beperkt blijft. Kaders voor toegang tot het warmtenet Toelichting: mag iedere warmteleverancier gebruik maken van het warmtenet, of kunnen er vanuit exploitatieoverwegingen beperkingen worden opgelegd? En aan wie dan? Tempo bepaling van de uitrol Toelichting: er zullen keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van de uitrol. Waar beginnen we met de aanleg? Wie profiteert als eerst en hoe lang moet de ander dan wachten. Keuzevrijheid Toelichting: mag eenieder kiezen voor een aansluiting of wordt dit een verplichting? Duurzaamheid warmte Toelichting: willen we invloed uitoefenen op de duurzaamheid van de bron die warmte levert aan het warmtenet, of laten we dit aan de markt over. Openheid Toelichting: de praktijk elders in het land laat zien dat veelgenoemde kritiek op warmtenetten is dat openheid over de kosten voor aanleg en exploitatie ontbreekt. Daarmee kan de eindgebruiker geen inzicht krijgen in de rekeningen die hij krijgt.

Zoveel mogelijk openheid is in het publieke belang.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 50

Bijlage 2: Betaalbaarheid van de oplossingen en financieringsmogelijkheden

Figuur 14 Warmtekansenkaart van de gemeente. Per logisch cluster is bekeken wat de Total Costs of Ownership (TCO) zijn per Woningequivalent (WEQ). Voor een kosteninschatting van de alternatieven voor aardgas in Westland, hebben we een warmtekansenkaart laten opstellen. Er is door de landelijke overheid ook een tool beschikbaar gesteld, de Startanalyse Leidraad die een kosteninschatting per CBS buurt geeft. De Startanalyse Leidraad heeft de geothermiebronnen niet meegenomen in haar berekeningen en wijkt daarom teveel af van de feitelijke situatie in gemeente Westland. De warmtekansenkaart berekent de Total Costs of Ownership (TCO): de totale kosten van het energiesysteem, gerekend met een looptijd van 30 jaar. Waar de kosten precies komen te liggen (bij de leverancier, infrapartij of inwoner) moet nog in meer detail worden bepaald bij de verkenningen en is ook afhankelijk van de gekozen oplossing. Voor de gebieden die het goedkoopste zijn, zijn de Total Costs of Ownership na 30 jaar zo’n €10.000,- euro. Voor de duurste gebieden is dit gemiddeld €60.000,-. Dit zijn inschattingen die bij meer gedetailleerd onderzoek verder kunnen worden getoetst. De gebieden waar de kosten voor een alternatief voor aardgas het laagst zijn, beschouwen we al het meest kansrijk om te beginnen (de blauwe en groene gebieden). Bovenstaande kaart is dan ook belangrijke input geweest voor de fasering.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 51

Uitgangspunten & meegewogen kosten in de Warmtekansenkaart:   

Discontovoet van 3% Looptijd van TCO-berekening 30 jaar Voor verschillende scenario's is een combinatie gemaakt van verschillende typen kosten. In de berekening zijn meegenomen: passende isolatie en ventilatiemaatregelen, passende installatiekosten (zoals inductiekookplaat, lage temperatuurverwarming, warmtepomp, warmtenet afleverset), afschrijvingen, onderhoudskosten, kosten passende infrastructuur (leidingen warmtenet en aansluiting daar op, verzwaring elektranet, onderhoudskosten). o Bouwjaar, typologie en oppervlakte worden gebruikt voor selectie van het type maatregelen en kosten voor de schilverbetering, evenals de energievraag. Deze informatie komt rechtstreeks uit het Vesta MAIS model versie 2.0 (hierna “Vesta model”) o Kosten voor installaties zijn afkomstig van het Vesta model, Greenvis ervaringsgetallen en algemene kengetallen. o Kosten voor collectieve systemen worden bepaald op basis van ontwerpen van leidingnetten in verschillende clusters van de gemeente, aangevuld met ervaringsgetallen voor de kosten per lengte-eenheid. De ontwerpen van deze leidingnetten zijn speciaal voor deze studie gemaakt.

o Kosten voor verzwaring van elektranetten worden teruggebracht naar gemiddelde kosten per woning in overleg met Westland Infra Om een fijnmazige vergelijking te maken is gekeken naar toepassing van technieken op zowel grote als kleine clusters (met in achtneming van drempelwaardes per techniek voor de toepassing ervan). Clusters zijn 5 tot 500 huizen groot. Er is gekeken naar de inzet van verschillende aardgasvrije technieken (de verschillende scenario’s). Uiteindelijk kwamen er 5 als meest rendabel naar voren, daarvoor zijn de kosten hier in beeld gebracht. Warmtenet met geothermie of restwarmte (1), warmtepompen (2), een warmtenet (met alle bronnen nog mogelijk: geothermie/restwarmte, WKO, restwarmte uit kassen, zonthermie, biomassa) (3). Kleine gebiedjes waar een warmtenet met zonthermie het beste past of waar een warmtenet met biomassa het beste past (4) en ten slotte zijn een paar kleine gebiedjes waar individueel kan worden ingezet op infrarood stralingspanelen (5). Technieken zoals waterstof en biogas zijn vanwege beperkte beschikbaarheid niet meegenomen.

Uit deze kosteninschatting blijkt dat voor vele inwoners bij de overstap naar een duurzame warmte een vorm van financiering nodig is. Mogelijk dat de kosten op termijn lager gaan worden. Ook wordt er gekeken naar meer financieringsmogelijkheden vanuit de (landelijke) overheid. Op dit moment zijn er een aantal lopende programma’s waar gebruik kan worden gemaakt. Subsidies Als de besparing op de energielasten niet voldoende is om een investering binnen een redelijke termijn terug te verdienen, spreken we van een ‘onrendabele top’. Subsidies zijn er met name om de onrendabele top af te dekken, en soms ter stimulering van een nieuwe techniek. Het Rijk biedt hier verschillende subsidies voor: - voor particulieren: voor isolatiemaatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH) - voor woningcorporaties, institutionele beleggers en particuliere verhuurders: de SAH voor het aardgasvrij maken van woningen met warmtenetten en de Renovatieversneller om corporatiebezit innovatief te verduurzamen. - voor energieproducenten: voor het produceren van duurzame energie (SDE+)

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 52

- voor gemeenten: o.a. de RRE regeling (2020) en de bijdrage vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Met deze rijksbijdrage kunnen de kosten voor een hele buurtaanpak gecompenseerd worden, waardoor dit voor alle betrokken partijen voordeliger wordt. Aanvullend zijn er periodiek specifieke provinciale regelingen waar bijvoorbeeld de gemeente of bedrijven gebruik van kunnen maken. Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand daarvoor veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren met eigen middelen (zoals spaargeld). Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent meestal een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder: - Het Nationaal Warmtefonds voor particulieren en VvE’s (nationaal) - Energiefondsen voor initiatieven/organisaties (regionaal) - Lokale duurzaamheidslening (SVn) Rekenvoorbeeld Investeringsruimte Stel: Een bewoner kan 650 euro per jaar op de energierekening besparen door te isoleren en een warmtepomp te nemen, maar hij of zij heeft geen eigen geld om de investering te doen. Hoe kan een financieringsconstructie dit oplossen? De besparing van 650 euro per jaar, komt over een looptijd van 30 jaar (na rentelasten) neer op circa 18.000 euro. Dit noem je de investeringsruimte.

Een goede financieringsconstructie maakt dit bedrag vooraf beschikbaar, waarbij de maandlasten van bewoners gelijk blijven. De investering en de rentelast worden dan dankzij de lagere energierekening in 30 jaar terugbetaald. Via diverse subsidies kan een aanvullende bijdrage van circa 5.000,- euro per woning aangevraagd worden. In dit rekenvoorbeeld is het daarom mogelijk om ongeveer 23.000 euro in de woning te investeren, waarbij de maandlasten van bewoners gelijk blijven.

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 53

Bijlage 3: Multicriteria analyse

DWTM19042-GWL – Concept Warmtevisie Westland 55

Bijlage 4: Technische analyse & kentallen Modelleren warmtevraag 

Op basis van BAG data (juni 2020). Verblijfsobjecten met de functie wonen zijn gekoppeld aan de energielabels van RVO (juni 2020). Voor de verblijfsobjecten zonder energielabel (definitief of voorlopig) is een inschatting gemaakt op basis van bouwjaar. Warmtevraag per verblijfsobject berekend op basis van de volgende kentallen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=59a7b5a7-3a30-451a-a6b3-0e59cabeec3e